Archief van
Tag: behandeling

Noodkreet vanuit de jeugdzorg

Noodkreet vanuit de jeugdzorg

Wachten tot het misgaat

Er is iets heel ergs gaande in de jeugdzorg. Al sinds de invoering van de nieuwe jeugdwet in 2015 maak ik mij zorgen over de gevolgen voor de kinderen en gezinnen in de praktijk. Misschien denk je: ‘dat zegt me allemaal niks, het is een ver van mijn bedshow’. Think again. Want de werkelijkheid is dat we er in toenemende mate problemen in ervaren. En heel eerlijk: ik houd mijn hart vast hoe dit zich verder gaat ontwikkelen.

 

Tikkende tijdbom

Vorige week was er een nieuwsbericht op de NOS. Er ze komen de laatste maanden steeds meer: noodkreten van ouders, hulpverleners die aan de bel trekken, de media die hun afgrijzen over de huidige praktijken binnen jeugdhulpland laten klinken. In het bericht van gisteren sturen ouders van een suïcidale dochter een wanhoopskreet de wereld in via Facebook: ze kan, ondanks meerdere suïcidepogingen, nergens terecht. Het voelt als een tikkende tijdbom.

 

Kinderen kunnen nergens terecht

Hoewel dit een extreem voorbeeld is van een zeer complexe casus, is er in de rest van Nederland dezelfde beweging aan de gang. Wij, in regio Zuid Holland Zuid, beslaan één van de grootste regio’s in Nederland en zijn verantwoordelijk voor jeugdhulp aan miljoenen mensen. Dit zegt helaas niks over goed geregelde hulp. In alle 17 gemeentes die binnen deze regio vallen, is er sprake van oplopende wachtlijsten, geen plek voor cliënten, budgetten die op zijn, cliëntenstops en overwerkte mensen.

 

Problemen sinds de nieuwe jeugdwet

Hoe kan dat? In 2015 is er een wetswijziging gekomen. Waar vroeger jeugdhulp werd vergoed door je eigen zorgverzekeraar, zijn nu gemeentes verantwoordelijk gemaakt voor het inkopen van de jeugdhulp. Het is een complexe zaak, en als leek lastig te begrijpen. Het is daarom ook onvoorstelbaar dat zoiets belangrijks en grootschaligs in 2 jaar tijd totaal op zijn kop is gezet om het bij de gemeentes te plaatsen. Voor veel mensen in het werkveld klonken alle plannen te mooi om waar te zijn. En helaas blijkt dat ook zo te zijn.

 

Politiek probleem

Doordat werkelijk álles is veranderd in het regelen en vergoeden van zorg voor de jeugd, werd aan alle kanten opnieuw het wiel uitgevonden. En zoals past bij iets nieuws proberen, gaat dit gepaard met veel probeersels en nog meer mislukkingen. Helaas lijkt de Nederlandse politiek zo ingericht, dat de plannen koste wat kost moeten worden doorgeduwd. Het is hun eer te na om halverwege te constateren dat het toch niet zo goed uitpakt als ze hadden voorzien, dus steken ze hun kop in het zand en roepen nog wat harder: ‘wij staan voor één gezin, één plan!’ en meer van die lege uitspraken.

 

Geen geld meer

Het is tenenkrommend en om gek van te worden. Toen ik na de kerstvakantie weer ging werken was het 9 januari. We hadden niet lang daarvoor te horen gekregen wat ons budget voor 2017 zou zijn. Wéér 11,5% eraf. In totaal is er in 3 jaar tijd maar liefst ruim 30% bezuinigd. Dat dat natuurlijk krankzinnig is, is nog een andere discussie. Maar toen ik mijn administratie deed en bekeek hoeveel cliënten er mee verhuisden van 2016 naar 2017, kwam ik tot de schokkende ontdekking dat we al aan het budgetplafond zaten. Als ik alle nieuwe aanmeldingen uit de kerstvakantie meetelde bij de lopende cliënten, zou ik ons volledige budget van 2017 al hebben verbruikt!

 

Noodsituatie

Ik trok aan de bel: dit is een noodsituatie! Dit kan niet! Hoe kan het in vredesnaam zo zijn dat ik in januari al tegen mensen moet zeggen dat ze niet meer bij ons terecht kunnen? Hoe moet dat als de behandelingen van de lopende cliënten straks afgerond zijn? Ga ik dan duimen zitten draaien? Terwijl we merken dat de aanmeldingen maar binnen blijven stromen, terwijl de hulpvragen steeds meer toenemen en de behoefte aan goede zorg alleen maar groter wordt?

 

Bureaucratie en administratieve last

Het is nu juni 2017. We hebben met héél veel passen en meten, eindeloos onderbouwen en in feite op onze blote knietjes smeken bij de gemeente (die het geld uitdeelt) of wij asjeblieft in aanmerking mochten komen voor ophoging van het budget. Nou dat mocht hoor, zo verkondigde de gemeente. Wanneer wij in aanmerking wilden komen voor een extra 10% (ha! 10%! Een schijntje dus. En dan te bedenken dat we die in eerste instantie moesten inleveren, dus niks extra, maar gewoon ons eigen geld), moesten we een dubbel A4’tje met voorwaarden aanleveren aan papierwerk en klinkklare bureaucratische onzin.

 

Wat gebeurt er straks?

Puntje bij paaltje kregen wij bij Gods gratie die 10%, dus konden we de executie oprekken. Tot nu. Want nu zijn wij bij het punt beland dat er geen beweging meer mogelijk is. Wat betekent dat, vraag je je af? Ik zal het je vertellen:

  • we kunnen geen cliënten meer aannemen
  • onze cliënten die voor ons kiezen, hebben geen keuzevrijheid meer, wat zo mooi wordt gepromoot door de gemeente (weer zo’n lege huls)
  • cliënten die hun behandeling bij ons willen afmaken, maar dat niet kunnen doen omdat het geld op is, zijn verplicht om de behandeling af te breken en ergens anders verder te gaan: weer opnieuw een relatie aangaan, vertrouwen winnen, alles vertellen… Een aanslag op de motivatie, het vertrouwen en de effectiviteit van de zorg
  • we kunnen geen cliënten meer verwijzen naar collega’s, want hun geld is ook op
  • de problemen van cliënten nemen toe
  • ik moet tegen cliënten zeggen dat zij pas weer in het nieuwe jaar terecht kunnen, wat ik al zeg sinds februari!
  • als cliënten zelf willen betalen kunnen zij wel terecht. Ik vind dit moreel onaanvaardbaar. Zorg moet voor iedereen beschikbaar zijn die het nodig heeft, geen luxeproduct voor de rijkeren!
  • de wachtlijsten worden langer bij de hulpverleners die nog wél budget hebben
  • problemen worden ernstiger, complexer en hardnekkiger
  • problemen die bij ons hadden kunnen worden behandeld, veranderen door lang wachten in problematiek waar veel duurdere en langdurige zorg nodig is
  • mensen kunnen nergens meer terecht met hun problemen. Jawel zegt de gemeente: want 25km verderop zit nog een praktijk die nog budget heeft. Of jawel, zegt de gemeente: bij deze hulpaanbieder kun je nog terecht. Hoe komt het dat die mensen nog budget hebben? Ze staan blijkbaar niet goed bekend?
  • de hulpaanbieders die nog wél budget hebben, maar waar mensen liever niet naartoe willen, omdat ze daar bijvoorbeeld geen goede verhalen over horen of omdat ze er een andere reden voor hebben om de kwaliteit in twijfel te trekken, krijgen alsnog de cliënten in hun schoot geworpen. Een soort beloning voor hun matige werk?De problemen nemen toe Ik kan er nog eindeloos over doorgaan, maar zal ander relaas voor een andere keer bewaren. Voor nu wil ik alleen maar de iedereen wakker schudden: jongens let op! Ik houd mijn hart vast voor mijn cliënten en alle hulpbehoevende kinderen en gezinnen in Nederland. Het mag toch niet zo zijn dat cliënten nergens terecht kunnen?

 

Wordt wakker!

Het is afwachten wanneer het misgaat. De nieuwsberichten die nu steeds meer verschijnen, bevestigen onze zorgen. Wat des te schrijnender is, is dat de gemeente aangeeft dat er sinds de invoering van de nieuwe jeugdwet alleen maar een toename is in de problemen. Zowel in de basis GGZ (de lichtere zorg) als de specialistische GGZ (de zwaardere zorg). Ohja, en uiteindelijk moesten gemeentes aan het eind van het jaar alsnog een paar miljoen ophoesten, want er bleek iedere keer toch meer geld nodig dan voorzien. Nouja, dan zíj hadden voorzien, want voor ons was het geen verrassing. Er gaat dus duidelijk wat mis, maar het is de vraag wanneer er wat aan gedaan wordt.

Wat is symbooldrama? Deel 3

Wat is symbooldrama? Deel 3

Van beelden naar woorden

Dit is deel 3 in de reeks over de werking van symbooldrama. In deel 1 ging ik in op de start van het dagdromen en het reguleren van emoties. Deel 2 legt meer uit over hoe het voorstellen van beelden betekenis kan hebben. In dit deel wordt dieper ingegaan over de woorden die je kunt geven aan de dagdromen. En welke effecten dagdromen kunnen hebben.

Nog meer regulatie

Bij alles geldt: je mag het doen op jouw manier. Er is geen oordeel, het gaat om jouw gevoel en jouw betekenis. Na het tekenen doe ik soms nog een extra verwerking. Dit kan op allerlei manieren. Ik maak veel gebruik van woordkaarten, gevoelskaarten en beeldkaarten. Ik vraag een kind kaartjes te zoeken die voor zijn gevoel belangrijk zijn bij de dagdroom. Ook hier vindt weer extra regulatie plaats, omdat een kind moet kiezen en zijn gedachtes en gevoelens moet kaderen. Samen bespreken we de keuzes die het kind maakt, zodat hij geholpen wordt om betekenis te geven aan zijn ervaringen.

Nieuwe verbanden

Vaak is het tijdens het tekenen en de verdere verwerking dat kinderen ineens beginnen te vertellen. Over wat ze voor heftigs meemaakten van de week. Of ervaringen van langer geleden. Soms lijkt dit een lukrake associatie, maar heel vaak zit er een verband tussen wat het kind doormaakte in de dagdroom en wat het kind nu vertelt. Zonder dat zij het zelf hoeven te snappen, is dit verband gelegd. Ik vind dat nog altijd iets fascinerends.

Titel voor de dagdroom

De laatste stap om het geheel af te ronden is om te proberen een titel te geven aan de dagdroom. Een titel kan opnieuw weer symbool staan voor wat een kind in de dagdroom heeft doorgemaakt. Een soort kernachtige samenvatting van het geheel. En vaak is dat daarom ook erg lastig: er gebeurt teveel of de indrukken moeten nog even ‘landen’. Het niet (direct) weten van een titel is dan ook niet erg. Soms komt het later, soms komt het niet, het is beiden goed.

Verandering

Het effect van de dagdroom stopt hier niet: het is pas het begin van de verandering. Als cliënten een paar keer hebben gedagdroomd, merken kinderen en ouders vaak uiteenlopende effecten. Niet zelden hebben kinderen bijvoorbeeld minder nachtmerries, kunnen ze hun emoties beter reguleren, gaat het beter in sociale contacten en zijn ze in het algemeen gelukkiger. Ze zijn, kort gezegd, emotioneel veel stabieler. Er is een gezonde basis gelegd van waaruit ze zich beter kunnen gaan ontwikkelen.

Symbooldrama is effectief

Symbooldrama. Het klinkt een beetje in de categorie van familieopstellingen of IPT. Niet dat ik per se iets tegen deze interventies heb: ze kunnen zeker effect hebben. Maar deze interventies bevinden zich in een grijs gebied. Het feit dat iedereen zich coach mag noemen en zonder gedegen opleiding of registratie aan de slag mag met niet goed onderzochte interventies brengt een gevaar met zich mee. Namelijk dat je als cliënt wordt blootgesteld aan een slecht uitgevoerde ‘behandeling’, waar je niets mee op schiet of zelfs een negatieve ervaring overhoudt.

Gedegen opleiding

Als Orthopedagoog Generalist en Symbooldramatherapeut wil ik daar een duidelijk onderscheid in maken. Symbooldrama is geen interventie die niet lichtzinnig mag worden ingezet: er gaat een opleiding van drie jaar aan vooraf, met constante supervisie. Ook na het afronden van de opleiding wordt verwacht dat je intervisie doet, om de kwaliteit van je behandelingen te waarborgen. Hoe je de interventie toepast, kijkt namelijk zeer nauw. De manier van behandelen heeft effect op o.a. veilig gehechtheidsgedrag, verwerking van trauma’s en het versterken van de identiteit van mensen.

Wat is symbooldrama? Deel 2

Wat is symbooldrama? Deel 2

De taal van beelden

Dit is deel 2 in de reeks over de werking van symbooldrama. Een door mij geliefde behandelmethode, die ik veelvuldig toepas. Het werkt goed, snel en is een vriendelijke manier voor zowel kinderen en volwassenen om aan verschillende problemen te werken. In deel 1 schreef ik over hoe ik met de dagdroom begin en hoe dit kan helpen je emoties te reguleren. Uiteindelijk werkt dit vaak als een herstel van eerdere, onopgeloste problemen.

Het begint met aandacht

Dat herstel gebeurt doordat je er samen met de therapeut aandacht voor hebt. In een veilige omgeving, waar je je dapper genoeg voelt, waar je gesteund en begrepen wordt en het dit keer in de therapie goed laat aflopen. De therapeut heeft daarom de taak om heel accepterend, begripvol en zonder oordeel mee te leven met wat je als cliënt doormaakt. En dat kan van alles zijn: hele fijne gevoelens, van alles waar je zo naar verlangt, of wat je mist, maar ook rotgevoelens, die nu goed verwerkt kunnen worden. En heel vaak is het een beetje van allebei: tegelijkertijd zijn er fijne en onprettige gevoelens.

Symbool voor het leven

De therapievorm heet symbooldrama, omdat alles wat in de dagdroom gebeurt, symbool staat voor het leven. Het heerlijke weer kan symbool staan voor je vrolijke bui, de enorm hoge berg kan symbool staan voor iets waar je als een berg tegenop ziet. Voor iedereen is dit verschillend. Het is niet de bedoeling dat ik ga zeggen wat ‘dingen betekenen’. Een kind (of een ouder) mag zélf de betekenis geven aan de dagdromen. Dat maakt de methode ook prettig, omdat er geen oordeel aan vast hangt.

Je eigen betekenis

Veel jongeren doen dit zonder uitleg al uit zichzelf. Zo was er eens een meisje van 16, met wie ik een dagdroom deed. Ze stelde zich een boom voor: “nou gewoon, een boom, met een dikke stam. In de herfst, met alle gekleurde blaadjes op de grond”. Het is normaal dat kinderen en ook volwassenen, wat argwanend reageren op hun eerste kennismaking met symbooldrama. Toch probeer ik het vaak met ze uit, wat tot mooie processen leidt. Zo tekende dit meisje uiteindelijk haar boom. Toen ik er samen met haar naar keek, zei ze ineens: “ja, eigenlijk is dit ook wel een beetje hoe ik ben. Al die gekleurde blaadjes op de grond. Ze zien er mooi uit. Ik speel ook vaak mooi weer, maar je ziet niet de wortels die eronder zitten. Die wortels… misschien is dat wel hoe kwetsbaar ik me soms voel. Ik bedek ze liever”. En dat vind ik een feest, als cliënten zélf inzicht krijgen in deze processen.

“Al die gekleurde blaadjes op de grond. Ze zien er mooi uit. Ik speel ook vaak mooi weer, maar je ziet niet de wortels die eronder zitten”

Uitwerken

Na de dagdroom geef ik een uitwerkopdracht. Meestal laat ik dit tekenen. Ik heb ook een ezel in mijn behandelkamer. En als ik straks mijn eigen praktijk heb, wil ik de mogelijkheden voor de verwerking verder uitbreiden. Nu kunnen mijn cliënten tekenen, krijten, verven en kleien. Waarom ik dat doe? Of deze manier wordt er een vertaalslag gemaakt van de binnenwereld naar het concrete, het tastbare. Vaak is de dagdroom heel puur en grillig. Er gebeurt van alles. Bij het tekenen wordt als het ware weer verder gereguleerd: je bepaalt zelf wat je tekent en op welke manier.

In de volgende blog zal ik verder ingaan op deze complexe maar fascinerende behandelmethode. Dit betreft deel 2 in een reeks over hetzelfde onderwerp.

Registratietraject orthopedagoog generalist deel 1

Registratietraject orthopedagoog generalist deel 1

De start van de nascholingen

Vers van de universiteit, met een halve pabo, HBO pedagogiek, pre-master en master Orthopedagogiek achter de rug. Ik dacht dat ik wel even klaar was met studeren. Wat een mazzel had ik, dat ik kon werken op mijn stageplek, en ik was in mijn nopjes met het part-time werken nu ik net moeder was geworden. Maar ik kwam er al snel achter dat die rust niet voor lang was. Als ik nu op die periode terugkijk, denk ik wel eens: waar begon ik aan? Ik had niet kunnen voorzien hoe pittig dat traject was.

Verplicht verder studeren

Als je studeert, krijg je vakken als diagnostiek en behandeling. Je wordt voor je gevoel opgeleid om straks mensen te behandelen. Niets is minder waar, en dat was een behoorlijke tegenvaller toen ik dat ontdekte. Wil je zelfstandig mensen behandelen, dan moet je namelijk geregistreerd zijn als hoofdbehandelaar. Daarvoor heb je een BIG-registratie nodig (GZ-psycholoog), of een OG (Orthopedagoog Generalist) registratie. En dat bleek een heel ingewikkelde klus om die te krijgen.

De sprokkelroute

Eerlijk is eerlijk, ik had geen idee waar ik aan begon toen ik begon. Maar er was weinig keus: wilde ik werken, dan moest ik een registratie hebben, anders kon ik de behandelingen niet vergoeden. En al helemaal niet nooit de praktijk overnemen. Al snel kwam ik er achter dat de GZ-opleiding in mijn geval uitgesloten was. Dat was op de werkplek waar ik zat niet mogelijk. De OG-route wel: zij hebben een zogenaamde ‘sprokkelroute’, waar je zelf punten voor nascholing bij elkaar mag verzamelen. Klinkt simpel, maar dat viel behoorlijk tegen.

Plannen

In de praktijk kwam het er op neer dat ik avonden lang bezig was met plannen, plannen en nog eens plannen. Eerst bedenken welke cursussen ik wilde volgen, dan bekijken op welke dagen dat was, zoveel mogelijk buiten werkdagen plannen, oppas regelen voor die dagen, inschrijven en hopen dat het niet al vol zat (wat helaas vaak voorkwam). Vervolgens moest ik rekening houden met de puntenverdeling: er moesten punten voor diagnostiek, behandeling, overig en literatuur gehaald worden. Als ik meerdere cursussen tegelijk volgde, moesten die elkaar ook niet overlappen. Het was ontzettend frustrerend en tijdrovend.

De plussen en minnen

De cursussen zelf waren vaak héél leerzaam en interessant. Ik ben in die jaren enorm gegroeid in mijn professionaliteit en expertise. Zonder die nascholing zou ik me nooit zo zeker in mijn werk hebben gevoeld. Maar na ongeveer 4 jaar begon de hoeveelheid me op te breken. Ik moest tegen die tijd cursussen gaan uitzoeken op de punten: had ik nog 12 punten voor diagnostiek nodig, dan koos ik maar een cursus met veel van die punten. En dat stond me tegen: ik wilde gewoon kiezen wat ik nodig had voor mijn werk, en dat ging op een gegeven moment niet meer.

Kop vol kennis

Bovendien had ik aan het einde van het traject het gevoel dat er niet meer kennis bij kon: alles wat ik aan nieuwe kennis opdeed, ging voor mijn gevoel ten koste van kennis die ik eerder had opgedaan. Het was alsof er iets op een overvolle tafel werd geschoven, waardoor er aan de andere kant spullen van af vielen. Gelukkig kreeg ik bij elke cursus mappen vol met naslagwerk, maar puntje bij paaltje maak ik daar in de praktijk te weinig gebruik van.

Eindeloos reizen

Helaas was er toen ik begon nog geen nascholing in de buurt. Dat betekende dat ik voor bijna alle cursussen naar Amsterdam, Amersfoort of Utrecht moest afreizen. Ik heb heel wat uurtjes in de trein gemaakt, en nog nooit zoveel afschrijvingen in korte tijd gezien voor het automatisch opladen van mijn OV-chipkaart.

Druk op het gezin

Het klinkt, als ik het zo opschrijf als een grote misère, maar dat was het natuurlijk niet. Ik ben ontzettend blij en trots dat ik dit traject heb doorlopen en voltooid, en het heeft me gebracht waar ik nu sta. Maar tijdens het traject heb ik alle drie mijn kinderen gekregen, hebben we thuis de gehele bovenverdieping uitgebouwd én moest ik dus elk vrij moment besteden aan het lezen van literatuur, maken van opdrachten of naar cursus gaan. Ik vond het vooral frustrerend dat ik het gevoel had dat ik geen keus had en niet meer terug kon: je moet het binnen een bepaalde termijn afronden, anders vervallen je punten. Dat legde enorme druk op me.

De betekenis van mijn werk

De betekenis van mijn werk

De kersen op de taart

Af en toe vragen mensen mij: is het niet zwaar, je werk? Je hoort soms de meest verschrikkelijke dingen… neem je die dan niet mee naar huis? En op beide vragen kan ik met ja antwoorden. Ja, het is zwaar werk. Het is geen werk waarin je na een paar uurtjes inspanning even op halve kracht kan draaien. Elke cliënt heeft tenslotte recht op een goede therapeut. En voor elke cliënt zet ik me in. Dat is pittig.

Hard werken

Soms tolt mijn hoofd na een paar afspraken achter elkaar. Soms moet ik tussendoor even een minuutje op adem komen, voor ik een volgend gesprek in ga. Soms is een gesprek simpelweg keihard werken, omdat bijvoorbeeld de motivatie van een cliënt nog onvoldoende is, of omdat je zo graag iets duidelijk wil maken tijdens een gezinsgesprek, of omdat je slecht nieuws moet brengen en opvangen in een gesprek.

Parkeren van problemen

En ja, er spelen soms verschrikkelijke dingen. Mensen die zo ongelooflijk veel pech hebben in hun leven, alsof er niks goed mag gaan. Mensen waarvan een kindje is overleden, verschrikkelijke echtscheidingsdrama’s, complete systemen die zo vast zitten dat ze het zelf niet meer zien en verandering soms onmogelijk lijkt. Cliënten die zó somber zijn, dat ze het leven niet meer zien zitten. Natuurlijk neem je dat mee naar huis, ik ben ook niet van ijs. Maar na een lange fietstocht terug naar huis, een avondje sporten of een extra lang voorleesmoment met mijn eigen kinderen kan ik het wel even parkeren. Want in de tijd dat ik niet werk, kan ik tenslotte ook geen wonderen verrichten. Dat helpt relativeren.

Vlotte behandelingen

Er zijn ook behandeling die gemakkelijk lopen. Dat je tijdens deze contacten even mee kan lachen met de cliënt, en daarmee in feite ook zelf weer kan opladen. Ik heb dat vaak met jonge pubers, de laatste jaren van de basisschool en eerste jaren van de middelbare school. Fantastische leeftijd om mee te werken vind ik dat, vaak hebben deze kinderen zoveel humor! Samen zoeken we dan muziek op, of de nieuwste playstation game die ze hebben gekocht. Het feit dat je daar als therapeut over mee kan praten, is vaak een aangename verrassing voor ze. Ook het feit dat ik niet oordeel over bijvoorbeeld hoe ze over huiswerk maken denken, vuurwerk afsteken of laat naar bed gaan, is een hele geruststelling voor ze. Ik werk tenslotte vooral aan een beter welzijn en hun eigen hulpvragen.

Luchtigheid in de behandeling

Zo was er een jongen van een jaar of 12. Hij werd aangemeld met concentratieproblemen, problemen in het controleren van zijn boosheid en ook somberheid. Niet zo lang geleden heeft hij zijn moeder verloren aan kanker. Het gedrag bleek dan ook vooral te maken te hebben met rouw om zijn moeder. De behandeling was, ondanks de verdrietige gebeurtenis, een hele fijne samenwerking met veel lol en luchtigheid. Ik had bewondering voor zijn sterke persoonlijkheid, zo jong als hij was. Dat hij intelligent was kon je direct merken, hij dacht goed na over zichzelf en hoe zijn gedrag kon worden verklaard.

Verbetering tijdens behandeling

Gaandeweg kwamen er heel veel onderwerpen aan de orde. Natuurlijk het verwerken van het verlies van zijn moeder, maar ook de oorzaken van de boosheid, die ingewikkelder bleken te zijn dan hij vooraf had ingeschat. Maar de behandeling sloeg goed aan, het ging langzaam beter met hem, cijfers gingen omhoog, hij had minder agressieve uitbarstingen en kon beter over zijn kwetsbaarheden praten. Na een tijd bouwden we de frequentie van afspraken af, tot het nog maar eens in de 6 tot 8 weken was. Een van de laatste keren dat ik hem zag, was hij veranderd: een zelfverzekerde jongen, met meer innerlijke rust. Hij was gaan trainen, wat hem goed deed, het gaf hem zelfvertrouwen en hij kon zijn energie kaderen. We besloten de behandeling af te ronden, want ik had er alle vertrouwen in dat hij het verder zonder mij af kon. Ik schudde handen met hem en zijn vader, maakten nog een paar laatste grappen en zwaaide ze met een grijns uit.

“Volgende cliënt”

Inmiddels was ik alweer een paar weken, zo niet maanden, verder en met mijn hoofd volop bezig met de nieuwe cliënten. Als je iemand afsluit, heb je maar weinig tijd om stil te staan bij hoe het verder zou gaan. Er dienen zich namelijk direct weer nieuwe mensen aan met acute hulpvragen. Maar heel soms doet zich een gebeurtenis voor, die je dwingt tot reflectie, die je dwingt stil te staan bij het proces wat een cliënt heeft doorgemaakt. En wat dat betekent voor die cliënt, maar ook voor zijn omgeving.

Persoonlijk bedankje

Zo had ik net het laatste telefoontje gepleegd en was ik mijn jas al aan het aantrekken om op de fiets naar huis te stappen, toen ik ineens de vader van de eerder genoemde cliënt naar binnen zag komen. Hij had een pakket bij zich en natuurlijk vroeg ik mij direct af wat de reden van zijn bezoek was. Hij overhandigde vervolgens het pakket aan mij, als dank voor de goede zorgen. Het ging nu goed met zijn zoon, wat hem als ouder ook veel goed deed. Ik was ontroerd, want het bedankcadeau wat hij me gaf, betrof een zeer persoonlijk geschenk van zijn overleden vrouw, met begeleidende brief. Ik was er stil van. Het gebeurt wel eens dat cliënten je verrassen met een gebakje, een knutselwerk of tekening, maar nooit eerder kreeg ik zo’n persoonlijk cadeau. Het zijn de kersen op de taart van ons werk. Zoals hij verwoorde: ‘je kan wel zeggen dat je gewoon je werk maar doet, maar voor ons betekent het veel meer’.  En hij heeft gelijk, want dat is uiteindelijk ook de reden waarom ik voor mijn werk heb gekozen.

Betekenis van de hulp

Die avond bekeek ik het geschenk eens goed. Ik vond het ergens ook best spannend, want door het goed te bekijken, werd ik nog sterker deelgenoot van wie het gezin oorspronkelijk was. Maar ik vond het mooi en waardevol, het verhaal van de behandeling kreeg op deze manier nog meer betekenis nu ik zag om wie het ging, hoe ver het verdriet strekte na het overlijden, het gemis van alle goeds wat eens was. Het werd concreet, tastbaar. En dan is het heel prettig om te beseffen: het gaat goed met deze jongen, met dit gezin, en ik mocht daar aan bijdragen. Ik mocht getuige zijn van dit verdriet, maar ook van het geluk en het herstel. Dat vond ik heel bijzonder.

Het geschenk krijgt daarom een mooi plekje in mijn kast, om me te herinneren aan de betekenis van het werk, waar ik soms onvoldoende bij stil sta. En dat maakt me best een beetje trots

Een andere kijk op dromen en dagdromen

Een andere kijk op dromen en dagdromen

Wat levert (dag)dromen op?

Dromen, fantasie, de kracht van mythen en sprookjes, het onbewuste… In mijn werk als therapeut ben ik deze concepten steeds beter gaan leren kennen, begrijpen en gebruiken. Ik zie mezelf nog staan (ja, staan) op de eerste cursusdag van de opleiding Symbooldrama, nuchter als ik ben. Ik dacht niet dat ik me wijs kon laten maken met onzin en gewauwel over het onderbewuste en dergelijke.

Symbooldrama werkt

Maar tegelijkertijd was ik gefascineerd over wat ik tot dusver had gezien in de praktijk. Mijn collega heeft al jarenlange ervaring in het werken met o.a. symbooldrama en ik zág dat het werkte. Maar ik begreep er niks van. Hoe kan het, dat problemen overgaan door zoiets ‘simpels’ als dagdromen en tekenen? Daar ben ik door de jaren heen wel achter gekomen. En het is allesbehalve simpel. Het is superingewikkeld, en tot op de dag van vandaag stoei ik met de uitleg aan kinderen en hun ouders over de werking van de behandelmethode. Maar ik heb gezien dat het werkt, en nu ik er al jaren zelf mee werk, ben ik overtuigd van de kracht van de behandelmethode. Het laten ervaren is eigenlijk de enige goeie uitleg aan ouders: ze merken namelijk vanzelf dat de klachten afnemen.

Willen begrijpen

Door die opleidingsroute tot symbooldramatherapeut ben ik steeds meer gefascineerd geraakt door deze theorieën, die ook hun grondslag hebben in andere behandelmethodes. Ik wil de abstracte fenomenen zoveel mogelijk begrijpen, zoals dromen of narratieven (de verhalen die iemand heeft over zijn leven), zodat ik zo goed mogelijk kan aansluiten bij die ander. Zonder nu al te diep in te gaan op wat symbooldrama nu precies is (dat bewaar ik voor een andere keer), wil ik wel iets uitleggen over dromen en dagdromen in het algemeen.

Nachtdromen

Want er is een verschil tussen dagdromen en nachtdromen. Nachtdromen zijn een soort sensomotorische hallucinaties met een verhaal. Dat betekent dat je verschillende zintuigen gebruikt, behalve geur, en dat je op het moment van dromen de droom als echt ervaart: je kunt je bewegen, dingen aanraken, praten, etc.  Er zijn wel belangrijke verschillen, want tijdens een droom kunnen de meest bizarre dingen gebeuren, die op dat moment totaal niet als vreemd worden ervaren. Het is doodnormaal dat je ineens kan vliegen of je buurman ineens in je broer is veranderd. De meeste mensen hebben daarnaast ook geen controle over de dromen.

Onbewuste thema’s

Veel mensen zeggen niet te dromen, maar dat klopt niet: iedereen droomt. Maar omdat dromen alleen vlak nadat je wakker wordt nog herinnerd kunnen worden, vergeten de meeste mensen hun dromen. Je kunt ze blijven onthouden door het meteen te vertellen of op te schrijven. Opvallend is dat er in dromen vaak dingen naar boven komen die je in het bewuste leven allang was vergeten of bijvoorbeeld had weggestopt. In dromen kunnen vaak heftige gevoelens zitten van angst, verlies, verdriet of vreugde. Daarom wordt er door psychologen ook vanuit gegaan dat dromen iets vertellen over onbewuste angsten, wensen, behoeften en dergelijke. Het is niet voor niets dat mensen meer nachtmerries hebben na een trauma, bijvoorbeeld.

De kracht van dagdromen

Onze hersenen kennen geen pauzestand, ze maken dag en nacht associaties. ’s Nachts is er daarom een eindeloze stroom aan herinneringen, gevoelens, wensen, gedachtes of ideeën die in ons hoofd ronddolen. In dagdromen gebeurt in feite hetzelfde, maar op een meer bewust niveau en vaak met meer controle. Vaak merk je niet dat je wegdroomt, maar het is meestal op momenten van verveling of wanneer we niks beters te doen hebben. Of wanneer wat we doen heel monotoon is, zoals hardlopen of autorijden. Hoewel dagdromen door veel mensen als nutteloos wordt gezien, zijn er echt wel voordelen te noemen. Vaak komen automatische gedachtes om de hoek kijken als onze gedachtes afdwalen, waarin negatieve emoties vaak een rol spelen. Tegelijkertijd komt er ruimte om na te denken over nieuwe ideeën, het verwerken van situaties, herinneringen een plek te geven en te bedenken hoe we op situaties willen reageren. In andere woorden, we bereiden ons zo goed mogelijk voor op de eisen die de buitenwereld aan ons stelt. Daarbij gebruik je vaardigheden als creativiteit om oplossingen te bedenken, je reflecteert over jezelf (metacognitie) en verplaatst je in de ander.

Fantasie en sprookjes

Al eerder schreef ik over de voordelen van de fantasieontwikkeling bij kinderen. Misschien zijn de vaak bizarre verhalen uit onze dromen ook wel de reden dat ze zo tot de verbeelding spreken en we ze willen begrijpen (als het ons gelukt is om ze te onthouden). Want al eeuwenlang zijn kinderen geboeid door sprookjes en fantasieverhalen, die vroeger vaak van generatie op generatie werden doorverteld. Het is grappig om te zien dat wat sprookjes of soortgelijke verhalen nou aantrekkelijk maakt voor kinderen. Het blijkt dat er in zulke verhalen zogenaamde ‘minimale contra-intuïtieve concepten’ zitten. Bijvoorbeeld Peter Pan, die met wat toverstof kan vliegen, of schoentjes, die uit zichzelf kunnen dansen.

Vertaald naar symbolen

Het gaat om dingen of situaties die afwijken van wat we verwachten. Daardoor wordt je aandacht getrokken en probeer je, nieuwsgierig als we zijn, te begrijpen hoe dit kan. Daarom worden deze verhalen ook beter onthouden: daardoor zijn ze door de jaren heen wijd verspreid en behouden gebleven. Als er zulke verrassende dingen gebeuren, of dat nou in sprookjes, dromen of Bijbelverhalen is, denken we erover na en worden ze grondig verwerkt in de tijd daarna. Dat is ook de beeldende kracht uit symbooldrama, waarin ook vaak verrassende elementen in de dagdromen zitten, die cliënten aan het denken zetten. Vooral jongeren zijn er goed in om op zoek te gaan naar de betekenis die het voor hen kan hebben. Er wordt dus gebruik gemaakt van de voordelen die dromen en dagdromen oplevert, de vaardigheden die daarin worden geleerd, maar dan concreet gemaakt: er wordt, net zoals in nachtdromen, een verhaal van gemaakt, met beelden erbij (symbolen). Op die manier is er een samenhang tussen de verschillende elementen en onthoudt je bovendien beter waar het over gaat. Om dit extra te verstevigen vraag ik altijd om de dagdroom te tekenen, verven, krijten of zelfs te kleien. Zo is er een blijvend beeld en is de inhoud uit de droom ook meteen al een stukje verwerkt.

EMDR bij peuters

EMDR bij peuters

Jonge kinderen in therapie

 

Als orthopedagoog ben ik opgeleid om kinderen en gezinnen te helpen. Anders dan een psycholoog, die zich breder richt op álle leeftijden, ben ik dus wat meer gespecialiseerd in de mensen die nog in ontwikkeling zijn. De meeste cliënten die ik zie, vallen in de basisschoolleeftijd, grofweg tussen de 6 en 12 jaar oud. Maar ook jongere (en oudere) kinderen heb ik regelmatig in de spreekkamer. Vandaag een artikel over de ervaring met EMDR bij peuters.

Veerkracht

Zo had ik pasgeleden een kleine peuter in behandeling, van rond de 2,5 jaar. En op de één of andere manier heb ik iets met die ukkies, misschien omdat ik zelf nog drie kleintjes heb, maar er is iets fascinerends aan hele jonge kinderen. Ze zijn nog zo puur, zo aan het begin van hun ontwikkeling, zo vormbaar. Gebeurtenissen kunnen een grote impact hebben in hun nog zo korte leventje, maar tegelijkertijd tonen ze een onnavolgbare veerkracht. Het verwondert me, en het herinnert me aan hoe weinig we eigenlijk weten over bijvoorbeeld de werking van de hersenen.

Verbondenheid tussen ouders en kind

Het is een fabeltje om te denken dat een kind te jong is voor therapie. Natuurlijk ga je met een kind van 2 jaar geen diepzinnige gesprekken beginnen over identiteitsontwikkeling of gedachtes uitwisselen over schoolkeuzes, maar op andere manieren kunnen ze zeker baat hebben bij therapie. In specifieke cursussen gericht op de ontwikkeling en behandeling van jonge kinderen heb ik ervaren hoe essentieel deze behandelingen kunnen zijn voor hun verdere levens. Als kinderen nog echt jong zijn, pakweg voor ze naar de basisschool gaan, dan is het een vanzelfsprekendheid dat ik het kind zie samen met de vader en/of moeder: ze zijn nog zo verbonden met elkaar, dat het onnatuurlijk zou zijn ze los van elkaar te zien.

Slaapproblemen

Zo was het ook bij mijn peutercliëntje. Deze kleine kwam voor slaapproblemen: elke nacht werd het kindje meerdere keren hysterisch wakker en moest het per sé door moeder getroost worden, vader werd niet geaccepteerd. Overdag was de peuter ontzettend vermoeid, wat zorgde voor negatief gedrag en uiteindelijk een negatieve sfeer. Het was al maanden bal en ouders werden elke dag een beetje vermoeider en meer radeloos. Het zorgde voor een grote belasting voor met name moeder en alle gezinsleden hadden grote behoefte aan een goede nacht slaap.

EMDR

In de intake is het zaak om nauwkeurig uit te pluizen waar de klachten mogelijk mee te maken hebben. Daarom wordt er veel gevraagd, soms tot in de kleine details en tot jaren terug. Klachten zijn namelijk vaak hetzelfde, het is de unieke geschiedenis van een cliënt die uiteindelijk de behandeling vormgeeft. En zo kwam ik er achter dat er in de korte levensgeschiedenis van dit cliëntje een aantal ingrijpende gebeurtenissen waren geweest, die naar mijn idee te maken hadden met de klachten. Ik besloot daarom om EMDR te gaan doen (later licht ik deze behandelmethode meer toe). EMDR bij zo’n kleintje? Ja echt, het kan. Heel goed zelfs. EMDR is in het kort een manier om ingrijpende gebeurtenissen te verwerken. Dit wordt zowel bij kinderen als volwassenen toegepast, en is dus ook mogelijk bij hele jonge kinderen.

Het verhaal schrijven

Voordat we daarmee konden starten, was het de bedoeling dat ouders het verhaal zouden schrijven van de gebeurtenis. Klinkt simpel? Dat is het niet. Ten eerste is het de bedoeling dat ouders in de schoenen van hun kind gaan staan als ze het verhaal schrijven. In dit geval moest het verhaal dus worden geschreven alsof het door de ogen van de peuter werd beleefd. Dat vergt nogal wat inlevingsvermogen. Want wat indruk maakt op ons als volwassene, kan soms mijlenver af staan van wat impact heeft op een kind. Ten tweede is het opschrijven van de gebeurtenissen direct een stuk rouwverwerking en exposure voor de ouders: ze beleven als het ware de hele situatie weer opnieuw en dat roept vaak hun eigen stukje trauma en spanning weer op. Dat maakt het extra lastig om te scheiden tussen hun eigen gevoelens en die van hun kinderen. Ten derde hebben ouders een natuurlijke neiging om hun kind te troosten, te sussen en te beschermen tegen alles wat naar is. En bij EMDR gaat het er júist om, om zoveel mogelijk lading in een verhaal te stoppen. Met andere woorden, om het verhaal zo eng, heftig, verschrikkelijk of zo naar mogelijk te maken. Dat vergt ook veel moed van ouders.

Desensitiseren

Het duurde daarom een poos voor de ouders het eerste verhaal op papier hadden staan. Na wat kleine aanpassingen, was het dan tijd voor de eerste sessie. En in tegenstelling tot hoe lang ervoor nodig was om het verhaal op papier te zetten, zo kort waren de sessies toen ze uiteindelijk plaatsvonden. Het voorlezen van het verhaal en tegelijkertijd desensitiseren (het laten afnemen van de spanning), was meestal binnen een half uurtje gefixt.

De sessies

Het is een wonderlijk proces. De peuter kroop knus bij mama op schoot en koos de knuffels waarmee ik op de beentjes zou tikken (het afleidingsproces). Hierna begon haar moeder het verhaal, dat verliep volgens vaste richtlijnen: eerst een rustige inleiding, dan toewerkend naar het meest spanningsvolle stukje, waar uitgebreid bij wordt stilgestaan en eindigend met een goed einde. Het eerste verhaal had zichtbaar spanning: de blik van de peuter werd naar binnen gekeerd, er verscheen een pruillip en er werd steun gezocht bij moeder door haar stevig beet te pakken. Deze spanning zakte zichtbaar aan het einde van het verhaal.

Emotioneel

Voor de tweede sessie hadden we de tweede ingrijpende gebeurtenis uitgeschreven. Dit bleek tijdens de sessie het meest heftige moment te zijn geweest voor de kleine cliënt. Bij de climax van het verhaal, waarin er thema’s van verlatingsangst speelden, raakte de peuter zeer geëmotioneerd en zocht ze schokkend van verdriet bij de moeder die ze toen zo had gemist. Aan het einde van het verhaal zakte ze uitgeput en nog na snikkend tegen moeder aan, terwijl extra werd benadrukt dat alles nu weer veilig en goed was.

Impact

Iedere keer dat ik dit soort EMDR sessies doe, ben ik weer onder de indruk van het effect. Hoewel het voorlezen van een verhaal misschien 10-20 minuten duurt, zijn het zeer ingrijpende sessies, waarin veel emoties worden losgemaakt. Het is voor mij keer op keer weer een bevestiging van de ongelooflijke veerkracht en flexibiliteit in de ontwikkeling van jonge kinderen.

Afscheid nemen

EMDR staat er om bekend dat het na de sessie doorwerkt, tot zo’n 3 dagen daarna. En zo was het bij dit gezin ook. De dagen erna merkten ze verschillende gedragsveranderingen, zoals nachtmerries, veel vragen naar de gebeurtenissen en willen weten waar iedereen was. Na deze zogenaamde ‘naweeën’, begonnen de klachten significant af te nemen: de peuter werd veel minder vaak wakker, en als het gebeurde, was het zonder hysterie of paniek. Ook werd papa weer geaccepteerd en kon de peuter gemakkelijk terug naar bed worden gebracht. De nachten waren in zeer korte tijd sterk verbeterd. Er was meer rust en ook overdag kon de peuter beide ouders beter accepteren. In het afscheid nemen viel op dat de peuter nu gedag zei, wat voorheen niet gebeurde. Alsof de kleine er weer op kon vertrouwen de ander weer terug te zien, wat misschien eerder niet vanzelfsprekend was. En zo gebeurde het, dat na een keer of vier de peuter zich bij het weggaan ineens naar mij omdraaide, haar handje opstak en een vrolijk ‘doei!’ zei. Knap gedaan meisje, je hebt je vertrouwen weer terug!

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Een veelgebruikte methode

Wat is aangeleerd, kan ook weer worden afgeleerd. Dat is waar de cognitieve gedragstherapie (CGT) van uitgaat. Dat kan heel handig zijn in de opvoeding en is bovendien in veel gevallen nog effectief ook. CGT is tegenwoordig bijna de basis in therapieland. Er wordt ontzettend veel onderzoek naar gedaan en het is vaak de meest aanbevolen behandelmethode.

Effectief en aanbevolen

Er zijn inderdaad veel situaties waarin ik ook werk met CGT. Maar, meteen een kanttekening, ik maak bewust gebruik van meerdere behandelmethodes, omdat ik zo goed mogelijk wil aansluiten bij (de hulpvraag van) de cliënt. Dat neemt niet weg dat over cognitieve gedragstherapie ook best een aardig woordje mag worden gezegd.

Aanleren en afleren

Wat is aangeleerd, kan dus ook worden afgeleerd. Daarbij kun je denken aan gedrag (wat je doet), maar ook aan gedachten (cognities; wat je denkt). Door dit te veranderen, verandert ook je gevoel. Om dit te bereiken wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van huiswerkopdrachten, experimentjes, kijkopdrachten (observaties) of telopdrachten (registraties).

De drie G’s

CGT gaat dus uit van de driehoeksrelatie tussen gedachtes, gevoelens en gedrag (de drie G’s). Omdat je gevoel niet kunt veranderen (je kunt immers niet ineens stoppen met boos zijn en direct vrolijk zijn), wordt er vanuit gegaan dat je je gevoel alleen kunt beïnvloeden door anders te leren denken (cognitieve therapie) en anders te doen (gedragstherapie).

Gedragsverandering

Omdat ouders de meest invloedrijke personen zijn in het leven van hun kinderen, kunnen zij het beste helpen het gedrag van hun kind te veranderen. Je wordt dan een soort coach: door bijvoorbeeld zelf het goede voorbeeld te geven, kan je kind gedrag van je overnemen. Dit wordt modeling genoemd. Als ouder wil je natuurlijk dat je kind uiteindelijk steeds zelfstandiger wordt, maar dit kan alleen met een beetje hulp. Als ouder ben je heel belangrijk voor je kind: daar kun je handig gebruik van maken om je kind te helpen ongewenst gedrag af te leren of goed gedrag aan te leren.

CGT in de opvoeding

Binnen de opvoeding gebruik je als ouders waarschijnlijk zonder het te weten al heel veel principes uit de CGT, zoals belonen (complimentjes geven), negeren van gedrag of een time-out toepassen (dit laatste raadt ik trouwens niet direct aan, waarover later meer). Er zijn tientallen mogelijkheden om op die manier het gedrag van je kind te veranderen, als het maar goed wordt toegepast. Goede uitleg over de werking van principes en goede coaching tijdens de uitvoering ervan is daarom heel belangrijk.

Opvoedingsstrategieën

Voorbeelden van effectieve opvoedingsstrategieën die je kunt leren toepassen, zijn de volgende:

  • je kind stimuleren door hem aan te moedigen
  • effectief grenzen stellen
  • samen een probleem oplossen
  • zicht en toezicht houden
  • positief betrokken zijn bij je kind

Daarnaast zijn er ook tal van ondersteunende opvoedingsstrategieën die kunnen worden versterkt, zoals:

  • duidelijk instructies geven
  • bijhouden van gedrag
  • emotieregulatie (emoties in goede banen kunnen leiden)
  • actieve communicatie

Andere aanpak

Deze worden in heel veel boeken, cursussen en trainingen van tegenwoordig verwerkt, die allemaal gestoeld zijn op de cognitieve gedragstherapie. Voor veel ouders en kinderen kunnen dit handige tips en trucs zijn om in de praktijk te proberen. Voor andere gezinnen is soms echter een andere aanpak nodig.


Bronnen:

Cladder, J.M.; Nijhoff-Huysse; M.W.D.; Mulder, G.A.L.A. (2009). Cognitieve gedragstherapie met kinderen en jeugdigen. Probleemgericht en oplossingsgericht. Amsterdam: Pearson.

Kenniscentrum PMTO Nederland (PI Research).

Prins, P.J.M.; Bosch, J.D.; Braet, C. (2011). Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Review: “Uit de greep van OCD” over dwangstoornis”

Review: “Uit de greep van OCD” over dwangstoornis”

Behandelen van dwang met CGT

“Eerlijk is eerlijk, ik moest best wel mijn best doen om door het boek heen te komen. Ik had soms moeite om mijn aandacht erbij te houden en dat had verschillende redenen. Toch ben ik niet negatief over het boek, maar ik heb wel een aantal plussen en minnen die ik graag met je deel.”

Wat is OCD?

OCD is weer zo’n afkorting die voor nodige fronsen kan zorgen. Het is de afkorting voor ‘obsessive compulsive disorder’ of ‘obsessief compulsieve stoornis’ in het Nederlands (OCS dus). Het is een dwangstoornis waarbij je last hebt van dwanghandelingen en/of dwanggedachtes die je maar niet kunt laten. Een voorbeeld van een dwanghandeling is bijvoorbeeld obsessief handen wassen, een dwanggedachte is dan bijvoorbeeld de gedachte dat er anders misschien iets ergs gebeurd.

OCS is in feite een angststoornis, maar dan wel een zeer specifieke en eentje die vaak net een andere aanpak vraagt dan een ‘normale’ angststoornis.

De feiten

Eerst maar even de feiten:

  • Titel:  ‘Uit de greep van OCD. Handboek voor jongeren en hun omgeving’
  • Auteur: Dr. Jo Derisley, Isobel Heyman, Sarah Robinson en Cynthia Turner
  • Uitgever: Pica
  • Publicatiedatum: 2009
  • Aantal pagina’s: 212
  • Prijs: nu €3,75 bij Pica, normaal €12,50

Algemeen

Het boek noemt zichzelf een ‘handboek’ wat doet vermoeden dat het allesomvattend is in de mogelijke behandelingsmogelijkheden voor dit soort klachten. Dat is echter niet zo: het werpt licht op één behandelstrategie, namelijk die van cognitieve gedragstherapie (CGT). Voor de gemiddelde ouder is dit boekje niet zo interessant, omdat het zeer specifiek ingaat op OCD, wat slechts (gelukkig) bij weinig kinderen en jongeren voorkomt. Het is geschreven voor de jongere zelf, maar ook ouders kunnen er mee uit de voeten. Wanneer je kind mildere angst- of dwangklachten heeft, adviseer ik in eerste instantie andere literatuur.

 

De pluspunten:

  • Wat ik heel sterk vind, is dat ouders op bijna vanzelfsprekende wijze intensief worden betrokken om OCD te lijf te gaan. OCD heeft een grote lijdensdruk: als je er last van hebt, is het heel erg belemmerend voor je functioneren en je kan er behoorlijk verdrietig van worden. Steun van ouders is daarom naar mijn mening zeer waardevol en eigenlijk noodzakelijk. Het boek gaat daar ook van uit.
  • Er zit een heldere opbouw in het boek met psycho-educatie en stapsgewijze aanpak van het probleem.
  • De illustraties zijn vaak verhelderend en illustratief, met soms diagrammen of lijstjes om de stof meer inzichtelijk te maken.
  • Er zijn gratis downloads beschikbaar bij het boek om de oefeningen in de praktijk te brengen.

ocd ocs dwang cgt

De minpunten:

  • Lay out en gebruiksgemak van het boek vallen een beetje tegen en doen wat oudbollig aan.
  • Taalgebruik is wat formeel, soms wat wollig en met redelijk veel herhaling.
  • De formuleringen bij de werkbladen zijn soms moeilijk verwoord.
  • Er wordt een poging gedaan om oplossingsgerichte elementen in het boek te verwerken maar deze worden helaas niet concreet genoeg gemaakt.
  • Sommige genoemde voorbeelden zijn niet zo handig gekozen waardoor de geloofwaardigheid van de tekst minder wordt.

 

Waar ik niet helemaal achter sta:

  • Er wordt gezworen bij cognitieve gedragstherapie (CGT) als hét middel in de therapie voor OCD. Het wordt zelfs zó stellig neergezet, dat alle andere therapievormen per definitie ineffectief zijn. Ik ben het hier niet mee eens. Ik heb meerdere malen cliënten met OCD behandeld, waarvan een aantal expliciet niet met CGT vanwege uiteenlopende argumenten. Ik blijf erbij dat per cliënt moet worden bekeken welke therapievorm aansluit, in plaats van een therapievorm op te leggen aan een cliënt.
  • Er wordt in mijn ogen voorbij gegaan aan de oorzaak van OCD. Er wordt stilgestaan bij de klachten en symptomen en de bestrijding hiervan, maar niet waarom het ooit is begonnen. Niet zelden is er een oorzaak te vinden die aan de bron van deze problematiek ligt, die na behandeling ook zorgt voor het verdwijnen van de OCD-klachten. Hieraan voorbijgaan is in mijn ogen symptoombestrijding: wanneer de ene dwanghandeling is aangepakt, zal er een andere opduiken.
  • Er wordt in het boek veel aandacht besteed aan de dwanghandelingen. Bovendien wordt er vanuit gegaan dat er aan elke handeling een gedachte gekoppeld zit. Dit is echter iets wat in de praktijk één van de lastigste zaken is om te behandelen, juist omdat er vaak sprake is van een handeling zonder duidelijke gedachtes daarbij. Cliënten spreken vaak van: ‘het moet gewoon’, ‘ik kan het niet laten’. Het is een gevoel van ongemak, oncomfortabel, maar niet per se te vertalen in een bijbehorende dwanggedachte. Dat maakt de bestrijding via CGT daarom vaak extra lastig.

 

Eerste indruk

Het boek heeft een frisse buitenkant met vrolijke opdruk. Helaas vind ik het minder prettig in gebruik (ik ben nogal een boeken nerd), omdat het papier niet zo prettig aanvoelt en het boek niet open blijft liggen maar steeds dichtvalt als je hem loslaat. De bladzijden zijn van wat dikker, ruw ongebleekt papier en de uitstraling is wat ouderwets. Dit verhoogt bij mij altijd de drempel om hem er later weer bij te pakken.

Het taalgebruik is wat formeel en soms met naar mijn smaak iets teveel vaktermen. Deze worden overigens wel goed uitgelegd maar kan vlotter, zeker bij de oefeningen. Ook valt op dat er redelijk uitgebreid wordt geschreven over verschillende zaken en veel herhaling in het boek zit.

 

Opbouw van het boek

‘Uit de greep van OCD’ is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel beslaat vijf hoofdstukken en is een stuk psycho-educatie over de stoornis. Het gaat over wat de stoornis inhoudt en op welke manieren er aan gewerkt wordt om er vanaf te komen. Het tweede deel is het praktische gedeelte waarin je actief aan de slag gaat met het bestrijden van je dwangstoornis. Dit deel beslaat 10 hoofdstukken. Het derde deel beslaat twee hoofdstukken en gaat over de samenwerking met anderen uit de omgeving: het gezin, school, etc.

Elk hoofdstuk is vervolgens opgedeeld uit twee delen, waarvan het eerste stuk is geschreven voor de jongere en het tweede stuk voor de ouders. Op deze manier blijven ouders betrokken in de bestrijding van de dwangstoornis.

In elk hoofdstuk wordt met afbeeldingen van een muis in de marges aangegeven wanneer er materialen van de website zijn te downloaden. Soms zijn er grijze info-blokjes met extra uitleg of een casus en elk hoofdstuk eindigt met een samenvatting van het voorgaande. De opbouw binnen een hoofdstuk vind ik echter niet altijd voor de hand liggend en soms wat dubbelop.

ocd ocs dwang cgt

Vertaalslag naar de praktijk

De reden waarom ik dit boekje in de praktijk zou gebruiken, zijn de handige werkbladen en de volgorde in het aanpakken van de problematiek. De werkbladen zijn gratis te downloaden en kunnen voor mij handig zijn om erbij te pakken in de therapie. Ik vind dat de theorie over de stoornis zelf echter te eenzijdig is, en daarom zou ik het niet als literatuur adviseren aan mijn cliënten. Er zitten wat onnauwkeurigheden in het boek waar ik op afknap. Zo zijn de cijfers bij de angstladder voor mijn gevoel verkeerdom (een 10 voor de minst spanningsvolle handeling en een 1 voor de meeste spanning bijvoorbeeld) en negatief verwoorden van doelen (‘geen boeken durven aanraken’ waar het doel ‘boeken aanraken’ zou moeten zijn). Er wordt een voorbeeld gegeven om duidelijk te maken dat spanning zakt naarmate je dingen vaker doet. Het voorbeeld gaat echter over bungeejumpen: dit is niet zo’n handig voorbeeld omdat bungeejumpen een tegennatuurlijke prestatie is die per definitie een zekere mate van angst met zich meebrengt. Om er dan vanuit te gaan dat na 40x bungeejumpen geen angst meer zal zijn, doet daarom afbreuk aan de geloofwaardigheid voor deze uitleg en onderbouwing.

 

Conclusie

Al met al ben ik minder positief over het boek merk ik. Hoewel het zeker voordelen geeft in het praktisch behandelen en bestrijden van dwangklachten, zal ik daarnaast altijd andere middelen gebruiken. Ik werk, als ik kies voor cognitieve gedragstherapie, vaak voor bedwing je dwang, die vergelijkbare oefeningen kent. Het boekje is daar wel een mooie aanvulling op en werkt soms wat verdiepend. Ik merk echter dat de tunnelvisie van ‘CGT voor alles’ mij tegen de borst stuit en ik extra wil bepleiten om niet alleen de klachten te behandelen, maar ook na te denken over de oorzaak. En misschien is dan een andere insteek voor behandeling wel meer voor de hand liggend.

 

 

 

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Intelligentie onderzoek: méér dan het IQ

Waarom intelligentie meten?

Er zijn best wat cliënten die terughoudend reageren op een voorstel tot intelligentie-onderzoek. Ik snap de gereserveerdheid wel. Intelligentie-onderzoek valt voor mijn gevoel een beetje in het cliché “onbekend maakt onbemind”. Vrijwel iedereen snapt dat er na zo’n test een cijfer uit komt als resultaat. Maar dat is slechts één kant van het onderzoek. Het meet ook zoveel meer!

We gebruiken in de praktijk de WISC-III (van 6-16 jaar), de WAIS-IV-NL (voor volwassenen, vanaf 17 jaar) en de WPPSI-III (van 2;6 tot 6 jaar). Dit zijn uitgebreide onderzoeksmiddelen die heel breed meten. En natuurlijk ben je dan nieuwsgierig hoe dat er aan toe gaat, of je er goed aan doet om überhaupt een onderzoek te laten doen en wat er dan uiteindelijk in zo’n verslag staat.

Wanneer doe je een IQ-test?

Een intelligentie-onderzoek adviseer ik nooit zomaar. Wat zijn bijvoorbeeld redenen om tot IQ-onderzoek over te gaan?

  • vragen of het onderwijsaanbod wel goed aansluit bij wat dit kind kan
  • vermoedens van hoogbegaafdheid, onderpresteren en gebrek aan uitdaging
  • vermoedens van lagere intelligentie
  • vermoedens van grote verschillen in het intelligentieprofiel
  • problemen in de werkhouding, werkuitvoering en het aan slag gaan met taken
  • concentratieproblemen, aandachtsproblemen
  • uitzoeken welke leerstrategieën het kind gebruikt, wat werkt en waarin nog mogelijkheden liggen voor begeleiding door de leerkracht, ouders, etc.
  • observeren van sociaal-emotionele stukjes van het functioneren, zoals faalangst, perfectionisme, onzekerheid, behoefte aan bevestiging, omgaan met complimenten, etc.
  • analyse op subtestniveau, dus een sterkte-zwakte profiel maken van de verschillende cognitieve vaardigheden van dit kind en wat dat betekent voor de praktijk
  • en andere vragen die op maat bekeken kunnen worden

Werkhouding

Feit blijft dat er inderdaad cijfers komen naar aanleiding van het onderzoek. Maar deze worden nooit zomaar gegeven zonder verdere uitleg. Er wordt altijd bekeken hoe dit kind, in deze situatie, tot deze resultaten komt. De prestaties bedden we in, binnen het totaalbeeld van dit kind: de huidige situatie, de klachten, de werkhouding.

Faalangst

Maar ook zaken die op dat moment spelen. Zo vraag ik altijd hoe het kind heeft geslapen, ben ik alert op hoe het kind er zit. Kinderen die erg faalangstig zijn of het heel spannend vinden om te komen, laat ik vaak al een keertje eerder kennismaken. En ik vraag ze bijvoorbeeld om een spelletje, knuffel of iets anders vertrouwds mee te nemen. Als het nodig is, beginnen we dan eerst met een spelletje.

Stress en spanning

Want ik ben van mening dat beginnen met het onderzoek terwijl een kind een te hoog stress-niveau heeft, een slecht plan is. Het geeft een onbetrouwbaar beeld. Daarom stel ik mezelf als voorwaarde om een kind eerst voldoende op zijn gemak te krijgen. Hoeveel tijd en energie dit kost, verschilt per kind.

Vervolgstap na intelligentie onderzoek

En als dan het onderzoek is geweest, wat is dan de vervolgstap? Want de uitkomst is interessant, maar pas nuttig als er ook iets mee gedaan wordt. Daarin zijn verschillende wegen om te bewandelen. Ik noem er een paar:

  • een gesprek met de school en ouders om te bespreken hoe dit kind zo goed mogelijk begeleid kan worden op school
  • psycho-educatie aan ouders, om meer uitleg te geven wat er precies aan de hand is, eventueel aangevuld met het bespreken van praktijkvoorbeelden
  • opstarten van behandeling voor het kind, bijvoorbeeld voor het versterken van het zelfbeeld, het wegnemen van de faalangst of het trainen van zelfsturend gedrag (executieve functies)
  • sowieso krijgen ouders een volledig verslag mee, waarin een totaalbeeld wordt geschetst en adviezen worden gegeven, afgestemd op hun specifieke situatie. Deze kunnen een tijd worden toegepast en daarna geëvalueerd om verder te verscherpen.

Mocht je zelf aan het overwegen zijn om onderzoek te laten doen, mag je natuurlijk altijd vrijblijvend contact opnemen!