Archief van
Tag: cognitie

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Een veelgebruikte methode

Wat is aangeleerd, kan ook weer worden afgeleerd. Dat is waar de cognitieve gedragstherapie (CGT) van uitgaat. Dat kan heel handig zijn in de opvoeding en is bovendien in veel gevallen nog effectief ook. CGT is tegenwoordig bijna de basis in therapieland. Er wordt ontzettend veel onderzoek naar gedaan en het is vaak de meest aanbevolen behandelmethode.

Effectief en aanbevolen

Er zijn inderdaad veel situaties waarin ik ook werk met CGT. Maar, meteen een kanttekening, ik maak bewust gebruik van meerdere behandelmethodes, omdat ik zo goed mogelijk wil aansluiten bij (de hulpvraag van) de cliënt. Dat neemt niet weg dat over cognitieve gedragstherapie ook best een aardig woordje mag worden gezegd.

Aanleren en afleren

Wat is aangeleerd, kan dus ook worden afgeleerd. Daarbij kun je denken aan gedrag (wat je doet), maar ook aan gedachten (cognities; wat je denkt). Door dit te veranderen, verandert ook je gevoel. Om dit te bereiken wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van huiswerkopdrachten, experimentjes, kijkopdrachten (observaties) of telopdrachten (registraties).

De drie G’s

CGT gaat dus uit van de driehoeksrelatie tussen gedachtes, gevoelens en gedrag (de drie G’s). Omdat je gevoel niet kunt veranderen (je kunt immers niet ineens stoppen met boos zijn en direct vrolijk zijn), wordt er vanuit gegaan dat je je gevoel alleen kunt beïnvloeden door anders te leren denken (cognitieve therapie) en anders te doen (gedragstherapie).

Gedragsverandering

Omdat ouders de meest invloedrijke personen zijn in het leven van hun kinderen, kunnen zij het beste helpen het gedrag van hun kind te veranderen. Je wordt dan een soort coach: door bijvoorbeeld zelf het goede voorbeeld te geven, kan je kind gedrag van je overnemen. Dit wordt modeling genoemd. Als ouder wil je natuurlijk dat je kind uiteindelijk steeds zelfstandiger wordt, maar dit kan alleen met een beetje hulp. Als ouder ben je heel belangrijk voor je kind: daar kun je handig gebruik van maken om je kind te helpen ongewenst gedrag af te leren of goed gedrag aan te leren.

CGT in de opvoeding

Binnen de opvoeding gebruik je als ouders waarschijnlijk zonder het te weten al heel veel principes uit de CGT, zoals belonen (complimentjes geven), negeren van gedrag of een time-out toepassen (dit laatste raadt ik trouwens niet direct aan, waarover later meer). Er zijn tientallen mogelijkheden om op die manier het gedrag van je kind te veranderen, als het maar goed wordt toegepast. Goede uitleg over de werking van principes en goede coaching tijdens de uitvoering ervan is daarom heel belangrijk.

Opvoedingsstrategieën

Voorbeelden van effectieve opvoedingsstrategieën die je kunt leren toepassen, zijn de volgende:

  • je kind stimuleren door hem aan te moedigen
  • effectief grenzen stellen
  • samen een probleem oplossen
  • zicht en toezicht houden
  • positief betrokken zijn bij je kind

Daarnaast zijn er ook tal van ondersteunende opvoedingsstrategieën die kunnen worden versterkt, zoals:

  • duidelijk instructies geven
  • bijhouden van gedrag
  • emotieregulatie (emoties in goede banen kunnen leiden)
  • actieve communicatie

Andere aanpak

Deze worden in heel veel boeken, cursussen en trainingen van tegenwoordig verwerkt, die allemaal gestoeld zijn op de cognitieve gedragstherapie. Voor veel ouders en kinderen kunnen dit handige tips en trucs zijn om in de praktijk te proberen. Voor andere gezinnen is soms echter een andere aanpak nodig.


Bronnen:

Cladder, J.M.; Nijhoff-Huysse; M.W.D.; Mulder, G.A.L.A. (2009). Cognitieve gedragstherapie met kinderen en jeugdigen. Probleemgericht en oplossingsgericht. Amsterdam: Pearson.

Kenniscentrum PMTO Nederland (PI Research).

Prins, P.J.M.; Bosch, J.D.; Braet, C. (2011). Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Waarom intelligentie meten?

Er zijn best wat cliënten die terughoudend reageren op een voorstel tot intelligentie-onderzoek. Ik snap de gereserveerdheid wel. Intelligentie-onderzoek valt voor mijn gevoel een beetje in het cliché “onbekend maakt onbemind”. Vrijwel iedereen snapt dat er na zo’n test een cijfer uit komt als resultaat. Maar dat is slechts één kant van het onderzoek. Het meet ook zoveel meer!

We gebruiken in de praktijk de WISC-III (van 6-16 jaar), de WAIS-IV-NL (voor volwassenen, vanaf 17 jaar) en de WPPSI-III (van 2;6 tot 6 jaar). Dit zijn uitgebreide onderzoeksmiddelen die heel breed meten. En natuurlijk ben je dan nieuwsgierig hoe dat er aan toe gaat, of je er goed aan doet om überhaupt een onderzoek te laten doen en wat er dan uiteindelijk in zo’n verslag staat.

Wanneer doe je een IQ-test?

Een intelligentie-onderzoek adviseer ik nooit zomaar. Wat zijn bijvoorbeeld redenen om tot IQ-onderzoek over te gaan?

  • vragen of het onderwijsaanbod wel goed aansluit bij wat dit kind kan
  • vermoedens van hoogbegaafdheid, onderpresteren en gebrek aan uitdaging
  • vermoedens van lagere intelligentie
  • vermoedens van grote verschillen in het intelligentieprofiel
  • problemen in de werkhouding, werkuitvoering en het aan slag gaan met taken
  • concentratieproblemen, aandachtsproblemen
  • uitzoeken welke leerstrategieën het kind gebruikt, wat werkt en waarin nog mogelijkheden liggen voor begeleiding door de leerkracht, ouders, etc.
  • observeren van sociaal-emotionele stukjes van het functioneren, zoals faalangst, perfectionisme, onzekerheid, behoefte aan bevestiging, omgaan met complimenten, etc.
  • analyse op subtestniveau, dus een sterkte-zwakte profiel maken van de verschillende cognitieve vaardigheden van dit kind en wat dat betekent voor de praktijk
  • en andere vragen die op maat bekeken kunnen worden

Werkhouding

Feit blijft dat er inderdaad cijfers komen naar aanleiding van het onderzoek. Maar deze worden nooit zomaar gegeven zonder verdere uitleg. Er wordt altijd bekeken hoe dit kind, in deze situatie, tot deze resultaten komt. De prestaties bedden we in, binnen het totaalbeeld van dit kind: de huidige situatie, de klachten, de werkhouding.

Faalangst

Maar ook zaken die op dat moment spelen. Zo vraag ik altijd hoe het kind heeft geslapen, ben ik alert op hoe het kind er zit. Kinderen die erg faalangstig zijn of het heel spannend vinden om te komen, laat ik vaak al een keertje eerder kennismaken. En ik vraag ze bijvoorbeeld om een spelletje, knuffel of iets anders vertrouwds mee te nemen. Als het nodig is, beginnen we dan eerst met een spelletje.

Stress en spanning

Want ik ben van mening dat beginnen met het onderzoek terwijl een kind een te hoog stress-niveau heeft, een slecht plan is. Het geeft een onbetrouwbaar beeld. Daarom stel ik mezelf als voorwaarde om een kind eerst voldoende op zijn gemak te krijgen. Hoeveel tijd en energie dit kost, verschilt per kind.

Vervolgstap na intelligentie onderzoek

En als dan het onderzoek is geweest, wat is dan de vervolgstap? Want de uitkomst is interessant, maar pas nuttig als er ook iets mee gedaan wordt. Daarin zijn verschillende wegen om te bewandelen. Ik noem er een paar:

  • een gesprek met de school en ouders om te bespreken hoe dit kind zo goed mogelijk begeleid kan worden op school
  • psycho-educatie aan ouders, om meer uitleg te geven wat er precies aan de hand is, eventueel aangevuld met het bespreken van praktijkvoorbeelden
  • opstarten van behandeling voor het kind, bijvoorbeeld voor het versterken van het zelfbeeld, het wegnemen van de faalangst of het trainen van zelfsturend gedrag (executieve functies)
  • sowieso krijgen ouders een volledig verslag mee, waarin een totaalbeeld wordt geschetst en adviezen worden gegeven, afgestemd op hun specifieke situatie. Deze kunnen een tijd worden toegepast en daarna geëvalueerd om verder te verscherpen.

Mocht je zelf aan het overwegen zijn om onderzoek te laten doen, mag je natuurlijk altijd vrijblijvend contact opnemen!