Archief van
Tag: boos

11 nadelen van straffen

11 nadelen van straffen

Straffen, weet wat je doet!

Ik straf liever niet. Maar omdat er veel misverstanden bestaan rondom straffen en belonen leg ik de dingen het liefst goed uit, zodat we beter begrijpen van elkaar waar we het over hebben. Eerder gaf ik een overzicht van soorten straf. Niet alle maatregelen uit dit lijstje beschouw ik als straf. Toch blijf ik erbij dat je beter op een andere manier kunt proberen om het gedrag van je kind te sturen.

 

Zoek alternatieven!

Straf is in eerste instantie niet aan te raden als opvoedmiddel. Er zijn veel andere middelen die beter werken en minder nadelen hebben dan straf. In het volgende deel geef ik daarom alternatieven voor straf waar je alvast je voordeel mee kunt doen. Vandaag zoom ik in op de nadelen die er aan straffen kleven. Ik noem er 11.

 

11 Nadelen van straf

  1. “Als je zo door gaat dan mag je niet mee naar oma en blijf je maar alleen thuis!”. Dreigen met zware gevolgen heeft weinig effect omdat ze toch niet worden uitgevoerd. Je gaat immers toch wel naar oma en je kind gaat gewoon mee, want je kan hem nu eenmaal niet alleen laten. Een ander nadeel kan zijn dat het onnodig angst oproept bij je kind: ‘alleen thuis blijven? Help! Dat durf ik niet!’. Ook leert je kind na verloop van tijd dat dreigementen toch niet worden uitgevoerd: ‘dat zei mama vorige keer ook, en toen mocht ik ook gewoon mee, dus het zal wel weer zo zijn’.
  2. “Als je dat nog één keer doet dan vind ik jou niet meer lief hoor!”, “jij krijgt dus geen knuffel, want jij deed net zo lelijk!”. Liefdesonthouding is niet verstandig omdat je kind zich daardoor als persoon voelt afgewezen. Het is in feite emotionele chantage en legt je kind een ‘voor wat, hoort wat’ principe op. Terwijl we toch onvoorwaardelijke liefde willen geven? Dan moeten we deze maatregel zo snel mogelijk in de prullenbak kieperen!
  3. Als ouders hun kind uitlachen of belachelijk maken, kan het kind onzeker worden: hun eigenwaarde wordt dan aangetast. Een inkoppertje, zul je misschien denken. Maar denk even goed na: soms lachen we omdat iets er komisch uitziet en bedoelen we het niet verkeerd. Maar kinderen begrijpen het verschil tussen uitlachen en toelachen nog onvoldoende. Als je kind de boel op stelten zet en je schiet in de lach, zeg dan dat je het er grappig uit vindt zien en dat je hem niet uitlacht.
  4. Straffen bij milde problemen leidt tot meer gedragsproblemen. Leg niet op alle slakken zout. Choose your battles. Lieve papa’s en mama’s: dit is een vrijbrief om af en toe gewoon te doen alsof je het niet ziet. Want wees eerlijk: ondeugend doen hoort bij een kind. Op die manier ontdekt het de wereld, het zoekt grenzen op, leert van ervaringen. Probeer de politiepet en scheidsrechtersfluit aan de kant te leggen.
  5. Met straf leer je je kind wat het niet mag doen, maar niet wat het wél mag doen. Als we ergens aandacht aan besteden, wordt het beter onthouden. Elk moment dat je straft, zet je dat gedrag in de spotlights. Het werkt zo: “denk niet aan die roze olifant!” en natuurlijk denk je aan die roze olifant. Straf vergroot dus vaak de kans op herhaling van het gedrag waar je voor straft.
  6. Jonge kinderen leggen geen automatisch verband tussen hun gedrag en de straf die ze krijgen. Hooguit wordt er angst opgeroepen omdat ze schrikken van je reactie. Ze zullen stoppen met wat ze aan het doen waren, maar alleen omdat ze bang zijn dat jij weer zo boos reageert. Of kinderen vinden het maar wat interessant als je iedere keer zo’n show weggeeft en herhalen het gedrag. Linksom of rechtsom: je kind leert niet dat jouw reactie komt door zijn gedrag en waaróm het dan niet zou mogen.
  7. Lichamelijke straffen leiden bij alle kinderen tot meer gedragsproblemen en bovendien tot psychische schade. Ook hebben deze kinderen meer problemen in de puberteit en volwassenheid, zoals bijvoorbeeld depressie of alcoholmisbruik. Zo, de risico’s in een notendop. Er is geen enkel geldend argument om deze maatregel te gebruiken. Het is niet voor niets bij de wet verboden.
  8. Straf kan maken dat het kind zich als persoon voelt afgewezen. Het voedt impliciete ideeën als ‘ik ben niet goed’, ‘ik faal’, ‘ik ben niet de moeite waard’, ‘ik doe het nooit goed’, ‘wat ik ook doe, het is toch verkeerd’, etc. Het geeft negatieve kerncognities of een negatief zelfbeeld, wat op termijn kan leiden tot depressie, angsten of andere psychische klachten.
  9. Straf kan leiden tot boosheid bij het kind en bovendien garandeert straf niet dat het kind vervolgens gewenst gedrag laat zien. Monkey see, is monkey do. Sta je te schreeuwen tegen je kind als je hem straft? Je kind leert dat je moet schreeuwen om iets duidelijk te maken. Om de boodschap over te brengen. Pak jij je kind eens stevig beet? Je kan het hem niet kwalijk nemen dat hij hetzelfde bij zijn vriendje doet. Hij heeft het immers geleerd van zijn voorbeelden.
  10. Met straf stimuleer je geen gedrag, daarvoor moet je andere middelen gebruiken. Het maakt hooguit een einde aan het gedrag (voor even), maar het geeft geen alternatief wat je kind kan doen.
  11. Veel straf kan leiden tot een kille opvoeding en machtsmisbruik. Misschien wel de meest voorkomende: straffen geeft een rotsfeer. Moeder boos, vader sacherijnig, dochter stampvoetend de trap op en zoonlief in ijzige spanning zijn bord verder leegetend. Wie herinnert zich niet deze spanningsvolle of negatieve interacties uit de kindertijd? Als we niet oppassen verzanden we snel in een negatieve spiraal. Tijd voor een andere aanpak dus!

 

Voer het goed uit

Toch blijft het voor veel gezinnen, zo niet de meeste, een vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsfunctioneren. Het vraagt soms een hele omschakeling als je van veel straffen naar niet straffen gaat. Het is vooral van belang dat de dingen die je doet, goed worden uitgevoerd. Daarom alvast wat tips  waar je aan moet denken als je ‘straf’ geeft.

  • de allerbelangrijkste: verdiep je in alternatieven voor straf en straf zo min mogelijk!
  • geef altijd eerst een waarschuwing zodat je kind tijd heeft om zijn gedrag te veranderen;
  • negeer alleen gedrag wat daarvoor geschikt is: als je kind dingen stukmaakt of iemand pijn doet, is negeren geen goed idee;
  • negeren is niet hetzelfde als je kind doodzwijgen. Je kunt best zeggen: ‘ik ga dit gedrag nu even negeren’ voordat je begint en maak ook een duidelijk einde aan deze periode: ‘zo hèhè ik ben blij dat je ermee bent gestopt, nu kan ik weer rustig met je praten’;
  • bij onthouding van iets leuks moet de straf wel uit te voeren zijn. Als je je kind tóch wel meeneemt, zeg dan niet dat hij niet mee mag. Als je hebt gezegd dat je kind geen tv mag kijken, maar de andere kinderen kijken wél tv (en dus je kind ook), dan heeft het weinig effect;
  • houdt altijd de veiligheid van je kind in het oog.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

De focus op gedrag

De focus op gedrag

Richt je op het gevoel!

De laatste jaren dringt het steeds meer tot mij door: er gebeurt iets geks als wij als ouders gestrest zijn. Ik schreef al eerder over het reptielenbrein, wat ouders ook hebben bij stressvolle situaties. En laten we wel wezen, die zijn er nogal eens met kinderen. Steeds vaker merk ik dat ik in gesprek met ouders dezelfde onderwerpen probeer duidelijk te maken. Want als wij als ouders gestrest zijn, richten wij ons op het gedrag van ons kind.

“Je doet ook nooit wat ik zeg!”

“Hou daar mee op!”, “kun je nou niet beter opletten?”, “waarom doe je dat nou!”. Of, naderhand tegen mij of anderen: “het is altijd hetzelfde, ik kan het 100x zeggen maar dan doet hij het wéér!”, “het lijkt wel of ze het erom doet!”, “het is het ene oor in, het andere oor uit”. En als ‘oplossing’: “ja, ga maar weer op de trap”, “je krijgt een time-out”.

Interne processen

We vergeten hier iets essentieels. Gedrag is slechts de productie van ons zijn. Huh? Ja. Denk er even over na. Wie zijn wij als mens? Wij bestaan uit behoeftes, gevoelens, intenties, gedachtes, ideeën, neigingen… allemaal abstracte interne processen waarvan gedrag het resultaat is. Een kind is daarin nog heel puur. Het heeft heel weinig rem of controle over al deze processen. Laat staan dat het zich voldoende bewust is hiervan. Nee, je kind pákt gewoon dat koekje van de schaal, want dat is lekker en hij heeft er zin in. Je dreumes giet gewoon die beker langzaam ondersteboven op het tapijt, want ze is nieuwsgierig naar de steeds groter wordende donkere vlek die dan ontstaat.

Zwaktebod

Ik ga het nog sterker uitspreken. Je alleen maar richten op het gedrag van je kind is een zwaktebod. Maar wel volkomen menselijk. Wees niet bang, ik maak me er net zo schuldig aan. Ik zal het proberen uit te leggen, want het is best wel ingewikkeld, maar wel zo belangrijk om te begrijpen. Want pas als je iets goed begrijpt, heeft het ook zin om het aan te pakken, toch?

Zelfverdedigingsmechanisme

Je richten op het negatieve gedrag van je kind gebeurt uit een soort zelfverdedigingsmechanisme. Er gebeurt iets onder jouw toezicht, dat je liever niet zo had gezien. Denk aan pubers die toch wel hun eigen zin doen, of je dochter die weigert haar schoenen aan te trekken. Je kan op je kop gaan staan, maar in die situaties voel je je gewoon machteloos. En dat machteloze gevoel is funest voor ons. Het maakt ons kwetsbaar, want op zulke momenten voelen we ons falen. Het lukt ons niet ons kind naar ons te laten luisteren. Het lukt je niet om de situatie te veranderen.

Machtsstrijd

Vaak voelen we ons weer klein op zulke momenten. Misschien is het een oud gevoel dat ineens wordt getriggerd, waardoor je zo fel reageert. Hoe dan ook, door deze woede wordt het onmogelijk om te kijken naar de oorzaak van het gedrag van je kind. Want in de meeste gevallen is onze reactie veel milder, wanneer we begrijpen wat ons kind ertoe dreef zo te doen. Het veranderen van zo’n impasse, in dit geval een machtsstrijd met je kind, vraagt dus iets heel moeilijks van ons als ouders: jezelf verplaatsen in je kind op het moment dat je zélf boos of gefrustreerd bent. Wat voelt je kind, wat dacht het, wat wilde het doen, ontdekken, leren, of wat was zijn behoefte? Wat wilde het misschien duidelijk maken aan je, welke boodschap heeft hij? Wat zou maken dat zij keer op keer zo doet?

Erkenning en begrip

Het is een fabeltje dat kinderen ons expres dwarszitten. Dat ze ons uitspelen, manipuleren of wat dan ook. Dit negatieve gedrag, net als liegen, is een uitvloeisel van het gebrek aan iets anders, iets essentieels. Begrip. Erkenning. Het besef dat je als kind wordt gezien en begrepen door je vader of moeder. Dat jouw gevoelens en behoeften er mogen zijn en ertoe doen. Dit is niet hetzelfde als het goedkeuren van het gedrag. Ik keur het heus niet goed dat jouw dochter je zoontje slaat, of dat je zoontje zijn boek verscheurd. Maar het gedrag staat los van het gevoel. Het gedrag is de reactie op de oorzaak. Het is de laatste keten in het geheel. Volg je het nog?

Terug naar de basis

Maar al te vaak voer ik het gesprek met ouders om terug te keren naar deze basis. Wat denk je, wat zou maken dat je zoontje toen zo deed? Het is grappig om te merken dat ouders ná een voorval ineens veel beter over de situatie kunnen praten: “ja hij was natuurlijk boos! Hij vond ons maar stom dat wij de tablet afpakten, want hij wilde nog verder kijken”. Dat komt omdat je, op een later moment, weer een kalm brein hebt en in rust de situatie kunt overdenken. Dan is het gemakkelijker om perspectief te nemen en je af te vragen hoe je kind zich toen voelde.

Reflecteren

Vaak moeten we daarmee beginnen: nadenken over voorvallen en bedenken hoe het voor iedereen was. Wat waren de drijfveren van jou en je kind? Wat zou je kind op zo’n moment liever hebben gehoord of nodig hebben gehad? Wat zou hem hebben geholpen weer tot rust te komen en de situatie beter te verdragen? Of makkelijker jouw nee te accepteren? Vaak zit hierin de sleutel: wanneer je hiervan een idee hebt, en dit noemt aan je kind, zul je zien wat er gebeurt.

Afstemmen

Het is complexe materie, hoewel het voor sommigen misschien simpel klinkt. Maar ga er maar aan staan. Opvoeden is echt geen kattenpis. Wist je dat in onze interactie met onze kinderen maar ongeveer 30% van wat we doen is afgestemd op onze kinderen? Dat betekent dat dus 70% van wat wij doen (of juist niet doen) niet helpend is of niet goed aansluit op wat ons kind van ons nodig heeft. Maar dat is niet erg hoor, want die 30% is voldoende om een goede relatie op te bouwen! Zo zie je maar, goed genoeg is ook gewoon goed.

 

Ruzies tussen kinderen

Ruzies tussen kinderen

Waarom kinderen ruzie maken

Door jullie gekozen als volgende blogonderwerp: ruzies tussen kinderen. En dan heb ik het even niet over broertjes en zusjes, want die ruzies zijn onvermijdelijk en bovendien noodzakelijk. Maar leeftijdsgenootjes onderling maken ook héél wat ruzie met elkaar. Heel normaal. Even een robbetje vechten of lik op stuk geven. Maar in onze huidige maatschappij is ruzie tussen kinderen iets wat soms niet lijkt te mogen bestaan. Iets wat zo snel mogelijk moet worden opgelost of weggemaakt.

Wat doe je er aan?

Toen wij nog in het hof woonden, had ik er, tot mijn eigen irritatie, helaas regelmatig mee te maken. Ik zag kinderen uit de buurt en mijn eigen kinderen elkaar achterna zitten, uitschelden of elkaars spullen afpakken. Het is een lastige kwestie voor ons als ouders: je wilt niet dat je kind een ander slaat, pijn doet, uitscheldt, buiten sluit of op een andere manier kwetst. Toch lijkt het aan de andere kant soms onvermijdelijk.

Boos en overstuur

Als een meute kinderen mijn kind belaagden, de fiets afpakte of het stoepkrijt in de put propte, dan is het niet meer dan logisch dat mijn kinderen boos werden. Woedend zelfs. En dat zij overgingen in hetzelfde gedrag: vergelding. Maar in de meeste gevallen raakten zij overstuur en kwamen huilend thuis, zich geen raad wetend met de situatie.

Levenslessen

Hoe vervelend sommig gedrag tussen kinderen ook is, en hoe moeilijk het is om aan te zien: het zijn belangrijke lessen. Als mijn kinderen nu van school thuis komen met verhalen van scheld- of schoppartijen door andere kinderen, dan vreet ik me soms op. Maarja, ik ben er niet bij en kan er nu niks meer aan doen. Het enige dat je als ouders nog kunt doen is lering trekken uit deze situaties, en je kind wapenen tegen volgende situaties. Want die komen er, hoe oud ze ook zullen zijn.

Op je handen zitten

Dus zit ik soms op mijn handen terwijl ik uit het raam kijk hoe er tussen buurtkinderen een duel wordt gestreden. Om te zien of mijn kinderen in staat zijn tot redelijke oplossingen, zoals aangeven dat ze het vervelend vinden (‘stop daarmee’, ‘ik heb er last van!’), negeren (stoïcijns blijven door krijten) of uit de situatie gaan (‘kom we gaan ergens anders spelen’). In de hoop dat onze gesprekjes over de voorvallen hebben geholpen.

Waarom kinderen ruzie maken

Kinderen maken ruzie met elkaar. Dat is altijd al zo geweest en zal altijd zo blijven. Het is vaak nog steeds de wet van de sterkste die geldt. In het ruzie maken of ruzie zoeken zitten veel verschillende drijfveren. Mensen zijn sociale wezens en willen contact. Maar dit leggen van contact moet wel geleerd worden, door voorbeelden. Kinderen leren snel van ons en van elkaar. Ze zien waarmee andere kinderen succes hebben.

Macht

Voorbeeld: als een dominant kind een step wil hebben van een ander, kan hij die ander eraf duwen en de step opeisen. Dat geeft een gevoel van macht. Andere kinderen zullen uit angst sneller gehoorzamen aan dit kind. Als dit gedrag niet wordt doorbroken en niet ter discussie wordt gesteld, is het niet meer dan logisch dat het kind zo blijft doen. Hij krijgt immers zijn zin en niemand zegt er iets van, toch?

Sociale vaardigheden

Ander voorbeeld: een kind wil eigenlijk heel graag meespelen met andere kinderen, maar heeft nooit goed geleerd hoe hij dit moet aanpakken. Thuis is het een losgeslagen zootje tussen de broertjes en zusjes en helaas voelen ouders zich niet sterk genoeg om hier op in te spelen. De enige manier waarop ze nog overwicht hebben is door te straffen en af en toe wat tikken uit te delen. Dit kind rent op een middag de straat op als hij andere kinderen verstoppertje ziet spelen en gilt vervolgens waar iedereen zit naar de zoeker. De andere kinderen balen en worden boos, waarna het jongetje begint te schelden en spugen.

Stapjes in de goede richting

Het maken van ruzie kan dus verschillende oorzaken hebben, maar gebeurt meestal omdat kinderen onderling hun positie ten opzichte van elkaar willen ontdekken en veilig stellen. Kinderen zijn daarin puur, ze hebben nog weinig rem, en geven daarmee een indruk wat er tussen ons als volwassenen zou gebeuren als wij ons niet aan de sociale regels zouden houden. Uiteindelijk is het wel zo prettig als onze kinderen, op termijn, op redelijke wijze met elkaar kunnen omgaan. Ruzie maken met anderen zijn de trainingen op weg naar de einddoel. Zie het niet als tegenslagen, maar als weer een stapje richting de groei, als weer een lesje voor je kind.

Nabespreken van de situatie

Een les dus. Dan wil je ze wel wat leren. Maar je kind leert pas, als het voor hém relevant is. Dus preken heeft weinig zin. Wat ik bespreek na zo’n voorval? Wat ik vooral belangrijk vindt is dat ze mogen vertellen wat er gebeurde, zodat ze het volgens hun eigen interpretatie kunnen vertellen. Zonder te moraliseren of beoordelen (dus niet: ‘ja maar als jij zo doet, dan is het logisch dat…’). Ik benoem hun gevoel, beaam dat ze bijvoorbeeld van streek of boos zijn (‘ja dat is ook heel naar schat, ik snap dat je daar verdrietig van word’). Samen verwonder ik me over het gedrag van de verschillende kinderen (‘hoe zou het komen dat hij zo doet’) en probeer ook perspectief te bieden, in de hoop dat er begrip voor de ander kan worden opgebracht, hoe lastig dat ook is.

Begrijpen

Zoals ik eerder beschreef in de voorbeelden: dat kinderen ruzie maken, heeft altijd een oorzaak. Sterker nog: ál het gedrag heeft een oorzaak. Het kunnen begrijpen van de onderliggende oorzaak, geeft vaak meer begrip en acceptatie. Het neemt de boosheid of het verdriet weg bij je kind, omdat het de gebeurtenis menselijker maakt. Een voorbeeld zou kunnen zijn: ‘misschien wilde hij heel graag meespelen. Het lijkt wel alsof hij niet goed weet hoe hij het moet vragen. Misschien heeft hij het nooit zo geleerd, zoals jij het hebt geleerd’. Het biedt een opening voor een gesprek, en het stilstaan bij de behoefte en gevoelens van de ander: ‘hoe zou het voor hem zijn denk je, als hij merkt dat iedereen hem stom vindt en weg rent met wie hij graag zou willen spelen?’.

De volgende keer

Een laatste, moeilijke stap is het bespreken van volgende keren. Elke les kun je nabespreken in termen als ‘wat ging er goed?’, ‘wat ging er niet goed?’. Maar belangrijker nog is dat je kind er iets aan heeft voor een volgende keer. Zodat het kan oefenen met de nieuwe kennis. Dán pas kun je spreken van verandering van gedrag, tenslotte. Een afsluitende vraag is dan ook: ‘hoe zou het de volgende keer beter kunnen gaan?’, of: ‘wat zou je volgende keer anders kunnen doen?’, of: ‘hou zouden wij hem kunnen leren/laten zien hoe je leuk met elkaar speelt?’.

De betekenis van mijn werk

De betekenis van mijn werk

De kersen op de taart

Af en toe vragen mensen mij: is het niet zwaar, je werk? Je hoort soms de meest verschrikkelijke dingen… neem je die dan niet mee naar huis? En op beide vragen kan ik met ja antwoorden. Ja, het is zwaar werk. Het is geen werk waarin je na een paar uurtjes inspanning even op halve kracht kan draaien. Elke cliënt heeft tenslotte recht op een goede therapeut. En voor elke cliënt zet ik me in. Dat is pittig.

Hard werken

Soms tolt mijn hoofd na een paar afspraken achter elkaar. Soms moet ik tussendoor even een minuutje op adem komen, voor ik een volgend gesprek in ga. Soms is een gesprek simpelweg keihard werken, omdat bijvoorbeeld de motivatie van een cliënt nog onvoldoende is, of omdat je zo graag iets duidelijk wil maken tijdens een gezinsgesprek, of omdat je slecht nieuws moet brengen en opvangen in een gesprek.

Parkeren van problemen

En ja, er spelen soms verschrikkelijke dingen. Mensen die zo ongelooflijk veel pech hebben in hun leven, alsof er niks goed mag gaan. Mensen waarvan een kindje is overleden, verschrikkelijke echtscheidingsdrama’s, complete systemen die zo vast zitten dat ze het zelf niet meer zien en verandering soms onmogelijk lijkt. Cliënten die zó somber zijn, dat ze het leven niet meer zien zitten. Natuurlijk neem je dat mee naar huis, ik ben ook niet van ijs. Maar na een lange fietstocht terug naar huis, een avondje sporten of een extra lang voorleesmoment met mijn eigen kinderen kan ik het wel even parkeren. Want in de tijd dat ik niet werk, kan ik tenslotte ook geen wonderen verrichten. Dat helpt relativeren.

Vlotte behandelingen

Er zijn ook behandeling die gemakkelijk lopen. Dat je tijdens deze contacten even mee kan lachen met de cliënt, en daarmee in feite ook zelf weer kan opladen. Ik heb dat vaak met jonge pubers, de laatste jaren van de basisschool en eerste jaren van de middelbare school. Fantastische leeftijd om mee te werken vind ik dat, vaak hebben deze kinderen zoveel humor! Samen zoeken we dan muziek op, of de nieuwste playstation game die ze hebben gekocht. Het feit dat je daar als therapeut over mee kan praten, is vaak een aangename verrassing voor ze. Ook het feit dat ik niet oordeel over bijvoorbeeld hoe ze over huiswerk maken denken, vuurwerk afsteken of laat naar bed gaan, is een hele geruststelling voor ze. Ik werk tenslotte vooral aan een beter welzijn en hun eigen hulpvragen.

Luchtigheid in de behandeling

Zo was er een jongen van een jaar of 12. Hij werd aangemeld met concentratieproblemen, problemen in het controleren van zijn boosheid en ook somberheid. Niet zo lang geleden heeft hij zijn moeder verloren aan kanker. Het gedrag bleek dan ook vooral te maken te hebben met rouw om zijn moeder. De behandeling was, ondanks de verdrietige gebeurtenis, een hele fijne samenwerking met veel lol en luchtigheid. Ik had bewondering voor zijn sterke persoonlijkheid, zo jong als hij was. Dat hij intelligent was kon je direct merken, hij dacht goed na over zichzelf en hoe zijn gedrag kon worden verklaard.

Verbetering tijdens behandeling

Gaandeweg kwamen er heel veel onderwerpen aan de orde. Natuurlijk het verwerken van het verlies van zijn moeder, maar ook de oorzaken van de boosheid, die ingewikkelder bleken te zijn dan hij vooraf had ingeschat. Maar de behandeling sloeg goed aan, het ging langzaam beter met hem, cijfers gingen omhoog, hij had minder agressieve uitbarstingen en kon beter over zijn kwetsbaarheden praten. Na een tijd bouwden we de frequentie van afspraken af, tot het nog maar eens in de 6 tot 8 weken was. Een van de laatste keren dat ik hem zag, was hij veranderd: een zelfverzekerde jongen, met meer innerlijke rust. Hij was gaan trainen, wat hem goed deed, het gaf hem zelfvertrouwen en hij kon zijn energie kaderen. We besloten de behandeling af te ronden, want ik had er alle vertrouwen in dat hij het verder zonder mij af kon. Ik schudde handen met hem en zijn vader, maakten nog een paar laatste grappen en zwaaide ze met een grijns uit.

“Volgende cliënt”

Inmiddels was ik alweer een paar weken, zo niet maanden, verder en met mijn hoofd volop bezig met de nieuwe cliënten. Als je iemand afsluit, heb je maar weinig tijd om stil te staan bij hoe het verder zou gaan. Er dienen zich namelijk direct weer nieuwe mensen aan met acute hulpvragen. Maar heel soms doet zich een gebeurtenis voor, die je dwingt tot reflectie, die je dwingt stil te staan bij het proces wat een cliënt heeft doorgemaakt. En wat dat betekent voor die cliënt, maar ook voor zijn omgeving.

Persoonlijk bedankje

Zo had ik net het laatste telefoontje gepleegd en was ik mijn jas al aan het aantrekken om op de fiets naar huis te stappen, toen ik ineens de vader van de eerder genoemde cliënt naar binnen zag komen. Hij had een pakket bij zich en natuurlijk vroeg ik mij direct af wat de reden van zijn bezoek was. Hij overhandigde vervolgens het pakket aan mij, als dank voor de goede zorgen. Het ging nu goed met zijn zoon, wat hem als ouder ook veel goed deed. Ik was ontroerd, want het bedankcadeau wat hij me gaf, betrof een zeer persoonlijk geschenk van zijn overleden vrouw, met begeleidende brief. Ik was er stil van. Het gebeurt wel eens dat cliënten je verrassen met een gebakje, een knutselwerk of tekening, maar nooit eerder kreeg ik zo’n persoonlijk cadeau. Het zijn de kersen op de taart van ons werk. Zoals hij verwoorde: ‘je kan wel zeggen dat je gewoon je werk maar doet, maar voor ons betekent het veel meer’.  En hij heeft gelijk, want dat is uiteindelijk ook de reden waarom ik voor mijn werk heb gekozen.

Betekenis van de hulp

Die avond bekeek ik het geschenk eens goed. Ik vond het ergens ook best spannend, want door het goed te bekijken, werd ik nog sterker deelgenoot van wie het gezin oorspronkelijk was. Maar ik vond het mooi en waardevol, het verhaal van de behandeling kreeg op deze manier nog meer betekenis nu ik zag om wie het ging, hoe ver het verdriet strekte na het overlijden, het gemis van alle goeds wat eens was. Het werd concreet, tastbaar. En dan is het heel prettig om te beseffen: het gaat goed met deze jongen, met dit gezin, en ik mocht daar aan bijdragen. Ik mocht getuige zijn van dit verdriet, maar ook van het geluk en het herstel. Dat vond ik heel bijzonder.

Het geschenk krijgt daarom een mooi plekje in mijn kast, om me te herinneren aan de betekenis van het werk, waar ik soms onvoldoende bij stil sta. En dat maakt me best een beetje trots

Frustratie door niet kunnen praten

Frustratie door niet kunnen praten

Gefrustreerde dreumes

Mijn jongste zit in de frustratiemodus. Sinds een paar weken vertoont onze 16 maanden oude dreumes heuse driftbuien, schreeuwpartijen en andere frustratieperikelen. En ik moet zeggen dat het redelijk nieuw voor me is, zelfs bij de derde. Onze oudste dochter en onze zoon hebben natuurlijk ook wel momenten van frustratie gekend, maar deze hadden over het algemeen een andere oorzaak.

Taalontwikkeling

Meia begon woordjes te zeggen toen ze amper 9 maanden oud was, en toen ze haar eerste verjaardag passeerde, sprak ze inmiddels in korte zinnetjes. Lange tijd heb ik gedacht dat onze zoon, die na haar kwam, laat was met praten. Maar later besefte ik dat het andersom was: Meia was gewoon zeer snel en Fosse heel gemiddeld. Er is een dalende trend zichtbaar, want Signe is voor mijn gevoel laat met praten. Ze leek er tot voor kort gewoon geen zin in te hebben. Sterker nog, het was ook helemaal niet nodig!

Zelf regelen

Als Signe iets wilde, dan ging ze het gewoon zelf halen. Desnoods schoof ze de triptrapstoel van Fosse naar de tafel, om vervolgens via die stoel op de eettafel te klimmen om de beker limonade te pakken waar ze haar zinnen op had gezet. Of ze sloop naar de keuken, om de carrouselkast open te draaien en zichzelf te voorzien van rozijnen of zoute stengels. Ja, Signe die regelde het wel. Als we naar buiten gingen, kwam ze zelf met haar jasje aan lopen of ging ze op de trap zitten zodat we haar schoenen konden aan doen. Ze begreep gewoon alles en liet dit duidelijk merken in haar handelen. En was het een keertje niet duidelijk genoeg voor ons, of ging het gewoon niet snel genoeg, dan zette ze simpelweg een keel op. Van vier kanten kwamen dan aangeboden spullen, handen die haar iets voorhielden of gewoon maar wat aandacht gaven waardoor onze klapperende trommelvliezen even rust kregen.

Niet begrijpen

Helaas merkt Signe nu steeds vaker dat haar acties ontoereikend zijn voor haar plannen die zich meer en meer uitbreiden en steeds specifieker worden. Het lukt haar nog onvoldoende om duidelijk te maken dat ze wil eten, maar dan niet in haar kinderstoel wil zitten. Dat ze met een vork wil eten, maar alleen die van papa. Dat ze geen wortels wil, maar alleen het vlees en óók dat van haar broer en zus. Dat we haar dan niet begrijpen en doodleuk haar eigen vork voorhouden of als Meia en Fosse gewetenloos hun eigen bord leeg eten, is voor deze dreumes blijkbaar een constante kwelling. En een gegronde reden om het op een schreeuwen te zetten, op een toonhoogte waarop alle honden in een straal van 5km rond ons huis aanslaan.

Frustratie

Ja, en als deze harteloze gezinsleden dan ook nog beginnen te lachen om het vaak komische tafereel, dan is er helemaal geen houden aan. Compléét over de pies is ze dan. Want hoe dúrven we maar één cupcake aan haar te geven, terwijl de bakplaat nog vol staat met andere cupcakes. Wijzend, stampvoetend en gillend heeft ze het drie kwartier volgehouden om er nog eentje te krijgen. Wat een uithoudingsvermogen. Frustratie alom. En ik had toch wel met haar te doen. Soms verzandt ze zo diep in een driftbui, dat we haar niet mee goed bereiken. Ze slaat wild om zich heen, schudt haar hoofd alle kanten op en verzet zich als je haar wil knuffelen. Dat alles begeleidt door een vocale ondersteuning op standje gehoorgestoord. Iedere keer hoop ik maar dat ze begint te praten, zodat ze zichzelf beter kan uitdrukken en wij beter op haar behoeften kunnen afstemmen. Het blijft voor alle kanten zoeken en een proces van trial and error.

Zich kunnen uitdrukken

Ik heb heel erg het idee dat Signe op een andere manier leert dan onze andere twee kinderen. Meia begon gewoon met praten en is sindsdien niet meer gestopt, het ontwikkelde zich in sneltreinvaart. En nog steeds trouwens. Fosse kabbelde rustig voort, maar toen hij de smaak te pakken had, kon hij zich ook steeds gemakkelijker genuanceerd uitdrukken. Signe begrijpt alles, slaat alles in zich op en laat met handelen zien dat zij niet onderdoet als persoontje voor de rest van het gezin. Ik heb het vermoeden dat Signe observeert en ondertussen haar passieve taal steeds meer opbouwt. En áls ze dan gaat praten, dat dan direct het hek van de dam is. Maar misschien zit ik wel mis, misschien duurt het nog een eeuwigheid en blijft ze krijsen en wijzen om haar zin te krijgen.

Baby- en kindergebaren

Laatst was er een moeder van een vriendje van Fosse bij mij. Ze vertelde over baby- en kindergebaren die ze bij haar zoon had gebruikt. Het had geholpen om dingen duidelijk te maken voordat hij de woorden kon uitspreken. Dat leek me wel wat! Wie weet neemt het de frustratie van nu weg en kan het een brug vormen tussen de huidige situatie en het praten. Dus kreeg ik twee dvd’s te leen en heb ik de app ‘kwebl’ gedownload, om me te verdiepen in de gebaren. Ik ben heel benieuwd welke uitwerking dit zal hebben op de jongste. Misschien vergroot het de motivatie om toch maar te gaan praten, we zullen het zien. Ik houd jullie op de hoogte!