Archief van
Tag: verwachtingen

Verwachtingen van de intelligentie

Verwachtingen van de intelligentie

Als de werkelijkheid tegenvalt

Een paar jaar terug had ik eens een gezin dat hun zoontje aanmeldde bij ons, omdat het gedragsproblemen had op school en thuis. Het gezin had een Arabische cultuur en deze verschilt ook in de opvoeding van de Westerse cultuur. Dit kind was hun oudste kind, en een zoon, wat het kind al een zekere status gaf. De ouders hadden daarmee eigenlijk al bepaalde verwachtingen van hem, en hoge ambities voor de toekomst.

Gedragsproblemen

Dat dit kind al met de eerste maanden school problemen gaf, was dan ook een behoorlijke tegenvaller voor het gezin. School was immers een milieu dat voor dit gezin heel belangrijk was. Sowieso is gehoorzaamheid aan je meerdere, een groot goed voor deze mensen. Dat de ouders voor hun gevoel al snel ‘op het matje werden geroepen’, namen ze dan ook uiterst serieus. Ze zetten zich met de leerkrachten in om hun zoontje te helpen met het leren van de kleuren, de vormen en van groot naar klein reeksen. Ze vroegen wat zij als ouders thuis konden doen, en namen hun taak heel ernstig.

Leerproblemen

Maar ondanks verwoede pogingen van het gezin en school, ondanks avonden lang thuis oefenen, het jongetje bleef problemen geven. Hij barstte in woede uit in de klas, waarna hij met dingen gooide en de andere kinderen uitschold of zelfs pijn deed. Thuis was hij volgens ouders niet te houden. Hij was brutaal en ongehoorzaam, hij weigerde te doen wat vader zei en elke poging om schoolwerk te oefenen, leidde steevast tot fikse escalaties tussen zoon en ouders. Vader zat met zijn handen in het haar en kwam ten einde raad bij ons.

“Hij vertikt het gewoon”

Na het horen van alle klachten, vroeg ik hen naar hun wens en hoop voor hun zoontje. “Dat hij zich weer gaat gedragen. Dat hij weer luistert naar ons, en niet steeds die woede-uitbarstingen. Dat hij begrijpt dat school belangrijk is en dat je je daarvoor moet inzetten, en niet zomaar je kont in de krib gooien. Want hij is slim zat, hij vertikt het gewoon te doen! Dat frustreert me”. Ik had heel erg met het gezin te doen. Ik vermoedde dat dit jongetje werd overvraagd en niet kon waarmaken wat zijn ouders van hem verwachtten en hoopten. Maar dat leek bijna een taboe-onderwerp. Ouders lieten op elke manier doorschemeren dat die verklaring geen verklaring was.

Twijfels over de intelligentie

Met toestemming van ouders nam ik contact op met school, waar ik sprak met de leerkracht en de schoolresultaten bekeek. Mijn vermoeden werd bevestigd: ondanks forse ondersteuning en één op één begeleiding merkten de leerkrachten te weinig groei. Hij deed erg zijn best, maar had intensieve ondersteuning nodig en raakte ondanks dat toch steeds verder achterop met de lesstof. De leerkrachten twijfelden aan zijn cognitieve capaciteiten.

Inzicht in het leren

Ik sprak opnieuw met ouders en probeerde het onderwerp in de week te leggen. “We zullen moeten kijken hoe hij leert, hoe hij de dingen aanpakt, wat zijn sterke en minder sterke kanten zijn en hoe we daar gebruik van kunnen maken of op in kunnen spelen”. Na het uitgebreid bespreken van het belang van het in kaart brengen van zijn intelligentie, en eventueel bijstellen van de verwachtingen hierover, werd het intelligentieonderzoek gepland.

Overvraagd worden

Het was direct duidelijk: dit kindje wordt met een zwakke intelligentie sterk overvraagd door zijn omgeving. Nu kwam echter het lastigste onderdeel, want ik moest het de ouders vertellen. Nu is dat op zich nog te doen, maar wanneer je als ouder zulke sterke verwachtingen of overtuigingen hebt voor je kind, is het heel lastig als een ander daar ineens vraagtekens bij gaat stellen. Want dat maakt kwetsbaar: dan heb je het als ouder dus al die jaren niet goed gedaan of gezien? En waarom zou iemand van buitenaf het nou beter weten?

Lastige gesprekken

Het zijn lastige, maar wel noodzakelijke kanten van mijn beroep. En soms lukt het ook niet helemaal. Ik nam de tijd voor het uitslaggesprek, waarin ik de resultaten toelichtte van wat ik had onderzocht en hoe hun zoontje scoorde. Ik probeerde duidelijk te maken hoe belangrijk het is dat elk kind op zijn eigen niveau moet kunnen werken, om ervoor te zorgen dat het kan leren en tegelijkertijd gelukkig kan blijven en succeservaringen kan opdoen.

Hardnekkige verwachtingen

Omdat bij dit gezin de verwachtingen zo sterk op de voorgrond stonden, heb ik hier veel aandacht aan besteedt, door direct duidelijk te zijn: dit kind zal niet naar de universiteit gaan, dit kind zal veel ondersteuning nodig blijven hebben en een eigen leerlijn moeten volgen. Het zou oneerlijk zijn om iets anders te verwachten. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij het gezin bleven de overtuigingen actief: “wanneer is deze achterstand bijgewerkt? Wat is er voor nodig om hem op dit niveau te krijgen? Hoeveel moeten we daar voor oefenen, want dan doen we dat gewoon. Het is tenslotte maar een momentopname, hij heeft waarschijnlijk gewoon geen zin gehad, zo doet hij dus thuis ook steeds, hij vertikt het gewoon, hij kan het gewoon”.

De waarheid accepteren

Voor dit gezin was één gesprek onvoldoende. Soms is er meer tijd voor nodig om de waarheid te accepteren en om dit een plek te kunnen geven, waar je als omgeving goed op kunt reageren. Ik heb dit gezin nog een tijd gevolgd om gesprekken mee te voeren. Het valt immers niet mee om je verwachtingen bij te stellen. Sterker nog, dit is één van de meest onderschatte en moeilijkste opgaves binnen de opvoeding, op welk terrein dan ook. Geduld is in die gevallen een schone zaak.

Regels en grenzen onder de loep

Regels en grenzen onder de loep

Opvoeden met een korreltje zout

Met de paplepel wordt ons aangeleerd dat we regels en grenzen moeten stellen aan onze kinderen. Een opvoeding zonder regels, is een mislukte opvoeding. Je moet vooral consequent zijn, want anders nemen ze een loopje met je en is het eind zoek. Als ouders moet je bovendien ook vooral één lijn trekken, anders raakt je kind in verwarring of erger nog, speelt het jullie tegen elkaar uit.

“Kinderen hebben regels nodig”

Ja, dat zijn zomaar wat kreten die ik tijdens mijn opleidingsjaren ook te horen kreeg. Ik ben ook opgeleid met de wetenschap en visie dat regels en grenzen een onmisbaar ingrediënt zijn van een succesvolle opvoeding. Nu heb ik, door schade en schande, in de praktijk ervaren dat hier nogal wat nuances in mogen worden aangebracht. Zowel in de ‘opvoeding’ van mijn cliënten (en diens ouders), als met mijn eigen kinderen.

Op zoek naar genoeg

Nee, ik ben geen vrijgevochten alternatieve ouder. Waar trouwens niks mis mee is, want menig persoon kan nog wat leren van de bewuste opvoeders met antroposofische of vrije-school inslag. Maar ik bedoel maar te zeggen dat ik ook een doodgewone huis-tuin-en-keuken ouder ben. Nouja, dat denk ik dan maar. En vanwege het feit dat ik zoveel herken van alle ouders die bij mij komen (die het heus niet allemaal verknallen hoor, integendeel), ga ik daar voor het gemak maar even van uit.

Meestal doe je het gewoon goed

Regels zijn belangrijk, net als grenzen aangeven en vasthouden en zorgen voor structuur in de opvoeding. Maar de wijze waarop dat wordt doorgevoerd is nogal op wat verschillende manieren mogelijk. Gelukkig maar, want dat maakt het ook zo mooi: elk gezin doet het op zijn manier, en 9 van de 10 keer is dat ook prima. We moeten tenslotte niet vergeten dat het in de meeste gevallen gewoon goed gaat, en dat daar geen hulp voor nodig is. Er is dus geen Gulden Route. Nee, je bent als ouder gelukkig vrij in hoe je je kinderen grootbrengt en om te kijken hoe je het beste bij de behoeften van jouw kroost kan aansluiten.

Rekening houden met elkaar

Waarom dan het gehamer op die regels? Dat zal ik uitleggen. Eigenlijk is een opvoeding een mix van verschillende ingrediënten. De belangrijkste, en dat zal niemand mogen verbazen, is die van liefde, warmte, acceptatie. Van begrip, erkenning en er mogen zijn. Maar we leven in een maatschappij die ook wat van ons verwacht: op tijd komen, je aan de afspraken houden, de deur voor elkaar open houden, opstaan voor oudere mensen in de bus of belasting betalen. Er zijn dus regels. En om te snappen en te beseffen dat je daar aan moet voldoen, en jezelf dus ondergeschikt maken aan een algemeen belang, vergt van ons dat onze kinderen worden opgevoed met regels en grenzen.

Zonder grenzen: grenzenloos

Wanneer kinderen volledig vrij worden gelaten, kunnen ze wellicht hun volledige creatieve talenten ontdekken en inzetten, maar zit de kans erin dat je lippenstift op de muren aantreft, of graffiti op het huis van je buren. Want zonder begrenzing, kun je niet van je kind verwachten dat het rekening houdt met andermans belangen. Grenzen zijn dus nodig. Om het leefbaar en acceptabel te houden. Maar hoe voer je dat uit in de opvoeding, zonder politie-agent te hoeven spelen? Want niet zelden krijg ik verhalen van ouders te horen waarvan ik spontaan de hoofdpijn voel opkomen.

Grenzen zijn persoonlijk

Laat ik voorop stellen: ik kan heel streng zijn, en dan vinden mijn kinderen mij echt geen leuke moeder. Ik word waarschijnlijk eerder gezien als een hysterische Cruella De Vill als ik weer eens gefrustreerd Ach en Wee roep bij het aantreffen van de kinderkamer. Ik bescherm op dat moment ook mijn grenzen en herhaal de regels: spullen opruimen en direct op de goede plek leggen. ‘Raap die pen eens op, die hier in de hal ligt’, en na 5 minuten: ‘Jongens, die pen ligt nu op de bank, ik heb gezegd dat dingen op de juiste plek moeten worden opgeruimd’. Ik ben vervolgens een hele ochtend kwijt met ze, 10.000 stappen rijker en een half pak hagelslag verder (die Signe in een onbewaakt ogenblik op de grond had uitgestrooid), maar de doppen zitten weer op de stiften, het oud papier is aangevuld en de boeken zitten weer op hun plek in de kist.

Laat het van de situatie afhangen

Maar regels hanteren en grenzen stellen betekent niet dat dit boven alles gaat. Als wij om half 9 terugkomen van iets, en de kinderen staan te zwalken op hun benen van vermoeidheid, negeer ik de rommel op de grond en help ik ze met hun pyjama’s aantrekken, al kunnen ze dat zelf. Als je een leuk uitje hebt gepland en er moet eigenlijk nog iets worden opgeruimd waardoor je in tijdnood komt, doe dan alsof je het niet hebt gezien. Of licht toe waarom het nu niet hoeft. In andere woorden: wees flexibel en empathisch. Wees menselijk, stem het af op de situatie.

Choose your battles

Maak gebruik van de mogelijkheid wanneer je die hebt, en probeer tolerant te zijn op momenten dat je minder in de gelegenheid bent om de regels na te komen. Zo heb ik op vrije dagen, vanzelfsprekend, veel meer tijd om op de regels te letten en kan ik ze daarin veel meer begeleiden. Dat doe ik dan ook. Mijn kinderen kunnen als ze willen ook vrijwillig klusjes doen voor ‘punten’, waarmee ze bijvoorbeeld sparen voor een keertje uit eten gaan. Tegelijkertijd haal ik heel regelmatig mijn schouders op of kijk ik een andere kant op. Het heeft geen meerwaarde om op alle slakken zout te leggen of om overal een ‘les’van te maken.

Er moet geleefd worden

Er moet ook gewoon geleefd kunnen worden. Kinderen moeten spontaan kunnen zijn, kunnen spelen, plannen maken, uitstapjes maken, kunnen afspreken, sporten, what ever. Ik heb simpelweg gewoon niet altijd tijd en zin om te zeggen ‘hé, gooi dat eens in de was’, ‘draai de dop eens op de tandpasta’ of ‘je moet dit nog opruimen’. Soms geniet ik er ook even van dat ze zo heerlijk spelen, ook al is de hele kamer een zooi, want dan kan ik gewoon even in mijn boek kijken of genieten van hun spel.

Consequent zijn…?

Het idee dat je als ouders altijd maar consequent moet zijn en één lijn moet trekken binnen de opvoeding, trek ik dan ook zeer in twijfel. Niet dat mijn kinderen nou het schoolvoorbeeld zouden zijn van een fantastische opvoeding, toch hoor ik tot mijn genoegen uit mijn omgeving vaak positieve geluiden terug, wat mij het vertrouwen geeft dat we wat flexibeler mogen omgaan met de opvoeding. Het consequent zijn betekent naar mijn idee veel meer dat je kinderen kunnen verwachten van je hoe je reageert. Dat betekent dus ook dat je je kinderen kunt leren dat er uitzonderingen op de regel zijn, en dat je in die gevallen anders reageert dan gebruikelijk. Je bent dan voor mijn gevoel nog steeds consequent, met empathie voor de situatie, en niet iemand die star vasthoudt aan de letterlijke zin van het woord.

Voor welke waardes sta je?

Dat je je speelgoed moet opruimen kan een regel zijn, maar niet vlak voor vertrek om op tijd te komen op de korfbal: in dat geval weegt de waarde ‘op tijd komen’ zwaarder dan de waarde ‘opruimen’, wat je je kind kunt uitleggen. Dit kan natuurlijk bij een ander gezin precies omgekeerd zijn, wat niks uitmaakt: zolang je kind maar snapt wat er verlangt wordt, en waarom het eventueel nu anders is dan normaal gesproken.

Eén lijn trekken als ouders…?

Idem dito voor het idee dat ouders altijd dezelfde regels zouden moeten hanteren en ‘een lijn moeten trekken’. Natuurlijk is het heel fijn en handig als je het samen eens bent over een bepaalde aanpak, of dat je min of meer op dezelfde wijze reageert. Maar dit is eerder een uitzondering dan dat we dat moeten verwachten van elkaar. Man en vrouw verschillen tenslotte, op zoveel verschillende manieren. Je bent allebei een verschillend persoon, je hebt een andere relatie met je kind, je hebt een andere opvoeding gehad dan je partner. Het is daarom niet meer dan logisch om ervan uit te gaan dat je allebei anders reageert binnen de opvoeding.

Wees jezelf

Het zou heel bijzonder, of misschien zelfs vreemd zijn, wanneer je als ouders exact hetzelfde omgaat met je kinderen en exact gelijk reageert in bijvoorbeeld het oplossen van conflicten. Dat is daarom dan ook niet iets om direct na te streven, als je het mij vraagt. Als ouders, en dus twee unieke individuen, heb je allebei je eigen manier van omgaan met je kinderen. Die, zoals eerder gezegd, 9 van de 10 keer prima is. Wanneer je kind weet wat het van je kan verwachten, is het dus goed. Ook al is dat anders dan wat het van je partner kan verwachten. Je kind wéét tenslotte niet beter dan dat jij jij bent, met al jouw unieke eigenschappen en eigenaardigheden.

Verschillende verwachtingen

Het zal dan ook verschillende verwachtingen hebben van jou, in vergelijking met je partner. En daar is niks mis mee. Sterker nog, dit staat dichter bij ons, dan wanneer wij ons in bochten zouden wringen omdat wij ons gedragen ‘zoals het hoort’, of zoals het ‘wordt verwacht’. Je kind is niet gek. Het kent jou als geen ander, en wéét wat het van jou kan verwachten. Wees daarom maar liever jezelf en authentiek. Dat je kind dan vaker naar papa stapt om te vragen of ze tv mogen kijken, omdat hij sneller zal toegeven, is dan iets dat we voor lief moeten nemen.

Opvoeding is niet zwart-wit

Structuur, regels, grenzen… ik hanteer ze, en ik kan niet zonder ze, maar wel binnen de mogelijkheden van de situatie. Voor alle lieve, hardwerkende ouders wil ik daarom het advies geven: ga eens bij jezelf na wat het belangrijkste is: het geluk van dat moment, het in stand houden van een waarde, het leren van een les, of het op één lijn komen met elkaar? Of mogelijk nog iets heel anders? Wees niet bang om de regels af en toe te laten vieren. Zolang jij dicht bij jezelf blijft en kunt uitleggen waaróm je daar nu voor kiest, is het voor een kind veel makkelijker te accepteren en te begrijpen. Het leven is nu eenmaal niet zwart-wit. Zoek de kleuren op.

Toename in psychische problemen

Toename in psychische problemen

Zorgen over de toekomst

Niet om melodramatisch te gaan doen, maar ik wil toch iets van mijn hart. Ik maak me zorgen over de ontwikkelingen binnen onze maatschappij en de effecten ervan op de psychische gezondheid van kinderen en jongeren. Er is sinds 2015 een nieuwe jeugdwet, waardoor de psychische zorg voor kinderen en jeugd niet meer via zorgverzekeraars loopt, maar wordt geregeld via de gemeente. Sindsdien worden eigenlijk overal noodklokken geluid. Dat is niet zo gek: er bestond een systeem dat door de jaren heen steeds verder is ontwikkeld, en redelijk liep. En ineens wordt dan binnen no-time alles op zijn kop gegooid, en wordt er zogezegd een nieuw wiel uitgevonden. Maar helaas eentje die niet goed rolt, zo blijkt.

Meer jongeren met problemen

Naast alle administratieve rompslomp, onzekerheden en onduidelijkheden die de nieuwe jeugdwet met zich meebrengt, is er bovendien nog een andere ontwikkeling gaande. Die tweede ontwikkeling loopt eigenlijk parallel aan de eerste, maar dan wereldwijd. Er is namelijk een toename in psychische problemen bij kinderen en jongeren. Zelfs zo erg, dat de Wereldgezondheidsorganisatie spreekt van een epidemie. Deze trend zet zich voort, wat betekent dat er steeds meer kinderen en jongeren psychische zorg nodig hebben, ook in Nederland. Daarom is het des te frustrerender voor ons als hulpverleners, dat er op deze hulp wordt bezuinigd. En niet zo’n beetje ook.

Gevolgen van de nieuwe jeugdwet

Zo wordt ons budget van 2017 maar liefst 11,5% minder dan die van 2016. En dat, terwijl er steeds meer mensen hulp nodig hebben. Bovendien gaat heel veel tijd op aan het eindelijk aanleveren van cijfers, je werkzaamheden verantwoorden en controleren of deze processen goed lopen (helaas gaat nog het te vaak mis), waardoor er minder tijd over blijft om cliënten te zien. Het voelt daarom ontzettend dubbel, dat je als praktijk groeit en populair bent, dat er steeds meer aanmeldingen blijven komen, maar dat je aan de andere kant weet: we kunnen niet iedereen helpen, want straks is het geld op, en dan?

Geen geld door bezuinigingen

Het gaat rechtstreeks tegen onze visie als hulpverleners in: je hebt dit vak geleerd om anderen te helpen. Ik ben van mening dat iedereen recht heeft op psychische hulp, dat hierin geen drempel mag zijn. Want uiteindelijk heeft de hele maatschappij baat bij psychisch gezonde mensen. Maar die drempel wordt wel opgegooid nu. We worden min of meer gedwongen een wachtlijst te maken, omdat er teveel werk is voor te weinig mensen. Er is werk zat, maar geen geld om het te vergoeden. Dat wringt.

Epidemie van psychische problemen

En als je dan de cijfers van de World Health Organisation (WHO) leest, dan kan ik me daar nog bozer om maken. Waarom wordt door de maatschappij deze negatieve trend bevorderd? Ik snap dat er bezuinigd moet worden, maar waarom wordt er geen rekening gehouden met effecten op de lange termijn? Ongeveer 30% van de jongeren (15-30 jaar) wereldwijd heeft namelijk psychische problemen. Hiervan komen verslavingen het meeste voor (15 tot 20%), maar ook depressies (10 tot 15%) en allerlei angststoornissen (5 tot 15%). Ook heeft 2-5% een eetstoornis en 2-3% een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Niet kunnen voldoen aan verwachtingen

Van de jongeren tussen de 14 en 25 jaar geeft zo’n 60% aan dat ze zich slecht voelen, omdat ze denken niet aan andermans verwachtingen te kunnen voldoen. En 1 op de 3 van de jongeren heeft het gevoel dat ze hun problemen niet aan kunnen. Daar schrik ik van! Dit geeft de noodzaak aan voor tijdige hulp, voordat de problemen steeds ernstiger en hardnekkiger worden. En duurder dus, bovendien.

Langer wachten met aanmelden

En dat ze steeds ernstiger worden, merk ik ook in de aanmeldingen. Sinds de crisis wachten mensen sowieso al langer met aanmelden van hun kinderen, uit angst dat het hen geld kost. Maar ook sinds de nieuwe jeugdwet was er wat huivering, omdat het vaak nog onduidelijk was. Als ouders hun kroost dan uiteindelijk hadden aangemeld, waren de problemen in veel gevallen al vergevorderd. Daardoor is naar mijn idee het werk ook zwaarder geworden. Dat wordt nu extra puzzelen, omdat je gebonden bent aan een beperkte tijd dat je mag behandelen.

Meer zelfmoord onder jongeren

Als je bijvoorbeeld kijkt naar zelfmoord, dan zie je ook in de suïcidecijfers een toenemende trend. In België is het zelfs de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren tussen de 15 en 24 jaar. Jongeren doen meer dan anderen pogingen om zich van het leven te beroven: 10% van de 18-jarigen zegt dit al vaker te hebben overwogen. Bij meisjes is dit zelfs 20%.

Rollen om te vervullen

Het heeft ook te maken met de maatschappij van nu, de omgevingsfactoren waar jongeren mee te dealen hebben, zogezegd. Ik merk het zelf ook: er worden veel verwachtingen aan je gesteld en het is soms koorddansen en tegelijk jongleren om alle ballen hoog te houden.  Je moet tegenwoordig, meer dan ooit, zoveel rollen vervullen: binnen de familie, vriendenkring, je werk, studie, spiritueel, cultureel… Voor een jongere die nog zo kwetsbaar is, en midden in zijn ontwikkeling zit, is dit moeilijker dan voor wie dan ook.

Hogere verwachtingen

Die rollen die we als mens moeten vervullen, komen door de verwachtingen van anderen. En die verwachtingen zijn steeds hoger geworden, bijvoorbeeld voor het succesvol zijn op school en in je opleiding. De verwachtingen doen bovendien nog iets schrijnenders: we streven met z’n allen steeds meer naar individualiteit, naar eigen succes, naar status, een hoger salaris en meer spullen. Hiermee wordt direct narcisme in de hand gewerkt, en aan de andere kant de intrinsieke motivatie afgekalfd. Hoe mooi zou het zijn, als je als jongere gewoon een opleiding kiest omdat je echt passie hebt voor het werk? Hoe fijn zou het zijn als de omgeving daarin kon aanmoedigen, zonder hierin te oordelen? Helaas blijkt dat dus steeds minder voor te komen.

Hersenontwikkeling in puberteit

In de puberteit, vanaf een jaar of 11, tot een jaar of 25-30, zijn de hersenen in volle vaart aan het ontwikkelen. Niet voor niks is dit voor jongeren en hun omgeving een pittige tijd. De snelle hersenontwikkeling wordt bovendien sterk beïnvloedt door de ervaringen die jongeren opdoen in hun omgeving, zoals met vrienden of hun ouders. En de verschillende hersenfuncties ontwikkelen zich grillig en niet tegelijkertijd. Dat tieners lekker uit de pan schieten is dan ook niet meer dan normaal.

Executieve functies

Zo is het emotionele gebied in de hersenen, het limbisch systeem, eerder ‘klaar’ dan de pre-frontale cortex (weet je nog? Die van de executieve functies). Voor je nu aan je hoofd krabbend en met lege blik afhaakt: de vaardigheden zoals op de lange termijn kijken, bedachtzaamheid, plannen, organiseren, timemanagement, reflecteren op jezelf en jezelf onder controle houden zijn voorbeelden van die executieve functies. Maar die beginnen zich dus pas rond je 15e te ontwikkelen, wat betekent dat jongeren emotioneel gezien als het ware ‘op scherp’ staan: er hoeft maar iets te gebeuren, of er is een kwetsbaarheid ontstaan…

Gezonde emotieregulatie

Niet gek dus, dat ik het gros van de tijd in behandelingen bezig ben met het bevorderen van een gezonde emotieregulatie bij deze leeftijd. Jongeren hebben nog de afhankelijkheid van hun omgeving, omdat zij zelf de vermogens missen om met hun ingewikkelde emoties om te gaan. En omdat het wel een essentiële vaardigheid is om tot een stabiel en evenwichtig persoon op te groeien, besteedt ik hier veel tijd aan.

Stress leidt tot schade

Jongeren willen voldoen aan al die eerder genoemde verwachtingen, net als volwassenen trouwens. Maar kinderen zijn nog een stuk loyaler hierin, en kunnen door te hoge verwachtingen veel stress ervaren. En laat stress nou precies hetgeen zijn wat je niet kunt gebruiken in deze tijd, als de hersenen zich zo drastisch ontwikkelen. Want teveel stress leidt simpelweg tot hersenschade. Ook de kans op gevoelens van faalangst en perfectionisme nemen dan toe, wat ervoor kan zorgen dat jongeren in een isolement raken of falen in hun werk. Niet voor niets zijn de werkloosheidscijfers onder jongeren zo hoog.

Risicofactoren in de leefstijl

Ik ben nog niet klaar hoor, helaas. Want het zijn niet alleen kwetsbaarheden door de hersenontwikkeling en de verwachtingen vanuit de omgeving, het is ook de totale leefstijl die zo erg is veranderd de afgelopen jaren, dat de gevolgen daarvan nu pas steeds duidelijker worden. Even een paar voor de hand liggende, maar daarom niet minder belangrijk:

  • Er wordt steeds slechter gegeten, dus ook door jongeren. Het is sowieso bekend dat zij in de puberteit een natuurlijke behoefte hebben aan meer vet (voor de ontwikkeling van de hersenen). Helaas speelt de voedselindustrie niet in op wat gezond is voor mensen, maar op wat er geld oplevert. In plaats van de broodnodige omega 3 en omega 6 vetzuren, eten de meeste jongeren dus de schadelijke vetten in o.a. fastfood en de meeste etenswaren uit pakjes of zakjes.
  • Hetzelfde geldt voor suikers: in steeds meer voedselproducten zit suiker. Deze geven insulinepieken en dips in de bloedsuikerspiegel, waardoor jongeren opnieuw gaan eten. Uiteindelijk leidt dit tot o.a. obesitas, maar de suikerpieken geven ook ontstekingen in de hersenen, waardoor klachten ontstaan zoals slechte concentratie, geheugenproblemen, prikkelbaarheid, meer angst en impulsiviteit.
  • Niemand kijkt nog gek op als een ouder vertelt dat zijn 16-jarige zoon tot diep in de nacht aan het gamen is. Het is intussen bijna normaal geworden dat jongeren laat naar bed gaan. In zekere zin is dat ook zo: ze hebben pas later afgifte van het inslaaphormoon melatonine, en daardoor biologisch gezien een heel ander slaapritme. Helaas dwingt het schoolsysteem ze om op tijd op te staan, wat dus leidt tot een slaaptekort in zo’n 50-70% van de jongeren. Ook slaaptekort leidt tot klachten zoals meer angst, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, slechtere cijfers en meer impulsief gedrag. Op de lange termijn raak je door het slaapgebrek gedemotiveerd en heb je een veel hogere kans op depressie.
  • Nog een inkoppertje: jongeren sporten steeds minder. Zo’n 40% (dus bijna de helft!) van de mensen sport niet of nauwelijks. Ernstig, want niet sporten vergroot de kans op depressie met maar liefst 25%!
  • Een probleem van deze tijd: cyberpesten, problemen via social media, waar veel jongeren worden geïntimideerd. Dit blijken belangrijke triggers voor ontwikkeling van psychische problemen.

Veerkracht als bescherming

Zo lezend lijkt het toch bijna een wonder dat er nog jongeren zijn die ‘goed gelukt’ zijn. Door mijn werk heb ik wellicht ook een wat vertekend beeld van de realiteit (dat hoop ik althans). Hoewel ik ook regelmatig jongeren tegenkom, die zo krachtig zijn en waarbij het een wonder is dat zij zich staande kunnen houden, ondanks alles wat zij meemaken. Dat is de veerkracht, die sommigen van ons hebben. En natuurlijk betekenen alle ontwikkelingen binnen de zorg en de bovengenoemde zaken niet dat een jongere automatisch psychische problemen krijgt. Het zijn risicofactoren. Hoe meer hiervan aanwezig zijn, hoe meer kans op problemen.

Triggers en risico’s

Zoals bij volwassenen ook vaak het geval is, is er vaak een trigger, waardoor er ineens problemen ontstaan. Denk aan een ingrijpende gebeurtenis, scheidende ouders, verraden worden door vrienden, een overlijden van een dierbaar iemand… Tot die tijd leek alles goed te gaan, maar na zo’n gebeurtenis komen ineens klachten naar voren. Maar nog steeds komen de meeste jongeren zonder al te veel kleerscheuren door deze periode. Maar, en dat is dus mijn zorg, dat worden er naar verhouding dus wel steeds minder.

Bezorgdheid

En hoe is het dan in vredesnaam mogelijk dat hier op wordt bezuinigd? Een gezond opgroeiende jongere is een investering in de toekomst, die, als het goed functioneert, de maatschappij juist veel oplevert. Het is vanuit die optiek voor mij onbegrijpelijk dat ik nu tegen mensen zou moeten zeggen: nog even geduld, ik heb geen plek, geen tijd voor u, geen geld om je probleem te behandelen. Om mensen naar huis te sturen, op het moment dat zij die belangrijke stap hebben genomen om te bellen. Vaak na zo lang overwegen, even aankijken, doormodderen, nog eens proberen. Tot het genoeg was, tot het niet langer ging, tot de nood te hoog werd. Ik ben bang dat wij mensen uit beeld verliezen, dat ze tussen de mazen van het net glippen, omdat er niet direct op de hulpvraag van mensen kan worden ingespeeld. En als ik dan de bezorgde berichten lees van de WHO wordt deze bezorgdheid alleen maar bevestigd.

Visie vasthouden

Hoe klein we ook zijn, als kleine vrijgevestigde, we houden onze visie hoog en blijven handelen naar ons geweten, proberen waar we kunnen de invloed uit te oefenen. Het is een spanningsveld, eentje waarin ik soms overwerkt raak en mezelf streng moet toespreken me niet gek te laten maken. Mijn supervisor van de opleiding symbooldrama zei al jaren tegen ons: laat je niet gek maken, blijf gewoon je werk doen. En mijn werk, dat is mensen helpen bij hun psychische problemen. Dus dat doe ik.

Zwak werkgeheugen: stapjes terug!

Zwak werkgeheugen: stapjes terug!

Small steps, big results

Laatst sloot ik een behandeling af met een jongen uit de bovenbouw. Het was een wat langer traject dus ik kende hem al een poosje. Na de aanmelding waren er wat signalen voor een aandachtstekortstoornis, dus stelde ik voor om te beginnen met onderzoek. En inderdaad, in dit geval bleek er een concentratiestoornis te zijn: de jongen had ADD.

Maar dat was natuurlijk pas het begin van het traject, want na een classificatie is het probleem niet opgelost. Voor ouders was het best een schok: hun zoon, met als zijn dromerigheid en eigenaardigheden, had ineens een verklaring voor zijn grillen! Wat betekende dat voor hen als ouders? Hadden ze anders moeten handelen?

Schuldgevoelens

Het is niet zeldzaam dat ouders een schuldgevoel ontwikkelen nadat er uit een onderzoek een bepaalde conclusie of classificatie volgt: “hadden we het eerder moeten zien?”, “heb ik nu al die jaren gemopperd terwijl hij er niks aan kon doen?” zijn maar enkele voorbeelden van gedachtes die dan door het hoofd kunnen schieten. Zo ook bij deze ouders.

En dat gaat me best aan het hart: ik zie twee liefdevolle ouders die zich inzetten voor het welzijn van hun zoontje, maar soms tegen muren oplopen omdat ze merken dat hun aanpak blijkbaar niet leidt tot blijvende verbeteringen. Dat geeft frustraties en irritaties, en kan de sfeer behoorlijk teniet doen in huis.

Psycho-educatie

Om die reden stel ik dan vrijwel altijd voor om ouders (en het kind het liefst ook) voor psycho-educatie te laten komen. Dit is een duur woord voor een stukje therapie waarin wordt ingegaan op de classificatie, in dit geval ADD. Hierin wordt uitgelegd wat het hebben van zo’n stoornis inhoudt en wat het betekent voor de praktijk. Het is namelijk nog altijd zo dat meer kennis ook leidt tot meer begrip. En dat is een belangrijke eerste stap. Daarnaast ontschuldigt het ook: het legt uit waarom de dingen gaan zoals ze gaan, zonder iemand als boosdoener aan te wijzen. Dat is vaak een opluchting voor het gezin: het kind krijgt erkenning voor de dingen die hij lastig vindt, de ouders krijgen erkenning voor hun inzet en pogingen om het gedrag te veranderen, zonder al te veel succes.

Maatwerk

Natuurlijk kun je ook een goed boek lezen over ADHD (wat ik trouwens ook zeker aanraadt aan ouders die een kind hebben met een aandachtstekortstoornis), maar dat blijft toch vrij statisch. Ik hou er niet van om als het ware de feitjes en de rijtjes op te lepelen. Nee, want ouders hebben een kind die naast zijn ADHD/ADD ook nog een karakter, temperament en sociaal leven heeft. Dat betekent maatwerk. En natuurlijk herken ik bepaalde patronen die in deze gesprekken terugkomen, want aan de stoornis liggen immers dezelfde oorzaken ten grondslag.

Zwak werkgeheugen

Een van die oorzaken is een slecht werkgeheugen, waardoor vaak het opvolgen van meerdere opdrachten en het onthouden van meerdere dingen tegelijk een onmogelijke opgave wordt. Zo ook bij deze ouders met hun zoon. Gék werden ze er van, iedere keer kwamen ze laat, terwijl ze de hele ochtend achter zijn broek aan zaten en hij doodleuk een stripbroek zat te lezen met slechts één been door zijn broek omdat hij al 20 minuten lang niet aan zijn andere been was toegekomen. Onbegrijpelijk vonden ze het. Hij was toch al zo oud? Alle kinderen van die leeftijd kunnen zich toch gewoon behoorlijk aankleden, tanden poetsen, haren doen, ontbijten, en klaar maken voor school?

Automatiseren

Het werd één van de belangrijkste behandeldoelen: het automatiseren verbeteren en daarmee de zelfstandigheid bevorderen. Daarvoor is in eerste instantie begrip nodig van de situatie zoals die is, namelijk: nee, je kind kan dat niet.  En dat klinkt hard, maar is nodig om je te realiseren voordat je verder gaat. Wanneer je als ouder de verwachting blijft houden dat hij dat allang zou moeten kunnen, ga je impliciet uit van onwil. En daarmee ga je wellicht onnodig de strijd aan om iets voor elkaar te krijgen wat uiteindelijk niet lukt.

Bijstellen van verwachtingen

Dus: terug naar de basis. Wat lukt wel? En bij dit gezin was het heel veel stappen terug. Zoveel stappen, dat de ouders het bijna gênant vonden: het leek wel alsof ze een kleuter moesten begeleiden, zeiden ze me. Want ik adviseerde dat we zouden proberen het gedrag weer opnieuw in te slijten, stapje voor stapje. Uiteindelijk kwamen ze zelf met het idee om pictogrammen te gebruiken, zoals de dagritmekaarten die ze op scholen gebruikten. Daarmee konden ouders de jongen terug verwijzen: “kijk eens op de kaart, wat moet je nu doen?”.

Oplossingsvaardigheden

We besteedden veel tijd aan het versterken van oplossingsvaardigheden van de jongen, door het balletje steeds bij hem te leggen. Niet oplossen, wat wel veel sneller en efficiënter is en bovendien een hoop gedoe en irritaties scheelt, maar coachen. En dat is moeilijk, want ouders zijn geboren oplossers: “kom maar, ik doe het wel even”, “laat mij dat maar doen, dat is sneller”, vast herkenbaar voor veel ouders. En nu werd deze ouders juist gevraagd om op hun handen te zitten, op hun tong te bijten en slechts af en toe een open vraag te stellen: “wat moet je doen? Wat doe je daarna? Hoe gaat je dat lukken? Waar moet je mee beginnen? Hoe weet je of je klaar bent?” Etc.

Resultaten

Tegelijkertijd kwam de jongen voor behandeling en individuele psycho-educatie. Om te leren over zichzelf, over ADD en hoe dit slechts een onderdeel is van wie hij is. Er werd met school een plan opgesteld om hem daar ook aan zijn behoeften tegemoet te komen. Op drie fronten (individueel, ouders en school) werd gewerkt aan het ‘omgaan met’. En een tijdje terug zag ik de ouders voor de evaluatie.

Wat bleek? De jongen had het ochtendritueel volledig geautomatiseerd. Ouders hoefden niet meer te mopperen,  wat een stuk meer gezelligheid opleverde in de ochtenden. Sterker nog, de jongen had vaak nog wat tijd over om iets voor zichzelf te doen. Het teruggaan in stapjes en verwachtingen vanwege het zwakke werkgeheugen was een goede zet geweest. De verschillende stappen waren ingesleten en een gewoonte geworden, waardoor de pictogrammen allang niet meer nodig waren en zelfs het coachen veelal overbodig bleek. Ouders hadden gemerkt hoeveel het scheelde als ze vooraf situaties bespraken: ze vertelden hun zoon vooraf wat ze van hem verwachtten, en dat bleek voldoende voor hem om het daadwerkelijk te laten zien. De ouders waren perplex! Hij was zelfstandiger, had meer zelfvertrouwen en was bovendien ook socialer geworden. Met kleine aanpassingen, veel herhaling en veel geduld hadden ze veel bereikt.

20 Alternatieven voor straf

20 Alternatieven voor straf

Straffen is niet wenselijk. Maar soms heb je geen idee hoe je een situatie om kunt buigen. Daarom vandaag 20 tips om straf te vermijden of te voorkomen:

  1. Uitleggen

    Leg uit waarom je dingen niet wilt: vertel de reden waarom je niet wilt dat je kind op de muur tekent.

  2. Pas de omgeving aan

    Sluit je keukenkastjes af, zet geen dure of breekbare spullen binnen handbereik van je kind.

  3. Bied keuzes

    Geef je kind een keuzemogelijkheid: bevelen leiden tot machtsstrijd. Als je kind een keus krijgt, versterkt dit het zelfvertrouwen van je kind.

  4. Bereid situaties voor

    Vertel je kind van tevoren hoe je wilt dat hij zich gedraagt, wees duidelijk en praktisch zodat je kind weet wat je van hem verwacht.

  5. Los conflicten samen op

    Praat erover, vertel je eigen wensen en vraag je kind je te helpen een oplossing te zoeken. Stel samen de regels op, overleg regelmatig.

  6. Gebruik spel en fantasie

    Los dingen speels op: vermijd conflictsituaties door er een speels element aan te geven. Opruimen wordt ineens leuk als je dit als kabouters doet, elkaars tanden poetsen is een feestje en aankleden kan een wedstrijdje worden.

  7. Wees consequent

    Voeg de daad bij het woord: voorkom conflicten door situaties daadwerkelijk uit te voeren, zoals hand vasthouden tijdens het oversteken en daarbij de gevaren uit te leggen van het verkeer.

  8. Natuurlijke consequenties laten ervaren

    Laat dingen binnen je grenzen ook eens gewoon gebeuren: probeer niet alles te controleren, maar laat je kind ook zelf de gevolgen van zijn gedrag ondervinden. Het treuzelen ’s ochtends leidt tot het te laat komen en na moeten blijven, bijvoorbeeld.

  9. Wees flexibel

    Een enkele keer toegeven kan best, zolang je daarbij uitlegt dat het om een uitzondering gaat en vertelt waarom het nu wel mag.

  10. Onderhandel en maak afspraken

    Jij wilt naar huis, je kind wil nog zwemmen. Onderhandel dan over de tijd die je kind nog mag zwemmen en herinner je kind hieraan.

  11. Erken en benoem gevoelens

    Bekijk de achterliggende gevoelens van je kind: erkennen en accepteren van de gevoelens van je kind is essentieel voor heel veel dingen. Probeer te begrijpen waarom je kind doet wat hij doet, luister naar zijn gevoelens.

  12. Lichamelijk contact

    Knuffel je kind: als je kind driftig of agressief is, helpt het vaak je kind in je armen te nemen, zodat ze de veiligheid ervaren om hun gevoelens om te zetten in huilen en de rust vinden hun gevoelens te benoemen.

  13. Gebruik humor

    Lachen helpt om problemen te relativeren. Als je kind boos is, begin dan een kussengevecht, een stoeipartijtje of een kieteldood. Laat je kind winnen en geef jezelf over als ouder, dit lost gevoelens van woede en machteloosheid vaak op.

  14. Wat wil je wél?

    Vertel je kind welk gedrag je van hem verwacht: doe het gewenste gedrag voor of vertel heel concreet hoe je wil dat je kind zich wél gedraagt in plaats van niet.

  15. Bereid situaties voor

    Kijk naar de behoeften van je kind: zorg bijvoorbeeld voor iets te spelen als het lang moet wachten.

  16. Wees nabij

    Haal je kind uit de situatie en blijf bij hem: geef je kind de gelegenheid om zijn gevoelens over de situatie te uiten en het zoeken naar een oplossing.

  17. Ga even weg

    Als je bang bent je geduld te gaan verliezen en boos gaat reageren, loop dan even weg om tot jezelf te komen of tel even tot 10. Ook de hulp of steun inroepen van anderen kan soms helpen.

  18. Wat doet het met jou?

    Benoem je eigen gevoelens: vertel je kind wat de consequenties van hun gedrag zijn voor jou als ouder, zoals: ‘ik word er zo moe van steeds maar alles zelf op te moeten ruimen’.

  19. Stel je verwachtingen bij

    Jonge kinderen doen veel van wat ze doen niet expres en kunnen gezien hun leeftijd nog geen rekening houden met anderen of begrijpen wat de gevolgen van hun gedrag voor anderen zijn. Probeer dit te accepteren en reageer rustig op hun gedrag, waarbij je herhaaldelijk uitlegt waarom je gedrag liever niet wilt zien.

  20. Bied een alternatief aan

    Probeer het gedrag van je kind ergens anders op te richten. Laat hem bijvoorbeeld ergens anders spelen waar het wel mag, of met ander materiaal dat je wel oké vindt.


    Bronnen:

    Solter, A. (1996). Twenty alternatives to punishment.


    Misschien ook interessant:

    1. Nieuw: boeken review!
    2. Is onveilige hechting een probleem?
    3. Toen ik ging zitten voelde het al beter