Archief van
Tag: grenzen

Regels en grenzen onder de loep

Regels en grenzen onder de loep

Opvoeden met een korreltje zout

Met de paplepel wordt ons aangeleerd dat we regels en grenzen moeten stellen aan onze kinderen. Een opvoeding zonder regels, is een mislukte opvoeding. Je moet vooral consequent zijn, want anders nemen ze een loopje met je en is het eind zoek. Als ouders moet je bovendien ook vooral één lijn trekken, anders raakt je kind in verwarring of erger nog, speelt het jullie tegen elkaar uit.

“Kinderen hebben regels nodig”

Ja, dat zijn zomaar wat kreten die ik tijdens mijn opleidingsjaren ook te horen kreeg. Ik ben ook opgeleid met de wetenschap en visie dat regels en grenzen een onmisbaar ingrediënt zijn van een succesvolle opvoeding. Nu heb ik, door schade en schande, in de praktijk ervaren dat hier nogal wat nuances in mogen worden aangebracht. Zowel in de ‘opvoeding’ van mijn cliënten (en diens ouders), als met mijn eigen kinderen.

Op zoek naar genoeg

Nee, ik ben geen vrijgevochten alternatieve ouder. Waar trouwens niks mis mee is, want menig persoon kan nog wat leren van de bewuste opvoeders met antroposofische of vrije-school inslag. Maar ik bedoel maar te zeggen dat ik ook een doodgewone huis-tuin-en-keuken ouder ben. Nouja, dat denk ik dan maar. En vanwege het feit dat ik zoveel herken van alle ouders die bij mij komen (die het heus niet allemaal verknallen hoor, integendeel), ga ik daar voor het gemak maar even van uit.

Meestal doe je het gewoon goed

Regels zijn belangrijk, net als grenzen aangeven en vasthouden en zorgen voor structuur in de opvoeding. Maar de wijze waarop dat wordt doorgevoerd is nogal op wat verschillende manieren mogelijk. Gelukkig maar, want dat maakt het ook zo mooi: elk gezin doet het op zijn manier, en 9 van de 10 keer is dat ook prima. We moeten tenslotte niet vergeten dat het in de meeste gevallen gewoon goed gaat, en dat daar geen hulp voor nodig is. Er is dus geen Gulden Route. Nee, je bent als ouder gelukkig vrij in hoe je je kinderen grootbrengt en om te kijken hoe je het beste bij de behoeften van jouw kroost kan aansluiten.

Rekening houden met elkaar

Waarom dan het gehamer op die regels? Dat zal ik uitleggen. Eigenlijk is een opvoeding een mix van verschillende ingrediënten. De belangrijkste, en dat zal niemand mogen verbazen, is die van liefde, warmte, acceptatie. Van begrip, erkenning en er mogen zijn. Maar we leven in een maatschappij die ook wat van ons verwacht: op tijd komen, je aan de afspraken houden, de deur voor elkaar open houden, opstaan voor oudere mensen in de bus of belasting betalen. Er zijn dus regels. En om te snappen en te beseffen dat je daar aan moet voldoen, en jezelf dus ondergeschikt maken aan een algemeen belang, vergt van ons dat onze kinderen worden opgevoed met regels en grenzen.

Zonder grenzen: grenzenloos

Wanneer kinderen volledig vrij worden gelaten, kunnen ze wellicht hun volledige creatieve talenten ontdekken en inzetten, maar zit de kans erin dat je lippenstift op de muren aantreft, of graffiti op het huis van je buren. Want zonder begrenzing, kun je niet van je kind verwachten dat het rekening houdt met andermans belangen. Grenzen zijn dus nodig. Om het leefbaar en acceptabel te houden. Maar hoe voer je dat uit in de opvoeding, zonder politie-agent te hoeven spelen? Want niet zelden krijg ik verhalen van ouders te horen waarvan ik spontaan de hoofdpijn voel opkomen.

Grenzen zijn persoonlijk

Laat ik voorop stellen: ik kan heel streng zijn, en dan vinden mijn kinderen mij echt geen leuke moeder. Ik word waarschijnlijk eerder gezien als een hysterische Cruella De Vill als ik weer eens gefrustreerd Ach en Wee roep bij het aantreffen van de kinderkamer. Ik bescherm op dat moment ook mijn grenzen en herhaal de regels: spullen opruimen en direct op de goede plek leggen. ‘Raap die pen eens op, die hier in de hal ligt’, en na 5 minuten: ‘Jongens, die pen ligt nu op de bank, ik heb gezegd dat dingen op de juiste plek moeten worden opgeruimd’. Ik ben vervolgens een hele ochtend kwijt met ze, 10.000 stappen rijker en een half pak hagelslag verder (die Signe in een onbewaakt ogenblik op de grond had uitgestrooid), maar de doppen zitten weer op de stiften, het oud papier is aangevuld en de boeken zitten weer op hun plek in de kist.

Laat het van de situatie afhangen

Maar regels hanteren en grenzen stellen betekent niet dat dit boven alles gaat. Als wij om half 9 terugkomen van iets, en de kinderen staan te zwalken op hun benen van vermoeidheid, negeer ik de rommel op de grond en help ik ze met hun pyjama’s aantrekken, al kunnen ze dat zelf. Als je een leuk uitje hebt gepland en er moet eigenlijk nog iets worden opgeruimd waardoor je in tijdnood komt, doe dan alsof je het niet hebt gezien. Of licht toe waarom het nu niet hoeft. In andere woorden: wees flexibel en empathisch. Wees menselijk, stem het af op de situatie.

Choose your battles

Maak gebruik van de mogelijkheid wanneer je die hebt, en probeer tolerant te zijn op momenten dat je minder in de gelegenheid bent om de regels na te komen. Zo heb ik op vrije dagen, vanzelfsprekend, veel meer tijd om op de regels te letten en kan ik ze daarin veel meer begeleiden. Dat doe ik dan ook. Mijn kinderen kunnen als ze willen ook vrijwillig klusjes doen voor ‘punten’, waarmee ze bijvoorbeeld sparen voor een keertje uit eten gaan. Tegelijkertijd haal ik heel regelmatig mijn schouders op of kijk ik een andere kant op. Het heeft geen meerwaarde om op alle slakken zout te leggen of om overal een ‘les’van te maken.

Er moet geleefd worden

Er moet ook gewoon geleefd kunnen worden. Kinderen moeten spontaan kunnen zijn, kunnen spelen, plannen maken, uitstapjes maken, kunnen afspreken, sporten, what ever. Ik heb simpelweg gewoon niet altijd tijd en zin om te zeggen ‘hé, gooi dat eens in de was’, ‘draai de dop eens op de tandpasta’ of ‘je moet dit nog opruimen’. Soms geniet ik er ook even van dat ze zo heerlijk spelen, ook al is de hele kamer een zooi, want dan kan ik gewoon even in mijn boek kijken of genieten van hun spel.

Consequent zijn…?

Het idee dat je als ouders altijd maar consequent moet zijn en één lijn moet trekken binnen de opvoeding, trek ik dan ook zeer in twijfel. Niet dat mijn kinderen nou het schoolvoorbeeld zouden zijn van een fantastische opvoeding, toch hoor ik tot mijn genoegen uit mijn omgeving vaak positieve geluiden terug, wat mij het vertrouwen geeft dat we wat flexibeler mogen omgaan met de opvoeding. Het consequent zijn betekent naar mijn idee veel meer dat je kinderen kunnen verwachten van je hoe je reageert. Dat betekent dus ook dat je je kinderen kunt leren dat er uitzonderingen op de regel zijn, en dat je in die gevallen anders reageert dan gebruikelijk. Je bent dan voor mijn gevoel nog steeds consequent, met empathie voor de situatie, en niet iemand die star vasthoudt aan de letterlijke zin van het woord.

Voor welke waardes sta je?

Dat je je speelgoed moet opruimen kan een regel zijn, maar niet vlak voor vertrek om op tijd te komen op de korfbal: in dat geval weegt de waarde ‘op tijd komen’ zwaarder dan de waarde ‘opruimen’, wat je je kind kunt uitleggen. Dit kan natuurlijk bij een ander gezin precies omgekeerd zijn, wat niks uitmaakt: zolang je kind maar snapt wat er verlangt wordt, en waarom het eventueel nu anders is dan normaal gesproken.

Eén lijn trekken als ouders…?

Idem dito voor het idee dat ouders altijd dezelfde regels zouden moeten hanteren en ‘een lijn moeten trekken’. Natuurlijk is het heel fijn en handig als je het samen eens bent over een bepaalde aanpak, of dat je min of meer op dezelfde wijze reageert. Maar dit is eerder een uitzondering dan dat we dat moeten verwachten van elkaar. Man en vrouw verschillen tenslotte, op zoveel verschillende manieren. Je bent allebei een verschillend persoon, je hebt een andere relatie met je kind, je hebt een andere opvoeding gehad dan je partner. Het is daarom niet meer dan logisch om ervan uit te gaan dat je allebei anders reageert binnen de opvoeding.

Wees jezelf

Het zou heel bijzonder, of misschien zelfs vreemd zijn, wanneer je als ouders exact hetzelfde omgaat met je kinderen en exact gelijk reageert in bijvoorbeeld het oplossen van conflicten. Dat is daarom dan ook niet iets om direct na te streven, als je het mij vraagt. Als ouders, en dus twee unieke individuen, heb je allebei je eigen manier van omgaan met je kinderen. Die, zoals eerder gezegd, 9 van de 10 keer prima is. Wanneer je kind weet wat het van je kan verwachten, is het dus goed. Ook al is dat anders dan wat het van je partner kan verwachten. Je kind wéét tenslotte niet beter dan dat jij jij bent, met al jouw unieke eigenschappen en eigenaardigheden.

Verschillende verwachtingen

Het zal dan ook verschillende verwachtingen hebben van jou, in vergelijking met je partner. En daar is niks mis mee. Sterker nog, dit staat dichter bij ons, dan wanneer wij ons in bochten zouden wringen omdat wij ons gedragen ‘zoals het hoort’, of zoals het ‘wordt verwacht’. Je kind is niet gek. Het kent jou als geen ander, en wéét wat het van jou kan verwachten. Wees daarom maar liever jezelf en authentiek. Dat je kind dan vaker naar papa stapt om te vragen of ze tv mogen kijken, omdat hij sneller zal toegeven, is dan iets dat we voor lief moeten nemen.

Opvoeding is niet zwart-wit

Structuur, regels, grenzen… ik hanteer ze, en ik kan niet zonder ze, maar wel binnen de mogelijkheden van de situatie. Voor alle lieve, hardwerkende ouders wil ik daarom het advies geven: ga eens bij jezelf na wat het belangrijkste is: het geluk van dat moment, het in stand houden van een waarde, het leren van een les, of het op één lijn komen met elkaar? Of mogelijk nog iets heel anders? Wees niet bang om de regels af en toe te laten vieren. Zolang jij dicht bij jezelf blijft en kunt uitleggen waaróm je daar nu voor kiest, is het voor een kind veel makkelijker te accepteren en te begrijpen. Het leven is nu eenmaal niet zwart-wit. Zoek de kleuren op.

Supervisie traject binnen de OG opleiding

Supervisie traject binnen de OG opleiding

Zelf in therapie als therapeut

Al eerder beschreef ik hoe ik voorgaande jaren mijn registratietraject doorliep om Orthopedagoog-Generalist (OG) te worden. In deel 1 ging het over de algemene zaken, terwijl ik in deel 2 dieper op bepaalde opleidingen inging. In dit derde deel besteedt ik aandacht aan een belangrijk onderdeel van het traject: de supervisie. Om een goede therapeut te worden, moet je in feite zelf in therapie. Verplicht. 90 uur lang.

Groeien

In de jaren dat ik al die nascholing volgde, ben ik erg gegroeid. In letterlijke zin, want ik raakte maar liefst drie keer zwanger en met elke zwangerschap groeide ik met gemak zo’n 20 kilo (daarna ben ik gestopt met wegen). Maar vooral ook in figuurlijke zin. Vers van de universiteit weet je eigenlijk nog meer heel weinig. Het voelde voor mij daarom heel prettig om door te leren. Maar hoe meer ik leerde, hoe meer ik beseft hoe weinig ik nog wist. Ik krijg in mijn leven nooit alles bij elkaar geleerd wat ik zou willen weten.

Toepassen van kennis

Keuzes maken is daarom een noodzaak. Het mooie van een sprokkeltraject is dat je, zeker in het begin, vrij bent in de onderdelen die je kiest. Ik liet me leiden door mijn interesses en was daarom meestal zeer gemotiveerd voor de cursussen. Maar na een cursus komt de grootste uitdaging: het toepassen in de praktijk. Hoewel daar vaak al wel opdrachten binnen de cursus voor zijn, waarin je bijvoorbeeld opnames van jezelf moet maken of een casus moet uitschrijven, is er nooit voldoende ruimte om écht diep op je functioneren in te gaan.

Aan de slag met jezelf

Het beroep van therapeut is een heel mooi maar zwaar vak. Je hebt te maken met andermans problemen, die je moet dragen, verwerken en vervolgens als het even kan ook oplossen. Het vraagt veel van je eigen veerkracht om al die moeilijkheden aan te horen en een plekje te geven. Niet voor niets dat er van je wordt verwacht dat je supervisie volgt. In dat (zware) traject, volg je maar liefst 90 uur supervisie, waarin je leert een goede therapeut te zijn. Hoe? Door aan de slag te gaan met jezelf.

Jezelf als therapeut ontwikkelen

In veel cursussen komt het al een beetje aan de orde: je oefent rollenspellen met anderen, je brengt een eigen probleempje in om EMDR op te proberen of je krijgt feedback over je gespreksvaardigheden na een oefening. Supervisie gaat verder dan dat. Eén op één ga je in sessies van 1,5 uur per keer diep in op jouw handelen als therapeut. Wat zijn je doelen, waar liggen je valkuilen, wat doe je goed, waar gaat het mis?

Klik met cliënten

Hoe jij als therapeut bent is heel persoonlijk, zoals je als mens persoonlijk bent. Terwijl ik vaak wordt omschreven als rustig en begripvol, kan een ander weer spontaan en grappig als eigenschappen toegedicht krijgen. Zo heeft iedere therapeut zijn eigen stijl en kwaliteiten. Dat betekent ook dat er sprake kan zijn van een match of mismatch tussen een therapeut en cliënt. Je kan jezelf bijvoorbeeld erg herkennen in iemands verhaal. Fijn, want je voelt diegene goed aan. Maar ook een valkuil, want misschien loop je ongemerkt een stapje te hard voor diegene.

Leren van jezelf

Andersom kan het ook zijn dat je een cliënt hebt waar je tegenop ziet. Dat is interessant. In supervisie heb ik geleerd dit altijd als een leermoment te ervaren. Hoe komt het dat ik er tegenop zie? Wat roept die cliënt of dat probleem bij mij op? In supervisie leer je dat al die gevoelens van jezelf als therapeut ergens op gebaseerd zijn. En ja, net zoals bij onze eigen cliënten, grijp je heel vaak terug naar ervaringen vanuit het verleden. Want we kunnen er vaak niet omheen: het verleden vormt je, en maakt dat je handelt zoals je handelt. Het is ontzettend waardevol om dat van jezelf te begrijpen en te herkennen, zodat je erop kan anticiperen in therapie als het nodig is.

Zwaar werk

Het is dus onzin dat je als therapeut alles maar naast je neer kunt leggen, of dat je geen gevoelens hebt of mag tonen. Casussen grijpen ons wel degelijk aan, en het vergt heel wat om dat allemaal te verwerken. Als ik net een heftig gesprek heb gevoerd met een onwillige, opstandige puber met woede-uitbarstingen en alle zeilen moest bijzetten om het niet te laten escaleren, heb ik soms slechts een minuutje schakeltijd om door te gaan naar het gesprek met een adolescent die zo bang is dat ze het leven niet meer ziet zitten en ik moet oppassen dat ik niet in de valkuil van ‘redder’ stap, om dit kind eruit te willen halen. En als ik dan de deur achter haar sluit, zit mijn volgende cliënt al spanningsvol te wachten. Zij gaat EMDR volgen omdat zij zich voelt falen als moeder, en ik moet nog een afspraak met de ander maken.

Emotionele belasting

Zoals Dick Bouman ook schrijft in zijn boek, de ondernemende psychotherapeut:

“Psychotherapie is ook zwaar werk (…). Het is werk dat de emotionele reserves aantast, het zuigt leeg. Een dag die gevuld is met afspraken met mensen die met zichzelf in de knoop zitten, die soms moeizaam contact leggen of die moeilijk en ‘lastig’ zijn in de omgang, vergt heel veel. (…) De therapeut krijgt met kracht een rol opgelegd: hij wordt hulpeloos, onmachtig of woedend gemaakt. Hij krijgt te voelen wat het is om misbruikt, onbegrepen, verleid of onmachtig te zijn, haat en razernij te voelen, altijd te moeten falen, angst te voelen om gek te worden. Dat leidt gemakkelijk tot emotionele uitputting die je mee naar huis kunt nemen.”

Grenzen aanvoelen en bewaken

Door middel van supervisie leer je deze grenzen aanvoelen en bewaken, leer je hoe je met deze complexe gevoelens kunt omgaan. Zowel bij je cliënt, als bij jezelf. Het heeft me iets heel moois geleerd: dat elk moment van onzekerheid, boosheid, frustratie of wat voor naar gevoel dan ook, een les voor je kan zijn. Op het moment dat je nagaat waar deze gevoelens van jezelf mee te maken hebben, kan je er achter komen hoe je er het beste op kunt reageren. Of desnoods wat je nodig hebt.

Verrijking

Het is iets rijks: je kan het niet fout doen, in die zin, dat elke tegenvaller een kans biedt voor iets nieuws. Ik heb de supervisie dan ook met beide handen aangegrepen. Sterker nog, het staat al op mijn verlanglijstje om uiteindelijk ook de supervisorenopleiding te gaan doen.

Ontwikkelingsvoorsprong bij de oudste: het besef

Ontwikkelingsvoorsprong bij de oudste: het besef

Voorlopen in ontwikkeling

Toen Meia nog maar een baby was, merkte ik al vrij snel dat er een aantal dingen niet ‘volgens het boekje’ liepen. Meia was onze eerste en wij waren ook de eerste in de familie en onze vriendengroep, dus was vergelijkingsmateriaal niet direct voor handen. Maar ik voelde dat onze baby anders reageerde dan de meeste anderen.

En hoewel ik toen net een studie achter de rug had, voelde ik me alles behalve zeker in die eerste maanden. Zeker omdat je bepaalde verwachtingen hebt ten aanzien van baby’s en het ouderschap die dan niet kloppen met de werkelijkheid. Dat brengt je een beetje uit evenwicht.

Weinig slaapbehoefte

Een van de eerste dingen die opvielen was dat ze zo weinig sliep. Baby’s sliepen toch het merendeel van de dag? Ik begreep er niks van. Hoe deden andere ouders dat? Ik zat soms 1,5u mijn kind in slaap te wiegen, voordat ze eindelijk sliep. Redelijk uitgeput ging ik dan vervolgens naar beneden, op muizenvoeten, waar ze na krap 20 minuten alweer wakker was! Gek werd ik er van! Ik had echt het idee dat ze helemaal niet wilde slapen. In de kraamweek was de kraamverzorgster al zo verbaasd dat ze haar hoofdje al zo vaak zelf rechtop hield als ze op schoot zat of op haar buik lag. Ze is zeker sterk, dacht ik toen. Maar na een paar dagen kreeg ik het idee dat ze haar hoofdje doelbewust wilde gebruiken om om zich heen te kijken, tot ze niet meer kon.

Alles in zich opnemen

Sowieso zat ze het liefst rechtop op schoot, over onze schouders heen kijkend, grote opengesperde ogen. Ze vond alles mooi, maar nooit lang. Zolang je maar met haar rondliep, de dingen benoemde en aanwees, liedjes zong, gekke bekken trok of wat dan ook, was het goed. Het vergde nogal wat energie om haar tevreden te stellen, want dat was ze echt niet gauw. Het was alsof ze zich geen tijd gunde om te slapen, alsof ze niets wilde missen en alles in zich op wilde nemen. En het leek zelden genoeg.

Huilen uit boosheid en frustratie

Haar ontwikkeling verliep razendsnel. En dat besefte ik uiteindelijk pas toen onze tweede, Fosse werd geboren. Toen we met hem een babytijd ‘volgens het boekje’ doormaakten, werd het contrast met de babytijd van Meia met een schok duidelijk. Terwijl je bezig bent met het verwerven van je nieuwe rol als moeder, ouder, het wennen aan en leren kennen van je kind, merk je niet hoe de ontwikkeling anders verloopt van die van anderen. Althans, niet erg bewust. Op een meer onbewust niveau merkte ik wel dat we steeds tegen dingen aanliepen omdat je niet goed snapt waarom ze bijvoorbeeld zo vaak huilde, en dan vooral uit nijd of boosheid leek het wel.

Snelle motorische ontwikkeling

Want Meia was (en is) een meisje met temperament, met een kop erop zogezegd. Als zij iets wil, dan wil ze het nu, en wil ze het ook nu kunnen. En zo kwam het dat zij met 4 maanden door de woonkamer tijgerde, met 7 maanden langs de tafel liep, en met 9 maanden woordjes begon te zeggen. Ze leek zichzelf geen rust te gunnen, alsof ze geen tijd te verliezen had. Ik denk ook mede om die reden dat we regelmatig bij de huisartsenpost te vinden waren: Meia had zichzelf geleerd op de bank te klimmen, maar nog niet om er ook handig vanaf te komen, met de nodige ongelukjes van dien. Meia klom de trap op en wist op haar eerste verjaardag zichzelf in de draaistoel te hijsen en deze vervolgens te laten draaien. Val- en struikelpartijen lagen altijd op de loer, door al haar gekke toeren die ze uithaalde.

Temperamentvol

Steeds regelmatig kreeg ik vanuit de omgeving opmerkingen in de trant van “ze is wel vlot hoor”, “kan ze dat al?”, die lieten doorschemeren dat zij wellicht vlotter in haar ontwikkeling was. Maarja, bij zulke kleintjes kun je daar toch verder niks mee, dacht ik toen. En iedere keer hoopte en dacht ik: “als ze straks kan kruipen/lopen/praten/pakken/etc. dan zal ze wel tevreden zijn, dan zal haar frustratie weg zijn”. Maar dat was slechts van korte duur. Want zodra ze de ene kant op kon rollen, was ze boos dat ze niet meer terug kon rollen. Kon ze eindelijk dingen pakken, werd ze boos dat ze geen twee dingen beet kon houden of ergens niet bij kon. Kon ze tijgeren, zat ze steeds klem onder de tafel of kast. Kon ze lopen, ging het haar te traag en viel ze constant in haar hopeloze pogingen te rennen. Het was constant alsof haar hoofd een stap voorliep op haar lijf. Alsof ze begreep wat er in theorie mogelijk was, maar het nog niet helemaal kon uitvoeren. En het dreef haar (en ons) regelmatig tot wanhoop.

Zoeken van uitdaging

Het eerste jaar was al met al een pittig jaar. Weinig slapen, pas doorslapen met 8 maanden, overdag bij wijze van spreken een dagprogramma vol met entertainment willen hebben om tevreden te zijn (de box is bij ons toen nooit gebruikt, enkel als opslagplek voor alle zooi). Ik was benieuwd wat de jaren daarna zouden brengen. Toen ze goed kon lopen werd haar wereld wel groter, evenals haar zelfstandigheid en haar mogelijkheden. Het leek eindelijk wat rust te brengen. Maar ze zat nooit stil. Overal zocht ze de uitdaging in. Met 2 jaar was ik blij dat ze eindelijk naar de peuterspeelzaal kon, zodat ze misschien wat uitgedaagd kon worden. Maar dat was achteraf bezien wat ijdele hoop. Ook daar konden ze niet bieden wat ze wilde, en wij konden ook niet precies uitleggen wát ze nodig had, omdat we dat nog niet precies wisten.

Grenzen opzoeken

En wat er dan gebeurt is iets wonderlijks. Kinderen die uitdaging nodig hebben, zoeken die uitdaging, ongeacht op welk terrein. Het is als het ware een soort ontwikkelhonger die gestild moet worden. Als er geen gebied is om die uitdaging in te vinden, dan wordt het zoeken van de uitdaging verlegd op het terrein van de relatie. Dus gebeurde het dat Meia, met haar 2 jaar, op bijna manipulatieve wijze, de grenzen op zocht bij ons als ouders. Het was bikkelen, want ze leek geen gezag te accepteren en we begrepen er geen snars van. Hoe kon zo’n klein meisje nu zo’n ijzeren wil hebben en zo vastberaden zijn? Ik merkte dat het steeds botste als wij in de machtspositie belandden (zinloos, geloof me): dan was het hard tegen hard.

Machtsstrijd

Pas na talloze vruchteloze machtsstrijden viel bij mij het kwartje: ik moet er naast blijven staan, ze moet het gevoel hebben dat zij niet de mindere is, niet ondergeschikt, maar gelijkwaardig, dat zij als partner wordt behandeld. En dat was inderdaad het antwoord (Ja jongens, al ben je dus orthopedagoog, als moeder blijf je ook maar mens!). Toen we meer als ‘team’ gingen samenwerken, ik haar uitlegde waarom ik deed zoals ik deed, ik argumenten gaf voor de reden waarom ik dingen van haar verwachtte, kon ze de deze accepteren en zich er naar voegen. Maar zelfs dan, met nog geen 3 jaar oud, kon ze ook beslissen iets niet te doen, gewoon omdat ze de reden ervan niet overtuigend genoeg vond. En toegegeven, nog steeds zijn dat lastige momenten: want hoe krijg je soms voor elkaar wat je wilt, zonder in een machtsstrijd te verzanden?

Vaststellen van een voorsprong

Ik overlegde deze en veel andere zaken ook wel eens met mijn collega’s en bijvoorbeeld op het consultatiebureau. En steeds vaker begon ik te denken of ze misschien voorliep, dat ze daarom andere behoeftes had in haar ontwikkeling, dat we daarom soms niet op één lijn zaten. En toen ze op het consultatiebureau uiteindelijk ook zeiden dat het doen van een intelligentieonderzoek wellicht goed was, heb ik die stap uiteindelijk gezet. Met net 3 jaar heeft Meia het onderzoek gedaan, afgenomen door een collega. En hoewel je vermoedens hebt, is de uitslag toch even schrikken. Een voorsprong van 1-2 jaar op verschillende onderdelen. Dus toch.

Eindelijk rust?

Op die leeftijd kun en mag je nog niet spreken van hoogbegaafdheid, maar van een ontwikkelingsvoorsprong, vanwege de grilligheid in de ontwikkeling. Maar doordat we nu wisten dat we haar cognitieve vermogens op een ander niveau konden (ja zelfs moesten, eigenlijk) aanspreken, veranderde ons meisje zienderogen. Weg met de leeftijdsindicaties op alle spellen en speelgoed, maar afgaan op interesses. Ik kreeg dat jaar een museumkaart voor mijn verjaardag en sindsdien hebben we haar meegenomen naar musea. Er ging een wereld voor haar open. Ze vroeg de oren van onze hoofden en genoot van alles wat ze zag en hoorde. In de bibliotheek liet ik de peuterboeken links liggen, maar zocht ik voorleesboeken en boeken met specifieke onderwerpen. Ze verslond ze!

Vinger aan de pols voor de toekomst

En nu ze eindelijk de voeding kreeg die ze zo nodig had, klaarde ze op: er kwam rust, ze kon weer spelen, ging zich beter concentreren, was niet meer zo vluchtig. Toen ze daarnaast ook op peuter/kleutergym met bijna 3 jaar, kon ze ook haar motorische energie kwijt. Op de peuterspeelzaal werd materiaal uit de kleutergroepen gehaald om haar te prikkelen. En alle puzzelstukjes vielen steeds meer op hun plek: we snapten de onrust, de frustraties en de rappe ontwikkeling uit de babytijd nu ineens. En nu we wisten wat ze nodig had, konden we daarop inspelen. Vanuit mijn opleiding wist ik dat we waakzaam zouden moeten blijven, dat vinger aan de pols houden nodig bleef. Maar ik had vertrouwen in de toekomst en was benieuwd hoe ze zich verder zou ontwikkelen.

Een kijkje in mijn werkweek

Een kijkje in mijn werkweek

Hoe zien de dagen van de therapeut eruit?

Toen ik nog studeerde, was ik heel benieuwd naar de praktijk. Ik kon me er nog maar weinig bij voorstellen. En elke dag weer besef ik dat het voor ouders vaak nog veel abstracter is wat we nu precies doen. Hoe zien de behandelingen eruit? Wat doe ik dan tijdens een onderzoek? Wat werk ik precies uit tijdens mijn uitwerktijd? Geregeld vragen ouders mij of ik iets kan vertellen wat hun kind dat doet. Ik snap die nieuwsgierigheid. Daarom een kijkje in een weekje werken als orthopedagoog generalist.

Maandag

Als het weer het toelaat, kom ik maandag en dinsdags op de fiets. Ben ik meteen goed wakker bij binnenkomst. ’s Ochtends staat de eerste afspraak vaak om 8.45u gepland. Vóór die tijd beantwoord ik mailtjes, beluister ik het antwoordapparaat en bekijk de post. Of ik bereid bijvoorbeeld een afspraak voor. Dit keer viel toevallig mijn eerste afspraak die ochtend uit. De moeder moest onverwachts naar het ziekenhuis. Dit gaf me tijd om aan een onderzoeksverslag van een andere cliënt verder te werken. En reden om later na te vragen hoe het met de moeder gaat.

EMDR bij trauma vanuit de jeugd

Om 10.00u had ik mijn eerste cliënt, een adolescent met forse trauma’s uit haar jeugd. Met haar heb ik EMDR gedaan. De therapie valt haar zwaar, omdat het zo confronterend is. Daarom is stabiliseren belangrijk: zorgen dat de cliënt zich veilig genoeg voelt om de pijn onder ogen te zien. Het is heel heftig om te horen wat voor vreselijke dingen sommige (jonge) mensen meemaken. Voor de EMDR had ik bewust langere tijd ingeroosterd, zodat we het goed konden afronden. We hebben één gebeurtenis uitgekozen om mee te beginnen en aan het eind van de (intense) sessie was de spanning duidelijk afgenomen bij dit beeld.

Stoeien met een onderzoeksverslag

Na zo’n sessie heb ik zelf af en toe ook even tijd nodig om te schakelen. Gelukkig had ik niet direct hierna weer een cliënt, maar kon ik verder aan het afmaken van een onderzoeksverslag van een kind dat gedragsproblemen op school vertoont, maar ook last heeft van de echtscheiding van zijn ouders. Hij bleek benedengemiddeld te scoren op het intelligentieonderzoek, wat al veel verklaarde, maar het was een puzzel omdat er ook op sociaal-emotioneel gebied zorgen waren.

Evaluatiegesprek met ouders

Om 13.00u had ik een evaluatiegesprek met de ouders van een meisje van 16. Zij wilden graag nog even horen welke ontwikkelingen ik als behandelaar had gemerkt tijdens de behandeling. Ze waren erg tevreden hoe het nu met hun dochter ging en het was een fijne uitwisseling van ervaringen en we konden de behandeling naar tevredenheid afronden. Met het meisje zelf had ik al eerder een afrondend gesprek gevoerd. Als ik een behandeling afsluit, schrijf ik altijd een evaluatieverslag voor de huisarts. Hierin staat het behandelplan en een samenvatting van de behandeling en de bereikte resultaten.

Afstemmingsgesprek met ouders

Direct daarna, om 14.00u had ik weer een gesprek met ouders. Dit keer van een jongen van 9 jaar, die meer kampt met emotionele problemen en moeite om zijn gevoelens of behoeften te verwoorden. Dit gesprek hebben we gebruikt om te bespreken hoe het nu gaat en om de behandeling verder aan te scherpen. Ik had tijdens de behandeling ook wat vragenlijsten afgenomen en besprak deze nu met de ouders. Samen brainstormden we over de volgende stappen en wat dit jongetje nodig heeft.

Boze buien

Om 15.00u had ik mijn volgende cliëntje, een jongen uit groep 7. Hij had in een eerdere groep vervelende ervaringen met een leerkracht, waardoor hij nu nog wel eens boze buien heeft. Met hem heb ik een EMDR sessie voor de volgende keer voorbereid. Dit doe ik o.a. door te zoeken naar nare plaatjes bij herinneringen en het laten tekenen van deze plaatjes. Ook heb ik een dagdroom (symbooldrama) gedaan, om de verwerking van gebeurtenissen en emotieregulatie te stimuleren.

Eigen grenzen bewaken

De laatste cliënt van deze dag, om 16.00u, was een jongen van 9 jaar. Met hem ben ik aan de slag gegaan met het belang van het bewaken van je eigen grenzen. Dit deden we aan de hand van het bespreken en analyseren van voorvallen waarin deze jongen zijn grenzen niet goed bewaakte. Ik werk met hem ook aan het versterken van een positief zelfbeeld, bijvoorbeeld met werkbladen en therapeutische materialen. Als laatste deden we het Gardner-spel. Dit is een therapeutisch spel, waarin ik vragen en opdrachtenkaartjes uitzoek die passen bij de behandeldoelen van dit kind. Ondertussen noteer ik bijvoorbeeld belangrijke uitspraken van hem en daag ik ongezonde gedachtes uit. Ook laat ik deze jongen steeds stil staan bij zijn gevoel, bijvoorbeeld door te vragen: ‘wat doet dat met jou?’.

Om 17.00u heb ik geen cliënten meer. Ik bel dan, indien nodig, nog wat mensen terug, plan nieuwe afspraken in, verwerk nieuwe aanmeldingen en schrijf mijn ‘to-do’ lijstje in de agenda voor de volgende dag. Dit doe ik ook voor mijn stagiaire, zodat zij direct zelfstandig hiermee aan de gang kan als ik in gesprek ben.

Dinsdag

Psycho-educatie over ODD

Vandaag begon ik de dag met om 8.45u een gesprek met ouders voor psycho-educatie voor hun zoon. We hadden in de weken ervoor onderzoek gedaan bij dit jongetje, die ODD bleek te hebben. Dit is een opstandige gedragsstoornis, dat een grote belasting voor ouders vormt. Sowieso zijn ouders heel belangrijk om een kind zo gelukkig en gezond te laten opgroeien. Maar in dit soort situaties is er als het ware een extra gebruiksaanwijzing nodig. Met psycho-educatie geven we informatie over de stoornis zelf. Dit gedeelte had mijn stagiaire voorbereid. Daarnaast gaf ik de ruimte om specifieke situaties te bespreken, waar ouders thuis tegenaan lopen. Samen analyseren we dan wat er precies gebeurd, wat mogelijkheden zijn en wat het bijvoorbeeld doet met de ouders. Als huiswerk vroeg ik de ouders om een tijdje verschillende situaties te noteren die ze als lastig ervaren.

slaapproblemen kinderen baby dreumes peuter

Intake over slaapproblemen bij dreumes

Daarna had ik om 10.00u een intakegesprek met een moeder van een jongen van net één jaar. Zij maakte zich tot voor kort zorgen over de nachten, omdat haar zoontje niet goed doorsliep en veel behoefte aan nabijheid had van moeder. Na de aanmelding heeft deze moeder al zoveel zelf gedaan, zoals een duidelijk slaapritme ingesteld, overdag meer structuur aangebracht, wat voor meer rust en voorspelbaarheid heeft gezorgd. Hierdoor waren de slaapproblemen al grotendeels opgelost. Het bevestigen van deze moeder in wat ze deed, was in dit geval voorlopig voldoende om weer verder te kunnen.

Kennismaking

Om 11.00u had ik een half uurtje ingepland voor een kennismaking met een kind van 9 jaar. Ik had zijn ouders al op intakegesprek gehad en een onderzoek afgesproken, maar ingeschat dat het voor dit kind prettiger zou zijn om eerst kennis te maken. Dan zag hij alvast waar hij terecht zou komen en bij wie, zodat de spanning niet zo groot zou zijn. Het kennismaken doe ik door met het kind in gesprek te gaan over zichzelf: wat vind je leuk om te doen, waar ben je goed in, wat doe je graag thuis, doe je aan sport, wat hoort echt bij jou, wat maakt jou een goede vriend, etc.

Aanmeldingen verwerken

Hierna had ik tijd om wat telefoontjes te plegen. Er wordt vrijwel dagelijks gebeld voor nieuwe aanmeldingen. Deze mensen willen graag even hun verhaal kwijt en ik leg in het kort de procedure uit. We ontvangen de aanmeldformulieren zowel digitaal als op papier. Deze moeten in een dossier worden gedaan, de formulieren worden geprint en de gegevens worden bijgehouden in onze eigen bestanden om overzicht te houden over de lopende cliënten. Ook moeten de nieuwe cliënten worden aangemeld in het software systeem zodat vergoedingen kunnen worden gedeclareerd, indien hier recht op is. Al met al vraagt dit veel administratieve handelingen die veel tijd vragen.

Bellen met scholen

Tussen 12.00u en 13.00u gebruik ik de tijd om naar leerkrachten en intern begeleiders te bellen. Zij zijn de rest van de dag vaak niet bereikbaar omdat ze voor de klas staan, dus bel ik deze altijd in ons ‘pauze’ uur. Ik belde nu met een leerkracht om de zorgen met betrekking tot een leerling te bespreken: zij wilden graag dat er ook zorg gegarandeerd kon worden als deze leerling de overstap naar het voortgezet onderwijs zou maken. Deze informatie moet ik vervolgens weer terugkoppelen naar de ouders, om transparant te blijven. Ouders vraag ik vooraf altijd toestemming om contact met bijvoorbeeld de leerkracht op te nemen.

Evaluatieverslagen schrijven

Tussen 13.00u en 15.00 had ik tijd ingepland voor het schrijven van evaluatieverslagen. Dit was hard nodig: ik ben vaak geneigd om mijn tijd zoveel mogelijk vol te plannen met afspraken, dat er weinig tijd over blijft voor de verslaglegging. Nu kon ik even de brieven aan de huisartsen schrijven, de dossiers opruimen en de cliënten afmelden in het software systeem. Ook hier zitten steeds meer administratieve handelingen.

COMET programma

Om 15.00 had ik een sessie met een pubermeisje, die erg perfectionistisch is, een negatief zelfbeeld heeft en daardoor ook ongezonde denkpatronen heeft. Met haar werk ik met COMET, een programma gericht op het verbeteren van het zelfbeeld. Maar omdat ik de balans tussen cognitie en emotie heel belangrijk vindt, wissel ik dit af met symbooldrama, die werkt aan de emotieregulatie. Dit meisje krijgt via de mail steeds huiswerkopdrachten mee, die ze thuis maakt en samen bespreken in de sessies. Zo werkt ze vrijwel dagelijks aan de stof die we behandelen, bijvoorbeeld door complimenten bij te houden.

Heftige gesprekken

De laatste afspraak was een intake met een meisje van de middelbare school, die slachtoffer is geworden van een zedendelict. Dit soort gesprekken zijn vaak heftig, zowel voor de cliënt die het verhaal moet doen, als voor ons: ik merk dat je sommige verhalen nooit helemaal naast je neer kunt leggen. Dat geeft ook niet, want het motiveert ook om er wat mee te doen, maar het vraagt ook wel wat van je.

Donderdag

Vervolg EMDR van maandag

Vandaag begon ik met een vervolg op de EMDR sessie van afgelopen maandag. Omdat ik maandag al merkte dat dit een vervolg nodig had, heb ik snel een nieuwe afspraak ingepland. Ik laat cliënten liever niet te lang wachten als de stress en spanning te hoog oploopt.

Motiveren voor behandeling

Om 10.00u zou ik een adolescent/student hebben die momenteel door omstandigheden niet meer naar college gaat. Hij vindt het echter moeilijk om te erkennen dat hij hulp nodig heeft en wil daarom niet komen. Mijn stagiaire probeert telefonisch te bespreken wat hem kan helpen om die stap tóch te maken. Dit blijkt echter te lastig voor hem. In overleg met de moeder wordt daarom afgesproken dat zij contact hebben met het jeugdteam. In zulke gevallen hebben wij een nauwe samenwerking met de jeugdteams, zodat cliënten wel direct worden opgevangen als er andere hulp nodig is.

Scoren en verwerken van testmateriaal

Vervolgens heb ik een uur om zaken uit te werken. Ik heb een aantal lopende onderzoeken, waarvan ik de vragenlijsten en testen scoor. Dit kost veel handmatig werk. Vervolgens moet ik de uitkomsten in een verslag typen en deze interpreteren. Ik stel vooraf onderzoeksvragen op en geef hier nu zo goed mogelijk antwoord op.

Overleg en telefoontjes

Tussen 12.00 en 14.00u houden we normaal gesproken overleg, maar vandaag zijn mijn collega’s er niet. Ik besluit daarom de tijd te besteden aan het terug bellen van mensen die hebben ingesproken en het overleggen met leerkrachten en ib-ers.

creatieve verwerkingsvormen schilderen verven tekenen symbooldrama dagdroomtherapie kinderen pubers jongeren

Depressieve klachten

Om 14.00u heb ik een pubermeisje met depressieve klachten en een zeer laag zelfbeeld. Zij heeft een creatieve kant, waar ik graag bij aansluit, omdat zij het creatief verwerken erg prettig vindt: praten is voor haar lastiger, en door bijvoorbeeld schilderen of tekenen kan zij zich op een andere manier uitdrukken. Ook werk ik met haar met onderdelen uit COMET, het programma voor het verbeteren van je zelfbeeld. In gespreksvorm gebruik ik vrijwel altijd een oplossingsgerichte techniek, zodat er weer hoop en mogelijkheden worden gecreëerd.

Relativerende gesprekken

Daarna heb ik om 15.00u een eerste behandelcontact met een puberjongen, van wie ik de ouders al eerder op intakegesprek heb gehad. Over deze sessie schreef ik al eerder een blog. Het lachen en op een luchtige manier kennis maken, gaven mij ook nieuwe energie en is een welkome afwisseling na soms pittige behandelcontacten.

Geen contact meer met vader

Als laatste zag ik deze dag een meisje uit groep 8, die momenteel haar vader niet meer ziet, maar wel toewerkt naar herstel van dit contact. Met haar sta ik stil bij haar kwetsingen en de verdrietige gevoelens die verschillende gebeurtenissen haar gaven. Deze erkenning en het spiegelen en benoemen van gevoelens is onderdeel van het mentaliseren bevorderende therapie (MBT). Mentaliseren is een ingewikkelde vaardigheid die bijvoorbeeld nodig is om goed te begrijpen wat er in je omgaat en heb je nodig voor het verwerken van gebeurtenissen. Daarnaast werk ik met haar aan concrete stappen naar dit herstel. Ik vraag haar toestemming om haar toegezegde afspraken te delen met haar vader, als stok achter de rug om zich er aan te houden. Tegelijkertijd blijven ouders zo op de hoogte van de vorderingen.

Terugblik

Deze week vielen er wat afspraken uit, waardoor ik wat meer tijd voor het uitwerken van o.a. onderzoeken had. Meestal heb ik ongeveer één keer per week wel een onderzoek, maar toevallig deze week niet. Het was een relaxte werkweek, waarin ik ook toe kwam aan ‘losse eindjes’, wat me weer overzicht gaf.

Ik kan me voorstellen dat je veel termen leest die je niks zeggen. Ik geef daar graag meer duidelijkheid in! Zijn er bepaalde onderwerpen waar je graag meer over zou willen lezen? Dan besteed ik daar graag een artikel aan. Laat het me maar weten in de reacties 🙂

De wereld van het buiten spelen

De wereld van het buiten spelen

Over hang-ouders en in het wild spelen

Een paar jaar geleden was ik al eens begonnen met schrijven. Mijn toenmalige website bestaat inmiddels niet meer. Wel deel ik nog graag mijn herinneringen uit die tijd met jullie, zoals deze, over het letterlijk groter worden van de wereld van kinderen met het buiten spelen.

 

Met grote ogen en open mond drukt mijn dochter (toen ruim 3 jaar) haar neus tegen het raam terwijl ze naar buiten kijkt. Ze kijkt verlangend naar de spelende kinderen in de straat: ‘mama ik ga ook buiten spelen!’ zegt ze ineens resoluut. Ze draait zich om en rent naar de hal om schoenen en jas te pakken.

 

Een nieuwe wereld

Ik heb amper de tijd om aan het idee te wennen. Buiten spelen! Dat betekent dat ik ook mee moet. Ik sleep mijn (toen) jongste mee naar buiten en parkeer hem in de tuin. Ondertussen probeer ik snel te denken: wat moet ik nu precies doen? Kan dat wel, buiten spelen? En die auto’s in de straat dan? En tot hoe ver mag ze dan? Ondertussen trekt de oudste het tuinhekje al open, terwijl ze haar step onder haar arm klemt. Veel tijd om te denken heb ik dus niet, want mijn kleine meisje gaat de Grote Boze Wereld in. Nouja, zo voelt het althans een beetje.

 

Nieuwe levensfase

Ik ga voor haar zitten en spreek de grenzen af van haar nieuwe territorium: de straat en niet de poort door. Er kan nog net een knikje vanaf voor ze de tuin van de buren in stuift. Ik blijf samen met mijn zoontje een beetje meewarig zijn zus nakijken. Nou. En nu? Maar in de tuin blijven? Of kan ik gewoon naar binnen? En wat nou als ze zomaar bij andere mensen naar binnen gaat, dan weet ik niet waar ze is! Het wordt me direct duidelijk dat er een hele nieuwe fase is aangebroken in ons leven. Die van buiten spelen met andere kinderen wel te verstaan.

 

Onzekerheid

Gek genoeg heb ik daar nooit iets over gelezen in de boekjes. Terwijl ik me toch behoorlijk ongemakkelijk voelde in het begin. Ik werd me bewust wat er bij komt kijken: regels stellen, afspraken maken (‘je mag even buiten spelen maar straks wil ik nog even naar de winkels’), letterlijke grenzen aangeven, toezicht houden (‘waar hangt ze nu uit?’), sociale vaardigheden (‘wel even vragen of je naar binnen mag voordat je naar binnen gaat’, ‘zeg je nog even gedag?’)…

 

Hang-ouders

En ook voor mij als moeder ging er een wereld open. Die van ouders op straat. Een soort hang-ouders. Ze hangen in groepjes samen, klagend over het weer of ze verzuchten het gedrag van die kleine spruiten die om hun voeten krioelen. Een bijzonder fenomeen is dat de hangouders hun gesprek gewoon weer oppakken van waar ze vorige keer waren gebleven. Want de kans bestaat immers zomaar dat je drie blokjes rondrent omdat je peuter of kleuter ineens uit beeld is en heeft besloten dat tv kijken binnen toch leuker is. Dit leidt tot amusante conversaties. Zo laadde ik bijvoorbeeld de boodschappentassen uit terwijl een buurvrouw een eerder gesprek vervolgde: “maar dat betekent dus dat je dat beton er nooit meer uit krijgt!”.

 

Wie let er op de kleintjes?

Een ander fenomeen is de surveillancedienst. Ik werd hier direct van op de hoogte gesteld tijdens een van mijn eerste hangervaringen toen een wat enthousiaste moeder uitgelaten riep dat het zo prettig dat ‘we allemaal een beetje op elkaars kinderen letten!’. Dit is gevaarlijk. Want iedereen buiten is in de veronderstelling dat één van de andere hang-ouders surveillancedienst heeft, waardoor niemand echt in de gaten heeft dat het grindpad van de buurman inmiddels via de speelgoedvrachtauto in de put is beland. Of dat je dochter heeft besloten bloemen te plukken uit de voortuin van een andere hangouder.

 

Erbij willen horen

Maar ook mijn dochter deed die eerste weken wisselende ervaringen op. Het ‘in het wild’ spelen was toch even andere koek dan het speelkwartiertje in de speelzaal of in de tuin van de gastouder. Buiten spelen met nieuwe kinderen is toch een leerproces, zo blijkt. Het leggen van contacten, het vragen om mee te spelen en zoeken van speelmaatjes met wie het klikt, is een dappere onderneming van elk kind dat voor het eerst naar buiten gaat. Eentje die bij mijn dochter ook voor veel intense gevoelens zorgde. Zo ervoer ze de teleurstelling en verdriet als ze niet (direct) mocht meespelen of zelfs werd afgewezen. Maar ook als ze ontdekte dat haar speelkameraadje niet thuis was. Aan de andere kant was ze euforisch als ze nieuwe kinderen had gevonden en ze de drempel over durfde om mee te spelen en contact te maken. De behoefte om erbij te horen wordt in deze fase heel goed waarneembaar.


Misschien ook interessant:

  1. 10 tips voor een bedankje voor de juf
  2. kinderleed als je net vier bent geworden
  3. het leed, dat taart maken heet

 

Is onveilige hechting een probleem?

Is onveilige hechting een probleem?

Wanneer is hechting problematisch?

Er is al veel geschreven over hechting. Het is ook een ingewikkeld en belangrijk onderwerp, omdat het de basis legt voor je verdere leven. Wat je de eerste jaren meekrijgt in de ontwikkeling van je hechting, is de hardware van je persoon. Iedereen wordt hier op zijn eigen manier mee uitgerust, maar grofweg zijn er wel een aantal categorieën van hechting te noemen.

De meeste kinderen (en dus ook volwassenen, want een hechtingsstijl geldt voor het leven), zijn veilig gehecht. Dat is zo’n 60% van de kinderen. Dat betekent dus dat bijna de helft (plusminus 40%) onveilig gehecht is! Dat klinkt als een enorme hoeveelheid. En dat is het ook. Hoe zit dat?

Vier hechtingsvarianten

In totaal zijn er vier soorten gehechtheidsstijlen. Ik noem ze hieronder:

  1. veilig gehecht
  2. angstig/ambivalent gehecht
  3. vermijdend gehecht
  4. gedesorganiseerd gehecht

Alleen de 1e categorie garandeert dus dat een kind een basaal gevoel van vertrouwen en veiligheid heeft, een algemeen gevoel van: ‘het komt wel goed’. Dit is vanzelfsprekend de meest wenselijke gehechtheidsstijl die er is, omdat hiermee een goede basis wordt gelegd om bijvoorbeeld met nieuwe situaties om te gaan. Het stressniveau ligt niet snel hoog bij deze kinderen (en volwassenen).

Gedesorganiseerde hechting

De overige 3 categorieën zijn vormen van onveilige hechting. Maar slechts één hiervan wordt als een problematische ontwikkeling gezien: de gedesorganiseerde vorm van hechting. Deze komt slechts weinig voor (5-10%). In deze vorm van hechting leert een kind niet goed om te gaan met stressvolle situaties. Als kind heeft het te weinig ervaringen gehad dat het wel goed komt. Er is bijvoorbeeld niet goed gereageerd op zijn behoeften (troost, warmte, eten, schone luier, etc.) of zeer wisselend en onvoorspelbaar. Of de zorgfiguur (meestal de ouders) hebben de signalen van het kind verkeerd ‘gelezen’: ze interpreteren het huilen of het gedrag van het kindje anders dan wat er écht aan de hand is.

Projectie

Een andere oorzaak kan liggen in het projecteren. De moeder denkt bijvoorbeeld: ‘je bent moe, ga maar slapen’, en legt de baby te slapen, terwijl niet de baby moe is, maar de moeder zelf. Als dit soort misinterpretaties en projecties te vaak voorkomen, leert het kind niet wat er in hem omgaat. Het krijgt geen goede grenzen mee van wat bij hem hoort en wat niet. Het raakt verward en gedesorganiseerd.

Kans op trauma

En precies zo ziet het gedrag er dan ook uit: rommelig, chaotisch, als een ongeleid projectiel, onvoorspelbaar. Het kind weet zich geen raad, voelt zich onveilig, ervaart stress maar kan deze niet weg (laten) nemen. Omdat ze hun eigen grenzen niet goed genoeg aanvoelen, kunnen ze zichzelf ook onvoldoende beschermen. Deze kinderen lopen daardoor meer kans op trauma’s. Ze overschrijden onbedoeld hun eigen grenzen en die van anderen.

Onveilig is níét perse problematisch!

De andere twee categorieën gaan over angstige en vermijdende hechtingsstijlen. Zoals gezegd is die niet per se problematisch! Het is slechts een variant in de hechtingsstijl. Sterker nog, in sommige beroepen kan het een voordeel hebben om bijvoorbeeld angstig of ambivalent gehecht te zijn, zoals een bij goede onderzoekers: een zekere mate van wantrouwen maakt hen kritisch en alert! En gereserveerde mensen die wat vermijdend gehecht zijn, vormen vaak het toonbeeld van integriteit.

Hechting als continuüm

Hechting is een continuüm: je kunt in meer of mindere mate veilig of onveilig gehecht zijn. Dit hangt samen met verschillende dingen, zoals:

  • de kwaliteit van het contact met de hechtingsfiguur (meestal de ouders)
  • de kwantiteit van het contact (hoe vaker, hoe beter)
  • of er ingrijpende gebeurtenissen geweest zijn in de hechtingsperiode
  • de zorgfiguren rondom het kind (wie, hoeveel, de ervaringen)

Zo kan het dus ook zijn dat je als kind een veilige hechtingsrelatie met je moeder opbouwt, maar niet met je tante. In het latere leven van je kind kan bepaald hechtingsgedrag daarmee ook getriggerd worden. Als ze iemand tegen komen die hen aan hun tante doet denken, kunnen ze hetzelfde onveilige hechtingsgedrag gaan laten zien.

Responsief in 30% van de tijd

Om tot een veilige hechting te komen met je baby, moet je als ouder (of ander belangrijke zorgfiguur) in 30% van de gevallen responsief reageren. Responsief wil zeggen dat je als ouder doet wat je kindje op dat moment nodig heeft. Dat je snapt wat de behoefte is van je kindje en deze goed vertaalt. Dat je goed bent afgestemd op je baby en hem goed aanvoelt. Dan klinkt 30% als heel weinig, maar dit is al voldoende om tot een veilige hechting is komen. En meestal gaat dat proces ook vanzelf. De meeste ouders en verzorgers voelen voldoende aan wat hun kindje (ongeveer) nodig heeft. Ze zijn sensitief genoeg.

Niet perfect, maar goed genoeg!

Tegelijkertijd is het dus net zo menselijk om soms signalen te missen (denk aan door een huiltje heen slapen, pas later opmerken van een vieze luier of na 4 dagen ineens snappen dat er tanden doorkwamen waardoor je baby zo sacherijnig was). En dat is gelukkig door de natuur ook allemaal ingecalculeerd. Want we zijn tenslotte ook maar mensen. En dat is precies de reden dat goed genoeg ook écht goed genoeg is, mama’s!


Misschien ook interessant:

  1. Toen ik ging zitten voelde het al beter
  2. 10 tips voor een bedankje voor de juf
  3. Op de grens van gewoon opgroeien