Archief van
Tag: veiligheid

Wat is symbooldrama? Deel 1

Wat is symbooldrama? Deel 1

Dagdroomtherapie

Symbooldrama is de behandelmethode die ik het meeste toepas in mijn behandelingen. Gecombineerd met andere behandelmethoden. In dit artikel wil ik uitleggen waarom ik zo enthousiast ben over deze methode en hoe het werkt. Dat zal nooit volledig kunnen in één kort artikeltje. De beste manier om te snappen hoe het werkt, is het zelf te ervaren. Sommige dingen zijn namelijk niet in woorden te vatten. En dat is eigenlijk ook de kracht van symbooldrama: door te ervaren wat het doet, weet je dat het werkt.

Meest gebruikte therapievorm

In Duitsland is het niet voor niets een van de meest toegepaste behandelmethodes in de therapie. Zowel voor volwassenen als voor kinderen. De oorsprong ligt in de psychoanalytische theorieën. Maar het succes van de therapie is ook met moderne middelen aangetoond, o.a. met hersenscans, waarop te zien is dat er nieuwe verbindingen zijn aangelegd. Symbooldrama is dus een therapievorm waarmee je echt iets herstelt. Het is geen symptoombestrijding, maar pakt de bron aan. Veel cliënten geven daarom achteraf aan dat de symbooldrama het meest heeft geholpen in de behandeling.

Het begint met ontspanning

Maar wat is symbooldrama dan? Het wordt ook wel dagdroomtherapie genoemd. Meestal doe ik het samen met de cliënt, maar soms ook samen met de cliënt en een vader of moeder. Dat is een ouder-kind droom. Er wordt begonnen met een ontspanning. Dit zorgt er voor dat je beter toegang hebt tot je binnenwereld. Klinkt zweverig? Lees dan nog even terug over het kalme brein. Als je ontspannen bent, kun je je beter concentreren op het hier en nu, en komen er gemakkelijker associaties. Je fantasie wordt meer geprikkeld.

Je veilig voelen

De ontspanning hoeft niet lang te duren. Dit verschilt per kind. Sommige kinderen zijn zo angstig en gespannen, dan is een langere ontspanning soms nodig. Een kind mag kiezen of het zijn ogen sluit of open houdt. Het mooiste is om ze te sluiten: ook dit helpt bij het voorstellingsvermogen, het mentaliseren. Maar je ogen dicht doen kan best spannend zijn. Veel kinderen voelen zich (nog) niet veilig of vertrouwd genoeg om dat te doen. Vaak zie je dat kinderen dit na een tijdje behandelen steeds beter kunnen: ze krijgen meer vertrouwen in de wereld om hen heen.

‘Stel je eens voor…’

Als een kind lekker zit, en voldoende ontspannen is, vraag ik of ze zich iets voor willen stellen. Dit ‘iets’ noem je een motief. Het is een soort thema, die bijna altijd te maken heeft met natuur. De natuur is iets ‘oers’ en iets wat iedereen kent. Het kan bovendien in alle mogelijke variaties bestaan. Iedereen kan zich namelijk wel iets voorstellen bij natuur, want het is overal om ons heen.

Taal van symbolen

Een boom kan groot, klein, dik, dun, scheef, recht, vol of kaal zijn. Het weer kan, net als je stemming, zonnig, bewolkt, met onweer, storm of regen zijn. De grond onder je voeten kan stevig voelen, glibberig, of zacht. De omgeving kan je aanspreken: misschien wil je lekker in het gras liggen, of pootje baden in de beek. Maar misschien vind je er niks aan en wil je liever weg. Of je voelt je ongemakkelijk, benauwd, bedreigd of onveilig.

Reguleren van emoties

In de dagdroom kun je dus, zonder dat dat benoemd of begrepen hoeft te worden, veel van je gevoelens kwijt. Het helpt je om wat je mee hebt gemaakt, gister, vorig jaar of als klein kind, te verwerken en te accepteren. Dit reguleren wordt ook wel herstructurering genoemd. Lastige woorden. In feite betekent het dat je de kans krijgt om terug te gaan naar momenten in je leven die aandacht nodig hebben. Waar je verdrietig was, waar misschien (kleine) trauma’s zitten of waar je iets gemist hebt. Door terug te gaan naar deze momenten, die je misschien niet eens meer weet, kun je ze alsnog herstellen.

In de volgende blog zal ik verder ingaan op deze complexe maar fascinerende behandelmethode. Dit betreft deel 1 in een reeks over hetzelfde onderwerp.

 

 

 

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Ouders onder de loep

Een tijdje terug stond er in een tijdschrift een top 10 van opvoedingsvaardigheden. Deze waren in volgorde van belangrijkheid gerangschikt naar aanleiding van een online vragenlijst die is ingevuld door ouders. Hoewel de vaardigheden vrij algemeen zijn, geven ze wel een indruk van waar ouders op kunnen letten in de omgang met hun kinderen. Er is bovendien ook gekeken naar de beste toekomstvoorspellers: hoe meer van onderstaande vaardigheden, hoe beter het over het algemeen gaat met een kind. Bijvoorbeeld qua gezondheid, qua opleiding of welzijn.

Emotioneel betrokken

Een kanttekening bij dit soort onderzoeken vind ik dat het wordt ingevuld door ouders zelf. Er wordt vanuit gegaan dat ouders hun eigen opvoedingsvaardigheden goed kunnen inschatten, terwijl dit naar mijn idee per definitie niet kan, omdat je als ouder te emotioneel betrokken bent bij je kind. Reflecteren op jezelf is dan lastig, want je wilt als ouder niet falen. De ouders van tegenwoordig hebben de lat erg hoog liggen, en zich kwetsbaar opstellen in de opvoeding is zeker geen vanzelfsprekendheid.

Daarom is onderstaand lijstje zeker geen vastliggend regime. Het lijstje is bovendien zó algemeen, dat nog niet duidelijk is wát je dan precies beter wel of niet kunt doen als ouder om een betere band met je kind te krijgen. Om die reden probeer ik hier en daar een toelichting te geven. Soms vragen onderwerpen om een vervolgartikeltje. Ik hoor graag welke informatie jij nog mist.

1. Liefde

Een inkoppertje natuurlijk. Maar daarom niet minder waar. Maar wat is liefde en genegenheid nou precies? Hoe weet je wat goed is voor je kind? Het gaat hier bijvoorbeeld om (veel) lichamelijk contact, knuffelen, samen tijd doorbrengen, genegenheid… Maar er zijn nog veel meer genuanceerde en meer ingewikkelde aspecten van ‘liefde’ waar het hier om gaat. Interessant om een ander keertje op door te borduren.

2. Minder stress

Ja, één van mijn goede voornemens voor 2017. Want ik heb aan den lijven ondervonden hoe vervelend het is om stress in je lijf te hebben en deze mee naar huis te nemen. Mijn gezin is dan ongevraagd de dupe van mijn drukte in mijn hoofd. Het beter leren omgaan met stress is daarom voor mij, en voor alle ouders in het algemeen, een belangrijke vaardigheid als ouder. Dit kan bijvoorbeeld door jezelf ontspanningsoefeningen aan te leren, anders te leren denken of te oefenen met mindfulness, zo zegt het onderzoek. Kalm blijven, is het credo. Maar voordat dát lukt, is het naar mijn idee vooral heel erg belangrijk om de bron van de stress aan te pakken: wat ligt er binnen je mogelijkheden, dat je kunt veranderen? Wat zou er anders gaan op het moment dat je minder stress had? Door een stukje zelfonderzoek, kom je ook bij de oplossing om beter met de stress om te gaan. Het gevoel dat je zélf iets kunt doen aan je situatie, geeft een gevoel van controle, macht, invloed. Dit is het tegengif voor stress, als je het mij vraagt.

3. Goede relatie

Eentje die je misschien niet direct in het lijstje van sterke opvoedingsvaardigheden zou verwachten: een goede relatie hebben met je man/vrouw/partner. Het komt echter uit heel veel onderzoeken naar voren: kinderen zijn loyaal aan beide ouders en houden van hun ouders het allermeest van iedereen ter wereld. Ze willen daarom dat deze belangrijke mensen ook lief voor elkaar zijn. Ruzie tussen ouders, is voor kinderen daarom zeer ingrijpend en beangstigend. Niet voor niets is het stijgende aantal (echt)scheidingen tussen ouders en de echtelijke ruzies in het bijzijn van kinderen zo’n grote zorg. Niet voor niets spreken wij van echtscheidingstrauma’s en vechtscheidingen, waarin kinderen voor hun leven getekend worden door de slechte relatie tussen de ouders. Kinderen willen een sterk ouderpaar, het geeft veiligheid, een veilige haven om naar terug te keren in momenten dat ze steun nodig hebben. Deze mag, in de ogen van kinderen, niet wankelen. Wanneer er woorden zijn, is het daarom goed dit zoveel mogelijk buiten de kinderen te houden. Wanneer dit niet lukt, is het belangrijk de voorbeeldfunctie in acht te nemen die ouders hebben. Wij leren onze kinderen te delen, rekening te houden met elkaar, compromissen te sluiten, op vriendelijke manier te overleggen, het goed te maken als het even mis ging, woorden te gebruiken in plaats van agressie. Houd je daar dan als ouders vooral ook aan.

4. Zelfstandigheid stimuleren

Een waarde die in de opvoeding van onze kinderen ook hoog in het vaandel staat. En wat leuk om terug te lezen dat dit ook een veel gedeelde waarde is bij de meeste ouders, die bovendien ook goed blijkt te zijn voor je kind. Als je aan ouders vraagt “wat is opvoeden”, antwoorden veel mensen ook met iets in de trant van “het tot zelfstandigheid brengen van je kind”. Bijvoorbeeld op school wordt dit ook gestimuleerd, in sommige ‘stromingen’ is het zelfs één van de pijlers van het onderwijs (Dalton, Montessori). Als ouder is er dus niks mis mee om je kind aan te moedigen dingen zelf te proberen en met respect te benaderen in zijn pogingen. Ook al duurt dit vaak (veel) langer of is het één grote troep in je keuken na zo’n poging. In het opgroeien van kinderen kom je in bepaalde fases waarin ook des te meer duidelijk wordt dat je kind een natuurlijke neiging heeft om zelfstandig en autonoom te worden. De peuterpuberteit bijvoorbeeld, waarin ‘zelluf doen’ en ‘ik ben 2 en ik zeg nee’ hoogtij vieren. Ook in de tienertijd oefent je kind steeds meer en vaker met het nemen van verantwoordelijkheid. Aansluiten op deze natuurlijke ontwikkelingsbehoeften, daar doe je dus goed aan als ouder.

5. Opleiding

Dit is een punt, die misschien een wat wrange bijsmaak kan geven. De tigermoms, pushende moeders of ouders die hun eigen wensen op hun kinderen projecteren ten koste van hun kroost… dat zijn bepaald geen charmante voorbeelden van het aanmoedigen in het leren en studeren. Uit dit onderzoek blijkt echter dat het scheppen van alle mogelijkheden om te leren en te studeren en je kind hierin stimuleren, wél een positief effect heeft op zijn welzijn. Waar dit nu precies mee te maken heeft, is mij nog niet geheel duidelijk. Het is wel bekend dat hoger opgeleide ouders over het algemeen minder problemen ervaren binnen de opvoeding. Misschien doordat zij zich meer verdiepen in de opvoedingsvaardigheden. Het is in ieder geval een beschermende factor binnen de opvoeding. Waar ik zelf wél voorstander van ben, is dat je kind, waar mogelijk, de ruimte krijgt voor zelfontplooiing. Om te blijven leren en ontwikkelen, niet om tot prestaties te komen, maar om zélf een gelukkiger mens te worden. Voor mijn gevoel is het dan vooral heel belangrijk dat je als ouder de interesses van je kind serieus neemt en je kind in zijn ontwikkeling volgt. Dat betekent dus ook dat je je kind de kans en gelegenheid geeft om op zijn bek te gaan, om het oneerbiedig uit te drukken. Want alleen op die manier leert het wat het werkelijk wil, leuk vindt, kan, of juist niet. Het betekent ook, dat je als ouder op je handen moet zitten, op je tong moet bijten en jezelf moet inhouden in je impulsen om je kind te beschermen voor tegenslagen, mislukkingen of andere teleurstellingen.

6. Vooruit plannen

Ook eentje die je niet direct in de top 10 zou verwachten. Maar het werken naar je toekomstplaatje, je ideaal, je dromen en de lange termijn blijkt een belangrijke vaardigheid te zijn binnen de opvoeding. Als ouder draag je je steentje bij door in het onderhoud van je kind te voorzien, te sparen voor bijvoorbeeld studie, te zorgen voor stabiliteit in bijvoorbeeld huisvesting en een vast inkomen. En het samen met je kind nadenken over keuzes die je maakt. Dat begint al vroeg, met bijvoorbeeld zakgeld; iedere week opgeven aan snoepjes, of sparen voor een nieuwe radio? Een interessant thema waar soms te weinig bij wordt stil gestaan in onze snelle maatschappij, waarin iedereen gericht is op snel en direct geluk. Uitstel van behoeftebevrediging is voor veel kinderen daarom lastig.

7. Gedrag sturen

Nog een thema die bij mij een wat dubbel gevoel oproept. In de ‘standaard’ opvoedprogramma’s of cursussen staat gedragsverandering bij kinderen altijd op de onderwerpenlijst. Het is gebaseerd op de gedragstherapie, waarin wordt gewerkt met belonen van goed gedrag en negeren of bestraffen van slecht gedrag. Hiermee zou je gedrag kunnen sturen. Bij honden werkt dit inderdaad zo. Maar mensen zijn, sociaal en intelligent als ze zijn, véél complexer dan een simpel ABC schema, waarin er veel meer komt kijken dan alleen maar gedrag sturen. Steeds meer pedagogen komen dan ook terug van deze klassieke conditionering. Ook neuropsychologen, die zich verdiepen in de werking van de hersenen, zien dat er voor gedragsverandering veel meer nodig is. Wat er nodig is, gaat niet zozeer om het gedrag, maar speelt zich bijna altijd af in de relatie tussen ouder en kind, en gaat dus vooral om de communicatie. Ook een onderwerp die vraagt om een extra artikeltje.

8. Gezonde levensstijl

Een leuke, die past binnen de huidige maatschappij met veel aandacht voor gezondheid, voeding en beweging. Dat je zelf als ouder ook een voorbeeldfunctie hebt voor je kinderen, geldt bij dit punt ook weer extra. Als het voor je kind gewoon is dat er groente wordt gegeten, dat er samen aan tafel wordt gegeten, dat er op school aan gruiten wordt gedaan of dat ouders net als zij wekelijks sporten, is de kans dat je kind dit gedrag overneemt heel groot. De omgeving heeft een belangrijke invloed. Ouders die roken, hebben veel grotere kans dat hun kinderen ook gaan roken. Monkey see, monkey do. Tegenwoordig is het goed opletten op wat goed is voor de gezondheid van je kind een hele zoektocht geworden. Als je alleen al naar eten kijkt, zie je als consument soms door de bomen het bos niet meer. Het ‘ik kies bewust’ logo blijkt een wassen neus, rijstwafels blijken schadelijk te zijn voor kinderen en diksap heeft net zoveel suikers als gewone limonade. De vraag waar je goed aan doet, is niet zo eenvoudig te beantwoorden, zo blijkt. Een thema waar ik zeker nog op terug ga komen.

9. Religie

Ja, religie. Ik heb het wel vaker gezien in onderzoeken. Een religieuze of spirituele opvoeding kan zeker bijdragen aan het welzijn van je kind. Waar dat mee heeft te maken? Religie geeft vaak een stukje houvast, het biedt een terugkerende structuur en regelmaat in het leven, en kan zorgen voor zingeving en acceptatie van situaties waarover je bijvoorbeeld geen controle hebt. Ook als je niet religieus bent, kan spiritualiteit dezelfde effecten op het welzijn van je kind geven. Hoe je dat kunt toepassen in de opvoeding? Dat antwoord moet ik je schuldig blijven, maar misschien een leuk idee voor een gastblog van iemand die hier wél ervaring mee heeft?

10. Veiligheid

Safety first. Vooral in Amerika een (doorgeslagen) waarde, met een grote keerzijde. Teveel bezorgdheid kan benauwend en verstikkend werken. Het ontneemt je kind de kans fouten te maken en zelfstandigheid te ontwikkelen (zie punt 4). De overbezorgdheid zorgt doorgaans juist voor een slechtere relatie tussen ouder en kind, waarbij kinderen hun ouders zelfs als hypocriet ervaren en zich niet houden aan de aangeleerde veiligheidsmaatregelen. Maar niet voor niks staat veiligheid toch in de top 10 van opvoedingsvaardigheden. Want het nastreven van voldoende veiligheid voor je kind leidt namelijk tot goede gezondheid en het veilige gevoel bij je kind dat het de moeite waard is om naar om te kijken. Je kind merkt dat je als ouder een oogje in het zeil houdt, dat het je raakt als er iets aan de hand is met je kind. En door op te letten in de ontwikkeling van je kind, kun je (grote) problemen voorkomen, wanneer je kind bijvoorbeeld gevaren over het hoofd ziet of onvoldoende zelf in kan schatten.

Opvoeden kun je leren

Nu noemde ik al dat er wordt veronderstelt dat hoger opgeleide ouders zich meer verdiepen in opvoedingsvaardigheden. Het goede nieuws is echter dat eigenlijk elke ouder beter kan worden in verschillende opvoedingsvaardigheden. Sommige ouders zijn een natuurtalent, die hebben al zo’n goede basis van huis uit meegekregen, dat zij deze met gemak kunnen doorgeven aan hun eigen kinderen. En dan gaat het niet over opleidingsniveau, maar vooral over de emotionele ontwikkeling, over elementaire zaken als hechting en een goede ouder-kind relatie. Niet voor alle ouders is dat een gegeven. Dan is het fijn om te weten dat je wél kunt werken aan liefde, een goede communicatie of vergroten van zelfstandigheid. Want zo blijkt dat ouders die bijvoorbeeld een cursus hebben gevolgd of zich via therapie in de opvoeding hebben verdiept, betere resultaten hebben in de opvoeding van hun kleintjes.

 

Huis te koop!

Huis te koop!

Verhuizen: een emotioneel proces

Ons huis staat te koop. We zijn al tijden bezig met de overname van de praktijk en daar komt veel bij kijken. Ik werk nu in loondienst in de praktijk van mijn werkgever. Dat heeft absoluut voordelen, want ik trek om 17.00u (nou vooruit, 17.20u) de deur achter me dicht en dat is ook direct de afsluiting van mijn werkdag.

Maar mijn werkgever is op leeftijd en wil op termijn stoppen. En dan zit ze natuurlijk niet te wachten op Jan en alleman die haar huis binnenwandelt om er te werken. Dan wil ze gewoon haar huis terug en genieten van haar welverdiende pensioen. En andersom wil ik ook graag een plek voor mijzelf. Als ik start als ondernemer, wil ik ook het gevoel hebben dat ik start, dat ik iets opbouw, dat het werkelijk van mijzelf is.

Knopen doorhakken

Door de afgelopen jaren en maanden hebben we een proces doorgemaakt en heb ik mijn plannen meerdere malen bijgesteld. Soms noodgedwongen, soms door veranderde inzichten. Inmiddels zijn we in de fase dat we knopen doorhakken. Ons huis te koop zetten was één van die knopen. Want, we hebben namelijk nog niks op het oog. Nouja, tenzij Gaston binnenkort aanbelt om een cheque te overhandigen, maar daar reken ik maar niet teveel op 🙂

Praktijk aan huis

“Waarom zet je dan je huis in vredesnaam te koop?” zul je je afvragen. Vooral omdat we fijn wonen, het is een superleuke buurt, een mooi huis. We hebben in 2015 net een grote uitbouw op de bovenste verdieping laten doen zodat we alle kinderen een eigen slaapkamer konden geven. Het is door de jaren heen helemaal naar onze zin gemaakt en wonen er al ruim 8 jaar met heel veel plezier. Waarom dan weg? Uiteindelijk wil ik toch mijn droom verwezenlijken: een praktijk aan huis. En dat is simpelweg niet mogelijk in ons huis.

Geschikt pand

Sterker nog, het is niet mogelijk in bijna alle huizen die op funda verschijnen. Slechts een enkel pand komt in aanmerking. En dan hebben we nog een wensenlijstje om de zoektocht ingewikkelder te maken: niet te duur, in een straal rondom de school van de kinderen, niet in de directe buurt van de concurrenten en met voldoende oppervlakte voor zowel ons eigen huis als de praktijk. Ohja, en een tuin. Het is lastig zoeken, met twee petten op: we willen een huis die past bij ons als gezin én we moeten denken vanuit de cliënt wat handig is qua locatie. We zijn tenslotte niet van plan over 3 jaar weer te verhuizen.

Impact op het gezin

Om die reden hebben we de gok gewaagd ons eigen huis te koop te zetten. Want als er een zich een mogelijkheid voordoet, willen we die niet missen. Dat brengt wel de kans met zich mee dat we tijdelijk moeten huren. En dát idee heeft wel zijn weerslag op ons gezin.

Wat betekent het in de praktijk?

Tot zover dus het stuk rationele benadering over kopen en verkopen, want ik merk dat Meia en Fosse behoorlijk onder de indruk zijn van het hele proces. Want, een huis kopen of verkopen is ook heel veel emotie. En hoezeer we ook proberen sommige dingen niet te bespreken in hun bijzijn of luchtig te reageren op bepaalde onderwerpen, ze merken toch meer op dan wij soms beseffen. Zo moesten er natuurlijk foto’s van het huis genomen worden, wat direct betekent dat we het huis van onder tot boven hebben moeten uitmesten, opruimen en schoonmaken.

Bezichtigingen

In een gezin met 3 kinderen is dit vechten tegen de bierkaai. Maar het moest, en alle troepen werden ingezet. In de praktijk komt het erop neer dat de kinderen meer dan anders moeten opruimen, dat er een zondag niet op uit wordt gegaan, maar een berging wordt uitgeruimd. En na de foto’s begonnen de bezichtigingen, die hetzelfde effect hadden. Ik baal dan onwijs van zo’n situatie: het liefst zou ik lekker met z’n allen het bos in gaan, maar nood breekt wet.

Zorgen, onzekerheid, vragen…

Toen de foto’s eenmaal gemaakt waren, kwamen de vragen: “wanneer komt er een bord op het raam? Wanneer gaan we dan verhuizen? Gaan deze mensen ons huis kopen? Nemen we dit, dit en dit wel mee? Dit gaat toch ook mee, he? Heeft het nieuwe huis wel …?”. We proberen zo goed mogelijk antwoord te geven op de vragen. We leggen uit dat we voorlopig nog niet gaan verhuizen, omdat we eerst een heel leuk huis moeten vinden waar we in willen wonen. En dat we alle spullen mee zullen nemen die los zitten, los gemaakt kunnen worden of opgetild kunnen worden. Maar na die uitleg begon Meia ineens te huilen: “maar dan kan ik mijn bedstee niet meenemen!”. En toen had ik even geen antwoord, want ze had gelijk. De bedstee, die we met liefde voor haar hebben gemaakt, blijft inderdaad achter. Maar ik beloofde haar wel dat ze haar nieuwe kamer minstens net zo fijn zou vinden als haar kamer van nu.

Piekeren

Van de week fietsten we naar huis van school en zei Meia ineens dat ze de laatste tijd ’s avonds niet goed kon slapen. Na wat doorvragen, bleek dat ze toch lag te piekeren over verhuizen, want dan zou ze haar vriendinnetje uit de straat missen en ze was verdrietig om haar kamer, die ze nog niet zo lang had. Op die momenten heb ik met haar te doen, en slaan twijfels toe of we wel het juiste doen. Ook Fosse is er veel mee bezig. Hij vraagt doorlopend om bevestiging of zijn spullen wel meegaan.

Gevoel van veiligheid

Alle drie de kinderen zijn hier geboren en opgegroeid, en ze waarderen de vertrouwde en veilige omgeving. Het voelt kwetsbaar om aan die vertrouwde omgeving te tornen. Het is alsof de stoelpoten langzaam onder hen vandaan worden gezaagd. Vooral, omdat we nog niks anders op het oog hebben: ze kunnen nog nergens naartoe leven of aan een idee wennen. Ze hebben bovendien ook geen tijdsindicatie: we hebben geen idee hoe lang het allemaal zal duren. Ik merk dat ik dat heel moeilijk vindt voor ze, want ik gun ze zo graag dat veilige gevoel. Wij als volwassene zijn daarin flexibeler, wij kunnen alles in perspectief plaatsen en bovendien is het onze beslissing, dus is het gemakkelijker je hier naar te voegen. Dat hebben de guppen niet.

Quality time

Het is dus voor iedereen bij ons op zijn eigen manier spannend. Signe is misschien wel de enige die zich er allemaal niet zoveel van aantrekt. Tot het moment zover is, wellicht. Intussen ga ik maar eens proberen wat extra gezinsuitjes en quality time in te plannen, tussen alle regeldingen door. Want die behoefte is er aan beide kanten merk ik. Ik houd jullie op de hoogte.