Archief van
Tag: spanning

Time-in is het nieuwe time-out

Time-in is het nieuwe time-out

De ongewenste effecten van time-out

Time-out is een veelgebruikt opvoedingsmiddel door veel ouders en andere opvoeders. Door nanny Jo Frost en andere ´opvoedgoeroes´ is dit middel wijd en zijd gepredikt en waren jarenlang de ´naughty chairs´ en strafmatjes niet aan te slepen. Als je het maar consequent genoeg toepaste, dan hield al dat ongewenste gedrag vanzelf wel op. Zo was het idee. En heel vaak werkte het ook zo: het kind gaf op en driftbuien bedaarden, waarna de draad weer kon worden opgepakt. Toch ben ik geen fan van dit middel, en leg ik hieronder uit waarom niet.

Stoppen van ongewenst gedrag

Het idee van een time-out is dat je kind leert het ongewenste gedrag te stoppen. Daar is niks mis mee, dat is natuurlijk wat elke ouder wil. Op het moment dat je een kind uit de situatie haalt, kan daarmee het gedrag al worden doorbroken. Het is dan ook een prima oplossing om toe te passen, bijvoorbeeld wanneer je kind ruzie maakt met zijn zusje en het niet lukt om hiermee te stoppen. Of blijft gillen omdat het iets wilt. Je neemt je kind dan op een rustige manier mee naar een andere, neutrale ruimte. De gang, de trap, of waar dan ook. Ook hier is niks mis mee, maar er zijn wel wat aandachtspunten.

Uit de situatie halen

Je haalt je je kind weg uit een situatie als het volle bak stress ervaart. Omdat het ruzie heeft, ontzettend boos is of zich gekwetst of afgewezen voelt, bijvoorbeeld. Vervolgens zet je je kind, met al zijn stress en onlustgevoelens, in een aparte ruimte, in zijn eentje. Op zulke momenten is het emotiesysteem van je kind ontregelt. Niet voor niets grijp je in: je kind doet raar, doet zichzelf of anderen pijn, scheldt of is brutaal. Dat is een uiting van de stress, je kind weet zich op dat moment geen raad met de heftigheid van de emoties die hij ervaart, en gaat daardoor ongewenst gedrag vertonen.

Wat het nodig heeft, is jou!

Eigenlijk is dat het moment dat je kind jou het hardste nodig heeft: je kind is nog volop in ontwikkeling om zichzelf en zijn emoties te leren reguleren. Om te leren hoe het zichzelf kan kalmeren en weer tot rust brengen in situaties die spanning geven. Om te weten wat het dan kan doen, zoals weglopen, er iets van zeggen, of hulp zoeken. Dat kan je kind nog niet, dat leert het van jou. In interactie met jou. Als een kind stress heeft en daardoor in de ´actiestand´ staat, is dat juist het moment om je kind te helpen weer tot rust te komen.

Reptielenbrein

Zoals ik al eerder schreef, kan je met stress niet meer helder nadenken en reageren we allemaal heel primair. Met vechten, vluchten of bevriezen. Kinderen hebben daar nog veel in te leren, en we kunnen er niet vanuit gaan dat ze dit uit zichzelf doen. Wat er gebeurt op het moment dat je je kind in een time-out plaatst, is dat je de boodschap afgeeft ´je moet het zelf doen´, ´als jij stress hebt, sta je er alleen voor´. Klinkt hard he? Is het ook. Het is dan ook zeer onwenselijk voor een kind als dit keer op keer zo wordt ervaren, want dan bestaat de kans dat het dit ook werkelijk zo gaat geloven.

Een negatieve boodschap

Gevolg? Je kind wordt uiterlijk rustig, want het leert: ´hoe boos ik ook word, er komt toch niemand om me te helpen weer te kalmeren, ik moet het alleen doen´. Van binnen blijft de stress echter, want het kán immers niet optimaal reguleren zonder hulp. De stress wordt daardoor intern opgeslagen in het lijf. Het zou zomaar kunnen dat het omslaat in lichamelijke klachten. Natuurlijk is het niet zo rechtlijnig, het gebruik van time-out leidt natuurlijk niet meteen naar problemen, maar het is wel iets om over na te denken.

Niet isoleren, maar dichtbij blijven

Beter is daarom niet je kind te isoleren, maar juist dichtbij te blijven. Geen time-out maar een time-in dus. Je geeft de boodschap dat je je kind niet alleen laat als hij het zo moeilijk heeft. Door je nabijheid en je empathie (´wat ben jij boos zeg!´) voelt het zich begrepen en lukt het sneller om te kalmeren. Hoe sneller het brein rustig is, hoe sneller je ook je grenzen kunt stellen en kunt bespreken wat je eigenlijk wilde doen: ´je was zo boos, dat je met spullen ging gooien. We gooien niet met spullen, want dat is gevaarlijk en het gaat kapot. Als je je zo boos bent, kun je zeggen waar je last van hebt tegen Madelief, of kom je naar mij toe als het niet lukt´.

Omdenken

Het is een omschakeling in het denken. We gaan er nu vanuit dat ons kind eerst moet kalmeren. Maar kalmeren lukt alleen met hulp van ons. Even omdenken dus. Het is geen kwestie van je kind ´z´n zin geven´, want het doet niets af aan de grenzen die jij stelt. Je wacht alleen tot de ergste stress voorbij is, zodat je kind weer helder kan denken, en jij alsnog je punt kunt maken. Dit is een hele effectieve strategie zelfs, want op ´t moment dat je kind in de stress blijft, komt je boodschap niet aan. De kans op herhaling van zelfde soort incidenten is daarmee heel groot.

Je punt maken

Beter is het dus om eieren voor je geld te kiezen en je kind te helpen met het reguleren van zijn emoties. Een kind in een time-out zetten die daar eerst heel de boel bij elkaar schreeuwt en uiteindelijk stil wordt, heeft niet geleerd om zelf rustig te worden. Het heeft geleerd dat het er in tijden van stress alleen voor staat, en dat hij niet op de steun kan rekenen wanneer hij die het hardst nodig heeft. Hij is niet rustig, maar heeft het opgegeven. Op het moment dat je dan je punt maakt als ouder, zal je boodschap niet landen: je kind is niet gekalmeerd, maar slechts verslagen en heeft nog geen kalm brein.

Wees nabij, zoek verbinding

Gelukkig is er een kentering in de wetenschap die dit fenomeen onderkent en terugkomt van het isoleren van je kind. Net zoals we terug zijn gekomen van het laten huilen van onze baby´s en het koste wat kost in eigen bed laten slapen van baby´s. Feit is nu eenmaal dat kinderen onze nabijheid door de jaren heen nodig blijven houden om te leren het uiteindelijk alleen te kunnen. Probeer daarom volgende keer eens om bij je kind te blijven, en je zal zien dat het sneller kalmeert en escalaties waarschijnlijk voorkomen kunnen worden.

De eerste turnwedstrijd

De eerste turnwedstrijd

Zenuwachtig aan de start

Wekenlang was ze al zenuwachtig. En dit weekend was het dan zover: haar allereerste echte turnwedstrijd. Ze heeft de afgelopen weken heel hard geoefend om alle onderdelen goed te onthouden en uit te voeren voor dat ene moment. Omdat de kinderen zonder aanwezigheid van ouders trainen, heb ik werkelijk geen idee wat je kan verwachten van zo’n moment. Het is daarom sowieso al heel erg leuk om te zien wat ze de afgelopen tijd allemaal heeft geleerd en hoe ze dat uitvoeren.

IJdeltuit

Van tevoren waren er al dagen kriebels. En op de dag zelf wilde ze natuurlijk goed voor de dag komen. We gingen op zoek naar glitterspray voor in haar haren, maar helaas was die na de feestdagen blijkbaar weer opgeruimd in alle winkels. Meia moest dus ‘maar’ genoegen nemen met wat make-up. Wat wordt ze dan ineens al groot. Als een echte dame gaat ze zitten, tuit haar lippen, en bewondert zichzelf vervolgens minutenlang in de spiegel. Ja, aan zelfvertrouwen over haar uiterlijk geen gebrek gelukkig. Een echte ijdeltuit.

Op de fiets

De tas werd ingepakt en ik propte nog wat brood en eierkoeken in Meia, voordat we op de fiets klommen richting gymzaal. Dat viel nog even tegen voor Meia. Met wind tegen en een tijdlang niet meer fietsen, was ze blijkbaar niet meer gewend aan deze inspanning. Hijgend en puffend ploeterde ze naar haar bestemming, waar ze met rode wangen aankwam. Haar spieren waren in ieder geval alvast warm.

Liever geen publiek

Dat kon geen kwaad ook trouwens, want in de gymzaal was het behoorlijk fris. Met enkel een turnpakje aan koel je dan al snel af. In haar enthousiasme trok Meia haar turnpakje eerst achterstevoren aan. Na een subtiele hint van mijn kant besloot ze dit toch maar aan te passen, voordat ze zich bij haar groepje voegde die al lag te rekken en strekken in de zaal. Op haar verzoek hadden we geen opa’s en oma’s meegenomen: ‘dat vind ik wel heel gezellig hoor, maar dan raak ik ook een beetje afgeleid’, was haar argument.

Opperste concentratie

Dus zat ik met Signe te kijken hoe al die kleine lijfjes zich voorbereidden op de wedstrijd. Na een kwartier verhuisden we naar de andere zaal, waarna alle deelnemers opmarcheerden. Op die manier werd de wedstrijd geopend. Vervolgens werden de deelnemers over 2 gymzalen verdeeld, en halverwege de wedstrijd was er een wissel, zodat alle 4 de onderdelen aan bod kwamen. Meia’s groep begon met de vloeroefeningen. Het is leuk om te zien hoe ze zoveel onderdelen achter elkaar kunnen uitvoeren en ook onthouden. Ik ken Meia als een dromer en flierefluiter, maar bij dit soort momenten heeft ze een opperste concentratie en bijt ze zich er echt in vast. Ze was dan ook vooral heel trots dat het allemaal lukte zoals ze had geleerd. En daarmee ik natuurlijk ook.

Presteren

Het is een spannende setting, en ook best een lastige setting om in te presteren. Er zijn twee onderdelen naast elkaar bezig, en soms is er muziek voor het ene onderdeel, wat voor mijn gevoel al snel afleidend kan werken voor het andere onderdeel. Maar de meiden weten wat ze moeten doen en dat vind ik knap. Wat het ook spannend maakt is de jury, die driftig zit te schrijven tijdens en na de uitvoeringen. De kinderen wachten vol spanning af tot zo’n jurylid het hoofd optilt naar hen, en eindelijk haar hand opsteekt, ten teken dat een kind mag starten. Deze minuten, kan ik me voorstellen, voelen misschien wel als uren voor ze.

Je eigen sterke kanten

Meia zat in een groep van 10 deelnemers. Dat betekent 10x inturnen, 10x een echte wedstrijdoefening en tussendoor steeds wachten op het teken van de jury. Al met al kost dat heel veel tijd, waarin de meiden even niks doen of spanning aan het opbouwen zijn. We waren om 15.30u aanwezig, en gingen tegen 19.15u pas weer richting huis. Een lange zit voor die guppen! Het tweede onderdeel was sprong. Turnen heeft veel soorten elementen, wat ook fijn is, want zo heeft iedereen zijn sterke punten in het turnen. Meia had een tijdje terug haar enkel verzwikt met springen, en is sindsdien wat angstig geworden. Dat was terug te zien, want ze durfde niet goed te springen en daardoor lukte deze oefening haar niet. Ze heeft de tweede keer een koprol gedaan, die haar wel prima afging.

Spierballen

Over het derde onderdeel was Meia het meest zelfverzekerd: de brug. Het is echt haar sterke kant om haar armen te gebruiken (wat een spierballen!) en lekker te zwaaien en zwieren. Toch grappig, want ook ik klim en slinger nog steeds graag in bomen, dus dat is een gedeelde passie. Het laatste onderdeel was de balk: zo’n smal, hoog ding waar oefeningen op worden gedaan, zoals zweefstand, hupsjes en benen optillen (ik heb echt geen idee van de vaktermen merk je al). Een mooie oefening die ze prima deed.

De einduitslag

En als dan alle onderdelen zijn uitgevoerd, begint het grote wachten. De zalen moeten leeggemaakt worden, alle scores moeten worden opgeteld en uitgerekend en alle prijzen moeten bepaald en uitgereikt worden. Ik zal dat Meia toch wel zenuwachtig werd op het moment van de prijsuitreikingen (al wist ik vrijwel zeker dat zij niks had gewonnen), en enigszins teleurgesteld keek toen alle prijzen waren vergeven en zij daar niet tussen zat. Maar toen de presentator omriep dat alle deelnemers vervolgens een zakje chips en een pakje limonade mochten pakken, was dat minstens zo’n grote prijs als die gouden medaille. Met een verrukt gezicht en een ‘ooooh!’ als uitroep liep ze op me af. Toen ze toen ook nog eens van ons een fles met chocolaatjes kreeg (‘is die helemaal voor mij!?’) kon haar avond helemaal niet meer stuk. Ach ja, de kleine momenten moet je soms vieren. Haar eerste wedstrijd vond ik wel zo’n moment.

Somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten

Somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten

Lichamelijk onverklaarbare klachten

Soms lijkt het wel alsof er in de praktijk ineens meer van dezelfde soort problemen bij cliënten bestaan. Zo heb je ineens allerlei aanmeldingen van kinderen met concentratieproblemen of heb je toevallig veel onderzoeken naar sociaal inzicht tegelijk lopen. Zo valt het me de laatste tijd op dat er veel jongeren worden aangemeld met lichamelijk onverklaarbare klachten. Het wordt ook wel eens somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten (solk) genoemd.

Buikpijn van de zenuwen

Iedereen heeft wel een hoofdpijn na een inspannende dag, of buikpijn ‘van de zenuwen’ voor een toets of presentatie. Er is dan ook geen medische oorzaak aan te wijzen: de lichamelijke klachten komen door stress of spanning. Zo is het ook bij cliënten met solk: zij hebben veel last van lichamelijke klachten, maar zonder duidelijke medische oorzaak. En daarbinnen heb je heel veel varianten, die bovendien ook van heel mild tot zeer ernstig kunnen gaan.

Somatiseren

Zo meldde een poosje terug een meisje zich aan met verschillende klachten: pijn in spieren, gewrichten, moe, rugpijn, gevoel dat er iets in haar keel zit, etc. Een ander meisje had klachten zoals haaruitval, pijn in armen, benen en botten. Weer een ander meisje werd ontzettend misselijk en naar als ze in spanningsvolle situaties kwam. En een jongen had aanvallen van hyperventilatie, zweten, buikkrampen en overgeven. Het zijn allemaal voorbeelden van somatiseren: het lichamelijk uiten van klachten die eigenlijk een andere oorzaak hebben.

Medische molen

Veel van deze jongeren hebben al een traject achter de rug, via huisarts, kinderarts en de hele medische molen. Er worden diagnoses gesteld zoals chronisch vermoeidheidssyndroom, ziekte van pfeiffer, prikkelbaar darm syndroom, astma… En geen van de classificaties dekt voor hun gevoel de lading van hun klachten. Sterker nog, de cliënten herkennen zich soms totaal niet in deze ziektes.

Lichaam en geest

Het is iets wonderlijks, iets fascinerends: de relatie tussen lichaam en geest. In de zorg zijn deze gebieden vaak strikt van elkaar gescheiden. Zo hebben wij geen bevoegdheid en kennis om medisch te handelen. Andersom kijken artsen niet verder dan hun eigen medische vakgebied. Maar in de praktijk is er dikwijls een overlap, een groot grijs gebied tussen deze twee ‘werelden’. En ik raak nog altijd onder de indruk van de werking van dit systeem.

Niet klagen maar dragen

Neem nou een van mijn (fictieve) cliënten. Laten we haar Denise noemen, een meisje van 14 jaar. Ze is altijd opgevoed met de waarde dat ze voor anderen klaar moest staan. Het zat in haar aard dat ze anderen hielp, opkwam voor kinderen die gepest werden, die het zwaar hadden op school. Dit liet ze ook ten koste gaan van haarzelf. Het gebeurde bijvoorbeeld regelmatig dat zij, voor de lieve vrede, haar eigen wensen aan de kant schoof en deed wat anderen graag wilden doen. Haar ouders waren allebei harde werkers, hun motto was: niet klagen, maar dragen. Ze waren nooit ziek, ze waren sterke en optimistische mensen. Denise had daar grote bewondering voor en nam deze manier van in het leven staan gemakkelijk over.

Door je hoeven zakken

Als enig kind was Denise als klein meisje al vroeg zelfstandig. Haar ouders vonden dit fijn, maar ze hadden ook niet anders verwacht. Ze vonden het belangrijk dat Denise leerde haar eigen boontjes te doppen en van niemand afhankelijk te zijn. Ze gaven haar al vroeg verantwoordelijkheden omdat ze merkten dat ze dat wel aankon en om haar zelfvertrouwen te vergroten. Zo groeide Denise op als een meisje die inderdaad stevig in haar schoenen leek te staan, nooit klaagde en altijd voor iedereen klaar stond. Tot het moment dat ze op school na een fikse meidenruzie, waar Denise probeerde de boel te sussen, ineens door haar benen zakte. Letterlijk. Ze zakte in elkaar als een pudding en kon even niet meer lopen. Door haar klasgenoten werd ze overeind geholpen, maar Denise leek vrij onbereikbaar. Ze was misselijk, duizelig, kreeg buikpijn en wilde weg daar.

Onduidelijke oorzaak?

Sindsdien is ze thuis. Ze gaat niet meer naar school, want elke confrontatie met school geeft klachten. Maar ook thuis gaat het niet lekker: ze heeft constant pijn in haar lijf, dan weer in haar nek, dan weer in haar rug of gewrichten. Ze is moe en snapt niks van de situatie. Er was totaal geen aanleiding en nu zit ik thuis? Ze verveelt zich te pletter thuis, maar ziet het echt niet zitten om naar school te gaan. Ze kan niet uitleggen waarom niet. Als mensen er over beginnen of op aandringen, wordt ze boos.

Wie niet luisteren wil, moet maar voelen

Haar lichaam heeft uiteindelijk aan de bel getrokken: Denise heeft al die jaren niet geluisterd naar haar lijf, naar de signalen, en toen besloot haar lijf zelf in actie te komen. Wil je niet luisteren? Dan moet je maar voelen! En besloot een drastische alarmbel af te laten gaan door haar in elkaar te laten zakken. In de taal zitten veel metaforen voor dit soort verschijnselen verborgen, zoals: ‘door je hoeven zakken’, ‘niet meer op je benen kunnen staan’, ‘het werd ondraaglijk’, etc. Het verwijst naar de relatie tussen lichaam en geest, hoe deze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Het lichaam vertelt je iets, het waarschuwt je, er is werk aan de winkel!

Lichamelijke klachten als symptoom

De lichamelijke klachten zijn dus slechts een symptoom van het echte probleem. In het geval van Denise is er misschien te weinig oog geweest voor het kleine meisje met haar eigen behoeftes, zorgen, onzekerheden. Misschien is ze opgegroeid tot een schijnzelfstandigheid, terwijl daaronder nog de behoefte zit aan de zorg van anderen die passen bij het kleine meisje dat ze eens was. Misschien is het alsmaar klaar staan voor anderen zo belastend geweest, dat ze zichzelf uit het oog verloren is. Dat ze niet heeft geleerd dat klaar staan voor jezelf, lief zijn voor jezelf en goed voor jezelf zorgen minstens net zo belangrijk zijn. Wie weet heeft zij onbewust nooit de aandacht op zichzelf durven richten, ook al waren er misschien al eerder signalen die wezen op spanning of stress, want klagen was niet toegestaan thuis. Wegstoppen is op de korte termijn wel handig, maar het lichaam onthoudt alles: alle ervaringen worden bewust én onbewust opgeslagen. En wanneer het niet goed is verwerkt, gezien en erkend, wanneer er geen medeleven of compassie, geen co-regulatie door een ander is geweest, dan stapelen deze herinneringen zich op tot de grens is bereikt.

Stilstaan bij je binnenwereld

Ik heb het gevoel dat dit soort klachten ook iets van onze maatschappij zijn. Het nuchtere, ‘door maar gewoon dan doe je al gek genoeg’, snelle en gejaagde leven dat de meesten van ons nu leven, zonder veel acht te slaan op hoe het nu werkelijk met je gaat. Want daar is geen tijd voor, of er is simpelweg niks aan de hand dus waarom zou je daar bij stilstaan? Het is goed te begrijpen, maar tegelijk baart het me ook zorgen. Net zoals depressie als een welzijnsziekte wordt gezien omdat het zo veel voorkomt in onze cultuur, ben ik bang dat deze lichamelijke klachten ook een veelvoorkomend symptoom gaat zijn. Ik ben heel benieuwd hoe anderen er tegenover staan, wat jullie herkennen en hoe er mee wordt omgegaan.

Afzwemmen voor A-diploma

Afzwemmen voor A-diploma

Eindelijk, het A-diploma!

Afgelopen weekend was het zover: Meia ging afzwemmen! Weer een mijlpaal, weer een vinkje in de ontwikkelingsstappen van onze kinderen. We hadden mazzel dat de klok precies een uur terug ging, want om 9.00u moesten we al paraat staan in het zwembad. Gelukkig had Meia een goeie nacht gemaakt en stond ze uitgerust op.

Spanning

Opgewacht door opa’s en oma’s van beide zijden en zelfs een oom, kwam Meia zenuwachtig aan in het zwembad. Hier had ze een jaar naartoe gewerkt. Perfectionistisch als ze is, nam ze het hoog op. De afgelopen dagen had ze al meerdere keren laten vallen hoe spannend ze het vond en riep soms ineens out of the blue “ik mag afzwemmen!”. Er gaat vaak meer in die koppies om dan waar je erg in hebt. Hoewel ik meerdere keren aangaf dat het afzwemmen betekende dat ze sowieso al geslaagd was, bleef de spanning.

Afzwemmen

Het was een drukte van belang, het hele zwembadje vol met toeschouwers, wat op Meia sowieso altijd indruk maakt. Toen het dan eindelijk 9 uur was, mochten de kindjes zich verzamelen aan de rand van het zwembad. Gekleed in zwemkleding, ondergoed, hemd, shirt, korte broek én waterschoenen. Want afzwemmen gaat met kleren aan. Er zijn een aantal vaste onderdelen die de kinderen tonen tijdens het afzwemmen om te bewijzen dat ze de vaardigheden beheersen.

afzwemmen a diploma zwemles zwembad

Zwemles vroeger

Nu ben ik zelf alles behalve een zwemkampioen. Ik weet nog dat ik in het zwembad pas werd gecorrigeerd van richting als ik tegen de kant, de slangen in de banen of een ander kind aan zwom. Ik miste 9 van de 10 keer de uitleg van de badmeester omdat ik stond te dromen of de binnenkant van mijn zwempak aan het inspecteren was. Ik kon wel redelijk zwemmen, maar het lukte me niet mijn B-diploma te halen. Altijd als ik 7 meter onder water zwom, keek de badmeester precies de andere kant op, leek het wel. Op een gegeven moment heeft mijn moeder het opgegeven en me er af gehaald.

Zwemdiploma tegenwoordig

Tegenwoordig is het wel andere koek. Volgens mij is het nieuwe A-diploma minstens wat het oude A en B diploma vroeger was. Niet zo gek dat de gemiddelde duur ongeveer 1-1,5 jaar is voor het A-diploma. Ze moeten behalve de bekende schoolslag ook rugslag, borstcrawl, rugcrawl, onder matten door, door gaten heen en nog meer van dat soort fratsen beheersen. Ohja, en met kleding aanzwemmen, elke (halve) les.

Borstcrawl en rugcrawl

Dus was ik ook best onder de indruk wat die kleine waterratten allemaal al konden. Ik zag krachtige en sierlijke armbewegingen bij de borst- en rugcrawl waar menig volwassene een puntje aan kan zuigen. Het was een leuk feestje voor de kleintjes die afzwommen. Er werd na elke kleine prestatie geapplaudisseerd voor de kinderen, het was een succes voor alle kindjes.

afzwemmen a diploma zwemles zwembad zwemdiploma

Medailles en mogelijkheden

En bij de diploma-uitreiking werd semi-officieel ook een medaille omgehangen. Ape-trots was onze kleine zwemotter. De hele dag heeft ze haar medaille aan iedereen getoond en maandag moest, terecht, haar diploma mee naar school om haar mijlpaal ook daar te vieren. Ik ben blij voor haar. Ze kan nu inderdaad zwemmen, wat veel mogelijkheden opent. Het betekent voor ons dat we met een geruster hart kunnen gaan zwemmen als gezin. Want dat is een gepuzzel: 3 kinderen en 2 volwassenen, dat betekende voorheen altijd dat je eigenlijk 1 volwassene tekort kwam. Nu kan dat beter georganiseerd worden.

Op naar het B-diploma

Het betekent ook weer een nieuwe verandering in onze agenda. En die was al overvol, merkte ik nu ook weer. Want nu Meia doorstroomt naar een ander groepje voor haar B-diploma, mag Fosse beginnen met zwemles. Meia gaat nu ’s avonds om 19.00u zwemmen voor haar B-diploma. Hoe positief ik ben over de zwemschool, dit vind ik toch echt een hele vervelende tijd. Want in de praktijk betekent dat, dat ze niet vóór half 9 in bed ligt, en dat vind ik echt veel te laat door de weeks. Maarja, het is even niet anders. Een ander groot nadeel is dat het precies op mijn sportavond valt, wat inhoudt dat we voor deze avonden oppas moeten regelen. Gelukkig is de duur voor het B-diploma een stuk korter, dus daar hopen we dan maar op.

Zwemles voor Fosse

Met het afsluiten van het “A-diploma tijdperk” van Meia, start direct dezelfde periode voor Fosse. In tegenstelling tot Meia, begint hij al op zijn 4e jaar. Ik heb er alle vertrouwen in dat Fosse het zwemmen snel oppikt. Dat komt omdat hij zwemmen fantastisch vindt: in het water is hij helemaal vrij, zelfs roekeloos! Omdat hij er zo’n plezier in heeft, denk ik dat hij de zwemles als leuk zal ervaren. Daarnaast was hij ook vlot met fietsen zonder zijwieltjes en andere motorische (automatiserings)vaardigheden. Dit is vaak een indicator van hoe het zwemmen wordt geleerd.

Ik houd jullie op de hoogte van de ontwikkelingen. Ook ben ik heel benieuwd hoe deze fase bij jullie kind is verlopen?

Start van een nieuw schooljaar tot nu toe

Start van een nieuw schooljaar tot nu toe

De indrukken van de eerste schoolweek

Ik heb er deze week voor mijn gevoel twee mijlpalen in geramd. Inmiddels is de school al weer een paar dagen bezig, en ik lijk het bijna net zo spannend te vinden als mijn kinderen, vraag me af hoe andere ouders dat beleven? Fosse is voor het eerst naar school, hij is gestart in groep 1 en daarmee officieel een kleuter. Daarmee heb ik ook meteen afscheid genomen van zijn peuterfase, maar daar ben ik niet heel rouwig om. Meia is gestart in de middenbouw. Fysiek zit ze in groep 3, maar omdat het Montessori is, kan ze qua niveau soms met groep 4 of 5 meedoen, afhankelijk van de lesjes. In haar geval wel zo prettig. Een overzicht van alle indrukken tot nu toe.

Spanning voor school

Vrijdagavond gingen we uit eten, want Meia was die dag jarig. Op de terugweg belden opa en oma om haar te feliciteren. En Fosse wilde ook graag nog wat zeggen. Dat was de eerste keer dat hij uit zichzelf begon over school: dat hij het spannend vond, maar er ook veel zin in had. Ik zat met mijn oren te klapperen van verbazing, want ik had hem de afgelopen weken vrijwel nooit iets horen zeggen over school. Als iemand hem vroeg “heb je zin in school?” zei hij plichtsgetrouw “ja”, maar ik kreeg er geen hoogte van hoe hij er écht over dacht. En het laatste weekend voor de school begon, begon hij ineens aan te geven dat hij het toch wel spannend vond en een beetje eng. We probeerden zo goed mogelijk te benoemen hoe het zou gaan, maar die spanning neem je toch niet helemaal weg. Voor het slapen gaan kwam bijvoobeeld ineens de vraag: “als ik nou moet plassen, mag ik dan zomaar gaan of moet ik het vragen?”. Waarover kinderen zich al niet druk maken.

“Het leek alsof zijn ledematen met de minuut meer rotaties maakten…”

Maandagochtend, 22 augustus. Het was sowieso al een klus om ze uit bed te krijgen. Wij hebben van die kinderen die de gehele vakantie niet na 6.30u wakker worden, en uitgerekend de laatste week ineens besluiten ‘uit te slapen’ (voor zover je dat zo kunt noemen als je het over 7.15u hebt). Fosse was als eerste wakker en drentelde al druk en zenuwachtig door het huis. Hij zette zijn nieuwe schooltas pontificaal in het looppad en het leek alsof zijn ledematen met de minuut meer rotaties maakten. Terwijl ik fruit stond klaar te maken, zoefde hij langs en hoorde ik hem in een soort trance murmelen: “…misschien hoef ik alleen maar te plassen als ik op school ben…”.

Kinderzorgen

Ik moest grinniken, maar had ook met hem te doen. Fosse is pas laat zindelijk geworden (later meer hierover) en vind het fijn als zijn billen worden afgeveegd door een volwassene. Ik had hem de laatste weken echter uitgelegd dat de juf daar op school geen tijd voor zou hebben, en dat het daarom handig was als hij daar al zelf mee ging oefenen. Maar blijkbaar had dit ook direct angst of bezorgdheid opgeroepen bij het mannetje, hij maakte zich zorgen hoe dat nu moest als hij een grote boodschap had gedaan op school. Gelukkig hadden we het de afgelopen dagen wel geoefend, en kon hij daarin gerustgesteld worden.

Het bekende ochtendritme

Meia was intussen ‘wakker’ geworden. Ze had nogal wat tijd nodig om haar ontbijt naar binnen te werken, alsof ze op haar gemak wakker werd in een Frans kuuroord, allemachtig. Nouja, uiteindelijk had ze het allemaal op en volgde het bekende ritme van wassen, aankleden, tanden poetsen, haren kammen. Standaard vergezeld van de nodige aansporingen, want tijdsbesef zit er nog niet zo in. Of misschien hebben ze gewoon andere prioriteiten. Toen eindelijk iedereen was aangekleed en in de fiets zat, konden we gaan.

“Het is een gave, maar 2 minuten later lag de inhoud van de gehele schoenenkast in de gang”

“Hebben we alles bij ons? Oh sh*t, gymschoenen!”. Rechtsomkeert weer naar binnen en op jacht naar gymschoenen, want op school lopen de kinderen binnen op binnenschoenen. Ik wist dat Meia ze eind vorig jaar had meegenomen, dus ze moesten in de schoenenkast liggen. Het is een gave, maar 2 minuten later lag de inhoud van de gehele schoenenkast (en die is GROOT) in de gang. Inmiddels was het 8.13. Met 5 mensen tegelijk groeven we in de berg schoenen om uiteindelijk de gymschoenen eruit te vissen. Er was geen tijd meer om de troep op te ruimen, dus snel op de fiets en naar school.

De start van de eerste schooldag

Eenmaal daar was het een mierennest. Op de eerste schooldag zijn voor mijn gevoel ineens 2x zoveel ouders en loopt iedereen als een kip zonder kop door het gebouw. Stefan ging Fosse wegbrengen, ik Meia, die nu boven zat. Eenmaal boven sloegen bij Meia de zenuwen toe. Met haar vingers in haar mond en mijn hand stevig vasthoudend, baanden we ons een weg naar de garderobe. Maar daar waren de haakjes nog niet vergeven. En moest ze nu al gymschoenen aan of niet? En waar kon ze haar fruit eigenlijk zetten? Omdat ik de antwoorden ook niet had, werd Meia nou niet bepaald gerustgesteld. Dus besloten we de juf op te zoeken en het haar te vragen. Gelukkig spotte Meia toen al snel haar grote vriend en verdween de nervositeit. De juf gaf aan waar ze haar spullen kon laten en 2 minuten later zat ze trots naast haar vriend in de nieuwe klas.

Snel gewend

Ondertussen was Stefan met Fosse mee naar binnen: hij kende de klas, de leerlingen van vorig jaar en de juf van Meia, doordat hij altijd mee naar binnen liep om haar weg te brengen. De drempel was daarom veel lager voor hem. Hij zocht meteen zijn vriendinnetje op, pakte een boekje en vergat al bijna gedag te zeggen tegen ons. Gelukkig maar, dat ging goed. En inderdaad, bij het ophalen kwam hij hand in hand met zijn vriendin naar buiten en zei de juf dat alles als vanzelf was gegaan bij hem. Ook Meia kwam enthousiast en vol verhalen thuis.

Het drama ná schooltijd

Maar, en daar zullen we vast niet de enigen in zijn (hoop ik!?), school en ‘nieuwe dingen’ slurpen energie. Het enthousiasme en de vrolijke noten duren zo’n beetje tot aan de voordeur. Dan lijkt de koek op. Huilbuien, af en toe een flinke klap of duwen: het is ineens aan de orde van de dag. De afspraken die zijn gemaakt, lijken ineens naar een donker hoekje in hun geheugen te zijn geduwd. Het feit dat er geen tweede ijsje komt, leidt tot een drama waar ze 6 huizen verder getuige van zijn. En dát vraagt weer de nodige energie van ons als ouders.

In het ritme komen

De tweede schooldag, het ritme is weer bekend en iedereen weet weer hoe het ook al weer moest. Nu alleen nog zorgen dat we niet 4x blijven snoozen. En met de start van school, beginnen ook de sportverenigingen weer. Zo ook het turnen van Meia. Hoewel ze ook vandaag moe uit school kwamen en sneller van slag waren, was er nog genoeg energie voor het sporten en buiten spelen. Uit school kregen ze de schoolkalender mee, en ook de eerste nieuwsbrief was verstuurd. Huiswerk voor de ouders dus, want: allemaal dingen om aan te denken, rekening mee te houden en te regelen.

Huiswerk voor ouders

Zo kwam ik erachter dat de gymschoenen van Meia te klein waren, dat Fosse nog helemaal geen gymschoenen heeft, dat Meia gymkleren op school moet hebben liggen én een etuitje met schrijfspullen mee mag nemen. Ook de schoolfotograaf zou op woensdag al komen en er moest ingetekend worden voor een tijdstip voor de foto’s met broertjes en zusjes. En wat moest ik ze eigenlijk aantrekken, aangezien het loeiheet zou worden? En toen ik dacht dat ik alles gehad had, schoot het me ineens te binnen dat Meia ook nog moest trakteren. Ja mensen, het schoolleven gaat niet over rozen.

De tussenstand so far

Vandaag is de derde dag, woensdag. De dag dat de kinderen leuk aangekleed naar school gaan (want: schoolfotograaf), Meia een kwartier bezig was met het kiezen van de juiste pen en mooiste liniaal (want: etui), haar gymkleren bij elkaar moest zoeken, ik een afspraak plande voor het trakteren van Meia en direct na school de gymschoenen heb besteld (lange leve de webshops!). Straks mag ik eerder naar school voor de foto’s met broertjes en zusjes, en dan hoop ik mijn takenlijstje voor vandaag op schoolgebied af te hebben gevinkt.

 

Hoe zijn de eerste dagen bij jullie gegaan?

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Waarom intelligentie meten?

Er zijn best wat cliënten die terughoudend reageren op een voorstel tot intelligentie-onderzoek. Ik snap de gereserveerdheid wel. Intelligentie-onderzoek valt voor mijn gevoel een beetje in het cliché “onbekend maakt onbemind”. Vrijwel iedereen snapt dat er na zo’n test een cijfer uit komt als resultaat. Maar dat is slechts één kant van het onderzoek. Het meet ook zoveel meer!

We gebruiken in de praktijk de WISC-III (van 6-16 jaar), de WAIS-IV-NL (voor volwassenen, vanaf 17 jaar) en de WPPSI-III (van 2;6 tot 6 jaar). Dit zijn uitgebreide onderzoeksmiddelen die heel breed meten. En natuurlijk ben je dan nieuwsgierig hoe dat er aan toe gaat, of je er goed aan doet om überhaupt een onderzoek te laten doen en wat er dan uiteindelijk in zo’n verslag staat.

Wanneer doe je een IQ-test?

Een intelligentie-onderzoek adviseer ik nooit zomaar. Wat zijn bijvoorbeeld redenen om tot IQ-onderzoek over te gaan?

  • vragen of het onderwijsaanbod wel goed aansluit bij wat dit kind kan
  • vermoedens van hoogbegaafdheid, onderpresteren en gebrek aan uitdaging
  • vermoedens van lagere intelligentie
  • vermoedens van grote verschillen in het intelligentieprofiel
  • problemen in de werkhouding, werkuitvoering en het aan slag gaan met taken
  • concentratieproblemen, aandachtsproblemen
  • uitzoeken welke leerstrategieën het kind gebruikt, wat werkt en waarin nog mogelijkheden liggen voor begeleiding door de leerkracht, ouders, etc.
  • observeren van sociaal-emotionele stukjes van het functioneren, zoals faalangst, perfectionisme, onzekerheid, behoefte aan bevestiging, omgaan met complimenten, etc.
  • analyse op subtestniveau, dus een sterkte-zwakte profiel maken van de verschillende cognitieve vaardigheden van dit kind en wat dat betekent voor de praktijk
  • en andere vragen die op maat bekeken kunnen worden

Werkhouding

Feit blijft dat er inderdaad cijfers komen naar aanleiding van het onderzoek. Maar deze worden nooit zomaar gegeven zonder verdere uitleg. Er wordt altijd bekeken hoe dit kind, in deze situatie, tot deze resultaten komt. De prestaties bedden we in, binnen het totaalbeeld van dit kind: de huidige situatie, de klachten, de werkhouding.

Faalangst

Maar ook zaken die op dat moment spelen. Zo vraag ik altijd hoe het kind heeft geslapen, ben ik alert op hoe het kind er zit. Kinderen die erg faalangstig zijn of het heel spannend vinden om te komen, laat ik vaak al een keertje eerder kennismaken. En ik vraag ze bijvoorbeeld om een spelletje, knuffel of iets anders vertrouwds mee te nemen. Als het nodig is, beginnen we dan eerst met een spelletje.

Stress en spanning

Want ik ben van mening dat beginnen met het onderzoek terwijl een kind een te hoog stress-niveau heeft, een slecht plan is. Het geeft een onbetrouwbaar beeld. Daarom stel ik mezelf als voorwaarde om een kind eerst voldoende op zijn gemak te krijgen. Hoeveel tijd en energie dit kost, verschilt per kind.

Vervolgstap na intelligentie onderzoek

En als dan het onderzoek is geweest, wat is dan de vervolgstap? Want de uitkomst is interessant, maar pas nuttig als er ook iets mee gedaan wordt. Daarin zijn verschillende wegen om te bewandelen. Ik noem er een paar:

  • een gesprek met de school en ouders om te bespreken hoe dit kind zo goed mogelijk begeleid kan worden op school
  • psycho-educatie aan ouders, om meer uitleg te geven wat er precies aan de hand is, eventueel aangevuld met het bespreken van praktijkvoorbeelden
  • opstarten van behandeling voor het kind, bijvoorbeeld voor het versterken van het zelfbeeld, het wegnemen van de faalangst of het trainen van zelfsturend gedrag (executieve functies)
  • sowieso krijgen ouders een volledig verslag mee, waarin een totaalbeeld wordt geschetst en adviezen worden gegeven, afgestemd op hun specifieke situatie. Deze kunnen een tijd worden toegepast en daarna geëvalueerd om verder te verscherpen.

Mocht je zelf aan het overwegen zijn om onderzoek te laten doen, mag je natuurlijk altijd vrijblijvend contact opnemen!