Archief van
Tag: kind

11 nadelen van straffen

11 nadelen van straffen

Straffen, weet wat je doet!

Ik straf liever niet. Maar omdat er veel misverstanden bestaan rondom straffen en belonen leg ik de dingen het liefst goed uit, zodat we beter begrijpen van elkaar waar we het over hebben. Eerder gaf ik een overzicht van soorten straf. Niet alle maatregelen uit dit lijstje beschouw ik als straf. Toch blijf ik erbij dat je beter op een andere manier kunt proberen om het gedrag van je kind te sturen.

 

Zoek alternatieven!

Straf is in eerste instantie niet aan te raden als opvoedmiddel. Er zijn veel andere middelen die beter werken en minder nadelen hebben dan straf. In het volgende deel geef ik daarom alternatieven voor straf waar je alvast je voordeel mee kunt doen. Vandaag zoom ik in op de nadelen die er aan straffen kleven. Ik noem er 11.

 

11 Nadelen van straf

  1. “Als je zo door gaat dan mag je niet mee naar oma en blijf je maar alleen thuis!”. Dreigen met zware gevolgen heeft weinig effect omdat ze toch niet worden uitgevoerd. Je gaat immers toch wel naar oma en je kind gaat gewoon mee, want je kan hem nu eenmaal niet alleen laten. Een ander nadeel kan zijn dat het onnodig angst oproept bij je kind: ‘alleen thuis blijven? Help! Dat durf ik niet!’. Ook leert je kind na verloop van tijd dat dreigementen toch niet worden uitgevoerd: ‘dat zei mama vorige keer ook, en toen mocht ik ook gewoon mee, dus het zal wel weer zo zijn’.
  2. “Als je dat nog één keer doet dan vind ik jou niet meer lief hoor!”, “jij krijgt dus geen knuffel, want jij deed net zo lelijk!”. Liefdesonthouding is niet verstandig omdat je kind zich daardoor als persoon voelt afgewezen. Het is in feite emotionele chantage en legt je kind een ‘voor wat, hoort wat’ principe op. Terwijl we toch onvoorwaardelijke liefde willen geven? Dan moeten we deze maatregel zo snel mogelijk in de prullenbak kieperen!
  3. Als ouders hun kind uitlachen of belachelijk maken, kan het kind onzeker worden: hun eigenwaarde wordt dan aangetast. Een inkoppertje, zul je misschien denken. Maar denk even goed na: soms lachen we omdat iets er komisch uitziet en bedoelen we het niet verkeerd. Maar kinderen begrijpen het verschil tussen uitlachen en toelachen nog onvoldoende. Als je kind de boel op stelten zet en je schiet in de lach, zeg dan dat je het er grappig uit vindt zien en dat je hem niet uitlacht.
  4. Straffen bij milde problemen leidt tot meer gedragsproblemen. Leg niet op alle slakken zout. Choose your battles. Lieve papa’s en mama’s: dit is een vrijbrief om af en toe gewoon te doen alsof je het niet ziet. Want wees eerlijk: ondeugend doen hoort bij een kind. Op die manier ontdekt het de wereld, het zoekt grenzen op, leert van ervaringen. Probeer de politiepet en scheidsrechtersfluit aan de kant te leggen.
  5. Met straf leer je je kind wat het niet mag doen, maar niet wat het wél mag doen. Als we ergens aandacht aan besteden, wordt het beter onthouden. Elk moment dat je straft, zet je dat gedrag in de spotlights. Het werkt zo: “denk niet aan die roze olifant!” en natuurlijk denk je aan die roze olifant. Straf vergroot dus vaak de kans op herhaling van het gedrag waar je voor straft.
  6. Jonge kinderen leggen geen automatisch verband tussen hun gedrag en de straf die ze krijgen. Hooguit wordt er angst opgeroepen omdat ze schrikken van je reactie. Ze zullen stoppen met wat ze aan het doen waren, maar alleen omdat ze bang zijn dat jij weer zo boos reageert. Of kinderen vinden het maar wat interessant als je iedere keer zo’n show weggeeft en herhalen het gedrag. Linksom of rechtsom: je kind leert niet dat jouw reactie komt door zijn gedrag en waaróm het dan niet zou mogen.
  7. Lichamelijke straffen leiden bij alle kinderen tot meer gedragsproblemen en bovendien tot psychische schade. Ook hebben deze kinderen meer problemen in de puberteit en volwassenheid, zoals bijvoorbeeld depressie of alcoholmisbruik. Zo, de risico’s in een notendop. Er is geen enkel geldend argument om deze maatregel te gebruiken. Het is niet voor niets bij de wet verboden.
  8. Straf kan maken dat het kind zich als persoon voelt afgewezen. Het voedt impliciete ideeën als ‘ik ben niet goed’, ‘ik faal’, ‘ik ben niet de moeite waard’, ‘ik doe het nooit goed’, ‘wat ik ook doe, het is toch verkeerd’, etc. Het geeft negatieve kerncognities of een negatief zelfbeeld, wat op termijn kan leiden tot depressie, angsten of andere psychische klachten.
  9. Straf kan leiden tot boosheid bij het kind en bovendien garandeert straf niet dat het kind vervolgens gewenst gedrag laat zien. Monkey see, is monkey do. Sta je te schreeuwen tegen je kind als je hem straft? Je kind leert dat je moet schreeuwen om iets duidelijk te maken. Om de boodschap over te brengen. Pak jij je kind eens stevig beet? Je kan het hem niet kwalijk nemen dat hij hetzelfde bij zijn vriendje doet. Hij heeft het immers geleerd van zijn voorbeelden.
  10. Met straf stimuleer je geen gedrag, daarvoor moet je andere middelen gebruiken. Het maakt hooguit een einde aan het gedrag (voor even), maar het geeft geen alternatief wat je kind kan doen.
  11. Veel straf kan leiden tot een kille opvoeding en machtsmisbruik. Misschien wel de meest voorkomende: straffen geeft een rotsfeer. Moeder boos, vader sacherijnig, dochter stampvoetend de trap op en zoonlief in ijzige spanning zijn bord verder leegetend. Wie herinnert zich niet deze spanningsvolle of negatieve interacties uit de kindertijd? Als we niet oppassen verzanden we snel in een negatieve spiraal. Tijd voor een andere aanpak dus!

 

Voer het goed uit

Toch blijft het voor veel gezinnen, zo niet de meeste, een vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsfunctioneren. Het vraagt soms een hele omschakeling als je van veel straffen naar niet straffen gaat. Het is vooral van belang dat de dingen die je doet, goed worden uitgevoerd. Daarom alvast wat tips  waar je aan moet denken als je ‘straf’ geeft.

  • de allerbelangrijkste: verdiep je in alternatieven voor straf en straf zo min mogelijk!
  • geef altijd eerst een waarschuwing zodat je kind tijd heeft om zijn gedrag te veranderen;
  • negeer alleen gedrag wat daarvoor geschikt is: als je kind dingen stukmaakt of iemand pijn doet, is negeren geen goed idee;
  • negeren is niet hetzelfde als je kind doodzwijgen. Je kunt best zeggen: ‘ik ga dit gedrag nu even negeren’ voordat je begint en maak ook een duidelijk einde aan deze periode: ‘zo hèhè ik ben blij dat je ermee bent gestopt, nu kan ik weer rustig met je praten’;
  • bij onthouding van iets leuks moet de straf wel uit te voeren zijn. Als je je kind tóch wel meeneemt, zeg dan niet dat hij niet mee mag. Als je hebt gezegd dat je kind geen tv mag kijken, maar de andere kinderen kijken wél tv (en dus je kind ook), dan heeft het weinig effect;
  • houdt altijd de veiligheid van je kind in het oog.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Straf, wat is het?

Straf, wat is het?

Overzicht van soorten straf

Iedere ouder doet het wel eens. De ene ouder misschien wat vaker dan de andere: je kind straffen. Heel lang (en eigenlijk nog steeds wel) heerste het idee dat opvoeden een kwestie is van straffen en belonen van het juiste gedrag. Door negatief gedrag te straffen, zal het uitdoven. Door positief gedrag te belonen, zal het toenemen. Het is een visie waar ik om meerdere redenen niet achtersta. Maar omdat het nog juist een wijdverspreid geloof is en de meeste ouders het principe van straffen met de paplepel krijgen ingegoten, wil ik hier wat meer aandacht aan geven om te snappen waar we over spreken.

 

Liever niet

Straf heeft veel nadelen. Ik ben van mening dat er beter zo min mogelijk gestraft kan worden. Er zijn gelukkig veel goede alternatieven om gedrag te veranderen. Ik kan met eerlijkheid zeggen dat ik vrijwel niet straf. En dat mijn kinderen heus niet ontspoord zijn of geen grenzen accepteren. Je kunt je kind dus prima opvoeden zonder te straffen. Dit zal ik in komende blogs verder toelichten. Om precies te weten wat er met straf wordt bedoeld, geef ik hieronder een overzicht.

 

Wat is straf?

Dit is niet voor iedere ouder hetzelfde. Ook in de literatuur wordt er niet overal hetzelfde over gedacht. Een voorbeeld van een omschrijving is de volgende: “straf is een voor het kind vervelende maatregel die een ouder toepast om het gedrag van het kind te veranderen. Een ouder die straft, doet het kind bewust pijn (lichamelijk of geestelijk) om te proberen het gedrag te laten stoppen”.

Ouders gebruiken straf dus als opvoedmiddel, om het kind iets te leren. Het is vaak aantrekkelijk om te straffen, omdat het vaak direct een eind kan maken aan ongewenst gedrag. De manier waarop je als ouder straft, hangt ook af van je opvoedingsstijl.

 

Soorten straf

Ouders kunnen op verschillende manieren straffen. Een standje of correctie is bijvoorbeeld een lichte straf. Een time-out haalt je kind even uit de situatie. Slaan of knijpen is een lichamelijke straf. Er zijn dus gradaties in de zwaarte van een straf. Ook bepaalt de situatie vaak welke straf er wordt gegeven en moet er natuurlijk rekening gehouden worden met de leeftijd van het kind. Hieronder staan een aantal soorten straffen:

  • Verbaal berispen, een standje geven: iets zeggen van het gedrag is voor veel kinderen vaak al voldoende. Dit kan gepaard gaan met het verheffen van je stem en boos kijken. Ook een (korte) uitleg wordt vaak gegeven.
  • Dreigen: hiermee wordt het kind onder druk gezet, in de hoop dat het zijn gedrag verandert. Ouders kunnen bijvoorbeeld dreigen met:
    • Een negatief gevolg (‘als je zo doorgaat ga je naar je kamer’)
    • Liefdesverlies (‘dan vindt mama jou niet meer lief’)
    • Oproepen van schaamtegevoelens (‘dan gaan mensen je uitlachen hoor’)

Dreigen is vaak een weinig effectieve en negatieve manier van straffen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het effect hebben, maar dan alleen milde vormen en onder bepaalde voorwaarden.

  • Lachen: meestal vatten kinderen dit niet als straf op maar juist als beloning, waardoor ze alleen maar meer ongewenst gedrag laten zien. Het is daarom heel lastig gedrag te veranderen als anderen in de omgeving om het gedrag lachen.
  • Negeren: bij deze vorm van straf besteed je geen enkele aandacht aan het gedrag van het kind waardoor het vanzelf ophoudt met zijn gedrag.
  • Corrigeren: bijvoorbeeld de schade laten herstellen of de rommel laten opruimen die een kind heeft gemaakt. Zo maak je je kind verantwoordelijk voor wat het heeft gedaan.
  • Time-out: hierbij zet je je kind apart door het uit de situatie te halen. Je zet je kind dan bijvoorbeeld even op de gang of op de trap en haalt hem er later weer bij.
  • Lichamelijke straf: slaan, knijpen, door elkaar schudden, etc. maken heel snel duidelijk dat je kind moet stoppen met het gedrag. De nadelen zijn echter zeer groot, deze vorm van straf is daarom verboden en sterk af te raden.
  • Onthouden van iets leuks: voor straf geen tv mogen kijken, voor straf geen toetje krijgen… zo ervaart je kind dat iets leuks wordt ingehouden, wat heel effectief kan zijn, als het maar op de juiste wijze wordt uitgevoerd.
  • Ondervinden van de gevolgen: soms lijken waarschuwingen of aanwijzingen niet te helpen en kun je als ouder besluiten dat je kind de gevolgen van zijn gedrag maar zelf moet ondervinden. Bijvoorbeeld als het steeds vergeet de was in de wasmand te gooien en uiteindelijk geen schone was meer heeft. Dit is ook een effectieve vorm van straf omdat je kind wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gedrag.

 

Wat dan wel?

In bovenstaand overzicht zitten er een aantal maatregelen die in het schemergebied van straf liggen. Zo is het geven van uitleg, negeren, corrigeren, onthouden van iets leuks en ondervinden van de gevolgen van het gedrag in veel situaties prima toepasbaar. Het juist hanteren van deze maatregels is wel belangrijk, om een goede relatie met je kind te houden en om ervoor te zorgen dat je kind er iets van leert.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Trainen in de turnselectie

Trainen in de turnselectie

Starten in de RTT turnselectie

Na ruim 2 jaar bij de Kweekvijver kregen we voor de zomervakantie in een eindgesprekje een advies voor Meia. Al eerder schreef ik over het turnen van Meia, waarmee ze al jong is begonnen. Ik had beloofd hier een vervolg aan te geven. Al sinds Meia 3 jaar is gaat zij met veel plezier naar gym. Was het in eerste instantie nog peutergym, inmiddels sluit zij straks aan bij het ‘echte’ turnen: ze mag meedoen met de RTT.

Einde van de kweekvijver

‘Huh!?’ Hoor ik je denken. Ja, ik heb ook maar vriendelijk geglimlacht toen dat werd uitgesproken, want ik heb geen kaas gegeten van die hele turnwereld, laat staan dat ik wist waar ze het over had. Gelukkig legt de trainster het nog eens geduldig uit: het Rayon Turn Toernooi (zei me nog niks, trouwens). In simpele taal: dit is de selectie binnen een vereniging, waarin ze een paar wedstrijdjes per jaar doen, op regionaal niveau.

Gelukkig geen topsport

Ah, dat was een opluchting. Natuurlijk had ik ook wel ingeschat dat Meia niet de nieuwe Sanne Wevers was, maar het is toch wel prettig als wordt bevestigd dat het geen toptalent is. Ja, je leest het goed, ik ben opgelucht dat ze dat niet is. Want dan kwamen we toch wel voor hele ingewikkelde keuzes te staan met ver reikende gevolgen. Hele dagen trainen, op jonge leeftijd al prestatiegericht opgevoed worden, de keuze maken voor sport in plaats van afspreken met vriendjes en vriendinnetjes… ik ben blij dat wij niet voor die keuzes staan, omdat ik niet zou weten of ik er goed aan zou doen. Of Meia me er later dankbaar voor zou zijn, of dat ze het gevoel zou hebben dingen te hebben gemist.

Sporten binnen de vereniging

Afijn, ik dwaal af. Gelukkig doet onze dochter straks ‘gewoon’ de selectie. Gezellig, met een cluppie andere meiden en bij haar oude vereniging. Daar is ze inmiddels ruim 2 jaar weg, dus ze zal wel weer even haar plekje moeten vinden. Gelukkig verhuizen er een paar andere meisjes mee naar de vereniging.

Andere weekplanning

Onze week zal er ook anders uit gaan zien. Ik ben best wel blij dat Meia nu wat minder gaat trainen. Hoewel het nog steeds 2 keer per week is, is er nu 2,5u per week, in plaats van 4 uur. Ik hoop dat daarmee wat meer tijd komt voor andere bezigheden. Gewoon, lekker afspreken of wat meer thuis aanrommelen. Wat relaxter.

Samenwerken

Het is ook leuk dat ze straks echt gaan leren hoe ze bepaalde oefeningen gaan uitvoeren. En hoewel turnen vrij individueel is (je voert de oefeningen tenslotte in je eentje uit), is het tegelijkertijd heel sociaal: je probeert als team gezamenlijk de meeste punten te halen op een wedstrijd. Dat waardeer ik aan deze sport. Het haalt de druk van het individuele presteren er een beetje af, en legt het accent op samen presteren. Kan voor Meia zeker geen kwaad.

Ouder-kind gym

Ik grapte een tijd terug al tegen de trainster van de Kweekvijver dat onze jongste telg binnenkort wel zou volgen. Om de daad bij het woord te voegen: binnenkort zal ik inderdaad starten met ouder-kind gym nu ze 2 jaar is. Ik kan niet wachten. Het lijkt me heerlijk om haar lekker te laten bewegen en energie kwijt te raken, en om dat samen te delen.

 

 

Het verhaal van een vluchteling

Het verhaal van een vluchteling

Gevlucht uit Syrië

Soms wil ik me er weleens voor afsluiten. Voor al die verhalen in de media. Voor alle nieuwsberichten waarin de ene waarheid nog gruwelijker is dan de vorige. Maar dat is struisvogelpolitiek. Want helaas zijn al die verschrikkelijke berichten de keiharde waarheid voor duizenden mensen. En af en toe vindt één van die duizenden de weg naar onze praktijk. Ondanks alle taalbarrières, vervoersproblemen en financiële zorgen.

Last van angsten

Vandaag het verhaal van één van hen. Laten we haar Samira noemen, 9 jaar. Ze stapte samen met haar vader binnen bij onze praktijk, om te vragen of ze geholpen kan worden bij haar angsten. Pas 1,5 jaar wonen ze in Nederland, en Samira weet zich al knap verstaanbaar te maken. Hand in hand met haar vader kijkt ze verwachtingsvol met donkerbruine ogen naar mij, als we een afspraak maken.

Niet durven slapen

Wanneer Samira op intakegesprek komt, legt ze vol gevoel uit waar ze last van heeft. Ze wonen in een klein flatje. Haar ouders, Samira en haar twee broers. Het is klein en krap, maar ze hebben een huis en zijn veilig, benadrukt vader. De vorige bewoner was een oude man, die uiteindelijk is overleden. Sinds Samira en haar gezin in dit huis wonen, kan Samira niet slapen. Ze ziet namelijk de overleden man en is bang dat hij haar wilt doden. Zoals we vaker zien, is het goed mogelijk dat deze angst voortkomt uit een ander, groter, trauma. Want dat er sprake van trauma is wordt duidelijk als Samira verder vertelt.

Haar leven in Syrië

Samira komt uit Syrië. Net als zoveel andere vluchtelingen. Ze woonde daar in een dorpje, met haar vrienden en familie. Haar vader had twee winkels en was succesvol. Ze hadden een mooi huis, zoals Samira vertelt. “Je kwam binnen in het gastenverblijf, dat was een mooie kamer, waar we met visite waren. Daarnaast was de woonkamer. Ik weet nog dat we daar met zijn allen tv keken. Als papa dan thuis kwam van zijn werk, kwam hij er gezellig bij zitten, maar hij wilde altijd wat anders zien. Dan probeerde hij de afstandsbediening te pakken van ons”.

Heimwee

“Naast deze kamers was de keuken, de salon, dat was een hele grote keuken waar we met heel veel mensen tegelijk konden koken. Het was de fijnste kamer van het huis, waar mijn moeder de lekkerste dingen maakte. Nu hebben we een hele kleine keuken. Mama is verdrietig. Ze krijgt hoofdpijn van de stoom in de kleine keuken en mist ons huis. Ik vind het zielig voor mama, ik wou dat we een normaal huis hadden, ik mis ons huis”.

Niet geaccepteerd worden

“We kunnen thuis niet goed spelen. Soms kijken we filmpjes op de iPad, maar als we teveel geluid maken dan klaagt de buurman. Hij wil ons niet hebben. Als ik door het huis ren, dan heeft hij er last van, en bonkt op de muren. Ik schrik dan heel erg. Het gebonk lijkt op het geluid van de bommen, in Syrië. Steeds als de buurman bonkt, word ik bang. Ik durf niet te slapen, ik zie steeds enge dingen. Ik ben bang dat andere mensen in mijn kamer zijn, dat ze me dood zullen maken”.

Tastbaar verdriet

Als Samira op de afspraken komt, vertelt ze veel uit zichzelf, ook al kost het haar moeite om te zoeken naar woorden. Soms probeer ik, om de verwerking op gang te brengen, direct te laten tekenen wat Samira vertelt. Dit wil ze liever niet: “Mag ik het ook zeggen met woorden? Ik kan het niet tekenen”. Het lijkt wel alsof het tekenen de angsten en de akelige gebeurtenissen nog echter maken, nog concreter. Dan wordt het letterlijk tastbaar. Ik help haar dit beetje bij beetje letterlijk onder ogen te zien en structuur te brengen in haar verhaal.

Bommen

“Wat weet je nog van de oorlog?”, vraag ik als ze weer bij me is. “Mijn broer en ik waren alleen thuis. Papa was werken, mijn broer was ook ergens anders en mijn moeder deed net boodschappen voor het avondeten. Het was helemaal stil in huis. Mijn zus keek tv en ik speelde in mijn kamer. Toen hoorde we ineens BOEMBOEMBOEM, heel hard! Er vielen bommen in de buurt. Ik rende mijn kamer uit, en mijn zus ook, waardoor we tegen elkaar botsten. We waren heel bang, en alleen thuis!”.

Vluchten

“Op een middag waren er ineens mensen in het dorp. Ze zeiden dat we nu weg moesten. Dat er soldaten kwamen die ons wilden doodmaken. Mijn vader heeft mij opgetild en we zijn allemaal uit huis gerend. Er was iemand die ook in het dorp woonde, die keek in de straat en zei of ze er aan kwamen. We renden met alle mensen door de straat heen. Ik zag niks, want papa had mijn hoofd tegen zich aangedrukt, dus ik kon niks zien. Hij wilde niet dat ik pijn zou hebben als zij zouden schieten, daarom hield hij mij zo vast. Ik was bang, want iedereen wist dat er aan de andere kant van de straat de soldaten waren”.

Alles achterlaten

“Toen we heel lang hadden gerend, zijn we met een auto verder gegaan. Daar weet ik niet meer zoveel van. We zijn gevlucht naar een ander land, maar daar was het ook niet leuk. Het was geen oorlog, maar niet erg veilig. We woonden ook in een stom huis en papa moest toen heel veel werken om het huis te betalen. We hadden niks. Omdat we ineens moesten vluchten konden we niks meenemen. Ik heb geen spullen meer, geen knuffels, geen foto’s, niks. Papa had alleen zijn mobiel in zijn zak, en daar staan nog wat foto’s op”.

“Ik mis Syrië”

“Na een jaar zijn we naar Nederland verhuisd. Hier is het veilig, ik vind het leuk op school en ben blij om hier te zijn. Maar ik mis Syrië. Ik mis mijn oma en andere familie. Soms spreken we elkaar heel lang niet, want het is daar nog steeds oorlog. Er is ook veel familie doodgemaakt door de bommen in Syrië, ook mijn favoriete oom. Hij was altijd lief voor ons en nam het voor mij op als we per ongeluk iets kapot maakten. Die oom was zo fijn, hij nam altijd een cadeautje voor me mee als we elkaar weer zagen. Ik mis hem”.

Mijn boekenwurm

Mijn boekenwurm

Lezen als grootste hobby

Het is zo leuk, naarmate mijn kinderen ouder worden begin ik steeds meer in ze te herkennen van mijzelf, Steef of andere familieleden. Eén van de meest herkenbare dingen van de laatste tijd is het lezen van Meia. Ik zie mijzelf als klein kind nog op de bank zitten, omringd door boeken. Het was een feestje om naar de bieb te gaan, waar ik dan het maximum aantal boeken haalde. Ik haalde stapels boeken uit de rekken, nestelde mezelf tussen de boekenkasten op de grond of in een hoekje van de bieb. Om me vervolgens te vergapen aan de mooiste prentenboeken, of stukjes uit spannende boeken te lezen. Als we dan uiteindelijk met een tas vol boeken thuis kwamen, zette mijn moeder thee en nam ik de tas met boeken mee naar de bank. Daar bleef ik de rest van de middag, soms het ene boek na het andere boek uitlezend. De drie weken uitleentermijn maakte ik maar zelden vol. Vaak had ik mijn boeken al eerder uit.

Leren lezen

Meia was er vroeg bij met lezen. Nog voor ze naar de basisschool ging, herkende ze letters en enkele woordjes. In groep 1 begon ze te leren lezen, in groep 2 las ze inmiddels vloeiend. Nu, in groep 3, is er geen houden meer aan. Ze verslind de boeken. Maar eigenlijk alles wat ze kan lezen. Alle etiketten van de ontbijtproducten, de huis aan huis blaadjes die door de bus vallen, en als het even kan de berichtjes die op mijn telefoon binnenkomen. Het lijkt alsof ze niets wilt missen. Alsof ze, nu ze de vaardigheid goed onder de knie heeft, zoveel mogelijk wil lezen wat er binnen haar mogelijkheden ligt.

Alles willen lezen

Het is zelfs zo extreem dat ze tijdens het voorlezen voor het slapen gaan vaak verklapt hoe het verhaal verder gaat. Om een beetje gegeneerd op te biechten dat ze het boek eigenlijk zelf al heeft uitgelezen. En, multitasker als ze is, ze presteert het ook om tijdens mijn voorlezen doodleuk zelf in een ander boek te gaan lezen. Maar ook als ik haar haren kam wordt tegenwoordig de Donald Duck gelezen. Alsof niets doen zonde van haar tijd is. En het is allemaal zo herkenbaar voor me. Ook ik las alle etiketten, de melkpakken, shampooflessen en op latere leeftijd zelfs de Franse of Duitse beschrijvingen. Ook ik liep soms letterlijk lezend door het huis en nam overal een boek mee naartoe. Nog steeds heb ik die neiging, hoewel het nu vaak eerder ijdele hoop is, want in de praktijk kom ik er weinig aan toe.

lezen kind boeken boekenwurm leest

Lezen tot ’s avonds laat

Ik kan me nog zo goed herinneren hoe ik ’s avonds tot laat aan het lezen was. Dat mijn moeder ook maar kwam zeggen dat ik toch echt moest gaan slapen. Dan las ik, als het even kon, stiekem verder onder de dekens. Soms las ik verhalen zoals de Griezelbus, die ik eigenlijk te eng vond en waar ik bijna niet van kon slapen, maar tegelijkertijd kon ik niet stoppen met lezen. Het was een verslaving. Niet zelden zat ik letterlijk verzonken in mijn boek of verhaal en hoorde ik niets meer om mij heen. Nu komt Meia soms ineens rond 21u even uit bed, met de mededeling dat ze niet kan slapen. De waarheid is echter dat ze er nog niet aan is toegekomen, want ze ‘moest’ haar boek uitlezen. Op andere momenten kom ik zelf maar even zeggen dat ze écht moet gaan slapen. Het is alsof de geschiedenis zich herhaalt.

Donald Duck

Bij mijn vader had ik een abonnement op de Donald Duck. Als ik daar dan op vrijdagavond kwam, nestelde ik mij in mijn favoriete oorstoel voor de open haard, met de 2 verse Donald Duckjes. Dat was een feestje. Soms was de stoel bezet door mijn pa, maar dan nestelde ik me op een groot kussen aan zijn voeten voor diezelfde open haard, genietend van het gekriebel in mijn nek door hem. De liefde voor Donald Duckies wordt door veel kinderen gedeeld, zo ook door mij en mijn jongere broertjes. Toen ik daar laatst was, werd Meia getrakteerd op een stapel uitgelezen Donald Ducks van mijn broertje, die zij al net zo verslind als ik vroeger deed. Zo leuk, die herkenbaarheid.

In slaap vallen

En dat je echt kan worden meegezogen in het verhaal, blijkt dan wel uit recente gebeurtenissen uit Meia’s leventje. Toen zij nog niet zo lang in groep 3 zat, was de juf een keer ziek. Meia was met het lezen lekker in de zitzakken gaan zitten, waar ze blijkbaar zó verdiept was in haar boek, dat ze in slaap was gevallen. Blijkbaar had de invaljuf nog niet in de gaten dat er een leerling ontbrak, want Meia werd door een vriendje wakker gemaakt toen de klas al op weg was naar het schoolplein om buiten te spelen.

Verslaving

Een ander moment deed zich van de week voor, toen de kinderen zich aan het aankleden waren om naar school te gaan. Althans, dat was de bedoeling. Meia is er van overtuigd dat ze tijdens het aankleden heus wel door kan lezen. Dat lukte ook, tot op zekere hoogte, want ik zag dat Meia haar hemdje van de dag ervoor nog aanhad toen ze bezig was een nieuw hemd eroverheen aan te trekken. Toen ik haar daarop wees, bleek ze niet één hemd aan te hebben, maar 3! Ze was dus bezig haar 4e hemd over alles heen aan te trekken. Toen ze zichzelf bekeek, leverde dat een schaapachtige grijns op. Achja, als dat het ergste is…