Archief van
Tag: buiten spelen

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

De Vraag van Vrijdag!

Ja, je hebt hem inmiddels misschien wel voorbij zien komen: de vraag van vrijdag. Ontstaan door verschillende ideeën. Zo wilde ik wat meer interactie op de Facebookpagina én ook graag van jullie horen wat bij jullie speelt. Zo heb ik ook meteen meer input voor toekomstige blogs, want ik vind het belangrijk en leuk om bij jullie aan te sluiten. Ook was ik geïnspireerd door één van mijn dagboekjes: elke dag een vraag voor moeders van Pauline Oud.

Invulboeken

Nu ben ik sowieso fan van haar hele serie invulboeken, en sinds een paar jaar bestaat er ook een 5 jaren dagboek variant van. Met elke dag een vraag, gerelateerd aan ouderschap of opvoeden. Erg leuk, en het prikkelt om over de verschillende onderwerpen na te denken. Met die combinatie bedacht ik de Vraag van Vrijdag. Elke week een spontane vraag om een onderwerp even op de kaart te zetten. Of laagdrempelig te filosoferen over verschillende zaken.

Waar speelt je kind vooral mee?

De eerste vraag ging over speelgoed. De Vraag van Vrijdag ontstond ook op die vrijdag, toen ik met vriendinnen een gesprekje voerde over dit onderwerp. Dat werd dus de eerste vraag van vrijdag. En wat leuk, al die verschillende antwoorden. Met direct hier en daar wat twijfelachtige opmerkingen: ‘is dat wel speelgoed?’. Leuk. Dit vraagt dus om wat meer uitwerking.

Universele spelontwikkeling

Ik vind de spelontwikkeling van kinderen een fascinerende ontwikkeling. Overal ter wereld spelen kinderen. Als er geen speelgoed tot hun beschikking is, wordt er gebruikt wat er maar voorhanden is: takjes, zand, water, steentjes, afval… Het is bijzonder om te zien hoe alle kinderen ter wereld een soortgelijke ontwikkeling doormaken op dit gebied, los van de hele cultuur. Natuurlijk zijn er culturele invloeden, maar er is wel een zekere basis, een soort oerinstinct die ons drijft om die essentiële vaardigheden op te doen via spel.

Voorbereiding op de toekomst

Want dat is het. Spelen van kinderen is broodnodig om zich te ontwikkelen. In spel worden vrijwel álle vaardigheden die nodig zijn om goed te functioneren geoefend en aangescherpt. Daarin zijn vormen van spel die meer of minder de voorkeur hebben, al naargelang de unieke ontwikkelingsbehoeften van je kind.

Spelcomputers

Zo is er de hele discussie over beeldschermen. Over computerspelletjes. Is dat speelgoed? Ja, het is speelgoed, in die zin dat het bedoeld is om ermee te spelen, je mee te vermaken, toegespitst op de interesses van kinderen. Is het ook goed voor je? Dat is een andere discussie. Met sommige computerspellen train je je werkgeheugen of oefen je rekenvaardigheden. Tegelijkertijd zit je kind heel stil en dat is ongezond, om niet te zeggen onnatuurlijk bij de beweegbehoefte van kinderen.

Buitenspeelgoed

Is buitenspeelgoed ook speelgoed? Natuurlijk. Het stimuleert het bewegen, de fijne en grove motoriek en wellicht ook samenspel. Maar het doet minder een beroep op de creatieve kant. Daar leent knutselspeelgoed zich weer voor. Of tekenmateriaal. Of klei. En met die laatste val je weer in de categorie van het sensopatisch spel. Daar hoort bijvoorbeeld ook vingerverf, spelen met zand, water, brooddeeg of scheerschuim bij. Hiermee geeft je belangrijke zintuiglijke ervaringen die nodig zijn voor een goed zelfgevoel, voor het leren gebruiken van je lijf en aanvoelen van lichamelijke sensaties.

Wat is speelgoed?

In feite kan al het materiaal als speelgoed gezien worden. Toen wij moesten verhuizen, moest ik kiezen wat we meenamen en wat er in de opslag moest. Er was simpelweg niet genoeg plek voor al het materiaal. Ik koos voor klein materiaal (vanwege de ruimte), voor fantasiemateriaal (playmobil, poppen) en constructief speelgoed (lego, kapla). En wat teken- en knutselmateriaal. Feit is, mijn kinderen spelen hier maar weinig mee. Waar spelen ze mee? Wat doen ze de hele dag? Zodra ze wakker zijn hoor ik eigenlijk: ‘en toen was jij de vader, en ik was het kindje, en we gingen op vakantie, en…’.

Rollenspellen

Rollenspellen. Een hele belangrijke ontwikkeling binnen de fantasieontwikkeling, die bijvoorbeeld heel erg hard nodig is voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden, sociaal inzicht en empathie. Hierin oefenen ze hun ‘rollen’, wat ze straks, in het latere leven willen doen en kunnen. En tegelijkertijd biedt het een uitlaatklep voor de verwerking van alledag. Niet zelden hoor je jezelf terug in wat je kind zegt als het de rol van vader of moeder heeft aangenomen.

Doen alsof spel

Signe is nog niet zover. Zij zit al wel met haar eerste stapjes in de fantasieontwikkeling, die begint met doen alsof spel. Dus gaat ze ‘schoonmaken’, ‘vegen’, haren kammen en alles wat ze anderen maar ziet doen. Ze doet werkelijk alles na, tot soms grote schrik of ergernis van ons. Zo moest ik vanmorgen ook de nagellak uit haar handen trekken, want ze was op de stoel geklommen die ze naar de kast had geschoven om zelf haar nagels te gaan lakken.

Buiten spelen

Wat doen ze nog meer? Buiten spelen, gelukkig! Een vorm van spel die zeker vandaag de dag veel te weinig wordt gedaan. Met buiten spelen vang je heel veel vliegen in één klap: er wordt samengespeeld, bewogen, ideeën verzonnen, motoriek geoefend, rollenspellen gedaan, grenzen opgezocht en verlegd en daarmee zelfvertrouwen opgedaan. Niet voor niets is het verplichte kost op school, en meer naarmate kinderen jonger zijn. Door hun beweegbehoefte is het gewoon noodzakelijk dat zij lekker naar buiten gaan.

Wat herken jij?

Ik ben benieuwd wat jullie herkennen in de spelontwikkeling van je kind. Soms denk ik wel eens: we hadden al dat speelgoed niet nodig gehad. Er valt nog een heleboel meer over te schrijven. Dat houden jullie nog van mij tegoed. Nu lonkt de zon, dus gaan we naar buiten!

Avondwandeling

Avondwandeling

Wandelen als vakantieritueel

De zomervakantie is sinds wij kinderen kregen een beetje rommelige periode geweest. We hebben, toevallig, 3 zomerkindjes, waardoor ik dus driemaal beviel vlak voor of in de zomer. Die zomers zijn we niet op vakantie geweest. De vakanties ertussen werden gekenmerkt door herfstige temperaturen en stormachtige omstandigheden. Helaas voor ons, geen zon, zee, strand dus.

Niet op vakantie

En ook deze zomer loopt weer anders, nu we de sleutel van ons nieuwe huis kregen. Nu vind ik het natuurlijk helemaal niet erg dat we niet op vakantie kunnen, maar voor de kinderen vind ik het wel een beetje sneu. Vorig jaar hadden we eigenlijk voor het eerst een waanzinnig goeie vakantie, met goed weer en zonder moddervoeten in de tent die al doorzakt van de hoeveelheid regenwater die erop valt. En dat zou ik ons als gezin, maar vooral mijn kinderen vaker gunnen. Ze hebben het er nog steeds over.

Dagelijks naar buiten

Het is op de flat een kunst om dezelfde zomerervaringen voor ze te krijgen. Zon is er helaas al weken niet echt, en inmiddels is de temperatuur ook teruggezakt tot een magere 20 graden. Toch probeer ik de kinderen dagelijks buiten te laten spelen. Het helpt de energie kwijt te raken, ze doen vitamine D op en krijgen voldoende beweging. Ze hebben die ruimte ook nodig, nu alle sporten ook een zomerstop hebben.

Dus drink ik mijn koffie in de speeltuin naast de flat, wandel ik met ze door de straatjes naar de winkel en fietsen we naar het park, de speeltuin en de geitjes. Maar wat ik het allerfijnste ritueel vindt wat we nu hebben, is de avondwandeling.

Na het eten

Stiekem ben ik best wel gaar aan het einde van een dag met het zorgen voor de kinderen die in hoog tempo apenkooien door de woonkamer en met het proberen nog iets voor elkaar te krijgen op een dag. Om tijd te winnen, zorg ik dat het eten altijd klaar staat rond 17.00u, als Steef met een berenhonger thuiskomt van het klussen. Daardoor zijn we al vroeg klaar met eten en zijn de kinderen (volgens eigen zeggen) nog echt niet moe! Dan schuif ik alle vuile vaat de keuken in en hijs ik mezelf van de stoel, want: we gaan naar buiten!

De avondwandeling

Sinds de start van de vakantie gaan we, als het weer het toelaat, na het eten een avondwandeling maken. Gek genoeg is het rond dit tijdstip, ergens rond 18-19u, vaak erg mooi weer. Het lage avondzonnetje maakt het aangenaam en geeft de wereld mooie kleuren. Ik hijs de jongste in de draagzak, zodat ik daar geen omkijken naar heb en geniet van de kinderen die voor me uit rennen en op avontuur gaan door het hoge gras of langs de slingerpaadjes.

Relativeren

Het is even een moment om te relativeren. Van de beweging ontspan je, en in de buitenlucht zijn alle kleine en grote strijdjes van de dag ineens een stuk beter te overzien. De kinderen staan stil bij muizenholletjes, slakkenhuizen of andere ‘schatten’ langs de weg, die je dwingen om de aandacht naar het kleine geluk te brengen. Ze smokkelen bergen steentjes in hun zakken mee en maken allerlei plannen voor de komende dagen.

Fijne herinnering

De zon en het lopen maakt rozig, en als we dan weer moe thuis aankomen, is het naar bed gaan gelukkig ook een strijd minder. Vaak laat ik ze van tevoren al hun pyjamaatjes aantrekken en tanden poetsen, dan kunnen ze zo in bed worden geschoven. Geen verhaaltjes, zoals ik gewend was altijd te doen, maar ik weet zeker dat dit bijdraagt aan een fijne vakantieherinnering en een moment van ontspanning in alle hectiek.

Zomeractiviteiten voor kinderen in Dordrecht

Zomeractiviteiten voor kinderen in Dordrecht

Niet op vakantie? Genoeg te doen!

We gaan deze zomer niet op vakantie. Balen? Nee eigenlijk niet. Natuurlijk ben ik stikjaloers op alle mooie plannen die mensen om ons heen gaan maken over de hele wereld, maar toch heb ik heel veel zin in deze zomer. Want met zo’n mooi klusproject waar we ons op storten, voelt elke dag dat we daarmee bezig zijn, als een stapje dichter bij ons doel. Bovendien gaan we ontzettend veel leuke dingen doen. Ik neem jullie mee in de leuke, vaak gratis, activiteiten in onze mooie stad Dordrecht. We komen dagen tekort!

Naar buiten en op pad!

Op vakantie gaan we niet, maar ik heb wel veel meer vrij deze maanden. Onze nanny is met zwangerschapsverlof, en om de rust waar het kon te bewaren, hebben we gekozen om haar verlof met onze eigen vrije dagen op te vangen. Stiekem voelt dat ook als een part-time vakantie: het is bepaald geen straf om vaker thuis en buiten te zijn met dat heerlijke weer! Genoeg tijd om er lekker op uit te trekken. Om het overzichtelijk te maken, heb ik alvast alles op een rijtje gezet voor jullie.

Zomerzwerfkaart

Ook dit jaar is er weer de zomerzwerfkaart. Een leuk initiatief voor de Dordtse kinderen, waarbij je stempels kunt verzamelen door activiteiten te doen door heel Dordrecht. Met een volle stempelkaart haal je gratis een ijsje. Wij zijn al in het bezit van een museumkaart, waarmee je toegang hebt tot nóg meer extra leuke activiteiten. Komen ze aan:

Juli

Maandag 10 juli:

Dinsdag 11 juli:

  • workshop kunst&design, theater of muziek (6+) bij ToBe

Woensdag 12 juli:

Donderdag 13 juli:

  • workshop kunst&design, theater of muziek (6+) bij ToBe
  • natuurverzameltocht (4+) van 10.30u tot 12.00u in de tuin van den Witten Haen

Vrijdag 14 juli:

Woensdag 19 juli:

Donderdag 20 juli:

Vrijdag 21 juli:

Dinsdag 25 juli:

Woensdag 26 juli:

Donderdag 27 juli:

Vrijdag 28 juli:

Zaterdag 29 juli:

 

Augustus

Dinsdag 1 augustus:

Woensdag 2 augustus:

Donderdag 3 augustus:

Vrijdag 4 augustus:

  • workshop dromen vangen in het onderwijsmuseum  van 12.00-13.00u

Dinsdag 8 augustus:

Woensdag 9 augustus:

Donderdag 10 augustus:

Vrijdag 11 augustus:

Dinsdag 15 augustus:

Woensdag 16 augustus:

Vrijdag 18 augustus:

Doen in Dordt

Heb je nog leuke aanvullingen voor op het overzicht? Laat het me weten, en ik voeg ze toe aan de lijst!

 

Hoe bevalt het tijdelijk huren?

Hoe bevalt het tijdelijk huren?

De eerste ervaringen in ons tussenhuis

We wonen nu een maandje in ons ‘tussenhuis’. Een tussenstap op pad naar ons eindstation: een huis met praktijkruimte, om mijn droom te verwezenlijken. Het tijdelijk huren en met 5 man op 70m2 was daarom helaas een noodzakelijk kwaad. Nouja, dacht ik: dan maken we er gewoon het beste van. Een avontuur. Dus daarom vandaag een verslagje over de ervaringen tot nu toe.

Tijdelijk huren

Het was een stap die ik liever niet had gezet: tijdelijk huren. Omdat ik de onrust wel wat veel gevraagd vind voor het gezin. Maarja, sommige dingen heb je niet in de hand en ik besloot het over een andere boeg te gooien. Eens zien welke lessen we hier met zijn allen uit kunnen trekken. En welke positieve ervaringen we overhouden van ons tussenhuis. Want die zijn er! En sommige zaken had ik echt niet verwacht.

Kinderrijk en speeltuintjes

We zijn verhuisd met heerlijk weer, in het weekend van 8 april. Dat was al meteen genieten: balkondeuren open en in het zonnetje onze lunch eten. We kijken aan de voor- en achterzijde uit over groen. Het is, anders dan ik had gedacht, behoorlijk kinderrijk en overal zijn speeltuintjes. De kinderen kunnen een heel stuk de hort op zonder auto’s tegen te komen, ideaal!

Minder spullen, minder rommel

Toen alles in de flat stond en min of meer een plekje had gevonden, was de eerste hobbel al genomen: door de beperkte ruimte waren we gedwongen selectief te zijn in wat we meenamen. Er is daarom heel veel weggedaan. En eigenlijk voelde dat wel goed. Alles is verrassend overzichtelijk! Wat ik al jaren poogde, is hier eindelijk gelukt: alles heeft een vaste plek, want er is geen ruimte voor iets anders. Minder vloeroppervlak, betekent dus ook minder om schoon te maken. Ik kan nu in één ochtend het hele huis door. Dat lukte me eerder nooit!

Alles binnen handbereik

Door de beperkte ruimte is ook nog eens alles binnen handbereik. Een tijdje terug keek ik een documentaire over minimalisme. Hoewel wij nog teveel spullen hebben om over minimalisme te spreken, wordt wel iets anders duidelijk: je hebt in feite maar weinig ruimte nodig om effectief te zijn. Dat ik meer ruimte om me heen wil omdat ik me anders onrustig voel, is weer iets anders.

We doen het samen

Wat even slikken was, was dat we geen vaatwasser meer hebben. Maar ook dit biedt een les: de kinderen helpen ons mee met afdrogen en het wegzetten van de vaat. Ze gaan zuiniger om met het vies maken van het servies. Ze worden zich bewust dat dat directe consequenties heeft. Doordat alles zo dicht bij elkaar is, vinden ze het minder vervelend om even te helpen met het afruimen van de tafel bijvoorbeeld. Kortom, er wordt meer samengewerkt.

Midden in de natuur

Nog een ander voordeel is dat we vlakbij de natuur zitten. We zitten aan het water, en hebben al regelmatig gefietst en gewandeld in de groene omgeving hier. Iets waar we nu in dit seizoen extra van genieten. Bovendien zit mijn sportclub op struikelafstand en hoop ik, als mijn blessure weer wat hersteld is, hier in de natuur mijn eerste hardloopkilometers weer te gaan maken.

Fietsen naar het werk

Ook ons werk zit op steenworp afstand, waardoor we nu op de fiets naar het werk kunnen en bovendien wat later van huis kunnen omdat het zo dichtbij zit. Zeker met de zomermaanden voor de deur is het geen straf om lekker je kop in de wind te steken om je hoofd te legen na het werk.

Alleen naar de winkel

Nog een voordeel: de lokale supermarkt zit op loopafstand, zonder gevaarlijke straten over te hoeven. Meia vond het maar wat leuk dat ze voor het eerst helemaal zelf een boodschap mocht gaan doen. Wordt er direct gewerkt aan een stukje autonomiegevoel. En scheelt natuurlijk weer een extra handeling voor ons, ideaal!

Het avontuur

Zo beschreven zou je bijna denken dat we niet meer weg willen. Dat ligt natuurlijk iets genuanceerder. Maar het wonen in ons vorige huis en nu in dit huis, leert je wel wat je waardeert en wat je mist. Het maakt ons ideaalplaatje voor ons ‘echte’ huis straks nog scherper. En wakkert de kriebels en het enthousiasme voor de toekomst alleen maar verder aan. Wat een leuke avontuur, en wat voel ik me gezegend dat wij dit als gezin samen aan mogen gaan!

 

Ruimte nodig hebben voor je energie

Ruimte nodig hebben voor je energie

Ontwikkelingsdrang

Mijn dochter was 3 jaar, ik zie mezelf nog zitten: internet afstruinend naar een activiteit voor mijn beweegmonster. Ik voelde me een beetje alleen, en nog wel eens. Onze kinderen hebben Ruimte nodig. Met hoofdletters. Uiteindelijk vond ik een activiteit: peuter/kleutergym, eigenlijk vanaf ongeveer 4 jaar, maar Meia mocht gelukkig meedoen. Want wat had ze dat nodig. Het was zomervakantie, dus geen peuterspeelzaal of andere activiteiten om zich op te richten en we liepen zowat tegen de muren op. Vooral als het regende was het huis te klein. Figuurlijk, maar ook letterlijk!

Frustratie

Ik wist het al vanaf de babytijd. Altijd boos en gefrustreerd als ze iets wilde dat haar nog niet lukte. Wilde altijd nét meer dan ze op dat moment kon. En gillen dat ze dan deed! Stilzitten was er niet bij, slapen deed ze ook al liever niet. Altijd maar in de weer, in beweging, als een spons alles in zich opnemend. Niks willen missen van het leven, een tomeloze ontwikkelingsdrang. Echt baby is ze daarom voor mijn gevoel nooit geweest.

Altijd willen bewegen

Met 4 maanden tijgerde ze door de kamer, met 6 maanden kroop ze en met 7 maanden liep ze langs de tafel. Er was geen houden aan. En dat tempo hield ze vast, tot de dag van vandaag. Maar iedere keer was het zoeken geblazen: hoe sluit ik aan bij haar behoeften? Wat kan ik voor haar doen? Want ze leek niet snel tevreden, wilde bewégen, vrij zijn. Zodra ze vast werd gezet (maxi-cosi, kinderstoel, de fiets) zette ze het op een brullen. Ze voelde zich denk ik begrensd en vocht om vrij te komen.

Op vakantie naar Marokko, 3 uur vliegen. 11 maanden was ze op dat moment, toen ze op schoot vastgezet moest worden in de gordels. En we hadden pech, want er was turbulentie, dus moest ze nog langer in de gordels. Nou, de medepassagiers hebben het geweten: “ach heeft ze zo’n last van haar oren”. Nee hoor mevrouw, ze moet blijven zitten, dát is het probleem. Wij hadden trouwens wel last van onze oren. Door haar gekrijs.

Exploratiedrang

En zodra ze kon lopen werd de wereld om haar heen groter, net als voor elk ander kind. De mogelijkheden waren eindeloos, wat in de praktijk inhield dat ik kilometers heb gemaakt achter Meia aan, in haar exploratiedrang. Genieten, op het moment dat ik het toe kon staan en mijn eigen plannen kon laten varen. Frustrerend, op veel andere momenten, waarop ik op tijd ergens moest zijn of Fosse mijn zorg opeiste.

Wat was ik daarom blij dat ik de peutergym had gevonden! Een activiteit waarin ze haar energie kwijt kon, een moment voor zichzelf, en waarop ze tegelijk andere vaardigheden leerde. Op haar beurt wachten, rekening houden met anderen, je lijf leren beheersen. Om maar wat te noemen.

Naar buiten!

En voor de overige uren in de week was het zoeken geblazen. Naar buiten! Was het credo. Haar beweegdrang en energie dwong ons tot creativiteit in de vrije momenten. Veel wandelen, fietsen, naar de speeltuin, voetballen op het plein, zelf leren fietsen, buiten spelen met andere kinderen en nieuwe plekken ontdekken.

En Fosse groeide intussen op, motorisch ook vlot en vaardig, maar gelukkig geduldiger en zonder frustraties. Hij profiteerde mee van de uitjes die we als gezin ondernamen en groeide daarmee op met dezelfde waardering voor bewegen en buiten spelen.

Buiten spelen

Wat prijs ik ons gelukkig met onze kindvriendelijke wijk, met een binnenplein waar de kinderen naar hartenlust veilig kunnen spelen. Ik realiseer me dat dit lang niet meer vanzelfsprekend is tegenwoordig. Zeker nu ik zelf de passie voor het sporten en bewegen weer heb hervonden, besef ik des te meer hoe belangrijk het is om te bewegen en je lijf te gebruiken. Het maakt je gelukkig, wakker, alert. Ik zou niet meer zonder kunnen.

Maar wat mijn kinderen aangaat, lijken zij soms anders in hun behoefte aan ruimte dan andere kinderen. Neem ze mee naar een restaurant (nou eigenlijk moet je dat bij voorbaat al niet willen trouwens), en ze zijn binnen 30 seconden op onderzoek uit, om zo nu en dan weer eens aan te schuiven om een stuk pannenkoek naar binnen te duwen, om vervolgens zo vlug mogelijk weer van tafel te gaan.

Niet vast willen zitten

En nu, met onze derde, merk ik veel gelijkenissen met Meia. Gelukkig heeft Signe ook niet dezelfde frustraties, maar wel dezelfde motorische ontwikkeldrang. Stilzitten is een no-go. Dagelijks houden we ons hart vast als ze op de stoelen klimt en triomfantelijk los gaat staan, als ze zichzelf op de bank laat vallen, als ze in een mum van tijd weer halverwege de trap is geklommen.

Nu ze aan het lopen is geslagen, breekt ook voor haar de tijd aan van ‘er achter aan lopen’. De grootste frustraties voor haar op dit moment zijn vastgezet worden in de auto, in de bakfiets, in de kinderwagen en in de kinderstoel. Vanmorgen kreeg ze het zelfs voor elkaar om voorover uit haar ledikant te kukelen, omdat ze achter haar broer aan wilde gaan.

Energie doseren

Gelukkig heb ik inmiddels de nodige ervaring (inclusief bezoekjes aan huisartsenposten) en weet ik dat de mogelijkheden toenemen als ze wat ouder worden (denk aan sport, buiten spelen met vriendjes, gym). Zo zit Meia nu op zwemles en turnt ze, waar ze haar energie gedoseerd in kwijt kan. Dat brengt rust op de andere momenten. Dat vooruitzicht voor de andere twee maakt een hoop goed. Wie weet breekt er ooit een moment aan dat we met zijn allen aan tafel blijven zitten als we uit eten gaan!

 

De wereld van het buiten spelen

De wereld van het buiten spelen

Over hang-ouders en in het wild spelen

Een paar jaar geleden was ik al eens begonnen met schrijven. Mijn toenmalige website bestaat inmiddels niet meer. Wel deel ik nog graag mijn herinneringen uit die tijd met jullie, zoals deze, over het letterlijk groter worden van de wereld van kinderen met het buiten spelen.

 

Met grote ogen en open mond drukt mijn dochter (toen ruim 3 jaar) haar neus tegen het raam terwijl ze naar buiten kijkt. Ze kijkt verlangend naar de spelende kinderen in de straat: ‘mama ik ga ook buiten spelen!’ zegt ze ineens resoluut. Ze draait zich om en rent naar de hal om schoenen en jas te pakken.

 

Een nieuwe wereld

Ik heb amper de tijd om aan het idee te wennen. Buiten spelen! Dat betekent dat ik ook mee moet. Ik sleep mijn (toen) jongste mee naar buiten en parkeer hem in de tuin. Ondertussen probeer ik snel te denken: wat moet ik nu precies doen? Kan dat wel, buiten spelen? En die auto’s in de straat dan? En tot hoe ver mag ze dan? Ondertussen trekt de oudste het tuinhekje al open, terwijl ze haar step onder haar arm klemt. Veel tijd om te denken heb ik dus niet, want mijn kleine meisje gaat de Grote Boze Wereld in. Nouja, zo voelt het althans een beetje.

 

Nieuwe levensfase

Ik ga voor haar zitten en spreek de grenzen af van haar nieuwe territorium: de straat en niet de poort door. Er kan nog net een knikje vanaf voor ze de tuin van de buren in stuift. Ik blijf samen met mijn zoontje een beetje meewarig zijn zus nakijken. Nou. En nu? Maar in de tuin blijven? Of kan ik gewoon naar binnen? En wat nou als ze zomaar bij andere mensen naar binnen gaat, dan weet ik niet waar ze is! Het wordt me direct duidelijk dat er een hele nieuwe fase is aangebroken in ons leven. Die van buiten spelen met andere kinderen wel te verstaan.

 

Onzekerheid

Gek genoeg heb ik daar nooit iets over gelezen in de boekjes. Terwijl ik me toch behoorlijk ongemakkelijk voelde in het begin. Ik werd me bewust wat er bij komt kijken: regels stellen, afspraken maken (‘je mag even buiten spelen maar straks wil ik nog even naar de winkels’), letterlijke grenzen aangeven, toezicht houden (‘waar hangt ze nu uit?’), sociale vaardigheden (‘wel even vragen of je naar binnen mag voordat je naar binnen gaat’, ‘zeg je nog even gedag?’)…

 

Hang-ouders

En ook voor mij als moeder ging er een wereld open. Die van ouders op straat. Een soort hang-ouders. Ze hangen in groepjes samen, klagend over het weer of ze verzuchten het gedrag van die kleine spruiten die om hun voeten krioelen. Een bijzonder fenomeen is dat de hangouders hun gesprek gewoon weer oppakken van waar ze vorige keer waren gebleven. Want de kans bestaat immers zomaar dat je drie blokjes rondrent omdat je peuter of kleuter ineens uit beeld is en heeft besloten dat tv kijken binnen toch leuker is. Dit leidt tot amusante conversaties. Zo laadde ik bijvoorbeeld de boodschappentassen uit terwijl een buurvrouw een eerder gesprek vervolgde: “maar dat betekent dus dat je dat beton er nooit meer uit krijgt!”.

 

Wie let er op de kleintjes?

Een ander fenomeen is de surveillancedienst. Ik werd hier direct van op de hoogte gesteld tijdens een van mijn eerste hangervaringen toen een wat enthousiaste moeder uitgelaten riep dat het zo prettig dat ‘we allemaal een beetje op elkaars kinderen letten!’. Dit is gevaarlijk. Want iedereen buiten is in de veronderstelling dat één van de andere hang-ouders surveillancedienst heeft, waardoor niemand echt in de gaten heeft dat het grindpad van de buurman inmiddels via de speelgoedvrachtauto in de put is beland. Of dat je dochter heeft besloten bloemen te plukken uit de voortuin van een andere hangouder.

 

Erbij willen horen

Maar ook mijn dochter deed die eerste weken wisselende ervaringen op. Het ‘in het wild’ spelen was toch even andere koek dan het speelkwartiertje in de speelzaal of in de tuin van de gastouder. Buiten spelen met nieuwe kinderen is toch een leerproces, zo blijkt. Het leggen van contacten, het vragen om mee te spelen en zoeken van speelmaatjes met wie het klikt, is een dappere onderneming van elk kind dat voor het eerst naar buiten gaat. Eentje die bij mijn dochter ook voor veel intense gevoelens zorgde. Zo ervoer ze de teleurstelling en verdriet als ze niet (direct) mocht meespelen of zelfs werd afgewezen. Maar ook als ze ontdekte dat haar speelkameraadje niet thuis was. Aan de andere kant was ze euforisch als ze nieuwe kinderen had gevonden en ze de drempel over durfde om mee te spelen en contact te maken. De behoefte om erbij te horen wordt in deze fase heel goed waarneembaar.


Misschien ook interessant:

  1. 10 tips voor een bedankje voor de juf
  2. kinderleed als je net vier bent geworden
  3. het leed, dat taart maken heet

 

Kinderleed als je net 4 bent geworden

Kinderleed als je net 4 bent geworden

Typisch kinderdrama op jonge leeftijd

Fosse is net 4 jaar geworden, en zoals het een coole jongen betaamd, houdt hij van voertuigen. Als het maar hard kan en het liefst wielen heeft. Of anders gewoon heel groot, stoer en sterk is. Het zal wel in de genen liggen, of anders verdenk ik mijn vriend ervan dat hij iedere avond stiekem ‘voertuig-gerelateerde-zaken’ in zijn oor fluistert. Hoe dan ook, Fosse kreeg een racewagen. Uiteraard!

Leeftijdsindicatie…?

Van zijn grote vriend kreeg hij een nog grotere op afstand bestuurbare race-auto. Dat de leeftijdsindicatie 7+ aangaf leek voor niemand van de mannelijke club relevant, want Dit Exemplaar was de bom! Nadat in sneltreinvaart (of race-autovaart) alle schroefjes los- en vastgeschroefd waren en er om en nabij de 12 batterijen geïnstalleerd waren (wat vreten die krengen energie joh! En wáárom moet je tegenwoordig een doe-het-zelf cursus volgen voordat je een stuk speelgoed uitgepakt hebt!?), kon er geracet worden. Behalve een afstandsbediening had dit groene snelheidsmonster ook opties voor “popping wheels” en “air ride” (ja ja, je leert heel wat bij vandaag). Dus zoefde deze jongen met een noodvaart op twee linkerwielen die 10cm hoger stonden dan de rechterwielen, de kamer door. Whoop whoop!

Buiten spelen

Helemaal gelukkig was mijn kind. En natuurlijk wilde hij twee dagen later met zijn nieuwe auto buiten spelen en de kinderen uit de buurt laten zien waar hij zo trots op was. Een paar uur lang speelde Fosse samen met wat buurkindjes met de race-auto, afgewisseld met picknickpartijtjes op straat of ‘everzwijnenjacht’ met een pijl en boog. Toen daar de vuilnisauto aankwam, zetten de kinderen en ik de spullen aan de kant. Ik bleef met Fosse aan de kant van de weg staan om de wagen erdoor te laten. En toen sloeg het noodlot toe.

“Zijn spiksplinternieuwe raceauto, net twéé dagen oud, zou binnen nu en 5 seconden compleet worden verbrijzeld onder de gigantische vrachtwagenwielen.”

Terwijl ik stond te kijken, zag ik de vuilnisauto al een draai onze straat in maken, waar mijn blik op een felgroen object viel, tússen de voor- en achterwielen van de vuilnisauto. Er was geen redden meer aan, en intussen zag mijn zoontje ook wat er ging gebeuren. Zijn spiksplinternieuwe raceauto, net twéé dagen oud, zou binnen nu en 5 seconden compleet worden verbrijzeld onder de gigantische vrachtwagenwielen. En hoewel Fosse over het algemeen houdt van het motto ‘hoe groter, hoe beter’, gold dat niet specifiek voor deze situatie.

Nóg een keertje…

En zo werd het arme kind getuige van een vreselijk kinderdrama. En alsof dat niet genoeg was (Fosse stond inmiddels luidkeels te brullen), besloot de beste man achter het stuur om de vuilnisauto vervolgens achteruit de straat in te steken. Met opnieuw een ijzingwekkend gekraak en geknars van splijtend plastic en metaal onder de wielen. Tsja. Nu was ‘ie in ieder geval zeker weten stuk.

kind kleuter verdrietig huilen trauma
het autowrak

Toen de wagen eindelijk stilstond, heb ik de auto, of wat er van over was, er onder vandaan gevist. Het was een troosteloos plakje plastic. De vuilnismannen stopten vervolgens uit om te vragen wat er aan de hand was. Terwijl ik probeerde om Fosses hysterische snikken te overstemmen, legde ik uit dat hij deze ondefinieerbare prak 2 dagen geleden voor zijn verjaardag had gekregen. Deze beste man keek vervolgens bijna net zo beteuterd als het slachtoffer en gaf aan: “ik hoorde wel iets, maar ik zag niks”. Ik hoopte ter plekke dat hij deze tactiek niet in andere situaties zou toepassen.

Hoe kunnen we dit voorkomen?

Nouja, toen moesten we het geheel afronden. Met Fosse sprak ik af om voortaan het speelgoed weer terug in de tuin te leggen, om dit kinderleed te voorkomen in het vervolg. Het moraal van het verhaal zeg maar. Al had ik die liever iets minder expliciet ingezet. Maar zoals Fosse het zelf zegt: “gelukkig heb ik nog een pinpas (cadeaukaart), dan kan ik gewoon een nieuwe kopen, mama!”. Ik had geloof ik meer hersteltijd nodig dan hij!


Misschien ook interessant:

  1. Het leed, dat taart maken heet
  2. Het einde van het peuterspeelzaal-tijdperk
  3. Haat-liefde verhouding met de Action