Archief van
Tag: verdriet

Een operatie en de gevolgen

Een operatie en de gevolgen

Impact van een operatie

Morgen is het zover: D-day voor mij. Ik word geopereerd. Een ingrijpende buikoperatie, waarbij ze een dermoidcyste gaan verwijderen met de afmeting van een kleine volleybal (woorden van de gyneacoloog). Bij nader inzien heeft het meer de vorm van een rugbybal, want het is ongeveer 15x11x10cm. Het is zo groot dat het klem is gegroeid in mijn hele bekken. Mijn blaas is in de verdrukking gekomen wat de afgelopen maanden veel problemen heeft gegeven. En heel eerlijk, ik heb het idee dat het nog steeds door groeit.

 

Lange hersteltijd

Morgen word ik hopelijk verlost van de bron van ellende, maar daarmee is de ellende zeker nog niet afgelopen. Helaas. Waarschijnlijk wordt het een verticale snee, mogelijk tot boven mijn navel, afhankelijk van hoeveel ruimte ze nodig hebben en of ze de cyste los kunnen krijgen. Ik weet pas met wakker worden wat het is geworden. Godzijdank is er wel recent vastgesteld dat er geen verhoogde tumorwaardes in mijn bloed zitten en dat de cyste hoogstwaarschijnlijk goedaardig is.

 

Somber, verdrietig en gefrustreerd

Ik zie als een berg op tegen de operatie. Ik kan gewoon misselijk worden als ik er aan denk. De narcose vind ik doodeng, het idee dat er in me gesneden wordt en dat ik geen idee heb van de pijn en het herstel in de weken er na. Vandaag wordt er thuis een ziekenhuisbed afgeleverd. Af en aan loop ik met een verblijfskatheter. Momenteel ook weer sinds afgelopen maandag. Ik ben er helemaal klaar mee, met alle ellende en het gedonder. Het maakt me somber en verdrietig en gefrustreerd dat niet alleen ik hier de dupe van ben, maar ook mijn gezin en mijn volledige omgeving.

 

Dankbaar voor alle steun

Dit berichtje schrijf ik voor jullie, lieve vrienden, familie, collega’s en iedereen die zo meeleeft met me deze maanden. Jullie geven me de kracht en de moed, en het optimisme om niet bij de pakken neer te gaan zitten. Ik vind het ongelooflijk bijzonder en waardevol hoe jullie massaal hulp aanboden, om onze kinderen waar mogelijk op te vangen of op een andere manier praktische steun te geven. In korte tijd kon ik zowel voor doordeweeks als in de weekenden opvang regelen, zodat Steef deze weekenden door kan met verbouwen. Des te meer besef ik me weer, hoe belangrijk zo’n sociaal vangnet is, en hoeveel verschil de kleine dingen kunnen maken.

 

Voorbereiden op de operatie

Ik besef me heel goed dat dit niet alleen een grote impact heeft op mij, maar ook of misschien vooral op de kinderen. Ik heb geprobeerd Meia en Fosse zo goed mogelijk uit te leggen hoe de komende tijd eruit zal zien, wat er zal gebeuren en hoe ik er uit zal zien na de operatie. Het beeld van een familielid in het ziekenhuis is namelijk per definitie heftig voor een kind, met al die slangetjes apparatuur en waarschijnlijk het familielid dat voor lello op dat bed lig. Toen ik dat beeld probeerde te beschrijven barstte Fosse in huilen uit en sindsdien is hij ontzettend aanhankelijk.

 

Verlatingsangst?

Elk moment grijpt hij aan om me te knuffelen, op mijn schoot te kruipen en wel 1000x per dag krijg ik te horen hoe lief hij me vindt. Lief natuurlijk, maar het geeft me zorgen. Mijn gevoelige ventje, nu al zo van slag. Nu al de dagen aan het aftellen tot de operatie. Het lijkt alsof hij bang is me te verliezen, en dat vind ik een rotidee. Al zit ik zelf ik het vak, ik weet gewoon niet wat de juiste manier is om dit in goede banen te leiden. En de dingen die ik wel weet, zijn niet altijd haalbaar.

 

Stabiliteit

Je hebt tenslotte ook te maken met je eigen mogelijkheden. Stabiliteit is een belangrijke factor om eventuele problemen te voorkomen, maar met wisselende opvang door verschillende mensen komende weken is de stabiliteit ver te zoeken. En die wetenschap doet me verdriet. Soms heb je gewoon geen grip op de zaak en wil je het zo goed mogelijk doen, maar gaat dat niet. Dat is ontzettend frustrerend. Het is zoeken naar wat er wél binnen de mogelijkheden ligt. In ons geval kan Steef gelukkig wat zorgverlof opnemen, zodat hij wat vaker thuis is, wat meer bij de kinderen in de buurt.

 

Veel onrust

Het zal voor iedereen wennen zijn, want afgelopen maanden was ik juist min of meer de full-time ouder. Dat ik nu per direct ‘uitgeschakeld’ ben zal zowel voor de kinderen, als voor mij en Steef weer wennen zijn. Ik maak me nu al druk hoe de kinderen ermee omgaan. Ik vond het al zo vervelend dat ze zoveel onrust met de verhuizingen en verbouwing voor hun kiezen kregen, en had gehoopt dat we nu in een rustiger vaarwater zouden komen. Toen ik in september die ochtend wakker werd en ineens niet kon plassen, had ik nooit kunnen bedenken dat dit het uiteindelijke gevolg zou zijn.

 

Het is wat het is

Maar het is wat het is. Ik prijs me gelukkig met alle steun en lieve berichtjes, en kijk uit naar de gezelligheid van jullie bezoekjes. Ik ga er het beste van maken, en de tijd nuttig besteden om me zo goed mogelijk voor te bereiden op het ondernemerschap van 2018. Misschien een geluk bij een ongeluk. Al had ik me mijn laatste werkdag in loondienst van 2017 toch wel echt anders voorgesteld dan halsoverkop de tent verlatend, met katheter. Ik ga de dagen in het ziekenhuis ongegeneerd genieten van Netflix kijken, schrijven en slapen. Ik heb mijn portie wel gehad.

Het verhaal van een vluchteling

Het verhaal van een vluchteling

Gevlucht uit Syrië

Soms wil ik me er weleens voor afsluiten. Voor al die verhalen in de media. Voor alle nieuwsberichten waarin de ene waarheid nog gruwelijker is dan de vorige. Maar dat is struisvogelpolitiek. Want helaas zijn al die verschrikkelijke berichten de keiharde waarheid voor duizenden mensen. En af en toe vindt één van die duizenden de weg naar onze praktijk. Ondanks alle taalbarrières, vervoersproblemen en financiële zorgen.

Last van angsten

Vandaag het verhaal van één van hen. Laten we haar Samira noemen, 9 jaar. Ze stapte samen met haar vader binnen bij onze praktijk, om te vragen of ze geholpen kan worden bij haar angsten. Pas 1,5 jaar wonen ze in Nederland, en Samira weet zich al knap verstaanbaar te maken. Hand in hand met haar vader kijkt ze verwachtingsvol met donkerbruine ogen naar mij, als we een afspraak maken.

Niet durven slapen

Wanneer Samira op intakegesprek komt, legt ze vol gevoel uit waar ze last van heeft. Ze wonen in een klein flatje. Haar ouders, Samira en haar twee broers. Het is klein en krap, maar ze hebben een huis en zijn veilig, benadrukt vader. De vorige bewoner was een oude man, die uiteindelijk is overleden. Sinds Samira en haar gezin in dit huis wonen, kan Samira niet slapen. Ze ziet namelijk de overleden man en is bang dat hij haar wilt doden. Zoals we vaker zien, is het goed mogelijk dat deze angst voortkomt uit een ander, groter, trauma. Want dat er sprake van trauma is wordt duidelijk als Samira verder vertelt.

Haar leven in Syrië

Samira komt uit Syrië. Net als zoveel andere vluchtelingen. Ze woonde daar in een dorpje, met haar vrienden en familie. Haar vader had twee winkels en was succesvol. Ze hadden een mooi huis, zoals Samira vertelt. “Je kwam binnen in het gastenverblijf, dat was een mooie kamer, waar we met visite waren. Daarnaast was de woonkamer. Ik weet nog dat we daar met zijn allen tv keken. Als papa dan thuis kwam van zijn werk, kwam hij er gezellig bij zitten, maar hij wilde altijd wat anders zien. Dan probeerde hij de afstandsbediening te pakken van ons”.

Heimwee

“Naast deze kamers was de keuken, de salon, dat was een hele grote keuken waar we met heel veel mensen tegelijk konden koken. Het was de fijnste kamer van het huis, waar mijn moeder de lekkerste dingen maakte. Nu hebben we een hele kleine keuken. Mama is verdrietig. Ze krijgt hoofdpijn van de stoom in de kleine keuken en mist ons huis. Ik vind het zielig voor mama, ik wou dat we een normaal huis hadden, ik mis ons huis”.

Niet geaccepteerd worden

“We kunnen thuis niet goed spelen. Soms kijken we filmpjes op de iPad, maar als we teveel geluid maken dan klaagt de buurman. Hij wil ons niet hebben. Als ik door het huis ren, dan heeft hij er last van, en bonkt op de muren. Ik schrik dan heel erg. Het gebonk lijkt op het geluid van de bommen, in Syrië. Steeds als de buurman bonkt, word ik bang. Ik durf niet te slapen, ik zie steeds enge dingen. Ik ben bang dat andere mensen in mijn kamer zijn, dat ze me dood zullen maken”.

Tastbaar verdriet

Als Samira op de afspraken komt, vertelt ze veel uit zichzelf, ook al kost het haar moeite om te zoeken naar woorden. Soms probeer ik, om de verwerking op gang te brengen, direct te laten tekenen wat Samira vertelt. Dit wil ze liever niet: “Mag ik het ook zeggen met woorden? Ik kan het niet tekenen”. Het lijkt wel alsof het tekenen de angsten en de akelige gebeurtenissen nog echter maken, nog concreter. Dan wordt het letterlijk tastbaar. Ik help haar dit beetje bij beetje letterlijk onder ogen te zien en structuur te brengen in haar verhaal.

Bommen

“Wat weet je nog van de oorlog?”, vraag ik als ze weer bij me is. “Mijn broer en ik waren alleen thuis. Papa was werken, mijn broer was ook ergens anders en mijn moeder deed net boodschappen voor het avondeten. Het was helemaal stil in huis. Mijn zus keek tv en ik speelde in mijn kamer. Toen hoorde we ineens BOEMBOEMBOEM, heel hard! Er vielen bommen in de buurt. Ik rende mijn kamer uit, en mijn zus ook, waardoor we tegen elkaar botsten. We waren heel bang, en alleen thuis!”.

Vluchten

“Op een middag waren er ineens mensen in het dorp. Ze zeiden dat we nu weg moesten. Dat er soldaten kwamen die ons wilden doodmaken. Mijn vader heeft mij opgetild en we zijn allemaal uit huis gerend. Er was iemand die ook in het dorp woonde, die keek in de straat en zei of ze er aan kwamen. We renden met alle mensen door de straat heen. Ik zag niks, want papa had mijn hoofd tegen zich aangedrukt, dus ik kon niks zien. Hij wilde niet dat ik pijn zou hebben als zij zouden schieten, daarom hield hij mij zo vast. Ik was bang, want iedereen wist dat er aan de andere kant van de straat de soldaten waren”.

Alles achterlaten

“Toen we heel lang hadden gerend, zijn we met een auto verder gegaan. Daar weet ik niet meer zoveel van. We zijn gevlucht naar een ander land, maar daar was het ook niet leuk. Het was geen oorlog, maar niet erg veilig. We woonden ook in een stom huis en papa moest toen heel veel werken om het huis te betalen. We hadden niks. Omdat we ineens moesten vluchten konden we niks meenemen. Ik heb geen spullen meer, geen knuffels, geen foto’s, niks. Papa had alleen zijn mobiel in zijn zak, en daar staan nog wat foto’s op”.

“Ik mis Syrië”

“Na een jaar zijn we naar Nederland verhuisd. Hier is het veilig, ik vind het leuk op school en ben blij om hier te zijn. Maar ik mis Syrië. Ik mis mijn oma en andere familie. Soms spreken we elkaar heel lang niet, want het is daar nog steeds oorlog. Er is ook veel familie doodgemaakt door de bommen in Syrië, ook mijn favoriete oom. Hij was altijd lief voor ons en nam het voor mij op als we per ongeluk iets kapot maakten. Die oom was zo fijn, hij nam altijd een cadeautje voor me mee als we elkaar weer zagen. Ik mis hem”.

Ruzies tussen kinderen

Ruzies tussen kinderen

Waarom kinderen ruzie maken

Door jullie gekozen als volgende blogonderwerp: ruzies tussen kinderen. En dan heb ik het even niet over broertjes en zusjes, want die ruzies zijn onvermijdelijk en bovendien noodzakelijk. Maar leeftijdsgenootjes onderling maken ook héél wat ruzie met elkaar. Heel normaal. Even een robbetje vechten of lik op stuk geven. Maar in onze huidige maatschappij is ruzie tussen kinderen iets wat soms niet lijkt te mogen bestaan. Iets wat zo snel mogelijk moet worden opgelost of weggemaakt.

Wat doe je er aan?

Toen wij nog in het hof woonden, had ik er, tot mijn eigen irritatie, helaas regelmatig mee te maken. Ik zag kinderen uit de buurt en mijn eigen kinderen elkaar achterna zitten, uitschelden of elkaars spullen afpakken. Het is een lastige kwestie voor ons als ouders: je wilt niet dat je kind een ander slaat, pijn doet, uitscheldt, buiten sluit of op een andere manier kwetst. Toch lijkt het aan de andere kant soms onvermijdelijk.

Boos en overstuur

Als een meute kinderen mijn kind belaagden, de fiets afpakte of het stoepkrijt in de put propte, dan is het niet meer dan logisch dat mijn kinderen boos werden. Woedend zelfs. En dat zij overgingen in hetzelfde gedrag: vergelding. Maar in de meeste gevallen raakten zij overstuur en kwamen huilend thuis, zich geen raad wetend met de situatie.

Levenslessen

Hoe vervelend sommig gedrag tussen kinderen ook is, en hoe moeilijk het is om aan te zien: het zijn belangrijke lessen. Als mijn kinderen nu van school thuis komen met verhalen van scheld- of schoppartijen door andere kinderen, dan vreet ik me soms op. Maarja, ik ben er niet bij en kan er nu niks meer aan doen. Het enige dat je als ouders nog kunt doen is lering trekken uit deze situaties, en je kind wapenen tegen volgende situaties. Want die komen er, hoe oud ze ook zullen zijn.

Op je handen zitten

Dus zit ik soms op mijn handen terwijl ik uit het raam kijk hoe er tussen buurtkinderen een duel wordt gestreden. Om te zien of mijn kinderen in staat zijn tot redelijke oplossingen, zoals aangeven dat ze het vervelend vinden (‘stop daarmee’, ‘ik heb er last van!’), negeren (stoïcijns blijven door krijten) of uit de situatie gaan (‘kom we gaan ergens anders spelen’). In de hoop dat onze gesprekjes over de voorvallen hebben geholpen.

Waarom kinderen ruzie maken

Kinderen maken ruzie met elkaar. Dat is altijd al zo geweest en zal altijd zo blijven. Het is vaak nog steeds de wet van de sterkste die geldt. In het ruzie maken of ruzie zoeken zitten veel verschillende drijfveren. Mensen zijn sociale wezens en willen contact. Maar dit leggen van contact moet wel geleerd worden, door voorbeelden. Kinderen leren snel van ons en van elkaar. Ze zien waarmee andere kinderen succes hebben.

Macht

Voorbeeld: als een dominant kind een step wil hebben van een ander, kan hij die ander eraf duwen en de step opeisen. Dat geeft een gevoel van macht. Andere kinderen zullen uit angst sneller gehoorzamen aan dit kind. Als dit gedrag niet wordt doorbroken en niet ter discussie wordt gesteld, is het niet meer dan logisch dat het kind zo blijft doen. Hij krijgt immers zijn zin en niemand zegt er iets van, toch?

Sociale vaardigheden

Ander voorbeeld: een kind wil eigenlijk heel graag meespelen met andere kinderen, maar heeft nooit goed geleerd hoe hij dit moet aanpakken. Thuis is het een losgeslagen zootje tussen de broertjes en zusjes en helaas voelen ouders zich niet sterk genoeg om hier op in te spelen. De enige manier waarop ze nog overwicht hebben is door te straffen en af en toe wat tikken uit te delen. Dit kind rent op een middag de straat op als hij andere kinderen verstoppertje ziet spelen en gilt vervolgens waar iedereen zit naar de zoeker. De andere kinderen balen en worden boos, waarna het jongetje begint te schelden en spugen.

Stapjes in de goede richting

Het maken van ruzie kan dus verschillende oorzaken hebben, maar gebeurt meestal omdat kinderen onderling hun positie ten opzichte van elkaar willen ontdekken en veilig stellen. Kinderen zijn daarin puur, ze hebben nog weinig rem, en geven daarmee een indruk wat er tussen ons als volwassenen zou gebeuren als wij ons niet aan de sociale regels zouden houden. Uiteindelijk is het wel zo prettig als onze kinderen, op termijn, op redelijke wijze met elkaar kunnen omgaan. Ruzie maken met anderen zijn de trainingen op weg naar de einddoel. Zie het niet als tegenslagen, maar als weer een stapje richting de groei, als weer een lesje voor je kind.

Nabespreken van de situatie

Een les dus. Dan wil je ze wel wat leren. Maar je kind leert pas, als het voor hém relevant is. Dus preken heeft weinig zin. Wat ik bespreek na zo’n voorval? Wat ik vooral belangrijk vindt is dat ze mogen vertellen wat er gebeurde, zodat ze het volgens hun eigen interpretatie kunnen vertellen. Zonder te moraliseren of beoordelen (dus niet: ‘ja maar als jij zo doet, dan is het logisch dat…’). Ik benoem hun gevoel, beaam dat ze bijvoorbeeld van streek of boos zijn (‘ja dat is ook heel naar schat, ik snap dat je daar verdrietig van word’). Samen verwonder ik me over het gedrag van de verschillende kinderen (‘hoe zou het komen dat hij zo doet’) en probeer ook perspectief te bieden, in de hoop dat er begrip voor de ander kan worden opgebracht, hoe lastig dat ook is.

Begrijpen

Zoals ik eerder beschreef in de voorbeelden: dat kinderen ruzie maken, heeft altijd een oorzaak. Sterker nog: ál het gedrag heeft een oorzaak. Het kunnen begrijpen van de onderliggende oorzaak, geeft vaak meer begrip en acceptatie. Het neemt de boosheid of het verdriet weg bij je kind, omdat het de gebeurtenis menselijker maakt. Een voorbeeld zou kunnen zijn: ‘misschien wilde hij heel graag meespelen. Het lijkt wel alsof hij niet goed weet hoe hij het moet vragen. Misschien heeft hij het nooit zo geleerd, zoals jij het hebt geleerd’. Het biedt een opening voor een gesprek, en het stilstaan bij de behoefte en gevoelens van de ander: ‘hoe zou het voor hem zijn denk je, als hij merkt dat iedereen hem stom vindt en weg rent met wie hij graag zou willen spelen?’.

De volgende keer

Een laatste, moeilijke stap is het bespreken van volgende keren. Elke les kun je nabespreken in termen als ‘wat ging er goed?’, ‘wat ging er niet goed?’. Maar belangrijker nog is dat je kind er iets aan heeft voor een volgende keer. Zodat het kan oefenen met de nieuwe kennis. Dán pas kun je spreken van verandering van gedrag, tenslotte. Een afsluitende vraag is dan ook: ‘hoe zou het de volgende keer beter kunnen gaan?’, of: ‘wat zou je volgende keer anders kunnen doen?’, of: ‘hou zouden wij hem kunnen leren/laten zien hoe je leuk met elkaar speelt?’.

Poes is dood

Poes is dood

Afscheid van je huisdier

April is blijkbaar de maand waarin alles moet gebeuren. Alsof een verhuizing alleen nog niet genoeg was, spelen er ook een heleboel andere zaken in deze maand. Zo moesten we afscheid nemen van onze auto, kreeg Steef in deze maand duidelijkheid over zijn baan behouden én moesten we iets regelen voor de zwangerschapsverlof van onze nanny. Maar blijkbaar kan er in zulke situaties altijd nog iets bij. Misschien onder het mom ‘als het golft, dan golft het goed’? Misschien omdat we dan in één klap maar alles achter de rug hebben?

Maatje

Al sinds mijn 15e heb ik een maatje op vier poten. Een klein gezelschap die door de jaren heen een soort vanzelfsprekendheid in aanwezigheid is geworden. Mijn kat. Vanzelfsprekend verhuisde zij met ons mee toen ik op mezelf ging wonen. Toen de kinderen kwamen, was de poes er altijd geweest. Het was geen knuffelkat. Eerder een dierlijk variant van Paris Hilton: arrogant en niet erg snugger. Maar wel mooi om te zien.

Einzelgänger

Poes was meer op zichzelf. Hoewel ze met de kinderen wel steeds toleranter werd, koos ze al snel het hazenpad als er klein grut teveel in haar buurt zat. Of, als het haar echt niet zinde, haalde uit om haar punt duidelijk te maken. Ik kan het me ook wel voorstellen, als Signe weer eens besloot om haar aan haar staart de kamer door te trekken.

Eerste woordje

Grappig genoeg was het eerste woord van de meiden ‘poes’. Toen ze nog jong waren, tot de peuterleeftijd ongeveer, had Poes een enorme aantrekkingskracht op ze: het bewegende beestje lokte bij de meiden vaak een aanstekelijk gelach uit. Nu ze wat ouder zijn, liggen hun interesses toch meer bij andere zaken. Toch moet ik zeggen dat de oudste twee het altijd leuk bleven vinden om de poes binnen te laten en het eten te regelen.

In laten slapen

Door de jaren heen werd Poes steeds onhandiger, zwaarder, dementer en luier. Ze verwisselde, tot onze grote ergernis, helaas ook regelmatig haar kattenbak met andere plekken in huis. Ook was ze soms dagen kwijt, alsof ze de weg niet meer goed terugvond. Toen we wisten dat we zouden gaan verhuizen naar een tijdelijk huurhuis, hebben we daarom gewikt en gewogen wat we met Poes moesten doen. Inmiddels 17 jaar oud, dik en met mankementen, was het asiel geen optie. Meenemen ook niet. Er bleef dus maar één optie over: haar in laten slapen. Het was een wrang besluit, onnatuurlijk: bepalen over het leven van een ander. En daarbij kwam dat het opnieuw een stressfactor zou zijn voor onze kinderen. Ik had het echter totaal onderschat hoe dit zou vallen.

poes dood overlijden inslapen afscheid begraven kinderen

Poes gaat dood

Tijdens het eten vertelden we over ons besluit en wanneer Poes zou overlijden. Direct daarom begonnen Fosse te huilen: ‘ik vind het zo zielig!’. Misschien naïef, maar dit kwam voor ons echt uit de lucht vallen. Ten eerste hadden we niet gedacht dat hij al direct zou begrijpen wat deze mededeling inhield. Maar ook niet dat het hem zoveel verdriet zou doen. Het was dan ook vooral Fosse die deze dagen erna veel vroeg over het doodgaan, over het inslapen en zijn verdriet hierover uitte. Kort daarop kwam hij met de prachtige tekening van de poes thuis. Hij was er veel mee bezig.

Verdriet en piekeren

Ook wilde Fosse graag nog op de foto, ter herinnering aan Poes. Meia leek meer plichtsmatig te voelen dat dit nu eenmaal zo hoorde, en leek minder verdrietig. Tot de avond voorafgaande aan de dag van het inslapen. Meia lag om half 10 nog wakker: het bleek dat ze lag te piekeren en het zo zielig vond dat het die volgende ochtend zou gebeuren. Ook hier bleek er meer in het koppie om te gaan dan we dachten.

Behoefte aan concreet

Op de bewuste dag werden de laatste knuffels gegeven, de laatste foto’s genomen, want ze wisten: vanmiddag is Poes dood. Het was een raar besef. En hoe grillig kinderen met de dood omgaan, blijkt ook wel uit het feit dat er ’s middags gewoon werd afgesproken met een vriendinnetje. Fosse wilde juist bij Poes kijken. Niet aaien. Ook dit is iets natuurlijks: kinderen raken nooit zomaar dode dieren met hun handen aan. Ze weten instinctief dat dit niet prettig is. Fosse vroeg vervolgens hoe alles was gegaan. Hij leek rust te vinden in de concrete antwoorden.

begraven poes dood overlijden kinderen inslapen huisdier

Begraven

Toen Meia eind van de middag thuis kwam, was ineens het besef weer daar. Ze barstte in huilen uit en vertelde snikkend hoe ze had geprobeerd zichzelf op te vrolijken, maar ze kon de tekst van het liedje niet meer herinneren omdat ze zo aan Poes dacht. Het was hartverscheurend om haar zo verdrietig te zien. Zoals we hadden afgesproken, gingen we Poes begraven. Hier heb ik bewust voor gekozen, zodat het meteen duidelijk afgesloten wordt voor iedereen én omdat het duidelijk is wat er gebeurd als je begraven wordt. Misschien cru, maar ik heb het moment ook aangegrepen om ze alvast kennis te laten maken met de dood, met afscheid nemen.

poes huisdier dood afscheid begraven

Afscheid nemen

Het graven, steentjes en takjes zoeken als versiering en met zijn allen het grafje maken was helpend. Meia en Fosse hadden ‘een taak’, het voelde alsof ze nog iets konden doen, en dat was prettig. De takjes en steentjes werden geschikt en er werd gedag gezegd. Die avond sliepen ze allebei goed. Maar dat het verdriet langer duurt, is wel duidelijk. De volgende dag waren de oudste twee nog van slag op school. Na school hebben ze hun tekeningen en bloemen bij het grafje gelegd. Het is fijn dat ze kunnen zeggen wat ze voelen, en een plekje hebben om heen te gaan.

De betekenis van mijn werk

De betekenis van mijn werk

De kersen op de taart

Af en toe vragen mensen mij: is het niet zwaar, je werk? Je hoort soms de meest verschrikkelijke dingen… neem je die dan niet mee naar huis? En op beide vragen kan ik met ja antwoorden. Ja, het is zwaar werk. Het is geen werk waarin je na een paar uurtjes inspanning even op halve kracht kan draaien. Elke cliënt heeft tenslotte recht op een goede therapeut. En voor elke cliënt zet ik me in. Dat is pittig.

Hard werken

Soms tolt mijn hoofd na een paar afspraken achter elkaar. Soms moet ik tussendoor even een minuutje op adem komen, voor ik een volgend gesprek in ga. Soms is een gesprek simpelweg keihard werken, omdat bijvoorbeeld de motivatie van een cliënt nog onvoldoende is, of omdat je zo graag iets duidelijk wil maken tijdens een gezinsgesprek, of omdat je slecht nieuws moet brengen en opvangen in een gesprek.

Parkeren van problemen

En ja, er spelen soms verschrikkelijke dingen. Mensen die zo ongelooflijk veel pech hebben in hun leven, alsof er niks goed mag gaan. Mensen waarvan een kindje is overleden, verschrikkelijke echtscheidingsdrama’s, complete systemen die zo vast zitten dat ze het zelf niet meer zien en verandering soms onmogelijk lijkt. Cliënten die zó somber zijn, dat ze het leven niet meer zien zitten. Natuurlijk neem je dat mee naar huis, ik ben ook niet van ijs. Maar na een lange fietstocht terug naar huis, een avondje sporten of een extra lang voorleesmoment met mijn eigen kinderen kan ik het wel even parkeren. Want in de tijd dat ik niet werk, kan ik tenslotte ook geen wonderen verrichten. Dat helpt relativeren.

Vlotte behandelingen

Er zijn ook behandeling die gemakkelijk lopen. Dat je tijdens deze contacten even mee kan lachen met de cliënt, en daarmee in feite ook zelf weer kan opladen. Ik heb dat vaak met jonge pubers, de laatste jaren van de basisschool en eerste jaren van de middelbare school. Fantastische leeftijd om mee te werken vind ik dat, vaak hebben deze kinderen zoveel humor! Samen zoeken we dan muziek op, of de nieuwste playstation game die ze hebben gekocht. Het feit dat je daar als therapeut over mee kan praten, is vaak een aangename verrassing voor ze. Ook het feit dat ik niet oordeel over bijvoorbeeld hoe ze over huiswerk maken denken, vuurwerk afsteken of laat naar bed gaan, is een hele geruststelling voor ze. Ik werk tenslotte vooral aan een beter welzijn en hun eigen hulpvragen.

Luchtigheid in de behandeling

Zo was er een jongen van een jaar of 12. Hij werd aangemeld met concentratieproblemen, problemen in het controleren van zijn boosheid en ook somberheid. Niet zo lang geleden heeft hij zijn moeder verloren aan kanker. Het gedrag bleek dan ook vooral te maken te hebben met rouw om zijn moeder. De behandeling was, ondanks de verdrietige gebeurtenis, een hele fijne samenwerking met veel lol en luchtigheid. Ik had bewondering voor zijn sterke persoonlijkheid, zo jong als hij was. Dat hij intelligent was kon je direct merken, hij dacht goed na over zichzelf en hoe zijn gedrag kon worden verklaard.

Verbetering tijdens behandeling

Gaandeweg kwamen er heel veel onderwerpen aan de orde. Natuurlijk het verwerken van het verlies van zijn moeder, maar ook de oorzaken van de boosheid, die ingewikkelder bleken te zijn dan hij vooraf had ingeschat. Maar de behandeling sloeg goed aan, het ging langzaam beter met hem, cijfers gingen omhoog, hij had minder agressieve uitbarstingen en kon beter over zijn kwetsbaarheden praten. Na een tijd bouwden we de frequentie van afspraken af, tot het nog maar eens in de 6 tot 8 weken was. Een van de laatste keren dat ik hem zag, was hij veranderd: een zelfverzekerde jongen, met meer innerlijke rust. Hij was gaan trainen, wat hem goed deed, het gaf hem zelfvertrouwen en hij kon zijn energie kaderen. We besloten de behandeling af te ronden, want ik had er alle vertrouwen in dat hij het verder zonder mij af kon. Ik schudde handen met hem en zijn vader, maakten nog een paar laatste grappen en zwaaide ze met een grijns uit.

“Volgende cliënt”

Inmiddels was ik alweer een paar weken, zo niet maanden, verder en met mijn hoofd volop bezig met de nieuwe cliënten. Als je iemand afsluit, heb je maar weinig tijd om stil te staan bij hoe het verder zou gaan. Er dienen zich namelijk direct weer nieuwe mensen aan met acute hulpvragen. Maar heel soms doet zich een gebeurtenis voor, die je dwingt tot reflectie, die je dwingt stil te staan bij het proces wat een cliënt heeft doorgemaakt. En wat dat betekent voor die cliënt, maar ook voor zijn omgeving.

Persoonlijk bedankje

Zo had ik net het laatste telefoontje gepleegd en was ik mijn jas al aan het aantrekken om op de fiets naar huis te stappen, toen ik ineens de vader van de eerder genoemde cliënt naar binnen zag komen. Hij had een pakket bij zich en natuurlijk vroeg ik mij direct af wat de reden van zijn bezoek was. Hij overhandigde vervolgens het pakket aan mij, als dank voor de goede zorgen. Het ging nu goed met zijn zoon, wat hem als ouder ook veel goed deed. Ik was ontroerd, want het bedankcadeau wat hij me gaf, betrof een zeer persoonlijk geschenk van zijn overleden vrouw, met begeleidende brief. Ik was er stil van. Het gebeurt wel eens dat cliënten je verrassen met een gebakje, een knutselwerk of tekening, maar nooit eerder kreeg ik zo’n persoonlijk cadeau. Het zijn de kersen op de taart van ons werk. Zoals hij verwoorde: ‘je kan wel zeggen dat je gewoon je werk maar doet, maar voor ons betekent het veel meer’.  En hij heeft gelijk, want dat is uiteindelijk ook de reden waarom ik voor mijn werk heb gekozen.

Betekenis van de hulp

Die avond bekeek ik het geschenk eens goed. Ik vond het ergens ook best spannend, want door het goed te bekijken, werd ik nog sterker deelgenoot van wie het gezin oorspronkelijk was. Maar ik vond het mooi en waardevol, het verhaal van de behandeling kreeg op deze manier nog meer betekenis nu ik zag om wie het ging, hoe ver het verdriet strekte na het overlijden, het gemis van alle goeds wat eens was. Het werd concreet, tastbaar. En dan is het heel prettig om te beseffen: het gaat goed met deze jongen, met dit gezin, en ik mocht daar aan bijdragen. Ik mocht getuige zijn van dit verdriet, maar ook van het geluk en het herstel. Dat vond ik heel bijzonder.

Het geschenk krijgt daarom een mooi plekje in mijn kast, om me te herinneren aan de betekenis van het werk, waar ik soms onvoldoende bij stil sta. En dat maakt me best een beetje trots

Kinderleed als je net 4 bent geworden

Kinderleed als je net 4 bent geworden

Typisch kinderdrama op jonge leeftijd

Fosse is net 4 jaar geworden, en zoals het een coole jongen betaamd, houdt hij van voertuigen. Als het maar hard kan en het liefst wielen heeft. Of anders gewoon heel groot, stoer en sterk is. Het zal wel in de genen liggen, of anders verdenk ik mijn vriend ervan dat hij iedere avond stiekem ‘voertuig-gerelateerde-zaken’ in zijn oor fluistert. Hoe dan ook, Fosse kreeg een racewagen. Uiteraard!

Leeftijdsindicatie…?

Van zijn grote vriend kreeg hij een nog grotere op afstand bestuurbare race-auto. Dat de leeftijdsindicatie 7+ aangaf leek voor niemand van de mannelijke club relevant, want Dit Exemplaar was de bom! Nadat in sneltreinvaart (of race-autovaart) alle schroefjes los- en vastgeschroefd waren en er om en nabij de 12 batterijen geïnstalleerd waren (wat vreten die krengen energie joh! En wáárom moet je tegenwoordig een doe-het-zelf cursus volgen voordat je een stuk speelgoed uitgepakt hebt!?), kon er geracet worden. Behalve een afstandsbediening had dit groene snelheidsmonster ook opties voor “popping wheels” en “air ride” (ja ja, je leert heel wat bij vandaag). Dus zoefde deze jongen met een noodvaart op twee linkerwielen die 10cm hoger stonden dan de rechterwielen, de kamer door. Whoop whoop!

Buiten spelen

Helemaal gelukkig was mijn kind. En natuurlijk wilde hij twee dagen later met zijn nieuwe auto buiten spelen en de kinderen uit de buurt laten zien waar hij zo trots op was. Een paar uur lang speelde Fosse samen met wat buurkindjes met de race-auto, afgewisseld met picknickpartijtjes op straat of ‘everzwijnenjacht’ met een pijl en boog. Toen daar de vuilnisauto aankwam, zetten de kinderen en ik de spullen aan de kant. Ik bleef met Fosse aan de kant van de weg staan om de wagen erdoor te laten. En toen sloeg het noodlot toe.

“Zijn spiksplinternieuwe raceauto, net twéé dagen oud, zou binnen nu en 5 seconden compleet worden verbrijzeld onder de gigantische vrachtwagenwielen.”

Terwijl ik stond te kijken, zag ik de vuilnisauto al een draai onze straat in maken, waar mijn blik op een felgroen object viel, tússen de voor- en achterwielen van de vuilnisauto. Er was geen redden meer aan, en intussen zag mijn zoontje ook wat er ging gebeuren. Zijn spiksplinternieuwe raceauto, net twéé dagen oud, zou binnen nu en 5 seconden compleet worden verbrijzeld onder de gigantische vrachtwagenwielen. En hoewel Fosse over het algemeen houdt van het motto ‘hoe groter, hoe beter’, gold dat niet specifiek voor deze situatie.

Nóg een keertje…

En zo werd het arme kind getuige van een vreselijk kinderdrama. En alsof dat niet genoeg was (Fosse stond inmiddels luidkeels te brullen), besloot de beste man achter het stuur om de vuilnisauto vervolgens achteruit de straat in te steken. Met opnieuw een ijzingwekkend gekraak en geknars van splijtend plastic en metaal onder de wielen. Tsja. Nu was ‘ie in ieder geval zeker weten stuk.

kind kleuter verdrietig huilen trauma
het autowrak

Toen de wagen eindelijk stilstond, heb ik de auto, of wat er van over was, er onder vandaan gevist. Het was een troosteloos plakje plastic. De vuilnismannen stopten vervolgens uit om te vragen wat er aan de hand was. Terwijl ik probeerde om Fosses hysterische snikken te overstemmen, legde ik uit dat hij deze ondefinieerbare prak 2 dagen geleden voor zijn verjaardag had gekregen. Deze beste man keek vervolgens bijna net zo beteuterd als het slachtoffer en gaf aan: “ik hoorde wel iets, maar ik zag niks”. Ik hoopte ter plekke dat hij deze tactiek niet in andere situaties zou toepassen.

Hoe kunnen we dit voorkomen?

Nouja, toen moesten we het geheel afronden. Met Fosse sprak ik af om voortaan het speelgoed weer terug in de tuin te leggen, om dit kinderleed te voorkomen in het vervolg. Het moraal van het verhaal zeg maar. Al had ik die liever iets minder expliciet ingezet. Maar zoals Fosse het zelf zegt: “gelukkig heb ik nog een pinpas (cadeaukaart), dan kan ik gewoon een nieuwe kopen, mama!”. Ik had geloof ik meer hersteltijd nodig dan hij!


Misschien ook interessant:

  1. Het leed, dat taart maken heet
  2. Het einde van het peuterspeelzaal-tijdperk
  3. Haat-liefde verhouding met de Action