Archief van
Tag: sociale vaardigheden

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

De Vraag van Vrijdag!

Ja, je hebt hem inmiddels misschien wel voorbij zien komen: de vraag van vrijdag. Ontstaan door verschillende ideeën. Zo wilde ik wat meer interactie op de Facebookpagina én ook graag van jullie horen wat bij jullie speelt. Zo heb ik ook meteen meer input voor toekomstige blogs, want ik vind het belangrijk en leuk om bij jullie aan te sluiten. Ook was ik geïnspireerd door één van mijn dagboekjes: elke dag een vraag voor moeders van Pauline Oud.

Invulboeken

Nu ben ik sowieso fan van haar hele serie invulboeken, en sinds een paar jaar bestaat er ook een 5 jaren dagboek variant van. Met elke dag een vraag, gerelateerd aan ouderschap of opvoeden. Erg leuk, en het prikkelt om over de verschillende onderwerpen na te denken. Met die combinatie bedacht ik de Vraag van Vrijdag. Elke week een spontane vraag om een onderwerp even op de kaart te zetten. Of laagdrempelig te filosoferen over verschillende zaken.

Waar speelt je kind vooral mee?

De eerste vraag ging over speelgoed. De Vraag van Vrijdag ontstond ook op die vrijdag, toen ik met vriendinnen een gesprekje voerde over dit onderwerp. Dat werd dus de eerste vraag van vrijdag. En wat leuk, al die verschillende antwoorden. Met direct hier en daar wat twijfelachtige opmerkingen: ‘is dat wel speelgoed?’. Leuk. Dit vraagt dus om wat meer uitwerking.

Universele spelontwikkeling

Ik vind de spelontwikkeling van kinderen een fascinerende ontwikkeling. Overal ter wereld spelen kinderen. Als er geen speelgoed tot hun beschikking is, wordt er gebruikt wat er maar voorhanden is: takjes, zand, water, steentjes, afval… Het is bijzonder om te zien hoe alle kinderen ter wereld een soortgelijke ontwikkeling doormaken op dit gebied, los van de hele cultuur. Natuurlijk zijn er culturele invloeden, maar er is wel een zekere basis, een soort oerinstinct die ons drijft om die essentiële vaardigheden op te doen via spel.

Voorbereiding op de toekomst

Want dat is het. Spelen van kinderen is broodnodig om zich te ontwikkelen. In spel worden vrijwel álle vaardigheden die nodig zijn om goed te functioneren geoefend en aangescherpt. Daarin zijn vormen van spel die meer of minder de voorkeur hebben, al naargelang de unieke ontwikkelingsbehoeften van je kind.

Spelcomputers

Zo is er de hele discussie over beeldschermen. Over computerspelletjes. Is dat speelgoed? Ja, het is speelgoed, in die zin dat het bedoeld is om ermee te spelen, je mee te vermaken, toegespitst op de interesses van kinderen. Is het ook goed voor je? Dat is een andere discussie. Met sommige computerspellen train je je werkgeheugen of oefen je rekenvaardigheden. Tegelijkertijd zit je kind heel stil en dat is ongezond, om niet te zeggen onnatuurlijk bij de beweegbehoefte van kinderen.

Buitenspeelgoed

Is buitenspeelgoed ook speelgoed? Natuurlijk. Het stimuleert het bewegen, de fijne en grove motoriek en wellicht ook samenspel. Maar het doet minder een beroep op de creatieve kant. Daar leent knutselspeelgoed zich weer voor. Of tekenmateriaal. Of klei. En met die laatste val je weer in de categorie van het sensopatisch spel. Daar hoort bijvoorbeeld ook vingerverf, spelen met zand, water, brooddeeg of scheerschuim bij. Hiermee geeft je belangrijke zintuiglijke ervaringen die nodig zijn voor een goed zelfgevoel, voor het leren gebruiken van je lijf en aanvoelen van lichamelijke sensaties.

Wat is speelgoed?

In feite kan al het materiaal als speelgoed gezien worden. Toen wij moesten verhuizen, moest ik kiezen wat we meenamen en wat er in de opslag moest. Er was simpelweg niet genoeg plek voor al het materiaal. Ik koos voor klein materiaal (vanwege de ruimte), voor fantasiemateriaal (playmobil, poppen) en constructief speelgoed (lego, kapla). En wat teken- en knutselmateriaal. Feit is, mijn kinderen spelen hier maar weinig mee. Waar spelen ze mee? Wat doen ze de hele dag? Zodra ze wakker zijn hoor ik eigenlijk: ‘en toen was jij de vader, en ik was het kindje, en we gingen op vakantie, en…’.

Rollenspellen

Rollenspellen. Een hele belangrijke ontwikkeling binnen de fantasieontwikkeling, die bijvoorbeeld heel erg hard nodig is voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden, sociaal inzicht en empathie. Hierin oefenen ze hun ‘rollen’, wat ze straks, in het latere leven willen doen en kunnen. En tegelijkertijd biedt het een uitlaatklep voor de verwerking van alledag. Niet zelden hoor je jezelf terug in wat je kind zegt als het de rol van vader of moeder heeft aangenomen.

Doen alsof spel

Signe is nog niet zover. Zij zit al wel met haar eerste stapjes in de fantasieontwikkeling, die begint met doen alsof spel. Dus gaat ze ‘schoonmaken’, ‘vegen’, haren kammen en alles wat ze anderen maar ziet doen. Ze doet werkelijk alles na, tot soms grote schrik of ergernis van ons. Zo moest ik vanmorgen ook de nagellak uit haar handen trekken, want ze was op de stoel geklommen die ze naar de kast had geschoven om zelf haar nagels te gaan lakken.

Buiten spelen

Wat doen ze nog meer? Buiten spelen, gelukkig! Een vorm van spel die zeker vandaag de dag veel te weinig wordt gedaan. Met buiten spelen vang je heel veel vliegen in één klap: er wordt samengespeeld, bewogen, ideeën verzonnen, motoriek geoefend, rollenspellen gedaan, grenzen opgezocht en verlegd en daarmee zelfvertrouwen opgedaan. Niet voor niets is het verplichte kost op school, en meer naarmate kinderen jonger zijn. Door hun beweegbehoefte is het gewoon noodzakelijk dat zij lekker naar buiten gaan.

Wat herken jij?

Ik ben benieuwd wat jullie herkennen in de spelontwikkeling van je kind. Soms denk ik wel eens: we hadden al dat speelgoed niet nodig gehad. Er valt nog een heleboel meer over te schrijven. Dat houden jullie nog van mij tegoed. Nu lonkt de zon, dus gaan we naar buiten!

Ruzies tussen kinderen

Ruzies tussen kinderen

Waarom kinderen ruzie maken

Door jullie gekozen als volgende blogonderwerp: ruzies tussen kinderen. En dan heb ik het even niet over broertjes en zusjes, want die ruzies zijn onvermijdelijk en bovendien noodzakelijk. Maar leeftijdsgenootjes onderling maken ook héél wat ruzie met elkaar. Heel normaal. Even een robbetje vechten of lik op stuk geven. Maar in onze huidige maatschappij is ruzie tussen kinderen iets wat soms niet lijkt te mogen bestaan. Iets wat zo snel mogelijk moet worden opgelost of weggemaakt.

Wat doe je er aan?

Toen wij nog in het hof woonden, had ik er, tot mijn eigen irritatie, helaas regelmatig mee te maken. Ik zag kinderen uit de buurt en mijn eigen kinderen elkaar achterna zitten, uitschelden of elkaars spullen afpakken. Het is een lastige kwestie voor ons als ouders: je wilt niet dat je kind een ander slaat, pijn doet, uitscheldt, buiten sluit of op een andere manier kwetst. Toch lijkt het aan de andere kant soms onvermijdelijk.

Boos en overstuur

Als een meute kinderen mijn kind belaagden, de fiets afpakte of het stoepkrijt in de put propte, dan is het niet meer dan logisch dat mijn kinderen boos werden. Woedend zelfs. En dat zij overgingen in hetzelfde gedrag: vergelding. Maar in de meeste gevallen raakten zij overstuur en kwamen huilend thuis, zich geen raad wetend met de situatie.

Levenslessen

Hoe vervelend sommig gedrag tussen kinderen ook is, en hoe moeilijk het is om aan te zien: het zijn belangrijke lessen. Als mijn kinderen nu van school thuis komen met verhalen van scheld- of schoppartijen door andere kinderen, dan vreet ik me soms op. Maarja, ik ben er niet bij en kan er nu niks meer aan doen. Het enige dat je als ouders nog kunt doen is lering trekken uit deze situaties, en je kind wapenen tegen volgende situaties. Want die komen er, hoe oud ze ook zullen zijn.

Op je handen zitten

Dus zit ik soms op mijn handen terwijl ik uit het raam kijk hoe er tussen buurtkinderen een duel wordt gestreden. Om te zien of mijn kinderen in staat zijn tot redelijke oplossingen, zoals aangeven dat ze het vervelend vinden (‘stop daarmee’, ‘ik heb er last van!’), negeren (stoïcijns blijven door krijten) of uit de situatie gaan (‘kom we gaan ergens anders spelen’). In de hoop dat onze gesprekjes over de voorvallen hebben geholpen.

Waarom kinderen ruzie maken

Kinderen maken ruzie met elkaar. Dat is altijd al zo geweest en zal altijd zo blijven. Het is vaak nog steeds de wet van de sterkste die geldt. In het ruzie maken of ruzie zoeken zitten veel verschillende drijfveren. Mensen zijn sociale wezens en willen contact. Maar dit leggen van contact moet wel geleerd worden, door voorbeelden. Kinderen leren snel van ons en van elkaar. Ze zien waarmee andere kinderen succes hebben.

Macht

Voorbeeld: als een dominant kind een step wil hebben van een ander, kan hij die ander eraf duwen en de step opeisen. Dat geeft een gevoel van macht. Andere kinderen zullen uit angst sneller gehoorzamen aan dit kind. Als dit gedrag niet wordt doorbroken en niet ter discussie wordt gesteld, is het niet meer dan logisch dat het kind zo blijft doen. Hij krijgt immers zijn zin en niemand zegt er iets van, toch?

Sociale vaardigheden

Ander voorbeeld: een kind wil eigenlijk heel graag meespelen met andere kinderen, maar heeft nooit goed geleerd hoe hij dit moet aanpakken. Thuis is het een losgeslagen zootje tussen de broertjes en zusjes en helaas voelen ouders zich niet sterk genoeg om hier op in te spelen. De enige manier waarop ze nog overwicht hebben is door te straffen en af en toe wat tikken uit te delen. Dit kind rent op een middag de straat op als hij andere kinderen verstoppertje ziet spelen en gilt vervolgens waar iedereen zit naar de zoeker. De andere kinderen balen en worden boos, waarna het jongetje begint te schelden en spugen.

Stapjes in de goede richting

Het maken van ruzie kan dus verschillende oorzaken hebben, maar gebeurt meestal omdat kinderen onderling hun positie ten opzichte van elkaar willen ontdekken en veilig stellen. Kinderen zijn daarin puur, ze hebben nog weinig rem, en geven daarmee een indruk wat er tussen ons als volwassenen zou gebeuren als wij ons niet aan de sociale regels zouden houden. Uiteindelijk is het wel zo prettig als onze kinderen, op termijn, op redelijke wijze met elkaar kunnen omgaan. Ruzie maken met anderen zijn de trainingen op weg naar de einddoel. Zie het niet als tegenslagen, maar als weer een stapje richting de groei, als weer een lesje voor je kind.

Nabespreken van de situatie

Een les dus. Dan wil je ze wel wat leren. Maar je kind leert pas, als het voor hém relevant is. Dus preken heeft weinig zin. Wat ik bespreek na zo’n voorval? Wat ik vooral belangrijk vindt is dat ze mogen vertellen wat er gebeurde, zodat ze het volgens hun eigen interpretatie kunnen vertellen. Zonder te moraliseren of beoordelen (dus niet: ‘ja maar als jij zo doet, dan is het logisch dat…’). Ik benoem hun gevoel, beaam dat ze bijvoorbeeld van streek of boos zijn (‘ja dat is ook heel naar schat, ik snap dat je daar verdrietig van word’). Samen verwonder ik me over het gedrag van de verschillende kinderen (‘hoe zou het komen dat hij zo doet’) en probeer ook perspectief te bieden, in de hoop dat er begrip voor de ander kan worden opgebracht, hoe lastig dat ook is.

Begrijpen

Zoals ik eerder beschreef in de voorbeelden: dat kinderen ruzie maken, heeft altijd een oorzaak. Sterker nog: ál het gedrag heeft een oorzaak. Het kunnen begrijpen van de onderliggende oorzaak, geeft vaak meer begrip en acceptatie. Het neemt de boosheid of het verdriet weg bij je kind, omdat het de gebeurtenis menselijker maakt. Een voorbeeld zou kunnen zijn: ‘misschien wilde hij heel graag meespelen. Het lijkt wel alsof hij niet goed weet hoe hij het moet vragen. Misschien heeft hij het nooit zo geleerd, zoals jij het hebt geleerd’. Het biedt een opening voor een gesprek, en het stilstaan bij de behoefte en gevoelens van de ander: ‘hoe zou het voor hem zijn denk je, als hij merkt dat iedereen hem stom vindt en weg rent met wie hij graag zou willen spelen?’.

De volgende keer

Een laatste, moeilijke stap is het bespreken van volgende keren. Elke les kun je nabespreken in termen als ‘wat ging er goed?’, ‘wat ging er niet goed?’. Maar belangrijker nog is dat je kind er iets aan heeft voor een volgende keer. Zodat het kan oefenen met de nieuwe kennis. Dán pas kun je spreken van verandering van gedrag, tenslotte. Een afsluitende vraag is dan ook: ‘hoe zou het de volgende keer beter kunnen gaan?’, of: ‘wat zou je volgende keer anders kunnen doen?’, of: ‘hou zouden wij hem kunnen leren/laten zien hoe je leuk met elkaar speelt?’.

Omgaan met sociale druk voor je kind: 13 tips

Omgaan met sociale druk voor je kind: 13 tips

13 Tips voor soepel afspreken

Regelmatig roepen vriendinnen en andere bekenden om mij heen in wanhoop waar ik een volgend artikel over moet schrijven, wanneer ze middenin een crisis met hun koter zijn belandt. Ik noteer ze allemaal. Want ik vind het leuk om ideeën aangedragen te krijgen. Niet dat ik overal een antwoord op heb, maar het helpt me wel om soms vanuit een andere invalshoek over zaken na te denken. Ik heb een blocnote met lijsten vol onderwerpen waar ik vervolgens uit kies, afhankelijk van waar ik zin in heb.

Populair, niet alleen maar leuk?

Eén van de vragen kwam van een goeie vriendin, met een zoontje van 6 jaar, die mateloos populair is op school. So far so good, zou je denken. Wat een mazzelpik, was ook mijn eerste gedachte. Maar blijkbaar heeft de populariteit ook een dark side, want regelmatig staat mijn vriendin met de handen in het haar omdat het afspreekmoment na schooltijd uitloopt tot een regelrecht drama. Teleurstelling, schuldgevoel, en overheersende normen maken dit moment eerder beladen dan ontspannen.

Loyaliteit

Want wat is er nou aan de hand? Dit kind heeft een heleboel vriendjes die met hem af willen spreken. Laten we hem voor het gemak even Peter noemen. Peter is een jongen die een sterk rechtvaardigheidsgevoel heeft en graag zijn afspraken nakomt, hoe jong hij ook is. Hij voelt nu al een loyaliteit naar zijn vriendjes en wil hen niet teleurstellen. Als hij tijdens de schooluren bij iemand heeft toegezegd, dan blijft hij ook bij deze beslissing. Als een ander kindje hem verleidt met een alternatief aanbod, blijft Peter bij zijn beslissing. Maar als dat laatste kindje vervolgens het speelafspraakje van Peter voor zich wint, is Peter intens verdrietig. Of wanneer een gemaakte afspraak uiteindelijk niet door kan gaan, kan Peter het bijna niet over zijn hart verkrijgen om dan met een ander kindje af te spreken, uit loyaliteit naar het andere kind.

Moeite met afspreken

Dat is bewonderenswaardig, een belangrijke waarde die hij nu al met zich meedraagt, die loyaliteit en trouw aan afspraken. Maar wel eentje die soms tot lastige gevoelens bij hemzelf leidt. Ik moet zeggen, ik vind het soms ook best ingewikkeld voor die ukkies. Naar mijn weten spraken we “in mijn tijd” (begint dat nu al?) in de kleuterklas zelfs helemaal niet af, maar sinds de oudste naar school gaat, is het een komen en gaan van speelafspraakjes. Ze hebben het er maar druk mee, met dat sociale leven. En het is logisch dat je daar als ouders dingen in wilt meegeven. Hoe ga je er dan mee om als je ziet dat het afspreken voor speelafspraakjes vooral een stressvolle aangelegenheid is?

13 Tips om je op weg te helpen

Ik heb mijn vriendin beloofd dat ik mijn best zou doen om tips te bedenken voor dit onderwerp. Ik hoop dat je er wat aan hebt, en wie weet heb je andere suggesties? Laat het vooral weten in een reactie hieronder.

  1. Probeer voor jezelf te bedenken voordat je je kind naar school brengt, wat je wilt: kan en mag je kind afspreken?
  2. Zijn er zaken om rekening mee te houden, zoals zwemles, vroeg eten, e.d.?
  3. Mag het zowel thuis afspreken als bij de ander?
  4. Maak afspraken over met hoeveel kinderen je kind mag afspreken. Dan hoef je niet onnodig teleur te stellen als je kind het plan heeft met 2 kindjes af te spreken als je dat niet ziet zitten.
  5. Stimuleer je kind om vóór schooltijd de speelafspraak voor de middag te organiseren, zodat je direct weet waar je aan toe bent ’s middags en het scheelt misschien een ritje voor één van de ouders.
  6. Onthoud dat je kind nog aan het oefenen en leren is om met deze sociale situaties om te gaan. Als ouder kun je hier het beste een coachende rol in hebben, hoewel je natuurlijk wel de grenzen uitzet.
  7. Een speelafspraakje doet je kind voor zijn plezier. Het is daarom vooral belangrijk of je kind zin heeft om met iemand af te spreken. Als je kind wordt gevraagd, spreek dan niet voor je beurt, maar vraag je kind of hij het ziet zitten. Regel het daarna met de andere ouder.
  8. Probeer niet alles uit handen te nemen van je kind om hem bijvoorbeeld verdriet te voorkomen. Dit soort momenten zijn belangrijke oefeningen en scherpen de sociale vaardigheden van je kind. Hoe moeilijk het ook is: hoe vaker je kind hiermee oefent, hoe beter het er mee leert omgaan. Op het moment dat je als ouder de leiding overneemt, ontneem je je kind het oefenmoment. Natuurlijk kun je wel aanmoedigen en faciliteren, maar laat, waar mogelijk, je kind het voortouw en initiatief nemen.
  9. Als je kind niet kan kiezen omdat het bijvoorbeeld door twee kindjes tegelijk wordt gevraagd, probeer dan vooruit te plannen: kind A vandaag, kind B op vrijdag. Check voor je afspreekt de mogelijkheid tot afspreken bij de ouder: misschien kan slechts één kindje, waardoor de keuze gemakkelijker wordt voor je kind.
  10. Als je de ervaring hebt dat het met bepaalde kinderen minder makkelijk loopt op speelafspraakjes, maak dan van tevoren duidelijk aan de kinderen hoe je het wilt hebben. Bereid ze dus voor op de situatie en leg uit wat ze kunnen verwachten, zodat de kans groter is dat het beter gaat. Bijvoorbeeld: ‘als we straks thuiskomen, dan gaan we eerst onze jassen en schoenen uittrekken. Dan eten we samen een boterham en bedenken jullie wat je gaat doen’.
  11. Als je kind, net als het zoontje van mijn vriendin, het afspreken moeilijk vindt, omdat hij niemand teleur wil stellen, niet kan kiezen of wat dan ook, bespreek dit dan samen met hem na. Benoem het gevoel wat je ziet: ‘dat was even ingewikkeld voor je hé? Je kon niet kiezen en dat maakte je verdrietig’. Dit helpt om alles op een rijtje te zetten en te verwerken.
  12. Bespreek ook wat je zag waar je tevreden over was: ‘je hebt goed nagedacht over wat je wilde, en je vindt het belangrijk om je aan de afspraken te houden, dat zag ik wel’. Dit maakt de kans op herhaling van gewenst gedrag groter en geeft je kind de kans om zelf uit te vinden wat het belangrijk vindt.
  13. Bespreek met je kind na hoe het een volgende keer anders of nog beter geregeld kan worden. Wat kan helpen? Hoe zou een ander het bijvoorbeeld doen? Als er (kleine) suggesties zijn, herhaal deze dan op het moment dat je kind weer wil afspreken.

Ben ik dingen vergeten? Noem ze hieronder!

Waarom wij voor Montessori kozen

Waarom wij voor Montessori kozen

“Laatst vroeg ik via Facebook  waar de volgende blog over moest gaan. Het was al snel duidelijk dat jullie meer wilden weten over onze keuze voor Montessori. Dus bij deze, de eerste blog op verzoek! Zat je voorkeur er niet bij? Ik zal veel vaker om jullie mening gaan vragen, zodat iedereen aan zijn trekken komt :)”

Montessori ervaringen

De keuze voor de Montessori school begon eigenlijk al toen we op zoek gingen naar een peuterspeelzaal. Onze dreumes was toen nog maar 1,5 jaar oud. Toch hadden we rond die tijd al een redelijk beeld van ons kindje, met haar karakter, nukken, voorkeuren en interesses. Het blijft altijd bijzonder hoe snel je de persoonlijkheid van zo’n kleine gup leert kennen. In die 1,5 jaar hadden we geleerd dat Meia een best pittig ding was, met héél veel energie, ontdekkingsdrang en nieuwsgierigheid. Dat we zochten naar een peuterspeelzaal was met een tweeledig doel: uitdaging voor Meia enerzijds, even een momentje van rust voor ons anderzijds.

Peuterspeelzaal en school

Wetende dat de meeste peuterspeelzalen in het gebouw van een school zitten, of op de één of andere manier een samenwerking hebben met een bepaalde school, vond ik het logisch om voor een peuterspeelzaal te kiezen die hoorde bij een school waar we achter stonden. Min of meer kwam het er dus op neer dat we met 1,5 jaar ook indirect al voor de school hadden gekozen. We bekeken een paar speelzalen in onze directe regio maar daar vond ik niet zoveel aan. Ik miste iets en kon het niet zo goed duiden.

Schot in de roos

Toen we bij de speelzaal van de Montessori gingen kijken, kregen we ook direct een rondleiding door de school. Ik weet niet meer hoe dit precies ging, misschien dat we dat destijds zelf hadden gevraagd om ook een beeld van de school te vormen. In ieder geval, dit was direct een schot in de roos. Ondanks het feit dat de school zich toen bevond in een dependance, omdat de nieuwe school nog gebouwd moest worden.

Geen standaard werkwijze

Pas toen we de rondleiding bij de peuterspeelzaal en school kregen, besefte ik wat ik eerder had gemist: deze school sprak taal die uitging van het kind en de behoeften van het kind. In andere scholen/speelzalen werd er vanuit het aanbod gesproken: “dit is wat we hebben”. Dat is op zich prima, maar ik merkte dat ik daar geen genoegen mee kon nemen. We hadden vanaf de babytijd al behoorlijk wat te stellen gehad met Meia, en zij was best veeleisend in haar ontwikkelingsbehoeften. Ze vroeg, net als ieder kind, een unieke begeleiding om zich goed te kunnen ontwikkelen. En waar voor veel kinderen een standaard aanbod en standaard werkwijze prima is, besefte ik dat dit voor Meia waarschijnlijk ontoereikend zou zijn.

Natuurlijke manier

De school liet ons zien hoe de kinderen werkten, hoe een kind vanuit zijn eigen interesses en motivatie aan de slag ging, waardoor het per definitie gemotiveerd aan de slag was. Dat zagen we terug. Het was een klein bijgebouw, vol met spullen en kinderen, maar desondanks was het heel stil, de kinderen waren rustig aan het werk, de sfeer was gemoedelijk. Dat verwonderde me enorm! Het voelde meteen goed. Het is geen vrijheid blijheid, want er moeten wel doelen worden gehaald. Maar de manier van werken is veel natuurlijker. Al eerder schreef ik dat een kind pas leert als het iets leuk vindt. En dat belangrijke principe wordt in de praktijk gebracht, want een kind wordt verantwoordelijk gemaakt voor zijn eigen leerproces.

Begrijpen waarom je iets leert

Wat ik vooral heel waardevol vindt, is dat er niet doelloos wordt geleerd: niet argeloos de ene les na de andere les verwerken, maar dat kinderen wordt uitgelegd waaróm ze iets leren. Als een kind snapt waaróm ze iets doen, dan is de motivatie ook hoger om iets te willen begrijpen. Dan zetten ze zich in om iets echt onder de knie te krijgen. Dit stemt overeen met de natuurlijke nieuwsgierigheid die kinderen hebben, en maakt de theorie direct praktisch: om iets ingewikkelds te weten, moeten eerst de stappen daar naartoe worden beheerst.

Montessori materiaal

Het Montessori onderwijs werkt daarom niet alleen op ‘het platte vlak’, zoals met werkboeken, maar ook met het bekende Montessori materiaal. Ik wist nog, vanuit mijn pabo-verleden lang geleden, dat Maria Montessori inderdaad ook eigen materiaal had ontwikkeld, maar pas sinds mijn kinderen zelf deze onderwijsvorm krijgen, begrijp ik veel beter het hele gedachtegoed hierachter. Op school zijn er namelijk regelmatig informatie avonden over bijvoorbeeld het rekenonderwijs, waarin dieper wordt ingegaan op de materialen en hoe deze worden ingezet in de lessen.

Slim gedachtegoed

Er ging een wereld voor me open tijdens deze avonden, want wat is dit een slim doordacht systeem! Doordat kinderen handelend bezig zijn, met concrete materialen, wordt de abstracte theorie van het platte vlak (bijvoorbeeld de kale sommen) ineens inzichtelijk en begrijpelijk. Een kind snápt hoe een keer-som werkt of gaat bepaalde algoritmes doorzien. De Montessori school moedigt deze manier van werken dan ook aan. En de onderwijsvorm is door de alle leerjaren heen doorgetrokken, wat de samenhang vergroot. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt met kleuren voor bepaalde cijfers: hiermee wordt al in de kleuters gestart, zodat kinderen bijvoorbeeld precies weten hoeveel kralen in de paarse kralenketting zitten.

Zelfstandigheid

Het Montessori heeft bepaalde motto’s en denkwijzen, die de meesten van jullie misschien wel eens gehoord hebben. “Vrijheid in gebondenheid” is er eentje van. Het werken aan zelfstandigheid is een andere. Hoe dit er in de praktijk aan toe gaat, daar kwam ik al achter toen mijn oudste begon op de speelzaal. Ze trokken toen bij wijze van spreken een half uur uit voor het aantrekken van jassen en schoenen (op school draagt iedereen slofjes). Gewoon, omdat ze ieder kind de kans wilden geven om te proberen zijn jas aan te laten trekken. Tot waar het lukte, deed het kind dit zelf, pas daarna hielp de juf voor de rest. Zo ook met het inschenken van drinken: kinderen leren zelf hun limonade inschenken en daarna de bekers op te ruimen. Deze visie van zelfredzaam maken en de autonomie bevorderen, gaat door wanneer een kind begint op de basisschool.

Vrijheid in gebondenheid

Vrijheid in gebondenheid is terug te herkennen in het feit dat een kind zelf mag bepalen hoe het zijn dag indeelt, tot op zekere hoogte. Want bijvoorbeeld een muziekles of fruit eten zijn op vaste tijden. Maar tijdens het werken, kan mijn dochter best beslissen om wat langer met taal bezig te zijn, en rekenen vandaag over te slaan. Dat betekent wel dat zij morgen extra rekenwerk zal hebben, dus over die beslissing en de gevolgen daarvan, moet ze wel nadenken. Het kan ook betekenen dat een kind liever begint met het afmaken van een werkstuk voor kosmisch onderwijs, en pas ’s middags taal en rekenen afmaakt. De gebondenheid zit hem in de grenzen van de vrijheid. Want elke paar weken, moet een kind laten zien of het bepaalde doelen voor o.a. rekenen en taal beheerst. De leerkracht monitort het leerproces van een kind en stimuleert om na te denken over de keuzes en gevolgen ervan die het maakt.

Flexibel schoolsysteem

Ik kom voor mijn werk heel regelmatig op uiteenlopende scholen in regio Drechtsteden, en niet zelden valt mij op hoe star of conservatief het schoolsysteem is. Helaas zijn opmerkingen in de trant van: “maar zo doen wij dat al jaren” of “dat hebben we nog nooit gedaan” geen zeldzaamheid. Juist daarom waardeer ik de flexibiliteit en het ‘omdenken’ van deze school zo erg: er wordt altijd gedacht vanuit het kind, en de stof daaromheen wordt daar waar nodig en mogelijk op aangepast. Dit was in het geval van Meia ook heel duidelijk.

Werken vanuit de behoefte van het kind

Op de peuterspeelzaal kwam zij niet uit de verf. Ze had behoefte aan uitdaging maar was tegelijk onzeker en geneigd zich aan te passen. Tijdens het tweede jaar op de speelzaal is in overleg al kleutermateriaal naar de speelzaal gehaald. Toen zij begon op school, is dit aan de hand van een ‘warme overdracht’ gegaan: speelzaal en school bespraken de aandachtspunten voor Meia wanneer zij zou starten. In de kleuterjaren is er constant zo gewerkt dat de lesstof naar Meia toekwam, ook al betekende dit dat er bijvoorbeeld materiaal uit de middenbouw gehaald moest worden. Fysiek zat zij in de kleuterklas, maar omdat het zo gewoon is dat elk kind op zijn eigen niveau werkt, viel het ook niet op wanneer zij andere lesstof deed. En ook nu in de middenbouw wordt de lesstof aangepast aan de leerbehoeften.

Gemengde groepen

Een groot voordeel daarin vind ik de bouwgroepen in het Montessori onderwijs. Dit vond ik een van de belangrijkst meewegende argumenten in onze overwegingen voor Montessori onderwijs. Tegenwoordig zijn er bijna in elke school wel kleuterklassen met gemengde groep 1 en 2, maar in deze school is er daarnaast ook sprake van de middenbouw (groep 3, 4 en 5 gemengd) en de bovenbouw (groep 6, 7 en 8 gemengd). Elke bouw heeft zijn eigen ‘unit’, wat in de praktijk inhoudt dat elke bouw in een ander gedeelte van de school zit, met een eigen gemeenschappelijke ruimte. Hoewel er 4 klassen zijn, is dit in de praktijk minder star: zo kunnen met een les nieuwsbegrip kinderen uit de verschillende klassen bij elkaar worden gezet. Of zitten leerlingen uit verschillende klassen met elkaar in de gemeenschappelijke ruimte te werken.

Verschillende leeftijden in één groep

Wat ik vooral fijn vindt aan de gemengde leerjaren, is dat het ook hier weer dichter bij de natuur staat: ook in gezinnen moeten de meeste kinderen leren omgaan met oudere of jongere broertjes of zusjes. Soms vergt dat een meer coachende rol naar jongere kinderen, soms wordt je uitgedaagd om iets ook te kunnen, zoals een oudere leerling. Bovendien is er voor een kind meer keuze in de aansluiting op sociaal gebied. Het leert dus ook belangrijke sociale vaardigheden. Een ander voordeel van de gemengde leerjaren is dat het niet opvalt of uitmaakt op welk niveau een kind werkt. Er is geen gevoel van uitzondering, want elk kind volgt in feite zijn eigen leerlijn.

Geen klassikaal onderwijs

Wat meteen opvalt als je een bezoekje neemt in een Montessori school is dat er in een klas heel anders wordt gewerkt dan in een reguliere school. Er wordt bijna geen klassikaal onderwijs gegeven, waardoor het kan zijn dat de kinderen uit een klas verschillende dingen doen. Uiteindelijk moeten zij wel bepaalde weekdoelen bereiken, maar de indeling van hun planning mogen zij voor een groot gedeelte zelf bepalen. Als er bijvoorbeeld lesjes worden gegeven, worden hier de kinderen bij gevraagd die deze les nodig hebben. Dat hangt dus af van het niveau van een leerling. In het geval van Meia, die lezend binnenkwam in de groep 3, betekende dat zij geen lesjes in het leren lezen hoefde te volgen. Dit voorkomt veel frustratie en zorgt voor veel efficiënter onderwijs: zij kon meteen met verwerkingsopdrachten aan de gang.

Brede ontwikkeling

Een ander zeer waardevol argument voor ons was het onderwijsaanbod. Deze school gelooft in een brede ontwikkeling, en hecht niet alleen waarde aan de vakken zoals taal en rekenen, maar steekt ook veel tijd en energie in de creatieve en sociaal-emotionele kant van het kind. Zo is er een samenwerkingsverband met de kunst- en cultuurschool uit de regio, waardoor alle kinderen elk jaar een aantal gastlessen hebben op gebied van dans, drama of beeldende kunst. Er zijn extra gymlessen, omdat zij een gezonde school zijn en er is een vakdocent voor muzieklessen die ze wekelijks krijgen. Er zijn geen zaakvakken, zoals biologie, geschiedenis of aardrijkskunde, maar er wordt gewerkt met Kosmisch onderwijs.

Kosmisch onderwijs

Kosmisch onderwijs is ook een typisch begrip uit het Montessori. Ook deze manier van lesgeven gaat over meerdere jaren heen. Er wordt namelijk gewerkt in thema’s. Op dit moment is er in de kleuterklas bijvoorbeeld het thema herfst en in de middenbouw wordt stilgestaan bij het ontstaan van de aarde. Hierin zijn alle lessen verweven, waardoor er gewerkt wordt met een natuurlijke samenhang tussen de vakken. Ook bijvoorbeeld de kunstzinnige verwerking valt in het kosmisch onderwijs.

Blij met de school

Sinds mijn kinderen naar school gaan, met ik met terugwerkende kracht jaloers op ze: zat ik maar op deze school! Het is zo leuk om te zien hoe een groep kinderen samenwerkt aan een project in het theater, of om uitgenodigd te worden op de slakkententoonstelling van je zoontje uit de kleuterklassen. Het schoolsysteem klopt gewoon. En ik ben er echt van overtuigd dat je een school moet kiezen die past bij je kind. En in ons geval, met drie kinderen, is dat best spannend, omdat je nog niet weet of het schoolsysteem bij alle kinderen past. Maar die twijfel wordt steeds minder: de flexibiliteit van de leerkrachten, het meedenken over hoe je kind werkt en wat het nodig heeft en de vele mogelijkheden om daarop aan te sluiten geven het vertrouwen dat dit goed komt. Plus het feit dat ik er van overtuigd ben dat deze manier van lesgeven de natuurlijke manier van leren van kinderen het beste benaderd van de beschikbare onderwijsvormen.

De afweging: wel of niet naar de peuterspeelzaal?

De afweging: wel of niet naar de peuterspeelzaal?

Waarom ik mijn derde kind thuis houd

Al eerder schreef ik over het afscheid van mijn middelste van de peuterspeelzaal. Toen mijn oudste nog naar de speelzaal ging, was dit op een andere locatie en met een iets ander beleid. Er was toen nog volledige vergoeding voor de twee ochtendjes die zij per week ging. Dit maakte de drempel voor mij laag om haar hier naartoe te laten gaan, zodat ik die uurtjes even mijn handen vrij had. Maar al vrij snel kwamen de bezuinigingen in het onderwijs, de zorg en ook de voorschool.

Is de speelzaal het geld waard?

In tegenstelling tot de basisschool, waar ik per jaar maar zo’n €75 betaal, moest ik voor die ‘luttele’ twee ochtendjes per week ineens per maand een flinke smak geld betalen! Dat maakte mijn houding ineens een stuk kritischer: was het dat geld wel waard? Tsja, je blijft tenslotte Hollander. Bovendien had ik een dure studie naast mijn werk, waardoor ik goed moest nadenken over de verschillende uitgaven.

Gastouder versus peuterspeelzaal

Maar Fosse had er zin in, en ik vond het ‘oneerlijk’ om Meia wel naar de voorschool te laten gaan en Fosse niet. Dus toen Meia op de basisschool begon, startte Fosse tegelijkertijd op de peuterspeelzaal. Maar al snel groeide bij mij wat twijfels. We hadden toen nog een gastouder waar de kinderen 2 dagen per week naartoe gingen. In feite deed zij dezelfde dingen, en oefende Fosse daar ook in het omgaan met andere kindjes. Toen Fosse 3 jaar werd, kregen we zelfs opvang aan huis (een nanny! hierover later meer :)), waardoor het nog meer dubbelop ging voelen.

Observaties op de peuterspeelzaal

Hoewel Fosse het wel naar zijn zin had, kreeg ik van de speelzaal weinig tot niets te horen over de voortgang. Nadat hij er inmiddels een jaar naartoe ging, vroeg ik of er nog iets van een observatie of gesprek zou komen. De leidsters planden een observatie in en ik kreeg de boekjes daarna mee naar huis. En toen ik die las, besloot ik: Signe hoeft van mij niet naar de peuterspeelzaal. In de boekjes werd namelijk een ander beeld geschetst van Fosse dan hoe wij hem kenden. Blijkbaar ervaren zij hem anders (dat kan natuurlijk) en ik was benieuwd hoe dit kwam. Dus vroeg ik een gesprekje aan.

Ouders betrekken

Met de leidsters had ik leuk contact, maar ze vertelden inhoudelijk weinig, waardoor ik dus verrast was door de observatie. Dit vond ik een teleurstelling: ik ben van mening dat je het contact met ouders warm moet houden, de lijntjes kort, met snelle terugkoppeling van observaties. Of ouders hier nu om vragen of niet. Maar al te vaak geven ouders van mijn cliënten aan hoe belangrijk zij het vinden om betrokken te worden bij de behandeling van hun kind. Naar mijn mening is dat in dit soort situaties niet anders.

Tegenzin voor de speelzaal

Ik gaf in het gesprek aan hoe ik Fosse thuis kende, hoe andere ouders hem kenden, en hoe dit verschilde van hun ervaringen. Waar zij relatieve ‘achterstanden’ constateerden (hij praatte onduidelijk, was roekeloos in de motoriek), stelden anderen geen problemen vast (op advies van de speelzaal bij fysiotherapeut geweest bijvoorbeeld).

Tegelijkertijd merkte ik dat Fosse steeds meer tegenzin begon te ontwikkelen in het naar de speelzaal gaan. Steeds meer vriendjes en vriendinnetjes werden 4 jaar en verhuisden naar de basisschool. Alle puzzels en spelletjes waren intussen wel gespeeld had ik het idee, steeds vaker bleef hij om mij heen drentelen. En het feit dat ik Signe uit haar slaap verstoorde om Fosse die dagen te brengen en halen, hielp bij mij ook niet mee.

Waardevolle vaardigheden

Zo kwam ik tot het besluit om Signe thuis te halen. Na 2 kinderen heb ik gezien wat de speelzaal kan bieden. Ik vind het heel waardevol dat er wordt gewerkt aan vaardigheden als op je stoeltje blijven zitten, op je beurt wachten, samen delen, zingen, etc. Maar nu met onze nanny ben ik ervan overtuigd dat zij hetzelfde en méér kan bieden, zonder die maandelijkse kosten en het wekelijkse heen-en-weer-gesjouw-met-kinderen.

Twijfels

Toch vind ik het ook wel spannend: hoe zal Signe het straks vinden als ze dan de stap maakt naar de basisschool? Zal ze moeite krijgen met afscheid nemen? Doe ik haar tekort door haar thuis te houden? Kan ze wel voldoende sociale vaardigheden oefenen als ze alleen maar thuis is en niet in de groep functioneert? We zullen het zien, de komende jaren.

 

De wereld van het buiten spelen

De wereld van het buiten spelen

Over hang-ouders en in het wild spelen

Een paar jaar geleden was ik al eens begonnen met schrijven. Mijn toenmalige website bestaat inmiddels niet meer. Wel deel ik nog graag mijn herinneringen uit die tijd met jullie, zoals deze, over het letterlijk groter worden van de wereld van kinderen met het buiten spelen.

 

Met grote ogen en open mond drukt mijn dochter (toen ruim 3 jaar) haar neus tegen het raam terwijl ze naar buiten kijkt. Ze kijkt verlangend naar de spelende kinderen in de straat: ‘mama ik ga ook buiten spelen!’ zegt ze ineens resoluut. Ze draait zich om en rent naar de hal om schoenen en jas te pakken.

 

Een nieuwe wereld

Ik heb amper de tijd om aan het idee te wennen. Buiten spelen! Dat betekent dat ik ook mee moet. Ik sleep mijn (toen) jongste mee naar buiten en parkeer hem in de tuin. Ondertussen probeer ik snel te denken: wat moet ik nu precies doen? Kan dat wel, buiten spelen? En die auto’s in de straat dan? En tot hoe ver mag ze dan? Ondertussen trekt de oudste het tuinhekje al open, terwijl ze haar step onder haar arm klemt. Veel tijd om te denken heb ik dus niet, want mijn kleine meisje gaat de Grote Boze Wereld in. Nouja, zo voelt het althans een beetje.

 

Nieuwe levensfase

Ik ga voor haar zitten en spreek de grenzen af van haar nieuwe territorium: de straat en niet de poort door. Er kan nog net een knikje vanaf voor ze de tuin van de buren in stuift. Ik blijf samen met mijn zoontje een beetje meewarig zijn zus nakijken. Nou. En nu? Maar in de tuin blijven? Of kan ik gewoon naar binnen? En wat nou als ze zomaar bij andere mensen naar binnen gaat, dan weet ik niet waar ze is! Het wordt me direct duidelijk dat er een hele nieuwe fase is aangebroken in ons leven. Die van buiten spelen met andere kinderen wel te verstaan.

 

Onzekerheid

Gek genoeg heb ik daar nooit iets over gelezen in de boekjes. Terwijl ik me toch behoorlijk ongemakkelijk voelde in het begin. Ik werd me bewust wat er bij komt kijken: regels stellen, afspraken maken (‘je mag even buiten spelen maar straks wil ik nog even naar de winkels’), letterlijke grenzen aangeven, toezicht houden (‘waar hangt ze nu uit?’), sociale vaardigheden (‘wel even vragen of je naar binnen mag voordat je naar binnen gaat’, ‘zeg je nog even gedag?’)…

 

Hang-ouders

En ook voor mij als moeder ging er een wereld open. Die van ouders op straat. Een soort hang-ouders. Ze hangen in groepjes samen, klagend over het weer of ze verzuchten het gedrag van die kleine spruiten die om hun voeten krioelen. Een bijzonder fenomeen is dat de hangouders hun gesprek gewoon weer oppakken van waar ze vorige keer waren gebleven. Want de kans bestaat immers zomaar dat je drie blokjes rondrent omdat je peuter of kleuter ineens uit beeld is en heeft besloten dat tv kijken binnen toch leuker is. Dit leidt tot amusante conversaties. Zo laadde ik bijvoorbeeld de boodschappentassen uit terwijl een buurvrouw een eerder gesprek vervolgde: “maar dat betekent dus dat je dat beton er nooit meer uit krijgt!”.

 

Wie let er op de kleintjes?

Een ander fenomeen is de surveillancedienst. Ik werd hier direct van op de hoogte gesteld tijdens een van mijn eerste hangervaringen toen een wat enthousiaste moeder uitgelaten riep dat het zo prettig dat ‘we allemaal een beetje op elkaars kinderen letten!’. Dit is gevaarlijk. Want iedereen buiten is in de veronderstelling dat één van de andere hang-ouders surveillancedienst heeft, waardoor niemand echt in de gaten heeft dat het grindpad van de buurman inmiddels via de speelgoedvrachtauto in de put is beland. Of dat je dochter heeft besloten bloemen te plukken uit de voortuin van een andere hangouder.

 

Erbij willen horen

Maar ook mijn dochter deed die eerste weken wisselende ervaringen op. Het ‘in het wild’ spelen was toch even andere koek dan het speelkwartiertje in de speelzaal of in de tuin van de gastouder. Buiten spelen met nieuwe kinderen is toch een leerproces, zo blijkt. Het leggen van contacten, het vragen om mee te spelen en zoeken van speelmaatjes met wie het klikt, is een dappere onderneming van elk kind dat voor het eerst naar buiten gaat. Eentje die bij mijn dochter ook voor veel intense gevoelens zorgde. Zo ervoer ze de teleurstelling en verdriet als ze niet (direct) mocht meespelen of zelfs werd afgewezen. Maar ook als ze ontdekte dat haar speelkameraadje niet thuis was. Aan de andere kant was ze euforisch als ze nieuwe kinderen had gevonden en ze de drempel over durfde om mee te spelen en contact te maken. De behoefte om erbij te horen wordt in deze fase heel goed waarneembaar.


Misschien ook interessant:

  1. 10 tips voor een bedankje voor de juf
  2. kinderleed als je net vier bent geworden
  3. het leed, dat taart maken heet