Archief van
Tag: symbooldrama

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

De belangrijkste opleidingen

In mijn registratietraject, die grofweg vijf jaar besloeg, heb ik meerdere ontwikkelingen doorgemaakt. Ik heb ontdekt waar mijn interesses lagen, waar mijn sterktes en zwaktes lagen en misschien wel het belangrijkste: ik heb mijn visie ontwikkeld. Mijn visie op de hulpverlening, op de hulpverlener die ik wil zijn. Dat had, logischerwijs, wel even tijd nodig.

De eerste opleiding

Ik startte mijn traject door een van de vele nascholingsgidsen open te slaan en langs alle titels van de verschillende cursussen te scannen. Het criterium was in eerste instantie: wat lijkt me leuk? Ik had net de universiteit afgerond, en was in mijn naïviteit in de veronderstelling dat ik dus al behoorlijk wat wist. Dat ik dat mis had, werd me (gelukkig) al heel snel duidelijk. Sterker nog, hoe meer ik heb geleerd, hoe meer vragen het heeft opgeroepen en hoe meer het mij nieuwsgierig maakt naar andere dingen.

Oplossingsgerichte therapie

Mijn eerste cursus was de cursus oplossingsgerichte therapie. Dat was een goede start. Het is een therapievorm die uitgaat van de kracht en mogelijkheden van de cliënt, een hele positieve therapievorm die vooral geschikt is voor het gebruik bij milde problematiek. Het kan prima gebruikt worden als gesprekstechniek naast andere interventies. Nog steeds is de oplossingsgerichte manier van werken iets wat we veel gebruiken, wat mij ook een houvast geeft op de momenten dat ik bijvoorbeeld even geen goeie vraag weet te bedenken. Het geeft richting voor de therapeut en hoop voor de cliënt.

ADHD

Onder de indruk van het hele volgen van nascholing begon ik enthousiast aan de tweede cursus, over ADHD. Dit bleek helaas een misser. Het gaf me niet wat ik hoopte, en ik baalde dat ik de ruim 700 euro’s van die cursus voor mijn ogen zag verdampen in teleurstelling. Nouja, fouten maak je om ervan te leren, dus trok ik hier lering uit: beter letten op de docent, op recensies van anderen, het opleidingsinstituut en kritischer zijn in het kiezen van onderwerpen. Weten we dat ook weer.

Cognitieve gedragstherapie

Toen ik na mijn bevalling van Meia echt serieus aan de bak wilde, besloot ik het grootser aan te pakken en te kiezen voor een grote opleiding: die van de cognitieve gedragstherapie (CGT). Ik dacht namelijk, door wat er op de universiteit geleerd werd en in de boeken te lezen is, dat deze therapievorm een Heilig Goed was. Als je dat kon, dan was je wat waard.

Literatuur

Afijn, dus ging ik met kriebels in mijn buik naar de opleiding. Ik moest geloof ik wel een paar keer slikken en flink op m’n hoofd krabben toen ik de docent met een grote bagagewagen de cursusmappen naar binnen zag rijden. Godzijdank was ik met de auto, want hoe had ik in vredesnaam die 4 Gigantische mappen mee kunnen krijgen!?

Gedragsmodificatie

Vanaf dat moment begon het ‘echte werk’. Ik zat avonden te ploeteren op kilometers tekst en maakte me druk om de toets die elke cursusdag zou worden afgenomen. Ik moest mezelf onder de loep nemen met een gedragsmodificatie opdracht. In gewone taal: ik ging mezelf afleren mijn kleren op de stoel te gooien als ik naar bed ging en aanleren om ze, in plaats daarvan, netjes in de kast op te hangen.

Zelfvertrouwen

Het lukte. Ik kreeg, tot mijn eigen verbazing, de stof onder de knie, mijn leeswerk op tijd af en opdrachten ingeleverd. Elke week leerde ik weer nieuwe interventies die ik in mijn werk kon toepassen. Ik maakte mijn cliënten tot gewillige slachtoffers van mijn nieuwe kennis, en met hun vooruitgang groeide mijn zelfvertrouwen. Toen ik merkte dat mijn eigen gedrag ook daadwerkelijk veranderde (er lagen inmiddels meer kleren in de kast, dan er buiten), was dit een extra motivatie om ermee door te gaan.

Symbooldrama

Ik deed daarna nog twee vervolgcursussen van de cognitieve gedragstherapie, ook omdat ik met de gedachte speelde om hierbinnen eventueel ooit een registratie te halen. Maar tegelijkertijd maakte ik een totaal andere keuze. Ik had in mijn werk vaak bij cliënten van mijn collega gezeten, met wie ze symbooldrama deed. Ik was altijd verwonderd wat hier nu precies gebeurde en begreep er geen zak van hoe die kinderen zich zo snel beter gingen voelen. Dat was mijn simpele motivatie om die opleiding te gaan doen.

Twee kanten van de medaille

Dus startte ik, parallel aan de cognitieve gedragstherapie, ook met de opleiding symbooldrama. Later bleek dit een ontzettend slechte timing, omdat ik daardoor twee zware trajecten naast elkaar liet lopen. De impact daarvan had ik volledig onderschat, maar het heeft uiteindelijk wel geholpen in mijn vorming en het maken van keuzes. In deze opleiding werd voor mijn gevoel de andere kant van de medaille belicht. Waar de cognitieve gedragstherapie een meer verbale, rationele therapie is, gaat symbooldrama veel meer over het voelen en ervaren, het non-verbale.

Je eigen leerproces

In deze opleiding moet je zelf aan de slag. Je leert de therapie, door het zelf te ondergaan. En dat is niet altijd gemakkelijk, maar wel de enige manier om te begrijpen hoe het werkt en om je cliënten goed te snappen. Door dit leerproces werd me ineens heel veel duidelijk: hoe mooi en effectief de CGT ook is, het is niet volledig of zaligmakend, zoals ik in het begin dacht. Een andere keer zal ik dieper ingaan op het opleidingstraject van de symbooldrama.

Willen begrijpen

Door deze verschillende ervaringen, stelde ik mijn eigen opleidingstraject bij. Ik wijzigde mijn koers van het rationele, naar het meer leren begrijpen van gedrag en emoties. Omdat ik zelf net moeder was geworden van inmiddels 2 kinderen, was ik tegelijkertijd ontzettend geïnteresseerd in de ontwikkeling van jonge kinderen. Dus besloot ik een andere, grote cursus te volgen in de psychopathologie en diagnostiek van jongere kinderen.

Jonge kinderen

In deze cursus, waar ik nog nooit zoveel literatuur in korte tijd heb gelezen als toen, heb ik zó waanzinnig veel geleerd, dat ik voor mijn gevoel eindelijk de basis als therapeut kreeg waar ik naar op zoek was geweest. Zonder het zelf te weten. In deze opleiding werd mij geleerd hoe de ontwikkeling van jonge kinderen loopt, die niet los is te zien van de relatie met zijn omgeving. Dus hoe het gaat tussen ouders en kinderen.

Nog lang niet klaar

Wat ik vooral heel waardevol vond, waren de parallellen die werden gelegd tussen de vroege ontwikkeling en het gedrag op latere leeftijd. Gedrag wat wij als volwassene laten zien, heeft uiteindelijk de oorsprong in de eerste jaren. In deze opleidingen heb ik me o.a. verdiept in de visie van de Infant Mental Health en de methode van Floorplay. Ik ben nog altijd niet uitgeleerd op dit gebied, en heb nog stapels boeken in de kast die ik moet (wil) lezen.

Een volgende keer vertel ik meer over dit registratietraject.

 

 

Wat is symbooldrama? Deel 3

Wat is symbooldrama? Deel 3

Van beelden naar woorden

Dit is deel 3 in de reeks over de werking van symbooldrama. In deel 1 ging ik in op de start van het dagdromen en het reguleren van emoties. Deel 2 legt meer uit over hoe het voorstellen van beelden betekenis kan hebben. In dit deel wordt dieper ingegaan over de woorden die je kunt geven aan de dagdromen. En welke effecten dagdromen kunnen hebben.

Nog meer regulatie

Bij alles geldt: je mag het doen op jouw manier. Er is geen oordeel, het gaat om jouw gevoel en jouw betekenis. Na het tekenen doe ik soms nog een extra verwerking. Dit kan op allerlei manieren. Ik maak veel gebruik van woordkaarten, gevoelskaarten en beeldkaarten. Ik vraag een kind kaartjes te zoeken die voor zijn gevoel belangrijk zijn bij de dagdroom. Ook hier vindt weer extra regulatie plaats, omdat een kind moet kiezen en zijn gedachtes en gevoelens moet kaderen. Samen bespreken we de keuzes die het kind maakt, zodat hij geholpen wordt om betekenis te geven aan zijn ervaringen.

Nieuwe verbanden

Vaak is het tijdens het tekenen en de verdere verwerking dat kinderen ineens beginnen te vertellen. Over wat ze voor heftigs meemaakten van de week. Of ervaringen van langer geleden. Soms lijkt dit een lukrake associatie, maar heel vaak zit er een verband tussen wat het kind doormaakte in de dagdroom en wat het kind nu vertelt. Zonder dat zij het zelf hoeven te snappen, is dit verband gelegd. Ik vind dat nog altijd iets fascinerends.

Titel voor de dagdroom

De laatste stap om het geheel af te ronden is om te proberen een titel te geven aan de dagdroom. Een titel kan opnieuw weer symbool staan voor wat een kind in de dagdroom heeft doorgemaakt. Een soort kernachtige samenvatting van het geheel. En vaak is dat daarom ook erg lastig: er gebeurt teveel of de indrukken moeten nog even ‘landen’. Het niet (direct) weten van een titel is dan ook niet erg. Soms komt het later, soms komt het niet, het is beiden goed.

Verandering

Het effect van de dagdroom stopt hier niet: het is pas het begin van de verandering. Als cliënten een paar keer hebben gedagdroomd, merken kinderen en ouders vaak uiteenlopende effecten. Niet zelden hebben kinderen bijvoorbeeld minder nachtmerries, kunnen ze hun emoties beter reguleren, gaat het beter in sociale contacten en zijn ze in het algemeen gelukkiger. Ze zijn, kort gezegd, emotioneel veel stabieler. Er is een gezonde basis gelegd van waaruit ze zich beter kunnen gaan ontwikkelen.

Symbooldrama is effectief

Symbooldrama. Het klinkt een beetje in de categorie van familieopstellingen of IPT. Niet dat ik per se iets tegen deze interventies heb: ze kunnen zeker effect hebben. Maar deze interventies bevinden zich in een grijs gebied. Het feit dat iedereen zich coach mag noemen en zonder gedegen opleiding of registratie aan de slag mag met niet goed onderzochte interventies brengt een gevaar met zich mee. Namelijk dat je als cliënt wordt blootgesteld aan een slecht uitgevoerde ‘behandeling’, waar je niets mee op schiet of zelfs een negatieve ervaring overhoudt.

Gedegen opleiding

Als Orthopedagoog Generalist en Symbooldramatherapeut wil ik daar een duidelijk onderscheid in maken. Symbooldrama is geen interventie die niet lichtzinnig mag worden ingezet: er gaat een opleiding van drie jaar aan vooraf, met constante supervisie. Ook na het afronden van de opleiding wordt verwacht dat je intervisie doet, om de kwaliteit van je behandelingen te waarborgen. Hoe je de interventie toepast, kijkt namelijk zeer nauw. De manier van behandelen heeft effect op o.a. veilig gehechtheidsgedrag, verwerking van trauma’s en het versterken van de identiteit van mensen.

Wat is symbooldrama? Deel 2

Wat is symbooldrama? Deel 2

De taal van beelden

Dit is deel 2 in de reeks over de werking van symbooldrama. Een door mij geliefde behandelmethode, die ik veelvuldig toepas. Het werkt goed, snel en is een vriendelijke manier voor zowel kinderen en volwassenen om aan verschillende problemen te werken. In deel 1 schreef ik over hoe ik met de dagdroom begin en hoe dit kan helpen je emoties te reguleren. Uiteindelijk werkt dit vaak als een herstel van eerdere, onopgeloste problemen.

Het begint met aandacht

Dat herstel gebeurt doordat je er samen met de therapeut aandacht voor hebt. In een veilige omgeving, waar je je dapper genoeg voelt, waar je gesteund en begrepen wordt en het dit keer in de therapie goed laat aflopen. De therapeut heeft daarom de taak om heel accepterend, begripvol en zonder oordeel mee te leven met wat je als cliënt doormaakt. En dat kan van alles zijn: hele fijne gevoelens, van alles waar je zo naar verlangt, of wat je mist, maar ook rotgevoelens, die nu goed verwerkt kunnen worden. En heel vaak is het een beetje van allebei: tegelijkertijd zijn er fijne en onprettige gevoelens.

Symbool voor het leven

De therapievorm heet symbooldrama, omdat alles wat in de dagdroom gebeurt, symbool staat voor het leven. Het heerlijke weer kan symbool staan voor je vrolijke bui, de enorm hoge berg kan symbool staan voor iets waar je als een berg tegenop ziet. Voor iedereen is dit verschillend. Het is niet de bedoeling dat ik ga zeggen wat ‘dingen betekenen’. Een kind (of een ouder) mag zélf de betekenis geven aan de dagdromen. Dat maakt de methode ook prettig, omdat er geen oordeel aan vast hangt.

Je eigen betekenis

Veel jongeren doen dit zonder uitleg al uit zichzelf. Zo was er eens een meisje van 16, met wie ik een dagdroom deed. Ze stelde zich een boom voor: “nou gewoon, een boom, met een dikke stam. In de herfst, met alle gekleurde blaadjes op de grond”. Het is normaal dat kinderen en ook volwassenen, wat argwanend reageren op hun eerste kennismaking met symbooldrama. Toch probeer ik het vaak met ze uit, wat tot mooie processen leidt. Zo tekende dit meisje uiteindelijk haar boom. Toen ik er samen met haar naar keek, zei ze ineens: “ja, eigenlijk is dit ook wel een beetje hoe ik ben. Al die gekleurde blaadjes op de grond. Ze zien er mooi uit. Ik speel ook vaak mooi weer, maar je ziet niet de wortels die eronder zitten. Die wortels… misschien is dat wel hoe kwetsbaar ik me soms voel. Ik bedek ze liever”. En dat vind ik een feest, als cliënten zélf inzicht krijgen in deze processen.

“Al die gekleurde blaadjes op de grond. Ze zien er mooi uit. Ik speel ook vaak mooi weer, maar je ziet niet de wortels die eronder zitten”

Uitwerken

Na de dagdroom geef ik een uitwerkopdracht. Meestal laat ik dit tekenen. Ik heb ook een ezel in mijn behandelkamer. En als ik straks mijn eigen praktijk heb, wil ik de mogelijkheden voor de verwerking verder uitbreiden. Nu kunnen mijn cliënten tekenen, krijten, verven en kleien. Waarom ik dat doe? Of deze manier wordt er een vertaalslag gemaakt van de binnenwereld naar het concrete, het tastbare. Vaak is de dagdroom heel puur en grillig. Er gebeurt van alles. Bij het tekenen wordt als het ware weer verder gereguleerd: je bepaalt zelf wat je tekent en op welke manier.

In de volgende blog zal ik verder ingaan op deze complexe maar fascinerende behandelmethode. Dit betreft deel 2 in een reeks over hetzelfde onderwerp.

Wat is symbooldrama? Deel 1

Wat is symbooldrama? Deel 1

Dagdroomtherapie

Symbooldrama is de behandelmethode die ik het meeste toepas in mijn behandelingen. Gecombineerd met andere behandelmethoden. In dit artikel wil ik uitleggen waarom ik zo enthousiast ben over deze methode en hoe het werkt. Dat zal nooit volledig kunnen in één kort artikeltje. De beste manier om te snappen hoe het werkt, is het zelf te ervaren. Sommige dingen zijn namelijk niet in woorden te vatten. En dat is eigenlijk ook de kracht van symbooldrama: door te ervaren wat het doet, weet je dat het werkt.

Meest gebruikte therapievorm

In Duitsland is het niet voor niets een van de meest toegepaste behandelmethodes in de therapie. Zowel voor volwassenen als voor kinderen. De oorsprong ligt in de psychoanalytische theorieën. Maar het succes van de therapie is ook met moderne middelen aangetoond, o.a. met hersenscans, waarop te zien is dat er nieuwe verbindingen zijn aangelegd. Symbooldrama is dus een therapievorm waarmee je echt iets herstelt. Het is geen symptoombestrijding, maar pakt de bron aan. Veel cliënten geven daarom achteraf aan dat de symbooldrama het meest heeft geholpen in de behandeling.

Het begint met ontspanning

Maar wat is symbooldrama dan? Het wordt ook wel dagdroomtherapie genoemd. Meestal doe ik het samen met de cliënt, maar soms ook samen met de cliënt en een vader of moeder. Dat is een ouder-kind droom. Er wordt begonnen met een ontspanning. Dit zorgt er voor dat je beter toegang hebt tot je binnenwereld. Klinkt zweverig? Lees dan nog even terug over het kalme brein. Als je ontspannen bent, kun je je beter concentreren op het hier en nu, en komen er gemakkelijker associaties. Je fantasie wordt meer geprikkeld.

Je veilig voelen

De ontspanning hoeft niet lang te duren. Dit verschilt per kind. Sommige kinderen zijn zo angstig en gespannen, dan is een langere ontspanning soms nodig. Een kind mag kiezen of het zijn ogen sluit of open houdt. Het mooiste is om ze te sluiten: ook dit helpt bij het voorstellingsvermogen, het mentaliseren. Maar je ogen dicht doen kan best spannend zijn. Veel kinderen voelen zich (nog) niet veilig of vertrouwd genoeg om dat te doen. Vaak zie je dat kinderen dit na een tijdje behandelen steeds beter kunnen: ze krijgen meer vertrouwen in de wereld om hen heen.

‘Stel je eens voor…’

Als een kind lekker zit, en voldoende ontspannen is, vraag ik of ze zich iets voor willen stellen. Dit ‘iets’ noem je een motief. Het is een soort thema, die bijna altijd te maken heeft met natuur. De natuur is iets ‘oers’ en iets wat iedereen kent. Het kan bovendien in alle mogelijke variaties bestaan. Iedereen kan zich namelijk wel iets voorstellen bij natuur, want het is overal om ons heen.

Taal van symbolen

Een boom kan groot, klein, dik, dun, scheef, recht, vol of kaal zijn. Het weer kan, net als je stemming, zonnig, bewolkt, met onweer, storm of regen zijn. De grond onder je voeten kan stevig voelen, glibberig, of zacht. De omgeving kan je aanspreken: misschien wil je lekker in het gras liggen, of pootje baden in de beek. Maar misschien vind je er niks aan en wil je liever weg. Of je voelt je ongemakkelijk, benauwd, bedreigd of onveilig.

Reguleren van emoties

In de dagdroom kun je dus, zonder dat dat benoemd of begrepen hoeft te worden, veel van je gevoelens kwijt. Het helpt je om wat je mee hebt gemaakt, gister, vorig jaar of als klein kind, te verwerken en te accepteren. Dit reguleren wordt ook wel herstructurering genoemd. Lastige woorden. In feite betekent het dat je de kans krijgt om terug te gaan naar momenten in je leven die aandacht nodig hebben. Waar je verdrietig was, waar misschien (kleine) trauma’s zitten of waar je iets gemist hebt. Door terug te gaan naar deze momenten, die je misschien niet eens meer weet, kun je ze alsnog herstellen.

In de volgende blog zal ik verder ingaan op deze complexe maar fascinerende behandelmethode. Dit betreft deel 1 in een reeks over hetzelfde onderwerp.

 

 

 

Een andere kijk op dromen en dagdromen

Een andere kijk op dromen en dagdromen

Wat levert (dag)dromen op?

Dromen, fantasie, de kracht van mythen en sprookjes, het onbewuste… In mijn werk als therapeut ben ik deze concepten steeds beter gaan leren kennen, begrijpen en gebruiken. Ik zie mezelf nog staan (ja, staan) op de eerste cursusdag van de opleiding Symbooldrama, nuchter als ik ben. Ik dacht niet dat ik me wijs kon laten maken met onzin en gewauwel over het onderbewuste en dergelijke.

Symbooldrama werkt

Maar tegelijkertijd was ik gefascineerd over wat ik tot dusver had gezien in de praktijk. Mijn collega heeft al jarenlange ervaring in het werken met o.a. symbooldrama en ik zág dat het werkte. Maar ik begreep er niks van. Hoe kan het, dat problemen overgaan door zoiets ‘simpels’ als dagdromen en tekenen? Daar ben ik door de jaren heen wel achter gekomen. En het is allesbehalve simpel. Het is superingewikkeld, en tot op de dag van vandaag stoei ik met de uitleg aan kinderen en hun ouders over de werking van de behandelmethode. Maar ik heb gezien dat het werkt, en nu ik er al jaren zelf mee werk, ben ik overtuigd van de kracht van de behandelmethode. Het laten ervaren is eigenlijk de enige goeie uitleg aan ouders: ze merken namelijk vanzelf dat de klachten afnemen.

Willen begrijpen

Door die opleidingsroute tot symbooldramatherapeut ben ik steeds meer gefascineerd geraakt door deze theorieën, die ook hun grondslag hebben in andere behandelmethodes. Ik wil de abstracte fenomenen zoveel mogelijk begrijpen, zoals dromen of narratieven (de verhalen die iemand heeft over zijn leven), zodat ik zo goed mogelijk kan aansluiten bij die ander. Zonder nu al te diep in te gaan op wat symbooldrama nu precies is (dat bewaar ik voor een andere keer), wil ik wel iets uitleggen over dromen en dagdromen in het algemeen.

Nachtdromen

Want er is een verschil tussen dagdromen en nachtdromen. Nachtdromen zijn een soort sensomotorische hallucinaties met een verhaal. Dat betekent dat je verschillende zintuigen gebruikt, behalve geur, en dat je op het moment van dromen de droom als echt ervaart: je kunt je bewegen, dingen aanraken, praten, etc.  Er zijn wel belangrijke verschillen, want tijdens een droom kunnen de meest bizarre dingen gebeuren, die op dat moment totaal niet als vreemd worden ervaren. Het is doodnormaal dat je ineens kan vliegen of je buurman ineens in je broer is veranderd. De meeste mensen hebben daarnaast ook geen controle over de dromen.

Onbewuste thema’s

Veel mensen zeggen niet te dromen, maar dat klopt niet: iedereen droomt. Maar omdat dromen alleen vlak nadat je wakker wordt nog herinnerd kunnen worden, vergeten de meeste mensen hun dromen. Je kunt ze blijven onthouden door het meteen te vertellen of op te schrijven. Opvallend is dat er in dromen vaak dingen naar boven komen die je in het bewuste leven allang was vergeten of bijvoorbeeld had weggestopt. In dromen kunnen vaak heftige gevoelens zitten van angst, verlies, verdriet of vreugde. Daarom wordt er door psychologen ook vanuit gegaan dat dromen iets vertellen over onbewuste angsten, wensen, behoeften en dergelijke. Het is niet voor niets dat mensen meer nachtmerries hebben na een trauma, bijvoorbeeld.

De kracht van dagdromen

Onze hersenen kennen geen pauzestand, ze maken dag en nacht associaties. ’s Nachts is er daarom een eindeloze stroom aan herinneringen, gevoelens, wensen, gedachtes of ideeën die in ons hoofd ronddolen. In dagdromen gebeurt in feite hetzelfde, maar op een meer bewust niveau en vaak met meer controle. Vaak merk je niet dat je wegdroomt, maar het is meestal op momenten van verveling of wanneer we niks beters te doen hebben. Of wanneer wat we doen heel monotoon is, zoals hardlopen of autorijden. Hoewel dagdromen door veel mensen als nutteloos wordt gezien, zijn er echt wel voordelen te noemen. Vaak komen automatische gedachtes om de hoek kijken als onze gedachtes afdwalen, waarin negatieve emoties vaak een rol spelen. Tegelijkertijd komt er ruimte om na te denken over nieuwe ideeën, het verwerken van situaties, herinneringen een plek te geven en te bedenken hoe we op situaties willen reageren. In andere woorden, we bereiden ons zo goed mogelijk voor op de eisen die de buitenwereld aan ons stelt. Daarbij gebruik je vaardigheden als creativiteit om oplossingen te bedenken, je reflecteert over jezelf (metacognitie) en verplaatst je in de ander.

Fantasie en sprookjes

Al eerder schreef ik over de voordelen van de fantasieontwikkeling bij kinderen. Misschien zijn de vaak bizarre verhalen uit onze dromen ook wel de reden dat ze zo tot de verbeelding spreken en we ze willen begrijpen (als het ons gelukt is om ze te onthouden). Want al eeuwenlang zijn kinderen geboeid door sprookjes en fantasieverhalen, die vroeger vaak van generatie op generatie werden doorverteld. Het is grappig om te zien dat wat sprookjes of soortgelijke verhalen nou aantrekkelijk maakt voor kinderen. Het blijkt dat er in zulke verhalen zogenaamde ‘minimale contra-intuïtieve concepten’ zitten. Bijvoorbeeld Peter Pan, die met wat toverstof kan vliegen, of schoentjes, die uit zichzelf kunnen dansen.

Vertaald naar symbolen

Het gaat om dingen of situaties die afwijken van wat we verwachten. Daardoor wordt je aandacht getrokken en probeer je, nieuwsgierig als we zijn, te begrijpen hoe dit kan. Daarom worden deze verhalen ook beter onthouden: daardoor zijn ze door de jaren heen wijd verspreid en behouden gebleven. Als er zulke verrassende dingen gebeuren, of dat nou in sprookjes, dromen of Bijbelverhalen is, denken we erover na en worden ze grondig verwerkt in de tijd daarna. Dat is ook de beeldende kracht uit symbooldrama, waarin ook vaak verrassende elementen in de dagdromen zitten, die cliënten aan het denken zetten. Vooral jongeren zijn er goed in om op zoek te gaan naar de betekenis die het voor hen kan hebben. Er wordt dus gebruik gemaakt van de voordelen die dromen en dagdromen oplevert, de vaardigheden die daarin worden geleerd, maar dan concreet gemaakt: er wordt, net zoals in nachtdromen, een verhaal van gemaakt, met beelden erbij (symbolen). Op die manier is er een samenhang tussen de verschillende elementen en onthoudt je bovendien beter waar het over gaat. Om dit extra te verstevigen vraag ik altijd om de dagdroom te tekenen, verven, krijten of zelfs te kleien. Zo is er een blijvend beeld en is de inhoud uit de droom ook meteen al een stukje verwerkt.

Het belang van fantasie voor kinderen

Het belang van fantasie voor kinderen

Fantasie als bouwsteen voor ontwikkeling

Fantasie heeft voor mijn gevoel een beetje een ambivalente betekenis. Aan de ene kant wordt het als iets positiefs gezien. Bijvoorbeeld als we het over spelende kinderen hebben, dan klinkt er iets in door dat iets weg heeft van naïviteit of onschuld. Alsof een kind nog niet beter weet en het gebruiken van fantasie daarom door de vingers wordt gezien. Het is tegelijkertijd een fenomeen dat iets veroordelends met zich meebrengt: ‘wat een grote fantasie heb jij zeg!’ kan dan eerder als een verwijt klinken dan als een compliment.

Fantasie heeft een functie

Er is iets geks aan de hand. Want fantasie is, net zoals dromen en het onderbewustzijn, een natuurlijk deel van ons mens zijn. Het dient ook ergens voor, het heeft een functie, al is die soms op het eerste oog niet duidelijk. Wat mij betreft is de fantasieontwikkeling van kinderen daarom één van de meest onderbelichte en ondergewaardeerde stukken in de ontwikkeling bij kinderen. Ik zal uitleggen waarom.

Doen alsof spel

Fantasiespel is niet doelloos. Sterker nog, het is superbelangrijk! Jonge kinderen maken allemaal dezelfde fases door in de ontwikkeling van hun fantasie. Dat begint met doen alsof, zo rond het eerste jaar. Ineens zie je je dreumes met een doekje achter je aan lopen om ‘mee te helpen’ afstoffen, of pakt het de borstel om haar eigen haartjes te kammen. Het is de eerste stap naar fantasie, maar richt zich nog op het nadoen van de werkelijkheid. Rond de 18 maanden wordt de eerste fantasie gebruikt. En dit is een grote mijlpaal in het leven van een kind: want naast de concrete werkelijkheid, wordt nu ineens een heel andere dimensie mogelijk. De verzonnen werkelijkheid, de fantasiewereld, waarin alles mogelijk wordt. Ook hierbinnen heb je verschillende ontwikkelingsfases, die uitleggen hoe deze fantasieontwikkeling steeds genuanceerder wordt. Greenspan heeft daar heel veel over geschreven. Bijvoorbeeld in deze boeken. Een andere keer ga ik dieper in op deze ontwikkelingsfases.

Fantasie geeft sociaal inzicht

Wat werken voor volwassenen is, is spelen voor een kind. Het is de belangrijkste dagbesteding, en essentieel om alle vaardigheden in te ontwikkelen voor het goed kunnen functioneren als mens. In fantasie en spel worden bijvoorbeeld de belangrijkste sociale vaardigheden, het sociaal inzicht en de empathie ontwikkeld. Want in fantasiespel stel je je iets voor, je bedenkt hoe iets kan zijn, voor jou en de ander. Je anticipeert hierop, oefent met reacties, oefent met gedrag zoals je die later ook in echte situaties gebruikt. In fantasiespel leren kinderen dus alle voorwaarden voor goed sociaal contact. Niet voor niets is ‘speltherapie’ een zeer waardevolle en effectieve behandelmethode, met name bij jonge kinderen. Hetzelfde geldt voor symbooldrama, een door mij veel gebruikte behandelmethode die in Duitsland één van de meest gebruikte methodes is, maar hier nog relatief onbekend.

Verstoorde fantasieontwikkeling

Ook bij symbooldrama speelt fantasie een grote rol, en wordt het gebruikt als krachtbron voor herstel. Zowel bij kinderen als bij volwassenen. Om van deze innerlijke krachtbronnen gebruik te kunnen maken, is de voorwaarde dat je kunt fantaseren: dat je je iets voor kunt stellen. En steeds vaker merk ik dat dit lastig is voor veel kinderen. Het is bekend dat bij autistische kinderen de fantasieontwikkeling verstoord is: deze kinderen blijven heel concreet, spelen dingen na die ze hebben gezien maar voegen daar geen eigen fantasie aan toe. Het blijft als het ware een in scene gezet geheel, zonder eigenheid van het kind. Hierin zie je ook terug dat gebrek aan fantasiespel hand in hand gaat met problemen in sociaal contact: hoe meer een kind oefent in fantasiespel, hoe meer het kan leren zich in te leven in de ander.

Realistisch speelgoed: de valkuil

Maar ook kinderen zonder autisme hebben steeds vaker een gebrek aan fantasie. En ergens is dat ook begrijpelijk: we zitten in een digitaal tijdperk, met veel games, die ook nog eens steeds realistischer worden. Het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid wordt daardoor steeds vager. En er wordt daardoor minder gespeeld met fantasiemateriaal. Denk aan playmobil, poppenhuizen, winkeltjes, etc. Het materiaal waarin zelf een verhaal kan worden toegevoegd. Waarin een banaan een banaan kan zijn, maar net zo goed een telefoon, race-auto of pistool. Dat zelf toevoegen van fantasie aan het materiaal wordt nog eens extra lastig gemaakt omdat speelgoed, goedbedoeld, steeds realistischer wordt gemaakt. Had je vroeger een paar blokken, tegenwoordig is een LEGO pakket zo gedetailleerd, dat een politie-agent nog onmogelijk kan doorgaan voor een cowboy of wat dan ook.

Voeg fantasie toe in het spel!

Met andere woorden, het wordt juist dáárom steeds belangrijker om toch speciale aandacht te besteden aan het gebruiken van fantasie in het spel. Om hierin je kind uit te dagen out of the box te denken, om de mogelijkheden op te rekken. Want door te spelen met fantasie, ontdekt een kind mogelijkheden, bedenkt het oplossingen, kan het omgaan met angsten en andere heftige gevoelens, kan het oefenen met sociale situaties, verwerken van gebeurtenissen, kortom, leert en ontwikkelt het zich.

Fantasie helpt bij verwerken

Fantasie iets onnozels? Niet dus. Fantasie maakt slim en creatief. Fantasie is een hele belangrijke vaardigheid voor kinderen om (heftige) gebeurtenissen te verwerken. Door deze na te spelen, krijgt een kind meer grip op wat er gebeurd is en kan het leren omgaan met de gevoelens die daarbij vrijkomen. Het kan gebruikt worden in de voorbereiding van gebeurtenissen die hen te wachten staan, zoals een operatie. Uit onderzoek blijkt dat in dit geval een kind inderdaad minder angstig is voor de operatie. In fantasiespel leren kinderen hoe de wereld in elkaar zit en wat hun rol hierbinnen is. Fantasiespel maakt een kind creatiever, gelukkiger en socialer.

Fantasie in de klas

In de klas kan fantasie een rol spelen binnen het lesmateriaal. Het blijkt dat de aandacht van kinderen beter wordt gevangen als er iets afwijkends is: als er een verrassend element of een onrealistische situatie wordt toegevoegd in bijvoorbeeld een opdracht of les, trekt dit de aandacht van kinderen en verhoogt het de motivatie. Als er bijvoorbeeld aan de woordenschat en begrijpend lezen wordt gewerkt, blijkt dat kinderen dit beter doen met fantasieverhalen dan met realistische verhalen. Ook de oplossingen uit fantasieverhalen kunnen de kinderen gemakkelijker toepassen, dan bij realistische verhalen.

Willen begrijpen

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en leergierig. Het blijkt dat een kind ook sneller op onderzoek uit gaat als er iets is, wat niet aan hun verwachting voldoet: als er iets afwijkt, willen ze weten hoe dat komt. Fantasie prikkelt dit, waardoor kinderen als vanzelf gemotiveerd zijn om er achter te komen hoe de vork in de steel zit. Ze willen het begrijpen, verklaren, snappen. Door na te denken over bijvoorbeeld onrealistische oplossingen uit fantasiespel leert een kind de contrasten tussen wat er wel en niet mogelijk is. Dit stimuleert dus het ‘echte leren’ van kinderen.

Fantasie maakt creatief

Je ziet dit bijvoorbeeld ook een beetje terug in de natuurwetenschappen, waarin ook wordt gezocht naar verklaringen van wonderlijke verschijnselen en de grenzen van mogelijkheden worden afgetast. Niet voor niets spreken de experimentjes uit deze vakgebieden tot de verbeelding van kinderen. Denk aan Nemo, met eindeloze proefjes voor jong en oud. Hierin worden kinderen ook uitgedaagd om out of the box te denken, om niet de voor de hand liggende verklaringen te kiezen, maar echt te begrijpen hoe iets werkt.

Fantasie maakt slim

Misschien dient de fantasie in die zin ook wel de behoefte van de mens om alles maar te willen verklaren. Omdat er zoveel verschijnselen zijn, zoals de snelheid van het licht, atomen die je niet met het blote oog kunt zien, etc., die uitlokken om onderzocht te worden. Omdat de mens uiteindelijk wil weten hoe het universum in elkaar zit. Het gebruiken van fantasie en verbeelding is dus een rijkdom en broodnodig, ook voor de toekomst. Het biedt de bouwstenen voor sociaal, emotioneel en cognitief gezond functioneren!

‘Wat voor weer is het in je buik?’ – over emoties

‘Wat voor weer is het in je buik?’ – over emoties

Emotionele inflatie

Het valt me op dat er zo veel kinderen worden aangemeld die moeite hebben met hun emoties. Ze hebben weinig woorden voor hun gevoelens en zeggen bijvoorbeeld ‘niet leuk’ als ik vraag hoe ze zich ergens bij voelen. Er lijkt af en toe wel sprake van een soort emotionele inflatie. En niet zelden ligt dat aan de basis van veel klachten waar kinderen (en ouders) mee komen.

Nuchtere Nederlanders

Nu is het ook de Nederlandse maatschappij: de nuchterheid van ons kikkerland voedt ons op met moralen als ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ en ‘niet lullen, maar zakken vullen’. Stilstaan bij je binnenwereld is ons vaak vreemd, en wordt al gauw als zweverig betiteld: “ik ben niet zo’n prater”.

Zo was het dus ook bij het meisje dat ik een tijdje terug zag. Ze werd aangemeld omdat ze snel jaloers was, moeite had met delen en zich snel achtergesteld voelde. Ik zag haar nu voor de tweede keer, en van ouders had ik al begrepen dat dit meisje dichtklapte als je het over gevoelens had. Ze dook dan letterlijk weg: liet haar hoofd hangen, trok haar shirt half over haar gezicht heen en gaf geen antwoord meer op de vragen.

Dit vroeg dus om een meer indirecte benadering. Want de klachten waarmee ze werd aangemeld, hadden uiteindelijk allemaal wel te maken met haar gevoel, dus dat zou hoe dan ook aan de orde moeten komen. En eigenlijk geldt dat natuurlijk voor alle cliënten, want ergens heeft iedereen ergens last van en wil iedereen zich weer gelukkig voelen.

Emotieregulatie

Het meisje kwam vrolijk binnen, had een grote glimlach en vertelde spontaan over wat haar maar te binnen schoot. Ze wilde graag een tekening van de vorige keer afmaken, de verwerking van een dagdroom (waarover later meer). Dit is een techniek die ik veel gebruik voor o.a. het stimuleren van een gezonde emotieregulatie. Voordat ze hieraan begon, vroeg ik haar eerst om nog even haar ogen te sluiten en zich voor te stellen hoe het beeld er nu uitzag: was er nog iets veranderd? Ze gaf aan dat er dieren bij waren gekomen, die zich in de boom nestelden.

Spiegelen

Terwijl ze kleurde, bleef ik spiegelen. Ik benoemde alles wat ze deed: ‘zo, je kiest je kleurtjes zorgvuldig uit’, ‘hmm ik zie dat je graag wil dat er een scherpe punt aan zit’, ‘wat kijk je met veel aandacht naar je tekening’, ‘je ziet het precies voor je he?’. Dit spiegelen is essentieel voor het gezien worden, het voelen van begrip, erkenning, het meeleven. Het vormt de basis voor bijvoorbeeld het aangeven van vervelende dingen.

Symboliseren

Het meisje kleurde inderdaad rustig en geconcentreerd, met veel aandacht. Ze tekende de diertjes in de boom, en ik vroeg me hardop af: ‘hoe zou die boom dat vinden, die diertjes in zijn takken?’, waarop ze direct reageerde: ‘die vind het gezellig, want nu krijgt hij eindelijk eens wat aandacht! Hij staat daar naast een weg, daar rijden steeds maar auto’s langs en die mensen letten alleen maar op de weg, die zien die boom helemaal niet staan’. Ik was ontroerd door dit pure antwoord, want door in beelden te praten (te symboliseren), kan een kind veel gemakkelijker iets van zijn binnenwereld delen. En hoewel dit meisje waarschijnlijk helemaal niet de link legt met zichzelf, helpt het onbewust wel om meer van jezelf te gaan snappen. Deze processen gaan vaak onbewust en hoeven ook niet uitgelegd te worden, liever niet zelfs.

“Die boom krijgt nu eindelijk eens wat aandacht!”

‘Goh zeg die boom stond daar dus maar, met al zijn kleuren, en niemand die hem zag! Hoe zou hij zich hebben gevoeld?’. ‘Niet zo prettig’, zei het meisje. Ook zij had duidelijk weinig woorden om de gevoelens te benoemen. Een werkpunt dus voor de behandeling. ‘En hoe vinden die diertjes het daar, in de boom?’, ging ik verder. ‘Fijn, want die auto’s hebben vieze stinkgassen en daar in de boom ruiken ze dat niet’. Ook hier kwam er duidelijk een stukje gevoel naar boven, wat er gewoon mocht zijn. Het is niet belangrijk om te weten wat dit ‘betekent’. Vaak weten kinderen dit zelf wel, soms komt dit later, soms komt het niet. En als het niet komt, dan is het ook prima.

Weerstand

Uiteindelijk was de tekening klaar. We vervolgden met een ander taakje, waarin ik haar vroeg verhaaltjes te bedenken bij platen van dieren die ik haar gaf. Maar direct bij de eerste taak merkte ik weerstand. Ze bleef lang stil, zei geen verhalen te kennen en dat ze over één plaat geen verhaal kon vertellen. Ze leek bozig, en ik benoemde dat: ‘hè dat vind je geen leuke taak zeg, je lijkt er wel een beetje boos van te worden’, wat leidde tot een luide uitroep van haar kant: ‘Niet!!’, waarna ze haar handen voor haar ogen sloeg en niets meer zei. Ik had duidelijk iets geraakt bij haar, maar was nog aan het zoeken waar het mee te maken kon hebben. Zoals haar ouders mij al hadden gewaarschuwd, klapte ze dicht.

Erkenning geven

Aan ouders geef ik vaak de tip om te benoemen wat je ziet, ook al weet je niet precies hoe je kind zich voelt. En dat doe ik uiteraard in therapie ook. Dus gokte ik een beetje in de richting die ik dacht, om haar de erkenning te geven die ze zo nodig had: ‘jeetje dit vind je echt een vervelende taak zeg. Je vind het misschien wel lastig dat het niet lukt en dat maakt je verdrietig of boos, klopt dat?’. Na een paar van soortgelijke opmerkingen begon ze te snikken en stortte ze ineens haar hart uit: ze was gepest op school, haar bouwwerk was in elkaar gegooid, ze had afgesproken met een vriendinnetje maar haar moeder was de afspraak vergeten en ze waren allebei vergeten dat ze vandaag naar therapie moesten. Hierdoor miste ze de middag op school, en precies dié middag gingen ze leuke dingen doen waar ze zich zo op had verheugd. En nu ging ik ook nog eens hele lastige dingen van haar vragen wat ze gewoon heel moeilijk vond.

Wat voor weer is het in jouw buik?

Bijna was ik gaan applaudisseren, want wat was dit knap van haar! Ze had zo precies verteld wat er speelde en wat haar zo verdrietig en boos maakte, iets wat ze eigenlijk nooit kon. Een grote stap voor haar! Om haar emoties te reguleren en haar te helpen dit verdriet en de teleurstelling te verwerken, vroeg ik haar het volgende: ‘als je nu eens voelt hoe het nu binnen in jou lijf voelt, wat voor weer is het dan nu in jouw buik?’. Ik schoof haar een blaadje en potloden toe, die ze zonder een woord te zeggen pakte.

Verwerking

Wat volgde, was een mooie illustratie van haar overlopende emoties, die kriskras door elkaar liepen in haar binnenwereld: ze begon te krassen, grote grijze krullen van een dikke wolk, waarna ze de ene bliksemschicht na de andere eronder kraste. Met veel bravoure en kracht en met ferme halen werd alles neergekalkt: er kwamen tornado’s, wind, dikke regendruppels, en uiteindelijk nam ze een hand vol kleurtjes die ze tegelijkertijd over het papier joeg. Toen zuchtte ze diep en grinnikte een beetje verlegen. Ik bleef ondertussen steeds maar spiegelen, om haar te laten weten dat ze niet alleen was in haar stress, dat ik haar zag, dat haar rotgevoelens er gewoon mochten zijn.

Ik zuchtte oprecht met haar mee, de spanning van net was weggevloeid. ‘Hoe voel je je nu?’, vroeg ik na een korte stilte. Spontaan draaide ze haar blad om en begon dit keer rustig te kleuren, een kleinere wolk nu. Nog steeds met wat regendruppels en een beetje wind. Maar wat belangrijker was, was de zon, die langzaam doorbrak.

 

 

Een kijkje in mijn werkweek

Een kijkje in mijn werkweek

Hoe zien de dagen van de therapeut eruit?

Toen ik nog studeerde, was ik heel benieuwd naar de praktijk. Ik kon me er nog maar weinig bij voorstellen. En elke dag weer besef ik dat het voor ouders vaak nog veel abstracter is wat we nu precies doen. Hoe zien de behandelingen eruit? Wat doe ik dan tijdens een onderzoek? Wat werk ik precies uit tijdens mijn uitwerktijd? Geregeld vragen ouders mij of ik iets kan vertellen wat hun kind dat doet. Ik snap die nieuwsgierigheid. Daarom een kijkje in een weekje werken als orthopedagoog generalist.

Maandag

Als het weer het toelaat, kom ik maandag en dinsdags op de fiets. Ben ik meteen goed wakker bij binnenkomst. ’s Ochtends staat de eerste afspraak vaak om 8.45u gepland. Vóór die tijd beantwoord ik mailtjes, beluister ik het antwoordapparaat en bekijk de post. Of ik bereid bijvoorbeeld een afspraak voor. Dit keer viel toevallig mijn eerste afspraak die ochtend uit. De moeder moest onverwachts naar het ziekenhuis. Dit gaf me tijd om aan een onderzoeksverslag van een andere cliënt verder te werken. En reden om later na te vragen hoe het met de moeder gaat.

EMDR bij trauma vanuit de jeugd

Om 10.00u had ik mijn eerste cliënt, een adolescent met forse trauma’s uit haar jeugd. Met haar heb ik EMDR gedaan. De therapie valt haar zwaar, omdat het zo confronterend is. Daarom is stabiliseren belangrijk: zorgen dat de cliënt zich veilig genoeg voelt om de pijn onder ogen te zien. Het is heel heftig om te horen wat voor vreselijke dingen sommige (jonge) mensen meemaken. Voor de EMDR had ik bewust langere tijd ingeroosterd, zodat we het goed konden afronden. We hebben één gebeurtenis uitgekozen om mee te beginnen en aan het eind van de (intense) sessie was de spanning duidelijk afgenomen bij dit beeld.

Stoeien met een onderzoeksverslag

Na zo’n sessie heb ik zelf af en toe ook even tijd nodig om te schakelen. Gelukkig had ik niet direct hierna weer een cliënt, maar kon ik verder aan het afmaken van een onderzoeksverslag van een kind dat gedragsproblemen op school vertoont, maar ook last heeft van de echtscheiding van zijn ouders. Hij bleek benedengemiddeld te scoren op het intelligentieonderzoek, wat al veel verklaarde, maar het was een puzzel omdat er ook op sociaal-emotioneel gebied zorgen waren.

Evaluatiegesprek met ouders

Om 13.00u had ik een evaluatiegesprek met de ouders van een meisje van 16. Zij wilden graag nog even horen welke ontwikkelingen ik als behandelaar had gemerkt tijdens de behandeling. Ze waren erg tevreden hoe het nu met hun dochter ging en het was een fijne uitwisseling van ervaringen en we konden de behandeling naar tevredenheid afronden. Met het meisje zelf had ik al eerder een afrondend gesprek gevoerd. Als ik een behandeling afsluit, schrijf ik altijd een evaluatieverslag voor de huisarts. Hierin staat het behandelplan en een samenvatting van de behandeling en de bereikte resultaten.

Afstemmingsgesprek met ouders

Direct daarna, om 14.00u had ik weer een gesprek met ouders. Dit keer van een jongen van 9 jaar, die meer kampt met emotionele problemen en moeite om zijn gevoelens of behoeften te verwoorden. Dit gesprek hebben we gebruikt om te bespreken hoe het nu gaat en om de behandeling verder aan te scherpen. Ik had tijdens de behandeling ook wat vragenlijsten afgenomen en besprak deze nu met de ouders. Samen brainstormden we over de volgende stappen en wat dit jongetje nodig heeft.

Boze buien

Om 15.00u had ik mijn volgende cliëntje, een jongen uit groep 7. Hij had in een eerdere groep vervelende ervaringen met een leerkracht, waardoor hij nu nog wel eens boze buien heeft. Met hem heb ik een EMDR sessie voor de volgende keer voorbereid. Dit doe ik o.a. door te zoeken naar nare plaatjes bij herinneringen en het laten tekenen van deze plaatjes. Ook heb ik een dagdroom (symbooldrama) gedaan, om de verwerking van gebeurtenissen en emotieregulatie te stimuleren.

Eigen grenzen bewaken

De laatste cliënt van deze dag, om 16.00u, was een jongen van 9 jaar. Met hem ben ik aan de slag gegaan met het belang van het bewaken van je eigen grenzen. Dit deden we aan de hand van het bespreken en analyseren van voorvallen waarin deze jongen zijn grenzen niet goed bewaakte. Ik werk met hem ook aan het versterken van een positief zelfbeeld, bijvoorbeeld met werkbladen en therapeutische materialen. Als laatste deden we het Gardner-spel. Dit is een therapeutisch spel, waarin ik vragen en opdrachtenkaartjes uitzoek die passen bij de behandeldoelen van dit kind. Ondertussen noteer ik bijvoorbeeld belangrijke uitspraken van hem en daag ik ongezonde gedachtes uit. Ook laat ik deze jongen steeds stil staan bij zijn gevoel, bijvoorbeeld door te vragen: ‘wat doet dat met jou?’.

Om 17.00u heb ik geen cliënten meer. Ik bel dan, indien nodig, nog wat mensen terug, plan nieuwe afspraken in, verwerk nieuwe aanmeldingen en schrijf mijn ‘to-do’ lijstje in de agenda voor de volgende dag. Dit doe ik ook voor mijn stagiaire, zodat zij direct zelfstandig hiermee aan de gang kan als ik in gesprek ben.

Dinsdag

Psycho-educatie over ODD

Vandaag begon ik de dag met om 8.45u een gesprek met ouders voor psycho-educatie voor hun zoon. We hadden in de weken ervoor onderzoek gedaan bij dit jongetje, die ODD bleek te hebben. Dit is een opstandige gedragsstoornis, dat een grote belasting voor ouders vormt. Sowieso zijn ouders heel belangrijk om een kind zo gelukkig en gezond te laten opgroeien. Maar in dit soort situaties is er als het ware een extra gebruiksaanwijzing nodig. Met psycho-educatie geven we informatie over de stoornis zelf. Dit gedeelte had mijn stagiaire voorbereid. Daarnaast gaf ik de ruimte om specifieke situaties te bespreken, waar ouders thuis tegenaan lopen. Samen analyseren we dan wat er precies gebeurd, wat mogelijkheden zijn en wat het bijvoorbeeld doet met de ouders. Als huiswerk vroeg ik de ouders om een tijdje verschillende situaties te noteren die ze als lastig ervaren.

slaapproblemen kinderen baby dreumes peuter

Intake over slaapproblemen bij dreumes

Daarna had ik om 10.00u een intakegesprek met een moeder van een jongen van net één jaar. Zij maakte zich tot voor kort zorgen over de nachten, omdat haar zoontje niet goed doorsliep en veel behoefte aan nabijheid had van moeder. Na de aanmelding heeft deze moeder al zoveel zelf gedaan, zoals een duidelijk slaapritme ingesteld, overdag meer structuur aangebracht, wat voor meer rust en voorspelbaarheid heeft gezorgd. Hierdoor waren de slaapproblemen al grotendeels opgelost. Het bevestigen van deze moeder in wat ze deed, was in dit geval voorlopig voldoende om weer verder te kunnen.

Kennismaking

Om 11.00u had ik een half uurtje ingepland voor een kennismaking met een kind van 9 jaar. Ik had zijn ouders al op intakegesprek gehad en een onderzoek afgesproken, maar ingeschat dat het voor dit kind prettiger zou zijn om eerst kennis te maken. Dan zag hij alvast waar hij terecht zou komen en bij wie, zodat de spanning niet zo groot zou zijn. Het kennismaken doe ik door met het kind in gesprek te gaan over zichzelf: wat vind je leuk om te doen, waar ben je goed in, wat doe je graag thuis, doe je aan sport, wat hoort echt bij jou, wat maakt jou een goede vriend, etc.

Aanmeldingen verwerken

Hierna had ik tijd om wat telefoontjes te plegen. Er wordt vrijwel dagelijks gebeld voor nieuwe aanmeldingen. Deze mensen willen graag even hun verhaal kwijt en ik leg in het kort de procedure uit. We ontvangen de aanmeldformulieren zowel digitaal als op papier. Deze moeten in een dossier worden gedaan, de formulieren worden geprint en de gegevens worden bijgehouden in onze eigen bestanden om overzicht te houden over de lopende cliënten. Ook moeten de nieuwe cliënten worden aangemeld in het software systeem zodat vergoedingen kunnen worden gedeclareerd, indien hier recht op is. Al met al vraagt dit veel administratieve handelingen die veel tijd vragen.

Bellen met scholen

Tussen 12.00u en 13.00u gebruik ik de tijd om naar leerkrachten en intern begeleiders te bellen. Zij zijn de rest van de dag vaak niet bereikbaar omdat ze voor de klas staan, dus bel ik deze altijd in ons ‘pauze’ uur. Ik belde nu met een leerkracht om de zorgen met betrekking tot een leerling te bespreken: zij wilden graag dat er ook zorg gegarandeerd kon worden als deze leerling de overstap naar het voortgezet onderwijs zou maken. Deze informatie moet ik vervolgens weer terugkoppelen naar de ouders, om transparant te blijven. Ouders vraag ik vooraf altijd toestemming om contact met bijvoorbeeld de leerkracht op te nemen.

Evaluatieverslagen schrijven

Tussen 13.00u en 15.00 had ik tijd ingepland voor het schrijven van evaluatieverslagen. Dit was hard nodig: ik ben vaak geneigd om mijn tijd zoveel mogelijk vol te plannen met afspraken, dat er weinig tijd over blijft voor de verslaglegging. Nu kon ik even de brieven aan de huisartsen schrijven, de dossiers opruimen en de cliënten afmelden in het software systeem. Ook hier zitten steeds meer administratieve handelingen.

COMET programma

Om 15.00 had ik een sessie met een pubermeisje, die erg perfectionistisch is, een negatief zelfbeeld heeft en daardoor ook ongezonde denkpatronen heeft. Met haar werk ik met COMET, een programma gericht op het verbeteren van het zelfbeeld. Maar omdat ik de balans tussen cognitie en emotie heel belangrijk vindt, wissel ik dit af met symbooldrama, die werkt aan de emotieregulatie. Dit meisje krijgt via de mail steeds huiswerkopdrachten mee, die ze thuis maakt en samen bespreken in de sessies. Zo werkt ze vrijwel dagelijks aan de stof die we behandelen, bijvoorbeeld door complimenten bij te houden.

Heftige gesprekken

De laatste afspraak was een intake met een meisje van de middelbare school, die slachtoffer is geworden van een zedendelict. Dit soort gesprekken zijn vaak heftig, zowel voor de cliënt die het verhaal moet doen, als voor ons: ik merk dat je sommige verhalen nooit helemaal naast je neer kunt leggen. Dat geeft ook niet, want het motiveert ook om er wat mee te doen, maar het vraagt ook wel wat van je.

Donderdag

Vervolg EMDR van maandag

Vandaag begon ik met een vervolg op de EMDR sessie van afgelopen maandag. Omdat ik maandag al merkte dat dit een vervolg nodig had, heb ik snel een nieuwe afspraak ingepland. Ik laat cliënten liever niet te lang wachten als de stress en spanning te hoog oploopt.

Motiveren voor behandeling

Om 10.00u zou ik een adolescent/student hebben die momenteel door omstandigheden niet meer naar college gaat. Hij vindt het echter moeilijk om te erkennen dat hij hulp nodig heeft en wil daarom niet komen. Mijn stagiaire probeert telefonisch te bespreken wat hem kan helpen om die stap tóch te maken. Dit blijkt echter te lastig voor hem. In overleg met de moeder wordt daarom afgesproken dat zij contact hebben met het jeugdteam. In zulke gevallen hebben wij een nauwe samenwerking met de jeugdteams, zodat cliënten wel direct worden opgevangen als er andere hulp nodig is.

Scoren en verwerken van testmateriaal

Vervolgens heb ik een uur om zaken uit te werken. Ik heb een aantal lopende onderzoeken, waarvan ik de vragenlijsten en testen scoor. Dit kost veel handmatig werk. Vervolgens moet ik de uitkomsten in een verslag typen en deze interpreteren. Ik stel vooraf onderzoeksvragen op en geef hier nu zo goed mogelijk antwoord op.

Overleg en telefoontjes

Tussen 12.00 en 14.00u houden we normaal gesproken overleg, maar vandaag zijn mijn collega’s er niet. Ik besluit daarom de tijd te besteden aan het terug bellen van mensen die hebben ingesproken en het overleggen met leerkrachten en ib-ers.

creatieve verwerkingsvormen schilderen verven tekenen symbooldrama dagdroomtherapie kinderen pubers jongeren

Depressieve klachten

Om 14.00u heb ik een pubermeisje met depressieve klachten en een zeer laag zelfbeeld. Zij heeft een creatieve kant, waar ik graag bij aansluit, omdat zij het creatief verwerken erg prettig vindt: praten is voor haar lastiger, en door bijvoorbeeld schilderen of tekenen kan zij zich op een andere manier uitdrukken. Ook werk ik met haar met onderdelen uit COMET, het programma voor het verbeteren van je zelfbeeld. In gespreksvorm gebruik ik vrijwel altijd een oplossingsgerichte techniek, zodat er weer hoop en mogelijkheden worden gecreëerd.

Relativerende gesprekken

Daarna heb ik om 15.00u een eerste behandelcontact met een puberjongen, van wie ik de ouders al eerder op intakegesprek heb gehad. Over deze sessie schreef ik al eerder een blog. Het lachen en op een luchtige manier kennis maken, gaven mij ook nieuwe energie en is een welkome afwisseling na soms pittige behandelcontacten.

Geen contact meer met vader

Als laatste zag ik deze dag een meisje uit groep 8, die momenteel haar vader niet meer ziet, maar wel toewerkt naar herstel van dit contact. Met haar sta ik stil bij haar kwetsingen en de verdrietige gevoelens die verschillende gebeurtenissen haar gaven. Deze erkenning en het spiegelen en benoemen van gevoelens is onderdeel van het mentaliseren bevorderende therapie (MBT). Mentaliseren is een ingewikkelde vaardigheid die bijvoorbeeld nodig is om goed te begrijpen wat er in je omgaat en heb je nodig voor het verwerken van gebeurtenissen. Daarnaast werk ik met haar aan concrete stappen naar dit herstel. Ik vraag haar toestemming om haar toegezegde afspraken te delen met haar vader, als stok achter de rug om zich er aan te houden. Tegelijkertijd blijven ouders zo op de hoogte van de vorderingen.

Terugblik

Deze week vielen er wat afspraken uit, waardoor ik wat meer tijd voor het uitwerken van o.a. onderzoeken had. Meestal heb ik ongeveer één keer per week wel een onderzoek, maar toevallig deze week niet. Het was een relaxte werkweek, waarin ik ook toe kwam aan ‘losse eindjes’, wat me weer overzicht gaf.

Ik kan me voorstellen dat je veel termen leest die je niks zeggen. Ik geef daar graag meer duidelijkheid in! Zijn er bepaalde onderwerpen waar je graag meer over zou willen lezen? Dan besteed ik daar graag een artikel aan. Laat het me maar weten in de reacties 🙂