Archief van
Tag: cgt

Ervaringsgerichte therapie

Ervaringsgerichte therapie

Effect waar het moet

Zes keer per jaar heb ik een 4 uur lang supervisie over de behandelmethode symbooldrama. Na 3 jaar intensieve opleiding, waarin ook een groot deel leertherapie en supervisie zat, lukt het nog steeds om na elke supervisiedag weer met nieuwe kennis en vooral nieuw enthousiasme naar huis te gaan. Het werken met beelden, het lichaamsgerichte en het inzetten van de zintuigen is zo´n ontzettend krachtig middel!

Wietplant in de woonkamer

En voordat je afhaakt omdat je verwacht dat dit één of andere muffe toestand is: dat valt wel mee. Mijn supervisor, een Duits-Nederlandse vrouw van ruim in de 80, heeft een heuse wietplant in haar woonkamer staan en haar kleinzoon een zaadje van eigen teelt cadeau gedaan. Grinnikend vertelt ze over de raakvlakken tussen de groei van deze geestverruimende plant en de behandeling via symbooldrama.

Ervaringsgerichte therapie

De laatste tijd verdiep ik me meer en meer in therapievormen en behandelmethodes die niet talig zijn, maar zich richten op het ervaren. Ik ontkom er vrees ik niet aan om wat taaie stof uit te leggen, maar het is zo´n fascinerend iets, dat ik me er toch aan ga wagen. En trouwens, het brein is booming, tenslotte. Wist je dat de meeste therapievormen in GGZ land talig zijn, en proberen je denken en je gedrag te veranderen?

Limbisch systeem

Prima doel natuurlijk, maar deze methodes doen allemaal een beroep op je prefrontale cortex. In gewoon Nederlands: dat is het meest ontwikkelde stuk van je hersenen, aan de voorkant van je brein. Héél lang geleden hadden wij, net als reptielen en amfibieën, een heel basaal brein. Die regelde je ademhaling, hartslag, bloeddruk, je honger en dorstgevoel, angst en gevaar, je slaap, etc. Dit is je limbisch systeem, het ´oudste´ gedeelte van je hersenen, waarin ook al je primaire emoties zitten.

Executieve functies

Door de duizenden jaren heen is dat geëvolueerd door het slimme brein van nu, waarin we heel veel meer vaardigheden hebben, zoals de executieve functies (nog zo´n populaire term). Het is, in simpele taal, het stuk waarin alle meer abstracte en complexe vaardigheden zitten zoals de taal, plannen, organiseren, doelen stellen, jezelf inhouden, etc. Alle vaardigheden waarin logisch nadenken nodig zijn.

Cognitieve gedragstherapie

En precies op dit gedeelte richten de meeste therapievormen zich. Maar omdat dit de buitenkant van onze hersenen zijn (hersenschors), is dat een grote omweg om uiteindelijk bij ons gevoel te komen (in dat limbisch systeem dus). Het is zelfs maar de vraag of dit überhaupt lukt. Regelmatig moeten behandelaars toch vaststellen dat cognitieve gedragstherapie (CGT) niet werkt. Dat is dus niet vreemd, als je bedenkt dat ook met CGT wordt ingezet op de prefrontale cortex (denken over, praten over…), terwijl het voelen en ervaren wordt overgeslagen.

Lichaamsgericht

Wat werkt dan wel? Zonder heel zweverig te zijn: via het lichaam bereik je vaak meer. Wat ik daarmee bedoel, is dat je bijvoorbeeld bij bewegen of door je zintuigen te gebruiken, allerlei hersengebieden actief maken, die ervoor zorgen dat de aandacht niet meer naar de prefrontale cortex gaat. Daardoor stop je bijvoorbeeld direct met piekeren, of richt je je aandacht op wat je in je lijf merkt, waardoor je hartslag weer kan stabiliseren.

Eerst zelf ervaren

Om die reden ben ik natuurlijk ook beweging als behandeling gaan inzetten. Maar er leiden meer wegen naar Rome. Want ook EMDR, Symbooldrama en lichaamsgericht werken zijn technieken die direct inzetten op het limbisch systeem, en daardoor vaak veel sneller effect hebben. En er is nog veel meer te leren. Over hartcoherentie bijvoorbeeld, en ademhalingstechnieken. En zoals bij veel dingen in het leven en mijn werkveld wil ik dat eerst zelf hebben ervaren. Ik kan pas achter een behandelmethode staan, als ik er zelf ook in geloof en er zelf ervaring mee heb.

Wietplant en LSD

Je vraagt je nu misschien af wat die wietplant van mijn supervisor hier nou mee te maken heeft? Symbooldrama werkt met beelden. De naam ´symbooldrama´ is eigenlijk slecht gekozen, het doet me eerder denken aan een soort mime spelende toneelspelers. Dagdroomtherapie past beter, hoewel dat ook wat vrijblijvend klinkt. Deze methode is ontstaan nadat er is geëxperimenteerd met LSD bij getraumatiseerde mensen. De LSD hielp om een drempel over te gaan om toch bij trauma´s te komen, die soms diep weggestopt waren.

Geestverruimend

Inmiddels wordt LSD natuurlijk niet meer gebruikt, maar is er tegelijkertijd steeds meer onderzoek (opnieuw) naar het gebruik van medicinale drugs bij o.a. trauma en depressie. Symbooldrama is, zo concludeer ik steeds weer, toch een hele moderne en doeltreffende manier van therapie geven bij zoveel verschillende problemen. En misschien is de wiet dan niet eens nodig om tot geestverruimende ervaringen te komen.

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Een veelgebruikte methode

Wat is aangeleerd, kan ook weer worden afgeleerd. Dat is waar de cognitieve gedragstherapie (CGT) van uitgaat. Dat kan heel handig zijn in de opvoeding en is bovendien in veel gevallen nog effectief ook. CGT is tegenwoordig bijna de basis in therapieland. Er wordt ontzettend veel onderzoek naar gedaan en het is vaak de meest aanbevolen behandelmethode.

Effectief en aanbevolen

Er zijn inderdaad veel situaties waarin ik ook werk met CGT. Maar, meteen een kanttekening, ik maak bewust gebruik van meerdere behandelmethodes, omdat ik zo goed mogelijk wil aansluiten bij (de hulpvraag van) de cliënt. Dat neemt niet weg dat over cognitieve gedragstherapie ook best een aardig woordje mag worden gezegd.

Aanleren en afleren

Wat is aangeleerd, kan dus ook worden afgeleerd. Daarbij kun je denken aan gedrag (wat je doet), maar ook aan gedachten (cognities; wat je denkt). Door dit te veranderen, verandert ook je gevoel. Om dit te bereiken wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van huiswerkopdrachten, experimentjes, kijkopdrachten (observaties) of telopdrachten (registraties).

De drie G’s

CGT gaat dus uit van de driehoeksrelatie tussen gedachtes, gevoelens en gedrag (de drie G’s). Omdat je gevoel niet kunt veranderen (je kunt immers niet ineens stoppen met boos zijn en direct vrolijk zijn), wordt er vanuit gegaan dat je je gevoel alleen kunt beïnvloeden door anders te leren denken (cognitieve therapie) en anders te doen (gedragstherapie).

Gedragsverandering

Omdat ouders de meest invloedrijke personen zijn in het leven van hun kinderen, kunnen zij het beste helpen het gedrag van hun kind te veranderen. Je wordt dan een soort coach: door bijvoorbeeld zelf het goede voorbeeld te geven, kan je kind gedrag van je overnemen. Dit wordt modeling genoemd. Als ouder wil je natuurlijk dat je kind uiteindelijk steeds zelfstandiger wordt, maar dit kan alleen met een beetje hulp. Als ouder ben je heel belangrijk voor je kind: daar kun je handig gebruik van maken om je kind te helpen ongewenst gedrag af te leren of goed gedrag aan te leren.

CGT in de opvoeding

Binnen de opvoeding gebruik je als ouders waarschijnlijk zonder het te weten al heel veel principes uit de CGT, zoals belonen (complimentjes geven), negeren van gedrag of een time-out toepassen (dit laatste raadt ik trouwens niet direct aan, waarover later meer). Er zijn tientallen mogelijkheden om op die manier het gedrag van je kind te veranderen, als het maar goed wordt toegepast. Goede uitleg over de werking van principes en goede coaching tijdens de uitvoering ervan is daarom heel belangrijk.

Opvoedingsstrategieën

Voorbeelden van effectieve opvoedingsstrategieën die je kunt leren toepassen, zijn de volgende:

  • je kind stimuleren door hem aan te moedigen
  • effectief grenzen stellen
  • samen een probleem oplossen
  • zicht en toezicht houden
  • positief betrokken zijn bij je kind

Daarnaast zijn er ook tal van ondersteunende opvoedingsstrategieën die kunnen worden versterkt, zoals:

  • duidelijk instructies geven
  • bijhouden van gedrag
  • emotieregulatie (emoties in goede banen kunnen leiden)
  • actieve communicatie

Andere aanpak

Deze worden in heel veel boeken, cursussen en trainingen van tegenwoordig verwerkt, die allemaal gestoeld zijn op de cognitieve gedragstherapie. Voor veel ouders en kinderen kunnen dit handige tips en trucs zijn om in de praktijk te proberen. Voor andere gezinnen is soms echter een andere aanpak nodig.


Bronnen:

Cladder, J.M.; Nijhoff-Huysse; M.W.D.; Mulder, G.A.L.A. (2009). Cognitieve gedragstherapie met kinderen en jeugdigen. Probleemgericht en oplossingsgericht. Amsterdam: Pearson.

Kenniscentrum PMTO Nederland (PI Research).

Prins, P.J.M.; Bosch, J.D.; Braet, C. (2011). Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Review: “Uit de greep van OCD” over dwangstoornis”

Review: “Uit de greep van OCD” over dwangstoornis”

Behandelen van dwang met CGT

“Eerlijk is eerlijk, ik moest best wel mijn best doen om door het boek heen te komen. Ik had soms moeite om mijn aandacht erbij te houden en dat had verschillende redenen. Toch ben ik niet negatief over het boek, maar ik heb wel een aantal plussen en minnen die ik graag met je deel.”

Wat is OCD?

OCD is weer zo’n afkorting die voor nodige fronsen kan zorgen. Het is de afkorting voor ‘obsessive compulsive disorder’ of ‘obsessief compulsieve stoornis’ in het Nederlands (OCS dus). Het is een dwangstoornis waarbij je last hebt van dwanghandelingen en/of dwanggedachtes die je maar niet kunt laten. Een voorbeeld van een dwanghandeling is bijvoorbeeld obsessief handen wassen, een dwanggedachte is dan bijvoorbeeld de gedachte dat er anders misschien iets ergs gebeurd.

OCS is in feite een angststoornis, maar dan wel een zeer specifieke en eentje die vaak net een andere aanpak vraagt dan een ‘normale’ angststoornis.

De feiten

Eerst maar even de feiten:

  • Titel:  ‘Uit de greep van OCD. Handboek voor jongeren en hun omgeving’
  • Auteur: Dr. Jo Derisley, Isobel Heyman, Sarah Robinson en Cynthia Turner
  • Uitgever: Pica
  • Publicatiedatum: 2009
  • Aantal pagina’s: 212
  • Prijs: nu €3,75 bij Pica, normaal €12,50

Algemeen

Het boek noemt zichzelf een ‘handboek’ wat doet vermoeden dat het allesomvattend is in de mogelijke behandelingsmogelijkheden voor dit soort klachten. Dat is echter niet zo: het werpt licht op één behandelstrategie, namelijk die van cognitieve gedragstherapie (CGT). Voor de gemiddelde ouder is dit boekje niet zo interessant, omdat het zeer specifiek ingaat op OCD, wat slechts (gelukkig) bij weinig kinderen en jongeren voorkomt. Het is geschreven voor de jongere zelf, maar ook ouders kunnen er mee uit de voeten. Wanneer je kind mildere angst- of dwangklachten heeft, adviseer ik in eerste instantie andere literatuur.

 

De pluspunten:

  • Wat ik heel sterk vind, is dat ouders op bijna vanzelfsprekende wijze intensief worden betrokken om OCD te lijf te gaan. OCD heeft een grote lijdensdruk: als je er last van hebt, is het heel erg belemmerend voor je functioneren en je kan er behoorlijk verdrietig van worden. Steun van ouders is daarom naar mijn mening zeer waardevol en eigenlijk noodzakelijk. Het boek gaat daar ook van uit.
  • Er zit een heldere opbouw in het boek met psycho-educatie en stapsgewijze aanpak van het probleem.
  • De illustraties zijn vaak verhelderend en illustratief, met soms diagrammen of lijstjes om de stof meer inzichtelijk te maken.
  • Er zijn gratis downloads beschikbaar bij het boek om de oefeningen in de praktijk te brengen.

ocd ocs dwang cgt

De minpunten:

  • Lay out en gebruiksgemak van het boek vallen een beetje tegen en doen wat oudbollig aan.
  • Taalgebruik is wat formeel, soms wat wollig en met redelijk veel herhaling.
  • De formuleringen bij de werkbladen zijn soms moeilijk verwoord.
  • Er wordt een poging gedaan om oplossingsgerichte elementen in het boek te verwerken maar deze worden helaas niet concreet genoeg gemaakt.
  • Sommige genoemde voorbeelden zijn niet zo handig gekozen waardoor de geloofwaardigheid van de tekst minder wordt.

 

Waar ik niet helemaal achter sta:

  • Er wordt gezworen bij cognitieve gedragstherapie (CGT) als hét middel in de therapie voor OCD. Het wordt zelfs zó stellig neergezet, dat alle andere therapievormen per definitie ineffectief zijn. Ik ben het hier niet mee eens. Ik heb meerdere malen cliënten met OCD behandeld, waarvan een aantal expliciet niet met CGT vanwege uiteenlopende argumenten. Ik blijf erbij dat per cliënt moet worden bekeken welke therapievorm aansluit, in plaats van een therapievorm op te leggen aan een cliënt.
  • Er wordt in mijn ogen voorbij gegaan aan de oorzaak van OCD. Er wordt stilgestaan bij de klachten en symptomen en de bestrijding hiervan, maar niet waarom het ooit is begonnen. Niet zelden is er een oorzaak te vinden die aan de bron van deze problematiek ligt, die na behandeling ook zorgt voor het verdwijnen van de OCD-klachten. Hieraan voorbijgaan is in mijn ogen symptoombestrijding: wanneer de ene dwanghandeling is aangepakt, zal er een andere opduiken.
  • Er wordt in het boek veel aandacht besteed aan de dwanghandelingen. Bovendien wordt er vanuit gegaan dat er aan elke handeling een gedachte gekoppeld zit. Dit is echter iets wat in de praktijk één van de lastigste zaken is om te behandelen, juist omdat er vaak sprake is van een handeling zonder duidelijke gedachtes daarbij. Cliënten spreken vaak van: ‘het moet gewoon’, ‘ik kan het niet laten’. Het is een gevoel van ongemak, oncomfortabel, maar niet per se te vertalen in een bijbehorende dwanggedachte. Dat maakt de bestrijding via CGT daarom vaak extra lastig.

 

Eerste indruk

Het boek heeft een frisse buitenkant met vrolijke opdruk. Helaas vind ik het minder prettig in gebruik (ik ben nogal een boeken nerd), omdat het papier niet zo prettig aanvoelt en het boek niet open blijft liggen maar steeds dichtvalt als je hem loslaat. De bladzijden zijn van wat dikker, ruw ongebleekt papier en de uitstraling is wat ouderwets. Dit verhoogt bij mij altijd de drempel om hem er later weer bij te pakken.

Het taalgebruik is wat formeel en soms met naar mijn smaak iets teveel vaktermen. Deze worden overigens wel goed uitgelegd maar kan vlotter, zeker bij de oefeningen. Ook valt op dat er redelijk uitgebreid wordt geschreven over verschillende zaken en veel herhaling in het boek zit.

 

Opbouw van het boek

‘Uit de greep van OCD’ is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel beslaat vijf hoofdstukken en is een stuk psycho-educatie over de stoornis. Het gaat over wat de stoornis inhoudt en op welke manieren er aan gewerkt wordt om er vanaf te komen. Het tweede deel is het praktische gedeelte waarin je actief aan de slag gaat met het bestrijden van je dwangstoornis. Dit deel beslaat 10 hoofdstukken. Het derde deel beslaat twee hoofdstukken en gaat over de samenwerking met anderen uit de omgeving: het gezin, school, etc.

Elk hoofdstuk is vervolgens opgedeeld uit twee delen, waarvan het eerste stuk is geschreven voor de jongere en het tweede stuk voor de ouders. Op deze manier blijven ouders betrokken in de bestrijding van de dwangstoornis.

In elk hoofdstuk wordt met afbeeldingen van een muis in de marges aangegeven wanneer er materialen van de website zijn te downloaden. Soms zijn er grijze info-blokjes met extra uitleg of een casus en elk hoofdstuk eindigt met een samenvatting van het voorgaande. De opbouw binnen een hoofdstuk vind ik echter niet altijd voor de hand liggend en soms wat dubbelop.

ocd ocs dwang cgt

Vertaalslag naar de praktijk

De reden waarom ik dit boekje in de praktijk zou gebruiken, zijn de handige werkbladen en de volgorde in het aanpakken van de problematiek. De werkbladen zijn gratis te downloaden en kunnen voor mij handig zijn om erbij te pakken in de therapie. Ik vind dat de theorie over de stoornis zelf echter te eenzijdig is, en daarom zou ik het niet als literatuur adviseren aan mijn cliënten. Er zitten wat onnauwkeurigheden in het boek waar ik op afknap. Zo zijn de cijfers bij de angstladder voor mijn gevoel verkeerdom (een 10 voor de minst spanningsvolle handeling en een 1 voor de meeste spanning bijvoorbeeld) en negatief verwoorden van doelen (‘geen boeken durven aanraken’ waar het doel ‘boeken aanraken’ zou moeten zijn). Er wordt een voorbeeld gegeven om duidelijk te maken dat spanning zakt naarmate je dingen vaker doet. Het voorbeeld gaat echter over bungeejumpen: dit is niet zo’n handig voorbeeld omdat bungeejumpen een tegennatuurlijke prestatie is die per definitie een zekere mate van angst met zich meebrengt. Om er dan vanuit te gaan dat na 40x bungeejumpen geen angst meer zal zijn, doet daarom afbreuk aan de geloofwaardigheid voor deze uitleg en onderbouwing.

 

Conclusie

Al met al ben ik minder positief over het boek merk ik. Hoewel het zeker voordelen geeft in het praktisch behandelen en bestrijden van dwangklachten, zal ik daarnaast altijd andere middelen gebruiken. Ik werk, als ik kies voor cognitieve gedragstherapie, vaak voor bedwing je dwang, die vergelijkbare oefeningen kent. Het boekje is daar wel een mooie aanvulling op en werkt soms wat verdiepend. Ik merk echter dat de tunnelvisie van ‘CGT voor alles’ mij tegen de borst stuit en ik extra wil bepleiten om niet alleen de klachten te behandelen, maar ook na te denken over de oorzaak. En misschien is dan een andere insteek voor behandeling wel meer voor de hand liggend.