Archief van
Tag: tips

5 straffen die wel werken

5 straffen die wel werken

11 Tips bij het geven van straf

Eerder gaf ik al een overzicht van de soorten straf die er zijn en van de nadelen die straffen hebben. Ik kan het niet genoeg noemen: kies liever voor een andere manier dan je kind te straffen. Maar omdat het zo’n bekend en ingeburgerd fenomeen is, leg ik liever uit hoe je het dan in de uitzonderingen het beste kunt toepassen. Er zijn enkele uitzonderingen op de regel die, mits goed uitgevoerd, wél effectief kunnen zijn. Straf mag nooit het enige opvoedmiddel zijn dat wordt gebruikt: veel belangrijker zijn positieve, stimulerende opvoedmiddelen. Daarvoor komt gelukkig meer en meer aandacht, en ik hoop dat er ook voldoende van in mijn artikelen terug te lezen is.

 

Negatieve gevoelens

De relatie die je met je kind hebt, heeft veel invloed op het effect van een straf. Als je een goede relatie hebt, hoef je minder te straffen. Je kind kan dan meer begrip opbrengen voor de straf en zal zich graag weer goed willen gedragen omwille van de relatie. Bij een slechte relatie zullen negatieve gevoelens zoals woede of machteloosheid gaan overheersen. Je kind zal zich onbegrepen voelen en als ouder kan je geneigd zijn steeds strenger te straffen, wat leidt tot onverschilligheid bij je kind. Zo zie je dat straf een behoorlijke keerzijde heeft en daarom beter vermeden kan worden.

 

Goede relatie met je kind

Het grootste resultaat om ongewenst gedrag van je kind te stoppen bereik je dus door een goede relatie met je kind te hebben. Het is dus vooral belangrijk dáár aandacht aan te besteden. Heel belangrijk hierbij is om vooral te letten op wat je kind al wél goed doet. In onze maatschappij is het helaas niet de gewoonte om vooral te benoemen wat je goed vindt gaan. Mensen zijn nog steeds sneller geneigd om kritiek te leveren en aan te stippen wat er niet goed gaat.

 

Negatieve spiraal

Wat al wél goed lukt wordt eerder als een vanzelfsprekendheid gezien en onze verwachtingen als ouders zijn daarmee soms te hoog. Het kan daarom lastig en zelfs onnatuurlijk voelen om hierin een omslag te maken en vooral te letten op wat er goed gaat. Goede begeleiding hierbij is soms noodzakelijk om je doelen te bereiken. Niet zelden komen gezinnen bij mij, die diep in een negatieve spiraal zitten en geen uitweg uit de negativiteit meer zien. En niet zelden lukt het – gelukkig – met relatief eenvoudige aanpassingen om de sfeer te verbeteren. Zónder straffen.

 

Effectieve straffen

“Maar wat kunnen we dan nog wél doen als ouders” vragen vaders en moeders mij soms. “Ons kind is niet gevoelig voor straf, we hebben hem nergens mee” hoor ik ook vaak. Straf is dus zeker niet altijd succesvol. In enkele gevallen kan het toepassen van onderstaande middelen wel effectief zijn. Maar onthoud: zorg voor de verhouding 1:4. Laat 4x zoveel positieve interacties plaatsvinden ten opzichte van 1 negatieve. Pas dan is de balans neutraal om je gezond te ontwikkelen. Voorbeelden van straffen die effectief kunnen zijn, zijn de volgende:

  1. Verbaal berispen, een standje geven: iets zeggen van het gedrag is voor veel kinderen vaak al voldoende. Je gezichtsuitdrukking en stem moeten dan passen bij wat je zegt.
  2. Negeren van gedrag kan heel effectief zijn bij verschillende soorten gedrag. Het gedrag moet voor de ouder dan wel te negeren zijn en goed vol te houden zijn. Ook moet het gedrag van het kind niet schadelijk zijn. Hierbij geldt: de aanhouder wint. De ouder kan ook even weglopen uit de situatie. Je mag ook heel duidelijk aankondigen dat je nu het gedrag gaat negeren en pas weer reageert wanneer er positief gedrag plaatsvindt.
  3. Corrigeren: bijvoorbeeld de schade laten herstellen of de rommel laten opruimen die een kind heeft gemaakt. Zo maak je je kind verantwoordelijk voor wat het heeft gedaan.
  4. Het onthouden van iets leuks of het wegnemen van iets leuks zijn zeer effectief, als het goed wordt uitgevoerd. Wees wel realistisch en wees ook consequent: als je iets zegt, doe het dan ook. Geef je kind eerst de tijd om zijn gedrag te veranderen. Onthoud je kind niet van liefde! Zeg dus niet ‘jij krijgt nu geen knuffel, want je deed net zo stout’: dat is simpelweg emotionele chantage. Neem liever iets weg wat het anders wel had gekregen, bijvoorbeeld geen tv kijken of vandaag niet naar de speeltuin.
  5. Ondervinden van de gevolgen: dit is een effectieve vorm van straf omdat je kind wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gedrag. Voor ouders is dit vaak lastig om uit te voeren of om het zover te laten komen. Laat nooit de veiligheid van je kind in gevaar komen! Dit is één van de weinige strategieën die ik regelmatig toepas en die weinig schade geeft aan de relatie. Bespreek situaties altijd goed na en leg uit waarom je ervoor hebt gekozen zo te handelen.

 

Tips om straf effectief te maken

Als ouder is het je bedoeling dat je kind iets leert van de straf. Hoewel veel andere opvoedmiddelen te verkiezen zijn boven straf, zijn hier toch wat tips om onvermijdelijke straf effectiever te maken:

  1. Laat straf nooit schadelijk zijn: straf mag geen negatief effect hebben of het kind beschadigen. Gebruik straf nooit als vergeldingsmaatregel. Te strenge straffen hebben gevolgen voor de persoonlijkheidsontwikkeling van je kind en de relatie tussen ouder en kind.
  2. Leg het uit: vertel je kind waarom je straft, dit stimuleert ook de morele ontwikkeling van je kind.
  3. Biedt een alternatief: vertel je kind wat het wél mag doen.
  4. Stel het niet uit: reageer snel op het gedrag van je kind.
  5. Wees consequent: dreigen met straf die niet wordt uitgevoerd heeft geen zin. Zorg dat er duidelijke regels zijn.
  6. Geef een passende straf: kies een straf die past bij de overtreding, liever te licht dan te zwaar.
  7. Wijs nooit het kind af: als je straf geeft wijs je het gedrag af en niet je kind zelf.
  8. Laat straf geen beloning zijn: zorg ervoor dat straf niet uitpakt als beloning, bijvoorbeeld als je je kind van tafel stuurt en hij vervolgens lekker kan gaan spelen. Stuur je kind sowieso liever niet weg, dit werkt een gevoel van afwijzing in de hand.
  9. Straf heeft altijd een eind: straf is voor iedereen vervelend, laat er dus ook weer een duidelijk eind aan komen door het goed te maken. Zeg vooral bij jonge kinderen duidelijk dat het nu weer goed is, dat je niet meer boos bent, etc.
  10. Wees zuinig met straf: straf is alleen effectief als je er matig mee omgaat en altijd in combinatie met andere, meer stimulerende en positieve opvoedmiddelen. Bij teveel straf kan je kind immuun en onverschillig worden.
  11. Betuig spijt: soms zijn we onterecht boos. Als ouder ben je immers ook maar een mens. Maar het getuigt van kracht als je als ouder dan excuses durft te maken. Zo leer je je kind dat iedereen wel eens fouten maakt en die ook weer recht kunt zetten.

 

Bronnen

  • Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  • Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  • Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  • Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  • Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  • Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  • Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Eetproblemen van peuters

Eetproblemen van peuters

12 tips bij eetproblemen van je peuter

Ze bestaan in alle soorten en maten: eetproblemen. En een groep kinderen waar het veel voorkomt zijn peuters. Hoe komt dat? En vooral: wat doe je er aan? Vandaag neem ik je mee in deze veelvoorkomende problemen. Want echt: je bent niet de enige! En echt: het gaat weer over!

Overleven in het eerste jaar

Hoe komt het dat dit een van de meest besproken problemen is? En waarom komt het zoveel voor? Dat heeft eigenlijk een hele logische reden. Als je kindje net geboren is, is het nog totaal afhankelijk van de omgeving. Je kindje vertrouwt volledig op jou, en is daarin ontzettend kwetsbaar. Zonder de zorg van zijn ouders of verzorgers, zal een baby niet overleven. De eerste taak van een ouder is dan ook om je kindje in leven te houden. Het hele eerste jaar bestaat er een basale onzekerheid: zal het me lukken?

Steeds meer zelf

Zodra je dreumes 1 jaar is geworden, neemt deze onzekerheid geleidelijk af, omdat je ziet en ervaart dat je kind steeds meer zelf kan. Het begint te kruipen, lopen, kan zelf bij spullen komen. Het begint uiteindelijk te brabbelen en woordjes te zeggen, waardoor er steeds meer interactie komt. Je zal al gauw merken dat je kindje een heel eigen persoonlijkheid ontwikkeld. Maar nog steeds ben jij als ouder de belangrijkste persoon in zijn leventje. De verzorging van je kindje maakt nog steeds een groot deel uit van je dagelijkse taken. Zo ook het verzorgen van eten.

Onzekerheid en bezorgdheid

Als je kindje dan ineens niet eet, alle groentes op de grond gooit of zit te spelen met z’n eten, dan geeft dat direct zorgen. De bekende onzekerheid van het eerste jaar steekt dan weer de kop op: ‘als mijn kind niet eet, dan gaat het niet goed’, met als ergste sluimerende nachtmerrie: ‘als mijn kindje niet eet, dan wordt het ziek of zal het sterven’. Dit maakt het eetprobleem dus zo’n beladen thema voor ouders. Het triggert direct de bezorgdheid over je kind.

Machtsgevoel

Veel ouders durven er niet op te vertrouwen dat het goed komt, ze zijn tot dan toe altijd gewend geweest dat hun kind at wat zij het gaven. En nu beslist je kind daarin ineens zélf over. En ook dát is de normale ontwikkeling. Opvoeden is niet voor niets ‘het tot zelfstandigheid brengen van je kind’. Uiteindelijk moet je kind zichzelf kunnen redden. En dat proces begint al vanaf de geboorte. Zodra je kind merkt dat het meer en meer zelf kan, geeft dat zelfvertrouwen en een machtsgevoel.

Machtsstrijd

En dat betekent dus een conflict tussen ouder en kind: want de ouder is bezorgd, en wil controle uitoefenen door zijn kind te laten eten. En het kind wil tegelijkertijd zélf bepalen wat hij eet. Er zijn namelijk drie gebieden waar je kind in feite de totale macht over heeft:

  1. eten
  2. slapen
  3. zindelijkheid

Want als het er op aankomt: je kind bepaalt uiteindelijk zélf wat het in zijn mond stopt en wat niet, wat hij kauwt, uitspuugt of doorslikt. Het heeft daarom per definitie geen enkele zin om er een strijd van te maken: een machtsstrijd rondom deze thema’s verlies je sowieso en levert enkel frustratie en negativiteit op. Wat kun je wel doen?

Aan tafel eten

In een eerder artikel schreef ik al over het belang van gezamenlijk aan tafel eten. En in veel gevallen is dat géén vanzelfsprekendheid. Soms wordt er wel aan tafel gegeten, maar los van elkaar. Er wordt bijvoorbeeld eerst eten gegeven aan de kinderen, om vervolgens zelf op een ander moment te eten. Het samen, gelijktijdig aan tafel eten is daarom een eerste voorwaarde om een goeie eter te krijgen.

Ligt het aan mij?

Het is niet alleen een kwestie van opvoeden. Als je kind een eetprobleem heeft, kan dat behoorlijk onzeker maken en bovendien bezorgd. Het voelt misschien als falen, dat het je ‘niet eens’ lukt om je kind behoorlijk te laten eten. Geloof me, het is zo’n veel voorkomend probleem, dat het onmogelijk alleen aan ouders kan liggen. Het is tenslotte ook de fase waar je kind in zit. Het spelen met het uitoefenen van zijn macht is nodig voor een gezonde ontwikkeling. Probeer daarom mild te zijn voor jezelf, je helpt je kind zich als zelfstandig persoontje te ontwikkelen. En daar zijn veel oefenmomenten voor nodig.

Verschillen tussen kinderen

Het is bovendien ook niet zo dat alle kinderen uit eenzelfde gezin dezelfde eetgewoontes hebben. Zo hebben we met Meia en Fosse nooit zorgen gehad om het eten: ze aten en eten als bootwerkers, en lusten alles wat ze krijgen voorgeschoteld. Het is eerder de andere kant op: ze hebben altijd maar trek. Toen Signe kwam, waren we daarom heel verbaasd te merken dat ze geen korstjes at, dat ze de schillen van de appel weggooide en al haar groente van haar stukjes vlees peuterde met het avondeten. Dit gedrag kenden we totáál niet. Zo zie je maar: elk kind heeft ook zijn eigen voorkeuren en persoonlijkheid die weer effect hebben op de relatie tussen ouders en kind.

12 Tips om je kind beter te laten eten

Wat kun je nou doen om je kind te helpen beter te eten? Hier volgen 12 tips.

  1. Realiseer je dat je kind de macht heeft over wat er naar binnen gaat. Kinderen eten als ze jong zijn heel intuïtief: als er gezond eten wordt aangeboden, zal je kind zeker niet snel teveel eten. Je kind luistert (in tegenstelling tot de meeste volwassenen) goed naar de hongersignalen en ‘vol’signalen van zijn lijf. Daardoor zal je kind eten als het trek heeft, en stoppen als het genoeg heeft. Dat je kind dus bewust niet eet ’s avonds, geeft dus aan dat het niet barst van de honger.
  2. Een jong kind heeft in feite maar heel weinig eten nodig om op te functioneren. Het zal dus niet snel een tekort oplopen.
  3. Eet gezamenlijk aan tafel, eet gelijktijdig.
  4. Maak van het eten een fijn moment. Richt je op elkaar, praat over de dag, toon interesse in elkaar. Haal negatieve aandacht af van het eten.
  5. Noem tijdens het eten tegen elkaar hoe het smaakt, dat je het lekker vindt, dat het gezellig is om samen te eten, geef complimenten aan de kok, etc. Kortom, uit je positief (maar wel gemeend) over het eten.
  6. Biedt je kind gezond eten aan, gewoon wat de pot schaft. Ook al weet je dat je kind het niet lust of niets zal eten. Blijf het aanbieden.
  7. Haal het eten weer weg als de maaltijd voorbij is. Als je kind speelt met het eten, haal het dan eerder weg. Als mijn dochter haar beker melk in haar bord giet of de stamppot op de grond kwakt, zeg ik: ‘jij bent klaar met eten, dan haal ik je bord weg’.
  8. Biedt, als je dat gewend bent, wel gewoon een toetje aan na het eten. Zeg niet: ‘jij hebt slecht gegeten, dus je hebt geen toetje verdient’. Daarmee suggereer je namelijk dat het avondeten blijkbaar iets vervelends is waar een beloning voor nodig is. Geef gewoon een toetje, want dat is wat jullie altijd doen. Niet iets dat afhankelijk is van de ‘eetprestatie’.
  9. Als je kind al wat ouder is, kan het een idee zijn om twee soorten groentes te maken en je kind te laten kiezen: ‘wil je sperziebonen of bloemkool?’. Hiermee toon je respect voor het autonomiegevoel van je kind (‘ik heb macht, want ik mag kiezen’), terwijl je zelf de kaders uitzet.
  10. Als aanvulling hierop kan het heel goed werken om je kind te betrekken bij het eten maken. Laat het kiezen in de supermarkt wat ze willen eten, laat ze helpen met groente wassen of in de pan doen, etc. Hiermee vergroot je hun betrokkenheid en zijn ze meer gemotiveerd om te proberen van het eten.
  11. Als je kind besluit om niet/slecht te eten ’s avonds, biedt dan later die avond geen ‘compensatie-eten’ aan, omdat je denkt ‘dan heeft het toch nog wat binnen’. Dit creëert een patroon dat je kind weet dat het later die avond toch nog kans heeft wat te eten en neemt de motivatie weg om met het avondeten goed te eten. Je kind zal met het ontbijt weer inhalen wat het de vorige avond eventueel heeft gemist.
  12. Zorg aan de andere kant dat je kind overdag op regelmatige tijden eet en niet teveel eet kort voor het avondeten. Zo klom Signe al maanden overal op en at ze soms, ongevraagd, wel 4 appels achter elkaar. We hebben toen noodgedwongen de fruitschaal maar bovenop een hoge kast geplaatst, zodat ze er niet meer bij kon. Sindsdien eet ze aanzienlijk beter met het avondeten.

Heb je nog andere tips? Ik ben benieuwd!

Uit eten met/zonder kinderen

Uit eten met/zonder kinderen

Uit eten met kids: 7 tips

“Ja, ik weet eigenlijk niet goed wat jullie verwachten van dit stuk als jullie beginnen met lezen. Waarschijnlijk loopt het op een grote deceptie uit. Toen iemand stemde voor dit artikel, werd er bovendien de opmerking ‘mét praktische tips graag!’ bij geplaatst. Afijn, dat is een leuk streven, maar misschien en helaas ver van de realiteit. Ja, ik haal jullie maar gewoon direct uit de illusie: uit eten met kinderen is heus niet net zo ontspannen en romantisch als uit eten gaan zonder kinderen. Zo. Dat kan maar vast gezegd zijn.”

Valkuilen en desillusies

Dan nu over naar de werkelijke inhoud van dit artikel. Over mijn ervaringen in het uit eten gaan, mét en zonder kinderen. Want die zijn er, zij het gering. Ik kan ze makkelijk terughalen, want ze lieten vaak namelijk een diepe indruk op me achter. Blijkbaar is er toch ook iets aantrekkelijks in het meenemen van kinderen als je uit eten gaat, want we stappen met z’n allen keer op keer in dezelfde valkuil. Dat wilde ik uitzoeken: hoe komt dat nou?

Op vakantie

Laten we bij het begin beginnen. Toen ik net moeder was geworden, was de overgang enorm. We hadden een zware babytijd en liepen regelmatig op ons tandvlees. Uit eten gaan, in wat voor vorm dan ook, kwam niet eens bij ons op. Slapen was toen de belangrijkste prioriteit. Ik denk dat de eerste keer uit eten met Meia was toen we als nieuwbakken gezinnetje voor het eerst “op vakantie” gingen. Ja, tussen aanhalingstekens, want ik geloof dat alle nieuwe gezinnen dezelfde eerste vakantie maken: ergens in een center parcs huisje via een kortingsvoucher uit één van de blije dozen.

Opgelaten

Maar dat terzijde, wij waren toen in Texel gestrand en deden voor het eerst een hapje buiten de deur mét baby. Ik voelde me heel stoer en vooral héél opgelaten, want terwijl ik mijn appeltaart probeerde te eten, werd de slagroom van mijn vork geslagen, brak het zweet me uit als ze een keel opzette en goot ik tenslotte de veel te hete chocomelk maar naar binnen: liever blaren in mijn keel dan langer dan nodig in dat café zitten met een ontzettend rusteloze baby. De ervaringen met Meia bleven van soortgelijke aard: als baby moest je met haar gewoon niet uit eten willen, want ze was meteen 2 dagen van slag, zo overprikkeld raakte ze.

Anonieme omgeving

Toen we Fosse kregen, hadden we een heel nieuwe ervaring. Hij sliep met zo’n 4 weken door, deed alles volgens het boekje en zat in een heel duidelijk ritme. Omdat hij zo heerlijk voorspelbaar was, durfden we met hem wat sneller de gok te wagen om hem mee uit eten te nemen. Op de een of andere manier is dat toch vooral wanneer we op vakantie zijn: misschien dat de anonieme omgeving het gemakkelijker maakt, of dat je op vakantie meer ontspannen bent en de stap eerder maakt? Hoe dan ook, zo waren we een keertje in Spanje, waar het avondeten natuurlijk pas rond 21u geserveerd wordt. En hoe makkelijk je kind ook is, het is simpelweg nooit een goed idee om rond die tijd uit eten te gaan met kinderen.

Afwisselend van tafel

Het is gewoon een feit dat je met kinderen aanpassingen moet maken en dat je rekening moet houden met de behoeftes van je kind. Wanneer je verwacht of hoopt de dingen te doen zoals je die gewend was te doen, loopt dit uit op grote frustraties en teleurstellingen, zowel bij de ouders als de kinderen. In ons geval waren we met familie uit eten en probeerden we ons zo goed en kwaad als het ging aan te passen, maar in de praktijk kwam het erop neer dat we afwisselend met een half slapend/huilend kind op de arm rondliepen, terwijl de ander wat at, om elkaar daarna af te wisselen en aan je intussen koud geworden maaltijd te schuiven. Bovendien voel ik me enorm opgelaten in zo’n situatie: je stoort andere gasten en je bent onprettig gezelschap omdat je steeds van tafel gaat.

Gedrag aan tafel

Soms doen we wel eens impulsief. Dan heb ik geen zin om te koken, zit ik in een baalmodus ergens om en denk ik: kom, we gaan uit eten. Dat was ook een keertje mét kinderen, we hadden er toen nog 2. We zijn toen sushi gaan eten, want die hebben in ieder geval een schappelijke etenstijd (vanaf 17u, ideaal met kinderen). Het idee van verschillende hapjes sloeg ook best goed aan: ze proefden hier en daar van en het was niet erg als ze iets niet lusten, want er waren nog genoeg andere dingen om te eten. Ze waren toen nog in de leeftijd dat ze voor weinig mee aten. Maar als het aan komt op de ‘gedragsregels’ rondom het uit eten gaan, was het nog steeds 3x niks: op de stoel blijven zitten was vrijwel onmogelijk, wat betekende dat we vaak achter hen aan moesten door het restaurant heen, waardoor je alsnog in je eentje aan tafel zat te eten. Zelf meenemen van wat speelgoed/kleurmaterialen werkte te kort voor de hele zit. Je doet kinderen simpelweg geen plezier met lang tafelen. In ieder geval die van ons niet, die hebben geen rust in hun kont.

Tradities

Soms hebben we er gewoon lak aan. Zoals op de laatste dag van de vakantie. Dan willen we gewoon nog een lekker hapje eten, en zijn we blijkbaar zo ‘zen’ van de vakantie, dat het ons niet meer uitmaakt dat ze van tafel lopen of wanneer er eentje begint te huilen. Toen Signe nog een baby was, waren we een weekje kamperen in Frankrijk. We hebben de traditie om dan naar Buffalo Grill te gaan, ongeacht de situatie. Dus plantten we Signe in haar maxicosi op de bank of knoopten we haar in de draagdoek. Ze was gelukkig een redelijk makkelijke baby. En ook Buffalo Grill is gericht op gezinnen: boven is een ruimte met speeltoestellen en ze krijgen kleurtjes en puzzels bij het eten.

Speciaal voor gezinnen

Er zijn dus ook ervaringen bij die best goed uitpakten, mét kinderen. En gelukkig lijkt de markt daar ook op in te spelen. Zo waren we van de zomer op vakantie in Slovenië, waar het geen zeldzaamheid is dat er op het terras een kinderhoekje is, met een speeltafel, loopauto, blokken en dat soort dingen. Ook in Nederland wordt slim op de gezinnen ingespeeld, zij het meer binnenskamers, want het weer nodigt niet zo vaak uit om buiten te gaan zitten, helaas. Hieronder volgen een aantal suggesties.

  • In Dordrecht heb je sinds jaar en dag natuurlijk het bekende Pims Poffertjeshuis, wat nog steeds een uitje is met kinderen. Verwacht dan geen culinaire hoogstandjes, want ik blijf erbij: zoek dan gewoon oppas en plan een avondje met z’n twee (of met vrienden of what ever). Nee, Pim’s is meer uit eten vóór de kinderen, waar je als ouder gewoon bij bent. Er is volop te zien en te ontdekken, zoals een trein die boven je hoofd rijdt en kleuren aan tafel.
  • Ook de keten Happy Italy heeft een slim concept, met een kleine binnenspeeltuin (en soms ook een buitenspeeltuin) waar kinderen niet lang stil hoeven zitten aan tafel, maar even hun energie kwijt kunnen met spelen. En pizza’s zijn nog altijd all time favorites bij kinderen (en bij ons ook trouwens). Ook hier geldt: ga er niet voor een culinaire weldaad. Eigenlijk geldt dat voor alle tips voor uit eten met kinderen.
  • Sinds een tijdje heb je in Dordrecht ook Lizz’ Wereldkeuken. Dit is een buffetconcept wat ideaal is voor gezinnen, want ze mogen gebruik maken van de grote binnenspeeltuin die er naast zit. En een buffet maakt het voor kinderen sowieso al eenvoudiger om aan tafel te blijven, want tussentijd mogen ze lopen om nieuw eten of drinken te pakken. Mijn kinderen vinden het echt een feestje om daar te eten, maar dat komt met name door de speeltuin.

En dan nog een 7 tips die het uit eten gaan mét kinderen misschien een stukje draaglijker maken:

  1. Neem iets te spelen/te doen mee voor je kinderen. Een puzzelboekje, tekenspullen, of desnoods een spelcomputer. Klinkt als omkopen en eigenlijk is het dat ook. Maarja, dan moet je ook niet met kinderen uit eten willen 😉
  2. Kies een restaurant dat enigszins gewend is aan kinderen/gezinnen. Dat zijn meestal niet de high class restaurants, dus kom je al gauw uit bij de goedkopere restaurants. Kies vooral plekken waar een gedeelte ingericht is voor kinderen, scheelt voor je eigen ontspanning!
  3. Kies een restaurant met een concept waarbij er gelopen kan/mag worden. Zoals een buffetrestaurant is ideaal voor kinderen, want stil zitten is vrijwel onmogelijk voor ze.
  4. Kijk wat er geserveerd wordt: lust je kind het? Doe voor hen vooral niet te moeilijk, kinderen houden het vaak liever simpel. All you can eat concepten zoals sushi restaurants of tapas restaurants werken ook goed voor de eetlust.
  5. Maak vooraf duidelijke afspraken met je kinderen. Leg uit welk gedrag je van ze verwacht en hoe je graag de avond voor je ziet. Herinner ze dan aan deze afspraken als ze deze even lijken te vergeten tijdens het diner.
  6. Ga op schappelijke tijden uit eten: gewoon op een tijd waarop ze normaal gesproken ook zouden eten. Dit voorkomt veel hongerig gezeur vooraf en vermoeid gejammer tijdens het etentje.
  7. Maar de allerbelangrijkste tip: regel oppas en ga lekker zonder kinderen uit eten. Kies een restaurant waar je echt lekker kunt eten, eentje waar je gewoon lekker op je stoel kan blijven zitten. Waar je, zoals mijn vriendin dat noemt, op grote mensen tijd reserveert (lekker om half 8 ofzo), waarin je je heerlijk laat bedienen, geniet van een goed wijnarrangement en zonder op de klok te hoeven kijken doorgaat.