Archief van
Tag: stress

Somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten

Somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten

Lichamelijk onverklaarbare klachten

Soms lijkt het wel alsof er in de praktijk ineens meer van dezelfde soort problemen bij cliënten bestaan. Zo heb je ineens allerlei aanmeldingen van kinderen met concentratieproblemen of heb je toevallig veel onderzoeken naar sociaal inzicht tegelijk lopen. Zo valt het me de laatste tijd op dat er veel jongeren worden aangemeld met lichamelijk onverklaarbare klachten. Het wordt ook wel eens somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten (solk) genoemd.

Buikpijn van de zenuwen

Iedereen heeft wel een hoofdpijn na een inspannende dag, of buikpijn ‘van de zenuwen’ voor een toets of presentatie. Er is dan ook geen medische oorzaak aan te wijzen: de lichamelijke klachten komen door stress of spanning. Zo is het ook bij cliënten met solk: zij hebben veel last van lichamelijke klachten, maar zonder duidelijke medische oorzaak. En daarbinnen heb je heel veel varianten, die bovendien ook van heel mild tot zeer ernstig kunnen gaan.

Somatiseren

Zo meldde een poosje terug een meisje zich aan met verschillende klachten: pijn in spieren, gewrichten, moe, rugpijn, gevoel dat er iets in haar keel zit, etc. Een ander meisje had klachten zoals haaruitval, pijn in armen, benen en botten. Weer een ander meisje werd ontzettend misselijk en naar als ze in spanningsvolle situaties kwam. En een jongen had aanvallen van hyperventilatie, zweten, buikkrampen en overgeven. Het zijn allemaal voorbeelden van somatiseren: het lichamelijk uiten van klachten die eigenlijk een andere oorzaak hebben.

Medische molen

Veel van deze jongeren hebben al een traject achter de rug, via huisarts, kinderarts en de hele medische molen. Er worden diagnoses gesteld zoals chronisch vermoeidheidssyndroom, ziekte van pfeiffer, prikkelbaar darm syndroom, astma… En geen van de classificaties dekt voor hun gevoel de lading van hun klachten. Sterker nog, de cliënten herkennen zich soms totaal niet in deze ziektes.

Lichaam en geest

Het is iets wonderlijks, iets fascinerends: de relatie tussen lichaam en geest. In de zorg zijn deze gebieden vaak strikt van elkaar gescheiden. Zo hebben wij geen bevoegdheid en kennis om medisch te handelen. Andersom kijken artsen niet verder dan hun eigen medische vakgebied. Maar in de praktijk is er dikwijls een overlap, een groot grijs gebied tussen deze twee ‘werelden’. En ik raak nog altijd onder de indruk van de werking van dit systeem.

Niet klagen maar dragen

Neem nou een van mijn (fictieve) cliënten. Laten we haar Denise noemen, een meisje van 14 jaar. Ze is altijd opgevoed met de waarde dat ze voor anderen klaar moest staan. Het zat in haar aard dat ze anderen hielp, opkwam voor kinderen die gepest werden, die het zwaar hadden op school. Dit liet ze ook ten koste gaan van haarzelf. Het gebeurde bijvoorbeeld regelmatig dat zij, voor de lieve vrede, haar eigen wensen aan de kant schoof en deed wat anderen graag wilden doen. Haar ouders waren allebei harde werkers, hun motto was: niet klagen, maar dragen. Ze waren nooit ziek, ze waren sterke en optimistische mensen. Denise had daar grote bewondering voor en nam deze manier van in het leven staan gemakkelijk over.

Door je hoeven zakken

Als enig kind was Denise als klein meisje al vroeg zelfstandig. Haar ouders vonden dit fijn, maar ze hadden ook niet anders verwacht. Ze vonden het belangrijk dat Denise leerde haar eigen boontjes te doppen en van niemand afhankelijk te zijn. Ze gaven haar al vroeg verantwoordelijkheden omdat ze merkten dat ze dat wel aankon en om haar zelfvertrouwen te vergroten. Zo groeide Denise op als een meisje die inderdaad stevig in haar schoenen leek te staan, nooit klaagde en altijd voor iedereen klaar stond. Tot het moment dat ze op school na een fikse meidenruzie, waar Denise probeerde de boel te sussen, ineens door haar benen zakte. Letterlijk. Ze zakte in elkaar als een pudding en kon even niet meer lopen. Door haar klasgenoten werd ze overeind geholpen, maar Denise leek vrij onbereikbaar. Ze was misselijk, duizelig, kreeg buikpijn en wilde weg daar.

Onduidelijke oorzaak?

Sindsdien is ze thuis. Ze gaat niet meer naar school, want elke confrontatie met school geeft klachten. Maar ook thuis gaat het niet lekker: ze heeft constant pijn in haar lijf, dan weer in haar nek, dan weer in haar rug of gewrichten. Ze is moe en snapt niks van de situatie. Er was totaal geen aanleiding en nu zit ik thuis? Ze verveelt zich te pletter thuis, maar ziet het echt niet zitten om naar school te gaan. Ze kan niet uitleggen waarom niet. Als mensen er over beginnen of op aandringen, wordt ze boos.

Wie niet luisteren wil, moet maar voelen

Haar lichaam heeft uiteindelijk aan de bel getrokken: Denise heeft al die jaren niet geluisterd naar haar lijf, naar de signalen, en toen besloot haar lijf zelf in actie te komen. Wil je niet luisteren? Dan moet je maar voelen! En besloot een drastische alarmbel af te laten gaan door haar in elkaar te laten zakken. In de taal zitten veel metaforen voor dit soort verschijnselen verborgen, zoals: ‘door je hoeven zakken’, ‘niet meer op je benen kunnen staan’, ‘het werd ondraaglijk’, etc. Het verwijst naar de relatie tussen lichaam en geest, hoe deze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Het lichaam vertelt je iets, het waarschuwt je, er is werk aan de winkel!

Lichamelijke klachten als symptoom

De lichamelijke klachten zijn dus slechts een symptoom van het echte probleem. In het geval van Denise is er misschien te weinig oog geweest voor het kleine meisje met haar eigen behoeftes, zorgen, onzekerheden. Misschien is ze opgegroeid tot een schijnzelfstandigheid, terwijl daaronder nog de behoefte zit aan de zorg van anderen die passen bij het kleine meisje dat ze eens was. Misschien is het alsmaar klaar staan voor anderen zo belastend geweest, dat ze zichzelf uit het oog verloren is. Dat ze niet heeft geleerd dat klaar staan voor jezelf, lief zijn voor jezelf en goed voor jezelf zorgen minstens net zo belangrijk zijn. Wie weet heeft zij onbewust nooit de aandacht op zichzelf durven richten, ook al waren er misschien al eerder signalen die wezen op spanning of stress, want klagen was niet toegestaan thuis. Wegstoppen is op de korte termijn wel handig, maar het lichaam onthoudt alles: alle ervaringen worden bewust én onbewust opgeslagen. En wanneer het niet goed is verwerkt, gezien en erkend, wanneer er geen medeleven of compassie, geen co-regulatie door een ander is geweest, dan stapelen deze herinneringen zich op tot de grens is bereikt.

Stilstaan bij je binnenwereld

Ik heb het gevoel dat dit soort klachten ook iets van onze maatschappij zijn. Het nuchtere, ‘door maar gewoon dan doe je al gek genoeg’, snelle en gejaagde leven dat de meesten van ons nu leven, zonder veel acht te slaan op hoe het nu werkelijk met je gaat. Want daar is geen tijd voor, of er is simpelweg niks aan de hand dus waarom zou je daar bij stilstaan? Het is goed te begrijpen, maar tegelijk baart het me ook zorgen. Net zoals depressie als een welzijnsziekte wordt gezien omdat het zo veel voorkomt in onze cultuur, ben ik bang dat deze lichamelijke klachten ook een veelvoorkomend symptoom gaat zijn. Ik ben heel benieuwd hoe anderen er tegenover staan, wat jullie herkennen en hoe er mee wordt omgegaan.

Dinsdagavondcrisis

Dinsdagavondcrisis

Doordeweekse avondspits

Blijkbaar was ik nog niet helemaal wakker vanmorgen. Toen ik tijdens een gesprek naar beneden keek kwam ik er achter dat heel mijn witte blouse onder de vlekjes zat. Ik had er gisteren bieten mee schoongemaakt en blijkbaar niet gezien dat mijn shirt er nu uitzag alsof ik er net een moord mee had gepleegd. En alsof dat nog niet genoeg was, kwam ik er even later achter dat mijn gulp op nonchalante wijze naar beneden was gezakt. Goedemorgen iedereen. De rest van de dag ben ik gelukkig redelijk goed doorgekomen.

Vervelende mail

Het werd 17.00u en ik was bezig mijn computer af te sluiten, toen mijn oog viel op een mailtje die nog net binnenkwam. De toonzetting was allesbehalve vrolijk, en ik besloot een reactie uit te stellen tot de volgende werkdag. Enigszins geërgerd door deze nieuwe domper aan het einde van mijn werkdag, pakte ik mijn spullen om richting huis te fietsen. Het was vandaag kijkdag bij het turnen van Meia, en ik was van plan vlug door te fietsen zodat ik nog even kon kijken.

Regen

Op de fiets naar huis begon het te regenen, natuurlijk! Ondertussen checkte ik mijn telefoon bij het stoplicht en las dat Stefan het niet ging redden om Meia van de gym op te halen. Dubbelbalen. Terwijl ik vlug doortrapte naar huis, zodat onze gastouder naar huis kon, brak ik mijn hoofd over het avondeten. Want ik zou pas tegen 18.00u thuis zijn, waar Signe en Fosse (en ik) al hongerig zouden zijn. Maar ik wilde ook nog bij Meia kijken en moest haar bovendien ophalen. Ik had geen tijd om Fosse en Signe eerst te laten eten. Wat moest ik doen?

Nog meer regen

Eenmaal thuis besloot ik daarom de gok te wagen en het eten alvast zachtjes op te zetten. Dat scheelde weer een half uur koken als we straks thuis kwamen, redeneerde ik. Ik pelde mijn natgeregende jas en schoenen af en ruilde ze om voor droge exemplaren. Meteen laadde ik twee stuks kinderen in de bakfiets en togen we weer door de regen richting gymzaal. Eenmaal daar was ik net op tijd om de laatste paar oefeningen te zien van Meia, afgewisseld met achtervolgingen dwars door de gymzaal omdat Signe het op een rennen zette.

En nog méér regen…

Toen de training voorbij was, moest er worden aangekleed te midden van alle turntalentjes en hun halve families, buurtgenoten, vrienden en andere kennissen, waardoor het langer dan anders duurde voor we uiteindelijk weer bij de fiets waren. Snel wierp ik ditmaal drie stuks kinderen in de bak en trapte met gierende banden naar huis. Wederom in de regen. Maarja, whats new!? Toen we later dan voorspeld aankwamen bij huis (het liep al tegen 19.00u), deed ik een schietgebedje dat alles goed was gegaan met het eten. Helaas, ik werd gestraft voor mijn risico, want we werden begroet door een dampende aanbrand geur zodra we binnenstapten. Vlug haastte ik me naar boven, waar ik de aardappels drooggekookt aantrof. Nog een mazzel dat ze niet in de fik waren gevlogen bleek achteraf! Dat was een lesje voor de volgende keer, dat doen we dus niet meer.

Stamppot zonder aardappels

Ondertussen vroeg Fosse op zeurende toon of hij tv mocht kijken en brak bij mij complete crisis uit. Geen aardappels, geen eten, bijna 19.00u, kinderen moe en hongerig…! Ik rende naar beneden om nieuwe aardappels uit de bijkeuken te halen, om op de volgende frustratie te stuiten: op! Hoe krijg je het voor elkaar! “Dan doen we het toch zonder aardappels?” probeerde Stefan nog dapper, die inmiddels ook was thuis gekomen. “Heb je wel eens stamppot zonder aardappels op!?” gilde ik in hysterie terug.

Mislukt

Met mijn hoofd in de koelkast viste ik daar nog een restant rijst en een overgebleven pizza uit. Ik draaide een pot witte bonen open en verwarmde de rookworst die het als enige had overleefd van mijn poging stamppot te maken. Het zou de meest belachelijke maaltijd ooit worden, maar er moesten buiken gevuld worden. Vergezeld van een dreinende en hysterisch huilende Fosse die zichzelf als een naaktslak over de vloer voortbewoog uit teleurstelling dat zijn begeerde tv-momentje niet doorging, kwakte ik de rijst met witte bonen en rookworst op tafel. Met pizza on the side. Eten jongens! Het kon me niet schelen wie er op af kwam, ik was intussen maximaal sacherijnig. En eindelijk plofte ik zuchtend met een natte broek en verregend hoofd op de stoel. Afkomend op het magische codewoord ‘eten’ schoven de kinderen ook aan en reageerden Meia en Fosse links en rechts intussen enthousiast: “Mam! Dit is niet mislukt! Dit is superlekker!”. En alles was weer goed.

Het reptielenbrein van je kind

Het reptielenbrein van je kind

Over hersenen en driftbuien

Wel eens gehoord van het reptielenbrein? Dat is het deel van ons brein dat ervoor zorgt dat je kind zo nu en dan op een exploderend stukje vuurwerk lijkt, zich gillend en stampend op de vloer laat vallen of je voor van alles en nog wat uitmaakt als het allemaal tegenzit. Natuurlijk is dit (gelukkig) niet dagelijkse kost voor de meeste mensen, maar iedereen kan zich er wel een beeld bij vormen.

Hersenfuncties

Hersenfuncties zijn behoorlijk ingewikkeld, maar soms helpt het je als ouder te begrijpen waarom je kind zo doet, als je iets meer snapt over hoe de hersenen werken. Dit geldt trouwens niet alleen voor kinderen: ook wij volwassenen kunnen soms last hebben van een dominerend reptielenbrein. Ik zal uitleggen hoe het werkt.

Lastige gevoelens

Eigenlijk gaat het nog verder dan er niet zoveel van weten. Ik sprak al eerder over emotionele inflatie. Ik denk nog steeds dat dát vooral aan de oorzaak ligt van het meeste klachtgedrag. Nederlanders, ikzelf inclusief, zijn nog altijd die nuchtere mensen. De mensen met het motto ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’. Stilstaan bij je gevoelens of er zelfs over praten, dat is vaak ‘eng’, ‘gek’ of ‘lastig’.

Prefrontale cortex

Dat laatste klopt trouwens. Want gevoelens zijn behoorlijk ingewikkeld. Zonder zweverig te zijn: gevoelens zijn ook gewoon een product van onze hersenen en hebben belangrijke functies in de omgang met anderen. Door de jaren heen zijn onze hersenen steeds beter gaan werken en hebben verschillende vaardigheden zich beter ontwikkeld. We hebben als mensen, in tegenstelling tot de meeste dieren, bijvoorbeeld als enige een gedeelte in het brein dat ingewikkelde functies heeft zoals plannen, prioriteiten stellen, overzicht houden, beslissingen nemen, etc. Dit zijn de executieve functies waar ik al eerder over schreef. Deze zitten in de prefrontale cortex, aan de voorkant van je hersenen, zo’n beetje achter je voorhoofd. Deze functies zorgen ervoor dat wel weloverwogen en bedachtzaam dingen kunnen doen, dat we rekening houden met anderen en met de omgeving. Met andere woorden, dat we menselijk reageren op verschillende situaties.

Stress en gevaar

Wanneer je kind zich echter gillend en krijsend uit je armen werkt, de beker uit je handen slaat, keihard “stomme mama!” gilt of hysterisch huilend over de grond dweilt, lijken deze vaardigheden toch ver te zoeken. En dat is ook precies wat er aan de hand is. Want op het moment van stress, is de prefrontale cortex (die van de handige vaardigheden) als het ware even niet beschikbaar.

Overlevingsreacties

Je zou het zo kunnen uitleggen: als je kind stress of spanning ervaart (even los van het feit of dit nou ‘terecht’ is of niet), klapt het voorste gedeelte van het brein even weg, waardoor het brein regelrecht gebruik maakt van het stuk daarachter: het reptielenbrein. Dit is het stuk brein wat als eerste is ontwikkeld bij zoogdieren, en direct ook het belangrijkste stuk brein om te overleven. Het wordt geactiveerd bij stress. Want stress wordt nog altijd gelabeld als ‘gevaar’ door je brein. En je reptielenbrein kan dan drie dingen doen om daarop te reageren:

  • vechten (‘fight’)
  • verlammen (‘feeze’)
  • vluchten (‘flight’)

Woedeaanvallen

En dat is wat je ziet bij je kind: vechten. Maarja, tegenwoordig zijn er nou niet bepaald loerende sabeltandtijgers om je tegen te verweren. In ons land is er gelukkig maar weinig concreet gevaar om op te reageren. Je lijf maakt daar echter geen onderscheid tussen en reageert hetzelfde op alle vormen van stress: het schakelt over naar je reptielenbrein en je prefrontale cortex is dan niet meer beschikbaar. Dus vertoont je kind eigenlijk heel normaal gedrag: het verdedigt zich, wat zich bijvoorbeeld uit in driftbuien, woedeaanvallen of ander licht ontvlambaar gedrag.

Kalm brein

Dat is leuk en aardig, maar vervolgens zit je natuurlijk wel met een hysterisch kind waar je niks mee kunt. Wat is de oplossing? Eigenlijk is er maar één oplossing. Het klinkt simpel, maar dat is het helemaal niet. Als je kind in stress zit, kan het niet meer goed nadenken. Hetzelfde geldt voor ons als volwassenen: als je opgefokt en boos bent, trap je het liefst tegen de prullenbak of flap je er ineens wat uit. Dan kun je niet rationeel bedenken ‘misschien moet ik zus of zo doen’. Dat lukt pas wanneer je gekalmeerd bent. En dat is precies wat je kind nodig heeft: kalm worden.

Executieve functies

Je prefrontale cortex, en daarmee je executieve functies van je kind zijn pas weer beschikbaar bij een kalm brein. De eerste taak van de omgeving is dan ook: zorg dat je kind kalmeert! Maar dat is lastig, als je kind jou met zijn boosheid kwetst, irriteert of tot wanhoop drijft! Dan wordt namelijk je eigen reptielenbrein geactiveerd, waardoor rustig reageren ook geen optie lijkt te zijn.

Reguleren

Soms is daarom de eerste stap om eerst zelf te kalmeren. Als volwassenen heb je namelijk al meer vaardigheden geleerd door de jaren heen om jezelf te helpen weer kalm en rustig te worden. Je hebt geleerd je gevoel te reguleren. Dat is nou juist de vaardigheid die bij je kind nog ontbreekt, en waar je als ouder zo hard voor nodig bent. Zodra je zelf weer rustig bent, is het daarom voor je kind hard nodig om nabij te blijven: want als het voelt en merkt dat het gezien en gehoord wordt, weet het: ik ben niet alleen, mijn moeder/vader ziet me, ze weten ervan. Dat helpt om sneller rustig te worden.

Waardevol

In het reguleren kun je als ouders een heleboel doen om je kind te leren hoe het met deze heftige gevoelens om kan gaan. Hier komen termen bij kijken zoals emotieregulatie, mentaliseren, spiegelen… Vaardigheden die jammer genoeg geen gemeengoed zijn voor veel mensen vandaag de dag. In therapie merk ik dan ook dat op dit terrein in de behandeling van kinderen en gezinnen veel winst te behalen is. Als ik ouders of gezinnen in therapie heb, gaat er soms een wereld voor hen open wanneer  we ingaan op dit stuk van gevoelens. Ik ben benieuwd of dit bij anderen ook herkend wordt?

 

Borstvoeding als medicijn tegen angst en spanning

Borstvoeding als medicijn tegen angst en spanning

Wondermiddel oxytocine

Nee, ik ga niet nog eens promoten dat iedereen ‘aan de borstvoeding’ moet. In die keuze ben je immers helemaal vrij, gelukkig. Maar ik leg wel uit wat veel mensen niet weten over het geven van de borst. Namelijk dat het de band tussen jou en je kind op meerdere manieren beschermt. Niet alleen in de weerstand, maar ook op emotioneel vlak. Dit komt door het ‘wondermiddel’ oxytocine, het hormoon dat vrijkomt tijdens de borstvoeding.

 

Invloed op gedrag en emoties

Ik heb mijn drie kinderen alle drie de borst gegeven. Gelukkig lukte dat gemakkelijk waardoor het nooit een zorg is geweest. Het was voor mij dan ook makkelijk vol te houden. Toch heb ik het niet bij al mijn kinderen even lang gedaan. Dat had er mee te maken dat ik tijdens de geboorte van Meia en Fosse bezig was met een intensief registratietraject. Hiervoor was ik vaak van huis voor cursussen, wat betekende dat ik ook regelmatig moest kolven. En hoewel ook dit in principe goed liep, brak het me op, omdat ik regelmatig tijdens cursussen weg moest en daardoor bijvoorbeeld  ook aansluiting miste met de groep. Plus dat ik meerdere keren mijn kolf vergat, en ik kan je vertellen: dan ben je héél snel genezen. Maar dat is een verhaal voor een andere keer.

Borstvoeding stimuleert de productie van het hormoon oxytocine. Dit wordt ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd. Dit komt vrij bij alles wat je prettig en fijn vindt om te doen. Het is niet iets typisch vrouwelijks: ook mannen hebben dit hormoon. Het hormoon stuurt je gedrag aan: het helpt je om liever en beter te zijn in contact met anderen. Het knuffelen, aanraken en intimiteit stimuleren ook het hormoon oxytocine.

 

Hechting stimuleren

Oxytocine heb je nodig voor gezonde relaties met anderen. Door het geven van de borst, draag je dus direct bij aan de mogelijkheden tot sociaal contact van je kind. Het is voor baby’s daarnaast belangrijk om een gezonde hechting te ontwikkelen. Een gezonde hechting geeft een basaal gevoel van veiligheid en vertrouwen mee aan je kind. Dit vertrouwen zorgt ervoor dat je kind later ook zichzelf aan anderen durft toe te vertrouwen en goede contacten kan maken. Borstvoeding draagt hier op meerdere manieren aan bij.

 

Ontspanning en regulatie

Door het drinken aan de borst, produceert je lijf het hormoon oxytocine, dat je baby via de moedermelk ook binnenkrijgt. Dit zorgt er direct voor dat zowel jijzelf als je baby rustig en ontspannen worden en dat je meer kan genieten van het lichamelijk contact. Je baby voelt de spierspanning haarfijn aan: als hij merkt dat jij rustig bent, wordt je kind ook ontspannen. Hiermee ‘reguleer’ je je baby: je helpt hem om prikkels en alle gebeurtenissen goed te verwerken. Het reguleren is een belangrijke vaardigheid voor je kind om later zijn emoties in goede banen te kunnen leiden. Je leert je kind dus de eerste stappen om bijvoorbeeld met frustraties of spanningen om te gaan.

Omdat je meer kunt genieten van het lichamelijke contact, werkt dit belonend. Moeders die van borstvoeding durven en kunnen genieten, zullen dit vaker herhalen. Het contact heeft een positief effect op de interactie tussen jou en je baby: dit versterkt de goede band en een veilige hechting.

 

Stressbestendig door voeden

Wist je dat het geven van de borst ook kalmerend werkt bij angstige gevoelens? De oxytocine maakt je als moeder minder bang. Als je dus zorgelijk bent aangelegd of snel gespannen bent, heeft borstvoeding een extra groot voordeel. Je bent als moeder meer stressbestendig en kan beter omgaan met de grillen van de kleine. Tegelijkertijd krijgt je kindje door de oxytocine als het ware een ‘stressvaccinatie’, waardoor het later ook beter omgaat met spanningen en stress. Doordat het hormoon tegen angst beschermt, loop je minder risico op psychische problemen bij jezelf en je kindje. Zowel nu als in de toekomst, want borstvoeding heeft direct effect op de lange termijn!

 

Ontspannen borstvoeding

In Nederland is borstvoeding nog niet zo gewoon als in sommige andere landen. We hebben als gemiddelde vrouw een zekere preutsheid, wat het soms lastiger maakt om het (in het openbaar) vol te houden. Het wordt vaak vergeten dat voeden, naast intiem, ook gewoon als speels en leuk mag worden ervaren. Het is bekend dat bij vrouwen die meer kunnen genieten van hun eigen lijf en intimiteit met hun partner, de borstvoeding beter verloopt. Des te meer reden om ontspannen met het idee van borstvoeding om te gaan!

 

Voeden in het openbaar

Ik ben hier zelf ook in meegegroeid: vond ik het in het begin met Meia nog onwennig, deed ik bij Signe niet meer moeilijk. Bij Meia had ik soms nog wat schroom bij het voeden in het openbaar, maar dat werd langzaam minder met de tijd. Bij Signe ging het inmiddels zo natuurlijk, dat ik zelfs eens een compliment van een wildvreemde kreeg: dat ze het goed vond dat ik gewoon zo ontspannen voedde, in het openbaar. Ik wist niet zo goed wat ik met dat compliment moest, want uiteindelijk werkt voeden (of dat nou met de borst of met de fles is) het beste als je ontspannen bent.

 

Effecten op lange termijn

Het laatste wat ik wil is mensen een slecht gevoel of schuldgevoel geven wanneer zij geen borstvoeding geven, maar ik vind het wél belangrijk dat alle informatie bekend is, om een zo gedegen mogelijke keuze te maken. En ik hoop dat met deze wetenschap, mensen gemotiveerd zullen zijn voor borstvoeding te kiezen. Niet alleen omdat het gezond is, maar voorál vanwege de fijne sociaal-emotionele effecten op korte én lange termijn.

Van negatieve aandacht naar meer begrip

Van negatieve aandacht naar meer begrip

ODD en de aandacht opeisen

Laatst gaf ik psycho-educatie en mediatietherapie aan een moeder van een zoontje met flink wat brutaal en opstandig gedrag, geclassificeerd met ODD (een gedragsstoornis). Mediatietherapie is therapie via een medium, in dit geval de moeder. Je legt dan dingen uit die de ouders kunnen doen voor hun kind. Psycho-educatie is een stukje informatieverschaffing over het functioneren van het kind en wat het kind nodig heeft in de opvoeding en benadering.

Hij doet het expres?

Deze moeder leidde, net als vele anderen, een druk bestaan. Vier kinderen, man veel van huis, oudste kind vraagt vanwege handicaps veel verzorging, en dan dit aangemelde jongetje met wie ze het flink te stellen had thuis. Het leek wel of hij voelde wanneer zij eindelijk tijd voor zichzelf had, want precies op DIE momenten ging hij lopen etteren en zuigen. En niet gek dat je dan als moeder na een tijdje het idee krijgt dat je kind expres ruzie met je zoekt en je dwars wil zitten. En waarom in vredesnaam?

Ten eerste is het (gelukkig!) een fabeltje dat kinderen hun kinderen expres dwars zitten. Dus “hij doet het er om!” gaat niet op, al voelt het soms nog zo. Maar dat heeft uiteindelijk vaak meer met jezelf te maken dan met je kind. Maargoed, dat is een hele andere discussie.

Doordrammen en zeuren

In ieder geval leek dit jongetje op de meest vervelende momenten aandacht te vragen. Stond de moeder druk te koken, bleef hij net zo lang om iets lekkers zeuren tot ze toegaf. Had ze net alle kinderen op bed gelegd, kwam hij weer om de hoek kijken en klagen dat het te heet was, hij dorst had, moest plassen, etc. Gék werd ze er van! En heel eerlijk? Die momenten herken ik natuurlijk ook dondersgoed uit mijn eigen leven: zit je net lekker op de bank, begint er eentje te huilen!

Eén op één tijd

Maar hoe ga je er mee om? Soms is het voor mij makkelijk praten, aan de andere kant van de tafel. Maar ik besef, zeker nu ik zelf 3 kinderen heb, dat het echt niet eenvoudig is om de dingen die we bespreken in de praktijk uit te voeren. En daarom is mijn bewondering voor de bereidheid, de motivatie en inzet van deze moeder (en vele anderen) des te groter. Want ze besefte, door onze gesprekken, dat haar zoontje eigenlijk alleen maar graag bij haar wilde zijn. Dat hij haar aandacht opeiste, omdat haar aandacht het grootste goed was voor hem. En door haar drukke leven, met de verzorging van de kinderen, het huishouden en alles wat erbij komt kijken, schoot het geven van deze kostbare één op één tijd erbij in.

Kwetsbaar

Wanneer je kind, net als de hare, steeds maar streken uithaalt, niet luistert, de grenzen opzoekt en overgaat, dan krijgt het heel vaak negatieve aandacht: niet doen, hou op, stop daar mee, doe eens normaal, gedraag je eens, wees stil! Deze moeder was het merendeel van de tijd brandjes aan het blussen en crisisinterventie aan het plegen. Maar ineens begreep ze, dat onder al die ondeugende acties, het stoere, brutale en soms ronduit slechte gedrag van haar zoontje, ook een kwetsbaar, klein jongetje zat. Die ook zocht naar bevestiging, trots, waardering en erkenning. Die graag samen een boek leest, spelletjes speelt, grapjes maakt of samen op pad gaat.

Geen scheidsrechter meer

En zodoende paste ze haar gedrag aan. Ze begreep dat zijn ongewenste gedrag een noodgreep was, dat het zijn manier was van aandacht vragen, dat hij niet de tools had om het anders te doen. Wanneer hij en zijn brusjes ruzie maakten, reageerde ze kalm. Ze stopte met scheidsrechter spelen en negeerde zijn gedrag waar ze kon. En waar ze het zag, hoe klein ook, prees ze hem. Wat ze als vanzelfsprekend zag, benoemde ze nu: bedankt dat je meteen naar beneden komt, wat fijn dat je direct hebt geluisterd.

Stress en rustig reageren?

Het klinkt simpel, maar dat is het niet. Sterker nog, als je op de meest drukke en cruciale momenten wordt getergd en getriggerd, is het heel logisch en menselijk dat je geïrriteerd of boos reageert. ‘Blijf kalm’ lijkt dan mijlenver weg. Als iemand tegen mij zegt “rustig!” op het moment dat ik gestresst ben, is dat olie op het vuur. Op het moment dat je onder druk staat of stress ervaart kún je immers niet rustig reageren. Of niet vanzelf in ieder geval. Je brein gaat dan namelijk in een andere stand staan (het reptielenbrein, waarover later meer), waardoor het nodig is zo snel mogelijk weer kalm te worden om zinnig te kunnen reageren.

Van wie is het probleem?

Het helpt dan om te beseffen dat het gedrag van je kind, zoals bij dit jongetje, geen onwil is. Als je meer begrip en acceptatie hebt, kun je rustiger reageren. Je voelt je immers minder persoonlijk aangevallen: je snapt dat dit een probleem van je kind is, en niet van jezelf. Dit perspectief nemen of inleven in de ander, is daarom heel handig om de zogenaamde negatieve spiraal te doorbreken.

Positieve spiraal

Dat merkte deze moeder ook. Toen ze de aandacht verlegde van zijn negatieve gedrag naar de uitzonderingen van goed gedrag, zag ze dat hij rustiger werd. Hij voelde dat hij meer gezien werd door zijn moeder, en dat maakte hem trots. Andersom had de moeder meer begrip voor hem, kon ze zien dat hij zijn best deed en werd ze blijer van het geven van de complimenten, hoe zeldzaam ook. Het begin van een positieve spiraal was een feit.

 

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Waarom intelligentie meten?

Er zijn best wat cliënten die terughoudend reageren op een voorstel tot intelligentie-onderzoek. Ik snap de gereserveerdheid wel. Intelligentie-onderzoek valt voor mijn gevoel een beetje in het cliché “onbekend maakt onbemind”. Vrijwel iedereen snapt dat er na zo’n test een cijfer uit komt als resultaat. Maar dat is slechts één kant van het onderzoek. Het meet ook zoveel meer!

We gebruiken in de praktijk de WISC-III (van 6-16 jaar), de WAIS-IV-NL (voor volwassenen, vanaf 17 jaar) en de WPPSI-III (van 2;6 tot 6 jaar). Dit zijn uitgebreide onderzoeksmiddelen die heel breed meten. En natuurlijk ben je dan nieuwsgierig hoe dat er aan toe gaat, of je er goed aan doet om überhaupt een onderzoek te laten doen en wat er dan uiteindelijk in zo’n verslag staat.

Wanneer doe je een IQ-test?

Een intelligentie-onderzoek adviseer ik nooit zomaar. Wat zijn bijvoorbeeld redenen om tot IQ-onderzoek over te gaan?

  • vragen of het onderwijsaanbod wel goed aansluit bij wat dit kind kan
  • vermoedens van hoogbegaafdheid, onderpresteren en gebrek aan uitdaging
  • vermoedens van lagere intelligentie
  • vermoedens van grote verschillen in het intelligentieprofiel
  • problemen in de werkhouding, werkuitvoering en het aan slag gaan met taken
  • concentratieproblemen, aandachtsproblemen
  • uitzoeken welke leerstrategieën het kind gebruikt, wat werkt en waarin nog mogelijkheden liggen voor begeleiding door de leerkracht, ouders, etc.
  • observeren van sociaal-emotionele stukjes van het functioneren, zoals faalangst, perfectionisme, onzekerheid, behoefte aan bevestiging, omgaan met complimenten, etc.
  • analyse op subtestniveau, dus een sterkte-zwakte profiel maken van de verschillende cognitieve vaardigheden van dit kind en wat dat betekent voor de praktijk
  • en andere vragen die op maat bekeken kunnen worden

Werkhouding

Feit blijft dat er inderdaad cijfers komen naar aanleiding van het onderzoek. Maar deze worden nooit zomaar gegeven zonder verdere uitleg. Er wordt altijd bekeken hoe dit kind, in deze situatie, tot deze resultaten komt. De prestaties bedden we in, binnen het totaalbeeld van dit kind: de huidige situatie, de klachten, de werkhouding.

Faalangst

Maar ook zaken die op dat moment spelen. Zo vraag ik altijd hoe het kind heeft geslapen, ben ik alert op hoe het kind er zit. Kinderen die erg faalangstig zijn of het heel spannend vinden om te komen, laat ik vaak al een keertje eerder kennismaken. En ik vraag ze bijvoorbeeld om een spelletje, knuffel of iets anders vertrouwds mee te nemen. Als het nodig is, beginnen we dan eerst met een spelletje.

Stress en spanning

Want ik ben van mening dat beginnen met het onderzoek terwijl een kind een te hoog stress-niveau heeft, een slecht plan is. Het geeft een onbetrouwbaar beeld. Daarom stel ik mezelf als voorwaarde om een kind eerst voldoende op zijn gemak te krijgen. Hoeveel tijd en energie dit kost, verschilt per kind.

Vervolgstap na intelligentie onderzoek

En als dan het onderzoek is geweest, wat is dan de vervolgstap? Want de uitkomst is interessant, maar pas nuttig als er ook iets mee gedaan wordt. Daarin zijn verschillende wegen om te bewandelen. Ik noem er een paar:

  • een gesprek met de school en ouders om te bespreken hoe dit kind zo goed mogelijk begeleid kan worden op school
  • psycho-educatie aan ouders, om meer uitleg te geven wat er precies aan de hand is, eventueel aangevuld met het bespreken van praktijkvoorbeelden
  • opstarten van behandeling voor het kind, bijvoorbeeld voor het versterken van het zelfbeeld, het wegnemen van de faalangst of het trainen van zelfsturend gedrag (executieve functies)
  • sowieso krijgen ouders een volledig verslag mee, waarin een totaalbeeld wordt geschetst en adviezen worden gegeven, afgestemd op hun specifieke situatie. Deze kunnen een tijd worden toegepast en daarna geëvalueerd om verder te verscherpen.

Mocht je zelf aan het overwegen zijn om onderzoek te laten doen, mag je natuurlijk altijd vrijblijvend contact opnemen!

Oorzaken van ADHD-gedrag

Oorzaken van ADHD-gedrag

Het lijkt wel een plaag. Tegenwoordig kent iedereen de term ADHD en zitten er wel minstens 3 kinderen met ADD of ADHD in de klas. Er wordt op de middelbare school gehandeld in Ritalin en het hebben van concentratieproblemen lijkt soms eerder de norm dan de uitzondering.

Oké oké ik chargeer een beetje, maar toch heb ik het gevoel dat er tegenwoordig wel heel gemakkelijk over wordt gepraat: “mijn buurmeisje heeft ook ADHD en die moeder zei dat onze zoon toch zó op haar dochtertje lijkt”, “ik deed een test op internet en daar kwam uit dat ik ADD had”, ‘ik praatte er met een klasgenootje over, die heeft ook ADHD en ik heb precies hetzelfde als hij kwam ik toen achter”.

Belangrijkste kenmerken

Ja. Het is een feit dat dit “ADHD-achtige gedrag” inderdaad vaak voorkomt. En dat is ook niet gek. De meest voorkomende kenmerken zijn namelijk de volgende:

  • aandachtsproblemen
  • impulsiviteit
  • hyperactiviteit

Met name die eerste zorgt voor herkenbaarheid alom. Denk in de trant van je niet kunnen concentreren, dingen vergeten, spullen kwijtraken, snel afgeleid worden, etc. Maar ook de motorische onrust is bij veel mensen aanwezig: friemelen, wiebelen, niet goed stil kunnen zitten, etc.

Geen ADHD, maar…

Is er echt een toename van ADHD? Ik betwijfel het. Het ADHD-achtige typ ik met opzet: het gedrag doet denken aan ADHD, maar is het dat ook? In de praktijk hebben bijna alle kinderen die bij ons komen wel één of meer van bovenstaande ‘klachten’. En als duidelijker wordt wat er speelt, is dit ook vaak goed verklaarbaar. Het zoeken naar de oorzaak van de klachten is daarom een absolute must. Waar kun je zoal aan denken?

  • Trauma: door onverwerkte trauma’s na bijvoorbeeld ingrijpende gebeurtenissen of een moeilijke jeugd, zijn mensen som hyperalert en daardoor snel afgeleid.
  • Angst: als je angstig bent en je omgeving goed in de gaten houdt, kun je je niet goed concentreren op andere dingen. Deze kinderen moeten zich immers schrap zetten tegen ‘gevaar’.
  • Depressie: wanneer je echt somber bent en in de put zit, verlies je je interesse en kan je het niet opbrengen je ergens voor te concentreren. Je hebt je kop er niet bij en bent verstrooid, vergeet dingen, bent dromerig, etc.
  • Hechtingsproblemen: kinderen die een problematische hechtingsstijl hebben, kunnen zich nooit helemaal veilig en vertrouwd voelen en hebben constant een hoger stressniveau. En in stress is het logisch dat je onrustiger bent en je niet goed kunt concentreren.
  • Stress of burn-out: zoals hierboven al genoemd, kun je tijdens stress dezelfde klachten krijgen.
  • Onvoldoende uitdaging: sommige kinderen worden druk en raffelen hun werk af, zijn er niet bij omdat ze verveeld zijn of dingen te makkelijk vinden, wat overkomt als concentratieproblemen.
  • Overvraging: andersom kunnen sommige kinderen afhaken als er teveel van hen wordt verwacht dat ze niet kunnen waarmaken. Ze gaan dan andere dingen doen tijdens de les, gaan clownesk gedrag vertonen, etc.
  • Echtscheiding: ja, helaas kan echtscheiding ook leiden tot ‘adhd-achtig gedrag’, omdat een kind stress ondervindt van bijvoorbeeld spanningen tussen de ouders, op de breng-/haalmomenten of omdat het nog stoeit met loyaliteitsconflicten of de ingrijpende veranderingen als gevolg van de scheiding.
  • Slaapproblemen: een veelvoorkomend probleem en vaak vergeten. Slaap is een basale levensbehoefte. Gebrek aan (goede) slaap heeft effect op het totale functioneren. Kinderen met slaaptekort worden vaak druk en ‘hyper’.
  • Andere oorzaken binnen het gezin: de oorzaken zijn legio. Denk aan mishandeling, huislijk geweld, financiële zorgen, te kleine huisvesting, werkloosheid, problematiek van de ouders, misbruik, de geboorte van een broertje of zusje, verhuizing, etc.
  • Andere oorzaken binnen het kind zelf: ook hier zijn de invloeden eindeloos. Denk aan temperament, karaktereigenschappen, veerkracht, gevoeligheid, slaapbehoefte, etc.

En de lijst is nog lang niet compleet. Waarschijnlijk vergeet ik nog 100 belangrijke oorzaken, schroom niet me aan te vullen. Wat ik hoop is dat er wat nuance ontstaat: houdt de blik breed, wat kan er nog meer meespelen?

Is onveilige hechting een probleem?

Is onveilige hechting een probleem?

Wanneer is hechting problematisch?

Er is al veel geschreven over hechting. Het is ook een ingewikkeld en belangrijk onderwerp, omdat het de basis legt voor je verdere leven. Wat je de eerste jaren meekrijgt in de ontwikkeling van je hechting, is de hardware van je persoon. Iedereen wordt hier op zijn eigen manier mee uitgerust, maar grofweg zijn er wel een aantal categorieën van hechting te noemen.

De meeste kinderen (en dus ook volwassenen, want een hechtingsstijl geldt voor het leven), zijn veilig gehecht. Dat is zo’n 60% van de kinderen. Dat betekent dus dat bijna de helft (plusminus 40%) onveilig gehecht is! Dat klinkt als een enorme hoeveelheid. En dat is het ook. Hoe zit dat?

Vier hechtingsvarianten

In totaal zijn er vier soorten gehechtheidsstijlen. Ik noem ze hieronder:

  1. veilig gehecht
  2. angstig/ambivalent gehecht
  3. vermijdend gehecht
  4. gedesorganiseerd gehecht

Alleen de 1e categorie garandeert dus dat een kind een basaal gevoel van vertrouwen en veiligheid heeft, een algemeen gevoel van: ‘het komt wel goed’. Dit is vanzelfsprekend de meest wenselijke gehechtheidsstijl die er is, omdat hiermee een goede basis wordt gelegd om bijvoorbeeld met nieuwe situaties om te gaan. Het stressniveau ligt niet snel hoog bij deze kinderen (en volwassenen).

Gedesorganiseerde hechting

De overige 3 categorieën zijn vormen van onveilige hechting. Maar slechts één hiervan wordt als een problematische ontwikkeling gezien: de gedesorganiseerde vorm van hechting. Deze komt slechts weinig voor (5-10%). In deze vorm van hechting leert een kind niet goed om te gaan met stressvolle situaties. Als kind heeft het te weinig ervaringen gehad dat het wel goed komt. Er is bijvoorbeeld niet goed gereageerd op zijn behoeften (troost, warmte, eten, schone luier, etc.) of zeer wisselend en onvoorspelbaar. Of de zorgfiguur (meestal de ouders) hebben de signalen van het kind verkeerd ‘gelezen’: ze interpreteren het huilen of het gedrag van het kindje anders dan wat er écht aan de hand is.

Projectie

Een andere oorzaak kan liggen in het projecteren. De moeder denkt bijvoorbeeld: ‘je bent moe, ga maar slapen’, en legt de baby te slapen, terwijl niet de baby moe is, maar de moeder zelf. Als dit soort misinterpretaties en projecties te vaak voorkomen, leert het kind niet wat er in hem omgaat. Het krijgt geen goede grenzen mee van wat bij hem hoort en wat niet. Het raakt verward en gedesorganiseerd.

Kans op trauma

En precies zo ziet het gedrag er dan ook uit: rommelig, chaotisch, als een ongeleid projectiel, onvoorspelbaar. Het kind weet zich geen raad, voelt zich onveilig, ervaart stress maar kan deze niet weg (laten) nemen. Omdat ze hun eigen grenzen niet goed genoeg aanvoelen, kunnen ze zichzelf ook onvoldoende beschermen. Deze kinderen lopen daardoor meer kans op trauma’s. Ze overschrijden onbedoeld hun eigen grenzen en die van anderen.

Onveilig is níét perse problematisch!

De andere twee categorieën gaan over angstige en vermijdende hechtingsstijlen. Zoals gezegd is die niet per se problematisch! Het is slechts een variant in de hechtingsstijl. Sterker nog, in sommige beroepen kan het een voordeel hebben om bijvoorbeeld angstig of ambivalent gehecht te zijn, zoals een bij goede onderzoekers: een zekere mate van wantrouwen maakt hen kritisch en alert! En gereserveerde mensen die wat vermijdend gehecht zijn, vormen vaak het toonbeeld van integriteit.

Hechting als continuüm

Hechting is een continuüm: je kunt in meer of mindere mate veilig of onveilig gehecht zijn. Dit hangt samen met verschillende dingen, zoals:

  • de kwaliteit van het contact met de hechtingsfiguur (meestal de ouders)
  • de kwantiteit van het contact (hoe vaker, hoe beter)
  • of er ingrijpende gebeurtenissen geweest zijn in de hechtingsperiode
  • de zorgfiguren rondom het kind (wie, hoeveel, de ervaringen)

Zo kan het dus ook zijn dat je als kind een veilige hechtingsrelatie met je moeder opbouwt, maar niet met je tante. In het latere leven van je kind kan bepaald hechtingsgedrag daarmee ook getriggerd worden. Als ze iemand tegen komen die hen aan hun tante doet denken, kunnen ze hetzelfde onveilige hechtingsgedrag gaan laten zien.

Responsief in 30% van de tijd

Om tot een veilige hechting te komen met je baby, moet je als ouder (of ander belangrijke zorgfiguur) in 30% van de gevallen responsief reageren. Responsief wil zeggen dat je als ouder doet wat je kindje op dat moment nodig heeft. Dat je snapt wat de behoefte is van je kindje en deze goed vertaalt. Dat je goed bent afgestemd op je baby en hem goed aanvoelt. Dan klinkt 30% als heel weinig, maar dit is al voldoende om tot een veilige hechting is komen. En meestal gaat dat proces ook vanzelf. De meeste ouders en verzorgers voelen voldoende aan wat hun kindje (ongeveer) nodig heeft. Ze zijn sensitief genoeg.

Niet perfect, maar goed genoeg!

Tegelijkertijd is het dus net zo menselijk om soms signalen te missen (denk aan door een huiltje heen slapen, pas later opmerken van een vieze luier of na 4 dagen ineens snappen dat er tanden doorkwamen waardoor je baby zo sacherijnig was). En dat is gelukkig door de natuur ook allemaal ingecalculeerd. Want we zijn tenslotte ook maar mensen. En dat is precies de reden dat goed genoeg ook écht goed genoeg is, mama’s!


Misschien ook interessant:

  1. Toen ik ging zitten voelde het al beter
  2. 10 tips voor een bedankje voor de juf
  3. Op de grens van gewoon opgroeien