Archief van
Tag: behandeling

Als trainer van NatuurlijkSportief aan de slag!

Als trainer van NatuurlijkSportief aan de slag!

Van je hobby je werk maken

Zo leuk! Ik mag me sinds kort ook NatuurlijkSportief trainer noemen. Van je hobby je werk maken, is iets waar veel mensen van dromen. Sommige mensen doen het, en daar heb ik veel bewondering voor. Sinds Signes geboorte sport ik bij Natuurlijk Sportief, waar ik mijn passie helemaal heb gevonden. Ik wist niet dat sporten zó leuk kon zijn! En nu, 3 jaar later, ben ik zelf ook trainer van deze mooie sport. Met een missie.

Bewegen en sporten met een missie

Niet alleen was het buiten zijn, het bewegen en gewoon het contact met anderen veel leuker dan alle andere sportervaringen die ik ooit had, ik merkte ook dat er van alles veranderde. Zoals veel vrouwen na de zwangerschap wilde ik graag weer een beetje mijn figuur terug en de kilo´s kwijt. Ik had al jaren niet meer gesport, dus na de eerste keer trainen kon ik 4 dagen m´n shirt amper over m´n hoofd heen trekken van de spierpijn (maar ik was dan ook niks gewend).

In een deuk tijdens de training

Maar waar ik eerste nog een hele training liep, rende ik de week erop al een paar meter. En de maand erna rende ik zelfs al een paar honderd meter. Ik genoot van het gevoel na de training dat mijn lijf hard had gewerkt. Ik voelde me helemaal ontspannen en loom, maar tegelijkertijd heel helder en alert. Al heel snel merkte ik veranderingen in hoe ik in mijn vel zat. Regelmatig lag ik in een deuk tijdens een training. Of het nou vanwege flauwe grapjes was of omdat we de meest absurde spelletjes deden, die ik voor het laatst deed op de basisschool. Als ik wegfietste van mijn werk, werd ik al enthousiast van het idee dat ik ´s avonds weer mocht sporten. Een totaal nieuwe ervaring.

Toen sporten nog een ´moetje´ was…

Het is zo fijn om te merken dat je prestaties verbeteren. Ik heb nooit echt gesport, ik heb van alles gedaan, van jazz ballet en zumba tot zwemmen en kickboksen, en jarenlang in muffe fitnesszalen mijn tijd uitzitten. Ik kon het nooit lang volhouden, want ik ben te snel uitgekeken en bovendien was de sfeer niet uitnodigend. Bedompte zalen, geschreeuw door een microfoon of in de rij staan voor je een apparaat kon gebruiken. Sporten deed ik omdat het moest, niet omdat het leuk was. Tot een paar jaar geleden dus…

NatuurlijkSportief

De beste uitvindingen zijn kinderlijk eenvoudig. Zo heeft Teun, de oprichter van NatuurlijkSportief, ook een belachelijk eenvoudig concept neergezet, dat zo goed aanslaat, dat het zelfs in het buitenland wordt overgenomen. Buiten zijn, sporten met wat je hebt, gebruik maken van je eigen kracht en die van anderen, en zo sterk en fit worden. Je gaat met de seizoenen mee: zwemmen in de zomer, bladerhopen maken in de herfst en elkaars bloemen afpakken in de lente. In de tijd waarin mindfulness zo hoog op de agenda staat, past dit concept er naadloos in.

Bewegen binnen je behandeling

En als je dan merkt, als onsportieve, slappe persoon zoals ik was toen ik begon, dat het lukt om te veranderen, echt te genieten van het sporten en je daar lichamelijk maar vooral mentaal zoveel beter door te gaan voelen, trek je al snel de conclusie: dit kan zoveel mensen helpen. Toen groeide het idee om het aan te bieden als aanvulling op onze behandelmogelijkheden. Want naar buiten gaan, in beweging komen, en gewoon onder de mensen zijn, of aandacht hebben voor wat je doet, is voor veel mensen helaas geen vanzelfsprekendheid.

Voordelen van buiten sporten en bewegen

Als NatuurlijkSportief trainer kunnen we dat nu samen aanpakken. Want dat bewegen goed voor je is, dat weet iedereen. Maar dat dit concept ook bijdraagt aan ontzettend veel andere vaardigheden, wist je misschien nog niet. Ik noem hieronder enkele thema´s waaraan gewerkt kan worden binnen behandeling met NatuurlijkSportief:

  • Zelfbeeld. De meeste kinderen en jongeren die bij mij komen hebben een slecht zelfbeeld. Ze twijfelen aan hun uiterlijk, vinden zichzelf dom of denken dat anderen hen raar vinden. Vaak kloppen deze beelden van zichzelf niet. Met het trainen werk je aan meer zelfvertrouwen door een positieve en motiverende begeleiding. Er wordt gekeken wat je wél kan, en wat wél lukt, en elke keer lukt er een beetje meer. Dat geeft succeservaringen en zelfvertrouwen waardoor je zelfbeeld uiteindelijk wordt bijgesteld naar een meer realistisch zelfbeeld.
  • Opkomen voor jezelf en assertiviteit. In onze maatschappij en Nederlandse cultuur is het inmiddels bijna essentieel dat je voor jezelf kunt opkomen en je zegje kunt doen als je het ergens niet mee eens bent. Er worden veel kinderen gepest, of buitengesloten en veel kinderen voelen zich onvoldoende weerbaar tegen ´kattenkoppen´. Met het trainen werk je (uiteindelijk) ook met oefeningen waarin je 1 op 1 spelletjes doet, en letterlijk voor jezelf leert opkomen. Je leert je houding verbeteren, je lichaam te gebruiken, en je voelt je daardoor sterker en zekerder van jezelf. Het helpt je om steviger in je schoenen te staan en voor jezelf op te komen.
  • Grenzen stellen en bewaken. Burn-out komt helaas steeds vaker voor, en wordt ook steeds regelmatiger bij jonge kinderen gezien. Het bewaken van je eigen grenzen, voelen wanneer het voor jou genoeg is, en hier op anticiperen, is een belangrijke vaardigheid. In het trainen leer je je eigen grenzen kennen. Je merkt wat er kan en lukt, en zal merken dat je, doordat je sterker en fitter wordt, ook je grenzen kunt verleggen. Maar zoals veel ambitieuze en perfectionistische jongeren, ga je soms (te snel) over je eigen grenzen heen. We willen te snel en te veel en nemen onvoldoende rust of luisteren onvoldoende naar de signalen van ons lichaam. Tijdens de training leer je weer aandacht hebben voor wat ons lichaam vertelt, en hier rekening mee te houden.
  • Beter leren en concentreren. Wist je dat je door beweging beter kunt leren? Soms doen scholen het al: tafels springen, of vingeroefeningen en even dansen tussen de lessen door. Stilzitten is het nieuwe roken. Door ´meerdere kanalen´ te gebruiken, wordt informatie beter opgeslagen. Door stilzitten, roesten belangrijke breinfuncties vast. Als we in beweging komen, worden onze executieve functies weer geactiveerd. De vaardigheden die we zo hard nodig hebben om bijvoorbeeld te plannen, organiseren, overzicht te houden en te blijven concentreren. Niet voor niets zeggen mensen dat ze ´even hun hoofd leeg maken´ met sporten. Het maakt je helder, alert, en je slaat informatie beter op.
  • Sociale angst. Meer dan je misschien denkt, zijn heel veel kinderen en jongeren angstig. En de meesten daarvan hebben last van sociale angst: zich in nieuwe situaties begeven, met nieuwe mensen, en vooral met leeftijdsgenoten samen zijn. Ze maken zich zorgen over wat anderen van hen denken of vinden, en durven zich niet goed te uiten. Gevolg is dat veel kinderen en jongeren deze situaties gaan vermijden. Sommigen van hen zitten zelfs thuis. Belangrijk dus om het vertrouwen terug te krijgen dat ze goed zijn zoals ze zijn, en merken dat het vooral erg leuk kan zijn met anderen. In een veilige omgeving met gelijkgestemden wordt gewerkt aan het overwinnen van je angst en vergroten van zelfvertrouwen. Er wordt gewerkt met oefeningen op basis van vertrouwen en bijvoorbeeld groepsspelletjes, waarin plezier delen voorop staat.
  • Gezondere levensstijl. Voor de hand liggend, maar niet minder belangrijk. We zijn met z´n allen op weg naar een obese samenleving. Steeds meer kinderen zijn te zwaar, en helaas gaat dat in rap tempo door: ongezonde voeding, te weinig beweging en ongezonde leefgewoontes zijn hier de oorzaak van. Met het trainen bij NatuurlijkSportief wordt bijgedragen aan een kantelpunt hierin. Je haalt voldoening uit bewegen, buiten zijn, andere gewoontes, plezier maken, en natuurlijk merken dat je fit wordt. Je hoort misschien wel eens dat sporten verslavend kan werken? Dat klopt. En in combinatie met goede voeding kan je een groot verschil maken, wat ik als gewichtsconsulente direct aanpak als dat je wens is.
  • Speelsheid, plezier en genieten van het leven. Niet zelden liggen we helemaal in een deuk door de grappige spelletjes die we doen, en de speelsheid en lichtheid die we ervaren tijdens de trainingen. Wanneer klim je nou in een boom, of doe je nog tikkertje? Waar je als kind je plezier uit putte, ervaar je nu opnieuw. Een zeer onderschatte behoefte van de moderne mens en heel belangrijk voor het genezen en voorkomen van depressieve gevoelens.

Buiten sporten als middel

Deze lijst is lang niet volledig. Samen met jou (en je ouders) bekijken we hoe het trainen kan bijdragen aan je hulpvragen en behandeldoelen. Niet het sporten staat voorop, maar jouw psychische welbevinden. Het bewegen  is een middel op weg naar jouw doelen.

Benieuwd op welke manier ik jou hierin kan helpen? Neem even contact op, zodat we een plan kunnen maken voor voeding, beweging en psychisch welbevinden.

 

Van doen wat ik deed, naar doen wat ik leuk vind!

Van doen wat ik deed, naar doen wat ik leuk vind!

Een uitbreiding van het hulpaanbod

De laatste tijd heb ik niet echt stilgezeten. “Zit jij überhaupt wel eens stil?” vragen sommige mensen om me heen. Ja hoor, om deze blogjes te schrijven of een beetje wezenloos te Netflixen. Maar nog veel leuker vind ik het om te bewegen. Eerder schreef ik al eens over over de voordelen van sporten en hoe ik dat zelf aan den lijven heb ondervonden. Van een luie donder, naar een stuk gezonder. Sterker nog, het is veruit mijn grootste passie in mijn leven! Wie had dat ooit gedacht.

Alleen nog doen wat me blij maakt

Ik heb sinds 2010 jarenlang alleen maar geïnvesteerd in leren en presteren. Diploma´s, cursussen en supervisie tot het werkelijk m´n strot uit kwam. Het laatste jaar van mijn registratietraject heb ik mezelf echt erdoorheen moeten trekken, want ik vond het allang niet leuk meer. Maar stoppen was geen optie, omdat ik dan alles voor niks had geïnvesteerd. Toen ik in 2017 de overname en mijn ondernemersschap voorbereidde, sprak ik om die reden iets heel essentieels met mezelf af: Ik ga alleen nog maar doen wat me blij en gelukkig maakt.

Alleen maar meer, meer, meer?

Zo gezegd, zo gedaan. Het klinkt heel simpel, en in feite is dat het ook wel. Bij elke beslissing stel ik mijzelf de vraag: word ik hier blij van? Meestal is dat zo, en kan ik gewoon op dezelfde voet verder. Maar om de een of andere reden voel ik toch nog altijd een soort opgelegde druk om meer te doen. Het is ook de bureaucratie die het afdwingt: heb je ik-weet-niet-hoeveel jaar aan extra opleidingen, mag je nog niet alles behandelen. Om gék van te worden. Als je dan die en die titel hebt, mag het wél. Het wordt een soort heilige graal. Zo dacht ik tot voor kort: psychotherapeut worden, dat wil ik uiteindelijk.

Waar word ik wél blij van?

Tot ik me van de week ineens de vraag stelde: word ik daar blij van? Ik verdiepte me in het opleidingsprogramma. Kortweg: bakken met geld, zeeën van tijd en vreselijk veel energie gaat me dat kosten. Nee. Daar kijk ik absoluut niet naar uit. Waar word ik dan wel blij van?

Psyche, voeding en sport

Toevallig had ik afgelopen weken de afronding van de opleiding gewichtsconsulente. Het was nou niet direct mijn ambitie om een carrière switch te overwegen. Begin 2017 zaten we met de praktijk met het probleem dat het budget voor vergoede zorg al op was voor we überhaupt begonnen waren. Ik zag het al gebeuren dat ik in juni werkloos kwam thuis te zitten, en dat wilde ik voorkomen. Ik wist dat er beroepsverenigingen zijn, binnen de alternatieve geneeswijzen bijvoorbeeld, die ook (een deel van) de behandeling vergoeden. Vreemd eigenlijk: voor deze vormen van hulpverlening is vaak een veel soepelere regeling dan voor (voor mijn gevoel) veel urgentere zorg zoals GGZ.

Denken in mogelijkheden

Ik ben iemand die denkt in mogelijkheden, dus ging ik op zoek naar een opleiding waarmee ik mij gemakkelijk bij zo´n beroepsgroep kon aansluiten. Zo kwam ik al snel bij gewichtsconsulente uit. Ik houd van eten, van koken en vooral van sporten, dus sprak me dit in die zin wel aan. Toen ik afgelopen weken het examen en de praktijkdag deed, kreeg ik ineens hele andere inzichten. Dit was een beroepsvereniging met een veel lagere standaard. In de zin van: het is gewoon prima zoals je het doet, voel je vrij en volg je eigen koers.

Ik hoef me niet te bewijzen

Geen overheid en allerlei instanties die in je nek hijgen, waar je verantwoording aan af moet leggen en jezelf keer op keer moet bewijzen dat je je werk mag doen. Ik dacht ineens: voor wie moet ik eigenlijk psychotherapeut worden? Andere mensen nemen ook met minder genoegen en hebben een prima baan die ze bovendien nog leuk vinden ook. Een groot nadeel van mijn vak, is dat het zittend werk is, en altijd binnen. Toen we op zoek waren naar een huis met praktijkruimte, hoopte ik altijd dat ik een praktijkruimte met bijvoorbeeld een serre of openslaande deuren zou vinden, zodat we met lekker weer (half) buiten konden zitten.

Psychologische hulp bij overgewicht

Toen ik begon met de opleiding gewichtsconsulente, wilde ik dit in eerste instantie als ´noodoplossing´ voor als het budget op was. Eenmaal bezig, bedacht ik dat ik het wellicht kon combineren. Niet zelden zie ik kinderen en jongeren met overgewicht of die gewoon ongezond eten en leven. Heel regelmatig geef ik als advies: ga naar buiten! Omdat ik weet hoeveel verschil dit kan uitmaken, en vitamine D tekort bijvoorbeeld tot depressieve gevoelens kan leiden. Maar zittend binnen komt dat advies toch minder sterk over dan het ervaren. Overtuigen werkt niet, het ervaren wel.

En naar buiten, bewegen!

Zo ontstond het idee voor een totaalpakket. Doen wat ik leuk vind is immers sporten, bewegen, buiten zijn en mensen helpen. Ik weet hoeveel de psyche samenhangt met het fysieke, en hoe mooi is het als ik die twee samen kan aanpakken! Door ook de leefstijl aan te pakken, en een andere dynamiek toe te voegen: niet alleen zittend praten, maar ook gewoon buiten bezig zijn in een ontspannen en ongedwongen sfeer. Handen omhoog voor degenen die al lopend de beste gesprekken hebben gevoerd.

Running Therapeut

Dus heb ik de daad bij het woord gevoegd. De opleiding tot gewichtsconsulente is bijna rond. Ik heb me ook reeds verdiept in de specialisatie voor kinderen en jongeren. Inmiddels ben ik opgeleid tot trainer bij Natuurlijk Sportief (waarover een andere keer meer) zodat ik lekker buiten aan de slag kan met mensen en binnenkort word ik ook opgeleid tot Running Therapeut. In de praktijk komen openslaande deuren en kunnen we lekker buiten zitten bij goed weer. Ik ga doen wat ik leuk vind: met jullie aan de slag naar totale gezondheid, zowel psychisch, fysiek als op het gebied van eten en levensstijl.

Een totaalpakket!

Heb je zin om aan de slag te gaan, of wil je graag meer weten over de mogelijkheden? Neem dan even contact met me op. Of reageer in een berichtje hieronder en ik vertel je er meer over!

Autismeweek 2018

Autismeweek 2018

Onbekend maakt onbemind

Het is de week van autisme. Inmiddels een bekende en ingeburgerde term in onze samenleving. Toch? En toch is er elk jaar een Autismeweek, waarin allerlei activiteiten worden georganiseerd rondom dit thema. Niet per sé omdat het onbekend is, maar nog meer omdat er blijvend aandacht nodig blijft voor iedereen die deze classificatie heeft gekregen.

Verschillen en nuances

Zoals wij verschillen van elkaar, zo verschilt ook iedereen met een autisme spectrum stoornis (ASS) diagnose. In de Autismeweek worden door het hele land activiteiten georganiseerd, speciaal voor deze doelgroep. Zo kan iedereen deze verschillende mensen leren kennen, en ontstaat er meer begrip en acceptatie. Onbekend maakt onbemind. Als mensen meer begrijpen van autisme, is de kans groot dat dit bijdraagt aan meer verbinding met deze mensen.

Vermoeden van autisme

In mijn praktijk zien we ook op regelmatige mensen met (een vermoeden van) autisme. Ze worden soms aangemeld zonder dat ouders of kind denken in de richting van autisme. Andere ouders zijn er bijna al van overtuigd dat er autisme speelt. Sommige kinderen komen er pas op hun 18e achter dat zij ASS hebben, andere ouders komen al met hun peuter langs omdat zij vermoedens in die richting hebben. In de intake is het daarom altijd belangrijk dat we veel uitvragen en duidelijk krijgen, zowel over de huidige ontwikkeling als de jaren daarvoor.

Vaststellen van ASS

Het woord autisme is inmiddels bij de meeste mensen wel bekend. Veel mensen weten dat deze kinderen (en volwassenen) ´anders´ zijn en dat er soms rekening mee moet worden gehouden. Toch blijkt steeds maar weer in de praktijk dat er ook heel veel misvattingen zijn, of wordt gegeneraliseerd. Als ik onderzoek doe, vind ik een classificatie eigenlijk niet belangrijk. Of er wel of geen autisme wordt vastgesteld is eigenlijk niet zo relevant.

Klachtgedrag

Waar ik naar op zoek ga, is het begrijpen van het klachtgedrag, en snappen waar de oorzaak ligt. De diagnose die ik stel, moet daarom altijd verklarend zijn. Het moet duidelijk zijn waar het ´mis´ gaat in de informatieverwerking. Er zijn grofweg drie gebieden waarop klachten kunnen voorkomen als we het hebben over ASS: de sociale omgang, de communicatie en de stereotiepe gedragingen. De belangrijkste reden waarom er klachten zijn op deze gebieden, is omdat de informatieverwerking bij deze kinderen anders verloopt. De stoornis ligt dus in de hersenen.

Verschillende visies

Er zijn veel dingen die van daaruit anders lopen, waar verschillende visies op zijn om dit goed te verklaren. Elke visie richt zich op nét een ander aspect van bijvoorbeeld het sociaal inzicht of de sociale communicatie. Daardoor kan het ene kind goed functioneren op het ene gebied, maar zwak scoren op het andere. Daardoor ontstaat een unieke blauwdruk voor elk kind, wat het tegelijkertijd moeilijk maakt voor de omgeving. Het vraagt van ons namelijk om te kijken naar de specifieke behoeftes van het kind. Een kind kan bijvoorbeeld veel sturing van de omgeving nodig hebben, terwijl anderen meer vrijgelaten kunnen worden. Precies zoals het bij kinderen zonder autisme ook is, eigenlijk.

Specifieke behoeften

In de 9 jaar dat ik nu in de praktijk werk, heb ik talloze cliënten gehad waarbij ik wel of geen ASS heb vastgesteld, maar waarbij ik in ieder geval heb geprobeerd duidelijk te krijgen waar de specifieke ontwikkelingsbehoeftes van dit kind liggen. Wat dit kind nodig heeft van zijn ouders, de school en de omgeving om zo goed mogelijk binnen zijn eigen mogelijkheden te kunnen groeien en ontwikkelen. Het vaststellen van ASS is daarmee eigenlijk pas de eerste stap. Het komt voor dat het onderzoek en verslag al zoveel inzicht verschaft, dat ouders zelf verder kunnen, maar het mooiste is wanneer er een aanvullend traject volgt, met psycho-educatie.

Psycho-educatie

Psycho-educatie is een stukje voorlichting en uitleg, over autisme, de stoornis, de beperkingen die dat geeft en de mogelijkheden. Wat het betekent voor dit kind, dit gezin, deze situatie. Het leren dat het kind niet zijn stoornis is, maar dat een stoornis slechts een deel uitmaakt van het totaalbeeld. Dat een kind bovendien ook niet veranderd door het krijgen van een classificatie. Het kind blijft dezelfde, het gedrag krijgt alleen een naam.

Behandeling

Psycho-educatie is voor mijn gevoel een noodzakelijke stap om als ouder je eigen kind beter te snappen. Voor het kind geeft het rust, herkenning en acceptatie. Heel regelmatig is dit voldoende om de ergste klachten van de aanmelding te doen afnemen. En als dat niet zo is, dan is er gelukkig nog voldoende mogelijk aan behandeling voor deze kinderen.

Meer over autisme…

Er is nog altijd veel onderzoek naar autisme, en langzaam wordt er steeds meer duidelijk over deze complexe stoornis, die je voor het leven hebt. Dat is heel waardevol, omdat hiermee steeds vroeger gesignaleerd wordt en ook vroeger kan worden ingespeeld op de situatie, waardoor kinderen zich beter ontwikkelen. In de toekomst zal ik hier ook meer over delen. Bijvoorbeeld over autisme bij meisjes, de verschillende oorzaken, de rol van spiegelneuronen, de verschillen in het brein en de behandeling van autisme.

Dromen over de toekomstige praktijk

Dromen over de toekomstige praktijk

Hoe ziet de ideale praktijk eruit?

Inmiddels heb ik nu ruim 8 jaar bij mijn werkgever gewerkt. Best een tijd al. Als ik wel eens om mij heen hoor hoe vaak er soms van baan wordt gewisseld… Toch is het niet dat ik zo honkvast ben. Ik ben van nature wat onrustig van aard: altijd op zoek naar iets nieuws, nieuwe uitdagingen en prikkels om mijn grenzen te verleggen en meer te ontdekken of te leren. En toch ben ik nooit van baan veranderd en is dat eigenlijk nooit in mij opgekomen.

Een praktijk aan huis

In mijn werk is zóveel te leren. Je kunt je in zoveel richtingen specialiseren, dat het eigenlijk een constante uitdaging blijft. En mijn werksetting: een particuliere praktijk, voelt voor mij als het meest natuurlijke, de fijnste werkomgeving die je kunt verzinnen. Nouja, bijna dan. Want niet voor niets ben ik nu voor mijzelf begonnen en werk ik toe om een praktijk aan huis te starten. Want dát voelt als de ultieme droom. Dat is hoe ik het liefste wil, en het is heel bijzonder dat dit daadwerkelijk gaat gebeuren, als de verbouwing eindelijk rond is.

Wat wil de cliënt?

Sinds ik werk waar ik nu zit, merk ik dingen op die lekker lopen, maar natuurlijk ook die anders of beter kunnen. Ik spreek er regelmatig over met anderen, want natuurlijk ben ik nieuwsgierig hoe zij over zaken denken. Natuurlijk is er heel veel ‘opgelegd’ vanuit de overheid, waardoor sommige vrijheden sterk worden ingeperkt. Maar daaromheen is er nog genoeg om zelf in te vullen. En wie kan het beste aangeven wat zij zouden willen? Juist, de cliënten. De mensen die, vroeg of laat, gebruik willen maken van de ggz zorg. In feite kan iedereen van jullie dat zijn.

Sfeer, inrichting, ruimtes…

Daarom in deze blog een uitnodiging om hierover mee te denken. Want stel je voor, om wat voor reden dan ook heb jij of je kind straks hulp nodig, en dan wil je toch op een plek komen waar je je fijn voelt, gehoord en begrepen. En los van de hulpverlener: wat vind je fijn in zo’n praktijk? Wat voor ruimtes stel jij je voor? Wat vind je belangrijk? Hoe wil je ontvangen worden? Wat voor soort sfeer of inrichting is fijn? Wat voor service of faciliteiten verwacht je bij de praktijk? Genoeg om over na te denken. En voor mij de tijd om de meningen te peilen.

Praktische zaken

Allereerst maar eens de praktische zaken. Als je een afspraak maakt, doe je dat dan liever telefonisch of online? Wil je zelf een afspraak kunnen inplannen, bijvoorbeeld via een online agenda? Of wil je liever iemand aan de telefoon spreken? Vul je liever veel in van tevoren of juist zo min mogelijk? Verwacht je dat er een spelkamer is of andere faciliteiten voor je baby, kind of jezelf? In wat voor soort behandelkamer voel je je het best op je gemak? Aan een tafel, in een zitje, of desnoods op een sofa?

Diensten en hulpaanbod

Dan de vorm van de behandeling. Lijkt het je fijn om in contact te komen met andere (ouders van) cliënten met soortgelijke hulpvragen, of bijvoorbeeld cursussen of lezingen over bepaalde thema’s bij te wonen? Wat is, naast therapie, voor jou een meerwaarde als hulpaanbod? Bijvoorbeeld een training, een stukje onderzoek naar bijvoorbeeld persoonlijkheid of executieve functies tegen een meerprijs?

Psychische kant van voeding

Daarnaast heb ik me afgelopen jaren meer en meer verdiept in voeding, omdat ik de wens heb deze kennis (en passie) te kunnen combineren met mijn werk. Steeds meer worden eetproblemen, overgewicht en obesitas gezien vanuit de psychologische kant. En terecht, naar mijn mening. Het lijkt me mooi om een totaalpakket aan te kunnen bieden van een stukje psychische begeleiding en bijvoorbeeld voedingsadvies. Ik ben benieuwd wat hierin wensen of verwachtingen zijn.

Waar is meer aandacht voor nodig?

Dan nog een inhoudelijke vraag: voor welke problematiek of thematiek is er volgens jou op dit moment te weinig aandacht of aanbod? Wat mis je in de regio, aan kennis of aanbod? Of waar ben je misschien tegenaan gelopen in het verleden in de jeugdzorg of het zoeken naar hulp? Ik ben heel nieuwsgierig wat er op dit moment bij jullie speelt en leeft en wissel hierin graag van gedachten. Daarom een uitnodiging voor iedereen: geef je reactie hieronder over wat er bij jou opkomt!

 

 

Noodkreet vanuit de jeugdzorg

Noodkreet vanuit de jeugdzorg

Wachten tot het misgaat

Er is iets heel ergs gaande in de jeugdzorg. Al sinds de invoering van de nieuwe jeugdwet in 2015 maak ik mij zorgen over de gevolgen voor de kinderen en gezinnen in de praktijk. Misschien denk je: ‘dat zegt me allemaal niks, het is een ver van mijn bedshow’. Think again. Want de werkelijkheid is dat we er in toenemende mate problemen in ervaren. En heel eerlijk: ik houd mijn hart vast hoe dit zich verder gaat ontwikkelen.

 

Tikkende tijdbom

Vorige week was er een nieuwsbericht op de NOS. Er ze komen de laatste maanden steeds meer: noodkreten van ouders, hulpverleners die aan de bel trekken, de media die hun afgrijzen over de huidige praktijken binnen jeugdhulpland laten klinken. In het bericht van gisteren sturen ouders van een suïcidale dochter een wanhoopskreet de wereld in via Facebook: ze kan, ondanks meerdere suïcidepogingen, nergens terecht. Het voelt als een tikkende tijdbom.

 

Kinderen kunnen nergens terecht

Hoewel dit een extreem voorbeeld is van een zeer complexe casus, is er in de rest van Nederland dezelfde beweging aan de gang. Wij, in regio Zuid Holland Zuid, beslaan één van de grootste regio’s in Nederland en zijn verantwoordelijk voor jeugdhulp aan miljoenen mensen. Dit zegt helaas niks over goed geregelde hulp. In alle 17 gemeentes die binnen deze regio vallen, is er sprake van oplopende wachtlijsten, geen plek voor cliënten, budgetten die op zijn, cliëntenstops en overwerkte mensen.

 

Problemen sinds de nieuwe jeugdwet

Hoe kan dat? In 2015 is er een wetswijziging gekomen. Waar vroeger jeugdhulp werd vergoed door je eigen zorgverzekeraar, zijn nu gemeentes verantwoordelijk gemaakt voor het inkopen van de jeugdhulp. Het is een complexe zaak, en als leek lastig te begrijpen. Het is daarom ook onvoorstelbaar dat zoiets belangrijks en grootschaligs in 2 jaar tijd totaal op zijn kop is gezet om het bij de gemeentes te plaatsen. Voor veel mensen in het werkveld klonken alle plannen te mooi om waar te zijn. En helaas blijkt dat ook zo te zijn.

 

Politiek probleem

Doordat werkelijk álles is veranderd in het regelen en vergoeden van zorg voor de jeugd, werd aan alle kanten opnieuw het wiel uitgevonden. En zoals past bij iets nieuws proberen, gaat dit gepaard met veel probeersels en nog meer mislukkingen. Helaas lijkt de Nederlandse politiek zo ingericht, dat de plannen koste wat kost moeten worden doorgeduwd. Het is hun eer te na om halverwege te constateren dat het toch niet zo goed uitpakt als ze hadden voorzien, dus steken ze hun kop in het zand en roepen nog wat harder: ‘wij staan voor één gezin, één plan!’ en meer van die lege uitspraken.

 

Geen geld meer

Het is tenenkrommend en om gek van te worden. Toen ik na de kerstvakantie weer ging werken was het 9 januari. We hadden niet lang daarvoor te horen gekregen wat ons budget voor 2017 zou zijn. Wéér 11,5% eraf. In totaal is er in 3 jaar tijd maar liefst ruim 30% bezuinigd. Dat dat natuurlijk krankzinnig is, is nog een andere discussie. Maar toen ik mijn administratie deed en bekeek hoeveel cliënten er mee verhuisden van 2016 naar 2017, kwam ik tot de schokkende ontdekking dat we al aan het budgetplafond zaten. Als ik alle nieuwe aanmeldingen uit de kerstvakantie meetelde bij de lopende cliënten, zou ik ons volledige budget van 2017 al hebben verbruikt!

 

Noodsituatie

Ik trok aan de bel: dit is een noodsituatie! Dit kan niet! Hoe kan het in vredesnaam zo zijn dat ik in januari al tegen mensen moet zeggen dat ze niet meer bij ons terecht kunnen? Hoe moet dat als de behandelingen van de lopende cliënten straks afgerond zijn? Ga ik dan duimen zitten draaien? Terwijl we merken dat de aanmeldingen maar binnen blijven stromen, terwijl de hulpvragen steeds meer toenemen en de behoefte aan goede zorg alleen maar groter wordt?

 

Bureaucratie en administratieve last

Het is nu juni 2017. We hebben met héél veel passen en meten, eindeloos onderbouwen en in feite op onze blote knietjes smeken bij de gemeente (die het geld uitdeelt) of wij asjeblieft in aanmerking mochten komen voor ophoging van het budget. Nou dat mocht hoor, zo verkondigde de gemeente. Wanneer wij in aanmerking wilden komen voor een extra 10% (ha! 10%! Een schijntje dus. En dan te bedenken dat we die in eerste instantie moesten inleveren, dus niks extra, maar gewoon ons eigen geld), moesten we een dubbel A4’tje met voorwaarden aanleveren aan papierwerk en klinkklare bureaucratische onzin.

 

Wat gebeurt er straks?

Puntje bij paaltje kregen wij bij Gods gratie die 10%, dus konden we de executie oprekken. Tot nu. Want nu zijn wij bij het punt beland dat er geen beweging meer mogelijk is. Wat betekent dat, vraag je je af? Ik zal het je vertellen:

  • we kunnen geen cliënten meer aannemen
  • onze cliënten die voor ons kiezen, hebben geen keuzevrijheid meer, wat zo mooi wordt gepromoot door de gemeente (weer zo’n lege huls)
  • cliënten die hun behandeling bij ons willen afmaken, maar dat niet kunnen doen omdat het geld op is, zijn verplicht om de behandeling af te breken en ergens anders verder te gaan: weer opnieuw een relatie aangaan, vertrouwen winnen, alles vertellen… Een aanslag op de motivatie, het vertrouwen en de effectiviteit van de zorg
  • we kunnen geen cliënten meer verwijzen naar collega’s, want hun geld is ook op
  • de problemen van cliënten nemen toe
  • ik moet tegen cliënten zeggen dat zij pas weer in het nieuwe jaar terecht kunnen, wat ik al zeg sinds februari!
  • als cliënten zelf willen betalen kunnen zij wel terecht. Ik vind dit moreel onaanvaardbaar. Zorg moet voor iedereen beschikbaar zijn die het nodig heeft, geen luxeproduct voor de rijkeren!
  • de wachtlijsten worden langer bij de hulpverleners die nog wél budget hebben
  • problemen worden ernstiger, complexer en hardnekkiger
  • problemen die bij ons hadden kunnen worden behandeld, veranderen door lang wachten in problematiek waar veel duurdere en langdurige zorg nodig is
  • mensen kunnen nergens meer terecht met hun problemen. Jawel zegt de gemeente: want 25km verderop zit nog een praktijk die nog budget heeft. Of jawel, zegt de gemeente: bij deze hulpaanbieder kun je nog terecht. Hoe komt het dat die mensen nog budget hebben? Ze staan blijkbaar niet goed bekend?
  • de hulpaanbieders die nog wél budget hebben, maar waar mensen liever niet naartoe willen, omdat ze daar bijvoorbeeld geen goede verhalen over horen of omdat ze er een andere reden voor hebben om de kwaliteit in twijfel te trekken, krijgen alsnog de cliënten in hun schoot geworpen. Een soort beloning voor hun matige werk?De problemen nemen toe Ik kan er nog eindeloos over doorgaan, maar zal ander relaas voor een andere keer bewaren. Voor nu wil ik alleen maar de iedereen wakker schudden: jongens let op! Ik houd mijn hart vast voor mijn cliënten en alle hulpbehoevende kinderen en gezinnen in Nederland. Het mag toch niet zo zijn dat cliënten nergens terecht kunnen?

 

Wordt wakker!

Het is afwachten wanneer het misgaat. De nieuwsberichten die nu steeds meer verschijnen, bevestigen onze zorgen. Wat des te schrijnender is, is dat de gemeente aangeeft dat er sinds de invoering van de nieuwe jeugdwet alleen maar een toename is in de problemen. Zowel in de basis GGZ (de lichtere zorg) als de specialistische GGZ (de zwaardere zorg). Ohja, en uiteindelijk moesten gemeentes aan het eind van het jaar alsnog een paar miljoen ophoesten, want er bleek iedere keer toch meer geld nodig dan voorzien. Nouja, dan zíj hadden voorzien, want voor ons was het geen verrassing. Er gaat dus duidelijk wat mis, maar het is de vraag wanneer er wat aan gedaan wordt.

Wat is symbooldrama? Deel 3

Wat is symbooldrama? Deel 3

Van beelden naar woorden

Dit is deel 3 in de reeks over de werking van symbooldrama. In deel 1 ging ik in op de start van het dagdromen en het reguleren van emoties. Deel 2 legt meer uit over hoe het voorstellen van beelden betekenis kan hebben. In dit deel wordt dieper ingegaan over de woorden die je kunt geven aan de dagdromen. En welke effecten dagdromen kunnen hebben.

Nog meer regulatie

Bij alles geldt: je mag het doen op jouw manier. Er is geen oordeel, het gaat om jouw gevoel en jouw betekenis. Na het tekenen doe ik soms nog een extra verwerking. Dit kan op allerlei manieren. Ik maak veel gebruik van woordkaarten, gevoelskaarten en beeldkaarten. Ik vraag een kind kaartjes te zoeken die voor zijn gevoel belangrijk zijn bij de dagdroom. Ook hier vindt weer extra regulatie plaats, omdat een kind moet kiezen en zijn gedachtes en gevoelens moet kaderen. Samen bespreken we de keuzes die het kind maakt, zodat hij geholpen wordt om betekenis te geven aan zijn ervaringen.

Nieuwe verbanden

Vaak is het tijdens het tekenen en de verdere verwerking dat kinderen ineens beginnen te vertellen. Over wat ze voor heftigs meemaakten van de week. Of ervaringen van langer geleden. Soms lijkt dit een lukrake associatie, maar heel vaak zit er een verband tussen wat het kind doormaakte in de dagdroom en wat het kind nu vertelt. Zonder dat zij het zelf hoeven te snappen, is dit verband gelegd. Ik vind dat nog altijd iets fascinerends.

Titel voor de dagdroom

De laatste stap om het geheel af te ronden is om te proberen een titel te geven aan de dagdroom. Een titel kan opnieuw weer symbool staan voor wat een kind in de dagdroom heeft doorgemaakt. Een soort kernachtige samenvatting van het geheel. En vaak is dat daarom ook erg lastig: er gebeurt teveel of de indrukken moeten nog even ‘landen’. Het niet (direct) weten van een titel is dan ook niet erg. Soms komt het later, soms komt het niet, het is beiden goed.

Verandering

Het effect van de dagdroom stopt hier niet: het is pas het begin van de verandering. Als cliënten een paar keer hebben gedagdroomd, merken kinderen en ouders vaak uiteenlopende effecten. Niet zelden hebben kinderen bijvoorbeeld minder nachtmerries, kunnen ze hun emoties beter reguleren, gaat het beter in sociale contacten en zijn ze in het algemeen gelukkiger. Ze zijn, kort gezegd, emotioneel veel stabieler. Er is een gezonde basis gelegd van waaruit ze zich beter kunnen gaan ontwikkelen.

Symbooldrama is effectief

Symbooldrama. Het klinkt een beetje in de categorie van familieopstellingen of IPT. Niet dat ik per se iets tegen deze interventies heb: ze kunnen zeker effect hebben. Maar deze interventies bevinden zich in een grijs gebied. Het feit dat iedereen zich coach mag noemen en zonder gedegen opleiding of registratie aan de slag mag met niet goed onderzochte interventies brengt een gevaar met zich mee. Namelijk dat je als cliënt wordt blootgesteld aan een slecht uitgevoerde ‘behandeling’, waar je niets mee op schiet of zelfs een negatieve ervaring overhoudt.

Gedegen opleiding

Als Orthopedagoog Generalist en Symbooldramatherapeut wil ik daar een duidelijk onderscheid in maken. Symbooldrama is geen interventie die niet lichtzinnig mag worden ingezet: er gaat een opleiding van drie jaar aan vooraf, met constante supervisie. Ook na het afronden van de opleiding wordt verwacht dat je intervisie doet, om de kwaliteit van je behandelingen te waarborgen. Hoe je de interventie toepast, kijkt namelijk zeer nauw. De manier van behandelen heeft effect op o.a. veilig gehechtheidsgedrag, verwerking van trauma’s en het versterken van de identiteit van mensen.

Wat is symbooldrama? Deel 2

Wat is symbooldrama? Deel 2

De taal van beelden

Dit is deel 2 in de reeks over de werking van symbooldrama. Een door mij geliefde behandelmethode, die ik veelvuldig toepas. Het werkt goed, snel en is een vriendelijke manier voor zowel kinderen en volwassenen om aan verschillende problemen te werken. In deel 1 schreef ik over hoe ik met de dagdroom begin en hoe dit kan helpen je emoties te reguleren. Uiteindelijk werkt dit vaak als een herstel van eerdere, onopgeloste problemen.

Het begint met aandacht

Dat herstel gebeurt doordat je er samen met de therapeut aandacht voor hebt. In een veilige omgeving, waar je je dapper genoeg voelt, waar je gesteund en begrepen wordt en het dit keer in de therapie goed laat aflopen. De therapeut heeft daarom de taak om heel accepterend, begripvol en zonder oordeel mee te leven met wat je als cliënt doormaakt. En dat kan van alles zijn: hele fijne gevoelens, van alles waar je zo naar verlangt, of wat je mist, maar ook rotgevoelens, die nu goed verwerkt kunnen worden. En heel vaak is het een beetje van allebei: tegelijkertijd zijn er fijne en onprettige gevoelens.

Symbool voor het leven

De therapievorm heet symbooldrama, omdat alles wat in de dagdroom gebeurt, symbool staat voor het leven. Het heerlijke weer kan symbool staan voor je vrolijke bui, de enorm hoge berg kan symbool staan voor iets waar je als een berg tegenop ziet. Voor iedereen is dit verschillend. Het is niet de bedoeling dat ik ga zeggen wat ‘dingen betekenen’. Een kind (of een ouder) mag zélf de betekenis geven aan de dagdromen. Dat maakt de methode ook prettig, omdat er geen oordeel aan vast hangt.

Je eigen betekenis

Veel jongeren doen dit zonder uitleg al uit zichzelf. Zo was er eens een meisje van 16, met wie ik een dagdroom deed. Ze stelde zich een boom voor: “nou gewoon, een boom, met een dikke stam. In de herfst, met alle gekleurde blaadjes op de grond”. Het is normaal dat kinderen en ook volwassenen, wat argwanend reageren op hun eerste kennismaking met symbooldrama. Toch probeer ik het vaak met ze uit, wat tot mooie processen leidt. Zo tekende dit meisje uiteindelijk haar boom. Toen ik er samen met haar naar keek, zei ze ineens: “ja, eigenlijk is dit ook wel een beetje hoe ik ben. Al die gekleurde blaadjes op de grond. Ze zien er mooi uit. Ik speel ook vaak mooi weer, maar je ziet niet de wortels die eronder zitten. Die wortels… misschien is dat wel hoe kwetsbaar ik me soms voel. Ik bedek ze liever”. En dat vind ik een feest, als cliënten zélf inzicht krijgen in deze processen.

“Al die gekleurde blaadjes op de grond. Ze zien er mooi uit. Ik speel ook vaak mooi weer, maar je ziet niet de wortels die eronder zitten”

Uitwerken

Na de dagdroom geef ik een uitwerkopdracht. Meestal laat ik dit tekenen. Ik heb ook een ezel in mijn behandelkamer. En als ik straks mijn eigen praktijk heb, wil ik de mogelijkheden voor de verwerking verder uitbreiden. Nu kunnen mijn cliënten tekenen, krijten, verven en kleien. Waarom ik dat doe? Of deze manier wordt er een vertaalslag gemaakt van de binnenwereld naar het concrete, het tastbare. Vaak is de dagdroom heel puur en grillig. Er gebeurt van alles. Bij het tekenen wordt als het ware weer verder gereguleerd: je bepaalt zelf wat je tekent en op welke manier.

In de volgende blog zal ik verder ingaan op deze complexe maar fascinerende behandelmethode. Dit betreft deel 2 in een reeks over hetzelfde onderwerp.

Registratietraject orthopedagoog generalist deel 1

Registratietraject orthopedagoog generalist deel 1

De start van de nascholingen

Vers van de universiteit, met een halve pabo, HBO pedagogiek, pre-master en master Orthopedagogiek achter de rug. Ik dacht dat ik wel even klaar was met studeren. Wat een mazzel had ik, dat ik kon werken op mijn stageplek, en ik was in mijn nopjes met het part-time werken nu ik net moeder was geworden. Maar ik kwam er al snel achter dat die rust niet voor lang was. Als ik nu op die periode terugkijk, denk ik wel eens: waar begon ik aan? Ik had niet kunnen voorzien hoe pittig dat traject was.

Verplicht verder studeren

Als je studeert, krijg je vakken als diagnostiek en behandeling. Je wordt voor je gevoel opgeleid om straks mensen te behandelen. Niets is minder waar, en dat was een behoorlijke tegenvaller toen ik dat ontdekte. Wil je zelfstandig mensen behandelen, dan moet je namelijk geregistreerd zijn als hoofdbehandelaar. Daarvoor heb je een BIG-registratie nodig (GZ-psycholoog), of een OG (Orthopedagoog Generalist) registratie. En dat bleek een heel ingewikkelde klus om die te krijgen.

De sprokkelroute

Eerlijk is eerlijk, ik had geen idee waar ik aan begon toen ik begon. Maar er was weinig keus: wilde ik werken, dan moest ik een registratie hebben, anders kon ik de behandelingen niet vergoeden. En al helemaal niet nooit de praktijk overnemen. Al snel kwam ik er achter dat de GZ-opleiding in mijn geval uitgesloten was. Dat was op de werkplek waar ik zat niet mogelijk. De OG-route wel: zij hebben een zogenaamde ‘sprokkelroute’, waar je zelf punten voor nascholing bij elkaar mag verzamelen. Klinkt simpel, maar dat viel behoorlijk tegen.

Plannen

In de praktijk kwam het er op neer dat ik avonden lang bezig was met plannen, plannen en nog eens plannen. Eerst bedenken welke cursussen ik wilde volgen, dan bekijken op welke dagen dat was, zoveel mogelijk buiten werkdagen plannen, oppas regelen voor die dagen, inschrijven en hopen dat het niet al vol zat (wat helaas vaak voorkwam). Vervolgens moest ik rekening houden met de puntenverdeling: er moesten punten voor diagnostiek, behandeling, overig en literatuur gehaald worden. Als ik meerdere cursussen tegelijk volgde, moesten die elkaar ook niet overlappen. Het was ontzettend frustrerend en tijdrovend.

De plussen en minnen

De cursussen zelf waren vaak héél leerzaam en interessant. Ik ben in die jaren enorm gegroeid in mijn professionaliteit en expertise. Zonder die nascholing zou ik me nooit zo zeker in mijn werk hebben gevoeld. Maar na ongeveer 4 jaar begon de hoeveelheid me op te breken. Ik moest tegen die tijd cursussen gaan uitzoeken op de punten: had ik nog 12 punten voor diagnostiek nodig, dan koos ik maar een cursus met veel van die punten. En dat stond me tegen: ik wilde gewoon kiezen wat ik nodig had voor mijn werk, en dat ging op een gegeven moment niet meer.

Kop vol kennis

Bovendien had ik aan het einde van het traject het gevoel dat er niet meer kennis bij kon: alles wat ik aan nieuwe kennis opdeed, ging voor mijn gevoel ten koste van kennis die ik eerder had opgedaan. Het was alsof er iets op een overvolle tafel werd geschoven, waardoor er aan de andere kant spullen van af vielen. Gelukkig kreeg ik bij elke cursus mappen vol met naslagwerk, maar puntje bij paaltje maak ik daar in de praktijk te weinig gebruik van.

Eindeloos reizen

Helaas was er toen ik begon nog geen nascholing in de buurt. Dat betekende dat ik voor bijna alle cursussen naar Amsterdam, Amersfoort of Utrecht moest afreizen. Ik heb heel wat uurtjes in de trein gemaakt, en nog nooit zoveel afschrijvingen in korte tijd gezien voor het automatisch opladen van mijn OV-chipkaart.

Druk op het gezin

Het klinkt, als ik het zo opschrijf als een grote misère, maar dat was het natuurlijk niet. Ik ben ontzettend blij en trots dat ik dit traject heb doorlopen en voltooid, en het heeft me gebracht waar ik nu sta. Maar tijdens het traject heb ik alle drie mijn kinderen gekregen, hebben we thuis de gehele bovenverdieping uitgebouwd én moest ik dus elk vrij moment besteden aan het lezen van literatuur, maken van opdrachten of naar cursus gaan. Ik vond het vooral frustrerend dat ik het gevoel had dat ik geen keus had en niet meer terug kon: je moet het binnen een bepaalde termijn afronden, anders vervallen je punten. Dat legde enorme druk op me.

De betekenis van mijn werk

De betekenis van mijn werk

De kersen op de taart

Af en toe vragen mensen mij: is het niet zwaar, je werk? Je hoort soms de meest verschrikkelijke dingen… neem je die dan niet mee naar huis? En op beide vragen kan ik met ja antwoorden. Ja, het is zwaar werk. Het is geen werk waarin je na een paar uurtjes inspanning even op halve kracht kan draaien. Elke cliënt heeft tenslotte recht op een goede therapeut. En voor elke cliënt zet ik me in. Dat is pittig.

Hard werken

Soms tolt mijn hoofd na een paar afspraken achter elkaar. Soms moet ik tussendoor even een minuutje op adem komen, voor ik een volgend gesprek in ga. Soms is een gesprek simpelweg keihard werken, omdat bijvoorbeeld de motivatie van een cliënt nog onvoldoende is, of omdat je zo graag iets duidelijk wil maken tijdens een gezinsgesprek, of omdat je slecht nieuws moet brengen en opvangen in een gesprek.

Parkeren van problemen

En ja, er spelen soms verschrikkelijke dingen. Mensen die zo ongelooflijk veel pech hebben in hun leven, alsof er niks goed mag gaan. Mensen waarvan een kindje is overleden, verschrikkelijke echtscheidingsdrama’s, complete systemen die zo vast zitten dat ze het zelf niet meer zien en verandering soms onmogelijk lijkt. Cliënten die zó somber zijn, dat ze het leven niet meer zien zitten. Natuurlijk neem je dat mee naar huis, ik ben ook niet van ijs. Maar na een lange fietstocht terug naar huis, een avondje sporten of een extra lang voorleesmoment met mijn eigen kinderen kan ik het wel even parkeren. Want in de tijd dat ik niet werk, kan ik tenslotte ook geen wonderen verrichten. Dat helpt relativeren.

Vlotte behandelingen

Er zijn ook behandeling die gemakkelijk lopen. Dat je tijdens deze contacten even mee kan lachen met de cliënt, en daarmee in feite ook zelf weer kan opladen. Ik heb dat vaak met jonge pubers, de laatste jaren van de basisschool en eerste jaren van de middelbare school. Fantastische leeftijd om mee te werken vind ik dat, vaak hebben deze kinderen zoveel humor! Samen zoeken we dan muziek op, of de nieuwste playstation game die ze hebben gekocht. Het feit dat je daar als therapeut over mee kan praten, is vaak een aangename verrassing voor ze. Ook het feit dat ik niet oordeel over bijvoorbeeld hoe ze over huiswerk maken denken, vuurwerk afsteken of laat naar bed gaan, is een hele geruststelling voor ze. Ik werk tenslotte vooral aan een beter welzijn en hun eigen hulpvragen.

Luchtigheid in de behandeling

Zo was er een jongen van een jaar of 12. Hij werd aangemeld met concentratieproblemen, problemen in het controleren van zijn boosheid en ook somberheid. Niet zo lang geleden heeft hij zijn moeder verloren aan kanker. Het gedrag bleek dan ook vooral te maken te hebben met rouw om zijn moeder. De behandeling was, ondanks de verdrietige gebeurtenis, een hele fijne samenwerking met veel lol en luchtigheid. Ik had bewondering voor zijn sterke persoonlijkheid, zo jong als hij was. Dat hij intelligent was kon je direct merken, hij dacht goed na over zichzelf en hoe zijn gedrag kon worden verklaard.

Verbetering tijdens behandeling

Gaandeweg kwamen er heel veel onderwerpen aan de orde. Natuurlijk het verwerken van het verlies van zijn moeder, maar ook de oorzaken van de boosheid, die ingewikkelder bleken te zijn dan hij vooraf had ingeschat. Maar de behandeling sloeg goed aan, het ging langzaam beter met hem, cijfers gingen omhoog, hij had minder agressieve uitbarstingen en kon beter over zijn kwetsbaarheden praten. Na een tijd bouwden we de frequentie van afspraken af, tot het nog maar eens in de 6 tot 8 weken was. Een van de laatste keren dat ik hem zag, was hij veranderd: een zelfverzekerde jongen, met meer innerlijke rust. Hij was gaan trainen, wat hem goed deed, het gaf hem zelfvertrouwen en hij kon zijn energie kaderen. We besloten de behandeling af te ronden, want ik had er alle vertrouwen in dat hij het verder zonder mij af kon. Ik schudde handen met hem en zijn vader, maakten nog een paar laatste grappen en zwaaide ze met een grijns uit.

“Volgende cliënt”

Inmiddels was ik alweer een paar weken, zo niet maanden, verder en met mijn hoofd volop bezig met de nieuwe cliënten. Als je iemand afsluit, heb je maar weinig tijd om stil te staan bij hoe het verder zou gaan. Er dienen zich namelijk direct weer nieuwe mensen aan met acute hulpvragen. Maar heel soms doet zich een gebeurtenis voor, die je dwingt tot reflectie, die je dwingt stil te staan bij het proces wat een cliënt heeft doorgemaakt. En wat dat betekent voor die cliënt, maar ook voor zijn omgeving.

Persoonlijk bedankje

Zo had ik net het laatste telefoontje gepleegd en was ik mijn jas al aan het aantrekken om op de fiets naar huis te stappen, toen ik ineens de vader van de eerder genoemde cliënt naar binnen zag komen. Hij had een pakket bij zich en natuurlijk vroeg ik mij direct af wat de reden van zijn bezoek was. Hij overhandigde vervolgens het pakket aan mij, als dank voor de goede zorgen. Het ging nu goed met zijn zoon, wat hem als ouder ook veel goed deed. Ik was ontroerd, want het bedankcadeau wat hij me gaf, betrof een zeer persoonlijk geschenk van zijn overleden vrouw, met begeleidende brief. Ik was er stil van. Het gebeurt wel eens dat cliënten je verrassen met een gebakje, een knutselwerk of tekening, maar nooit eerder kreeg ik zo’n persoonlijk cadeau. Het zijn de kersen op de taart van ons werk. Zoals hij verwoorde: ‘je kan wel zeggen dat je gewoon je werk maar doet, maar voor ons betekent het veel meer’.  En hij heeft gelijk, want dat is uiteindelijk ook de reden waarom ik voor mijn werk heb gekozen.

Betekenis van de hulp

Die avond bekeek ik het geschenk eens goed. Ik vond het ergens ook best spannend, want door het goed te bekijken, werd ik nog sterker deelgenoot van wie het gezin oorspronkelijk was. Maar ik vond het mooi en waardevol, het verhaal van de behandeling kreeg op deze manier nog meer betekenis nu ik zag om wie het ging, hoe ver het verdriet strekte na het overlijden, het gemis van alle goeds wat eens was. Het werd concreet, tastbaar. En dan is het heel prettig om te beseffen: het gaat goed met deze jongen, met dit gezin, en ik mocht daar aan bijdragen. Ik mocht getuige zijn van dit verdriet, maar ook van het geluk en het herstel. Dat vond ik heel bijzonder.

Het geschenk krijgt daarom een mooi plekje in mijn kast, om me te herinneren aan de betekenis van het werk, waar ik soms onvoldoende bij stil sta. En dat maakt me best een beetje trots

Een andere kijk op dromen en dagdromen

Een andere kijk op dromen en dagdromen

Wat levert (dag)dromen op?

Dromen, fantasie, de kracht van mythen en sprookjes, het onbewuste… In mijn werk als therapeut ben ik deze concepten steeds beter gaan leren kennen, begrijpen en gebruiken. Ik zie mezelf nog staan (ja, staan) op de eerste cursusdag van de opleiding Symbooldrama, nuchter als ik ben. Ik dacht niet dat ik me wijs kon laten maken met onzin en gewauwel over het onderbewuste en dergelijke.

Symbooldrama werkt

Maar tegelijkertijd was ik gefascineerd over wat ik tot dusver had gezien in de praktijk. Mijn collega heeft al jarenlange ervaring in het werken met o.a. symbooldrama en ik zág dat het werkte. Maar ik begreep er niks van. Hoe kan het, dat problemen overgaan door zoiets ‘simpels’ als dagdromen en tekenen? Daar ben ik door de jaren heen wel achter gekomen. En het is allesbehalve simpel. Het is superingewikkeld, en tot op de dag van vandaag stoei ik met de uitleg aan kinderen en hun ouders over de werking van de behandelmethode. Maar ik heb gezien dat het werkt, en nu ik er al jaren zelf mee werk, ben ik overtuigd van de kracht van de behandelmethode. Het laten ervaren is eigenlijk de enige goeie uitleg aan ouders: ze merken namelijk vanzelf dat de klachten afnemen.

Willen begrijpen

Door die opleidingsroute tot symbooldramatherapeut ben ik steeds meer gefascineerd geraakt door deze theorieën, die ook hun grondslag hebben in andere behandelmethodes. Ik wil de abstracte fenomenen zoveel mogelijk begrijpen, zoals dromen of narratieven (de verhalen die iemand heeft over zijn leven), zodat ik zo goed mogelijk kan aansluiten bij die ander. Zonder nu al te diep in te gaan op wat symbooldrama nu precies is (dat bewaar ik voor een andere keer), wil ik wel iets uitleggen over dromen en dagdromen in het algemeen.

Nachtdromen

Want er is een verschil tussen dagdromen en nachtdromen. Nachtdromen zijn een soort sensomotorische hallucinaties met een verhaal. Dat betekent dat je verschillende zintuigen gebruikt, behalve geur, en dat je op het moment van dromen de droom als echt ervaart: je kunt je bewegen, dingen aanraken, praten, etc.  Er zijn wel belangrijke verschillen, want tijdens een droom kunnen de meest bizarre dingen gebeuren, die op dat moment totaal niet als vreemd worden ervaren. Het is doodnormaal dat je ineens kan vliegen of je buurman ineens in je broer is veranderd. De meeste mensen hebben daarnaast ook geen controle over de dromen.

Onbewuste thema’s

Veel mensen zeggen niet te dromen, maar dat klopt niet: iedereen droomt. Maar omdat dromen alleen vlak nadat je wakker wordt nog herinnerd kunnen worden, vergeten de meeste mensen hun dromen. Je kunt ze blijven onthouden door het meteen te vertellen of op te schrijven. Opvallend is dat er in dromen vaak dingen naar boven komen die je in het bewuste leven allang was vergeten of bijvoorbeeld had weggestopt. In dromen kunnen vaak heftige gevoelens zitten van angst, verlies, verdriet of vreugde. Daarom wordt er door psychologen ook vanuit gegaan dat dromen iets vertellen over onbewuste angsten, wensen, behoeften en dergelijke. Het is niet voor niets dat mensen meer nachtmerries hebben na een trauma, bijvoorbeeld.

De kracht van dagdromen

Onze hersenen kennen geen pauzestand, ze maken dag en nacht associaties. ’s Nachts is er daarom een eindeloze stroom aan herinneringen, gevoelens, wensen, gedachtes of ideeën die in ons hoofd ronddolen. In dagdromen gebeurt in feite hetzelfde, maar op een meer bewust niveau en vaak met meer controle. Vaak merk je niet dat je wegdroomt, maar het is meestal op momenten van verveling of wanneer we niks beters te doen hebben. Of wanneer wat we doen heel monotoon is, zoals hardlopen of autorijden. Hoewel dagdromen door veel mensen als nutteloos wordt gezien, zijn er echt wel voordelen te noemen. Vaak komen automatische gedachtes om de hoek kijken als onze gedachtes afdwalen, waarin negatieve emoties vaak een rol spelen. Tegelijkertijd komt er ruimte om na te denken over nieuwe ideeën, het verwerken van situaties, herinneringen een plek te geven en te bedenken hoe we op situaties willen reageren. In andere woorden, we bereiden ons zo goed mogelijk voor op de eisen die de buitenwereld aan ons stelt. Daarbij gebruik je vaardigheden als creativiteit om oplossingen te bedenken, je reflecteert over jezelf (metacognitie) en verplaatst je in de ander.

Fantasie en sprookjes

Al eerder schreef ik over de voordelen van de fantasieontwikkeling bij kinderen. Misschien zijn de vaak bizarre verhalen uit onze dromen ook wel de reden dat ze zo tot de verbeelding spreken en we ze willen begrijpen (als het ons gelukt is om ze te onthouden). Want al eeuwenlang zijn kinderen geboeid door sprookjes en fantasieverhalen, die vroeger vaak van generatie op generatie werden doorverteld. Het is grappig om te zien dat wat sprookjes of soortgelijke verhalen nou aantrekkelijk maakt voor kinderen. Het blijkt dat er in zulke verhalen zogenaamde ‘minimale contra-intuïtieve concepten’ zitten. Bijvoorbeeld Peter Pan, die met wat toverstof kan vliegen, of schoentjes, die uit zichzelf kunnen dansen.

Vertaald naar symbolen

Het gaat om dingen of situaties die afwijken van wat we verwachten. Daardoor wordt je aandacht getrokken en probeer je, nieuwsgierig als we zijn, te begrijpen hoe dit kan. Daarom worden deze verhalen ook beter onthouden: daardoor zijn ze door de jaren heen wijd verspreid en behouden gebleven. Als er zulke verrassende dingen gebeuren, of dat nou in sprookjes, dromen of Bijbelverhalen is, denken we erover na en worden ze grondig verwerkt in de tijd daarna. Dat is ook de beeldende kracht uit symbooldrama, waarin ook vaak verrassende elementen in de dagdromen zitten, die cliënten aan het denken zetten. Vooral jongeren zijn er goed in om op zoek te gaan naar de betekenis die het voor hen kan hebben. Er wordt dus gebruik gemaakt van de voordelen die dromen en dagdromen oplevert, de vaardigheden die daarin worden geleerd, maar dan concreet gemaakt: er wordt, net zoals in nachtdromen, een verhaal van gemaakt, met beelden erbij (symbolen). Op die manier is er een samenhang tussen de verschillende elementen en onthoudt je bovendien beter waar het over gaat. Om dit extra te verstevigen vraag ik altijd om de dagdroom te tekenen, verven, krijten of zelfs te kleien. Zo is er een blijvend beeld en is de inhoud uit de droom ook meteen al een stukje verwerkt.