Archief van
Tag: kinderen

Als trainer van NatuurlijkSportief aan de slag!

Als trainer van NatuurlijkSportief aan de slag!

Van je hobby je werk maken

Zo leuk! Ik mag me sinds kort ook NatuurlijkSportief trainer noemen. Van je hobby je werk maken, is iets waar veel mensen van dromen. Sommige mensen doen het, en daar heb ik veel bewondering voor. Sinds Signes geboorte sport ik bij Natuurlijk Sportief, waar ik mijn passie helemaal heb gevonden. Ik wist niet dat sporten zó leuk kon zijn! En nu, 3 jaar later, ben ik zelf ook trainer van deze mooie sport. Met een missie.

Bewegen en sporten met een missie

Niet alleen was het buiten zijn, het bewegen en gewoon het contact met anderen veel leuker dan alle andere sportervaringen die ik ooit had, ik merkte ook dat er van alles veranderde. Zoals veel vrouwen na de zwangerschap wilde ik graag weer een beetje mijn figuur terug en de kilo´s kwijt. Ik had al jaren niet meer gesport, dus na de eerste keer trainen kon ik 4 dagen m´n shirt amper over m´n hoofd heen trekken van de spierpijn (maar ik was dan ook niks gewend).

In een deuk tijdens de training

Maar waar ik eerste nog een hele training liep, rende ik de week erop al een paar meter. En de maand erna rende ik zelfs al een paar honderd meter. Ik genoot van het gevoel na de training dat mijn lijf hard had gewerkt. Ik voelde me helemaal ontspannen en loom, maar tegelijkertijd heel helder en alert. Al heel snel merkte ik veranderingen in hoe ik in mijn vel zat. Regelmatig lag ik in een deuk tijdens een training. Of het nou vanwege flauwe grapjes was of omdat we de meest absurde spelletjes deden, die ik voor het laatst deed op de basisschool. Als ik wegfietste van mijn werk, werd ik al enthousiast van het idee dat ik ´s avonds weer mocht sporten. Een totaal nieuwe ervaring.

Toen sporten nog een ´moetje´ was…

Het is zo fijn om te merken dat je prestaties verbeteren. Ik heb nooit echt gesport, ik heb van alles gedaan, van jazz ballet en zumba tot zwemmen en kickboksen, en jarenlang in muffe fitnesszalen mijn tijd uitzitten. Ik kon het nooit lang volhouden, want ik ben te snel uitgekeken en bovendien was de sfeer niet uitnodigend. Bedompte zalen, geschreeuw door een microfoon of in de rij staan voor je een apparaat kon gebruiken. Sporten deed ik omdat het moest, niet omdat het leuk was. Tot een paar jaar geleden dus…

NatuurlijkSportief

De beste uitvindingen zijn kinderlijk eenvoudig. Zo heeft Teun, de oprichter van NatuurlijkSportief, ook een belachelijk eenvoudig concept neergezet, dat zo goed aanslaat, dat het zelfs in het buitenland wordt overgenomen. Buiten zijn, sporten met wat je hebt, gebruik maken van je eigen kracht en die van anderen, en zo sterk en fit worden. Je gaat met de seizoenen mee: zwemmen in de zomer, bladerhopen maken in de herfst en elkaars bloemen afpakken in de lente. In de tijd waarin mindfulness zo hoog op de agenda staat, past dit concept er naadloos in.

Bewegen binnen je behandeling

En als je dan merkt, als onsportieve, slappe persoon zoals ik was toen ik begon, dat het lukt om te veranderen, echt te genieten van het sporten en je daar lichamelijk maar vooral mentaal zoveel beter door te gaan voelen, trek je al snel de conclusie: dit kan zoveel mensen helpen. Toen groeide het idee om het aan te bieden als aanvulling op onze behandelmogelijkheden. Want naar buiten gaan, in beweging komen, en gewoon onder de mensen zijn, of aandacht hebben voor wat je doet, is voor veel mensen helaas geen vanzelfsprekendheid.

Voordelen van buiten sporten en bewegen

Als NatuurlijkSportief trainer kunnen we dat nu samen aanpakken. Want dat bewegen goed voor je is, dat weet iedereen. Maar dat dit concept ook bijdraagt aan ontzettend veel andere vaardigheden, wist je misschien nog niet. Ik noem hieronder enkele thema´s waaraan gewerkt kan worden binnen behandeling met NatuurlijkSportief:

  • Zelfbeeld. De meeste kinderen en jongeren die bij mij komen hebben een slecht zelfbeeld. Ze twijfelen aan hun uiterlijk, vinden zichzelf dom of denken dat anderen hen raar vinden. Vaak kloppen deze beelden van zichzelf niet. Met het trainen werk je aan meer zelfvertrouwen door een positieve en motiverende begeleiding. Er wordt gekeken wat je wél kan, en wat wél lukt, en elke keer lukt er een beetje meer. Dat geeft succeservaringen en zelfvertrouwen waardoor je zelfbeeld uiteindelijk wordt bijgesteld naar een meer realistisch zelfbeeld.
  • Opkomen voor jezelf en assertiviteit. In onze maatschappij en Nederlandse cultuur is het inmiddels bijna essentieel dat je voor jezelf kunt opkomen en je zegje kunt doen als je het ergens niet mee eens bent. Er worden veel kinderen gepest, of buitengesloten en veel kinderen voelen zich onvoldoende weerbaar tegen ´kattenkoppen´. Met het trainen werk je (uiteindelijk) ook met oefeningen waarin je 1 op 1 spelletjes doet, en letterlijk voor jezelf leert opkomen. Je leert je houding verbeteren, je lichaam te gebruiken, en je voelt je daardoor sterker en zekerder van jezelf. Het helpt je om steviger in je schoenen te staan en voor jezelf op te komen.
  • Grenzen stellen en bewaken. Burn-out komt helaas steeds vaker voor, en wordt ook steeds regelmatiger bij jonge kinderen gezien. Het bewaken van je eigen grenzen, voelen wanneer het voor jou genoeg is, en hier op anticiperen, is een belangrijke vaardigheid. In het trainen leer je je eigen grenzen kennen. Je merkt wat er kan en lukt, en zal merken dat je, doordat je sterker en fitter wordt, ook je grenzen kunt verleggen. Maar zoals veel ambitieuze en perfectionistische jongeren, ga je soms (te snel) over je eigen grenzen heen. We willen te snel en te veel en nemen onvoldoende rust of luisteren onvoldoende naar de signalen van ons lichaam. Tijdens de training leer je weer aandacht hebben voor wat ons lichaam vertelt, en hier rekening mee te houden.
  • Beter leren en concentreren. Wist je dat je door beweging beter kunt leren? Soms doen scholen het al: tafels springen, of vingeroefeningen en even dansen tussen de lessen door. Stilzitten is het nieuwe roken. Door ´meerdere kanalen´ te gebruiken, wordt informatie beter opgeslagen. Door stilzitten, roesten belangrijke breinfuncties vast. Als we in beweging komen, worden onze executieve functies weer geactiveerd. De vaardigheden die we zo hard nodig hebben om bijvoorbeeld te plannen, organiseren, overzicht te houden en te blijven concentreren. Niet voor niets zeggen mensen dat ze ´even hun hoofd leeg maken´ met sporten. Het maakt je helder, alert, en je slaat informatie beter op.
  • Sociale angst. Meer dan je misschien denkt, zijn heel veel kinderen en jongeren angstig. En de meesten daarvan hebben last van sociale angst: zich in nieuwe situaties begeven, met nieuwe mensen, en vooral met leeftijdsgenoten samen zijn. Ze maken zich zorgen over wat anderen van hen denken of vinden, en durven zich niet goed te uiten. Gevolg is dat veel kinderen en jongeren deze situaties gaan vermijden. Sommigen van hen zitten zelfs thuis. Belangrijk dus om het vertrouwen terug te krijgen dat ze goed zijn zoals ze zijn, en merken dat het vooral erg leuk kan zijn met anderen. In een veilige omgeving met gelijkgestemden wordt gewerkt aan het overwinnen van je angst en vergroten van zelfvertrouwen. Er wordt gewerkt met oefeningen op basis van vertrouwen en bijvoorbeeld groepsspelletjes, waarin plezier delen voorop staat.
  • Gezondere levensstijl. Voor de hand liggend, maar niet minder belangrijk. We zijn met z´n allen op weg naar een obese samenleving. Steeds meer kinderen zijn te zwaar, en helaas gaat dat in rap tempo door: ongezonde voeding, te weinig beweging en ongezonde leefgewoontes zijn hier de oorzaak van. Met het trainen bij NatuurlijkSportief wordt bijgedragen aan een kantelpunt hierin. Je haalt voldoening uit bewegen, buiten zijn, andere gewoontes, plezier maken, en natuurlijk merken dat je fit wordt. Je hoort misschien wel eens dat sporten verslavend kan werken? Dat klopt. En in combinatie met goede voeding kan je een groot verschil maken, wat ik als gewichtsconsulente direct aanpak als dat je wens is.
  • Speelsheid, plezier en genieten van het leven. Niet zelden liggen we helemaal in een deuk door de grappige spelletjes die we doen, en de speelsheid en lichtheid die we ervaren tijdens de trainingen. Wanneer klim je nou in een boom, of doe je nog tikkertje? Waar je als kind je plezier uit putte, ervaar je nu opnieuw. Een zeer onderschatte behoefte van de moderne mens en heel belangrijk voor het genezen en voorkomen van depressieve gevoelens.

Buiten sporten als middel

Deze lijst is lang niet volledig. Samen met jou (en je ouders) bekijken we hoe het trainen kan bijdragen aan je hulpvragen en behandeldoelen. Niet het sporten staat voorop, maar jouw psychische welbevinden. Het bewegen  is een middel op weg naar jouw doelen.

Benieuwd op welke manier ik jou hierin kan helpen? Neem even contact op, zodat we een plan kunnen maken voor voeding, beweging en psychisch welbevinden.

 

Kinderen halen het beste naar boven…

Kinderen halen het beste naar boven…

…En het slechtste

Kinderen halen het beste in je naar boven. En het slechtste. Je kan het ontkennen, maar elke ouder weet dat het waar is. Als je zwanger bent, of misschien al eerder, heb je de beste voornemens: ´ik zal nóóit tegen mijn kind schreeuwen´, ´dat sommige ouders zo boos worden, dat gaat mij dus niet gebeuren´, ´het is gewoon een kwestie van goed opvoeden, dan heb je ook geen conflicten´. Tot zover de voornemens. Want toen werd je een ouder.

´Heb je zelf kinderen?´

Toen ik nog geen kinderen had, maar wel werkte als behandelaar, kreeg ik wel eens de vraag: ´ben je zelf moeder?´. Ik voelde dan altijd een mengeling van gevoelens. Ik vond het irrelevant: waarom zou je een betere behandelaar zijn als je een moeder bent (dat is trouwens ook niet zo hoor)? Ik voelde ergens belediging: bedoelt ze nou dat ik het niet zou weten omdat ik geen moeder ben? En ergens ook een ontzag en respect: als moeder voel je tenslotte het beste wat je als ouder voelt, als buitenstaander kun je alleen een poging doen je daarin te verplaatsen.

Wat er veranderd als ouder

Uiteindelijk wérd ik moeder. En zat ik sindsdien ook regelmatig aan de andere kant van de tafel. Mijn onzekerheid uitend bij de huisarts, enigszins met schroom mijn vragen stellend bij een consultatiebureau of met hoop en vrees bezoekjes brengend aan een osteopaat in de hoop op een betere nachtrust. Ik snapte direct wat ze bedoelde. Sommige sensaties of gevoelens komen pas als je zelf moeder (of vader) bent.

Nieuwe kanten van jezelf

Het lijkt alsof er een heel nieuw arsenaal aan gewaarwordingen wordt toegevoegd aan je leven. Het geeft diepte en verrijking, maar tegelijkertijd wordt er soms een beerput aan rottigheid opengetrokken waarvan je het bestaan niet afwist. Je leert hele nieuwe kanten van jezelf kennen. Het is een cliché, maar echt: als je ouder bent geworden en een kindje hebt gekregen begrijp je het. Je kunt het proberen uit te leggen, maar voelen en ervaren is iets totaal anders.

Compensatie

Soms voelt het of mijn hart overstroomt van trots en liefde. Als ik mijn kinderen dan zo lief samen zie, dan knal ik soms bijna letterlijk uit elkaar en kan ik tranen in mijn ogen krijgen omdat ik zo ontzettend veel van ze hou. Dat gevoel is zoiets ´oers´, dat het ook de boel staande houdt, heb ik het idee. Die ontzettend sterke, fijne gevoelens zijn een bron van bescherming en compensatie voor de dagelijkse strijden die gestreden worden. Want dat het lang niet altijd rozengeur en maneschijn is met kinderen, dat mag inmiddels wel duidelijk zijn.

Schrikken van jezelf

Het kan als een schok komen, dat eerste moment dat je merkt dat je kind gevoelens in je los maakt, die zó intens negatief zijn, dat je er erg van schrikt. Als je baby maar aan één stuk door blijft huilen en je niet meer weet hoe je aan dat gekrijs moet ontkomen. Getergd door gebroken nachten en opgestapeld slaaptekort, aangevuld met de sociale isolatie die de eerste maanden soms met zich meebrengt. Je zal niet de eerste zijn die naar zijn baby schreeuwt, zelf keihard meebrult in misère of de baby in de handen van de partner achterlaat en de situatie even ontvlucht.

Uitgelachen worden

Of wanneer je peuter streken uithaalt en je uit je slof schiet, omdat je het nu eens zat bent dat je wéér alles moet opruimen. Waarna je peuter begint te lachen, wat jou het gevoel geeft uitgelachen te worden en werkelijk het bloed onder je nagels vandaan haalt. Of je kleuter, die expres zijn voet uitsteekt en zijn kleine zusje laat vallen, waardoor zij een tand door de lip heeft. Of je tiener die ongeïnteresseerd en onbewogen reageert op jouw argumenten met opmerkingen als: ´dan denk je dat toch lekker. Ik luister toch niet naar je´. Je zal niet de eerste zijn die aangeeft dat zulke momenten je bloed laat koken en een rode waas voor je ogen brengt.

´Wat zullen anderen denken´

Je zal ook zeker niet de eerste zijn die daardoor, ondanks alle voornemens en goede bedoelingen, de grenzen van zijn kind en die van zichzelf is overgegaan en zijn kind hardhandig heeft vastgepakt, op bed gesmeten of heeft geschreeuwd en gevloekt in wanhoop naar zijn kind. En weet je, je zal ook zeker niet de laatste zijn. Je kind brengt het beste in je naar boven, maar ook het slechtste. We weten allemaal dat het niet mag, dat het anders kan, dat we rustig hadden moeten blijven. We vrezen allemaal ´de Ander´, die ons met opgetrokken wenkbrauwen aanhoort, die veroordelende blikken werpt en vol ongeloof en afschuw de situatie beoordeelt. Maar ´de Ander´, dat zijn wij net zo goed.

Wat raakt ons zo?

Het is interessant om te bedenken wat die situaties met ons doen. Het heeft natuurlijk vooral met onszelf te maken. Kinderen zijn nu eenmaal gewoon zichzelf, en volgen hun ontwikkeling volgens de regels van de biologie, in de door ons geschepte voorwaarden en mogelijkheden. Dat wij zo geraakt worden, is dus iets van onszelf. Vaak iets dat we allang weer vergeten waren, iets van vroeger, waar we niet bij stilstaan of wat we liever willen verdringen. Je kind is een stuk van jezelf. Het is je vlees en bloed, het zijn jouw genen, het is het stukje voortbestaan van jou in de volgende generatie.

´Dit ga ik later anders doen´

Je wilt voor je kind het allerbeste. Je wilt meegeven wat je zelf als fijn en waardevol hebt ervaren, en je wilt vooral anders doen wat je zelf als onprettig hebt ervaren. Dat hoeven geen grote dingen te zijn. Misschien at je vroeger wel elke vrijdag bloemkool, en wil je dat veranderen: geen vaste maaltijden, maar gewoon eten waar je zin in hebt. Het gaat daarnaast echter wel om veel essentiële zaken. Misschien was je vader vroeger nooit thuis, en altijd maar aan het werk. Misschien neem je jezelf nu voor het als vader anders te doen. Er te zijn, meer betrokken te zijn. Maar dan komt de lastigheid in de uitvoering.

Wat je niet kent, kun je niet geven

Want wat je zelf niet hebt gekregen, kun je ook niet geven. Hoe kun je lesgeven in Portugees, als je zelf de taal niet beheerst? Hoe kun je een betrokken vader zijn, als je zelf nooit hebt ervaren wat een betrokken vader is? Je hebt immers hele andere waardes meegekregen. Die van hard werken, het belang van meedraaien in de maatschappij, iets bijdragen, niet lanterfanten. Geld in het laatje brengen en zorgen voor financiële zekerheid. Waarschijnlijk gaat dat je goed af. En merk je in de praktijk dat het toch veel lastiger is dan je dacht, die betrokken vader zijn. Je merkt dat je meer werkt dan je zou willen en dat oude patronen zich opnieuw herhalen. Je vóelt het en het doet pijn, want je wilde het zo graag anders. Je schrikt, want je herkent je vader in jezelf, precies het stuk dat je anders wilde, en nu lukt het je toch niet.

Wat je kind bij je oproept

Hetzelfde geldt voor alle andere elementen in de opvoeding en ouderschap. Je kind roept bepaalde herinneringen bij je op, van toen je zelf kind was, die heel confronterend en pijnlijk kunnen zijn. Bijvoorbeeld uitgelachen worden. Wat roept dat bij je op? Het kunnen gedachtes zijn als ´ik word niet serieus genomen, ik heb geen grip op de situatie, mijn kind neemt een loopje met me, ik voel me machteloos en niks waard´. Dit raakt vaak aan oude gevoelens en ervaringen, van toen jij je zo voelde. Dat is zo naar geweest, dat je dit waarschijnlijk ergens ver weg hebt opgeruimd in je brein. Maar nu je zelf ouder bent, worden deze kastjes ongevraagd en in rap tempo opengetrokken, en worden alle oude gevoelens ineens weer actueel.

Begrijpen van de oorsprong

Dat je zó intens boos, gefrustreerd, radeloos en wanhopig wordt, is daarmee dus heel goed te begrijpen, als je er even de tijd voor neemt. Het heeft altijd een oorzaak, en het gevoel waarop jij handelt, moet ook serieus genomen worden. Wanneer je deze beter begrijpt en kan accepteren als iets van jezelf, in plaats van van je kind, krijg je meer grip op de situatie. Dat is niet zo simpel als het klinkt. Er wordt immers maar verwacht dat elke ouder alles even goed kan in de opvoeding, terwijl elke ouder een andere ´opleiding´ heeft meegekregen. Het ´rustig blijven en weglopen´ is dan ook simpelweg niet direct haalbaar voor elke ouder. Gelukkig is het wél haalbaar met hulp. Net zo goed als je bijles zou volgen voor wiskunde op de middelbare school als je daar een voldoende in wil halen op je examen. Maak er dan ook gebruik van.

Schaamte en schuld

Voorkomen van escalaties in de opvoeding kun je niet. Dat is een utopie. Laat je niet misleiden door de zoete Amerikaanse Hollywood settings, waarin er geen vuiltje aan de lucht lijkt en alles op rolletjes lijkt te lopen. In elk gezin zijn wel eens botsingen. Dat brengt schaamte en schuldgevoelens mee, gevoelens waar moeilijk mee om is te gaan. Het knaagt en schaadt de relatie. De reden waarom we ons zo voelen, heeft natuurlijk wel een functie: het maakt ons bewust van het feit dat deze manier van omgaan met elkaar niet wenselijk is, en dat verandering noodzakelijk is.

Herstel van de relatie

Een goede relatie is niet een relatie zonder conflicten. Het is een relatie waarin er sprake is van een aaneenschakeling van match en mismatch. Wanneer het misloopt met je kind, is er een mismatch. Blijkbaar sluiten jij en je kind op dat moment niet goed aan. Kan gebeuren. Je koelt af, loopt weg, probeert op je tong te bijten en geeft het stokje tijdelijk door aan een ander. Als de rust voldoende terug is, is het tijd voor herstel. En dit is het sleutelwoord: herstel. Je komt terug bij je kind, en als je een beetje ballen hebt als ouder, maak je je excuses. Je benoemt jouw gedrag, wat jou zo boos maakte en dat het onnodig was. Dat het niet aan je kind als persoon lag. Maar dat het gedrag van je kind een bepaalde reactie bij je opriep. Dit is een essentieel verschil.

Op zoek naar verbinding

Vervolgens geef je aan: laten we opnieuw beginnen. Kunnen we samen een oplossing bedenken, wil je er nog iets over kwijt, of zullen we kijken hoe we het anders kunnen doen volgende keer? Afhankelijk van de leeftijd van je kind maak je het langer of korter. De essentie zit hem in het duidelijk afsluiten van een voorval en het opnieuw beginnen. Dat is de match. Het punt waarop het weer klikt met je kind en elkaar een knuffel kan geven en de positieve gevoelens langzaam beginnen terug te stromen. Natuurlijk is het fijn als dit zo snel mogelijk na het voorval kan, maar het is nog veel belangrijker dát het gebeurt. Nogmaals: herstel is het sleutelwoord. Daarmee leg je verbinding en kun je verder bouwen op de relatie.

Hand in eigen boezem

Natuurlijk is voorkomen beter dan genezen. Het is altijd fijn als je strategieën kent waarmee je zoveel mogelijk mijnen uit de weg ruimt. Maar het is ook wel eens fijn om te horen dat het niet altijd een ramp of een falen is, als het tóch misloopt. We zijn tegenwoordig zo streng voor elkaar. Er ligt zo´n hoge verwachting en anderen bekritiseren is zo makkelijk. Maar laten we ook eens eerlijk zijn, hand in eigen boezem steken, en toegeven dat het niet altijd goed loopt, dat je fout zat, en dat je ook maar mens bent. Dat je durft toe te geven, en toont dat je het belangrijk vindt om te werken aan verandering, dat is voor een kind 1000x waardevoller dan de schijn ophouden voor de buitenwereld. Daar leert het niks van.

 

 

Autismeweek 2018

Autismeweek 2018

Onbekend maakt onbemind

Het is de week van autisme. Inmiddels een bekende en ingeburgerde term in onze samenleving. Toch? En toch is er elk jaar een Autismeweek, waarin allerlei activiteiten worden georganiseerd rondom dit thema. Niet per sé omdat het onbekend is, maar nog meer omdat er blijvend aandacht nodig blijft voor iedereen die deze classificatie heeft gekregen.

Verschillen en nuances

Zoals wij verschillen van elkaar, zo verschilt ook iedereen met een autisme spectrum stoornis (ASS) diagnose. In de Autismeweek worden door het hele land activiteiten georganiseerd, speciaal voor deze doelgroep. Zo kan iedereen deze verschillende mensen leren kennen, en ontstaat er meer begrip en acceptatie. Onbekend maakt onbemind. Als mensen meer begrijpen van autisme, is de kans groot dat dit bijdraagt aan meer verbinding met deze mensen.

Vermoeden van autisme

In mijn praktijk zien we ook op regelmatige mensen met (een vermoeden van) autisme. Ze worden soms aangemeld zonder dat ouders of kind denken in de richting van autisme. Andere ouders zijn er bijna al van overtuigd dat er autisme speelt. Sommige kinderen komen er pas op hun 18e achter dat zij ASS hebben, andere ouders komen al met hun peuter langs omdat zij vermoedens in die richting hebben. In de intake is het daarom altijd belangrijk dat we veel uitvragen en duidelijk krijgen, zowel over de huidige ontwikkeling als de jaren daarvoor.

Vaststellen van ASS

Het woord autisme is inmiddels bij de meeste mensen wel bekend. Veel mensen weten dat deze kinderen (en volwassenen) ´anders´ zijn en dat er soms rekening mee moet worden gehouden. Toch blijkt steeds maar weer in de praktijk dat er ook heel veel misvattingen zijn, of wordt gegeneraliseerd. Als ik onderzoek doe, vind ik een classificatie eigenlijk niet belangrijk. Of er wel of geen autisme wordt vastgesteld is eigenlijk niet zo relevant.

Klachtgedrag

Waar ik naar op zoek ga, is het begrijpen van het klachtgedrag, en snappen waar de oorzaak ligt. De diagnose die ik stel, moet daarom altijd verklarend zijn. Het moet duidelijk zijn waar het ´mis´ gaat in de informatieverwerking. Er zijn grofweg drie gebieden waarop klachten kunnen voorkomen als we het hebben over ASS: de sociale omgang, de communicatie en de stereotiepe gedragingen. De belangrijkste reden waarom er klachten zijn op deze gebieden, is omdat de informatieverwerking bij deze kinderen anders verloopt. De stoornis ligt dus in de hersenen.

Verschillende visies

Er zijn veel dingen die van daaruit anders lopen, waar verschillende visies op zijn om dit goed te verklaren. Elke visie richt zich op nét een ander aspect van bijvoorbeeld het sociaal inzicht of de sociale communicatie. Daardoor kan het ene kind goed functioneren op het ene gebied, maar zwak scoren op het andere. Daardoor ontstaat een unieke blauwdruk voor elk kind, wat het tegelijkertijd moeilijk maakt voor de omgeving. Het vraagt van ons namelijk om te kijken naar de specifieke behoeftes van het kind. Een kind kan bijvoorbeeld veel sturing van de omgeving nodig hebben, terwijl anderen meer vrijgelaten kunnen worden. Precies zoals het bij kinderen zonder autisme ook is, eigenlijk.

Specifieke behoeften

In de 9 jaar dat ik nu in de praktijk werk, heb ik talloze cliënten gehad waarbij ik wel of geen ASS heb vastgesteld, maar waarbij ik in ieder geval heb geprobeerd duidelijk te krijgen waar de specifieke ontwikkelingsbehoeftes van dit kind liggen. Wat dit kind nodig heeft van zijn ouders, de school en de omgeving om zo goed mogelijk binnen zijn eigen mogelijkheden te kunnen groeien en ontwikkelen. Het vaststellen van ASS is daarmee eigenlijk pas de eerste stap. Het komt voor dat het onderzoek en verslag al zoveel inzicht verschaft, dat ouders zelf verder kunnen, maar het mooiste is wanneer er een aanvullend traject volgt, met psycho-educatie.

Psycho-educatie

Psycho-educatie is een stukje voorlichting en uitleg, over autisme, de stoornis, de beperkingen die dat geeft en de mogelijkheden. Wat het betekent voor dit kind, dit gezin, deze situatie. Het leren dat het kind niet zijn stoornis is, maar dat een stoornis slechts een deel uitmaakt van het totaalbeeld. Dat een kind bovendien ook niet veranderd door het krijgen van een classificatie. Het kind blijft dezelfde, het gedrag krijgt alleen een naam.

Behandeling

Psycho-educatie is voor mijn gevoel een noodzakelijke stap om als ouder je eigen kind beter te snappen. Voor het kind geeft het rust, herkenning en acceptatie. Heel regelmatig is dit voldoende om de ergste klachten van de aanmelding te doen afnemen. En als dat niet zo is, dan is er gelukkig nog voldoende mogelijk aan behandeling voor deze kinderen.

Meer over autisme…

Er is nog altijd veel onderzoek naar autisme, en langzaam wordt er steeds meer duidelijk over deze complexe stoornis, die je voor het leven hebt. Dat is heel waardevol, omdat hiermee steeds vroeger gesignaleerd wordt en ook vroeger kan worden ingespeeld op de situatie, waardoor kinderen zich beter ontwikkelen. In de toekomst zal ik hier ook meer over delen. Bijvoorbeeld over autisme bij meisjes, de verschillende oorzaken, de rol van spiegelneuronen, de verschillen in het brein en de behandeling van autisme.

Review: “Eenzaamheid bij jeugdigen”

Review: “Eenzaamheid bij jeugdigen”

Een lang genegeerd probleem

Ik heb dit boek in één week uitgelezen. Sowieso sprak het thema me erg aan, en, zoals de auteur ook aangeeft: het is gek genoeg een onbelicht thema. Eenzaamheid is heel veel in de media, maar dan gaat het over ouderen, over de vergrijzing en verpleeghuizen. Dat kinderen en jongeren ook veel kampen met eenzaamheid wordt weinig benoemd. Dit boek doorbreekt deze tendens en schudt ons wakker. Want dat dat nodig is, blijkt wel uit de cijfers.

Het boek gaat diep in op het thema eenzaamheid bij jongeren, in al zijn facetten en met alle aspecten die ermee samenhangen. Dat het geen makkelijke taak is om eenzaamheid vast te stellen of te onderscheiden van bijvoorbeeld angst of depressie, wordt daarmee steeds meer duidelijk. Maar eenzaamheid is niet slechts iets dat erbij hoort, of iets dat vanzelf weer overgaat. Eenzaamheid is een knagend gevoel dat een kind beetje bij beetje afbreekt. Tijd dus dat we als professionals meer aandacht krijgen voor dit rotgevoel, waar zoveel jongeren mee te maken krijgen.

De feiten

  • Titel: Eenzaamheid bij kinderen
  • Auters: Jan van der Ploeg
  • Uitgever: Bohn Stafleu van Loghum
  • Publicatiedatum: 2017
  • Aantal pagina’s: 162
  • Prijs: €28,99

De auteur

De auteur Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek van de Universiteit van Utrecht. Hij heeft al veel boeken geschreven en een reële kijk op de jeugd. Dit boek heeft hij geschreven voor professionals, maar door de laagdrempeligheid en de prettige schrijfwijze, kan een geïnteresseerde ouder ook prima in dit boek duiken. Zijn andere boeken, zoals stress bij kinderen en agressie bij kinderen ga ik daarom binnenkort ook eens lezen.

Eerste indruk

Ik heb dit boek als e-boek gelezen, en dus geen papieren versie waarover ik kan vertellen. Het is geen dik boek, met zijn 162 bladzijden. Doordat het 18 hoofdstukken heeft, zijn de hoofdstukjes makkelijk weg te lezen. Het boek bevat geen afbeeldingen, maar heeft wel een aantal bijlagen, waarin dieper wordt ingegaan over bijvoorbeeld definities of waarin vragenlijsten staan opgenomen om eenzaamheid te bepalen bij jongeren. Het boek oogt fris en van deze tijd. Het maakt bijvoorbeeld koppelingen naar social media gebruik, gamen en gezinskenmerken. Het voelt daarmee als compleet.

Pluspunten

  • Het brengt een thema onder de aandacht die nog teveel onderbelicht is, omdat de focus meer op eenzaamheid bij ouderen ligt. Dat eenzaamheid bij jongeren ook een groot probleem kan geven, is minder bekend, maar niet minder belangrijk! Het maakt professionals heel goed bewust van het belang dit goed in de gaten te houden en er iets mee te doen.
  • Het boek is zeer compleet, met een goede opbouw die prima is te volgen, en logische en relevante koppelingen naar o.a. bijkomende problemen, gevolgen, oorzaken en de aanpak van eenzaamheid. Doordat de hoofdstukjes kort en bondig zijn, is het makkelijk terugzoeken naar informatie.
  • De auteur is een bekende naam op het vakgebied en heeft al heel wat titels op zijn naam staan. Hij heeft veel kennis en schrijft bovendien erg prettig. Het is daarmee een boek dat je serieus kunt (moet) nemen.

Minpunten

  • Het had fijn geweest als er nog wat dieper in was gegaan op verschillende behandelinterventies, hoewel er al e.e.a. aan het licht wordt gebracht. Aan de andere kant is dat in dit boek misschien ook niet helemaal de plek. Wat verwijzingen naar verdiepende literatuur hierover had wellicht fijn geweest.
  • In de bijlagen zitten vragenlijsten opgenomen om eenzaamheid bij jongeren te meten. Er zijn hier echter geen normen bij gegeven. Ik weet ook niet of deze bestaan.
  • Het boek is in eerste instantie geschreven voor professionals. Ouders kunnen dit ook wel lezen, maar dan sluit de inhoud wellicht minder aan op de opvoedingssituatie.

Opbouw

Het boek bestaat uit 18 hoofdstukken, die zich elk op een ander aspect van eenzaamheid richten. De eerste hoofdstukken gaan vooral over de definities, hoe vaak het voorkomt, hoe het ontstaan en de ernst van de zaak. Daarna richt het zich op de samenhang met o.a. gezinskenmerken, aanleg, sociaal netwerk, sociale vaardigheden en afwijzing. Ook actuele thema´s als internetgebruik, gamen, social media, telefoongebruik en bijvoorbeeld pesten en suïcide komen aan bod. De laatste twee hoofdstukken gaan over hulp bij eenzaamheid door professionals en door ouders. In de bijlagen vindt je verdieping van de eerder besproken theorie.

Vertaalslag naar de praktijk

Dit is een boek, dat ik direct in de praktijk kan gebruiken. Het gaat vooral om een bewustwording en besef dat dit aanwezig is. De concrete gedragsbeschrijvingen en gedragskenmerken door de auteur maken het gemakkelijker om eenzaamheid te gaan herkennen. De brede kijk op het onderwerp, maken je bewust van de complexiteit en de zaken waarmee je rekening kunt houden in bijvoorbeeld het uitvragen of juist het behandelen van de klachten. Doordat het kort en bondig is geschreven, opgedeeld in heldere hoofdstukken, is het gemakkelijk terugzoeken als ik even snel wat wil nalezen.

Conclusie

Een fijn boekje, dat makkelijk weg leest en naar mijn idee erg relevant is voor professionals. De auteur zet mooi neer hoe complex de psychologie en pedagogiek is, en hoezeer de zaken met elkaar samenhangen. Maar hij legt het helder en begrijpelijk uit, wat het ook behapbaar maakt om ermee aan de slag te gaan.

Hoe Fosse voor korfbal ging

Hoe Fosse voor korfbal ging

Sport als onderdeel van de opvoeding

Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen op een sport gaan. Naar mijn idee zitten hier zoveel voordelen aan, dat ik niet terugdeins dit te stimuleren bij mijn kinderen. Gelukkig hebben we ook drie energieke aapjes, die zelf ook lieten blijken graag lekker te sporten. Toen Meia nog maar 2 jaar was, ben ik met haar al begonnen met peutergym. Fosse groeide daar in eerste instantie min of meer in mee. Toen hij de leeftijd had, ging hij dus samen met zijn grote zus klimmen en klauteren in de gymzaal.

Turnen met zijn grote zus

Maar toen kwam het moment dat Meia naar een oudere leeftijdsgroep doorverhuisde, en Fosse dus ‘alleen’ overbleef. Hoe leuk hij het ook vond, hij weigerde pertinent nog een voet in de gymzaal te zetten zonder zijn zus. Ja, hij was een behóórlijk koppige peuter op die leeftijd. Maarja, ik wilde eigenlijk wel graag dat hij ook lekker in beweging bleef en een sport zou vinden waar hij zich fijn in zou voelen, iets van hemzelf, iets anders dan zijn grote zus. Zeker omdat de valkuil om zich te gaan vergelijken ook op de loer lag.

Handbal

Fosse was goed in gooien en vangen en hield ervan om met de bal te spelen. Voetballen deed hij toen nog niet zo fanatiek, hij was meer van het zwemmen, fietsen en met de bal spelen. We besloten eens bij handbal te gaan kijken, en kort daarna ging hij wekelijks naar het groepje op de handbal. Helaas was de club echter zo klein, dat er geen volledig team voor zijn leeftijd bestond en ook niet op de korte termijn leek te komen. Dat was jammer, want hij vond het wel heel stoer om hier mee bezig te zijn.

Beweegkriebels

De handbalmiddagen bloedden helaas dood, waarmee opnieuw de zoektocht naar een sport ontstond. Er werd toen om de zoveel weken ook ‘beweegkriebels’ georganiseerd, vanuit DordtSport, juist om de kinderen onder de 4 jaar kennis te laten maken met allerlei soorten sporten, klimmen en klauteren. Omdat Fosse nog nét mee kon doen, besloot ik dit samen met hem te doen. Voor een gezellig één op één moment, en om eens te ontdekken wat er nog meer aan sportmogelijkheden waren voor hem, en wat hem aansprak hierbinnen.

Van judo tot ballet

Mijn stoere surfdude moest niet zoveel hebben van de judo proefles: elkaar opzettelijk omver duwen, dat kon hij niet zo goed begrijpen. Ballet daarentegen, daar kon hij geen genoeg van krijgen. Met grote sprongen huppelde hij door de zaal op de muziek, wat tot menig verbaasd en vertederd gezicht leidde. Toen ik echter de prijzen in handen gedrukt kreeg van deze balletschool, was mijn enthousiasme helaas direct een stuk minder. Maar even wachten wat nog meer volgde.

Korfbal

Halverwege de beweegkriebel serie was er een proefles korfbal. Omdat de gymzaal aan het korfbalcomplex grensde, konden de kinderen direct op het echte veld trainen. Tot grote lol van mijn wildebras. Dit was direct een succes! De pittenzakjes door de gaten gooien konden zijn aandacht niet vasthouden, dus richtte hij zich direct op de korven. En het lukte! Hij kreeg high fives van de trainster en Fosse glunderde van oor tot oor. Na de beweegkriebels besloot ik daarom om verder te gaan met korfbal.

Kangaroes

Op zaterdagochtend trainde Fosse sindsdien bij de Kangaroes, waar de allerkleinsten in spelvorm allerlei basistechnieken van de korfbal trainden. De trainers waren enthousiast en tussen de kinderen was het gezellig, dus ging Fosse met veel plezier hier naartoe. Fosse is echter nogal groot voor zijn leeftijd en groeide in die periode ook doodleuk door, waardoor hij na een paar maanden een volledige kop groter was dan de andere kindjes. Wanneer hij ballen gooide, had de kleinste telg van het team de kans om zomaar omver gekegeld te worden. Met tikspelletjes, rende Fosse altijd de rest eruit met zijn lange benen. En zoals het Fosse betaamt: hij stopt dan gewoon zijn handen in zijn zakken en zit zijn tijd uit tot de rest bij is. Kortom, hij sloot niet helemaal aan bij de rest van zijn cluppie, vanwege zijn postuur.

De F-jes

Op advies van de trainster is Fosse toen alvast aangemeld bij de F-jes, zodat hij daar kon proefdraaien en kijken hoe dat beviel. Na de kerstvakantie zou hij dan ‘eindelijk’ mee mogen trainen daar. Fosse kon niet wachten! Vooral niet omdat een ander vriendje uit zijn team ook naar de F-jes ging. En een paar weken terug was het dan eenmaal zover. Op woensdagmiddag mocht hij voor het eerst in zijn gloednieuwe team meetrainen. Met nieuwe zaalschoenen, die hij op de valreep nog even met papa had gescoord, en kriebels in zijn buik ging hij van start.

Genieten van sporten

Hij vindt het heerlijk. Hij rent lange afstanden en wordt aan het werk gezet. Voor lanterfanten heeft hij weinig kans meer en qua lengte komt hij veel beter overeen met zijn ploeggenootjes. Het feit dat hij weet dat hij traint om uiteindelijk echte wedstrijdjes te gaan spelen, motiveert hem meer dan ooit. Met een fanatieke blik in zijn ogen zigzagt hij door de zaal en in de auto terug vertelt hij enthousiast wat hij heeft gedaan. Het is heerlijk als je kind het zo naar zijn zin heeft met een hobby of sport, en ik geniet daar dubbel van mee. Voorlopig houden we dit er in!

 

Regels en grenzen onder de loep

Regels en grenzen onder de loep

Opvoeden met een korreltje zout

Met de paplepel wordt ons aangeleerd dat we regels en grenzen moeten stellen aan onze kinderen. Een opvoeding zonder regels, is een mislukte opvoeding. Je moet vooral consequent zijn, want anders nemen ze een loopje met je en is het eind zoek. Als ouders moet je bovendien ook vooral één lijn trekken, anders raakt je kind in verwarring of erger nog, speelt het jullie tegen elkaar uit.

“Kinderen hebben regels nodig”

Ja, dat zijn zomaar wat kreten die ik tijdens mijn opleidingsjaren ook te horen kreeg. Ik ben ook opgeleid met de wetenschap en visie dat regels en grenzen een onmisbaar ingrediënt zijn van een succesvolle opvoeding. Nu heb ik, door schade en schande, in de praktijk ervaren dat hier nogal wat nuances in mogen worden aangebracht. Zowel in de ‘opvoeding’ van mijn cliënten (en diens ouders), als met mijn eigen kinderen.

Op zoek naar genoeg

Nee, ik ben geen vrijgevochten alternatieve ouder. Waar trouwens niks mis mee is, want menig persoon kan nog wat leren van de bewuste opvoeders met antroposofische of vrije-school inslag. Maar ik bedoel maar te zeggen dat ik ook een doodgewone huis-tuin-en-keuken ouder ben. Nouja, dat denk ik dan maar. En vanwege het feit dat ik zoveel herken van alle ouders die bij mij komen (die het heus niet allemaal verknallen hoor, integendeel), ga ik daar voor het gemak maar even van uit.

Meestal doe je het gewoon goed

Regels zijn belangrijk, net als grenzen aangeven en vasthouden en zorgen voor structuur in de opvoeding. Maar de wijze waarop dat wordt doorgevoerd is nogal op wat verschillende manieren mogelijk. Gelukkig maar, want dat maakt het ook zo mooi: elk gezin doet het op zijn manier, en 9 van de 10 keer is dat ook prima. We moeten tenslotte niet vergeten dat het in de meeste gevallen gewoon goed gaat, en dat daar geen hulp voor nodig is. Er is dus geen Gulden Route. Nee, je bent als ouder gelukkig vrij in hoe je je kinderen grootbrengt en om te kijken hoe je het beste bij de behoeften van jouw kroost kan aansluiten.

Rekening houden met elkaar

Waarom dan het gehamer op die regels? Dat zal ik uitleggen. Eigenlijk is een opvoeding een mix van verschillende ingrediënten. De belangrijkste, en dat zal niemand mogen verbazen, is die van liefde, warmte, acceptatie. Van begrip, erkenning en er mogen zijn. Maar we leven in een maatschappij die ook wat van ons verwacht: op tijd komen, je aan de afspraken houden, de deur voor elkaar open houden, opstaan voor oudere mensen in de bus of belasting betalen. Er zijn dus regels. En om te snappen en te beseffen dat je daar aan moet voldoen, en jezelf dus ondergeschikt maken aan een algemeen belang, vergt van ons dat onze kinderen worden opgevoed met regels en grenzen.

Zonder grenzen: grenzenloos

Wanneer kinderen volledig vrij worden gelaten, kunnen ze wellicht hun volledige creatieve talenten ontdekken en inzetten, maar zit de kans erin dat je lippenstift op de muren aantreft, of graffiti op het huis van je buren. Want zonder begrenzing, kun je niet van je kind verwachten dat het rekening houdt met andermans belangen. Grenzen zijn dus nodig. Om het leefbaar en acceptabel te houden. Maar hoe voer je dat uit in de opvoeding, zonder politie-agent te hoeven spelen? Want niet zelden krijg ik verhalen van ouders te horen waarvan ik spontaan de hoofdpijn voel opkomen.

Grenzen zijn persoonlijk

Laat ik voorop stellen: ik kan heel streng zijn, en dan vinden mijn kinderen mij echt geen leuke moeder. Ik word waarschijnlijk eerder gezien als een hysterische Cruella De Vill als ik weer eens gefrustreerd Ach en Wee roep bij het aantreffen van de kinderkamer. Ik bescherm op dat moment ook mijn grenzen en herhaal de regels: spullen opruimen en direct op de goede plek leggen. ‘Raap die pen eens op, die hier in de hal ligt’, en na 5 minuten: ‘Jongens, die pen ligt nu op de bank, ik heb gezegd dat dingen op de juiste plek moeten worden opgeruimd’. Ik ben vervolgens een hele ochtend kwijt met ze, 10.000 stappen rijker en een half pak hagelslag verder (die Signe in een onbewaakt ogenblik op de grond had uitgestrooid), maar de doppen zitten weer op de stiften, het oud papier is aangevuld en de boeken zitten weer op hun plek in de kist.

Laat het van de situatie afhangen

Maar regels hanteren en grenzen stellen betekent niet dat dit boven alles gaat. Als wij om half 9 terugkomen van iets, en de kinderen staan te zwalken op hun benen van vermoeidheid, negeer ik de rommel op de grond en help ik ze met hun pyjama’s aantrekken, al kunnen ze dat zelf. Als je een leuk uitje hebt gepland en er moet eigenlijk nog iets worden opgeruimd waardoor je in tijdnood komt, doe dan alsof je het niet hebt gezien. Of licht toe waarom het nu niet hoeft. In andere woorden: wees flexibel en empathisch. Wees menselijk, stem het af op de situatie.

Choose your battles

Maak gebruik van de mogelijkheid wanneer je die hebt, en probeer tolerant te zijn op momenten dat je minder in de gelegenheid bent om de regels na te komen. Zo heb ik op vrije dagen, vanzelfsprekend, veel meer tijd om op de regels te letten en kan ik ze daarin veel meer begeleiden. Dat doe ik dan ook. Mijn kinderen kunnen als ze willen ook vrijwillig klusjes doen voor ‘punten’, waarmee ze bijvoorbeeld sparen voor een keertje uit eten gaan. Tegelijkertijd haal ik heel regelmatig mijn schouders op of kijk ik een andere kant op. Het heeft geen meerwaarde om op alle slakken zout te leggen of om overal een ‘les’van te maken.

Er moet geleefd worden

Er moet ook gewoon geleefd kunnen worden. Kinderen moeten spontaan kunnen zijn, kunnen spelen, plannen maken, uitstapjes maken, kunnen afspreken, sporten, what ever. Ik heb simpelweg gewoon niet altijd tijd en zin om te zeggen ‘hé, gooi dat eens in de was’, ‘draai de dop eens op de tandpasta’ of ‘je moet dit nog opruimen’. Soms geniet ik er ook even van dat ze zo heerlijk spelen, ook al is de hele kamer een zooi, want dan kan ik gewoon even in mijn boek kijken of genieten van hun spel.

Consequent zijn…?

Het idee dat je als ouders altijd maar consequent moet zijn en één lijn moet trekken binnen de opvoeding, trek ik dan ook zeer in twijfel. Niet dat mijn kinderen nou het schoolvoorbeeld zouden zijn van een fantastische opvoeding, toch hoor ik tot mijn genoegen uit mijn omgeving vaak positieve geluiden terug, wat mij het vertrouwen geeft dat we wat flexibeler mogen omgaan met de opvoeding. Het consequent zijn betekent naar mijn idee veel meer dat je kinderen kunnen verwachten van je hoe je reageert. Dat betekent dus ook dat je je kinderen kunt leren dat er uitzonderingen op de regel zijn, en dat je in die gevallen anders reageert dan gebruikelijk. Je bent dan voor mijn gevoel nog steeds consequent, met empathie voor de situatie, en niet iemand die star vasthoudt aan de letterlijke zin van het woord.

Voor welke waardes sta je?

Dat je je speelgoed moet opruimen kan een regel zijn, maar niet vlak voor vertrek om op tijd te komen op de korfbal: in dat geval weegt de waarde ‘op tijd komen’ zwaarder dan de waarde ‘opruimen’, wat je je kind kunt uitleggen. Dit kan natuurlijk bij een ander gezin precies omgekeerd zijn, wat niks uitmaakt: zolang je kind maar snapt wat er verlangt wordt, en waarom het eventueel nu anders is dan normaal gesproken.

Eén lijn trekken als ouders…?

Idem dito voor het idee dat ouders altijd dezelfde regels zouden moeten hanteren en ‘een lijn moeten trekken’. Natuurlijk is het heel fijn en handig als je het samen eens bent over een bepaalde aanpak, of dat je min of meer op dezelfde wijze reageert. Maar dit is eerder een uitzondering dan dat we dat moeten verwachten van elkaar. Man en vrouw verschillen tenslotte, op zoveel verschillende manieren. Je bent allebei een verschillend persoon, je hebt een andere relatie met je kind, je hebt een andere opvoeding gehad dan je partner. Het is daarom niet meer dan logisch om ervan uit te gaan dat je allebei anders reageert binnen de opvoeding.

Wees jezelf

Het zou heel bijzonder, of misschien zelfs vreemd zijn, wanneer je als ouders exact hetzelfde omgaat met je kinderen en exact gelijk reageert in bijvoorbeeld het oplossen van conflicten. Dat is daarom dan ook niet iets om direct na te streven, als je het mij vraagt. Als ouders, en dus twee unieke individuen, heb je allebei je eigen manier van omgaan met je kinderen. Die, zoals eerder gezegd, 9 van de 10 keer prima is. Wanneer je kind weet wat het van je kan verwachten, is het dus goed. Ook al is dat anders dan wat het van je partner kan verwachten. Je kind wéét tenslotte niet beter dan dat jij jij bent, met al jouw unieke eigenschappen en eigenaardigheden.

Verschillende verwachtingen

Het zal dan ook verschillende verwachtingen hebben van jou, in vergelijking met je partner. En daar is niks mis mee. Sterker nog, dit staat dichter bij ons, dan wanneer wij ons in bochten zouden wringen omdat wij ons gedragen ‘zoals het hoort’, of zoals het ‘wordt verwacht’. Je kind is niet gek. Het kent jou als geen ander, en wéét wat het van jou kan verwachten. Wees daarom maar liever jezelf en authentiek. Dat je kind dan vaker naar papa stapt om te vragen of ze tv mogen kijken, omdat hij sneller zal toegeven, is dan iets dat we voor lief moeten nemen.

Opvoeding is niet zwart-wit

Structuur, regels, grenzen… ik hanteer ze, en ik kan niet zonder ze, maar wel binnen de mogelijkheden van de situatie. Voor alle lieve, hardwerkende ouders wil ik daarom het advies geven: ga eens bij jezelf na wat het belangrijkste is: het geluk van dat moment, het in stand houden van een waarde, het leren van een les, of het op één lijn komen met elkaar? Of mogelijk nog iets heel anders? Wees niet bang om de regels af en toe te laten vieren. Zolang jij dicht bij jezelf blijft en kunt uitleggen waaróm je daar nu voor kiest, is het voor een kind veel makkelijker te accepteren en te begrijpen. Het leven is nu eenmaal niet zwart-wit. Zoek de kleuren op.

Vergeet het vergeten kind niet

Vergeet het vergeten kind niet

Week van het vergeten kind

Het is deze week de week van het vergeten kind. Ik had er eerlijk gezegd tot vorig jaar nog nooit van gehoord, maar toen ik me erin verdiepte kon ik niet anders dan achter dit initiatief staan. Het vergeten kind is het kind dat opgroeit in problematische omstandigheden in Nederland, bijvoorbeeld vanwege psychische problemen in het gezin, armoede, verstandelijke beperking of multi-problem situaties. De organisatie wil deze kinderen bereiken en hen helpen zich zo gezond mogelijk verder te ontwikkelen, ondanks de moeilijkheden waarmee zij te maken hebben.

Schone schijn

Als ik lees over deze doelgroep, merk ik dat dit op zoveel gebieden raakvlakken heeft met de kinderen die ik zie in mijn werk. Kinderen uit alle soorten situaties komen bij mij, met de meest uiteenlopende problemen. Geen enkele situatie is vergelijkbaar, maar toch zijn er wel overeenkomsten. Er zijn situaties waarin kinderen het ogenschijnlijk heel goed doen voor de buitenwereld, maar die een enorme rugzak met ‘shit’ met zich meezeulen.

Veerkracht

Ik ben vaak zo onder de indruk van de enorme veerkracht van kinderen. Hoe zij ondanks ellendige omstandigheden toch nog geluk ervaren, plezier kunnen maken, het goed doen op school of de weg naar de hulpverlening weten te vinden. Eerlijk gezegd vind ik dit ook vergeten kinderen: de kinderen waarvan niemand vermoed dat er iets aan de hand is. Die gewoon maar door blijven gaan, niet klagen maar dragen. Hoe graag je die last ook van hun schoudertjes zou willen halen.

Geheimhoudingsplicht

Niet zelden maken deze kinderen dankbaar gebruik van de geheimhoudingsplicht. Ze willen ab-so-luut niet dat hun vriendjes, de school of zelfs de ouders afweten van waar zij tegenaan lopen. Vaak een dilemma voor mij als hulpverlener. Zeker wanneer het over zaken gaat die in een schemergebied komen van waar de geheimhoudingsplicht ophoud en de meldplicht begint (bijvoorbeeld in het geval van mishandeling). Deze kinderen lopen dus vaak al jaren rond met ‘geheimen’ en zijn vaak zo gespannen als een snaar, omdat de omstandigheden zo stressvol zijn of waren.

Geen stereotiep beeld

Het zijn doodnormale kinderen. Leuke, vrolijke snoetjes, goed gekleed, leuke ouders, etc. Er bestaan geen stereotypen als het om deze problemen gaan. Het komt bij alle lagen van de bevolking voor, bij alle denkbare situaties. Het is absoluut een fabeltje dat je het aan de buitenkant zou kunnen zien. Deze kinderen zijn bovendien vaak een ster als het gaat om maskers opzetten. Ze zijn vaak heel invoelend en empathisch, en weten daarom precies hoe zij hun eigen gevoelens kunnen verbergen voor hun omgeving. Dat maakt de problemen ongrijpbaar en onzichtbaar.

Steun het vergeten kind

In deze week van het vergeten kind wil ik daarom al deze onbewust vergeten kinderen een hart onder de riem steken. Bovendien wil ik iedereen die met kinderen te maken heeft, of je nu ouder, buurvrouw, leerkracht, coach op een sportclub of wat dan ook bent, alert maken op dit fenomeen. Probeer niet direct te oordelen, maar sta open voor andere mogelijke verklaringen. In de week worden bovendien allerlei initiatieven gestart om deze kwetsbare kinderen te helpen.

Review: “Hoogbegaafd. Als je kind (g)een Einstein is”

Review: “Hoogbegaafd. Als je kind (g)een Einstein is”

Handboek over hoogbegaafde kinderen

“Hoogbegaafdheid bij kinderen staat de laatste jaren steeds meer in de aandacht. Ik heb daar een beetje gemengde gevoelens over, omdat niet alle informatie hierover even betrouwbaar is. Gelukkig komen er zo nu en dan boeken op de markt waarmee het kaf een beetje van het koren wordt gescheiden. Dit boek van Tessa Kieboom is er zo één. Vooral bekend in België, maar haar kennis van jaren is zeker ook heel bruikbaar voor Nederland. Ik las het boek voor jullie om er mijn oordeel over te vellen.”

De basis voor ouders en leerkrachten

Het boek vormt een goede basis voor ouders en leerkrachten die te maken hebben met hoogbegaafde kinderen. Er wordt uitgelegd wat het is, en vooral wat deze kinderen nodig hebben aan begeleiding. Er wordt gelukkig ook afgerekend met het gedachtegoed dat hoogbegaafdheid een ‘luxe’ probleem zou zijn. Want dat hoogbegaafdheid net als laagbegaafdheid tot problemen kan leiden in het functioneren, wordt in dit boek goed duidelijk.

De feiten

  • Titel: Hoogbegaafd. Als je kind (g)een Einstein is.
  • Auters: Tessa Kieboom
  • Uitgever: Lannoo, Opvoeding
  • Publicatiedatum: 2015
  • Aantal pagina’s: 280
  • Prijs: €19,90

 

Algemeen

Het boek is een vrij dik boek, zonder veel plaatjes, met af en toe een casusbeschrijving tussendoor. Toch leest het vrij gemakkelijk weg, en is het goed te volgen. Het is geschreven vanuit het kenniscentrum dat in België is gevestigd en de Belgische schoolervaringen (zowel positief als negatief), waardoor niet alles even relevant voelt als lezer. Ik kreeg af en toe het gevoel dat ‘verlossing’ bij deze problemen enkel bij het Expertisecentrum van Tessa Kieboom is te halen. Toch weet ik uit ervaring dat er gelukkig veel meer mogelijk is, maar dat is voor lezers wel fijn om te weten.

 

De pluspunten

  • Het boek geeft een goede basis. Als je nog niks over hoogbegaafdheid weet, legt dit boek prima uit wat eronder wordt verstaan en hoe breed het gezien kan worden. Hoe je het kan herkennen, vaststellen en hoe het tot uiting kan komen.
  • Het boek richt zich gelukkig ook op de andere aspecten in de ontwikkeling naast de intelligentie. Hoogbegaafdheid is namelijk niet alleen een hoog IQ, maar speelt ook in alle andere gebieden van ontwikkeling. Die nuancering wordt goed duidelijk gemaakt.
  • Er worden veel praktijkvoorbeelden aangehaald om zaken inzichtelijk te maken. Er zijn casussen beschreven die je laten snappen wat er wordt uitgelegd.
  • Voor leerkrachten staan er ook heel veel waardevolle tips en adviezen in om rekening mee te houden in de begeleiding van begaafde leerlingen in de klas.

review recensie boek hoogbegaafd hoogbegaafdheid bij kinderen tessa kieboom

De minpunten

  • Wat ik mis, is nog meer uitleg over het hebben van een hoogbegaafd kind en wat dat vooral betekent in de thuissituatie (dus niet alleen op school). Het is voor veel ouders namelijk zoeken en puzzelen hoe zij tegemoet kunnen komen aan hun begaafde kind en hoe zij moeten omgaan met de problemen die dat soms met zich meebrengt.
  • Er wordt soms een wat zware, of negatieve toon aangeslagen. Ik kan me voorstellen dat mensen heel erg schrikken als ze lezen over de heftigheid van problemen die soms bestaan bij hoogbegaafdheid. Het is goed dat dit onderwerp bespreekbaar wordt gemaakt, maar het is ook fijn om tegelijkertijd hoop en perspectief te kunnen bieden in de vorm van oplossingen, handvatten of begeleiding.
  • De ervaringen die zijn opgedaan in het Expertisecentrum liggen in België. Ik mis soms de Nederlandse uitwerking van wat wordt besproken in dit boek. En suggesties voor hulpverlening binnen Nederland.
  • Er zit behoorlijk wat herhaling en overlap in het boek. Op zich kan dat geen kwaad om de boodschap goed over te brengen, maar hiermee worden andere facetten van hoogbegaafdheid niet aan bod gebracht. Het zou fijn zijn als alle informatie aan de orde kwam in één boek.

De eerste indruk

Het boek is van A5 formaat, met een dunne slappe kaft en ongebleekt papier. Omdat het ook vrij dik is, met flinke lappen tekst en vrijwel zonder afbeeldingen, komt het wat ‘droog’ over. Het nodigde mij niet direct uit om erin te duiken. Wel zit er voldoende witruimte om de tekst heen, waardoor het wat rustiger oogt. Het boek blijft niet uit zichzelf open liggen, maar heeft een sterke neiging weer dicht te vallen.

Opbouw van het boek

Het boek bestaat uit vier delen, waarvan ik het eerste deel het meest de moeite waard vond. Deel 1 geeft een beschrijving van hoogbegaafdheid en zoomt in op het zogenaamde ‘zijnsluik’ naast het stuk van de intelligentie. Ik raad dit stuk soms aan aan ouders die gedrag omschrijven dat doet denken aan hoogbegaafdheid, zonder dat zij zelf denken aan hoogbegaafdheid. Vaak geeft dit na het lezen bij ouders veel herkenning over hun kind, en vallen er puzzelstukjes op hun plek.

Het tweede gedeelte is het meest uitgebreide gedeelte, en gaat over hoogbegaafdheid op school. Voor leraren is dit een heel waardevol stuk om van op de hoogte te zijn, en zeker aan te raden wanneer je wilt weten wat een begaafde leerling nodig heeft op school en hoe je dat kunt aanbieden.

Het derde deel heet ‘hoogbegaafd, gewoon een beetje anders’ en bevat wat herhaling uit voorgaande delen en richt zich op een stukje opvoeding. Ik vond dit echter nog te vrijblijvend en had hier graag nog meer tips over gelezen.

Het vierde en laatste deel heet ‘hoogbegaafdheid in de praktijk’ maar dit zette mij op het verkeerde been qua inhoud. Ik had hier gehoopt nog meer handvatten te lezen voor ouders, maar dit deel bevat enkel casusbeschrijvingen en ervaringen van scholen die zich hebben laten begeleiden door Tessa Kieboom. Een stukje promotie van haar eigen werk, zo voelt het. Leuk om te lezen, maar niet direct relevant voor mij.

review recensie boek hoogbegaafd als je kind geen einstein is hoogbegaafdheid kinderen begaafde slimme intelligentie zijnsluik cognitieve ontwikkeling

Vertaalslag naar de praktijk

Zoals ik hierboven al even noemde, raad ik soms het eerste hoofdstuk uit dit boek aan, aan ouders, omdat het een beschrijving geeft op basis van gedragskenmerken die voor ouders vaak als ‘lastig’ of veeleisend worden ervaren. Wanneer ouders over hun kinderen vertellen, kan ik soms zaken herkennen uit de beschrijvingen van Tessa Kieboom over hoogbegaafde kinderen. De meeste ouders denken dan trouwens helemaal niet in de richting van hoogbegaafdheid. Na het lezen van dit hoofdstuk herkennen zij meer hiervan in hun kinderen en kunnen zij beter snappen waar het gedrag mee te maken heeft. Dit zorgt voor meer begrip en geeft handvatten voor de verdere begeleiding. Voor leerkrachten kan het tweede deel van het boek heel bruikbaar zijn, en de adviezen hieruit neem ik dan ook vaak mee in schoolgesprekken of psychodiagnostische onderzoeksverslagen.

Conclusie

Vermoed je hoogbegaafdheid bij je kind, werk je met (hoog)begaafde kinderen of vind je het gewoon interessant om erover te lezen? Dit boek bevat goede en betrouwbare informatie vanaf de basis, waarna je direct aan de slag kunt met de begeleiding van deze kinderen op school.

De eerste week als ondernemer

De eerste week als ondernemer

De overname van Praktijk Inzicht is een feit!

Op 1 januari 2018 was het zover: de datum waar ik al jaren daarvoor naartoe heb gewerkt. Ik ben ondernemer! En heb nu een heuse eigen praktijk voor kind&jeugd GGZ. Hoe cool is dat. Maar hoezeer het tromgeroffel ook aanzwol tot deze heuglijke dag, zo groot was ook de deceptie op diezelfde dag. Want ja, 1 januari is natuurlijk gewoon een vrije dag. En laat ik nou nog in mijn herstelperiode zitten en gewoon ook nog kerstvakantie hebben… Dus geen cliënten, roodgloeiende telefoon of avonden lang verslagen schrijven. Neejoh.

Regeldingen

In plaats daarvan was ik wel keihard bezig met het in orde maken van de laatste zaken. Ik had zo gehoopt dat alles echt rond was voor 2018, maar helaas kun je niet blind vertrouwen op stiptheid en vooral niet op snel werken als het om ambtenarenwerk gaat. Dus was ik die week nog bezig met het uitzoeken van verzekeringen, het eindeloos wachten op alle benodigdheden voor het (dacht ik) simpel openen van een zakelijke rekening en het definitief maken van de overnamecontracten. Oh en ik vergeet natuurlijk het doorvoeren van alle wijzigingen bij de gemeente. De grootste hobbel, waar ik nu 2 weken later, nog steeds geen zicht op heb. Frustrerend, zeker als er een keiharde 0 op je banksaldo staat en de kosten zich in de tussentijd geduldig steeds verder opstapelen.

Het leven van een starter

Ja, het leven van een starter gaat niet over rozen. Ik besloot me er bij neer te leggen. Ik kon hemel en aarde niet bewegen om andere mensen hun taken te laten uitvoeren. Dan ga ik maar leuke dingen doen en genieten van de laatste vrije dagen met de kinderen. Een leuk feestje met sportmaatjes het weekend voor ik écht begon voelde voor mij als een feestje om dit nieuwe tijdperk te vieren. En dat is goed gelukt. Blijkbaar stroomt er deze laatste weken nogal wat adrenaline door mijn aderen, want het nachtelijk wakker liggen (gelukkig zonder lekkages nu) is inmiddels eerder regel dan uitzondering. Ik keek er gewoon ook onwijs naar uit om eindelijk weer lekker te werken. Ja, echt!

Eindelijk, het begint nu echt!

En 8 januari was het dan zover. Het was een dag waarin ik gelukkig veel tijd had voor (nog meer) regelzaken. De voicemail had zich aardig gevuld met nieuwe aanmeldingen en andere vragen en ook de lopende cliënten werden wakker uit de sluimerstand van de vakantie. De dagen ervoor had ik me al zitten verheugen op de dag dat ik mijn collega’s weer zou zien, nu in de rol van werkgever. Nieuw en spannend. Ik kreeg van tevoren echter al zoveel steun en vertrouwen uitgesproken, dat ik ook wat leuks wilde terug doen. Dus shopte ik de afgelopen dagen allerlei cadeautjes bij elkaar tot een ‘hoe overleef ik mijn nieuwe werkgever’ pakket. Leuk om te doen, en nog leuker om te zien hoe enthousiast iedereen dit nieuwe avontuur met me wilde aangaan!

Frustraties

Helaas was ook in de tweede week van de vakantie lang niet alles rond. Ik wachtte nog altijd tot mijn bankzaken geregeld waren, en zat me te frustreren dat de gemeente maar niet opschoot met het wijzigen van de overname gegevens in hun systemen. Plus dat er nog zeer weinig duidelijk is over de betalingswijze van de gegeven zorg. In de praktijk leef ik nu op de pof en werk ik gratis. Een situatie die niet héél lang houdbaar is, dus inmiddels word ik lichtelijk nerveus.

De vrijheid van werktijden

Woensdags is nu mijn vrije dag. Ik heb mezelf de luxe gegeven om dan wél onze oppas aan huis te hebben ’s ochtends, zodat ik dan kan sporten (eindelijk!) en wat andere regelzaken kan doen. ’s Middags blijft vrij voor de kinderen. De donderdagmiddag had ik geen afspraken, en kon ik ineens de kinderen zelf uit school halen. Ik genoot met volle teugen van deze rijkdom van de vrijheid in het bepalen van je eigen werktijden. Al stond Steef een beetje te brommen dat ik niet moest vergeten te werken. Grappenmaker.

Het contract tekenen

Donderdag was sowieso een bijzondere dag, want op deze dag hebben we de overeenkomst officieel getekend. Het had wat voeten in de aarde, maar het is eindelijk zover, mijn lot is bezegeld! Dat voelt heel vrij! Van mijn nu ex-werkgever kreeg ik een bijzonder cadeau. Een beeld met de titel ‘een goed gevoel’. Wat onze wederzijdse gevoelens mooi symboliseert. Dit mooie kunstwerkje krijgt straks een goed plekje in mijn eigen praktijk.

Uitwerken in joggingbroek

Vrijdag ging ik alweer vroeg aan de bak, met weer een volle dag voor de boeg. In de avonden plande ik wat uitwerkwerkzaamheden. Heerlijk, ongestoord achter elkaar door kunnen werken aan een verslag of stapel behandelplannen. Gewoon in joggingbroek met Spotify op de achtergrond. Tot ik geen zin meer heb, want ik hoef aan niemand verantwoording af te leggen over mijn uren. Heerlijk, kan ik wel aan wennen!

Goede voornemens

Er zijn deze week al flink wat nieuwe voornemens ingeslopen, die ik ten uitvoer heb gebracht. De belangrijkste en fijnste is toch wel een wandelingetje maken. Ja, geen wereldschokkend revolutionair idee, maar daarom niet minder effectief of gewaardeerd. Mijn werk blijft immers toch vooral zittend werk, waarbij wat beweging tussendoor sowieso een goed idee is. Maar het werkt ook om je hoofd helder te krijgen, dingen te overdenken of op nieuwe ideeën te komen. Of om gewoon eens je collega te kunnen spreken over het weekend en letterlijk pauze van je werk te nemen.

Niet inhoudelijk werk

In dezelfde week zijn er ook een heleboel andere zaken om de hoek komen kijken, die niet direct met de GGZ te maken hebben. Telefoontjes met de gemeente, met de accountant en uitzoeken welk boekhoudkundig programma gebruikt moet worden. Aanleveren van bergen papierwerk, om bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomsten van mijn personeel te kunnen opstellen. De gemeenteambtenaar achter haar broek aan zitten zodat ik eindelijk eens geld krijg om dat fijne personeel ook te kunnen betalen straks. Een mobieltje van de zaak regelen. Een account regelen voor het declaratiesysteem voor de zorg. Privacywet uitzoeken. Agenda’s laten synchroniseren. Dat soort dingen.

Terugblik op de eerste week

Terugkijkend op mijn eerste week (nou vooruit, eerste twee weken), kan ik alleen maar heel trots, blij en enthousiast zijn. En wel een beetje moe. De spanningen tot aan het moment van tekenen lijken er nu ineens een beetje uit te komen. Maar het is ontzettend gaaf om dit te kunnen en mogen doen, om met zulke fijne collega’s samen te werken en om zo’n lieve teamgenoot naast je te hebben staan. Het voelt echt als samen doen. Ik kijk er naar uit om al mijn ideeën straks echt in de praktijk te kunnen brengen!

 

 

Loedermoeder!? Of gewoon een ouder?

Loedermoeder!? Of gewoon een ouder?

Omdat je als opvoeder altijd wel ergens tekort schiet

Ik moet iets bekennen. Al sinds ik moeder ben, en vooral sinds de kinderen naar school gaan gaat er iets mis. Ik heb me er inmiddels maar bij neergelegd, want ik krijg het gewoon niet voor elkaar om alles te bolwerken. Met één kind was het nog redelijk overzichtelijk. Als er dan een vraag van de peuterspeelzaal kwam, dan kon ik het nog betrekkelijk rustig in mijn agenda noteren, en had ik die activiteit als enige focuspunt. Inmiddels zijn er twee kinderen en tig activiteiten bijgekomen, en is het eind zoek.

Mosterd na de maaltijd

Ja, ik ben zo’n moeder die altijd veel te laat de gymschoenen heeft gekocht voor het nieuwe schooljaar. Die als mosterd na de maaltijd inschrijfformulieren voor voorleesfeestjes na de betreffende datum uit de schooltas vist en die slechts op het nippertje de cadeautjes voor kinderfeestjes heeft gekocht. Ik krijg het gewoon niet voor elkaar.

De ‘naschoolse activiteiten’

Het is niet alleen school, het is alles wat daarbij komt kijken: koffieochtenden, knutselactiviteiten, kijkochtenden, helpen met de versiering, lege potjes inleveren, maaltijden bereiden voor de eindejaarsmaaltijd, gesprekjes over de voortgang, speelafspraakjes met kinderen, geleende sokken teruggeven, zoekgeraakte bekers weer boven water krijgen, na een half jaar te horen krijgen dat je dochter al die tijd in d’r ondergoed gymt omdat ze haar gymspullen (alweer) zo lang kwijt is, schrijven van Sinterklaasgedichten en maken van surprises, het regelen van een kerstmuts voor een kooroptreden, het aantrekken van een foute kersttrui voor de middelste op foute kersttruiendag…

Hoe doen jullie dat!?

Ik kijk altijd met grote ogen naar andere ouders die voor mijn gevoel altijd zo georganiseerd zijn. Die netjes met volle tassen – uitgespoelde! – lege potjes naar school komen voor een of andere kerstactiviteit, hun kinderen met twee dezelfde sokken (waar blijven alle sokken in vredesnaam!) aan en nette vlechten in hun haar. Ik sta al om 6u op, maar helaas kan ik toch lang niet alles afvinken van deze lijst.

De clubjes, sport, afspraakjes…

Maar het is niet alleen school. Het gaat nog veel verder. Na school zijn er de sportclubs: turnen, zwemles, korfbal… Er gaan ik weet niet hoeveel nieuwsbrieven en andere meldingen de deur uit per week. Of er geholpen kan worden met…, wie er beschikbaar is op…, welke tijd gaat de voorkeur naar uit, het is de laatste week om het wedstrijd pakje te betalen, welke maat heeft uw zoon, deze week krijgt uw kind een boekje mee voor de grote clubactie, en de week erop krijgt mijn andere kind een formulier om zoveel mogelijk speculaaspoppen te verkopen.

De dooddoener: het is druk

Komt erop neer dat dat spaarboekje bij het oud papier is beland, het geld voor het pakje pas een week later kwam, we dit jaar geen speculaaspoppen hadden en mijn dochter stelselmatig vergat om haar koorboekje mee te nemen als ze moest oefenen. We hadden het immers nogal druk met het begeleiden van het maken van de surprise, en in navolging daarvan, met het weghalen van alle bruine verf op zo mogelijk alle objecten in diezelfde ruimte. Alsof ze de verf in een centrifuge hadden gestopt.

Kiezen

Misschien is het een gebrek aan organisatorisch vermogen. Vast wel, het kan vast beter. Maar het lukt me niet. Het is gewoon niet mijn talent, en met zoveel andere zaken die ook de aandacht vragen heb ik het gevoel dat je keuzes moet maken. Je kunt immers niet overál aan denken, als er zoveel van je verwacht en gevraagd wordt. Wil niet zeggen dat ik het onbelangrijk of stom vindt, wat er allemaal wordt gedaan voor en met de kinderen. Maar het betekent voor mij simpelweg dat ik niet overal aan mee kan doen. Kiezen betekent dat je de dingen waar je niet voor kiest, tekort doet.

Niet perfect

Dat is een lastig gevoel in onze prestatiegerichte maatschappij, waarin alles maar beter, sneller en meer moet. Toch is precies dát het gevoel dat steeds in het ouderschap ook naar voren komt, en waar veel ouders moeite mee hebben. Probeer alle ‘verwachtingen’ die aan ons als ouders of als gezin worden gesteld daarom te zien als mogelijkheden, in plaats van verplichtingen. Wat vind jij belangrijk als ouder en waar denk je dat je kind zich het fijnst bij voelt? Zet dáár op in, en dan kristalliseren de andere zaken zich vanzelf meer uit.