Archief van
Tag: therapie

Supervisie traject binnen de OG opleiding

Supervisie traject binnen de OG opleiding

Zelf in therapie als therapeut

Al eerder beschreef ik hoe ik voorgaande jaren mijn registratietraject doorliep om Orthopedagoog-Generalist (OG) te worden. In deel 1 ging het over de algemene zaken, terwijl ik in deel 2 dieper op bepaalde opleidingen inging. In dit derde deel besteedt ik aandacht aan een belangrijk onderdeel van het traject: de supervisie. Om een goede therapeut te worden, moet je in feite zelf in therapie. Verplicht. 90 uur lang.

Groeien

In de jaren dat ik al die nascholing volgde, ben ik erg gegroeid. In letterlijke zin, want ik raakte maar liefst drie keer zwanger en met elke zwangerschap groeide ik met gemak zo’n 20 kilo (daarna ben ik gestopt met wegen). Maar vooral ook in figuurlijke zin. Vers van de universiteit weet je eigenlijk nog meer heel weinig. Het voelde voor mij daarom heel prettig om door te leren. Maar hoe meer ik leerde, hoe meer ik beseft hoe weinig ik nog wist. Ik krijg in mijn leven nooit alles bij elkaar geleerd wat ik zou willen weten.

Toepassen van kennis

Keuzes maken is daarom een noodzaak. Het mooie van een sprokkeltraject is dat je, zeker in het begin, vrij bent in de onderdelen die je kiest. Ik liet me leiden door mijn interesses en was daarom meestal zeer gemotiveerd voor de cursussen. Maar na een cursus komt de grootste uitdaging: het toepassen in de praktijk. Hoewel daar vaak al wel opdrachten binnen de cursus voor zijn, waarin je bijvoorbeeld opnames van jezelf moet maken of een casus moet uitschrijven, is er nooit voldoende ruimte om écht diep op je functioneren in te gaan.

Aan de slag met jezelf

Het beroep van therapeut is een heel mooi maar zwaar vak. Je hebt te maken met andermans problemen, die je moet dragen, verwerken en vervolgens als het even kan ook oplossen. Het vraagt veel van je eigen veerkracht om al die moeilijkheden aan te horen en een plekje te geven. Niet voor niets dat er van je wordt verwacht dat je supervisie volgt. In dat (zware) traject, volg je maar liefst 90 uur supervisie, waarin je leert een goede therapeut te zijn. Hoe? Door aan de slag te gaan met jezelf.

Jezelf als therapeut ontwikkelen

In veel cursussen komt het al een beetje aan de orde: je oefent rollenspellen met anderen, je brengt een eigen probleempje in om EMDR op te proberen of je krijgt feedback over je gespreksvaardigheden na een oefening. Supervisie gaat verder dan dat. Eén op één ga je in sessies van 1,5 uur per keer diep in op jouw handelen als therapeut. Wat zijn je doelen, waar liggen je valkuilen, wat doe je goed, waar gaat het mis?

Klik met cliënten

Hoe jij als therapeut bent is heel persoonlijk, zoals je als mens persoonlijk bent. Terwijl ik vaak wordt omschreven als rustig en begripvol, kan een ander weer spontaan en grappig als eigenschappen toegedicht krijgen. Zo heeft iedere therapeut zijn eigen stijl en kwaliteiten. Dat betekent ook dat er sprake kan zijn van een match of mismatch tussen een therapeut en cliënt. Je kan jezelf bijvoorbeeld erg herkennen in iemands verhaal. Fijn, want je voelt diegene goed aan. Maar ook een valkuil, want misschien loop je ongemerkt een stapje te hard voor diegene.

Leren van jezelf

Andersom kan het ook zijn dat je een cliënt hebt waar je tegenop ziet. Dat is interessant. In supervisie heb ik geleerd dit altijd als een leermoment te ervaren. Hoe komt het dat ik er tegenop zie? Wat roept die cliënt of dat probleem bij mij op? In supervisie leer je dat al die gevoelens van jezelf als therapeut ergens op gebaseerd zijn. En ja, net zoals bij onze eigen cliënten, grijp je heel vaak terug naar ervaringen vanuit het verleden. Want we kunnen er vaak niet omheen: het verleden vormt je, en maakt dat je handelt zoals je handelt. Het is ontzettend waardevol om dat van jezelf te begrijpen en te herkennen, zodat je erop kan anticiperen in therapie als het nodig is.

Zwaar werk

Het is dus onzin dat je als therapeut alles maar naast je neer kunt leggen, of dat je geen gevoelens hebt of mag tonen. Casussen grijpen ons wel degelijk aan, en het vergt heel wat om dat allemaal te verwerken. Als ik net een heftig gesprek heb gevoerd met een onwillige, opstandige puber met woede-uitbarstingen en alle zeilen moest bijzetten om het niet te laten escaleren, heb ik soms slechts een minuutje schakeltijd om door te gaan naar het gesprek met een adolescent die zo bang is dat ze het leven niet meer ziet zitten en ik moet oppassen dat ik niet in de valkuil van ‘redder’ stap, om dit kind eruit te willen halen. En als ik dan de deur achter haar sluit, zit mijn volgende cliënt al spanningsvol te wachten. Zij gaat EMDR volgen omdat zij zich voelt falen als moeder, en ik moet nog een afspraak met de ander maken.

Emotionele belasting

Zoals Dick Bouman ook schrijft in zijn boek, de ondernemende psychotherapeut:

“Psychotherapie is ook zwaar werk (…). Het is werk dat de emotionele reserves aantast, het zuigt leeg. Een dag die gevuld is met afspraken met mensen die met zichzelf in de knoop zitten, die soms moeizaam contact leggen of die moeilijk en ‘lastig’ zijn in de omgang, vergt heel veel. (…) De therapeut krijgt met kracht een rol opgelegd: hij wordt hulpeloos, onmachtig of woedend gemaakt. Hij krijgt te voelen wat het is om misbruikt, onbegrepen, verleid of onmachtig te zijn, haat en razernij te voelen, altijd te moeten falen, angst te voelen om gek te worden. Dat leidt gemakkelijk tot emotionele uitputting die je mee naar huis kunt nemen.”

Grenzen aanvoelen en bewaken

Door middel van supervisie leer je deze grenzen aanvoelen en bewaken, leer je hoe je met deze complexe gevoelens kunt omgaan. Zowel bij je cliënt, als bij jezelf. Het heeft me iets heel moois geleerd: dat elk moment van onzekerheid, boosheid, frustratie of wat voor naar gevoel dan ook, een les voor je kan zijn. Op het moment dat je nagaat waar deze gevoelens van jezelf mee te maken hebben, kan je er achter komen hoe je er het beste op kunt reageren. Of desnoods wat je nodig hebt.

Verrijking

Het is iets rijks: je kan het niet fout doen, in die zin, dat elke tegenvaller een kans biedt voor iets nieuws. Ik heb de supervisie dan ook met beide handen aangegrepen. Sterker nog, het staat al op mijn verlanglijstje om uiteindelijk ook de supervisorenopleiding te gaan doen.

EMDR bij peuters

EMDR bij peuters

Jonge kinderen in therapie

 

Als orthopedagoog ben ik opgeleid om kinderen en gezinnen te helpen. Anders dan een psycholoog, die zich breder richt op álle leeftijden, ben ik dus wat meer gespecialiseerd in de mensen die nog in ontwikkeling zijn. De meeste cliënten die ik zie, vallen in de basisschoolleeftijd, grofweg tussen de 6 en 12 jaar oud. Maar ook jongere (en oudere) kinderen heb ik regelmatig in de spreekkamer. Vandaag een artikel over de ervaring met EMDR bij peuters.

Veerkracht

Zo had ik pasgeleden een kleine peuter in behandeling, van rond de 2,5 jaar. En op de één of andere manier heb ik iets met die ukkies, misschien omdat ik zelf nog drie kleintjes heb, maar er is iets fascinerends aan hele jonge kinderen. Ze zijn nog zo puur, zo aan het begin van hun ontwikkeling, zo vormbaar. Gebeurtenissen kunnen een grote impact hebben in hun nog zo korte leventje, maar tegelijkertijd tonen ze een onnavolgbare veerkracht. Het verwondert me, en het herinnert me aan hoe weinig we eigenlijk weten over bijvoorbeeld de werking van de hersenen.

Verbondenheid tussen ouders en kind

Het is een fabeltje om te denken dat een kind te jong is voor therapie. Natuurlijk ga je met een kind van 2 jaar geen diepzinnige gesprekken beginnen over identiteitsontwikkeling of gedachtes uitwisselen over schoolkeuzes, maar op andere manieren kunnen ze zeker baat hebben bij therapie. In specifieke cursussen gericht op de ontwikkeling en behandeling van jonge kinderen heb ik ervaren hoe essentieel deze behandelingen kunnen zijn voor hun verdere levens. Als kinderen nog echt jong zijn, pakweg voor ze naar de basisschool gaan, dan is het een vanzelfsprekendheid dat ik het kind zie samen met de vader en/of moeder: ze zijn nog zo verbonden met elkaar, dat het onnatuurlijk zou zijn ze los van elkaar te zien.

Slaapproblemen

Zo was het ook bij mijn peutercliëntje. Deze kleine kwam voor slaapproblemen: elke nacht werd het kindje meerdere keren hysterisch wakker en moest het per sé door moeder getroost worden, vader werd niet geaccepteerd. Overdag was de peuter ontzettend vermoeid, wat zorgde voor negatief gedrag en uiteindelijk een negatieve sfeer. Het was al maanden bal en ouders werden elke dag een beetje vermoeider en meer radeloos. Het zorgde voor een grote belasting voor met name moeder en alle gezinsleden hadden grote behoefte aan een goede nacht slaap.

EMDR

In de intake is het zaak om nauwkeurig uit te pluizen waar de klachten mogelijk mee te maken hebben. Daarom wordt er veel gevraagd, soms tot in de kleine details en tot jaren terug. Klachten zijn namelijk vaak hetzelfde, het is de unieke geschiedenis van een cliënt die uiteindelijk de behandeling vormgeeft. En zo kwam ik er achter dat er in de korte levensgeschiedenis van dit cliëntje een aantal ingrijpende gebeurtenissen waren geweest, die naar mijn idee te maken hadden met de klachten. Ik besloot daarom om EMDR te gaan doen (later licht ik deze behandelmethode meer toe). EMDR bij zo’n kleintje? Ja echt, het kan. Heel goed zelfs. EMDR is in het kort een manier om ingrijpende gebeurtenissen te verwerken. Dit wordt zowel bij kinderen als volwassenen toegepast, en is dus ook mogelijk bij hele jonge kinderen.

Het verhaal schrijven

Voordat we daarmee konden starten, was het de bedoeling dat ouders het verhaal zouden schrijven van de gebeurtenis. Klinkt simpel? Dat is het niet. Ten eerste is het de bedoeling dat ouders in de schoenen van hun kind gaan staan als ze het verhaal schrijven. In dit geval moest het verhaal dus worden geschreven alsof het door de ogen van de peuter werd beleefd. Dat vergt nogal wat inlevingsvermogen. Want wat indruk maakt op ons als volwassene, kan soms mijlenver af staan van wat impact heeft op een kind. Ten tweede is het opschrijven van de gebeurtenissen direct een stuk rouwverwerking en exposure voor de ouders: ze beleven als het ware de hele situatie weer opnieuw en dat roept vaak hun eigen stukje trauma en spanning weer op. Dat maakt het extra lastig om te scheiden tussen hun eigen gevoelens en die van hun kinderen. Ten derde hebben ouders een natuurlijke neiging om hun kind te troosten, te sussen en te beschermen tegen alles wat naar is. En bij EMDR gaat het er júist om, om zoveel mogelijk lading in een verhaal te stoppen. Met andere woorden, om het verhaal zo eng, heftig, verschrikkelijk of zo naar mogelijk te maken. Dat vergt ook veel moed van ouders.

Desensitiseren

Het duurde daarom een poos voor de ouders het eerste verhaal op papier hadden staan. Na wat kleine aanpassingen, was het dan tijd voor de eerste sessie. En in tegenstelling tot hoe lang ervoor nodig was om het verhaal op papier te zetten, zo kort waren de sessies toen ze uiteindelijk plaatsvonden. Het voorlezen van het verhaal en tegelijkertijd desensitiseren (het laten afnemen van de spanning), was meestal binnen een half uurtje gefixt.

De sessies

Het is een wonderlijk proces. De peuter kroop knus bij mama op schoot en koos de knuffels waarmee ik op de beentjes zou tikken (het afleidingsproces). Hierna begon haar moeder het verhaal, dat verliep volgens vaste richtlijnen: eerst een rustige inleiding, dan toewerkend naar het meest spanningsvolle stukje, waar uitgebreid bij wordt stilgestaan en eindigend met een goed einde. Het eerste verhaal had zichtbaar spanning: de blik van de peuter werd naar binnen gekeerd, er verscheen een pruillip en er werd steun gezocht bij moeder door haar stevig beet te pakken. Deze spanning zakte zichtbaar aan het einde van het verhaal.

Emotioneel

Voor de tweede sessie hadden we de tweede ingrijpende gebeurtenis uitgeschreven. Dit bleek tijdens de sessie het meest heftige moment te zijn geweest voor de kleine cliënt. Bij de climax van het verhaal, waarin er thema’s van verlatingsangst speelden, raakte de peuter zeer geëmotioneerd en zocht ze schokkend van verdriet bij de moeder die ze toen zo had gemist. Aan het einde van het verhaal zakte ze uitgeput en nog na snikkend tegen moeder aan, terwijl extra werd benadrukt dat alles nu weer veilig en goed was.

Impact

Iedere keer dat ik dit soort EMDR sessies doe, ben ik weer onder de indruk van het effect. Hoewel het voorlezen van een verhaal misschien 10-20 minuten duurt, zijn het zeer ingrijpende sessies, waarin veel emoties worden losgemaakt. Het is voor mij keer op keer weer een bevestiging van de ongelooflijke veerkracht en flexibiliteit in de ontwikkeling van jonge kinderen.

Afscheid nemen

EMDR staat er om bekend dat het na de sessie doorwerkt, tot zo’n 3 dagen daarna. En zo was het bij dit gezin ook. De dagen erna merkten ze verschillende gedragsveranderingen, zoals nachtmerries, veel vragen naar de gebeurtenissen en willen weten waar iedereen was. Na deze zogenaamde ‘naweeën’, begonnen de klachten significant af te nemen: de peuter werd veel minder vaak wakker, en als het gebeurde, was het zonder hysterie of paniek. Ook werd papa weer geaccepteerd en kon de peuter gemakkelijk terug naar bed worden gebracht. De nachten waren in zeer korte tijd sterk verbeterd. Er was meer rust en ook overdag kon de peuter beide ouders beter accepteren. In het afscheid nemen viel op dat de peuter nu gedag zei, wat voorheen niet gebeurde. Alsof de kleine er weer op kon vertrouwen de ander weer terug te zien, wat misschien eerder niet vanzelfsprekend was. En zo gebeurde het, dat na een keer of vier de peuter zich bij het weggaan ineens naar mij omdraaide, haar handje opstak en een vrolijk ‘doei!’ zei. Knap gedaan meisje, je hebt je vertrouwen weer terug!

Hulp dichtbij: de kapper als therapie?

Hulp dichtbij: de kapper als therapie?

Hoe kleine dingen tot grote resultaten kunnen leiden

Een tijdje terug zat ik bij de kapper. Het was rustig, want ik ging op een doordeweekse dag, zomaar overdag. Ik had namelijk een zeldzame vrije dag zonder kinderen. Toen ik bij de kapper binnen stapte, was er nog één klant aan het afrekenen. Althans, dat was geloof ik de planning van de kappers, maar de betreffende mevrouw dacht er anders over.

Je verhaal kwijt aan de kapper

Zodra ik de deur had opengeduwd, kwam er een stortvloed aan verhalen over me heen, waar ik – of ik nou wilde of niet- direct getuige van was. De vrouw vertelde honderduit over haar wel en wee uit haar relatie en klaagde steen en been over alles wat maar ter sprake kwam. Toen de kappers haar eindelijk zo ver hadden om te betalen en haar jas te laten aantrekken, zag ik aan hun grimas dat ze intussen behoorlijk klaar waren met deze onthullingen van hun openhartige klant.

Niet-praten-stoel

Grinnikend ging ik op de stoel zitten en zwijgend wachtte ik tot de kapper zover was om zich op mij te richten: dat was hetzelfde moment als dat de andere klant eindelijk naar buiten liep. De kappers slaakten een diepe zucht en zochten direct steun bij elkaar: ‘jeetje, wat kan zij kletsen!’ en: ‘dat is bepaald geen type voor een “niet-praten-kappersstoel”‘. Een ‘niet-praten’ stoel? Vroeg ik hardop. Ja, die bestonden. Voor mensen die geen gezeur wilden van de kapper tijdens een knipbeurt. Die geen ongemakkelijke gesprekjes wilden voeren. Het leek erop dat de kappers in dit geval eerder zelf in deze stoel hadden willen zitten.

Geen sociaal leven

Toch hadden ze ook wel met deze klant te doen. Ze was zo alleen, haar knipbeurt eens in de zes weken was zo’n beetje het enige uitje buitenshuis. Op de vraag van de kapper “ga je nog wat leuks doen vanavond?” had ze gereageerd met: ‘oh gewoon in pyjama op de bank en tv kijken zoals altijd’. Blijkbaar had deze vrouw amper een sociaal leven en leefde ze volledig op onder de aandacht van de kappers.

Hulp dichtbij

En terwijl ik geknipt werd, bedacht ik me hoe belangrijk zulke dingen eigenlijk zijn. De gewone dingen van het leven. Vanuit de overheid en de gemeente wordt gepromoot de hulp dichtbij te zoeken. Het liefst door het netwerk, de buurt, de vereniging, de coach, de buurvrouw, of wie dan ook. En zo blijkt, in dit geval, de kapper daar ook een rol in te vervullen. Hoewel het deze meiden koppijn bezorgde en ze klaagden dat ze ‘vooral niet teveel van zulke klanten’ moesten hebben, beseffen ze misschien niet welke belangrijke rol ze misschien vervullen voor sommige kwetsbare mensen.

Het belang van aandacht

Wie weet is deze vrouw inderdaad één van de kwetsbare mensen in de samenleving, die door haar regelmatige kappersbezoekjes echter weer zo wordt opgeladen, dat de stap naar de hulpverlening uiteindelijk niet nodig blijkt. Misschien geven de kappers haar wel de aandacht, tonen ze interesse, geven zij de ontspanning door het gefrunnik aan de haren, het masseren tijdens het wassen, en geven zij haar eventjes het gevoel belangrijk te zijn. De moeite waard. Kan zij zichzelf eventjes weer waarderen, genieten van haar nieuwe kapsel, wordt haar zelfbeeld weer opgevijzeld en neemt haar zelfvertrouwen toe.

Voorkomen van problemen

Dat neemt natuurlijk absoluut niet de zin en het nut weg van de GGZ, maar geeft wel aan dat daarnaast ook de kleine dingen grote resultaten kunnen hebben. Dat er vooral ook veel voorkómen kan worden, soms zelfs ongemerkt, zoals in dit geval. En voor de één is dat het sporten, voor de ander de complimentjes van de leerkracht, en voor de derde de onverdeelde aandacht tijdens een bezoek aan de kapper.

De kapper als hulpverlener

Het gesprek kwam algauw op mijn werk terwijl ik in de stoel zat. En terwijl ik uitlegde wat mijn werkzaamheden inhielden, welke problematiek ik soms tegenkwam en mijn doelgroep een beetje beschreef, bemerkte ik herkenning bij de vrouw die ondertussen mijn haren knipte. Ze vertelde over kennissen met soortgelijke problemen, hoe zwaar ze het vond en hoe zwaar het haar leek om zulk werk te doen. Dat ze het niet zou kunnen, mentaal niet aan zou kunnen. En het enige dat ik dacht, was: meisje, je hebt het net gedaan. Je bent een steun geweest, een vertrouwenspersoon, iemand om op terug te vallen. Je hebt iemand geholpen, zonder dat je het zelf wist.

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Een veelgebruikte methode

Wat is aangeleerd, kan ook weer worden afgeleerd. Dat is waar de cognitieve gedragstherapie (CGT) van uitgaat. Dat kan heel handig zijn in de opvoeding en is bovendien in veel gevallen nog effectief ook. CGT is tegenwoordig bijna de basis in therapieland. Er wordt ontzettend veel onderzoek naar gedaan en het is vaak de meest aanbevolen behandelmethode.

Effectief en aanbevolen

Er zijn inderdaad veel situaties waarin ik ook werk met CGT. Maar, meteen een kanttekening, ik maak bewust gebruik van meerdere behandelmethodes, omdat ik zo goed mogelijk wil aansluiten bij (de hulpvraag van) de cliënt. Dat neemt niet weg dat over cognitieve gedragstherapie ook best een aardig woordje mag worden gezegd.

Aanleren en afleren

Wat is aangeleerd, kan dus ook worden afgeleerd. Daarbij kun je denken aan gedrag (wat je doet), maar ook aan gedachten (cognities; wat je denkt). Door dit te veranderen, verandert ook je gevoel. Om dit te bereiken wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van huiswerkopdrachten, experimentjes, kijkopdrachten (observaties) of telopdrachten (registraties).

De drie G’s

CGT gaat dus uit van de driehoeksrelatie tussen gedachtes, gevoelens en gedrag (de drie G’s). Omdat je gevoel niet kunt veranderen (je kunt immers niet ineens stoppen met boos zijn en direct vrolijk zijn), wordt er vanuit gegaan dat je je gevoel alleen kunt beïnvloeden door anders te leren denken (cognitieve therapie) en anders te doen (gedragstherapie).

Gedragsverandering

Omdat ouders de meest invloedrijke personen zijn in het leven van hun kinderen, kunnen zij het beste helpen het gedrag van hun kind te veranderen. Je wordt dan een soort coach: door bijvoorbeeld zelf het goede voorbeeld te geven, kan je kind gedrag van je overnemen. Dit wordt modeling genoemd. Als ouder wil je natuurlijk dat je kind uiteindelijk steeds zelfstandiger wordt, maar dit kan alleen met een beetje hulp. Als ouder ben je heel belangrijk voor je kind: daar kun je handig gebruik van maken om je kind te helpen ongewenst gedrag af te leren of goed gedrag aan te leren.

CGT in de opvoeding

Binnen de opvoeding gebruik je als ouders waarschijnlijk zonder het te weten al heel veel principes uit de CGT, zoals belonen (complimentjes geven), negeren van gedrag of een time-out toepassen (dit laatste raadt ik trouwens niet direct aan, waarover later meer). Er zijn tientallen mogelijkheden om op die manier het gedrag van je kind te veranderen, als het maar goed wordt toegepast. Goede uitleg over de werking van principes en goede coaching tijdens de uitvoering ervan is daarom heel belangrijk.

Opvoedingsstrategieën

Voorbeelden van effectieve opvoedingsstrategieën die je kunt leren toepassen, zijn de volgende:

  • je kind stimuleren door hem aan te moedigen
  • effectief grenzen stellen
  • samen een probleem oplossen
  • zicht en toezicht houden
  • positief betrokken zijn bij je kind

Daarnaast zijn er ook tal van ondersteunende opvoedingsstrategieën die kunnen worden versterkt, zoals:

  • duidelijk instructies geven
  • bijhouden van gedrag
  • emotieregulatie (emoties in goede banen kunnen leiden)
  • actieve communicatie

Andere aanpak

Deze worden in heel veel boeken, cursussen en trainingen van tegenwoordig verwerkt, die allemaal gestoeld zijn op de cognitieve gedragstherapie. Voor veel ouders en kinderen kunnen dit handige tips en trucs zijn om in de praktijk te proberen. Voor andere gezinnen is soms echter een andere aanpak nodig.


Bronnen:

Cladder, J.M.; Nijhoff-Huysse; M.W.D.; Mulder, G.A.L.A. (2009). Cognitieve gedragstherapie met kinderen en jeugdigen. Probleemgericht en oplossingsgericht. Amsterdam: Pearson.

Kenniscentrum PMTO Nederland (PI Research).

Prins, P.J.M.; Bosch, J.D.; Braet, C. (2011). Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

‘Wat voor weer is het in je buik?’ – over emoties

‘Wat voor weer is het in je buik?’ – over emoties

Emotionele inflatie

Het valt me op dat er zo veel kinderen worden aangemeld die moeite hebben met hun emoties. Ze hebben weinig woorden voor hun gevoelens en zeggen bijvoorbeeld ‘niet leuk’ als ik vraag hoe ze zich ergens bij voelen. Er lijkt af en toe wel sprake van een soort emotionele inflatie. En niet zelden ligt dat aan de basis van veel klachten waar kinderen (en ouders) mee komen.

Nuchtere Nederlanders

Nu is het ook de Nederlandse maatschappij: de nuchterheid van ons kikkerland voedt ons op met moralen als ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ en ‘niet lullen, maar zakken vullen’. Stilstaan bij je binnenwereld is ons vaak vreemd, en wordt al gauw als zweverig betiteld: “ik ben niet zo’n prater”.

Zo was het dus ook bij het meisje dat ik een tijdje terug zag. Ze werd aangemeld omdat ze snel jaloers was, moeite had met delen en zich snel achtergesteld voelde. Ik zag haar nu voor de tweede keer, en van ouders had ik al begrepen dat dit meisje dichtklapte als je het over gevoelens had. Ze dook dan letterlijk weg: liet haar hoofd hangen, trok haar shirt half over haar gezicht heen en gaf geen antwoord meer op de vragen.

Dit vroeg dus om een meer indirecte benadering. Want de klachten waarmee ze werd aangemeld, hadden uiteindelijk allemaal wel te maken met haar gevoel, dus dat zou hoe dan ook aan de orde moeten komen. En eigenlijk geldt dat natuurlijk voor alle cliënten, want ergens heeft iedereen ergens last van en wil iedereen zich weer gelukkig voelen.

Emotieregulatie

Het meisje kwam vrolijk binnen, had een grote glimlach en vertelde spontaan over wat haar maar te binnen schoot. Ze wilde graag een tekening van de vorige keer afmaken, de verwerking van een dagdroom (waarover later meer). Dit is een techniek die ik veel gebruik voor o.a. het stimuleren van een gezonde emotieregulatie. Voordat ze hieraan begon, vroeg ik haar eerst om nog even haar ogen te sluiten en zich voor te stellen hoe het beeld er nu uitzag: was er nog iets veranderd? Ze gaf aan dat er dieren bij waren gekomen, die zich in de boom nestelden.

Spiegelen

Terwijl ze kleurde, bleef ik spiegelen. Ik benoemde alles wat ze deed: ‘zo, je kiest je kleurtjes zorgvuldig uit’, ‘hmm ik zie dat je graag wil dat er een scherpe punt aan zit’, ‘wat kijk je met veel aandacht naar je tekening’, ‘je ziet het precies voor je he?’. Dit spiegelen is essentieel voor het gezien worden, het voelen van begrip, erkenning, het meeleven. Het vormt de basis voor bijvoorbeeld het aangeven van vervelende dingen.

Symboliseren

Het meisje kleurde inderdaad rustig en geconcentreerd, met veel aandacht. Ze tekende de diertjes in de boom, en ik vroeg me hardop af: ‘hoe zou die boom dat vinden, die diertjes in zijn takken?’, waarop ze direct reageerde: ‘die vind het gezellig, want nu krijgt hij eindelijk eens wat aandacht! Hij staat daar naast een weg, daar rijden steeds maar auto’s langs en die mensen letten alleen maar op de weg, die zien die boom helemaal niet staan’. Ik was ontroerd door dit pure antwoord, want door in beelden te praten (te symboliseren), kan een kind veel gemakkelijker iets van zijn binnenwereld delen. En hoewel dit meisje waarschijnlijk helemaal niet de link legt met zichzelf, helpt het onbewust wel om meer van jezelf te gaan snappen. Deze processen gaan vaak onbewust en hoeven ook niet uitgelegd te worden, liever niet zelfs.

“Die boom krijgt nu eindelijk eens wat aandacht!”

‘Goh zeg die boom stond daar dus maar, met al zijn kleuren, en niemand die hem zag! Hoe zou hij zich hebben gevoeld?’. ‘Niet zo prettig’, zei het meisje. Ook zij had duidelijk weinig woorden om de gevoelens te benoemen. Een werkpunt dus voor de behandeling. ‘En hoe vinden die diertjes het daar, in de boom?’, ging ik verder. ‘Fijn, want die auto’s hebben vieze stinkgassen en daar in de boom ruiken ze dat niet’. Ook hier kwam er duidelijk een stukje gevoel naar boven, wat er gewoon mocht zijn. Het is niet belangrijk om te weten wat dit ‘betekent’. Vaak weten kinderen dit zelf wel, soms komt dit later, soms komt het niet. En als het niet komt, dan is het ook prima.

Weerstand

Uiteindelijk was de tekening klaar. We vervolgden met een ander taakje, waarin ik haar vroeg verhaaltjes te bedenken bij platen van dieren die ik haar gaf. Maar direct bij de eerste taak merkte ik weerstand. Ze bleef lang stil, zei geen verhalen te kennen en dat ze over één plaat geen verhaal kon vertellen. Ze leek bozig, en ik benoemde dat: ‘hè dat vind je geen leuke taak zeg, je lijkt er wel een beetje boos van te worden’, wat leidde tot een luide uitroep van haar kant: ‘Niet!!’, waarna ze haar handen voor haar ogen sloeg en niets meer zei. Ik had duidelijk iets geraakt bij haar, maar was nog aan het zoeken waar het mee te maken kon hebben. Zoals haar ouders mij al hadden gewaarschuwd, klapte ze dicht.

Erkenning geven

Aan ouders geef ik vaak de tip om te benoemen wat je ziet, ook al weet je niet precies hoe je kind zich voelt. En dat doe ik uiteraard in therapie ook. Dus gokte ik een beetje in de richting die ik dacht, om haar de erkenning te geven die ze zo nodig had: ‘jeetje dit vind je echt een vervelende taak zeg. Je vind het misschien wel lastig dat het niet lukt en dat maakt je verdrietig of boos, klopt dat?’. Na een paar van soortgelijke opmerkingen begon ze te snikken en stortte ze ineens haar hart uit: ze was gepest op school, haar bouwwerk was in elkaar gegooid, ze had afgesproken met een vriendinnetje maar haar moeder was de afspraak vergeten en ze waren allebei vergeten dat ze vandaag naar therapie moesten. Hierdoor miste ze de middag op school, en precies dié middag gingen ze leuke dingen doen waar ze zich zo op had verheugd. En nu ging ik ook nog eens hele lastige dingen van haar vragen wat ze gewoon heel moeilijk vond.

Wat voor weer is het in jouw buik?

Bijna was ik gaan applaudisseren, want wat was dit knap van haar! Ze had zo precies verteld wat er speelde en wat haar zo verdrietig en boos maakte, iets wat ze eigenlijk nooit kon. Een grote stap voor haar! Om haar emoties te reguleren en haar te helpen dit verdriet en de teleurstelling te verwerken, vroeg ik haar het volgende: ‘als je nu eens voelt hoe het nu binnen in jou lijf voelt, wat voor weer is het dan nu in jouw buik?’. Ik schoof haar een blaadje en potloden toe, die ze zonder een woord te zeggen pakte.

Verwerking

Wat volgde, was een mooie illustratie van haar overlopende emoties, die kriskras door elkaar liepen in haar binnenwereld: ze begon te krassen, grote grijze krullen van een dikke wolk, waarna ze de ene bliksemschicht na de andere eronder kraste. Met veel bravoure en kracht en met ferme halen werd alles neergekalkt: er kwamen tornado’s, wind, dikke regendruppels, en uiteindelijk nam ze een hand vol kleurtjes die ze tegelijkertijd over het papier joeg. Toen zuchtte ze diep en grinnikte een beetje verlegen. Ik bleef ondertussen steeds maar spiegelen, om haar te laten weten dat ze niet alleen was in haar stress, dat ik haar zag, dat haar rotgevoelens er gewoon mochten zijn.

Ik zuchtte oprecht met haar mee, de spanning van net was weggevloeid. ‘Hoe voel je je nu?’, vroeg ik na een korte stilte. Spontaan draaide ze haar blad om en begon dit keer rustig te kleuren, een kleinere wolk nu. Nog steeds met wat regendruppels en een beetje wind. Maar wat belangrijker was, was de zon, die langzaam doorbrak.

 

 

Een kijkje in mijn werkweek

Een kijkje in mijn werkweek

Hoe zien de dagen van de therapeut eruit?

Toen ik nog studeerde, was ik heel benieuwd naar de praktijk. Ik kon me er nog maar weinig bij voorstellen. En elke dag weer besef ik dat het voor ouders vaak nog veel abstracter is wat we nu precies doen. Hoe zien de behandelingen eruit? Wat doe ik dan tijdens een onderzoek? Wat werk ik precies uit tijdens mijn uitwerktijd? Geregeld vragen ouders mij of ik iets kan vertellen wat hun kind dat doet. Ik snap die nieuwsgierigheid. Daarom een kijkje in een weekje werken als orthopedagoog generalist.

Maandag

Als het weer het toelaat, kom ik maandag en dinsdags op de fiets. Ben ik meteen goed wakker bij binnenkomst. ’s Ochtends staat de eerste afspraak vaak om 8.45u gepland. Vóór die tijd beantwoord ik mailtjes, beluister ik het antwoordapparaat en bekijk de post. Of ik bereid bijvoorbeeld een afspraak voor. Dit keer viel toevallig mijn eerste afspraak die ochtend uit. De moeder moest onverwachts naar het ziekenhuis. Dit gaf me tijd om aan een onderzoeksverslag van een andere cliënt verder te werken. En reden om later na te vragen hoe het met de moeder gaat.

EMDR bij trauma vanuit de jeugd

Om 10.00u had ik mijn eerste cliënt, een adolescent met forse trauma’s uit haar jeugd. Met haar heb ik EMDR gedaan. De therapie valt haar zwaar, omdat het zo confronterend is. Daarom is stabiliseren belangrijk: zorgen dat de cliënt zich veilig genoeg voelt om de pijn onder ogen te zien. Het is heel heftig om te horen wat voor vreselijke dingen sommige (jonge) mensen meemaken. Voor de EMDR had ik bewust langere tijd ingeroosterd, zodat we het goed konden afronden. We hebben één gebeurtenis uitgekozen om mee te beginnen en aan het eind van de (intense) sessie was de spanning duidelijk afgenomen bij dit beeld.

Stoeien met een onderzoeksverslag

Na zo’n sessie heb ik zelf af en toe ook even tijd nodig om te schakelen. Gelukkig had ik niet direct hierna weer een cliënt, maar kon ik verder aan het afmaken van een onderzoeksverslag van een kind dat gedragsproblemen op school vertoont, maar ook last heeft van de echtscheiding van zijn ouders. Hij bleek benedengemiddeld te scoren op het intelligentieonderzoek, wat al veel verklaarde, maar het was een puzzel omdat er ook op sociaal-emotioneel gebied zorgen waren.

Evaluatiegesprek met ouders

Om 13.00u had ik een evaluatiegesprek met de ouders van een meisje van 16. Zij wilden graag nog even horen welke ontwikkelingen ik als behandelaar had gemerkt tijdens de behandeling. Ze waren erg tevreden hoe het nu met hun dochter ging en het was een fijne uitwisseling van ervaringen en we konden de behandeling naar tevredenheid afronden. Met het meisje zelf had ik al eerder een afrondend gesprek gevoerd. Als ik een behandeling afsluit, schrijf ik altijd een evaluatieverslag voor de huisarts. Hierin staat het behandelplan en een samenvatting van de behandeling en de bereikte resultaten.

Afstemmingsgesprek met ouders

Direct daarna, om 14.00u had ik weer een gesprek met ouders. Dit keer van een jongen van 9 jaar, die meer kampt met emotionele problemen en moeite om zijn gevoelens of behoeften te verwoorden. Dit gesprek hebben we gebruikt om te bespreken hoe het nu gaat en om de behandeling verder aan te scherpen. Ik had tijdens de behandeling ook wat vragenlijsten afgenomen en besprak deze nu met de ouders. Samen brainstormden we over de volgende stappen en wat dit jongetje nodig heeft.

Boze buien

Om 15.00u had ik mijn volgende cliëntje, een jongen uit groep 7. Hij had in een eerdere groep vervelende ervaringen met een leerkracht, waardoor hij nu nog wel eens boze buien heeft. Met hem heb ik een EMDR sessie voor de volgende keer voorbereid. Dit doe ik o.a. door te zoeken naar nare plaatjes bij herinneringen en het laten tekenen van deze plaatjes. Ook heb ik een dagdroom (symbooldrama) gedaan, om de verwerking van gebeurtenissen en emotieregulatie te stimuleren.

Eigen grenzen bewaken

De laatste cliënt van deze dag, om 16.00u, was een jongen van 9 jaar. Met hem ben ik aan de slag gegaan met het belang van het bewaken van je eigen grenzen. Dit deden we aan de hand van het bespreken en analyseren van voorvallen waarin deze jongen zijn grenzen niet goed bewaakte. Ik werk met hem ook aan het versterken van een positief zelfbeeld, bijvoorbeeld met werkbladen en therapeutische materialen. Als laatste deden we het Gardner-spel. Dit is een therapeutisch spel, waarin ik vragen en opdrachtenkaartjes uitzoek die passen bij de behandeldoelen van dit kind. Ondertussen noteer ik bijvoorbeeld belangrijke uitspraken van hem en daag ik ongezonde gedachtes uit. Ook laat ik deze jongen steeds stil staan bij zijn gevoel, bijvoorbeeld door te vragen: ‘wat doet dat met jou?’.

Om 17.00u heb ik geen cliënten meer. Ik bel dan, indien nodig, nog wat mensen terug, plan nieuwe afspraken in, verwerk nieuwe aanmeldingen en schrijf mijn ‘to-do’ lijstje in de agenda voor de volgende dag. Dit doe ik ook voor mijn stagiaire, zodat zij direct zelfstandig hiermee aan de gang kan als ik in gesprek ben.

Dinsdag

Psycho-educatie over ODD

Vandaag begon ik de dag met om 8.45u een gesprek met ouders voor psycho-educatie voor hun zoon. We hadden in de weken ervoor onderzoek gedaan bij dit jongetje, die ODD bleek te hebben. Dit is een opstandige gedragsstoornis, dat een grote belasting voor ouders vormt. Sowieso zijn ouders heel belangrijk om een kind zo gelukkig en gezond te laten opgroeien. Maar in dit soort situaties is er als het ware een extra gebruiksaanwijzing nodig. Met psycho-educatie geven we informatie over de stoornis zelf. Dit gedeelte had mijn stagiaire voorbereid. Daarnaast gaf ik de ruimte om specifieke situaties te bespreken, waar ouders thuis tegenaan lopen. Samen analyseren we dan wat er precies gebeurd, wat mogelijkheden zijn en wat het bijvoorbeeld doet met de ouders. Als huiswerk vroeg ik de ouders om een tijdje verschillende situaties te noteren die ze als lastig ervaren.

slaapproblemen kinderen baby dreumes peuter

Intake over slaapproblemen bij dreumes

Daarna had ik om 10.00u een intakegesprek met een moeder van een jongen van net één jaar. Zij maakte zich tot voor kort zorgen over de nachten, omdat haar zoontje niet goed doorsliep en veel behoefte aan nabijheid had van moeder. Na de aanmelding heeft deze moeder al zoveel zelf gedaan, zoals een duidelijk slaapritme ingesteld, overdag meer structuur aangebracht, wat voor meer rust en voorspelbaarheid heeft gezorgd. Hierdoor waren de slaapproblemen al grotendeels opgelost. Het bevestigen van deze moeder in wat ze deed, was in dit geval voorlopig voldoende om weer verder te kunnen.

Kennismaking

Om 11.00u had ik een half uurtje ingepland voor een kennismaking met een kind van 9 jaar. Ik had zijn ouders al op intakegesprek gehad en een onderzoek afgesproken, maar ingeschat dat het voor dit kind prettiger zou zijn om eerst kennis te maken. Dan zag hij alvast waar hij terecht zou komen en bij wie, zodat de spanning niet zo groot zou zijn. Het kennismaken doe ik door met het kind in gesprek te gaan over zichzelf: wat vind je leuk om te doen, waar ben je goed in, wat doe je graag thuis, doe je aan sport, wat hoort echt bij jou, wat maakt jou een goede vriend, etc.

Aanmeldingen verwerken

Hierna had ik tijd om wat telefoontjes te plegen. Er wordt vrijwel dagelijks gebeld voor nieuwe aanmeldingen. Deze mensen willen graag even hun verhaal kwijt en ik leg in het kort de procedure uit. We ontvangen de aanmeldformulieren zowel digitaal als op papier. Deze moeten in een dossier worden gedaan, de formulieren worden geprint en de gegevens worden bijgehouden in onze eigen bestanden om overzicht te houden over de lopende cliënten. Ook moeten de nieuwe cliënten worden aangemeld in het software systeem zodat vergoedingen kunnen worden gedeclareerd, indien hier recht op is. Al met al vraagt dit veel administratieve handelingen die veel tijd vragen.

Bellen met scholen

Tussen 12.00u en 13.00u gebruik ik de tijd om naar leerkrachten en intern begeleiders te bellen. Zij zijn de rest van de dag vaak niet bereikbaar omdat ze voor de klas staan, dus bel ik deze altijd in ons ‘pauze’ uur. Ik belde nu met een leerkracht om de zorgen met betrekking tot een leerling te bespreken: zij wilden graag dat er ook zorg gegarandeerd kon worden als deze leerling de overstap naar het voortgezet onderwijs zou maken. Deze informatie moet ik vervolgens weer terugkoppelen naar de ouders, om transparant te blijven. Ouders vraag ik vooraf altijd toestemming om contact met bijvoorbeeld de leerkracht op te nemen.

Evaluatieverslagen schrijven

Tussen 13.00u en 15.00 had ik tijd ingepland voor het schrijven van evaluatieverslagen. Dit was hard nodig: ik ben vaak geneigd om mijn tijd zoveel mogelijk vol te plannen met afspraken, dat er weinig tijd over blijft voor de verslaglegging. Nu kon ik even de brieven aan de huisartsen schrijven, de dossiers opruimen en de cliënten afmelden in het software systeem. Ook hier zitten steeds meer administratieve handelingen.

COMET programma

Om 15.00 had ik een sessie met een pubermeisje, die erg perfectionistisch is, een negatief zelfbeeld heeft en daardoor ook ongezonde denkpatronen heeft. Met haar werk ik met COMET, een programma gericht op het verbeteren van het zelfbeeld. Maar omdat ik de balans tussen cognitie en emotie heel belangrijk vindt, wissel ik dit af met symbooldrama, die werkt aan de emotieregulatie. Dit meisje krijgt via de mail steeds huiswerkopdrachten mee, die ze thuis maakt en samen bespreken in de sessies. Zo werkt ze vrijwel dagelijks aan de stof die we behandelen, bijvoorbeeld door complimenten bij te houden.

Heftige gesprekken

De laatste afspraak was een intake met een meisje van de middelbare school, die slachtoffer is geworden van een zedendelict. Dit soort gesprekken zijn vaak heftig, zowel voor de cliënt die het verhaal moet doen, als voor ons: ik merk dat je sommige verhalen nooit helemaal naast je neer kunt leggen. Dat geeft ook niet, want het motiveert ook om er wat mee te doen, maar het vraagt ook wel wat van je.

Donderdag

Vervolg EMDR van maandag

Vandaag begon ik met een vervolg op de EMDR sessie van afgelopen maandag. Omdat ik maandag al merkte dat dit een vervolg nodig had, heb ik snel een nieuwe afspraak ingepland. Ik laat cliënten liever niet te lang wachten als de stress en spanning te hoog oploopt.

Motiveren voor behandeling

Om 10.00u zou ik een adolescent/student hebben die momenteel door omstandigheden niet meer naar college gaat. Hij vindt het echter moeilijk om te erkennen dat hij hulp nodig heeft en wil daarom niet komen. Mijn stagiaire probeert telefonisch te bespreken wat hem kan helpen om die stap tóch te maken. Dit blijkt echter te lastig voor hem. In overleg met de moeder wordt daarom afgesproken dat zij contact hebben met het jeugdteam. In zulke gevallen hebben wij een nauwe samenwerking met de jeugdteams, zodat cliënten wel direct worden opgevangen als er andere hulp nodig is.

Scoren en verwerken van testmateriaal

Vervolgens heb ik een uur om zaken uit te werken. Ik heb een aantal lopende onderzoeken, waarvan ik de vragenlijsten en testen scoor. Dit kost veel handmatig werk. Vervolgens moet ik de uitkomsten in een verslag typen en deze interpreteren. Ik stel vooraf onderzoeksvragen op en geef hier nu zo goed mogelijk antwoord op.

Overleg en telefoontjes

Tussen 12.00 en 14.00u houden we normaal gesproken overleg, maar vandaag zijn mijn collega’s er niet. Ik besluit daarom de tijd te besteden aan het terug bellen van mensen die hebben ingesproken en het overleggen met leerkrachten en ib-ers.

creatieve verwerkingsvormen schilderen verven tekenen symbooldrama dagdroomtherapie kinderen pubers jongeren

Depressieve klachten

Om 14.00u heb ik een pubermeisje met depressieve klachten en een zeer laag zelfbeeld. Zij heeft een creatieve kant, waar ik graag bij aansluit, omdat zij het creatief verwerken erg prettig vindt: praten is voor haar lastiger, en door bijvoorbeeld schilderen of tekenen kan zij zich op een andere manier uitdrukken. Ook werk ik met haar met onderdelen uit COMET, het programma voor het verbeteren van je zelfbeeld. In gespreksvorm gebruik ik vrijwel altijd een oplossingsgerichte techniek, zodat er weer hoop en mogelijkheden worden gecreëerd.

Relativerende gesprekken

Daarna heb ik om 15.00u een eerste behandelcontact met een puberjongen, van wie ik de ouders al eerder op intakegesprek heb gehad. Over deze sessie schreef ik al eerder een blog. Het lachen en op een luchtige manier kennis maken, gaven mij ook nieuwe energie en is een welkome afwisseling na soms pittige behandelcontacten.

Geen contact meer met vader

Als laatste zag ik deze dag een meisje uit groep 8, die momenteel haar vader niet meer ziet, maar wel toewerkt naar herstel van dit contact. Met haar sta ik stil bij haar kwetsingen en de verdrietige gevoelens die verschillende gebeurtenissen haar gaven. Deze erkenning en het spiegelen en benoemen van gevoelens is onderdeel van het mentaliseren bevorderende therapie (MBT). Mentaliseren is een ingewikkelde vaardigheid die bijvoorbeeld nodig is om goed te begrijpen wat er in je omgaat en heb je nodig voor het verwerken van gebeurtenissen. Daarnaast werk ik met haar aan concrete stappen naar dit herstel. Ik vraag haar toestemming om haar toegezegde afspraken te delen met haar vader, als stok achter de rug om zich er aan te houden. Tegelijkertijd blijven ouders zo op de hoogte van de vorderingen.

Terugblik

Deze week vielen er wat afspraken uit, waardoor ik wat meer tijd voor het uitwerken van o.a. onderzoeken had. Meestal heb ik ongeveer één keer per week wel een onderzoek, maar toevallig deze week niet. Het was een relaxte werkweek, waarin ik ook toe kwam aan ‘losse eindjes’, wat me weer overzicht gaf.

Ik kan me voorstellen dat je veel termen leest die je niks zeggen. Ik geef daar graag meer duidelijkheid in! Zijn er bepaalde onderwerpen waar je graag meer over zou willen lezen? Dan besteed ik daar graag een artikel aan. Laat het me maar weten in de reacties 🙂