Archief van
Tag: onzekerheid

Terugval in behoeften

Terugval in behoeften

Maslow in Coronatijden

Ik ging net even brood halen bij de Albert Heijn. En terwijl ik mijn neus in een schap stak, begon er een bandje over de speakers, die minutenlang waarschuwingen en maatregelen opsomde. Variërend van afstand houden, tot handen wassen, lief zijn voor elkaar en contactloos betalen. Ineens voelde ik een lichte spanning opkomen. Het wordt steeds serieuzer. Slalommend om de mensen heen, soms paniekerig een ander pad kiezend, vond ik mijn weg naar de, uiteraard, zelfscankassa’s. Eenmaal buiten in de zon ontsnapte een zucht van opluchting.

Andere prioriteiten

Mensen kennen mij als rustig, en niet zo snel van slag of gestrest. Maar ik kan niet ontkennen dat de hele situatie natuurlijk óók invloed heeft op hoe ik mij voel. Ik pieker soms over de komende weken en maanden, en de gevolgen die dit geeft op grotere schaal. Voor ons gezin, onze kinderen, mijn werk en praktijk, de financiën. Ineens vallen we massaal terug op andere, meer basale prioriteiten.

Onzekerheid en angst

Iedereen voelt zich nu onzeker, sommigen zelfs angstig, en voor niemand is er duidelijkheid. Niet iets om nu grootschalige plannen te maken, want wie kan garanderen of dat nu een goed idee is? Zoals ik in mijn vorige blog ook schreef, staan er ineens veel meer primaire behoeftes voorop. Dat deed me denken aan de piramide van Maslow. En de situatie van de coronacrisis tekent deze behoeftenhiërarchie heel mooi uit.

Billen afvegen

Zo zie je direct dat het hamstergedrag goed verklaarbaar is: mensen hebben angst dat ze tekort komen, en willen garanderen dat ze voldoende te eten en te drinken hebben. Ook andere primaire fysieke levensbehoeften gaan spelen: je billen kunnen afvegen en medicijnen scoren staan momenteel hoog op de behoefteladder.

Veiligheid

De situatie rondom corona tast ons gevoel van veiligheid aan. We zijn niet meer gegarandeerd veilig, en wantrouwen misschien zelfs anderen: buitenstaanders worden vermeden en als potentiële besmettingsbron gezien. De maatregelen die steeds ingrijpender worden, het feit dat dit een wereldwijd gebeuren is én dat er geen medicijn of vaccin is die hiertegen opgewassen is, voedt de onzekerheid en de angst bij mensen. Iedere dag checken we de nieuwsupdates, en massaal bekijken we de persconferenties. We vallen terug in ons gedrag: ineens is die opleiding die je aan het doen bent niet meer zo belangrijk. Er moet eerst genoeg rijst in huis zijn.

“Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd”

Die afspraken met vrienden kunnen wel even wachten, want eerst moet er paracetamol op voorraad zijn. Kampte je een paar weken terug nog flink met een laag zelfbeeld, mogelijk lijkt dat nu ineens minder relevant, omdat je ‘wel even andere dingen aan je hoofd hebt’. Want Maslow gaat ervan uit dat deze behoeftenpiramide hiërarchisch is opgebouwd. Dat betekent dat je pas voldoende aan een niveautje hoger kunt werken, als de niveaus eronder voldoende stevig zijn.

Reptielenbrein

Zoals een jenga-toren: de fundering moet stevig zijn om de toren hoger te laten komen, anders dondert de boel in elkaar. We schakelen daarmee ook terug op meer primaire breinfuncties: we handelen in stress situaties (wat de coronacrisis is) niet meer weloverwogen en evenwichtig, maar zijn korter voor de kar, meer gericht op eigen behoeftes en eigen belangen. In andere situaties gebruiken we vooral onze prefrontale cortex, die ons gedrag aanstuurt. Nu vallen we terug op ons oudere reptielenbrein en hebben we de basale reacties van vechten, vluchten en bevriezen (zie ook mijn eerdere blog over het reptielenbrein).

Zorg goed voor jezelf

Wat het nu voor jou betekent? Misschien heb jij nu, net als de meeste mensen, ook wel extra behoefte aan veiligheid. Dan kan het helpen als je inventariseert wat jouw gevoel van veiligheid vergroot: misschien minder vaak die nieuwsupdates checken, wat vaker met je familie bellen, en vooral afleiding zoeken met leuke activiteiten. Probeer dat gevoel te versterken. Zo help je jezelf, en ook je omgeving.

 

 

 

Als dingen anders lopen dan je dacht

Als dingen anders lopen dan je dacht

Over tijdgebrek en veerkracht

Soms heb je van die momenten, dat je er even doorheen zit. Dat je baalt van de situatie, en je even niet weet hoe je verandering kan aanbrengen in alles wat er gaande is. Laatst was er zo´n moment. Misschien is het jullie wel opgevallen, misschien ook niet. Maar er is al een behoorlijke tijd geen nieuwe verbouwingsblog geplaatst. De laatste was voor de kerstvakantie. Het is niet dat er niks gebeurt hoor, integendeel. Er gebeurt teveel, en het is allemaal even belangrijk, waardoor de verbouwing minder snel gaat dan gehoopt. En eigenlijk ook wel langzamer dan gedacht.

Spanningveld

Het is niet dat ik het iemand kwalijk neem, want we hebben dit zelf op onze hals gehaald en wij alleen zijn hiervoor aansprakelijk. Steef stopt al zijn vrije tijd in het project, en toch lijkt de tijd ons in te halen. Een tijdje terug zat ik te mijmeren over het afgelopen jaar en ineens schrok ik. Precies een jaar geleden, in februari 2017, verkochten we ons huis. Het is dus al een jaar dat we in een zeker spanningsveld leven met ons gezin. En in feite al veel langer dan dat, besefte ik me.

9 Maanden zonder kamer

Toen we nog in ons vorige huis woonden, hadden we net een grootschalige verbouwing achter de rug. We hadden de bovenverdieping 3 meter naar voren uitgebreid en de indeling volledig veranderd. We hadden 3 volledige kinderkamers en dakramen gemaakt. Het stof was amper neergedaald toen we de beslissing namen ons huis te koop te zetten. De kinderen hebben tijdens de verbouwing 9 maanden noodgedwongen bij ons op de slaapkamer geslapen. Hoewel het een royale slaapkamer was, was 9 maanden lang met zijn vieren (Signe was toen nog in de maak) in dezelfde ruimte niet bepaald bevorderlijk voor de onderlinge verstandhoudingen.

Twee verhuizingen, twee verbouwingen

Meia en Fosse waren in die periode 4 en 2 jaar, en toen de verbouwing klaar was 5 en 3 jaar. Toen werd Signe geboren, en brak een andere drukke tijd aan. Eind 2016 besloten we ons huis te koop te zetten en in februari 2017 was de koop rond. De kinderen hebben nog geen jaar van hun eigen fijne kamertje kunnen genieten. Fosses bed was zelfs nog niet helemaal af. In april 2017, krap 6 weken nadat we het bod accepteerden van de kopers, verhuisden we naar een flatje met 70m2, waar we een halfjaar verbleven, als ´tussenhuis´ tot we ons droomhuis vonden.

Met z´n allen op een kamer

Logischerwijs hebben we toen weinig tot niets gedaan aan gezellig maken in huis. Er was amper plek genoeg voor de stofzuiger of het wasrek. Ook toen sliepen Meia en Fosse weer samen op een kamer, wat in het begin één grote keetpartij gaf. Signe had gelukkig daar haar eigen kamertje. Nouja, ze moest hem delen met de droger. Toen we in september 2017 weer verhuisden, kwamen de kinderen zelfs met zijn drieën op dezelfde kamer te slapen. Wonder boven wonder ging dat erg goed. Tot vandaag slapen de kinderen nog steeds zo: in afwachting tot hun kamertjes klaar zijn. Ze zijn nu 7, 5 en 2, inmiddels.

Hun jeugd komt nooit meer terug

Ik besefte me ineens dat zij meer niet dan wel hun eigen kamertje hebben gehad in hun leventjes. En met de snelheid waarin de verbouwing vorderde, was het einde voorlopig nog niet in zicht. Ik kreeg het ineens Spaans benauwd: als de verbouwing nog 2 jaar duurt, dan zijn ze 9, 7 en 4, en zouden ze 5 jaar met tussenpozen geen eigen kamer hebben gehad. Dat konden we toch niet maken! Hun jeugd krijgen ze nooit meer terug, ik wilde ze zo snel mogelijk hun eigen plekje kunnen geven.

Gemis van het gezinsleven

En ineens miste ik nog veel meer: al sinds april 2017 is Steef aan het klussen, en komt de zorg voor de kinderen in principe op mij neer. Ik miste het eropuit gaan als gezin. Uitjes plannen, naar het strand, bos, museum, stadjes of gewoon naar een verjaardag. Steeds moest ik afmelden met de mededeling ´Steef is klussen, ik kom alleen´. En ook niet altijd zag ik het zitten om met drie kinderen op pad te gaan, het is nogal een onderneming. Ik miste het samen kletsen tijdens ritjes, het filosoferen over kleine en grote dingen tijdens wandelingen terwijl de kinderen voor ons uit renden. Kortom, ik miste het samen maken van die fijne herinneringen, zoals we gewend waren.

Vrijetijdsbesteding

Doordat Steef nu zijn vrije uurtjes stopte in het klussen, kwamen de huishoudelijke taken ook meer en meer in de weekenden, wat afging van de vrije tijd met de kinderen. Net als de regeldingen: wat halen bij de winkel, een pakje terugbrengen, cadeautje kopen voor iemand of whatever. Nog zoekende naar een goed werkritme met voldoende tijd voor mijn gezin, maar ook genoeg tijd in een startend bedrijf, is dat niet de meest leuke vrijetijdsbesteding die ik me kan indenken.

Piekeren en tobben

Zo kwam het, dat we pasgeleden zaten te piekeren en te tobben. Misschien hebben jullie inmiddels wel door dat ik van huis uit niet erg geduldig ben. En hoewel we echt in de veronderstelling waren dat we ruim hadden ingezet (een jaar klussen), blijken we een en ander toch onderschat te hebben. We hebben er nu ruim een halfjaar klussen op zitten, maar zitten nog niet op een kwart van de werkzaamheden. Om het cru uit te drukken: nog geen enkele ruimte in huis is af. Het is dus tijd om afwegingen te maken en knopen door te hakken.

Zo gaat het niet langer

Inmiddels heb ik een soort aha-moment gehad, toen ik besefte dat het misschien heus wel af zou komen in een paar jaar met het budget dat we er voor hebben gereserveerd, maar dat dat absoluut niet is wat ik wil: we kunnen het onze kinderen gewoonweg niet aandoen om langer dan noodzakelijk in deze verbouwing te zitten. Om het steeds maar koud te hebben, kleren die niet goed drogen, en urenlang moeten wachten tot de rijst eindelijk kookt. Geen kleding kunnen ophangen omdat er nog geen fatsoenlijke kledingkast is. Zich irriteren dat ze nooit eens ongestoord alleen op hun kamer kunnen spelen. Of een tafel missen om aan te puzzelen of tekenen.

Op zoek naar verandering

Ik weet het, luxeproblemen. Veel van ons zitten in een situatie dat ze sowieso nooit een eigen kamer zullen hebben. Of voldoende kleding om op te hangen. Ik waardeer daarom keer op keer de positie waarin wij verkeren, en ben dankbaar voor het feit dat we überhaupt de mogelijkheid hebben om over alternatieven na te denken. Want dat is voor velen niet weggelegd, daar ben ik me van bewust. Maar juist omdat wij wél aanpassingen kunnen maken, voel ik me ook verplicht om dat te doen. Juist nu onze kinderen nog jong zijn en zij hun oh zo belangrijke basis aanleggen.

Onzekerheid

Wat het concreet betekent? Niets, tot nu toe. Veel onzekerheid hoe nu verder, maar ook wel duidelijkheid: dit moet anders. Voor de kinderen. We hebben al veel van ze gevergd aan veerkracht en flexibiliteit. Aan aanpassen en mee veranderen. Het ochtendritueel is uitgebreid met standaard warme sokken aantrekken als je wakker wordt, want de vloer is ijskoud. De deur dicht doen is een gewoonte die ze uit eigenbelang hebben aangeleerd, om de warmte zoveel mogelijk in de kamer te houden. Ik gun ze het comfort en wat ze hadden: een eigen plek, voldoende ruimte, warmte.

Op zoek naar een oplossing

Achter de schermen brainstormen we verder. Mocht je ideeën hebben of wil je graag meehelpen met klussen, ervaring opdoen, je CV uitbreiden of spierballen willen kweken met sjouwen? Er is altijd behoefte aan hulp. We houden jullie op de hoogte van de ontwikkelingen die gaan komen…

 

Hoera! Fosse heeft ook zijn A diploma!

Hoera! Fosse heeft ook zijn A diploma!

Geslaagd voor A diploma

Ja, er is weer een mijlpaal bereikt in ons huishouden, want ons middelste kind is inmiddels ook trotse bezitter van zwemdiploma A! Al eerder haalde Meia haar A-diploma, en daarna binnen 4 weken haar B en een poos later ook haar C. Meia begon op wat latere leeftijd, terwijl Fosse met 4 jaar al het water in dook. Leuk om die verschillen ook te zien in ontwikkeling.

Hard werken loont

Fosse is apetrots op zijn diploma, en terecht! Hij heeft hem dubbel en dwars verdiend, door er keihard voor te werken. In tegenstelling tot zijn oudere zus ging het hem namelijk niet zo eenvoudig af. En laten we eerlijk zijn, tegenwoordig is afzwemmen voor je A-diploma al heel wat! Voor mijn gevoel moeten de kinderen meer kunnen dan je vroeger met A en B samen moest doen. Niet zo gek dat er met gemak een jaar tot 1,5 jaar over wordt gedaan.

Verschillen in ontwikkeling

Omdat Meia toch al daar zwom, was het logistiek wel zo makkelijk om Fosse meteen te laten beginnen met zwemles, aangezien we ook voor hem een pakketprijs hadden. Het maakte dus niet zoveel uit hoe lang hij erover zou doen. Dat betekende in de praktijk wel dat hij al met 4 jaar begon, ruim een jaar vroeger dan Meia. Kinderen hebben vaak pas met 5 jaar voldoende kracht om goed mee te komen. Maar Fosse is een waterrat en had zin in de zwemles, dus er was voor ons geen reden om ermee te wachten.

Waterrat

We hadden dan ook wel voorzien dat Fosse wat langer de tijd nodig zou hebben, omdat hij aan kracht nog wat tekortschoot. In de eerste maanden bouwde hij die trouwens best goed op met al dat zwemmen, zeker toen hij ook begon met korfballen op de zaterdag. Alle beetjes beweging helpen, en uiteindelijk werpt het zijn vruchten af. Dus vorderde Fosse gestaag. Fosse was echter een ongeleid projectiel met vrij zwemmen, in tegenstelling tot de lessen.

Bang en onzeker

Wat was er aan de hand? Fosse had in het begin een vrij strenge juf. Eentje die soms bijna onredelijk fel reageerde op de kinderen, waarbij zij bijvoorbeeld kinderen in het gezicht spetterden als ze niet opletten. Gevoelig als Fosse is, schrok hij hier heel erg van. Ook al was hij zelf niet het doelwit, hij was als de dood dat hij dat wél zou zijn. Voor Fosse werd de druk om het goed te doen ineens torenhoog. De vrije waterrat die ik kende, was niet meer terug te zien.

Met tegenzin naar zwemles

Er volgden een aantal maanden waarin Fosse met tegenzin naar zwemles ging. Stilletjes zat hij dan in de auto, tot hij op een gegeven moment zei: ‘eigenlijk vind ik zwemles helemaal geen leuke sport’. Dat vond ik aandoenlijk en sneu tegelijkertijd. Blijkbaar leefde Fosse al die tijd in de veronderstelling dat hij dit deed omdat wij dachten dat hij het leuk vond, dat het een vrijwillige keuze was. Gelukkig konden we daarna goed duidelijk maken dat dit niet een kwestie van ‘leuk vinden’ was, maar noodzakelijk voor de veiligheid. Maar leuk vond hij het inderdaad niet meer.

Positieve aansporing

Toen de auto bij ons kapot gingen, hadden we een tijdlang geen vervoer, waardoor Fosse niet naar zwemles kon en weer wat terugzakte in niveau. Na deze intermezzo was er gelukkig een andere zwemjuf bijgekomen, waarmee Fosse een betere klik leek te hebben en waardoor hij ineens de smaak weer te pakken kreeg. Er was tijdens de vakantie ook een inval badmeester die instak met humor en positieve aansporing bij de kinderen, waardoor Fosses motivatie en tijdelijke en broodnodige boost kreeg. Hij ging ineens met sprongen vooruit.

Belemmerende onzekerheid

Waar Meia met een zelfdiscipline en plichtsgevoel zichzelf de lessen door sleepte, wordt Fosse helaas vaker geremd door zijn eigen onzekerheid. Onbewust vergelijkt hij zichzelf met anderen, die soms al veel ouder of verder zijn, of inderdaad sneller dan hij. Dat gooit onzichtbare barricades op de weg. ‘Ik kan het niet’ is nooit ver weg, en ‘het lukt me niet’ ligt altijd op de loer.

Bevestiging

Toen we, met enig aandringen, het halve diploma hadden geregeld, kreeg Fosse de bevestiging die hij nodig had: hij kan het wél. Voor de helft in ieder geval. Het afbouwen van de kurkjes was voor hem dan ook spannend. Alleen al het idee dat hij het zonder moest, was voor hem een reden om het niet te proberen. Toen ze eenmaal afgingen, zwom hij als een speer. Het duurde niet lang voor de felbegeerde woorden klonken: ‘Fosse, je mag afzwemmen’.

Zelfvertrouwen

En na die boodschap was hij terug. Ons ongeleide projectiel, ons waterratje. Met salto’s en bommetjes wierp hij zich in het water. Geen angst meer te bekennen. Hij had namelijk van buitenaf gehoord dat hij het kon, dus kon hij het. Er was nog één hobbeltje: het afzwemmen. Maar hij ging er ontspannen heen. Hij kon het immers, was hem verteld. Eenmaal daar, met al dat publiek, was het toch een beetje spannend. Maar dat mag natuurlijk.

Trots!

Bij de boodschap ‘nu mogen jullie drie rondjes op je buik zwemmen’ zag ik Fosse een diepe zucht slaken. Bij voorbaat al moe. Maar hij deed het. Het koste moeite. De stilte doorbroken door ingespannen geluidjes en kreungeluidjes van het vele zwemmen. Uiteindelijk heeft hij alles gedaan en kreeg hij dan eindelijk zijn diploma. Zo verdiend! Ik ben zo blij dat hij die in ieder geval binnen heeft. Nu verder voor B, en volgen hoe dat gaat.

Eetproblemen van peuters

Eetproblemen van peuters

12 tips bij eetproblemen van je peuter

Ze bestaan in alle soorten en maten: eetproblemen. En een groep kinderen waar het veel voorkomt zijn peuters. Hoe komt dat? En vooral: wat doe je er aan? Vandaag neem ik je mee in deze veelvoorkomende problemen. Want echt: je bent niet de enige! En echt: het gaat weer over!

Overleven in het eerste jaar

Hoe komt het dat dit een van de meest besproken problemen is? En waarom komt het zoveel voor? Dat heeft eigenlijk een hele logische reden. Als je kindje net geboren is, is het nog totaal afhankelijk van de omgeving. Je kindje vertrouwt volledig op jou, en is daarin ontzettend kwetsbaar. Zonder de zorg van zijn ouders of verzorgers, zal een baby niet overleven. De eerste taak van een ouder is dan ook om je kindje in leven te houden. Het hele eerste jaar bestaat er een basale onzekerheid: zal het me lukken?

Steeds meer zelf

Zodra je dreumes 1 jaar is geworden, neemt deze onzekerheid geleidelijk af, omdat je ziet en ervaart dat je kind steeds meer zelf kan. Het begint te kruipen, lopen, kan zelf bij spullen komen. Het begint uiteindelijk te brabbelen en woordjes te zeggen, waardoor er steeds meer interactie komt. Je zal al gauw merken dat je kindje een heel eigen persoonlijkheid ontwikkeld. Maar nog steeds ben jij als ouder de belangrijkste persoon in zijn leventje. De verzorging van je kindje maakt nog steeds een groot deel uit van je dagelijkse taken. Zo ook het verzorgen van eten.

Onzekerheid en bezorgdheid

Als je kindje dan ineens niet eet, alle groentes op de grond gooit of zit te spelen met z’n eten, dan geeft dat direct zorgen. De bekende onzekerheid van het eerste jaar steekt dan weer de kop op: ‘als mijn kind niet eet, dan gaat het niet goed’, met als ergste sluimerende nachtmerrie: ‘als mijn kindje niet eet, dan wordt het ziek of zal het sterven’. Dit maakt het eetprobleem dus zo’n beladen thema voor ouders. Het triggert direct de bezorgdheid over je kind.

Machtsgevoel

Veel ouders durven er niet op te vertrouwen dat het goed komt, ze zijn tot dan toe altijd gewend geweest dat hun kind at wat zij het gaven. En nu beslist je kind daarin ineens zélf over. En ook dát is de normale ontwikkeling. Opvoeden is niet voor niets ‘het tot zelfstandigheid brengen van je kind’. Uiteindelijk moet je kind zichzelf kunnen redden. En dat proces begint al vanaf de geboorte. Zodra je kind merkt dat het meer en meer zelf kan, geeft dat zelfvertrouwen en een machtsgevoel.

Machtsstrijd

En dat betekent dus een conflict tussen ouder en kind: want de ouder is bezorgd, en wil controle uitoefenen door zijn kind te laten eten. En het kind wil tegelijkertijd zélf bepalen wat hij eet. Er zijn namelijk drie gebieden waar je kind in feite de totale macht over heeft:

  1. eten
  2. slapen
  3. zindelijkheid

Want als het er op aankomt: je kind bepaalt uiteindelijk zélf wat het in zijn mond stopt en wat niet, wat hij kauwt, uitspuugt of doorslikt. Het heeft daarom per definitie geen enkele zin om er een strijd van te maken: een machtsstrijd rondom deze thema’s verlies je sowieso en levert enkel frustratie en negativiteit op. Wat kun je wel doen?

Aan tafel eten

In een eerder artikel schreef ik al over het belang van gezamenlijk aan tafel eten. En in veel gevallen is dat géén vanzelfsprekendheid. Soms wordt er wel aan tafel gegeten, maar los van elkaar. Er wordt bijvoorbeeld eerst eten gegeven aan de kinderen, om vervolgens zelf op een ander moment te eten. Het samen, gelijktijdig aan tafel eten is daarom een eerste voorwaarde om een goeie eter te krijgen.

Ligt het aan mij?

Het is niet alleen een kwestie van opvoeden. Als je kind een eetprobleem heeft, kan dat behoorlijk onzeker maken en bovendien bezorgd. Het voelt misschien als falen, dat het je ‘niet eens’ lukt om je kind behoorlijk te laten eten. Geloof me, het is zo’n veel voorkomend probleem, dat het onmogelijk alleen aan ouders kan liggen. Het is tenslotte ook de fase waar je kind in zit. Het spelen met het uitoefenen van zijn macht is nodig voor een gezonde ontwikkeling. Probeer daarom mild te zijn voor jezelf, je helpt je kind zich als zelfstandig persoontje te ontwikkelen. En daar zijn veel oefenmomenten voor nodig.

Verschillen tussen kinderen

Het is bovendien ook niet zo dat alle kinderen uit eenzelfde gezin dezelfde eetgewoontes hebben. Zo hebben we met Meia en Fosse nooit zorgen gehad om het eten: ze aten en eten als bootwerkers, en lusten alles wat ze krijgen voorgeschoteld. Het is eerder de andere kant op: ze hebben altijd maar trek. Toen Signe kwam, waren we daarom heel verbaasd te merken dat ze geen korstjes at, dat ze de schillen van de appel weggooide en al haar groente van haar stukjes vlees peuterde met het avondeten. Dit gedrag kenden we totáál niet. Zo zie je maar: elk kind heeft ook zijn eigen voorkeuren en persoonlijkheid die weer effect hebben op de relatie tussen ouders en kind.

12 Tips om je kind beter te laten eten

Wat kun je nou doen om je kind te helpen beter te eten? Hier volgen 12 tips.

  1. Realiseer je dat je kind de macht heeft over wat er naar binnen gaat. Kinderen eten als ze jong zijn heel intuïtief: als er gezond eten wordt aangeboden, zal je kind zeker niet snel teveel eten. Je kind luistert (in tegenstelling tot de meeste volwassenen) goed naar de hongersignalen en ‘vol’signalen van zijn lijf. Daardoor zal je kind eten als het trek heeft, en stoppen als het genoeg heeft. Dat je kind dus bewust niet eet ’s avonds, geeft dus aan dat het niet barst van de honger.
  2. Een jong kind heeft in feite maar heel weinig eten nodig om op te functioneren. Het zal dus niet snel een tekort oplopen.
  3. Eet gezamenlijk aan tafel, eet gelijktijdig.
  4. Maak van het eten een fijn moment. Richt je op elkaar, praat over de dag, toon interesse in elkaar. Haal negatieve aandacht af van het eten.
  5. Noem tijdens het eten tegen elkaar hoe het smaakt, dat je het lekker vindt, dat het gezellig is om samen te eten, geef complimenten aan de kok, etc. Kortom, uit je positief (maar wel gemeend) over het eten.
  6. Biedt je kind gezond eten aan, gewoon wat de pot schaft. Ook al weet je dat je kind het niet lust of niets zal eten. Blijf het aanbieden.
  7. Haal het eten weer weg als de maaltijd voorbij is. Als je kind speelt met het eten, haal het dan eerder weg. Als mijn dochter haar beker melk in haar bord giet of de stamppot op de grond kwakt, zeg ik: ‘jij bent klaar met eten, dan haal ik je bord weg’.
  8. Biedt, als je dat gewend bent, wel gewoon een toetje aan na het eten. Zeg niet: ‘jij hebt slecht gegeten, dus je hebt geen toetje verdient’. Daarmee suggereer je namelijk dat het avondeten blijkbaar iets vervelends is waar een beloning voor nodig is. Geef gewoon een toetje, want dat is wat jullie altijd doen. Niet iets dat afhankelijk is van de ‘eetprestatie’.
  9. Als je kind al wat ouder is, kan het een idee zijn om twee soorten groentes te maken en je kind te laten kiezen: ‘wil je sperziebonen of bloemkool?’. Hiermee toon je respect voor het autonomiegevoel van je kind (‘ik heb macht, want ik mag kiezen’), terwijl je zelf de kaders uitzet.
  10. Als aanvulling hierop kan het heel goed werken om je kind te betrekken bij het eten maken. Laat het kiezen in de supermarkt wat ze willen eten, laat ze helpen met groente wassen of in de pan doen, etc. Hiermee vergroot je hun betrokkenheid en zijn ze meer gemotiveerd om te proberen van het eten.
  11. Als je kind besluit om niet/slecht te eten ’s avonds, biedt dan later die avond geen ‘compensatie-eten’ aan, omdat je denkt ‘dan heeft het toch nog wat binnen’. Dit creëert een patroon dat je kind weet dat het later die avond toch nog kans heeft wat te eten en neemt de motivatie weg om met het avondeten goed te eten. Je kind zal met het ontbijt weer inhalen wat het de vorige avond eventueel heeft gemist.
  12. Zorg aan de andere kant dat je kind overdag op regelmatige tijden eet en niet teveel eet kort voor het avondeten. Zo klom Signe al maanden overal op en at ze soms, ongevraagd, wel 4 appels achter elkaar. We hebben toen noodgedwongen de fruitschaal maar bovenop een hoge kast geplaatst, zodat ze er niet meer bij kon. Sindsdien eet ze aanzienlijk beter met het avondeten.

Heb je nog andere tips? Ik ben benieuwd!

Huis verkocht!

Huis verkocht!

Roerige tijden

Het was een roerige tijd. En eigenlijk is het dat nog steeds. Ik heb nog nooit zoveel opgeruimd en schoongemaakt als in afgelopen jaren. Want er kon zomaar ineens een bezichtiging komen. En dat gebeurde, regelmatig. Alle activiteiten werden teruggeschroefd, want een bezichtiging betekende potentiële kopers. En ons huis verkopen is de eerste stap naar mijn toekomstdroom: een praktijk aan huis.

Verhuisdatum

Helaas is er nog steeds geen pand op ons pad gekomen wat voor ons geschikt was. Dit leverde zowel bij ons als de kinderen de nodige onrust op. Ik kon ze niet uitleggen waar we gingen wonen, of op welke termijn. Nu kan ik eindelijk antwoord geven op één vraag: ‘wanneer verhuizen we?’. In april. Ja, zo snel. Helaas dus niet naar ons droomhuis, maar naar een knus galerijflatje met gedeelde slaapkamers. Want veel keus is er niet in huurwoningland.

Onzekerheid bij de kinderen

Dat de kinderen er veel mee bezig waren, was onvermijdelijk. Door de bezichtigingen moest er noodgedwongen veel worden opgeruimd en de woensdagmiddag afspreken was daarom soms niet mogelijk. Als ze op de achterbank zaten, zei Fosse ineens: ‘ik wil eigenlijk niet verhuizen’. En als ik Meia zorgelijk zag kijken, legde ze uit: ‘ik kan niet kiezen hoe ik mijn bed straks wil in het nieuwe huis’ of: ‘ik ga mijn bedstee zo missen, ik heb hem nog helemaal niet lang’.

Wanneer nou écht?

Het breekt mijn hart als ik zie dat ze last hebben van deze situatie, vooral omdat ik ze geen antwoorden kan geven. Toen dan eindelijk de kogel door de kerk was, en ons huis werd verkocht, was ik daarom heel blij dat er een stip aan de horizon verscheen. Zoals ik al had verwacht, gaf dit wat perspectief voor de kinderen. De volgende dag was het dan ook op school en de sportverenigingen verteld door de oudste twee. Fosse heeft nog weinig tijdsbesef, dus voor hem kan het verhuizen ieder moment beginnen. Omdat we er heel snel uit moeten, beginnen we daarom al met ruimen en inpakken. Voor Fosse wordt het daarmee meer concreet: pas als alles is ingepakt, gaan we verhuizen.

Tussenhuis

De roerige tijden zijn echter nog lang niet over. Komende weken staat in het teken van inpakken en wegdoen. We verhuizen naar ongeveer de helft van het woonoppervlak waar we nu wonen, in een huurflatje. Ik ben heel benieuwd hoe we dat als gezin gaan beleven. Vanmorgen vroeg Fosse: ‘is er wel speelgoed in het tussenhuis?’. We hebben de huurwoning maar het tussenhuis genoemd, omdat we er maar eventjes zullen wonen (hoop ik). Zijn vraag deed me weer beseffen hoe ongrijpbaar deze situatie voor hem moet zijn.

Huren, een avontuur?

Een huurhuis. En volgens mij zelfs zonder vloeren, met niks op de muren en zonder gordijnen. Een dilemma, want we willen niet investeren in het ‘tussenhuis’ omdat diezelfde kosten straks in ons ‘echte’ huis gemaakt zullen worden. We hebben daarom besloten het huren als één avontuur te beschouwen: tekenen op de muren, restjes vloerbedekking van marktplaats scoren en hetzelfde voor de gordijnen. Nog zoiets: in ons huidige huis zijn de bedden van de kinderen op maat gemaakt. Een bedstee en een volkswagen busje. Supertof, maar helaas niet mee te nemen. Komen we dus ineens twee bedden tekort! Gelukkig hebben we lieve mensen om ons heen die graag meedenken en meehelpen.

Ruimen en inpakken

Omdat we straks veel minder ruimte hebben, zijn we drastisch begonnen met ruimen. Afgelopen maanden zijn er al naar schatting 30 zakken richting kringloop en gevudo gegaan. Ik was perplex wat ik tegenkwam: kerstkaarten uit 2004, bankafschriften uit de puberteit, handleidingen van apparaten die we allang niet meer hebben, bonnetjes van jaren heen, een zak vól snoeren, stekkers en adapters die we niet konden thuisbrengen… En als we de ene laag op een plank in de berging hadden doorgespit, bleek er nog een volledige laag achter te bestaan.

Voorbereiden op verhuizen

Enerzijds zijn we gedwongen tot ruimen, want we hebben straks geen ruimte meer. Anderzijds is ook mijn wens (en één van de voornemens van dit jaar) om minder spullen te hebben, kopen, verzamelen en bewaren. Alleen de spullen die we gebruiken, écht nodig hebben en die gelukkig maken. In het kader van speelgoed heb ik hier al eens over geschreven. Maar ik trek het breder. Tijdens het ruimen merkte ik ook hoeveel rust dit gaf, ik werd er echt gelukkig van. Een ander punt waar we nu actief mee bezig zijn is het opmaken van de voorraad. In de berging staan namelijk planken vol met houdbare etenswaren. Tijd dus om ruimte te ‘eten’.

Nieuwe start

Voor iedereen in ons gezin voelt dit als een nieuwe start. Meia wil komende tijd veel foto’s maken om vast te leggen hoe haar kamertje en spullen er uitzien. Samen halen we herinneringen op van gebeurtenissen die hier hebben plaats gevonden. Dingen die ze niet erg vinden om achter te laten en zaken die ze zullen missen. Maar ook plannen: wat wil je straks in het nieuwe huis? Waar hoop je op? Op deze manier bespreken we de situatie nu en straks. Ik merk dat ik daar zelf behoefte aan heb, en merk ook dat de kinderen het prettig vinden om dit hoofdstuk op hun gemak af te sluiten.

Huis te koop!

Huis te koop!

Verhuizen: een emotioneel proces

Ons huis staat te koop. We zijn al tijden bezig met de overname van de praktijk en daar komt veel bij kijken. Ik werk nu in loondienst in de praktijk van mijn werkgever. Dat heeft absoluut voordelen, want ik trek om 17.00u (nou vooruit, 17.20u) de deur achter me dicht en dat is ook direct de afsluiting van mijn werkdag.

Maar mijn werkgever is op leeftijd en wil op termijn stoppen. En dan zit ze natuurlijk niet te wachten op Jan en alleman die haar huis binnenwandelt om er te werken. Dan wil ze gewoon haar huis terug en genieten van haar welverdiende pensioen. En andersom wil ik ook graag een plek voor mijzelf. Als ik start als ondernemer, wil ik ook het gevoel hebben dat ik start, dat ik iets opbouw, dat het werkelijk van mijzelf is.

Knopen doorhakken

Door de afgelopen jaren en maanden hebben we een proces doorgemaakt en heb ik mijn plannen meerdere malen bijgesteld. Soms noodgedwongen, soms door veranderde inzichten. Inmiddels zijn we in de fase dat we knopen doorhakken. Ons huis te koop zetten was één van die knopen. Want, we hebben namelijk nog niks op het oog. Nouja, tenzij Gaston binnenkort aanbelt om een cheque te overhandigen, maar daar reken ik maar niet teveel op 🙂

Praktijk aan huis

“Waarom zet je dan je huis in vredesnaam te koop?” zul je je afvragen. Vooral omdat we fijn wonen, het is een superleuke buurt, een mooi huis. We hebben in 2015 net een grote uitbouw op de bovenste verdieping laten doen zodat we alle kinderen een eigen slaapkamer konden geven. Het is door de jaren heen helemaal naar onze zin gemaakt en wonen er al ruim 8 jaar met heel veel plezier. Waarom dan weg? Uiteindelijk wil ik toch mijn droom verwezenlijken: een praktijk aan huis. En dat is simpelweg niet mogelijk in ons huis.

Geschikt pand

Sterker nog, het is niet mogelijk in bijna alle huizen die op funda verschijnen. Slechts een enkel pand komt in aanmerking. En dan hebben we nog een wensenlijstje om de zoektocht ingewikkelder te maken: niet te duur, in een straal rondom de school van de kinderen, niet in de directe buurt van de concurrenten en met voldoende oppervlakte voor zowel ons eigen huis als de praktijk. Ohja, en een tuin. Het is lastig zoeken, met twee petten op: we willen een huis die past bij ons als gezin én we moeten denken vanuit de cliënt wat handig is qua locatie. We zijn tenslotte niet van plan over 3 jaar weer te verhuizen.

Impact op het gezin

Om die reden hebben we de gok gewaagd ons eigen huis te koop te zetten. Want als er een zich een mogelijkheid voordoet, willen we die niet missen. Dat brengt wel de kans met zich mee dat we tijdelijk moeten huren. En dát idee heeft wel zijn weerslag op ons gezin.

Wat betekent het in de praktijk?

Tot zover dus het stuk rationele benadering over kopen en verkopen, want ik merk dat Meia en Fosse behoorlijk onder de indruk zijn van het hele proces. Want, een huis kopen of verkopen is ook heel veel emotie. En hoezeer we ook proberen sommige dingen niet te bespreken in hun bijzijn of luchtig te reageren op bepaalde onderwerpen, ze merken toch meer op dan wij soms beseffen. Zo moesten er natuurlijk foto’s van het huis genomen worden, wat direct betekent dat we het huis van onder tot boven hebben moeten uitmesten, opruimen en schoonmaken.

Bezichtigingen

In een gezin met 3 kinderen is dit vechten tegen de bierkaai. Maar het moest, en alle troepen werden ingezet. In de praktijk komt het erop neer dat de kinderen meer dan anders moeten opruimen, dat er een zondag niet op uit wordt gegaan, maar een berging wordt uitgeruimd. En na de foto’s begonnen de bezichtigingen, die hetzelfde effect hadden. Ik baal dan onwijs van zo’n situatie: het liefst zou ik lekker met z’n allen het bos in gaan, maar nood breekt wet.

Zorgen, onzekerheid, vragen…

Toen de foto’s eenmaal gemaakt waren, kwamen de vragen: “wanneer komt er een bord op het raam? Wanneer gaan we dan verhuizen? Gaan deze mensen ons huis kopen? Nemen we dit, dit en dit wel mee? Dit gaat toch ook mee, he? Heeft het nieuwe huis wel …?”. We proberen zo goed mogelijk antwoord te geven op de vragen. We leggen uit dat we voorlopig nog niet gaan verhuizen, omdat we eerst een heel leuk huis moeten vinden waar we in willen wonen. En dat we alle spullen mee zullen nemen die los zitten, los gemaakt kunnen worden of opgetild kunnen worden. Maar na die uitleg begon Meia ineens te huilen: “maar dan kan ik mijn bedstee niet meenemen!”. En toen had ik even geen antwoord, want ze had gelijk. De bedstee, die we met liefde voor haar hebben gemaakt, blijft inderdaad achter. Maar ik beloofde haar wel dat ze haar nieuwe kamer minstens net zo fijn zou vinden als haar kamer van nu.

Piekeren

Van de week fietsten we naar huis van school en zei Meia ineens dat ze de laatste tijd ’s avonds niet goed kon slapen. Na wat doorvragen, bleek dat ze toch lag te piekeren over verhuizen, want dan zou ze haar vriendinnetje uit de straat missen en ze was verdrietig om haar kamer, die ze nog niet zo lang had. Op die momenten heb ik met haar te doen, en slaan twijfels toe of we wel het juiste doen. Ook Fosse is er veel mee bezig. Hij vraagt doorlopend om bevestiging of zijn spullen wel meegaan.

Gevoel van veiligheid

Alle drie de kinderen zijn hier geboren en opgegroeid, en ze waarderen de vertrouwde en veilige omgeving. Het voelt kwetsbaar om aan die vertrouwde omgeving te tornen. Het is alsof de stoelpoten langzaam onder hen vandaan worden gezaagd. Vooral, omdat we nog niks anders op het oog hebben: ze kunnen nog nergens naartoe leven of aan een idee wennen. Ze hebben bovendien ook geen tijdsindicatie: we hebben geen idee hoe lang het allemaal zal duren. Ik merk dat ik dat heel moeilijk vindt voor ze, want ik gun ze zo graag dat veilige gevoel. Wij als volwassene zijn daarin flexibeler, wij kunnen alles in perspectief plaatsen en bovendien is het onze beslissing, dus is het gemakkelijker je hier naar te voegen. Dat hebben de guppen niet.

Quality time

Het is dus voor iedereen bij ons op zijn eigen manier spannend. Signe is misschien wel de enige die zich er allemaal niet zoveel van aantrekt. Tot het moment zover is, wellicht. Intussen ga ik maar eens proberen wat extra gezinsuitjes en quality time in te plannen, tussen alle regeldingen door. Want die behoefte is er aan beide kanten merk ik. Ik houd jullie op de hoogte.