Archief van
Tag: school

Zomerschool 2017

Zomerschool 2017

Naar school in de vakantie

Meia gaat naar de zomerschool. ‘Huh? Naar school in je vakantie? Wat doe je je kind aan?’ En toch is het super populair! Sinds vorig jaar is dit initiatief gestart in Dordrecht. Ik wist toen van het bestaan niet af en de school van onze kinderen deed er ook niet aan mee, dus het was ook niet aan de orde. Maar dit jaar kregen de kinderen vanaf groep 3 een briefje mee naar huis: of ze mee wilden doen aan de zomerschool.

Gemotiveerd

De laatste 2 weken van de vakantie gaan de kinderen naar ‘school‘. Maar alléén als je echt gemotiveerd bent. Zo werd er op school een presentatie gegeven over wat de zomerschool inhield en moesten de kinderen op ‘sollicitatie’ met de organisatoren om aan te tonen dat zij echt wilden. Wat houdt het in? Kort gezegd is het 10 dagen lang een combinatie van spelen, sport en leren. ’s Ochtends worden er bijvoorbeeld spelletjes gedaan rondom taal, spelling of rekenen. Tussen de middag wordt er samen geluncht en daarna is er de hele middag tijd voor spelletjes en sporten om de stof van die ochtend te verwerken.

Lange vakantie

De kinderen komen van verschillende scholen, die samenkomen op één plek. In totaal is er in Dordrecht op 3 plekken een zomerschool dit jaar en ze hopen dit komende jaren verder uit te breiden. Zoals ik eerder schreef is deze zomervakantie weer een beetje rommelig. We gaan niet op vakantie, en dan duren 6 weken best lang. Normaal gesproken zijn zomervakanties voor ons een behoorlijke uitdaging. Andere ouders heb ik het wel eens ‘de vloek van de zomervakantie’ horen noemen. Want het is nu eenmaal zo dat de meeste kinderen behoefte hebben aan de structuur en het vanzelfsprekende dagritme, zoals ze die kennen van het naar school gaan. De 6 weken zonder deze structuur drijft menig ouder tot wanhoop met hun kind.

Bewegend leren

Dus was ik heel erg blij dat Meia zo enthousiast werd van het idee van de zomerschool. Ze houdt ontzettend van gym en sport en dat er tijdens de vakantie geen sport is, is dan ook een gemis. Dat was de grootste motivatie om hier aan mee te doen: lekker actief bezig zijn. Daarnaast kan de hersengymnastiek geen kwaad, want ook daar kan ze wat energie in kwijt. Gelukkig wordt er in samenwerking met de scholen waar de kinderen vandaan komen, gekeken hoe het lesprogramma van de zomerschool zoveel mogelijk op maat kan worden gemaakt. Zo krijgt Meia gelukkig voldoende uitdaging en haalt ze voldoening uit deze dagen.

Activiteiten voor ouders

Maandag was een feestelijke opening: de kinderen werden onthaald met muziek, een springkussen en een polo-shirt van de zomerschool. Toen Meia bekenden zag van haar eigen school, was het ijs zo gebroken. Wat een leuke toevoeging is, is dat er activiteiten worden georganiseerd waaraan ouders ook mee kunnen doen. Een tip voor de volgende keer is wel om deze eerder bekend te maken, zodat ouders hun eigen planning er beter op kunnen aanpassen.

Andere kinderen

Ik ben blij dat dit wordt georganiseerd in onze stad. Meia heeft een leuke daginvulling en zo komt er ook even wat tijd vrij voor de jongste twee. Het is namelijk voor Fosse, als middelste kind, ook wel heel erg lekker om af en toe even de oudste te kunnen zijn, en ongestoord je gang te kunnen gaan zonder bemoeienissen van je grote zus. Voor iedereen wat winst dus. En wie weet, volgend jaar weer?

 

 

Beginnende geletterdheid

Beginnende geletterdheid

Leren lezen

Ineens kon hij het. Mijn kleine ventje die voorheen alleen maar geïnteresseerd was in spiderman en race-auto’s: letters herkennen. Ik zag hem in een boekje bladeren, wat hij al sinds baby af aan leuk vindt om te doen. Tegelijkertijd leek het alsof hij zijn mond bewoog terwijl ik intens naar de bladzijden keek. Direct zei ik tegen Steef: ‘volgens mij probeert hij te lezen?’.

Geen interesse

Ik kon het me bijna niet voorstellen, omdat er tot voor kort nul interesse deze kant op ging. Hij was (en is) altijd aan het spelen, bezig met afspreken, raketten aan het bouwen of ‘oorlog aan het voeren’ met denkbeeldige draken of dino’s. Waar zijn oudere zus nog wel eens dappere pogingen ondernam om hem te betrekken bij haar spel, liep dit steevast op een afwijzing van zijn kant uit. ‘Kom we gaan schooltje spelen en ik was de juf’ werd beantwoord met ‘Nee, saaaaaai!!’, waarmee de kous af was.

Ik kan mijn naam schrijven

Ook op school kreeg ik te horen dat we een echt speelkind hebben. Vooral bezig met buurten en socializen. Mijn hemel, wat heeft ie al een drukke agenda in groep 1. Brullen en dikke tranen wanneer hij een middagje niet kan afspreken. Op school zal hij dan ook niet uit zichzelf voor een ‘werkje’ kiezen. Dat hij ineens vertelde dat hij zijn naam kon schrijven, kwam voor ons dan ook totaal uit de lucht vallen! Waar hebben we een afslag gemist?

Grillige ontwikkeling

En inderdaad, toen we een blaadje aanboden, schreef Fosse ijverig met tong uit zijn mond en een ingespannen bekkie in hanenpootjes zijn letters op papier. En nu, niet veel later, worden we opnieuw verrast door deze ontwikkeling in beginnende geletterdheid, die een enorme vlucht lijkt te nemen. Dat de ontwikkeling grillig verloopt bij kinderen is mij al langer bekend. Maar om het dan bij je eigen kind te zien, blijft een bijzondere ontdekking.

Letters herkennen

Zo zaten we, net als elke avond, met een boekje in bed voor te lezen. Al langere tijd merkte ik dat Fosse tijdens het lezen zijn vingers bij de paginanummers hield: hij herkende steeds beter de cijfers en getallen en maakte er een spelletje van om te raden welke bladzijde we waren. Maar dat hij hetzelfde met de letters kon, was voor mij een complete verrassing. Ineens wees Fosse een woordje aan en zei: ‘ik weet wat hier staat, hier staat t…a…k… tak!’ Het was een boek met veel plaatjes bij de woordjes, dus ik vermoedde dat dit een gokje was, maar toen hij ook woordjes uit de tekst zónder plaatjes noemde, wist ik het zeker: hij begint te lezen.

Beginnende geletterdheid

De beginnende geletterdheid vind ik zoiets wonderlijks: grip krijgen op de taal om je heen. Er gaat een wereld voor je open als je kunt lezen. Toen Meia hiermee begon, merkte ik dit ook, en het is sindsdien alleen maar toegenomen. Dat Fosse hier nu ook ineens een vlucht in maakt, maakt me enthousiast: het is zo’n leuke fase! Ik ben blij dat wij hier getuige van mogen zijn en verheug me op alle ontwikkelingen die hierop zullen volgen.

Woordjes lezen en schrijven

Het herkennen van letters en woordjes gaat trouwens hand in hand met het schrijven van letters en proberen te vormen van woordjes. Helaas voor ons is Fosse niet kieskeurig op welk medium deze letters oefent. Blijkbaar geeft hij nu vooral prioriteit aan het schrijven, en minder aan de omstandigheden. Hoewel je zou kunnen denken, ‘ach, je gaat toch verhuizen’, is het toch best lullig om een half alfabet op de muren achter te laten voor de volgende bewoners.

Indruk achter laten

Blijkbaar heeft het schrijven ook iets van ‘een indruk kunnen achterlaten’, zoiets als je handtekening ergens onder zetten. Zoals je nu nog ziet op de wc deuren van kroegen of concertzalen: ‘Lisa was here’. Ik vermoed dat dit over dezelfde behoefte gaat. Hopelijk kunnen we die behoefte nog een beetje binnen de perken houden en het vooral op papier laten zetten. We gaan het zien.

Faalangst en 5 tips

Faalangst en 5 tips

Bang om het niet goed te doen

Het komt vaak voor. De angst om het fout te doen. Het idee dat fouten maken iets verkeerds is. Veel kinderen, en ook volwassenen kampen met dit soort gevoelens. Het geeft een grote onzekerheid en belemmert een kind om vrij en onbevangen ergens aan te beginnen. Het legt een grote druk, want niets is zonder gevaren. Deze kinderen kunnen, als de gevoelens heel sterk zijn, echt veel last hebben van de faalangstgevoelens. Het nemen de onbezorgdheid weg, die zo kind-eigen is. Iets wat je als ouder vaak aan het hart gaat.

“Tom (6) is altijd al bang geweest om dingen fout te doen. Hij remt zichzelf enorm in het aangaan van nieuwe dingen. Tom heeft moeite om nieuwe dingen te leren: zijn nieuwe fiets heeft nog steeds zijwieltjes want hij is ervan overtuigd dat hij valt als ze eraf gaan.”

Troosten en geruststellen

Het is ook heel erg naar om je kind zo verdrietig of angstig te zien als het iets nieuws ‘moet’ proberen, of als het bezig is iets te doen wat naar zijn idee in één keer goed moet. En als ouder probeer je die gevoelens dan ook zo snel mogelijk weg te maken. Het zien dat je kind het moeilijk heeft, is namelijk voor ouders heel lastig. Dit wekt vaak de automatische neiging op om je kind te troosten, gerust te stellen en te zeggen dat het niet klopt wat je kind denkt: ‘stil maar, daar hoef je niet om te huilen’, ‘je hoeft nergens bang voor te zijn, je kan het gewoon’, ‘het gaat je heus wel lukken, doe niet zo gek!’.

Herkenning

Niet zelden herkennen ouders deze gevoelens ook bij zichzelf. Angst is iets besmettelijks en wordt, helaas, gemakkelijk doorgegeven aan kinderen. Hoe goed je ook denkt dit niet te laten merken. Kinderen voelen dit echter feilloos aan en nemen dan ook vaak gedrag over. Daar komt bij dat angst ook een stukje genetisch materiaal is: het is vaak een karaktertrek. Mensen kunnen in meer of mindere mate emotioneel stabiel zijn, wat o.a. wordt afgemeten aan de mate van angstig gedrag. Dat betekent dat het ene kind per definitie angstiger is dan het andere kind. Zo kan er dus een kwetsbaarheid bij je kind zijn om bijvoorbeeld faalangst te ontwikkelen.

“Mijn dochter van 8 wil niet meer naar school. Ze vindt het saai, het duurt allemaal te lang. Toen ik wat doorvroeg, kwam er iets uit wat ons niet verbaasde: faalangst. Ik herken het enorm bij mijzelf, en mijn man trouwens ook.”

Argumenten en overtuigen

De meeste ouders zijn behoorlijk creatief in het aandragen van goede argumenten om hun kind te overtuigen van hun ongelijk. Maar tegelijk merken ze dat deze goed bedoelde peptalks niet lijken binnen te komen. Soms ontstaat er een patroon dat een kind deze geruststelling en bevestiging steeds harder nodig gaat hebben voor het ergens aan begint, wat ouders soms tot wanhoop kan drijven: “wat ik ook zeg, niks lijkt hem ervan te overtuigen dat hij zich geen zorgen hoeft te maken”. Het hele aanmoedigingsproces gaat steeds meer tijd kosten merken ze.

“Sam (13) komt steeds vaker ziek naar huis. Het begon toen hij voor Nederlands een presentatie moest geven voor de klas. Hij was zó zenuwachtig, terwijl hij zo goed had geoefend. Het uur voor zijn presentatie kreeg hij buikpijn en werd misselijk. Hij heeft zich toen ziek gemeld en is naar huis gekomen. Het lijkt wel of hij nu probeert alle spannende momenten op school te vermijden.”

Meteen goed doen

Faalangst komt voor bij alle kinderen. Het is een fabeltje dat dit niet bij jonge kinderen voor kan komen of alleen bij kinderen die moeilijk leren. Niet zelden is faalangst gekoppeld aan perfectionisme. Deze kinderen hebben vaak het idee dat wat ze doen, 100% goed moet zijn. Of dat ze iets al moeten kunnen als ze er mee beginnen om het te leren, bijvoorbeeld zwemles of zonder zijwieltjes fietsen.

“Lilly (10) is slim, maar toch is ze als de dood dat ze een fout maakt. Ze neemt het risico liever niet dat de juf met rode pen een kruis door haar werk zet, want dat is volgens haar onvergeeflijk. Als het even kan, doet ze pas iets als ze zéker weet dat ze het kan. En als ze het dan heeft laten zien, lijkt ze te denken: ‘zo, nu heb je gezien dat ik het kan, nu ga ik het niet meer doen’. Ik maak me zorgen dat ze hierdoor gaat onderpresteren op school, omdat ze alleen gemakkelijke werkjes kiest die ze 100% zeker weten kan.”

Perfectionisme

Waar perfectionisme ophoudt en faalangst begint, is vaak een dunne scheidslijn. Perfectionisme is een mooie eigenschap. Het is tenslotte prima dat iemand graag goed werk aflevert en nauwkeurig is. Maar als dit ten koste gaat van het welzijn van het kind of het kind wordt belemmerd om dingen te doen die het anders wél zou doen, dan is perfectionisme een probleem geworden. Hoe doorbreek je het patroon? Hoe kun je je kind het vertrouwen in zichzelf geven en het weer onbezorgd de dagelijkse dingen laten doen? Er zijn een aantal tips die ik met jullie wil delen.

 

1. Goeie complimenten

De belangrijkste tip gaat over de manier van aanmoedigen. Complimenteren is een kunst, dat verdient een aparte blog. Voor nu is het belangrijk om te weten dat er een verschil is tussen complimenteren met een waarde-oordeel en complimenteren zonder beoordeling. Een waarde-oordeel gaat vaak over een prestatie. Veel voorkomende complimenten die in het geval van faalangst niet zo handig zijn: ‘goed zo’, ‘wat ben je slim!’, ‘dat kun je heus wel!’, ‘wat een mooi cijfer!’, etc. De waarde-oordelen zijn namelijk vooral prestatiegericht. En dat geeft de impliciete boodschap dat het gaat om de prestatie. Uiteindelijk wil je je kind leren hóe het tot een bepaalde prestatie komt, dus is het heel belangrijk dat de complimenten gaan over de inzet, het proces, de werkhouding van het kind. Houd in gedachten wat het doel is van een compliment: gewenst gedrag laten toenemen. Welk gedrag wil je vaker zien? Hoge cijfers? Of een goede inzet? Waarschijnlijk het laatste. Pas je complimenten daarom aan naar het gedrag wat je benoemt van je kind: ‘wauw, wat doe jij dat met aandacht!’, ‘jij let goed op zeg’, ‘daar neem je even de tijd voor, je wil het graag precies doen zie ik’, ‘je overweegt je antwoorden goed, merk ik’, etc.

2. Gevoelens benoemen

In aanvulling daarop is het belangrijk dat je ook aandacht hebt voor de gevoelens die je kind toont. Het is begrijpelijk dat je je kind zo snel mogelijk wil opvrolijken en oppeppen, maar effectief is het meestal niet. Als kind in de stress zit, neem dit dan serieus door mee te leven: ‘je maakt je zorgen he’, ‘je vind het spannend om iets nieuws te proberen als je nog niet weet of het meteen lukt’, ‘ik zie dat je verdrietig wordt nu je een foutje hebt gemaakt, daar baal je van’, etc. Het benoemen van gevoelens en met meeleven, de gevoelens serieus nemen en erkennen, is essentieel voor het ontwikkelen van een gezonde emotionele stabiliteit.

3. Oplossen is geen oplossing

Houdt in gedachten dat je als ouders niet altijd problemen hoeft op te lossen of te voorkomen. Het meeleven (tip 2) en je kind serieus nemen is vaak al meer dan genoeg. Een kind merkt dat je hem begrijpt en dat het deze gevoelens mag hebben. Doordat je er voor hem bent, heeft het vaak genoeg vertrouwen om alsnog de situatie aan te gaan. Er ontstaat een soort ‘life-line’, omdat je kind weet: ‘mijn moeder weet hoe ik mij voel’. Oplossen van de problemen van je kind is vaak juist niet de oplossing. Op je handen zitten is op de lange termijn beter.

4. Gedachten uitdagen

Als je kind een ster is in doemdenken, van een mug een olifant maakt of het ene blik argumenten na het andere opentrekt vol faalangstgevoelens, dan is het de kunst om uit de discussie te blijven. Nadat je bovenstaande 3 punten hebt gedaan, kun je proberen de gedachtes van je kind uit te dagen. Want, zoals je vaak al door hebt, vaak kloppen die gedachtes helemaal niet. Maar je kind gelooft ze wel. In plaats van overtuigen van zijn ongelijk, kun je daarom beter je kind leren om zelf tot inzicht te laten komen. Dat doe je door steeds kleine zaadjes van twijfel over de waarheid van zijn gedachtes te planten. Die zaadjes plant je, door vragen te stellen aan je kind die hem aan het denken zetten. Bijvoorbeeld: ‘is dat zo?’, ‘klopt het wat je zegt, gaat het echt altijd mis?’, ‘welke keren dat het goed ging vergeet je nu?’, ‘hoe weet je zo zeker dat het zo zal gaan?’, ‘hoe denkt vriendje x hierover?’, ‘als vriendje x dit zou hebben, wat zou jij dan tegen hem zeggen?’, etc.

5. Geef vertrouwen

Als laatste is het fijn als er wat praktische aanpassingen zijn. Zeker om een negatief patroon te doorbreken. Dat is meestal in samenwerking met de ouders en/of leerkracht. Het gaat erom dat je kind weer vertrouwen in zichzelf krijgt. Dat wordt versterkt op het moment dat hij voelt dat de leerkracht en zijn ouders dit vertrouwen in hem stellen. Als omgeving is het dan ook goed om, waar mogelijk, je kind meer verantwoordelijkheden te geven, zodat hij het gevoel krijgt dat hij invloed heeft op hoe dingen gaan. Geef hem bijvoorbeeld keuzes (Welk shirt kies je vandaag, rood of blauw? Wil je vanmiddag liever een tosti of broodje knakworst? Ga je eerst met rekenen beginnen, of met schrijven?). De keuzes zijn niet te groot en de volwassene zet de kaders uit. Dat geeft een gevoel van veiligheid. In het instrueren van een taak, is het fijn als er met een zekere mate van vanzelfsprekendheid en vertrouwen wordt gecommuniceerd: ‘vandaag ga jij deze twee rijtjes maken’, ‘vertel mij maar hoeveel 14×2 is’. Als ezelsbruggetje kun je in je achterhoofd houden dat je de vraagtekens zoveel mogelijk weglaat in je manier van spreken, maar dat je vooral zinnen met een punt maakt. Vragende zinnen roepen namelijk impliciet onzekerheid op: ‘dit is een vraag, hierop bestaat een goed en fout antwoord’. Een zin met een punt geeft deze onzekerheid veelal niet.

Hebben jullie nog meer tips? Laat het vooral weten!

 

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Ouders onder de loep

Een tijdje terug stond er in een tijdschrift een top 10 van opvoedingsvaardigheden. Deze waren in volgorde van belangrijkheid gerangschikt naar aanleiding van een online vragenlijst die is ingevuld door ouders. Hoewel de vaardigheden vrij algemeen zijn, geven ze wel een indruk van waar ouders op kunnen letten in de omgang met hun kinderen. Er is bovendien ook gekeken naar de beste toekomstvoorspellers: hoe meer van onderstaande vaardigheden, hoe beter het over het algemeen gaat met een kind. Bijvoorbeeld qua gezondheid, qua opleiding of welzijn.

Emotioneel betrokken

Een kanttekening bij dit soort onderzoeken vind ik dat het wordt ingevuld door ouders zelf. Er wordt vanuit gegaan dat ouders hun eigen opvoedingsvaardigheden goed kunnen inschatten, terwijl dit naar mijn idee per definitie niet kan, omdat je als ouder te emotioneel betrokken bent bij je kind. Reflecteren op jezelf is dan lastig, want je wilt als ouder niet falen. De ouders van tegenwoordig hebben de lat erg hoog liggen, en zich kwetsbaar opstellen in de opvoeding is zeker geen vanzelfsprekendheid.

Daarom is onderstaand lijstje zeker geen vastliggend regime. Het lijstje is bovendien zó algemeen, dat nog niet duidelijk is wát je dan precies beter wel of niet kunt doen als ouder om een betere band met je kind te krijgen. Om die reden probeer ik hier en daar een toelichting te geven. Soms vragen onderwerpen om een vervolgartikeltje. Ik hoor graag welke informatie jij nog mist.

1. Liefde

Een inkoppertje natuurlijk. Maar daarom niet minder waar. Maar wat is liefde en genegenheid nou precies? Hoe weet je wat goed is voor je kind? Het gaat hier bijvoorbeeld om (veel) lichamelijk contact, knuffelen, samen tijd doorbrengen, genegenheid… Maar er zijn nog veel meer genuanceerde en meer ingewikkelde aspecten van ‘liefde’ waar het hier om gaat. Interessant om een ander keertje op door te borduren.

2. Minder stress

Ja, één van mijn goede voornemens voor 2017. Want ik heb aan den lijven ondervonden hoe vervelend het is om stress in je lijf te hebben en deze mee naar huis te nemen. Mijn gezin is dan ongevraagd de dupe van mijn drukte in mijn hoofd. Het beter leren omgaan met stress is daarom voor mij, en voor alle ouders in het algemeen, een belangrijke vaardigheid als ouder. Dit kan bijvoorbeeld door jezelf ontspanningsoefeningen aan te leren, anders te leren denken of te oefenen met mindfulness, zo zegt het onderzoek. Kalm blijven, is het credo. Maar voordat dát lukt, is het naar mijn idee vooral heel erg belangrijk om de bron van de stress aan te pakken: wat ligt er binnen je mogelijkheden, dat je kunt veranderen? Wat zou er anders gaan op het moment dat je minder stress had? Door een stukje zelfonderzoek, kom je ook bij de oplossing om beter met de stress om te gaan. Het gevoel dat je zélf iets kunt doen aan je situatie, geeft een gevoel van controle, macht, invloed. Dit is het tegengif voor stress, als je het mij vraagt.

3. Goede relatie

Eentje die je misschien niet direct in het lijstje van sterke opvoedingsvaardigheden zou verwachten: een goede relatie hebben met je man/vrouw/partner. Het komt echter uit heel veel onderzoeken naar voren: kinderen zijn loyaal aan beide ouders en houden van hun ouders het allermeest van iedereen ter wereld. Ze willen daarom dat deze belangrijke mensen ook lief voor elkaar zijn. Ruzie tussen ouders, is voor kinderen daarom zeer ingrijpend en beangstigend. Niet voor niets is het stijgende aantal (echt)scheidingen tussen ouders en de echtelijke ruzies in het bijzijn van kinderen zo’n grote zorg. Niet voor niets spreken wij van echtscheidingstrauma’s en vechtscheidingen, waarin kinderen voor hun leven getekend worden door de slechte relatie tussen de ouders. Kinderen willen een sterk ouderpaar, het geeft veiligheid, een veilige haven om naar terug te keren in momenten dat ze steun nodig hebben. Deze mag, in de ogen van kinderen, niet wankelen. Wanneer er woorden zijn, is het daarom goed dit zoveel mogelijk buiten de kinderen te houden. Wanneer dit niet lukt, is het belangrijk de voorbeeldfunctie in acht te nemen die ouders hebben. Wij leren onze kinderen te delen, rekening te houden met elkaar, compromissen te sluiten, op vriendelijke manier te overleggen, het goed te maken als het even mis ging, woorden te gebruiken in plaats van agressie. Houd je daar dan als ouders vooral ook aan.

4. Zelfstandigheid stimuleren

Een waarde die in de opvoeding van onze kinderen ook hoog in het vaandel staat. En wat leuk om terug te lezen dat dit ook een veel gedeelde waarde is bij de meeste ouders, die bovendien ook goed blijkt te zijn voor je kind. Als je aan ouders vraagt “wat is opvoeden”, antwoorden veel mensen ook met iets in de trant van “het tot zelfstandigheid brengen van je kind”. Bijvoorbeeld op school wordt dit ook gestimuleerd, in sommige ‘stromingen’ is het zelfs één van de pijlers van het onderwijs (Dalton, Montessori). Als ouder is er dus niks mis mee om je kind aan te moedigen dingen zelf te proberen en met respect te benaderen in zijn pogingen. Ook al duurt dit vaak (veel) langer of is het één grote troep in je keuken na zo’n poging. In het opgroeien van kinderen kom je in bepaalde fases waarin ook des te meer duidelijk wordt dat je kind een natuurlijke neiging heeft om zelfstandig en autonoom te worden. De peuterpuberteit bijvoorbeeld, waarin ‘zelluf doen’ en ‘ik ben 2 en ik zeg nee’ hoogtij vieren. Ook in de tienertijd oefent je kind steeds meer en vaker met het nemen van verantwoordelijkheid. Aansluiten op deze natuurlijke ontwikkelingsbehoeften, daar doe je dus goed aan als ouder.

5. Opleiding

Dit is een punt, die misschien een wat wrange bijsmaak kan geven. De tigermoms, pushende moeders of ouders die hun eigen wensen op hun kinderen projecteren ten koste van hun kroost… dat zijn bepaald geen charmante voorbeelden van het aanmoedigen in het leren en studeren. Uit dit onderzoek blijkt echter dat het scheppen van alle mogelijkheden om te leren en te studeren en je kind hierin stimuleren, wél een positief effect heeft op zijn welzijn. Waar dit nu precies mee te maken heeft, is mij nog niet geheel duidelijk. Het is wel bekend dat hoger opgeleide ouders over het algemeen minder problemen ervaren binnen de opvoeding. Misschien doordat zij zich meer verdiepen in de opvoedingsvaardigheden. Het is in ieder geval een beschermende factor binnen de opvoeding. Waar ik zelf wél voorstander van ben, is dat je kind, waar mogelijk, de ruimte krijgt voor zelfontplooiing. Om te blijven leren en ontwikkelen, niet om tot prestaties te komen, maar om zélf een gelukkiger mens te worden. Voor mijn gevoel is het dan vooral heel belangrijk dat je als ouder de interesses van je kind serieus neemt en je kind in zijn ontwikkeling volgt. Dat betekent dus ook dat je je kind de kans en gelegenheid geeft om op zijn bek te gaan, om het oneerbiedig uit te drukken. Want alleen op die manier leert het wat het werkelijk wil, leuk vindt, kan, of juist niet. Het betekent ook, dat je als ouder op je handen moet zitten, op je tong moet bijten en jezelf moet inhouden in je impulsen om je kind te beschermen voor tegenslagen, mislukkingen of andere teleurstellingen.

6. Vooruit plannen

Ook eentje die je niet direct in de top 10 zou verwachten. Maar het werken naar je toekomstplaatje, je ideaal, je dromen en de lange termijn blijkt een belangrijke vaardigheid te zijn binnen de opvoeding. Als ouder draag je je steentje bij door in het onderhoud van je kind te voorzien, te sparen voor bijvoorbeeld studie, te zorgen voor stabiliteit in bijvoorbeeld huisvesting en een vast inkomen. En het samen met je kind nadenken over keuzes die je maakt. Dat begint al vroeg, met bijvoorbeeld zakgeld; iedere week opgeven aan snoepjes, of sparen voor een nieuwe radio? Een interessant thema waar soms te weinig bij wordt stil gestaan in onze snelle maatschappij, waarin iedereen gericht is op snel en direct geluk. Uitstel van behoeftebevrediging is voor veel kinderen daarom lastig.

7. Gedrag sturen

Nog een thema die bij mij een wat dubbel gevoel oproept. In de ‘standaard’ opvoedprogramma’s of cursussen staat gedragsverandering bij kinderen altijd op de onderwerpenlijst. Het is gebaseerd op de gedragstherapie, waarin wordt gewerkt met belonen van goed gedrag en negeren of bestraffen van slecht gedrag. Hiermee zou je gedrag kunnen sturen. Bij honden werkt dit inderdaad zo. Maar mensen zijn, sociaal en intelligent als ze zijn, véél complexer dan een simpel ABC schema, waarin er veel meer komt kijken dan alleen maar gedrag sturen. Steeds meer pedagogen komen dan ook terug van deze klassieke conditionering. Ook neuropsychologen, die zich verdiepen in de werking van de hersenen, zien dat er voor gedragsverandering veel meer nodig is. Wat er nodig is, gaat niet zozeer om het gedrag, maar speelt zich bijna altijd af in de relatie tussen ouder en kind, en gaat dus vooral om de communicatie. Ook een onderwerp die vraagt om een extra artikeltje.

8. Gezonde levensstijl

Een leuke, die past binnen de huidige maatschappij met veel aandacht voor gezondheid, voeding en beweging. Dat je zelf als ouder ook een voorbeeldfunctie hebt voor je kinderen, geldt bij dit punt ook weer extra. Als het voor je kind gewoon is dat er groente wordt gegeten, dat er samen aan tafel wordt gegeten, dat er op school aan gruiten wordt gedaan of dat ouders net als zij wekelijks sporten, is de kans dat je kind dit gedrag overneemt heel groot. De omgeving heeft een belangrijke invloed. Ouders die roken, hebben veel grotere kans dat hun kinderen ook gaan roken. Monkey see, monkey do. Tegenwoordig is het goed opletten op wat goed is voor de gezondheid van je kind een hele zoektocht geworden. Als je alleen al naar eten kijkt, zie je als consument soms door de bomen het bos niet meer. Het ‘ik kies bewust’ logo blijkt een wassen neus, rijstwafels blijken schadelijk te zijn voor kinderen en diksap heeft net zoveel suikers als gewone limonade. De vraag waar je goed aan doet, is niet zo eenvoudig te beantwoorden, zo blijkt. Een thema waar ik zeker nog op terug ga komen.

9. Religie

Ja, religie. Ik heb het wel vaker gezien in onderzoeken. Een religieuze of spirituele opvoeding kan zeker bijdragen aan het welzijn van je kind. Waar dat mee heeft te maken? Religie geeft vaak een stukje houvast, het biedt een terugkerende structuur en regelmaat in het leven, en kan zorgen voor zingeving en acceptatie van situaties waarover je bijvoorbeeld geen controle hebt. Ook als je niet religieus bent, kan spiritualiteit dezelfde effecten op het welzijn van je kind geven. Hoe je dat kunt toepassen in de opvoeding? Dat antwoord moet ik je schuldig blijven, maar misschien een leuk idee voor een gastblog van iemand die hier wél ervaring mee heeft?

10. Veiligheid

Safety first. Vooral in Amerika een (doorgeslagen) waarde, met een grote keerzijde. Teveel bezorgdheid kan benauwend en verstikkend werken. Het ontneemt je kind de kans fouten te maken en zelfstandigheid te ontwikkelen (zie punt 4). De overbezorgdheid zorgt doorgaans juist voor een slechtere relatie tussen ouder en kind, waarbij kinderen hun ouders zelfs als hypocriet ervaren en zich niet houden aan de aangeleerde veiligheidsmaatregelen. Maar niet voor niks staat veiligheid toch in de top 10 van opvoedingsvaardigheden. Want het nastreven van voldoende veiligheid voor je kind leidt namelijk tot goede gezondheid en het veilige gevoel bij je kind dat het de moeite waard is om naar om te kijken. Je kind merkt dat je als ouder een oogje in het zeil houdt, dat het je raakt als er iets aan de hand is met je kind. En door op te letten in de ontwikkeling van je kind, kun je (grote) problemen voorkomen, wanneer je kind bijvoorbeeld gevaren over het hoofd ziet of onvoldoende zelf in kan schatten.

Opvoeden kun je leren

Nu noemde ik al dat er wordt veronderstelt dat hoger opgeleide ouders zich meer verdiepen in opvoedingsvaardigheden. Het goede nieuws is echter dat eigenlijk elke ouder beter kan worden in verschillende opvoedingsvaardigheden. Sommige ouders zijn een natuurtalent, die hebben al zo’n goede basis van huis uit meegekregen, dat zij deze met gemak kunnen doorgeven aan hun eigen kinderen. En dan gaat het niet over opleidingsniveau, maar vooral over de emotionele ontwikkeling, over elementaire zaken als hechting en een goede ouder-kind relatie. Niet voor alle ouders is dat een gegeven. Dan is het fijn om te weten dat je wél kunt werken aan liefde, een goede communicatie of vergroten van zelfstandigheid. Want zo blijkt dat ouders die bijvoorbeeld een cursus hebben gevolgd of zich via therapie in de opvoeding hebben verdiept, betere resultaten hebben in de opvoeding van hun kleintjes.

 

Omgaan met sociale druk voor je kind: 13 tips

Omgaan met sociale druk voor je kind: 13 tips

13 Tips voor soepel afspreken

Regelmatig roepen vriendinnen en andere bekenden om mij heen in wanhoop waar ik een volgend artikel over moet schrijven, wanneer ze middenin een crisis met hun koter zijn belandt. Ik noteer ze allemaal. Want ik vind het leuk om ideeën aangedragen te krijgen. Niet dat ik overal een antwoord op heb, maar het helpt me wel om soms vanuit een andere invalshoek over zaken na te denken. Ik heb een blocnote met lijsten vol onderwerpen waar ik vervolgens uit kies, afhankelijk van waar ik zin in heb.

Populair, niet alleen maar leuk?

Eén van de vragen kwam van een goeie vriendin, met een zoontje van 6 jaar, die mateloos populair is op school. So far so good, zou je denken. Wat een mazzelpik, was ook mijn eerste gedachte. Maar blijkbaar heeft de populariteit ook een dark side, want regelmatig staat mijn vriendin met de handen in het haar omdat het afspreekmoment na schooltijd uitloopt tot een regelrecht drama. Teleurstelling, schuldgevoel, en overheersende normen maken dit moment eerder beladen dan ontspannen.

Loyaliteit

Want wat is er nou aan de hand? Dit kind heeft een heleboel vriendjes die met hem af willen spreken. Laten we hem voor het gemak even Peter noemen. Peter is een jongen die een sterk rechtvaardigheidsgevoel heeft en graag zijn afspraken nakomt, hoe jong hij ook is. Hij voelt nu al een loyaliteit naar zijn vriendjes en wil hen niet teleurstellen. Als hij tijdens de schooluren bij iemand heeft toegezegd, dan blijft hij ook bij deze beslissing. Als een ander kindje hem verleidt met een alternatief aanbod, blijft Peter bij zijn beslissing. Maar als dat laatste kindje vervolgens het speelafspraakje van Peter voor zich wint, is Peter intens verdrietig. Of wanneer een gemaakte afspraak uiteindelijk niet door kan gaan, kan Peter het bijna niet over zijn hart verkrijgen om dan met een ander kindje af te spreken, uit loyaliteit naar het andere kind.

Moeite met afspreken

Dat is bewonderenswaardig, een belangrijke waarde die hij nu al met zich meedraagt, die loyaliteit en trouw aan afspraken. Maar wel eentje die soms tot lastige gevoelens bij hemzelf leidt. Ik moet zeggen, ik vind het soms ook best ingewikkeld voor die ukkies. Naar mijn weten spraken we “in mijn tijd” (begint dat nu al?) in de kleuterklas zelfs helemaal niet af, maar sinds de oudste naar school gaat, is het een komen en gaan van speelafspraakjes. Ze hebben het er maar druk mee, met dat sociale leven. En het is logisch dat je daar als ouders dingen in wilt meegeven. Hoe ga je er dan mee om als je ziet dat het afspreken voor speelafspraakjes vooral een stressvolle aangelegenheid is?

13 Tips om je op weg te helpen

Ik heb mijn vriendin beloofd dat ik mijn best zou doen om tips te bedenken voor dit onderwerp. Ik hoop dat je er wat aan hebt, en wie weet heb je andere suggesties? Laat het vooral weten in een reactie hieronder.

  1. Probeer voor jezelf te bedenken voordat je je kind naar school brengt, wat je wilt: kan en mag je kind afspreken?
  2. Zijn er zaken om rekening mee te houden, zoals zwemles, vroeg eten, e.d.?
  3. Mag het zowel thuis afspreken als bij de ander?
  4. Maak afspraken over met hoeveel kinderen je kind mag afspreken. Dan hoef je niet onnodig teleur te stellen als je kind het plan heeft met 2 kindjes af te spreken als je dat niet ziet zitten.
  5. Stimuleer je kind om vóór schooltijd de speelafspraak voor de middag te organiseren, zodat je direct weet waar je aan toe bent ’s middags en het scheelt misschien een ritje voor één van de ouders.
  6. Onthoud dat je kind nog aan het oefenen en leren is om met deze sociale situaties om te gaan. Als ouder kun je hier het beste een coachende rol in hebben, hoewel je natuurlijk wel de grenzen uitzet.
  7. Een speelafspraakje doet je kind voor zijn plezier. Het is daarom vooral belangrijk of je kind zin heeft om met iemand af te spreken. Als je kind wordt gevraagd, spreek dan niet voor je beurt, maar vraag je kind of hij het ziet zitten. Regel het daarna met de andere ouder.
  8. Probeer niet alles uit handen te nemen van je kind om hem bijvoorbeeld verdriet te voorkomen. Dit soort momenten zijn belangrijke oefeningen en scherpen de sociale vaardigheden van je kind. Hoe moeilijk het ook is: hoe vaker je kind hiermee oefent, hoe beter het er mee leert omgaan. Op het moment dat je als ouder de leiding overneemt, ontneem je je kind het oefenmoment. Natuurlijk kun je wel aanmoedigen en faciliteren, maar laat, waar mogelijk, je kind het voortouw en initiatief nemen.
  9. Als je kind niet kan kiezen omdat het bijvoorbeeld door twee kindjes tegelijk wordt gevraagd, probeer dan vooruit te plannen: kind A vandaag, kind B op vrijdag. Check voor je afspreekt de mogelijkheid tot afspreken bij de ouder: misschien kan slechts één kindje, waardoor de keuze gemakkelijker wordt voor je kind.
  10. Als je de ervaring hebt dat het met bepaalde kinderen minder makkelijk loopt op speelafspraakjes, maak dan van tevoren duidelijk aan de kinderen hoe je het wilt hebben. Bereid ze dus voor op de situatie en leg uit wat ze kunnen verwachten, zodat de kans groter is dat het beter gaat. Bijvoorbeeld: ‘als we straks thuiskomen, dan gaan we eerst onze jassen en schoenen uittrekken. Dan eten we samen een boterham en bedenken jullie wat je gaat doen’.
  11. Als je kind, net als het zoontje van mijn vriendin, het afspreken moeilijk vindt, omdat hij niemand teleur wil stellen, niet kan kiezen of wat dan ook, bespreek dit dan samen met hem na. Benoem het gevoel wat je ziet: ‘dat was even ingewikkeld voor je hé? Je kon niet kiezen en dat maakte je verdrietig’. Dit helpt om alles op een rijtje te zetten en te verwerken.
  12. Bespreek ook wat je zag waar je tevreden over was: ‘je hebt goed nagedacht over wat je wilde, en je vindt het belangrijk om je aan de afspraken te houden, dat zag ik wel’. Dit maakt de kans op herhaling van gewenst gedrag groter en geeft je kind de kans om zelf uit te vinden wat het belangrijk vindt.
  13. Bespreek met je kind na hoe het een volgende keer anders of nog beter geregeld kan worden. Wat kan helpen? Hoe zou een ander het bijvoorbeeld doen? Als er (kleine) suggesties zijn, herhaal deze dan op het moment dat je kind weer wil afspreken.

Ben ik dingen vergeten? Noem ze hieronder!

Waarom wij voor Montessori kozen

Waarom wij voor Montessori kozen

“Laatst vroeg ik via Facebook  waar de volgende blog over moest gaan. Het was al snel duidelijk dat jullie meer wilden weten over onze keuze voor Montessori. Dus bij deze, de eerste blog op verzoek! Zat je voorkeur er niet bij? Ik zal veel vaker om jullie mening gaan vragen, zodat iedereen aan zijn trekken komt :)”

Montessori ervaringen

De keuze voor de Montessori school begon eigenlijk al toen we op zoek gingen naar een peuterspeelzaal. Onze dreumes was toen nog maar 1,5 jaar oud. Toch hadden we rond die tijd al een redelijk beeld van ons kindje, met haar karakter, nukken, voorkeuren en interesses. Het blijft altijd bijzonder hoe snel je de persoonlijkheid van zo’n kleine gup leert kennen. In die 1,5 jaar hadden we geleerd dat Meia een best pittig ding was, met héél veel energie, ontdekkingsdrang en nieuwsgierigheid. Dat we zochten naar een peuterspeelzaal was met een tweeledig doel: uitdaging voor Meia enerzijds, even een momentje van rust voor ons anderzijds.

Peuterspeelzaal en school

Wetende dat de meeste peuterspeelzalen in het gebouw van een school zitten, of op de één of andere manier een samenwerking hebben met een bepaalde school, vond ik het logisch om voor een peuterspeelzaal te kiezen die hoorde bij een school waar we achter stonden. Min of meer kwam het er dus op neer dat we met 1,5 jaar ook indirect al voor de school hadden gekozen. We bekeken een paar speelzalen in onze directe regio maar daar vond ik niet zoveel aan. Ik miste iets en kon het niet zo goed duiden.

Schot in de roos

Toen we bij de speelzaal van de Montessori gingen kijken, kregen we ook direct een rondleiding door de school. Ik weet niet meer hoe dit precies ging, misschien dat we dat destijds zelf hadden gevraagd om ook een beeld van de school te vormen. In ieder geval, dit was direct een schot in de roos. Ondanks het feit dat de school zich toen bevond in een dependance, omdat de nieuwe school nog gebouwd moest worden.

Geen standaard werkwijze

Pas toen we de rondleiding bij de peuterspeelzaal en school kregen, besefte ik wat ik eerder had gemist: deze school sprak taal die uitging van het kind en de behoeften van het kind. In andere scholen/speelzalen werd er vanuit het aanbod gesproken: “dit is wat we hebben”. Dat is op zich prima, maar ik merkte dat ik daar geen genoegen mee kon nemen. We hadden vanaf de babytijd al behoorlijk wat te stellen gehad met Meia, en zij was best veeleisend in haar ontwikkelingsbehoeften. Ze vroeg, net als ieder kind, een unieke begeleiding om zich goed te kunnen ontwikkelen. En waar voor veel kinderen een standaard aanbod en standaard werkwijze prima is, besefte ik dat dit voor Meia waarschijnlijk ontoereikend zou zijn.

Natuurlijke manier

De school liet ons zien hoe de kinderen werkten, hoe een kind vanuit zijn eigen interesses en motivatie aan de slag ging, waardoor het per definitie gemotiveerd aan de slag was. Dat zagen we terug. Het was een klein bijgebouw, vol met spullen en kinderen, maar desondanks was het heel stil, de kinderen waren rustig aan het werk, de sfeer was gemoedelijk. Dat verwonderde me enorm! Het voelde meteen goed. Het is geen vrijheid blijheid, want er moeten wel doelen worden gehaald. Maar de manier van werken is veel natuurlijker. Al eerder schreef ik dat een kind pas leert als het iets leuk vindt. En dat belangrijke principe wordt in de praktijk gebracht, want een kind wordt verantwoordelijk gemaakt voor zijn eigen leerproces.

Begrijpen waarom je iets leert

Wat ik vooral heel waardevol vindt, is dat er niet doelloos wordt geleerd: niet argeloos de ene les na de andere les verwerken, maar dat kinderen wordt uitgelegd waaróm ze iets leren. Als een kind snapt waaróm ze iets doen, dan is de motivatie ook hoger om iets te willen begrijpen. Dan zetten ze zich in om iets echt onder de knie te krijgen. Dit stemt overeen met de natuurlijke nieuwsgierigheid die kinderen hebben, en maakt de theorie direct praktisch: om iets ingewikkelds te weten, moeten eerst de stappen daar naartoe worden beheerst.

Montessori materiaal

Het Montessori onderwijs werkt daarom niet alleen op ‘het platte vlak’, zoals met werkboeken, maar ook met het bekende Montessori materiaal. Ik wist nog, vanuit mijn pabo-verleden lang geleden, dat Maria Montessori inderdaad ook eigen materiaal had ontwikkeld, maar pas sinds mijn kinderen zelf deze onderwijsvorm krijgen, begrijp ik veel beter het hele gedachtegoed hierachter. Op school zijn er namelijk regelmatig informatie avonden over bijvoorbeeld het rekenonderwijs, waarin dieper wordt ingegaan op de materialen en hoe deze worden ingezet in de lessen.

Slim gedachtegoed

Er ging een wereld voor me open tijdens deze avonden, want wat is dit een slim doordacht systeem! Doordat kinderen handelend bezig zijn, met concrete materialen, wordt de abstracte theorie van het platte vlak (bijvoorbeeld de kale sommen) ineens inzichtelijk en begrijpelijk. Een kind snápt hoe een keer-som werkt of gaat bepaalde algoritmes doorzien. De Montessori school moedigt deze manier van werken dan ook aan. En de onderwijsvorm is door de alle leerjaren heen doorgetrokken, wat de samenhang vergroot. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt met kleuren voor bepaalde cijfers: hiermee wordt al in de kleuters gestart, zodat kinderen bijvoorbeeld precies weten hoeveel kralen in de paarse kralenketting zitten.

Zelfstandigheid

Het Montessori heeft bepaalde motto’s en denkwijzen, die de meesten van jullie misschien wel eens gehoord hebben. “Vrijheid in gebondenheid” is er eentje van. Het werken aan zelfstandigheid is een andere. Hoe dit er in de praktijk aan toe gaat, daar kwam ik al achter toen mijn oudste begon op de speelzaal. Ze trokken toen bij wijze van spreken een half uur uit voor het aantrekken van jassen en schoenen (op school draagt iedereen slofjes). Gewoon, omdat ze ieder kind de kans wilden geven om te proberen zijn jas aan te laten trekken. Tot waar het lukte, deed het kind dit zelf, pas daarna hielp de juf voor de rest. Zo ook met het inschenken van drinken: kinderen leren zelf hun limonade inschenken en daarna de bekers op te ruimen. Deze visie van zelfredzaam maken en de autonomie bevorderen, gaat door wanneer een kind begint op de basisschool.

Vrijheid in gebondenheid

Vrijheid in gebondenheid is terug te herkennen in het feit dat een kind zelf mag bepalen hoe het zijn dag indeelt, tot op zekere hoogte. Want bijvoorbeeld een muziekles of fruit eten zijn op vaste tijden. Maar tijdens het werken, kan mijn dochter best beslissen om wat langer met taal bezig te zijn, en rekenen vandaag over te slaan. Dat betekent wel dat zij morgen extra rekenwerk zal hebben, dus over die beslissing en de gevolgen daarvan, moet ze wel nadenken. Het kan ook betekenen dat een kind liever begint met het afmaken van een werkstuk voor kosmisch onderwijs, en pas ’s middags taal en rekenen afmaakt. De gebondenheid zit hem in de grenzen van de vrijheid. Want elke paar weken, moet een kind laten zien of het bepaalde doelen voor o.a. rekenen en taal beheerst. De leerkracht monitort het leerproces van een kind en stimuleert om na te denken over de keuzes en gevolgen ervan die het maakt.

Flexibel schoolsysteem

Ik kom voor mijn werk heel regelmatig op uiteenlopende scholen in regio Drechtsteden, en niet zelden valt mij op hoe star of conservatief het schoolsysteem is. Helaas zijn opmerkingen in de trant van: “maar zo doen wij dat al jaren” of “dat hebben we nog nooit gedaan” geen zeldzaamheid. Juist daarom waardeer ik de flexibiliteit en het ‘omdenken’ van deze school zo erg: er wordt altijd gedacht vanuit het kind, en de stof daaromheen wordt daar waar nodig en mogelijk op aangepast. Dit was in het geval van Meia ook heel duidelijk.

Werken vanuit de behoefte van het kind

Op de peuterspeelzaal kwam zij niet uit de verf. Ze had behoefte aan uitdaging maar was tegelijk onzeker en geneigd zich aan te passen. Tijdens het tweede jaar op de speelzaal is in overleg al kleutermateriaal naar de speelzaal gehaald. Toen zij begon op school, is dit aan de hand van een ‘warme overdracht’ gegaan: speelzaal en school bespraken de aandachtspunten voor Meia wanneer zij zou starten. In de kleuterjaren is er constant zo gewerkt dat de lesstof naar Meia toekwam, ook al betekende dit dat er bijvoorbeeld materiaal uit de middenbouw gehaald moest worden. Fysiek zat zij in de kleuterklas, maar omdat het zo gewoon is dat elk kind op zijn eigen niveau werkt, viel het ook niet op wanneer zij andere lesstof deed. En ook nu in de middenbouw wordt de lesstof aangepast aan de leerbehoeften.

Gemengde groepen

Een groot voordeel daarin vind ik de bouwgroepen in het Montessori onderwijs. Dit vond ik een van de belangrijkst meewegende argumenten in onze overwegingen voor Montessori onderwijs. Tegenwoordig zijn er bijna in elke school wel kleuterklassen met gemengde groep 1 en 2, maar in deze school is er daarnaast ook sprake van de middenbouw (groep 3, 4 en 5 gemengd) en de bovenbouw (groep 6, 7 en 8 gemengd). Elke bouw heeft zijn eigen ‘unit’, wat in de praktijk inhoudt dat elke bouw in een ander gedeelte van de school zit, met een eigen gemeenschappelijke ruimte. Hoewel er 4 klassen zijn, is dit in de praktijk minder star: zo kunnen met een les nieuwsbegrip kinderen uit de verschillende klassen bij elkaar worden gezet. Of zitten leerlingen uit verschillende klassen met elkaar in de gemeenschappelijke ruimte te werken.

Verschillende leeftijden in één groep

Wat ik vooral fijn vindt aan de gemengde leerjaren, is dat het ook hier weer dichter bij de natuur staat: ook in gezinnen moeten de meeste kinderen leren omgaan met oudere of jongere broertjes of zusjes. Soms vergt dat een meer coachende rol naar jongere kinderen, soms wordt je uitgedaagd om iets ook te kunnen, zoals een oudere leerling. Bovendien is er voor een kind meer keuze in de aansluiting op sociaal gebied. Het leert dus ook belangrijke sociale vaardigheden. Een ander voordeel van de gemengde leerjaren is dat het niet opvalt of uitmaakt op welk niveau een kind werkt. Er is geen gevoel van uitzondering, want elk kind volgt in feite zijn eigen leerlijn.

Geen klassikaal onderwijs

Wat meteen opvalt als je een bezoekje neemt in een Montessori school is dat er in een klas heel anders wordt gewerkt dan in een reguliere school. Er wordt bijna geen klassikaal onderwijs gegeven, waardoor het kan zijn dat de kinderen uit een klas verschillende dingen doen. Uiteindelijk moeten zij wel bepaalde weekdoelen bereiken, maar de indeling van hun planning mogen zij voor een groot gedeelte zelf bepalen. Als er bijvoorbeeld lesjes worden gegeven, worden hier de kinderen bij gevraagd die deze les nodig hebben. Dat hangt dus af van het niveau van een leerling. In het geval van Meia, die lezend binnenkwam in de groep 3, betekende dat zij geen lesjes in het leren lezen hoefde te volgen. Dit voorkomt veel frustratie en zorgt voor veel efficiënter onderwijs: zij kon meteen met verwerkingsopdrachten aan de gang.

Brede ontwikkeling

Een ander zeer waardevol argument voor ons was het onderwijsaanbod. Deze school gelooft in een brede ontwikkeling, en hecht niet alleen waarde aan de vakken zoals taal en rekenen, maar steekt ook veel tijd en energie in de creatieve en sociaal-emotionele kant van het kind. Zo is er een samenwerkingsverband met de kunst- en cultuurschool uit de regio, waardoor alle kinderen elk jaar een aantal gastlessen hebben op gebied van dans, drama of beeldende kunst. Er zijn extra gymlessen, omdat zij een gezonde school zijn en er is een vakdocent voor muzieklessen die ze wekelijks krijgen. Er zijn geen zaakvakken, zoals biologie, geschiedenis of aardrijkskunde, maar er wordt gewerkt met Kosmisch onderwijs.

Kosmisch onderwijs

Kosmisch onderwijs is ook een typisch begrip uit het Montessori. Ook deze manier van lesgeven gaat over meerdere jaren heen. Er wordt namelijk gewerkt in thema’s. Op dit moment is er in de kleuterklas bijvoorbeeld het thema herfst en in de middenbouw wordt stilgestaan bij het ontstaan van de aarde. Hierin zijn alle lessen verweven, waardoor er gewerkt wordt met een natuurlijke samenhang tussen de vakken. Ook bijvoorbeeld de kunstzinnige verwerking valt in het kosmisch onderwijs.

Blij met de school

Sinds mijn kinderen naar school gaan, met ik met terugwerkende kracht jaloers op ze: zat ik maar op deze school! Het is zo leuk om te zien hoe een groep kinderen samenwerkt aan een project in het theater, of om uitgenodigd te worden op de slakkententoonstelling van je zoontje uit de kleuterklassen. Het schoolsysteem klopt gewoon. En ik ben er echt van overtuigd dat je een school moet kiezen die past bij je kind. En in ons geval, met drie kinderen, is dat best spannend, omdat je nog niet weet of het schoolsysteem bij alle kinderen past. Maar die twijfel wordt steeds minder: de flexibiliteit van de leerkrachten, het meedenken over hoe je kind werkt en wat het nodig heeft en de vele mogelijkheden om daarop aan te sluiten geven het vertrouwen dat dit goed komt. Plus het feit dat ik er van overtuigd ben dat deze manier van lesgeven de natuurlijke manier van leren van kinderen het beste benaderd van de beschikbare onderwijsvormen.

Gevoelige periodes bij kinderen

Gevoelige periodes bij kinderen

Leren in de gevoelige periodes

Iedereen heeft er wel eens van gehoord: de kritische of gevoelige periode waarin een kind het beste iets leert. Eigenlijk is dat ook de grootste reden waarom kinderen al vanaf jonge leeftijd naar school gaan (moeten): omdat er in de kindertijd de meeste gevoelige periodes zijn om iets te leren. De ervaringen uit je kindertijd zijn bovendien heel vormend voor je persoonlijkheid en hebben grote invloed op alles wat je de jaren erna doet.

Gevolgen voor later

De eerste en meeste gevoelige periodes vinden al plaats in de babytijd. Als er in zo’n periode iets misgaat, kan dat soms blijvende gevolgen hebben omdat de juiste verbindingen in de hersenen dan niet worden aangelegd. De gevoelige periode voor de ontwikkeling van het zicht is bijvoorbeeld tussen de 3 en de 8 maanden: als er dan iets is waardoor de baby minder goed kan zien, kan het blijvend schade houden aan het zicht op latere leeftijd.

Hoe kinderen leren

Met verschillende onderzoeken en experimenten wordt gekeken of een gevoelige periode opnieuw kan worden uitgelokt, op een ander moment. Wanneer dat zou lukken, zou eventuele schade bijvoorbeeld kunnen worden ingehaald. Als er duidelijk wordt hoe kinderen precies leren en ontwikkelen, zou men het onderwijs daar naadloos op aan kunnen laten sluiten.

Gevoelige periodes op school

Dat laatste gebeurt natuurlijk al zoveel mogelijk, hoewel dat per school veel kan verschillen. Naar mijn idee onderstreept de theorie van de gevoelige periodes alleen maar meer het belang om daar op flexibele wijze rekening mee te houden op school. Globaal gezien zijn de gevoelige periodes ongeveer op hetzelfde moment, maar dit kan per persoon wel veel verschillen. Zeker omdat iedereen een andere geboortedatum heeft. Het aanbieden van lesstof zou daarom eigenlijk pas moeten, wanneer het kind in de gevoelige periode voor die stof zit.

Inspelen op interesses van je kind

De gevoelige periodes zijn er de reden van dat er in groep 3 wordt begonnen met lezen, want de meeste kinderen ‘zijn er aan toe’. Het is de reden waarom er in de kleuterklassen nog veel buiten wordt gespeeld (motorische ontwikkeling) en in de middenbouw wordt gestart met de zaakvakken. Omdat dán de interesse in de wereld om hen heen toeneemt. Maar deze ‘mal’ in wat er aan je kind wordt aangeboden, is een grove schatting, terwijl de gevoelige periodes juist zeer precies zijn. En dáárom is het zo belangrijk om in te spelen op de interesses van het kind. Want pas als een kind iets leuk vindt, leert het. Het heeft geen zin om domweg stof ‘erin te stampen’ als er geen interesse of motivatie is.

Aanvoelen waar het kind zit

En dat is in het onderwijs nog best lastig, merk ik vaak. Ik kom geregeld voor schoolobservaties en schoolgesprekken op scholen. En ik ken natuurlijk de montessori-onderwijsmethode van onze eigen kinderen. Tussen de scholen zit veel verschil. Zowel in de visie als in de dagelijkse praktijk van de leerkracht. Want uiteindelijk komt het er op neer of de leerkracht aanvoelt ‘waar een kind zit’ en hier op kan in spelen door de juiste stof aan te bieden. Dan hebben we het nog niet eens over onderlinge niveauverschillen tussen kinderen. Dat maakt de differentiatie extra moeilijk.

Eigen inbreng

In het traditionele onderwijs is er naar mijn idee vaak net iets minder mogelijk aan flexibele aanpassingen aan het leerproces van kinderen, omdat er nog steeds vaak klassikaal les wordt gegeven. Kinderen volgen de structuur van de lessen en hebben weinig eigen inbreng in wat ze wanneer doen. In het montessori-onderwijs is dat anders. Kinderen beslissen per dag bijvoorbeeld de volgorde van hun taakjes. Daarbij hebben ze een zekere vrijheid voor hoelang ze aan een taak willen werken: is een kind momenteel meer geïnteresseerd in rekenen, dan mag het, tot op zekere hoogte, langere tijd hier aan werken.

Motivatie

De leerkracht bewaakt dit proces door te benadrukken dat elke beslissing gevolgen heeft: nu meer rekenen betekent een andere keer meer taalwerk. Toch is dit voor mijn gevoel een methode die van nature beter aansluit bij het grillige ontwikkelingsproces van kinderen. Bovendien is de motivatie om aan de taken te werken per definitie hoger, omdat een kind zélf de keuze maakt voor een taak.

Leerbehoeften

Er zijn tegenwoordig (gelukkig) steeds meer vormen van onderwijs, die rekening houden met de verschillen in voorkeuren, ontwikkeling en leerbehoeften van kinderen. Goed onderwijs is namelijk een onderwijsvorm (en leerkracht) die goed aansluit bij de specifieke behoeftes van je kind. En dat verschilt per persoon.

Snoeien in synapsen

Het is echter niet zo dat een kind alleen maar leert in de de gevoelige fases. De hersenen hebben een zekere plasticiteit. Dat betekent dat mensen hun hele leven lang kunnen leren en zich aan kunnen passen aan veranderende omstandigheden. Maar in gevoelige periodes is er veel meer mogelijk. In de babytijd is dit het meest duidelijk: een baby wordt geboren met een oerwoud aan synapsen (mogelijke verbindingen voor informatieoverdracht), waar die eerste maanden behoorlijk in gesnoeid wordt: alles wat niet nodig is, gaat weg. Zo blijven alleen de belangrijkste verbindingen over. Dat gebeurt in de gevoelige periodes: zo wordt er orde in de chaos geschept en gaat het brein steeds beter functioneren.

Vorming van persoonlijkheid

Het is interessant om te bedenken waarom de gevoelige periodes alleen maar tijdens de kindertijd zijn. Ze zijn immers super nuttig voor de ontwikkeling en voor de overleving, zou je denken. Onderzoekers denken daarom dat er ook een keerzijde aan de kritische periodes zit: in die momenten draaien de hersenen namelijk op volle toeren, waardoor er ook eerder kans is op beschadiging aan de hersenen. En omdat de gevoelige fases ook vormend zijn voor de persoonlijkheid, kun je je afvragen of het wenselijk is wanneer deze gevoelige periodes ook in de volwassenheid optreden: wat zou het doen met je identiteit en je persoonlijkheid? Misschien is het daarom maar goed dat ze beperkt blijven tot de kindertijd.

 

7 redenen om je kind te laten sporten

7 redenen om je kind te laten sporten

Een pleidooi voor meer beweging voor je kind

“Plan het maar op maandagmiddag, dan heeft ie toch gym”. Het is een zin die ik regelmatig hoor en die me steeds meer tegen gaat staan. Cliënten willen, begrijpelijk, hun afspraken zoveel mogelijk buiten school. Maar de praktijk dwingt ons er toe af en toe onder schooltijd een afspraak te plannen. En de reflex van veel ouders is dan om deze momenten te plannen op momenten van gymnastiek op school. In de veronderstelling dat dit het minst belangrijke vak is. In de veronderstelling dat er in de lessen zoals rekenen en taal pas écht geleerd wordt. For your information: dit klopt niet. Sterker nog, wanneer je kind moeite heeft om goed mee te komen op school, kun je hem of haar maar beter regelmatig laten sporten! Want sporten is niet alleen goed voor je gezondheid, sporten maakt je slim!

Sporten maakt slim!

Wanneer je nog niet overtuigd bent om de afspraken voortaan om de gymlessen heen te plannen, volgen hier de voordelen en effecten van sporten op een rijtje:

  1. Sporten is goed voor je humeur, doordat de aandacht wordt verschoven van zorgen naar lichamelijk bezig zijn.
  2. Door sporten produceer je dopamine, wat o.a. parkinsonklachten tegen gaat en je controle over bewegingen verbeterd. Daarnaast komt er trypofaan vrij, die helpen emoties te verwerken en grofweg dezelfde effecten hebben als antidepressiva (maar dan zonder schadelijke bijwerkingen!).
  3. Door te sporten neemt stress af, doordat de cortisolhuishouding weer op peil komt. Dit is gunstig voor doelgericht gedrag en oproepen van informatie uit je geheugen.
  4. Op de lange termijn maakt sporten het brein jonger: er komt meer grijze stof in de hersenen waardoor bijvoorbeeld de voorste gebieden (frontale cortex) beter werken. Deze gebieden heb je nodig voor doelgericht gedrag, plannen, organiseren, en andere complexe vaardigheden.
  5. Op de lange termijn maak je nieuwe hersencellen aan, waardoor je brein vitaal blijft en je geheugen goed of zelfs beter gaat werken.
  6. Door aan je conditie te werken wordt de verbinding tussen de zenuwcellen beter, waardoor informatie gemakkelijker tussen gebieden kan worden overdragen.
  7. Regelmatig sporten verbetert de executieve functies van je kinderen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er een grote verbetering te zien is in de aandacht (concentratie), het lange termijngeheugen en het werkgeheugen. Dus zéker voor kinderen die hier moeite mee hebben, is sporten aanbevolen!

Zoektocht naar de juiste sport

Dit is even een lijstje om te prikkelen, want er volgen komende tijd nog meer artikelen over dit onderwerp. Waarom ik me hier hard voor maak? Ik ben nooit zo opgegroeid met sporten. In tegenstelling tot veel van mijn toenmalige klasgenootjes op de basisschool en middelbare school, had ik geen vaste vereniging, geen tweede ‘basis’ om op terug te vallen. En dat heb ik toch wel eens gemist. Mijn sportervaringen op jonge leeftijd vielen in de categorie ‘blauwe maandagen’ en ‘proeflessen’ en bloedden vaak dood door ‘omstandigheden’. Zat ik op jazz ballet, werd ik ziek toen de uitvoering was. Zat ik op wedstrijdschaatsen, wilde mijn moeder niet naar andere ijshallen rijden toen ik verder kwam. Zat ik op street dance, stopte mijn vriendin er mee. Met andere woorden: sporten kwam niet van de grond.

Uit eigen ervaring: de voordelen

Ook in mijn volwassen leven heb ik altijd gezocht en geprobeerd. Jarenlang heb ik met wisselend succes gefitnessd, maar merendeel van de tijd moest ik mijzelf hier naartoe slepen. Anderzijds genoot ik ervan als ik resultaten boekte, vooruitgang bemerkte. Ik probeerde van alles: bodypump, zwemmen, bootcamp, zumba, fitness, spinning, hardlopen… Tot ik begon bij NatuurlijkSportief en mijn passie vond. Sindsdien ben ik om. Van 0,0 conditie na de geboorte van mijn 3e, naar hardloopwedstrijden en 4 uur sporten per week. En de voordelen die ik merk?

  • ik ben sterk, fit, heb weer conditie
  • ik ben gelukkig, heb mijn passie gevonden, kijk uit naar de trainingen, lach veel en maak lol met anderen
  • ik heb energie, slaap goed, concentreer me beter en heb geen wegtrekkers meer op mijn werk
  • ik ben alert, ondernemend, zit vol ideeën en het lukt me beter om deze ook uit te voeren

Gelukkig door bewegen

Kortom, een bewijs dat het lijstje met voordelen van sporten inderdaad klopt. En dáárom maak ik me er hard voor dat kinderen voldoende sporten en bewegen. Natuurlijk geldt dat voor mijn eigen kinderen, maar ik probeer ook anderen hier bewust van te maken. Want zoals ik ook heb ervaren: je beseft pas wat het sporten oplevert, als je het doet. Sporten maakt slim én gelukkig. Plan daarom liever afspraken om de gym-uurtjes heen, ze zijn al zo schaars.

 

 

Start van een nieuw schooljaar tot nu toe

Start van een nieuw schooljaar tot nu toe

De indrukken van de eerste schoolweek

Ik heb er deze week voor mijn gevoel twee mijlpalen in geramd. Inmiddels is de school al weer een paar dagen bezig, en ik lijk het bijna net zo spannend te vinden als mijn kinderen, vraag me af hoe andere ouders dat beleven? Fosse is voor het eerst naar school, hij is gestart in groep 1 en daarmee officieel een kleuter. Daarmee heb ik ook meteen afscheid genomen van zijn peuterfase, maar daar ben ik niet heel rouwig om. Meia is gestart in de middenbouw. Fysiek zit ze in groep 3, maar omdat het Montessori is, kan ze qua niveau soms met groep 4 of 5 meedoen, afhankelijk van de lesjes. In haar geval wel zo prettig. Een overzicht van alle indrukken tot nu toe.

Spanning voor school

Vrijdagavond gingen we uit eten, want Meia was die dag jarig. Op de terugweg belden opa en oma om haar te feliciteren. En Fosse wilde ook graag nog wat zeggen. Dat was de eerste keer dat hij uit zichzelf begon over school: dat hij het spannend vond, maar er ook veel zin in had. Ik zat met mijn oren te klapperen van verbazing, want ik had hem de afgelopen weken vrijwel nooit iets horen zeggen over school. Als iemand hem vroeg “heb je zin in school?” zei hij plichtsgetrouw “ja”, maar ik kreeg er geen hoogte van hoe hij er écht over dacht. En het laatste weekend voor de school begon, begon hij ineens aan te geven dat hij het toch wel spannend vond en een beetje eng. We probeerden zo goed mogelijk te benoemen hoe het zou gaan, maar die spanning neem je toch niet helemaal weg. Voor het slapen gaan kwam bijvoobeeld ineens de vraag: “als ik nou moet plassen, mag ik dan zomaar gaan of moet ik het vragen?”. Waarover kinderen zich al niet druk maken.

“Het leek alsof zijn ledematen met de minuut meer rotaties maakten…”

Maandagochtend, 22 augustus. Het was sowieso al een klus om ze uit bed te krijgen. Wij hebben van die kinderen die de gehele vakantie niet na 6.30u wakker worden, en uitgerekend de laatste week ineens besluiten ‘uit te slapen’ (voor zover je dat zo kunt noemen als je het over 7.15u hebt). Fosse was als eerste wakker en drentelde al druk en zenuwachtig door het huis. Hij zette zijn nieuwe schooltas pontificaal in het looppad en het leek alsof zijn ledematen met de minuut meer rotaties maakten. Terwijl ik fruit stond klaar te maken, zoefde hij langs en hoorde ik hem in een soort trance murmelen: “…misschien hoef ik alleen maar te plassen als ik op school ben…”.

Kinderzorgen

Ik moest grinniken, maar had ook met hem te doen. Fosse is pas laat zindelijk geworden (later meer hierover) en vind het fijn als zijn billen worden afgeveegd door een volwassene. Ik had hem de laatste weken echter uitgelegd dat de juf daar op school geen tijd voor zou hebben, en dat het daarom handig was als hij daar al zelf mee ging oefenen. Maar blijkbaar had dit ook direct angst of bezorgdheid opgeroepen bij het mannetje, hij maakte zich zorgen hoe dat nu moest als hij een grote boodschap had gedaan op school. Gelukkig hadden we het de afgelopen dagen wel geoefend, en kon hij daarin gerustgesteld worden.

Het bekende ochtendritme

Meia was intussen ‘wakker’ geworden. Ze had nogal wat tijd nodig om haar ontbijt naar binnen te werken, alsof ze op haar gemak wakker werd in een Frans kuuroord, allemachtig. Nouja, uiteindelijk had ze het allemaal op en volgde het bekende ritme van wassen, aankleden, tanden poetsen, haren kammen. Standaard vergezeld van de nodige aansporingen, want tijdsbesef zit er nog niet zo in. Of misschien hebben ze gewoon andere prioriteiten. Toen eindelijk iedereen was aangekleed en in de fiets zat, konden we gaan.

“Het is een gave, maar 2 minuten later lag de inhoud van de gehele schoenenkast in de gang”

“Hebben we alles bij ons? Oh sh*t, gymschoenen!”. Rechtsomkeert weer naar binnen en op jacht naar gymschoenen, want op school lopen de kinderen binnen op binnenschoenen. Ik wist dat Meia ze eind vorig jaar had meegenomen, dus ze moesten in de schoenenkast liggen. Het is een gave, maar 2 minuten later lag de inhoud van de gehele schoenenkast (en die is GROOT) in de gang. Inmiddels was het 8.13. Met 5 mensen tegelijk groeven we in de berg schoenen om uiteindelijk de gymschoenen eruit te vissen. Er was geen tijd meer om de troep op te ruimen, dus snel op de fiets en naar school.

De start van de eerste schooldag

Eenmaal daar was het een mierennest. Op de eerste schooldag zijn voor mijn gevoel ineens 2x zoveel ouders en loopt iedereen als een kip zonder kop door het gebouw. Stefan ging Fosse wegbrengen, ik Meia, die nu boven zat. Eenmaal boven sloegen bij Meia de zenuwen toe. Met haar vingers in haar mond en mijn hand stevig vasthoudend, baanden we ons een weg naar de garderobe. Maar daar waren de haakjes nog niet vergeven. En moest ze nu al gymschoenen aan of niet? En waar kon ze haar fruit eigenlijk zetten? Omdat ik de antwoorden ook niet had, werd Meia nou niet bepaald gerustgesteld. Dus besloten we de juf op te zoeken en het haar te vragen. Gelukkig spotte Meia toen al snel haar grote vriend en verdween de nervositeit. De juf gaf aan waar ze haar spullen kon laten en 2 minuten later zat ze trots naast haar vriend in de nieuwe klas.

Snel gewend

Ondertussen was Stefan met Fosse mee naar binnen: hij kende de klas, de leerlingen van vorig jaar en de juf van Meia, doordat hij altijd mee naar binnen liep om haar weg te brengen. De drempel was daarom veel lager voor hem. Hij zocht meteen zijn vriendinnetje op, pakte een boekje en vergat al bijna gedag te zeggen tegen ons. Gelukkig maar, dat ging goed. En inderdaad, bij het ophalen kwam hij hand in hand met zijn vriendin naar buiten en zei de juf dat alles als vanzelf was gegaan bij hem. Ook Meia kwam enthousiast en vol verhalen thuis.

Het drama ná schooltijd

Maar, en daar zullen we vast niet de enigen in zijn (hoop ik!?), school en ‘nieuwe dingen’ slurpen energie. Het enthousiasme en de vrolijke noten duren zo’n beetje tot aan de voordeur. Dan lijkt de koek op. Huilbuien, af en toe een flinke klap of duwen: het is ineens aan de orde van de dag. De afspraken die zijn gemaakt, lijken ineens naar een donker hoekje in hun geheugen te zijn geduwd. Het feit dat er geen tweede ijsje komt, leidt tot een drama waar ze 6 huizen verder getuige van zijn. En dát vraagt weer de nodige energie van ons als ouders.

In het ritme komen

De tweede schooldag, het ritme is weer bekend en iedereen weet weer hoe het ook al weer moest. Nu alleen nog zorgen dat we niet 4x blijven snoozen. En met de start van school, beginnen ook de sportverenigingen weer. Zo ook het turnen van Meia. Hoewel ze ook vandaag moe uit school kwamen en sneller van slag waren, was er nog genoeg energie voor het sporten en buiten spelen. Uit school kregen ze de schoolkalender mee, en ook de eerste nieuwsbrief was verstuurd. Huiswerk voor de ouders dus, want: allemaal dingen om aan te denken, rekening mee te houden en te regelen.

Huiswerk voor ouders

Zo kwam ik erachter dat de gymschoenen van Meia te klein waren, dat Fosse nog helemaal geen gymschoenen heeft, dat Meia gymkleren op school moet hebben liggen én een etuitje met schrijfspullen mee mag nemen. Ook de schoolfotograaf zou op woensdag al komen en er moest ingetekend worden voor een tijdstip voor de foto’s met broertjes en zusjes. En wat moest ik ze eigenlijk aantrekken, aangezien het loeiheet zou worden? En toen ik dacht dat ik alles gehad had, schoot het me ineens te binnen dat Meia ook nog moest trakteren. Ja mensen, het schoolleven gaat niet over rozen.

De tussenstand so far

Vandaag is de derde dag, woensdag. De dag dat de kinderen leuk aangekleed naar school gaan (want: schoolfotograaf), Meia een kwartier bezig was met het kiezen van de juiste pen en mooiste liniaal (want: etui), haar gymkleren bij elkaar moest zoeken, ik een afspraak plande voor het trakteren van Meia en direct na school de gymschoenen heb besteld (lange leve de webshops!). Straks mag ik eerder naar school voor de foto’s met broertjes en zusjes, en dan hoop ik mijn takenlijstje voor vandaag op schoolgebied af te hebben gevinkt.

 

Hoe zijn de eerste dagen bij jullie gegaan?

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Waarom intelligentie meten?

Er zijn best wat cliënten die terughoudend reageren op een voorstel tot intelligentie-onderzoek. Ik snap de gereserveerdheid wel. Intelligentie-onderzoek valt voor mijn gevoel een beetje in het cliché “onbekend maakt onbemind”. Vrijwel iedereen snapt dat er na zo’n test een cijfer uit komt als resultaat. Maar dat is slechts één kant van het onderzoek. Het meet ook zoveel meer!

We gebruiken in de praktijk de WISC-III (van 6-16 jaar), de WAIS-IV-NL (voor volwassenen, vanaf 17 jaar) en de WPPSI-III (van 2;6 tot 6 jaar). Dit zijn uitgebreide onderzoeksmiddelen die heel breed meten. En natuurlijk ben je dan nieuwsgierig hoe dat er aan toe gaat, of je er goed aan doet om überhaupt een onderzoek te laten doen en wat er dan uiteindelijk in zo’n verslag staat.

Wanneer doe je een IQ-test?

Een intelligentie-onderzoek adviseer ik nooit zomaar. Wat zijn bijvoorbeeld redenen om tot IQ-onderzoek over te gaan?

  • vragen of het onderwijsaanbod wel goed aansluit bij wat dit kind kan
  • vermoedens van hoogbegaafdheid, onderpresteren en gebrek aan uitdaging
  • vermoedens van lagere intelligentie
  • vermoedens van grote verschillen in het intelligentieprofiel
  • problemen in de werkhouding, werkuitvoering en het aan slag gaan met taken
  • concentratieproblemen, aandachtsproblemen
  • uitzoeken welke leerstrategieën het kind gebruikt, wat werkt en waarin nog mogelijkheden liggen voor begeleiding door de leerkracht, ouders, etc.
  • observeren van sociaal-emotionele stukjes van het functioneren, zoals faalangst, perfectionisme, onzekerheid, behoefte aan bevestiging, omgaan met complimenten, etc.
  • analyse op subtestniveau, dus een sterkte-zwakte profiel maken van de verschillende cognitieve vaardigheden van dit kind en wat dat betekent voor de praktijk
  • en andere vragen die op maat bekeken kunnen worden

Werkhouding

Feit blijft dat er inderdaad cijfers komen naar aanleiding van het onderzoek. Maar deze worden nooit zomaar gegeven zonder verdere uitleg. Er wordt altijd bekeken hoe dit kind, in deze situatie, tot deze resultaten komt. De prestaties bedden we in, binnen het totaalbeeld van dit kind: de huidige situatie, de klachten, de werkhouding.

Faalangst

Maar ook zaken die op dat moment spelen. Zo vraag ik altijd hoe het kind heeft geslapen, ben ik alert op hoe het kind er zit. Kinderen die erg faalangstig zijn of het heel spannend vinden om te komen, laat ik vaak al een keertje eerder kennismaken. En ik vraag ze bijvoorbeeld om een spelletje, knuffel of iets anders vertrouwds mee te nemen. Als het nodig is, beginnen we dan eerst met een spelletje.

Stress en spanning

Want ik ben van mening dat beginnen met het onderzoek terwijl een kind een te hoog stress-niveau heeft, een slecht plan is. Het geeft een onbetrouwbaar beeld. Daarom stel ik mezelf als voorwaarde om een kind eerst voldoende op zijn gemak te krijgen. Hoeveel tijd en energie dit kost, verschilt per kind.

Vervolgstap na intelligentie onderzoek

En als dan het onderzoek is geweest, wat is dan de vervolgstap? Want de uitkomst is interessant, maar pas nuttig als er ook iets mee gedaan wordt. Daarin zijn verschillende wegen om te bewandelen. Ik noem er een paar:

  • een gesprek met de school en ouders om te bespreken hoe dit kind zo goed mogelijk begeleid kan worden op school
  • psycho-educatie aan ouders, om meer uitleg te geven wat er precies aan de hand is, eventueel aangevuld met het bespreken van praktijkvoorbeelden
  • opstarten van behandeling voor het kind, bijvoorbeeld voor het versterken van het zelfbeeld, het wegnemen van de faalangst of het trainen van zelfsturend gedrag (executieve functies)
  • sowieso krijgen ouders een volledig verslag mee, waarin een totaalbeeld wordt geschetst en adviezen worden gegeven, afgestemd op hun specifieke situatie. Deze kunnen een tijd worden toegepast en daarna geëvalueerd om verder te verscherpen.

Mocht je zelf aan het overwegen zijn om onderzoek te laten doen, mag je natuurlijk altijd vrijblijvend contact opnemen!