Archief van
Tag: moeder

Loedermoeder!? Of gewoon een ouder?

Loedermoeder!? Of gewoon een ouder?

Omdat je als opvoeder altijd wel ergens tekort schiet

Ik moet iets bekennen. Al sinds ik moeder ben, en vooral sinds de kinderen naar school gaan gaat er iets mis. Ik heb me er inmiddels maar bij neergelegd, want ik krijg het gewoon niet voor elkaar om alles te bolwerken. Met één kind was het nog redelijk overzichtelijk. Als er dan een vraag van de peuterspeelzaal kwam, dan kon ik het nog betrekkelijk rustig in mijn agenda noteren, en had ik die activiteit als enige focuspunt. Inmiddels zijn er twee kinderen en tig activiteiten bijgekomen, en is het eind zoek.

Mosterd na de maaltijd

Ja, ik ben zo’n moeder die altijd veel te laat de gymschoenen heeft gekocht voor het nieuwe schooljaar. Die als mosterd na de maaltijd inschrijfformulieren voor voorleesfeestjes na de betreffende datum uit de schooltas vist en die slechts op het nippertje de cadeautjes voor kinderfeestjes heeft gekocht. Ik krijg het gewoon niet voor elkaar.

De ‘naschoolse activiteiten’

Het is niet alleen school, het is alles wat daarbij komt kijken: koffieochtenden, knutselactiviteiten, kijkochtenden, helpen met de versiering, lege potjes inleveren, maaltijden bereiden voor de eindejaarsmaaltijd, gesprekjes over de voortgang, speelafspraakjes met kinderen, geleende sokken teruggeven, zoekgeraakte bekers weer boven water krijgen, na een half jaar te horen krijgen dat je dochter al die tijd in d’r ondergoed gymt omdat ze haar gymspullen (alweer) zo lang kwijt is, schrijven van Sinterklaasgedichten en maken van surprises, het regelen van een kerstmuts voor een kooroptreden, het aantrekken van een foute kersttrui voor de middelste op foute kersttruiendag…

Hoe doen jullie dat!?

Ik kijk altijd met grote ogen naar andere ouders die voor mijn gevoel altijd zo georganiseerd zijn. Die netjes met volle tassen – uitgespoelde! – lege potjes naar school komen voor een of andere kerstactiviteit, hun kinderen met twee dezelfde sokken (waar blijven alle sokken in vredesnaam!) aan en nette vlechten in hun haar. Ik sta al om 6u op, maar helaas kan ik toch lang niet alles afvinken van deze lijst.

De clubjes, sport, afspraakjes…

Maar het is niet alleen school. Het gaat nog veel verder. Na school zijn er de sportclubs: turnen, zwemles, korfbal… Er gaan ik weet niet hoeveel nieuwsbrieven en andere meldingen de deur uit per week. Of er geholpen kan worden met…, wie er beschikbaar is op…, welke tijd gaat de voorkeur naar uit, het is de laatste week om het wedstrijd pakje te betalen, welke maat heeft uw zoon, deze week krijgt uw kind een boekje mee voor de grote clubactie, en de week erop krijgt mijn andere kind een formulier om zoveel mogelijk speculaaspoppen te verkopen.

De dooddoener: het is druk

Komt erop neer dat dat spaarboekje bij het oud papier is beland, het geld voor het pakje pas een week later kwam, we dit jaar geen speculaaspoppen hadden en mijn dochter stelselmatig vergat om haar koorboekje mee te nemen als ze moest oefenen. We hadden het immers nogal druk met het begeleiden van het maken van de surprise, en in navolging daarvan, met het weghalen van alle bruine verf op zo mogelijk alle objecten in diezelfde ruimte. Alsof ze de verf in een centrifuge hadden gestopt.

Kiezen

Misschien is het een gebrek aan organisatorisch vermogen. Vast wel, het kan vast beter. Maar het lukt me niet. Het is gewoon niet mijn talent, en met zoveel andere zaken die ook de aandacht vragen heb ik het gevoel dat je keuzes moet maken. Je kunt immers niet overál aan denken, als er zoveel van je verwacht en gevraagd wordt. Wil niet zeggen dat ik het onbelangrijk of stom vindt, wat er allemaal wordt gedaan voor en met de kinderen. Maar het betekent voor mij simpelweg dat ik niet overal aan mee kan doen. Kiezen betekent dat je de dingen waar je niet voor kiest, tekort doet.

Niet perfect

Dat is een lastig gevoel in onze prestatiegerichte maatschappij, waarin alles maar beter, sneller en meer moet. Toch is precies dát het gevoel dat steeds in het ouderschap ook naar voren komt, en waar veel ouders moeite mee hebben. Probeer alle ‘verwachtingen’ die aan ons als ouders of als gezin worden gesteld daarom te zien als mogelijkheden, in plaats van verplichtingen. Wat vind jij belangrijk als ouder en waar denk je dat je kind zich het fijnst bij voelt? Zet dáár op in, en dan kristalliseren de andere zaken zich vanzelf meer uit.

Ouderschap is soms geen feestje!

Ouderschap is soms geen feestje!

Moeder zijn is keihard werken

“Jij bent de enige, echt de enige, die durft toe te geven dat het ouderschap niet alleen maar rozengeur en maneschijn is. De enige! In mijn hele omgeving is er niemand die dat ook maar een beetje laat blijken. Al die tijd heb ik in de veronderstelling geleefd dat ik het fout deed, dat het aan mij lag. Dat het alleen maar bij mij mis ging. Dat ik dat echt niet kon, moeder zijn.”

Dit zei een moeder een tijdje terug tegen me. Ze had mijn blogs gelezen en het was volgens haar een verademing. Ik, aan de andere kant, wist niet wat ik hóórde! Wat zeg je nou, hebben jullie het er dan niet onderling over? Is er geen openheid tussen ouders onderling of tussen vrienden? Nee, deze moeder gaf aan dat er een taboe heerst over ouderschap. Blijkbaar mag er niet over moeilijkheden of onzekerheden gepraat worden. Ik was geschokt!

 

Taboe over opvoeden

Maar het motiveerde me enorm om met mijn schrijven door te gaan. Al heel lang merk ik dat er online een schroom bestaat om te reageren, maar offline krijg ik des te meer reacties. Via via hoor ik dat er over wordt gesproken en soms spreken vreemden mij er ineens op aan. Dat is fijn, want mijn doel is júist om het taboe te doorbreken. Ik doe vrijwel niet anders: op mijn werk praat ik dagelijks over het ouderschap, hoe pittig dit is, en hoe moeilijk het soms lijkt om het goed te doen. En tegelijkertijd hoe belangrijk het ook is om vooral dicht bij jezelf te blijven en je eigen intuïtie te volgen.

 

Wanneer doe je het goed?

Blijkbaar is er in onze maatschappij zóveel aan informatie beschikbaar, dat er door de bomen het bos niet meer wordt gezien. Tegenstrijdige berichten van Jan en Alleman die er een mening over hebben, mensen die zich ‘expert’ noemen of ‘ervaringsdeskundige’ met twijfelachtige achtergronden, maar wel zeer invloedrijk zijn op bijvoorbeeld social media. Ik snap de onzekerheid van ouders, want wanneer weet je nou wat je moet geloven?

 

Vertrouwen op je intuïtie

Dezelfde moeder gaf aan dat zij zo in de war was gebracht, dat zij zelfs een tijd heeft gehad dat zij niet meer naar haar intuïtie luisterde. In dit geval hechtte zij teveel waarde aan haar omgeving, die had geroepen dat ouders te snel aan de bel trokken, te snel bij de huisarts zaten en wilde zij vooral niet als ‘aansteller’ gezien worden. Hierdoor wachtte zij langer dan gebruikelijk met naar de huisarts gaan, waar later bleek dat haar kindje wel degelijk erg ziek was.

 

Natuurlijk ouderschap

Meer dan eens voer ik met ouders het gesprek hierover, want gelukkig is ouderschap in de basis iets heel natuurlijks. Het is niet zo dat je vanzelfsprekend alles goed doet als ouder, maar dat is gelukkig ook niet nodig. Sterker nog, wanneer wij over ‘goed’ ouderschap praten (voor zover je zoïets complex in een hokje kunt duwen), is maar zo’n 30% van ons handelen afgestemd op onze kinderen. En dat is voldoende. In de praktijk betekent het, dat je als ouder vaak intuïtief aanvoelt dat er iets met je kindje is, of wat er met je kind is.

 

Jij bent de expert!

Niet ik ben de expert als het om opvoeden gaat, maar jij. Jij, want jij bent de ouder. Jij kent je kind al vanaf de geboorte, of misschien zelfs al eerder, tijdens de zwangerschap. Jij staat het dichtst bij de ontwikkeling, hebt het meeste meegemaakt, gezien en ervaren met je kind. Je groeit met je kind mee, en je kind is een deel van jou, en om die reden zou ik het nooit beter kunnen doen dan jij. Wanneer ouders bij me komen, soms ten einde raad, en iets zeggen in de trant van “ja, zeg jij het maar, jij hebt ervoor geleerd”, is het daarom altijd nodig dit idee bij te stellen.

 

Samen kijken wat nodig is

Wat ik doe, is enkel van een afstand (die je als ouder logischerwijs niet hebt) helpen met het teruggeven van wat ik zie, het helpen reflecteren, het stellen van vragen waarop de ouder zélf een antwoord mag geven, die leidt tot meer inzicht. Jij als ouder mag de betekenis geven aan dit alles. Natuurlijk geef ik wel adviezen, of leg ik dingen uit, maar is niet de essentie. Mijn doel van deze gesprekken is leren om ouders te laten vertrouwen op hun intuïtie. Op hun oerinstinct. En samen, als team, kunnen we vervolgens kijken wat jij of kind nodig hebben om goed verder te ontwikkelen.

 

Open over opvoeden

Blijkbaar mag ik mij gelukkig prijzen dat ik vrienden om me heen heb, waarin er veel openheid is. We plakken onze kinderen wekelijks onder denkbeeldig behang of zetten ze op marktplaats in de categorie gratis af te halen. Wekelijks praten we over hoe pittig het is, dat moeder zijn. En we snakken meerdere keren per jaar naar een escape, even een weekendje vrij van al dat ‘gemoeder’. Helaas is de praktijk dat dat weekendje vrij hooguit 1x per jaar is. Want ook dat is het leven: het zorgen gaat maar door en door.

 

Schone schijn ophouden

Laatst sprak ik weer af met vrienden, en één van hen vertelde dat mijn artikel was gelezen door een vriendin van een vriendin (etc.) die het zo fijn vond om te lezen dat er eens ‘gewoon’ werd geschreven over kinderen. Dat ze soms het bloed onder je nagels vandaan halen en je tot wanhoop drijven. Het was in haar omgeving, tussen vrienden, op het schoolplein, langs het sportveld, totaal geen gespreksonderwerp. Sterker nog, het werd keihard ontkent! Alle ouders die zij sprak, deden voorkomen alsof hun kinderen nooit onderling ruzie maakten of op een andere manier niet voorbeeldig waren.

 

Opvoeden is keihard werken!

Waarom maken wij het elkaar als ouders zo moeilijk? Waarom zijn we zo hard voor elkaar en houden we die schone schijn op? Want natuurlijk is dat complete lariekoek. Opvoeden kan ontzettend leuk zijn en ja, ‘je krijgt er zoveel voor terug’, maar bovenal is het gewoon keihard werken. Je leven draait zeker de eerste jaren compleet om de kleintjes en al je eigen dingen moet je daar maar omheen passen. Niet zo gek dat veel ouders heel blij zijn als hun kroost op bed ligt en zij uitgeblust op de bank neer kunnen ploffen.

 

Je bent niet de enige

Bij deze wil ik daarom een oproep doen aan alle ouders: wees eens gewoon eerlijk naar jezelf en anderen. Het scheelt zoveel onzekerheid, zoveel verdriet en faalgevoelens, wat in stand wordt gehouden door voor mij onbekende redenen. Laten we voortaan gewoon zeggen hoe het is en een beetje lief voor elkaar zijn. Want uit ervaring weet ik hoe fijn dat is. De herkenning bij anderen: ‘gelukkig, ik ben niet de enige’. Want je bent echt niet de enige.

 

Waarom ik niet stofzuig door de weeks

Waarom ik niet stofzuig door de weeks

Huishouden versus gezin

“Nee, ik ben ermee gestopt. Of misschien was ik er wel nooit aan begonnen. Hoe dan ook, ik stofzuig niet door de weeks. Betekent dat dan dat ik in een smerig huishouden woon? Nee. Misschien wel die van Jan Steen, maar smerig is het dan weer niet.”

Goede huisvrouw dus goede moeder?

Dit blogonderwerp was één van de eersten op mijn lijstje. En toch duurde het meer dan een jaar voordat het nu op papier staat. Er zit namelijk wat schroom in het schrijven van dit stuk. Toen ik het er laatst wéér over had met andere moeders, was voor mij opnieuw de bevestiging: een goede moeder wordt je niet per se door een goed huishouden te draaien. En waarschijnlijk schop ik nu heel wat mensen tegen de schenen, maar dat moet ik dan maar voor lief nemen. Ik ben immers ook niet perfect. Misschien wel orthopedagoog-generalist, maar beslist geen perfecte moeder. Gelukkig maar.

Bewondering

Nog steeds kom ik bij mensen thuis, bij wie het huis er altijd tiptop uitziet. Van schoongeboende meubels, tot de hipste decoraties overal. Waarbij je geen stof ziet opdwarrelen als je je vinger over een lijstje haalt of op een kussen slaat. Ik snap nog steeds niet hoe die mensen het voor elkaar krijgen, en ik heb dan ook diepe bewondering voor hun ijver. Het lukt mij namelijk niet.

De hele dag opruimen

Het is ongelogen: ik kan echt bekaf zijn als Steef aan het einde van zijn werkdag binnen komt. Op zijn gezicht lees ik een frons af die maar één ding kan betekenen: “het is nog steeds net zo’n rommel als vanmorgen toen ik wegging.” Het is maar moeilijk te geloven dat ik 14.000 stappen heb gemaakt (bedankt fitbit), 40 paar schoenen terug de kast in heb geholpen, 6 bekers drinken heb opgedweild, 15x de veger en blik of bezem erbij heb moeten pakken, 30 trappen heb gelopen (nogmaals bedankt fitbit)  en 9km heb afgelegd op een oppervlak van 70m2, met als eindresultaat dezelfde klerenbede als die ochtend.

Dweilen met de kraan open

To-do lijstjes en voornemens lachen mij keihard uit als ik thuis ben. Het is dweilen met de kraan open. Behalve dat ik niet écht dweil (dat doet Steef). Dus heb ik me er maar bij neergelegd. Het is bij ons nou eenmaal een rommel, en ik krijg het nooit zo schoon en opgeruimd als ik zou willen. Toen we ons huis te koop hadden staan en er foto’s genomen moesten worden, was het voor het eerst in de 8 jaar die we er woonden écht schoon. Het koste ons heel wat vrije uurtjes en hulp van derden. Daaruit trok ik opnieuw mijn conclusie: blijkbaar is dit iets wat ons niet lukt. Het zij zo.

Bewust niet stofzuigen

Ik kan me ervoor schamen, ik kan het ook accepteren. Hoe jaloers ik ook ben op mensen die spik en span wonen, ik zou het toch niet zo willen hebben. Ik vind het namelijk té belangrijk om tijd door te brengen met onze kinderen en mijn spaarzame vrije tijd te gebruiken op een manier die me gelukkig maakt, dat ik bewust het huishouden laat zitten. Ja, je leest het goed: ik stofzuig bewust niet, ook al voel ik de kruimels onder m’n sokken kraken, als ik ook samen met mijn kinderen kan gaan fietsen, cakejes kan bakken of gewoon een speeldate kan regelen.

Prioriteiten stellen

Dus veeg ik de kruimels van mijn voeten voor ik mij met mijn kroost op de bank nestel, of schop ik de stapel schoenen aan de kant om de deur achter me dicht te kunnen trekken, omdat ik ga sporten. Ik geniet van het gekeutel om mij heen, hun stemmen, hun spel. Ik geef ze te drinken, kom bij ze zitten, vraag ze naar hun dag, neem ze mee naar buiten en ga samen met ze schommelen en voetballen in de speeltuin. Ik schuif de was aan de kant, laat het stof zich verzamelen op de kasten, want: dat heeft nu geen prioriteit.

Ondankbaar

Los van het feit dat ik er een hekel aan heb, aan al dat opruimen en schoonmaken, is het ook nog eens de meest ondankbare taak die er bestaat. Heb je net het hele huis schoongemaakt, wordt er een glas melk over de grond gekieperd of zit Signe tot haar polsen in de appelstroop te graven.

Deze tijd komt nooit meer terug

Deze dag komt nooit meer terug. De kindertijd komt nooit meer terug. Geniet ervan, wees erbij, wees nabij. Wees onderdeel van het leven en de belevingswereld van je kind. Want ze zullen nooit meer klein zijn. En helaas maar al te vaak zal de afstand toenemen naarmate kinderen groter groeien. Het huishouden daarentegen: dat blijft altijd, komt altijd terug en zal nooit minder worden.

De druk eraf

Om deze redenen wil ik bij jou, en ook bij mijzelf, de druk eraf halen om maar perfect te zijn, een perfect huishouden te runnen. Als het ons is gegund zullen wij straks, in ons nieuwe huis, een hulp in de huishouding aannemen. Decadent? Zeker. Maar onze tijd met de kinderen is te waardevol om te verspillen aan onnodige huishoudelijke taken.

 

 

Een weekendje weg

Een weekendje weg

Even zonder kinderen

Ken je dat? Je verlangt er al maanden naar: even tijd samen doorbrengen met je man, vrouw of vrienden. Even zonder kinderen. Al bijna een jaar staat een weekendje rood omcirkeld: dan is zover. Meidenweekend. Een paar dagen weg met je liefde. Of een dagje voor jezelf, zo je wilt.

Verantwoordelijkheidsgevoel

En dan is het zo ver. Je huppelt nog net niet de deur uit van enthousiasme. Héérlijk, even niet moederen, even die druk eraf. Niet die constante druk van dat verantwoordelijkheidsgevoel: waar zijn de kinderen, wat doen ze, gaat het nog goed? In plaats daarvan slenter je door de stad, ga je als vanouds drankjes doen op een terras, bezoek je eindelijk eens op je gemak een tentoonstelling zonder steeds ‘shhhht’ te moeten sissen of achter je kroost aan te moeten rennen. Je kijkt eindelijk eens een film waar je langer dan 5 minuten achtereen je aandacht op kan vestigen. Of je gaat ein-de-lijk uit eten bij die leuke tent waar iedereen het al 3 jaar over heeft. Heaven.

Slapen en uitslapen

Ja, en dan heb ik het nog niet over de nachten. Ongegeneerd wijn drinken met vriendinnen zonder je zorgen te maken over de volgende ochtend. Want… *tromgeroffel* …je kan eindelijk uitslapen! Niet dat je dat nog kan trouwens. Je wordt gewoon om 6.00u wakker omdat je door de jaren heen zo gedrild bent om in dit medogenloze ritme van je kind mee te gaan. Maar toch! Je draait je gewoon om en er is niemand die daar tegen protesteert. Geen sneaky trippelende voetjes naar de keuken die vervolgens op zoek gaan naar de strooppot om zichzelf van een vervroegd ontbijt te voorzien. Geen gezeur aan je hoofd (“maaaaaahaaaam, mogen we tv kijken? Pleeeeeeaaaaase?”) op goddeloze tijdstippen, maar enkel je eigen gesnurk en een bed voor jezelf.

Geniet er maar van, nu het nog kan

Ik weet nog goed dat jan en alleman tegen me riep: “geniet er nog maar van, nu het nog kan!” toen ik zwanger was van de eerste. Geen idee waar ze het over hadden. Hoe kun je in vredesnaam méér van iets genieten als je niet beter weet? Nou lieve mensen (nog) zonder kinderen: dat kan ook niet. Je snapt pas waar het over gaat als het eenmaal zover is. Cliché, maar niet minder waar.

Denken aan thuis

Even terug naar het begin. Je huppelt dus uit huis en denkt: ‘ik ga hier zó van genieten!’ En dat doe je ook. Je denkt misschien zélfs: ‘echt niet dat ik thuis ga missen, het kan mij niet lang genoeg duren’. Of ben ik nu een ontaarde moeder met deze voorzichtige bekentenis? Nou goed. Eenmaal 6 uur onderweg voel je je al koning te rijk. De slappe lach met vriendinnen, lunchen tot je erbij neervalt en de eerste wijntjes kunnen al van de bucketlist worden weggestreept. En dan komt het: je denkt aan thuis. ‘Hoe zou het met de kinderen gaan? Zijn ze lief gaan slapen? Lukt het allemaal wel?’ En het eerste appje naar het thuisfront is een feit.

Ik mis de kinderen

Dan lig je ’s avonds in bed, een vreemd bed en ineens is het gevoel daar weer: je mist ze. Omdat je toch niet goed in slaap komt open je je foto’s op je telefoon en scrolt melancholisch en met een dromerige glimlach door de foto’s. Pas 12 uur van huis en het gemis is voelbaar. De volgende ochtend maakt je hart een sprongetje als de ‘goedemorgen mama’ foto’s bij het ontbijt binnenkomen. De rest van de dag maak je ontzettend veel lol, doe je alles wat je met de kinderen niet zou doen en geniet je van elk moment.

Thuiskomen

En tóch sluipt er een steeds sterker wordend gevoel in: het gemis. Het weekend gaat veel te snel voorbij, en zonder het aan je vrienden te willen toegeven, kijk je toch reikhalzend uit naar thuiskomen. Naar de knuffels en nabijheid van je kinderen. En misschien verwacht je nu dat ik ga zeggen dat de hereniging prachtig is. Dat er in slow-motion met harpmuziek en big smiles naar elkaar wordt toegerend. Maar de werkelijkheid is bij mij anders.

De werkelijkheid

Natuurlijk geniet ik van het weerzien van het thuisfront, krijg ik extra veel knuffels en kusjes, en als ik mazzel heb nog wat verhalen over belevenissen. De werkelijkheid is echter dat deze romantische bubbel ongeveer 3,5 minuut duurt. Dan begint het namelijk weer van voor af aan: er wordt aan haren getrokken, bekers limonade gaan omver, er wordt geschreeuw, de stapt op een stukje lego of kan elkaar niet verstaan door het lawaai dat de kinderen maken. Welkom thuis mama.

Mijn ideaalplaatje op de universiteit

Mijn ideaalplaatje op de universiteit

Dromen van de toekomst

Toen ik op de universiteit zat, had ik een ideaalplaatje geschetst van mijn toekomst. Ik was inmiddels al een poosje aan het studeren na de pabo en hbo pedagogiek en ik keek er naar uit om aan de slag te gaan. De stage in het laatste jaar was dan ook het leukste onderdeel van de opleiding. En, kenmerkend voor wie ik ben, als ik iets in mijn hoofd heb, dan wil ik het ook zo. Ik kan me daarin vastbijten en blijven volhouden.

Eigen baas

Zo was het toen ook. Ik zag het al helemaal voor me: zelfstandig ondernemer, een eigen praktijk, mijn eigen uren indelen en helemaal eigen baas zijn. Een rooskleurig plaatje inderdaad. Omdat ik dat zo graag wilde, solliciteerde ik alleen maar bij kleine praktijken, want een instelling trok me totaal niet. Dat is trouwens onveranderd gebleven. Maar mijn beeld van het ondernemerschap daarentegen… dat heb ik toch flink moeten bijstellen.

Wat erbij komt kijken

Ik had de mazzel dat ik inderdaad werd aangenomen in een kleine praktijk, en ook nog dicht bij huis. Wat een geluk! En het was een top plek. Ik leerde ontzettend veel in korte tijd en kreeg een gedegen beeld van het hebben van een eigen praktijk. Het was alsof het zo had moeten zijn, want de andere werknemer was bezig met het zoeken van een huis en een baan in de omgeving van Amsterdam, waardoor er na mijn stagetijd een plek zou vrijkomen om te werken in de praktijk.

Jong moeder

Ook toen was ik een bezige bij, want ik had niet alleen ambities voor mijn carrière, ik wilde ook dolgraag jong moeder worden. Nog liever zelfs, want carrière maken kon daarna altijd nog, zo redeneerde ik. En na een klein jaar proberen, raakte ik inderdaad zwanger. Tijdens mijn stagejaar inderdaad. Dat masterjaar heb ik met 36 weken mijn eindpresentatie gehouden en met een 4 weken oude baby mijn diploma opgehaald. Er bestaat natuurlijk geen timing van het krijgen van een kind, maar toch was dat bij ons perfect.

Lekker in loondienst

Nog even terug naar mijn stageperiode. Ik had al snel in de gaten dat mijn droomplaatje van het runnen van je eigen praktijk een behoorlijke utopie was. Het was gewoon keihard werken. Mijn werkgever was voor mijn gevoel dag en nacht bezig en al die indirecte werkzaamheden werden nu pas zichtbaar. Toen de andere werknemer aangaf dat zij weg zou gaan, deed ik daarom van binnen een vreugdedansje, want misschien maakte ik kans op haar baantje. In loondienst, want dat klonk ineens een stuk aantrekkelijker.

Afgestudeerd, maar niet klaar

Toch heb ik de wens voor een eigen praktijk nooit verworpen. Maar zwanger en binnenkort moeder, schoof ik dat idee wel even op de lange baan. Dat moest ook wel, zo bleek, want ik kwam er ook achter dat mijn master diploma in de praktijk nauwelijks iets waard was. Dat was een smack in the face. Na een universitaire studie mocht ik volgens de wetgeving geen behandelingen doen! Ik was behoorlijk gedesillusioneerd, want daarover wordt tijdens de opleiding nauwelijks gerept. Met het volgen van vakken als ‘behandeling’ wordt bovendien gesuggereerd dat dit ook is waarvoor je wordt opgeleid. Helaas, niets bleek minder waar.

Praten over de toekomst

Toen duidelijk was dat ik inderdaad in loondienst mocht blijven, hebben we direct ook over de toekomst gesproken. Want voor mijn werkgever was het tenslotte ook waardevol als ik kon behandelen. Leergierig als ik was, wilde ik alles aanpakken en alle cursussen en opleidingen klonken interessant. Maar ik was naïef. Ik had me van tevoren onvoldoende verdiept in dit traject en was, achteraf, onvoldoende voorgelicht door de universiteit over deze onderwerpen. Ik kon onvoldoende overzien wat voor me lag en wat dit voor consequenties had. Ik ben toen, nog in mijn zwangerschap, begonnen met mijn eerste nascholing. Het was de start van een jarenlang traject, waarover ik een andere keer vertel.