Archief van
Tag: ouders

5 straffen die wel werken

5 straffen die wel werken

11 Tips bij het geven van straf

Eerder gaf ik al een overzicht van de soorten straf die er zijn en van de nadelen die straffen hebben. Ik kan het niet genoeg noemen: kies liever voor een andere manier dan je kind te straffen. Maar omdat het zo’n bekend en ingeburgerd fenomeen is, leg ik liever uit hoe je het dan in de uitzonderingen het beste kunt toepassen. Er zijn enkele uitzonderingen op de regel die, mits goed uitgevoerd, wél effectief kunnen zijn. Straf mag nooit het enige opvoedmiddel zijn dat wordt gebruikt: veel belangrijker zijn positieve, stimulerende opvoedmiddelen. Daarvoor komt gelukkig meer en meer aandacht, en ik hoop dat er ook voldoende van in mijn artikelen terug te lezen is.

 

Negatieve gevoelens

De relatie die je met je kind hebt, heeft veel invloed op het effect van een straf. Als je een goede relatie hebt, hoef je minder te straffen. Je kind kan dan meer begrip opbrengen voor de straf en zal zich graag weer goed willen gedragen omwille van de relatie. Bij een slechte relatie zullen negatieve gevoelens zoals woede of machteloosheid gaan overheersen. Je kind zal zich onbegrepen voelen en als ouder kan je geneigd zijn steeds strenger te straffen, wat leidt tot onverschilligheid bij je kind. Zo zie je dat straf een behoorlijke keerzijde heeft en daarom beter vermeden kan worden.

 

Goede relatie met je kind

Het grootste resultaat om ongewenst gedrag van je kind te stoppen bereik je dus door een goede relatie met je kind te hebben. Het is dus vooral belangrijk dáár aandacht aan te besteden. Heel belangrijk hierbij is om vooral te letten op wat je kind al wél goed doet. In onze maatschappij is het helaas niet de gewoonte om vooral te benoemen wat je goed vindt gaan. Mensen zijn nog steeds sneller geneigd om kritiek te leveren en aan te stippen wat er niet goed gaat.

 

Negatieve spiraal

Wat al wél goed lukt wordt eerder als een vanzelfsprekendheid gezien en onze verwachtingen als ouders zijn daarmee soms te hoog. Het kan daarom lastig en zelfs onnatuurlijk voelen om hierin een omslag te maken en vooral te letten op wat er goed gaat. Goede begeleiding hierbij is soms noodzakelijk om je doelen te bereiken. Niet zelden komen gezinnen bij mij, die diep in een negatieve spiraal zitten en geen uitweg uit de negativiteit meer zien. En niet zelden lukt het – gelukkig – met relatief eenvoudige aanpassingen om de sfeer te verbeteren. Zónder straffen.

 

Effectieve straffen

“Maar wat kunnen we dan nog wél doen als ouders” vragen vaders en moeders mij soms. “Ons kind is niet gevoelig voor straf, we hebben hem nergens mee” hoor ik ook vaak. Straf is dus zeker niet altijd succesvol. In enkele gevallen kan het toepassen van onderstaande middelen wel effectief zijn. Maar onthoud: zorg voor de verhouding 1:4. Laat 4x zoveel positieve interacties plaatsvinden ten opzichte van 1 negatieve. Pas dan is de balans neutraal om je gezond te ontwikkelen. Voorbeelden van straffen die effectief kunnen zijn, zijn de volgende:

  1. Verbaal berispen, een standje geven: iets zeggen van het gedrag is voor veel kinderen vaak al voldoende. Je gezichtsuitdrukking en stem moeten dan passen bij wat je zegt.
  2. Negeren van gedrag kan heel effectief zijn bij verschillende soorten gedrag. Het gedrag moet voor de ouder dan wel te negeren zijn en goed vol te houden zijn. Ook moet het gedrag van het kind niet schadelijk zijn. Hierbij geldt: de aanhouder wint. De ouder kan ook even weglopen uit de situatie. Je mag ook heel duidelijk aankondigen dat je nu het gedrag gaat negeren en pas weer reageert wanneer er positief gedrag plaatsvindt.
  3. Corrigeren: bijvoorbeeld de schade laten herstellen of de rommel laten opruimen die een kind heeft gemaakt. Zo maak je je kind verantwoordelijk voor wat het heeft gedaan.
  4. Het onthouden van iets leuks of het wegnemen van iets leuks zijn zeer effectief, als het goed wordt uitgevoerd. Wees wel realistisch en wees ook consequent: als je iets zegt, doe het dan ook. Geef je kind eerst de tijd om zijn gedrag te veranderen. Onthoud je kind niet van liefde! Zeg dus niet ‘jij krijgt nu geen knuffel, want je deed net zo stout’: dat is simpelweg emotionele chantage. Neem liever iets weg wat het anders wel had gekregen, bijvoorbeeld geen tv kijken of vandaag niet naar de speeltuin.
  5. Ondervinden van de gevolgen: dit is een effectieve vorm van straf omdat je kind wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gedrag. Voor ouders is dit vaak lastig om uit te voeren of om het zover te laten komen. Laat nooit de veiligheid van je kind in gevaar komen! Dit is één van de weinige strategieën die ik regelmatig toepas en die weinig schade geeft aan de relatie. Bespreek situaties altijd goed na en leg uit waarom je ervoor hebt gekozen zo te handelen.

 

Tips om straf effectief te maken

Als ouder is het je bedoeling dat je kind iets leert van de straf. Hoewel veel andere opvoedmiddelen te verkiezen zijn boven straf, zijn hier toch wat tips om onvermijdelijke straf effectiever te maken:

  1. Laat straf nooit schadelijk zijn: straf mag geen negatief effect hebben of het kind beschadigen. Gebruik straf nooit als vergeldingsmaatregel. Te strenge straffen hebben gevolgen voor de persoonlijkheidsontwikkeling van je kind en de relatie tussen ouder en kind.
  2. Leg het uit: vertel je kind waarom je straft, dit stimuleert ook de morele ontwikkeling van je kind.
  3. Biedt een alternatief: vertel je kind wat het wél mag doen.
  4. Stel het niet uit: reageer snel op het gedrag van je kind.
  5. Wees consequent: dreigen met straf die niet wordt uitgevoerd heeft geen zin. Zorg dat er duidelijke regels zijn.
  6. Geef een passende straf: kies een straf die past bij de overtreding, liever te licht dan te zwaar.
  7. Wijs nooit het kind af: als je straf geeft wijs je het gedrag af en niet je kind zelf.
  8. Laat straf geen beloning zijn: zorg ervoor dat straf niet uitpakt als beloning, bijvoorbeeld als je je kind van tafel stuurt en hij vervolgens lekker kan gaan spelen. Stuur je kind sowieso liever niet weg, dit werkt een gevoel van afwijzing in de hand.
  9. Straf heeft altijd een eind: straf is voor iedereen vervelend, laat er dus ook weer een duidelijk eind aan komen door het goed te maken. Zeg vooral bij jonge kinderen duidelijk dat het nu weer goed is, dat je niet meer boos bent, etc.
  10. Wees zuinig met straf: straf is alleen effectief als je er matig mee omgaat en altijd in combinatie met andere, meer stimulerende en positieve opvoedmiddelen. Bij teveel straf kan je kind immuun en onverschillig worden.
  11. Betuig spijt: soms zijn we onterecht boos. Als ouder ben je immers ook maar een mens. Maar het getuigt van kracht als je als ouder dan excuses durft te maken. Zo leer je je kind dat iedereen wel eens fouten maakt en die ook weer recht kunt zetten.

 

Bronnen

  • Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  • Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  • Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  • Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  • Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  • Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  • Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Straf, wat is het?

Straf, wat is het?

Overzicht van soorten straf

Iedere ouder doet het wel eens. De ene ouder misschien wat vaker dan de andere: je kind straffen. Heel lang (en eigenlijk nog steeds wel) heerste het idee dat opvoeden een kwestie is van straffen en belonen van het juiste gedrag. Door negatief gedrag te straffen, zal het uitdoven. Door positief gedrag te belonen, zal het toenemen. Het is een visie waar ik om meerdere redenen niet achtersta. Maar omdat het nog juist een wijdverspreid geloof is en de meeste ouders het principe van straffen met de paplepel krijgen ingegoten, wil ik hier wat meer aandacht aan geven om te snappen waar we over spreken.

 

Liever niet

Straf heeft veel nadelen. Ik ben van mening dat er beter zo min mogelijk gestraft kan worden. Er zijn gelukkig veel goede alternatieven om gedrag te veranderen. Ik kan met eerlijkheid zeggen dat ik vrijwel niet straf. En dat mijn kinderen heus niet ontspoord zijn of geen grenzen accepteren. Je kunt je kind dus prima opvoeden zonder te straffen. Dit zal ik in komende blogs verder toelichten. Om precies te weten wat er met straf wordt bedoeld, geef ik hieronder een overzicht.

 

Wat is straf?

Dit is niet voor iedere ouder hetzelfde. Ook in de literatuur wordt er niet overal hetzelfde over gedacht. Een voorbeeld van een omschrijving is de volgende: “straf is een voor het kind vervelende maatregel die een ouder toepast om het gedrag van het kind te veranderen. Een ouder die straft, doet het kind bewust pijn (lichamelijk of geestelijk) om te proberen het gedrag te laten stoppen”.

Ouders gebruiken straf dus als opvoedmiddel, om het kind iets te leren. Het is vaak aantrekkelijk om te straffen, omdat het vaak direct een eind kan maken aan ongewenst gedrag. De manier waarop je als ouder straft, hangt ook af van je opvoedingsstijl.

 

Soorten straf

Ouders kunnen op verschillende manieren straffen. Een standje of correctie is bijvoorbeeld een lichte straf. Een time-out haalt je kind even uit de situatie. Slaan of knijpen is een lichamelijke straf. Er zijn dus gradaties in de zwaarte van een straf. Ook bepaalt de situatie vaak welke straf er wordt gegeven en moet er natuurlijk rekening gehouden worden met de leeftijd van het kind. Hieronder staan een aantal soorten straffen:

  • Verbaal berispen, een standje geven: iets zeggen van het gedrag is voor veel kinderen vaak al voldoende. Dit kan gepaard gaan met het verheffen van je stem en boos kijken. Ook een (korte) uitleg wordt vaak gegeven.
  • Dreigen: hiermee wordt het kind onder druk gezet, in de hoop dat het zijn gedrag verandert. Ouders kunnen bijvoorbeeld dreigen met:
    • Een negatief gevolg (‘als je zo doorgaat ga je naar je kamer’)
    • Liefdesverlies (‘dan vindt mama jou niet meer lief’)
    • Oproepen van schaamtegevoelens (‘dan gaan mensen je uitlachen hoor’)

Dreigen is vaak een weinig effectieve en negatieve manier van straffen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het effect hebben, maar dan alleen milde vormen en onder bepaalde voorwaarden.

  • Lachen: meestal vatten kinderen dit niet als straf op maar juist als beloning, waardoor ze alleen maar meer ongewenst gedrag laten zien. Het is daarom heel lastig gedrag te veranderen als anderen in de omgeving om het gedrag lachen.
  • Negeren: bij deze vorm van straf besteed je geen enkele aandacht aan het gedrag van het kind waardoor het vanzelf ophoudt met zijn gedrag.
  • Corrigeren: bijvoorbeeld de schade laten herstellen of de rommel laten opruimen die een kind heeft gemaakt. Zo maak je je kind verantwoordelijk voor wat het heeft gedaan.
  • Time-out: hierbij zet je je kind apart door het uit de situatie te halen. Je zet je kind dan bijvoorbeeld even op de gang of op de trap en haalt hem er later weer bij.
  • Lichamelijke straf: slaan, knijpen, door elkaar schudden, etc. maken heel snel duidelijk dat je kind moet stoppen met het gedrag. De nadelen zijn echter zeer groot, deze vorm van straf is daarom verboden en sterk af te raden.
  • Onthouden van iets leuks: voor straf geen tv mogen kijken, voor straf geen toetje krijgen… zo ervaart je kind dat iets leuks wordt ingehouden, wat heel effectief kan zijn, als het maar op de juiste wijze wordt uitgevoerd.
  • Ondervinden van de gevolgen: soms lijken waarschuwingen of aanwijzingen niet te helpen en kun je als ouder besluiten dat je kind de gevolgen van zijn gedrag maar zelf moet ondervinden. Bijvoorbeeld als het steeds vergeet de was in de wasmand te gooien en uiteindelijk geen schone was meer heeft. Dit is ook een effectieve vorm van straf omdat je kind wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gedrag.

 

Wat dan wel?

In bovenstaand overzicht zitten er een aantal maatregelen die in het schemergebied van straf liggen. Zo is het geven van uitleg, negeren, corrigeren, onthouden van iets leuks en ondervinden van de gevolgen van het gedrag in veel situaties prima toepasbaar. Het juist hanteren van deze maatregels is wel belangrijk, om een goede relatie met je kind te houden en om ervoor te zorgen dat je kind er iets van leert.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Een weekendje weg

Een weekendje weg

Even zonder kinderen

Ken je dat? Je verlangt er al maanden naar: even tijd samen doorbrengen met je man, vrouw of vrienden. Even zonder kinderen. Al bijna een jaar staat een weekendje rood omcirkeld: dan is zover. Meidenweekend. Een paar dagen weg met je liefde. Of een dagje voor jezelf, zo je wilt.

Verantwoordelijkheidsgevoel

En dan is het zo ver. Je huppelt nog net niet de deur uit van enthousiasme. Héérlijk, even niet moederen, even die druk eraf. Niet die constante druk van dat verantwoordelijkheidsgevoel: waar zijn de kinderen, wat doen ze, gaat het nog goed? In plaats daarvan slenter je door de stad, ga je als vanouds drankjes doen op een terras, bezoek je eindelijk eens op je gemak een tentoonstelling zonder steeds ‘shhhht’ te moeten sissen of achter je kroost aan te moeten rennen. Je kijkt eindelijk eens een film waar je langer dan 5 minuten achtereen je aandacht op kan vestigen. Of je gaat ein-de-lijk uit eten bij die leuke tent waar iedereen het al 3 jaar over heeft. Heaven.

Slapen en uitslapen

Ja, en dan heb ik het nog niet over de nachten. Ongegeneerd wijn drinken met vriendinnen zonder je zorgen te maken over de volgende ochtend. Want… *tromgeroffel* …je kan eindelijk uitslapen! Niet dat je dat nog kan trouwens. Je wordt gewoon om 6.00u wakker omdat je door de jaren heen zo gedrild bent om in dit medogenloze ritme van je kind mee te gaan. Maar toch! Je draait je gewoon om en er is niemand die daar tegen protesteert. Geen sneaky trippelende voetjes naar de keuken die vervolgens op zoek gaan naar de strooppot om zichzelf van een vervroegd ontbijt te voorzien. Geen gezeur aan je hoofd (“maaaaaahaaaam, mogen we tv kijken? Pleeeeeeaaaaase?”) op goddeloze tijdstippen, maar enkel je eigen gesnurk en een bed voor jezelf.

Geniet er maar van, nu het nog kan

Ik weet nog goed dat jan en alleman tegen me riep: “geniet er nog maar van, nu het nog kan!” toen ik zwanger was van de eerste. Geen idee waar ze het over hadden. Hoe kun je in vredesnaam méér van iets genieten als je niet beter weet? Nou lieve mensen (nog) zonder kinderen: dat kan ook niet. Je snapt pas waar het over gaat als het eenmaal zover is. Cliché, maar niet minder waar.

Denken aan thuis

Even terug naar het begin. Je huppelt dus uit huis en denkt: ‘ik ga hier zó van genieten!’ En dat doe je ook. Je denkt misschien zélfs: ‘echt niet dat ik thuis ga missen, het kan mij niet lang genoeg duren’. Of ben ik nu een ontaarde moeder met deze voorzichtige bekentenis? Nou goed. Eenmaal 6 uur onderweg voel je je al koning te rijk. De slappe lach met vriendinnen, lunchen tot je erbij neervalt en de eerste wijntjes kunnen al van de bucketlist worden weggestreept. En dan komt het: je denkt aan thuis. ‘Hoe zou het met de kinderen gaan? Zijn ze lief gaan slapen? Lukt het allemaal wel?’ En het eerste appje naar het thuisfront is een feit.

Ik mis de kinderen

Dan lig je ’s avonds in bed, een vreemd bed en ineens is het gevoel daar weer: je mist ze. Omdat je toch niet goed in slaap komt open je je foto’s op je telefoon en scrolt melancholisch en met een dromerige glimlach door de foto’s. Pas 12 uur van huis en het gemis is voelbaar. De volgende ochtend maakt je hart een sprongetje als de ‘goedemorgen mama’ foto’s bij het ontbijt binnenkomen. De rest van de dag maak je ontzettend veel lol, doe je alles wat je met de kinderen niet zou doen en geniet je van elk moment.

Thuiskomen

En tóch sluipt er een steeds sterker wordend gevoel in: het gemis. Het weekend gaat veel te snel voorbij, en zonder het aan je vrienden te willen toegeven, kijk je toch reikhalzend uit naar thuiskomen. Naar de knuffels en nabijheid van je kinderen. En misschien verwacht je nu dat ik ga zeggen dat de hereniging prachtig is. Dat er in slow-motion met harpmuziek en big smiles naar elkaar wordt toegerend. Maar de werkelijkheid is bij mij anders.

De werkelijkheid

Natuurlijk geniet ik van het weerzien van het thuisfront, krijg ik extra veel knuffels en kusjes, en als ik mazzel heb nog wat verhalen over belevenissen. De werkelijkheid is echter dat deze romantische bubbel ongeveer 3,5 minuut duurt. Dan begint het namelijk weer van voor af aan: er wordt aan haren getrokken, bekers limonade gaan omver, er wordt geschreeuw, de stapt op een stukje lego of kan elkaar niet verstaan door het lawaai dat de kinderen maken. Welkom thuis mama.

Waterpokken

Waterpokken

Wat een pokkenziekte!

Jaren gingen er voorbij en elke paar maanden was het weer zover: een golf van waterpokken in de omgeving. Je weet dat je een keer aan de beurt bent. En de wetenschap dat je ze maar beter zo snel mogelijk gehad kan hebben, omdat het op latere leeftijd alleen maar vervelender is, neem je mee in je achterhoofd. Niet voor niets worden er heuse waterpokkenparty’s georganiseerd. Echt waar! Waarin groepen kinderen bij de besmette hoofdpersoon worden gezet om de rest ook te laten besmetten. Ik snap het wel.

Geen waterpokken

Toen Meia nog enig kind was, maakten we al kennis met zo’n beetje alle varianten van vlekkenziekten. Vijfde ziekte, zesde ziekte, allerlei varianten van uitslag en eczeem… en toen Fosse en Signe zich inmiddels aan de roedel hadden toegevoegd hadden we toch al een behoorlijk pak ervaring in huis qua kinderziekten. Maar op de één of andere manier lukte het maar niet om de waterpokken te krijgen.

Besmettelijk

Briefjes gingen rond, waarschuwingen van school, andere ouders en signalen uit de vriendenkring: er heerst waterpokken. Elke keer dacht ik (hóópte ik): nu zullen ze dan wel besmet raken. “Ga maar vooral naast Gijsje zitten”, “Geef Madelief maar een extra dikke zoen” suggereerde ik mijn kinderen dan. Alle inzet ten spijt, dit superbesmettelijke virus sloeg ons keer op keer over.

Bultjes

Ik werd er een beetje nerveus van. Straks zitten ze in hun tienertijd, dan ben je helemaal mooi klaar als je de waterpokken krijgt. Ik had eens een collega van in de 20, die was weken ziek van de waterpokken. Dat wilde ik toch echt voorkomen als het lukte. Toen we een keer een dag op stap waren, met lekker weer en héél veel andere kinderen en ziekteverwekkers in lauw water, zag ik aan het einde van de dag ineens bultjes verschijnen bij Fosse. We maken een klein vreugdedansje: gelukkig! Toch nog vóór je het huis uit bent! Onze (kinderloze) vrienden keken ons met opgetrokken wenkbrauwen aan: ‘jullie zijn gek!’, zeiden ze nog.

Vlekkenziekte

Maar het bleek, wederom, een van de ontelbare en ondefinieerbare vlekkenziekten of ander raar uitslag, en ook dit moment liep met een sisser af. Wat een anti-climax weer. En nu, in vakantietijd, waarin er maar weinig andere kinderen in de buurt zijn geweest (want: geen school, sport of vriendendates), zag ik ineens vlekjes bij Signe. Hè? Het lijken wel blaasjes? En inderdaad, ze namen toe, in de loop van de dag. Al bleef ik twijfelen: het waren er zo weinig, en ze leek verder niet ziek.

Pokken

Maar toen Fosse een week later uit de douche kwam, zag ik bij hem de kenmerkende vlekjes op zijn romp. Ja, het was zover, onze kinderen hebben de waterpokken gekregen. Ook Meia kreeg de dag erna vlekjes, en zo was de cirkel rond. Maar wat heb ik mezelf voor mijn kop geslagen om te hopen op de waterpokken. Signe en Meia kwamen er goed vanaf: allebei hadden ze maar een paar pokjes, en waren verder niet ziek, hooguit wat hangeriger.

Koorts

Fosse was een heel ander verhaal. Wij waren die dag toevallig beiden werken (zul je net zien: ben ik 5 dagen vrij geweest, en precies als ik weer moet werken is mijn kind ziek), dus opa en oma vingen ons grut op. En in de loop van de dag nam het aantal pokken razendsnel toe. Waren het er eerst nog maar een paar, binnen een paar uur zat zijn hele romp, kruis, billen, hals en gezicht onder. En helaas ging dit gepaard met hoge koorts. Wat voelde ik me rot dat ik er niet voor hem was. Gelukkig was ik de komende dagen weer vrij om hem op te vangen.

Overal

En dat was nodig ook. De hoge koorts (boven de 40 graden) piekte een paar dagen door, en ik dacht meerdere keren dat het nu toch echt niet erger kon, maar ik had het keer op keer mis. Werkelijk elk plekje huid was bedekt: in de oren, tussen de vingers en tenen, in de billen, op de oogleden… zijn hele huid deed pijn en doordat het op zijn voetzolen zat, kon hij niet lopen van de pijn. Een bezoekje aan de HAP maakte duidelijk dat hij het inderdaad niet erg getroffen had: hij had een extreme variant van de pokken, maar gelukkig geen complicaties. Uitzieken dus.

Littekens

Ohja, ze had nog de mededeling dat op deze leeftijd (5 jaar) de kans op littekens wel groot is. Fijn is dat. Waarom heb ik in vredesnaam gehoopt dat mijn kinderen het snel zouden krijgen? Of zou het nóg erger zijn geweest als hij op latere leeftijd ziek was geworden? Ik baalde met hem mee. Douchen gaf verlichting, maar afdrogen was afzien. Dragen of tillen kon niet, maar zelf lopen deed zeer.

Beter

Ik was dan ook enorm blij dat hij eindelijk, op dag 7, koortsvrij wakker werd en glimlachend zijn kamertje uit kwam lopen. Eindelijk! Verbetering! Ik zette hem in de wandelwagen en scheurde de zon in. Want we konden beiden wel wat vitamine D en zonlicht gebruiken. Sindsdien gaat het beter. Ik hoop heel erg dat de schade meevalt en er geen (weinig) littekens overblijven. We zullen zien.

Bedankt voor jullie steun

Bedankt voor jullie steun

Deze is voor jou

Het is niet voor niets een bekend spreekwoord in Afrika: ‘it takes a village to raise a child’. Ik werd er weer aan herinnerd toen laatst een moeder tegen mij zei: ‘we doen het toch allemaal een beetje samen’. Het zette me aan het denken. En hoe meer ik er over nadacht, hoe meer ik besefte dat het klopte. Een kind groot brengen kun je niet alleen. De steun van anderen is daarbij onmisbaar.

Een ode aan jullie

Daarom vandaag een ode aan jou. Mijn steun, mijn redder in nood en rots in de branding. Een bedankje voor jullie, moeders uit mijn netwerk. Want zonder jullie, had ik nooit de stappen kunnen zetten die ik heb gemaakt. En misschien heb ik dit nog niet genoeg gezegd, dus daarom vandaag een keertje extra, in willekeurige volgorde.

Onverwachte tegenslagen

Bedankt lieve mama, dat we op je konden rekenen met onverwachte tegenslagen. Dat je kwam helpen als ik omhoog zat, om een handje toe te steken, de kinderen onder je hoede te nemen of ons simpelweg een zeldzaam avondje uit gaf. Bedankt, dat je ook nu weer je best doet om tussen al je onregelmatige diensten een mouw te passen aan onze nood. Zodat we onze vrije dagen kunnen sparen voor het klussen straks.

Bijslapen

Bedankt lieve papa, voor de fantastische uitjes die jullie iedere keer weer uit de hoge hoed lijken te toveren. Voor de onuitputtelijke liefde, voor alle logeerpartijtjes waardoor wij even konden bijslapen. Maar ook voor het meeleven op de momenten dat we elkaar even niet zagen. Voor de warmte en betrokkenheid die als een onzichtbaar lijntje voelbaar blijft.

Oppassen

Bedankt lieve schoonouders, voor al die talloze oppasmomenten. Voor wanneer ik op cursus moest op de zaterdagen en de kinderen soms voor dag en dauw al kwam brengen. Bedankt, dat zij bij jullie terecht konden toen ik mijn werkrooster moest omgooien. Dat zij iedere keer met enthousiasme naar jullie toegingen en met enthousiasme weer thuiskwamen. Bedankt voor al jullie hulp.

Druk gezin

Bedankt lieve schoonzus, dat ook jij er voor ons was, als onze gastouder ziek was of dingen ineens anders liepen dan gepland. Bedankt dat jij met je drukke gezin onze kinderen er schijnbaar moeiteloos aan toevoegt, met een vanzelfsprekendheid waar menig ouder jaloers op zal zijn. Bedankt, voor jouw kalmte als wij in de stress zaten, voor je relativering en creatieve oplossingen.

Herkenning

Bedankt lieve vriendinnen, voor al die momenten dat ik even stoom af moest blazen. Dat ik huilend aan de telefoon zat, of alleen maar kon klagen over alles in mijn leven. Bedankt voor al jullie medeleven, jullie steun, de herkenning, humor, relativeringsvermogen en ook de knuffels. Bedankt dat jullie me accepteerden, ook als ik er even minder voor jullie was. Bedankt dat er altijd weer een fijn samenzijn is, dat onze kinderen elkaar hebben, en we eerlijke gesprekken kunnen hebben over ons als ouders, over het opvoeden.

Vriendinnen

Bedankt lieve vriendin, dat jij daar ineens voor mijn deur stond met chocolaatjes, toen ik het even zwaar had. Bedankt lieve vriendin, voor wie je bent. Dat je daar was voor mij, langskwam, zomaar, altijd met wat lekkers, een flesje wijn of gewoon een praatje. Zelf hoogzwanger, maar dat vormde voor jou geen belemmering. Bedankt voor jouw persoonlijke cadeautjes, met zoveel zorg en liefde gemaakt.

Hoop en steun

Bedankt lieve buurvrouw, dat jij er voor mij was, toen ik ten einde raad was. Dat jij mijn kinderen onder je hoede nam, zodat ik mijn cursusopdrachten kon afronden. Zodat ik het onmogelijke toch nog mogelijk kon maken. Bedankt dat jij mij die ademruimte gaf, en hoop. Bedankt dat jij er ook was toen wij in het ziekenhuis lagen. Dat Stefan en de kinderen met je mee konden eten, dat je ook hier zorgde voor een rustpunt.

Moeders van school

Bedankt lieve moeder van school, dat jij mijn kinderen van school haalde toen ik hoogzwanger was. Dat jij ze meenam op het moment dat ik zelf niks meer waard was. Dat je mijn oudste twee langer liet spelen toen mijn jongste naar bed moest. Dat je ze alvast een hapje mee liet eten omdat dat qua tijd beter uitkwam. Bedankt, voor al die kleine grote gebaren.

Verhuizing

Bedankt lieve andere moeder van school, dat je mijn zoontje meenam toen ik geen oppas kon vinden toen ik moest werken. Bedankt voor de foto’s die je me stuurde, om te laten weten dat het goed ging met ze. Bedankt lieve derde moeder van school, dat je voorstelde om mijn zoontje met jouw zoontje te laten spelen, zodat wij de laatste dingen voor de verhuizing konden inpakken. Bedankt, dat je meedacht en dat je hem zelfs thuis bracht, wat een service!

Flexibiliteit

Bedankt lieve nanny, voor al jouw liefde, tijd en aandacht voor onze kinderen. Wat jij niet uit werkverplichting doet, maar als mens hebt te geven. Bedankt voor jouw flexibiliteit, dat je helpt op school en wat langer wilt blijven als dit soms nodig is. Bedankt voor jouw rust, kalmte en liefde.

Bedankt voor jullie steun

Bedankt alle lieve mensen, die dit voor mij deden en iedereen die ik niet genoemd heb. Hoe klein sommige gebaren ook mogen lijken, het betekent veel voor mij en ons als gezin. Het maakt me bewust van de rijkdom om ons heen en ik koester die. Bedankt dat jullie er allemaal voor ons zijn. En natuurlijk zijn wij er ook voor jullie!

 

Eetproblemen van peuters

Eetproblemen van peuters

12 tips bij eetproblemen van je peuter

Ze bestaan in alle soorten en maten: eetproblemen. En een groep kinderen waar het veel voorkomt zijn peuters. Hoe komt dat? En vooral: wat doe je er aan? Vandaag neem ik je mee in deze veelvoorkomende problemen. Want echt: je bent niet de enige! En echt: het gaat weer over!

Overleven in het eerste jaar

Hoe komt het dat dit een van de meest besproken problemen is? En waarom komt het zoveel voor? Dat heeft eigenlijk een hele logische reden. Als je kindje net geboren is, is het nog totaal afhankelijk van de omgeving. Je kindje vertrouwt volledig op jou, en is daarin ontzettend kwetsbaar. Zonder de zorg van zijn ouders of verzorgers, zal een baby niet overleven. De eerste taak van een ouder is dan ook om je kindje in leven te houden. Het hele eerste jaar bestaat er een basale onzekerheid: zal het me lukken?

Steeds meer zelf

Zodra je dreumes 1 jaar is geworden, neemt deze onzekerheid geleidelijk af, omdat je ziet en ervaart dat je kind steeds meer zelf kan. Het begint te kruipen, lopen, kan zelf bij spullen komen. Het begint uiteindelijk te brabbelen en woordjes te zeggen, waardoor er steeds meer interactie komt. Je zal al gauw merken dat je kindje een heel eigen persoonlijkheid ontwikkeld. Maar nog steeds ben jij als ouder de belangrijkste persoon in zijn leventje. De verzorging van je kindje maakt nog steeds een groot deel uit van je dagelijkse taken. Zo ook het verzorgen van eten.

Onzekerheid en bezorgdheid

Als je kindje dan ineens niet eet, alle groentes op de grond gooit of zit te spelen met z’n eten, dan geeft dat direct zorgen. De bekende onzekerheid van het eerste jaar steekt dan weer de kop op: ‘als mijn kind niet eet, dan gaat het niet goed’, met als ergste sluimerende nachtmerrie: ‘als mijn kindje niet eet, dan wordt het ziek of zal het sterven’. Dit maakt het eetprobleem dus zo’n beladen thema voor ouders. Het triggert direct de bezorgdheid over je kind.

Machtsgevoel

Veel ouders durven er niet op te vertrouwen dat het goed komt, ze zijn tot dan toe altijd gewend geweest dat hun kind at wat zij het gaven. En nu beslist je kind daarin ineens zélf over. En ook dát is de normale ontwikkeling. Opvoeden is niet voor niets ‘het tot zelfstandigheid brengen van je kind’. Uiteindelijk moet je kind zichzelf kunnen redden. En dat proces begint al vanaf de geboorte. Zodra je kind merkt dat het meer en meer zelf kan, geeft dat zelfvertrouwen en een machtsgevoel.

Machtsstrijd

En dat betekent dus een conflict tussen ouder en kind: want de ouder is bezorgd, en wil controle uitoefenen door zijn kind te laten eten. En het kind wil tegelijkertijd zélf bepalen wat hij eet. Er zijn namelijk drie gebieden waar je kind in feite de totale macht over heeft:

  1. eten
  2. slapen
  3. zindelijkheid

Want als het er op aankomt: je kind bepaalt uiteindelijk zélf wat het in zijn mond stopt en wat niet, wat hij kauwt, uitspuugt of doorslikt. Het heeft daarom per definitie geen enkele zin om er een strijd van te maken: een machtsstrijd rondom deze thema’s verlies je sowieso en levert enkel frustratie en negativiteit op. Wat kun je wel doen?

Aan tafel eten

In een eerder artikel schreef ik al over het belang van gezamenlijk aan tafel eten. En in veel gevallen is dat géén vanzelfsprekendheid. Soms wordt er wel aan tafel gegeten, maar los van elkaar. Er wordt bijvoorbeeld eerst eten gegeven aan de kinderen, om vervolgens zelf op een ander moment te eten. Het samen, gelijktijdig aan tafel eten is daarom een eerste voorwaarde om een goeie eter te krijgen.

Ligt het aan mij?

Het is niet alleen een kwestie van opvoeden. Als je kind een eetprobleem heeft, kan dat behoorlijk onzeker maken en bovendien bezorgd. Het voelt misschien als falen, dat het je ‘niet eens’ lukt om je kind behoorlijk te laten eten. Geloof me, het is zo’n veel voorkomend probleem, dat het onmogelijk alleen aan ouders kan liggen. Het is tenslotte ook de fase waar je kind in zit. Het spelen met het uitoefenen van zijn macht is nodig voor een gezonde ontwikkeling. Probeer daarom mild te zijn voor jezelf, je helpt je kind zich als zelfstandig persoontje te ontwikkelen. En daar zijn veel oefenmomenten voor nodig.

Verschillen tussen kinderen

Het is bovendien ook niet zo dat alle kinderen uit eenzelfde gezin dezelfde eetgewoontes hebben. Zo hebben we met Meia en Fosse nooit zorgen gehad om het eten: ze aten en eten als bootwerkers, en lusten alles wat ze krijgen voorgeschoteld. Het is eerder de andere kant op: ze hebben altijd maar trek. Toen Signe kwam, waren we daarom heel verbaasd te merken dat ze geen korstjes at, dat ze de schillen van de appel weggooide en al haar groente van haar stukjes vlees peuterde met het avondeten. Dit gedrag kenden we totáál niet. Zo zie je maar: elk kind heeft ook zijn eigen voorkeuren en persoonlijkheid die weer effect hebben op de relatie tussen ouders en kind.

12 Tips om je kind beter te laten eten

Wat kun je nou doen om je kind te helpen beter te eten? Hier volgen 12 tips.

  1. Realiseer je dat je kind de macht heeft over wat er naar binnen gaat. Kinderen eten als ze jong zijn heel intuïtief: als er gezond eten wordt aangeboden, zal je kind zeker niet snel teveel eten. Je kind luistert (in tegenstelling tot de meeste volwassenen) goed naar de hongersignalen en ‘vol’signalen van zijn lijf. Daardoor zal je kind eten als het trek heeft, en stoppen als het genoeg heeft. Dat je kind dus bewust niet eet ’s avonds, geeft dus aan dat het niet barst van de honger.
  2. Een jong kind heeft in feite maar heel weinig eten nodig om op te functioneren. Het zal dus niet snel een tekort oplopen.
  3. Eet gezamenlijk aan tafel, eet gelijktijdig.
  4. Maak van het eten een fijn moment. Richt je op elkaar, praat over de dag, toon interesse in elkaar. Haal negatieve aandacht af van het eten.
  5. Noem tijdens het eten tegen elkaar hoe het smaakt, dat je het lekker vindt, dat het gezellig is om samen te eten, geef complimenten aan de kok, etc. Kortom, uit je positief (maar wel gemeend) over het eten.
  6. Biedt je kind gezond eten aan, gewoon wat de pot schaft. Ook al weet je dat je kind het niet lust of niets zal eten. Blijf het aanbieden.
  7. Haal het eten weer weg als de maaltijd voorbij is. Als je kind speelt met het eten, haal het dan eerder weg. Als mijn dochter haar beker melk in haar bord giet of de stamppot op de grond kwakt, zeg ik: ‘jij bent klaar met eten, dan haal ik je bord weg’.
  8. Biedt, als je dat gewend bent, wel gewoon een toetje aan na het eten. Zeg niet: ‘jij hebt slecht gegeten, dus je hebt geen toetje verdient’. Daarmee suggereer je namelijk dat het avondeten blijkbaar iets vervelends is waar een beloning voor nodig is. Geef gewoon een toetje, want dat is wat jullie altijd doen. Niet iets dat afhankelijk is van de ‘eetprestatie’.
  9. Als je kind al wat ouder is, kan het een idee zijn om twee soorten groentes te maken en je kind te laten kiezen: ‘wil je sperziebonen of bloemkool?’. Hiermee toon je respect voor het autonomiegevoel van je kind (‘ik heb macht, want ik mag kiezen’), terwijl je zelf de kaders uitzet.
  10. Als aanvulling hierop kan het heel goed werken om je kind te betrekken bij het eten maken. Laat het kiezen in de supermarkt wat ze willen eten, laat ze helpen met groente wassen of in de pan doen, etc. Hiermee vergroot je hun betrokkenheid en zijn ze meer gemotiveerd om te proberen van het eten.
  11. Als je kind besluit om niet/slecht te eten ’s avonds, biedt dan later die avond geen ‘compensatie-eten’ aan, omdat je denkt ‘dan heeft het toch nog wat binnen’. Dit creëert een patroon dat je kind weet dat het later die avond toch nog kans heeft wat te eten en neemt de motivatie weg om met het avondeten goed te eten. Je kind zal met het ontbijt weer inhalen wat het de vorige avond eventueel heeft gemist.
  12. Zorg aan de andere kant dat je kind overdag op regelmatige tijden eet en niet teveel eet kort voor het avondeten. Zo klom Signe al maanden overal op en at ze soms, ongevraagd, wel 4 appels achter elkaar. We hebben toen noodgedwongen de fruitschaal maar bovenop een hoge kast geplaatst, zodat ze er niet meer bij kon. Sindsdien eet ze aanzienlijk beter met het avondeten.

Heb je nog andere tips? Ik ben benieuwd!

De eettafel

De eettafel

Centrale ontmoetingsplek

Wat voor betekenis heeft de eettafel bij jullie thuis? Is het een plek waar je veel zit, waar je eet, of die vooral als opslag wordt gebruikt? Ik merk dat onze eettafel een belangrijke plek inneemt in huis. Niet omdat ie zo groot is, maar omdat veel ‘belangrijke’ momenten rondom de eettafel gebeuren.

Betekenis van de eettafel

De eettafel is in eerste instantie onze plek waar we eten. Logisch, zullen velen denken, maar de praktijk wijst toch vaak anders uit. In de praktijk kom ik heel regelmatig andere plekken tegen: de bank, aan het aanrecht, voor de tv, in de auto of op een andere kamer. Het is blijkbaar niet vanzelfsprekend dat de eettafel ook als ééttafel wordt gebruikt. De laatste tijd kwam het vaak, min of meer toevallig, op dit onderwerp. En het intrigeerde me en zette me aan het denken. Want ik vind het namelijk heel belangrijk dat we aan tafel eten, met zijn allen. Waarom?

Gewoontes

Sommige gewoontes doe je ‘gewoon’, ‘omdat we dat altijd zo doen’, of ‘omdat het zo hoort’. Veel van ons gedrag is overgenomen, aangeleerd, en we staan er niet bij stil. Het eten aan tafel en gezamenlijk eten, is één van die gewoontes. Toen ik bewust stil ging staan bij deze momenten, merkte ik pas wat het voor mij betekende. De eettafel heeft de functie van een ontmoetingsplek gekregen. Bah, wat klinkt dat geitenwollensokkerig.

Sleur en spitsuur

Laat ik het proberen te beschrijven. ’s Ochtends rond 6u gaat de wekker. Na een paar keer snoozen is het dan toch écht tijd om mezelf uit bed te hijsen en ons te storten in het dagelijkse ritueel van aankledenplassenwassentandenpoetsenhandenwassenharenkammentasinpakkenvuileklerenindewasnietklierenluisternoueensenschieteensopwantjekomttelaatlaatjezusjeeensmetrustwaarzijnmijnsleutelsikmoetnuweg!! Vast herkenbaar. Een aaneenschakeling van opeenvolgende en terugkerende taken, die nu eenmaal moeten. Het ontbijt vormt daar een uitzondering op. Zodra ik wakker ben en de jongste uit bed is, dekken we de tafel, en zetten we het ontbijt klaar. Vaak hoor ik dan al gerommel boven, wat de andere twee kinderen aankondigt. Druppelgewijs komt iedereen vervolgens aan tafel zitten om te ontbijten.

Rustpunt aan tafel

Het vormt een (kort) rustpunt voor ieder persoontje bij ons aan zijn eigen dag begint. Het is het moment om te vragen hoe het is, hoe je je voelt. ‘Heb je lekker geslapen?’ of ‘heb je een beetje zin in vandaag?’ nodigen uit tot gesprek en geven direct informatie hoe het met iedereen gaat. Het zijn die momenten die ik koester en waar ik tijdens mijn werkdag aan terugdenk.

Verbinding

’s Avonds, wanneer wij thuiskomen van het werk, en het eten klaar is, is het samen eten opnieuw een moment van verbinding. Het tonen van interesse in elkaars dag, het klagen over wat tegenviel, of juist samen lachen om grappige voorvallen, dat brengt je weer bij elkaar. Met 5 mensen biedt het voor mijn gevoel de kans om weer met elkaar te synchroniseren, om niet langs elkaar te blijven leven, maar te kijken waar je met elkaar overeenstemt. Van de goedheiligman heb ik afgelopen december ook het boek ‘tafelklets’ gekregen, wat we er af en toe bij pakken om weer op een andere manier met elkaar te kletsen.

Samen zijn

Maar de eettafel is meer dan een plek om te eten, hoewel dat wel de belangrijkste functie is. De eettafel is ook een plek die we, bewust of onbewust, kiezen om dingen samen te doen. Ik werk aan de eettafel, en Meia en Fosse knutselen, kleien, tekenen of spelen met de lego aan tafel. Als er al iemand aan tafel zit, nodigt dit vaak uit om erbij te komen zitten. Ook hier wordt elkaars gezelligheid en aanwezigheid opgezocht merk ik. Zelfs de kleinste merkt dit: als er anderen aan tafel zitten, klimt zij zelf in haar eigen kinderstoel of probeert op mijn schoot te klimmen. Ze wil erbij zijn, deel uitmaken van de groep.

Winst

Ik denk daarom dat het aan tafel eten zo belangrijk is, en veel winst kan opleveren in je gezin. Zeker wanneer je het gevoel hebt dat er geen goede relaties onderling zijn, dat er langs elkaar heen wordt geleefd, of ieder maar zijn eigen ding doet. Het samen eten kan daar verandering aan brengen. Helemaal als je kind moeilijk eet, maar daar kom ik een ander keertje op terug.

 

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Ouders onder de loep

Een tijdje terug stond er in een tijdschrift een top 10 van opvoedingsvaardigheden. Deze waren in volgorde van belangrijkheid gerangschikt naar aanleiding van een online vragenlijst die is ingevuld door ouders. Hoewel de vaardigheden vrij algemeen zijn, geven ze wel een indruk van waar ouders op kunnen letten in de omgang met hun kinderen. Er is bovendien ook gekeken naar de beste toekomstvoorspellers: hoe meer van onderstaande vaardigheden, hoe beter het over het algemeen gaat met een kind. Bijvoorbeeld qua gezondheid, qua opleiding of welzijn.

Emotioneel betrokken

Een kanttekening bij dit soort onderzoeken vind ik dat het wordt ingevuld door ouders zelf. Er wordt vanuit gegaan dat ouders hun eigen opvoedingsvaardigheden goed kunnen inschatten, terwijl dit naar mijn idee per definitie niet kan, omdat je als ouder te emotioneel betrokken bent bij je kind. Reflecteren op jezelf is dan lastig, want je wilt als ouder niet falen. De ouders van tegenwoordig hebben de lat erg hoog liggen, en zich kwetsbaar opstellen in de opvoeding is zeker geen vanzelfsprekendheid.

Daarom is onderstaand lijstje zeker geen vastliggend regime. Het lijstje is bovendien zó algemeen, dat nog niet duidelijk is wát je dan precies beter wel of niet kunt doen als ouder om een betere band met je kind te krijgen. Om die reden probeer ik hier en daar een toelichting te geven. Soms vragen onderwerpen om een vervolgartikeltje. Ik hoor graag welke informatie jij nog mist.

1. Liefde

Een inkoppertje natuurlijk. Maar daarom niet minder waar. Maar wat is liefde en genegenheid nou precies? Hoe weet je wat goed is voor je kind? Het gaat hier bijvoorbeeld om (veel) lichamelijk contact, knuffelen, samen tijd doorbrengen, genegenheid… Maar er zijn nog veel meer genuanceerde en meer ingewikkelde aspecten van ‘liefde’ waar het hier om gaat. Interessant om een ander keertje op door te borduren.

2. Minder stress

Ja, één van mijn goede voornemens voor 2017. Want ik heb aan den lijven ondervonden hoe vervelend het is om stress in je lijf te hebben en deze mee naar huis te nemen. Mijn gezin is dan ongevraagd de dupe van mijn drukte in mijn hoofd. Het beter leren omgaan met stress is daarom voor mij, en voor alle ouders in het algemeen, een belangrijke vaardigheid als ouder. Dit kan bijvoorbeeld door jezelf ontspanningsoefeningen aan te leren, anders te leren denken of te oefenen met mindfulness, zo zegt het onderzoek. Kalm blijven, is het credo. Maar voordat dát lukt, is het naar mijn idee vooral heel erg belangrijk om de bron van de stress aan te pakken: wat ligt er binnen je mogelijkheden, dat je kunt veranderen? Wat zou er anders gaan op het moment dat je minder stress had? Door een stukje zelfonderzoek, kom je ook bij de oplossing om beter met de stress om te gaan. Het gevoel dat je zélf iets kunt doen aan je situatie, geeft een gevoel van controle, macht, invloed. Dit is het tegengif voor stress, als je het mij vraagt.

3. Goede relatie

Eentje die je misschien niet direct in het lijstje van sterke opvoedingsvaardigheden zou verwachten: een goede relatie hebben met je man/vrouw/partner. Het komt echter uit heel veel onderzoeken naar voren: kinderen zijn loyaal aan beide ouders en houden van hun ouders het allermeest van iedereen ter wereld. Ze willen daarom dat deze belangrijke mensen ook lief voor elkaar zijn. Ruzie tussen ouders, is voor kinderen daarom zeer ingrijpend en beangstigend. Niet voor niets is het stijgende aantal (echt)scheidingen tussen ouders en de echtelijke ruzies in het bijzijn van kinderen zo’n grote zorg. Niet voor niets spreken wij van echtscheidingstrauma’s en vechtscheidingen, waarin kinderen voor hun leven getekend worden door de slechte relatie tussen de ouders. Kinderen willen een sterk ouderpaar, het geeft veiligheid, een veilige haven om naar terug te keren in momenten dat ze steun nodig hebben. Deze mag, in de ogen van kinderen, niet wankelen. Wanneer er woorden zijn, is het daarom goed dit zoveel mogelijk buiten de kinderen te houden. Wanneer dit niet lukt, is het belangrijk de voorbeeldfunctie in acht te nemen die ouders hebben. Wij leren onze kinderen te delen, rekening te houden met elkaar, compromissen te sluiten, op vriendelijke manier te overleggen, het goed te maken als het even mis ging, woorden te gebruiken in plaats van agressie. Houd je daar dan als ouders vooral ook aan.

4. Zelfstandigheid stimuleren

Een waarde die in de opvoeding van onze kinderen ook hoog in het vaandel staat. En wat leuk om terug te lezen dat dit ook een veel gedeelde waarde is bij de meeste ouders, die bovendien ook goed blijkt te zijn voor je kind. Als je aan ouders vraagt “wat is opvoeden”, antwoorden veel mensen ook met iets in de trant van “het tot zelfstandigheid brengen van je kind”. Bijvoorbeeld op school wordt dit ook gestimuleerd, in sommige ‘stromingen’ is het zelfs één van de pijlers van het onderwijs (Dalton, Montessori). Als ouder is er dus niks mis mee om je kind aan te moedigen dingen zelf te proberen en met respect te benaderen in zijn pogingen. Ook al duurt dit vaak (veel) langer of is het één grote troep in je keuken na zo’n poging. In het opgroeien van kinderen kom je in bepaalde fases waarin ook des te meer duidelijk wordt dat je kind een natuurlijke neiging heeft om zelfstandig en autonoom te worden. De peuterpuberteit bijvoorbeeld, waarin ‘zelluf doen’ en ‘ik ben 2 en ik zeg nee’ hoogtij vieren. Ook in de tienertijd oefent je kind steeds meer en vaker met het nemen van verantwoordelijkheid. Aansluiten op deze natuurlijke ontwikkelingsbehoeften, daar doe je dus goed aan als ouder.

5. Opleiding

Dit is een punt, die misschien een wat wrange bijsmaak kan geven. De tigermoms, pushende moeders of ouders die hun eigen wensen op hun kinderen projecteren ten koste van hun kroost… dat zijn bepaald geen charmante voorbeelden van het aanmoedigen in het leren en studeren. Uit dit onderzoek blijkt echter dat het scheppen van alle mogelijkheden om te leren en te studeren en je kind hierin stimuleren, wél een positief effect heeft op zijn welzijn. Waar dit nu precies mee te maken heeft, is mij nog niet geheel duidelijk. Het is wel bekend dat hoger opgeleide ouders over het algemeen minder problemen ervaren binnen de opvoeding. Misschien doordat zij zich meer verdiepen in de opvoedingsvaardigheden. Het is in ieder geval een beschermende factor binnen de opvoeding. Waar ik zelf wél voorstander van ben, is dat je kind, waar mogelijk, de ruimte krijgt voor zelfontplooiing. Om te blijven leren en ontwikkelen, niet om tot prestaties te komen, maar om zélf een gelukkiger mens te worden. Voor mijn gevoel is het dan vooral heel belangrijk dat je als ouder de interesses van je kind serieus neemt en je kind in zijn ontwikkeling volgt. Dat betekent dus ook dat je je kind de kans en gelegenheid geeft om op zijn bek te gaan, om het oneerbiedig uit te drukken. Want alleen op die manier leert het wat het werkelijk wil, leuk vindt, kan, of juist niet. Het betekent ook, dat je als ouder op je handen moet zitten, op je tong moet bijten en jezelf moet inhouden in je impulsen om je kind te beschermen voor tegenslagen, mislukkingen of andere teleurstellingen.

6. Vooruit plannen

Ook eentje die je niet direct in de top 10 zou verwachten. Maar het werken naar je toekomstplaatje, je ideaal, je dromen en de lange termijn blijkt een belangrijke vaardigheid te zijn binnen de opvoeding. Als ouder draag je je steentje bij door in het onderhoud van je kind te voorzien, te sparen voor bijvoorbeeld studie, te zorgen voor stabiliteit in bijvoorbeeld huisvesting en een vast inkomen. En het samen met je kind nadenken over keuzes die je maakt. Dat begint al vroeg, met bijvoorbeeld zakgeld; iedere week opgeven aan snoepjes, of sparen voor een nieuwe radio? Een interessant thema waar soms te weinig bij wordt stil gestaan in onze snelle maatschappij, waarin iedereen gericht is op snel en direct geluk. Uitstel van behoeftebevrediging is voor veel kinderen daarom lastig.

7. Gedrag sturen

Nog een thema die bij mij een wat dubbel gevoel oproept. In de ‘standaard’ opvoedprogramma’s of cursussen staat gedragsverandering bij kinderen altijd op de onderwerpenlijst. Het is gebaseerd op de gedragstherapie, waarin wordt gewerkt met belonen van goed gedrag en negeren of bestraffen van slecht gedrag. Hiermee zou je gedrag kunnen sturen. Bij honden werkt dit inderdaad zo. Maar mensen zijn, sociaal en intelligent als ze zijn, véél complexer dan een simpel ABC schema, waarin er veel meer komt kijken dan alleen maar gedrag sturen. Steeds meer pedagogen komen dan ook terug van deze klassieke conditionering. Ook neuropsychologen, die zich verdiepen in de werking van de hersenen, zien dat er voor gedragsverandering veel meer nodig is. Wat er nodig is, gaat niet zozeer om het gedrag, maar speelt zich bijna altijd af in de relatie tussen ouder en kind, en gaat dus vooral om de communicatie. Ook een onderwerp die vraagt om een extra artikeltje.

8. Gezonde levensstijl

Een leuke, die past binnen de huidige maatschappij met veel aandacht voor gezondheid, voeding en beweging. Dat je zelf als ouder ook een voorbeeldfunctie hebt voor je kinderen, geldt bij dit punt ook weer extra. Als het voor je kind gewoon is dat er groente wordt gegeten, dat er samen aan tafel wordt gegeten, dat er op school aan gruiten wordt gedaan of dat ouders net als zij wekelijks sporten, is de kans dat je kind dit gedrag overneemt heel groot. De omgeving heeft een belangrijke invloed. Ouders die roken, hebben veel grotere kans dat hun kinderen ook gaan roken. Monkey see, monkey do. Tegenwoordig is het goed opletten op wat goed is voor de gezondheid van je kind een hele zoektocht geworden. Als je alleen al naar eten kijkt, zie je als consument soms door de bomen het bos niet meer. Het ‘ik kies bewust’ logo blijkt een wassen neus, rijstwafels blijken schadelijk te zijn voor kinderen en diksap heeft net zoveel suikers als gewone limonade. De vraag waar je goed aan doet, is niet zo eenvoudig te beantwoorden, zo blijkt. Een thema waar ik zeker nog op terug ga komen.

9. Religie

Ja, religie. Ik heb het wel vaker gezien in onderzoeken. Een religieuze of spirituele opvoeding kan zeker bijdragen aan het welzijn van je kind. Waar dat mee heeft te maken? Religie geeft vaak een stukje houvast, het biedt een terugkerende structuur en regelmaat in het leven, en kan zorgen voor zingeving en acceptatie van situaties waarover je bijvoorbeeld geen controle hebt. Ook als je niet religieus bent, kan spiritualiteit dezelfde effecten op het welzijn van je kind geven. Hoe je dat kunt toepassen in de opvoeding? Dat antwoord moet ik je schuldig blijven, maar misschien een leuk idee voor een gastblog van iemand die hier wél ervaring mee heeft?

10. Veiligheid

Safety first. Vooral in Amerika een (doorgeslagen) waarde, met een grote keerzijde. Teveel bezorgdheid kan benauwend en verstikkend werken. Het ontneemt je kind de kans fouten te maken en zelfstandigheid te ontwikkelen (zie punt 4). De overbezorgdheid zorgt doorgaans juist voor een slechtere relatie tussen ouder en kind, waarbij kinderen hun ouders zelfs als hypocriet ervaren en zich niet houden aan de aangeleerde veiligheidsmaatregelen. Maar niet voor niks staat veiligheid toch in de top 10 van opvoedingsvaardigheden. Want het nastreven van voldoende veiligheid voor je kind leidt namelijk tot goede gezondheid en het veilige gevoel bij je kind dat het de moeite waard is om naar om te kijken. Je kind merkt dat je als ouder een oogje in het zeil houdt, dat het je raakt als er iets aan de hand is met je kind. En door op te letten in de ontwikkeling van je kind, kun je (grote) problemen voorkomen, wanneer je kind bijvoorbeeld gevaren over het hoofd ziet of onvoldoende zelf in kan schatten.

Opvoeden kun je leren

Nu noemde ik al dat er wordt veronderstelt dat hoger opgeleide ouders zich meer verdiepen in opvoedingsvaardigheden. Het goede nieuws is echter dat eigenlijk elke ouder beter kan worden in verschillende opvoedingsvaardigheden. Sommige ouders zijn een natuurtalent, die hebben al zo’n goede basis van huis uit meegekregen, dat zij deze met gemak kunnen doorgeven aan hun eigen kinderen. En dan gaat het niet over opleidingsniveau, maar vooral over de emotionele ontwikkeling, over elementaire zaken als hechting en een goede ouder-kind relatie. Niet voor alle ouders is dat een gegeven. Dan is het fijn om te weten dat je wél kunt werken aan liefde, een goede communicatie of vergroten van zelfstandigheid. Want zo blijkt dat ouders die bijvoorbeeld een cursus hebben gevolgd of zich via therapie in de opvoeding hebben verdiept, betere resultaten hebben in de opvoeding van hun kleintjes.

 

Uit eten met/zonder kinderen

Uit eten met/zonder kinderen

Uit eten met kids: 7 tips

“Ja, ik weet eigenlijk niet goed wat jullie verwachten van dit stuk als jullie beginnen met lezen. Waarschijnlijk loopt het op een grote deceptie uit. Toen iemand stemde voor dit artikel, werd er bovendien de opmerking ‘mét praktische tips graag!’ bij geplaatst. Afijn, dat is een leuk streven, maar misschien en helaas ver van de realiteit. Ja, ik haal jullie maar gewoon direct uit de illusie: uit eten met kinderen is heus niet net zo ontspannen en romantisch als uit eten gaan zonder kinderen. Zo. Dat kan maar vast gezegd zijn.”

Valkuilen en desillusies

Dan nu over naar de werkelijke inhoud van dit artikel. Over mijn ervaringen in het uit eten gaan, mét en zonder kinderen. Want die zijn er, zij het gering. Ik kan ze makkelijk terughalen, want ze lieten vaak namelijk een diepe indruk op me achter. Blijkbaar is er toch ook iets aantrekkelijks in het meenemen van kinderen als je uit eten gaat, want we stappen met z’n allen keer op keer in dezelfde valkuil. Dat wilde ik uitzoeken: hoe komt dat nou?

Op vakantie

Laten we bij het begin beginnen. Toen ik net moeder was geworden, was de overgang enorm. We hadden een zware babytijd en liepen regelmatig op ons tandvlees. Uit eten gaan, in wat voor vorm dan ook, kwam niet eens bij ons op. Slapen was toen de belangrijkste prioriteit. Ik denk dat de eerste keer uit eten met Meia was toen we als nieuwbakken gezinnetje voor het eerst “op vakantie” gingen. Ja, tussen aanhalingstekens, want ik geloof dat alle nieuwe gezinnen dezelfde eerste vakantie maken: ergens in een center parcs huisje via een kortingsvoucher uit één van de blije dozen.

Opgelaten

Maar dat terzijde, wij waren toen in Texel gestrand en deden voor het eerst een hapje buiten de deur mét baby. Ik voelde me heel stoer en vooral héél opgelaten, want terwijl ik mijn appeltaart probeerde te eten, werd de slagroom van mijn vork geslagen, brak het zweet me uit als ze een keel opzette en goot ik tenslotte de veel te hete chocomelk maar naar binnen: liever blaren in mijn keel dan langer dan nodig in dat café zitten met een ontzettend rusteloze baby. De ervaringen met Meia bleven van soortgelijke aard: als baby moest je met haar gewoon niet uit eten willen, want ze was meteen 2 dagen van slag, zo overprikkeld raakte ze.

Anonieme omgeving

Toen we Fosse kregen, hadden we een heel nieuwe ervaring. Hij sliep met zo’n 4 weken door, deed alles volgens het boekje en zat in een heel duidelijk ritme. Omdat hij zo heerlijk voorspelbaar was, durfden we met hem wat sneller de gok te wagen om hem mee uit eten te nemen. Op de een of andere manier is dat toch vooral wanneer we op vakantie zijn: misschien dat de anonieme omgeving het gemakkelijker maakt, of dat je op vakantie meer ontspannen bent en de stap eerder maakt? Hoe dan ook, zo waren we een keertje in Spanje, waar het avondeten natuurlijk pas rond 21u geserveerd wordt. En hoe makkelijk je kind ook is, het is simpelweg nooit een goed idee om rond die tijd uit eten te gaan met kinderen.

Afwisselend van tafel

Het is gewoon een feit dat je met kinderen aanpassingen moet maken en dat je rekening moet houden met de behoeftes van je kind. Wanneer je verwacht of hoopt de dingen te doen zoals je die gewend was te doen, loopt dit uit op grote frustraties en teleurstellingen, zowel bij de ouders als de kinderen. In ons geval waren we met familie uit eten en probeerden we ons zo goed en kwaad als het ging aan te passen, maar in de praktijk kwam het erop neer dat we afwisselend met een half slapend/huilend kind op de arm rondliepen, terwijl de ander wat at, om elkaar daarna af te wisselen en aan je intussen koud geworden maaltijd te schuiven. Bovendien voel ik me enorm opgelaten in zo’n situatie: je stoort andere gasten en je bent onprettig gezelschap omdat je steeds van tafel gaat.

Gedrag aan tafel

Soms doen we wel eens impulsief. Dan heb ik geen zin om te koken, zit ik in een baalmodus ergens om en denk ik: kom, we gaan uit eten. Dat was ook een keertje mét kinderen, we hadden er toen nog 2. We zijn toen sushi gaan eten, want die hebben in ieder geval een schappelijke etenstijd (vanaf 17u, ideaal met kinderen). Het idee van verschillende hapjes sloeg ook best goed aan: ze proefden hier en daar van en het was niet erg als ze iets niet lusten, want er waren nog genoeg andere dingen om te eten. Ze waren toen nog in de leeftijd dat ze voor weinig mee aten. Maar als het aan komt op de ‘gedragsregels’ rondom het uit eten gaan, was het nog steeds 3x niks: op de stoel blijven zitten was vrijwel onmogelijk, wat betekende dat we vaak achter hen aan moesten door het restaurant heen, waardoor je alsnog in je eentje aan tafel zat te eten. Zelf meenemen van wat speelgoed/kleurmaterialen werkte te kort voor de hele zit. Je doet kinderen simpelweg geen plezier met lang tafelen. In ieder geval die van ons niet, die hebben geen rust in hun kont.

Tradities

Soms hebben we er gewoon lak aan. Zoals op de laatste dag van de vakantie. Dan willen we gewoon nog een lekker hapje eten, en zijn we blijkbaar zo ‘zen’ van de vakantie, dat het ons niet meer uitmaakt dat ze van tafel lopen of wanneer er eentje begint te huilen. Toen Signe nog een baby was, waren we een weekje kamperen in Frankrijk. We hebben de traditie om dan naar Buffalo Grill te gaan, ongeacht de situatie. Dus plantten we Signe in haar maxicosi op de bank of knoopten we haar in de draagdoek. Ze was gelukkig een redelijk makkelijke baby. En ook Buffalo Grill is gericht op gezinnen: boven is een ruimte met speeltoestellen en ze krijgen kleurtjes en puzzels bij het eten.

Speciaal voor gezinnen

Er zijn dus ook ervaringen bij die best goed uitpakten, mét kinderen. En gelukkig lijkt de markt daar ook op in te spelen. Zo waren we van de zomer op vakantie in Slovenië, waar het geen zeldzaamheid is dat er op het terras een kinderhoekje is, met een speeltafel, loopauto, blokken en dat soort dingen. Ook in Nederland wordt slim op de gezinnen ingespeeld, zij het meer binnenskamers, want het weer nodigt niet zo vaak uit om buiten te gaan zitten, helaas. Hieronder volgen een aantal suggesties.

  • In Dordrecht heb je sinds jaar en dag natuurlijk het bekende Pims Poffertjeshuis, wat nog steeds een uitje is met kinderen. Verwacht dan geen culinaire hoogstandjes, want ik blijf erbij: zoek dan gewoon oppas en plan een avondje met z’n twee (of met vrienden of what ever). Nee, Pim’s is meer uit eten vóór de kinderen, waar je als ouder gewoon bij bent. Er is volop te zien en te ontdekken, zoals een trein die boven je hoofd rijdt en kleuren aan tafel.
  • Ook de keten Happy Italy heeft een slim concept, met een kleine binnenspeeltuin (en soms ook een buitenspeeltuin) waar kinderen niet lang stil hoeven zitten aan tafel, maar even hun energie kwijt kunnen met spelen. En pizza’s zijn nog altijd all time favorites bij kinderen (en bij ons ook trouwens). Ook hier geldt: ga er niet voor een culinaire weldaad. Eigenlijk geldt dat voor alle tips voor uit eten met kinderen.
  • Sinds een tijdje heb je in Dordrecht ook Lizz’ Wereldkeuken. Dit is een buffetconcept wat ideaal is voor gezinnen, want ze mogen gebruik maken van de grote binnenspeeltuin die er naast zit. En een buffet maakt het voor kinderen sowieso al eenvoudiger om aan tafel te blijven, want tussentijd mogen ze lopen om nieuw eten of drinken te pakken. Mijn kinderen vinden het echt een feestje om daar te eten, maar dat komt met name door de speeltuin.

En dan nog een 7 tips die het uit eten gaan mét kinderen misschien een stukje draaglijker maken:

  1. Neem iets te spelen/te doen mee voor je kinderen. Een puzzelboekje, tekenspullen, of desnoods een spelcomputer. Klinkt als omkopen en eigenlijk is het dat ook. Maarja, dan moet je ook niet met kinderen uit eten willen 😉
  2. Kies een restaurant dat enigszins gewend is aan kinderen/gezinnen. Dat zijn meestal niet de high class restaurants, dus kom je al gauw uit bij de goedkopere restaurants. Kies vooral plekken waar een gedeelte ingericht is voor kinderen, scheelt voor je eigen ontspanning!
  3. Kies een restaurant met een concept waarbij er gelopen kan/mag worden. Zoals een buffetrestaurant is ideaal voor kinderen, want stil zitten is vrijwel onmogelijk voor ze.
  4. Kijk wat er geserveerd wordt: lust je kind het? Doe voor hen vooral niet te moeilijk, kinderen houden het vaak liever simpel. All you can eat concepten zoals sushi restaurants of tapas restaurants werken ook goed voor de eetlust.
  5. Maak vooraf duidelijke afspraken met je kinderen. Leg uit welk gedrag je van ze verwacht en hoe je graag de avond voor je ziet. Herinner ze dan aan deze afspraken als ze deze even lijken te vergeten tijdens het diner.
  6. Ga op schappelijke tijden uit eten: gewoon op een tijd waarop ze normaal gesproken ook zouden eten. Dit voorkomt veel hongerig gezeur vooraf en vermoeid gejammer tijdens het etentje.
  7. Maar de allerbelangrijkste tip: regel oppas en ga lekker zonder kinderen uit eten. Kies een restaurant waar je echt lekker kunt eten, eentje waar je gewoon lekker op je stoel kan blijven zitten. Waar je, zoals mijn vriendin dat noemt, op grote mensen tijd reserveert (lekker om half 8 ofzo), waarin je je heerlijk laat bedienen, geniet van een goed wijnarrangement en zonder op de klok te hoeven kijken doorgaat.
Dinsdagavondcrisis

Dinsdagavondcrisis

Doordeweekse avondspits

Blijkbaar was ik nog niet helemaal wakker vanmorgen. Toen ik tijdens een gesprek naar beneden keek kwam ik er achter dat heel mijn witte blouse onder de vlekjes zat. Ik had er gisteren bieten mee schoongemaakt en blijkbaar niet gezien dat mijn shirt er nu uitzag alsof ik er net een moord mee had gepleegd. En alsof dat nog niet genoeg was, kwam ik er even later achter dat mijn gulp op nonchalante wijze naar beneden was gezakt. Goedemorgen iedereen. De rest van de dag ben ik gelukkig redelijk goed doorgekomen.

Vervelende mail

Het werd 17.00u en ik was bezig mijn computer af te sluiten, toen mijn oog viel op een mailtje die nog net binnenkwam. De toonzetting was allesbehalve vrolijk, en ik besloot een reactie uit te stellen tot de volgende werkdag. Enigszins geërgerd door deze nieuwe domper aan het einde van mijn werkdag, pakte ik mijn spullen om richting huis te fietsen. Het was vandaag kijkdag bij het turnen van Meia, en ik was van plan vlug door te fietsen zodat ik nog even kon kijken.

Regen

Op de fiets naar huis begon het te regenen, natuurlijk! Ondertussen checkte ik mijn telefoon bij het stoplicht en las dat Stefan het niet ging redden om Meia van de gym op te halen. Dubbelbalen. Terwijl ik vlug doortrapte naar huis, zodat onze gastouder naar huis kon, brak ik mijn hoofd over het avondeten. Want ik zou pas tegen 18.00u thuis zijn, waar Signe en Fosse (en ik) al hongerig zouden zijn. Maar ik wilde ook nog bij Meia kijken en moest haar bovendien ophalen. Ik had geen tijd om Fosse en Signe eerst te laten eten. Wat moest ik doen?

Nog meer regen

Eenmaal thuis besloot ik daarom de gok te wagen en het eten alvast zachtjes op te zetten. Dat scheelde weer een half uur koken als we straks thuis kwamen, redeneerde ik. Ik pelde mijn natgeregende jas en schoenen af en ruilde ze om voor droge exemplaren. Meteen laadde ik twee stuks kinderen in de bakfiets en togen we weer door de regen richting gymzaal. Eenmaal daar was ik net op tijd om de laatste paar oefeningen te zien van Meia, afgewisseld met achtervolgingen dwars door de gymzaal omdat Signe het op een rennen zette.

En nog méér regen…

Toen de training voorbij was, moest er worden aangekleed te midden van alle turntalentjes en hun halve families, buurtgenoten, vrienden en andere kennissen, waardoor het langer dan anders duurde voor we uiteindelijk weer bij de fiets waren. Snel wierp ik ditmaal drie stuks kinderen in de bak en trapte met gierende banden naar huis. Wederom in de regen. Maarja, whats new!? Toen we later dan voorspeld aankwamen bij huis (het liep al tegen 19.00u), deed ik een schietgebedje dat alles goed was gegaan met het eten. Helaas, ik werd gestraft voor mijn risico, want we werden begroet door een dampende aanbrand geur zodra we binnenstapten. Vlug haastte ik me naar boven, waar ik de aardappels drooggekookt aantrof. Nog een mazzel dat ze niet in de fik waren gevlogen bleek achteraf! Dat was een lesje voor de volgende keer, dat doen we dus niet meer.

Stamppot zonder aardappels

Ondertussen vroeg Fosse op zeurende toon of hij tv mocht kijken en brak bij mij complete crisis uit. Geen aardappels, geen eten, bijna 19.00u, kinderen moe en hongerig…! Ik rende naar beneden om nieuwe aardappels uit de bijkeuken te halen, om op de volgende frustratie te stuiten: op! Hoe krijg je het voor elkaar! “Dan doen we het toch zonder aardappels?” probeerde Stefan nog dapper, die inmiddels ook was thuis gekomen. “Heb je wel eens stamppot zonder aardappels op!?” gilde ik in hysterie terug.

Mislukt

Met mijn hoofd in de koelkast viste ik daar nog een restant rijst en een overgebleven pizza uit. Ik draaide een pot witte bonen open en verwarmde de rookworst die het als enige had overleefd van mijn poging stamppot te maken. Het zou de meest belachelijke maaltijd ooit worden, maar er moesten buiken gevuld worden. Vergezeld van een dreinende en hysterisch huilende Fosse die zichzelf als een naaktslak over de vloer voortbewoog uit teleurstelling dat zijn begeerde tv-momentje niet doorging, kwakte ik de rijst met witte bonen en rookworst op tafel. Met pizza on the side. Eten jongens! Het kon me niet schelen wie er op af kwam, ik was intussen maximaal sacherijnig. En eindelijk plofte ik zuchtend met een natte broek en verregend hoofd op de stoel. Afkomend op het magische codewoord ‘eten’ schoven de kinderen ook aan en reageerden Meia en Fosse links en rechts intussen enthousiast: “Mam! Dit is niet mislukt! Dit is superlekker!”. En alles was weer goed.