Archief van
Tag: erkenning

Het geheim van 5 december

Het geheim van 5 december

Het geloof in Sinterklaas

Dinsdag 14 november 2017 tijdens het Sinterklaasjournaal. De situatie: met opgetrokken knietjes half verscholen achter een dekentje op de bank, met grote hertenogen gericht op de tv. Met afgrijzen wordt met begeleidende uitroepen gevolgd hoe stapels sinterklaascadeautjes in zee storten tijdens een storm op zee. Sinterklaas staat fier aan het roer van zijn pakjesboot, maar zijn joviale begroetingen stellen mijn kinderen geenszins gerust. De oudste, nu ruim 7 jaar, moet bijkomen van de schrik.

Zorgen en spanning

“Ik voelde mijn hart helemaal hier kloppen mama, en ik kon even niet meer ademen. Ik schrok echt toen ik dat zag, al die cadeautjes in het water…” licht mijn dochter toe. Er volgt een wat ongemakkelijke stilte. Als ik haar gadesla zie ik nog steeds de spanning in haar lijfje. Ze zoekt naar woorden: “…maar… is het nou écht mama? Want als het echt waar is, dan vind ik het echt heel erg wat er gebeurt. Maar als het niet echt is, dan hoef ik me geen zorgen te maken…”. Mijn hart breekt. Opnieuw.

Toch willen geloven

Dit is al de derde sinterklaasperiode waarin kritische vragen worden gesteld. Steeds opnieuw slaat de twijfel toe, maar vervolgens lijkt Meia eieren voor haar geld te kiezen en het toch prettiger te vinden om te geloven. Ik snap het wel: ik geloof zelf ook weer elke jaar eventjes. Sinterklaas is voor mij by far het allerleukste kinderfeest wat er is. En wát vond ik het verschrikkelijk om te horen te krijgen dat deze beste man niet bestond. Maar dat Meia zich zo bezorgd maakt om alles wat er omheen wordt gefantaseerd, dat zat me toch wel dwars.

Twijfels of Sinterklaas bestaat

“Hoe kom je bij de vraag of Sinterklaas wel of niet echt is?” vraag ik haar oprecht benieuwd. Ik vind het toch fascinerend hoe dat in die kinderkoppies gaat en wil haar goed begrijpen. “Sommige kinderen op school zeggen dat hij niet bestaat” is haar reactie. “En wat geloof jij het liefste?” vraag ik een tijdje later, als ik haar naar bed breng. “Dat hij wel bestaat”, zegt ze vastberaden. Ik ben opgelucht. Mijn kleine meisje gelooft nog steeds. Maar het duurt niet lang voordat bij mij vervolgens de twijfel toeslaat.

Kritische vragen stellen

Het is namelijk niet de eerste opmerking die er valt. “Mam, we hebben helemaal geen schoorsteen, hoe komt Zwarte Piet dan naar binnen?”, “Ligt Dokkum dan vlakbij Dordrecht, nee toch? Hoe kan hij dan zo snel hier zijn”. Of, vorig jaar: “hè mam, dat is raar, we zagen Sinterklaas toch net in de stad, hoe kan hij dan hier zijn?”. of, 2 jaar terug, toen de ring van Sinterklaas kwijt was in het Sinterklaasjournaal: “Mam, hoe kan dat nou, Sinterklaas had zijn ring gewoon om, hij was toch kwijt?”, “hè, dat inpakpapier hadden wij ook!” (oeps).

Opmerkingen van anderen

Tot nu toe haalde Meia steeds haar schouders op, nam het dubieuze en onuitlegbare als een gegeven en genoot vervolgens verder van het sprookje. Dit jaar is het anders. Al vanaf het allereerste begin is er spanning en ook teleurstelling merkbaar in de opmerkingen. In een gemengde klas met groep 5 erbij is het niet gek dat er opmerkingen worden gemaakt die je aan het denken zetten. Meia had er last van en raakte in verwarring.

Sinterklaasviering

Daar kwam nog bij dat dit jaar de decembermaand voor ons anders dan anders verloopt. Omdat ik binnenkort een ingrijpende operatie onderga, ben ik de weken daarna uitgeschakeld. Hierdoor is Sinterklaas vieren rond 5 december niet haalbaar. Noodgedwongen hebben we de Sinterklaasviering naar voren gehaald, naar het moment van de intocht, zodat ik er nog bij kan zijn. Dan is het natuurlijk wel handig als er enig begrip is voor de reden. Want ja, waarom zou Sinterklaas anders al zo vroeg pakjesavond vieren?

Teleurstelling voorkomen

Niet lang geleden heeft mijn schoonzusje haar oudste dochter vertelt over het mysterie. Zij is ruim 8 jaar en ook al langere tijd aan het twijfelen. Mijn schoonzusje wilde haar ook teleurstellingen vanuit de omgeving besparen en heeft haar op heel slimme wijze deelgenoot gemaakt van de waarheid. De magische woorden “nu weet jij ook van het grote geheim” waren gelukkig de sleutel om deze boodschap te verzachten.

Een gesprekje

Donderdagavond, koopavond. Ik ben van plan wat inkopen te doen voor de genoemde dag en ineens neem ik een besluit: ik neem Meia mee. Na overleg met de andere partij ga ik met Meia op pad. Een rustige avond, één op één aandacht. We zoeken een bankje op en ik neem even diep adem. Ga ik dit echt doen? Ik vind het spannender dan zij. Ik vraag haar naar Sinterklaas, hoe zij denkt dat hij zowel in Dokkum als Dordrecht aankomt. “Dat weet ik ook niet. Misschien vaart hij eerst naar Dokkum en dan heel snel terug naar Dordrecht?”.

Het grote geheim

“Meia, ik moet je iets belangrijks vertellen. Er is namelijk een heel Groot Geheim.” Meia spitst haar oren en kijkt langs mij heen om zich heen. Ze speurt de straat af of iemand ons kan horen, want ik sta op het punt een geheim te vertellen. “Een geheim die alle grote mensen en ook de grote kinderen weten. Misschien weet je al een beetje wat ik je ga vertellen…?”. Stiekem hoop ik dat ze het al kan zeggen, maar ze heeft geen idee. Shit. Ben ik dan toch te vroeg geweest? Er is geen weg terug, wie A zegt, moet ook B zeggen. “Sommige kinderen hebben al gezegd dat Sinterklaas niet bestaat, toch? Dat klopt, Sinterklaas bestaat niet.”

Uitleg geven

Zo. Het hoge woord is eruit. Na elke openbaring check ik de uitdrukking van Meia. Mijn hart breekt. Ik zie schrik, verdriet en heel veel verwarring. We zitten rustig op een bankje en ik leg haar uit hoe het zit. Dat Sinterklaas wel heeft bestaan, dat het een fijne herinnering is aan de goede dingen die hij deed voor kinderen. Maar dat hij al lang geleden is overleden. Dat het een kinderfeest is, en dat het fijn is om erin te geloven, dat we met zijn allen in het complot zitten, en zij nu bij de Groten hoort. Gelukkig was een geruststelling voor haar. Het was ook heel spannend en stoer om nu bij deze ingewijden te horen, blijkbaar.

Erkenning voor gevoelens

Ik vertelde verder. Dat ik me goed kon voorstellen dat ze misschien schrok, boos of verdrietig was. Dat ik zelf ontzettend boos was toen ik het vroeger hoorde. “Ik schrok wel toen je het vertelde, maar ik ben nu niet verdrietig meer. Ik voel me wel een beetje gek. Het is gek dat jij de cadeautjes koopt. Ik ben niet boos, het is toch niemands schuld? Aan ieders leven zit een eind. Niemand kan er toch iets aan doen dat Sinterklaas gewoon overleden is”. Wat is het toch een heerlijk kind, wat een prachtige logica en relativeringsvermogen heeft ze toch.

Cadeautjes kopen

Glimlachend en opgelucht pakte ik haar bij de hand. “Je hebt helemaal gelijk. En wat denk je dat we nu gaan doen?”. “Cadeautjes kopen…?” was de aarzelende reactie. “Precies”. En zo liepen we verder, met een vers ingewijde in de club van grote mensen. Deelgenoot van het grote geheim. Na het afleggen van de eed om het geheim te bewaren voor alle andere kinderen. Mijn grote dochter.

De focus op gedrag

De focus op gedrag

Richt je op het gevoel!

De laatste jaren dringt het steeds meer tot mij door: er gebeurt iets geks als wij als ouders gestrest zijn. Ik schreef al eerder over het reptielenbrein, wat ouders ook hebben bij stressvolle situaties. En laten we wel wezen, die zijn er nogal eens met kinderen. Steeds vaker merk ik dat ik in gesprek met ouders dezelfde onderwerpen probeer duidelijk te maken. Want als wij als ouders gestrest zijn, richten wij ons op het gedrag van ons kind.

“Je doet ook nooit wat ik zeg!”

“Hou daar mee op!”, “kun je nou niet beter opletten?”, “waarom doe je dat nou!”. Of, naderhand tegen mij of anderen: “het is altijd hetzelfde, ik kan het 100x zeggen maar dan doet hij het wéér!”, “het lijkt wel of ze het erom doet!”, “het is het ene oor in, het andere oor uit”. En als ‘oplossing’: “ja, ga maar weer op de trap”, “je krijgt een time-out”.

Interne processen

We vergeten hier iets essentieels. Gedrag is slechts de productie van ons zijn. Huh? Ja. Denk er even over na. Wie zijn wij als mens? Wij bestaan uit behoeftes, gevoelens, intenties, gedachtes, ideeën, neigingen… allemaal abstracte interne processen waarvan gedrag het resultaat is. Een kind is daarin nog heel puur. Het heeft heel weinig rem of controle over al deze processen. Laat staan dat het zich voldoende bewust is hiervan. Nee, je kind pákt gewoon dat koekje van de schaal, want dat is lekker en hij heeft er zin in. Je dreumes giet gewoon die beker langzaam ondersteboven op het tapijt, want ze is nieuwsgierig naar de steeds groter wordende donkere vlek die dan ontstaat.

Zwaktebod

Ik ga het nog sterker uitspreken. Je alleen maar richten op het gedrag van je kind is een zwaktebod. Maar wel volkomen menselijk. Wees niet bang, ik maak me er net zo schuldig aan. Ik zal het proberen uit te leggen, want het is best wel ingewikkeld, maar wel zo belangrijk om te begrijpen. Want pas als je iets goed begrijpt, heeft het ook zin om het aan te pakken, toch?

Zelfverdedigingsmechanisme

Je richten op het negatieve gedrag van je kind gebeurt uit een soort zelfverdedigingsmechanisme. Er gebeurt iets onder jouw toezicht, dat je liever niet zo had gezien. Denk aan pubers die toch wel hun eigen zin doen, of je dochter die weigert haar schoenen aan te trekken. Je kan op je kop gaan staan, maar in die situaties voel je je gewoon machteloos. En dat machteloze gevoel is funest voor ons. Het maakt ons kwetsbaar, want op zulke momenten voelen we ons falen. Het lukt ons niet ons kind naar ons te laten luisteren. Het lukt je niet om de situatie te veranderen.

Machtsstrijd

Vaak voelen we ons weer klein op zulke momenten. Misschien is het een oud gevoel dat ineens wordt getriggerd, waardoor je zo fel reageert. Hoe dan ook, door deze woede wordt het onmogelijk om te kijken naar de oorzaak van het gedrag van je kind. Want in de meeste gevallen is onze reactie veel milder, wanneer we begrijpen wat ons kind ertoe dreef zo te doen. Het veranderen van zo’n impasse, in dit geval een machtsstrijd met je kind, vraagt dus iets heel moeilijks van ons als ouders: jezelf verplaatsen in je kind op het moment dat je zélf boos of gefrustreerd bent. Wat voelt je kind, wat dacht het, wat wilde het doen, ontdekken, leren, of wat was zijn behoefte? Wat wilde het misschien duidelijk maken aan je, welke boodschap heeft hij? Wat zou maken dat zij keer op keer zo doet?

Erkenning en begrip

Het is een fabeltje dat kinderen ons expres dwarszitten. Dat ze ons uitspelen, manipuleren of wat dan ook. Dit negatieve gedrag, net als liegen, is een uitvloeisel van het gebrek aan iets anders, iets essentieels. Begrip. Erkenning. Het besef dat je als kind wordt gezien en begrepen door je vader of moeder. Dat jouw gevoelens en behoeften er mogen zijn en ertoe doen. Dit is niet hetzelfde als het goedkeuren van het gedrag. Ik keur het heus niet goed dat jouw dochter je zoontje slaat, of dat je zoontje zijn boek verscheurd. Maar het gedrag staat los van het gevoel. Het gedrag is de reactie op de oorzaak. Het is de laatste keten in het geheel. Volg je het nog?

Terug naar de basis

Maar al te vaak voer ik het gesprek met ouders om terug te keren naar deze basis. Wat denk je, wat zou maken dat je zoontje toen zo deed? Het is grappig om te merken dat ouders ná een voorval ineens veel beter over de situatie kunnen praten: “ja hij was natuurlijk boos! Hij vond ons maar stom dat wij de tablet afpakten, want hij wilde nog verder kijken”. Dat komt omdat je, op een later moment, weer een kalm brein hebt en in rust de situatie kunt overdenken. Dan is het gemakkelijker om perspectief te nemen en je af te vragen hoe je kind zich toen voelde.

Reflecteren

Vaak moeten we daarmee beginnen: nadenken over voorvallen en bedenken hoe het voor iedereen was. Wat waren de drijfveren van jou en je kind? Wat zou je kind op zo’n moment liever hebben gehoord of nodig hebben gehad? Wat zou hem hebben geholpen weer tot rust te komen en de situatie beter te verdragen? Of makkelijker jouw nee te accepteren? Vaak zit hierin de sleutel: wanneer je hiervan een idee hebt, en dit noemt aan je kind, zul je zien wat er gebeurt.

Afstemmen

Het is complexe materie, hoewel het voor sommigen misschien simpel klinkt. Maar ga er maar aan staan. Opvoeden is echt geen kattenpis. Wist je dat in onze interactie met onze kinderen maar ongeveer 30% van wat we doen is afgestemd op onze kinderen? Dat betekent dat dus 70% van wat wij doen (of juist niet doen) niet helpend is of niet goed aansluit op wat ons kind van ons nodig heeft. Maar dat is niet erg hoor, want die 30% is voldoende om een goede relatie op te bouwen! Zo zie je maar, goed genoeg is ook gewoon goed.

 

Van negatieve aandacht naar meer begrip

Van negatieve aandacht naar meer begrip

ODD en de aandacht opeisen

Laatst gaf ik psycho-educatie en mediatietherapie aan een moeder van een zoontje met flink wat brutaal en opstandig gedrag, geclassificeerd met ODD (een gedragsstoornis). Mediatietherapie is therapie via een medium, in dit geval de moeder. Je legt dan dingen uit die de ouders kunnen doen voor hun kind. Psycho-educatie is een stukje informatieverschaffing over het functioneren van het kind en wat het kind nodig heeft in de opvoeding en benadering.

Hij doet het expres?

Deze moeder leidde, net als vele anderen, een druk bestaan. Vier kinderen, man veel van huis, oudste kind vraagt vanwege handicaps veel verzorging, en dan dit aangemelde jongetje met wie ze het flink te stellen had thuis. Het leek wel of hij voelde wanneer zij eindelijk tijd voor zichzelf had, want precies op DIE momenten ging hij lopen etteren en zuigen. En niet gek dat je dan als moeder na een tijdje het idee krijgt dat je kind expres ruzie met je zoekt en je dwars wil zitten. En waarom in vredesnaam?

Ten eerste is het (gelukkig!) een fabeltje dat kinderen hun kinderen expres dwars zitten. Dus “hij doet het er om!” gaat niet op, al voelt het soms nog zo. Maar dat heeft uiteindelijk vaak meer met jezelf te maken dan met je kind. Maargoed, dat is een hele andere discussie.

Doordrammen en zeuren

In ieder geval leek dit jongetje op de meest vervelende momenten aandacht te vragen. Stond de moeder druk te koken, bleef hij net zo lang om iets lekkers zeuren tot ze toegaf. Had ze net alle kinderen op bed gelegd, kwam hij weer om de hoek kijken en klagen dat het te heet was, hij dorst had, moest plassen, etc. Gék werd ze er van! En heel eerlijk? Die momenten herken ik natuurlijk ook dondersgoed uit mijn eigen leven: zit je net lekker op de bank, begint er eentje te huilen!

Eén op één tijd

Maar hoe ga je er mee om? Soms is het voor mij makkelijk praten, aan de andere kant van de tafel. Maar ik besef, zeker nu ik zelf 3 kinderen heb, dat het echt niet eenvoudig is om de dingen die we bespreken in de praktijk uit te voeren. En daarom is mijn bewondering voor de bereidheid, de motivatie en inzet van deze moeder (en vele anderen) des te groter. Want ze besefte, door onze gesprekken, dat haar zoontje eigenlijk alleen maar graag bij haar wilde zijn. Dat hij haar aandacht opeiste, omdat haar aandacht het grootste goed was voor hem. En door haar drukke leven, met de verzorging van de kinderen, het huishouden en alles wat erbij komt kijken, schoot het geven van deze kostbare één op één tijd erbij in.

Kwetsbaar

Wanneer je kind, net als de hare, steeds maar streken uithaalt, niet luistert, de grenzen opzoekt en overgaat, dan krijgt het heel vaak negatieve aandacht: niet doen, hou op, stop daar mee, doe eens normaal, gedraag je eens, wees stil! Deze moeder was het merendeel van de tijd brandjes aan het blussen en crisisinterventie aan het plegen. Maar ineens begreep ze, dat onder al die ondeugende acties, het stoere, brutale en soms ronduit slechte gedrag van haar zoontje, ook een kwetsbaar, klein jongetje zat. Die ook zocht naar bevestiging, trots, waardering en erkenning. Die graag samen een boek leest, spelletjes speelt, grapjes maakt of samen op pad gaat.

Geen scheidsrechter meer

En zodoende paste ze haar gedrag aan. Ze begreep dat zijn ongewenste gedrag een noodgreep was, dat het zijn manier was van aandacht vragen, dat hij niet de tools had om het anders te doen. Wanneer hij en zijn brusjes ruzie maakten, reageerde ze kalm. Ze stopte met scheidsrechter spelen en negeerde zijn gedrag waar ze kon. En waar ze het zag, hoe klein ook, prees ze hem. Wat ze als vanzelfsprekend zag, benoemde ze nu: bedankt dat je meteen naar beneden komt, wat fijn dat je direct hebt geluisterd.

Stress en rustig reageren?

Het klinkt simpel, maar dat is het niet. Sterker nog, als je op de meest drukke en cruciale momenten wordt getergd en getriggerd, is het heel logisch en menselijk dat je geïrriteerd of boos reageert. ‘Blijf kalm’ lijkt dan mijlenver weg. Als iemand tegen mij zegt “rustig!” op het moment dat ik gestresst ben, is dat olie op het vuur. Op het moment dat je onder druk staat of stress ervaart kún je immers niet rustig reageren. Of niet vanzelf in ieder geval. Je brein gaat dan namelijk in een andere stand staan (het reptielenbrein, waarover later meer), waardoor het nodig is zo snel mogelijk weer kalm te worden om zinnig te kunnen reageren.

Van wie is het probleem?

Het helpt dan om te beseffen dat het gedrag van je kind, zoals bij dit jongetje, geen onwil is. Als je meer begrip en acceptatie hebt, kun je rustiger reageren. Je voelt je immers minder persoonlijk aangevallen: je snapt dat dit een probleem van je kind is, en niet van jezelf. Dit perspectief nemen of inleven in de ander, is daarom heel handig om de zogenaamde negatieve spiraal te doorbreken.

Positieve spiraal

Dat merkte deze moeder ook. Toen ze de aandacht verlegde van zijn negatieve gedrag naar de uitzonderingen van goed gedrag, zag ze dat hij rustiger werd. Hij voelde dat hij meer gezien werd door zijn moeder, en dat maakte hem trots. Andersom had de moeder meer begrip voor hem, kon ze zien dat hij zijn best deed en werd ze blijer van het geven van de complimenten, hoe zeldzaam ook. Het begin van een positieve spiraal was een feit.

 

‘Wat voor weer is het in je buik?’ – over emoties

‘Wat voor weer is het in je buik?’ – over emoties

Emotionele inflatie

Het valt me op dat er zo veel kinderen worden aangemeld die moeite hebben met hun emoties. Ze hebben weinig woorden voor hun gevoelens en zeggen bijvoorbeeld ‘niet leuk’ als ik vraag hoe ze zich ergens bij voelen. Er lijkt af en toe wel sprake van een soort emotionele inflatie. En niet zelden ligt dat aan de basis van veel klachten waar kinderen (en ouders) mee komen.

Nuchtere Nederlanders

Nu is het ook de Nederlandse maatschappij: de nuchterheid van ons kikkerland voedt ons op met moralen als ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ en ‘niet lullen, maar zakken vullen’. Stilstaan bij je binnenwereld is ons vaak vreemd, en wordt al gauw als zweverig betiteld: “ik ben niet zo’n prater”.

Zo was het dus ook bij het meisje dat ik een tijdje terug zag. Ze werd aangemeld omdat ze snel jaloers was, moeite had met delen en zich snel achtergesteld voelde. Ik zag haar nu voor de tweede keer, en van ouders had ik al begrepen dat dit meisje dichtklapte als je het over gevoelens had. Ze dook dan letterlijk weg: liet haar hoofd hangen, trok haar shirt half over haar gezicht heen en gaf geen antwoord meer op de vragen.

Dit vroeg dus om een meer indirecte benadering. Want de klachten waarmee ze werd aangemeld, hadden uiteindelijk allemaal wel te maken met haar gevoel, dus dat zou hoe dan ook aan de orde moeten komen. En eigenlijk geldt dat natuurlijk voor alle cliënten, want ergens heeft iedereen ergens last van en wil iedereen zich weer gelukkig voelen.

Emotieregulatie

Het meisje kwam vrolijk binnen, had een grote glimlach en vertelde spontaan over wat haar maar te binnen schoot. Ze wilde graag een tekening van de vorige keer afmaken, de verwerking van een dagdroom (waarover later meer). Dit is een techniek die ik veel gebruik voor o.a. het stimuleren van een gezonde emotieregulatie. Voordat ze hieraan begon, vroeg ik haar eerst om nog even haar ogen te sluiten en zich voor te stellen hoe het beeld er nu uitzag: was er nog iets veranderd? Ze gaf aan dat er dieren bij waren gekomen, die zich in de boom nestelden.

Spiegelen

Terwijl ze kleurde, bleef ik spiegelen. Ik benoemde alles wat ze deed: ‘zo, je kiest je kleurtjes zorgvuldig uit’, ‘hmm ik zie dat je graag wil dat er een scherpe punt aan zit’, ‘wat kijk je met veel aandacht naar je tekening’, ‘je ziet het precies voor je he?’. Dit spiegelen is essentieel voor het gezien worden, het voelen van begrip, erkenning, het meeleven. Het vormt de basis voor bijvoorbeeld het aangeven van vervelende dingen.

Symboliseren

Het meisje kleurde inderdaad rustig en geconcentreerd, met veel aandacht. Ze tekende de diertjes in de boom, en ik vroeg me hardop af: ‘hoe zou die boom dat vinden, die diertjes in zijn takken?’, waarop ze direct reageerde: ‘die vind het gezellig, want nu krijgt hij eindelijk eens wat aandacht! Hij staat daar naast een weg, daar rijden steeds maar auto’s langs en die mensen letten alleen maar op de weg, die zien die boom helemaal niet staan’. Ik was ontroerd door dit pure antwoord, want door in beelden te praten (te symboliseren), kan een kind veel gemakkelijker iets van zijn binnenwereld delen. En hoewel dit meisje waarschijnlijk helemaal niet de link legt met zichzelf, helpt het onbewust wel om meer van jezelf te gaan snappen. Deze processen gaan vaak onbewust en hoeven ook niet uitgelegd te worden, liever niet zelfs.

“Die boom krijgt nu eindelijk eens wat aandacht!”

‘Goh zeg die boom stond daar dus maar, met al zijn kleuren, en niemand die hem zag! Hoe zou hij zich hebben gevoeld?’. ‘Niet zo prettig’, zei het meisje. Ook zij had duidelijk weinig woorden om de gevoelens te benoemen. Een werkpunt dus voor de behandeling. ‘En hoe vinden die diertjes het daar, in de boom?’, ging ik verder. ‘Fijn, want die auto’s hebben vieze stinkgassen en daar in de boom ruiken ze dat niet’. Ook hier kwam er duidelijk een stukje gevoel naar boven, wat er gewoon mocht zijn. Het is niet belangrijk om te weten wat dit ‘betekent’. Vaak weten kinderen dit zelf wel, soms komt dit later, soms komt het niet. En als het niet komt, dan is het ook prima.

Weerstand

Uiteindelijk was de tekening klaar. We vervolgden met een ander taakje, waarin ik haar vroeg verhaaltjes te bedenken bij platen van dieren die ik haar gaf. Maar direct bij de eerste taak merkte ik weerstand. Ze bleef lang stil, zei geen verhalen te kennen en dat ze over één plaat geen verhaal kon vertellen. Ze leek bozig, en ik benoemde dat: ‘hè dat vind je geen leuke taak zeg, je lijkt er wel een beetje boos van te worden’, wat leidde tot een luide uitroep van haar kant: ‘Niet!!’, waarna ze haar handen voor haar ogen sloeg en niets meer zei. Ik had duidelijk iets geraakt bij haar, maar was nog aan het zoeken waar het mee te maken kon hebben. Zoals haar ouders mij al hadden gewaarschuwd, klapte ze dicht.

Erkenning geven

Aan ouders geef ik vaak de tip om te benoemen wat je ziet, ook al weet je niet precies hoe je kind zich voelt. En dat doe ik uiteraard in therapie ook. Dus gokte ik een beetje in de richting die ik dacht, om haar de erkenning te geven die ze zo nodig had: ‘jeetje dit vind je echt een vervelende taak zeg. Je vind het misschien wel lastig dat het niet lukt en dat maakt je verdrietig of boos, klopt dat?’. Na een paar van soortgelijke opmerkingen begon ze te snikken en stortte ze ineens haar hart uit: ze was gepest op school, haar bouwwerk was in elkaar gegooid, ze had afgesproken met een vriendinnetje maar haar moeder was de afspraak vergeten en ze waren allebei vergeten dat ze vandaag naar therapie moesten. Hierdoor miste ze de middag op school, en precies dié middag gingen ze leuke dingen doen waar ze zich zo op had verheugd. En nu ging ik ook nog eens hele lastige dingen van haar vragen wat ze gewoon heel moeilijk vond.

Wat voor weer is het in jouw buik?

Bijna was ik gaan applaudisseren, want wat was dit knap van haar! Ze had zo precies verteld wat er speelde en wat haar zo verdrietig en boos maakte, iets wat ze eigenlijk nooit kon. Een grote stap voor haar! Om haar emoties te reguleren en haar te helpen dit verdriet en de teleurstelling te verwerken, vroeg ik haar het volgende: ‘als je nu eens voelt hoe het nu binnen in jou lijf voelt, wat voor weer is het dan nu in jouw buik?’. Ik schoof haar een blaadje en potloden toe, die ze zonder een woord te zeggen pakte.

Verwerking

Wat volgde, was een mooie illustratie van haar overlopende emoties, die kriskras door elkaar liepen in haar binnenwereld: ze begon te krassen, grote grijze krullen van een dikke wolk, waarna ze de ene bliksemschicht na de andere eronder kraste. Met veel bravoure en kracht en met ferme halen werd alles neergekalkt: er kwamen tornado’s, wind, dikke regendruppels, en uiteindelijk nam ze een hand vol kleurtjes die ze tegelijkertijd over het papier joeg. Toen zuchtte ze diep en grinnikte een beetje verlegen. Ik bleef ondertussen steeds maar spiegelen, om haar te laten weten dat ze niet alleen was in haar stress, dat ik haar zag, dat haar rotgevoelens er gewoon mochten zijn.

Ik zuchtte oprecht met haar mee, de spanning van net was weggevloeid. ‘Hoe voel je je nu?’, vroeg ik na een korte stilte. Spontaan draaide ze haar blad om en begon dit keer rustig te kleuren, een kleinere wolk nu. Nog steeds met wat regendruppels en een beetje wind. Maar wat belangrijker was, was de zon, die langzaam doorbrak.

 

 

Een kijkje in mijn werkweek

Een kijkje in mijn werkweek

Hoe zien de dagen van de therapeut eruit?

Toen ik nog studeerde, was ik heel benieuwd naar de praktijk. Ik kon me er nog maar weinig bij voorstellen. En elke dag weer besef ik dat het voor ouders vaak nog veel abstracter is wat we nu precies doen. Hoe zien de behandelingen eruit? Wat doe ik dan tijdens een onderzoek? Wat werk ik precies uit tijdens mijn uitwerktijd? Geregeld vragen ouders mij of ik iets kan vertellen wat hun kind dat doet. Ik snap die nieuwsgierigheid. Daarom een kijkje in een weekje werken als orthopedagoog generalist.

Maandag

Als het weer het toelaat, kom ik maandag en dinsdags op de fiets. Ben ik meteen goed wakker bij binnenkomst. ’s Ochtends staat de eerste afspraak vaak om 8.45u gepland. Vóór die tijd beantwoord ik mailtjes, beluister ik het antwoordapparaat en bekijk de post. Of ik bereid bijvoorbeeld een afspraak voor. Dit keer viel toevallig mijn eerste afspraak die ochtend uit. De moeder moest onverwachts naar het ziekenhuis. Dit gaf me tijd om aan een onderzoeksverslag van een andere cliënt verder te werken. En reden om later na te vragen hoe het met de moeder gaat.

EMDR bij trauma vanuit de jeugd

Om 10.00u had ik mijn eerste cliënt, een adolescent met forse trauma’s uit haar jeugd. Met haar heb ik EMDR gedaan. De therapie valt haar zwaar, omdat het zo confronterend is. Daarom is stabiliseren belangrijk: zorgen dat de cliënt zich veilig genoeg voelt om de pijn onder ogen te zien. Het is heel heftig om te horen wat voor vreselijke dingen sommige (jonge) mensen meemaken. Voor de EMDR had ik bewust langere tijd ingeroosterd, zodat we het goed konden afronden. We hebben één gebeurtenis uitgekozen om mee te beginnen en aan het eind van de (intense) sessie was de spanning duidelijk afgenomen bij dit beeld.

Stoeien met een onderzoeksverslag

Na zo’n sessie heb ik zelf af en toe ook even tijd nodig om te schakelen. Gelukkig had ik niet direct hierna weer een cliënt, maar kon ik verder aan het afmaken van een onderzoeksverslag van een kind dat gedragsproblemen op school vertoont, maar ook last heeft van de echtscheiding van zijn ouders. Hij bleek benedengemiddeld te scoren op het intelligentieonderzoek, wat al veel verklaarde, maar het was een puzzel omdat er ook op sociaal-emotioneel gebied zorgen waren.

Evaluatiegesprek met ouders

Om 13.00u had ik een evaluatiegesprek met de ouders van een meisje van 16. Zij wilden graag nog even horen welke ontwikkelingen ik als behandelaar had gemerkt tijdens de behandeling. Ze waren erg tevreden hoe het nu met hun dochter ging en het was een fijne uitwisseling van ervaringen en we konden de behandeling naar tevredenheid afronden. Met het meisje zelf had ik al eerder een afrondend gesprek gevoerd. Als ik een behandeling afsluit, schrijf ik altijd een evaluatieverslag voor de huisarts. Hierin staat het behandelplan en een samenvatting van de behandeling en de bereikte resultaten.

Afstemmingsgesprek met ouders

Direct daarna, om 14.00u had ik weer een gesprek met ouders. Dit keer van een jongen van 9 jaar, die meer kampt met emotionele problemen en moeite om zijn gevoelens of behoeften te verwoorden. Dit gesprek hebben we gebruikt om te bespreken hoe het nu gaat en om de behandeling verder aan te scherpen. Ik had tijdens de behandeling ook wat vragenlijsten afgenomen en besprak deze nu met de ouders. Samen brainstormden we over de volgende stappen en wat dit jongetje nodig heeft.

Boze buien

Om 15.00u had ik mijn volgende cliëntje, een jongen uit groep 7. Hij had in een eerdere groep vervelende ervaringen met een leerkracht, waardoor hij nu nog wel eens boze buien heeft. Met hem heb ik een EMDR sessie voor de volgende keer voorbereid. Dit doe ik o.a. door te zoeken naar nare plaatjes bij herinneringen en het laten tekenen van deze plaatjes. Ook heb ik een dagdroom (symbooldrama) gedaan, om de verwerking van gebeurtenissen en emotieregulatie te stimuleren.

Eigen grenzen bewaken

De laatste cliënt van deze dag, om 16.00u, was een jongen van 9 jaar. Met hem ben ik aan de slag gegaan met het belang van het bewaken van je eigen grenzen. Dit deden we aan de hand van het bespreken en analyseren van voorvallen waarin deze jongen zijn grenzen niet goed bewaakte. Ik werk met hem ook aan het versterken van een positief zelfbeeld, bijvoorbeeld met werkbladen en therapeutische materialen. Als laatste deden we het Gardner-spel. Dit is een therapeutisch spel, waarin ik vragen en opdrachtenkaartjes uitzoek die passen bij de behandeldoelen van dit kind. Ondertussen noteer ik bijvoorbeeld belangrijke uitspraken van hem en daag ik ongezonde gedachtes uit. Ook laat ik deze jongen steeds stil staan bij zijn gevoel, bijvoorbeeld door te vragen: ‘wat doet dat met jou?’.

Om 17.00u heb ik geen cliënten meer. Ik bel dan, indien nodig, nog wat mensen terug, plan nieuwe afspraken in, verwerk nieuwe aanmeldingen en schrijf mijn ‘to-do’ lijstje in de agenda voor de volgende dag. Dit doe ik ook voor mijn stagiaire, zodat zij direct zelfstandig hiermee aan de gang kan als ik in gesprek ben.

Dinsdag

Psycho-educatie over ODD

Vandaag begon ik de dag met om 8.45u een gesprek met ouders voor psycho-educatie voor hun zoon. We hadden in de weken ervoor onderzoek gedaan bij dit jongetje, die ODD bleek te hebben. Dit is een opstandige gedragsstoornis, dat een grote belasting voor ouders vormt. Sowieso zijn ouders heel belangrijk om een kind zo gelukkig en gezond te laten opgroeien. Maar in dit soort situaties is er als het ware een extra gebruiksaanwijzing nodig. Met psycho-educatie geven we informatie over de stoornis zelf. Dit gedeelte had mijn stagiaire voorbereid. Daarnaast gaf ik de ruimte om specifieke situaties te bespreken, waar ouders thuis tegenaan lopen. Samen analyseren we dan wat er precies gebeurd, wat mogelijkheden zijn en wat het bijvoorbeeld doet met de ouders. Als huiswerk vroeg ik de ouders om een tijdje verschillende situaties te noteren die ze als lastig ervaren.

slaapproblemen kinderen baby dreumes peuter

Intake over slaapproblemen bij dreumes

Daarna had ik om 10.00u een intakegesprek met een moeder van een jongen van net één jaar. Zij maakte zich tot voor kort zorgen over de nachten, omdat haar zoontje niet goed doorsliep en veel behoefte aan nabijheid had van moeder. Na de aanmelding heeft deze moeder al zoveel zelf gedaan, zoals een duidelijk slaapritme ingesteld, overdag meer structuur aangebracht, wat voor meer rust en voorspelbaarheid heeft gezorgd. Hierdoor waren de slaapproblemen al grotendeels opgelost. Het bevestigen van deze moeder in wat ze deed, was in dit geval voorlopig voldoende om weer verder te kunnen.

Kennismaking

Om 11.00u had ik een half uurtje ingepland voor een kennismaking met een kind van 9 jaar. Ik had zijn ouders al op intakegesprek gehad en een onderzoek afgesproken, maar ingeschat dat het voor dit kind prettiger zou zijn om eerst kennis te maken. Dan zag hij alvast waar hij terecht zou komen en bij wie, zodat de spanning niet zo groot zou zijn. Het kennismaken doe ik door met het kind in gesprek te gaan over zichzelf: wat vind je leuk om te doen, waar ben je goed in, wat doe je graag thuis, doe je aan sport, wat hoort echt bij jou, wat maakt jou een goede vriend, etc.

Aanmeldingen verwerken

Hierna had ik tijd om wat telefoontjes te plegen. Er wordt vrijwel dagelijks gebeld voor nieuwe aanmeldingen. Deze mensen willen graag even hun verhaal kwijt en ik leg in het kort de procedure uit. We ontvangen de aanmeldformulieren zowel digitaal als op papier. Deze moeten in een dossier worden gedaan, de formulieren worden geprint en de gegevens worden bijgehouden in onze eigen bestanden om overzicht te houden over de lopende cliënten. Ook moeten de nieuwe cliënten worden aangemeld in het software systeem zodat vergoedingen kunnen worden gedeclareerd, indien hier recht op is. Al met al vraagt dit veel administratieve handelingen die veel tijd vragen.

Bellen met scholen

Tussen 12.00u en 13.00u gebruik ik de tijd om naar leerkrachten en intern begeleiders te bellen. Zij zijn de rest van de dag vaak niet bereikbaar omdat ze voor de klas staan, dus bel ik deze altijd in ons ‘pauze’ uur. Ik belde nu met een leerkracht om de zorgen met betrekking tot een leerling te bespreken: zij wilden graag dat er ook zorg gegarandeerd kon worden als deze leerling de overstap naar het voortgezet onderwijs zou maken. Deze informatie moet ik vervolgens weer terugkoppelen naar de ouders, om transparant te blijven. Ouders vraag ik vooraf altijd toestemming om contact met bijvoorbeeld de leerkracht op te nemen.

Evaluatieverslagen schrijven

Tussen 13.00u en 15.00 had ik tijd ingepland voor het schrijven van evaluatieverslagen. Dit was hard nodig: ik ben vaak geneigd om mijn tijd zoveel mogelijk vol te plannen met afspraken, dat er weinig tijd over blijft voor de verslaglegging. Nu kon ik even de brieven aan de huisartsen schrijven, de dossiers opruimen en de cliënten afmelden in het software systeem. Ook hier zitten steeds meer administratieve handelingen.

COMET programma

Om 15.00 had ik een sessie met een pubermeisje, die erg perfectionistisch is, een negatief zelfbeeld heeft en daardoor ook ongezonde denkpatronen heeft. Met haar werk ik met COMET, een programma gericht op het verbeteren van het zelfbeeld. Maar omdat ik de balans tussen cognitie en emotie heel belangrijk vindt, wissel ik dit af met symbooldrama, die werkt aan de emotieregulatie. Dit meisje krijgt via de mail steeds huiswerkopdrachten mee, die ze thuis maakt en samen bespreken in de sessies. Zo werkt ze vrijwel dagelijks aan de stof die we behandelen, bijvoorbeeld door complimenten bij te houden.

Heftige gesprekken

De laatste afspraak was een intake met een meisje van de middelbare school, die slachtoffer is geworden van een zedendelict. Dit soort gesprekken zijn vaak heftig, zowel voor de cliënt die het verhaal moet doen, als voor ons: ik merk dat je sommige verhalen nooit helemaal naast je neer kunt leggen. Dat geeft ook niet, want het motiveert ook om er wat mee te doen, maar het vraagt ook wel wat van je.

Donderdag

Vervolg EMDR van maandag

Vandaag begon ik met een vervolg op de EMDR sessie van afgelopen maandag. Omdat ik maandag al merkte dat dit een vervolg nodig had, heb ik snel een nieuwe afspraak ingepland. Ik laat cliënten liever niet te lang wachten als de stress en spanning te hoog oploopt.

Motiveren voor behandeling

Om 10.00u zou ik een adolescent/student hebben die momenteel door omstandigheden niet meer naar college gaat. Hij vindt het echter moeilijk om te erkennen dat hij hulp nodig heeft en wil daarom niet komen. Mijn stagiaire probeert telefonisch te bespreken wat hem kan helpen om die stap tóch te maken. Dit blijkt echter te lastig voor hem. In overleg met de moeder wordt daarom afgesproken dat zij contact hebben met het jeugdteam. In zulke gevallen hebben wij een nauwe samenwerking met de jeugdteams, zodat cliënten wel direct worden opgevangen als er andere hulp nodig is.

Scoren en verwerken van testmateriaal

Vervolgens heb ik een uur om zaken uit te werken. Ik heb een aantal lopende onderzoeken, waarvan ik de vragenlijsten en testen scoor. Dit kost veel handmatig werk. Vervolgens moet ik de uitkomsten in een verslag typen en deze interpreteren. Ik stel vooraf onderzoeksvragen op en geef hier nu zo goed mogelijk antwoord op.

Overleg en telefoontjes

Tussen 12.00 en 14.00u houden we normaal gesproken overleg, maar vandaag zijn mijn collega’s er niet. Ik besluit daarom de tijd te besteden aan het terug bellen van mensen die hebben ingesproken en het overleggen met leerkrachten en ib-ers.

creatieve verwerkingsvormen schilderen verven tekenen symbooldrama dagdroomtherapie kinderen pubers jongeren

Depressieve klachten

Om 14.00u heb ik een pubermeisje met depressieve klachten en een zeer laag zelfbeeld. Zij heeft een creatieve kant, waar ik graag bij aansluit, omdat zij het creatief verwerken erg prettig vindt: praten is voor haar lastiger, en door bijvoorbeeld schilderen of tekenen kan zij zich op een andere manier uitdrukken. Ook werk ik met haar met onderdelen uit COMET, het programma voor het verbeteren van je zelfbeeld. In gespreksvorm gebruik ik vrijwel altijd een oplossingsgerichte techniek, zodat er weer hoop en mogelijkheden worden gecreëerd.

Relativerende gesprekken

Daarna heb ik om 15.00u een eerste behandelcontact met een puberjongen, van wie ik de ouders al eerder op intakegesprek heb gehad. Over deze sessie schreef ik al eerder een blog. Het lachen en op een luchtige manier kennis maken, gaven mij ook nieuwe energie en is een welkome afwisseling na soms pittige behandelcontacten.

Geen contact meer met vader

Als laatste zag ik deze dag een meisje uit groep 8, die momenteel haar vader niet meer ziet, maar wel toewerkt naar herstel van dit contact. Met haar sta ik stil bij haar kwetsingen en de verdrietige gevoelens die verschillende gebeurtenissen haar gaven. Deze erkenning en het spiegelen en benoemen van gevoelens is onderdeel van het mentaliseren bevorderende therapie (MBT). Mentaliseren is een ingewikkelde vaardigheid die bijvoorbeeld nodig is om goed te begrijpen wat er in je omgaat en heb je nodig voor het verwerken van gebeurtenissen. Daarnaast werk ik met haar aan concrete stappen naar dit herstel. Ik vraag haar toestemming om haar toegezegde afspraken te delen met haar vader, als stok achter de rug om zich er aan te houden. Tegelijkertijd blijven ouders zo op de hoogte van de vorderingen.

Terugblik

Deze week vielen er wat afspraken uit, waardoor ik wat meer tijd voor het uitwerken van o.a. onderzoeken had. Meestal heb ik ongeveer één keer per week wel een onderzoek, maar toevallig deze week niet. Het was een relaxte werkweek, waarin ik ook toe kwam aan ‘losse eindjes’, wat me weer overzicht gaf.

Ik kan me voorstellen dat je veel termen leest die je niks zeggen. Ik geef daar graag meer duidelijkheid in! Zijn er bepaalde onderwerpen waar je graag meer over zou willen lezen? Dan besteed ik daar graag een artikel aan. Laat het me maar weten in de reacties 🙂