Archief van
Tag: hechting

Wat is symbooldrama? Deel 2

Wat is symbooldrama? Deel 2

De taal van beelden

Dit is deel 2 in de reeks over de werking van symbooldrama. Een door mij geliefde behandelmethode, die ik veelvuldig toepas. Het werkt goed, snel en is een vriendelijke manier voor zowel kinderen en volwassenen om aan verschillende problemen te werken. In deel 1 schreef ik over hoe ik met de dagdroom begin en hoe dit kan helpen je emoties te reguleren. Uiteindelijk werkt dit vaak als een herstel van eerdere, onopgeloste problemen.

Het begint met aandacht

Dat herstel gebeurt doordat je er samen met de therapeut aandacht voor hebt. In een veilige omgeving, waar je je dapper genoeg voelt, waar je gesteund en begrepen wordt en het dit keer in de therapie goed laat aflopen. De therapeut heeft daarom de taak om heel accepterend, begripvol en zonder oordeel mee te leven met wat je als cliënt doormaakt. En dat kan van alles zijn: hele fijne gevoelens, van alles waar je zo naar verlangt, of wat je mist, maar ook rotgevoelens, die nu goed verwerkt kunnen worden. En heel vaak is het een beetje van allebei: tegelijkertijd zijn er fijne en onprettige gevoelens.

Symbool voor het leven

De therapievorm heet symbooldrama, omdat alles wat in de dagdroom gebeurt, symbool staat voor het leven. Het heerlijke weer kan symbool staan voor je vrolijke bui, de enorm hoge berg kan symbool staan voor iets waar je als een berg tegenop ziet. Voor iedereen is dit verschillend. Het is niet de bedoeling dat ik ga zeggen wat ‘dingen betekenen’. Een kind (of een ouder) mag zélf de betekenis geven aan de dagdromen. Dat maakt de methode ook prettig, omdat er geen oordeel aan vast hangt.

Je eigen betekenis

Veel jongeren doen dit zonder uitleg al uit zichzelf. Zo was er eens een meisje van 16, met wie ik een dagdroom deed. Ze stelde zich een boom voor: “nou gewoon, een boom, met een dikke stam. In de herfst, met alle gekleurde blaadjes op de grond”. Het is normaal dat kinderen en ook volwassenen, wat argwanend reageren op hun eerste kennismaking met symbooldrama. Toch probeer ik het vaak met ze uit, wat tot mooie processen leidt. Zo tekende dit meisje uiteindelijk haar boom. Toen ik er samen met haar naar keek, zei ze ineens: “ja, eigenlijk is dit ook wel een beetje hoe ik ben. Al die gekleurde blaadjes op de grond. Ze zien er mooi uit. Ik speel ook vaak mooi weer, maar je ziet niet de wortels die eronder zitten. Die wortels… misschien is dat wel hoe kwetsbaar ik me soms voel. Ik bedek ze liever”. En dat vind ik een feest, als cliënten zélf inzicht krijgen in deze processen.

“Al die gekleurde blaadjes op de grond. Ze zien er mooi uit. Ik speel ook vaak mooi weer, maar je ziet niet de wortels die eronder zitten”

Uitwerken

Na de dagdroom geef ik een uitwerkopdracht. Meestal laat ik dit tekenen. Ik heb ook een ezel in mijn behandelkamer. En als ik straks mijn eigen praktijk heb, wil ik de mogelijkheden voor de verwerking verder uitbreiden. Nu kunnen mijn cliënten tekenen, krijten, verven en kleien. Waarom ik dat doe? Of deze manier wordt er een vertaalslag gemaakt van de binnenwereld naar het concrete, het tastbare. Vaak is de dagdroom heel puur en grillig. Er gebeurt van alles. Bij het tekenen wordt als het ware weer verder gereguleerd: je bepaalt zelf wat je tekent en op welke manier.

In de volgende blog zal ik verder ingaan op deze complexe maar fascinerende behandelmethode. Dit betreft deel 2 in een reeks over hetzelfde onderwerp.

Wat is symbooldrama? Deel 1

Wat is symbooldrama? Deel 1

Dagdroomtherapie

Symbooldrama is de behandelmethode die ik het meeste toepas in mijn behandelingen. Gecombineerd met andere behandelmethoden. In dit artikel wil ik uitleggen waarom ik zo enthousiast ben over deze methode en hoe het werkt. Dat zal nooit volledig kunnen in één kort artikeltje. De beste manier om te snappen hoe het werkt, is het zelf te ervaren. Sommige dingen zijn namelijk niet in woorden te vatten. En dat is eigenlijk ook de kracht van symbooldrama: door te ervaren wat het doet, weet je dat het werkt.

Meest gebruikte therapievorm

In Duitsland is het niet voor niets een van de meest toegepaste behandelmethodes in de therapie. Zowel voor volwassenen als voor kinderen. De oorsprong ligt in de psychoanalytische theorieën. Maar het succes van de therapie is ook met moderne middelen aangetoond, o.a. met hersenscans, waarop te zien is dat er nieuwe verbindingen zijn aangelegd. Symbooldrama is dus een therapievorm waarmee je echt iets herstelt. Het is geen symptoombestrijding, maar pakt de bron aan. Veel cliënten geven daarom achteraf aan dat de symbooldrama het meest heeft geholpen in de behandeling.

Het begint met ontspanning

Maar wat is symbooldrama dan? Het wordt ook wel dagdroomtherapie genoemd. Meestal doe ik het samen met de cliënt, maar soms ook samen met de cliënt en een vader of moeder. Dat is een ouder-kind droom. Er wordt begonnen met een ontspanning. Dit zorgt er voor dat je beter toegang hebt tot je binnenwereld. Klinkt zweverig? Lees dan nog even terug over het kalme brein. Als je ontspannen bent, kun je je beter concentreren op het hier en nu, en komen er gemakkelijker associaties. Je fantasie wordt meer geprikkeld.

Je veilig voelen

De ontspanning hoeft niet lang te duren. Dit verschilt per kind. Sommige kinderen zijn zo angstig en gespannen, dan is een langere ontspanning soms nodig. Een kind mag kiezen of het zijn ogen sluit of open houdt. Het mooiste is om ze te sluiten: ook dit helpt bij het voorstellingsvermogen, het mentaliseren. Maar je ogen dicht doen kan best spannend zijn. Veel kinderen voelen zich (nog) niet veilig of vertrouwd genoeg om dat te doen. Vaak zie je dat kinderen dit na een tijdje behandelen steeds beter kunnen: ze krijgen meer vertrouwen in de wereld om hen heen.

‘Stel je eens voor…’

Als een kind lekker zit, en voldoende ontspannen is, vraag ik of ze zich iets voor willen stellen. Dit ‘iets’ noem je een motief. Het is een soort thema, die bijna altijd te maken heeft met natuur. De natuur is iets ‘oers’ en iets wat iedereen kent. Het kan bovendien in alle mogelijke variaties bestaan. Iedereen kan zich namelijk wel iets voorstellen bij natuur, want het is overal om ons heen.

Taal van symbolen

Een boom kan groot, klein, dik, dun, scheef, recht, vol of kaal zijn. Het weer kan, net als je stemming, zonnig, bewolkt, met onweer, storm of regen zijn. De grond onder je voeten kan stevig voelen, glibberig, of zacht. De omgeving kan je aanspreken: misschien wil je lekker in het gras liggen, of pootje baden in de beek. Maar misschien vind je er niks aan en wil je liever weg. Of je voelt je ongemakkelijk, benauwd, bedreigd of onveilig.

Reguleren van emoties

In de dagdroom kun je dus, zonder dat dat benoemd of begrepen hoeft te worden, veel van je gevoelens kwijt. Het helpt je om wat je mee hebt gemaakt, gister, vorig jaar of als klein kind, te verwerken en te accepteren. Dit reguleren wordt ook wel herstructurering genoemd. Lastige woorden. In feite betekent het dat je de kans krijgt om terug te gaan naar momenten in je leven die aandacht nodig hebben. Waar je verdrietig was, waar misschien (kleine) trauma’s zitten of waar je iets gemist hebt. Door terug te gaan naar deze momenten, die je misschien niet eens meer weet, kun je ze alsnog herstellen.

In de volgende blog zal ik verder ingaan op deze complexe maar fascinerende behandelmethode. Dit betreft deel 1 in een reeks over hetzelfde onderwerp.

 

 

 

Borstvoeding als medicijn tegen angst en spanning

Borstvoeding als medicijn tegen angst en spanning

Wondermiddel oxytocine

Nee, ik ga niet nog eens promoten dat iedereen ‘aan de borstvoeding’ moet. In die keuze ben je immers helemaal vrij, gelukkig. Maar ik leg wel uit wat veel mensen niet weten over het geven van de borst. Namelijk dat het de band tussen jou en je kind op meerdere manieren beschermt. Niet alleen in de weerstand, maar ook op emotioneel vlak. Dit komt door het ‘wondermiddel’ oxytocine, het hormoon dat vrijkomt tijdens de borstvoeding.

 

Invloed op gedrag en emoties

Ik heb mijn drie kinderen alle drie de borst gegeven. Gelukkig lukte dat gemakkelijk waardoor het nooit een zorg is geweest. Het was voor mij dan ook makkelijk vol te houden. Toch heb ik het niet bij al mijn kinderen even lang gedaan. Dat had er mee te maken dat ik tijdens de geboorte van Meia en Fosse bezig was met een intensief registratietraject. Hiervoor was ik vaak van huis voor cursussen, wat betekende dat ik ook regelmatig moest kolven. En hoewel ook dit in principe goed liep, brak het me op, omdat ik regelmatig tijdens cursussen weg moest en daardoor bijvoorbeeld  ook aansluiting miste met de groep. Plus dat ik meerdere keren mijn kolf vergat, en ik kan je vertellen: dan ben je héél snel genezen. Maar dat is een verhaal voor een andere keer.

Borstvoeding stimuleert de productie van het hormoon oxytocine. Dit wordt ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd. Dit komt vrij bij alles wat je prettig en fijn vindt om te doen. Het is niet iets typisch vrouwelijks: ook mannen hebben dit hormoon. Het hormoon stuurt je gedrag aan: het helpt je om liever en beter te zijn in contact met anderen. Het knuffelen, aanraken en intimiteit stimuleren ook het hormoon oxytocine.

 

Hechting stimuleren

Oxytocine heb je nodig voor gezonde relaties met anderen. Door het geven van de borst, draag je dus direct bij aan de mogelijkheden tot sociaal contact van je kind. Het is voor baby’s daarnaast belangrijk om een gezonde hechting te ontwikkelen. Een gezonde hechting geeft een basaal gevoel van veiligheid en vertrouwen mee aan je kind. Dit vertrouwen zorgt ervoor dat je kind later ook zichzelf aan anderen durft toe te vertrouwen en goede contacten kan maken. Borstvoeding draagt hier op meerdere manieren aan bij.

 

Ontspanning en regulatie

Door het drinken aan de borst, produceert je lijf het hormoon oxytocine, dat je baby via de moedermelk ook binnenkrijgt. Dit zorgt er direct voor dat zowel jijzelf als je baby rustig en ontspannen worden en dat je meer kan genieten van het lichamelijk contact. Je baby voelt de spierspanning haarfijn aan: als hij merkt dat jij rustig bent, wordt je kind ook ontspannen. Hiermee ‘reguleer’ je je baby: je helpt hem om prikkels en alle gebeurtenissen goed te verwerken. Het reguleren is een belangrijke vaardigheid voor je kind om later zijn emoties in goede banen te kunnen leiden. Je leert je kind dus de eerste stappen om bijvoorbeeld met frustraties of spanningen om te gaan.

Omdat je meer kunt genieten van het lichamelijke contact, werkt dit belonend. Moeders die van borstvoeding durven en kunnen genieten, zullen dit vaker herhalen. Het contact heeft een positief effect op de interactie tussen jou en je baby: dit versterkt de goede band en een veilige hechting.

 

Stressbestendig door voeden

Wist je dat het geven van de borst ook kalmerend werkt bij angstige gevoelens? De oxytocine maakt je als moeder minder bang. Als je dus zorgelijk bent aangelegd of snel gespannen bent, heeft borstvoeding een extra groot voordeel. Je bent als moeder meer stressbestendig en kan beter omgaan met de grillen van de kleine. Tegelijkertijd krijgt je kindje door de oxytocine als het ware een ‘stressvaccinatie’, waardoor het later ook beter omgaat met spanningen en stress. Doordat het hormoon tegen angst beschermt, loop je minder risico op psychische problemen bij jezelf en je kindje. Zowel nu als in de toekomst, want borstvoeding heeft direct effect op de lange termijn!

 

Ontspannen borstvoeding

In Nederland is borstvoeding nog niet zo gewoon als in sommige andere landen. We hebben als gemiddelde vrouw een zekere preutsheid, wat het soms lastiger maakt om het (in het openbaar) vol te houden. Het wordt vaak vergeten dat voeden, naast intiem, ook gewoon als speels en leuk mag worden ervaren. Het is bekend dat bij vrouwen die meer kunnen genieten van hun eigen lijf en intimiteit met hun partner, de borstvoeding beter verloopt. Des te meer reden om ontspannen met het idee van borstvoeding om te gaan!

 

Voeden in het openbaar

Ik ben hier zelf ook in meegegroeid: vond ik het in het begin met Meia nog onwennig, deed ik bij Signe niet meer moeilijk. Bij Meia had ik soms nog wat schroom bij het voeden in het openbaar, maar dat werd langzaam minder met de tijd. Bij Signe ging het inmiddels zo natuurlijk, dat ik zelfs eens een compliment van een wildvreemde kreeg: dat ze het goed vond dat ik gewoon zo ontspannen voedde, in het openbaar. Ik wist niet zo goed wat ik met dat compliment moest, want uiteindelijk werkt voeden (of dat nou met de borst of met de fles is) het beste als je ontspannen bent.

 

Effecten op lange termijn

Het laatste wat ik wil is mensen een slecht gevoel of schuldgevoel geven wanneer zij geen borstvoeding geven, maar ik vind het wél belangrijk dat alle informatie bekend is, om een zo gedegen mogelijke keuze te maken. En ik hoop dat met deze wetenschap, mensen gemotiveerd zullen zijn voor borstvoeding te kiezen. Niet alleen omdat het gezond is, maar voorál vanwege de fijne sociaal-emotionele effecten op korte én lange termijn.

Oorzaken van ADHD-gedrag

Oorzaken van ADHD-gedrag

Het lijkt wel een plaag. Tegenwoordig kent iedereen de term ADHD en zitten er wel minstens 3 kinderen met ADD of ADHD in de klas. Er wordt op de middelbare school gehandeld in Ritalin en het hebben van concentratieproblemen lijkt soms eerder de norm dan de uitzondering.

Oké oké ik chargeer een beetje, maar toch heb ik het gevoel dat er tegenwoordig wel heel gemakkelijk over wordt gepraat: “mijn buurmeisje heeft ook ADHD en die moeder zei dat onze zoon toch zó op haar dochtertje lijkt”, “ik deed een test op internet en daar kwam uit dat ik ADD had”, ‘ik praatte er met een klasgenootje over, die heeft ook ADHD en ik heb precies hetzelfde als hij kwam ik toen achter”.

Belangrijkste kenmerken

Ja. Het is een feit dat dit “ADHD-achtige gedrag” inderdaad vaak voorkomt. En dat is ook niet gek. De meest voorkomende kenmerken zijn namelijk de volgende:

  • aandachtsproblemen
  • impulsiviteit
  • hyperactiviteit

Met name die eerste zorgt voor herkenbaarheid alom. Denk in de trant van je niet kunnen concentreren, dingen vergeten, spullen kwijtraken, snel afgeleid worden, etc. Maar ook de motorische onrust is bij veel mensen aanwezig: friemelen, wiebelen, niet goed stil kunnen zitten, etc.

Geen ADHD, maar…

Is er echt een toename van ADHD? Ik betwijfel het. Het ADHD-achtige typ ik met opzet: het gedrag doet denken aan ADHD, maar is het dat ook? In de praktijk hebben bijna alle kinderen die bij ons komen wel één of meer van bovenstaande ‘klachten’. En als duidelijker wordt wat er speelt, is dit ook vaak goed verklaarbaar. Het zoeken naar de oorzaak van de klachten is daarom een absolute must. Waar kun je zoal aan denken?

  • Trauma: door onverwerkte trauma’s na bijvoorbeeld ingrijpende gebeurtenissen of een moeilijke jeugd, zijn mensen som hyperalert en daardoor snel afgeleid.
  • Angst: als je angstig bent en je omgeving goed in de gaten houdt, kun je je niet goed concentreren op andere dingen. Deze kinderen moeten zich immers schrap zetten tegen ‘gevaar’.
  • Depressie: wanneer je echt somber bent en in de put zit, verlies je je interesse en kan je het niet opbrengen je ergens voor te concentreren. Je hebt je kop er niet bij en bent verstrooid, vergeet dingen, bent dromerig, etc.
  • Hechtingsproblemen: kinderen die een problematische hechtingsstijl hebben, kunnen zich nooit helemaal veilig en vertrouwd voelen en hebben constant een hoger stressniveau. En in stress is het logisch dat je onrustiger bent en je niet goed kunt concentreren.
  • Stress of burn-out: zoals hierboven al genoemd, kun je tijdens stress dezelfde klachten krijgen.
  • Onvoldoende uitdaging: sommige kinderen worden druk en raffelen hun werk af, zijn er niet bij omdat ze verveeld zijn of dingen te makkelijk vinden, wat overkomt als concentratieproblemen.
  • Overvraging: andersom kunnen sommige kinderen afhaken als er teveel van hen wordt verwacht dat ze niet kunnen waarmaken. Ze gaan dan andere dingen doen tijdens de les, gaan clownesk gedrag vertonen, etc.
  • Echtscheiding: ja, helaas kan echtscheiding ook leiden tot ‘adhd-achtig gedrag’, omdat een kind stress ondervindt van bijvoorbeeld spanningen tussen de ouders, op de breng-/haalmomenten of omdat het nog stoeit met loyaliteitsconflicten of de ingrijpende veranderingen als gevolg van de scheiding.
  • Slaapproblemen: een veelvoorkomend probleem en vaak vergeten. Slaap is een basale levensbehoefte. Gebrek aan (goede) slaap heeft effect op het totale functioneren. Kinderen met slaaptekort worden vaak druk en ‘hyper’.
  • Andere oorzaken binnen het gezin: de oorzaken zijn legio. Denk aan mishandeling, huislijk geweld, financiële zorgen, te kleine huisvesting, werkloosheid, problematiek van de ouders, misbruik, de geboorte van een broertje of zusje, verhuizing, etc.
  • Andere oorzaken binnen het kind zelf: ook hier zijn de invloeden eindeloos. Denk aan temperament, karaktereigenschappen, veerkracht, gevoeligheid, slaapbehoefte, etc.

En de lijst is nog lang niet compleet. Waarschijnlijk vergeet ik nog 100 belangrijke oorzaken, schroom niet me aan te vullen. Wat ik hoop is dat er wat nuance ontstaat: houdt de blik breed, wat kan er nog meer meespelen?

Is onveilige hechting een probleem?

Is onveilige hechting een probleem?

Wanneer is hechting problematisch?

Er is al veel geschreven over hechting. Het is ook een ingewikkeld en belangrijk onderwerp, omdat het de basis legt voor je verdere leven. Wat je de eerste jaren meekrijgt in de ontwikkeling van je hechting, is de hardware van je persoon. Iedereen wordt hier op zijn eigen manier mee uitgerust, maar grofweg zijn er wel een aantal categorieën van hechting te noemen.

De meeste kinderen (en dus ook volwassenen, want een hechtingsstijl geldt voor het leven), zijn veilig gehecht. Dat is zo’n 60% van de kinderen. Dat betekent dus dat bijna de helft (plusminus 40%) onveilig gehecht is! Dat klinkt als een enorme hoeveelheid. En dat is het ook. Hoe zit dat?

Vier hechtingsvarianten

In totaal zijn er vier soorten gehechtheidsstijlen. Ik noem ze hieronder:

  1. veilig gehecht
  2. angstig/ambivalent gehecht
  3. vermijdend gehecht
  4. gedesorganiseerd gehecht

Alleen de 1e categorie garandeert dus dat een kind een basaal gevoel van vertrouwen en veiligheid heeft, een algemeen gevoel van: ‘het komt wel goed’. Dit is vanzelfsprekend de meest wenselijke gehechtheidsstijl die er is, omdat hiermee een goede basis wordt gelegd om bijvoorbeeld met nieuwe situaties om te gaan. Het stressniveau ligt niet snel hoog bij deze kinderen (en volwassenen).

Gedesorganiseerde hechting

De overige 3 categorieën zijn vormen van onveilige hechting. Maar slechts één hiervan wordt als een problematische ontwikkeling gezien: de gedesorganiseerde vorm van hechting. Deze komt slechts weinig voor (5-10%). In deze vorm van hechting leert een kind niet goed om te gaan met stressvolle situaties. Als kind heeft het te weinig ervaringen gehad dat het wel goed komt. Er is bijvoorbeeld niet goed gereageerd op zijn behoeften (troost, warmte, eten, schone luier, etc.) of zeer wisselend en onvoorspelbaar. Of de zorgfiguur (meestal de ouders) hebben de signalen van het kind verkeerd ‘gelezen’: ze interpreteren het huilen of het gedrag van het kindje anders dan wat er écht aan de hand is.

Projectie

Een andere oorzaak kan liggen in het projecteren. De moeder denkt bijvoorbeeld: ‘je bent moe, ga maar slapen’, en legt de baby te slapen, terwijl niet de baby moe is, maar de moeder zelf. Als dit soort misinterpretaties en projecties te vaak voorkomen, leert het kind niet wat er in hem omgaat. Het krijgt geen goede grenzen mee van wat bij hem hoort en wat niet. Het raakt verward en gedesorganiseerd.

Kans op trauma

En precies zo ziet het gedrag er dan ook uit: rommelig, chaotisch, als een ongeleid projectiel, onvoorspelbaar. Het kind weet zich geen raad, voelt zich onveilig, ervaart stress maar kan deze niet weg (laten) nemen. Omdat ze hun eigen grenzen niet goed genoeg aanvoelen, kunnen ze zichzelf ook onvoldoende beschermen. Deze kinderen lopen daardoor meer kans op trauma’s. Ze overschrijden onbedoeld hun eigen grenzen en die van anderen.

Onveilig is níét perse problematisch!

De andere twee categorieën gaan over angstige en vermijdende hechtingsstijlen. Zoals gezegd is die niet per se problematisch! Het is slechts een variant in de hechtingsstijl. Sterker nog, in sommige beroepen kan het een voordeel hebben om bijvoorbeeld angstig of ambivalent gehecht te zijn, zoals een bij goede onderzoekers: een zekere mate van wantrouwen maakt hen kritisch en alert! En gereserveerde mensen die wat vermijdend gehecht zijn, vormen vaak het toonbeeld van integriteit.

Hechting als continuüm

Hechting is een continuüm: je kunt in meer of mindere mate veilig of onveilig gehecht zijn. Dit hangt samen met verschillende dingen, zoals:

  • de kwaliteit van het contact met de hechtingsfiguur (meestal de ouders)
  • de kwantiteit van het contact (hoe vaker, hoe beter)
  • of er ingrijpende gebeurtenissen geweest zijn in de hechtingsperiode
  • de zorgfiguren rondom het kind (wie, hoeveel, de ervaringen)

Zo kan het dus ook zijn dat je als kind een veilige hechtingsrelatie met je moeder opbouwt, maar niet met je tante. In het latere leven van je kind kan bepaald hechtingsgedrag daarmee ook getriggerd worden. Als ze iemand tegen komen die hen aan hun tante doet denken, kunnen ze hetzelfde onveilige hechtingsgedrag gaan laten zien.

Responsief in 30% van de tijd

Om tot een veilige hechting te komen met je baby, moet je als ouder (of ander belangrijke zorgfiguur) in 30% van de gevallen responsief reageren. Responsief wil zeggen dat je als ouder doet wat je kindje op dat moment nodig heeft. Dat je snapt wat de behoefte is van je kindje en deze goed vertaalt. Dat je goed bent afgestemd op je baby en hem goed aanvoelt. Dan klinkt 30% als heel weinig, maar dit is al voldoende om tot een veilige hechting is komen. En meestal gaat dat proces ook vanzelf. De meeste ouders en verzorgers voelen voldoende aan wat hun kindje (ongeveer) nodig heeft. Ze zijn sensitief genoeg.

Niet perfect, maar goed genoeg!

Tegelijkertijd is het dus net zo menselijk om soms signalen te missen (denk aan door een huiltje heen slapen, pas later opmerken van een vieze luier of na 4 dagen ineens snappen dat er tanden doorkwamen waardoor je baby zo sacherijnig was). En dat is gelukkig door de natuur ook allemaal ingecalculeerd. Want we zijn tenslotte ook maar mensen. En dat is precies de reden dat goed genoeg ook écht goed genoeg is, mama’s!


Misschien ook interessant:

  1. Toen ik ging zitten voelde het al beter
  2. 10 tips voor een bedankje voor de juf
  3. Op de grens van gewoon opgroeien