Archief van
Tag: opvoeding

Ouderschap is soms geen feestje!

Ouderschap is soms geen feestje!

Moeder zijn is keihard werken

“Jij bent de enige, echt de enige, die durft toe te geven dat het ouderschap niet alleen maar rozengeur en maneschijn is. De enige! In mijn hele omgeving is er niemand die dat ook maar een beetje laat blijken. Al die tijd heb ik in de veronderstelling geleefd dat ik het fout deed, dat het aan mij lag. Dat het alleen maar bij mij mis ging. Dat ik dat echt niet kon, moeder zijn.”

Dit zei een moeder een tijdje terug tegen me. Ze had mijn blogs gelezen en het was volgens haar een verademing. Ik, aan de andere kant, wist niet wat ik hóórde! Wat zeg je nou, hebben jullie het er dan niet onderling over? Is er geen openheid tussen ouders onderling of tussen vrienden? Nee, deze moeder gaf aan dat er een taboe heerst over ouderschap. Blijkbaar mag er niet over moeilijkheden of onzekerheden gepraat worden. Ik was geschokt!

 

Taboe over opvoeden

Maar het motiveerde me enorm om met mijn schrijven door te gaan. Al heel lang merk ik dat er online een schroom bestaat om te reageren, maar offline krijg ik des te meer reacties. Via via hoor ik dat er over wordt gesproken en soms spreken vreemden mij er ineens op aan. Dat is fijn, want mijn doel is júist om het taboe te doorbreken. Ik doe vrijwel niet anders: op mijn werk praat ik dagelijks over het ouderschap, hoe pittig dit is, en hoe moeilijk het soms lijkt om het goed te doen. En tegelijkertijd hoe belangrijk het ook is om vooral dicht bij jezelf te blijven en je eigen intuïtie te volgen.

 

Wanneer doe je het goed?

Blijkbaar is er in onze maatschappij zóveel aan informatie beschikbaar, dat er door de bomen het bos niet meer wordt gezien. Tegenstrijdige berichten van Jan en Alleman die er een mening over hebben, mensen die zich ‘expert’ noemen of ‘ervaringsdeskundige’ met twijfelachtige achtergronden, maar wel zeer invloedrijk zijn op bijvoorbeeld social media. Ik snap de onzekerheid van ouders, want wanneer weet je nou wat je moet geloven?

 

Vertrouwen op je intuïtie

Dezelfde moeder gaf aan dat zij zo in de war was gebracht, dat zij zelfs een tijd heeft gehad dat zij niet meer naar haar intuïtie luisterde. In dit geval hechtte zij teveel waarde aan haar omgeving, die had geroepen dat ouders te snel aan de bel trokken, te snel bij de huisarts zaten en wilde zij vooral niet als ‘aansteller’ gezien worden. Hierdoor wachtte zij langer dan gebruikelijk met naar de huisarts gaan, waar later bleek dat haar kindje wel degelijk erg ziek was.

 

Natuurlijk ouderschap

Meer dan eens voer ik met ouders het gesprek hierover, want gelukkig is ouderschap in de basis iets heel natuurlijks. Het is niet zo dat je vanzelfsprekend alles goed doet als ouder, maar dat is gelukkig ook niet nodig. Sterker nog, wanneer wij over ‘goed’ ouderschap praten (voor zover je zoïets complex in een hokje kunt duwen), is maar zo’n 30% van ons handelen afgestemd op onze kinderen. En dat is voldoende. In de praktijk betekent het, dat je als ouder vaak intuïtief aanvoelt dat er iets met je kindje is, of wat er met je kind is.

 

Jij bent de expert!

Niet ik ben de expert als het om opvoeden gaat, maar jij. Jij, want jij bent de ouder. Jij kent je kind al vanaf de geboorte, of misschien zelfs al eerder, tijdens de zwangerschap. Jij staat het dichtst bij de ontwikkeling, hebt het meeste meegemaakt, gezien en ervaren met je kind. Je groeit met je kind mee, en je kind is een deel van jou, en om die reden zou ik het nooit beter kunnen doen dan jij. Wanneer ouders bij me komen, soms ten einde raad, en iets zeggen in de trant van “ja, zeg jij het maar, jij hebt ervoor geleerd”, is het daarom altijd nodig dit idee bij te stellen.

 

Samen kijken wat nodig is

Wat ik doe, is enkel van een afstand (die je als ouder logischerwijs niet hebt) helpen met het teruggeven van wat ik zie, het helpen reflecteren, het stellen van vragen waarop de ouder zélf een antwoord mag geven, die leidt tot meer inzicht. Jij als ouder mag de betekenis geven aan dit alles. Natuurlijk geef ik wel adviezen, of leg ik dingen uit, maar is niet de essentie. Mijn doel van deze gesprekken is leren om ouders te laten vertrouwen op hun intuïtie. Op hun oerinstinct. En samen, als team, kunnen we vervolgens kijken wat jij of kind nodig hebben om goed verder te ontwikkelen.

 

Open over opvoeden

Blijkbaar mag ik mij gelukkig prijzen dat ik vrienden om me heen heb, waarin er veel openheid is. We plakken onze kinderen wekelijks onder denkbeeldig behang of zetten ze op marktplaats in de categorie gratis af te halen. Wekelijks praten we over hoe pittig het is, dat moeder zijn. En we snakken meerdere keren per jaar naar een escape, even een weekendje vrij van al dat ‘gemoeder’. Helaas is de praktijk dat dat weekendje vrij hooguit 1x per jaar is. Want ook dat is het leven: het zorgen gaat maar door en door.

 

Schone schijn ophouden

Laatst sprak ik weer af met vrienden, en één van hen vertelde dat mijn artikel was gelezen door een vriendin van een vriendin (etc.) die het zo fijn vond om te lezen dat er eens ‘gewoon’ werd geschreven over kinderen. Dat ze soms het bloed onder je nagels vandaan halen en je tot wanhoop drijven. Het was in haar omgeving, tussen vrienden, op het schoolplein, langs het sportveld, totaal geen gespreksonderwerp. Sterker nog, het werd keihard ontkent! Alle ouders die zij sprak, deden voorkomen alsof hun kinderen nooit onderling ruzie maakten of op een andere manier niet voorbeeldig waren.

 

Opvoeden is keihard werken!

Waarom maken wij het elkaar als ouders zo moeilijk? Waarom zijn we zo hard voor elkaar en houden we die schone schijn op? Want natuurlijk is dat complete lariekoek. Opvoeden kan ontzettend leuk zijn en ja, ‘je krijgt er zoveel voor terug’, maar bovenal is het gewoon keihard werken. Je leven draait zeker de eerste jaren compleet om de kleintjes en al je eigen dingen moet je daar maar omheen passen. Niet zo gek dat veel ouders heel blij zijn als hun kroost op bed ligt en zij uitgeblust op de bank neer kunnen ploffen.

 

Je bent niet de enige

Bij deze wil ik daarom een oproep doen aan alle ouders: wees eens gewoon eerlijk naar jezelf en anderen. Het scheelt zoveel onzekerheid, zoveel verdriet en faalgevoelens, wat in stand wordt gehouden door voor mij onbekende redenen. Laten we voortaan gewoon zeggen hoe het is en een beetje lief voor elkaar zijn. Want uit ervaring weet ik hoe fijn dat is. De herkenning bij anderen: ‘gelukkig, ik ben niet de enige’. Want je bent echt niet de enige.

 

5 straffen die wel werken

5 straffen die wel werken

11 Tips bij het geven van straf

Eerder gaf ik al een overzicht van de soorten straf die er zijn en van de nadelen die straffen hebben. Ik kan het niet genoeg noemen: kies liever voor een andere manier dan je kind te straffen. Maar omdat het zo’n bekend en ingeburgerd fenomeen is, leg ik liever uit hoe je het dan in de uitzonderingen het beste kunt toepassen. Er zijn enkele uitzonderingen op de regel die, mits goed uitgevoerd, wél effectief kunnen zijn. Straf mag nooit het enige opvoedmiddel zijn dat wordt gebruikt: veel belangrijker zijn positieve, stimulerende opvoedmiddelen. Daarvoor komt gelukkig meer en meer aandacht, en ik hoop dat er ook voldoende van in mijn artikelen terug te lezen is.

 

Negatieve gevoelens

De relatie die je met je kind hebt, heeft veel invloed op het effect van een straf. Als je een goede relatie hebt, hoef je minder te straffen. Je kind kan dan meer begrip opbrengen voor de straf en zal zich graag weer goed willen gedragen omwille van de relatie. Bij een slechte relatie zullen negatieve gevoelens zoals woede of machteloosheid gaan overheersen. Je kind zal zich onbegrepen voelen en als ouder kan je geneigd zijn steeds strenger te straffen, wat leidt tot onverschilligheid bij je kind. Zo zie je dat straf een behoorlijke keerzijde heeft en daarom beter vermeden kan worden.

 

Goede relatie met je kind

Het grootste resultaat om ongewenst gedrag van je kind te stoppen bereik je dus door een goede relatie met je kind te hebben. Het is dus vooral belangrijk dáár aandacht aan te besteden. Heel belangrijk hierbij is om vooral te letten op wat je kind al wél goed doet. In onze maatschappij is het helaas niet de gewoonte om vooral te benoemen wat je goed vindt gaan. Mensen zijn nog steeds sneller geneigd om kritiek te leveren en aan te stippen wat er niet goed gaat.

 

Negatieve spiraal

Wat al wél goed lukt wordt eerder als een vanzelfsprekendheid gezien en onze verwachtingen als ouders zijn daarmee soms te hoog. Het kan daarom lastig en zelfs onnatuurlijk voelen om hierin een omslag te maken en vooral te letten op wat er goed gaat. Goede begeleiding hierbij is soms noodzakelijk om je doelen te bereiken. Niet zelden komen gezinnen bij mij, die diep in een negatieve spiraal zitten en geen uitweg uit de negativiteit meer zien. En niet zelden lukt het – gelukkig – met relatief eenvoudige aanpassingen om de sfeer te verbeteren. Zónder straffen.

 

Effectieve straffen

“Maar wat kunnen we dan nog wél doen als ouders” vragen vaders en moeders mij soms. “Ons kind is niet gevoelig voor straf, we hebben hem nergens mee” hoor ik ook vaak. Straf is dus zeker niet altijd succesvol. In enkele gevallen kan het toepassen van onderstaande middelen wel effectief zijn. Maar onthoud: zorg voor de verhouding 1:4. Laat 4x zoveel positieve interacties plaatsvinden ten opzichte van 1 negatieve. Pas dan is de balans neutraal om je gezond te ontwikkelen. Voorbeelden van straffen die effectief kunnen zijn, zijn de volgende:

  1. Verbaal berispen, een standje geven: iets zeggen van het gedrag is voor veel kinderen vaak al voldoende. Je gezichtsuitdrukking en stem moeten dan passen bij wat je zegt.
  2. Negeren van gedrag kan heel effectief zijn bij verschillende soorten gedrag. Het gedrag moet voor de ouder dan wel te negeren zijn en goed vol te houden zijn. Ook moet het gedrag van het kind niet schadelijk zijn. Hierbij geldt: de aanhouder wint. De ouder kan ook even weglopen uit de situatie. Je mag ook heel duidelijk aankondigen dat je nu het gedrag gaat negeren en pas weer reageert wanneer er positief gedrag plaatsvindt.
  3. Corrigeren: bijvoorbeeld de schade laten herstellen of de rommel laten opruimen die een kind heeft gemaakt. Zo maak je je kind verantwoordelijk voor wat het heeft gedaan.
  4. Het onthouden van iets leuks of het wegnemen van iets leuks zijn zeer effectief, als het goed wordt uitgevoerd. Wees wel realistisch en wees ook consequent: als je iets zegt, doe het dan ook. Geef je kind eerst de tijd om zijn gedrag te veranderen. Onthoud je kind niet van liefde! Zeg dus niet ‘jij krijgt nu geen knuffel, want je deed net zo stout’: dat is simpelweg emotionele chantage. Neem liever iets weg wat het anders wel had gekregen, bijvoorbeeld geen tv kijken of vandaag niet naar de speeltuin.
  5. Ondervinden van de gevolgen: dit is een effectieve vorm van straf omdat je kind wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gedrag. Voor ouders is dit vaak lastig om uit te voeren of om het zover te laten komen. Laat nooit de veiligheid van je kind in gevaar komen! Dit is één van de weinige strategieën die ik regelmatig toepas en die weinig schade geeft aan de relatie. Bespreek situaties altijd goed na en leg uit waarom je ervoor hebt gekozen zo te handelen.

 

Tips om straf effectief te maken

Als ouder is het je bedoeling dat je kind iets leert van de straf. Hoewel veel andere opvoedmiddelen te verkiezen zijn boven straf, zijn hier toch wat tips om onvermijdelijke straf effectiever te maken:

  1. Laat straf nooit schadelijk zijn: straf mag geen negatief effect hebben of het kind beschadigen. Gebruik straf nooit als vergeldingsmaatregel. Te strenge straffen hebben gevolgen voor de persoonlijkheidsontwikkeling van je kind en de relatie tussen ouder en kind.
  2. Leg het uit: vertel je kind waarom je straft, dit stimuleert ook de morele ontwikkeling van je kind.
  3. Biedt een alternatief: vertel je kind wat het wél mag doen.
  4. Stel het niet uit: reageer snel op het gedrag van je kind.
  5. Wees consequent: dreigen met straf die niet wordt uitgevoerd heeft geen zin. Zorg dat er duidelijke regels zijn.
  6. Geef een passende straf: kies een straf die past bij de overtreding, liever te licht dan te zwaar.
  7. Wijs nooit het kind af: als je straf geeft wijs je het gedrag af en niet je kind zelf.
  8. Laat straf geen beloning zijn: zorg ervoor dat straf niet uitpakt als beloning, bijvoorbeeld als je je kind van tafel stuurt en hij vervolgens lekker kan gaan spelen. Stuur je kind sowieso liever niet weg, dit werkt een gevoel van afwijzing in de hand.
  9. Straf heeft altijd een eind: straf is voor iedereen vervelend, laat er dus ook weer een duidelijk eind aan komen door het goed te maken. Zeg vooral bij jonge kinderen duidelijk dat het nu weer goed is, dat je niet meer boos bent, etc.
  10. Wees zuinig met straf: straf is alleen effectief als je er matig mee omgaat en altijd in combinatie met andere, meer stimulerende en positieve opvoedmiddelen. Bij teveel straf kan je kind immuun en onverschillig worden.
  11. Betuig spijt: soms zijn we onterecht boos. Als ouder ben je immers ook maar een mens. Maar het getuigt van kracht als je als ouder dan excuses durft te maken. Zo leer je je kind dat iedereen wel eens fouten maakt en die ook weer recht kunt zetten.

 

Bronnen

  • Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  • Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  • Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  • Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  • Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  • Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  • Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

11 nadelen van straffen

11 nadelen van straffen

Straffen, weet wat je doet!

Ik straf liever niet. Maar omdat er veel misverstanden bestaan rondom straffen en belonen leg ik de dingen het liefst goed uit, zodat we beter begrijpen van elkaar waar we het over hebben. Eerder gaf ik een overzicht van soorten straf. Niet alle maatregelen uit dit lijstje beschouw ik als straf. Toch blijf ik erbij dat je beter op een andere manier kunt proberen om het gedrag van je kind te sturen.

 

Zoek alternatieven!

Straf is in eerste instantie niet aan te raden als opvoedmiddel. Er zijn veel andere middelen die beter werken en minder nadelen hebben dan straf. In het volgende deel geef ik daarom alternatieven voor straf waar je alvast je voordeel mee kunt doen. Vandaag zoom ik in op de nadelen die er aan straffen kleven. Ik noem er 11.

 

11 Nadelen van straf

  1. “Als je zo door gaat dan mag je niet mee naar oma en blijf je maar alleen thuis!”. Dreigen met zware gevolgen heeft weinig effect omdat ze toch niet worden uitgevoerd. Je gaat immers toch wel naar oma en je kind gaat gewoon mee, want je kan hem nu eenmaal niet alleen laten. Een ander nadeel kan zijn dat het onnodig angst oproept bij je kind: ‘alleen thuis blijven? Help! Dat durf ik niet!’. Ook leert je kind na verloop van tijd dat dreigementen toch niet worden uitgevoerd: ‘dat zei mama vorige keer ook, en toen mocht ik ook gewoon mee, dus het zal wel weer zo zijn’.
  2. “Als je dat nog één keer doet dan vind ik jou niet meer lief hoor!”, “jij krijgt dus geen knuffel, want jij deed net zo lelijk!”. Liefdesonthouding is niet verstandig omdat je kind zich daardoor als persoon voelt afgewezen. Het is in feite emotionele chantage en legt je kind een ‘voor wat, hoort wat’ principe op. Terwijl we toch onvoorwaardelijke liefde willen geven? Dan moeten we deze maatregel zo snel mogelijk in de prullenbak kieperen!
  3. Als ouders hun kind uitlachen of belachelijk maken, kan het kind onzeker worden: hun eigenwaarde wordt dan aangetast. Een inkoppertje, zul je misschien denken. Maar denk even goed na: soms lachen we omdat iets er komisch uitziet en bedoelen we het niet verkeerd. Maar kinderen begrijpen het verschil tussen uitlachen en toelachen nog onvoldoende. Als je kind de boel op stelten zet en je schiet in de lach, zeg dan dat je het er grappig uit vindt zien en dat je hem niet uitlacht.
  4. Straffen bij milde problemen leidt tot meer gedragsproblemen. Leg niet op alle slakken zout. Choose your battles. Lieve papa’s en mama’s: dit is een vrijbrief om af en toe gewoon te doen alsof je het niet ziet. Want wees eerlijk: ondeugend doen hoort bij een kind. Op die manier ontdekt het de wereld, het zoekt grenzen op, leert van ervaringen. Probeer de politiepet en scheidsrechtersfluit aan de kant te leggen.
  5. Met straf leer je je kind wat het niet mag doen, maar niet wat het wél mag doen. Als we ergens aandacht aan besteden, wordt het beter onthouden. Elk moment dat je straft, zet je dat gedrag in de spotlights. Het werkt zo: “denk niet aan die roze olifant!” en natuurlijk denk je aan die roze olifant. Straf vergroot dus vaak de kans op herhaling van het gedrag waar je voor straft.
  6. Jonge kinderen leggen geen automatisch verband tussen hun gedrag en de straf die ze krijgen. Hooguit wordt er angst opgeroepen omdat ze schrikken van je reactie. Ze zullen stoppen met wat ze aan het doen waren, maar alleen omdat ze bang zijn dat jij weer zo boos reageert. Of kinderen vinden het maar wat interessant als je iedere keer zo’n show weggeeft en herhalen het gedrag. Linksom of rechtsom: je kind leert niet dat jouw reactie komt door zijn gedrag en waaróm het dan niet zou mogen.
  7. Lichamelijke straffen leiden bij alle kinderen tot meer gedragsproblemen en bovendien tot psychische schade. Ook hebben deze kinderen meer problemen in de puberteit en volwassenheid, zoals bijvoorbeeld depressie of alcoholmisbruik. Zo, de risico’s in een notendop. Er is geen enkel geldend argument om deze maatregel te gebruiken. Het is niet voor niets bij de wet verboden.
  8. Straf kan maken dat het kind zich als persoon voelt afgewezen. Het voedt impliciete ideeën als ‘ik ben niet goed’, ‘ik faal’, ‘ik ben niet de moeite waard’, ‘ik doe het nooit goed’, ‘wat ik ook doe, het is toch verkeerd’, etc. Het geeft negatieve kerncognities of een negatief zelfbeeld, wat op termijn kan leiden tot depressie, angsten of andere psychische klachten.
  9. Straf kan leiden tot boosheid bij het kind en bovendien garandeert straf niet dat het kind vervolgens gewenst gedrag laat zien. Monkey see, is monkey do. Sta je te schreeuwen tegen je kind als je hem straft? Je kind leert dat je moet schreeuwen om iets duidelijk te maken. Om de boodschap over te brengen. Pak jij je kind eens stevig beet? Je kan het hem niet kwalijk nemen dat hij hetzelfde bij zijn vriendje doet. Hij heeft het immers geleerd van zijn voorbeelden.
  10. Met straf stimuleer je geen gedrag, daarvoor moet je andere middelen gebruiken. Het maakt hooguit een einde aan het gedrag (voor even), maar het geeft geen alternatief wat je kind kan doen.
  11. Veel straf kan leiden tot een kille opvoeding en machtsmisbruik. Misschien wel de meest voorkomende: straffen geeft een rotsfeer. Moeder boos, vader sacherijnig, dochter stampvoetend de trap op en zoonlief in ijzige spanning zijn bord verder leegetend. Wie herinnert zich niet deze spanningsvolle of negatieve interacties uit de kindertijd? Als we niet oppassen verzanden we snel in een negatieve spiraal. Tijd voor een andere aanpak dus!

 

Voer het goed uit

Toch blijft het voor veel gezinnen, zo niet de meeste, een vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsfunctioneren. Het vraagt soms een hele omschakeling als je van veel straffen naar niet straffen gaat. Het is vooral van belang dat de dingen die je doet, goed worden uitgevoerd. Daarom alvast wat tips  waar je aan moet denken als je ‘straf’ geeft.

  • de allerbelangrijkste: verdiep je in alternatieven voor straf en straf zo min mogelijk!
  • geef altijd eerst een waarschuwing zodat je kind tijd heeft om zijn gedrag te veranderen;
  • negeer alleen gedrag wat daarvoor geschikt is: als je kind dingen stukmaakt of iemand pijn doet, is negeren geen goed idee;
  • negeren is niet hetzelfde als je kind doodzwijgen. Je kunt best zeggen: ‘ik ga dit gedrag nu even negeren’ voordat je begint en maak ook een duidelijk einde aan deze periode: ‘zo hèhè ik ben blij dat je ermee bent gestopt, nu kan ik weer rustig met je praten’;
  • bij onthouding van iets leuks moet de straf wel uit te voeren zijn. Als je je kind tóch wel meeneemt, zeg dan niet dat hij niet mee mag. Als je hebt gezegd dat je kind geen tv mag kijken, maar de andere kinderen kijken wél tv (en dus je kind ook), dan heeft het weinig effect;
  • houdt altijd de veiligheid van je kind in het oog.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Straf, wat is het?

Straf, wat is het?

Overzicht van soorten straf

Iedere ouder doet het wel eens. De ene ouder misschien wat vaker dan de andere: je kind straffen. Heel lang (en eigenlijk nog steeds wel) heerste het idee dat opvoeden een kwestie is van straffen en belonen van het juiste gedrag. Door negatief gedrag te straffen, zal het uitdoven. Door positief gedrag te belonen, zal het toenemen. Het is een visie waar ik om meerdere redenen niet achtersta. Maar omdat het nog juist een wijdverspreid geloof is en de meeste ouders het principe van straffen met de paplepel krijgen ingegoten, wil ik hier wat meer aandacht aan geven om te snappen waar we over spreken.

 

Liever niet

Straf heeft veel nadelen. Ik ben van mening dat er beter zo min mogelijk gestraft kan worden. Er zijn gelukkig veel goede alternatieven om gedrag te veranderen. Ik kan met eerlijkheid zeggen dat ik vrijwel niet straf. En dat mijn kinderen heus niet ontspoord zijn of geen grenzen accepteren. Je kunt je kind dus prima opvoeden zonder te straffen. Dit zal ik in komende blogs verder toelichten. Om precies te weten wat er met straf wordt bedoeld, geef ik hieronder een overzicht.

 

Wat is straf?

Dit is niet voor iedere ouder hetzelfde. Ook in de literatuur wordt er niet overal hetzelfde over gedacht. Een voorbeeld van een omschrijving is de volgende: “straf is een voor het kind vervelende maatregel die een ouder toepast om het gedrag van het kind te veranderen. Een ouder die straft, doet het kind bewust pijn (lichamelijk of geestelijk) om te proberen het gedrag te laten stoppen”.

Ouders gebruiken straf dus als opvoedmiddel, om het kind iets te leren. Het is vaak aantrekkelijk om te straffen, omdat het vaak direct een eind kan maken aan ongewenst gedrag. De manier waarop je als ouder straft, hangt ook af van je opvoedingsstijl.

 

Soorten straf

Ouders kunnen op verschillende manieren straffen. Een standje of correctie is bijvoorbeeld een lichte straf. Een time-out haalt je kind even uit de situatie. Slaan of knijpen is een lichamelijke straf. Er zijn dus gradaties in de zwaarte van een straf. Ook bepaalt de situatie vaak welke straf er wordt gegeven en moet er natuurlijk rekening gehouden worden met de leeftijd van het kind. Hieronder staan een aantal soorten straffen:

  • Verbaal berispen, een standje geven: iets zeggen van het gedrag is voor veel kinderen vaak al voldoende. Dit kan gepaard gaan met het verheffen van je stem en boos kijken. Ook een (korte) uitleg wordt vaak gegeven.
  • Dreigen: hiermee wordt het kind onder druk gezet, in de hoop dat het zijn gedrag verandert. Ouders kunnen bijvoorbeeld dreigen met:
    • Een negatief gevolg (‘als je zo doorgaat ga je naar je kamer’)
    • Liefdesverlies (‘dan vindt mama jou niet meer lief’)
    • Oproepen van schaamtegevoelens (‘dan gaan mensen je uitlachen hoor’)

Dreigen is vaak een weinig effectieve en negatieve manier van straffen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het effect hebben, maar dan alleen milde vormen en onder bepaalde voorwaarden.

  • Lachen: meestal vatten kinderen dit niet als straf op maar juist als beloning, waardoor ze alleen maar meer ongewenst gedrag laten zien. Het is daarom heel lastig gedrag te veranderen als anderen in de omgeving om het gedrag lachen.
  • Negeren: bij deze vorm van straf besteed je geen enkele aandacht aan het gedrag van het kind waardoor het vanzelf ophoudt met zijn gedrag.
  • Corrigeren: bijvoorbeeld de schade laten herstellen of de rommel laten opruimen die een kind heeft gemaakt. Zo maak je je kind verantwoordelijk voor wat het heeft gedaan.
  • Time-out: hierbij zet je je kind apart door het uit de situatie te halen. Je zet je kind dan bijvoorbeeld even op de gang of op de trap en haalt hem er later weer bij.
  • Lichamelijke straf: slaan, knijpen, door elkaar schudden, etc. maken heel snel duidelijk dat je kind moet stoppen met het gedrag. De nadelen zijn echter zeer groot, deze vorm van straf is daarom verboden en sterk af te raden.
  • Onthouden van iets leuks: voor straf geen tv mogen kijken, voor straf geen toetje krijgen… zo ervaart je kind dat iets leuks wordt ingehouden, wat heel effectief kan zijn, als het maar op de juiste wijze wordt uitgevoerd.
  • Ondervinden van de gevolgen: soms lijken waarschuwingen of aanwijzingen niet te helpen en kun je als ouder besluiten dat je kind de gevolgen van zijn gedrag maar zelf moet ondervinden. Bijvoorbeeld als het steeds vergeet de was in de wasmand te gooien en uiteindelijk geen schone was meer heeft. Dit is ook een effectieve vorm van straf omdat je kind wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gedrag.

 

Wat dan wel?

In bovenstaand overzicht zitten er een aantal maatregelen die in het schemergebied van straf liggen. Zo is het geven van uitleg, negeren, corrigeren, onthouden van iets leuks en ondervinden van de gevolgen van het gedrag in veel situaties prima toepasbaar. Het juist hanteren van deze maatregels is wel belangrijk, om een goede relatie met je kind te houden en om ervoor te zorgen dat je kind er iets van leert.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

De focus op gedrag

De focus op gedrag

Richt je op het gevoel!

De laatste jaren dringt het steeds meer tot mij door: er gebeurt iets geks als wij als ouders gestrest zijn. Ik schreef al eerder over het reptielenbrein, wat ouders ook hebben bij stressvolle situaties. En laten we wel wezen, die zijn er nogal eens met kinderen. Steeds vaker merk ik dat ik in gesprek met ouders dezelfde onderwerpen probeer duidelijk te maken. Want als wij als ouders gestrest zijn, richten wij ons op het gedrag van ons kind.

“Je doet ook nooit wat ik zeg!”

“Hou daar mee op!”, “kun je nou niet beter opletten?”, “waarom doe je dat nou!”. Of, naderhand tegen mij of anderen: “het is altijd hetzelfde, ik kan het 100x zeggen maar dan doet hij het wéér!”, “het lijkt wel of ze het erom doet!”, “het is het ene oor in, het andere oor uit”. En als ‘oplossing’: “ja, ga maar weer op de trap”, “je krijgt een time-out”.

Interne processen

We vergeten hier iets essentieels. Gedrag is slechts de productie van ons zijn. Huh? Ja. Denk er even over na. Wie zijn wij als mens? Wij bestaan uit behoeftes, gevoelens, intenties, gedachtes, ideeën, neigingen… allemaal abstracte interne processen waarvan gedrag het resultaat is. Een kind is daarin nog heel puur. Het heeft heel weinig rem of controle over al deze processen. Laat staan dat het zich voldoende bewust is hiervan. Nee, je kind pákt gewoon dat koekje van de schaal, want dat is lekker en hij heeft er zin in. Je dreumes giet gewoon die beker langzaam ondersteboven op het tapijt, want ze is nieuwsgierig naar de steeds groter wordende donkere vlek die dan ontstaat.

Zwaktebod

Ik ga het nog sterker uitspreken. Je alleen maar richten op het gedrag van je kind is een zwaktebod. Maar wel volkomen menselijk. Wees niet bang, ik maak me er net zo schuldig aan. Ik zal het proberen uit te leggen, want het is best wel ingewikkeld, maar wel zo belangrijk om te begrijpen. Want pas als je iets goed begrijpt, heeft het ook zin om het aan te pakken, toch?

Zelfverdedigingsmechanisme

Je richten op het negatieve gedrag van je kind gebeurt uit een soort zelfverdedigingsmechanisme. Er gebeurt iets onder jouw toezicht, dat je liever niet zo had gezien. Denk aan pubers die toch wel hun eigen zin doen, of je dochter die weigert haar schoenen aan te trekken. Je kan op je kop gaan staan, maar in die situaties voel je je gewoon machteloos. En dat machteloze gevoel is funest voor ons. Het maakt ons kwetsbaar, want op zulke momenten voelen we ons falen. Het lukt ons niet ons kind naar ons te laten luisteren. Het lukt je niet om de situatie te veranderen.

Machtsstrijd

Vaak voelen we ons weer klein op zulke momenten. Misschien is het een oud gevoel dat ineens wordt getriggerd, waardoor je zo fel reageert. Hoe dan ook, door deze woede wordt het onmogelijk om te kijken naar de oorzaak van het gedrag van je kind. Want in de meeste gevallen is onze reactie veel milder, wanneer we begrijpen wat ons kind ertoe dreef zo te doen. Het veranderen van zo’n impasse, in dit geval een machtsstrijd met je kind, vraagt dus iets heel moeilijks van ons als ouders: jezelf verplaatsen in je kind op het moment dat je zélf boos of gefrustreerd bent. Wat voelt je kind, wat dacht het, wat wilde het doen, ontdekken, leren, of wat was zijn behoefte? Wat wilde het misschien duidelijk maken aan je, welke boodschap heeft hij? Wat zou maken dat zij keer op keer zo doet?

Erkenning en begrip

Het is een fabeltje dat kinderen ons expres dwarszitten. Dat ze ons uitspelen, manipuleren of wat dan ook. Dit negatieve gedrag, net als liegen, is een uitvloeisel van het gebrek aan iets anders, iets essentieels. Begrip. Erkenning. Het besef dat je als kind wordt gezien en begrepen door je vader of moeder. Dat jouw gevoelens en behoeften er mogen zijn en ertoe doen. Dit is niet hetzelfde als het goedkeuren van het gedrag. Ik keur het heus niet goed dat jouw dochter je zoontje slaat, of dat je zoontje zijn boek verscheurd. Maar het gedrag staat los van het gevoel. Het gedrag is de reactie op de oorzaak. Het is de laatste keten in het geheel. Volg je het nog?

Terug naar de basis

Maar al te vaak voer ik het gesprek met ouders om terug te keren naar deze basis. Wat denk je, wat zou maken dat je zoontje toen zo deed? Het is grappig om te merken dat ouders ná een voorval ineens veel beter over de situatie kunnen praten: “ja hij was natuurlijk boos! Hij vond ons maar stom dat wij de tablet afpakten, want hij wilde nog verder kijken”. Dat komt omdat je, op een later moment, weer een kalm brein hebt en in rust de situatie kunt overdenken. Dan is het gemakkelijker om perspectief te nemen en je af te vragen hoe je kind zich toen voelde.

Reflecteren

Vaak moeten we daarmee beginnen: nadenken over voorvallen en bedenken hoe het voor iedereen was. Wat waren de drijfveren van jou en je kind? Wat zou je kind op zo’n moment liever hebben gehoord of nodig hebben gehad? Wat zou hem hebben geholpen weer tot rust te komen en de situatie beter te verdragen? Of makkelijker jouw nee te accepteren? Vaak zit hierin de sleutel: wanneer je hiervan een idee hebt, en dit noemt aan je kind, zul je zien wat er gebeurt.

Afstemmen

Het is complexe materie, hoewel het voor sommigen misschien simpel klinkt. Maar ga er maar aan staan. Opvoeden is echt geen kattenpis. Wist je dat in onze interactie met onze kinderen maar ongeveer 30% van wat we doen is afgestemd op onze kinderen? Dat betekent dat dus 70% van wat wij doen (of juist niet doen) niet helpend is of niet goed aansluit op wat ons kind van ons nodig heeft. Maar dat is niet erg hoor, want die 30% is voldoende om een goede relatie op te bouwen! Zo zie je maar, goed genoeg is ook gewoon goed.

 

Goed genoeg ouder

Goed genoeg ouder

Deze is voor alle mama’s (en papa’s) bij wie het af en toe boven hun hoofd groeit. Voor iedereen die deze frustraties, irritaties en aaneenschakeling van stressmomentjes en brandjes blussen herkent. I feel you. Je bent niet alleen. Het is een fase. Hou vol, het wordt weer leuk. Echt. 

De dagelijkse praktijk

Je hoopt, als je ze de avond ervoor om 22.00u nog uit bed hebt gehaald om naar het vuurwerk te kijken van Koningsdag, dat ze misschien net even wat langer doorslapen. Helaas blijkt hun hardware toch echt anders geprogrammeerd. Hoewel Steef op muizenvoeten door het huis liep, hoorde ik al snel het bekende ‘mamaaa!’ uit de kamer van de jongste komen.

7.00u

Een vluchtige blik op mijn klok laat me weten dat ze het maar liefst tot 7u hebben gerekt. En zodra de guppen hier wakker zijn, is het het full focus en in de hoogste versnelling de dag in racen. “Mam, ik ben doorgelekt”, is één van de eerste boodschappen die ochtend. Nog voor we aan de ontbijttafel zitten, draait de eerste was dus al. Vervolgens zie ik mijn jongste het eten uit het bakje van Steef kijken. Ik besluit pap te maken voor ze.

Maar dat voornemen betekent wel dat ik in de keuken verschillende bananen moet prakken, appels moet schillen, melk moet warmen, etc. En dus even geen zicht heb op wat er in de woonkamer gebeurt. Terwijl ik mijn aandacht verdeel over 4 grote kommen, hoor ik ongeduldige kreten uit de andere kamer opstijgen. Het kan ze niet snel genoeg gaan.

7.20u

Als ik tenslotte als laatste aan tafel schuif, wordt er om drinken gevraagd. Nu Meia en Fosse al klaar zijn met hun pap, vraag ik of ze dat zelf even willen pakken. Als ze terugkomen, is er ruzie ontstaan over welke beker voor wie is, en gaat er in het doorgeven van de bekers pal voor mijn neus een volle beker melk omver. Zuchtend help ik de kinderen mee met opruimen en gooi ik de natte placemats in de was, om mijn ontbijt daarna te vervolgen.

Intussen is de rest al van tafel en wordt er uit allerhande kasten materiaal gehaald voor hun speelplannen. Fosse komt terug en vraagt om fruit. Na een grote kom pap met een banaan erin vind ik dat eigenlijk overbodig, maar de peren moeten op, dus ik geef aan dat hij een peer mag pakken. Blijkbaar had hij zijn zinnen op iets anders gezet, want hij begint boos te huilen dat hij geen peer wil.

7.45u

Ik haal de ontbijtspullen van tafel, waarbij ik zo goed mogelijk nadenk welke spullen in als eerste naar de keuken breng. Waarom? Omdat Signe de vervelende gewoonte heeft om bovenop de eettafel te klimmen en zich een weg te banen tussen de zoete beleg en half leeggedronken melkbekers. Daarom ruim ik in volgorde van prioriteit de volgende zaken op:

  • halfvolle bekers, pakken drinken
  • pakken hagelslag/vlokken/ander los materiaal
  • andere zaken die open zijn waar eetbare spullen uit gehaald kunnen worden zoals vleeswaren

8.00u

Terwijl ik nog steeds in mijn pyjama rondloop, probeer ik de kinderen te laten aankleden, tanden poetsen, haren kammen, wassen, etc. Net als in elk ander gezin (tenminste, dat hoop ik althans een beetje), gaat dit gepaard met de nodige aansporingen. Vooral Meia ergert zich behoorlijk aan mijn gezeur waarmee haar spel wordt onderbroken. Ze is nogal van het multitasken. Zo besloot ze vanmorgen dat ze met haar tandenborstel in haar mond prima de kaplablokjes kon aangeven aan Fosse.

8.20u

Toen de grootste klappers waren gemaakt in de start van de ochtend, en de meest voor de hand liggende risico’s waren ingedekt wat betreft Signes mogelijke streken, besloot ik dat ik het erop kon wagen: douchen. Het is altijd een moment van ‘fingers crossed’ en zo snel mogelijk zijn. Terwijl ik me in sneltreinvaart had uitgekleed, kwam Fosse naar me toe om zich te beklagen dat hij geen onderbroek en hemd had. Deze had ik hem een kwartier geleden al aangegeven, maar blijkbaar was hij kwijt dat hij deze in een soort Chinese dans door de kamer had geslingerd tijdens het ‘aankleden’. Snel dook ik in mijn badjas en ging op jacht naar zijn ondergoed, waarna ik mijn poging tot douchen weer oppakte.

Het duurde welgeteld 2 volle minuten voor ik alweer een boze schreeuw hoorde. “Gaat alles goed!?” riep ik met een mengeling van hoop en vrees met de deur op een kier. Er klonk inmiddels alweer gepraat op rustige toon. Vals alarm gelukkig. Na een hele minuut in volledige ontspanning te hebben gedoucht, werd de deur geopend door de nieuwsgierige jongste telg. Een koude luchtstroom walmt direct naar binnen, en ik besluit dat langer douchen vrijwel kansloos is. Signe verdwijnt, de deur wagenwijd open latend, om na 2 tellen weer terug te komen met een handdoek. Superschattig! Maar direct slaat ook de twijfel toe: hoe komt ze aan een handdoek?

8.35u

Gedoucht en aangekleed, neem ik direct poolshoogte bij de kinderen. Ik tref een stapel door elkaar gegooide handdoeken aan op de tafel. Tot zover onze inspanningen om alles netjes opgevouwen in de kast te houden. Als ik de hal in loop, breek ik bijna mijn nek over mini-boodschappen. Eenmaal in de kamer van Meia en Fosse blijken ze gezellig winkeltje aan het spelen, waarbij ze het nodig vonden schoon servies uit de kast te halen. Prima, zolang jullie het straks maar terugzetten, druk ik ze op het hart.

8.45u

De vaat heeft zich inmiddels opgestapeld, en ik moet echt even gaan afwassen. De wasmachine is klaar en moet leeggehaald worden en ik moet nog mijn haren een beetje fatsoeneren. Oh, en nu schakelt het koffiezetapparaat uit: dit doet hij na een uur automatisch. Ik heb nog niet eens koffie op. Terwijl ik hem weer aanzet en alvast melk opwarm in de magnetron, begin ik met de afwas. Ineens zie ik na een tijdje dat Signe de bingomolen uit een kast heeft gehaald en de kleine balletjes en fishes door de kamer laat rollen. Met het sop tot aan mijn ellebogen ren ik de kamer binnen en roep bezorgd dat de bingomolen direct moet worden opgeruimd: die balletjes zijn super gevaarlijk voor Signe!

9.15u

De afwas is klaar, de melk overgekookt en vervolgens afgekoeld. Ik stop een nieuwe was in de machine en zie dat Meia nog steeds haar haren nog niet heeft gekamd. Ze reageert mokkig, draait haar rug naar me toe en zegt boos dat ze niet wil. Terwijl ik zo goed en zo kwaad als het gaat probeer deze bui te pareren, besluit Fosse buiten te gaan spelen en heeft Signe een poepbroek.

9.30u

Ik ben nog net op tijd voor het koffiezetapparaat voor de tweede keer uitschakelt. Meia heeft intussen eieren voor haar geld gekozen en haar haren gekamd, Signe is gewassen en aangekleed en ik ga, eindelijk, met mijn koffie aan tafel zitten. Ik heb de stille hoop dat de kinderen, die intussen lief samen spelen op hun kamer, even blijven spelen zodat ik in stilte kan genieten van mijn koffie. Het duurt niet lang. Het is alsof ze voelen dat je overweegt een moment voor jezelf te hebben. Binnen no-time staan Fosse en Signe naast me, met grote blauwe ogen, en vragen om ‘koffie’ (opgeschuimde melk met cacao).

Conclusie?

Gister nog las ik dat ouderschap een groot beroep doet op jezelf als mens. Het betekent een constante mindset van je eigen behoeften opzij schuiven en constante focus op de kinderen. Het is pittig en vermoeiend, en soms wil je er even aan ontsnappen. Ik verschil daarin niet van andere ouders. Het is een kunst om hierin de balans te vinden tussen het leuk hebben met elkaar en doen wat er moet gebeuren. En die balans is soms zoek. Dat is niet erg, dat is het leven. Als ouder hoef je het niet altijd goed te doen. Als het maar goed genoeg is.

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Ouders onder de loep

Een tijdje terug stond er in een tijdschrift een top 10 van opvoedingsvaardigheden. Deze waren in volgorde van belangrijkheid gerangschikt naar aanleiding van een online vragenlijst die is ingevuld door ouders. Hoewel de vaardigheden vrij algemeen zijn, geven ze wel een indruk van waar ouders op kunnen letten in de omgang met hun kinderen. Er is bovendien ook gekeken naar de beste toekomstvoorspellers: hoe meer van onderstaande vaardigheden, hoe beter het over het algemeen gaat met een kind. Bijvoorbeeld qua gezondheid, qua opleiding of welzijn.

Emotioneel betrokken

Een kanttekening bij dit soort onderzoeken vind ik dat het wordt ingevuld door ouders zelf. Er wordt vanuit gegaan dat ouders hun eigen opvoedingsvaardigheden goed kunnen inschatten, terwijl dit naar mijn idee per definitie niet kan, omdat je als ouder te emotioneel betrokken bent bij je kind. Reflecteren op jezelf is dan lastig, want je wilt als ouder niet falen. De ouders van tegenwoordig hebben de lat erg hoog liggen, en zich kwetsbaar opstellen in de opvoeding is zeker geen vanzelfsprekendheid.

Daarom is onderstaand lijstje zeker geen vastliggend regime. Het lijstje is bovendien zó algemeen, dat nog niet duidelijk is wát je dan precies beter wel of niet kunt doen als ouder om een betere band met je kind te krijgen. Om die reden probeer ik hier en daar een toelichting te geven. Soms vragen onderwerpen om een vervolgartikeltje. Ik hoor graag welke informatie jij nog mist.

1. Liefde

Een inkoppertje natuurlijk. Maar daarom niet minder waar. Maar wat is liefde en genegenheid nou precies? Hoe weet je wat goed is voor je kind? Het gaat hier bijvoorbeeld om (veel) lichamelijk contact, knuffelen, samen tijd doorbrengen, genegenheid… Maar er zijn nog veel meer genuanceerde en meer ingewikkelde aspecten van ‘liefde’ waar het hier om gaat. Interessant om een ander keertje op door te borduren.

2. Minder stress

Ja, één van mijn goede voornemens voor 2017. Want ik heb aan den lijven ondervonden hoe vervelend het is om stress in je lijf te hebben en deze mee naar huis te nemen. Mijn gezin is dan ongevraagd de dupe van mijn drukte in mijn hoofd. Het beter leren omgaan met stress is daarom voor mij, en voor alle ouders in het algemeen, een belangrijke vaardigheid als ouder. Dit kan bijvoorbeeld door jezelf ontspanningsoefeningen aan te leren, anders te leren denken of te oefenen met mindfulness, zo zegt het onderzoek. Kalm blijven, is het credo. Maar voordat dát lukt, is het naar mijn idee vooral heel erg belangrijk om de bron van de stress aan te pakken: wat ligt er binnen je mogelijkheden, dat je kunt veranderen? Wat zou er anders gaan op het moment dat je minder stress had? Door een stukje zelfonderzoek, kom je ook bij de oplossing om beter met de stress om te gaan. Het gevoel dat je zélf iets kunt doen aan je situatie, geeft een gevoel van controle, macht, invloed. Dit is het tegengif voor stress, als je het mij vraagt.

3. Goede relatie

Eentje die je misschien niet direct in het lijstje van sterke opvoedingsvaardigheden zou verwachten: een goede relatie hebben met je man/vrouw/partner. Het komt echter uit heel veel onderzoeken naar voren: kinderen zijn loyaal aan beide ouders en houden van hun ouders het allermeest van iedereen ter wereld. Ze willen daarom dat deze belangrijke mensen ook lief voor elkaar zijn. Ruzie tussen ouders, is voor kinderen daarom zeer ingrijpend en beangstigend. Niet voor niets is het stijgende aantal (echt)scheidingen tussen ouders en de echtelijke ruzies in het bijzijn van kinderen zo’n grote zorg. Niet voor niets spreken wij van echtscheidingstrauma’s en vechtscheidingen, waarin kinderen voor hun leven getekend worden door de slechte relatie tussen de ouders. Kinderen willen een sterk ouderpaar, het geeft veiligheid, een veilige haven om naar terug te keren in momenten dat ze steun nodig hebben. Deze mag, in de ogen van kinderen, niet wankelen. Wanneer er woorden zijn, is het daarom goed dit zoveel mogelijk buiten de kinderen te houden. Wanneer dit niet lukt, is het belangrijk de voorbeeldfunctie in acht te nemen die ouders hebben. Wij leren onze kinderen te delen, rekening te houden met elkaar, compromissen te sluiten, op vriendelijke manier te overleggen, het goed te maken als het even mis ging, woorden te gebruiken in plaats van agressie. Houd je daar dan als ouders vooral ook aan.

4. Zelfstandigheid stimuleren

Een waarde die in de opvoeding van onze kinderen ook hoog in het vaandel staat. En wat leuk om terug te lezen dat dit ook een veel gedeelde waarde is bij de meeste ouders, die bovendien ook goed blijkt te zijn voor je kind. Als je aan ouders vraagt “wat is opvoeden”, antwoorden veel mensen ook met iets in de trant van “het tot zelfstandigheid brengen van je kind”. Bijvoorbeeld op school wordt dit ook gestimuleerd, in sommige ‘stromingen’ is het zelfs één van de pijlers van het onderwijs (Dalton, Montessori). Als ouder is er dus niks mis mee om je kind aan te moedigen dingen zelf te proberen en met respect te benaderen in zijn pogingen. Ook al duurt dit vaak (veel) langer of is het één grote troep in je keuken na zo’n poging. In het opgroeien van kinderen kom je in bepaalde fases waarin ook des te meer duidelijk wordt dat je kind een natuurlijke neiging heeft om zelfstandig en autonoom te worden. De peuterpuberteit bijvoorbeeld, waarin ‘zelluf doen’ en ‘ik ben 2 en ik zeg nee’ hoogtij vieren. Ook in de tienertijd oefent je kind steeds meer en vaker met het nemen van verantwoordelijkheid. Aansluiten op deze natuurlijke ontwikkelingsbehoeften, daar doe je dus goed aan als ouder.

5. Opleiding

Dit is een punt, die misschien een wat wrange bijsmaak kan geven. De tigermoms, pushende moeders of ouders die hun eigen wensen op hun kinderen projecteren ten koste van hun kroost… dat zijn bepaald geen charmante voorbeelden van het aanmoedigen in het leren en studeren. Uit dit onderzoek blijkt echter dat het scheppen van alle mogelijkheden om te leren en te studeren en je kind hierin stimuleren, wél een positief effect heeft op zijn welzijn. Waar dit nu precies mee te maken heeft, is mij nog niet geheel duidelijk. Het is wel bekend dat hoger opgeleide ouders over het algemeen minder problemen ervaren binnen de opvoeding. Misschien doordat zij zich meer verdiepen in de opvoedingsvaardigheden. Het is in ieder geval een beschermende factor binnen de opvoeding. Waar ik zelf wél voorstander van ben, is dat je kind, waar mogelijk, de ruimte krijgt voor zelfontplooiing. Om te blijven leren en ontwikkelen, niet om tot prestaties te komen, maar om zélf een gelukkiger mens te worden. Voor mijn gevoel is het dan vooral heel belangrijk dat je als ouder de interesses van je kind serieus neemt en je kind in zijn ontwikkeling volgt. Dat betekent dus ook dat je je kind de kans en gelegenheid geeft om op zijn bek te gaan, om het oneerbiedig uit te drukken. Want alleen op die manier leert het wat het werkelijk wil, leuk vindt, kan, of juist niet. Het betekent ook, dat je als ouder op je handen moet zitten, op je tong moet bijten en jezelf moet inhouden in je impulsen om je kind te beschermen voor tegenslagen, mislukkingen of andere teleurstellingen.

6. Vooruit plannen

Ook eentje die je niet direct in de top 10 zou verwachten. Maar het werken naar je toekomstplaatje, je ideaal, je dromen en de lange termijn blijkt een belangrijke vaardigheid te zijn binnen de opvoeding. Als ouder draag je je steentje bij door in het onderhoud van je kind te voorzien, te sparen voor bijvoorbeeld studie, te zorgen voor stabiliteit in bijvoorbeeld huisvesting en een vast inkomen. En het samen met je kind nadenken over keuzes die je maakt. Dat begint al vroeg, met bijvoorbeeld zakgeld; iedere week opgeven aan snoepjes, of sparen voor een nieuwe radio? Een interessant thema waar soms te weinig bij wordt stil gestaan in onze snelle maatschappij, waarin iedereen gericht is op snel en direct geluk. Uitstel van behoeftebevrediging is voor veel kinderen daarom lastig.

7. Gedrag sturen

Nog een thema die bij mij een wat dubbel gevoel oproept. In de ‘standaard’ opvoedprogramma’s of cursussen staat gedragsverandering bij kinderen altijd op de onderwerpenlijst. Het is gebaseerd op de gedragstherapie, waarin wordt gewerkt met belonen van goed gedrag en negeren of bestraffen van slecht gedrag. Hiermee zou je gedrag kunnen sturen. Bij honden werkt dit inderdaad zo. Maar mensen zijn, sociaal en intelligent als ze zijn, véél complexer dan een simpel ABC schema, waarin er veel meer komt kijken dan alleen maar gedrag sturen. Steeds meer pedagogen komen dan ook terug van deze klassieke conditionering. Ook neuropsychologen, die zich verdiepen in de werking van de hersenen, zien dat er voor gedragsverandering veel meer nodig is. Wat er nodig is, gaat niet zozeer om het gedrag, maar speelt zich bijna altijd af in de relatie tussen ouder en kind, en gaat dus vooral om de communicatie. Ook een onderwerp die vraagt om een extra artikeltje.

8. Gezonde levensstijl

Een leuke, die past binnen de huidige maatschappij met veel aandacht voor gezondheid, voeding en beweging. Dat je zelf als ouder ook een voorbeeldfunctie hebt voor je kinderen, geldt bij dit punt ook weer extra. Als het voor je kind gewoon is dat er groente wordt gegeten, dat er samen aan tafel wordt gegeten, dat er op school aan gruiten wordt gedaan of dat ouders net als zij wekelijks sporten, is de kans dat je kind dit gedrag overneemt heel groot. De omgeving heeft een belangrijke invloed. Ouders die roken, hebben veel grotere kans dat hun kinderen ook gaan roken. Monkey see, monkey do. Tegenwoordig is het goed opletten op wat goed is voor de gezondheid van je kind een hele zoektocht geworden. Als je alleen al naar eten kijkt, zie je als consument soms door de bomen het bos niet meer. Het ‘ik kies bewust’ logo blijkt een wassen neus, rijstwafels blijken schadelijk te zijn voor kinderen en diksap heeft net zoveel suikers als gewone limonade. De vraag waar je goed aan doet, is niet zo eenvoudig te beantwoorden, zo blijkt. Een thema waar ik zeker nog op terug ga komen.

9. Religie

Ja, religie. Ik heb het wel vaker gezien in onderzoeken. Een religieuze of spirituele opvoeding kan zeker bijdragen aan het welzijn van je kind. Waar dat mee heeft te maken? Religie geeft vaak een stukje houvast, het biedt een terugkerende structuur en regelmaat in het leven, en kan zorgen voor zingeving en acceptatie van situaties waarover je bijvoorbeeld geen controle hebt. Ook als je niet religieus bent, kan spiritualiteit dezelfde effecten op het welzijn van je kind geven. Hoe je dat kunt toepassen in de opvoeding? Dat antwoord moet ik je schuldig blijven, maar misschien een leuk idee voor een gastblog van iemand die hier wél ervaring mee heeft?

10. Veiligheid

Safety first. Vooral in Amerika een (doorgeslagen) waarde, met een grote keerzijde. Teveel bezorgdheid kan benauwend en verstikkend werken. Het ontneemt je kind de kans fouten te maken en zelfstandigheid te ontwikkelen (zie punt 4). De overbezorgdheid zorgt doorgaans juist voor een slechtere relatie tussen ouder en kind, waarbij kinderen hun ouders zelfs als hypocriet ervaren en zich niet houden aan de aangeleerde veiligheidsmaatregelen. Maar niet voor niks staat veiligheid toch in de top 10 van opvoedingsvaardigheden. Want het nastreven van voldoende veiligheid voor je kind leidt namelijk tot goede gezondheid en het veilige gevoel bij je kind dat het de moeite waard is om naar om te kijken. Je kind merkt dat je als ouder een oogje in het zeil houdt, dat het je raakt als er iets aan de hand is met je kind. En door op te letten in de ontwikkeling van je kind, kun je (grote) problemen voorkomen, wanneer je kind bijvoorbeeld gevaren over het hoofd ziet of onvoldoende zelf in kan schatten.

Opvoeden kun je leren

Nu noemde ik al dat er wordt veronderstelt dat hoger opgeleide ouders zich meer verdiepen in opvoedingsvaardigheden. Het goede nieuws is echter dat eigenlijk elke ouder beter kan worden in verschillende opvoedingsvaardigheden. Sommige ouders zijn een natuurtalent, die hebben al zo’n goede basis van huis uit meegekregen, dat zij deze met gemak kunnen doorgeven aan hun eigen kinderen. En dan gaat het niet over opleidingsniveau, maar vooral over de emotionele ontwikkeling, over elementaire zaken als hechting en een goede ouder-kind relatie. Niet voor alle ouders is dat een gegeven. Dan is het fijn om te weten dat je wél kunt werken aan liefde, een goede communicatie of vergroten van zelfstandigheid. Want zo blijkt dat ouders die bijvoorbeeld een cursus hebben gevolgd of zich via therapie in de opvoeding hebben verdiept, betere resultaten hebben in de opvoeding van hun kleintjes.

 

Sporten van jongs af aan

Sporten van jongs af aan

Turnen met 2 jaar

Meia zit op turnen. Al sinds haar 2e jaar. En als ik het zo opschrijf denk ik ook direct: jemig, was dat nodig, zo vroeg? Ik zal uitleggen hoe dat is gegroeid. Ik schreef al eerder over haar tomeloze energie en onze zoektocht om dat in goede banen te leiden. Zo kwamen we struinend op het internet uiteindelijk bij peuter/kleutergym. De officiële startleeftijd was 3 jaar, maar ik waagde en gokje en vroeg of ze een keertje op proef mocht komen. Zo gezegd, zo gedaan en de week daarop zat ik in een gymzaal te kijken naar mijn kleine wervelwind, die met een big smile over de tumble baan sprong en aan de ringen slingerde. Het was een feest. Voor haar om te doen, maar ook voor mij om er naar te kijken. Om te zien hoe ze genoot, hoe ze helemaal haar ei kwijt kon.

Peuter/kleutergym

Ik wist het toen nog niet, maar het was de start van een fanatieke hobby. De peuter/kleutergym mag nog niet de naam turnen hebben natuurlijk. Het is een horde kleintjes die gaan klimmen en klauteren en in kleinere groepjes verschillende oefeningen doen. Toch wordt er ongemerkt veel geleerd. Dat werd direct de eerste keer duidelijk, toen Meia doodleuk vooraan de rij aansloot of halverwege het springkussen er weer op klom. Ze had geen notie van ‘op je beurt wachten’, ‘in de rij staan’, of ‘achteraan aansluiten’. Het hele ‘rekening houden met elkaar’ was natuurlijk nog volop in ontwikkeling met haar 2 jaar. De gymlessen droegen daar ongemerkt erg aan bij.

Zelfvertrouwen

Meia vond de gymlessen zó leuk, dat ze eigenlijk wat vaker zou willen gaan. Toevallig is een vriendin van mij ook trainer bij deze vereniging en had zij op dat moment ruimte in haar lessen. Ze stelde voor om Meia daar mee te laten doen. Meia was op dat moment bijna 4 jaar, maar de lessen waren eigenlijk vanaf 6 jaar. Omdat ze het toch graag wilde proberen, ben ik de eerste paar keren meegegaan. En algauw kreeg ze de smaak te pakken. Als jongste van die groep, werd ze in de watten gelegd door de andere meisjes en leiding, en bouwde ze zelfvertrouwen op om met de oefeningen mee te doen. Na een paar maanden merkte ik zelfs dat Meia deze lessen leuker vond dan de peuter/kleutergym.

Turntalentjes

Toen Meia een tijdje bezig was met de lessen bij mijn vriendin, kwam er een oproep voor alle meisjes uit het geboortejaar van Meia, om een zaterdagochtend te gymmen. Dit werd georganiseerd vanuit de kweekvijver, een soort overkoepelende vereniging van alle gymverenigingen uit Dordrecht. Ik kende het hele bestaan toen nog niet, maar zij houden zich bezig met het opleiden van jonge turntalentjes. De genoemde ochtend wordt jaarlijks georganiseerd om nieuwe turntalentjes te vinden.

Jury

Omdat ik wist dat Meia het leuk vond om lekker bezig te zijn, besloot ik haar op te geven. Op dat moment was ik hoogzwanger van Signe, dus ik had de tijd om die ochtend te blijven kijken. En dat was genieten: het was een goed georganiseerde ochtend, waarbij de kinderen met verschillende oefeningen aan de gang mochten. Het had ook direct iets officieels, want overal stonden juryleden driftig te schrijven. Ik verbaasde me toen al over het fanatisme dat onder sommige ouders heersten. Zo hoorde ik een ouder verkondigen dat sommigen echt geen turnlijf hadden of over de grote beloftes die haar dochter zou verkondigden.

Bewegen voor je plezier

Ik kan er alleen maar om grinniken. Vanaf moment 1 hebben we een sport gekozen omdat we voelden dat ons kind hier behoefte aan had. Haar plezier in het bewegen en de sport was en is daarom altijd leidend voor eventuele beslissingen hierin. Soms vind ik het jammer dat ouders hun eigen behoeftes, wensen of verwachtingen onvoldoende kunnen loskoppelen van die van hun kroost. Aan het einde van deze sportochtend werd voor alle meisjes geapplaudisseerd, en na beraad van de jury, kregen alle meisjes een envelop mee. Hierin stond of het kind werd uitgenodigd om 3x op proef mee te trainen met de kweekvijver.

Uitgekozen

Pas op dát moment dacht ik na over de eventuele gevolgen. Meia sportte nu tweemaal per week, wat ik al best veel vond voor een vierjarige. Als ze zou worden uitgenodigd, mocht ze bij de kweekvijver op proef 2 uur per week meetrainen. Dat zou sowieso teveel zijn. Ze moest tenslotte ook nog kunnen afspreken met vriendjes en gewoon lekker kunnen spelen en ontspannen. Ik wist dat er maar weinig kindjes werden uitgekozen, dus ik was behoorlijk overrompeld toen Meia inderdaad mocht komen meetrainen! Direct worstelde ik met de vraag: hoe breng ik dit over?

Geen prestatiedruk

Ik had over die ochtend enkel gezegd dat ze een keertje extra mocht trainen, voor de lol. Ik besloot er het volgende over te zeggen: ‘Meia, ze zagen dat je zoveel plezier had in het gymmen en daarom mag je, als je wilt, ook nog 3 keer komen om te kijken of je het leuk genoeg vindt om daar mee te doen’. Heel bewust heb ik altijd het prestatiestuk eruit gelaten, omdat ik wil dat ze het alleen doet omdat zij het wil, omdat ze het leuk vindt. Daarom benadruk ik alleen maar haar inzet en plezier, omdat ik weet dat opmerkingen als ‘goed je best doen’ bij haar alleen maar leiden tot onzekerheid en bovendien niks uithalen: als ze het leuk vindt, doet ze toch al haar best.

Proeftrainingen

Ze reageerde enthousiast op de uitnodiging en we besloten de gok te wagen. Wie weet zou de vereniging na 3x toch besluiten niet door te gaan en was er niks veranderd. Maar na de 3x trainen werden wij als ouders op gesprek gevraagd. De leiding vertelden dat ze onze kinderen graag officieel lid wilden laten worden en er werd ook uitgelegd wat dit precies inhield.

Consequenties

De kweekvijver is van de VSGD (Vereniging Samenwerkende Gymverenigingen Dordrecht), en duurt maximaal 2 jaar. In eerste instantie zijn de trainingen 1x per week, maar wel 2 uur achter elkaar. Elk halfjaar worden de ouders op gesprek gevraagd en wordt geëvalueerd hoe het kind het doet en of het door mag of niet. Ook wordt gekeken of het kind in aanmerking komt om eventueel 2x per week 2u te trainen. Na het tweede jaar wordt uiteindelijk een advies uitgebracht voor een vervolg. Hierbinnen zijn veel verschillende mogelijkheden. Er wordt gekeken naar de specifieke sterke kanten van het kind, en wat daarbij aansluit. Zo kan bij het ene kind gedacht worden aan ritmisch gym, of bij een ander kind aan springen. Er wordt ook gekeken naar het niveau: sommige kinderen mogen mee gaan trainen bij de selectie van een vereniging, en een enkeling mag in de Dordtse selectie. Dit laatste is de hoogst mogelijke uitkomst en heeft naar mijn idee wel ingrijpende consequenties voor het kind (en het gezin). Want hierin wordt namelijk getraind voor het nationaal niveau. In de turnhal waar je ukkies trainen, trainen dan ook oudere dames, waar dus zomaar een Nederlands kampioene tussen kan zitten.

Kijkdagen en gesprekjes

Intussen zit Meia nu in haar tweede jaar bij de kweekvijver en traint ze 2x 2 uur per week. Toen ze begon bij de kweekvijver, hebben we dan ook de andere turnlessen opgezegd, om ook tijd vrij te houden voor andere dingen. Eens in de zoveel tijd zijn er kijkdagen, waarop ouders, brusjes, familie en vrienden mogen kijken naar de vorderingen tot nu toe. Het is heerlijk om te zien hoe enthousiast en serieus al die kleintjes met hun sport bezig zijn. En iedere keer zie je weer nieuwe dingen. De gesprekjes met de ouders volgen vaak in diezelfde periode. En in één van de gesprekjes legde de trainster een keer uit wat het volgen van de trainingen betekent voor de ontwikkeling van de kinderen, wat me erg aan het denken zette.

Waar doe je goed aan?

Natuurlijk twijfelen wij ook wel eens of we er wel goed aan doen om Meia zo veel en vaak te laten trainen op haar jonge leeftijd. Aan de andere kant vindt zij hier het plezier, kan zij haar energie kwijt, krijgt ze uitdaging en dat brengt haar uiteindelijk veel rust. Maar er wordt aan nog veel meer vaardigheden gewerkt, vertelde de trainster. Het schijnt dat turnen één van de meest effectieve sporten is: het wordt wel eens de moeder van alle sporten genoemd, omdat alles wat je met turnen leert, ook van pas komt in andere sporten. Stel nou dat ons kind uiteindelijk een andere sport wil doen, dan heeft het dus al een voordeel dat het bepaalde basishoudingen of bewegingen kan uitvoeren en dus makkelijker kan invoegen.

Stukje opvoeding

Maar er was nog iets veel belangrijkers wat de trainster aan de orde liet komen. Het vele sporten betekent dat ze elke week 4 uur in de gymzaal staat. De trainster gaf aan dat de trainers daarmee ook een deel van de opvoeding op zich nemen en dat uitwisseling tussen trainer en ouders van belang is om het kind lekker in zijn vel te laten zitten. Daar kan ik helemaal achterstaan en ik vind het prettig dat de vereniging ook die verantwoordelijkheid wil nemen. Ze benadrukte dat het belangrijk is elkaar op de hoogte te houden van de gebeurtenissen in het dagelijks leven, omdat dit wellicht invloed kan hebben op het sporten. Andersom zorgen zij ervoor dat er gewerkt wordt aan hele belangrijke vaardigheden zoals rekening houden met elkaar, samenwerken, doorzettingsvermogen, zorg dragen voor de spullen (samen opruimen), etc. Zo krijgen de kinderen bijvoorbeeld stickers of plaatjes wanneer zij een oefening onder de knie hebben of worden zij eens in de zoveel tijd in het zonnetje gezet.

Doelgericht

Als ik terugkijk op de afgelopen jaren, kan ik wel stellen dat Meia echt sportief is en niet zonder bewegen kan. Ze geniet ook heel erg van de gymlessen op school en bijvoorbeeld buiten spelen. In de periode dat ze bij de kweekvijver zit, is ze doelgericht geworden. Ze heeft geleerd dat ze ergens voor moet oefenen om iets te kunnen. Zo heeft ze intussen de handstand en de radslag onder de knie, waar ze hard voor heeft geoefend. Nu wil ze graag de split en spagaat kunnen en is ze trots op haar eigen prestaties. Ze heeft ook echt haar voorkeuren ontwikkeld: met name de toestellen waar ze haar armen kan gebruiken zijn favoriet. Zoals de touwen, de brug en de ringen.

Sterke en minder sterke kanten

Laatst hadden we weer een gesprekje. Meia mag door met trainen, en heeft intussen zichtbare sterke en minder sterke kanten. Zo vertelden de trainsters dat sommige kinderen een natuurlijke lenigheid hebben. Meia heeft die niet (dat heeft ze vast van mij). Haar sterke kant is juist haar kracht: zonder voeten te gebruiken in een touw omhoog klimmen, dat kan ze bijvoorbeeld. Ik ben benieuwd hoe ze zich verder zal ontwikkelen en welk advies zij uiteindelijk zal krijgen. Maar het is nu al te zien welke voordelen zij heeft door o.a. die krachtontwikkeling: de zwemles verloopt vlot, en ze heeft ook flink uithoudingsvermogen.

Volgen in ontwikkeling

Ongeacht hoe het loopt en wat Meia wil, we blijven haar volgen in haar ontwikkeling en interesse, zoals we dat ook doen bij onze andere twee guppen, die daarin weer heel anders zijn. We bekijken steeds per keer waar ze staat en wat de opties zijn. Proberen kan altijd, zolang ze dat wil. Het enige lastige vind ik dat we mogelijk beslissingen moeten nemen die zij niet goed kan overzien. Maar dat zien we dan wel weer. We keep you posted!

 

15 Voordelen van een nanny

15 Voordelen van een nanny

De voordelen van opvang aan huis

Eerder schreef ik al over onze zoektocht naar goede opvang aan huis. Het ging niet van een leien dakje, maar uiteindelijk was het driemaal scheepsrecht. En wat zijn we er blij mee! Zelfs zo blij, dat we hebben besloten om onze nanny aan te houden nu de oudste twee kinderen naar school gaan. En daar zijn meerdere redenen voor. Vandaag neem ik je mee in onze ervaringen en voordelen van opvang aan huis.

Verschillende nanny’s

Pas toen onze jongste was geboren, was de opvang eindelijk geregeld. Gelukkig, want na drie maanden zou ik alweer aan het werk moeten. Het was best even wennen: normaal gesproken ga je als ouders langs een opvanglocatie, maar nu zijn de rollen omgekeerd. Het eerste gesprek voelde een beetje als een informeel sollicitatiegesprek waarin we van beide zijden informatie vroegen over de gang van zaken.

Doordat we daarvoor al noodgedwongen veel gesprekken met zowel gastouders als nanny’s hadden gevoerd, wisten we dat er per persoon behoorlijke verschillen konden zitten in de aanpak van zaken. Omdat het nu bij ons thuis zou zijn, was het vooral de nanny die zich naar de situatie moest voegen. En dat bracht met zich mee dat we ineens moesten nadenken over hoe we wilden dat de dingen zouden gaan tijdens de opvang. Op zich heel fijn, maar ook best lastig omdat we meestal intuïtief opvoeden (zoals de meeste ouders trouwens) en nooit echt stil stonden waarom de dingen gaan zoals ze gaan.

Handleiding van je gezin

Daarom besloot ik een soort ‘handleiding’ te schrijven over ons huishouden, want gaandeweg kwam ik er achter dat er toch behoorlijk wat rituelen en gewoontes zijn in ons gezin, die ik graag in stand hou. Want voor mij is het grootste voordeel en doel van opvang aan huis, dat het leven van de kinderen zoveel mogelijk gewoon doorgaat. Dat ze zich thuis gewoon thuis blijven voelen en zich niet, zoals op school, hoeven te voegen naar een situatie. Al schrijvende, werden deze richtlijnen steeds meer. Gelukkig had ik de eerste week dat de school begon zelf nog vrij. Dat was ook het moment dat de opvang begon, zodat we die week konden gebruiken om ‘in te werken’. Onze nanny werd op deze manier wegwijs in onze gebruiken en we hadden voldoende tijd om elkaar te leren kennen.

15 voordelen van een nanny

Na deze week begonnen we beiden ‘voor het echie’. Het was veel minder spannend dan toen ik Meia en Fosse wegbracht naar de opvang. Signe kon gewoon lekker in haar bedje blijven slapen en ik kon op de fiets naar mijn werk, omdat ik tijd overhield doordat ik de kinderen niet weg hoefde te brengen. En naarmate ik weer wat langer aan het werk was, kwamen we achter nog veel meer voordelen van opvang aan huis. Ik noem enkele voordelen in onze situatie:

  1. Je hebt gewoon recht op kinderopvangtoeslag van de belastingdienst, zoals je dat ook hebt bij andere vormen van kinderopvang. In veel gevallen is het niet duurder dan wanneer je je kind(eren) wegbrengt naar de opvang.
  2. Bij ons kwam er ook het voordeel bij dat we de voorschoolse opvang konden opzeggen van Meia: voorheen ging ze nog een half uurtje naar de voorschoolse opvang, nu kan ze gewoon thuis blijven tot onze nanny de kinderen naar school brengt.
  3. Een extra voordeel was dat we in totaal minder uren opvang kwijt waren. Dit kwam simpelweg doordat we tijd uitspaarden in het wegbrengen en ophalen van de kinderen. In plaats van eerst de halve stad door te rijden naar de opvang en daarna de andere helft van de stad door te rijden naar het werk, was het nu thuis gedag zeggen en direct naar het werk. Een stuk efficiënter!
  4. Er kwam véél meer rust in het gezin. Natuurlijk is het ochtendritueel nou niet bepaald het toonbeeld van mindfulness, maar toch merkten we verschil: de kinderen hoefden niet meer om half 8 aangekleed in de auto te zitten, waarbij ze al ontbeten hadden en alle spullen bij zich hadden voor school, etc. Nee, nu kunnen ze wat later uit bed komen, rustig eten en eventueel nog hun haren doen als wij al de deur uit zijn.
  5. Helemaal fijn wanneer er bijvoorbeeld een studiedag of roostervrije dag van school is: kunnen ze gewoon blijven liggen (theoretisch dan, want het is nog nooit voorgekomen dat ze bij ons ná achten wakker werden). Of een pyjamadag houden, héérlijk.
  6. Ik vind het zelf een heel fijn idee dat de kinderen naar school worden gebracht (en gehaald) door een vertrouwd persoon. Dan is er nog een stukje overdracht mogelijk tussen school en thuis en kunnen onze kinderen de nanny ook vertellen waar ze mee bezig zijn, etc. Onze nanny helpt zelfs mee met de lunches op school, in de klas van Fosse. Het maakt de afstand een stuk kleiner.
  7. Een nanny houdt rekening met je (opvoed)wensen van de kinderen, je kunt aangeven wat je belangrijk vindt en waar ze op kan letten. We gebruiken een heen-en-weer-schriftje om bij te houden hoe de dagen gaan en bespreken daarnaast ook dingen die er opvallen of gebeurtenissen.
  8. Omdat de nanny aan huis is, kan zij thuis ook (lichte) huishoudelijke taken uitvoeren. We hebben nu de middelste ook naar school is nog maar één kind full time thuis. Daardoor is er extra tijd vrijgekomen voor wat huishoudelijk werk. Dat scheelt aanzienlijk op de dagen dat ik vrij ben.
  9. Zoals de meeste gezinnen hebben we vaak een druk programma door de weeks. We sporten graag en regelmatig, waardoor we vaak weinig tijd hebben om te koken. Gelukkig helpt onze nanny ons door alvast het eten te snijden, schillen, ontdooien of zelfs klaar te maken. Dit scheelt veel tijd op met name de ‘sportavonden’.
  10. Een ander voordeel van het ‘doorgaan van het gewone leven’ is dat onze kinderen niet worden belemmerd in bijvoorbeeld het afspreken met vriendjes en vriendinnetjes: die kunnen ze gewoon mee naar huis nemen.
  11. Hetzelfde geldt voor naschoolse activiteiten zoals sportclubjes, zwemles of kinderfeestjes. Ook deze kunnen gewoon doorgaan en onze nanny kan onze kinderen halen en brengen als dat nodig is.
  12. Wat één van de hoofdredenen was om te kiezen voor opvang aan huis, i.p.v. bij een gastouder thuis, was dat de baby gewoon zou kunnen blijven slapen in haar eigen bedje. Doordat er geen haal- en brengmomenten meer waren, was er meer rust. Bij Meia en Fosse kwam het wel eens voor dat de noodgedwongen uit hun slaap werden gewekt omdat ze de auto in moesten. Dit vond ik erg belangrijk, omdat Signe al noodgedwongen mee moet om haar broer en zus naar school te brengen of ervandaan te halen.
  13. De kinderen blijven in hun eigen, vertrouwde omgeving, met hun eigen spullen, speelgoed en buurt. Ze kunnen met hun vriendjes en vriendinnetjes spelen, hebben altijd speelgoed dat aansluit bij hun interesse en bovendien kunnen ze alles blijven doen wat ze normaal doen thuis. Als ze zin hebben om cakejes te bakken, te knutselen of te fietsen kan dat gewoon, omdat we daar zelf in faciliteren.
  14. Een nanny kan je soms uit de brand helpen. Er ineens achter komen dat de tandpasta op is bijvoorbeeld: het scheelt een logistieke uitdaging wanneer de nanny deze op haar gemak kan halen. Hetzelfde geldt voor brieven posten, de bieb boeken terugbrengen of andere kleine klusjes.
  15. Een nanny heeft andere kwaliteiten en gebruiken dan wij. Dat zie ik als een verrijking. Ik heb bijvoorbeeld niet zoveel ideeën voor knutselactiviteiten, waar onze nanny dat juist leuk vindt om mee aan de slag te gaan. En ze neemt ze mee op sleeptouw, naar speeltuinen of voor een spontane lunch bij de Happy Italy. Zo wordt elke dag een feestje voor de kinderen en wordt elke dag het cliché bevestigd: zolang de kinderen gelukkig zijn, zijn de ouders dat ook!

Als ik eerder van de mogelijkheden van opvang aan huis had af geweten, had ik er eerder voor gekozen. Ik hoop dan ook dat meer mensen zullen beseffen dat het niet alleen is weggelegd voor de rijken: het is echt het uitzoeken waard! Ik ben erg benieuwd voor welke vorm van opvang jullie kiezen en met welke reden. Of hebben jullie andere voordelen die nog niet in het lijstje staan? Ik hoor ze graag.

Van gastouder naar nanny

Van gastouder naar nanny

Opvang aan huis

 

“We hebben een nanny. Na 4 jaar gastouder zijn we nu gelukkig met opvang aan huis. Dat klinkt decadent en dat is het ook best wel. Ik dacht tot nog niet zo lang geleden dat het ook absoluut niet voor ons was weggelegd. Dat het onbetaalbaar zou zijn. Want zeg nou zelf, bij een nanny denk je toch direct aan Gooische Vrouwen? Ik wel althans. Maar de werkelijkheid is gelukkig anders.”

 

Welke soort opvang kies je?

Toen we ons eerste kindje verwachtten kwam ook meteen de taak erbij om opvang te zoeken. Aangezien onze beide ouders nog werkzaam waren (en zijn), was opvang door opa’s en oma’s helaas niet voor ons weggelegd. Aan ons de taak om, nog voor ons kindje er überhaupt was, uit te zoeken wat voor soort opvang we wilden. En eigenlijk merkte ik al vrij snel: ik wil geen kinderopvang, ik wil gastouderopvang. Maar ook in de wereld van gastouders was het een behoorlijke zoektocht. Hoe weet je in vredesnaam waar je goed aan doet? Bij een kinderopvanglocatie weet je in ieder geval de plek en de mensen bij wie je kindje terecht komt. Bij een gastouder wordt je gekoppeld, dus weet je niet direct waar en bij wie je kind terecht komt.

Gastouderbureau

Als ik keuzes lastig vindt, stel ik ze uit. Helaas gaat dat bij een zwangerschap nou net niet zo makkelijk. En toen mijn buurvrouw zich had ingeschreven bij een gastouderbureau, besloot ik me voor het gemak bij hetzelfde bureau in te schrijven. Bij het eerste contact met de medewerksters, bleek ik deze persoon nog van een eerder werkverleden te kennen. Hiermee was direct het ijs gebroken, want zij kon mij en mijn wensen redelijk inschatten, dus stelde zij direct een gastouder voor. Ik kreeg haar nummer en belde voor een kennismakingsafspraak. En wat bleek? Deze gastouder was een oud-klasgenoot van mij en Stefan! Alsof het zo had moeten zijn.

Als je gastouder stopt…

Hierna volgde 4 jaar van opvang bij de gastouder thuis, waarover we zeer tevreden waren. Na 2 jaar opvang werd Fosse geboren, en hij werd net als Meia met liefde ontvangen door ons, maar ook door onze gastouder. Toen ik zwanger was van Signe voorzag ik daarom geen problemen, we waren immers tevreden over de opvang. Helaas besloot onze gastouder, met pijn in haar hart, te stoppen met het gastouderschap, om haar studie te kunnen afmaken. Dat was een dikke tegenvaller! Na vier jaar intensief contact moesten we ineens iets anders verzinnen voor ons grut.

Financieel aantrekkelijk

We bezochten de ene na de andere gastouder, maar geen enkele gastouder kon aan onze vorige tippen. Bij iedereen had ik wel wat aan te merken: te ver weg, geen vervoer, te druk, te klein huis, te steriel, te star… Ik raakte hoe langer hoe meer gefrustreerd in onze zoektocht. Totdat iemand van het gastouderbureau me vroeg of ik wel eens had nagedacht over opvang aan huis. Ik keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan: grapje zeker!? Dat kan ik toch nooit betalen! Maar toen ze uitlegde dat opvang aan huis vanaf 3 kinderen zelfs financieel aantrekkelijker is, raakte ik toch geïnteresseerd. Ik besloot het uit te zoeken.

Nanny

Tot nu toe had ik gezocht op ‘gastouder’, maar zodra ik de zoekterm ‘nanny’ begon te gebruiken, bleek er een heel nieuw aanbod in opvangmogelijkheden te bestaan! Er ging een wereld voor me open. En wat nog leuker was: dit was inderdaad in de meeste gevallen voordeliger! Met hernieuwde energie stortte ik me in de zoektocht. Intussen was ik hoogzwanger en we hadden in totaal maar twee maanden om nieuwe opvang te vinden. In plaats van op bezoek gaan, kwamen de mensen nu bij ons thuis. Dat was gek, alsof ze op sollicitatiegesprek kwamen bij ons. Na een paar gesprekken kwam er (wederom) een oud-bekende uit Stefans jeugd: het leek kat in het bakkie. Opgelucht spraken we af wanneer ze kon beginnen en nam ik mezelf voor nu eindelijk van de laatste loodjes van de zwangerschap te genieten.

Tegenvallers

Helaas werd er een paar weken later roet in het eten gegooid. Ze was toch teruggekomen op haar beslissing vanwege privé redenen. Ik kon wel janken. Met nog een paar weken voor de kleine zou komen, moesten we weer van voren af aan beginnen. Opnieuw dook ik de papieren in en plande afspraken voor kennismaking. Gelukkig hadden we kort daarop een ontzettend leuke ontmoeting met een vrolijke en enthousiaste meid. We kregen weer hoop en toen het contract alleen nog maar ondertekend hoefde te worden, durfde ik te hopen dat het nu eindelijk geregeld was.

Nog steeds geen opvang

Niet lang daarna werd Signe geboren, na een heftige bevalling. Door omstandigheden (later meer hierover) moesten we daarna nog een week in het ziekenhuis blijven. Toen Steef in die week met de kinderen langskwam, bracht hij slecht nieuws: onze nanny had een vaste baan in het onderwijs aangeboden gekregen, die ze had aangenomen. Dat was een enorme tegenvaller. We hadden de mazzel dat het bijna zomervakantie was en we tot die tijd mijn verlof, Steef z’n vrije dagen en het gulle aanbod van oppassen door mijn schoonzus hadden. Maar er was wel haast bij om de opvang te regelen. Inmiddels was ik de hoop wel een beetje verloren. Zou het ons ooit nog lukken om een goede nanny te vinden?

Eind goed…

De laatste kandidaat voelde zich ook lullig naar ons toe, en had om die reden haar nichtje voorgesteld die misschien interesse had. We besloten het erop te gokken en haar uit te nodigen, maar durfden nergens meer op te hopen. Het gesprek verliep echter boven verwachting goed en er was duidelijk een klik. Het meisje was rustig maar zelfverzekerd, ze had ervaring in de kinderopvang en ook met oppassen bij bekenden. Ze toonde zich flexibel, lief naar de kinderen en hield rekening met onze wensen.

Van het een kwam het ander, en toen de contracten getekend waren, was het dan eindelijk definitief: we hadden een nanny! Eindelijk konden we opgelucht adem halen. Er viel een last van onze schouders. En wat was dit fijn, opvang aan huis! In het tweede deel ga ik dieper in op de voordelen van een nanny en onze ervaringen uit de praktijk.