Archief van
Tag: sporten

Trainen in de turnselectie

Trainen in de turnselectie

Starten in de RTT turnselectie

Na ruim 2 jaar bij de Kweekvijver kregen we voor de zomervakantie in een eindgesprekje een advies voor Meia. Al eerder schreef ik over het turnen van Meia, waarmee ze al jong is begonnen. Ik had beloofd hier een vervolg aan te geven. Al sinds Meia 3 jaar is gaat zij met veel plezier naar gym. Was het in eerste instantie nog peutergym, inmiddels sluit zij straks aan bij het ‘echte’ turnen: ze mag meedoen met de RTT.

Einde van de kweekvijver

‘Huh!?’ Hoor ik je denken. Ja, ik heb ook maar vriendelijk geglimlacht toen dat werd uitgesproken, want ik heb geen kaas gegeten van die hele turnwereld, laat staan dat ik wist waar ze het over had. Gelukkig legt de trainster het nog eens geduldig uit: het Rayon Turn Toernooi (zei me nog niks, trouwens). In simpele taal: dit is de selectie binnen een vereniging, waarin ze een paar wedstrijdjes per jaar doen, op regionaal niveau.

Gelukkig geen topsport

Ah, dat was een opluchting. Natuurlijk had ik ook wel ingeschat dat Meia niet de nieuwe Sanne Wevers was, maar het is toch wel prettig als wordt bevestigd dat het geen toptalent is. Ja, je leest het goed, ik ben opgelucht dat ze dat niet is. Want dan kwamen we toch wel voor hele ingewikkelde keuzes te staan met ver reikende gevolgen. Hele dagen trainen, op jonge leeftijd al prestatiegericht opgevoed worden, de keuze maken voor sport in plaats van afspreken met vriendjes en vriendinnetjes… ik ben blij dat wij niet voor die keuzes staan, omdat ik niet zou weten of ik er goed aan zou doen. Of Meia me er later dankbaar voor zou zijn, of dat ze het gevoel zou hebben dingen te hebben gemist.

Sporten binnen de vereniging

Afijn, ik dwaal af. Gelukkig doet onze dochter straks ‘gewoon’ de selectie. Gezellig, met een cluppie andere meiden en bij haar oude vereniging. Daar is ze inmiddels ruim 2 jaar weg, dus ze zal wel weer even haar plekje moeten vinden. Gelukkig verhuizen er een paar andere meisjes mee naar de vereniging.

Andere weekplanning

Onze week zal er ook anders uit gaan zien. Ik ben best wel blij dat Meia nu wat minder gaat trainen. Hoewel het nog steeds 2 keer per week is, is er nu 2,5u per week, in plaats van 4 uur. Ik hoop dat daarmee wat meer tijd komt voor andere bezigheden. Gewoon, lekker afspreken of wat meer thuis aanrommelen. Wat relaxter.

Samenwerken

Het is ook leuk dat ze straks echt gaan leren hoe ze bepaalde oefeningen gaan uitvoeren. En hoewel turnen vrij individueel is (je voert de oefeningen tenslotte in je eentje uit), is het tegelijkertijd heel sociaal: je probeert als team gezamenlijk de meeste punten te halen op een wedstrijd. Dat waardeer ik aan deze sport. Het haalt de druk van het individuele presteren er een beetje af, en legt het accent op samen presteren. Kan voor Meia zeker geen kwaad.

Ouder-kind gym

Ik grapte een tijd terug al tegen de trainster van de Kweekvijver dat onze jongste telg binnenkort wel zou volgen. Om de daad bij het woord te voegen: binnenkort zal ik inderdaad starten met ouder-kind gym nu ze 2 jaar is. Ik kan niet wachten. Het lijkt me heerlijk om haar lekker te laten bewegen en energie kwijt te raken, en om dat samen te delen.

 

 

Zomerschool 2017

Zomerschool 2017

Naar school in de vakantie

Meia gaat naar de zomerschool. ‘Huh? Naar school in je vakantie? Wat doe je je kind aan?’ En toch is het super populair! Sinds vorig jaar is dit initiatief gestart in Dordrecht. Ik wist toen van het bestaan niet af en de school van onze kinderen deed er ook niet aan mee, dus het was ook niet aan de orde. Maar dit jaar kregen de kinderen vanaf groep 3 een briefje mee naar huis: of ze mee wilden doen aan de zomerschool.

Gemotiveerd

De laatste 2 weken van de vakantie gaan de kinderen naar ‘school‘. Maar alléén als je echt gemotiveerd bent. Zo werd er op school een presentatie gegeven over wat de zomerschool inhield en moesten de kinderen op ‘sollicitatie’ met de organisatoren om aan te tonen dat zij echt wilden. Wat houdt het in? Kort gezegd is het 10 dagen lang een combinatie van spelen, sport en leren. ’s Ochtends worden er bijvoorbeeld spelletjes gedaan rondom taal, spelling of rekenen. Tussen de middag wordt er samen geluncht en daarna is er de hele middag tijd voor spelletjes en sporten om de stof van die ochtend te verwerken.

Lange vakantie

De kinderen komen van verschillende scholen, die samenkomen op één plek. In totaal is er in Dordrecht op 3 plekken een zomerschool dit jaar en ze hopen dit komende jaren verder uit te breiden. Zoals ik eerder schreef is deze zomervakantie weer een beetje rommelig. We gaan niet op vakantie, en dan duren 6 weken best lang. Normaal gesproken zijn zomervakanties voor ons een behoorlijke uitdaging. Andere ouders heb ik het wel eens ‘de vloek van de zomervakantie’ horen noemen. Want het is nu eenmaal zo dat de meeste kinderen behoefte hebben aan de structuur en het vanzelfsprekende dagritme, zoals ze die kennen van het naar school gaan. De 6 weken zonder deze structuur drijft menig ouder tot wanhoop met hun kind.

Bewegend leren

Dus was ik heel erg blij dat Meia zo enthousiast werd van het idee van de zomerschool. Ze houdt ontzettend van gym en sport en dat er tijdens de vakantie geen sport is, is dan ook een gemis. Dat was de grootste motivatie om hier aan mee te doen: lekker actief bezig zijn. Daarnaast kan de hersengymnastiek geen kwaad, want ook daar kan ze wat energie in kwijt. Gelukkig wordt er in samenwerking met de scholen waar de kinderen vandaan komen, gekeken hoe het lesprogramma van de zomerschool zoveel mogelijk op maat kan worden gemaakt. Zo krijgt Meia gelukkig voldoende uitdaging en haalt ze voldoening uit deze dagen.

Activiteiten voor ouders

Maandag was een feestelijke opening: de kinderen werden onthaald met muziek, een springkussen en een polo-shirt van de zomerschool. Toen Meia bekenden zag van haar eigen school, was het ijs zo gebroken. Wat een leuke toevoeging is, is dat er activiteiten worden georganiseerd waaraan ouders ook mee kunnen doen. Een tip voor de volgende keer is wel om deze eerder bekend te maken, zodat ouders hun eigen planning er beter op kunnen aanpassen.

Andere kinderen

Ik ben blij dat dit wordt georganiseerd in onze stad. Meia heeft een leuke daginvulling en zo komt er ook even wat tijd vrij voor de jongste twee. Het is namelijk voor Fosse, als middelste kind, ook wel heel erg lekker om af en toe even de oudste te kunnen zijn, en ongestoord je gang te kunnen gaan zonder bemoeienissen van je grote zus. Voor iedereen wat winst dus. En wie weet, volgend jaar weer?

 

 

Avondwandeling

Avondwandeling

Wandelen als vakantieritueel

De zomervakantie is sinds wij kinderen kregen een beetje rommelige periode geweest. We hebben, toevallig, 3 zomerkindjes, waardoor ik dus driemaal beviel vlak voor of in de zomer. Die zomers zijn we niet op vakantie geweest. De vakanties ertussen werden gekenmerkt door herfstige temperaturen en stormachtige omstandigheden. Helaas voor ons, geen zon, zee, strand dus.

Niet op vakantie

En ook deze zomer loopt weer anders, nu we de sleutel van ons nieuwe huis kregen. Nu vind ik het natuurlijk helemaal niet erg dat we niet op vakantie kunnen, maar voor de kinderen vind ik het wel een beetje sneu. Vorig jaar hadden we eigenlijk voor het eerst een waanzinnig goeie vakantie, met goed weer en zonder moddervoeten in de tent die al doorzakt van de hoeveelheid regenwater die erop valt. En dat zou ik ons als gezin, maar vooral mijn kinderen vaker gunnen. Ze hebben het er nog steeds over.

Dagelijks naar buiten

Het is op de flat een kunst om dezelfde zomerervaringen voor ze te krijgen. Zon is er helaas al weken niet echt, en inmiddels is de temperatuur ook teruggezakt tot een magere 20 graden. Toch probeer ik de kinderen dagelijks buiten te laten spelen. Het helpt de energie kwijt te raken, ze doen vitamine D op en krijgen voldoende beweging. Ze hebben die ruimte ook nodig, nu alle sporten ook een zomerstop hebben.

Dus drink ik mijn koffie in de speeltuin naast de flat, wandel ik met ze door de straatjes naar de winkel en fietsen we naar het park, de speeltuin en de geitjes. Maar wat ik het allerfijnste ritueel vindt wat we nu hebben, is de avondwandeling.

Na het eten

Stiekem ben ik best wel gaar aan het einde van een dag met het zorgen voor de kinderen die in hoog tempo apenkooien door de woonkamer en met het proberen nog iets voor elkaar te krijgen op een dag. Om tijd te winnen, zorg ik dat het eten altijd klaar staat rond 17.00u, als Steef met een berenhonger thuiskomt van het klussen. Daardoor zijn we al vroeg klaar met eten en zijn de kinderen (volgens eigen zeggen) nog echt niet moe! Dan schuif ik alle vuile vaat de keuken in en hijs ik mezelf van de stoel, want: we gaan naar buiten!

De avondwandeling

Sinds de start van de vakantie gaan we, als het weer het toelaat, na het eten een avondwandeling maken. Gek genoeg is het rond dit tijdstip, ergens rond 18-19u, vaak erg mooi weer. Het lage avondzonnetje maakt het aangenaam en geeft de wereld mooie kleuren. Ik hijs de jongste in de draagzak, zodat ik daar geen omkijken naar heb en geniet van de kinderen die voor me uit rennen en op avontuur gaan door het hoge gras of langs de slingerpaadjes.

Relativeren

Het is even een moment om te relativeren. Van de beweging ontspan je, en in de buitenlucht zijn alle kleine en grote strijdjes van de dag ineens een stuk beter te overzien. De kinderen staan stil bij muizenholletjes, slakkenhuizen of andere ‘schatten’ langs de weg, die je dwingen om de aandacht naar het kleine geluk te brengen. Ze smokkelen bergen steentjes in hun zakken mee en maken allerlei plannen voor de komende dagen.

Fijne herinnering

De zon en het lopen maakt rozig, en als we dan weer moe thuis aankomen, is het naar bed gaan gelukkig ook een strijd minder. Vaak laat ik ze van tevoren al hun pyjamaatjes aantrekken en tanden poetsen, dan kunnen ze zo in bed worden geschoven. Geen verhaaltjes, zoals ik gewend was altijd te doen, maar ik weet zeker dat dit bijdraagt aan een fijne vakantieherinnering en een moment van ontspanning in alle hectiek.

Sporten van jongs af aan

Sporten van jongs af aan

Turnen met 2 jaar

Meia zit op turnen. Al sinds haar 2e jaar. En als ik het zo opschrijf denk ik ook direct: jemig, was dat nodig, zo vroeg? Ik zal uitleggen hoe dat is gegroeid. Ik schreef al eerder over haar tomeloze energie en onze zoektocht om dat in goede banen te leiden. Zo kwamen we struinend op het internet uiteindelijk bij peuter/kleutergym. De officiële startleeftijd was 3 jaar, maar ik waagde en gokje en vroeg of ze een keertje op proef mocht komen. Zo gezegd, zo gedaan en de week daarop zat ik in een gymzaal te kijken naar mijn kleine wervelwind, die met een big smile over de tumble baan sprong en aan de ringen slingerde. Het was een feest. Voor haar om te doen, maar ook voor mij om er naar te kijken. Om te zien hoe ze genoot, hoe ze helemaal haar ei kwijt kon.

Peuter/kleutergym

Ik wist het toen nog niet, maar het was de start van een fanatieke hobby. De peuter/kleutergym mag nog niet de naam turnen hebben natuurlijk. Het is een horde kleintjes die gaan klimmen en klauteren en in kleinere groepjes verschillende oefeningen doen. Toch wordt er ongemerkt veel geleerd. Dat werd direct de eerste keer duidelijk, toen Meia doodleuk vooraan de rij aansloot of halverwege het springkussen er weer op klom. Ze had geen notie van ‘op je beurt wachten’, ‘in de rij staan’, of ‘achteraan aansluiten’. Het hele ‘rekening houden met elkaar’ was natuurlijk nog volop in ontwikkeling met haar 2 jaar. De gymlessen droegen daar ongemerkt erg aan bij.

Zelfvertrouwen

Meia vond de gymlessen zó leuk, dat ze eigenlijk wat vaker zou willen gaan. Toevallig is een vriendin van mij ook trainer bij deze vereniging en had zij op dat moment ruimte in haar lessen. Ze stelde voor om Meia daar mee te laten doen. Meia was op dat moment bijna 4 jaar, maar de lessen waren eigenlijk vanaf 6 jaar. Omdat ze het toch graag wilde proberen, ben ik de eerste paar keren meegegaan. En algauw kreeg ze de smaak te pakken. Als jongste van die groep, werd ze in de watten gelegd door de andere meisjes en leiding, en bouwde ze zelfvertrouwen op om met de oefeningen mee te doen. Na een paar maanden merkte ik zelfs dat Meia deze lessen leuker vond dan de peuter/kleutergym.

Turntalentjes

Toen Meia een tijdje bezig was met de lessen bij mijn vriendin, kwam er een oproep voor alle meisjes uit het geboortejaar van Meia, om een zaterdagochtend te gymmen. Dit werd georganiseerd vanuit de kweekvijver, een soort overkoepelende vereniging van alle gymverenigingen uit Dordrecht. Ik kende het hele bestaan toen nog niet, maar zij houden zich bezig met het opleiden van jonge turntalentjes. De genoemde ochtend wordt jaarlijks georganiseerd om nieuwe turntalentjes te vinden.

Jury

Omdat ik wist dat Meia het leuk vond om lekker bezig te zijn, besloot ik haar op te geven. Op dat moment was ik hoogzwanger van Signe, dus ik had de tijd om die ochtend te blijven kijken. En dat was genieten: het was een goed georganiseerde ochtend, waarbij de kinderen met verschillende oefeningen aan de gang mochten. Het had ook direct iets officieels, want overal stonden juryleden driftig te schrijven. Ik verbaasde me toen al over het fanatisme dat onder sommige ouders heersten. Zo hoorde ik een ouder verkondigen dat sommigen echt geen turnlijf hadden of over de grote beloftes die haar dochter zou verkondigden.

Bewegen voor je plezier

Ik kan er alleen maar om grinniken. Vanaf moment 1 hebben we een sport gekozen omdat we voelden dat ons kind hier behoefte aan had. Haar plezier in het bewegen en de sport was en is daarom altijd leidend voor eventuele beslissingen hierin. Soms vind ik het jammer dat ouders hun eigen behoeftes, wensen of verwachtingen onvoldoende kunnen loskoppelen van die van hun kroost. Aan het einde van deze sportochtend werd voor alle meisjes geapplaudisseerd, en na beraad van de jury, kregen alle meisjes een envelop mee. Hierin stond of het kind werd uitgenodigd om 3x op proef mee te trainen met de kweekvijver.

Uitgekozen

Pas op dát moment dacht ik na over de eventuele gevolgen. Meia sportte nu tweemaal per week, wat ik al best veel vond voor een vierjarige. Als ze zou worden uitgenodigd, mocht ze bij de kweekvijver op proef 2 uur per week meetrainen. Dat zou sowieso teveel zijn. Ze moest tenslotte ook nog kunnen afspreken met vriendjes en gewoon lekker kunnen spelen en ontspannen. Ik wist dat er maar weinig kindjes werden uitgekozen, dus ik was behoorlijk overrompeld toen Meia inderdaad mocht komen meetrainen! Direct worstelde ik met de vraag: hoe breng ik dit over?

Geen prestatiedruk

Ik had over die ochtend enkel gezegd dat ze een keertje extra mocht trainen, voor de lol. Ik besloot er het volgende over te zeggen: ‘Meia, ze zagen dat je zoveel plezier had in het gymmen en daarom mag je, als je wilt, ook nog 3 keer komen om te kijken of je het leuk genoeg vindt om daar mee te doen’. Heel bewust heb ik altijd het prestatiestuk eruit gelaten, omdat ik wil dat ze het alleen doet omdat zij het wil, omdat ze het leuk vindt. Daarom benadruk ik alleen maar haar inzet en plezier, omdat ik weet dat opmerkingen als ‘goed je best doen’ bij haar alleen maar leiden tot onzekerheid en bovendien niks uithalen: als ze het leuk vindt, doet ze toch al haar best.

Proeftrainingen

Ze reageerde enthousiast op de uitnodiging en we besloten de gok te wagen. Wie weet zou de vereniging na 3x toch besluiten niet door te gaan en was er niks veranderd. Maar na de 3x trainen werden wij als ouders op gesprek gevraagd. De leiding vertelden dat ze onze kinderen graag officieel lid wilden laten worden en er werd ook uitgelegd wat dit precies inhield.

Consequenties

De kweekvijver is van de VSGD (Vereniging Samenwerkende Gymverenigingen Dordrecht), en duurt maximaal 2 jaar. In eerste instantie zijn de trainingen 1x per week, maar wel 2 uur achter elkaar. Elk halfjaar worden de ouders op gesprek gevraagd en wordt geëvalueerd hoe het kind het doet en of het door mag of niet. Ook wordt gekeken of het kind in aanmerking komt om eventueel 2x per week 2u te trainen. Na het tweede jaar wordt uiteindelijk een advies uitgebracht voor een vervolg. Hierbinnen zijn veel verschillende mogelijkheden. Er wordt gekeken naar de specifieke sterke kanten van het kind, en wat daarbij aansluit. Zo kan bij het ene kind gedacht worden aan ritmisch gym, of bij een ander kind aan springen. Er wordt ook gekeken naar het niveau: sommige kinderen mogen mee gaan trainen bij de selectie van een vereniging, en een enkeling mag in de Dordtse selectie. Dit laatste is de hoogst mogelijke uitkomst en heeft naar mijn idee wel ingrijpende consequenties voor het kind (en het gezin). Want hierin wordt namelijk getraind voor het nationaal niveau. In de turnhal waar je ukkies trainen, trainen dan ook oudere dames, waar dus zomaar een Nederlands kampioene tussen kan zitten.

Kijkdagen en gesprekjes

Intussen zit Meia nu in haar tweede jaar bij de kweekvijver en traint ze 2x 2 uur per week. Toen ze begon bij de kweekvijver, hebben we dan ook de andere turnlessen opgezegd, om ook tijd vrij te houden voor andere dingen. Eens in de zoveel tijd zijn er kijkdagen, waarop ouders, brusjes, familie en vrienden mogen kijken naar de vorderingen tot nu toe. Het is heerlijk om te zien hoe enthousiast en serieus al die kleintjes met hun sport bezig zijn. En iedere keer zie je weer nieuwe dingen. De gesprekjes met de ouders volgen vaak in diezelfde periode. En in één van de gesprekjes legde de trainster een keer uit wat het volgen van de trainingen betekent voor de ontwikkeling van de kinderen, wat me erg aan het denken zette.

Waar doe je goed aan?

Natuurlijk twijfelen wij ook wel eens of we er wel goed aan doen om Meia zo veel en vaak te laten trainen op haar jonge leeftijd. Aan de andere kant vindt zij hier het plezier, kan zij haar energie kwijt, krijgt ze uitdaging en dat brengt haar uiteindelijk veel rust. Maar er wordt aan nog veel meer vaardigheden gewerkt, vertelde de trainster. Het schijnt dat turnen één van de meest effectieve sporten is: het wordt wel eens de moeder van alle sporten genoemd, omdat alles wat je met turnen leert, ook van pas komt in andere sporten. Stel nou dat ons kind uiteindelijk een andere sport wil doen, dan heeft het dus al een voordeel dat het bepaalde basishoudingen of bewegingen kan uitvoeren en dus makkelijker kan invoegen.

Stukje opvoeding

Maar er was nog iets veel belangrijkers wat de trainster aan de orde liet komen. Het vele sporten betekent dat ze elke week 4 uur in de gymzaal staat. De trainster gaf aan dat de trainers daarmee ook een deel van de opvoeding op zich nemen en dat uitwisseling tussen trainer en ouders van belang is om het kind lekker in zijn vel te laten zitten. Daar kan ik helemaal achterstaan en ik vind het prettig dat de vereniging ook die verantwoordelijkheid wil nemen. Ze benadrukte dat het belangrijk is elkaar op de hoogte te houden van de gebeurtenissen in het dagelijks leven, omdat dit wellicht invloed kan hebben op het sporten. Andersom zorgen zij ervoor dat er gewerkt wordt aan hele belangrijke vaardigheden zoals rekening houden met elkaar, samenwerken, doorzettingsvermogen, zorg dragen voor de spullen (samen opruimen), etc. Zo krijgen de kinderen bijvoorbeeld stickers of plaatjes wanneer zij een oefening onder de knie hebben of worden zij eens in de zoveel tijd in het zonnetje gezet.

Doelgericht

Als ik terugkijk op de afgelopen jaren, kan ik wel stellen dat Meia echt sportief is en niet zonder bewegen kan. Ze geniet ook heel erg van de gymlessen op school en bijvoorbeeld buiten spelen. In de periode dat ze bij de kweekvijver zit, is ze doelgericht geworden. Ze heeft geleerd dat ze ergens voor moet oefenen om iets te kunnen. Zo heeft ze intussen de handstand en de radslag onder de knie, waar ze hard voor heeft geoefend. Nu wil ze graag de split en spagaat kunnen en is ze trots op haar eigen prestaties. Ze heeft ook echt haar voorkeuren ontwikkeld: met name de toestellen waar ze haar armen kan gebruiken zijn favoriet. Zoals de touwen, de brug en de ringen.

Sterke en minder sterke kanten

Laatst hadden we weer een gesprekje. Meia mag door met trainen, en heeft intussen zichtbare sterke en minder sterke kanten. Zo vertelden de trainsters dat sommige kinderen een natuurlijke lenigheid hebben. Meia heeft die niet (dat heeft ze vast van mij). Haar sterke kant is juist haar kracht: zonder voeten te gebruiken in een touw omhoog klimmen, dat kan ze bijvoorbeeld. Ik ben benieuwd hoe ze zich verder zal ontwikkelen en welk advies zij uiteindelijk zal krijgen. Maar het is nu al te zien welke voordelen zij heeft door o.a. die krachtontwikkeling: de zwemles verloopt vlot, en ze heeft ook flink uithoudingsvermogen.

Volgen in ontwikkeling

Ongeacht hoe het loopt en wat Meia wil, we blijven haar volgen in haar ontwikkeling en interesse, zoals we dat ook doen bij onze andere twee guppen, die daarin weer heel anders zijn. We bekijken steeds per keer waar ze staat en wat de opties zijn. Proberen kan altijd, zolang ze dat wil. Het enige lastige vind ik dat we mogelijk beslissingen moeten nemen die zij niet goed kan overzien. Maar dat zien we dan wel weer. We keep you posted!

 

Toename in psychische problemen

Toename in psychische problemen

Zorgen over de toekomst

Niet om melodramatisch te gaan doen, maar ik wil toch iets van mijn hart. Ik maak me zorgen over de ontwikkelingen binnen onze maatschappij en de effecten ervan op de psychische gezondheid van kinderen en jongeren. Er is sinds 2015 een nieuwe jeugdwet, waardoor de psychische zorg voor kinderen en jeugd niet meer via zorgverzekeraars loopt, maar wordt geregeld via de gemeente. Sindsdien worden eigenlijk overal noodklokken geluid. Dat is niet zo gek: er bestond een systeem dat door de jaren heen steeds verder is ontwikkeld, en redelijk liep. En ineens wordt dan binnen no-time alles op zijn kop gegooid, en wordt er zogezegd een nieuw wiel uitgevonden. Maar helaas eentje die niet goed rolt, zo blijkt.

Meer jongeren met problemen

Naast alle administratieve rompslomp, onzekerheden en onduidelijkheden die de nieuwe jeugdwet met zich meebrengt, is er bovendien nog een andere ontwikkeling gaande. Die tweede ontwikkeling loopt eigenlijk parallel aan de eerste, maar dan wereldwijd. Er is namelijk een toename in psychische problemen bij kinderen en jongeren. Zelfs zo erg, dat de Wereldgezondheidsorganisatie spreekt van een epidemie. Deze trend zet zich voort, wat betekent dat er steeds meer kinderen en jongeren psychische zorg nodig hebben, ook in Nederland. Daarom is het des te frustrerender voor ons als hulpverleners, dat er op deze hulp wordt bezuinigd. En niet zo’n beetje ook.

Gevolgen van de nieuwe jeugdwet

Zo wordt ons budget van 2017 maar liefst 11,5% minder dan die van 2016. En dat, terwijl er steeds meer mensen hulp nodig hebben. Bovendien gaat heel veel tijd op aan het eindelijk aanleveren van cijfers, je werkzaamheden verantwoorden en controleren of deze processen goed lopen (helaas gaat nog het te vaak mis), waardoor er minder tijd over blijft om cliënten te zien. Het voelt daarom ontzettend dubbel, dat je als praktijk groeit en populair bent, dat er steeds meer aanmeldingen blijven komen, maar dat je aan de andere kant weet: we kunnen niet iedereen helpen, want straks is het geld op, en dan?

Geen geld door bezuinigingen

Het gaat rechtstreeks tegen onze visie als hulpverleners in: je hebt dit vak geleerd om anderen te helpen. Ik ben van mening dat iedereen recht heeft op psychische hulp, dat hierin geen drempel mag zijn. Want uiteindelijk heeft de hele maatschappij baat bij psychisch gezonde mensen. Maar die drempel wordt wel opgegooid nu. We worden min of meer gedwongen een wachtlijst te maken, omdat er teveel werk is voor te weinig mensen. Er is werk zat, maar geen geld om het te vergoeden. Dat wringt.

Epidemie van psychische problemen

En als je dan de cijfers van de World Health Organisation (WHO) leest, dan kan ik me daar nog bozer om maken. Waarom wordt door de maatschappij deze negatieve trend bevorderd? Ik snap dat er bezuinigd moet worden, maar waarom wordt er geen rekening gehouden met effecten op de lange termijn? Ongeveer 30% van de jongeren (15-30 jaar) wereldwijd heeft namelijk psychische problemen. Hiervan komen verslavingen het meeste voor (15 tot 20%), maar ook depressies (10 tot 15%) en allerlei angststoornissen (5 tot 15%). Ook heeft 2-5% een eetstoornis en 2-3% een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Niet kunnen voldoen aan verwachtingen

Van de jongeren tussen de 14 en 25 jaar geeft zo’n 60% aan dat ze zich slecht voelen, omdat ze denken niet aan andermans verwachtingen te kunnen voldoen. En 1 op de 3 van de jongeren heeft het gevoel dat ze hun problemen niet aan kunnen. Daar schrik ik van! Dit geeft de noodzaak aan voor tijdige hulp, voordat de problemen steeds ernstiger en hardnekkiger worden. En duurder dus, bovendien.

Langer wachten met aanmelden

En dat ze steeds ernstiger worden, merk ik ook in de aanmeldingen. Sinds de crisis wachten mensen sowieso al langer met aanmelden van hun kinderen, uit angst dat het hen geld kost. Maar ook sinds de nieuwe jeugdwet was er wat huivering, omdat het vaak nog onduidelijk was. Als ouders hun kroost dan uiteindelijk hadden aangemeld, waren de problemen in veel gevallen al vergevorderd. Daardoor is naar mijn idee het werk ook zwaarder geworden. Dat wordt nu extra puzzelen, omdat je gebonden bent aan een beperkte tijd dat je mag behandelen.

Meer zelfmoord onder jongeren

Als je bijvoorbeeld kijkt naar zelfmoord, dan zie je ook in de suïcidecijfers een toenemende trend. In België is het zelfs de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren tussen de 15 en 24 jaar. Jongeren doen meer dan anderen pogingen om zich van het leven te beroven: 10% van de 18-jarigen zegt dit al vaker te hebben overwogen. Bij meisjes is dit zelfs 20%.

Rollen om te vervullen

Het heeft ook te maken met de maatschappij van nu, de omgevingsfactoren waar jongeren mee te dealen hebben, zogezegd. Ik merk het zelf ook: er worden veel verwachtingen aan je gesteld en het is soms koorddansen en tegelijk jongleren om alle ballen hoog te houden.  Je moet tegenwoordig, meer dan ooit, zoveel rollen vervullen: binnen de familie, vriendenkring, je werk, studie, spiritueel, cultureel… Voor een jongere die nog zo kwetsbaar is, en midden in zijn ontwikkeling zit, is dit moeilijker dan voor wie dan ook.

Hogere verwachtingen

Die rollen die we als mens moeten vervullen, komen door de verwachtingen van anderen. En die verwachtingen zijn steeds hoger geworden, bijvoorbeeld voor het succesvol zijn op school en in je opleiding. De verwachtingen doen bovendien nog iets schrijnenders: we streven met z’n allen steeds meer naar individualiteit, naar eigen succes, naar status, een hoger salaris en meer spullen. Hiermee wordt direct narcisme in de hand gewerkt, en aan de andere kant de intrinsieke motivatie afgekalfd. Hoe mooi zou het zijn, als je als jongere gewoon een opleiding kiest omdat je echt passie hebt voor het werk? Hoe fijn zou het zijn als de omgeving daarin kon aanmoedigen, zonder hierin te oordelen? Helaas blijkt dat dus steeds minder voor te komen.

Hersenontwikkeling in puberteit

In de puberteit, vanaf een jaar of 11, tot een jaar of 25-30, zijn de hersenen in volle vaart aan het ontwikkelen. Niet voor niks is dit voor jongeren en hun omgeving een pittige tijd. De snelle hersenontwikkeling wordt bovendien sterk beïnvloedt door de ervaringen die jongeren opdoen in hun omgeving, zoals met vrienden of hun ouders. En de verschillende hersenfuncties ontwikkelen zich grillig en niet tegelijkertijd. Dat tieners lekker uit de pan schieten is dan ook niet meer dan normaal.

Executieve functies

Zo is het emotionele gebied in de hersenen, het limbisch systeem, eerder ‘klaar’ dan de pre-frontale cortex (weet je nog? Die van de executieve functies). Voor je nu aan je hoofd krabbend en met lege blik afhaakt: de vaardigheden zoals op de lange termijn kijken, bedachtzaamheid, plannen, organiseren, timemanagement, reflecteren op jezelf en jezelf onder controle houden zijn voorbeelden van die executieve functies. Maar die beginnen zich dus pas rond je 15e te ontwikkelen, wat betekent dat jongeren emotioneel gezien als het ware ‘op scherp’ staan: er hoeft maar iets te gebeuren, of er is een kwetsbaarheid ontstaan…

Gezonde emotieregulatie

Niet gek dus, dat ik het gros van de tijd in behandelingen bezig ben met het bevorderen van een gezonde emotieregulatie bij deze leeftijd. Jongeren hebben nog de afhankelijkheid van hun omgeving, omdat zij zelf de vermogens missen om met hun ingewikkelde emoties om te gaan. En omdat het wel een essentiële vaardigheid is om tot een stabiel en evenwichtig persoon op te groeien, besteedt ik hier veel tijd aan.

Stress leidt tot schade

Jongeren willen voldoen aan al die eerder genoemde verwachtingen, net als volwassenen trouwens. Maar kinderen zijn nog een stuk loyaler hierin, en kunnen door te hoge verwachtingen veel stress ervaren. En laat stress nou precies hetgeen zijn wat je niet kunt gebruiken in deze tijd, als de hersenen zich zo drastisch ontwikkelen. Want teveel stress leidt simpelweg tot hersenschade. Ook de kans op gevoelens van faalangst en perfectionisme nemen dan toe, wat ervoor kan zorgen dat jongeren in een isolement raken of falen in hun werk. Niet voor niets zijn de werkloosheidscijfers onder jongeren zo hoog.

Risicofactoren in de leefstijl

Ik ben nog niet klaar hoor, helaas. Want het zijn niet alleen kwetsbaarheden door de hersenontwikkeling en de verwachtingen vanuit de omgeving, het is ook de totale leefstijl die zo erg is veranderd de afgelopen jaren, dat de gevolgen daarvan nu pas steeds duidelijker worden. Even een paar voor de hand liggende, maar daarom niet minder belangrijk:

  • Er wordt steeds slechter gegeten, dus ook door jongeren. Het is sowieso bekend dat zij in de puberteit een natuurlijke behoefte hebben aan meer vet (voor de ontwikkeling van de hersenen). Helaas speelt de voedselindustrie niet in op wat gezond is voor mensen, maar op wat er geld oplevert. In plaats van de broodnodige omega 3 en omega 6 vetzuren, eten de meeste jongeren dus de schadelijke vetten in o.a. fastfood en de meeste etenswaren uit pakjes of zakjes.
  • Hetzelfde geldt voor suikers: in steeds meer voedselproducten zit suiker. Deze geven insulinepieken en dips in de bloedsuikerspiegel, waardoor jongeren opnieuw gaan eten. Uiteindelijk leidt dit tot o.a. obesitas, maar de suikerpieken geven ook ontstekingen in de hersenen, waardoor klachten ontstaan zoals slechte concentratie, geheugenproblemen, prikkelbaarheid, meer angst en impulsiviteit.
  • Niemand kijkt nog gek op als een ouder vertelt dat zijn 16-jarige zoon tot diep in de nacht aan het gamen is. Het is intussen bijna normaal geworden dat jongeren laat naar bed gaan. In zekere zin is dat ook zo: ze hebben pas later afgifte van het inslaaphormoon melatonine, en daardoor biologisch gezien een heel ander slaapritme. Helaas dwingt het schoolsysteem ze om op tijd op te staan, wat dus leidt tot een slaaptekort in zo’n 50-70% van de jongeren. Ook slaaptekort leidt tot klachten zoals meer angst, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, slechtere cijfers en meer impulsief gedrag. Op de lange termijn raak je door het slaapgebrek gedemotiveerd en heb je een veel hogere kans op depressie.
  • Nog een inkoppertje: jongeren sporten steeds minder. Zo’n 40% (dus bijna de helft!) van de mensen sport niet of nauwelijks. Ernstig, want niet sporten vergroot de kans op depressie met maar liefst 25%!
  • Een probleem van deze tijd: cyberpesten, problemen via social media, waar veel jongeren worden geïntimideerd. Dit blijken belangrijke triggers voor ontwikkeling van psychische problemen.

Veerkracht als bescherming

Zo lezend lijkt het toch bijna een wonder dat er nog jongeren zijn die ‘goed gelukt’ zijn. Door mijn werk heb ik wellicht ook een wat vertekend beeld van de realiteit (dat hoop ik althans). Hoewel ik ook regelmatig jongeren tegenkom, die zo krachtig zijn en waarbij het een wonder is dat zij zich staande kunnen houden, ondanks alles wat zij meemaken. Dat is de veerkracht, die sommigen van ons hebben. En natuurlijk betekenen alle ontwikkelingen binnen de zorg en de bovengenoemde zaken niet dat een jongere automatisch psychische problemen krijgt. Het zijn risicofactoren. Hoe meer hiervan aanwezig zijn, hoe meer kans op problemen.

Triggers en risico’s

Zoals bij volwassenen ook vaak het geval is, is er vaak een trigger, waardoor er ineens problemen ontstaan. Denk aan een ingrijpende gebeurtenis, scheidende ouders, verraden worden door vrienden, een overlijden van een dierbaar iemand… Tot die tijd leek alles goed te gaan, maar na zo’n gebeurtenis komen ineens klachten naar voren. Maar nog steeds komen de meeste jongeren zonder al te veel kleerscheuren door deze periode. Maar, en dat is dus mijn zorg, dat worden er naar verhouding dus wel steeds minder.

Bezorgdheid

En hoe is het dan in vredesnaam mogelijk dat hier op wordt bezuinigd? Een gezond opgroeiende jongere is een investering in de toekomst, die, als het goed functioneert, de maatschappij juist veel oplevert. Het is vanuit die optiek voor mij onbegrijpelijk dat ik nu tegen mensen zou moeten zeggen: nog even geduld, ik heb geen plek, geen tijd voor u, geen geld om je probleem te behandelen. Om mensen naar huis te sturen, op het moment dat zij die belangrijke stap hebben genomen om te bellen. Vaak na zo lang overwegen, even aankijken, doormodderen, nog eens proberen. Tot het genoeg was, tot het niet langer ging, tot de nood te hoog werd. Ik ben bang dat wij mensen uit beeld verliezen, dat ze tussen de mazen van het net glippen, omdat er niet direct op de hulpvraag van mensen kan worden ingespeeld. En als ik dan de bezorgde berichten lees van de WHO wordt deze bezorgdheid alleen maar bevestigd.

Visie vasthouden

Hoe klein we ook zijn, als kleine vrijgevestigde, we houden onze visie hoog en blijven handelen naar ons geweten, proberen waar we kunnen de invloed uit te oefenen. Het is een spanningsveld, eentje waarin ik soms overwerkt raak en mezelf streng moet toespreken me niet gek te laten maken. Mijn supervisor van de opleiding symbooldrama zei al jaren tegen ons: laat je niet gek maken, blijf gewoon je werk doen. En mijn werk, dat is mensen helpen bij hun psychische problemen. Dus dat doe ik.

7 redenen om je kind te laten sporten

7 redenen om je kind te laten sporten

Een pleidooi voor meer beweging voor je kind

“Plan het maar op maandagmiddag, dan heeft ie toch gym”. Het is een zin die ik regelmatig hoor en die me steeds meer tegen gaat staan. Cliënten willen, begrijpelijk, hun afspraken zoveel mogelijk buiten school. Maar de praktijk dwingt ons er toe af en toe onder schooltijd een afspraak te plannen. En de reflex van veel ouders is dan om deze momenten te plannen op momenten van gymnastiek op school. In de veronderstelling dat dit het minst belangrijke vak is. In de veronderstelling dat er in de lessen zoals rekenen en taal pas écht geleerd wordt. For your information: dit klopt niet. Sterker nog, wanneer je kind moeite heeft om goed mee te komen op school, kun je hem of haar maar beter regelmatig laten sporten! Want sporten is niet alleen goed voor je gezondheid, sporten maakt je slim!

Sporten maakt slim!

Wanneer je nog niet overtuigd bent om de afspraken voortaan om de gymlessen heen te plannen, volgen hier de voordelen en effecten van sporten op een rijtje:

  1. Sporten is goed voor je humeur, doordat de aandacht wordt verschoven van zorgen naar lichamelijk bezig zijn.
  2. Door sporten produceer je dopamine, wat o.a. parkinsonklachten tegen gaat en je controle over bewegingen verbeterd. Daarnaast komt er trypofaan vrij, die helpen emoties te verwerken en grofweg dezelfde effecten hebben als antidepressiva (maar dan zonder schadelijke bijwerkingen!).
  3. Door te sporten neemt stress af, doordat de cortisolhuishouding weer op peil komt. Dit is gunstig voor doelgericht gedrag en oproepen van informatie uit je geheugen.
  4. Op de lange termijn maakt sporten het brein jonger: er komt meer grijze stof in de hersenen waardoor bijvoorbeeld de voorste gebieden (frontale cortex) beter werken. Deze gebieden heb je nodig voor doelgericht gedrag, plannen, organiseren, en andere complexe vaardigheden.
  5. Op de lange termijn maak je nieuwe hersencellen aan, waardoor je brein vitaal blijft en je geheugen goed of zelfs beter gaat werken.
  6. Door aan je conditie te werken wordt de verbinding tussen de zenuwcellen beter, waardoor informatie gemakkelijker tussen gebieden kan worden overdragen.
  7. Regelmatig sporten verbetert de executieve functies van je kinderen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er een grote verbetering te zien is in de aandacht (concentratie), het lange termijngeheugen en het werkgeheugen. Dus zéker voor kinderen die hier moeite mee hebben, is sporten aanbevolen!

Zoektocht naar de juiste sport

Dit is even een lijstje om te prikkelen, want er volgen komende tijd nog meer artikelen over dit onderwerp. Waarom ik me hier hard voor maak? Ik ben nooit zo opgegroeid met sporten. In tegenstelling tot veel van mijn toenmalige klasgenootjes op de basisschool en middelbare school, had ik geen vaste vereniging, geen tweede ‘basis’ om op terug te vallen. En dat heb ik toch wel eens gemist. Mijn sportervaringen op jonge leeftijd vielen in de categorie ‘blauwe maandagen’ en ‘proeflessen’ en bloedden vaak dood door ‘omstandigheden’. Zat ik op jazz ballet, werd ik ziek toen de uitvoering was. Zat ik op wedstrijdschaatsen, wilde mijn moeder niet naar andere ijshallen rijden toen ik verder kwam. Zat ik op street dance, stopte mijn vriendin er mee. Met andere woorden: sporten kwam niet van de grond.

Uit eigen ervaring: de voordelen

Ook in mijn volwassen leven heb ik altijd gezocht en geprobeerd. Jarenlang heb ik met wisselend succes gefitnessd, maar merendeel van de tijd moest ik mijzelf hier naartoe slepen. Anderzijds genoot ik ervan als ik resultaten boekte, vooruitgang bemerkte. Ik probeerde van alles: bodypump, zwemmen, bootcamp, zumba, fitness, spinning, hardlopen… Tot ik begon bij NatuurlijkSportief en mijn passie vond. Sindsdien ben ik om. Van 0,0 conditie na de geboorte van mijn 3e, naar hardloopwedstrijden en 4 uur sporten per week. En de voordelen die ik merk?

  • ik ben sterk, fit, heb weer conditie
  • ik ben gelukkig, heb mijn passie gevonden, kijk uit naar de trainingen, lach veel en maak lol met anderen
  • ik heb energie, slaap goed, concentreer me beter en heb geen wegtrekkers meer op mijn werk
  • ik ben alert, ondernemend, zit vol ideeën en het lukt me beter om deze ook uit te voeren

Gelukkig door bewegen

Kortom, een bewijs dat het lijstje met voordelen van sporten inderdaad klopt. En dáárom maak ik me er hard voor dat kinderen voldoende sporten en bewegen. Natuurlijk geldt dat voor mijn eigen kinderen, maar ik probeer ook anderen hier bewust van te maken. Want zoals ik ook heb ervaren: je beseft pas wat het sporten oplevert, als je het doet. Sporten maakt slim én gelukkig. Plan daarom liever afspraken om de gym-uurtjes heen, ze zijn al zo schaars.

 

 

Ruimte nodig hebben voor je energie

Ruimte nodig hebben voor je energie

Ontwikkelingsdrang

Mijn dochter was 3 jaar, ik zie mezelf nog zitten: internet afstruinend naar een activiteit voor mijn beweegmonster. Ik voelde me een beetje alleen, en nog wel eens. Onze kinderen hebben Ruimte nodig. Met hoofdletters. Uiteindelijk vond ik een activiteit: peuter/kleutergym, eigenlijk vanaf ongeveer 4 jaar, maar Meia mocht gelukkig meedoen. Want wat had ze dat nodig. Het was zomervakantie, dus geen peuterspeelzaal of andere activiteiten om zich op te richten en we liepen zowat tegen de muren op. Vooral als het regende was het huis te klein. Figuurlijk, maar ook letterlijk!

Frustratie

Ik wist het al vanaf de babytijd. Altijd boos en gefrustreerd als ze iets wilde dat haar nog niet lukte. Wilde altijd nét meer dan ze op dat moment kon. En gillen dat ze dan deed! Stilzitten was er niet bij, slapen deed ze ook al liever niet. Altijd maar in de weer, in beweging, als een spons alles in zich opnemend. Niks willen missen van het leven, een tomeloze ontwikkelingsdrang. Echt baby is ze daarom voor mijn gevoel nooit geweest.

Altijd willen bewegen

Met 4 maanden tijgerde ze door de kamer, met 6 maanden kroop ze en met 7 maanden liep ze langs de tafel. Er was geen houden aan. En dat tempo hield ze vast, tot de dag van vandaag. Maar iedere keer was het zoeken geblazen: hoe sluit ik aan bij haar behoeften? Wat kan ik voor haar doen? Want ze leek niet snel tevreden, wilde bewégen, vrij zijn. Zodra ze vast werd gezet (maxi-cosi, kinderstoel, de fiets) zette ze het op een brullen. Ze voelde zich denk ik begrensd en vocht om vrij te komen.

Op vakantie naar Marokko, 3 uur vliegen. 11 maanden was ze op dat moment, toen ze op schoot vastgezet moest worden in de gordels. En we hadden pech, want er was turbulentie, dus moest ze nog langer in de gordels. Nou, de medepassagiers hebben het geweten: “ach heeft ze zo’n last van haar oren”. Nee hoor mevrouw, ze moet blijven zitten, dát is het probleem. Wij hadden trouwens wel last van onze oren. Door haar gekrijs.

Exploratiedrang

En zodra ze kon lopen werd de wereld om haar heen groter, net als voor elk ander kind. De mogelijkheden waren eindeloos, wat in de praktijk inhield dat ik kilometers heb gemaakt achter Meia aan, in haar exploratiedrang. Genieten, op het moment dat ik het toe kon staan en mijn eigen plannen kon laten varen. Frustrerend, op veel andere momenten, waarop ik op tijd ergens moest zijn of Fosse mijn zorg opeiste.

Wat was ik daarom blij dat ik de peutergym had gevonden! Een activiteit waarin ze haar energie kwijt kon, een moment voor zichzelf, en waarop ze tegelijk andere vaardigheden leerde. Op haar beurt wachten, rekening houden met anderen, je lijf leren beheersen. Om maar wat te noemen.

Naar buiten!

En voor de overige uren in de week was het zoeken geblazen. Naar buiten! Was het credo. Haar beweegdrang en energie dwong ons tot creativiteit in de vrije momenten. Veel wandelen, fietsen, naar de speeltuin, voetballen op het plein, zelf leren fietsen, buiten spelen met andere kinderen en nieuwe plekken ontdekken.

En Fosse groeide intussen op, motorisch ook vlot en vaardig, maar gelukkig geduldiger en zonder frustraties. Hij profiteerde mee van de uitjes die we als gezin ondernamen en groeide daarmee op met dezelfde waardering voor bewegen en buiten spelen.

Buiten spelen

Wat prijs ik ons gelukkig met onze kindvriendelijke wijk, met een binnenplein waar de kinderen naar hartenlust veilig kunnen spelen. Ik realiseer me dat dit lang niet meer vanzelfsprekend is tegenwoordig. Zeker nu ik zelf de passie voor het sporten en bewegen weer heb hervonden, besef ik des te meer hoe belangrijk het is om te bewegen en je lijf te gebruiken. Het maakt je gelukkig, wakker, alert. Ik zou niet meer zonder kunnen.

Maar wat mijn kinderen aangaat, lijken zij soms anders in hun behoefte aan ruimte dan andere kinderen. Neem ze mee naar een restaurant (nou eigenlijk moet je dat bij voorbaat al niet willen trouwens), en ze zijn binnen 30 seconden op onderzoek uit, om zo nu en dan weer eens aan te schuiven om een stuk pannenkoek naar binnen te duwen, om vervolgens zo vlug mogelijk weer van tafel te gaan.

Niet vast willen zitten

En nu, met onze derde, merk ik veel gelijkenissen met Meia. Gelukkig heeft Signe ook niet dezelfde frustraties, maar wel dezelfde motorische ontwikkeldrang. Stilzitten is een no-go. Dagelijks houden we ons hart vast als ze op de stoelen klimt en triomfantelijk los gaat staan, als ze zichzelf op de bank laat vallen, als ze in een mum van tijd weer halverwege de trap is geklommen.

Nu ze aan het lopen is geslagen, breekt ook voor haar de tijd aan van ‘er achter aan lopen’. De grootste frustraties voor haar op dit moment zijn vastgezet worden in de auto, in de bakfiets, in de kinderwagen en in de kinderstoel. Vanmorgen kreeg ze het zelfs voor elkaar om voorover uit haar ledikant te kukelen, omdat ze achter haar broer aan wilde gaan.

Energie doseren

Gelukkig heb ik inmiddels de nodige ervaring (inclusief bezoekjes aan huisartsenposten) en weet ik dat de mogelijkheden toenemen als ze wat ouder worden (denk aan sport, buiten spelen met vriendjes, gym). Zo zit Meia nu op zwemles en turnt ze, waar ze haar energie gedoseerd in kwijt kan. Dat brengt rust op de andere momenten. Dat vooruitzicht voor de andere twee maakt een hoop goed. Wie weet breekt er ooit een moment aan dat we met zijn allen aan tafel blijven zitten als we uit eten gaan!

 

Mini-gastblog: wat is een vakantiegevoel?

Mini-gastblog: wat is een vakantiegevoel?

3 Tips van een mindfulness coach

Ik ken Kim Freriksen van het sporten bij NatuurlijkSportief. Tijdens het rennen vertellen we elkaar wel eens over onze werkzaamheden en zo leerde ik hoe Kim het sporten met Mindfulness combineert, wat mij betreft een goede combi! Zowel van sporten als van Mindfulness is bekend dat ze ons gelukkiger en meer ontspannen kunnen maken. Niet alleen voor kinderen, maar zeker ook voor volwassenen dus een aanrader.

Want eerlijk is eerlijk: ouder zijn is soms gewoon bikkelen en hard werken. En af en toe stroomt je hoofd dan over. Dan heb je even tijd nodig voor bezinning. Of ben je toe aan vakantie. Maar helaas duurt de vakantie ook niet eeuwig. Kim kan je echter wel leren hoe je dat vakantiegevoel vasthoudt. In deze mini-gastblog licht ze alvast een tipje van de sluier op over haar groepstraining waarmee ze binnenkort weer start:

Wat is een vakantiegevoel eigenlijk? 

Je komt ontspannen terug, met een “leeg”-gemaakt hoofd, hebt veel nieuwe indrukken opgedaan… Zo wil je je altijd wel voelen! Daarom 3 tips om je vakantiegevoel vast te houden, óók als je vakantie alweer achter de rug is:

  1. Geloof niet alles wat je denkt. Gedachten die zeggen dat je van alles moet, hebben het niet altijd bij het juiste eind. Ze praten je soms van alles aan, waar je niks mee hoeft te doen.
  2. Een frisse blik. Loop je eigen stad in en kijk rond met een frisse blik alsof je er niet eerder geweest bent. Wat neem je waar? Wat valt je op? Gebruik je zintuigen.
  3. Geniet van het moment. Als je vanavond met iemand een drankje drinkt of uit eten gaat, leg je telefoon dan eens weg en heb aandacht voor de ander. Ruik en proef wat je eet en drinkt. Leef in het hier en nu. Fijne avond!

 

Nieuwsgierig geworden naar Mindfulness? Of wil je meer weten over de groepstraining waar Kim binnenkort mee start? Op haar website lees je meer informatie.