Archief van
Tag: leren

Zomerschool 2017

Zomerschool 2017

Naar school in de vakantie

Meia gaat naar de zomerschool. ‘Huh? Naar school in je vakantie? Wat doe je je kind aan?’ En toch is het super populair! Sinds vorig jaar is dit initiatief gestart in Dordrecht. Ik wist toen van het bestaan niet af en de school van onze kinderen deed er ook niet aan mee, dus het was ook niet aan de orde. Maar dit jaar kregen de kinderen vanaf groep 3 een briefje mee naar huis: of ze mee wilden doen aan de zomerschool.

Gemotiveerd

De laatste 2 weken van de vakantie gaan de kinderen naar ‘school‘. Maar alléén als je echt gemotiveerd bent. Zo werd er op school een presentatie gegeven over wat de zomerschool inhield en moesten de kinderen op ‘sollicitatie’ met de organisatoren om aan te tonen dat zij echt wilden. Wat houdt het in? Kort gezegd is het 10 dagen lang een combinatie van spelen, sport en leren. ’s Ochtends worden er bijvoorbeeld spelletjes gedaan rondom taal, spelling of rekenen. Tussen de middag wordt er samen geluncht en daarna is er de hele middag tijd voor spelletjes en sporten om de stof van die ochtend te verwerken.

Lange vakantie

De kinderen komen van verschillende scholen, die samenkomen op één plek. In totaal is er in Dordrecht op 3 plekken een zomerschool dit jaar en ze hopen dit komende jaren verder uit te breiden. Zoals ik eerder schreef is deze zomervakantie weer een beetje rommelig. We gaan niet op vakantie, en dan duren 6 weken best lang. Normaal gesproken zijn zomervakanties voor ons een behoorlijke uitdaging. Andere ouders heb ik het wel eens ‘de vloek van de zomervakantie’ horen noemen. Want het is nu eenmaal zo dat de meeste kinderen behoefte hebben aan de structuur en het vanzelfsprekende dagritme, zoals ze die kennen van het naar school gaan. De 6 weken zonder deze structuur drijft menig ouder tot wanhoop met hun kind.

Bewegend leren

Dus was ik heel erg blij dat Meia zo enthousiast werd van het idee van de zomerschool. Ze houdt ontzettend van gym en sport en dat er tijdens de vakantie geen sport is, is dan ook een gemis. Dat was de grootste motivatie om hier aan mee te doen: lekker actief bezig zijn. Daarnaast kan de hersengymnastiek geen kwaad, want ook daar kan ze wat energie in kwijt. Gelukkig wordt er in samenwerking met de scholen waar de kinderen vandaan komen, gekeken hoe het lesprogramma van de zomerschool zoveel mogelijk op maat kan worden gemaakt. Zo krijgt Meia gelukkig voldoende uitdaging en haalt ze voldoening uit deze dagen.

Activiteiten voor ouders

Maandag was een feestelijke opening: de kinderen werden onthaald met muziek, een springkussen en een polo-shirt van de zomerschool. Toen Meia bekenden zag van haar eigen school, was het ijs zo gebroken. Wat een leuke toevoeging is, is dat er activiteiten worden georganiseerd waaraan ouders ook mee kunnen doen. Een tip voor de volgende keer is wel om deze eerder bekend te maken, zodat ouders hun eigen planning er beter op kunnen aanpassen.

Andere kinderen

Ik ben blij dat dit wordt georganiseerd in onze stad. Meia heeft een leuke daginvulling en zo komt er ook even wat tijd vrij voor de jongste twee. Het is namelijk voor Fosse, als middelste kind, ook wel heel erg lekker om af en toe even de oudste te kunnen zijn, en ongestoord je gang te kunnen gaan zonder bemoeienissen van je grote zus. Voor iedereen wat winst dus. En wie weet, volgend jaar weer?

 

 

Zomeractiviteiten voor kinderen in Dordrecht

Zomeractiviteiten voor kinderen in Dordrecht

Niet op vakantie? Genoeg te doen!

We gaan deze zomer niet op vakantie. Balen? Nee eigenlijk niet. Natuurlijk ben ik stikjaloers op alle mooie plannen die mensen om ons heen gaan maken over de hele wereld, maar toch heb ik heel veel zin in deze zomer. Want met zo’n mooi klusproject waar we ons op storten, voelt elke dag dat we daarmee bezig zijn, als een stapje dichter bij ons doel. Bovendien gaan we ontzettend veel leuke dingen doen. Ik neem jullie mee in de leuke, vaak gratis, activiteiten in onze mooie stad Dordrecht. We komen dagen tekort!

Naar buiten en op pad!

Op vakantie gaan we niet, maar ik heb wel veel meer vrij deze maanden. Onze nanny is met zwangerschapsverlof, en om de rust waar het kon te bewaren, hebben we gekozen om haar verlof met onze eigen vrije dagen op te vangen. Stiekem voelt dat ook als een part-time vakantie: het is bepaald geen straf om vaker thuis en buiten te zijn met dat heerlijke weer! Genoeg tijd om er lekker op uit te trekken. Om het overzichtelijk te maken, heb ik alvast alles op een rijtje gezet voor jullie.

Zomerzwerfkaart

Ook dit jaar is er weer de zomerzwerfkaart. Een leuk initiatief voor de Dordtse kinderen, waarbij je stempels kunt verzamelen door activiteiten te doen door heel Dordrecht. Met een volle stempelkaart haal je gratis een ijsje. Wij zijn al in het bezit van een museumkaart, waarmee je toegang hebt tot nóg meer extra leuke activiteiten. Komen ze aan:

Juli

Maandag 10 juli:

Dinsdag 11 juli:

  • workshop kunst&design, theater of muziek (6+) bij ToBe

Woensdag 12 juli:

Donderdag 13 juli:

  • workshop kunst&design, theater of muziek (6+) bij ToBe
  • natuurverzameltocht (4+) van 10.30u tot 12.00u in de tuin van den Witten Haen

Vrijdag 14 juli:

Woensdag 19 juli:

Donderdag 20 juli:

Vrijdag 21 juli:

Dinsdag 25 juli:

Woensdag 26 juli:

Donderdag 27 juli:

Vrijdag 28 juli:

Zaterdag 29 juli:

 

Augustus

Dinsdag 1 augustus:

Woensdag 2 augustus:

Donderdag 3 augustus:

Vrijdag 4 augustus:

  • workshop dromen vangen in het onderwijsmuseum  van 12.00-13.00u

Dinsdag 8 augustus:

Woensdag 9 augustus:

Donderdag 10 augustus:

Vrijdag 11 augustus:

Dinsdag 15 augustus:

Woensdag 16 augustus:

Vrijdag 18 augustus:

Doen in Dordt

Heb je nog leuke aanvullingen voor op het overzicht? Laat het me weten, en ik voeg ze toe aan de lijst!

 

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

De belangrijkste opleidingen

In mijn registratietraject, die grofweg vijf jaar besloeg, heb ik meerdere ontwikkelingen doorgemaakt. Ik heb ontdekt waar mijn interesses lagen, waar mijn sterktes en zwaktes lagen en misschien wel het belangrijkste: ik heb mijn visie ontwikkeld. Mijn visie op de hulpverlening, op de hulpverlener die ik wil zijn. Dat had, logischerwijs, wel even tijd nodig.

De eerste opleiding

Ik startte mijn traject door een van de vele nascholingsgidsen open te slaan en langs alle titels van de verschillende cursussen te scannen. Het criterium was in eerste instantie: wat lijkt me leuk? Ik had net de universiteit afgerond, en was in mijn naïviteit in de veronderstelling dat ik dus al behoorlijk wat wist. Dat ik dat mis had, werd me (gelukkig) al heel snel duidelijk. Sterker nog, hoe meer ik heb geleerd, hoe meer vragen het heeft opgeroepen en hoe meer het mij nieuwsgierig maakt naar andere dingen.

Oplossingsgerichte therapie

Mijn eerste cursus was de cursus oplossingsgerichte therapie. Dat was een goede start. Het is een therapievorm die uitgaat van de kracht en mogelijkheden van de cliënt, een hele positieve therapievorm die vooral geschikt is voor het gebruik bij milde problematiek. Het kan prima gebruikt worden als gesprekstechniek naast andere interventies. Nog steeds is de oplossingsgerichte manier van werken iets wat we veel gebruiken, wat mij ook een houvast geeft op de momenten dat ik bijvoorbeeld even geen goeie vraag weet te bedenken. Het geeft richting voor de therapeut en hoop voor de cliënt.

ADHD

Onder de indruk van het hele volgen van nascholing begon ik enthousiast aan de tweede cursus, over ADHD. Dit bleek helaas een misser. Het gaf me niet wat ik hoopte, en ik baalde dat ik de ruim 700 euro’s van die cursus voor mijn ogen zag verdampen in teleurstelling. Nouja, fouten maak je om ervan te leren, dus trok ik hier lering uit: beter letten op de docent, op recensies van anderen, het opleidingsinstituut en kritischer zijn in het kiezen van onderwerpen. Weten we dat ook weer.

Cognitieve gedragstherapie

Toen ik na mijn bevalling van Meia echt serieus aan de bak wilde, besloot ik het grootser aan te pakken en te kiezen voor een grote opleiding: die van de cognitieve gedragstherapie (CGT). Ik dacht namelijk, door wat er op de universiteit geleerd werd en in de boeken te lezen is, dat deze therapievorm een Heilig Goed was. Als je dat kon, dan was je wat waard.

Literatuur

Afijn, dus ging ik met kriebels in mijn buik naar de opleiding. Ik moest geloof ik wel een paar keer slikken en flink op m’n hoofd krabben toen ik de docent met een grote bagagewagen de cursusmappen naar binnen zag rijden. Godzijdank was ik met de auto, want hoe had ik in vredesnaam die 4 Gigantische mappen mee kunnen krijgen!?

Gedragsmodificatie

Vanaf dat moment begon het ‘echte werk’. Ik zat avonden te ploeteren op kilometers tekst en maakte me druk om de toets die elke cursusdag zou worden afgenomen. Ik moest mezelf onder de loep nemen met een gedragsmodificatie opdracht. In gewone taal: ik ging mezelf afleren mijn kleren op de stoel te gooien als ik naar bed ging en aanleren om ze, in plaats daarvan, netjes in de kast op te hangen.

Zelfvertrouwen

Het lukte. Ik kreeg, tot mijn eigen verbazing, de stof onder de knie, mijn leeswerk op tijd af en opdrachten ingeleverd. Elke week leerde ik weer nieuwe interventies die ik in mijn werk kon toepassen. Ik maakte mijn cliënten tot gewillige slachtoffers van mijn nieuwe kennis, en met hun vooruitgang groeide mijn zelfvertrouwen. Toen ik merkte dat mijn eigen gedrag ook daadwerkelijk veranderde (er lagen inmiddels meer kleren in de kast, dan er buiten), was dit een extra motivatie om ermee door te gaan.

Symbooldrama

Ik deed daarna nog twee vervolgcursussen van de cognitieve gedragstherapie, ook omdat ik met de gedachte speelde om hierbinnen eventueel ooit een registratie te halen. Maar tegelijkertijd maakte ik een totaal andere keuze. Ik had in mijn werk vaak bij cliënten van mijn collega gezeten, met wie ze symbooldrama deed. Ik was altijd verwonderd wat hier nu precies gebeurde en begreep er geen zak van hoe die kinderen zich zo snel beter gingen voelen. Dat was mijn simpele motivatie om die opleiding te gaan doen.

Twee kanten van de medaille

Dus startte ik, parallel aan de cognitieve gedragstherapie, ook met de opleiding symbooldrama. Later bleek dit een ontzettend slechte timing, omdat ik daardoor twee zware trajecten naast elkaar liet lopen. De impact daarvan had ik volledig onderschat, maar het heeft uiteindelijk wel geholpen in mijn vorming en het maken van keuzes. In deze opleiding werd voor mijn gevoel de andere kant van de medaille belicht. Waar de cognitieve gedragstherapie een meer verbale, rationele therapie is, gaat symbooldrama veel meer over het voelen en ervaren, het non-verbale.

Je eigen leerproces

In deze opleiding moet je zelf aan de slag. Je leert de therapie, door het zelf te ondergaan. En dat is niet altijd gemakkelijk, maar wel de enige manier om te begrijpen hoe het werkt en om je cliënten goed te snappen. Door dit leerproces werd me ineens heel veel duidelijk: hoe mooi en effectief de CGT ook is, het is niet volledig of zaligmakend, zoals ik in het begin dacht. Een andere keer zal ik dieper ingaan op het opleidingstraject van de symbooldrama.

Willen begrijpen

Door deze verschillende ervaringen, stelde ik mijn eigen opleidingstraject bij. Ik wijzigde mijn koers van het rationele, naar het meer leren begrijpen van gedrag en emoties. Omdat ik zelf net moeder was geworden van inmiddels 2 kinderen, was ik tegelijkertijd ontzettend geïnteresseerd in de ontwikkeling van jonge kinderen. Dus besloot ik een andere, grote cursus te volgen in de psychopathologie en diagnostiek van jongere kinderen.

Jonge kinderen

In deze cursus, waar ik nog nooit zoveel literatuur in korte tijd heb gelezen als toen, heb ik zó waanzinnig veel geleerd, dat ik voor mijn gevoel eindelijk de basis als therapeut kreeg waar ik naar op zoek was geweest. Zonder het zelf te weten. In deze opleiding werd mij geleerd hoe de ontwikkeling van jonge kinderen loopt, die niet los is te zien van de relatie met zijn omgeving. Dus hoe het gaat tussen ouders en kinderen.

Nog lang niet klaar

Wat ik vooral heel waardevol vond, waren de parallellen die werden gelegd tussen de vroege ontwikkeling en het gedrag op latere leeftijd. Gedrag wat wij als volwassene laten zien, heeft uiteindelijk de oorsprong in de eerste jaren. In deze opleidingen heb ik me o.a. verdiept in de visie van de Infant Mental Health en de methode van Floorplay. Ik ben nog altijd niet uitgeleerd op dit gebied, en heb nog stapels boeken in de kast die ik moet (wil) lezen.

Een volgende keer vertel ik meer over dit registratietraject.

 

 

Waarom wij voor Montessori kozen

Waarom wij voor Montessori kozen

“Laatst vroeg ik via Facebook  waar de volgende blog over moest gaan. Het was al snel duidelijk dat jullie meer wilden weten over onze keuze voor Montessori. Dus bij deze, de eerste blog op verzoek! Zat je voorkeur er niet bij? Ik zal veel vaker om jullie mening gaan vragen, zodat iedereen aan zijn trekken komt :)”

Montessori ervaringen

De keuze voor de Montessori school begon eigenlijk al toen we op zoek gingen naar een peuterspeelzaal. Onze dreumes was toen nog maar 1,5 jaar oud. Toch hadden we rond die tijd al een redelijk beeld van ons kindje, met haar karakter, nukken, voorkeuren en interesses. Het blijft altijd bijzonder hoe snel je de persoonlijkheid van zo’n kleine gup leert kennen. In die 1,5 jaar hadden we geleerd dat Meia een best pittig ding was, met héél veel energie, ontdekkingsdrang en nieuwsgierigheid. Dat we zochten naar een peuterspeelzaal was met een tweeledig doel: uitdaging voor Meia enerzijds, even een momentje van rust voor ons anderzijds.

Peuterspeelzaal en school

Wetende dat de meeste peuterspeelzalen in het gebouw van een school zitten, of op de één of andere manier een samenwerking hebben met een bepaalde school, vond ik het logisch om voor een peuterspeelzaal te kiezen die hoorde bij een school waar we achter stonden. Min of meer kwam het er dus op neer dat we met 1,5 jaar ook indirect al voor de school hadden gekozen. We bekeken een paar speelzalen in onze directe regio maar daar vond ik niet zoveel aan. Ik miste iets en kon het niet zo goed duiden.

Schot in de roos

Toen we bij de speelzaal van de Montessori gingen kijken, kregen we ook direct een rondleiding door de school. Ik weet niet meer hoe dit precies ging, misschien dat we dat destijds zelf hadden gevraagd om ook een beeld van de school te vormen. In ieder geval, dit was direct een schot in de roos. Ondanks het feit dat de school zich toen bevond in een dependance, omdat de nieuwe school nog gebouwd moest worden.

Geen standaard werkwijze

Pas toen we de rondleiding bij de peuterspeelzaal en school kregen, besefte ik wat ik eerder had gemist: deze school sprak taal die uitging van het kind en de behoeften van het kind. In andere scholen/speelzalen werd er vanuit het aanbod gesproken: “dit is wat we hebben”. Dat is op zich prima, maar ik merkte dat ik daar geen genoegen mee kon nemen. We hadden vanaf de babytijd al behoorlijk wat te stellen gehad met Meia, en zij was best veeleisend in haar ontwikkelingsbehoeften. Ze vroeg, net als ieder kind, een unieke begeleiding om zich goed te kunnen ontwikkelen. En waar voor veel kinderen een standaard aanbod en standaard werkwijze prima is, besefte ik dat dit voor Meia waarschijnlijk ontoereikend zou zijn.

Natuurlijke manier

De school liet ons zien hoe de kinderen werkten, hoe een kind vanuit zijn eigen interesses en motivatie aan de slag ging, waardoor het per definitie gemotiveerd aan de slag was. Dat zagen we terug. Het was een klein bijgebouw, vol met spullen en kinderen, maar desondanks was het heel stil, de kinderen waren rustig aan het werk, de sfeer was gemoedelijk. Dat verwonderde me enorm! Het voelde meteen goed. Het is geen vrijheid blijheid, want er moeten wel doelen worden gehaald. Maar de manier van werken is veel natuurlijker. Al eerder schreef ik dat een kind pas leert als het iets leuk vindt. En dat belangrijke principe wordt in de praktijk gebracht, want een kind wordt verantwoordelijk gemaakt voor zijn eigen leerproces.

Begrijpen waarom je iets leert

Wat ik vooral heel waardevol vindt, is dat er niet doelloos wordt geleerd: niet argeloos de ene les na de andere les verwerken, maar dat kinderen wordt uitgelegd waaróm ze iets leren. Als een kind snapt waaróm ze iets doen, dan is de motivatie ook hoger om iets te willen begrijpen. Dan zetten ze zich in om iets echt onder de knie te krijgen. Dit stemt overeen met de natuurlijke nieuwsgierigheid die kinderen hebben, en maakt de theorie direct praktisch: om iets ingewikkelds te weten, moeten eerst de stappen daar naartoe worden beheerst.

Montessori materiaal

Het Montessori onderwijs werkt daarom niet alleen op ‘het platte vlak’, zoals met werkboeken, maar ook met het bekende Montessori materiaal. Ik wist nog, vanuit mijn pabo-verleden lang geleden, dat Maria Montessori inderdaad ook eigen materiaal had ontwikkeld, maar pas sinds mijn kinderen zelf deze onderwijsvorm krijgen, begrijp ik veel beter het hele gedachtegoed hierachter. Op school zijn er namelijk regelmatig informatie avonden over bijvoorbeeld het rekenonderwijs, waarin dieper wordt ingegaan op de materialen en hoe deze worden ingezet in de lessen.

Slim gedachtegoed

Er ging een wereld voor me open tijdens deze avonden, want wat is dit een slim doordacht systeem! Doordat kinderen handelend bezig zijn, met concrete materialen, wordt de abstracte theorie van het platte vlak (bijvoorbeeld de kale sommen) ineens inzichtelijk en begrijpelijk. Een kind snápt hoe een keer-som werkt of gaat bepaalde algoritmes doorzien. De Montessori school moedigt deze manier van werken dan ook aan. En de onderwijsvorm is door de alle leerjaren heen doorgetrokken, wat de samenhang vergroot. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt met kleuren voor bepaalde cijfers: hiermee wordt al in de kleuters gestart, zodat kinderen bijvoorbeeld precies weten hoeveel kralen in de paarse kralenketting zitten.

Zelfstandigheid

Het Montessori heeft bepaalde motto’s en denkwijzen, die de meesten van jullie misschien wel eens gehoord hebben. “Vrijheid in gebondenheid” is er eentje van. Het werken aan zelfstandigheid is een andere. Hoe dit er in de praktijk aan toe gaat, daar kwam ik al achter toen mijn oudste begon op de speelzaal. Ze trokken toen bij wijze van spreken een half uur uit voor het aantrekken van jassen en schoenen (op school draagt iedereen slofjes). Gewoon, omdat ze ieder kind de kans wilden geven om te proberen zijn jas aan te laten trekken. Tot waar het lukte, deed het kind dit zelf, pas daarna hielp de juf voor de rest. Zo ook met het inschenken van drinken: kinderen leren zelf hun limonade inschenken en daarna de bekers op te ruimen. Deze visie van zelfredzaam maken en de autonomie bevorderen, gaat door wanneer een kind begint op de basisschool.

Vrijheid in gebondenheid

Vrijheid in gebondenheid is terug te herkennen in het feit dat een kind zelf mag bepalen hoe het zijn dag indeelt, tot op zekere hoogte. Want bijvoorbeeld een muziekles of fruit eten zijn op vaste tijden. Maar tijdens het werken, kan mijn dochter best beslissen om wat langer met taal bezig te zijn, en rekenen vandaag over te slaan. Dat betekent wel dat zij morgen extra rekenwerk zal hebben, dus over die beslissing en de gevolgen daarvan, moet ze wel nadenken. Het kan ook betekenen dat een kind liever begint met het afmaken van een werkstuk voor kosmisch onderwijs, en pas ’s middags taal en rekenen afmaakt. De gebondenheid zit hem in de grenzen van de vrijheid. Want elke paar weken, moet een kind laten zien of het bepaalde doelen voor o.a. rekenen en taal beheerst. De leerkracht monitort het leerproces van een kind en stimuleert om na te denken over de keuzes en gevolgen ervan die het maakt.

Flexibel schoolsysteem

Ik kom voor mijn werk heel regelmatig op uiteenlopende scholen in regio Drechtsteden, en niet zelden valt mij op hoe star of conservatief het schoolsysteem is. Helaas zijn opmerkingen in de trant van: “maar zo doen wij dat al jaren” of “dat hebben we nog nooit gedaan” geen zeldzaamheid. Juist daarom waardeer ik de flexibiliteit en het ‘omdenken’ van deze school zo erg: er wordt altijd gedacht vanuit het kind, en de stof daaromheen wordt daar waar nodig en mogelijk op aangepast. Dit was in het geval van Meia ook heel duidelijk.

Werken vanuit de behoefte van het kind

Op de peuterspeelzaal kwam zij niet uit de verf. Ze had behoefte aan uitdaging maar was tegelijk onzeker en geneigd zich aan te passen. Tijdens het tweede jaar op de speelzaal is in overleg al kleutermateriaal naar de speelzaal gehaald. Toen zij begon op school, is dit aan de hand van een ‘warme overdracht’ gegaan: speelzaal en school bespraken de aandachtspunten voor Meia wanneer zij zou starten. In de kleuterjaren is er constant zo gewerkt dat de lesstof naar Meia toekwam, ook al betekende dit dat er bijvoorbeeld materiaal uit de middenbouw gehaald moest worden. Fysiek zat zij in de kleuterklas, maar omdat het zo gewoon is dat elk kind op zijn eigen niveau werkt, viel het ook niet op wanneer zij andere lesstof deed. En ook nu in de middenbouw wordt de lesstof aangepast aan de leerbehoeften.

Gemengde groepen

Een groot voordeel daarin vind ik de bouwgroepen in het Montessori onderwijs. Dit vond ik een van de belangrijkst meewegende argumenten in onze overwegingen voor Montessori onderwijs. Tegenwoordig zijn er bijna in elke school wel kleuterklassen met gemengde groep 1 en 2, maar in deze school is er daarnaast ook sprake van de middenbouw (groep 3, 4 en 5 gemengd) en de bovenbouw (groep 6, 7 en 8 gemengd). Elke bouw heeft zijn eigen ‘unit’, wat in de praktijk inhoudt dat elke bouw in een ander gedeelte van de school zit, met een eigen gemeenschappelijke ruimte. Hoewel er 4 klassen zijn, is dit in de praktijk minder star: zo kunnen met een les nieuwsbegrip kinderen uit de verschillende klassen bij elkaar worden gezet. Of zitten leerlingen uit verschillende klassen met elkaar in de gemeenschappelijke ruimte te werken.

Verschillende leeftijden in één groep

Wat ik vooral fijn vindt aan de gemengde leerjaren, is dat het ook hier weer dichter bij de natuur staat: ook in gezinnen moeten de meeste kinderen leren omgaan met oudere of jongere broertjes of zusjes. Soms vergt dat een meer coachende rol naar jongere kinderen, soms wordt je uitgedaagd om iets ook te kunnen, zoals een oudere leerling. Bovendien is er voor een kind meer keuze in de aansluiting op sociaal gebied. Het leert dus ook belangrijke sociale vaardigheden. Een ander voordeel van de gemengde leerjaren is dat het niet opvalt of uitmaakt op welk niveau een kind werkt. Er is geen gevoel van uitzondering, want elk kind volgt in feite zijn eigen leerlijn.

Geen klassikaal onderwijs

Wat meteen opvalt als je een bezoekje neemt in een Montessori school is dat er in een klas heel anders wordt gewerkt dan in een reguliere school. Er wordt bijna geen klassikaal onderwijs gegeven, waardoor het kan zijn dat de kinderen uit een klas verschillende dingen doen. Uiteindelijk moeten zij wel bepaalde weekdoelen bereiken, maar de indeling van hun planning mogen zij voor een groot gedeelte zelf bepalen. Als er bijvoorbeeld lesjes worden gegeven, worden hier de kinderen bij gevraagd die deze les nodig hebben. Dat hangt dus af van het niveau van een leerling. In het geval van Meia, die lezend binnenkwam in de groep 3, betekende dat zij geen lesjes in het leren lezen hoefde te volgen. Dit voorkomt veel frustratie en zorgt voor veel efficiënter onderwijs: zij kon meteen met verwerkingsopdrachten aan de gang.

Brede ontwikkeling

Een ander zeer waardevol argument voor ons was het onderwijsaanbod. Deze school gelooft in een brede ontwikkeling, en hecht niet alleen waarde aan de vakken zoals taal en rekenen, maar steekt ook veel tijd en energie in de creatieve en sociaal-emotionele kant van het kind. Zo is er een samenwerkingsverband met de kunst- en cultuurschool uit de regio, waardoor alle kinderen elk jaar een aantal gastlessen hebben op gebied van dans, drama of beeldende kunst. Er zijn extra gymlessen, omdat zij een gezonde school zijn en er is een vakdocent voor muzieklessen die ze wekelijks krijgen. Er zijn geen zaakvakken, zoals biologie, geschiedenis of aardrijkskunde, maar er wordt gewerkt met Kosmisch onderwijs.

Kosmisch onderwijs

Kosmisch onderwijs is ook een typisch begrip uit het Montessori. Ook deze manier van lesgeven gaat over meerdere jaren heen. Er wordt namelijk gewerkt in thema’s. Op dit moment is er in de kleuterklas bijvoorbeeld het thema herfst en in de middenbouw wordt stilgestaan bij het ontstaan van de aarde. Hierin zijn alle lessen verweven, waardoor er gewerkt wordt met een natuurlijke samenhang tussen de vakken. Ook bijvoorbeeld de kunstzinnige verwerking valt in het kosmisch onderwijs.

Blij met de school

Sinds mijn kinderen naar school gaan, met ik met terugwerkende kracht jaloers op ze: zat ik maar op deze school! Het is zo leuk om te zien hoe een groep kinderen samenwerkt aan een project in het theater, of om uitgenodigd te worden op de slakkententoonstelling van je zoontje uit de kleuterklassen. Het schoolsysteem klopt gewoon. En ik ben er echt van overtuigd dat je een school moet kiezen die past bij je kind. En in ons geval, met drie kinderen, is dat best spannend, omdat je nog niet weet of het schoolsysteem bij alle kinderen past. Maar die twijfel wordt steeds minder: de flexibiliteit van de leerkrachten, het meedenken over hoe je kind werkt en wat het nodig heeft en de vele mogelijkheden om daarop aan te sluiten geven het vertrouwen dat dit goed komt. Plus het feit dat ik er van overtuigd ben dat deze manier van lesgeven de natuurlijke manier van leren van kinderen het beste benaderd van de beschikbare onderwijsvormen.

Gevoelige periodes bij kinderen

Gevoelige periodes bij kinderen

Leren in de gevoelige periodes

Iedereen heeft er wel eens van gehoord: de kritische of gevoelige periode waarin een kind het beste iets leert. Eigenlijk is dat ook de grootste reden waarom kinderen al vanaf jonge leeftijd naar school gaan (moeten): omdat er in de kindertijd de meeste gevoelige periodes zijn om iets te leren. De ervaringen uit je kindertijd zijn bovendien heel vormend voor je persoonlijkheid en hebben grote invloed op alles wat je de jaren erna doet.

Gevolgen voor later

De eerste en meeste gevoelige periodes vinden al plaats in de babytijd. Als er in zo’n periode iets misgaat, kan dat soms blijvende gevolgen hebben omdat de juiste verbindingen in de hersenen dan niet worden aangelegd. De gevoelige periode voor de ontwikkeling van het zicht is bijvoorbeeld tussen de 3 en de 8 maanden: als er dan iets is waardoor de baby minder goed kan zien, kan het blijvend schade houden aan het zicht op latere leeftijd.

Hoe kinderen leren

Met verschillende onderzoeken en experimenten wordt gekeken of een gevoelige periode opnieuw kan worden uitgelokt, op een ander moment. Wanneer dat zou lukken, zou eventuele schade bijvoorbeeld kunnen worden ingehaald. Als er duidelijk wordt hoe kinderen precies leren en ontwikkelen, zou men het onderwijs daar naadloos op aan kunnen laten sluiten.

Gevoelige periodes op school

Dat laatste gebeurt natuurlijk al zoveel mogelijk, hoewel dat per school veel kan verschillen. Naar mijn idee onderstreept de theorie van de gevoelige periodes alleen maar meer het belang om daar op flexibele wijze rekening mee te houden op school. Globaal gezien zijn de gevoelige periodes ongeveer op hetzelfde moment, maar dit kan per persoon wel veel verschillen. Zeker omdat iedereen een andere geboortedatum heeft. Het aanbieden van lesstof zou daarom eigenlijk pas moeten, wanneer het kind in de gevoelige periode voor die stof zit.

Inspelen op interesses van je kind

De gevoelige periodes zijn er de reden van dat er in groep 3 wordt begonnen met lezen, want de meeste kinderen ‘zijn er aan toe’. Het is de reden waarom er in de kleuterklassen nog veel buiten wordt gespeeld (motorische ontwikkeling) en in de middenbouw wordt gestart met de zaakvakken. Omdat dán de interesse in de wereld om hen heen toeneemt. Maar deze ‘mal’ in wat er aan je kind wordt aangeboden, is een grove schatting, terwijl de gevoelige periodes juist zeer precies zijn. En dáárom is het zo belangrijk om in te spelen op de interesses van het kind. Want pas als een kind iets leuk vindt, leert het. Het heeft geen zin om domweg stof ‘erin te stampen’ als er geen interesse of motivatie is.

Aanvoelen waar het kind zit

En dat is in het onderwijs nog best lastig, merk ik vaak. Ik kom geregeld voor schoolobservaties en schoolgesprekken op scholen. En ik ken natuurlijk de montessori-onderwijsmethode van onze eigen kinderen. Tussen de scholen zit veel verschil. Zowel in de visie als in de dagelijkse praktijk van de leerkracht. Want uiteindelijk komt het er op neer of de leerkracht aanvoelt ‘waar een kind zit’ en hier op kan in spelen door de juiste stof aan te bieden. Dan hebben we het nog niet eens over onderlinge niveauverschillen tussen kinderen. Dat maakt de differentiatie extra moeilijk.

Eigen inbreng

In het traditionele onderwijs is er naar mijn idee vaak net iets minder mogelijk aan flexibele aanpassingen aan het leerproces van kinderen, omdat er nog steeds vaak klassikaal les wordt gegeven. Kinderen volgen de structuur van de lessen en hebben weinig eigen inbreng in wat ze wanneer doen. In het montessori-onderwijs is dat anders. Kinderen beslissen per dag bijvoorbeeld de volgorde van hun taakjes. Daarbij hebben ze een zekere vrijheid voor hoelang ze aan een taak willen werken: is een kind momenteel meer geïnteresseerd in rekenen, dan mag het, tot op zekere hoogte, langere tijd hier aan werken.

Motivatie

De leerkracht bewaakt dit proces door te benadrukken dat elke beslissing gevolgen heeft: nu meer rekenen betekent een andere keer meer taalwerk. Toch is dit voor mijn gevoel een methode die van nature beter aansluit bij het grillige ontwikkelingsproces van kinderen. Bovendien is de motivatie om aan de taken te werken per definitie hoger, omdat een kind zélf de keuze maakt voor een taak.

Leerbehoeften

Er zijn tegenwoordig (gelukkig) steeds meer vormen van onderwijs, die rekening houden met de verschillen in voorkeuren, ontwikkeling en leerbehoeften van kinderen. Goed onderwijs is namelijk een onderwijsvorm (en leerkracht) die goed aansluit bij de specifieke behoeftes van je kind. En dat verschilt per persoon.

Snoeien in synapsen

Het is echter niet zo dat een kind alleen maar leert in de de gevoelige fases. De hersenen hebben een zekere plasticiteit. Dat betekent dat mensen hun hele leven lang kunnen leren en zich aan kunnen passen aan veranderende omstandigheden. Maar in gevoelige periodes is er veel meer mogelijk. In de babytijd is dit het meest duidelijk: een baby wordt geboren met een oerwoud aan synapsen (mogelijke verbindingen voor informatieoverdracht), waar die eerste maanden behoorlijk in gesnoeid wordt: alles wat niet nodig is, gaat weg. Zo blijven alleen de belangrijkste verbindingen over. Dat gebeurt in de gevoelige periodes: zo wordt er orde in de chaos geschept en gaat het brein steeds beter functioneren.

Vorming van persoonlijkheid

Het is interessant om te bedenken waarom de gevoelige periodes alleen maar tijdens de kindertijd zijn. Ze zijn immers super nuttig voor de ontwikkeling en voor de overleving, zou je denken. Onderzoekers denken daarom dat er ook een keerzijde aan de kritische periodes zit: in die momenten draaien de hersenen namelijk op volle toeren, waardoor er ook eerder kans is op beschadiging aan de hersenen. En omdat de gevoelige fases ook vormend zijn voor de persoonlijkheid, kun je je afvragen of het wenselijk is wanneer deze gevoelige periodes ook in de volwassenheid optreden: wat zou het doen met je identiteit en je persoonlijkheid? Misschien is het daarom maar goed dat ze beperkt blijven tot de kindertijd.

 

Naar de middenbouw

Naar de middenbouw

Voor het eerst naar groep 3

Het is zover: onze oudste gaat inmiddels naar de middenbouw. Voor de vakantie heeft ze met de andere oudste groep-2 kinderen een ceremoniële ‘bouwsprong’ gemaakt van de kleuters (onderbouw) naar de middenbouw. Meia zit op een Montessorischool, waar we bewust voor hebben gekozen (hierover een andere keer meer). En vanaf groep 3 zitten de groepen 3, 4 en 5 samen: de middenbouw dus.

Nu is Meia niet een gemiddelde leerling in haar ontwikkeling (maar hé, welk kind is dat nou wel?), ze gaat wat vlotter door de stof heen. Maar dat maakt geen verschil voor haar spanning en onzekerheid die zij voelt voor de start straks. De afgelopen weken was de aandacht behoorlijk gericht op andere dingen, gelukkig. In de vakantie werd er gewandeld, gezwommen, in de hangmat ‘ge-chilt’ en was ze druk met vriendjes maken, motten vangen of streken uithalen. Toch kwam zo nu en dan het gesprek ineens op school, en merkte ik wat gereserveerdheid in de houding van Meia.

Onzekerheid

Waar zij in de kleuterjaren ongemerkt toch een steeds groter zelfvertrouwen heeft ontwikkeld, doordat ze haar plekje had, beter wist hoe alles ging en ze uiteindelijk uitgroeide tot een ‘oudste kleuter’ met enig aanzien bij de ‘jongste kleuters’, moet zij in groep 3 straks weer overnieuw beginnen. Althans, zo voelt zij dat. Meia liet bijvoorbeeld vallen dat ze dan de jongste zou zijn, dat de andere kinderen allemaal groter waren. Dat ze niet wist waar alles was, hoe de dag verliep. En bovendien: dat ze er moeilijke werkjes zouden hebben die ze niet kon. Soms verbaas ik me over de (onnodige) zorgen die kleine kinderen al kunnen hebben. En stiekem nemen die zorgen een beetje van hun onbevangenheid weg voor dit soort nieuwe dingen in hun leven.

“Maar ik kan nog niet lezen!”

Ik herken die onzekerheid ook wel van vroeger, en helemaal wegnemen kun je het niet. Je weet tenslotte pas hoe het is als het zover is, als ze het zelf heeft meegemaakt. Veel kinderen die naar groep 3 gaan, maken zich zorgen: ze kunnen tenslotte nog niet lezen, schrijven en rekenen. Ze zijn in de veronderstelling dat dit een voorwaarde is om groep 3 binnen te komen, arme donders! Het kan daarom goed zijn van te voren even stil te staan bij de komende veranderingen en zoveel mogelijk feitelijk uit te leggen wat de kinderen te wachten staat. Dan beperk je in ieder geval de doemscenario’s een beetje.

Leren in stapjes

Als kinderen het idee hebben dat zij al iets moeten kunnen, bijvoorbeeld lezen, voordat ze überhaupt zijn begonnen, kan het helpen om samen met hen stil te staan bij de dingen die ze eerder hebben geleerd. Als je kind bijvoorbeeld kan fietsen zonder zijwielen, kun je hem eraan herinneren hoe hij ook met veel oefenen, vallen en opstaan en steeds weer opnieuw proberen, kun je dit noemen: “weet je nog dat je iedere keer een stukje langer los kon fietsen? En dat het ook een tijd heeft geduurd voordat het zo goed ging?”. Hiermee maak je inzichtelijk dat vaardigheden in stapjes eigen worden gemaakt. Zo gaat het ook in groep 3 (en daarna).

Wennen in de middenbouw

Voordat de kinderen van deze school naar de middenbouw gaan, gaan ze eerst een paar keer oefenen en op visite bij de verschillende klassen. ’s Ochtends gaan ze samen met hun maatje en hun laatje vol eigen werkjes naar boven. Daar maken ze kennis met de kinderen, de klas, de juf of meester en manier van werken. Die keren kwam Meia enthousiast terug, maar ook een tikkeltje onder de indruk. De oudste groep 5 leerlingen zijn immers wel 3 jaar ouder en met vaak hele andere zaken bezig dan de verse aanwas vanuit de kleuters. Vanwege die reden kunnen de jongste middenbouwers nog af en toe op visite bij hun oude kleuterklas. Hier kunnen ze weer even bijtanken en in rap tempo het gevoel van zelfvertrouwen terugwinnen. Ook ervaren ze dan al snel dat ze hun oude klas zijn ontgroeid en toch wel beter op hun plek zijn in de middenbouw. Uitstapjes naar de lagere klassen worden daardoor op natuurlijke wijze steeds minder noodzakelijk.

Ook spannend voor ouders

Maar los van alle theorieën, Meia is echt niet de enige die het spannend vindt dat ze straks een heuse basisschoolleerling is. Ik vind het minstens net zo spannend! Hoe zien de dagen er uit, welke lessen volgt ze, hoe houdt ze zich staande in de groep, wat zal ze leuk en minder leuk vinden, wat zal ze gaan leren… zomaar wat dingen die in mijn hoofd spelen. Vorig jaar hoorde ik van de toenmalige ‘nieuwe lichting’ in de middenbouw, dat de kinderen het pittig vonden: écht aan de bak moesten ze, inclusief ‘huiswerk’. Ik houd jullie op de hoogte van de ervaringen.