Archief van
Tag: zelfvertrouwen

Ontdek je talent

Ontdek je talent

15 juli 2019: Wereld Jonge Talentendag

Vandaag is het Wereld Jonge Talentendag. In het leven geroepen omdat het idee leeft dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van de talenten die mensen hebben, wat uiteindelijk ook een oorzaak kan zijn voor bijvoorbeeld werkloosheid. Vergezocht, of prestatiegericht? Ik denk het niet.

Prestatiegerichte maatschappij

Ik merk aan de cliënten die bij ons komen, dat het ontwikkelen van een realistisch zelfbeeld in de kinderjaren bepaald geen vanzelfsprekendheid is. Misschien juist omdát de maatschappij steeds meer prestatiegericht is ingesteld. Er is te weinig oog voor de eigenheid van een kind. Er wordt teveel gefocust op verwachtingen, waardoor mensen voorbij gaan aan wie een kind nu eigenlijk is.

Wat zijn jouw talenten?

In de praktijk doen we daarom veel interventies die erop zijn gericht dicht bij jezelf te blijven, te leren hoe jij als kind uniek en bijzonder bent, met al jouw eigenschappen en kwaliteiten. Hoe jij verschilt van anderen. Niet om te vergelijken wie er beter is, of wat je anders zou moeten. Maar juist om jezelf te leren kennen, met al je goede en minder goede kanten. Zodat je bijvoorbeeld uiteindelijk kunt zeggen: “ik ben Iris, ik ben goed in organiseren, ik word er blij van als mijn spulletjes netjes zijn opgeruimd en raak daardoor nooit wat kwijt”. Of: “Ik ben Bart, ik ben gek op skaten, en heb mezelf alle trucs aangeleerd. Ik ben er trots op dat ik door volhouden uiteindelijk de moeilijkste dingen kan, en dat ik het nu zelfs aan anderen kan leren”.

Realistisch zelfbeeld

Het gaat erom dat je als kind een realistisch beeld van jezelf krijgt: geen onrealistische hoge verwachtingen zoals “als je wilt, kun je alles”, waardoor je jezelf over de kop werkt op de havo terwijl je eigenlijk beter af bent op het vmbo. Maar juist dat je trots en tevreden kunt zijn met jouw talenten, omdat die jou als persoon omschrijven. Dat klinkt simpel, maar is het niet.

Faalangst en negatief denken

Veel meiden en jongens hebben een negatief zelfbeeld, faalangst, last van negatieve gedachtes en zelfkritiek. Ze vergelijken zichzelf steeds met anderen, o.a. door de invloed van social media. Ze meten met 2 maten: ze moeten goed presteren op school en ook de beste zijn in hun hockeyteam. Ohja, en als vriendin en dochter mogen ze natuurlijk ook anderen niet teleurstellen. Plus moet je er goed uitzien, zoals al die anderen op instagram. Deze jongeren raken kwijt wie zij in de basis zijn. Stel hen de vraag: “wanneer ben jij eigenlijk tevreden met wie jij bent?” en er volgt een oorverdovende stilte.

Jij bent bijzonder, want jij bent jij

Juist daarom zetten we in hierop. In het ontwikkelen, herkennen en erkennen van je eigen talenten. Niet omdat je moet uitblinken, maar vooral omdat we het belangrijk vinden dat je als kind leert dat je vooral jezelf bent, en mag zijn. Dat jij, met al je eigenaardigheden, nukken en rare eigenschappen iets toevoegt aan deze maatschappij. Want het zou maar een saaie boel worden als we allemaal hetzelfde waren, allemaal even goed in alles, met dezelfde talenten, toch?

Interventies in therapie

In de sessies gebruiken we daarom het kwaliteitenspel, kernkwadranten, faalangsttrainingen zoals ‘ik ben een kei’ en ‘eerste hulp bij faalangst’. Ook programma’s gericht op een realistisch zelfbeeld zoals de COMET training helpen hierbij. We geven, om het effect te verhogen, daarbij ook regelmatig ‘huiswerk’ mee in de vorm van werkbladen die ook bijdragen aan je eigen talent ontwikkelen, je zelfvertrouwen vergroten of je zelfbeeld verbeteren.

Wil je meer weten over de mogelijkheden, neem dan een kijkje op de website.

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

De belangrijkste opleidingen

In mijn registratietraject, die grofweg vijf jaar besloeg, heb ik meerdere ontwikkelingen doorgemaakt. Ik heb ontdekt waar mijn interesses lagen, waar mijn sterktes en zwaktes lagen en misschien wel het belangrijkste: ik heb mijn visie ontwikkeld. Mijn visie op de hulpverlening, op de hulpverlener die ik wil zijn. Dat had, logischerwijs, wel even tijd nodig.

De eerste opleiding

Ik startte mijn traject door een van de vele nascholingsgidsen open te slaan en langs alle titels van de verschillende cursussen te scannen. Het criterium was in eerste instantie: wat lijkt me leuk? Ik had net de universiteit afgerond, en was in mijn naïviteit in de veronderstelling dat ik dus al behoorlijk wat wist. Dat ik dat mis had, werd me (gelukkig) al heel snel duidelijk. Sterker nog, hoe meer ik heb geleerd, hoe meer vragen het heeft opgeroepen en hoe meer het mij nieuwsgierig maakt naar andere dingen.

Oplossingsgerichte therapie

Mijn eerste cursus was de cursus oplossingsgerichte therapie. Dat was een goede start. Het is een therapievorm die uitgaat van de kracht en mogelijkheden van de cliënt, een hele positieve therapievorm die vooral geschikt is voor het gebruik bij milde problematiek. Het kan prima gebruikt worden als gesprekstechniek naast andere interventies. Nog steeds is de oplossingsgerichte manier van werken iets wat we veel gebruiken, wat mij ook een houvast geeft op de momenten dat ik bijvoorbeeld even geen goeie vraag weet te bedenken. Het geeft richting voor de therapeut en hoop voor de cliënt.

ADHD

Onder de indruk van het hele volgen van nascholing begon ik enthousiast aan de tweede cursus, over ADHD. Dit bleek helaas een misser. Het gaf me niet wat ik hoopte, en ik baalde dat ik de ruim 700 euro’s van die cursus voor mijn ogen zag verdampen in teleurstelling. Nouja, fouten maak je om ervan te leren, dus trok ik hier lering uit: beter letten op de docent, op recensies van anderen, het opleidingsinstituut en kritischer zijn in het kiezen van onderwerpen. Weten we dat ook weer.

Cognitieve gedragstherapie

Toen ik na mijn bevalling van Meia echt serieus aan de bak wilde, besloot ik het grootser aan te pakken en te kiezen voor een grote opleiding: die van de cognitieve gedragstherapie (CGT). Ik dacht namelijk, door wat er op de universiteit geleerd werd en in de boeken te lezen is, dat deze therapievorm een Heilig Goed was. Als je dat kon, dan was je wat waard.

Literatuur

Afijn, dus ging ik met kriebels in mijn buik naar de opleiding. Ik moest geloof ik wel een paar keer slikken en flink op m’n hoofd krabben toen ik de docent met een grote bagagewagen de cursusmappen naar binnen zag rijden. Godzijdank was ik met de auto, want hoe had ik in vredesnaam die 4 Gigantische mappen mee kunnen krijgen!?

Gedragsmodificatie

Vanaf dat moment begon het ‘echte werk’. Ik zat avonden te ploeteren op kilometers tekst en maakte me druk om de toets die elke cursusdag zou worden afgenomen. Ik moest mezelf onder de loep nemen met een gedragsmodificatie opdracht. In gewone taal: ik ging mezelf afleren mijn kleren op de stoel te gooien als ik naar bed ging en aanleren om ze, in plaats daarvan, netjes in de kast op te hangen.

Zelfvertrouwen

Het lukte. Ik kreeg, tot mijn eigen verbazing, de stof onder de knie, mijn leeswerk op tijd af en opdrachten ingeleverd. Elke week leerde ik weer nieuwe interventies die ik in mijn werk kon toepassen. Ik maakte mijn cliënten tot gewillige slachtoffers van mijn nieuwe kennis, en met hun vooruitgang groeide mijn zelfvertrouwen. Toen ik merkte dat mijn eigen gedrag ook daadwerkelijk veranderde (er lagen inmiddels meer kleren in de kast, dan er buiten), was dit een extra motivatie om ermee door te gaan.

Symbooldrama

Ik deed daarna nog twee vervolgcursussen van de cognitieve gedragstherapie, ook omdat ik met de gedachte speelde om hierbinnen eventueel ooit een registratie te halen. Maar tegelijkertijd maakte ik een totaal andere keuze. Ik had in mijn werk vaak bij cliënten van mijn collega gezeten, met wie ze symbooldrama deed. Ik was altijd verwonderd wat hier nu precies gebeurde en begreep er geen zak van hoe die kinderen zich zo snel beter gingen voelen. Dat was mijn simpele motivatie om die opleiding te gaan doen.

Twee kanten van de medaille

Dus startte ik, parallel aan de cognitieve gedragstherapie, ook met de opleiding symbooldrama. Later bleek dit een ontzettend slechte timing, omdat ik daardoor twee zware trajecten naast elkaar liet lopen. De impact daarvan had ik volledig onderschat, maar het heeft uiteindelijk wel geholpen in mijn vorming en het maken van keuzes. In deze opleiding werd voor mijn gevoel de andere kant van de medaille belicht. Waar de cognitieve gedragstherapie een meer verbale, rationele therapie is, gaat symbooldrama veel meer over het voelen en ervaren, het non-verbale.

Je eigen leerproces

In deze opleiding moet je zelf aan de slag. Je leert de therapie, door het zelf te ondergaan. En dat is niet altijd gemakkelijk, maar wel de enige manier om te begrijpen hoe het werkt en om je cliënten goed te snappen. Door dit leerproces werd me ineens heel veel duidelijk: hoe mooi en effectief de CGT ook is, het is niet volledig of zaligmakend, zoals ik in het begin dacht. Een andere keer zal ik dieper ingaan op het opleidingstraject van de symbooldrama.

Willen begrijpen

Door deze verschillende ervaringen, stelde ik mijn eigen opleidingstraject bij. Ik wijzigde mijn koers van het rationele, naar het meer leren begrijpen van gedrag en emoties. Omdat ik zelf net moeder was geworden van inmiddels 2 kinderen, was ik tegelijkertijd ontzettend geïnteresseerd in de ontwikkeling van jonge kinderen. Dus besloot ik een andere, grote cursus te volgen in de psychopathologie en diagnostiek van jongere kinderen.

Jonge kinderen

In deze cursus, waar ik nog nooit zoveel literatuur in korte tijd heb gelezen als toen, heb ik zó waanzinnig veel geleerd, dat ik voor mijn gevoel eindelijk de basis als therapeut kreeg waar ik naar op zoek was geweest. Zonder het zelf te weten. In deze opleiding werd mij geleerd hoe de ontwikkeling van jonge kinderen loopt, die niet los is te zien van de relatie met zijn omgeving. Dus hoe het gaat tussen ouders en kinderen.

Nog lang niet klaar

Wat ik vooral heel waardevol vond, waren de parallellen die werden gelegd tussen de vroege ontwikkeling en het gedrag op latere leeftijd. Gedrag wat wij als volwassene laten zien, heeft uiteindelijk de oorsprong in de eerste jaren. In deze opleidingen heb ik me o.a. verdiept in de visie van de Infant Mental Health en de methode van Floorplay. Ik ben nog altijd niet uitgeleerd op dit gebied, en heb nog stapels boeken in de kast die ik moet (wil) lezen.

Een volgende keer vertel ik meer over dit registratietraject.

 

 

Hulp dichtbij: de kapper als therapie?

Hulp dichtbij: de kapper als therapie?

Hoe kleine dingen tot grote resultaten kunnen leiden

Een tijdje terug zat ik bij de kapper. Het was rustig, want ik ging op een doordeweekse dag, zomaar overdag. Ik had namelijk een zeldzame vrije dag zonder kinderen. Toen ik bij de kapper binnen stapte, was er nog één klant aan het afrekenen. Althans, dat was geloof ik de planning van de kappers, maar de betreffende mevrouw dacht er anders over.

Je verhaal kwijt aan de kapper

Zodra ik de deur had opengeduwd, kwam er een stortvloed aan verhalen over me heen, waar ik – of ik nou wilde of niet- direct getuige van was. De vrouw vertelde honderduit over haar wel en wee uit haar relatie en klaagde steen en been over alles wat maar ter sprake kwam. Toen de kappers haar eindelijk zo ver hadden om te betalen en haar jas te laten aantrekken, zag ik aan hun grimas dat ze intussen behoorlijk klaar waren met deze onthullingen van hun openhartige klant.

Niet-praten-stoel

Grinnikend ging ik op de stoel zitten en zwijgend wachtte ik tot de kapper zover was om zich op mij te richten: dat was hetzelfde moment als dat de andere klant eindelijk naar buiten liep. De kappers slaakten een diepe zucht en zochten direct steun bij elkaar: ‘jeetje, wat kan zij kletsen!’ en: ‘dat is bepaald geen type voor een “niet-praten-kappersstoel”‘. Een ‘niet-praten’ stoel? Vroeg ik hardop. Ja, die bestonden. Voor mensen die geen gezeur wilden van de kapper tijdens een knipbeurt. Die geen ongemakkelijke gesprekjes wilden voeren. Het leek erop dat de kappers in dit geval eerder zelf in deze stoel hadden willen zitten.

Geen sociaal leven

Toch hadden ze ook wel met deze klant te doen. Ze was zo alleen, haar knipbeurt eens in de zes weken was zo’n beetje het enige uitje buitenshuis. Op de vraag van de kapper “ga je nog wat leuks doen vanavond?” had ze gereageerd met: ‘oh gewoon in pyjama op de bank en tv kijken zoals altijd’. Blijkbaar had deze vrouw amper een sociaal leven en leefde ze volledig op onder de aandacht van de kappers.

Hulp dichtbij

En terwijl ik geknipt werd, bedacht ik me hoe belangrijk zulke dingen eigenlijk zijn. De gewone dingen van het leven. Vanuit de overheid en de gemeente wordt gepromoot de hulp dichtbij te zoeken. Het liefst door het netwerk, de buurt, de vereniging, de coach, de buurvrouw, of wie dan ook. En zo blijkt, in dit geval, de kapper daar ook een rol in te vervullen. Hoewel het deze meiden koppijn bezorgde en ze klaagden dat ze ‘vooral niet teveel van zulke klanten’ moesten hebben, beseffen ze misschien niet welke belangrijke rol ze misschien vervullen voor sommige kwetsbare mensen.

Het belang van aandacht

Wie weet is deze vrouw inderdaad één van de kwetsbare mensen in de samenleving, die door haar regelmatige kappersbezoekjes echter weer zo wordt opgeladen, dat de stap naar de hulpverlening uiteindelijk niet nodig blijkt. Misschien geven de kappers haar wel de aandacht, tonen ze interesse, geven zij de ontspanning door het gefrunnik aan de haren, het masseren tijdens het wassen, en geven zij haar eventjes het gevoel belangrijk te zijn. De moeite waard. Kan zij zichzelf eventjes weer waarderen, genieten van haar nieuwe kapsel, wordt haar zelfbeeld weer opgevijzeld en neemt haar zelfvertrouwen toe.

Voorkomen van problemen

Dat neemt natuurlijk absoluut niet de zin en het nut weg van de GGZ, maar geeft wel aan dat daarnaast ook de kleine dingen grote resultaten kunnen hebben. Dat er vooral ook veel voorkómen kan worden, soms zelfs ongemerkt, zoals in dit geval. En voor de één is dat het sporten, voor de ander de complimentjes van de leerkracht, en voor de derde de onverdeelde aandacht tijdens een bezoek aan de kapper.

De kapper als hulpverlener

Het gesprek kwam algauw op mijn werk terwijl ik in de stoel zat. En terwijl ik uitlegde wat mijn werkzaamheden inhielden, welke problematiek ik soms tegenkwam en mijn doelgroep een beetje beschreef, bemerkte ik herkenning bij de vrouw die ondertussen mijn haren knipte. Ze vertelde over kennissen met soortgelijke problemen, hoe zwaar ze het vond en hoe zwaar het haar leek om zulk werk te doen. Dat ze het niet zou kunnen, mentaal niet aan zou kunnen. En het enige dat ik dacht, was: meisje, je hebt het net gedaan. Je bent een steun geweest, een vertrouwenspersoon, iemand om op terug te vallen. Je hebt iemand geholpen, zonder dat je het zelf wist.

De eerste stapjes: zelfvertrouwen en machtsgevoel

De eerste stapjes: zelfvertrouwen en machtsgevoel

De eerste stapjes als je niet kijkt

Er is weer een mijlpaal geslagen: mijn jongste dochter loopt! En daarmee is ze nu toch echt baby af. Wat een cliché, maar het is blijft leuk en bijzonder. Al langere tijd liep ze langs de tafels, kastjes en klom ze overal op wat haar maar lukte: de trap, de kast, de bedden van broer en zus, en zelfs via het keukentrapje in haar kinderstoel. Maar lopen deed ze niet. Nog niet.

Wist je dat de eerste stapjes vaak worden gezet buiten het zicht van volwassenen? Het zien van de eerste stapjes zijn daarmee dus vaak niet de eerste stapjes. Dit is met experimenten vastgelegd op videobeelden, leerde ik eens in een cursus. Hoe kan dat? Het heeft te maken met zelfvertrouwen. Voor kleine kinderen geldt: ze doen pas dingen waarvan ze zeker weten dat ze het kunnen.

Los staan

In de fase waarin mijn dochter toe werkte naar het loslopen merkte ik dit ook heel goed. Soms stond ze met haar handen tegen de speelgoed kist aan. Eén handje stevig geklemd aan de kist, de ander werd doelmatig gebruikt om in sneltreinvaart zoveel mogelijk speelgoedstukken de kamer in te slingeren. Maar heel soms kwam ze iets interessant tegen, waarvoor ze beiden handen nodig had om het eens te onderzoeken. Op die momenten liet ze de speelgoedkist los, zonder dat ze er erg in had. Ze stond op die momenten dus los, druk wiebelend om zichzelf in balans te houden. Maar zodra ik een kreetje sloeg in de trant van “oh kijk nou, je staat los!”, greep ze angstvallig de kist beet of liet zich direct op haar billen vallen. Blijkbaar was dat toch wel erg eng.

De eerste stapjes bij een ander

Ik weet niet precies waarom een kind er voor kiest de eerste stapjes “buiten beeld” te zetten. Misschien heeft het te maken met het trotse gevoel, dat ze het pas willen tonen als ze er zeker van zijn dat het gaat lukken? Zodat ze weten dat hun ouders het goed zien en trots reageren? Ik weet het niet. Niet zelden hoor ik ook dat kinderen de eerste stapjes zetten bij hun oma, oppas of de kinderopvang. Ik vermoed dat dit geen toeval is, maar helemaal verklaren kan ik het niet.

Zelfvertrouwen

Dat er een stuk zelfvertrouwen meespeelt herken je in de momenten dat je probeert je kindje te laten lopen: proberen voorzichtig je vinger uit de greep van haar handje los te krijgen om haar los door te laten lopen, resulteerde bij mijn jongste steevast in het op de grond ploffen en een verontwaardigde schreeuw: ‘dat was niet de bedoeling!’. Of ze bleef gewoon staan: echt niet dat zij ging laten zien dat ze kon lopen! Niets op commando.

Maar inmiddels is bij Signe is het kwartje gevallen: ze loopt! En natuurlijk viel dat kwartje tijdens een voorstelling op school van mijn oudste, waar we allemaal geacht werden te blijven zitten. Hoe kiezen kinderen dat altijd uit hè? Dus verhuisde mijn vriend naar de achterste rij, waar Signe haar eerste meters maakte, één hand in de lucht en schaterend van plezier en trots. Het was een voorstelling op zich, prachtig!

Motoriek

Het zal voor jullie ook herkenbaar zijn dat het lopen dan niet direct wordt doorgevoerd: het blijft immers toch wat spannend (hóóg daarboven!), het geeft een heel nieuw perspectief en het zelfvertrouwen hierin moet samen met de motorische vaardigheid verder worden uitgebouwd. Dus kiest Signe nog 80% van de tijd voor kruipen. Hierin is ze zeker, snel en vaardig.

“hoe vroeger een kind kan lopen, hoe meer ervaringen het kan opdoen. Blijf het leren lopen daarom stimuleren.”

Toch is het zo, dat hoe vroeger een kind kan lopen, hoe meer ervaringen het kan opdoen. De wereld wordt groter, bereikbaarder, met nieuwe dingen om te ontdekken, te doen en te leren. Blijf daarom alert op het stimuleren van het leren lopen wanneer dit wat langer op zich laat wachten bij je kleintje. Want het feit blijft dat een kindje zijn motoriek nodig heeft voor andere vaardigheden.

Machtsgevoel

Tussen de 9 en 12 maanden krijgt je kind steeds meer spiercontrole. In de theorie van Mahler is dit de fase van praktiseren. Het leren staan en lopen geeft een ‘almachtsgevoel’, want doordat je baby of dreumes steeds beter zijn bewegingen kan controleren, merkt het dat het invloed heeft op de omgeving. Op het moment dat je kindje los kan staan, is dit als het ware het hoogtepunt in het gevoel van machtsgevoel: ‘kijk mij eens’. Zo hoog en groot is het nog niet eerder geweest. Het feit dat je kindje merkt dat je achter hem aan komt als het begint te lopen, geeft bovendien een hele belangrijke boodschap aan hem: ‘ik ben belangrijk genoeg om opgevangen of opgehaald te worden’. Ze voelen zich dus de moeite waard!