Archief van
Tag: baby

Uit eten met/zonder kinderen

Uit eten met/zonder kinderen

Uit eten met kids: 7 tips

“Ja, ik weet eigenlijk niet goed wat jullie verwachten van dit stuk als jullie beginnen met lezen. Waarschijnlijk loopt het op een grote deceptie uit. Toen iemand stemde voor dit artikel, werd er bovendien de opmerking ‘mét praktische tips graag!’ bij geplaatst. Afijn, dat is een leuk streven, maar misschien en helaas ver van de realiteit. Ja, ik haal jullie maar gewoon direct uit de illusie: uit eten met kinderen is heus niet net zo ontspannen en romantisch als uit eten gaan zonder kinderen. Zo. Dat kan maar vast gezegd zijn.”

Valkuilen en desillusies

Dan nu over naar de werkelijke inhoud van dit artikel. Over mijn ervaringen in het uit eten gaan, mét en zonder kinderen. Want die zijn er, zij het gering. Ik kan ze makkelijk terughalen, want ze lieten vaak namelijk een diepe indruk op me achter. Blijkbaar is er toch ook iets aantrekkelijks in het meenemen van kinderen als je uit eten gaat, want we stappen met z’n allen keer op keer in dezelfde valkuil. Dat wilde ik uitzoeken: hoe komt dat nou?

Op vakantie

Laten we bij het begin beginnen. Toen ik net moeder was geworden, was de overgang enorm. We hadden een zware babytijd en liepen regelmatig op ons tandvlees. Uit eten gaan, in wat voor vorm dan ook, kwam niet eens bij ons op. Slapen was toen de belangrijkste prioriteit. Ik denk dat de eerste keer uit eten met Meia was toen we als nieuwbakken gezinnetje voor het eerst “op vakantie” gingen. Ja, tussen aanhalingstekens, want ik geloof dat alle nieuwe gezinnen dezelfde eerste vakantie maken: ergens in een center parcs huisje via een kortingsvoucher uit één van de blije dozen.

Opgelaten

Maar dat terzijde, wij waren toen in Texel gestrand en deden voor het eerst een hapje buiten de deur mét baby. Ik voelde me heel stoer en vooral héél opgelaten, want terwijl ik mijn appeltaart probeerde te eten, werd de slagroom van mijn vork geslagen, brak het zweet me uit als ze een keel opzette en goot ik tenslotte de veel te hete chocomelk maar naar binnen: liever blaren in mijn keel dan langer dan nodig in dat café zitten met een ontzettend rusteloze baby. De ervaringen met Meia bleven van soortgelijke aard: als baby moest je met haar gewoon niet uit eten willen, want ze was meteen 2 dagen van slag, zo overprikkeld raakte ze.

Anonieme omgeving

Toen we Fosse kregen, hadden we een heel nieuwe ervaring. Hij sliep met zo’n 4 weken door, deed alles volgens het boekje en zat in een heel duidelijk ritme. Omdat hij zo heerlijk voorspelbaar was, durfden we met hem wat sneller de gok te wagen om hem mee uit eten te nemen. Op de een of andere manier is dat toch vooral wanneer we op vakantie zijn: misschien dat de anonieme omgeving het gemakkelijker maakt, of dat je op vakantie meer ontspannen bent en de stap eerder maakt? Hoe dan ook, zo waren we een keertje in Spanje, waar het avondeten natuurlijk pas rond 21u geserveerd wordt. En hoe makkelijk je kind ook is, het is simpelweg nooit een goed idee om rond die tijd uit eten te gaan met kinderen.

Afwisselend van tafel

Het is gewoon een feit dat je met kinderen aanpassingen moet maken en dat je rekening moet houden met de behoeftes van je kind. Wanneer je verwacht of hoopt de dingen te doen zoals je die gewend was te doen, loopt dit uit op grote frustraties en teleurstellingen, zowel bij de ouders als de kinderen. In ons geval waren we met familie uit eten en probeerden we ons zo goed en kwaad als het ging aan te passen, maar in de praktijk kwam het erop neer dat we afwisselend met een half slapend/huilend kind op de arm rondliepen, terwijl de ander wat at, om elkaar daarna af te wisselen en aan je intussen koud geworden maaltijd te schuiven. Bovendien voel ik me enorm opgelaten in zo’n situatie: je stoort andere gasten en je bent onprettig gezelschap omdat je steeds van tafel gaat.

Gedrag aan tafel

Soms doen we wel eens impulsief. Dan heb ik geen zin om te koken, zit ik in een baalmodus ergens om en denk ik: kom, we gaan uit eten. Dat was ook een keertje mét kinderen, we hadden er toen nog 2. We zijn toen sushi gaan eten, want die hebben in ieder geval een schappelijke etenstijd (vanaf 17u, ideaal met kinderen). Het idee van verschillende hapjes sloeg ook best goed aan: ze proefden hier en daar van en het was niet erg als ze iets niet lusten, want er waren nog genoeg andere dingen om te eten. Ze waren toen nog in de leeftijd dat ze voor weinig mee aten. Maar als het aan komt op de ‘gedragsregels’ rondom het uit eten gaan, was het nog steeds 3x niks: op de stoel blijven zitten was vrijwel onmogelijk, wat betekende dat we vaak achter hen aan moesten door het restaurant heen, waardoor je alsnog in je eentje aan tafel zat te eten. Zelf meenemen van wat speelgoed/kleurmaterialen werkte te kort voor de hele zit. Je doet kinderen simpelweg geen plezier met lang tafelen. In ieder geval die van ons niet, die hebben geen rust in hun kont.

Tradities

Soms hebben we er gewoon lak aan. Zoals op de laatste dag van de vakantie. Dan willen we gewoon nog een lekker hapje eten, en zijn we blijkbaar zo ‘zen’ van de vakantie, dat het ons niet meer uitmaakt dat ze van tafel lopen of wanneer er eentje begint te huilen. Toen Signe nog een baby was, waren we een weekje kamperen in Frankrijk. We hebben de traditie om dan naar Buffalo Grill te gaan, ongeacht de situatie. Dus plantten we Signe in haar maxicosi op de bank of knoopten we haar in de draagdoek. Ze was gelukkig een redelijk makkelijke baby. En ook Buffalo Grill is gericht op gezinnen: boven is een ruimte met speeltoestellen en ze krijgen kleurtjes en puzzels bij het eten.

Speciaal voor gezinnen

Er zijn dus ook ervaringen bij die best goed uitpakten, mét kinderen. En gelukkig lijkt de markt daar ook op in te spelen. Zo waren we van de zomer op vakantie in Slovenië, waar het geen zeldzaamheid is dat er op het terras een kinderhoekje is, met een speeltafel, loopauto, blokken en dat soort dingen. Ook in Nederland wordt slim op de gezinnen ingespeeld, zij het meer binnenskamers, want het weer nodigt niet zo vaak uit om buiten te gaan zitten, helaas. Hieronder volgen een aantal suggesties.

  • In Dordrecht heb je sinds jaar en dag natuurlijk het bekende Pims Poffertjeshuis, wat nog steeds een uitje is met kinderen. Verwacht dan geen culinaire hoogstandjes, want ik blijf erbij: zoek dan gewoon oppas en plan een avondje met z’n twee (of met vrienden of what ever). Nee, Pim’s is meer uit eten vóór de kinderen, waar je als ouder gewoon bij bent. Er is volop te zien en te ontdekken, zoals een trein die boven je hoofd rijdt en kleuren aan tafel.
  • Ook de keten Happy Italy heeft een slim concept, met een kleine binnenspeeltuin (en soms ook een buitenspeeltuin) waar kinderen niet lang stil hoeven zitten aan tafel, maar even hun energie kwijt kunnen met spelen. En pizza’s zijn nog altijd all time favorites bij kinderen (en bij ons ook trouwens). Ook hier geldt: ga er niet voor een culinaire weldaad. Eigenlijk geldt dat voor alle tips voor uit eten met kinderen.
  • Sinds een tijdje heb je in Dordrecht ook Lizz’ Wereldkeuken. Dit is een buffetconcept wat ideaal is voor gezinnen, want ze mogen gebruik maken van de grote binnenspeeltuin die er naast zit. En een buffet maakt het voor kinderen sowieso al eenvoudiger om aan tafel te blijven, want tussentijd mogen ze lopen om nieuw eten of drinken te pakken. Mijn kinderen vinden het echt een feestje om daar te eten, maar dat komt met name door de speeltuin.

En dan nog een 7 tips die het uit eten gaan mét kinderen misschien een stukje draaglijker maken:

  1. Neem iets te spelen/te doen mee voor je kinderen. Een puzzelboekje, tekenspullen, of desnoods een spelcomputer. Klinkt als omkopen en eigenlijk is het dat ook. Maarja, dan moet je ook niet met kinderen uit eten willen 😉
  2. Kies een restaurant dat enigszins gewend is aan kinderen/gezinnen. Dat zijn meestal niet de high class restaurants, dus kom je al gauw uit bij de goedkopere restaurants. Kies vooral plekken waar een gedeelte ingericht is voor kinderen, scheelt voor je eigen ontspanning!
  3. Kies een restaurant met een concept waarbij er gelopen kan/mag worden. Zoals een buffetrestaurant is ideaal voor kinderen, want stil zitten is vrijwel onmogelijk voor ze.
  4. Kijk wat er geserveerd wordt: lust je kind het? Doe voor hen vooral niet te moeilijk, kinderen houden het vaak liever simpel. All you can eat concepten zoals sushi restaurants of tapas restaurants werken ook goed voor de eetlust.
  5. Maak vooraf duidelijke afspraken met je kinderen. Leg uit welk gedrag je van ze verwacht en hoe je graag de avond voor je ziet. Herinner ze dan aan deze afspraken als ze deze even lijken te vergeten tijdens het diner.
  6. Ga op schappelijke tijden uit eten: gewoon op een tijd waarop ze normaal gesproken ook zouden eten. Dit voorkomt veel hongerig gezeur vooraf en vermoeid gejammer tijdens het etentje.
  7. Maar de allerbelangrijkste tip: regel oppas en ga lekker zonder kinderen uit eten. Kies een restaurant waar je echt lekker kunt eten, eentje waar je gewoon lekker op je stoel kan blijven zitten. Waar je, zoals mijn vriendin dat noemt, op grote mensen tijd reserveert (lekker om half 8 ofzo), waarin je je heerlijk laat bedienen, geniet van een goed wijnarrangement en zonder op de klok te hoeven kijken doorgaat.
Van gastouder naar nanny

Van gastouder naar nanny

Opvang aan huis

 

“We hebben een nanny. Na 4 jaar gastouder zijn we nu gelukkig met opvang aan huis. Dat klinkt decadent en dat is het ook best wel. Ik dacht tot nog niet zo lang geleden dat het ook absoluut niet voor ons was weggelegd. Dat het onbetaalbaar zou zijn. Want zeg nou zelf, bij een nanny denk je toch direct aan Gooische Vrouwen? Ik wel althans. Maar de werkelijkheid is gelukkig anders.”

 

Welke soort opvang kies je?

Toen we ons eerste kindje verwachtten kwam ook meteen de taak erbij om opvang te zoeken. Aangezien onze beide ouders nog werkzaam waren (en zijn), was opvang door opa’s en oma’s helaas niet voor ons weggelegd. Aan ons de taak om, nog voor ons kindje er überhaupt was, uit te zoeken wat voor soort opvang we wilden. En eigenlijk merkte ik al vrij snel: ik wil geen kinderopvang, ik wil gastouderopvang. Maar ook in de wereld van gastouders was het een behoorlijke zoektocht. Hoe weet je in vredesnaam waar je goed aan doet? Bij een kinderopvanglocatie weet je in ieder geval de plek en de mensen bij wie je kindje terecht komt. Bij een gastouder wordt je gekoppeld, dus weet je niet direct waar en bij wie je kind terecht komt.

Gastouderbureau

Als ik keuzes lastig vindt, stel ik ze uit. Helaas gaat dat bij een zwangerschap nou net niet zo makkelijk. En toen mijn buurvrouw zich had ingeschreven bij een gastouderbureau, besloot ik me voor het gemak bij hetzelfde bureau in te schrijven. Bij het eerste contact met de medewerksters, bleek ik deze persoon nog van een eerder werkverleden te kennen. Hiermee was direct het ijs gebroken, want zij kon mij en mijn wensen redelijk inschatten, dus stelde zij direct een gastouder voor. Ik kreeg haar nummer en belde voor een kennismakingsafspraak. En wat bleek? Deze gastouder was een oud-klasgenoot van mij en Stefan! Alsof het zo had moeten zijn.

Als je gastouder stopt…

Hierna volgde 4 jaar van opvang bij de gastouder thuis, waarover we zeer tevreden waren. Na 2 jaar opvang werd Fosse geboren, en hij werd net als Meia met liefde ontvangen door ons, maar ook door onze gastouder. Toen ik zwanger was van Signe voorzag ik daarom geen problemen, we waren immers tevreden over de opvang. Helaas besloot onze gastouder, met pijn in haar hart, te stoppen met het gastouderschap, om haar studie te kunnen afmaken. Dat was een dikke tegenvaller! Na vier jaar intensief contact moesten we ineens iets anders verzinnen voor ons grut.

Financieel aantrekkelijk

We bezochten de ene na de andere gastouder, maar geen enkele gastouder kon aan onze vorige tippen. Bij iedereen had ik wel wat aan te merken: te ver weg, geen vervoer, te druk, te klein huis, te steriel, te star… Ik raakte hoe langer hoe meer gefrustreerd in onze zoektocht. Totdat iemand van het gastouderbureau me vroeg of ik wel eens had nagedacht over opvang aan huis. Ik keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan: grapje zeker!? Dat kan ik toch nooit betalen! Maar toen ze uitlegde dat opvang aan huis vanaf 3 kinderen zelfs financieel aantrekkelijker is, raakte ik toch geïnteresseerd. Ik besloot het uit te zoeken.

Nanny

Tot nu toe had ik gezocht op ‘gastouder’, maar zodra ik de zoekterm ‘nanny’ begon te gebruiken, bleek er een heel nieuw aanbod in opvangmogelijkheden te bestaan! Er ging een wereld voor me open. En wat nog leuker was: dit was inderdaad in de meeste gevallen voordeliger! Met hernieuwde energie stortte ik me in de zoektocht. Intussen was ik hoogzwanger en we hadden in totaal maar twee maanden om nieuwe opvang te vinden. In plaats van op bezoek gaan, kwamen de mensen nu bij ons thuis. Dat was gek, alsof ze op sollicitatiegesprek kwamen bij ons. Na een paar gesprekken kwam er (wederom) een oud-bekende uit Stefans jeugd: het leek kat in het bakkie. Opgelucht spraken we af wanneer ze kon beginnen en nam ik mezelf voor nu eindelijk van de laatste loodjes van de zwangerschap te genieten.

Tegenvallers

Helaas werd er een paar weken later roet in het eten gegooid. Ze was toch teruggekomen op haar beslissing vanwege privé redenen. Ik kon wel janken. Met nog een paar weken voor de kleine zou komen, moesten we weer van voren af aan beginnen. Opnieuw dook ik de papieren in en plande afspraken voor kennismaking. Gelukkig hadden we kort daarop een ontzettend leuke ontmoeting met een vrolijke en enthousiaste meid. We kregen weer hoop en toen het contract alleen nog maar ondertekend hoefde te worden, durfde ik te hopen dat het nu eindelijk geregeld was.

Nog steeds geen opvang

Niet lang daarna werd Signe geboren, na een heftige bevalling. Door omstandigheden (later meer hierover) moesten we daarna nog een week in het ziekenhuis blijven. Toen Steef in die week met de kinderen langskwam, bracht hij slecht nieuws: onze nanny had een vaste baan in het onderwijs aangeboden gekregen, die ze had aangenomen. Dat was een enorme tegenvaller. We hadden de mazzel dat het bijna zomervakantie was en we tot die tijd mijn verlof, Steef z’n vrije dagen en het gulle aanbod van oppassen door mijn schoonzus hadden. Maar er was wel haast bij om de opvang te regelen. Inmiddels was ik de hoop wel een beetje verloren. Zou het ons ooit nog lukken om een goede nanny te vinden?

Eind goed…

De laatste kandidaat voelde zich ook lullig naar ons toe, en had om die reden haar nichtje voorgesteld die misschien interesse had. We besloten het erop te gokken en haar uit te nodigen, maar durfden nergens meer op te hopen. Het gesprek verliep echter boven verwachting goed en er was duidelijk een klik. Het meisje was rustig maar zelfverzekerd, ze had ervaring in de kinderopvang en ook met oppassen bij bekenden. Ze toonde zich flexibel, lief naar de kinderen en hield rekening met onze wensen.

Van het een kwam het ander, en toen de contracten getekend waren, was het dan eindelijk definitief: we hadden een nanny! Eindelijk konden we opgelucht adem halen. Er viel een last van onze schouders. En wat was dit fijn, opvang aan huis! In het tweede deel ga ik dieper in op de voordelen van een nanny en onze ervaringen uit de praktijk.

 

Gevoelige periodes bij kinderen

Gevoelige periodes bij kinderen

Leren in de gevoelige periodes

Iedereen heeft er wel eens van gehoord: de kritische of gevoelige periode waarin een kind het beste iets leert. Eigenlijk is dat ook de grootste reden waarom kinderen al vanaf jonge leeftijd naar school gaan (moeten): omdat er in de kindertijd de meeste gevoelige periodes zijn om iets te leren. De ervaringen uit je kindertijd zijn bovendien heel vormend voor je persoonlijkheid en hebben grote invloed op alles wat je de jaren erna doet.

Gevolgen voor later

De eerste en meeste gevoelige periodes vinden al plaats in de babytijd. Als er in zo’n periode iets misgaat, kan dat soms blijvende gevolgen hebben omdat de juiste verbindingen in de hersenen dan niet worden aangelegd. De gevoelige periode voor de ontwikkeling van het zicht is bijvoorbeeld tussen de 3 en de 8 maanden: als er dan iets is waardoor de baby minder goed kan zien, kan het blijvend schade houden aan het zicht op latere leeftijd.

Hoe kinderen leren

Met verschillende onderzoeken en experimenten wordt gekeken of een gevoelige periode opnieuw kan worden uitgelokt, op een ander moment. Wanneer dat zou lukken, zou eventuele schade bijvoorbeeld kunnen worden ingehaald. Als er duidelijk wordt hoe kinderen precies leren en ontwikkelen, zou men het onderwijs daar naadloos op aan kunnen laten sluiten.

Gevoelige periodes op school

Dat laatste gebeurt natuurlijk al zoveel mogelijk, hoewel dat per school veel kan verschillen. Naar mijn idee onderstreept de theorie van de gevoelige periodes alleen maar meer het belang om daar op flexibele wijze rekening mee te houden op school. Globaal gezien zijn de gevoelige periodes ongeveer op hetzelfde moment, maar dit kan per persoon wel veel verschillen. Zeker omdat iedereen een andere geboortedatum heeft. Het aanbieden van lesstof zou daarom eigenlijk pas moeten, wanneer het kind in de gevoelige periode voor die stof zit.

Inspelen op interesses van je kind

De gevoelige periodes zijn er de reden van dat er in groep 3 wordt begonnen met lezen, want de meeste kinderen ‘zijn er aan toe’. Het is de reden waarom er in de kleuterklassen nog veel buiten wordt gespeeld (motorische ontwikkeling) en in de middenbouw wordt gestart met de zaakvakken. Omdat dán de interesse in de wereld om hen heen toeneemt. Maar deze ‘mal’ in wat er aan je kind wordt aangeboden, is een grove schatting, terwijl de gevoelige periodes juist zeer precies zijn. En dáárom is het zo belangrijk om in te spelen op de interesses van het kind. Want pas als een kind iets leuk vindt, leert het. Het heeft geen zin om domweg stof ‘erin te stampen’ als er geen interesse of motivatie is.

Aanvoelen waar het kind zit

En dat is in het onderwijs nog best lastig, merk ik vaak. Ik kom geregeld voor schoolobservaties en schoolgesprekken op scholen. En ik ken natuurlijk de montessori-onderwijsmethode van onze eigen kinderen. Tussen de scholen zit veel verschil. Zowel in de visie als in de dagelijkse praktijk van de leerkracht. Want uiteindelijk komt het er op neer of de leerkracht aanvoelt ‘waar een kind zit’ en hier op kan in spelen door de juiste stof aan te bieden. Dan hebben we het nog niet eens over onderlinge niveauverschillen tussen kinderen. Dat maakt de differentiatie extra moeilijk.

Eigen inbreng

In het traditionele onderwijs is er naar mijn idee vaak net iets minder mogelijk aan flexibele aanpassingen aan het leerproces van kinderen, omdat er nog steeds vaak klassikaal les wordt gegeven. Kinderen volgen de structuur van de lessen en hebben weinig eigen inbreng in wat ze wanneer doen. In het montessori-onderwijs is dat anders. Kinderen beslissen per dag bijvoorbeeld de volgorde van hun taakjes. Daarbij hebben ze een zekere vrijheid voor hoelang ze aan een taak willen werken: is een kind momenteel meer geïnteresseerd in rekenen, dan mag het, tot op zekere hoogte, langere tijd hier aan werken.

Motivatie

De leerkracht bewaakt dit proces door te benadrukken dat elke beslissing gevolgen heeft: nu meer rekenen betekent een andere keer meer taalwerk. Toch is dit voor mijn gevoel een methode die van nature beter aansluit bij het grillige ontwikkelingsproces van kinderen. Bovendien is de motivatie om aan de taken te werken per definitie hoger, omdat een kind zélf de keuze maakt voor een taak.

Leerbehoeften

Er zijn tegenwoordig (gelukkig) steeds meer vormen van onderwijs, die rekening houden met de verschillen in voorkeuren, ontwikkeling en leerbehoeften van kinderen. Goed onderwijs is namelijk een onderwijsvorm (en leerkracht) die goed aansluit bij de specifieke behoeftes van je kind. En dat verschilt per persoon.

Snoeien in synapsen

Het is echter niet zo dat een kind alleen maar leert in de de gevoelige fases. De hersenen hebben een zekere plasticiteit. Dat betekent dat mensen hun hele leven lang kunnen leren en zich aan kunnen passen aan veranderende omstandigheden. Maar in gevoelige periodes is er veel meer mogelijk. In de babytijd is dit het meest duidelijk: een baby wordt geboren met een oerwoud aan synapsen (mogelijke verbindingen voor informatieoverdracht), waar die eerste maanden behoorlijk in gesnoeid wordt: alles wat niet nodig is, gaat weg. Zo blijven alleen de belangrijkste verbindingen over. Dat gebeurt in de gevoelige periodes: zo wordt er orde in de chaos geschept en gaat het brein steeds beter functioneren.

Vorming van persoonlijkheid

Het is interessant om te bedenken waarom de gevoelige periodes alleen maar tijdens de kindertijd zijn. Ze zijn immers super nuttig voor de ontwikkeling en voor de overleving, zou je denken. Onderzoekers denken daarom dat er ook een keerzijde aan de kritische periodes zit: in die momenten draaien de hersenen namelijk op volle toeren, waardoor er ook eerder kans is op beschadiging aan de hersenen. En omdat de gevoelige fases ook vormend zijn voor de persoonlijkheid, kun je je afvragen of het wenselijk is wanneer deze gevoelige periodes ook in de volwassenheid optreden: wat zou het doen met je identiteit en je persoonlijkheid? Misschien is het daarom maar goed dat ze beperkt blijven tot de kindertijd.

 

Ontwikkelingsvoorsprong bij de oudste: het besef

Ontwikkelingsvoorsprong bij de oudste: het besef

Voorlopen in ontwikkeling

Toen Meia nog maar een baby was, merkte ik al vrij snel dat er een aantal dingen niet ‘volgens het boekje’ liepen. Meia was onze eerste en wij waren ook de eerste in de familie en onze vriendengroep, dus was vergelijkingsmateriaal niet direct voor handen. Maar ik voelde dat onze baby anders reageerde dan de meeste anderen.

En hoewel ik toen net een studie achter de rug had, voelde ik me alles behalve zeker in die eerste maanden. Zeker omdat je bepaalde verwachtingen hebt ten aanzien van baby’s en het ouderschap die dan niet kloppen met de werkelijkheid. Dat brengt je een beetje uit evenwicht.

Weinig slaapbehoefte

Een van de eerste dingen die opvielen was dat ze zo weinig sliep. Baby’s sliepen toch het merendeel van de dag? Ik begreep er niks van. Hoe deden andere ouders dat? Ik zat soms 1,5u mijn kind in slaap te wiegen, voordat ze eindelijk sliep. Redelijk uitgeput ging ik dan vervolgens naar beneden, op muizenvoeten, waar ze na krap 20 minuten alweer wakker was! Gek werd ik er van! Ik had echt het idee dat ze helemaal niet wilde slapen. In de kraamweek was de kraamverzorgster al zo verbaasd dat ze haar hoofdje al zo vaak zelf rechtop hield als ze op schoot zat of op haar buik lag. Ze is zeker sterk, dacht ik toen. Maar na een paar dagen kreeg ik het idee dat ze haar hoofdje doelbewust wilde gebruiken om om zich heen te kijken, tot ze niet meer kon.

Alles in zich opnemen

Sowieso zat ze het liefst rechtop op schoot, over onze schouders heen kijkend, grote opengesperde ogen. Ze vond alles mooi, maar nooit lang. Zolang je maar met haar rondliep, de dingen benoemde en aanwees, liedjes zong, gekke bekken trok of wat dan ook, was het goed. Het vergde nogal wat energie om haar tevreden te stellen, want dat was ze echt niet gauw. Het was alsof ze zich geen tijd gunde om te slapen, alsof ze niets wilde missen en alles in zich op wilde nemen. En het leek zelden genoeg.

Huilen uit boosheid en frustratie

Haar ontwikkeling verliep razendsnel. En dat besefte ik uiteindelijk pas toen onze tweede, Fosse werd geboren. Toen we met hem een babytijd ‘volgens het boekje’ doormaakten, werd het contrast met de babytijd van Meia met een schok duidelijk. Terwijl je bezig bent met het verwerven van je nieuwe rol als moeder, ouder, het wennen aan en leren kennen van je kind, merk je niet hoe de ontwikkeling anders verloopt van die van anderen. Althans, niet erg bewust. Op een meer onbewust niveau merkte ik wel dat we steeds tegen dingen aanliepen omdat je niet goed snapt waarom ze bijvoorbeeld zo vaak huilde, en dan vooral uit nijd of boosheid leek het wel.

Snelle motorische ontwikkeling

Want Meia was (en is) een meisje met temperament, met een kop erop zogezegd. Als zij iets wil, dan wil ze het nu, en wil ze het ook nu kunnen. En zo kwam het dat zij met 4 maanden door de woonkamer tijgerde, met 7 maanden langs de tafel liep, en met 9 maanden woordjes begon te zeggen. Ze leek zichzelf geen rust te gunnen, alsof ze geen tijd te verliezen had. Ik denk ook mede om die reden dat we regelmatig bij de huisartsenpost te vinden waren: Meia had zichzelf geleerd op de bank te klimmen, maar nog niet om er ook handig vanaf te komen, met de nodige ongelukjes van dien. Meia klom de trap op en wist op haar eerste verjaardag zichzelf in de draaistoel te hijsen en deze vervolgens te laten draaien. Val- en struikelpartijen lagen altijd op de loer, door al haar gekke toeren die ze uithaalde.

Temperamentvol

Steeds regelmatig kreeg ik vanuit de omgeving opmerkingen in de trant van “ze is wel vlot hoor”, “kan ze dat al?”, die lieten doorschemeren dat zij wellicht vlotter in haar ontwikkeling was. Maarja, bij zulke kleintjes kun je daar toch verder niks mee, dacht ik toen. En iedere keer hoopte en dacht ik: “als ze straks kan kruipen/lopen/praten/pakken/etc. dan zal ze wel tevreden zijn, dan zal haar frustratie weg zijn”. Maar dat was slechts van korte duur. Want zodra ze de ene kant op kon rollen, was ze boos dat ze niet meer terug kon rollen. Kon ze eindelijk dingen pakken, werd ze boos dat ze geen twee dingen beet kon houden of ergens niet bij kon. Kon ze tijgeren, zat ze steeds klem onder de tafel of kast. Kon ze lopen, ging het haar te traag en viel ze constant in haar hopeloze pogingen te rennen. Het was constant alsof haar hoofd een stap voorliep op haar lijf. Alsof ze begreep wat er in theorie mogelijk was, maar het nog niet helemaal kon uitvoeren. En het dreef haar (en ons) regelmatig tot wanhoop.

Zoeken van uitdaging

Het eerste jaar was al met al een pittig jaar. Weinig slapen, pas doorslapen met 8 maanden, overdag bij wijze van spreken een dagprogramma vol met entertainment willen hebben om tevreden te zijn (de box is bij ons toen nooit gebruikt, enkel als opslagplek voor alle zooi). Ik was benieuwd wat de jaren daarna zouden brengen. Toen ze goed kon lopen werd haar wereld wel groter, evenals haar zelfstandigheid en haar mogelijkheden. Het leek eindelijk wat rust te brengen. Maar ze zat nooit stil. Overal zocht ze de uitdaging in. Met 2 jaar was ik blij dat ze eindelijk naar de peuterspeelzaal kon, zodat ze misschien wat uitgedaagd kon worden. Maar dat was achteraf bezien wat ijdele hoop. Ook daar konden ze niet bieden wat ze wilde, en wij konden ook niet precies uitleggen wát ze nodig had, omdat we dat nog niet precies wisten.

Grenzen opzoeken

En wat er dan gebeurt is iets wonderlijks. Kinderen die uitdaging nodig hebben, zoeken die uitdaging, ongeacht op welk terrein. Het is als het ware een soort ontwikkelhonger die gestild moet worden. Als er geen gebied is om die uitdaging in te vinden, dan wordt het zoeken van de uitdaging verlegd op het terrein van de relatie. Dus gebeurde het dat Meia, met haar 2 jaar, op bijna manipulatieve wijze, de grenzen op zocht bij ons als ouders. Het was bikkelen, want ze leek geen gezag te accepteren en we begrepen er geen snars van. Hoe kon zo’n klein meisje nu zo’n ijzeren wil hebben en zo vastberaden zijn? Ik merkte dat het steeds botste als wij in de machtspositie belandden (zinloos, geloof me): dan was het hard tegen hard.

Machtsstrijd

Pas na talloze vruchteloze machtsstrijden viel bij mij het kwartje: ik moet er naast blijven staan, ze moet het gevoel hebben dat zij niet de mindere is, niet ondergeschikt, maar gelijkwaardig, dat zij als partner wordt behandeld. En dat was inderdaad het antwoord (Ja jongens, al ben je dus orthopedagoog, als moeder blijf je ook maar mens!). Toen we meer als ‘team’ gingen samenwerken, ik haar uitlegde waarom ik deed zoals ik deed, ik argumenten gaf voor de reden waarom ik dingen van haar verwachtte, kon ze de deze accepteren en zich er naar voegen. Maar zelfs dan, met nog geen 3 jaar oud, kon ze ook beslissen iets niet te doen, gewoon omdat ze de reden ervan niet overtuigend genoeg vond. En toegegeven, nog steeds zijn dat lastige momenten: want hoe krijg je soms voor elkaar wat je wilt, zonder in een machtsstrijd te verzanden?

Vaststellen van een voorsprong

Ik overlegde deze en veel andere zaken ook wel eens met mijn collega’s en bijvoorbeeld op het consultatiebureau. En steeds vaker begon ik te denken of ze misschien voorliep, dat ze daarom andere behoeftes had in haar ontwikkeling, dat we daarom soms niet op één lijn zaten. En toen ze op het consultatiebureau uiteindelijk ook zeiden dat het doen van een intelligentieonderzoek wellicht goed was, heb ik die stap uiteindelijk gezet. Met net 3 jaar heeft Meia het onderzoek gedaan, afgenomen door een collega. En hoewel je vermoedens hebt, is de uitslag toch even schrikken. Een voorsprong van 1-2 jaar op verschillende onderdelen. Dus toch.

Eindelijk rust?

Op die leeftijd kun en mag je nog niet spreken van hoogbegaafdheid, maar van een ontwikkelingsvoorsprong, vanwege de grilligheid in de ontwikkeling. Maar doordat we nu wisten dat we haar cognitieve vermogens op een ander niveau konden (ja zelfs moesten, eigenlijk) aanspreken, veranderde ons meisje zienderogen. Weg met de leeftijdsindicaties op alle spellen en speelgoed, maar afgaan op interesses. Ik kreeg dat jaar een museumkaart voor mijn verjaardag en sindsdien hebben we haar meegenomen naar musea. Er ging een wereld voor haar open. Ze vroeg de oren van onze hoofden en genoot van alles wat ze zag en hoorde. In de bibliotheek liet ik de peuterboeken links liggen, maar zocht ik voorleesboeken en boeken met specifieke onderwerpen. Ze verslond ze!

Vinger aan de pols voor de toekomst

En nu ze eindelijk de voeding kreeg die ze zo nodig had, klaarde ze op: er kwam rust, ze kon weer spelen, ging zich beter concentreren, was niet meer zo vluchtig. Toen ze daarnaast ook op peuter/kleutergym met bijna 3 jaar, kon ze ook haar motorische energie kwijt. Op de peuterspeelzaal werd materiaal uit de kleutergroepen gehaald om haar te prikkelen. En alle puzzelstukjes vielen steeds meer op hun plek: we snapten de onrust, de frustraties en de rappe ontwikkeling uit de babytijd nu ineens. En nu we wisten wat ze nodig had, konden we daarop inspelen. Vanuit mijn opleiding wist ik dat we waakzaam zouden moeten blijven, dat vinger aan de pols houden nodig bleef. Maar ik had vertrouwen in de toekomst en was benieuwd hoe ze zich verder zou ontwikkelen.

Borstvoeding afbouwen na een jaar

Borstvoeding afbouwen na een jaar

Volhouden van lang voeden

Om er maar direct een cliché tegenaan te gooien: het jaar met mijn jongste is voorbij gevlogen! En zo besef ik ineens dat ik al een jaar borstvoeding geef. Sommige mensen kijken me enigszins met opgetrokken bovenlip en lichte afschuw aan als ik dit zeg, maar de meesten zeggen het knap te vinden dat ik het ‘zo lang heb volgehouden’. Nou het was dan ook wel pittig hoor, als ik dan weer lekker op de bank plofde met een warme knuffel (Signe), goed boek en mok thee. Maar ik heb het overleefd. Ternauwernood.

Na het sporten stonden mijn borsten op standje ‘instabiele landmijnen’: het minste of geringste kon voor ‘ontsteking’ zorgen

Maar zonder gekheid: een jaar borstvoeding! Dat is best een poosje. Hoewel het wel steeds makkelijker werd. In het begin was het nog een gedoe: als ik maar een uurtje van huis was (bijvoorbeeld om te sporten), moest ik daarvoor én daarna direct lozen. Na het sporten stonden mijn borsten op standje ‘instabiele landmijnen’: het minste of geringste kon voor ‘ontsteking’ zorgen. Het was daarom fijn toen er steeds meer tijd tussen de voedingen ging zitten, zodat je ook eens wat langer van huis kon. Maar zelfs dan voelde ik me een tikkende tijdbom en was mijn kolfapparaat een trouwere metgezel dan Steef in die momenten. Echt niet dat ik de deur uit ging zonder!

De kolf als trouwe metgezel

Een middagje afspreken met wat vriendinnen en aansluitend eten was een hele onderneming, waarbij constant in mijn achterhoofd zeurde: ‘ik moet straks kolven’. Helemaal comfortabel zit je dan toch niet. Hetzelfde gold voor die momenten op mijn werk. Wanneer Signe ’s nachts ineens besloot haar hele slaap-/waak-ritme om te gooien, liep dit ook in de war met mijn werkafspraken. Soms móést ik dan tussendoor kolven, terwijl ik afspraken had staan. Bedankt stagiaire, voor het opvangen van deze nogal ongemakkelijke momenten!

Afbouwen van de borstvoeding

Nee, met hoeveel liefde ik ook de borstvoeding geef, ik ben oprecht blij dat ik niet meer vast zit aan het kolven. Nu, een jaar later, krijgt Signe nog 2x per dag voeding. Toen ze net geboren was, lag dit tussen de 12-14x per dag (ja, je leest het goed!). Recent ben ik begonnen om één voeding er af te laten vallen. Omdat ik nooit eerder langer dan een jaar heb gevoed, wist ik eigenlijk niet hoe ik dit moest aanpakken. Zowel Meia als Fosse kregen borstvoeding tot zij ongeveer 9 maanden oud waren.

Voedingen laten vallen

Gelukkig sprak ik pas een vriendin die haar zoontje ook langer dan een jaar heeft gevoed. Aan haar vroeg ik hoe zij dat deed: zomaar stoppen? Nog tussentijds de spanning eraf kolven? Hoe reageerde haar kindje daarop? Want ondanks dat dit mijn derde is, wist ik niet meer precies hoe ik dat heb gedaan bij de oudste twee. Blijkbaar tasten zwangerschappen toch meer aan in je geheugen dan je zelf doorhebt. En eigenlijk was haar antwoord heel simpel: gewoon met één voeding stoppen en na een tijdje de andere voeding stoppen. Wordt de spanning te groot, dan nog een keertje voeden of kolven, maar de tijd tussen de voedingen steeds verder rekken. Dus desnoods 1x in de 2 à 3 dagen voeden. Dan wennen je borsten vanzelf.

En inderdaad, ik vind het nog altijd een wonder hoe snel je lichaam zich aanpast aan de veranderingen die je doormaakt. Nu ik de ochtendvoeding niet meer geef, had ik de eerste dag flinke stuwing aan het einde van de middag. Maar de volgende dag kon ik het al rekken tot ’s avonds.

Het einde van het voeden

Het afbouwen kondigt tegelijk het einde en afscheid aan van een fase die is geweest. Het voeden heb ik als fijne, bijzondere momenten ervaren. Het knuffelen, het lichamelijke contact, even samen ontspannen. Daar ben ik nu, met elke voeding, langzaam afscheid van aan het nemen. Het feit dat Signe onze derde en laatste is, betekent ook definitief een einde aan het voeden, het einde van wat was. En dat vind ik stiekem best een beetje jammer. Elke afsluiting van zo’n fase maakt me bewust: deze momenten komen nooit meer terug. Koester ze zolang ze er zijn.

Koesteren

Dus dat doe ik nu maar. Ik kruip nog even lekker op de bank, met het warme lijfje tegen me aan, de friemelende handjes, de roze wangetjes van het drinken, de rozige uitdrukking. Genieten van het feit dat ze in slaap valt, een diepe zucht slaakt als ze stopt met drinken. En natuurlijk ook gewoon genieten van het feit dat ik legaal onder het opruimen van de rommel in de keuken na het avondeten uit kom!