Archief van
Tag: stress

Goed genoeg ouder

Goed genoeg ouder

Deze is voor alle mama’s (en papa’s) bij wie het af en toe boven hun hoofd groeit. Voor iedereen die deze frustraties, irritaties en aaneenschakeling van stressmomentjes en brandjes blussen herkent. I feel you. Je bent niet alleen. Het is een fase. Hou vol, het wordt weer leuk. Echt. 

De dagelijkse praktijk

Je hoopt, als je ze de avond ervoor om 22.00u nog uit bed hebt gehaald om naar het vuurwerk te kijken van Koningsdag, dat ze misschien net even wat langer doorslapen. Helaas blijkt hun hardware toch echt anders geprogrammeerd. Hoewel Steef op muizenvoeten door het huis liep, hoorde ik al snel het bekende ‘mamaaa!’ uit de kamer van de jongste komen.

7.00u

Een vluchtige blik op mijn klok laat me weten dat ze het maar liefst tot 7u hebben gerekt. En zodra de guppen hier wakker zijn, is het het full focus en in de hoogste versnelling de dag in racen. “Mam, ik ben doorgelekt”, is één van de eerste boodschappen die ochtend. Nog voor we aan de ontbijttafel zitten, draait de eerste was dus al. Vervolgens zie ik mijn jongste het eten uit het bakje van Steef kijken. Ik besluit pap te maken voor ze.

Maar dat voornemen betekent wel dat ik in de keuken verschillende bananen moet prakken, appels moet schillen, melk moet warmen, etc. En dus even geen zicht heb op wat er in de woonkamer gebeurt. Terwijl ik mijn aandacht verdeel over 4 grote kommen, hoor ik ongeduldige kreten uit de andere kamer opstijgen. Het kan ze niet snel genoeg gaan.

7.20u

Als ik tenslotte als laatste aan tafel schuif, wordt er om drinken gevraagd. Nu Meia en Fosse al klaar zijn met hun pap, vraag ik of ze dat zelf even willen pakken. Als ze terugkomen, is er ruzie ontstaan over welke beker voor wie is, en gaat er in het doorgeven van de bekers pal voor mijn neus een volle beker melk omver. Zuchtend help ik de kinderen mee met opruimen en gooi ik de natte placemats in de was, om mijn ontbijt daarna te vervolgen.

Intussen is de rest al van tafel en wordt er uit allerhande kasten materiaal gehaald voor hun speelplannen. Fosse komt terug en vraagt om fruit. Na een grote kom pap met een banaan erin vind ik dat eigenlijk overbodig, maar de peren moeten op, dus ik geef aan dat hij een peer mag pakken. Blijkbaar had hij zijn zinnen op iets anders gezet, want hij begint boos te huilen dat hij geen peer wil.

7.45u

Ik haal de ontbijtspullen van tafel, waarbij ik zo goed mogelijk nadenk welke spullen in als eerste naar de keuken breng. Waarom? Omdat Signe de vervelende gewoonte heeft om bovenop de eettafel te klimmen en zich een weg te banen tussen de zoete beleg en half leeggedronken melkbekers. Daarom ruim ik in volgorde van prioriteit de volgende zaken op:

  • halfvolle bekers, pakken drinken
  • pakken hagelslag/vlokken/ander los materiaal
  • andere zaken die open zijn waar eetbare spullen uit gehaald kunnen worden zoals vleeswaren

8.00u

Terwijl ik nog steeds in mijn pyjama rondloop, probeer ik de kinderen te laten aankleden, tanden poetsen, haren kammen, wassen, etc. Net als in elk ander gezin (tenminste, dat hoop ik althans een beetje), gaat dit gepaard met de nodige aansporingen. Vooral Meia ergert zich behoorlijk aan mijn gezeur waarmee haar spel wordt onderbroken. Ze is nogal van het multitasken. Zo besloot ze vanmorgen dat ze met haar tandenborstel in haar mond prima de kaplablokjes kon aangeven aan Fosse.

8.20u

Toen de grootste klappers waren gemaakt in de start van de ochtend, en de meest voor de hand liggende risico’s waren ingedekt wat betreft Signes mogelijke streken, besloot ik dat ik het erop kon wagen: douchen. Het is altijd een moment van ‘fingers crossed’ en zo snel mogelijk zijn. Terwijl ik me in sneltreinvaart had uitgekleed, kwam Fosse naar me toe om zich te beklagen dat hij geen onderbroek en hemd had. Deze had ik hem een kwartier geleden al aangegeven, maar blijkbaar was hij kwijt dat hij deze in een soort Chinese dans door de kamer had geslingerd tijdens het ‘aankleden’. Snel dook ik in mijn badjas en ging op jacht naar zijn ondergoed, waarna ik mijn poging tot douchen weer oppakte.

Het duurde welgeteld 2 volle minuten voor ik alweer een boze schreeuw hoorde. “Gaat alles goed!?” riep ik met een mengeling van hoop en vrees met de deur op een kier. Er klonk inmiddels alweer gepraat op rustige toon. Vals alarm gelukkig. Na een hele minuut in volledige ontspanning te hebben gedoucht, werd de deur geopend door de nieuwsgierige jongste telg. Een koude luchtstroom walmt direct naar binnen, en ik besluit dat langer douchen vrijwel kansloos is. Signe verdwijnt, de deur wagenwijd open latend, om na 2 tellen weer terug te komen met een handdoek. Superschattig! Maar direct slaat ook de twijfel toe: hoe komt ze aan een handdoek?

8.35u

Gedoucht en aangekleed, neem ik direct poolshoogte bij de kinderen. Ik tref een stapel door elkaar gegooide handdoeken aan op de tafel. Tot zover onze inspanningen om alles netjes opgevouwen in de kast te houden. Als ik de hal in loop, breek ik bijna mijn nek over mini-boodschappen. Eenmaal in de kamer van Meia en Fosse blijken ze gezellig winkeltje aan het spelen, waarbij ze het nodig vonden schoon servies uit de kast te halen. Prima, zolang jullie het straks maar terugzetten, druk ik ze op het hart.

8.45u

De vaat heeft zich inmiddels opgestapeld, en ik moet echt even gaan afwassen. De wasmachine is klaar en moet leeggehaald worden en ik moet nog mijn haren een beetje fatsoeneren. Oh, en nu schakelt het koffiezetapparaat uit: dit doet hij na een uur automatisch. Ik heb nog niet eens koffie op. Terwijl ik hem weer aanzet en alvast melk opwarm in de magnetron, begin ik met de afwas. Ineens zie ik na een tijdje dat Signe de bingomolen uit een kast heeft gehaald en de kleine balletjes en fishes door de kamer laat rollen. Met het sop tot aan mijn ellebogen ren ik de kamer binnen en roep bezorgd dat de bingomolen direct moet worden opgeruimd: die balletjes zijn super gevaarlijk voor Signe!

9.15u

De afwas is klaar, de melk overgekookt en vervolgens afgekoeld. Ik stop een nieuwe was in de machine en zie dat Meia nog steeds haar haren nog niet heeft gekamd. Ze reageert mokkig, draait haar rug naar me toe en zegt boos dat ze niet wil. Terwijl ik zo goed en zo kwaad als het gaat probeer deze bui te pareren, besluit Fosse buiten te gaan spelen en heeft Signe een poepbroek.

9.30u

Ik ben nog net op tijd voor het koffiezetapparaat voor de tweede keer uitschakelt. Meia heeft intussen eieren voor haar geld gekozen en haar haren gekamd, Signe is gewassen en aangekleed en ik ga, eindelijk, met mijn koffie aan tafel zitten. Ik heb de stille hoop dat de kinderen, die intussen lief samen spelen op hun kamer, even blijven spelen zodat ik in stilte kan genieten van mijn koffie. Het duurt niet lang. Het is alsof ze voelen dat je overweegt een moment voor jezelf te hebben. Binnen no-time staan Fosse en Signe naast me, met grote blauwe ogen, en vragen om ‘koffie’ (opgeschuimde melk met cacao).

Conclusie?

Gister nog las ik dat ouderschap een groot beroep doet op jezelf als mens. Het betekent een constante mindset van je eigen behoeften opzij schuiven en constante focus op de kinderen. Het is pittig en vermoeiend, en soms wil je er even aan ontsnappen. Ik verschil daarin niet van andere ouders. Het is een kunst om hierin de balans te vinden tussen het leuk hebben met elkaar en doen wat er moet gebeuren. En die balans is soms zoek. Dat is niet erg, dat is het leven. Als ouder hoef je het niet altijd goed te doen. Als het maar goed genoeg is.

Huis verkocht!

Huis verkocht!

Roerige tijden

Het was een roerige tijd. En eigenlijk is het dat nog steeds. Ik heb nog nooit zoveel opgeruimd en schoongemaakt als in afgelopen jaren. Want er kon zomaar ineens een bezichtiging komen. En dat gebeurde, regelmatig. Alle activiteiten werden teruggeschroefd, want een bezichtiging betekende potentiële kopers. En ons huis verkopen is de eerste stap naar mijn toekomstdroom: een praktijk aan huis.

Verhuisdatum

Helaas is er nog steeds geen pand op ons pad gekomen wat voor ons geschikt was. Dit leverde zowel bij ons als de kinderen de nodige onrust op. Ik kon ze niet uitleggen waar we gingen wonen, of op welke termijn. Nu kan ik eindelijk antwoord geven op één vraag: ‘wanneer verhuizen we?’. In april. Ja, zo snel. Helaas dus niet naar ons droomhuis, maar naar een knus galerijflatje met gedeelde slaapkamers. Want veel keus is er niet in huurwoningland.

Onzekerheid bij de kinderen

Dat de kinderen er veel mee bezig waren, was onvermijdelijk. Door de bezichtigingen moest er noodgedwongen veel worden opgeruimd en de woensdagmiddag afspreken was daarom soms niet mogelijk. Als ze op de achterbank zaten, zei Fosse ineens: ‘ik wil eigenlijk niet verhuizen’. En als ik Meia zorgelijk zag kijken, legde ze uit: ‘ik kan niet kiezen hoe ik mijn bed straks wil in het nieuwe huis’ of: ‘ik ga mijn bedstee zo missen, ik heb hem nog helemaal niet lang’.

Wanneer nou écht?

Het breekt mijn hart als ik zie dat ze last hebben van deze situatie, vooral omdat ik ze geen antwoorden kan geven. Toen dan eindelijk de kogel door de kerk was, en ons huis werd verkocht, was ik daarom heel blij dat er een stip aan de horizon verscheen. Zoals ik al had verwacht, gaf dit wat perspectief voor de kinderen. De volgende dag was het dan ook op school en de sportverenigingen verteld door de oudste twee. Fosse heeft nog weinig tijdsbesef, dus voor hem kan het verhuizen ieder moment beginnen. Omdat we er heel snel uit moeten, beginnen we daarom al met ruimen en inpakken. Voor Fosse wordt het daarmee meer concreet: pas als alles is ingepakt, gaan we verhuizen.

Tussenhuis

De roerige tijden zijn echter nog lang niet over. Komende weken staat in het teken van inpakken en wegdoen. We verhuizen naar ongeveer de helft van het woonoppervlak waar we nu wonen, in een huurflatje. Ik ben heel benieuwd hoe we dat als gezin gaan beleven. Vanmorgen vroeg Fosse: ‘is er wel speelgoed in het tussenhuis?’. We hebben de huurwoning maar het tussenhuis genoemd, omdat we er maar eventjes zullen wonen (hoop ik). Zijn vraag deed me weer beseffen hoe ongrijpbaar deze situatie voor hem moet zijn.

Huren, een avontuur?

Een huurhuis. En volgens mij zelfs zonder vloeren, met niks op de muren en zonder gordijnen. Een dilemma, want we willen niet investeren in het ‘tussenhuis’ omdat diezelfde kosten straks in ons ‘echte’ huis gemaakt zullen worden. We hebben daarom besloten het huren als één avontuur te beschouwen: tekenen op de muren, restjes vloerbedekking van marktplaats scoren en hetzelfde voor de gordijnen. Nog zoiets: in ons huidige huis zijn de bedden van de kinderen op maat gemaakt. Een bedstee en een volkswagen busje. Supertof, maar helaas niet mee te nemen. Komen we dus ineens twee bedden tekort! Gelukkig hebben we lieve mensen om ons heen die graag meedenken en meehelpen.

Ruimen en inpakken

Omdat we straks veel minder ruimte hebben, zijn we drastisch begonnen met ruimen. Afgelopen maanden zijn er al naar schatting 30 zakken richting kringloop en gevudo gegaan. Ik was perplex wat ik tegenkwam: kerstkaarten uit 2004, bankafschriften uit de puberteit, handleidingen van apparaten die we allang niet meer hebben, bonnetjes van jaren heen, een zak vól snoeren, stekkers en adapters die we niet konden thuisbrengen… En als we de ene laag op een plank in de berging hadden doorgespit, bleek er nog een volledige laag achter te bestaan.

Voorbereiden op verhuizen

Enerzijds zijn we gedwongen tot ruimen, want we hebben straks geen ruimte meer. Anderzijds is ook mijn wens (en één van de voornemens van dit jaar) om minder spullen te hebben, kopen, verzamelen en bewaren. Alleen de spullen die we gebruiken, écht nodig hebben en die gelukkig maken. In het kader van speelgoed heb ik hier al eens over geschreven. Maar ik trek het breder. Tijdens het ruimen merkte ik ook hoeveel rust dit gaf, ik werd er echt gelukkig van. Een ander punt waar we nu actief mee bezig zijn is het opmaken van de voorraad. In de berging staan namelijk planken vol met houdbare etenswaren. Tijd dus om ruimte te ‘eten’.

Nieuwe start

Voor iedereen in ons gezin voelt dit als een nieuwe start. Meia wil komende tijd veel foto’s maken om vast te leggen hoe haar kamertje en spullen er uitzien. Samen halen we herinneringen op van gebeurtenissen die hier hebben plaats gevonden. Dingen die ze niet erg vinden om achter te laten en zaken die ze zullen missen. Maar ook plannen: wat wil je straks in het nieuwe huis? Waar hoop je op? Op deze manier bespreken we de situatie nu en straks. Ik merk dat ik daar zelf behoefte aan heb, en merk ook dat de kinderen het prettig vinden om dit hoofdstuk op hun gemak af te sluiten.

Toename in psychische problemen

Toename in psychische problemen

Zorgen over de toekomst

Niet om melodramatisch te gaan doen, maar ik wil toch iets van mijn hart. Ik maak me zorgen over de ontwikkelingen binnen onze maatschappij en de effecten ervan op de psychische gezondheid van kinderen en jongeren. Er is sinds 2015 een nieuwe jeugdwet, waardoor de psychische zorg voor kinderen en jeugd niet meer via zorgverzekeraars loopt, maar wordt geregeld via de gemeente. Sindsdien worden eigenlijk overal noodklokken geluid. Dat is niet zo gek: er bestond een systeem dat door de jaren heen steeds verder is ontwikkeld, en redelijk liep. En ineens wordt dan binnen no-time alles op zijn kop gegooid, en wordt er zogezegd een nieuw wiel uitgevonden. Maar helaas eentje die niet goed rolt, zo blijkt.

Meer jongeren met problemen

Naast alle administratieve rompslomp, onzekerheden en onduidelijkheden die de nieuwe jeugdwet met zich meebrengt, is er bovendien nog een andere ontwikkeling gaande. Die tweede ontwikkeling loopt eigenlijk parallel aan de eerste, maar dan wereldwijd. Er is namelijk een toename in psychische problemen bij kinderen en jongeren. Zelfs zo erg, dat de Wereldgezondheidsorganisatie spreekt van een epidemie. Deze trend zet zich voort, wat betekent dat er steeds meer kinderen en jongeren psychische zorg nodig hebben, ook in Nederland. Daarom is het des te frustrerender voor ons als hulpverleners, dat er op deze hulp wordt bezuinigd. En niet zo’n beetje ook.

Gevolgen van de nieuwe jeugdwet

Zo wordt ons budget van 2017 maar liefst 11,5% minder dan die van 2016. En dat, terwijl er steeds meer mensen hulp nodig hebben. Bovendien gaat heel veel tijd op aan het eindelijk aanleveren van cijfers, je werkzaamheden verantwoorden en controleren of deze processen goed lopen (helaas gaat nog het te vaak mis), waardoor er minder tijd over blijft om cliënten te zien. Het voelt daarom ontzettend dubbel, dat je als praktijk groeit en populair bent, dat er steeds meer aanmeldingen blijven komen, maar dat je aan de andere kant weet: we kunnen niet iedereen helpen, want straks is het geld op, en dan?

Geen geld door bezuinigingen

Het gaat rechtstreeks tegen onze visie als hulpverleners in: je hebt dit vak geleerd om anderen te helpen. Ik ben van mening dat iedereen recht heeft op psychische hulp, dat hierin geen drempel mag zijn. Want uiteindelijk heeft de hele maatschappij baat bij psychisch gezonde mensen. Maar die drempel wordt wel opgegooid nu. We worden min of meer gedwongen een wachtlijst te maken, omdat er teveel werk is voor te weinig mensen. Er is werk zat, maar geen geld om het te vergoeden. Dat wringt.

Epidemie van psychische problemen

En als je dan de cijfers van de World Health Organisation (WHO) leest, dan kan ik me daar nog bozer om maken. Waarom wordt door de maatschappij deze negatieve trend bevorderd? Ik snap dat er bezuinigd moet worden, maar waarom wordt er geen rekening gehouden met effecten op de lange termijn? Ongeveer 30% van de jongeren (15-30 jaar) wereldwijd heeft namelijk psychische problemen. Hiervan komen verslavingen het meeste voor (15 tot 20%), maar ook depressies (10 tot 15%) en allerlei angststoornissen (5 tot 15%). Ook heeft 2-5% een eetstoornis en 2-3% een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Niet kunnen voldoen aan verwachtingen

Van de jongeren tussen de 14 en 25 jaar geeft zo’n 60% aan dat ze zich slecht voelen, omdat ze denken niet aan andermans verwachtingen te kunnen voldoen. En 1 op de 3 van de jongeren heeft het gevoel dat ze hun problemen niet aan kunnen. Daar schrik ik van! Dit geeft de noodzaak aan voor tijdige hulp, voordat de problemen steeds ernstiger en hardnekkiger worden. En duurder dus, bovendien.

Langer wachten met aanmelden

En dat ze steeds ernstiger worden, merk ik ook in de aanmeldingen. Sinds de crisis wachten mensen sowieso al langer met aanmelden van hun kinderen, uit angst dat het hen geld kost. Maar ook sinds de nieuwe jeugdwet was er wat huivering, omdat het vaak nog onduidelijk was. Als ouders hun kroost dan uiteindelijk hadden aangemeld, waren de problemen in veel gevallen al vergevorderd. Daardoor is naar mijn idee het werk ook zwaarder geworden. Dat wordt nu extra puzzelen, omdat je gebonden bent aan een beperkte tijd dat je mag behandelen.

Meer zelfmoord onder jongeren

Als je bijvoorbeeld kijkt naar zelfmoord, dan zie je ook in de suïcidecijfers een toenemende trend. In België is het zelfs de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren tussen de 15 en 24 jaar. Jongeren doen meer dan anderen pogingen om zich van het leven te beroven: 10% van de 18-jarigen zegt dit al vaker te hebben overwogen. Bij meisjes is dit zelfs 20%.

Rollen om te vervullen

Het heeft ook te maken met de maatschappij van nu, de omgevingsfactoren waar jongeren mee te dealen hebben, zogezegd. Ik merk het zelf ook: er worden veel verwachtingen aan je gesteld en het is soms koorddansen en tegelijk jongleren om alle ballen hoog te houden.  Je moet tegenwoordig, meer dan ooit, zoveel rollen vervullen: binnen de familie, vriendenkring, je werk, studie, spiritueel, cultureel… Voor een jongere die nog zo kwetsbaar is, en midden in zijn ontwikkeling zit, is dit moeilijker dan voor wie dan ook.

Hogere verwachtingen

Die rollen die we als mens moeten vervullen, komen door de verwachtingen van anderen. En die verwachtingen zijn steeds hoger geworden, bijvoorbeeld voor het succesvol zijn op school en in je opleiding. De verwachtingen doen bovendien nog iets schrijnenders: we streven met z’n allen steeds meer naar individualiteit, naar eigen succes, naar status, een hoger salaris en meer spullen. Hiermee wordt direct narcisme in de hand gewerkt, en aan de andere kant de intrinsieke motivatie afgekalfd. Hoe mooi zou het zijn, als je als jongere gewoon een opleiding kiest omdat je echt passie hebt voor het werk? Hoe fijn zou het zijn als de omgeving daarin kon aanmoedigen, zonder hierin te oordelen? Helaas blijkt dat dus steeds minder voor te komen.

Hersenontwikkeling in puberteit

In de puberteit, vanaf een jaar of 11, tot een jaar of 25-30, zijn de hersenen in volle vaart aan het ontwikkelen. Niet voor niks is dit voor jongeren en hun omgeving een pittige tijd. De snelle hersenontwikkeling wordt bovendien sterk beïnvloedt door de ervaringen die jongeren opdoen in hun omgeving, zoals met vrienden of hun ouders. En de verschillende hersenfuncties ontwikkelen zich grillig en niet tegelijkertijd. Dat tieners lekker uit de pan schieten is dan ook niet meer dan normaal.

Executieve functies

Zo is het emotionele gebied in de hersenen, het limbisch systeem, eerder ‘klaar’ dan de pre-frontale cortex (weet je nog? Die van de executieve functies). Voor je nu aan je hoofd krabbend en met lege blik afhaakt: de vaardigheden zoals op de lange termijn kijken, bedachtzaamheid, plannen, organiseren, timemanagement, reflecteren op jezelf en jezelf onder controle houden zijn voorbeelden van die executieve functies. Maar die beginnen zich dus pas rond je 15e te ontwikkelen, wat betekent dat jongeren emotioneel gezien als het ware ‘op scherp’ staan: er hoeft maar iets te gebeuren, of er is een kwetsbaarheid ontstaan…

Gezonde emotieregulatie

Niet gek dus, dat ik het gros van de tijd in behandelingen bezig ben met het bevorderen van een gezonde emotieregulatie bij deze leeftijd. Jongeren hebben nog de afhankelijkheid van hun omgeving, omdat zij zelf de vermogens missen om met hun ingewikkelde emoties om te gaan. En omdat het wel een essentiële vaardigheid is om tot een stabiel en evenwichtig persoon op te groeien, besteedt ik hier veel tijd aan.

Stress leidt tot schade

Jongeren willen voldoen aan al die eerder genoemde verwachtingen, net als volwassenen trouwens. Maar kinderen zijn nog een stuk loyaler hierin, en kunnen door te hoge verwachtingen veel stress ervaren. En laat stress nou precies hetgeen zijn wat je niet kunt gebruiken in deze tijd, als de hersenen zich zo drastisch ontwikkelen. Want teveel stress leidt simpelweg tot hersenschade. Ook de kans op gevoelens van faalangst en perfectionisme nemen dan toe, wat ervoor kan zorgen dat jongeren in een isolement raken of falen in hun werk. Niet voor niets zijn de werkloosheidscijfers onder jongeren zo hoog.

Risicofactoren in de leefstijl

Ik ben nog niet klaar hoor, helaas. Want het zijn niet alleen kwetsbaarheden door de hersenontwikkeling en de verwachtingen vanuit de omgeving, het is ook de totale leefstijl die zo erg is veranderd de afgelopen jaren, dat de gevolgen daarvan nu pas steeds duidelijker worden. Even een paar voor de hand liggende, maar daarom niet minder belangrijk:

  • Er wordt steeds slechter gegeten, dus ook door jongeren. Het is sowieso bekend dat zij in de puberteit een natuurlijke behoefte hebben aan meer vet (voor de ontwikkeling van de hersenen). Helaas speelt de voedselindustrie niet in op wat gezond is voor mensen, maar op wat er geld oplevert. In plaats van de broodnodige omega 3 en omega 6 vetzuren, eten de meeste jongeren dus de schadelijke vetten in o.a. fastfood en de meeste etenswaren uit pakjes of zakjes.
  • Hetzelfde geldt voor suikers: in steeds meer voedselproducten zit suiker. Deze geven insulinepieken en dips in de bloedsuikerspiegel, waardoor jongeren opnieuw gaan eten. Uiteindelijk leidt dit tot o.a. obesitas, maar de suikerpieken geven ook ontstekingen in de hersenen, waardoor klachten ontstaan zoals slechte concentratie, geheugenproblemen, prikkelbaarheid, meer angst en impulsiviteit.
  • Niemand kijkt nog gek op als een ouder vertelt dat zijn 16-jarige zoon tot diep in de nacht aan het gamen is. Het is intussen bijna normaal geworden dat jongeren laat naar bed gaan. In zekere zin is dat ook zo: ze hebben pas later afgifte van het inslaaphormoon melatonine, en daardoor biologisch gezien een heel ander slaapritme. Helaas dwingt het schoolsysteem ze om op tijd op te staan, wat dus leidt tot een slaaptekort in zo’n 50-70% van de jongeren. Ook slaaptekort leidt tot klachten zoals meer angst, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, slechtere cijfers en meer impulsief gedrag. Op de lange termijn raak je door het slaapgebrek gedemotiveerd en heb je een veel hogere kans op depressie.
  • Nog een inkoppertje: jongeren sporten steeds minder. Zo’n 40% (dus bijna de helft!) van de mensen sport niet of nauwelijks. Ernstig, want niet sporten vergroot de kans op depressie met maar liefst 25%!
  • Een probleem van deze tijd: cyberpesten, problemen via social media, waar veel jongeren worden geïntimideerd. Dit blijken belangrijke triggers voor ontwikkeling van psychische problemen.

Veerkracht als bescherming

Zo lezend lijkt het toch bijna een wonder dat er nog jongeren zijn die ‘goed gelukt’ zijn. Door mijn werk heb ik wellicht ook een wat vertekend beeld van de realiteit (dat hoop ik althans). Hoewel ik ook regelmatig jongeren tegenkom, die zo krachtig zijn en waarbij het een wonder is dat zij zich staande kunnen houden, ondanks alles wat zij meemaken. Dat is de veerkracht, die sommigen van ons hebben. En natuurlijk betekenen alle ontwikkelingen binnen de zorg en de bovengenoemde zaken niet dat een jongere automatisch psychische problemen krijgt. Het zijn risicofactoren. Hoe meer hiervan aanwezig zijn, hoe meer kans op problemen.

Triggers en risico’s

Zoals bij volwassenen ook vaak het geval is, is er vaak een trigger, waardoor er ineens problemen ontstaan. Denk aan een ingrijpende gebeurtenis, scheidende ouders, verraden worden door vrienden, een overlijden van een dierbaar iemand… Tot die tijd leek alles goed te gaan, maar na zo’n gebeurtenis komen ineens klachten naar voren. Maar nog steeds komen de meeste jongeren zonder al te veel kleerscheuren door deze periode. Maar, en dat is dus mijn zorg, dat worden er naar verhouding dus wel steeds minder.

Bezorgdheid

En hoe is het dan in vredesnaam mogelijk dat hier op wordt bezuinigd? Een gezond opgroeiende jongere is een investering in de toekomst, die, als het goed functioneert, de maatschappij juist veel oplevert. Het is vanuit die optiek voor mij onbegrijpelijk dat ik nu tegen mensen zou moeten zeggen: nog even geduld, ik heb geen plek, geen tijd voor u, geen geld om je probleem te behandelen. Om mensen naar huis te sturen, op het moment dat zij die belangrijke stap hebben genomen om te bellen. Vaak na zo lang overwegen, even aankijken, doormodderen, nog eens proberen. Tot het genoeg was, tot het niet langer ging, tot de nood te hoog werd. Ik ben bang dat wij mensen uit beeld verliezen, dat ze tussen de mazen van het net glippen, omdat er niet direct op de hulpvraag van mensen kan worden ingespeeld. En als ik dan de bezorgde berichten lees van de WHO wordt deze bezorgdheid alleen maar bevestigd.

Visie vasthouden

Hoe klein we ook zijn, als kleine vrijgevestigde, we houden onze visie hoog en blijven handelen naar ons geweten, proberen waar we kunnen de invloed uit te oefenen. Het is een spanningsveld, eentje waarin ik soms overwerkt raak en mezelf streng moet toespreken me niet gek te laten maken. Mijn supervisor van de opleiding symbooldrama zei al jaren tegen ons: laat je niet gek maken, blijf gewoon je werk doen. En mijn werk, dat is mensen helpen bij hun psychische problemen. Dus dat doe ik.

Omgaan met sociale druk voor je kind: 13 tips

Omgaan met sociale druk voor je kind: 13 tips

13 Tips voor soepel afspreken

Regelmatig roepen vriendinnen en andere bekenden om mij heen in wanhoop waar ik een volgend artikel over moet schrijven, wanneer ze middenin een crisis met hun koter zijn belandt. Ik noteer ze allemaal. Want ik vind het leuk om ideeën aangedragen te krijgen. Niet dat ik overal een antwoord op heb, maar het helpt me wel om soms vanuit een andere invalshoek over zaken na te denken. Ik heb een blocnote met lijsten vol onderwerpen waar ik vervolgens uit kies, afhankelijk van waar ik zin in heb.

Populair, niet alleen maar leuk?

Eén van de vragen kwam van een goeie vriendin, met een zoontje van 6 jaar, die mateloos populair is op school. So far so good, zou je denken. Wat een mazzelpik, was ook mijn eerste gedachte. Maar blijkbaar heeft de populariteit ook een dark side, want regelmatig staat mijn vriendin met de handen in het haar omdat het afspreekmoment na schooltijd uitloopt tot een regelrecht drama. Teleurstelling, schuldgevoel, en overheersende normen maken dit moment eerder beladen dan ontspannen.

Loyaliteit

Want wat is er nou aan de hand? Dit kind heeft een heleboel vriendjes die met hem af willen spreken. Laten we hem voor het gemak even Peter noemen. Peter is een jongen die een sterk rechtvaardigheidsgevoel heeft en graag zijn afspraken nakomt, hoe jong hij ook is. Hij voelt nu al een loyaliteit naar zijn vriendjes en wil hen niet teleurstellen. Als hij tijdens de schooluren bij iemand heeft toegezegd, dan blijft hij ook bij deze beslissing. Als een ander kindje hem verleidt met een alternatief aanbod, blijft Peter bij zijn beslissing. Maar als dat laatste kindje vervolgens het speelafspraakje van Peter voor zich wint, is Peter intens verdrietig. Of wanneer een gemaakte afspraak uiteindelijk niet door kan gaan, kan Peter het bijna niet over zijn hart verkrijgen om dan met een ander kindje af te spreken, uit loyaliteit naar het andere kind.

Moeite met afspreken

Dat is bewonderenswaardig, een belangrijke waarde die hij nu al met zich meedraagt, die loyaliteit en trouw aan afspraken. Maar wel eentje die soms tot lastige gevoelens bij hemzelf leidt. Ik moet zeggen, ik vind het soms ook best ingewikkeld voor die ukkies. Naar mijn weten spraken we “in mijn tijd” (begint dat nu al?) in de kleuterklas zelfs helemaal niet af, maar sinds de oudste naar school gaat, is het een komen en gaan van speelafspraakjes. Ze hebben het er maar druk mee, met dat sociale leven. En het is logisch dat je daar als ouders dingen in wilt meegeven. Hoe ga je er dan mee om als je ziet dat het afspreken voor speelafspraakjes vooral een stressvolle aangelegenheid is?

13 Tips om je op weg te helpen

Ik heb mijn vriendin beloofd dat ik mijn best zou doen om tips te bedenken voor dit onderwerp. Ik hoop dat je er wat aan hebt, en wie weet heb je andere suggesties? Laat het vooral weten in een reactie hieronder.

  1. Probeer voor jezelf te bedenken voordat je je kind naar school brengt, wat je wilt: kan en mag je kind afspreken?
  2. Zijn er zaken om rekening mee te houden, zoals zwemles, vroeg eten, e.d.?
  3. Mag het zowel thuis afspreken als bij de ander?
  4. Maak afspraken over met hoeveel kinderen je kind mag afspreken. Dan hoef je niet onnodig teleur te stellen als je kind het plan heeft met 2 kindjes af te spreken als je dat niet ziet zitten.
  5. Stimuleer je kind om vóór schooltijd de speelafspraak voor de middag te organiseren, zodat je direct weet waar je aan toe bent ’s middags en het scheelt misschien een ritje voor één van de ouders.
  6. Onthoud dat je kind nog aan het oefenen en leren is om met deze sociale situaties om te gaan. Als ouder kun je hier het beste een coachende rol in hebben, hoewel je natuurlijk wel de grenzen uitzet.
  7. Een speelafspraakje doet je kind voor zijn plezier. Het is daarom vooral belangrijk of je kind zin heeft om met iemand af te spreken. Als je kind wordt gevraagd, spreek dan niet voor je beurt, maar vraag je kind of hij het ziet zitten. Regel het daarna met de andere ouder.
  8. Probeer niet alles uit handen te nemen van je kind om hem bijvoorbeeld verdriet te voorkomen. Dit soort momenten zijn belangrijke oefeningen en scherpen de sociale vaardigheden van je kind. Hoe moeilijk het ook is: hoe vaker je kind hiermee oefent, hoe beter het er mee leert omgaan. Op het moment dat je als ouder de leiding overneemt, ontneem je je kind het oefenmoment. Natuurlijk kun je wel aanmoedigen en faciliteren, maar laat, waar mogelijk, je kind het voortouw en initiatief nemen.
  9. Als je kind niet kan kiezen omdat het bijvoorbeeld door twee kindjes tegelijk wordt gevraagd, probeer dan vooruit te plannen: kind A vandaag, kind B op vrijdag. Check voor je afspreekt de mogelijkheid tot afspreken bij de ouder: misschien kan slechts één kindje, waardoor de keuze gemakkelijker wordt voor je kind.
  10. Als je de ervaring hebt dat het met bepaalde kinderen minder makkelijk loopt op speelafspraakjes, maak dan van tevoren duidelijk aan de kinderen hoe je het wilt hebben. Bereid ze dus voor op de situatie en leg uit wat ze kunnen verwachten, zodat de kans groter is dat het beter gaat. Bijvoorbeeld: ‘als we straks thuiskomen, dan gaan we eerst onze jassen en schoenen uittrekken. Dan eten we samen een boterham en bedenken jullie wat je gaat doen’.
  11. Als je kind, net als het zoontje van mijn vriendin, het afspreken moeilijk vindt, omdat hij niemand teleur wil stellen, niet kan kiezen of wat dan ook, bespreek dit dan samen met hem na. Benoem het gevoel wat je ziet: ‘dat was even ingewikkeld voor je hé? Je kon niet kiezen en dat maakte je verdrietig’. Dit helpt om alles op een rijtje te zetten en te verwerken.
  12. Bespreek ook wat je zag waar je tevreden over was: ‘je hebt goed nagedacht over wat je wilde, en je vindt het belangrijk om je aan de afspraken te houden, dat zag ik wel’. Dit maakt de kans op herhaling van gewenst gedrag groter en geeft je kind de kans om zelf uit te vinden wat het belangrijk vindt.
  13. Bespreek met je kind na hoe het een volgende keer anders of nog beter geregeld kan worden. Wat kan helpen? Hoe zou een ander het bijvoorbeeld doen? Als er (kleine) suggesties zijn, herhaal deze dan op het moment dat je kind weer wil afspreken.

Ben ik dingen vergeten? Noem ze hieronder!

Somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten

Somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten

Lichamelijk onverklaarbare klachten

Soms lijkt het wel alsof er in de praktijk ineens meer van dezelfde soort problemen bij cliënten bestaan. Zo heb je ineens allerlei aanmeldingen van kinderen met concentratieproblemen of heb je toevallig veel onderzoeken naar sociaal inzicht tegelijk lopen. Zo valt het me de laatste tijd op dat er veel jongeren worden aangemeld met lichamelijk onverklaarbare klachten. Het wordt ook wel eens somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten (solk) genoemd.

Buikpijn van de zenuwen

Iedereen heeft wel een hoofdpijn na een inspannende dag, of buikpijn ‘van de zenuwen’ voor een toets of presentatie. Er is dan ook geen medische oorzaak aan te wijzen: de lichamelijke klachten komen door stress of spanning. Zo is het ook bij cliënten met solk: zij hebben veel last van lichamelijke klachten, maar zonder duidelijke medische oorzaak. En daarbinnen heb je heel veel varianten, die bovendien ook van heel mild tot zeer ernstig kunnen gaan.

Somatiseren

Zo meldde een poosje terug een meisje zich aan met verschillende klachten: pijn in spieren, gewrichten, moe, rugpijn, gevoel dat er iets in haar keel zit, etc. Een ander meisje had klachten zoals haaruitval, pijn in armen, benen en botten. Weer een ander meisje werd ontzettend misselijk en naar als ze in spanningsvolle situaties kwam. En een jongen had aanvallen van hyperventilatie, zweten, buikkrampen en overgeven. Het zijn allemaal voorbeelden van somatiseren: het lichamelijk uiten van klachten die eigenlijk een andere oorzaak hebben.

Medische molen

Veel van deze jongeren hebben al een traject achter de rug, via huisarts, kinderarts en de hele medische molen. Er worden diagnoses gesteld zoals chronisch vermoeidheidssyndroom, ziekte van pfeiffer, prikkelbaar darm syndroom, astma… En geen van de classificaties dekt voor hun gevoel de lading van hun klachten. Sterker nog, de cliënten herkennen zich soms totaal niet in deze ziektes.

Lichaam en geest

Het is iets wonderlijks, iets fascinerends: de relatie tussen lichaam en geest. In de zorg zijn deze gebieden vaak strikt van elkaar gescheiden. Zo hebben wij geen bevoegdheid en kennis om medisch te handelen. Andersom kijken artsen niet verder dan hun eigen medische vakgebied. Maar in de praktijk is er dikwijls een overlap, een groot grijs gebied tussen deze twee ‘werelden’. En ik raak nog altijd onder de indruk van de werking van dit systeem.

Niet klagen maar dragen

Neem nou een van mijn (fictieve) cliënten. Laten we haar Denise noemen, een meisje van 14 jaar. Ze is altijd opgevoed met de waarde dat ze voor anderen klaar moest staan. Het zat in haar aard dat ze anderen hielp, opkwam voor kinderen die gepest werden, die het zwaar hadden op school. Dit liet ze ook ten koste gaan van haarzelf. Het gebeurde bijvoorbeeld regelmatig dat zij, voor de lieve vrede, haar eigen wensen aan de kant schoof en deed wat anderen graag wilden doen. Haar ouders waren allebei harde werkers, hun motto was: niet klagen, maar dragen. Ze waren nooit ziek, ze waren sterke en optimistische mensen. Denise had daar grote bewondering voor en nam deze manier van in het leven staan gemakkelijk over.

Door je hoeven zakken

Als enig kind was Denise als klein meisje al vroeg zelfstandig. Haar ouders vonden dit fijn, maar ze hadden ook niet anders verwacht. Ze vonden het belangrijk dat Denise leerde haar eigen boontjes te doppen en van niemand afhankelijk te zijn. Ze gaven haar al vroeg verantwoordelijkheden omdat ze merkten dat ze dat wel aankon en om haar zelfvertrouwen te vergroten. Zo groeide Denise op als een meisje die inderdaad stevig in haar schoenen leek te staan, nooit klaagde en altijd voor iedereen klaar stond. Tot het moment dat ze op school na een fikse meidenruzie, waar Denise probeerde de boel te sussen, ineens door haar benen zakte. Letterlijk. Ze zakte in elkaar als een pudding en kon even niet meer lopen. Door haar klasgenoten werd ze overeind geholpen, maar Denise leek vrij onbereikbaar. Ze was misselijk, duizelig, kreeg buikpijn en wilde weg daar.

Onduidelijke oorzaak?

Sindsdien is ze thuis. Ze gaat niet meer naar school, want elke confrontatie met school geeft klachten. Maar ook thuis gaat het niet lekker: ze heeft constant pijn in haar lijf, dan weer in haar nek, dan weer in haar rug of gewrichten. Ze is moe en snapt niks van de situatie. Er was totaal geen aanleiding en nu zit ik thuis? Ze verveelt zich te pletter thuis, maar ziet het echt niet zitten om naar school te gaan. Ze kan niet uitleggen waarom niet. Als mensen er over beginnen of op aandringen, wordt ze boos.

Wie niet luisteren wil, moet maar voelen

Haar lichaam heeft uiteindelijk aan de bel getrokken: Denise heeft al die jaren niet geluisterd naar haar lijf, naar de signalen, en toen besloot haar lijf zelf in actie te komen. Wil je niet luisteren? Dan moet je maar voelen! En besloot een drastische alarmbel af te laten gaan door haar in elkaar te laten zakken. In de taal zitten veel metaforen voor dit soort verschijnselen verborgen, zoals: ‘door je hoeven zakken’, ‘niet meer op je benen kunnen staan’, ‘het werd ondraaglijk’, etc. Het verwijst naar de relatie tussen lichaam en geest, hoe deze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Het lichaam vertelt je iets, het waarschuwt je, er is werk aan de winkel!

Lichamelijke klachten als symptoom

De lichamelijke klachten zijn dus slechts een symptoom van het echte probleem. In het geval van Denise is er misschien te weinig oog geweest voor het kleine meisje met haar eigen behoeftes, zorgen, onzekerheden. Misschien is ze opgegroeid tot een schijnzelfstandigheid, terwijl daaronder nog de behoefte zit aan de zorg van anderen die passen bij het kleine meisje dat ze eens was. Misschien is het alsmaar klaar staan voor anderen zo belastend geweest, dat ze zichzelf uit het oog verloren is. Dat ze niet heeft geleerd dat klaar staan voor jezelf, lief zijn voor jezelf en goed voor jezelf zorgen minstens net zo belangrijk zijn. Wie weet heeft zij onbewust nooit de aandacht op zichzelf durven richten, ook al waren er misschien al eerder signalen die wezen op spanning of stress, want klagen was niet toegestaan thuis. Wegstoppen is op de korte termijn wel handig, maar het lichaam onthoudt alles: alle ervaringen worden bewust én onbewust opgeslagen. En wanneer het niet goed is verwerkt, gezien en erkend, wanneer er geen medeleven of compassie, geen co-regulatie door een ander is geweest, dan stapelen deze herinneringen zich op tot de grens is bereikt.

Stilstaan bij je binnenwereld

Ik heb het gevoel dat dit soort klachten ook iets van onze maatschappij zijn. Het nuchtere, ‘door maar gewoon dan doe je al gek genoeg’, snelle en gejaagde leven dat de meesten van ons nu leven, zonder veel acht te slaan op hoe het nu werkelijk met je gaat. Want daar is geen tijd voor, of er is simpelweg niks aan de hand dus waarom zou je daar bij stilstaan? Het is goed te begrijpen, maar tegelijk baart het me ook zorgen. Net zoals depressie als een welzijnsziekte wordt gezien omdat het zo veel voorkomt in onze cultuur, ben ik bang dat deze lichamelijke klachten ook een veelvoorkomend symptoom gaat zijn. Ik ben heel benieuwd hoe anderen er tegenover staan, wat jullie herkennen en hoe er mee wordt omgegaan.

Dinsdagavondcrisis

Dinsdagavondcrisis

Doordeweekse avondspits

Blijkbaar was ik nog niet helemaal wakker vanmorgen. Toen ik tijdens een gesprek naar beneden keek kwam ik er achter dat heel mijn witte blouse onder de vlekjes zat. Ik had er gisteren bieten mee schoongemaakt en blijkbaar niet gezien dat mijn shirt er nu uitzag alsof ik er net een moord mee had gepleegd. En alsof dat nog niet genoeg was, kwam ik er even later achter dat mijn gulp op nonchalante wijze naar beneden was gezakt. Goedemorgen iedereen. De rest van de dag ben ik gelukkig redelijk goed doorgekomen.

Vervelende mail

Het werd 17.00u en ik was bezig mijn computer af te sluiten, toen mijn oog viel op een mailtje die nog net binnenkwam. De toonzetting was allesbehalve vrolijk, en ik besloot een reactie uit te stellen tot de volgende werkdag. Enigszins geërgerd door deze nieuwe domper aan het einde van mijn werkdag, pakte ik mijn spullen om richting huis te fietsen. Het was vandaag kijkdag bij het turnen van Meia, en ik was van plan vlug door te fietsen zodat ik nog even kon kijken.

Regen

Op de fiets naar huis begon het te regenen, natuurlijk! Ondertussen checkte ik mijn telefoon bij het stoplicht en las dat Stefan het niet ging redden om Meia van de gym op te halen. Dubbelbalen. Terwijl ik vlug doortrapte naar huis, zodat onze gastouder naar huis kon, brak ik mijn hoofd over het avondeten. Want ik zou pas tegen 18.00u thuis zijn, waar Signe en Fosse (en ik) al hongerig zouden zijn. Maar ik wilde ook nog bij Meia kijken en moest haar bovendien ophalen. Ik had geen tijd om Fosse en Signe eerst te laten eten. Wat moest ik doen?

Nog meer regen

Eenmaal thuis besloot ik daarom de gok te wagen en het eten alvast zachtjes op te zetten. Dat scheelde weer een half uur koken als we straks thuis kwamen, redeneerde ik. Ik pelde mijn natgeregende jas en schoenen af en ruilde ze om voor droge exemplaren. Meteen laadde ik twee stuks kinderen in de bakfiets en togen we weer door de regen richting gymzaal. Eenmaal daar was ik net op tijd om de laatste paar oefeningen te zien van Meia, afgewisseld met achtervolgingen dwars door de gymzaal omdat Signe het op een rennen zette.

En nog méér regen…

Toen de training voorbij was, moest er worden aangekleed te midden van alle turntalentjes en hun halve families, buurtgenoten, vrienden en andere kennissen, waardoor het langer dan anders duurde voor we uiteindelijk weer bij de fiets waren. Snel wierp ik ditmaal drie stuks kinderen in de bak en trapte met gierende banden naar huis. Wederom in de regen. Maarja, whats new!? Toen we later dan voorspeld aankwamen bij huis (het liep al tegen 19.00u), deed ik een schietgebedje dat alles goed was gegaan met het eten. Helaas, ik werd gestraft voor mijn risico, want we werden begroet door een dampende aanbrand geur zodra we binnenstapten. Vlug haastte ik me naar boven, waar ik de aardappels drooggekookt aantrof. Nog een mazzel dat ze niet in de fik waren gevlogen bleek achteraf! Dat was een lesje voor de volgende keer, dat doen we dus niet meer.

Stamppot zonder aardappels

Ondertussen vroeg Fosse op zeurende toon of hij tv mocht kijken en brak bij mij complete crisis uit. Geen aardappels, geen eten, bijna 19.00u, kinderen moe en hongerig…! Ik rende naar beneden om nieuwe aardappels uit de bijkeuken te halen, om op de volgende frustratie te stuiten: op! Hoe krijg je het voor elkaar! “Dan doen we het toch zonder aardappels?” probeerde Stefan nog dapper, die inmiddels ook was thuis gekomen. “Heb je wel eens stamppot zonder aardappels op!?” gilde ik in hysterie terug.

Mislukt

Met mijn hoofd in de koelkast viste ik daar nog een restant rijst en een overgebleven pizza uit. Ik draaide een pot witte bonen open en verwarmde de rookworst die het als enige had overleefd van mijn poging stamppot te maken. Het zou de meest belachelijke maaltijd ooit worden, maar er moesten buiken gevuld worden. Vergezeld van een dreinende en hysterisch huilende Fosse die zichzelf als een naaktslak over de vloer voortbewoog uit teleurstelling dat zijn begeerde tv-momentje niet doorging, kwakte ik de rijst met witte bonen en rookworst op tafel. Met pizza on the side. Eten jongens! Het kon me niet schelen wie er op af kwam, ik was intussen maximaal sacherijnig. En eindelijk plofte ik zuchtend met een natte broek en verregend hoofd op de stoel. Afkomend op het magische codewoord ‘eten’ schoven de kinderen ook aan en reageerden Meia en Fosse links en rechts intussen enthousiast: “Mam! Dit is niet mislukt! Dit is superlekker!”. En alles was weer goed.

Het reptielenbrein van je kind

Het reptielenbrein van je kind

Over hersenen en driftbuien

Wel eens gehoord van het reptielenbrein? Dat is het deel van ons brein dat ervoor zorgt dat je kind zo nu en dan op een exploderend stukje vuurwerk lijkt, zich gillend en stampend op de vloer laat vallen of je voor van alles en nog wat uitmaakt als het allemaal tegenzit. Natuurlijk is dit (gelukkig) niet dagelijkse kost voor de meeste mensen, maar iedereen kan zich er wel een beeld bij vormen.

Hersenfuncties

Hersenfuncties zijn behoorlijk ingewikkeld, maar soms helpt het je als ouder te begrijpen waarom je kind zo doet, als je iets meer snapt over hoe de hersenen werken. Dit geldt trouwens niet alleen voor kinderen: ook wij volwassenen kunnen soms last hebben van een dominerend reptielenbrein. Ik zal uitleggen hoe het werkt.

Lastige gevoelens

Eigenlijk gaat het nog verder dan er niet zoveel van weten. Ik sprak al eerder over emotionele inflatie. Ik denk nog steeds dat dát vooral aan de oorzaak ligt van het meeste klachtgedrag. Nederlanders, ikzelf inclusief, zijn nog altijd die nuchtere mensen. De mensen met het motto ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’. Stilstaan bij je gevoelens of er zelfs over praten, dat is vaak ‘eng’, ‘gek’ of ‘lastig’.

Prefrontale cortex

Dat laatste klopt trouwens. Want gevoelens zijn behoorlijk ingewikkeld. Zonder zweverig te zijn: gevoelens zijn ook gewoon een product van onze hersenen en hebben belangrijke functies in de omgang met anderen. Door de jaren heen zijn onze hersenen steeds beter gaan werken en hebben verschillende vaardigheden zich beter ontwikkeld. We hebben als mensen, in tegenstelling tot de meeste dieren, bijvoorbeeld als enige een gedeelte in het brein dat ingewikkelde functies heeft zoals plannen, prioriteiten stellen, overzicht houden, beslissingen nemen, etc. Dit zijn de executieve functies waar ik al eerder over schreef. Deze zitten in de prefrontale cortex, aan de voorkant van je hersenen, zo’n beetje achter je voorhoofd. Deze functies zorgen ervoor dat wel weloverwogen en bedachtzaam dingen kunnen doen, dat we rekening houden met anderen en met de omgeving. Met andere woorden, dat we menselijk reageren op verschillende situaties.

Stress en gevaar

Wanneer je kind zich echter gillend en krijsend uit je armen werkt, de beker uit je handen slaat, keihard “stomme mama!” gilt of hysterisch huilend over de grond dweilt, lijken deze vaardigheden toch ver te zoeken. En dat is ook precies wat er aan de hand is. Want op het moment van stress, is de prefrontale cortex (die van de handige vaardigheden) als het ware even niet beschikbaar.

Overlevingsreacties

Je zou het zo kunnen uitleggen: als je kind stress of spanning ervaart (even los van het feit of dit nou ‘terecht’ is of niet), klapt het voorste gedeelte van het brein even weg, waardoor het brein regelrecht gebruik maakt van het stuk daarachter: het reptielenbrein. Dit is het stuk brein wat als eerste is ontwikkeld bij zoogdieren, en direct ook het belangrijkste stuk brein om te overleven. Het wordt geactiveerd bij stress. Want stress wordt nog altijd gelabeld als ‘gevaar’ door je brein. En je reptielenbrein kan dan drie dingen doen om daarop te reageren:

  • vechten (‘fight’)
  • verlammen (‘feeze’)
  • vluchten (‘flight’)

Woedeaanvallen

En dat is wat je ziet bij je kind: vechten. Maarja, tegenwoordig zijn er nou niet bepaald loerende sabeltandtijgers om je tegen te verweren. In ons land is er gelukkig maar weinig concreet gevaar om op te reageren. Je lijf maakt daar echter geen onderscheid tussen en reageert hetzelfde op alle vormen van stress: het schakelt over naar je reptielenbrein en je prefrontale cortex is dan niet meer beschikbaar. Dus vertoont je kind eigenlijk heel normaal gedrag: het verdedigt zich, wat zich bijvoorbeeld uit in driftbuien, woedeaanvallen of ander licht ontvlambaar gedrag.

Kalm brein

Dat is leuk en aardig, maar vervolgens zit je natuurlijk wel met een hysterisch kind waar je niks mee kunt. Wat is de oplossing? Eigenlijk is er maar één oplossing. Het klinkt simpel, maar dat is het helemaal niet. Als je kind in stress zit, kan het niet meer goed nadenken. Hetzelfde geldt voor ons als volwassenen: als je opgefokt en boos bent, trap je het liefst tegen de prullenbak of flap je er ineens wat uit. Dan kun je niet rationeel bedenken ‘misschien moet ik zus of zo doen’. Dat lukt pas wanneer je gekalmeerd bent. En dat is precies wat je kind nodig heeft: kalm worden.

Executieve functies

Je prefrontale cortex, en daarmee je executieve functies van je kind zijn pas weer beschikbaar bij een kalm brein. De eerste taak van de omgeving is dan ook: zorg dat je kind kalmeert! Maar dat is lastig, als je kind jou met zijn boosheid kwetst, irriteert of tot wanhoop drijft! Dan wordt namelijk je eigen reptielenbrein geactiveerd, waardoor rustig reageren ook geen optie lijkt te zijn.

Reguleren

Soms is daarom de eerste stap om eerst zelf te kalmeren. Als volwassenen heb je namelijk al meer vaardigheden geleerd door de jaren heen om jezelf te helpen weer kalm en rustig te worden. Je hebt geleerd je gevoel te reguleren. Dat is nou juist de vaardigheid die bij je kind nog ontbreekt, en waar je als ouder zo hard voor nodig bent. Zodra je zelf weer rustig bent, is het daarom voor je kind hard nodig om nabij te blijven: want als het voelt en merkt dat het gezien en gehoord wordt, weet het: ik ben niet alleen, mijn moeder/vader ziet me, ze weten ervan. Dat helpt om sneller rustig te worden.

Waardevol

In het reguleren kun je als ouders een heleboel doen om je kind te leren hoe het met deze heftige gevoelens om kan gaan. Hier komen termen bij kijken zoals emotieregulatie, mentaliseren, spiegelen… Vaardigheden die jammer genoeg geen gemeengoed zijn voor veel mensen vandaag de dag. In therapie merk ik dan ook dat op dit terrein in de behandeling van kinderen en gezinnen veel winst te behalen is. Als ik ouders of gezinnen in therapie heb, gaat er soms een wereld voor hen open wanneer  we ingaan op dit stuk van gevoelens. Ik ben benieuwd of dit bij anderen ook herkend wordt?

 

Borstvoeding als medicijn tegen angst en spanning

Borstvoeding als medicijn tegen angst en spanning

Wondermiddel oxytocine

Nee, ik ga niet nog eens promoten dat iedereen ‘aan de borstvoeding’ moet. In die keuze ben je immers helemaal vrij, gelukkig. Maar ik leg wel uit wat veel mensen niet weten over het geven van de borst. Namelijk dat het de band tussen jou en je kind op meerdere manieren beschermt. Niet alleen in de weerstand, maar ook op emotioneel vlak. Dit komt door het ‘wondermiddel’ oxytocine, het hormoon dat vrijkomt tijdens de borstvoeding.

 

Invloed op gedrag en emoties

Ik heb mijn drie kinderen alle drie de borst gegeven. Gelukkig lukte dat gemakkelijk waardoor het nooit een zorg is geweest. Het was voor mij dan ook makkelijk vol te houden. Toch heb ik het niet bij al mijn kinderen even lang gedaan. Dat had er mee te maken dat ik tijdens de geboorte van Meia en Fosse bezig was met een intensief registratietraject. Hiervoor was ik vaak van huis voor cursussen, wat betekende dat ik ook regelmatig moest kolven. En hoewel ook dit in principe goed liep, brak het me op, omdat ik regelmatig tijdens cursussen weg moest en daardoor bijvoorbeeld  ook aansluiting miste met de groep. Plus dat ik meerdere keren mijn kolf vergat, en ik kan je vertellen: dan ben je héél snel genezen. Maar dat is een verhaal voor een andere keer.

Borstvoeding stimuleert de productie van het hormoon oxytocine. Dit wordt ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd. Dit komt vrij bij alles wat je prettig en fijn vindt om te doen. Het is niet iets typisch vrouwelijks: ook mannen hebben dit hormoon. Het hormoon stuurt je gedrag aan: het helpt je om liever en beter te zijn in contact met anderen. Het knuffelen, aanraken en intimiteit stimuleren ook het hormoon oxytocine.

 

Hechting stimuleren

Oxytocine heb je nodig voor gezonde relaties met anderen. Door het geven van de borst, draag je dus direct bij aan de mogelijkheden tot sociaal contact van je kind. Het is voor baby’s daarnaast belangrijk om een gezonde hechting te ontwikkelen. Een gezonde hechting geeft een basaal gevoel van veiligheid en vertrouwen mee aan je kind. Dit vertrouwen zorgt ervoor dat je kind later ook zichzelf aan anderen durft toe te vertrouwen en goede contacten kan maken. Borstvoeding draagt hier op meerdere manieren aan bij.

 

Ontspanning en regulatie

Door het drinken aan de borst, produceert je lijf het hormoon oxytocine, dat je baby via de moedermelk ook binnenkrijgt. Dit zorgt er direct voor dat zowel jijzelf als je baby rustig en ontspannen worden en dat je meer kan genieten van het lichamelijk contact. Je baby voelt de spierspanning haarfijn aan: als hij merkt dat jij rustig bent, wordt je kind ook ontspannen. Hiermee ‘reguleer’ je je baby: je helpt hem om prikkels en alle gebeurtenissen goed te verwerken. Het reguleren is een belangrijke vaardigheid voor je kind om later zijn emoties in goede banen te kunnen leiden. Je leert je kind dus de eerste stappen om bijvoorbeeld met frustraties of spanningen om te gaan.

Omdat je meer kunt genieten van het lichamelijke contact, werkt dit belonend. Moeders die van borstvoeding durven en kunnen genieten, zullen dit vaker herhalen. Het contact heeft een positief effect op de interactie tussen jou en je baby: dit versterkt de goede band en een veilige hechting.

 

Stressbestendig door voeden

Wist je dat het geven van de borst ook kalmerend werkt bij angstige gevoelens? De oxytocine maakt je als moeder minder bang. Als je dus zorgelijk bent aangelegd of snel gespannen bent, heeft borstvoeding een extra groot voordeel. Je bent als moeder meer stressbestendig en kan beter omgaan met de grillen van de kleine. Tegelijkertijd krijgt je kindje door de oxytocine als het ware een ‘stressvaccinatie’, waardoor het later ook beter omgaat met spanningen en stress. Doordat het hormoon tegen angst beschermt, loop je minder risico op psychische problemen bij jezelf en je kindje. Zowel nu als in de toekomst, want borstvoeding heeft direct effect op de lange termijn!

 

Ontspannen borstvoeding

In Nederland is borstvoeding nog niet zo gewoon als in sommige andere landen. We hebben als gemiddelde vrouw een zekere preutsheid, wat het soms lastiger maakt om het (in het openbaar) vol te houden. Het wordt vaak vergeten dat voeden, naast intiem, ook gewoon als speels en leuk mag worden ervaren. Het is bekend dat bij vrouwen die meer kunnen genieten van hun eigen lijf en intimiteit met hun partner, de borstvoeding beter verloopt. Des te meer reden om ontspannen met het idee van borstvoeding om te gaan!

 

Voeden in het openbaar

Ik ben hier zelf ook in meegegroeid: vond ik het in het begin met Meia nog onwennig, deed ik bij Signe niet meer moeilijk. Bij Meia had ik soms nog wat schroom bij het voeden in het openbaar, maar dat werd langzaam minder met de tijd. Bij Signe ging het inmiddels zo natuurlijk, dat ik zelfs eens een compliment van een wildvreemde kreeg: dat ze het goed vond dat ik gewoon zo ontspannen voedde, in het openbaar. Ik wist niet zo goed wat ik met dat compliment moest, want uiteindelijk werkt voeden (of dat nou met de borst of met de fles is) het beste als je ontspannen bent.

 

Effecten op lange termijn

Het laatste wat ik wil is mensen een slecht gevoel of schuldgevoel geven wanneer zij geen borstvoeding geven, maar ik vind het wél belangrijk dat alle informatie bekend is, om een zo gedegen mogelijke keuze te maken. En ik hoop dat met deze wetenschap, mensen gemotiveerd zullen zijn voor borstvoeding te kiezen. Niet alleen omdat het gezond is, maar voorál vanwege de fijne sociaal-emotionele effecten op korte én lange termijn.

Van negatieve aandacht naar meer begrip

Van negatieve aandacht naar meer begrip

ODD en de aandacht opeisen

Laatst gaf ik psycho-educatie en mediatietherapie aan een moeder van een zoontje met flink wat brutaal en opstandig gedrag, geclassificeerd met ODD (een gedragsstoornis). Mediatietherapie is therapie via een medium, in dit geval de moeder. Je legt dan dingen uit die de ouders kunnen doen voor hun kind. Psycho-educatie is een stukje informatieverschaffing over het functioneren van het kind en wat het kind nodig heeft in de opvoeding en benadering.

Hij doet het expres?

Deze moeder leidde, net als vele anderen, een druk bestaan. Vier kinderen, man veel van huis, oudste kind vraagt vanwege handicaps veel verzorging, en dan dit aangemelde jongetje met wie ze het flink te stellen had thuis. Het leek wel of hij voelde wanneer zij eindelijk tijd voor zichzelf had, want precies op DIE momenten ging hij lopen etteren en zuigen. En niet gek dat je dan als moeder na een tijdje het idee krijgt dat je kind expres ruzie met je zoekt en je dwars wil zitten. En waarom in vredesnaam?

Ten eerste is het (gelukkig!) een fabeltje dat kinderen hun kinderen expres dwars zitten. Dus “hij doet het er om!” gaat niet op, al voelt het soms nog zo. Maar dat heeft uiteindelijk vaak meer met jezelf te maken dan met je kind. Maargoed, dat is een hele andere discussie.

Doordrammen en zeuren

In ieder geval leek dit jongetje op de meest vervelende momenten aandacht te vragen. Stond de moeder druk te koken, bleef hij net zo lang om iets lekkers zeuren tot ze toegaf. Had ze net alle kinderen op bed gelegd, kwam hij weer om de hoek kijken en klagen dat het te heet was, hij dorst had, moest plassen, etc. Gék werd ze er van! En heel eerlijk? Die momenten herken ik natuurlijk ook dondersgoed uit mijn eigen leven: zit je net lekker op de bank, begint er eentje te huilen!

Eén op één tijd

Maar hoe ga je er mee om? Soms is het voor mij makkelijk praten, aan de andere kant van de tafel. Maar ik besef, zeker nu ik zelf 3 kinderen heb, dat het echt niet eenvoudig is om de dingen die we bespreken in de praktijk uit te voeren. En daarom is mijn bewondering voor de bereidheid, de motivatie en inzet van deze moeder (en vele anderen) des te groter. Want ze besefte, door onze gesprekken, dat haar zoontje eigenlijk alleen maar graag bij haar wilde zijn. Dat hij haar aandacht opeiste, omdat haar aandacht het grootste goed was voor hem. En door haar drukke leven, met de verzorging van de kinderen, het huishouden en alles wat erbij komt kijken, schoot het geven van deze kostbare één op één tijd erbij in.

Kwetsbaar

Wanneer je kind, net als de hare, steeds maar streken uithaalt, niet luistert, de grenzen opzoekt en overgaat, dan krijgt het heel vaak negatieve aandacht: niet doen, hou op, stop daar mee, doe eens normaal, gedraag je eens, wees stil! Deze moeder was het merendeel van de tijd brandjes aan het blussen en crisisinterventie aan het plegen. Maar ineens begreep ze, dat onder al die ondeugende acties, het stoere, brutale en soms ronduit slechte gedrag van haar zoontje, ook een kwetsbaar, klein jongetje zat. Die ook zocht naar bevestiging, trots, waardering en erkenning. Die graag samen een boek leest, spelletjes speelt, grapjes maakt of samen op pad gaat.

Geen scheidsrechter meer

En zodoende paste ze haar gedrag aan. Ze begreep dat zijn ongewenste gedrag een noodgreep was, dat het zijn manier was van aandacht vragen, dat hij niet de tools had om het anders te doen. Wanneer hij en zijn brusjes ruzie maakten, reageerde ze kalm. Ze stopte met scheidsrechter spelen en negeerde zijn gedrag waar ze kon. En waar ze het zag, hoe klein ook, prees ze hem. Wat ze als vanzelfsprekend zag, benoemde ze nu: bedankt dat je meteen naar beneden komt, wat fijn dat je direct hebt geluisterd.

Stress en rustig reageren?

Het klinkt simpel, maar dat is het niet. Sterker nog, als je op de meest drukke en cruciale momenten wordt getergd en getriggerd, is het heel logisch en menselijk dat je geïrriteerd of boos reageert. ‘Blijf kalm’ lijkt dan mijlenver weg. Als iemand tegen mij zegt “rustig!” op het moment dat ik gestresst ben, is dat olie op het vuur. Op het moment dat je onder druk staat of stress ervaart kún je immers niet rustig reageren. Of niet vanzelf in ieder geval. Je brein gaat dan namelijk in een andere stand staan (het reptielenbrein, waarover later meer), waardoor het nodig is zo snel mogelijk weer kalm te worden om zinnig te kunnen reageren.

Van wie is het probleem?

Het helpt dan om te beseffen dat het gedrag van je kind, zoals bij dit jongetje, geen onwil is. Als je meer begrip en acceptatie hebt, kun je rustiger reageren. Je voelt je immers minder persoonlijk aangevallen: je snapt dat dit een probleem van je kind is, en niet van jezelf. Dit perspectief nemen of inleven in de ander, is daarom heel handig om de zogenaamde negatieve spiraal te doorbreken.

Positieve spiraal

Dat merkte deze moeder ook. Toen ze de aandacht verlegde van zijn negatieve gedrag naar de uitzonderingen van goed gedrag, zag ze dat hij rustiger werd. Hij voelde dat hij meer gezien werd door zijn moeder, en dat maakte hem trots. Andersom had de moeder meer begrip voor hem, kon ze zien dat hij zijn best deed en werd ze blijer van het geven van de complimenten, hoe zeldzaam ook. Het begin van een positieve spiraal was een feit.

 

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Waarom intelligentie meten?

Er zijn best wat cliënten die terughoudend reageren op een voorstel tot intelligentie-onderzoek. Ik snap de gereserveerdheid wel. Intelligentie-onderzoek valt voor mijn gevoel een beetje in het cliché “onbekend maakt onbemind”. Vrijwel iedereen snapt dat er na zo’n test een cijfer uit komt als resultaat. Maar dat is slechts één kant van het onderzoek. Het meet ook zoveel meer!

We gebruiken in de praktijk de WISC-III (van 6-16 jaar), de WAIS-IV-NL (voor volwassenen, vanaf 17 jaar) en de WPPSI-III (van 2;6 tot 6 jaar). Dit zijn uitgebreide onderzoeksmiddelen die heel breed meten. En natuurlijk ben je dan nieuwsgierig hoe dat er aan toe gaat, of je er goed aan doet om überhaupt een onderzoek te laten doen en wat er dan uiteindelijk in zo’n verslag staat.

Wanneer doe je een IQ-test?

Een intelligentie-onderzoek adviseer ik nooit zomaar. Wat zijn bijvoorbeeld redenen om tot IQ-onderzoek over te gaan?

  • vragen of het onderwijsaanbod wel goed aansluit bij wat dit kind kan
  • vermoedens van hoogbegaafdheid, onderpresteren en gebrek aan uitdaging
  • vermoedens van lagere intelligentie
  • vermoedens van grote verschillen in het intelligentieprofiel
  • problemen in de werkhouding, werkuitvoering en het aan slag gaan met taken
  • concentratieproblemen, aandachtsproblemen
  • uitzoeken welke leerstrategieën het kind gebruikt, wat werkt en waarin nog mogelijkheden liggen voor begeleiding door de leerkracht, ouders, etc.
  • observeren van sociaal-emotionele stukjes van het functioneren, zoals faalangst, perfectionisme, onzekerheid, behoefte aan bevestiging, omgaan met complimenten, etc.
  • analyse op subtestniveau, dus een sterkte-zwakte profiel maken van de verschillende cognitieve vaardigheden van dit kind en wat dat betekent voor de praktijk
  • en andere vragen die op maat bekeken kunnen worden

Werkhouding

Feit blijft dat er inderdaad cijfers komen naar aanleiding van het onderzoek. Maar deze worden nooit zomaar gegeven zonder verdere uitleg. Er wordt altijd bekeken hoe dit kind, in deze situatie, tot deze resultaten komt. De prestaties bedden we in, binnen het totaalbeeld van dit kind: de huidige situatie, de klachten, de werkhouding.

Faalangst

Maar ook zaken die op dat moment spelen. Zo vraag ik altijd hoe het kind heeft geslapen, ben ik alert op hoe het kind er zit. Kinderen die erg faalangstig zijn of het heel spannend vinden om te komen, laat ik vaak al een keertje eerder kennismaken. En ik vraag ze bijvoorbeeld om een spelletje, knuffel of iets anders vertrouwds mee te nemen. Als het nodig is, beginnen we dan eerst met een spelletje.

Stress en spanning

Want ik ben van mening dat beginnen met het onderzoek terwijl een kind een te hoog stress-niveau heeft, een slecht plan is. Het geeft een onbetrouwbaar beeld. Daarom stel ik mezelf als voorwaarde om een kind eerst voldoende op zijn gemak te krijgen. Hoeveel tijd en energie dit kost, verschilt per kind.

Vervolgstap na intelligentie onderzoek

En als dan het onderzoek is geweest, wat is dan de vervolgstap? Want de uitkomst is interessant, maar pas nuttig als er ook iets mee gedaan wordt. Daarin zijn verschillende wegen om te bewandelen. Ik noem er een paar:

  • een gesprek met de school en ouders om te bespreken hoe dit kind zo goed mogelijk begeleid kan worden op school
  • psycho-educatie aan ouders, om meer uitleg te geven wat er precies aan de hand is, eventueel aangevuld met het bespreken van praktijkvoorbeelden
  • opstarten van behandeling voor het kind, bijvoorbeeld voor het versterken van het zelfbeeld, het wegnemen van de faalangst of het trainen van zelfsturend gedrag (executieve functies)
  • sowieso krijgen ouders een volledig verslag mee, waarin een totaalbeeld wordt geschetst en adviezen worden gegeven, afgestemd op hun specifieke situatie. Deze kunnen een tijd worden toegepast en daarna geëvalueerd om verder te verscherpen.

Mocht je zelf aan het overwegen zijn om onderzoek te laten doen, mag je natuurlijk altijd vrijblijvend contact opnemen!