Archief van
Tag: concentratie

Toename in psychische problemen

Toename in psychische problemen

Zorgen over de toekomst

Niet om melodramatisch te gaan doen, maar ik wil toch iets van mijn hart. Ik maak me zorgen over de ontwikkelingen binnen onze maatschappij en de effecten ervan op de psychische gezondheid van kinderen en jongeren. Er is sinds 2015 een nieuwe jeugdwet, waardoor de psychische zorg voor kinderen en jeugd niet meer via zorgverzekeraars loopt, maar wordt geregeld via de gemeente. Sindsdien worden eigenlijk overal noodklokken geluid. Dat is niet zo gek: er bestond een systeem dat door de jaren heen steeds verder is ontwikkeld, en redelijk liep. En ineens wordt dan binnen no-time alles op zijn kop gegooid, en wordt er zogezegd een nieuw wiel uitgevonden. Maar helaas eentje die niet goed rolt, zo blijkt.

Meer jongeren met problemen

Naast alle administratieve rompslomp, onzekerheden en onduidelijkheden die de nieuwe jeugdwet met zich meebrengt, is er bovendien nog een andere ontwikkeling gaande. Die tweede ontwikkeling loopt eigenlijk parallel aan de eerste, maar dan wereldwijd. Er is namelijk een toename in psychische problemen bij kinderen en jongeren. Zelfs zo erg, dat de Wereldgezondheidsorganisatie spreekt van een epidemie. Deze trend zet zich voort, wat betekent dat er steeds meer kinderen en jongeren psychische zorg nodig hebben, ook in Nederland. Daarom is het des te frustrerender voor ons als hulpverleners, dat er op deze hulp wordt bezuinigd. En niet zo’n beetje ook.

Gevolgen van de nieuwe jeugdwet

Zo wordt ons budget van 2017 maar liefst 11,5% minder dan die van 2016. En dat, terwijl er steeds meer mensen hulp nodig hebben. Bovendien gaat heel veel tijd op aan het eindelijk aanleveren van cijfers, je werkzaamheden verantwoorden en controleren of deze processen goed lopen (helaas gaat nog het te vaak mis), waardoor er minder tijd over blijft om cliënten te zien. Het voelt daarom ontzettend dubbel, dat je als praktijk groeit en populair bent, dat er steeds meer aanmeldingen blijven komen, maar dat je aan de andere kant weet: we kunnen niet iedereen helpen, want straks is het geld op, en dan?

Geen geld door bezuinigingen

Het gaat rechtstreeks tegen onze visie als hulpverleners in: je hebt dit vak geleerd om anderen te helpen. Ik ben van mening dat iedereen recht heeft op psychische hulp, dat hierin geen drempel mag zijn. Want uiteindelijk heeft de hele maatschappij baat bij psychisch gezonde mensen. Maar die drempel wordt wel opgegooid nu. We worden min of meer gedwongen een wachtlijst te maken, omdat er teveel werk is voor te weinig mensen. Er is werk zat, maar geen geld om het te vergoeden. Dat wringt.

Epidemie van psychische problemen

En als je dan de cijfers van de World Health Organisation (WHO) leest, dan kan ik me daar nog bozer om maken. Waarom wordt door de maatschappij deze negatieve trend bevorderd? Ik snap dat er bezuinigd moet worden, maar waarom wordt er geen rekening gehouden met effecten op de lange termijn? Ongeveer 30% van de jongeren (15-30 jaar) wereldwijd heeft namelijk psychische problemen. Hiervan komen verslavingen het meeste voor (15 tot 20%), maar ook depressies (10 tot 15%) en allerlei angststoornissen (5 tot 15%). Ook heeft 2-5% een eetstoornis en 2-3% een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Niet kunnen voldoen aan verwachtingen

Van de jongeren tussen de 14 en 25 jaar geeft zo’n 60% aan dat ze zich slecht voelen, omdat ze denken niet aan andermans verwachtingen te kunnen voldoen. En 1 op de 3 van de jongeren heeft het gevoel dat ze hun problemen niet aan kunnen. Daar schrik ik van! Dit geeft de noodzaak aan voor tijdige hulp, voordat de problemen steeds ernstiger en hardnekkiger worden. En duurder dus, bovendien.

Langer wachten met aanmelden

En dat ze steeds ernstiger worden, merk ik ook in de aanmeldingen. Sinds de crisis wachten mensen sowieso al langer met aanmelden van hun kinderen, uit angst dat het hen geld kost. Maar ook sinds de nieuwe jeugdwet was er wat huivering, omdat het vaak nog onduidelijk was. Als ouders hun kroost dan uiteindelijk hadden aangemeld, waren de problemen in veel gevallen al vergevorderd. Daardoor is naar mijn idee het werk ook zwaarder geworden. Dat wordt nu extra puzzelen, omdat je gebonden bent aan een beperkte tijd dat je mag behandelen.

Meer zelfmoord onder jongeren

Als je bijvoorbeeld kijkt naar zelfmoord, dan zie je ook in de suïcidecijfers een toenemende trend. In België is het zelfs de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren tussen de 15 en 24 jaar. Jongeren doen meer dan anderen pogingen om zich van het leven te beroven: 10% van de 18-jarigen zegt dit al vaker te hebben overwogen. Bij meisjes is dit zelfs 20%.

Rollen om te vervullen

Het heeft ook te maken met de maatschappij van nu, de omgevingsfactoren waar jongeren mee te dealen hebben, zogezegd. Ik merk het zelf ook: er worden veel verwachtingen aan je gesteld en het is soms koorddansen en tegelijk jongleren om alle ballen hoog te houden.  Je moet tegenwoordig, meer dan ooit, zoveel rollen vervullen: binnen de familie, vriendenkring, je werk, studie, spiritueel, cultureel… Voor een jongere die nog zo kwetsbaar is, en midden in zijn ontwikkeling zit, is dit moeilijker dan voor wie dan ook.

Hogere verwachtingen

Die rollen die we als mens moeten vervullen, komen door de verwachtingen van anderen. En die verwachtingen zijn steeds hoger geworden, bijvoorbeeld voor het succesvol zijn op school en in je opleiding. De verwachtingen doen bovendien nog iets schrijnenders: we streven met z’n allen steeds meer naar individualiteit, naar eigen succes, naar status, een hoger salaris en meer spullen. Hiermee wordt direct narcisme in de hand gewerkt, en aan de andere kant de intrinsieke motivatie afgekalfd. Hoe mooi zou het zijn, als je als jongere gewoon een opleiding kiest omdat je echt passie hebt voor het werk? Hoe fijn zou het zijn als de omgeving daarin kon aanmoedigen, zonder hierin te oordelen? Helaas blijkt dat dus steeds minder voor te komen.

Hersenontwikkeling in puberteit

In de puberteit, vanaf een jaar of 11, tot een jaar of 25-30, zijn de hersenen in volle vaart aan het ontwikkelen. Niet voor niks is dit voor jongeren en hun omgeving een pittige tijd. De snelle hersenontwikkeling wordt bovendien sterk beïnvloedt door de ervaringen die jongeren opdoen in hun omgeving, zoals met vrienden of hun ouders. En de verschillende hersenfuncties ontwikkelen zich grillig en niet tegelijkertijd. Dat tieners lekker uit de pan schieten is dan ook niet meer dan normaal.

Executieve functies

Zo is het emotionele gebied in de hersenen, het limbisch systeem, eerder ‘klaar’ dan de pre-frontale cortex (weet je nog? Die van de executieve functies). Voor je nu aan je hoofd krabbend en met lege blik afhaakt: de vaardigheden zoals op de lange termijn kijken, bedachtzaamheid, plannen, organiseren, timemanagement, reflecteren op jezelf en jezelf onder controle houden zijn voorbeelden van die executieve functies. Maar die beginnen zich dus pas rond je 15e te ontwikkelen, wat betekent dat jongeren emotioneel gezien als het ware ‘op scherp’ staan: er hoeft maar iets te gebeuren, of er is een kwetsbaarheid ontstaan…

Gezonde emotieregulatie

Niet gek dus, dat ik het gros van de tijd in behandelingen bezig ben met het bevorderen van een gezonde emotieregulatie bij deze leeftijd. Jongeren hebben nog de afhankelijkheid van hun omgeving, omdat zij zelf de vermogens missen om met hun ingewikkelde emoties om te gaan. En omdat het wel een essentiële vaardigheid is om tot een stabiel en evenwichtig persoon op te groeien, besteedt ik hier veel tijd aan.

Stress leidt tot schade

Jongeren willen voldoen aan al die eerder genoemde verwachtingen, net als volwassenen trouwens. Maar kinderen zijn nog een stuk loyaler hierin, en kunnen door te hoge verwachtingen veel stress ervaren. En laat stress nou precies hetgeen zijn wat je niet kunt gebruiken in deze tijd, als de hersenen zich zo drastisch ontwikkelen. Want teveel stress leidt simpelweg tot hersenschade. Ook de kans op gevoelens van faalangst en perfectionisme nemen dan toe, wat ervoor kan zorgen dat jongeren in een isolement raken of falen in hun werk. Niet voor niets zijn de werkloosheidscijfers onder jongeren zo hoog.

Risicofactoren in de leefstijl

Ik ben nog niet klaar hoor, helaas. Want het zijn niet alleen kwetsbaarheden door de hersenontwikkeling en de verwachtingen vanuit de omgeving, het is ook de totale leefstijl die zo erg is veranderd de afgelopen jaren, dat de gevolgen daarvan nu pas steeds duidelijker worden. Even een paar voor de hand liggende, maar daarom niet minder belangrijk:

  • Er wordt steeds slechter gegeten, dus ook door jongeren. Het is sowieso bekend dat zij in de puberteit een natuurlijke behoefte hebben aan meer vet (voor de ontwikkeling van de hersenen). Helaas speelt de voedselindustrie niet in op wat gezond is voor mensen, maar op wat er geld oplevert. In plaats van de broodnodige omega 3 en omega 6 vetzuren, eten de meeste jongeren dus de schadelijke vetten in o.a. fastfood en de meeste etenswaren uit pakjes of zakjes.
  • Hetzelfde geldt voor suikers: in steeds meer voedselproducten zit suiker. Deze geven insulinepieken en dips in de bloedsuikerspiegel, waardoor jongeren opnieuw gaan eten. Uiteindelijk leidt dit tot o.a. obesitas, maar de suikerpieken geven ook ontstekingen in de hersenen, waardoor klachten ontstaan zoals slechte concentratie, geheugenproblemen, prikkelbaarheid, meer angst en impulsiviteit.
  • Niemand kijkt nog gek op als een ouder vertelt dat zijn 16-jarige zoon tot diep in de nacht aan het gamen is. Het is intussen bijna normaal geworden dat jongeren laat naar bed gaan. In zekere zin is dat ook zo: ze hebben pas later afgifte van het inslaaphormoon melatonine, en daardoor biologisch gezien een heel ander slaapritme. Helaas dwingt het schoolsysteem ze om op tijd op te staan, wat dus leidt tot een slaaptekort in zo’n 50-70% van de jongeren. Ook slaaptekort leidt tot klachten zoals meer angst, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, slechtere cijfers en meer impulsief gedrag. Op de lange termijn raak je door het slaapgebrek gedemotiveerd en heb je een veel hogere kans op depressie.
  • Nog een inkoppertje: jongeren sporten steeds minder. Zo’n 40% (dus bijna de helft!) van de mensen sport niet of nauwelijks. Ernstig, want niet sporten vergroot de kans op depressie met maar liefst 25%!
  • Een probleem van deze tijd: cyberpesten, problemen via social media, waar veel jongeren worden geïntimideerd. Dit blijken belangrijke triggers voor ontwikkeling van psychische problemen.

Veerkracht als bescherming

Zo lezend lijkt het toch bijna een wonder dat er nog jongeren zijn die ‘goed gelukt’ zijn. Door mijn werk heb ik wellicht ook een wat vertekend beeld van de realiteit (dat hoop ik althans). Hoewel ik ook regelmatig jongeren tegenkom, die zo krachtig zijn en waarbij het een wonder is dat zij zich staande kunnen houden, ondanks alles wat zij meemaken. Dat is de veerkracht, die sommigen van ons hebben. En natuurlijk betekenen alle ontwikkelingen binnen de zorg en de bovengenoemde zaken niet dat een jongere automatisch psychische problemen krijgt. Het zijn risicofactoren. Hoe meer hiervan aanwezig zijn, hoe meer kans op problemen.

Triggers en risico’s

Zoals bij volwassenen ook vaak het geval is, is er vaak een trigger, waardoor er ineens problemen ontstaan. Denk aan een ingrijpende gebeurtenis, scheidende ouders, verraden worden door vrienden, een overlijden van een dierbaar iemand… Tot die tijd leek alles goed te gaan, maar na zo’n gebeurtenis komen ineens klachten naar voren. Maar nog steeds komen de meeste jongeren zonder al te veel kleerscheuren door deze periode. Maar, en dat is dus mijn zorg, dat worden er naar verhouding dus wel steeds minder.

Bezorgdheid

En hoe is het dan in vredesnaam mogelijk dat hier op wordt bezuinigd? Een gezond opgroeiende jongere is een investering in de toekomst, die, als het goed functioneert, de maatschappij juist veel oplevert. Het is vanuit die optiek voor mij onbegrijpelijk dat ik nu tegen mensen zou moeten zeggen: nog even geduld, ik heb geen plek, geen tijd voor u, geen geld om je probleem te behandelen. Om mensen naar huis te sturen, op het moment dat zij die belangrijke stap hebben genomen om te bellen. Vaak na zo lang overwegen, even aankijken, doormodderen, nog eens proberen. Tot het genoeg was, tot het niet langer ging, tot de nood te hoog werd. Ik ben bang dat wij mensen uit beeld verliezen, dat ze tussen de mazen van het net glippen, omdat er niet direct op de hulpvraag van mensen kan worden ingespeeld. En als ik dan de bezorgde berichten lees van de WHO wordt deze bezorgdheid alleen maar bevestigd.

Visie vasthouden

Hoe klein we ook zijn, als kleine vrijgevestigde, we houden onze visie hoog en blijven handelen naar ons geweten, proberen waar we kunnen de invloed uit te oefenen. Het is een spanningsveld, eentje waarin ik soms overwerkt raak en mezelf streng moet toespreken me niet gek te laten maken. Mijn supervisor van de opleiding symbooldrama zei al jaren tegen ons: laat je niet gek maken, blijf gewoon je werk doen. En mijn werk, dat is mensen helpen bij hun psychische problemen. Dus dat doe ik.

De betekenis van mijn werk

De betekenis van mijn werk

De kersen op de taart

Af en toe vragen mensen mij: is het niet zwaar, je werk? Je hoort soms de meest verschrikkelijke dingen… neem je die dan niet mee naar huis? En op beide vragen kan ik met ja antwoorden. Ja, het is zwaar werk. Het is geen werk waarin je na een paar uurtjes inspanning even op halve kracht kan draaien. Elke cliënt heeft tenslotte recht op een goede therapeut. En voor elke cliënt zet ik me in. Dat is pittig.

Hard werken

Soms tolt mijn hoofd na een paar afspraken achter elkaar. Soms moet ik tussendoor even een minuutje op adem komen, voor ik een volgend gesprek in ga. Soms is een gesprek simpelweg keihard werken, omdat bijvoorbeeld de motivatie van een cliënt nog onvoldoende is, of omdat je zo graag iets duidelijk wil maken tijdens een gezinsgesprek, of omdat je slecht nieuws moet brengen en opvangen in een gesprek.

Parkeren van problemen

En ja, er spelen soms verschrikkelijke dingen. Mensen die zo ongelooflijk veel pech hebben in hun leven, alsof er niks goed mag gaan. Mensen waarvan een kindje is overleden, verschrikkelijke echtscheidingsdrama’s, complete systemen die zo vast zitten dat ze het zelf niet meer zien en verandering soms onmogelijk lijkt. Cliënten die zó somber zijn, dat ze het leven niet meer zien zitten. Natuurlijk neem je dat mee naar huis, ik ben ook niet van ijs. Maar na een lange fietstocht terug naar huis, een avondje sporten of een extra lang voorleesmoment met mijn eigen kinderen kan ik het wel even parkeren. Want in de tijd dat ik niet werk, kan ik tenslotte ook geen wonderen verrichten. Dat helpt relativeren.

Vlotte behandelingen

Er zijn ook behandeling die gemakkelijk lopen. Dat je tijdens deze contacten even mee kan lachen met de cliënt, en daarmee in feite ook zelf weer kan opladen. Ik heb dat vaak met jonge pubers, de laatste jaren van de basisschool en eerste jaren van de middelbare school. Fantastische leeftijd om mee te werken vind ik dat, vaak hebben deze kinderen zoveel humor! Samen zoeken we dan muziek op, of de nieuwste playstation game die ze hebben gekocht. Het feit dat je daar als therapeut over mee kan praten, is vaak een aangename verrassing voor ze. Ook het feit dat ik niet oordeel over bijvoorbeeld hoe ze over huiswerk maken denken, vuurwerk afsteken of laat naar bed gaan, is een hele geruststelling voor ze. Ik werk tenslotte vooral aan een beter welzijn en hun eigen hulpvragen.

Luchtigheid in de behandeling

Zo was er een jongen van een jaar of 12. Hij werd aangemeld met concentratieproblemen, problemen in het controleren van zijn boosheid en ook somberheid. Niet zo lang geleden heeft hij zijn moeder verloren aan kanker. Het gedrag bleek dan ook vooral te maken te hebben met rouw om zijn moeder. De behandeling was, ondanks de verdrietige gebeurtenis, een hele fijne samenwerking met veel lol en luchtigheid. Ik had bewondering voor zijn sterke persoonlijkheid, zo jong als hij was. Dat hij intelligent was kon je direct merken, hij dacht goed na over zichzelf en hoe zijn gedrag kon worden verklaard.

Verbetering tijdens behandeling

Gaandeweg kwamen er heel veel onderwerpen aan de orde. Natuurlijk het verwerken van het verlies van zijn moeder, maar ook de oorzaken van de boosheid, die ingewikkelder bleken te zijn dan hij vooraf had ingeschat. Maar de behandeling sloeg goed aan, het ging langzaam beter met hem, cijfers gingen omhoog, hij had minder agressieve uitbarstingen en kon beter over zijn kwetsbaarheden praten. Na een tijd bouwden we de frequentie van afspraken af, tot het nog maar eens in de 6 tot 8 weken was. Een van de laatste keren dat ik hem zag, was hij veranderd: een zelfverzekerde jongen, met meer innerlijke rust. Hij was gaan trainen, wat hem goed deed, het gaf hem zelfvertrouwen en hij kon zijn energie kaderen. We besloten de behandeling af te ronden, want ik had er alle vertrouwen in dat hij het verder zonder mij af kon. Ik schudde handen met hem en zijn vader, maakten nog een paar laatste grappen en zwaaide ze met een grijns uit.

“Volgende cliënt”

Inmiddels was ik alweer een paar weken, zo niet maanden, verder en met mijn hoofd volop bezig met de nieuwe cliënten. Als je iemand afsluit, heb je maar weinig tijd om stil te staan bij hoe het verder zou gaan. Er dienen zich namelijk direct weer nieuwe mensen aan met acute hulpvragen. Maar heel soms doet zich een gebeurtenis voor, die je dwingt tot reflectie, die je dwingt stil te staan bij het proces wat een cliënt heeft doorgemaakt. En wat dat betekent voor die cliënt, maar ook voor zijn omgeving.

Persoonlijk bedankje

Zo had ik net het laatste telefoontje gepleegd en was ik mijn jas al aan het aantrekken om op de fiets naar huis te stappen, toen ik ineens de vader van de eerder genoemde cliënt naar binnen zag komen. Hij had een pakket bij zich en natuurlijk vroeg ik mij direct af wat de reden van zijn bezoek was. Hij overhandigde vervolgens het pakket aan mij, als dank voor de goede zorgen. Het ging nu goed met zijn zoon, wat hem als ouder ook veel goed deed. Ik was ontroerd, want het bedankcadeau wat hij me gaf, betrof een zeer persoonlijk geschenk van zijn overleden vrouw, met begeleidende brief. Ik was er stil van. Het gebeurt wel eens dat cliënten je verrassen met een gebakje, een knutselwerk of tekening, maar nooit eerder kreeg ik zo’n persoonlijk cadeau. Het zijn de kersen op de taart van ons werk. Zoals hij verwoorde: ‘je kan wel zeggen dat je gewoon je werk maar doet, maar voor ons betekent het veel meer’.  En hij heeft gelijk, want dat is uiteindelijk ook de reden waarom ik voor mijn werk heb gekozen.

Betekenis van de hulp

Die avond bekeek ik het geschenk eens goed. Ik vond het ergens ook best spannend, want door het goed te bekijken, werd ik nog sterker deelgenoot van wie het gezin oorspronkelijk was. Maar ik vond het mooi en waardevol, het verhaal van de behandeling kreeg op deze manier nog meer betekenis nu ik zag om wie het ging, hoe ver het verdriet strekte na het overlijden, het gemis van alle goeds wat eens was. Het werd concreet, tastbaar. En dan is het heel prettig om te beseffen: het gaat goed met deze jongen, met dit gezin, en ik mocht daar aan bijdragen. Ik mocht getuige zijn van dit verdriet, maar ook van het geluk en het herstel. Dat vond ik heel bijzonder.

Het geschenk krijgt daarom een mooi plekje in mijn kast, om me te herinneren aan de betekenis van het werk, waar ik soms onvoldoende bij stil sta. En dat maakt me best een beetje trots

7 redenen om je kind te laten sporten

7 redenen om je kind te laten sporten

Een pleidooi voor meer beweging voor je kind

“Plan het maar op maandagmiddag, dan heeft ie toch gym”. Het is een zin die ik regelmatig hoor en die me steeds meer tegen gaat staan. Cliënten willen, begrijpelijk, hun afspraken zoveel mogelijk buiten school. Maar de praktijk dwingt ons er toe af en toe onder schooltijd een afspraak te plannen. En de reflex van veel ouders is dan om deze momenten te plannen op momenten van gymnastiek op school. In de veronderstelling dat dit het minst belangrijke vak is. In de veronderstelling dat er in de lessen zoals rekenen en taal pas écht geleerd wordt. For your information: dit klopt niet. Sterker nog, wanneer je kind moeite heeft om goed mee te komen op school, kun je hem of haar maar beter regelmatig laten sporten! Want sporten is niet alleen goed voor je gezondheid, sporten maakt je slim!

Sporten maakt slim!

Wanneer je nog niet overtuigd bent om de afspraken voortaan om de gymlessen heen te plannen, volgen hier de voordelen en effecten van sporten op een rijtje:

  1. Sporten is goed voor je humeur, doordat de aandacht wordt verschoven van zorgen naar lichamelijk bezig zijn.
  2. Door sporten produceer je dopamine, wat o.a. parkinsonklachten tegen gaat en je controle over bewegingen verbeterd. Daarnaast komt er trypofaan vrij, die helpen emoties te verwerken en grofweg dezelfde effecten hebben als antidepressiva (maar dan zonder schadelijke bijwerkingen!).
  3. Door te sporten neemt stress af, doordat de cortisolhuishouding weer op peil komt. Dit is gunstig voor doelgericht gedrag en oproepen van informatie uit je geheugen.
  4. Op de lange termijn maakt sporten het brein jonger: er komt meer grijze stof in de hersenen waardoor bijvoorbeeld de voorste gebieden (frontale cortex) beter werken. Deze gebieden heb je nodig voor doelgericht gedrag, plannen, organiseren, en andere complexe vaardigheden.
  5. Op de lange termijn maak je nieuwe hersencellen aan, waardoor je brein vitaal blijft en je geheugen goed of zelfs beter gaat werken.
  6. Door aan je conditie te werken wordt de verbinding tussen de zenuwcellen beter, waardoor informatie gemakkelijker tussen gebieden kan worden overdragen.
  7. Regelmatig sporten verbetert de executieve functies van je kinderen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er een grote verbetering te zien is in de aandacht (concentratie), het lange termijngeheugen en het werkgeheugen. Dus zéker voor kinderen die hier moeite mee hebben, is sporten aanbevolen!

Zoektocht naar de juiste sport

Dit is even een lijstje om te prikkelen, want er volgen komende tijd nog meer artikelen over dit onderwerp. Waarom ik me hier hard voor maak? Ik ben nooit zo opgegroeid met sporten. In tegenstelling tot veel van mijn toenmalige klasgenootjes op de basisschool en middelbare school, had ik geen vaste vereniging, geen tweede ‘basis’ om op terug te vallen. En dat heb ik toch wel eens gemist. Mijn sportervaringen op jonge leeftijd vielen in de categorie ‘blauwe maandagen’ en ‘proeflessen’ en bloedden vaak dood door ‘omstandigheden’. Zat ik op jazz ballet, werd ik ziek toen de uitvoering was. Zat ik op wedstrijdschaatsen, wilde mijn moeder niet naar andere ijshallen rijden toen ik verder kwam. Zat ik op street dance, stopte mijn vriendin er mee. Met andere woorden: sporten kwam niet van de grond.

Uit eigen ervaring: de voordelen

Ook in mijn volwassen leven heb ik altijd gezocht en geprobeerd. Jarenlang heb ik met wisselend succes gefitnessd, maar merendeel van de tijd moest ik mijzelf hier naartoe slepen. Anderzijds genoot ik ervan als ik resultaten boekte, vooruitgang bemerkte. Ik probeerde van alles: bodypump, zwemmen, bootcamp, zumba, fitness, spinning, hardlopen… Tot ik begon bij NatuurlijkSportief en mijn passie vond. Sindsdien ben ik om. Van 0,0 conditie na de geboorte van mijn 3e, naar hardloopwedstrijden en 4 uur sporten per week. En de voordelen die ik merk?

  • ik ben sterk, fit, heb weer conditie
  • ik ben gelukkig, heb mijn passie gevonden, kijk uit naar de trainingen, lach veel en maak lol met anderen
  • ik heb energie, slaap goed, concentreer me beter en heb geen wegtrekkers meer op mijn werk
  • ik ben alert, ondernemend, zit vol ideeën en het lukt me beter om deze ook uit te voeren

Gelukkig door bewegen

Kortom, een bewijs dat het lijstje met voordelen van sporten inderdaad klopt. En dáárom maak ik me er hard voor dat kinderen voldoende sporten en bewegen. Natuurlijk geldt dat voor mijn eigen kinderen, maar ik probeer ook anderen hier bewust van te maken. Want zoals ik ook heb ervaren: je beseft pas wat het sporten oplevert, als je het doet. Sporten maakt slim én gelukkig. Plan daarom liever afspraken om de gym-uurtjes heen, ze zijn al zo schaars.

 

 

Zwak werkgeheugen: stapjes terug!

Zwak werkgeheugen: stapjes terug!

Small steps, big results

Laatst sloot ik een behandeling af met een jongen uit de bovenbouw. Het was een wat langer traject dus ik kende hem al een poosje. Na de aanmelding waren er wat signalen voor een aandachtstekortstoornis, dus stelde ik voor om te beginnen met onderzoek. En inderdaad, in dit geval bleek er een concentratiestoornis te zijn: de jongen had ADD.

Maar dat was natuurlijk pas het begin van het traject, want na een classificatie is het probleem niet opgelost. Voor ouders was het best een schok: hun zoon, met als zijn dromerigheid en eigenaardigheden, had ineens een verklaring voor zijn grillen! Wat betekende dat voor hen als ouders? Hadden ze anders moeten handelen?

Schuldgevoelens

Het is niet zeldzaam dat ouders een schuldgevoel ontwikkelen nadat er uit een onderzoek een bepaalde conclusie of classificatie volgt: “hadden we het eerder moeten zien?”, “heb ik nu al die jaren gemopperd terwijl hij er niks aan kon doen?” zijn maar enkele voorbeelden van gedachtes die dan door het hoofd kunnen schieten. Zo ook bij deze ouders.

En dat gaat me best aan het hart: ik zie twee liefdevolle ouders die zich inzetten voor het welzijn van hun zoontje, maar soms tegen muren oplopen omdat ze merken dat hun aanpak blijkbaar niet leidt tot blijvende verbeteringen. Dat geeft frustraties en irritaties, en kan de sfeer behoorlijk teniet doen in huis.

Psycho-educatie

Om die reden stel ik dan vrijwel altijd voor om ouders (en het kind het liefst ook) voor psycho-educatie te laten komen. Dit is een duur woord voor een stukje therapie waarin wordt ingegaan op de classificatie, in dit geval ADD. Hierin wordt uitgelegd wat het hebben van zo’n stoornis inhoudt en wat het betekent voor de praktijk. Het is namelijk nog altijd zo dat meer kennis ook leidt tot meer begrip. En dat is een belangrijke eerste stap. Daarnaast ontschuldigt het ook: het legt uit waarom de dingen gaan zoals ze gaan, zonder iemand als boosdoener aan te wijzen. Dat is vaak een opluchting voor het gezin: het kind krijgt erkenning voor de dingen die hij lastig vindt, de ouders krijgen erkenning voor hun inzet en pogingen om het gedrag te veranderen, zonder al te veel succes.

Maatwerk

Natuurlijk kun je ook een goed boek lezen over ADHD (wat ik trouwens ook zeker aanraadt aan ouders die een kind hebben met een aandachtstekortstoornis), maar dat blijft toch vrij statisch. Ik hou er niet van om als het ware de feitjes en de rijtjes op te lepelen. Nee, want ouders hebben een kind die naast zijn ADHD/ADD ook nog een karakter, temperament en sociaal leven heeft. Dat betekent maatwerk. En natuurlijk herken ik bepaalde patronen die in deze gesprekken terugkomen, want aan de stoornis liggen immers dezelfde oorzaken ten grondslag.

Zwak werkgeheugen

Een van die oorzaken is een slecht werkgeheugen, waardoor vaak het opvolgen van meerdere opdrachten en het onthouden van meerdere dingen tegelijk een onmogelijke opgave wordt. Zo ook bij deze ouders met hun zoon. Gék werden ze er van, iedere keer kwamen ze laat, terwijl ze de hele ochtend achter zijn broek aan zaten en hij doodleuk een stripbroek zat te lezen met slechts één been door zijn broek omdat hij al 20 minuten lang niet aan zijn andere been was toegekomen. Onbegrijpelijk vonden ze het. Hij was toch al zo oud? Alle kinderen van die leeftijd kunnen zich toch gewoon behoorlijk aankleden, tanden poetsen, haren doen, ontbijten, en klaar maken voor school?

Automatiseren

Het werd één van de belangrijkste behandeldoelen: het automatiseren verbeteren en daarmee de zelfstandigheid bevorderen. Daarvoor is in eerste instantie begrip nodig van de situatie zoals die is, namelijk: nee, je kind kan dat niet.  En dat klinkt hard, maar is nodig om je te realiseren voordat je verder gaat. Wanneer je als ouder de verwachting blijft houden dat hij dat allang zou moeten kunnen, ga je impliciet uit van onwil. En daarmee ga je wellicht onnodig de strijd aan om iets voor elkaar te krijgen wat uiteindelijk niet lukt.

Bijstellen van verwachtingen

Dus: terug naar de basis. Wat lukt wel? En bij dit gezin was het heel veel stappen terug. Zoveel stappen, dat de ouders het bijna gênant vonden: het leek wel alsof ze een kleuter moesten begeleiden, zeiden ze me. Want ik adviseerde dat we zouden proberen het gedrag weer opnieuw in te slijten, stapje voor stapje. Uiteindelijk kwamen ze zelf met het idee om pictogrammen te gebruiken, zoals de dagritmekaarten die ze op scholen gebruikten. Daarmee konden ouders de jongen terug verwijzen: “kijk eens op de kaart, wat moet je nu doen?”.

Oplossingsvaardigheden

We besteedden veel tijd aan het versterken van oplossingsvaardigheden van de jongen, door het balletje steeds bij hem te leggen. Niet oplossen, wat wel veel sneller en efficiënter is en bovendien een hoop gedoe en irritaties scheelt, maar coachen. En dat is moeilijk, want ouders zijn geboren oplossers: “kom maar, ik doe het wel even”, “laat mij dat maar doen, dat is sneller”, vast herkenbaar voor veel ouders. En nu werd deze ouders juist gevraagd om op hun handen te zitten, op hun tong te bijten en slechts af en toe een open vraag te stellen: “wat moet je doen? Wat doe je daarna? Hoe gaat je dat lukken? Waar moet je mee beginnen? Hoe weet je of je klaar bent?” Etc.

Resultaten

Tegelijkertijd kwam de jongen voor behandeling en individuele psycho-educatie. Om te leren over zichzelf, over ADD en hoe dit slechts een onderdeel is van wie hij is. Er werd met school een plan opgesteld om hem daar ook aan zijn behoeften tegemoet te komen. Op drie fronten (individueel, ouders en school) werd gewerkt aan het ‘omgaan met’. En een tijdje terug zag ik de ouders voor de evaluatie.

Wat bleek? De jongen had het ochtendritueel volledig geautomatiseerd. Ouders hoefden niet meer te mopperen,  wat een stuk meer gezelligheid opleverde in de ochtenden. Sterker nog, de jongen had vaak nog wat tijd over om iets voor zichzelf te doen. Het teruggaan in stapjes en verwachtingen vanwege het zwakke werkgeheugen was een goede zet geweest. De verschillende stappen waren ingesleten en een gewoonte geworden, waardoor de pictogrammen allang niet meer nodig waren en zelfs het coachen veelal overbodig bleek. Ouders hadden gemerkt hoeveel het scheelde als ze vooraf situaties bespraken: ze vertelden hun zoon vooraf wat ze van hem verwachtten, en dat bleek voldoende voor hem om het daadwerkelijk te laten zien. De ouders waren perplex! Hij was zelfstandiger, had meer zelfvertrouwen en was bovendien ook socialer geworden. Met kleine aanpassingen, veel herhaling en veel geduld hadden ze veel bereikt.

Review: “zeg nee!” over executieve functies

Review: “zeg nee!” over executieve functies

Het versterken van executieve functies van baby tot volwassene

Zo, dat is een mond vol. Het gaat over vaardigheden zoals:

  • aandacht en concentratie
  • werkgeheugen
  • plannen en organiseren
  • ordenen
  • zelfbeheersing en gedragsregulatie
  • emotieregulatie
  • flexibiliteit
  • timemanagement
  • evalueren en reflecteren

De feiten

Nu eerst maar de feiten op een rijtje over dit boek:

  • Titel:  ‘Zeg nee! Gedrag in goede banen leiden door het versterken van executieve functies’
  • Auteur: Ellen Luteijn
  • Uitgever: Pica
  • Publicatiedatum: 2013
  • Aantal pagina’s: 160
  • Prijs: nu €5,99 bij Pica, voorheen €19,95

De pluspunten:

  • leest gemakkelijk weg
  • overzichtelijk en helder geschreven, per leeftijdsfase
  • voor elke leeftijd specifieke tips
  • theorie is begrijpelijk gemaakt
  • handig overzicht achterin met de executieve functies en tips verzameld
  • er zitten nieuwe en originele invalshoeken in de tips, zoals het benoemen en verwoorden bij peuters (hier ben ik groot voorstander van!) en het bij je dragen van je baby in de draagdoek of draagzak (ook hier zitten veel voordelen voor de ontwikkeling van je kindje aan!)

De minpunten:

  • veel tips missen nog een voorbeeld om het verder te verduidelijken en blijven daardoor wat vaag of algemeen
  • sommige theorie is zo sterk vereenvoudigd neergezet, dat het soms een wat vertekend beeld geeft van de werkelijkheid
  • de voorbeeld schema’s of lijstjes missen vaak ook hier meer concrete stappen om ze goed te kunnen gebruiken in de praktijk

Waar ik niet helemaal achter sta:

  • het boek adviseert gebruik te maken van time-outs, om je kind zelf rustig te laten worden. Uit onderzoek en uit eigen ervaringen blijkt echter steeds meer dat dit geen wenselijke interventie is (hierover later meer!)
  • het boek gaat er van uit dat training helpt. Ik geloof dat training inderdaad kan helpen bepaalde vaardigheden te versterken, zoláng er wordt getraind: wanneer een kind hiermee stopt, valt deze weer terug naar het oude niveau. Ik geloof dan ook niet dat een kind die zwak scoort op één of meer executieve functies door training, goed zal gaan scoren.

Eerste indruk

‘Zeg nee!’ leest gemakkelijk weg. Het is een dun en overzichtelijk boekje. Als je het openslaat zie je de accentkleur groen, waarin bijvoorbeeld de tabellen, overzichtjes en illustraties zijn getekend, wat fris oogt. De schrijfstijl is gemakkelijk te volgen, zonder onnodige vaktermen. Via de inhoud vind je snel de informatie die je nodig hebt.

Opbouw van het boek

Het boek is opgebouwd in twee delen: het eerste (korte) deel geeft een hele bondige en eenvoudige uitleg over executieve functies. Hierin wordt duidelijk gemaakt wat dat precies zijn. Eenvoudig gezegd zijn dit vaardigheden die iedereen in meer of mindere mate heeft en gebruikt bij het aansturen van zijn gedrag. Dit geldt zowel voor schoolse taken of je werk, als voor goed functioneren in sociaal opzicht.

De uitleg en theorie in het boekje is denk ik expres heel simpel gehouden. Uiteindelijk gaat het namelijk over complexe hersenfuncties, die niet zo 1 2 3 uit te leggen zijn. Het boek doet een goede poging het toch begrijpelijk te maken, onder andere aan de hand van fictieve casussen. Dit roept soms echter ook meer vragen op naar verdere uitleg.

versterken van executief functioneren bij kinderen

Het tweede deel van het boek betreft het praktische gedeelte: hierin wordt per hoofdstuk een leeftijdsfase behandeld waarin wordt genoemd hoe je als ouder je kind kunt helpen de executieve functies te verbeteren. De fases die aan bod komen zijn: baby, peuter, schoolkind, puber en jongvolwassene. Het hoofdstuk van de jongvolwassene is aan de jongvolwassene zelf geschreven, de rest van de hoofdstukken aan de ouders. De tips van de jongvolwassene bleven voor mijn gevoel erg algemeen, waar die in de basisschoolleeftijd meer aandacht kregen.

Zelftests en checklists

Elk hoofdstuk eindigt met een kleine zelftest, die vooral checkt in hoeverre je al op de goede weg bent in het stimuleren van de executieve functies bij je kind. Dit is een leuke afwisseling van de teksten en geeft ook suggesties om mee aan de slag te gaan.

Wat ik niet helemaal kan plaatsen, is de titel van het boek. De auteur legt uit dat het nee zeggen belangrijk is om als kind niet onbegrensd op te groeien en daardoor een gebrek aan zelfsturend gedrag te ontwikkelen. Maar de tips die zij vervolgens aandraagt, zijn breder dan het leren ‘nee zeggen tegen jezelf’. Ik vind de titel daarom enigszins misleidend en beperkend voor de inhoud van het boek.

Vertaalslag naar de praktijk

Toen ik het boek las, dacht ik regelmatig: dat is iets om zelf ook eens op te letten. Het is afgestemd op de wereld van nu, dus besteedt ook aandacht aan bijvoorbeeld telefoon- en tabletgebruik van ons als ouders. De tips die aan het eind van elk hoofdstuk worden opgesomd, kan ik met mijn kennis wel vertalen naar de praktijk. Maar ik denk dat het voor veel ouders nog zoeken is hóé ze dan precies kunnen worden toegepast. In het boek ‘Slim maar…‘ wordt dit naar mijn idee met meer concrete uitleg gedaan. Als ik het boek in onze praktijk zou gebruiken, zou ik de tips dus toelichten met voorbeelden.

Conclusie

Kortom, een handig en overzichtelijk boekje, waar je snel per leeftijdscategorie beknopte informatie vindt over de verschillende executieve vaardigheden van je kind en hoe je deze kunt stimuleren. Het vraagt wel om een vertaalslag om de tips ook echt toe te kunnen passen in de praktijk. Wanneer je al verder bent ingelezen in de theorie van executieve functies, lukt dit misschien beter. Voor de huidige prijs is het echter een prettig boekje om erbij te hebben. Op de website kun je bovendien handige planners en lijstjes downloaden voor eigen gebruik.