Archief van
Tag: emoties

Rouw: ga het gesprek aan

Rouw: ga het gesprek aan

Eerste hulp bij rouw

En zo geschiedde. Ik vroeg mijn collega’s waar ik over zou schrijven, en mijn stagiaire opperde: rouwverwerking. Wauw, dat is direct wel een pittig en breed onderwerp. “Maar wat wil je dan lezen?” was mijn eerste reactie. Ik kreeg een heleboel input: wat de verschillende soorten rouwverwerking zijn, hoe je het gesprek aangaat met kinderen en ouders die in de rouw zijn, wat praktische handvatten zijn in de begeleiding van deze kwetsbare mensen. Niet alleen als iemand al overleden is, maar ook als iemand ongeneeslijk ziek is, of bijvoorbeeld bij een echtscheiding, omdat dat in feite ook een vorm van rouw is.

Verlies en afscheid

Interessant. Maar ook complex. Ten eerste omdat rouw gewoon heftig is: iemand die rouwt, heeft een zwaar verlies te verwerken gekregen, of zit in de fase om afscheid te nemen van iets dierbaars. Het gaat gepaard met intense en vaak heftige emoties. Iedereen kent de klassieke beelden van hartverscheurend verdriet van mensen die te horen krijgen dat ze een dierbare verloren zijn. Al is het alleen maar uit films. Maar dat is allang niet meer de enige vorm van rouw.

Rouw is normaal

Maar tegelijkertijd is rouw ook een natuurlijk proces. Een mechanisme dat als vanzelf op gang komt om met intense en heftige veranderingen in het leven om te gaan. Niet zelden zegt iemand: “als X zou overlijden, dan stort mijn wereld in”. Maar keer op keer wordt in de meest afgrijselijke situaties wederom bewezen dan mensen (en kinderen dus ook) waanzinnig veerkrachtig zijn. Dat zij zelfs in staat zijn om met de meest verschrikkelijke verliezen om te gaan en hun leven een zinvolle invulling te geven.

Echtscheidingen

Rouw hoort dus ook vooral bij het leven. Soms zou je bijna vergeten dat dit iets normaals is. Ja, het is verschrikkelijk zwaar om iemand te moeten missen, of om noodgedwongen je leven totaal aan te moeten passen, maar het is tegelijkertijd ook wat bij het leven hoort. Hoewel ik zou wensen dat bijvoorbeeld echtscheidingen en alle gevolgen daarvan toch minder frequent zouden voorkomen.

Kinderen in de rouw

In de praktijk zien we meer kinderen met gescheiden ouders dan zonder. En daarvan is het percentage met een zogenaamde vechtscheiding behoorlijk hoog. Het zijn kinderen in de rouw. Net als de kinderen en jongeren die bij me komen, die moeten opgroeien zonder moeder, die hun oom moeten missen na zelfmoord, die hun broertje moesten begraven en hun terminale oma zien aftakelen die altijd de zorg voor hen had.

Ga het gesprek aan

Hoe ga je het gesprek aan, vraagt mijn stagiaire. Ik zou in eerste instantie zeggen: gá het gesprek aan. Durf die vragen te stellen, durf het onderwerp aan te snijden, en het verdriet aan de orde te laten komen. Laat alsjeblieft het verlies tot een bespreekbaar onderwerp worden, zodat al die intense gevoelens die er omheen opgeslagen zitten eindelijk vrij kunnen komen. Zodat het rouwproces op gang kan komen.

Dierbaar

Ja, het is eng, en je hebt dikke kans dat de ander gaat huilen, dat je zelf een brok in je keel krijgt en naar woorden zoekt. Dat je schrikt van de heftigheid van het verdriet. Maar hé, dat is ook iets moois en waardevols: deze personen waren de ander heel dierbaar. Of misschien leven ze nog steeds, maar is het niet meer de persoon die ze kenden, en nemen ze afscheid van de persoon zoals die was.

Kanker

Zo had ik een cliënt van wie de moeder overleed aan kanker. Ze verloor haar haar en had allerlei lichamelijke klachten. Ze reageerde bijvoorbeeld sterk op het aanraken van metaal, en kon niet meer met blote handen de deurklink openen. Op de klinken zaten daarom sokken. Het zien van de sokken was één van de naarste en meest confronterende beelden van deze cliënt. Het was het onderstrepen van de definitieve verandering, er was geen ontkomen meer aan.

Mijlpalen

Een andere cliënt worstelde jaren na de dood van haar moeder vooral met het gemis van haar aanwezigheid op de belangrijke momenten: wat nou als ik afstudeer, als ik trouw, mijn eigen huis heb… het gemis van haar eigen moeder bij deze mijlpalen was hartverscheurend. Door het gesprek erover aan te gaan, kon de emotie in ieder geval bestaan, samen gedragen worden, en uiteindelijk minder heftig weer worden opgeslagen.

Taboe

Het níet stellen van die vraag, het doen alsof het onderwerp niet bestaat, is misschien wel net zo pijnlijk als het verlies zelf. Het geeft de ander het gevoel alsof het verdriet en gemis er niet mag zijn, alsof het onbelangrijk is, of schaamtevol. Alsof de ander zich er niet voor interesseert. Mijn eerste advies zou daarom zijn: wees dapper, vraag er naar. De ander zal je dankbaar zijn. Gedeelde smart, is immers halve smart.

Ervaringsgerichte therapie

Ervaringsgerichte therapie

Effect waar het moet

Zes keer per jaar heb ik een 4 uur lang supervisie over de behandelmethode symbooldrama. Na 3 jaar intensieve opleiding, waarin ook een groot deel leertherapie en supervisie zat, lukt het nog steeds om na elke supervisiedag weer met nieuwe kennis en vooral nieuw enthousiasme naar huis te gaan. Het werken met beelden, het lichaamsgerichte en het inzetten van de zintuigen is zo´n ontzettend krachtig middel!

Wietplant in de woonkamer

En voordat je afhaakt omdat je verwacht dat dit één of andere muffe toestand is: dat valt wel mee. Mijn supervisor, een Duits-Nederlandse vrouw van ruim in de 80, heeft een heuse wietplant in haar woonkamer staan en haar kleinzoon een zaadje van eigen teelt cadeau gedaan. Grinnikend vertelt ze over de raakvlakken tussen de groei van deze geestverruimende plant en de behandeling via symbooldrama.

Ervaringsgerichte therapie

De laatste tijd verdiep ik me meer en meer in therapievormen en behandelmethodes die niet talig zijn, maar zich richten op het ervaren. Ik ontkom er vrees ik niet aan om wat taaie stof uit te leggen, maar het is zo´n fascinerend iets, dat ik me er toch aan ga wagen. En trouwens, het brein is booming, tenslotte. Wist je dat de meeste therapievormen in GGZ land talig zijn, en proberen je denken en je gedrag te veranderen?

Limbisch systeem

Prima doel natuurlijk, maar deze methodes doen allemaal een beroep op je prefrontale cortex. In gewoon Nederlands: dat is het meest ontwikkelde stuk van je hersenen, aan de voorkant van je brein. Héél lang geleden hadden wij, net als reptielen en amfibieën, een heel basaal brein. Die regelde je ademhaling, hartslag, bloeddruk, je honger en dorstgevoel, angst en gevaar, je slaap, etc. Dit is je limbisch systeem, het ´oudste´ gedeelte van je hersenen, waarin ook al je primaire emoties zitten.

Executieve functies

Door de duizenden jaren heen is dat geëvolueerd door het slimme brein van nu, waarin we heel veel meer vaardigheden hebben, zoals de executieve functies (nog zo´n populaire term). Het is, in simpele taal, het stuk waarin alle meer abstracte en complexe vaardigheden zitten zoals de taal, plannen, organiseren, doelen stellen, jezelf inhouden, etc. Alle vaardigheden waarin logisch nadenken nodig zijn.

Cognitieve gedragstherapie

En precies op dit gedeelte richten de meeste therapievormen zich. Maar omdat dit de buitenkant van onze hersenen zijn (hersenschors), is dat een grote omweg om uiteindelijk bij ons gevoel te komen (in dat limbisch systeem dus). Het is zelfs maar de vraag of dit überhaupt lukt. Regelmatig moeten behandelaars toch vaststellen dat cognitieve gedragstherapie (CGT) niet werkt. Dat is dus niet vreemd, als je bedenkt dat ook met CGT wordt ingezet op de prefrontale cortex (denken over, praten over…), terwijl het voelen en ervaren wordt overgeslagen.

Lichaamsgericht

Wat werkt dan wel? Zonder heel zweverig te zijn: via het lichaam bereik je vaak meer. Wat ik daarmee bedoel, is dat je bijvoorbeeld bij bewegen of door je zintuigen te gebruiken, allerlei hersengebieden actief maken, die ervoor zorgen dat de aandacht niet meer naar de prefrontale cortex gaat. Daardoor stop je bijvoorbeeld direct met piekeren, of richt je je aandacht op wat je in je lijf merkt, waardoor je hartslag weer kan stabiliseren.

Eerst zelf ervaren

Om die reden ben ik natuurlijk ook beweging als behandeling gaan inzetten. Maar er leiden meer wegen naar Rome. Want ook EMDR, Symbooldrama en lichaamsgericht werken zijn technieken die direct inzetten op het limbisch systeem, en daardoor vaak veel sneller effect hebben. En er is nog veel meer te leren. Over hartcoherentie bijvoorbeeld, en ademhalingstechnieken. En zoals bij veel dingen in het leven en mijn werkveld wil ik dat eerst zelf hebben ervaren. Ik kan pas achter een behandelmethode staan, als ik er zelf ook in geloof en er zelf ervaring mee heb.

Wietplant en LSD

Je vraagt je nu misschien af wat die wietplant van mijn supervisor hier nou mee te maken heeft? Symbooldrama werkt met beelden. De naam ´symbooldrama´ is eigenlijk slecht gekozen, het doet me eerder denken aan een soort mime spelende toneelspelers. Dagdroomtherapie past beter, hoewel dat ook wat vrijblijvend klinkt. Deze methode is ontstaan nadat er is geëxperimenteerd met LSD bij getraumatiseerde mensen. De LSD hielp om een drempel over te gaan om toch bij trauma´s te komen, die soms diep weggestopt waren.

Geestverruimend

Inmiddels wordt LSD natuurlijk niet meer gebruikt, maar is er tegelijkertijd steeds meer onderzoek (opnieuw) naar het gebruik van medicinale drugs bij o.a. trauma en depressie. Symbooldrama is, zo concludeer ik steeds weer, toch een hele moderne en doeltreffende manier van therapie geven bij zoveel verschillende problemen. En misschien is de wiet dan niet eens nodig om tot geestverruimende ervaringen te komen.

EMDR bij peuters

EMDR bij peuters

Jonge kinderen in therapie

 

Als orthopedagoog ben ik opgeleid om kinderen en gezinnen te helpen. Anders dan een psycholoog, die zich breder richt op álle leeftijden, ben ik dus wat meer gespecialiseerd in de mensen die nog in ontwikkeling zijn. De meeste cliënten die ik zie, vallen in de basisschoolleeftijd, grofweg tussen de 6 en 12 jaar oud. Maar ook jongere (en oudere) kinderen heb ik regelmatig in de spreekkamer. Vandaag een artikel over de ervaring met EMDR bij peuters.

Veerkracht

Zo had ik pasgeleden een kleine peuter in behandeling, van rond de 2,5 jaar. En op de één of andere manier heb ik iets met die ukkies, misschien omdat ik zelf nog drie kleintjes heb, maar er is iets fascinerends aan hele jonge kinderen. Ze zijn nog zo puur, zo aan het begin van hun ontwikkeling, zo vormbaar. Gebeurtenissen kunnen een grote impact hebben in hun nog zo korte leventje, maar tegelijkertijd tonen ze een onnavolgbare veerkracht. Het verwondert me, en het herinnert me aan hoe weinig we eigenlijk weten over bijvoorbeeld de werking van de hersenen.

Verbondenheid tussen ouders en kind

Het is een fabeltje om te denken dat een kind te jong is voor therapie. Natuurlijk ga je met een kind van 2 jaar geen diepzinnige gesprekken beginnen over identiteitsontwikkeling of gedachtes uitwisselen over schoolkeuzes, maar op andere manieren kunnen ze zeker baat hebben bij therapie. In specifieke cursussen gericht op de ontwikkeling en behandeling van jonge kinderen heb ik ervaren hoe essentieel deze behandelingen kunnen zijn voor hun verdere levens. Als kinderen nog echt jong zijn, pakweg voor ze naar de basisschool gaan, dan is het een vanzelfsprekendheid dat ik het kind zie samen met de vader en/of moeder: ze zijn nog zo verbonden met elkaar, dat het onnatuurlijk zou zijn ze los van elkaar te zien.

Slaapproblemen

Zo was het ook bij mijn peutercliëntje. Deze kleine kwam voor slaapproblemen: elke nacht werd het kindje meerdere keren hysterisch wakker en moest het per sé door moeder getroost worden, vader werd niet geaccepteerd. Overdag was de peuter ontzettend vermoeid, wat zorgde voor negatief gedrag en uiteindelijk een negatieve sfeer. Het was al maanden bal en ouders werden elke dag een beetje vermoeider en meer radeloos. Het zorgde voor een grote belasting voor met name moeder en alle gezinsleden hadden grote behoefte aan een goede nacht slaap.

EMDR

In de intake is het zaak om nauwkeurig uit te pluizen waar de klachten mogelijk mee te maken hebben. Daarom wordt er veel gevraagd, soms tot in de kleine details en tot jaren terug. Klachten zijn namelijk vaak hetzelfde, het is de unieke geschiedenis van een cliënt die uiteindelijk de behandeling vormgeeft. En zo kwam ik er achter dat er in de korte levensgeschiedenis van dit cliëntje een aantal ingrijpende gebeurtenissen waren geweest, die naar mijn idee te maken hadden met de klachten. Ik besloot daarom om EMDR te gaan doen (later licht ik deze behandelmethode meer toe). EMDR bij zo’n kleintje? Ja echt, het kan. Heel goed zelfs. EMDR is in het kort een manier om ingrijpende gebeurtenissen te verwerken. Dit wordt zowel bij kinderen als volwassenen toegepast, en is dus ook mogelijk bij hele jonge kinderen.

Het verhaal schrijven

Voordat we daarmee konden starten, was het de bedoeling dat ouders het verhaal zouden schrijven van de gebeurtenis. Klinkt simpel? Dat is het niet. Ten eerste is het de bedoeling dat ouders in de schoenen van hun kind gaan staan als ze het verhaal schrijven. In dit geval moest het verhaal dus worden geschreven alsof het door de ogen van de peuter werd beleefd. Dat vergt nogal wat inlevingsvermogen. Want wat indruk maakt op ons als volwassene, kan soms mijlenver af staan van wat impact heeft op een kind. Ten tweede is het opschrijven van de gebeurtenissen direct een stuk rouwverwerking en exposure voor de ouders: ze beleven als het ware de hele situatie weer opnieuw en dat roept vaak hun eigen stukje trauma en spanning weer op. Dat maakt het extra lastig om te scheiden tussen hun eigen gevoelens en die van hun kinderen. Ten derde hebben ouders een natuurlijke neiging om hun kind te troosten, te sussen en te beschermen tegen alles wat naar is. En bij EMDR gaat het er júist om, om zoveel mogelijk lading in een verhaal te stoppen. Met andere woorden, om het verhaal zo eng, heftig, verschrikkelijk of zo naar mogelijk te maken. Dat vergt ook veel moed van ouders.

Desensitiseren

Het duurde daarom een poos voor de ouders het eerste verhaal op papier hadden staan. Na wat kleine aanpassingen, was het dan tijd voor de eerste sessie. En in tegenstelling tot hoe lang ervoor nodig was om het verhaal op papier te zetten, zo kort waren de sessies toen ze uiteindelijk plaatsvonden. Het voorlezen van het verhaal en tegelijkertijd desensitiseren (het laten afnemen van de spanning), was meestal binnen een half uurtje gefixt.

De sessies

Het is een wonderlijk proces. De peuter kroop knus bij mama op schoot en koos de knuffels waarmee ik op de beentjes zou tikken (het afleidingsproces). Hierna begon haar moeder het verhaal, dat verliep volgens vaste richtlijnen: eerst een rustige inleiding, dan toewerkend naar het meest spanningsvolle stukje, waar uitgebreid bij wordt stilgestaan en eindigend met een goed einde. Het eerste verhaal had zichtbaar spanning: de blik van de peuter werd naar binnen gekeerd, er verscheen een pruillip en er werd steun gezocht bij moeder door haar stevig beet te pakken. Deze spanning zakte zichtbaar aan het einde van het verhaal.

Emotioneel

Voor de tweede sessie hadden we de tweede ingrijpende gebeurtenis uitgeschreven. Dit bleek tijdens de sessie het meest heftige moment te zijn geweest voor de kleine cliënt. Bij de climax van het verhaal, waarin er thema’s van verlatingsangst speelden, raakte de peuter zeer geëmotioneerd en zocht ze schokkend van verdriet bij de moeder die ze toen zo had gemist. Aan het einde van het verhaal zakte ze uitgeput en nog na snikkend tegen moeder aan, terwijl extra werd benadrukt dat alles nu weer veilig en goed was.

Impact

Iedere keer dat ik dit soort EMDR sessies doe, ben ik weer onder de indruk van het effect. Hoewel het voorlezen van een verhaal misschien 10-20 minuten duurt, zijn het zeer ingrijpende sessies, waarin veel emoties worden losgemaakt. Het is voor mij keer op keer weer een bevestiging van de ongelooflijke veerkracht en flexibiliteit in de ontwikkeling van jonge kinderen.

Afscheid nemen

EMDR staat er om bekend dat het na de sessie doorwerkt, tot zo’n 3 dagen daarna. En zo was het bij dit gezin ook. De dagen erna merkten ze verschillende gedragsveranderingen, zoals nachtmerries, veel vragen naar de gebeurtenissen en willen weten waar iedereen was. Na deze zogenaamde ‘naweeën’, begonnen de klachten significant af te nemen: de peuter werd veel minder vaak wakker, en als het gebeurde, was het zonder hysterie of paniek. Ook werd papa weer geaccepteerd en kon de peuter gemakkelijk terug naar bed worden gebracht. De nachten waren in zeer korte tijd sterk verbeterd. Er was meer rust en ook overdag kon de peuter beide ouders beter accepteren. In het afscheid nemen viel op dat de peuter nu gedag zei, wat voorheen niet gebeurde. Alsof de kleine er weer op kon vertrouwen de ander weer terug te zien, wat misschien eerder niet vanzelfsprekend was. En zo gebeurde het, dat na een keer of vier de peuter zich bij het weggaan ineens naar mij omdraaide, haar handje opstak en een vrolijk ‘doei!’ zei. Knap gedaan meisje, je hebt je vertrouwen weer terug!