Somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten

Somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten

Lichamelijk onverklaarbare klachten

Soms lijkt het wel alsof er in de praktijk ineens meer van dezelfde soort problemen bij cliënten bestaan. Zo heb je ineens allerlei aanmeldingen van kinderen met concentratieproblemen of heb je toevallig veel onderzoeken naar sociaal inzicht tegelijk lopen. Zo valt het me de laatste tijd op dat er veel jongeren worden aangemeld met lichamelijk onverklaarbare klachten. Het wordt ook wel eens somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten (solk) genoemd.

Buikpijn van de zenuwen

Iedereen heeft wel een hoofdpijn na een inspannende dag, of buikpijn ‘van de zenuwen’ voor een toets of presentatie. Er is dan ook geen medische oorzaak aan te wijzen: de lichamelijke klachten komen door stress of spanning. Zo is het ook bij cliënten met solk: zij hebben veel last van lichamelijke klachten, maar zonder duidelijke medische oorzaak. En daarbinnen heb je heel veel varianten, die bovendien ook van heel mild tot zeer ernstig kunnen gaan.

Somatiseren

Zo meldde een poosje terug een meisje zich aan met verschillende klachten: pijn in spieren, gewrichten, moe, rugpijn, gevoel dat er iets in haar keel zit, etc. Een ander meisje had klachten zoals haaruitval, pijn in armen, benen en botten. Weer een ander meisje werd ontzettend misselijk en naar als ze in spanningsvolle situaties kwam. En een jongen had aanvallen van hyperventilatie, zweten, buikkrampen en overgeven. Het zijn allemaal voorbeelden van somatiseren: het lichamelijk uiten van klachten die eigenlijk een andere oorzaak hebben.

Medische molen

Veel van deze jongeren hebben al een traject achter de rug, via huisarts, kinderarts en de hele medische molen. Er worden diagnoses gesteld zoals chronisch vermoeidheidssyndroom, ziekte van pfeiffer, prikkelbaar darm syndroom, astma… En geen van de classificaties dekt voor hun gevoel de lading van hun klachten. Sterker nog, de cliënten herkennen zich soms totaal niet in deze ziektes.

Lichaam en geest

Het is iets wonderlijks, iets fascinerends: de relatie tussen lichaam en geest. In de zorg zijn deze gebieden vaak strikt van elkaar gescheiden. Zo hebben wij geen bevoegdheid en kennis om medisch te handelen. Andersom kijken artsen niet verder dan hun eigen medische vakgebied. Maar in de praktijk is er dikwijls een overlap, een groot grijs gebied tussen deze twee ‘werelden’. En ik raak nog altijd onder de indruk van de werking van dit systeem.

Niet klagen maar dragen

Neem nou een van mijn (fictieve) cliënten. Laten we haar Denise noemen, een meisje van 14 jaar. Ze is altijd opgevoed met de waarde dat ze voor anderen klaar moest staan. Het zat in haar aard dat ze anderen hielp, opkwam voor kinderen die gepest werden, die het zwaar hadden op school. Dit liet ze ook ten koste gaan van haarzelf. Het gebeurde bijvoorbeeld regelmatig dat zij, voor de lieve vrede, haar eigen wensen aan de kant schoof en deed wat anderen graag wilden doen. Haar ouders waren allebei harde werkers, hun motto was: niet klagen, maar dragen. Ze waren nooit ziek, ze waren sterke en optimistische mensen. Denise had daar grote bewondering voor en nam deze manier van in het leven staan gemakkelijk over.

Door je hoeven zakken

Als enig kind was Denise als klein meisje al vroeg zelfstandig. Haar ouders vonden dit fijn, maar ze hadden ook niet anders verwacht. Ze vonden het belangrijk dat Denise leerde haar eigen boontjes te doppen en van niemand afhankelijk te zijn. Ze gaven haar al vroeg verantwoordelijkheden omdat ze merkten dat ze dat wel aankon en om haar zelfvertrouwen te vergroten. Zo groeide Denise op als een meisje die inderdaad stevig in haar schoenen leek te staan, nooit klaagde en altijd voor iedereen klaar stond. Tot het moment dat ze op school na een fikse meidenruzie, waar Denise probeerde de boel te sussen, ineens door haar benen zakte. Letterlijk. Ze zakte in elkaar als een pudding en kon even niet meer lopen. Door haar klasgenoten werd ze overeind geholpen, maar Denise leek vrij onbereikbaar. Ze was misselijk, duizelig, kreeg buikpijn en wilde weg daar.

Onduidelijke oorzaak?

Sindsdien is ze thuis. Ze gaat niet meer naar school, want elke confrontatie met school geeft klachten. Maar ook thuis gaat het niet lekker: ze heeft constant pijn in haar lijf, dan weer in haar nek, dan weer in haar rug of gewrichten. Ze is moe en snapt niks van de situatie. Er was totaal geen aanleiding en nu zit ik thuis? Ze verveelt zich te pletter thuis, maar ziet het echt niet zitten om naar school te gaan. Ze kan niet uitleggen waarom niet. Als mensen er over beginnen of op aandringen, wordt ze boos.

Wie niet luisteren wil, moet maar voelen

Haar lichaam heeft uiteindelijk aan de bel getrokken: Denise heeft al die jaren niet geluisterd naar haar lijf, naar de signalen, en toen besloot haar lijf zelf in actie te komen. Wil je niet luisteren? Dan moet je maar voelen! En besloot een drastische alarmbel af te laten gaan door haar in elkaar te laten zakken. In de taal zitten veel metaforen voor dit soort verschijnselen verborgen, zoals: ‘door je hoeven zakken’, ‘niet meer op je benen kunnen staan’, ‘het werd ondraaglijk’, etc. Het verwijst naar de relatie tussen lichaam en geest, hoe deze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Het lichaam vertelt je iets, het waarschuwt je, er is werk aan de winkel!

Lichamelijke klachten als symptoom

De lichamelijke klachten zijn dus slechts een symptoom van het echte probleem. In het geval van Denise is er misschien te weinig oog geweest voor het kleine meisje met haar eigen behoeftes, zorgen, onzekerheden. Misschien is ze opgegroeid tot een schijnzelfstandigheid, terwijl daaronder nog de behoefte zit aan de zorg van anderen die passen bij het kleine meisje dat ze eens was. Misschien is het alsmaar klaar staan voor anderen zo belastend geweest, dat ze zichzelf uit het oog verloren is. Dat ze niet heeft geleerd dat klaar staan voor jezelf, lief zijn voor jezelf en goed voor jezelf zorgen minstens net zo belangrijk zijn. Wie weet heeft zij onbewust nooit de aandacht op zichzelf durven richten, ook al waren er misschien al eerder signalen die wezen op spanning of stress, want klagen was niet toegestaan thuis. Wegstoppen is op de korte termijn wel handig, maar het lichaam onthoudt alles: alle ervaringen worden bewust én onbewust opgeslagen. En wanneer het niet goed is verwerkt, gezien en erkend, wanneer er geen medeleven of compassie, geen co-regulatie door een ander is geweest, dan stapelen deze herinneringen zich op tot de grens is bereikt.

Stilstaan bij je binnenwereld

Ik heb het gevoel dat dit soort klachten ook iets van onze maatschappij zijn. Het nuchtere, ‘door maar gewoon dan doe je al gek genoeg’, snelle en gejaagde leven dat de meesten van ons nu leven, zonder veel acht te slaan op hoe het nu werkelijk met je gaat. Want daar is geen tijd voor, of er is simpelweg niks aan de hand dus waarom zou je daar bij stilstaan? Het is goed te begrijpen, maar tegelijk baart het me ook zorgen. Net zoals depressie als een welzijnsziekte wordt gezien omdat het zo veel voorkomt in onze cultuur, ben ik bang dat deze lichamelijke klachten ook een veelvoorkomend symptoom gaat zijn. Ik ben heel benieuwd hoe anderen er tegenover staan, wat jullie herkennen en hoe er mee wordt omgegaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *