Archief van
Tag: motivatie

Hoera! Fosse heeft ook zijn A diploma!

Hoera! Fosse heeft ook zijn A diploma!

Geslaagd voor A diploma

Ja, er is weer een mijlpaal bereikt in ons huishouden, want ons middelste kind is inmiddels ook trotse bezitter van zwemdiploma A! Al eerder haalde Meia haar A-diploma, en daarna binnen 4 weken haar B en een poos later ook haar C. Meia begon op wat latere leeftijd, terwijl Fosse met 4 jaar al het water in dook. Leuk om die verschillen ook te zien in ontwikkeling.

Hard werken loont

Fosse is apetrots op zijn diploma, en terecht! Hij heeft hem dubbel en dwars verdiend, door er keihard voor te werken. In tegenstelling tot zijn oudere zus ging het hem namelijk niet zo eenvoudig af. En laten we eerlijk zijn, tegenwoordig is afzwemmen voor je A-diploma al heel wat! Voor mijn gevoel moeten de kinderen meer kunnen dan je vroeger met A en B samen moest doen. Niet zo gek dat er met gemak een jaar tot 1,5 jaar over wordt gedaan.

Verschillen in ontwikkeling

Omdat Meia toch al daar zwom, was het logistiek wel zo makkelijk om Fosse meteen te laten beginnen met zwemles, aangezien we ook voor hem een pakketprijs hadden. Het maakte dus niet zoveel uit hoe lang hij erover zou doen. Dat betekende in de praktijk wel dat hij al met 4 jaar begon, ruim een jaar vroeger dan Meia. Kinderen hebben vaak pas met 5 jaar voldoende kracht om goed mee te komen. Maar Fosse is een waterrat en had zin in de zwemles, dus er was voor ons geen reden om ermee te wachten.

Waterrat

We hadden dan ook wel voorzien dat Fosse wat langer de tijd nodig zou hebben, omdat hij aan kracht nog wat tekortschoot. In de eerste maanden bouwde hij die trouwens best goed op met al dat zwemmen, zeker toen hij ook begon met korfballen op de zaterdag. Alle beetjes beweging helpen, en uiteindelijk werpt het zijn vruchten af. Dus vorderde Fosse gestaag. Fosse was echter een ongeleid projectiel met vrij zwemmen, in tegenstelling tot de lessen.

Bang en onzeker

Wat was er aan de hand? Fosse had in het begin een vrij strenge juf. Eentje die soms bijna onredelijk fel reageerde op de kinderen, waarbij zij bijvoorbeeld kinderen in het gezicht spetterden als ze niet opletten. Gevoelig als Fosse is, schrok hij hier heel erg van. Ook al was hij zelf niet het doelwit, hij was als de dood dat hij dat wél zou zijn. Voor Fosse werd de druk om het goed te doen ineens torenhoog. De vrije waterrat die ik kende, was niet meer terug te zien.

Met tegenzin naar zwemles

Er volgden een aantal maanden waarin Fosse met tegenzin naar zwemles ging. Stilletjes zat hij dan in de auto, tot hij op een gegeven moment zei: ‘eigenlijk vind ik zwemles helemaal geen leuke sport’. Dat vond ik aandoenlijk en sneu tegelijkertijd. Blijkbaar leefde Fosse al die tijd in de veronderstelling dat hij dit deed omdat wij dachten dat hij het leuk vond, dat het een vrijwillige keuze was. Gelukkig konden we daarna goed duidelijk maken dat dit niet een kwestie van ‘leuk vinden’ was, maar noodzakelijk voor de veiligheid. Maar leuk vond hij het inderdaad niet meer.

Positieve aansporing

Toen de auto bij ons kapot gingen, hadden we een tijdlang geen vervoer, waardoor Fosse niet naar zwemles kon en weer wat terugzakte in niveau. Na deze intermezzo was er gelukkig een andere zwemjuf bijgekomen, waarmee Fosse een betere klik leek te hebben en waardoor hij ineens de smaak weer te pakken kreeg. Er was tijdens de vakantie ook een inval badmeester die instak met humor en positieve aansporing bij de kinderen, waardoor Fosses motivatie en tijdelijke en broodnodige boost kreeg. Hij ging ineens met sprongen vooruit.

Belemmerende onzekerheid

Waar Meia met een zelfdiscipline en plichtsgevoel zichzelf de lessen door sleepte, wordt Fosse helaas vaker geremd door zijn eigen onzekerheid. Onbewust vergelijkt hij zichzelf met anderen, die soms al veel ouder of verder zijn, of inderdaad sneller dan hij. Dat gooit onzichtbare barricades op de weg. ‘Ik kan het niet’ is nooit ver weg, en ‘het lukt me niet’ ligt altijd op de loer.

Bevestiging

Toen we, met enig aandringen, het halve diploma hadden geregeld, kreeg Fosse de bevestiging die hij nodig had: hij kan het wél. Voor de helft in ieder geval. Het afbouwen van de kurkjes was voor hem dan ook spannend. Alleen al het idee dat hij het zonder moest, was voor hem een reden om het niet te proberen. Toen ze eenmaal afgingen, zwom hij als een speer. Het duurde niet lang voor de felbegeerde woorden klonken: ‘Fosse, je mag afzwemmen’.

Zelfvertrouwen

En na die boodschap was hij terug. Ons ongeleide projectiel, ons waterratje. Met salto’s en bommetjes wierp hij zich in het water. Geen angst meer te bekennen. Hij had namelijk van buitenaf gehoord dat hij het kon, dus kon hij het. Er was nog één hobbeltje: het afzwemmen. Maar hij ging er ontspannen heen. Hij kon het immers, was hem verteld. Eenmaal daar, met al dat publiek, was het toch een beetje spannend. Maar dat mag natuurlijk.

Trots!

Bij de boodschap ‘nu mogen jullie drie rondjes op je buik zwemmen’ zag ik Fosse een diepe zucht slaken. Bij voorbaat al moe. Maar hij deed het. Het koste moeite. De stilte doorbroken door ingespannen geluidjes en kreungeluidjes van het vele zwemmen. Uiteindelijk heeft hij alles gedaan en kreeg hij dan eindelijk zijn diploma. Zo verdiend! Ik ben zo blij dat hij die in ieder geval binnen heeft. Nu verder voor B, en volgen hoe dat gaat.

Zomerschool 2017

Zomerschool 2017

Naar school in de vakantie

Meia gaat naar de zomerschool. ‘Huh? Naar school in je vakantie? Wat doe je je kind aan?’ En toch is het super populair! Sinds vorig jaar is dit initiatief gestart in Dordrecht. Ik wist toen van het bestaan niet af en de school van onze kinderen deed er ook niet aan mee, dus het was ook niet aan de orde. Maar dit jaar kregen de kinderen vanaf groep 3 een briefje mee naar huis: of ze mee wilden doen aan de zomerschool.

Gemotiveerd

De laatste 2 weken van de vakantie gaan de kinderen naar ‘school‘. Maar alléén als je echt gemotiveerd bent. Zo werd er op school een presentatie gegeven over wat de zomerschool inhield en moesten de kinderen op ‘sollicitatie’ met de organisatoren om aan te tonen dat zij echt wilden. Wat houdt het in? Kort gezegd is het 10 dagen lang een combinatie van spelen, sport en leren. ’s Ochtends worden er bijvoorbeeld spelletjes gedaan rondom taal, spelling of rekenen. Tussen de middag wordt er samen geluncht en daarna is er de hele middag tijd voor spelletjes en sporten om de stof van die ochtend te verwerken.

Lange vakantie

De kinderen komen van verschillende scholen, die samenkomen op één plek. In totaal is er in Dordrecht op 3 plekken een zomerschool dit jaar en ze hopen dit komende jaren verder uit te breiden. Zoals ik eerder schreef is deze zomervakantie weer een beetje rommelig. We gaan niet op vakantie, en dan duren 6 weken best lang. Normaal gesproken zijn zomervakanties voor ons een behoorlijke uitdaging. Andere ouders heb ik het wel eens ‘de vloek van de zomervakantie’ horen noemen. Want het is nu eenmaal zo dat de meeste kinderen behoefte hebben aan de structuur en het vanzelfsprekende dagritme, zoals ze die kennen van het naar school gaan. De 6 weken zonder deze structuur drijft menig ouder tot wanhoop met hun kind.

Bewegend leren

Dus was ik heel erg blij dat Meia zo enthousiast werd van het idee van de zomerschool. Ze houdt ontzettend van gym en sport en dat er tijdens de vakantie geen sport is, is dan ook een gemis. Dat was de grootste motivatie om hier aan mee te doen: lekker actief bezig zijn. Daarnaast kan de hersengymnastiek geen kwaad, want ook daar kan ze wat energie in kwijt. Gelukkig wordt er in samenwerking met de scholen waar de kinderen vandaan komen, gekeken hoe het lesprogramma van de zomerschool zoveel mogelijk op maat kan worden gemaakt. Zo krijgt Meia gelukkig voldoende uitdaging en haalt ze voldoening uit deze dagen.

Activiteiten voor ouders

Maandag was een feestelijke opening: de kinderen werden onthaald met muziek, een springkussen en een polo-shirt van de zomerschool. Toen Meia bekenden zag van haar eigen school, was het ijs zo gebroken. Wat een leuke toevoeging is, is dat er activiteiten worden georganiseerd waaraan ouders ook mee kunnen doen. Een tip voor de volgende keer is wel om deze eerder bekend te maken, zodat ouders hun eigen planning er beter op kunnen aanpassen.

Andere kinderen

Ik ben blij dat dit wordt georganiseerd in onze stad. Meia heeft een leuke daginvulling en zo komt er ook even wat tijd vrij voor de jongste twee. Het is namelijk voor Fosse, als middelste kind, ook wel heel erg lekker om af en toe even de oudste te kunnen zijn, en ongestoord je gang te kunnen gaan zonder bemoeienissen van je grote zus. Voor iedereen wat winst dus. En wie weet, volgend jaar weer?

 

 

Faalangst en 5 tips

Faalangst en 5 tips

Bang om het niet goed te doen

Het komt vaak voor. De angst om het fout te doen. Het idee dat fouten maken iets verkeerds is. Veel kinderen, en ook volwassenen kampen met dit soort gevoelens. Het geeft een grote onzekerheid en belemmert een kind om vrij en onbevangen ergens aan te beginnen. Het legt een grote druk, want niets is zonder gevaren. Deze kinderen kunnen, als de gevoelens heel sterk zijn, echt veel last hebben van de faalangstgevoelens. Het nemen de onbezorgdheid weg, die zo kind-eigen is. Iets wat je als ouder vaak aan het hart gaat.

“Tom (6) is altijd al bang geweest om dingen fout te doen. Hij remt zichzelf enorm in het aangaan van nieuwe dingen. Tom heeft moeite om nieuwe dingen te leren: zijn nieuwe fiets heeft nog steeds zijwieltjes want hij is ervan overtuigd dat hij valt als ze eraf gaan.”

Troosten en geruststellen

Het is ook heel erg naar om je kind zo verdrietig of angstig te zien als het iets nieuws ‘moet’ proberen, of als het bezig is iets te doen wat naar zijn idee in één keer goed moet. En als ouder probeer je die gevoelens dan ook zo snel mogelijk weg te maken. Het zien dat je kind het moeilijk heeft, is namelijk voor ouders heel lastig. Dit wekt vaak de automatische neiging op om je kind te troosten, gerust te stellen en te zeggen dat het niet klopt wat je kind denkt: ‘stil maar, daar hoef je niet om te huilen’, ‘je hoeft nergens bang voor te zijn, je kan het gewoon’, ‘het gaat je heus wel lukken, doe niet zo gek!’.

Herkenning

Niet zelden herkennen ouders deze gevoelens ook bij zichzelf. Angst is iets besmettelijks en wordt, helaas, gemakkelijk doorgegeven aan kinderen. Hoe goed je ook denkt dit niet te laten merken. Kinderen voelen dit echter feilloos aan en nemen dan ook vaak gedrag over. Daar komt bij dat angst ook een stukje genetisch materiaal is: het is vaak een karaktertrek. Mensen kunnen in meer of mindere mate emotioneel stabiel zijn, wat o.a. wordt afgemeten aan de mate van angstig gedrag. Dat betekent dat het ene kind per definitie angstiger is dan het andere kind. Zo kan er dus een kwetsbaarheid bij je kind zijn om bijvoorbeeld faalangst te ontwikkelen.

“Mijn dochter van 8 wil niet meer naar school. Ze vindt het saai, het duurt allemaal te lang. Toen ik wat doorvroeg, kwam er iets uit wat ons niet verbaasde: faalangst. Ik herken het enorm bij mijzelf, en mijn man trouwens ook.”

Argumenten en overtuigen

De meeste ouders zijn behoorlijk creatief in het aandragen van goede argumenten om hun kind te overtuigen van hun ongelijk. Maar tegelijk merken ze dat deze goed bedoelde peptalks niet lijken binnen te komen. Soms ontstaat er een patroon dat een kind deze geruststelling en bevestiging steeds harder nodig gaat hebben voor het ergens aan begint, wat ouders soms tot wanhoop kan drijven: “wat ik ook zeg, niks lijkt hem ervan te overtuigen dat hij zich geen zorgen hoeft te maken”. Het hele aanmoedigingsproces gaat steeds meer tijd kosten merken ze.

“Sam (13) komt steeds vaker ziek naar huis. Het begon toen hij voor Nederlands een presentatie moest geven voor de klas. Hij was zó zenuwachtig, terwijl hij zo goed had geoefend. Het uur voor zijn presentatie kreeg hij buikpijn en werd misselijk. Hij heeft zich toen ziek gemeld en is naar huis gekomen. Het lijkt wel of hij nu probeert alle spannende momenten op school te vermijden.”

Meteen goed doen

Faalangst komt voor bij alle kinderen. Het is een fabeltje dat dit niet bij jonge kinderen voor kan komen of alleen bij kinderen die moeilijk leren. Niet zelden is faalangst gekoppeld aan perfectionisme. Deze kinderen hebben vaak het idee dat wat ze doen, 100% goed moet zijn. Of dat ze iets al moeten kunnen als ze er mee beginnen om het te leren, bijvoorbeeld zwemles of zonder zijwieltjes fietsen.

“Lilly (10) is slim, maar toch is ze als de dood dat ze een fout maakt. Ze neemt het risico liever niet dat de juf met rode pen een kruis door haar werk zet, want dat is volgens haar onvergeeflijk. Als het even kan, doet ze pas iets als ze zéker weet dat ze het kan. En als ze het dan heeft laten zien, lijkt ze te denken: ‘zo, nu heb je gezien dat ik het kan, nu ga ik het niet meer doen’. Ik maak me zorgen dat ze hierdoor gaat onderpresteren op school, omdat ze alleen gemakkelijke werkjes kiest die ze 100% zeker weten kan.”

Perfectionisme

Waar perfectionisme ophoudt en faalangst begint, is vaak een dunne scheidslijn. Perfectionisme is een mooie eigenschap. Het is tenslotte prima dat iemand graag goed werk aflevert en nauwkeurig is. Maar als dit ten koste gaat van het welzijn van het kind of het kind wordt belemmerd om dingen te doen die het anders wél zou doen, dan is perfectionisme een probleem geworden. Hoe doorbreek je het patroon? Hoe kun je je kind het vertrouwen in zichzelf geven en het weer onbezorgd de dagelijkse dingen laten doen? Er zijn een aantal tips die ik met jullie wil delen.

 

1. Goeie complimenten

De belangrijkste tip gaat over de manier van aanmoedigen. Complimenteren is een kunst, dat verdient een aparte blog. Voor nu is het belangrijk om te weten dat er een verschil is tussen complimenteren met een waarde-oordeel en complimenteren zonder beoordeling. Een waarde-oordeel gaat vaak over een prestatie. Veel voorkomende complimenten die in het geval van faalangst niet zo handig zijn: ‘goed zo’, ‘wat ben je slim!’, ‘dat kun je heus wel!’, ‘wat een mooi cijfer!’, etc. De waarde-oordelen zijn namelijk vooral prestatiegericht. En dat geeft de impliciete boodschap dat het gaat om de prestatie. Uiteindelijk wil je je kind leren hóe het tot een bepaalde prestatie komt, dus is het heel belangrijk dat de complimenten gaan over de inzet, het proces, de werkhouding van het kind. Houd in gedachten wat het doel is van een compliment: gewenst gedrag laten toenemen. Welk gedrag wil je vaker zien? Hoge cijfers? Of een goede inzet? Waarschijnlijk het laatste. Pas je complimenten daarom aan naar het gedrag wat je benoemt van je kind: ‘wauw, wat doe jij dat met aandacht!’, ‘jij let goed op zeg’, ‘daar neem je even de tijd voor, je wil het graag precies doen zie ik’, ‘je overweegt je antwoorden goed, merk ik’, etc.

2. Gevoelens benoemen

In aanvulling daarop is het belangrijk dat je ook aandacht hebt voor de gevoelens die je kind toont. Het is begrijpelijk dat je je kind zo snel mogelijk wil opvrolijken en oppeppen, maar effectief is het meestal niet. Als kind in de stress zit, neem dit dan serieus door mee te leven: ‘je maakt je zorgen he’, ‘je vind het spannend om iets nieuws te proberen als je nog niet weet of het meteen lukt’, ‘ik zie dat je verdrietig wordt nu je een foutje hebt gemaakt, daar baal je van’, etc. Het benoemen van gevoelens en met meeleven, de gevoelens serieus nemen en erkennen, is essentieel voor het ontwikkelen van een gezonde emotionele stabiliteit.

3. Oplossen is geen oplossing

Houdt in gedachten dat je als ouders niet altijd problemen hoeft op te lossen of te voorkomen. Het meeleven (tip 2) en je kind serieus nemen is vaak al meer dan genoeg. Een kind merkt dat je hem begrijpt en dat het deze gevoelens mag hebben. Doordat je er voor hem bent, heeft het vaak genoeg vertrouwen om alsnog de situatie aan te gaan. Er ontstaat een soort ‘life-line’, omdat je kind weet: ‘mijn moeder weet hoe ik mij voel’. Oplossen van de problemen van je kind is vaak juist niet de oplossing. Op je handen zitten is op de lange termijn beter.

4. Gedachten uitdagen

Als je kind een ster is in doemdenken, van een mug een olifant maakt of het ene blik argumenten na het andere opentrekt vol faalangstgevoelens, dan is het de kunst om uit de discussie te blijven. Nadat je bovenstaande 3 punten hebt gedaan, kun je proberen de gedachtes van je kind uit te dagen. Want, zoals je vaak al door hebt, vaak kloppen die gedachtes helemaal niet. Maar je kind gelooft ze wel. In plaats van overtuigen van zijn ongelijk, kun je daarom beter je kind leren om zelf tot inzicht te laten komen. Dat doe je door steeds kleine zaadjes van twijfel over de waarheid van zijn gedachtes te planten. Die zaadjes plant je, door vragen te stellen aan je kind die hem aan het denken zetten. Bijvoorbeeld: ‘is dat zo?’, ‘klopt het wat je zegt, gaat het echt altijd mis?’, ‘welke keren dat het goed ging vergeet je nu?’, ‘hoe weet je zo zeker dat het zo zal gaan?’, ‘hoe denkt vriendje x hierover?’, ‘als vriendje x dit zou hebben, wat zou jij dan tegen hem zeggen?’, etc.

5. Geef vertrouwen

Als laatste is het fijn als er wat praktische aanpassingen zijn. Zeker om een negatief patroon te doorbreken. Dat is meestal in samenwerking met de ouders en/of leerkracht. Het gaat erom dat je kind weer vertrouwen in zichzelf krijgt. Dat wordt versterkt op het moment dat hij voelt dat de leerkracht en zijn ouders dit vertrouwen in hem stellen. Als omgeving is het dan ook goed om, waar mogelijk, je kind meer verantwoordelijkheden te geven, zodat hij het gevoel krijgt dat hij invloed heeft op hoe dingen gaan. Geef hem bijvoorbeeld keuzes (Welk shirt kies je vandaag, rood of blauw? Wil je vanmiddag liever een tosti of broodje knakworst? Ga je eerst met rekenen beginnen, of met schrijven?). De keuzes zijn niet te groot en de volwassene zet de kaders uit. Dat geeft een gevoel van veiligheid. In het instrueren van een taak, is het fijn als er met een zekere mate van vanzelfsprekendheid en vertrouwen wordt gecommuniceerd: ‘vandaag ga jij deze twee rijtjes maken’, ‘vertel mij maar hoeveel 14×2 is’. Als ezelsbruggetje kun je in je achterhoofd houden dat je de vraagtekens zoveel mogelijk weglaat in je manier van spreken, maar dat je vooral zinnen met een punt maakt. Vragende zinnen roepen namelijk impliciet onzekerheid op: ‘dit is een vraag, hierop bestaat een goed en fout antwoord’. Een zin met een punt geeft deze onzekerheid veelal niet.

Hebben jullie nog meer tips? Laat het vooral weten!

 

Gevoelige periodes bij kinderen

Gevoelige periodes bij kinderen

Leren in de gevoelige periodes

Iedereen heeft er wel eens van gehoord: de kritische of gevoelige periode waarin een kind het beste iets leert. Eigenlijk is dat ook de grootste reden waarom kinderen al vanaf jonge leeftijd naar school gaan (moeten): omdat er in de kindertijd de meeste gevoelige periodes zijn om iets te leren. De ervaringen uit je kindertijd zijn bovendien heel vormend voor je persoonlijkheid en hebben grote invloed op alles wat je de jaren erna doet.

Gevolgen voor later

De eerste en meeste gevoelige periodes vinden al plaats in de babytijd. Als er in zo’n periode iets misgaat, kan dat soms blijvende gevolgen hebben omdat de juiste verbindingen in de hersenen dan niet worden aangelegd. De gevoelige periode voor de ontwikkeling van het zicht is bijvoorbeeld tussen de 3 en de 8 maanden: als er dan iets is waardoor de baby minder goed kan zien, kan het blijvend schade houden aan het zicht op latere leeftijd.

Hoe kinderen leren

Met verschillende onderzoeken en experimenten wordt gekeken of een gevoelige periode opnieuw kan worden uitgelokt, op een ander moment. Wanneer dat zou lukken, zou eventuele schade bijvoorbeeld kunnen worden ingehaald. Als er duidelijk wordt hoe kinderen precies leren en ontwikkelen, zou men het onderwijs daar naadloos op aan kunnen laten sluiten.

Gevoelige periodes op school

Dat laatste gebeurt natuurlijk al zoveel mogelijk, hoewel dat per school veel kan verschillen. Naar mijn idee onderstreept de theorie van de gevoelige periodes alleen maar meer het belang om daar op flexibele wijze rekening mee te houden op school. Globaal gezien zijn de gevoelige periodes ongeveer op hetzelfde moment, maar dit kan per persoon wel veel verschillen. Zeker omdat iedereen een andere geboortedatum heeft. Het aanbieden van lesstof zou daarom eigenlijk pas moeten, wanneer het kind in de gevoelige periode voor die stof zit.

Inspelen op interesses van je kind

De gevoelige periodes zijn er de reden van dat er in groep 3 wordt begonnen met lezen, want de meeste kinderen ‘zijn er aan toe’. Het is de reden waarom er in de kleuterklassen nog veel buiten wordt gespeeld (motorische ontwikkeling) en in de middenbouw wordt gestart met de zaakvakken. Omdat dán de interesse in de wereld om hen heen toeneemt. Maar deze ‘mal’ in wat er aan je kind wordt aangeboden, is een grove schatting, terwijl de gevoelige periodes juist zeer precies zijn. En dáárom is het zo belangrijk om in te spelen op de interesses van het kind. Want pas als een kind iets leuk vindt, leert het. Het heeft geen zin om domweg stof ‘erin te stampen’ als er geen interesse of motivatie is.

Aanvoelen waar het kind zit

En dat is in het onderwijs nog best lastig, merk ik vaak. Ik kom geregeld voor schoolobservaties en schoolgesprekken op scholen. En ik ken natuurlijk de montessori-onderwijsmethode van onze eigen kinderen. Tussen de scholen zit veel verschil. Zowel in de visie als in de dagelijkse praktijk van de leerkracht. Want uiteindelijk komt het er op neer of de leerkracht aanvoelt ‘waar een kind zit’ en hier op kan in spelen door de juiste stof aan te bieden. Dan hebben we het nog niet eens over onderlinge niveauverschillen tussen kinderen. Dat maakt de differentiatie extra moeilijk.

Eigen inbreng

In het traditionele onderwijs is er naar mijn idee vaak net iets minder mogelijk aan flexibele aanpassingen aan het leerproces van kinderen, omdat er nog steeds vaak klassikaal les wordt gegeven. Kinderen volgen de structuur van de lessen en hebben weinig eigen inbreng in wat ze wanneer doen. In het montessori-onderwijs is dat anders. Kinderen beslissen per dag bijvoorbeeld de volgorde van hun taakjes. Daarbij hebben ze een zekere vrijheid voor hoelang ze aan een taak willen werken: is een kind momenteel meer geïnteresseerd in rekenen, dan mag het, tot op zekere hoogte, langere tijd hier aan werken.

Motivatie

De leerkracht bewaakt dit proces door te benadrukken dat elke beslissing gevolgen heeft: nu meer rekenen betekent een andere keer meer taalwerk. Toch is dit voor mijn gevoel een methode die van nature beter aansluit bij het grillige ontwikkelingsproces van kinderen. Bovendien is de motivatie om aan de taken te werken per definitie hoger, omdat een kind zélf de keuze maakt voor een taak.

Leerbehoeften

Er zijn tegenwoordig (gelukkig) steeds meer vormen van onderwijs, die rekening houden met de verschillen in voorkeuren, ontwikkeling en leerbehoeften van kinderen. Goed onderwijs is namelijk een onderwijsvorm (en leerkracht) die goed aansluit bij de specifieke behoeftes van je kind. En dat verschilt per persoon.

Snoeien in synapsen

Het is echter niet zo dat een kind alleen maar leert in de de gevoelige fases. De hersenen hebben een zekere plasticiteit. Dat betekent dat mensen hun hele leven lang kunnen leren en zich aan kunnen passen aan veranderende omstandigheden. Maar in gevoelige periodes is er veel meer mogelijk. In de babytijd is dit het meest duidelijk: een baby wordt geboren met een oerwoud aan synapsen (mogelijke verbindingen voor informatieoverdracht), waar die eerste maanden behoorlijk in gesnoeid wordt: alles wat niet nodig is, gaat weg. Zo blijven alleen de belangrijkste verbindingen over. Dat gebeurt in de gevoelige periodes: zo wordt er orde in de chaos geschept en gaat het brein steeds beter functioneren.

Vorming van persoonlijkheid

Het is interessant om te bedenken waarom de gevoelige periodes alleen maar tijdens de kindertijd zijn. Ze zijn immers super nuttig voor de ontwikkeling en voor de overleving, zou je denken. Onderzoekers denken daarom dat er ook een keerzijde aan de kritische periodes zit: in die momenten draaien de hersenen namelijk op volle toeren, waardoor er ook eerder kans is op beschadiging aan de hersenen. En omdat de gevoelige fases ook vormend zijn voor de persoonlijkheid, kun je je afvragen of het wenselijk is wanneer deze gevoelige periodes ook in de volwassenheid optreden: wat zou het doen met je identiteit en je persoonlijkheid? Misschien is het daarom maar goed dat ze beperkt blijven tot de kindertijd.

 

Een kijkje in mijn werkweek

Een kijkje in mijn werkweek

Hoe zien de dagen van de therapeut eruit?

Toen ik nog studeerde, was ik heel benieuwd naar de praktijk. Ik kon me er nog maar weinig bij voorstellen. En elke dag weer besef ik dat het voor ouders vaak nog veel abstracter is wat we nu precies doen. Hoe zien de behandelingen eruit? Wat doe ik dan tijdens een onderzoek? Wat werk ik precies uit tijdens mijn uitwerktijd? Geregeld vragen ouders mij of ik iets kan vertellen wat hun kind dat doet. Ik snap die nieuwsgierigheid. Daarom een kijkje in een weekje werken als orthopedagoog generalist.

Maandag

Als het weer het toelaat, kom ik maandag en dinsdags op de fiets. Ben ik meteen goed wakker bij binnenkomst. ’s Ochtends staat de eerste afspraak vaak om 8.45u gepland. Vóór die tijd beantwoord ik mailtjes, beluister ik het antwoordapparaat en bekijk de post. Of ik bereid bijvoorbeeld een afspraak voor. Dit keer viel toevallig mijn eerste afspraak die ochtend uit. De moeder moest onverwachts naar het ziekenhuis. Dit gaf me tijd om aan een onderzoeksverslag van een andere cliënt verder te werken. En reden om later na te vragen hoe het met de moeder gaat.

EMDR bij trauma vanuit de jeugd

Om 10.00u had ik mijn eerste cliënt, een adolescent met forse trauma’s uit haar jeugd. Met haar heb ik EMDR gedaan. De therapie valt haar zwaar, omdat het zo confronterend is. Daarom is stabiliseren belangrijk: zorgen dat de cliënt zich veilig genoeg voelt om de pijn onder ogen te zien. Het is heel heftig om te horen wat voor vreselijke dingen sommige (jonge) mensen meemaken. Voor de EMDR had ik bewust langere tijd ingeroosterd, zodat we het goed konden afronden. We hebben één gebeurtenis uitgekozen om mee te beginnen en aan het eind van de (intense) sessie was de spanning duidelijk afgenomen bij dit beeld.

Stoeien met een onderzoeksverslag

Na zo’n sessie heb ik zelf af en toe ook even tijd nodig om te schakelen. Gelukkig had ik niet direct hierna weer een cliënt, maar kon ik verder aan het afmaken van een onderzoeksverslag van een kind dat gedragsproblemen op school vertoont, maar ook last heeft van de echtscheiding van zijn ouders. Hij bleek benedengemiddeld te scoren op het intelligentieonderzoek, wat al veel verklaarde, maar het was een puzzel omdat er ook op sociaal-emotioneel gebied zorgen waren.

Evaluatiegesprek met ouders

Om 13.00u had ik een evaluatiegesprek met de ouders van een meisje van 16. Zij wilden graag nog even horen welke ontwikkelingen ik als behandelaar had gemerkt tijdens de behandeling. Ze waren erg tevreden hoe het nu met hun dochter ging en het was een fijne uitwisseling van ervaringen en we konden de behandeling naar tevredenheid afronden. Met het meisje zelf had ik al eerder een afrondend gesprek gevoerd. Als ik een behandeling afsluit, schrijf ik altijd een evaluatieverslag voor de huisarts. Hierin staat het behandelplan en een samenvatting van de behandeling en de bereikte resultaten.

Afstemmingsgesprek met ouders

Direct daarna, om 14.00u had ik weer een gesprek met ouders. Dit keer van een jongen van 9 jaar, die meer kampt met emotionele problemen en moeite om zijn gevoelens of behoeften te verwoorden. Dit gesprek hebben we gebruikt om te bespreken hoe het nu gaat en om de behandeling verder aan te scherpen. Ik had tijdens de behandeling ook wat vragenlijsten afgenomen en besprak deze nu met de ouders. Samen brainstormden we over de volgende stappen en wat dit jongetje nodig heeft.

Boze buien

Om 15.00u had ik mijn volgende cliëntje, een jongen uit groep 7. Hij had in een eerdere groep vervelende ervaringen met een leerkracht, waardoor hij nu nog wel eens boze buien heeft. Met hem heb ik een EMDR sessie voor de volgende keer voorbereid. Dit doe ik o.a. door te zoeken naar nare plaatjes bij herinneringen en het laten tekenen van deze plaatjes. Ook heb ik een dagdroom (symbooldrama) gedaan, om de verwerking van gebeurtenissen en emotieregulatie te stimuleren.

Eigen grenzen bewaken

De laatste cliënt van deze dag, om 16.00u, was een jongen van 9 jaar. Met hem ben ik aan de slag gegaan met het belang van het bewaken van je eigen grenzen. Dit deden we aan de hand van het bespreken en analyseren van voorvallen waarin deze jongen zijn grenzen niet goed bewaakte. Ik werk met hem ook aan het versterken van een positief zelfbeeld, bijvoorbeeld met werkbladen en therapeutische materialen. Als laatste deden we het Gardner-spel. Dit is een therapeutisch spel, waarin ik vragen en opdrachtenkaartjes uitzoek die passen bij de behandeldoelen van dit kind. Ondertussen noteer ik bijvoorbeeld belangrijke uitspraken van hem en daag ik ongezonde gedachtes uit. Ook laat ik deze jongen steeds stil staan bij zijn gevoel, bijvoorbeeld door te vragen: ‘wat doet dat met jou?’.

Om 17.00u heb ik geen cliënten meer. Ik bel dan, indien nodig, nog wat mensen terug, plan nieuwe afspraken in, verwerk nieuwe aanmeldingen en schrijf mijn ‘to-do’ lijstje in de agenda voor de volgende dag. Dit doe ik ook voor mijn stagiaire, zodat zij direct zelfstandig hiermee aan de gang kan als ik in gesprek ben.

Dinsdag

Psycho-educatie over ODD

Vandaag begon ik de dag met om 8.45u een gesprek met ouders voor psycho-educatie voor hun zoon. We hadden in de weken ervoor onderzoek gedaan bij dit jongetje, die ODD bleek te hebben. Dit is een opstandige gedragsstoornis, dat een grote belasting voor ouders vormt. Sowieso zijn ouders heel belangrijk om een kind zo gelukkig en gezond te laten opgroeien. Maar in dit soort situaties is er als het ware een extra gebruiksaanwijzing nodig. Met psycho-educatie geven we informatie over de stoornis zelf. Dit gedeelte had mijn stagiaire voorbereid. Daarnaast gaf ik de ruimte om specifieke situaties te bespreken, waar ouders thuis tegenaan lopen. Samen analyseren we dan wat er precies gebeurd, wat mogelijkheden zijn en wat het bijvoorbeeld doet met de ouders. Als huiswerk vroeg ik de ouders om een tijdje verschillende situaties te noteren die ze als lastig ervaren.

slaapproblemen kinderen baby dreumes peuter

Intake over slaapproblemen bij dreumes

Daarna had ik om 10.00u een intakegesprek met een moeder van een jongen van net één jaar. Zij maakte zich tot voor kort zorgen over de nachten, omdat haar zoontje niet goed doorsliep en veel behoefte aan nabijheid had van moeder. Na de aanmelding heeft deze moeder al zoveel zelf gedaan, zoals een duidelijk slaapritme ingesteld, overdag meer structuur aangebracht, wat voor meer rust en voorspelbaarheid heeft gezorgd. Hierdoor waren de slaapproblemen al grotendeels opgelost. Het bevestigen van deze moeder in wat ze deed, was in dit geval voorlopig voldoende om weer verder te kunnen.

Kennismaking

Om 11.00u had ik een half uurtje ingepland voor een kennismaking met een kind van 9 jaar. Ik had zijn ouders al op intakegesprek gehad en een onderzoek afgesproken, maar ingeschat dat het voor dit kind prettiger zou zijn om eerst kennis te maken. Dan zag hij alvast waar hij terecht zou komen en bij wie, zodat de spanning niet zo groot zou zijn. Het kennismaken doe ik door met het kind in gesprek te gaan over zichzelf: wat vind je leuk om te doen, waar ben je goed in, wat doe je graag thuis, doe je aan sport, wat hoort echt bij jou, wat maakt jou een goede vriend, etc.

Aanmeldingen verwerken

Hierna had ik tijd om wat telefoontjes te plegen. Er wordt vrijwel dagelijks gebeld voor nieuwe aanmeldingen. Deze mensen willen graag even hun verhaal kwijt en ik leg in het kort de procedure uit. We ontvangen de aanmeldformulieren zowel digitaal als op papier. Deze moeten in een dossier worden gedaan, de formulieren worden geprint en de gegevens worden bijgehouden in onze eigen bestanden om overzicht te houden over de lopende cliënten. Ook moeten de nieuwe cliënten worden aangemeld in het software systeem zodat vergoedingen kunnen worden gedeclareerd, indien hier recht op is. Al met al vraagt dit veel administratieve handelingen die veel tijd vragen.

Bellen met scholen

Tussen 12.00u en 13.00u gebruik ik de tijd om naar leerkrachten en intern begeleiders te bellen. Zij zijn de rest van de dag vaak niet bereikbaar omdat ze voor de klas staan, dus bel ik deze altijd in ons ‘pauze’ uur. Ik belde nu met een leerkracht om de zorgen met betrekking tot een leerling te bespreken: zij wilden graag dat er ook zorg gegarandeerd kon worden als deze leerling de overstap naar het voortgezet onderwijs zou maken. Deze informatie moet ik vervolgens weer terugkoppelen naar de ouders, om transparant te blijven. Ouders vraag ik vooraf altijd toestemming om contact met bijvoorbeeld de leerkracht op te nemen.

Evaluatieverslagen schrijven

Tussen 13.00u en 15.00 had ik tijd ingepland voor het schrijven van evaluatieverslagen. Dit was hard nodig: ik ben vaak geneigd om mijn tijd zoveel mogelijk vol te plannen met afspraken, dat er weinig tijd over blijft voor de verslaglegging. Nu kon ik even de brieven aan de huisartsen schrijven, de dossiers opruimen en de cliënten afmelden in het software systeem. Ook hier zitten steeds meer administratieve handelingen.

COMET programma

Om 15.00 had ik een sessie met een pubermeisje, die erg perfectionistisch is, een negatief zelfbeeld heeft en daardoor ook ongezonde denkpatronen heeft. Met haar werk ik met COMET, een programma gericht op het verbeteren van het zelfbeeld. Maar omdat ik de balans tussen cognitie en emotie heel belangrijk vindt, wissel ik dit af met symbooldrama, die werkt aan de emotieregulatie. Dit meisje krijgt via de mail steeds huiswerkopdrachten mee, die ze thuis maakt en samen bespreken in de sessies. Zo werkt ze vrijwel dagelijks aan de stof die we behandelen, bijvoorbeeld door complimenten bij te houden.

Heftige gesprekken

De laatste afspraak was een intake met een meisje van de middelbare school, die slachtoffer is geworden van een zedendelict. Dit soort gesprekken zijn vaak heftig, zowel voor de cliënt die het verhaal moet doen, als voor ons: ik merk dat je sommige verhalen nooit helemaal naast je neer kunt leggen. Dat geeft ook niet, want het motiveert ook om er wat mee te doen, maar het vraagt ook wel wat van je.

Donderdag

Vervolg EMDR van maandag

Vandaag begon ik met een vervolg op de EMDR sessie van afgelopen maandag. Omdat ik maandag al merkte dat dit een vervolg nodig had, heb ik snel een nieuwe afspraak ingepland. Ik laat cliënten liever niet te lang wachten als de stress en spanning te hoog oploopt.

Motiveren voor behandeling

Om 10.00u zou ik een adolescent/student hebben die momenteel door omstandigheden niet meer naar college gaat. Hij vindt het echter moeilijk om te erkennen dat hij hulp nodig heeft en wil daarom niet komen. Mijn stagiaire probeert telefonisch te bespreken wat hem kan helpen om die stap tóch te maken. Dit blijkt echter te lastig voor hem. In overleg met de moeder wordt daarom afgesproken dat zij contact hebben met het jeugdteam. In zulke gevallen hebben wij een nauwe samenwerking met de jeugdteams, zodat cliënten wel direct worden opgevangen als er andere hulp nodig is.

Scoren en verwerken van testmateriaal

Vervolgens heb ik een uur om zaken uit te werken. Ik heb een aantal lopende onderzoeken, waarvan ik de vragenlijsten en testen scoor. Dit kost veel handmatig werk. Vervolgens moet ik de uitkomsten in een verslag typen en deze interpreteren. Ik stel vooraf onderzoeksvragen op en geef hier nu zo goed mogelijk antwoord op.

Overleg en telefoontjes

Tussen 12.00 en 14.00u houden we normaal gesproken overleg, maar vandaag zijn mijn collega’s er niet. Ik besluit daarom de tijd te besteden aan het terug bellen van mensen die hebben ingesproken en het overleggen met leerkrachten en ib-ers.

creatieve verwerkingsvormen schilderen verven tekenen symbooldrama dagdroomtherapie kinderen pubers jongeren

Depressieve klachten

Om 14.00u heb ik een pubermeisje met depressieve klachten en een zeer laag zelfbeeld. Zij heeft een creatieve kant, waar ik graag bij aansluit, omdat zij het creatief verwerken erg prettig vindt: praten is voor haar lastiger, en door bijvoorbeeld schilderen of tekenen kan zij zich op een andere manier uitdrukken. Ook werk ik met haar met onderdelen uit COMET, het programma voor het verbeteren van je zelfbeeld. In gespreksvorm gebruik ik vrijwel altijd een oplossingsgerichte techniek, zodat er weer hoop en mogelijkheden worden gecreëerd.

Relativerende gesprekken

Daarna heb ik om 15.00u een eerste behandelcontact met een puberjongen, van wie ik de ouders al eerder op intakegesprek heb gehad. Over deze sessie schreef ik al eerder een blog. Het lachen en op een luchtige manier kennis maken, gaven mij ook nieuwe energie en is een welkome afwisseling na soms pittige behandelcontacten.

Geen contact meer met vader

Als laatste zag ik deze dag een meisje uit groep 8, die momenteel haar vader niet meer ziet, maar wel toewerkt naar herstel van dit contact. Met haar sta ik stil bij haar kwetsingen en de verdrietige gevoelens die verschillende gebeurtenissen haar gaven. Deze erkenning en het spiegelen en benoemen van gevoelens is onderdeel van het mentaliseren bevorderende therapie (MBT). Mentaliseren is een ingewikkelde vaardigheid die bijvoorbeeld nodig is om goed te begrijpen wat er in je omgaat en heb je nodig voor het verwerken van gebeurtenissen. Daarnaast werk ik met haar aan concrete stappen naar dit herstel. Ik vraag haar toestemming om haar toegezegde afspraken te delen met haar vader, als stok achter de rug om zich er aan te houden. Tegelijkertijd blijven ouders zo op de hoogte van de vorderingen.

Terugblik

Deze week vielen er wat afspraken uit, waardoor ik wat meer tijd voor het uitwerken van o.a. onderzoeken had. Meestal heb ik ongeveer één keer per week wel een onderzoek, maar toevallig deze week niet. Het was een relaxte werkweek, waarin ik ook toe kwam aan ‘losse eindjes’, wat me weer overzicht gaf.

Ik kan me voorstellen dat je veel termen leest die je niks zeggen. Ik geef daar graag meer duidelijkheid in! Zijn er bepaalde onderwerpen waar je graag meer over zou willen lezen? Dan besteed ik daar graag een artikel aan. Laat het me maar weten in de reacties 🙂