Archief van
Tag: stress

Kind van de rekening?

Kind van de rekening?

Over de emotionele gevolgen van de coronacrisis

In Wuhan waren in de quarantaine periode de cijfers van huiselijk geweld en misbruik verdubbeld. Verdubbeld! In Groenland hebben ze de alcoholverkoop tijdelijk verboden, omdat het land al bekend is met een misbruik- en mishandelingpercentage van 1 op de 3 inwoners. Met deze maatregel willen ze de kinderen in de quarantaine tijd zoveel mogelijk beschermen. De kindertelefoon is de afgelopen week al 1,5x vaker gebeld dan gemiddeld. Unicef maakt zich zorgen over de wereldwijd thuiszittende kinderen met onomkeerbare schade die dit geeft in hun leerontwikkeling.

Immateriële schade

Met andere woorden, de emotionele schade die deze situatie op de lange termijn geeft is (nog) niet te overzien. Mondjesmaat wordt er nu de impopulaire vraag gesteld of schade die deze ingrijpende maatregelen om het virus te beteugelen het waard is. Een ethische kwestie, maar wel een goede discussie om over te filosoferen. Ik verwacht dat na deze situatie de vraag wél wordt gesteld of er bij herhaling op dezelfde manier moet worden ingegrepen.

Het blijft linksom of rechtsom een verschrikkelijke situatie. De reactie van alle landen is in mijn ogen niet meer dan begrijpelijk, en ook noodzakelijk: we zitten niet in een luxepositie dat verschillende scenario’s en de gevolgen daarvan tegen elkaar kunnen worden afgewogen. Er moet direct gehandeld worden. Maar of dit op de lange termijn ook het meest voordelig is, moet nog maar blijken.

Respect en waardering

Ik maak me nu al zorgen. Een economische crisis lijkt onvermijdelijk, en dat zal (wederom) een kaalslag voor verschillende branches gaan betekenen. Niet zelden is de jeugdzorg en de GGZ dan ondergeschoven kindje. Ik vrees dat onze kinderen nu letterlijk kind van de rekening zullen worden. Maar aan de andere kant ben ik hoopvol. Nooit is er zoveel aandacht en lof geweest voor de zorg, en ook voor het onderwijs. Wat altijd als vanzelfsprekend werd beschouwd, krijgt nu eindelijk het respect en de waardering die ze verdient. Ik heb een stille hoop dat dit ook door zal sijpelen in de jeugdzorg, en dat het belang van déze zorg ook steeds duidelijker wordt.

Jeugd is de toekomst

Het zou ook eens tijd worden dat er in de politiek aandacht komt voor de voordelen van de lange termijn investering die psychische zorg is, en jeugdzorg al helemaal. Het psychisch sterk maken van een persoon, zodat die weer mee kan draaien in de maatschappij, het sociaal-emotioneel stabiel maken van een kind of het optimaliseren van de ontwikkelingskansen levert enkel voordelen op voor de economie. Meer werknemers, minder uitval en meer veerkracht. De jeugd is immers de toekomst.

Daarom lieve ouders, kinderen en gezinnen, wil ik jullie op het hart drukken: wees een beetje mild. Voor jezelf, voor je kinderen. Je doet wat je kunt, en dat is genoeg nu. Vraag om steun als het nodig is, en gun elkaar wat meer ruimte. Heb af en toe plezier samen, en accepteer het ook als het even niet gaat. Het psychisch en emotioneel welbevinden is uiteindelijk belangrijker dan de rapportcijfers of een schoon huis.

 

Terugval in behoeften

Terugval in behoeften

Maslow in Coronatijden

Ik ging net even brood halen bij de Albert Heijn. En terwijl ik mijn neus in een schap stak, begon er een bandje over de speakers, die minutenlang waarschuwingen en maatregelen opsomde. Variërend van afstand houden, tot handen wassen, lief zijn voor elkaar en contactloos betalen. Ineens voelde ik een lichte spanning opkomen. Het wordt steeds serieuzer. Slalommend om de mensen heen, soms paniekerig een ander pad kiezend, vond ik mijn weg naar de, uiteraard, zelfscankassa’s. Eenmaal buiten in de zon ontsnapte een zucht van opluchting.

Andere prioriteiten

Mensen kennen mij als rustig, en niet zo snel van slag of gestrest. Maar ik kan niet ontkennen dat de hele situatie natuurlijk óók invloed heeft op hoe ik mij voel. Ik pieker soms over de komende weken en maanden, en de gevolgen die dit geeft op grotere schaal. Voor ons gezin, onze kinderen, mijn werk en praktijk, de financiën. Ineens vallen we massaal terug op andere, meer basale prioriteiten.

Onzekerheid en angst

Iedereen voelt zich nu onzeker, sommigen zelfs angstig, en voor niemand is er duidelijkheid. Niet iets om nu grootschalige plannen te maken, want wie kan garanderen of dat nu een goed idee is? Zoals ik in mijn vorige blog ook schreef, staan er ineens veel meer primaire behoeftes voorop. Dat deed me denken aan de piramide van Maslow. En de situatie van de coronacrisis tekent deze behoeftenhiërarchie heel mooi uit.

Billen afvegen

Zo zie je direct dat het hamstergedrag goed verklaarbaar is: mensen hebben angst dat ze tekort komen, en willen garanderen dat ze voldoende te eten en te drinken hebben. Ook andere primaire fysieke levensbehoeften gaan spelen: je billen kunnen afvegen en medicijnen scoren staan momenteel hoog op de behoefteladder.

Veiligheid

De situatie rondom corona tast ons gevoel van veiligheid aan. We zijn niet meer gegarandeerd veilig, en wantrouwen misschien zelfs anderen: buitenstaanders worden vermeden en als potentiële besmettingsbron gezien. De maatregelen die steeds ingrijpender worden, het feit dat dit een wereldwijd gebeuren is én dat er geen medicijn of vaccin is die hiertegen opgewassen is, voedt de onzekerheid en de angst bij mensen. Iedere dag checken we de nieuwsupdates, en massaal bekijken we de persconferenties. We vallen terug in ons gedrag: ineens is die opleiding die je aan het doen bent niet meer zo belangrijk. Er moet eerst genoeg rijst in huis zijn.

“Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd”

Die afspraken met vrienden kunnen wel even wachten, want eerst moet er paracetamol op voorraad zijn. Kampte je een paar weken terug nog flink met een laag zelfbeeld, mogelijk lijkt dat nu ineens minder relevant, omdat je ‘wel even andere dingen aan je hoofd hebt’. Want Maslow gaat ervan uit dat deze behoeftenpiramide hiërarchisch is opgebouwd. Dat betekent dat je pas voldoende aan een niveautje hoger kunt werken, als de niveaus eronder voldoende stevig zijn.

Reptielenbrein

Zoals een jenga-toren: de fundering moet stevig zijn om de toren hoger te laten komen, anders dondert de boel in elkaar. We schakelen daarmee ook terug op meer primaire breinfuncties: we handelen in stress situaties (wat de coronacrisis is) niet meer weloverwogen en evenwichtig, maar zijn korter voor de kar, meer gericht op eigen behoeftes en eigen belangen. In andere situaties gebruiken we vooral onze prefrontale cortex, die ons gedrag aanstuurt. Nu vallen we terug op ons oudere reptielenbrein en hebben we de basale reacties van vechten, vluchten en bevriezen (zie ook mijn eerdere blog over het reptielenbrein).

Zorg goed voor jezelf

Wat het nu voor jou betekent? Misschien heb jij nu, net als de meeste mensen, ook wel extra behoefte aan veiligheid. Dan kan het helpen als je inventariseert wat jouw gevoel van veiligheid vergroot: misschien minder vaak die nieuwsupdates checken, wat vaker met je familie bellen, en vooral afleiding zoeken met leuke activiteiten. Probeer dat gevoel te versterken. Zo help je jezelf, en ook je omgeving.

 

 

 

De positieve bijwerkingen van het coronavirus

De positieve bijwerkingen van het coronavirus

Terug naar de essentie

Nog steeds word ik soms wakker met een schok van besef: dit is echt. Dit is nu de nieuwe realiteit. De onwerkelijke situatie van een virus die greep heeft gekregen op de hele wereld. Er wordt genoeg over geschreven, en dat is maar goed ook. Want in deze tijd heeft men behoefte om zijn hart te luchten, om te ventileren. Maar tussen al de angst, onzekerheid en soms regelrechte paniek gebeuren er ook een heleboel mooie dingen.

Als ik overdag door de winkelstraten loop, langs de halsoverkop gesloten restaurantjes, zie ik de personeelsleden geconcentreerd achter de laptop, met een berg papierwerk naast zich. Nieuwe plannen worden gesmeed, en de creativiteit wordt noodgedwongen aangeboord. Mensen komen tot ideeën waar ze anders nog op waren gekomen. Er wordt samenwerking gezocht met partners die eerder werden gemeden als concurrentie.

Nieuwe prioriteiten

Als ik mijn collega bel, geeft ze aan dat zij wonderwel vrij kalm is in de situatie. Ze besefte per direct wat eigenlijk écht belangrijk is, en al het andere werd ineens in een ander perspectief geplaatst. Ik herken dat: ineens zijn we met zijn vijven thuis, en mijn prioriteit ligt boven alles bij mijn gezin. Zorgen dat zij vrij van stress blijven, voldoende aandacht, voldoende structuur, en gezond leven. Mijn werk? Hoe belangrijk ook, dat moet éven wachten.

Ineens beseffen we met elkaar wat er écht toe doet. Tijd doorbrengen met elkaar, aandacht hebben voor elkaar. Wat ben ik blij dat we samen zijn, dat we elkaar hebben en dat we gezond zijn. Dat de zon schijnt en we nog naar buiten mogen. Een dreigende lock down? Ik pak elke kans om de zonnestralen mee te nemen, om mijn kinderen te laten genieten in de buitenlucht, om nog éven dat hardlooprondje te doen.

Niets is vanzelfsprekend

De scholen zijn dicht, de ic’s slibben langzaam dicht. Nog nooit is er in korte tijd zoveel besef geweest van het belang van deze vanzelfsprekendheden: dat we een goed werkend zorgstelsel hebben, dat onze kinderen elke dag liefdevol worden onderwezen door ervaren leerkrachten. Met je gezin thuis zijn en ook nog moeten werken: mopperde je een paar weken terug nog dat je wekker ging, nu besef je hoe belangrijk dat eigenlijk is, een fijne werkplek, een plek waarin je je eigen ruimte hebt, een ander rol dan thuis.

Innovatie en creativiteit

Ik heb te doen met de kleine ondernemers, maar ben tegelijkertijd onder de indruk van hun vindingrijkheid en optimisme in deze tijd van onzekerheid. We kunnen niet meer uit eten. In plaats daarvan wordt er weer tijd uitgetrokken om eens lekker te koken voor elkaar. Een prachtig voorbeeld van mindfulness. De spellen- en bouwpakketwinkels hebben nog nooit zoveel omzet gedraaid. Ook komen mensen eindelijk eens toe aan die klussen die al jaren op de lange baan zijn geschoven: eindelijk eens die badkamer aanpakken, terras schoonspuiten of kinderkamer afmaken. Onze ruimtes krijgen eindelijk de aandacht die ze verdienen.

Oprechte aandacht

We missen elkaar. We beseffen ineens dat we toch niet zo onafhankelijk zijn als we deden voorkomen. Het gevaar van eenzaamheid en afzondering ligt op de loer, er worden zelfs grote pieken in psychische klachten voorspeld. Omdat mensen nu eenmaal sociale dieren zijn, en daar worden we ons nu meer dan ooit bewust van. Waar het contact voorheen altijd in snelheid was, met een chronisch vluchtig karakter, pakken we nu de telefoon om elkaar op te bellen. We skypen, en zijn oprecht blij om te horen hoe het met de ander is. We hebben eindelijk écht tijd om naar elkaar te luisteren.

Klimaatdoelen

Elke dag zie ik meer winkels sluiten, vooral kleding- en schoenenzaken. Logisch ook, het is nu misschien niet zo’n goed idee om te gaan shoppen met de sociale quarantaine waarin we zitten. Bijkomend voordeel? Er wordt een stuk minder geconsumeerd. En laat de kledingindustrie nou één van de meest vervuilende zijn, is dat helemaal niet zo erg nu.

In lijn daarvan: hebben jullie toevallig de laatste dagen al eens omhoog gekeken op een heldere nacht? Zoals een vriendin van het omschreef: het is alsof de sterren zijn afgestoft, ze schitteren fel aan de hemel. Niet zo gek nu veel auto’s op hun plek blijven, en de vliegtuigen aan de grond. Wie weet worden die klimaatdoelen dan tóch nog gehaald, en dat zou dikke winst zijn.

Mindfulness

Nu we met z’n allen meer dan ooit thuis zitten, waarderen we het des te meer dat we nog lekker naar buiten kunnen. Hoewel het een slecht plan is om hier de drukte op te zoeken, is het buiten zijn, in de natuur zijn en in beweging zijn wél heel verstandig. Nog een mooi voorbeeld van mindfulness: genieten in het hier en nu, met misschien wel tijd voor goede gesprekken, en aandacht voor je omgeving.

Saamhorigheid

Dan heb ik nog niet genoemd dat er in deze tijd ook ontzettend veel initiatieven worden gestart om anderen te helpen. Het opvangen van kinderen, terug de zorg ingaan, het uitlaten van de hond van de buren of halen van een boodschap… Het naaien van mondkapjes, doneren van babyfoons en andere medische hulpmiddelen, het bieden van een luisterend oor voor de ouderen… Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt aangeboden, geregeld of georganiseerd. Hartverwarmend en ook hoopgevend. Deze goede daden zijn een voorbeeld voor veel anderen, en geven het gevoel van vertrouwen en saamhorigheid in een tijd waarin we ons onzeker en angstig voelen.

Ik ben benieuwd of jullie nog andere positieve bijwerkingen hebben ontdekt afgelopen dagen? Hier kwamen mijn vriendinnen alvast mee:

  • Uitslapen (als je tenminste geen kinderen hebt)
  • Geen gehaast meer ’s ochtends
  • Geen brooddozen meer vullen
  • Je hoeft je kinderen niet weg te brengen, dus heb je meer aandacht voor verbinding en hechting
  • Je ziet je kind vaker (vooral leuk voor de fulltime werkende ouders)
  • Minder stress van je werk, als het werk door de situatie is teruggelopen
  • Minder hektiek in de week omdat het halen/brengen, sporten, kinderfeestjes, etc. wegvallen
Back in business

Back in business

De ontwikkelingen anno september 2018

Zo hèhè, daar istie dan eindelijk hoor. Een nieuwe blog na ik-weet-niet-hoe-lang. Ja, het was even stil, maar zeker niet omdat het rustig was aan deze kant. Integendeel, het zat er gewoonweg niet in om lekker te schrijven. In de komende blogs zal ik jullie bijpraten over de belangrijkste ontwikkelingen tot nu toe. Want dat die er zijn, moge duidelijk zijn.

Deadline huur

Het is inmiddels september en we hebben een harde deadline gekregen wat de verbouwing betreft. Want 1 januari 2019 komen er nieuwe huurders in het pand waar ik nu zit met de praktijk. Met andere woorden: dan moet de verbouwing voor het praktijkgedeelte dus klaar zijn. Hoe het daarmee vordert, lees je snel.

Vakantie voorbij

Ook is de zomervakantie achter de rug. Het was een broodnodige vakantie voor ons gezin, op alle fronten. Een roadtrip door verschillende landen: Duitsland, Tsjechië, Hongarije en Tsjechië. Het was genieten, en ik besefte maar weer eens dat ik toch het allergelukkigst ben als ik compleet met mijn gezin ben. En dan vooral met goed weer.

Schakelen

Eenmaal terug was er weinig schakeltijd. De hektiek van de praktijk ging onverminderd door en door verschillende vervelende kwesties die niets met cliënten zelf te maken hadden, werd er een vervelende schaduw geworpen over mijn werkplezier. Nog steeds worstelen we met de afwikkeling van veel (in onze ogen) onnodige en vooral tijdrovende administratieve rompslomp. Ik hoop maar dat dit snel achter de rug is.

De scholen zijn weer begonnen

De scholen zijn weer begonnen, en dat brengt altijd weer een andere dynamiek mee. Want dat betekent als gezin terug in het ritme, ochtendspitsen, en ook de start van clubjes en verenigingen. Elke ouder met schoolgaande kinderen herkent de overgang. En het zoeken naar de gymschoenen – als ze nog passen na de groeispurt van de zomer.

Contrast

Door het afscheid van de fijne tijd op vakantie, en het ontspannen en gelukkige gevoel daar, en direct de hektiek – en helaas ook wel stress – die ik bij terugkeer op mijn werk voelde, was het contrast groot. Ik heb een paar weken lang alleen maar ´geleefd´, geen aanrader en zeker geen goed voorbeeld voor mijn cliënten. Maar mijn gedachtes gingen tegelijkertijd alle kanten op. Want ik was me er wel terdege van bewust dat dit inderdaad geen goede zaak was. Bovendien ook niet hoe ik mijzelf kende.

Regeldruk

Ik heb immers de afspraak met mijzelf gemaakt dat ik ga doen wat ik leuk vind, en waar ik gelukkig van word. De grote druk die ik ervaarde door bureaucratie van hogere hand, deed mijn plezier wegsmelten als sneeuw voor de zon. Logisch dus dat ik met de vraag speelde of dit is wat ik wilde. Nee, is het antwoord als het gaat om de regeldruk. Ik juich daarom alle stakingen en acties vanuit de publieke sector heel erg toe. Want er moet écht wat veranderen.

Food. Body. Mind.

Maar het antwoord is ook ja, als het gaat om de werkinhoud. Ik heb gekozen voor het ondernemerschap, en daarmee kies ik voor vrijheid in handelen. Maar die vrijheid voel ik nu onvoldoende. Tijd dus om buiten de kaders te denken. In de afgelopen maanden ben ik bezig geweest met het opzetten van een heel nieuw programma: een combinatie van behandeling gericht op het aanpakken van psychische klachten, door zowel in te zetten op je eetgewoontes (Food.), beweging (Body.) als je psyche (Mind.). Binnenkort lanceer ik dit programma ´voor het echie´, maar op de website kun je alle informatie nu al vinden.

Time-in is het nieuwe time-out

Time-in is het nieuwe time-out

De ongewenste effecten van time-out

Time-out is een veelgebruikt opvoedingsmiddel door veel ouders en andere opvoeders. Door nanny Jo Frost en andere ´opvoedgoeroes´ is dit middel wijd en zijd gepredikt en waren jarenlang de ´naughty chairs´ en strafmatjes niet aan te slepen. Als je het maar consequent genoeg toepaste, dan hield al dat ongewenste gedrag vanzelf wel op. Zo was het idee. En heel vaak werkte het ook zo: het kind gaf op en driftbuien bedaarden, waarna de draad weer kon worden opgepakt. Toch ben ik geen fan van dit middel, en leg ik hieronder uit waarom niet.

Stoppen van ongewenst gedrag

Het idee van een time-out is dat je kind leert het ongewenste gedrag te stoppen. Daar is niks mis mee, dat is natuurlijk wat elke ouder wil. Op het moment dat je een kind uit de situatie haalt, kan daarmee het gedrag al worden doorbroken. Het is dan ook een prima oplossing om toe te passen, bijvoorbeeld wanneer je kind ruzie maakt met zijn zusje en het niet lukt om hiermee te stoppen. Of blijft gillen omdat het iets wilt. Je neemt je kind dan op een rustige manier mee naar een andere, neutrale ruimte. De gang, de trap, of waar dan ook. Ook hier is niks mis mee, maar er zijn wel wat aandachtspunten.

Uit de situatie halen

Je haalt je je kind weg uit een situatie als het volle bak stress ervaart. Omdat het ruzie heeft, ontzettend boos is of zich gekwetst of afgewezen voelt, bijvoorbeeld. Vervolgens zet je je kind, met al zijn stress en onlustgevoelens, in een aparte ruimte, in zijn eentje. Op zulke momenten is het emotiesysteem van je kind ontregelt. Niet voor niets grijp je in: je kind doet raar, doet zichzelf of anderen pijn, scheldt of is brutaal. Dat is een uiting van de stress, je kind weet zich op dat moment geen raad met de heftigheid van de emoties die hij ervaart, en gaat daardoor ongewenst gedrag vertonen.

Wat het nodig heeft, is jou!

Eigenlijk is dat het moment dat je kind jou het hardste nodig heeft: je kind is nog volop in ontwikkeling om zichzelf en zijn emoties te leren reguleren. Om te leren hoe het zichzelf kan kalmeren en weer tot rust brengen in situaties die spanning geven. Om te weten wat het dan kan doen, zoals weglopen, er iets van zeggen, of hulp zoeken. Dat kan je kind nog niet, dat leert het van jou. In interactie met jou. Als een kind stress heeft en daardoor in de ´actiestand´ staat, is dat juist het moment om je kind te helpen weer tot rust te komen.

Reptielenbrein

Zoals ik al eerder schreef, kan je met stress niet meer helder nadenken en reageren we allemaal heel primair. Met vechten, vluchten of bevriezen. Kinderen hebben daar nog veel in te leren, en we kunnen er niet vanuit gaan dat ze dit uit zichzelf doen. Wat er gebeurt op het moment dat je je kind in een time-out plaatst, is dat je de boodschap afgeeft ´je moet het zelf doen´, ´als jij stress hebt, sta je er alleen voor´. Klinkt hard he? Is het ook. Het is dan ook zeer onwenselijk voor een kind als dit keer op keer zo wordt ervaren, want dan bestaat de kans dat het dit ook werkelijk zo gaat geloven.

Een negatieve boodschap

Gevolg? Je kind wordt uiterlijk rustig, want het leert: ´hoe boos ik ook word, er komt toch niemand om me te helpen weer te kalmeren, ik moet het alleen doen´. Van binnen blijft de stress echter, want het kán immers niet optimaal reguleren zonder hulp. De stress wordt daardoor intern opgeslagen in het lijf. Het zou zomaar kunnen dat het omslaat in lichamelijke klachten. Natuurlijk is het niet zo rechtlijnig, het gebruik van time-out leidt natuurlijk niet meteen naar problemen, maar het is wel iets om over na te denken.

Niet isoleren, maar dichtbij blijven

Beter is daarom niet je kind te isoleren, maar juist dichtbij te blijven. Geen time-out maar een time-in dus. Je geeft de boodschap dat je je kind niet alleen laat als hij het zo moeilijk heeft. Door je nabijheid en je empathie (´wat ben jij boos zeg!´) voelt het zich begrepen en lukt het sneller om te kalmeren. Hoe sneller het brein rustig is, hoe sneller je ook je grenzen kunt stellen en kunt bespreken wat je eigenlijk wilde doen: ´je was zo boos, dat je met spullen ging gooien. We gooien niet met spullen, want dat is gevaarlijk en het gaat kapot. Als je je zo boos bent, kun je zeggen waar je last van hebt tegen Madelief, of kom je naar mij toe als het niet lukt´.

Omdenken

Het is een omschakeling in het denken. We gaan er nu vanuit dat ons kind eerst moet kalmeren. Maar kalmeren lukt alleen met hulp van ons. Even omdenken dus. Het is geen kwestie van je kind ´z´n zin geven´, want het doet niets af aan de grenzen die jij stelt. Je wacht alleen tot de ergste stress voorbij is, zodat je kind weer helder kan denken, en jij alsnog je punt kunt maken. Dit is een hele effectieve strategie zelfs, want op ´t moment dat je kind in de stress blijft, komt je boodschap niet aan. De kans op herhaling van zelfde soort incidenten is daarmee heel groot.

Je punt maken

Beter is het dus om eieren voor je geld te kiezen en je kind te helpen met het reguleren van zijn emoties. Een kind in een time-out zetten die daar eerst heel de boel bij elkaar schreeuwt en uiteindelijk stil wordt, heeft niet geleerd om zelf rustig te worden. Het heeft geleerd dat het er in tijden van stress alleen voor staat, en dat hij niet op de steun kan rekenen wanneer hij die het hardst nodig heeft. Hij is niet rustig, maar heeft het opgegeven. Op het moment dat je dan je punt maakt als ouder, zal je boodschap niet landen: je kind is niet gekalmeerd, maar slechts verslagen en heeft nog geen kalm brein.

Wees nabij, zoek verbinding

Gelukkig is er een kentering in de wetenschap die dit fenomeen onderkent en terugkomt van het isoleren van je kind. Net zoals we terug zijn gekomen van het laten huilen van onze baby´s en het koste wat kost in eigen bed laten slapen van baby´s. Feit is nu eenmaal dat kinderen onze nabijheid door de jaren heen nodig blijven houden om te leren het uiteindelijk alleen te kunnen. Probeer daarom volgende keer eens om bij je kind te blijven, en je zal zien dat het sneller kalmeert en escalaties waarschijnlijk voorkomen kunnen worden.

Vergeet het vergeten kind niet

Vergeet het vergeten kind niet

Week van het vergeten kind

Het is deze week de week van het vergeten kind. Ik had er eerlijk gezegd tot vorig jaar nog nooit van gehoord, maar toen ik me erin verdiepte kon ik niet anders dan achter dit initiatief staan. Het vergeten kind is het kind dat opgroeit in problematische omstandigheden in Nederland, bijvoorbeeld vanwege psychische problemen in het gezin, armoede, verstandelijke beperking of multi-problem situaties. De organisatie wil deze kinderen bereiken en hen helpen zich zo gezond mogelijk verder te ontwikkelen, ondanks de moeilijkheden waarmee zij te maken hebben.

Schone schijn

Als ik lees over deze doelgroep, merk ik dat dit op zoveel gebieden raakvlakken heeft met de kinderen die ik zie in mijn werk. Kinderen uit alle soorten situaties komen bij mij, met de meest uiteenlopende problemen. Geen enkele situatie is vergelijkbaar, maar toch zijn er wel overeenkomsten. Er zijn situaties waarin kinderen het ogenschijnlijk heel goed doen voor de buitenwereld, maar die een enorme rugzak met ‘shit’ met zich meezeulen.

Veerkracht

Ik ben vaak zo onder de indruk van de enorme veerkracht van kinderen. Hoe zij ondanks ellendige omstandigheden toch nog geluk ervaren, plezier kunnen maken, het goed doen op school of de weg naar de hulpverlening weten te vinden. Eerlijk gezegd vind ik dit ook vergeten kinderen: de kinderen waarvan niemand vermoed dat er iets aan de hand is. Die gewoon maar door blijven gaan, niet klagen maar dragen. Hoe graag je die last ook van hun schoudertjes zou willen halen.

Geheimhoudingsplicht

Niet zelden maken deze kinderen dankbaar gebruik van de geheimhoudingsplicht. Ze willen ab-so-luut niet dat hun vriendjes, de school of zelfs de ouders afweten van waar zij tegenaan lopen. Vaak een dilemma voor mij als hulpverlener. Zeker wanneer het over zaken gaat die in een schemergebied komen van waar de geheimhoudingsplicht ophoud en de meldplicht begint (bijvoorbeeld in het geval van mishandeling). Deze kinderen lopen dus vaak al jaren rond met ‘geheimen’ en zijn vaak zo gespannen als een snaar, omdat de omstandigheden zo stressvol zijn of waren.

Geen stereotiep beeld

Het zijn doodnormale kinderen. Leuke, vrolijke snoetjes, goed gekleed, leuke ouders, etc. Er bestaan geen stereotypen als het om deze problemen gaan. Het komt bij alle lagen van de bevolking voor, bij alle denkbare situaties. Het is absoluut een fabeltje dat je het aan de buitenkant zou kunnen zien. Deze kinderen zijn bovendien vaak een ster als het gaat om maskers opzetten. Ze zijn vaak heel invoelend en empathisch, en weten daarom precies hoe zij hun eigen gevoelens kunnen verbergen voor hun omgeving. Dat maakt de problemen ongrijpbaar en onzichtbaar.

Steun het vergeten kind

In deze week van het vergeten kind wil ik daarom al deze onbewust vergeten kinderen een hart onder de riem steken. Bovendien wil ik iedereen die met kinderen te maken heeft, of je nu ouder, buurvrouw, leerkracht, coach op een sportclub of wat dan ook bent, alert maken op dit fenomeen. Probeer niet direct te oordelen, maar sta open voor andere mogelijke verklaringen. In de week worden bovendien allerlei initiatieven gestart om deze kwetsbare kinderen te helpen.

Goed genoeg ouder

Goed genoeg ouder

Deze is voor alle mama’s (en papa’s) bij wie het af en toe boven hun hoofd groeit. Voor iedereen die deze frustraties, irritaties en aaneenschakeling van stressmomentjes en brandjes blussen herkent. I feel you. Je bent niet alleen. Het is een fase. Hou vol, het wordt weer leuk. Echt. 

De dagelijkse praktijk

Je hoopt, als je ze de avond ervoor om 22.00u nog uit bed hebt gehaald om naar het vuurwerk te kijken van Koningsdag, dat ze misschien net even wat langer doorslapen. Helaas blijkt hun hardware toch echt anders geprogrammeerd. Hoewel Steef op muizenvoeten door het huis liep, hoorde ik al snel het bekende ‘mamaaa!’ uit de kamer van de jongste komen.

7.00u

Een vluchtige blik op mijn klok laat me weten dat ze het maar liefst tot 7u hebben gerekt. En zodra de guppen hier wakker zijn, is het het full focus en in de hoogste versnelling de dag in racen. “Mam, ik ben doorgelekt”, is één van de eerste boodschappen die ochtend. Nog voor we aan de ontbijttafel zitten, draait de eerste was dus al. Vervolgens zie ik mijn jongste het eten uit het bakje van Steef kijken. Ik besluit pap te maken voor ze.

Maar dat voornemen betekent wel dat ik in de keuken verschillende bananen moet prakken, appels moet schillen, melk moet warmen, etc. En dus even geen zicht heb op wat er in de woonkamer gebeurt. Terwijl ik mijn aandacht verdeel over 4 grote kommen, hoor ik ongeduldige kreten uit de andere kamer opstijgen. Het kan ze niet snel genoeg gaan.

7.20u

Als ik tenslotte als laatste aan tafel schuif, wordt er om drinken gevraagd. Nu Meia en Fosse al klaar zijn met hun pap, vraag ik of ze dat zelf even willen pakken. Als ze terugkomen, is er ruzie ontstaan over welke beker voor wie is, en gaat er in het doorgeven van de bekers pal voor mijn neus een volle beker melk omver. Zuchtend help ik de kinderen mee met opruimen en gooi ik de natte placemats in de was, om mijn ontbijt daarna te vervolgen.

Intussen is de rest al van tafel en wordt er uit allerhande kasten materiaal gehaald voor hun speelplannen. Fosse komt terug en vraagt om fruit. Na een grote kom pap met een banaan erin vind ik dat eigenlijk overbodig, maar de peren moeten op, dus ik geef aan dat hij een peer mag pakken. Blijkbaar had hij zijn zinnen op iets anders gezet, want hij begint boos te huilen dat hij geen peer wil.

7.45u

Ik haal de ontbijtspullen van tafel, waarbij ik zo goed mogelijk nadenk welke spullen in als eerste naar de keuken breng. Waarom? Omdat Signe de vervelende gewoonte heeft om bovenop de eettafel te klimmen en zich een weg te banen tussen de zoete beleg en half leeggedronken melkbekers. Daarom ruim ik in volgorde van prioriteit de volgende zaken op:

  • halfvolle bekers, pakken drinken
  • pakken hagelslag/vlokken/ander los materiaal
  • andere zaken die open zijn waar eetbare spullen uit gehaald kunnen worden zoals vleeswaren

8.00u

Terwijl ik nog steeds in mijn pyjama rondloop, probeer ik de kinderen te laten aankleden, tanden poetsen, haren kammen, wassen, etc. Net als in elk ander gezin (tenminste, dat hoop ik althans een beetje), gaat dit gepaard met de nodige aansporingen. Vooral Meia ergert zich behoorlijk aan mijn gezeur waarmee haar spel wordt onderbroken. Ze is nogal van het multitasken. Zo besloot ze vanmorgen dat ze met haar tandenborstel in haar mond prima de kaplablokjes kon aangeven aan Fosse.

8.20u

Toen de grootste klappers waren gemaakt in de start van de ochtend, en de meest voor de hand liggende risico’s waren ingedekt wat betreft Signes mogelijke streken, besloot ik dat ik het erop kon wagen: douchen. Het is altijd een moment van ‘fingers crossed’ en zo snel mogelijk zijn. Terwijl ik me in sneltreinvaart had uitgekleed, kwam Fosse naar me toe om zich te beklagen dat hij geen onderbroek en hemd had. Deze had ik hem een kwartier geleden al aangegeven, maar blijkbaar was hij kwijt dat hij deze in een soort Chinese dans door de kamer had geslingerd tijdens het ‘aankleden’. Snel dook ik in mijn badjas en ging op jacht naar zijn ondergoed, waarna ik mijn poging tot douchen weer oppakte.

Het duurde welgeteld 2 volle minuten voor ik alweer een boze schreeuw hoorde. “Gaat alles goed!?” riep ik met een mengeling van hoop en vrees met de deur op een kier. Er klonk inmiddels alweer gepraat op rustige toon. Vals alarm gelukkig. Na een hele minuut in volledige ontspanning te hebben gedoucht, werd de deur geopend door de nieuwsgierige jongste telg. Een koude luchtstroom walmt direct naar binnen, en ik besluit dat langer douchen vrijwel kansloos is. Signe verdwijnt, de deur wagenwijd open latend, om na 2 tellen weer terug te komen met een handdoek. Superschattig! Maar direct slaat ook de twijfel toe: hoe komt ze aan een handdoek?

8.35u

Gedoucht en aangekleed, neem ik direct poolshoogte bij de kinderen. Ik tref een stapel door elkaar gegooide handdoeken aan op de tafel. Tot zover onze inspanningen om alles netjes opgevouwen in de kast te houden. Als ik de hal in loop, breek ik bijna mijn nek over mini-boodschappen. Eenmaal in de kamer van Meia en Fosse blijken ze gezellig winkeltje aan het spelen, waarbij ze het nodig vonden schoon servies uit de kast te halen. Prima, zolang jullie het straks maar terugzetten, druk ik ze op het hart.

8.45u

De vaat heeft zich inmiddels opgestapeld, en ik moet echt even gaan afwassen. De wasmachine is klaar en moet leeggehaald worden en ik moet nog mijn haren een beetje fatsoeneren. Oh, en nu schakelt het koffiezetapparaat uit: dit doet hij na een uur automatisch. Ik heb nog niet eens koffie op. Terwijl ik hem weer aanzet en alvast melk opwarm in de magnetron, begin ik met de afwas. Ineens zie ik na een tijdje dat Signe de bingomolen uit een kast heeft gehaald en de kleine balletjes en fishes door de kamer laat rollen. Met het sop tot aan mijn ellebogen ren ik de kamer binnen en roep bezorgd dat de bingomolen direct moet worden opgeruimd: die balletjes zijn super gevaarlijk voor Signe!

9.15u

De afwas is klaar, de melk overgekookt en vervolgens afgekoeld. Ik stop een nieuwe was in de machine en zie dat Meia nog steeds haar haren nog niet heeft gekamd. Ze reageert mokkig, draait haar rug naar me toe en zegt boos dat ze niet wil. Terwijl ik zo goed en zo kwaad als het gaat probeer deze bui te pareren, besluit Fosse buiten te gaan spelen en heeft Signe een poepbroek.

9.30u

Ik ben nog net op tijd voor het koffiezetapparaat voor de tweede keer uitschakelt. Meia heeft intussen eieren voor haar geld gekozen en haar haren gekamd, Signe is gewassen en aangekleed en ik ga, eindelijk, met mijn koffie aan tafel zitten. Ik heb de stille hoop dat de kinderen, die intussen lief samen spelen op hun kamer, even blijven spelen zodat ik in stilte kan genieten van mijn koffie. Het duurt niet lang. Het is alsof ze voelen dat je overweegt een moment voor jezelf te hebben. Binnen no-time staan Fosse en Signe naast me, met grote blauwe ogen, en vragen om ‘koffie’ (opgeschuimde melk met cacao).

Conclusie?

Gister nog las ik dat ouderschap een groot beroep doet op jezelf als mens. Het betekent een constante mindset van je eigen behoeften opzij schuiven en constante focus op de kinderen. Het is pittig en vermoeiend, en soms wil je er even aan ontsnappen. Ik verschil daarin niet van andere ouders. Het is een kunst om hierin de balans te vinden tussen het leuk hebben met elkaar en doen wat er moet gebeuren. En die balans is soms zoek. Dat is niet erg, dat is het leven. Als ouder hoef je het niet altijd goed te doen. Als het maar goed genoeg is.

Huis verkocht!

Huis verkocht!

Roerige tijden

Het was een roerige tijd. En eigenlijk is het dat nog steeds. Ik heb nog nooit zoveel opgeruimd en schoongemaakt als in afgelopen jaren. Want er kon zomaar ineens een bezichtiging komen. En dat gebeurde, regelmatig. Alle activiteiten werden teruggeschroefd, want een bezichtiging betekende potentiële kopers. En ons huis verkopen is de eerste stap naar mijn toekomstdroom: een praktijk aan huis.

Verhuisdatum

Helaas is er nog steeds geen pand op ons pad gekomen wat voor ons geschikt was. Dit leverde zowel bij ons als de kinderen de nodige onrust op. Ik kon ze niet uitleggen waar we gingen wonen, of op welke termijn. Nu kan ik eindelijk antwoord geven op één vraag: ‘wanneer verhuizen we?’. In april. Ja, zo snel. Helaas dus niet naar ons droomhuis, maar naar een knus galerijflatje met gedeelde slaapkamers. Want veel keus is er niet in huurwoningland.

Onzekerheid bij de kinderen

Dat de kinderen er veel mee bezig waren, was onvermijdelijk. Door de bezichtigingen moest er noodgedwongen veel worden opgeruimd en de woensdagmiddag afspreken was daarom soms niet mogelijk. Als ze op de achterbank zaten, zei Fosse ineens: ‘ik wil eigenlijk niet verhuizen’. En als ik Meia zorgelijk zag kijken, legde ze uit: ‘ik kan niet kiezen hoe ik mijn bed straks wil in het nieuwe huis’ of: ‘ik ga mijn bedstee zo missen, ik heb hem nog helemaal niet lang’.

Wanneer nou écht?

Het breekt mijn hart als ik zie dat ze last hebben van deze situatie, vooral omdat ik ze geen antwoorden kan geven. Toen dan eindelijk de kogel door de kerk was, en ons huis werd verkocht, was ik daarom heel blij dat er een stip aan de horizon verscheen. Zoals ik al had verwacht, gaf dit wat perspectief voor de kinderen. De volgende dag was het dan ook op school en de sportverenigingen verteld door de oudste twee. Fosse heeft nog weinig tijdsbesef, dus voor hem kan het verhuizen ieder moment beginnen. Omdat we er heel snel uit moeten, beginnen we daarom al met ruimen en inpakken. Voor Fosse wordt het daarmee meer concreet: pas als alles is ingepakt, gaan we verhuizen.

Tussenhuis

De roerige tijden zijn echter nog lang niet over. Komende weken staat in het teken van inpakken en wegdoen. We verhuizen naar ongeveer de helft van het woonoppervlak waar we nu wonen, in een huurflatje. Ik ben heel benieuwd hoe we dat als gezin gaan beleven. Vanmorgen vroeg Fosse: ‘is er wel speelgoed in het tussenhuis?’. We hebben de huurwoning maar het tussenhuis genoemd, omdat we er maar eventjes zullen wonen (hoop ik). Zijn vraag deed me weer beseffen hoe ongrijpbaar deze situatie voor hem moet zijn.

Huren, een avontuur?

Een huurhuis. En volgens mij zelfs zonder vloeren, met niks op de muren en zonder gordijnen. Een dilemma, want we willen niet investeren in het ‘tussenhuis’ omdat diezelfde kosten straks in ons ‘echte’ huis gemaakt zullen worden. We hebben daarom besloten het huren als één avontuur te beschouwen: tekenen op de muren, restjes vloerbedekking van marktplaats scoren en hetzelfde voor de gordijnen. Nog zoiets: in ons huidige huis zijn de bedden van de kinderen op maat gemaakt. Een bedstee en een volkswagen busje. Supertof, maar helaas niet mee te nemen. Komen we dus ineens twee bedden tekort! Gelukkig hebben we lieve mensen om ons heen die graag meedenken en meehelpen.

Ruimen en inpakken

Omdat we straks veel minder ruimte hebben, zijn we drastisch begonnen met ruimen. Afgelopen maanden zijn er al naar schatting 30 zakken richting kringloop en gevudo gegaan. Ik was perplex wat ik tegenkwam: kerstkaarten uit 2004, bankafschriften uit de puberteit, handleidingen van apparaten die we allang niet meer hebben, bonnetjes van jaren heen, een zak vól snoeren, stekkers en adapters die we niet konden thuisbrengen… En als we de ene laag op een plank in de berging hadden doorgespit, bleek er nog een volledige laag achter te bestaan.

Voorbereiden op verhuizen

Enerzijds zijn we gedwongen tot ruimen, want we hebben straks geen ruimte meer. Anderzijds is ook mijn wens (en één van de voornemens van dit jaar) om minder spullen te hebben, kopen, verzamelen en bewaren. Alleen de spullen die we gebruiken, écht nodig hebben en die gelukkig maken. In het kader van speelgoed heb ik hier al eens over geschreven. Maar ik trek het breder. Tijdens het ruimen merkte ik ook hoeveel rust dit gaf, ik werd er echt gelukkig van. Een ander punt waar we nu actief mee bezig zijn is het opmaken van de voorraad. In de berging staan namelijk planken vol met houdbare etenswaren. Tijd dus om ruimte te ‘eten’.

Nieuwe start

Voor iedereen in ons gezin voelt dit als een nieuwe start. Meia wil komende tijd veel foto’s maken om vast te leggen hoe haar kamertje en spullen er uitzien. Samen halen we herinneringen op van gebeurtenissen die hier hebben plaats gevonden. Dingen die ze niet erg vinden om achter te laten en zaken die ze zullen missen. Maar ook plannen: wat wil je straks in het nieuwe huis? Waar hoop je op? Op deze manier bespreken we de situatie nu en straks. Ik merk dat ik daar zelf behoefte aan heb, en merk ook dat de kinderen het prettig vinden om dit hoofdstuk op hun gemak af te sluiten.

Toename in psychische problemen

Toename in psychische problemen

Zorgen over de toekomst

Niet om melodramatisch te gaan doen, maar ik wil toch iets van mijn hart. Ik maak me zorgen over de ontwikkelingen binnen onze maatschappij en de effecten ervan op de psychische gezondheid van kinderen en jongeren. Er is sinds 2015 een nieuwe jeugdwet, waardoor de psychische zorg voor kinderen en jeugd niet meer via zorgverzekeraars loopt, maar wordt geregeld via de gemeente. Sindsdien worden eigenlijk overal noodklokken geluid. Dat is niet zo gek: er bestond een systeem dat door de jaren heen steeds verder is ontwikkeld, en redelijk liep. En ineens wordt dan binnen no-time alles op zijn kop gegooid, en wordt er zogezegd een nieuw wiel uitgevonden. Maar helaas eentje die niet goed rolt, zo blijkt.

Meer jongeren met problemen

Naast alle administratieve rompslomp, onzekerheden en onduidelijkheden die de nieuwe jeugdwet met zich meebrengt, is er bovendien nog een andere ontwikkeling gaande. Die tweede ontwikkeling loopt eigenlijk parallel aan de eerste, maar dan wereldwijd. Er is namelijk een toename in psychische problemen bij kinderen en jongeren. Zelfs zo erg, dat de Wereldgezondheidsorganisatie spreekt van een epidemie. Deze trend zet zich voort, wat betekent dat er steeds meer kinderen en jongeren psychische zorg nodig hebben, ook in Nederland. Daarom is het des te frustrerender voor ons als hulpverleners, dat er op deze hulp wordt bezuinigd. En niet zo’n beetje ook.

Gevolgen van de nieuwe jeugdwet

Zo wordt ons budget van 2017 maar liefst 11,5% minder dan die van 2016. En dat, terwijl er steeds meer mensen hulp nodig hebben. Bovendien gaat heel veel tijd op aan het eindelijk aanleveren van cijfers, je werkzaamheden verantwoorden en controleren of deze processen goed lopen (helaas gaat nog het te vaak mis), waardoor er minder tijd over blijft om cliënten te zien. Het voelt daarom ontzettend dubbel, dat je als praktijk groeit en populair bent, dat er steeds meer aanmeldingen blijven komen, maar dat je aan de andere kant weet: we kunnen niet iedereen helpen, want straks is het geld op, en dan?

Geen geld door bezuinigingen

Het gaat rechtstreeks tegen onze visie als hulpverleners in: je hebt dit vak geleerd om anderen te helpen. Ik ben van mening dat iedereen recht heeft op psychische hulp, dat hierin geen drempel mag zijn. Want uiteindelijk heeft de hele maatschappij baat bij psychisch gezonde mensen. Maar die drempel wordt wel opgegooid nu. We worden min of meer gedwongen een wachtlijst te maken, omdat er teveel werk is voor te weinig mensen. Er is werk zat, maar geen geld om het te vergoeden. Dat wringt.

Epidemie van psychische problemen

En als je dan de cijfers van de World Health Organisation (WHO) leest, dan kan ik me daar nog bozer om maken. Waarom wordt door de maatschappij deze negatieve trend bevorderd? Ik snap dat er bezuinigd moet worden, maar waarom wordt er geen rekening gehouden met effecten op de lange termijn? Ongeveer 30% van de jongeren (15-30 jaar) wereldwijd heeft namelijk psychische problemen. Hiervan komen verslavingen het meeste voor (15 tot 20%), maar ook depressies (10 tot 15%) en allerlei angststoornissen (5 tot 15%). Ook heeft 2-5% een eetstoornis en 2-3% een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Niet kunnen voldoen aan verwachtingen

Van de jongeren tussen de 14 en 25 jaar geeft zo’n 60% aan dat ze zich slecht voelen, omdat ze denken niet aan andermans verwachtingen te kunnen voldoen. En 1 op de 3 van de jongeren heeft het gevoel dat ze hun problemen niet aan kunnen. Daar schrik ik van! Dit geeft de noodzaak aan voor tijdige hulp, voordat de problemen steeds ernstiger en hardnekkiger worden. En duurder dus, bovendien.

Langer wachten met aanmelden

En dat ze steeds ernstiger worden, merk ik ook in de aanmeldingen. Sinds de crisis wachten mensen sowieso al langer met aanmelden van hun kinderen, uit angst dat het hen geld kost. Maar ook sinds de nieuwe jeugdwet was er wat huivering, omdat het vaak nog onduidelijk was. Als ouders hun kroost dan uiteindelijk hadden aangemeld, waren de problemen in veel gevallen al vergevorderd. Daardoor is naar mijn idee het werk ook zwaarder geworden. Dat wordt nu extra puzzelen, omdat je gebonden bent aan een beperkte tijd dat je mag behandelen.

Meer zelfmoord onder jongeren

Als je bijvoorbeeld kijkt naar zelfmoord, dan zie je ook in de suïcidecijfers een toenemende trend. In België is het zelfs de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren tussen de 15 en 24 jaar. Jongeren doen meer dan anderen pogingen om zich van het leven te beroven: 10% van de 18-jarigen zegt dit al vaker te hebben overwogen. Bij meisjes is dit zelfs 20%.

Rollen om te vervullen

Het heeft ook te maken met de maatschappij van nu, de omgevingsfactoren waar jongeren mee te dealen hebben, zogezegd. Ik merk het zelf ook: er worden veel verwachtingen aan je gesteld en het is soms koorddansen en tegelijk jongleren om alle ballen hoog te houden.  Je moet tegenwoordig, meer dan ooit, zoveel rollen vervullen: binnen de familie, vriendenkring, je werk, studie, spiritueel, cultureel… Voor een jongere die nog zo kwetsbaar is, en midden in zijn ontwikkeling zit, is dit moeilijker dan voor wie dan ook.

Hogere verwachtingen

Die rollen die we als mens moeten vervullen, komen door de verwachtingen van anderen. En die verwachtingen zijn steeds hoger geworden, bijvoorbeeld voor het succesvol zijn op school en in je opleiding. De verwachtingen doen bovendien nog iets schrijnenders: we streven met z’n allen steeds meer naar individualiteit, naar eigen succes, naar status, een hoger salaris en meer spullen. Hiermee wordt direct narcisme in de hand gewerkt, en aan de andere kant de intrinsieke motivatie afgekalfd. Hoe mooi zou het zijn, als je als jongere gewoon een opleiding kiest omdat je echt passie hebt voor het werk? Hoe fijn zou het zijn als de omgeving daarin kon aanmoedigen, zonder hierin te oordelen? Helaas blijkt dat dus steeds minder voor te komen.

Hersenontwikkeling in puberteit

In de puberteit, vanaf een jaar of 11, tot een jaar of 25-30, zijn de hersenen in volle vaart aan het ontwikkelen. Niet voor niks is dit voor jongeren en hun omgeving een pittige tijd. De snelle hersenontwikkeling wordt bovendien sterk beïnvloedt door de ervaringen die jongeren opdoen in hun omgeving, zoals met vrienden of hun ouders. En de verschillende hersenfuncties ontwikkelen zich grillig en niet tegelijkertijd. Dat tieners lekker uit de pan schieten is dan ook niet meer dan normaal.

Executieve functies

Zo is het emotionele gebied in de hersenen, het limbisch systeem, eerder ‘klaar’ dan de pre-frontale cortex (weet je nog? Die van de executieve functies). Voor je nu aan je hoofd krabbend en met lege blik afhaakt: de vaardigheden zoals op de lange termijn kijken, bedachtzaamheid, plannen, organiseren, timemanagement, reflecteren op jezelf en jezelf onder controle houden zijn voorbeelden van die executieve functies. Maar die beginnen zich dus pas rond je 15e te ontwikkelen, wat betekent dat jongeren emotioneel gezien als het ware ‘op scherp’ staan: er hoeft maar iets te gebeuren, of er is een kwetsbaarheid ontstaan…

Gezonde emotieregulatie

Niet gek dus, dat ik het gros van de tijd in behandelingen bezig ben met het bevorderen van een gezonde emotieregulatie bij deze leeftijd. Jongeren hebben nog de afhankelijkheid van hun omgeving, omdat zij zelf de vermogens missen om met hun ingewikkelde emoties om te gaan. En omdat het wel een essentiële vaardigheid is om tot een stabiel en evenwichtig persoon op te groeien, besteedt ik hier veel tijd aan.

Stress leidt tot schade

Jongeren willen voldoen aan al die eerder genoemde verwachtingen, net als volwassenen trouwens. Maar kinderen zijn nog een stuk loyaler hierin, en kunnen door te hoge verwachtingen veel stress ervaren. En laat stress nou precies hetgeen zijn wat je niet kunt gebruiken in deze tijd, als de hersenen zich zo drastisch ontwikkelen. Want teveel stress leidt simpelweg tot hersenschade. Ook de kans op gevoelens van faalangst en perfectionisme nemen dan toe, wat ervoor kan zorgen dat jongeren in een isolement raken of falen in hun werk. Niet voor niets zijn de werkloosheidscijfers onder jongeren zo hoog.

Risicofactoren in de leefstijl

Ik ben nog niet klaar hoor, helaas. Want het zijn niet alleen kwetsbaarheden door de hersenontwikkeling en de verwachtingen vanuit de omgeving, het is ook de totale leefstijl die zo erg is veranderd de afgelopen jaren, dat de gevolgen daarvan nu pas steeds duidelijker worden. Even een paar voor de hand liggende, maar daarom niet minder belangrijk:

  • Er wordt steeds slechter gegeten, dus ook door jongeren. Het is sowieso bekend dat zij in de puberteit een natuurlijke behoefte hebben aan meer vet (voor de ontwikkeling van de hersenen). Helaas speelt de voedselindustrie niet in op wat gezond is voor mensen, maar op wat er geld oplevert. In plaats van de broodnodige omega 3 en omega 6 vetzuren, eten de meeste jongeren dus de schadelijke vetten in o.a. fastfood en de meeste etenswaren uit pakjes of zakjes.
  • Hetzelfde geldt voor suikers: in steeds meer voedselproducten zit suiker. Deze geven insulinepieken en dips in de bloedsuikerspiegel, waardoor jongeren opnieuw gaan eten. Uiteindelijk leidt dit tot o.a. obesitas, maar de suikerpieken geven ook ontstekingen in de hersenen, waardoor klachten ontstaan zoals slechte concentratie, geheugenproblemen, prikkelbaarheid, meer angst en impulsiviteit.
  • Niemand kijkt nog gek op als een ouder vertelt dat zijn 16-jarige zoon tot diep in de nacht aan het gamen is. Het is intussen bijna normaal geworden dat jongeren laat naar bed gaan. In zekere zin is dat ook zo: ze hebben pas later afgifte van het inslaaphormoon melatonine, en daardoor biologisch gezien een heel ander slaapritme. Helaas dwingt het schoolsysteem ze om op tijd op te staan, wat dus leidt tot een slaaptekort in zo’n 50-70% van de jongeren. Ook slaaptekort leidt tot klachten zoals meer angst, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, slechtere cijfers en meer impulsief gedrag. Op de lange termijn raak je door het slaapgebrek gedemotiveerd en heb je een veel hogere kans op depressie.
  • Nog een inkoppertje: jongeren sporten steeds minder. Zo’n 40% (dus bijna de helft!) van de mensen sport niet of nauwelijks. Ernstig, want niet sporten vergroot de kans op depressie met maar liefst 25%!
  • Een probleem van deze tijd: cyberpesten, problemen via social media, waar veel jongeren worden geïntimideerd. Dit blijken belangrijke triggers voor ontwikkeling van psychische problemen.

Veerkracht als bescherming

Zo lezend lijkt het toch bijna een wonder dat er nog jongeren zijn die ‘goed gelukt’ zijn. Door mijn werk heb ik wellicht ook een wat vertekend beeld van de realiteit (dat hoop ik althans). Hoewel ik ook regelmatig jongeren tegenkom, die zo krachtig zijn en waarbij het een wonder is dat zij zich staande kunnen houden, ondanks alles wat zij meemaken. Dat is de veerkracht, die sommigen van ons hebben. En natuurlijk betekenen alle ontwikkelingen binnen de zorg en de bovengenoemde zaken niet dat een jongere automatisch psychische problemen krijgt. Het zijn risicofactoren. Hoe meer hiervan aanwezig zijn, hoe meer kans op problemen.

Triggers en risico’s

Zoals bij volwassenen ook vaak het geval is, is er vaak een trigger, waardoor er ineens problemen ontstaan. Denk aan een ingrijpende gebeurtenis, scheidende ouders, verraden worden door vrienden, een overlijden van een dierbaar iemand… Tot die tijd leek alles goed te gaan, maar na zo’n gebeurtenis komen ineens klachten naar voren. Maar nog steeds komen de meeste jongeren zonder al te veel kleerscheuren door deze periode. Maar, en dat is dus mijn zorg, dat worden er naar verhouding dus wel steeds minder.

Bezorgdheid

En hoe is het dan in vredesnaam mogelijk dat hier op wordt bezuinigd? Een gezond opgroeiende jongere is een investering in de toekomst, die, als het goed functioneert, de maatschappij juist veel oplevert. Het is vanuit die optiek voor mij onbegrijpelijk dat ik nu tegen mensen zou moeten zeggen: nog even geduld, ik heb geen plek, geen tijd voor u, geen geld om je probleem te behandelen. Om mensen naar huis te sturen, op het moment dat zij die belangrijke stap hebben genomen om te bellen. Vaak na zo lang overwegen, even aankijken, doormodderen, nog eens proberen. Tot het genoeg was, tot het niet langer ging, tot de nood te hoog werd. Ik ben bang dat wij mensen uit beeld verliezen, dat ze tussen de mazen van het net glippen, omdat er niet direct op de hulpvraag van mensen kan worden ingespeeld. En als ik dan de bezorgde berichten lees van de WHO wordt deze bezorgdheid alleen maar bevestigd.

Visie vasthouden

Hoe klein we ook zijn, als kleine vrijgevestigde, we houden onze visie hoog en blijven handelen naar ons geweten, proberen waar we kunnen de invloed uit te oefenen. Het is een spanningsveld, eentje waarin ik soms overwerkt raak en mezelf streng moet toespreken me niet gek te laten maken. Mijn supervisor van de opleiding symbooldrama zei al jaren tegen ons: laat je niet gek maken, blijf gewoon je werk doen. En mijn werk, dat is mensen helpen bij hun psychische problemen. Dus dat doe ik.

Omgaan met sociale druk voor je kind: 13 tips

Omgaan met sociale druk voor je kind: 13 tips

13 Tips voor soepel afspreken

Regelmatig roepen vriendinnen en andere bekenden om mij heen in wanhoop waar ik een volgend artikel over moet schrijven, wanneer ze middenin een crisis met hun koter zijn belandt. Ik noteer ze allemaal. Want ik vind het leuk om ideeën aangedragen te krijgen. Niet dat ik overal een antwoord op heb, maar het helpt me wel om soms vanuit een andere invalshoek over zaken na te denken. Ik heb een blocnote met lijsten vol onderwerpen waar ik vervolgens uit kies, afhankelijk van waar ik zin in heb.

Populair, niet alleen maar leuk?

Eén van de vragen kwam van een goeie vriendin, met een zoontje van 6 jaar, die mateloos populair is op school. So far so good, zou je denken. Wat een mazzelpik, was ook mijn eerste gedachte. Maar blijkbaar heeft de populariteit ook een dark side, want regelmatig staat mijn vriendin met de handen in het haar omdat het afspreekmoment na schooltijd uitloopt tot een regelrecht drama. Teleurstelling, schuldgevoel, en overheersende normen maken dit moment eerder beladen dan ontspannen.

Loyaliteit

Want wat is er nou aan de hand? Dit kind heeft een heleboel vriendjes die met hem af willen spreken. Laten we hem voor het gemak even Peter noemen. Peter is een jongen die een sterk rechtvaardigheidsgevoel heeft en graag zijn afspraken nakomt, hoe jong hij ook is. Hij voelt nu al een loyaliteit naar zijn vriendjes en wil hen niet teleurstellen. Als hij tijdens de schooluren bij iemand heeft toegezegd, dan blijft hij ook bij deze beslissing. Als een ander kindje hem verleidt met een alternatief aanbod, blijft Peter bij zijn beslissing. Maar als dat laatste kindje vervolgens het speelafspraakje van Peter voor zich wint, is Peter intens verdrietig. Of wanneer een gemaakte afspraak uiteindelijk niet door kan gaan, kan Peter het bijna niet over zijn hart verkrijgen om dan met een ander kindje af te spreken, uit loyaliteit naar het andere kind.

Moeite met afspreken

Dat is bewonderenswaardig, een belangrijke waarde die hij nu al met zich meedraagt, die loyaliteit en trouw aan afspraken. Maar wel eentje die soms tot lastige gevoelens bij hemzelf leidt. Ik moet zeggen, ik vind het soms ook best ingewikkeld voor die ukkies. Naar mijn weten spraken we “in mijn tijd” (begint dat nu al?) in de kleuterklas zelfs helemaal niet af, maar sinds de oudste naar school gaat, is het een komen en gaan van speelafspraakjes. Ze hebben het er maar druk mee, met dat sociale leven. En het is logisch dat je daar als ouders dingen in wilt meegeven. Hoe ga je er dan mee om als je ziet dat het afspreken voor speelafspraakjes vooral een stressvolle aangelegenheid is?

13 Tips om je op weg te helpen

Ik heb mijn vriendin beloofd dat ik mijn best zou doen om tips te bedenken voor dit onderwerp. Ik hoop dat je er wat aan hebt, en wie weet heb je andere suggesties? Laat het vooral weten in een reactie hieronder.

  1. Probeer voor jezelf te bedenken voordat je je kind naar school brengt, wat je wilt: kan en mag je kind afspreken?
  2. Zijn er zaken om rekening mee te houden, zoals zwemles, vroeg eten, e.d.?
  3. Mag het zowel thuis afspreken als bij de ander?
  4. Maak afspraken over met hoeveel kinderen je kind mag afspreken. Dan hoef je niet onnodig teleur te stellen als je kind het plan heeft met 2 kindjes af te spreken als je dat niet ziet zitten.
  5. Stimuleer je kind om vóór schooltijd de speelafspraak voor de middag te organiseren, zodat je direct weet waar je aan toe bent ’s middags en het scheelt misschien een ritje voor één van de ouders.
  6. Onthoud dat je kind nog aan het oefenen en leren is om met deze sociale situaties om te gaan. Als ouder kun je hier het beste een coachende rol in hebben, hoewel je natuurlijk wel de grenzen uitzet.
  7. Een speelafspraakje doet je kind voor zijn plezier. Het is daarom vooral belangrijk of je kind zin heeft om met iemand af te spreken. Als je kind wordt gevraagd, spreek dan niet voor je beurt, maar vraag je kind of hij het ziet zitten. Regel het daarna met de andere ouder.
  8. Probeer niet alles uit handen te nemen van je kind om hem bijvoorbeeld verdriet te voorkomen. Dit soort momenten zijn belangrijke oefeningen en scherpen de sociale vaardigheden van je kind. Hoe moeilijk het ook is: hoe vaker je kind hiermee oefent, hoe beter het er mee leert omgaan. Op het moment dat je als ouder de leiding overneemt, ontneem je je kind het oefenmoment. Natuurlijk kun je wel aanmoedigen en faciliteren, maar laat, waar mogelijk, je kind het voortouw en initiatief nemen.
  9. Als je kind niet kan kiezen omdat het bijvoorbeeld door twee kindjes tegelijk wordt gevraagd, probeer dan vooruit te plannen: kind A vandaag, kind B op vrijdag. Check voor je afspreekt de mogelijkheid tot afspreken bij de ouder: misschien kan slechts één kindje, waardoor de keuze gemakkelijker wordt voor je kind.
  10. Als je de ervaring hebt dat het met bepaalde kinderen minder makkelijk loopt op speelafspraakjes, maak dan van tevoren duidelijk aan de kinderen hoe je het wilt hebben. Bereid ze dus voor op de situatie en leg uit wat ze kunnen verwachten, zodat de kans groter is dat het beter gaat. Bijvoorbeeld: ‘als we straks thuiskomen, dan gaan we eerst onze jassen en schoenen uittrekken. Dan eten we samen een boterham en bedenken jullie wat je gaat doen’.
  11. Als je kind, net als het zoontje van mijn vriendin, het afspreken moeilijk vindt, omdat hij niemand teleur wil stellen, niet kan kiezen of wat dan ook, bespreek dit dan samen met hem na. Benoem het gevoel wat je ziet: ‘dat was even ingewikkeld voor je hé? Je kon niet kiezen en dat maakte je verdrietig’. Dit helpt om alles op een rijtje te zetten en te verwerken.
  12. Bespreek ook wat je zag waar je tevreden over was: ‘je hebt goed nagedacht over wat je wilde, en je vindt het belangrijk om je aan de afspraken te houden, dat zag ik wel’. Dit maakt de kans op herhaling van gewenst gedrag groter en geeft je kind de kans om zelf uit te vinden wat het belangrijk vindt.
  13. Bespreek met je kind na hoe het een volgende keer anders of nog beter geregeld kan worden. Wat kan helpen? Hoe zou een ander het bijvoorbeeld doen? Als er (kleine) suggesties zijn, herhaal deze dan op het moment dat je kind weer wil afspreken.

Ben ik dingen vergeten? Noem ze hieronder!