Archief van
Tag: gedrag

11 nadelen van straffen

11 nadelen van straffen

Straffen, weet wat je doet!

Ik straf liever niet. Maar omdat er veel misverstanden bestaan rondom straffen en belonen leg ik de dingen het liefst goed uit, zodat we beter begrijpen van elkaar waar we het over hebben. Eerder gaf ik een overzicht van soorten straf. Niet alle maatregelen uit dit lijstje beschouw ik als straf. Toch blijf ik erbij dat je beter op een andere manier kunt proberen om het gedrag van je kind te sturen.

 

Zoek alternatieven!

Straf is in eerste instantie niet aan te raden als opvoedmiddel. Er zijn veel andere middelen die beter werken en minder nadelen hebben dan straf. In het volgende deel geef ik daarom alternatieven voor straf waar je alvast je voordeel mee kunt doen. Vandaag zoom ik in op de nadelen die er aan straffen kleven. Ik noem er 11.

 

11 Nadelen van straf

  1. “Als je zo door gaat dan mag je niet mee naar oma en blijf je maar alleen thuis!”. Dreigen met zware gevolgen heeft weinig effect omdat ze toch niet worden uitgevoerd. Je gaat immers toch wel naar oma en je kind gaat gewoon mee, want je kan hem nu eenmaal niet alleen laten. Een ander nadeel kan zijn dat het onnodig angst oproept bij je kind: ‘alleen thuis blijven? Help! Dat durf ik niet!’. Ook leert je kind na verloop van tijd dat dreigementen toch niet worden uitgevoerd: ‘dat zei mama vorige keer ook, en toen mocht ik ook gewoon mee, dus het zal wel weer zo zijn’.
  2. “Als je dat nog één keer doet dan vind ik jou niet meer lief hoor!”, “jij krijgt dus geen knuffel, want jij deed net zo lelijk!”. Liefdesonthouding is niet verstandig omdat je kind zich daardoor als persoon voelt afgewezen. Het is in feite emotionele chantage en legt je kind een ‘voor wat, hoort wat’ principe op. Terwijl we toch onvoorwaardelijke liefde willen geven? Dan moeten we deze maatregel zo snel mogelijk in de prullenbak kieperen!
  3. Als ouders hun kind uitlachen of belachelijk maken, kan het kind onzeker worden: hun eigenwaarde wordt dan aangetast. Een inkoppertje, zul je misschien denken. Maar denk even goed na: soms lachen we omdat iets er komisch uitziet en bedoelen we het niet verkeerd. Maar kinderen begrijpen het verschil tussen uitlachen en toelachen nog onvoldoende. Als je kind de boel op stelten zet en je schiet in de lach, zeg dan dat je het er grappig uit vindt zien en dat je hem niet uitlacht.
  4. Straffen bij milde problemen leidt tot meer gedragsproblemen. Leg niet op alle slakken zout. Choose your battles. Lieve papa’s en mama’s: dit is een vrijbrief om af en toe gewoon te doen alsof je het niet ziet. Want wees eerlijk: ondeugend doen hoort bij een kind. Op die manier ontdekt het de wereld, het zoekt grenzen op, leert van ervaringen. Probeer de politiepet en scheidsrechtersfluit aan de kant te leggen.
  5. Met straf leer je je kind wat het niet mag doen, maar niet wat het wél mag doen. Als we ergens aandacht aan besteden, wordt het beter onthouden. Elk moment dat je straft, zet je dat gedrag in de spotlights. Het werkt zo: “denk niet aan die roze olifant!” en natuurlijk denk je aan die roze olifant. Straf vergroot dus vaak de kans op herhaling van het gedrag waar je voor straft.
  6. Jonge kinderen leggen geen automatisch verband tussen hun gedrag en de straf die ze krijgen. Hooguit wordt er angst opgeroepen omdat ze schrikken van je reactie. Ze zullen stoppen met wat ze aan het doen waren, maar alleen omdat ze bang zijn dat jij weer zo boos reageert. Of kinderen vinden het maar wat interessant als je iedere keer zo’n show weggeeft en herhalen het gedrag. Linksom of rechtsom: je kind leert niet dat jouw reactie komt door zijn gedrag en waaróm het dan niet zou mogen.
  7. Lichamelijke straffen leiden bij alle kinderen tot meer gedragsproblemen en bovendien tot psychische schade. Ook hebben deze kinderen meer problemen in de puberteit en volwassenheid, zoals bijvoorbeeld depressie of alcoholmisbruik. Zo, de risico’s in een notendop. Er is geen enkel geldend argument om deze maatregel te gebruiken. Het is niet voor niets bij de wet verboden.
  8. Straf kan maken dat het kind zich als persoon voelt afgewezen. Het voedt impliciete ideeën als ‘ik ben niet goed’, ‘ik faal’, ‘ik ben niet de moeite waard’, ‘ik doe het nooit goed’, ‘wat ik ook doe, het is toch verkeerd’, etc. Het geeft negatieve kerncognities of een negatief zelfbeeld, wat op termijn kan leiden tot depressie, angsten of andere psychische klachten.
  9. Straf kan leiden tot boosheid bij het kind en bovendien garandeert straf niet dat het kind vervolgens gewenst gedrag laat zien. Monkey see, is monkey do. Sta je te schreeuwen tegen je kind als je hem straft? Je kind leert dat je moet schreeuwen om iets duidelijk te maken. Om de boodschap over te brengen. Pak jij je kind eens stevig beet? Je kan het hem niet kwalijk nemen dat hij hetzelfde bij zijn vriendje doet. Hij heeft het immers geleerd van zijn voorbeelden.
  10. Met straf stimuleer je geen gedrag, daarvoor moet je andere middelen gebruiken. Het maakt hooguit een einde aan het gedrag (voor even), maar het geeft geen alternatief wat je kind kan doen.
  11. Veel straf kan leiden tot een kille opvoeding en machtsmisbruik. Misschien wel de meest voorkomende: straffen geeft een rotsfeer. Moeder boos, vader sacherijnig, dochter stampvoetend de trap op en zoonlief in ijzige spanning zijn bord verder leegetend. Wie herinnert zich niet deze spanningsvolle of negatieve interacties uit de kindertijd? Als we niet oppassen verzanden we snel in een negatieve spiraal. Tijd voor een andere aanpak dus!

 

Voer het goed uit

Toch blijft het voor veel gezinnen, zo niet de meeste, een vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsfunctioneren. Het vraagt soms een hele omschakeling als je van veel straffen naar niet straffen gaat. Het is vooral van belang dat de dingen die je doet, goed worden uitgevoerd. Daarom alvast wat tips  waar je aan moet denken als je ‘straf’ geeft.

  • de allerbelangrijkste: verdiep je in alternatieven voor straf en straf zo min mogelijk!
  • geef altijd eerst een waarschuwing zodat je kind tijd heeft om zijn gedrag te veranderen;
  • negeer alleen gedrag wat daarvoor geschikt is: als je kind dingen stukmaakt of iemand pijn doet, is negeren geen goed idee;
  • negeren is niet hetzelfde als je kind doodzwijgen. Je kunt best zeggen: ‘ik ga dit gedrag nu even negeren’ voordat je begint en maak ook een duidelijk einde aan deze periode: ‘zo hèhè ik ben blij dat je ermee bent gestopt, nu kan ik weer rustig met je praten’;
  • bij onthouding van iets leuks moet de straf wel uit te voeren zijn. Als je je kind tóch wel meeneemt, zeg dan niet dat hij niet mee mag. Als je hebt gezegd dat je kind geen tv mag kijken, maar de andere kinderen kijken wél tv (en dus je kind ook), dan heeft het weinig effect;
  • houdt altijd de veiligheid van je kind in het oog.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

De focus op gedrag

De focus op gedrag

Richt je op het gevoel!

De laatste jaren dringt het steeds meer tot mij door: er gebeurt iets geks als wij als ouders gestrest zijn. Ik schreef al eerder over het reptielenbrein, wat ouders ook hebben bij stressvolle situaties. En laten we wel wezen, die zijn er nogal eens met kinderen. Steeds vaker merk ik dat ik in gesprek met ouders dezelfde onderwerpen probeer duidelijk te maken. Want als wij als ouders gestrest zijn, richten wij ons op het gedrag van ons kind.

“Je doet ook nooit wat ik zeg!”

“Hou daar mee op!”, “kun je nou niet beter opletten?”, “waarom doe je dat nou!”. Of, naderhand tegen mij of anderen: “het is altijd hetzelfde, ik kan het 100x zeggen maar dan doet hij het wéér!”, “het lijkt wel of ze het erom doet!”, “het is het ene oor in, het andere oor uit”. En als ‘oplossing’: “ja, ga maar weer op de trap”, “je krijgt een time-out”.

Interne processen

We vergeten hier iets essentieels. Gedrag is slechts de productie van ons zijn. Huh? Ja. Denk er even over na. Wie zijn wij als mens? Wij bestaan uit behoeftes, gevoelens, intenties, gedachtes, ideeën, neigingen… allemaal abstracte interne processen waarvan gedrag het resultaat is. Een kind is daarin nog heel puur. Het heeft heel weinig rem of controle over al deze processen. Laat staan dat het zich voldoende bewust is hiervan. Nee, je kind pákt gewoon dat koekje van de schaal, want dat is lekker en hij heeft er zin in. Je dreumes giet gewoon die beker langzaam ondersteboven op het tapijt, want ze is nieuwsgierig naar de steeds groter wordende donkere vlek die dan ontstaat.

Zwaktebod

Ik ga het nog sterker uitspreken. Je alleen maar richten op het gedrag van je kind is een zwaktebod. Maar wel volkomen menselijk. Wees niet bang, ik maak me er net zo schuldig aan. Ik zal het proberen uit te leggen, want het is best wel ingewikkeld, maar wel zo belangrijk om te begrijpen. Want pas als je iets goed begrijpt, heeft het ook zin om het aan te pakken, toch?

Zelfverdedigingsmechanisme

Je richten op het negatieve gedrag van je kind gebeurt uit een soort zelfverdedigingsmechanisme. Er gebeurt iets onder jouw toezicht, dat je liever niet zo had gezien. Denk aan pubers die toch wel hun eigen zin doen, of je dochter die weigert haar schoenen aan te trekken. Je kan op je kop gaan staan, maar in die situaties voel je je gewoon machteloos. En dat machteloze gevoel is funest voor ons. Het maakt ons kwetsbaar, want op zulke momenten voelen we ons falen. Het lukt ons niet ons kind naar ons te laten luisteren. Het lukt je niet om de situatie te veranderen.

Machtsstrijd

Vaak voelen we ons weer klein op zulke momenten. Misschien is het een oud gevoel dat ineens wordt getriggerd, waardoor je zo fel reageert. Hoe dan ook, door deze woede wordt het onmogelijk om te kijken naar de oorzaak van het gedrag van je kind. Want in de meeste gevallen is onze reactie veel milder, wanneer we begrijpen wat ons kind ertoe dreef zo te doen. Het veranderen van zo’n impasse, in dit geval een machtsstrijd met je kind, vraagt dus iets heel moeilijks van ons als ouders: jezelf verplaatsen in je kind op het moment dat je zélf boos of gefrustreerd bent. Wat voelt je kind, wat dacht het, wat wilde het doen, ontdekken, leren, of wat was zijn behoefte? Wat wilde het misschien duidelijk maken aan je, welke boodschap heeft hij? Wat zou maken dat zij keer op keer zo doet?

Erkenning en begrip

Het is een fabeltje dat kinderen ons expres dwarszitten. Dat ze ons uitspelen, manipuleren of wat dan ook. Dit negatieve gedrag, net als liegen, is een uitvloeisel van het gebrek aan iets anders, iets essentieels. Begrip. Erkenning. Het besef dat je als kind wordt gezien en begrepen door je vader of moeder. Dat jouw gevoelens en behoeften er mogen zijn en ertoe doen. Dit is niet hetzelfde als het goedkeuren van het gedrag. Ik keur het heus niet goed dat jouw dochter je zoontje slaat, of dat je zoontje zijn boek verscheurd. Maar het gedrag staat los van het gevoel. Het gedrag is de reactie op de oorzaak. Het is de laatste keten in het geheel. Volg je het nog?

Terug naar de basis

Maar al te vaak voer ik het gesprek met ouders om terug te keren naar deze basis. Wat denk je, wat zou maken dat je zoontje toen zo deed? Het is grappig om te merken dat ouders ná een voorval ineens veel beter over de situatie kunnen praten: “ja hij was natuurlijk boos! Hij vond ons maar stom dat wij de tablet afpakten, want hij wilde nog verder kijken”. Dat komt omdat je, op een later moment, weer een kalm brein hebt en in rust de situatie kunt overdenken. Dan is het gemakkelijker om perspectief te nemen en je af te vragen hoe je kind zich toen voelde.

Reflecteren

Vaak moeten we daarmee beginnen: nadenken over voorvallen en bedenken hoe het voor iedereen was. Wat waren de drijfveren van jou en je kind? Wat zou je kind op zo’n moment liever hebben gehoord of nodig hebben gehad? Wat zou hem hebben geholpen weer tot rust te komen en de situatie beter te verdragen? Of makkelijker jouw nee te accepteren? Vaak zit hierin de sleutel: wanneer je hiervan een idee hebt, en dit noemt aan je kind, zul je zien wat er gebeurt.

Afstemmen

Het is complexe materie, hoewel het voor sommigen misschien simpel klinkt. Maar ga er maar aan staan. Opvoeden is echt geen kattenpis. Wist je dat in onze interactie met onze kinderen maar ongeveer 30% van wat we doen is afgestemd op onze kinderen? Dat betekent dat dus 70% van wat wij doen (of juist niet doen) niet helpend is of niet goed aansluit op wat ons kind van ons nodig heeft. Maar dat is niet erg hoor, want die 30% is voldoende om een goede relatie op te bouwen! Zo zie je maar, goed genoeg is ook gewoon goed.

 

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Ouders onder de loep

Een tijdje terug stond er in een tijdschrift een top 10 van opvoedingsvaardigheden. Deze waren in volgorde van belangrijkheid gerangschikt naar aanleiding van een online vragenlijst die is ingevuld door ouders. Hoewel de vaardigheden vrij algemeen zijn, geven ze wel een indruk van waar ouders op kunnen letten in de omgang met hun kinderen. Er is bovendien ook gekeken naar de beste toekomstvoorspellers: hoe meer van onderstaande vaardigheden, hoe beter het over het algemeen gaat met een kind. Bijvoorbeeld qua gezondheid, qua opleiding of welzijn.

Emotioneel betrokken

Een kanttekening bij dit soort onderzoeken vind ik dat het wordt ingevuld door ouders zelf. Er wordt vanuit gegaan dat ouders hun eigen opvoedingsvaardigheden goed kunnen inschatten, terwijl dit naar mijn idee per definitie niet kan, omdat je als ouder te emotioneel betrokken bent bij je kind. Reflecteren op jezelf is dan lastig, want je wilt als ouder niet falen. De ouders van tegenwoordig hebben de lat erg hoog liggen, en zich kwetsbaar opstellen in de opvoeding is zeker geen vanzelfsprekendheid.

Daarom is onderstaand lijstje zeker geen vastliggend regime. Het lijstje is bovendien zó algemeen, dat nog niet duidelijk is wát je dan precies beter wel of niet kunt doen als ouder om een betere band met je kind te krijgen. Om die reden probeer ik hier en daar een toelichting te geven. Soms vragen onderwerpen om een vervolgartikeltje. Ik hoor graag welke informatie jij nog mist.

1. Liefde

Een inkoppertje natuurlijk. Maar daarom niet minder waar. Maar wat is liefde en genegenheid nou precies? Hoe weet je wat goed is voor je kind? Het gaat hier bijvoorbeeld om (veel) lichamelijk contact, knuffelen, samen tijd doorbrengen, genegenheid… Maar er zijn nog veel meer genuanceerde en meer ingewikkelde aspecten van ‘liefde’ waar het hier om gaat. Interessant om een ander keertje op door te borduren.

2. Minder stress

Ja, één van mijn goede voornemens voor 2017. Want ik heb aan den lijven ondervonden hoe vervelend het is om stress in je lijf te hebben en deze mee naar huis te nemen. Mijn gezin is dan ongevraagd de dupe van mijn drukte in mijn hoofd. Het beter leren omgaan met stress is daarom voor mij, en voor alle ouders in het algemeen, een belangrijke vaardigheid als ouder. Dit kan bijvoorbeeld door jezelf ontspanningsoefeningen aan te leren, anders te leren denken of te oefenen met mindfulness, zo zegt het onderzoek. Kalm blijven, is het credo. Maar voordat dát lukt, is het naar mijn idee vooral heel erg belangrijk om de bron van de stress aan te pakken: wat ligt er binnen je mogelijkheden, dat je kunt veranderen? Wat zou er anders gaan op het moment dat je minder stress had? Door een stukje zelfonderzoek, kom je ook bij de oplossing om beter met de stress om te gaan. Het gevoel dat je zélf iets kunt doen aan je situatie, geeft een gevoel van controle, macht, invloed. Dit is het tegengif voor stress, als je het mij vraagt.

3. Goede relatie

Eentje die je misschien niet direct in het lijstje van sterke opvoedingsvaardigheden zou verwachten: een goede relatie hebben met je man/vrouw/partner. Het komt echter uit heel veel onderzoeken naar voren: kinderen zijn loyaal aan beide ouders en houden van hun ouders het allermeest van iedereen ter wereld. Ze willen daarom dat deze belangrijke mensen ook lief voor elkaar zijn. Ruzie tussen ouders, is voor kinderen daarom zeer ingrijpend en beangstigend. Niet voor niets is het stijgende aantal (echt)scheidingen tussen ouders en de echtelijke ruzies in het bijzijn van kinderen zo’n grote zorg. Niet voor niets spreken wij van echtscheidingstrauma’s en vechtscheidingen, waarin kinderen voor hun leven getekend worden door de slechte relatie tussen de ouders. Kinderen willen een sterk ouderpaar, het geeft veiligheid, een veilige haven om naar terug te keren in momenten dat ze steun nodig hebben. Deze mag, in de ogen van kinderen, niet wankelen. Wanneer er woorden zijn, is het daarom goed dit zoveel mogelijk buiten de kinderen te houden. Wanneer dit niet lukt, is het belangrijk de voorbeeldfunctie in acht te nemen die ouders hebben. Wij leren onze kinderen te delen, rekening te houden met elkaar, compromissen te sluiten, op vriendelijke manier te overleggen, het goed te maken als het even mis ging, woorden te gebruiken in plaats van agressie. Houd je daar dan als ouders vooral ook aan.

4. Zelfstandigheid stimuleren

Een waarde die in de opvoeding van onze kinderen ook hoog in het vaandel staat. En wat leuk om terug te lezen dat dit ook een veel gedeelde waarde is bij de meeste ouders, die bovendien ook goed blijkt te zijn voor je kind. Als je aan ouders vraagt “wat is opvoeden”, antwoorden veel mensen ook met iets in de trant van “het tot zelfstandigheid brengen van je kind”. Bijvoorbeeld op school wordt dit ook gestimuleerd, in sommige ‘stromingen’ is het zelfs één van de pijlers van het onderwijs (Dalton, Montessori). Als ouder is er dus niks mis mee om je kind aan te moedigen dingen zelf te proberen en met respect te benaderen in zijn pogingen. Ook al duurt dit vaak (veel) langer of is het één grote troep in je keuken na zo’n poging. In het opgroeien van kinderen kom je in bepaalde fases waarin ook des te meer duidelijk wordt dat je kind een natuurlijke neiging heeft om zelfstandig en autonoom te worden. De peuterpuberteit bijvoorbeeld, waarin ‘zelluf doen’ en ‘ik ben 2 en ik zeg nee’ hoogtij vieren. Ook in de tienertijd oefent je kind steeds meer en vaker met het nemen van verantwoordelijkheid. Aansluiten op deze natuurlijke ontwikkelingsbehoeften, daar doe je dus goed aan als ouder.

5. Opleiding

Dit is een punt, die misschien een wat wrange bijsmaak kan geven. De tigermoms, pushende moeders of ouders die hun eigen wensen op hun kinderen projecteren ten koste van hun kroost… dat zijn bepaald geen charmante voorbeelden van het aanmoedigen in het leren en studeren. Uit dit onderzoek blijkt echter dat het scheppen van alle mogelijkheden om te leren en te studeren en je kind hierin stimuleren, wél een positief effect heeft op zijn welzijn. Waar dit nu precies mee te maken heeft, is mij nog niet geheel duidelijk. Het is wel bekend dat hoger opgeleide ouders over het algemeen minder problemen ervaren binnen de opvoeding. Misschien doordat zij zich meer verdiepen in de opvoedingsvaardigheden. Het is in ieder geval een beschermende factor binnen de opvoeding. Waar ik zelf wél voorstander van ben, is dat je kind, waar mogelijk, de ruimte krijgt voor zelfontplooiing. Om te blijven leren en ontwikkelen, niet om tot prestaties te komen, maar om zélf een gelukkiger mens te worden. Voor mijn gevoel is het dan vooral heel belangrijk dat je als ouder de interesses van je kind serieus neemt en je kind in zijn ontwikkeling volgt. Dat betekent dus ook dat je je kind de kans en gelegenheid geeft om op zijn bek te gaan, om het oneerbiedig uit te drukken. Want alleen op die manier leert het wat het werkelijk wil, leuk vindt, kan, of juist niet. Het betekent ook, dat je als ouder op je handen moet zitten, op je tong moet bijten en jezelf moet inhouden in je impulsen om je kind te beschermen voor tegenslagen, mislukkingen of andere teleurstellingen.

6. Vooruit plannen

Ook eentje die je niet direct in de top 10 zou verwachten. Maar het werken naar je toekomstplaatje, je ideaal, je dromen en de lange termijn blijkt een belangrijke vaardigheid te zijn binnen de opvoeding. Als ouder draag je je steentje bij door in het onderhoud van je kind te voorzien, te sparen voor bijvoorbeeld studie, te zorgen voor stabiliteit in bijvoorbeeld huisvesting en een vast inkomen. En het samen met je kind nadenken over keuzes die je maakt. Dat begint al vroeg, met bijvoorbeeld zakgeld; iedere week opgeven aan snoepjes, of sparen voor een nieuwe radio? Een interessant thema waar soms te weinig bij wordt stil gestaan in onze snelle maatschappij, waarin iedereen gericht is op snel en direct geluk. Uitstel van behoeftebevrediging is voor veel kinderen daarom lastig.

7. Gedrag sturen

Nog een thema die bij mij een wat dubbel gevoel oproept. In de ‘standaard’ opvoedprogramma’s of cursussen staat gedragsverandering bij kinderen altijd op de onderwerpenlijst. Het is gebaseerd op de gedragstherapie, waarin wordt gewerkt met belonen van goed gedrag en negeren of bestraffen van slecht gedrag. Hiermee zou je gedrag kunnen sturen. Bij honden werkt dit inderdaad zo. Maar mensen zijn, sociaal en intelligent als ze zijn, véél complexer dan een simpel ABC schema, waarin er veel meer komt kijken dan alleen maar gedrag sturen. Steeds meer pedagogen komen dan ook terug van deze klassieke conditionering. Ook neuropsychologen, die zich verdiepen in de werking van de hersenen, zien dat er voor gedragsverandering veel meer nodig is. Wat er nodig is, gaat niet zozeer om het gedrag, maar speelt zich bijna altijd af in de relatie tussen ouder en kind, en gaat dus vooral om de communicatie. Ook een onderwerp die vraagt om een extra artikeltje.

8. Gezonde levensstijl

Een leuke, die past binnen de huidige maatschappij met veel aandacht voor gezondheid, voeding en beweging. Dat je zelf als ouder ook een voorbeeldfunctie hebt voor je kinderen, geldt bij dit punt ook weer extra. Als het voor je kind gewoon is dat er groente wordt gegeten, dat er samen aan tafel wordt gegeten, dat er op school aan gruiten wordt gedaan of dat ouders net als zij wekelijks sporten, is de kans dat je kind dit gedrag overneemt heel groot. De omgeving heeft een belangrijke invloed. Ouders die roken, hebben veel grotere kans dat hun kinderen ook gaan roken. Monkey see, monkey do. Tegenwoordig is het goed opletten op wat goed is voor de gezondheid van je kind een hele zoektocht geworden. Als je alleen al naar eten kijkt, zie je als consument soms door de bomen het bos niet meer. Het ‘ik kies bewust’ logo blijkt een wassen neus, rijstwafels blijken schadelijk te zijn voor kinderen en diksap heeft net zoveel suikers als gewone limonade. De vraag waar je goed aan doet, is niet zo eenvoudig te beantwoorden, zo blijkt. Een thema waar ik zeker nog op terug ga komen.

9. Religie

Ja, religie. Ik heb het wel vaker gezien in onderzoeken. Een religieuze of spirituele opvoeding kan zeker bijdragen aan het welzijn van je kind. Waar dat mee heeft te maken? Religie geeft vaak een stukje houvast, het biedt een terugkerende structuur en regelmaat in het leven, en kan zorgen voor zingeving en acceptatie van situaties waarover je bijvoorbeeld geen controle hebt. Ook als je niet religieus bent, kan spiritualiteit dezelfde effecten op het welzijn van je kind geven. Hoe je dat kunt toepassen in de opvoeding? Dat antwoord moet ik je schuldig blijven, maar misschien een leuk idee voor een gastblog van iemand die hier wél ervaring mee heeft?

10. Veiligheid

Safety first. Vooral in Amerika een (doorgeslagen) waarde, met een grote keerzijde. Teveel bezorgdheid kan benauwend en verstikkend werken. Het ontneemt je kind de kans fouten te maken en zelfstandigheid te ontwikkelen (zie punt 4). De overbezorgdheid zorgt doorgaans juist voor een slechtere relatie tussen ouder en kind, waarbij kinderen hun ouders zelfs als hypocriet ervaren en zich niet houden aan de aangeleerde veiligheidsmaatregelen. Maar niet voor niks staat veiligheid toch in de top 10 van opvoedingsvaardigheden. Want het nastreven van voldoende veiligheid voor je kind leidt namelijk tot goede gezondheid en het veilige gevoel bij je kind dat het de moeite waard is om naar om te kijken. Je kind merkt dat je als ouder een oogje in het zeil houdt, dat het je raakt als er iets aan de hand is met je kind. En door op te letten in de ontwikkeling van je kind, kun je (grote) problemen voorkomen, wanneer je kind bijvoorbeeld gevaren over het hoofd ziet of onvoldoende zelf in kan schatten.

Opvoeden kun je leren

Nu noemde ik al dat er wordt veronderstelt dat hoger opgeleide ouders zich meer verdiepen in opvoedingsvaardigheden. Het goede nieuws is echter dat eigenlijk elke ouder beter kan worden in verschillende opvoedingsvaardigheden. Sommige ouders zijn een natuurtalent, die hebben al zo’n goede basis van huis uit meegekregen, dat zij deze met gemak kunnen doorgeven aan hun eigen kinderen. En dan gaat het niet over opleidingsniveau, maar vooral over de emotionele ontwikkeling, over elementaire zaken als hechting en een goede ouder-kind relatie. Niet voor alle ouders is dat een gegeven. Dan is het fijn om te weten dat je wél kunt werken aan liefde, een goede communicatie of vergroten van zelfstandigheid. Want zo blijkt dat ouders die bijvoorbeeld een cursus hebben gevolgd of zich via therapie in de opvoeding hebben verdiept, betere resultaten hebben in de opvoeding van hun kleintjes.

 

Uit eten met/zonder kinderen

Uit eten met/zonder kinderen

Uit eten met kids: 7 tips

“Ja, ik weet eigenlijk niet goed wat jullie verwachten van dit stuk als jullie beginnen met lezen. Waarschijnlijk loopt het op een grote deceptie uit. Toen iemand stemde voor dit artikel, werd er bovendien de opmerking ‘mét praktische tips graag!’ bij geplaatst. Afijn, dat is een leuk streven, maar misschien en helaas ver van de realiteit. Ja, ik haal jullie maar gewoon direct uit de illusie: uit eten met kinderen is heus niet net zo ontspannen en romantisch als uit eten gaan zonder kinderen. Zo. Dat kan maar vast gezegd zijn.”

Valkuilen en desillusies

Dan nu over naar de werkelijke inhoud van dit artikel. Over mijn ervaringen in het uit eten gaan, mét en zonder kinderen. Want die zijn er, zij het gering. Ik kan ze makkelijk terughalen, want ze lieten vaak namelijk een diepe indruk op me achter. Blijkbaar is er toch ook iets aantrekkelijks in het meenemen van kinderen als je uit eten gaat, want we stappen met z’n allen keer op keer in dezelfde valkuil. Dat wilde ik uitzoeken: hoe komt dat nou?

Op vakantie

Laten we bij het begin beginnen. Toen ik net moeder was geworden, was de overgang enorm. We hadden een zware babytijd en liepen regelmatig op ons tandvlees. Uit eten gaan, in wat voor vorm dan ook, kwam niet eens bij ons op. Slapen was toen de belangrijkste prioriteit. Ik denk dat de eerste keer uit eten met Meia was toen we als nieuwbakken gezinnetje voor het eerst “op vakantie” gingen. Ja, tussen aanhalingstekens, want ik geloof dat alle nieuwe gezinnen dezelfde eerste vakantie maken: ergens in een center parcs huisje via een kortingsvoucher uit één van de blije dozen.

Opgelaten

Maar dat terzijde, wij waren toen in Texel gestrand en deden voor het eerst een hapje buiten de deur mét baby. Ik voelde me heel stoer en vooral héél opgelaten, want terwijl ik mijn appeltaart probeerde te eten, werd de slagroom van mijn vork geslagen, brak het zweet me uit als ze een keel opzette en goot ik tenslotte de veel te hete chocomelk maar naar binnen: liever blaren in mijn keel dan langer dan nodig in dat café zitten met een ontzettend rusteloze baby. De ervaringen met Meia bleven van soortgelijke aard: als baby moest je met haar gewoon niet uit eten willen, want ze was meteen 2 dagen van slag, zo overprikkeld raakte ze.

Anonieme omgeving

Toen we Fosse kregen, hadden we een heel nieuwe ervaring. Hij sliep met zo’n 4 weken door, deed alles volgens het boekje en zat in een heel duidelijk ritme. Omdat hij zo heerlijk voorspelbaar was, durfden we met hem wat sneller de gok te wagen om hem mee uit eten te nemen. Op de een of andere manier is dat toch vooral wanneer we op vakantie zijn: misschien dat de anonieme omgeving het gemakkelijker maakt, of dat je op vakantie meer ontspannen bent en de stap eerder maakt? Hoe dan ook, zo waren we een keertje in Spanje, waar het avondeten natuurlijk pas rond 21u geserveerd wordt. En hoe makkelijk je kind ook is, het is simpelweg nooit een goed idee om rond die tijd uit eten te gaan met kinderen.

Afwisselend van tafel

Het is gewoon een feit dat je met kinderen aanpassingen moet maken en dat je rekening moet houden met de behoeftes van je kind. Wanneer je verwacht of hoopt de dingen te doen zoals je die gewend was te doen, loopt dit uit op grote frustraties en teleurstellingen, zowel bij de ouders als de kinderen. In ons geval waren we met familie uit eten en probeerden we ons zo goed en kwaad als het ging aan te passen, maar in de praktijk kwam het erop neer dat we afwisselend met een half slapend/huilend kind op de arm rondliepen, terwijl de ander wat at, om elkaar daarna af te wisselen en aan je intussen koud geworden maaltijd te schuiven. Bovendien voel ik me enorm opgelaten in zo’n situatie: je stoort andere gasten en je bent onprettig gezelschap omdat je steeds van tafel gaat.

Gedrag aan tafel

Soms doen we wel eens impulsief. Dan heb ik geen zin om te koken, zit ik in een baalmodus ergens om en denk ik: kom, we gaan uit eten. Dat was ook een keertje mét kinderen, we hadden er toen nog 2. We zijn toen sushi gaan eten, want die hebben in ieder geval een schappelijke etenstijd (vanaf 17u, ideaal met kinderen). Het idee van verschillende hapjes sloeg ook best goed aan: ze proefden hier en daar van en het was niet erg als ze iets niet lusten, want er waren nog genoeg andere dingen om te eten. Ze waren toen nog in de leeftijd dat ze voor weinig mee aten. Maar als het aan komt op de ‘gedragsregels’ rondom het uit eten gaan, was het nog steeds 3x niks: op de stoel blijven zitten was vrijwel onmogelijk, wat betekende dat we vaak achter hen aan moesten door het restaurant heen, waardoor je alsnog in je eentje aan tafel zat te eten. Zelf meenemen van wat speelgoed/kleurmaterialen werkte te kort voor de hele zit. Je doet kinderen simpelweg geen plezier met lang tafelen. In ieder geval die van ons niet, die hebben geen rust in hun kont.

Tradities

Soms hebben we er gewoon lak aan. Zoals op de laatste dag van de vakantie. Dan willen we gewoon nog een lekker hapje eten, en zijn we blijkbaar zo ‘zen’ van de vakantie, dat het ons niet meer uitmaakt dat ze van tafel lopen of wanneer er eentje begint te huilen. Toen Signe nog een baby was, waren we een weekje kamperen in Frankrijk. We hebben de traditie om dan naar Buffalo Grill te gaan, ongeacht de situatie. Dus plantten we Signe in haar maxicosi op de bank of knoopten we haar in de draagdoek. Ze was gelukkig een redelijk makkelijke baby. En ook Buffalo Grill is gericht op gezinnen: boven is een ruimte met speeltoestellen en ze krijgen kleurtjes en puzzels bij het eten.

Speciaal voor gezinnen

Er zijn dus ook ervaringen bij die best goed uitpakten, mét kinderen. En gelukkig lijkt de markt daar ook op in te spelen. Zo waren we van de zomer op vakantie in Slovenië, waar het geen zeldzaamheid is dat er op het terras een kinderhoekje is, met een speeltafel, loopauto, blokken en dat soort dingen. Ook in Nederland wordt slim op de gezinnen ingespeeld, zij het meer binnenskamers, want het weer nodigt niet zo vaak uit om buiten te gaan zitten, helaas. Hieronder volgen een aantal suggesties.

  • In Dordrecht heb je sinds jaar en dag natuurlijk het bekende Pims Poffertjeshuis, wat nog steeds een uitje is met kinderen. Verwacht dan geen culinaire hoogstandjes, want ik blijf erbij: zoek dan gewoon oppas en plan een avondje met z’n twee (of met vrienden of what ever). Nee, Pim’s is meer uit eten vóór de kinderen, waar je als ouder gewoon bij bent. Er is volop te zien en te ontdekken, zoals een trein die boven je hoofd rijdt en kleuren aan tafel.
  • Ook de keten Happy Italy heeft een slim concept, met een kleine binnenspeeltuin (en soms ook een buitenspeeltuin) waar kinderen niet lang stil hoeven zitten aan tafel, maar even hun energie kwijt kunnen met spelen. En pizza’s zijn nog altijd all time favorites bij kinderen (en bij ons ook trouwens). Ook hier geldt: ga er niet voor een culinaire weldaad. Eigenlijk geldt dat voor alle tips voor uit eten met kinderen.
  • Sinds een tijdje heb je in Dordrecht ook Lizz’ Wereldkeuken. Dit is een buffetconcept wat ideaal is voor gezinnen, want ze mogen gebruik maken van de grote binnenspeeltuin die er naast zit. En een buffet maakt het voor kinderen sowieso al eenvoudiger om aan tafel te blijven, want tussentijd mogen ze lopen om nieuw eten of drinken te pakken. Mijn kinderen vinden het echt een feestje om daar te eten, maar dat komt met name door de speeltuin.

En dan nog een 7 tips die het uit eten gaan mét kinderen misschien een stukje draaglijker maken:

  1. Neem iets te spelen/te doen mee voor je kinderen. Een puzzelboekje, tekenspullen, of desnoods een spelcomputer. Klinkt als omkopen en eigenlijk is het dat ook. Maarja, dan moet je ook niet met kinderen uit eten willen 😉
  2. Kies een restaurant dat enigszins gewend is aan kinderen/gezinnen. Dat zijn meestal niet de high class restaurants, dus kom je al gauw uit bij de goedkopere restaurants. Kies vooral plekken waar een gedeelte ingericht is voor kinderen, scheelt voor je eigen ontspanning!
  3. Kies een restaurant met een concept waarbij er gelopen kan/mag worden. Zoals een buffetrestaurant is ideaal voor kinderen, want stil zitten is vrijwel onmogelijk voor ze.
  4. Kijk wat er geserveerd wordt: lust je kind het? Doe voor hen vooral niet te moeilijk, kinderen houden het vaak liever simpel. All you can eat concepten zoals sushi restaurants of tapas restaurants werken ook goed voor de eetlust.
  5. Maak vooraf duidelijke afspraken met je kinderen. Leg uit welk gedrag je van ze verwacht en hoe je graag de avond voor je ziet. Herinner ze dan aan deze afspraken als ze deze even lijken te vergeten tijdens het diner.
  6. Ga op schappelijke tijden uit eten: gewoon op een tijd waarop ze normaal gesproken ook zouden eten. Dit voorkomt veel hongerig gezeur vooraf en vermoeid gejammer tijdens het etentje.
  7. Maar de allerbelangrijkste tip: regel oppas en ga lekker zonder kinderen uit eten. Kies een restaurant waar je echt lekker kunt eten, eentje waar je gewoon lekker op je stoel kan blijven zitten. Waar je, zoals mijn vriendin dat noemt, op grote mensen tijd reserveert (lekker om half 8 ofzo), waarin je je heerlijk laat bedienen, geniet van een goed wijnarrangement en zonder op de klok te hoeven kijken doorgaat.
Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Een veelgebruikte methode

Wat is aangeleerd, kan ook weer worden afgeleerd. Dat is waar de cognitieve gedragstherapie (CGT) van uitgaat. Dat kan heel handig zijn in de opvoeding en is bovendien in veel gevallen nog effectief ook. CGT is tegenwoordig bijna de basis in therapieland. Er wordt ontzettend veel onderzoek naar gedaan en het is vaak de meest aanbevolen behandelmethode.

Effectief en aanbevolen

Er zijn inderdaad veel situaties waarin ik ook werk met CGT. Maar, meteen een kanttekening, ik maak bewust gebruik van meerdere behandelmethodes, omdat ik zo goed mogelijk wil aansluiten bij (de hulpvraag van) de cliënt. Dat neemt niet weg dat over cognitieve gedragstherapie ook best een aardig woordje mag worden gezegd.

Aanleren en afleren

Wat is aangeleerd, kan dus ook worden afgeleerd. Daarbij kun je denken aan gedrag (wat je doet), maar ook aan gedachten (cognities; wat je denkt). Door dit te veranderen, verandert ook je gevoel. Om dit te bereiken wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van huiswerkopdrachten, experimentjes, kijkopdrachten (observaties) of telopdrachten (registraties).

De drie G’s

CGT gaat dus uit van de driehoeksrelatie tussen gedachtes, gevoelens en gedrag (de drie G’s). Omdat je gevoel niet kunt veranderen (je kunt immers niet ineens stoppen met boos zijn en direct vrolijk zijn), wordt er vanuit gegaan dat je je gevoel alleen kunt beïnvloeden door anders te leren denken (cognitieve therapie) en anders te doen (gedragstherapie).

Gedragsverandering

Omdat ouders de meest invloedrijke personen zijn in het leven van hun kinderen, kunnen zij het beste helpen het gedrag van hun kind te veranderen. Je wordt dan een soort coach: door bijvoorbeeld zelf het goede voorbeeld te geven, kan je kind gedrag van je overnemen. Dit wordt modeling genoemd. Als ouder wil je natuurlijk dat je kind uiteindelijk steeds zelfstandiger wordt, maar dit kan alleen met een beetje hulp. Als ouder ben je heel belangrijk voor je kind: daar kun je handig gebruik van maken om je kind te helpen ongewenst gedrag af te leren of goed gedrag aan te leren.

CGT in de opvoeding

Binnen de opvoeding gebruik je als ouders waarschijnlijk zonder het te weten al heel veel principes uit de CGT, zoals belonen (complimentjes geven), negeren van gedrag of een time-out toepassen (dit laatste raadt ik trouwens niet direct aan, waarover later meer). Er zijn tientallen mogelijkheden om op die manier het gedrag van je kind te veranderen, als het maar goed wordt toegepast. Goede uitleg over de werking van principes en goede coaching tijdens de uitvoering ervan is daarom heel belangrijk.

Opvoedingsstrategieën

Voorbeelden van effectieve opvoedingsstrategieën die je kunt leren toepassen, zijn de volgende:

  • je kind stimuleren door hem aan te moedigen
  • effectief grenzen stellen
  • samen een probleem oplossen
  • zicht en toezicht houden
  • positief betrokken zijn bij je kind

Daarnaast zijn er ook tal van ondersteunende opvoedingsstrategieën die kunnen worden versterkt, zoals:

  • duidelijk instructies geven
  • bijhouden van gedrag
  • emotieregulatie (emoties in goede banen kunnen leiden)
  • actieve communicatie

Andere aanpak

Deze worden in heel veel boeken, cursussen en trainingen van tegenwoordig verwerkt, die allemaal gestoeld zijn op de cognitieve gedragstherapie. Voor veel ouders en kinderen kunnen dit handige tips en trucs zijn om in de praktijk te proberen. Voor andere gezinnen is soms echter een andere aanpak nodig.


Bronnen:

Cladder, J.M.; Nijhoff-Huysse; M.W.D.; Mulder, G.A.L.A. (2009). Cognitieve gedragstherapie met kinderen en jeugdigen. Probleemgericht en oplossingsgericht. Amsterdam: Pearson.

Kenniscentrum PMTO Nederland (PI Research).

Prins, P.J.M.; Bosch, J.D.; Braet, C. (2011). Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

20 Alternatieven voor straf

20 Alternatieven voor straf

Straffen is niet wenselijk. Maar soms heb je geen idee hoe je een situatie om kunt buigen. Daarom vandaag 20 tips om straf te vermijden of te voorkomen:

  1. Uitleggen

    Leg uit waarom je dingen niet wilt: vertel de reden waarom je niet wilt dat je kind op de muur tekent.

  2. Pas de omgeving aan

    Sluit je keukenkastjes af, zet geen dure of breekbare spullen binnen handbereik van je kind.

  3. Bied keuzes

    Geef je kind een keuzemogelijkheid: bevelen leiden tot machtsstrijd. Als je kind een keus krijgt, versterkt dit het zelfvertrouwen van je kind.

  4. Bereid situaties voor

    Vertel je kind van tevoren hoe je wilt dat hij zich gedraagt, wees duidelijk en praktisch zodat je kind weet wat je van hem verwacht.

  5. Los conflicten samen op

    Praat erover, vertel je eigen wensen en vraag je kind je te helpen een oplossing te zoeken. Stel samen de regels op, overleg regelmatig.

  6. Gebruik spel en fantasie

    Los dingen speels op: vermijd conflictsituaties door er een speels element aan te geven. Opruimen wordt ineens leuk als je dit als kabouters doet, elkaars tanden poetsen is een feestje en aankleden kan een wedstrijdje worden.

  7. Wees consequent

    Voeg de daad bij het woord: voorkom conflicten door situaties daadwerkelijk uit te voeren, zoals hand vasthouden tijdens het oversteken en daarbij de gevaren uit te leggen van het verkeer.

  8. Natuurlijke consequenties laten ervaren

    Laat dingen binnen je grenzen ook eens gewoon gebeuren: probeer niet alles te controleren, maar laat je kind ook zelf de gevolgen van zijn gedrag ondervinden. Het treuzelen ’s ochtends leidt tot het te laat komen en na moeten blijven, bijvoorbeeld.

  9. Wees flexibel

    Een enkele keer toegeven kan best, zolang je daarbij uitlegt dat het om een uitzondering gaat en vertelt waarom het nu wel mag.

  10. Onderhandel en maak afspraken

    Jij wilt naar huis, je kind wil nog zwemmen. Onderhandel dan over de tijd die je kind nog mag zwemmen en herinner je kind hieraan.

  11. Erken en benoem gevoelens

    Bekijk de achterliggende gevoelens van je kind: erkennen en accepteren van de gevoelens van je kind is essentieel voor heel veel dingen. Probeer te begrijpen waarom je kind doet wat hij doet, luister naar zijn gevoelens.

  12. Lichamelijk contact

    Knuffel je kind: als je kind driftig of agressief is, helpt het vaak je kind in je armen te nemen, zodat ze de veiligheid ervaren om hun gevoelens om te zetten in huilen en de rust vinden hun gevoelens te benoemen.

  13. Gebruik humor

    Lachen helpt om problemen te relativeren. Als je kind boos is, begin dan een kussengevecht, een stoeipartijtje of een kieteldood. Laat je kind winnen en geef jezelf over als ouder, dit lost gevoelens van woede en machteloosheid vaak op.

  14. Wat wil je wél?

    Vertel je kind welk gedrag je van hem verwacht: doe het gewenste gedrag voor of vertel heel concreet hoe je wil dat je kind zich wél gedraagt in plaats van niet.

  15. Bereid situaties voor

    Kijk naar de behoeften van je kind: zorg bijvoorbeeld voor iets te spelen als het lang moet wachten.

  16. Wees nabij

    Haal je kind uit de situatie en blijf bij hem: geef je kind de gelegenheid om zijn gevoelens over de situatie te uiten en het zoeken naar een oplossing.

  17. Ga even weg

    Als je bang bent je geduld te gaan verliezen en boos gaat reageren, loop dan even weg om tot jezelf te komen of tel even tot 10. Ook de hulp of steun inroepen van anderen kan soms helpen.

  18. Wat doet het met jou?

    Benoem je eigen gevoelens: vertel je kind wat de consequenties van hun gedrag zijn voor jou als ouder, zoals: ‘ik word er zo moe van steeds maar alles zelf op te moeten ruimen’.

  19. Stel je verwachtingen bij

    Jonge kinderen doen veel van wat ze doen niet expres en kunnen gezien hun leeftijd nog geen rekening houden met anderen of begrijpen wat de gevolgen van hun gedrag voor anderen zijn. Probeer dit te accepteren en reageer rustig op hun gedrag, waarbij je herhaaldelijk uitlegt waarom je gedrag liever niet wilt zien.

  20. Bied een alternatief aan

    Probeer het gedrag van je kind ergens anders op te richten. Laat hem bijvoorbeeld ergens anders spelen waar het wel mag, of met ander materiaal dat je wel oké vindt.


    Bronnen:

    Solter, A. (1996). Twenty alternatives to punishment.


    Misschien ook interessant:

    1. Nieuw: boeken review!
    2. Is onveilige hechting een probleem?
    3. Toen ik ging zitten voelde het al beter