Archief van
Tag: adhd

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

De belangrijkste opleidingen

In mijn registratietraject, die grofweg vijf jaar besloeg, heb ik meerdere ontwikkelingen doorgemaakt. Ik heb ontdekt waar mijn interesses lagen, waar mijn sterktes en zwaktes lagen en misschien wel het belangrijkste: ik heb mijn visie ontwikkeld. Mijn visie op de hulpverlening, op de hulpverlener die ik wil zijn. Dat had, logischerwijs, wel even tijd nodig.

De eerste opleiding

Ik startte mijn traject door een van de vele nascholingsgidsen open te slaan en langs alle titels van de verschillende cursussen te scannen. Het criterium was in eerste instantie: wat lijkt me leuk? Ik had net de universiteit afgerond, en was in mijn naïviteit in de veronderstelling dat ik dus al behoorlijk wat wist. Dat ik dat mis had, werd me (gelukkig) al heel snel duidelijk. Sterker nog, hoe meer ik heb geleerd, hoe meer vragen het heeft opgeroepen en hoe meer het mij nieuwsgierig maakt naar andere dingen.

Oplossingsgerichte therapie

Mijn eerste cursus was de cursus oplossingsgerichte therapie. Dat was een goede start. Het is een therapievorm die uitgaat van de kracht en mogelijkheden van de cliënt, een hele positieve therapievorm die vooral geschikt is voor het gebruik bij milde problematiek. Het kan prima gebruikt worden als gesprekstechniek naast andere interventies. Nog steeds is de oplossingsgerichte manier van werken iets wat we veel gebruiken, wat mij ook een houvast geeft op de momenten dat ik bijvoorbeeld even geen goeie vraag weet te bedenken. Het geeft richting voor de therapeut en hoop voor de cliënt.

ADHD

Onder de indruk van het hele volgen van nascholing begon ik enthousiast aan de tweede cursus, over ADHD. Dit bleek helaas een misser. Het gaf me niet wat ik hoopte, en ik baalde dat ik de ruim 700 euro’s van die cursus voor mijn ogen zag verdampen in teleurstelling. Nouja, fouten maak je om ervan te leren, dus trok ik hier lering uit: beter letten op de docent, op recensies van anderen, het opleidingsinstituut en kritischer zijn in het kiezen van onderwerpen. Weten we dat ook weer.

Cognitieve gedragstherapie

Toen ik na mijn bevalling van Meia echt serieus aan de bak wilde, besloot ik het grootser aan te pakken en te kiezen voor een grote opleiding: die van de cognitieve gedragstherapie (CGT). Ik dacht namelijk, door wat er op de universiteit geleerd werd en in de boeken te lezen is, dat deze therapievorm een Heilig Goed was. Als je dat kon, dan was je wat waard.

Literatuur

Afijn, dus ging ik met kriebels in mijn buik naar de opleiding. Ik moest geloof ik wel een paar keer slikken en flink op m’n hoofd krabben toen ik de docent met een grote bagagewagen de cursusmappen naar binnen zag rijden. Godzijdank was ik met de auto, want hoe had ik in vredesnaam die 4 Gigantische mappen mee kunnen krijgen!?

Gedragsmodificatie

Vanaf dat moment begon het ‘echte werk’. Ik zat avonden te ploeteren op kilometers tekst en maakte me druk om de toets die elke cursusdag zou worden afgenomen. Ik moest mezelf onder de loep nemen met een gedragsmodificatie opdracht. In gewone taal: ik ging mezelf afleren mijn kleren op de stoel te gooien als ik naar bed ging en aanleren om ze, in plaats daarvan, netjes in de kast op te hangen.

Zelfvertrouwen

Het lukte. Ik kreeg, tot mijn eigen verbazing, de stof onder de knie, mijn leeswerk op tijd af en opdrachten ingeleverd. Elke week leerde ik weer nieuwe interventies die ik in mijn werk kon toepassen. Ik maakte mijn cliënten tot gewillige slachtoffers van mijn nieuwe kennis, en met hun vooruitgang groeide mijn zelfvertrouwen. Toen ik merkte dat mijn eigen gedrag ook daadwerkelijk veranderde (er lagen inmiddels meer kleren in de kast, dan er buiten), was dit een extra motivatie om ermee door te gaan.

Symbooldrama

Ik deed daarna nog twee vervolgcursussen van de cognitieve gedragstherapie, ook omdat ik met de gedachte speelde om hierbinnen eventueel ooit een registratie te halen. Maar tegelijkertijd maakte ik een totaal andere keuze. Ik had in mijn werk vaak bij cliënten van mijn collega gezeten, met wie ze symbooldrama deed. Ik was altijd verwonderd wat hier nu precies gebeurde en begreep er geen zak van hoe die kinderen zich zo snel beter gingen voelen. Dat was mijn simpele motivatie om die opleiding te gaan doen.

Twee kanten van de medaille

Dus startte ik, parallel aan de cognitieve gedragstherapie, ook met de opleiding symbooldrama. Later bleek dit een ontzettend slechte timing, omdat ik daardoor twee zware trajecten naast elkaar liet lopen. De impact daarvan had ik volledig onderschat, maar het heeft uiteindelijk wel geholpen in mijn vorming en het maken van keuzes. In deze opleiding werd voor mijn gevoel de andere kant van de medaille belicht. Waar de cognitieve gedragstherapie een meer verbale, rationele therapie is, gaat symbooldrama veel meer over het voelen en ervaren, het non-verbale.

Je eigen leerproces

In deze opleiding moet je zelf aan de slag. Je leert de therapie, door het zelf te ondergaan. En dat is niet altijd gemakkelijk, maar wel de enige manier om te begrijpen hoe het werkt en om je cliënten goed te snappen. Door dit leerproces werd me ineens heel veel duidelijk: hoe mooi en effectief de CGT ook is, het is niet volledig of zaligmakend, zoals ik in het begin dacht. Een andere keer zal ik dieper ingaan op het opleidingstraject van de symbooldrama.

Willen begrijpen

Door deze verschillende ervaringen, stelde ik mijn eigen opleidingstraject bij. Ik wijzigde mijn koers van het rationele, naar het meer leren begrijpen van gedrag en emoties. Omdat ik zelf net moeder was geworden van inmiddels 2 kinderen, was ik tegelijkertijd ontzettend geïnteresseerd in de ontwikkeling van jonge kinderen. Dus besloot ik een andere, grote cursus te volgen in de psychopathologie en diagnostiek van jongere kinderen.

Jonge kinderen

In deze cursus, waar ik nog nooit zoveel literatuur in korte tijd heb gelezen als toen, heb ik zó waanzinnig veel geleerd, dat ik voor mijn gevoel eindelijk de basis als therapeut kreeg waar ik naar op zoek was geweest. Zonder het zelf te weten. In deze opleiding werd mij geleerd hoe de ontwikkeling van jonge kinderen loopt, die niet los is te zien van de relatie met zijn omgeving. Dus hoe het gaat tussen ouders en kinderen.

Nog lang niet klaar

Wat ik vooral heel waardevol vond, waren de parallellen die werden gelegd tussen de vroege ontwikkeling en het gedrag op latere leeftijd. Gedrag wat wij als volwassene laten zien, heeft uiteindelijk de oorsprong in de eerste jaren. In deze opleidingen heb ik me o.a. verdiept in de visie van de Infant Mental Health en de methode van Floorplay. Ik ben nog altijd niet uitgeleerd op dit gebied, en heb nog stapels boeken in de kast die ik moet (wil) lezen.

Een volgende keer vertel ik meer over dit registratietraject.

 

 

Zwak werkgeheugen: stapjes terug!

Zwak werkgeheugen: stapjes terug!

Small steps, big results

Laatst sloot ik een behandeling af met een jongen uit de bovenbouw. Het was een wat langer traject dus ik kende hem al een poosje. Na de aanmelding waren er wat signalen voor een aandachtstekortstoornis, dus stelde ik voor om te beginnen met onderzoek. En inderdaad, in dit geval bleek er een concentratiestoornis te zijn: de jongen had ADD.

Maar dat was natuurlijk pas het begin van het traject, want na een classificatie is het probleem niet opgelost. Voor ouders was het best een schok: hun zoon, met als zijn dromerigheid en eigenaardigheden, had ineens een verklaring voor zijn grillen! Wat betekende dat voor hen als ouders? Hadden ze anders moeten handelen?

Schuldgevoelens

Het is niet zeldzaam dat ouders een schuldgevoel ontwikkelen nadat er uit een onderzoek een bepaalde conclusie of classificatie volgt: “hadden we het eerder moeten zien?”, “heb ik nu al die jaren gemopperd terwijl hij er niks aan kon doen?” zijn maar enkele voorbeelden van gedachtes die dan door het hoofd kunnen schieten. Zo ook bij deze ouders.

En dat gaat me best aan het hart: ik zie twee liefdevolle ouders die zich inzetten voor het welzijn van hun zoontje, maar soms tegen muren oplopen omdat ze merken dat hun aanpak blijkbaar niet leidt tot blijvende verbeteringen. Dat geeft frustraties en irritaties, en kan de sfeer behoorlijk teniet doen in huis.

Psycho-educatie

Om die reden stel ik dan vrijwel altijd voor om ouders (en het kind het liefst ook) voor psycho-educatie te laten komen. Dit is een duur woord voor een stukje therapie waarin wordt ingegaan op de classificatie, in dit geval ADD. Hierin wordt uitgelegd wat het hebben van zo’n stoornis inhoudt en wat het betekent voor de praktijk. Het is namelijk nog altijd zo dat meer kennis ook leidt tot meer begrip. En dat is een belangrijke eerste stap. Daarnaast ontschuldigt het ook: het legt uit waarom de dingen gaan zoals ze gaan, zonder iemand als boosdoener aan te wijzen. Dat is vaak een opluchting voor het gezin: het kind krijgt erkenning voor de dingen die hij lastig vindt, de ouders krijgen erkenning voor hun inzet en pogingen om het gedrag te veranderen, zonder al te veel succes.

Maatwerk

Natuurlijk kun je ook een goed boek lezen over ADHD (wat ik trouwens ook zeker aanraadt aan ouders die een kind hebben met een aandachtstekortstoornis), maar dat blijft toch vrij statisch. Ik hou er niet van om als het ware de feitjes en de rijtjes op te lepelen. Nee, want ouders hebben een kind die naast zijn ADHD/ADD ook nog een karakter, temperament en sociaal leven heeft. Dat betekent maatwerk. En natuurlijk herken ik bepaalde patronen die in deze gesprekken terugkomen, want aan de stoornis liggen immers dezelfde oorzaken ten grondslag.

Zwak werkgeheugen

Een van die oorzaken is een slecht werkgeheugen, waardoor vaak het opvolgen van meerdere opdrachten en het onthouden van meerdere dingen tegelijk een onmogelijke opgave wordt. Zo ook bij deze ouders met hun zoon. Gék werden ze er van, iedere keer kwamen ze laat, terwijl ze de hele ochtend achter zijn broek aan zaten en hij doodleuk een stripbroek zat te lezen met slechts één been door zijn broek omdat hij al 20 minuten lang niet aan zijn andere been was toegekomen. Onbegrijpelijk vonden ze het. Hij was toch al zo oud? Alle kinderen van die leeftijd kunnen zich toch gewoon behoorlijk aankleden, tanden poetsen, haren doen, ontbijten, en klaar maken voor school?

Automatiseren

Het werd één van de belangrijkste behandeldoelen: het automatiseren verbeteren en daarmee de zelfstandigheid bevorderen. Daarvoor is in eerste instantie begrip nodig van de situatie zoals die is, namelijk: nee, je kind kan dat niet.  En dat klinkt hard, maar is nodig om je te realiseren voordat je verder gaat. Wanneer je als ouder de verwachting blijft houden dat hij dat allang zou moeten kunnen, ga je impliciet uit van onwil. En daarmee ga je wellicht onnodig de strijd aan om iets voor elkaar te krijgen wat uiteindelijk niet lukt.

Bijstellen van verwachtingen

Dus: terug naar de basis. Wat lukt wel? En bij dit gezin was het heel veel stappen terug. Zoveel stappen, dat de ouders het bijna gênant vonden: het leek wel alsof ze een kleuter moesten begeleiden, zeiden ze me. Want ik adviseerde dat we zouden proberen het gedrag weer opnieuw in te slijten, stapje voor stapje. Uiteindelijk kwamen ze zelf met het idee om pictogrammen te gebruiken, zoals de dagritmekaarten die ze op scholen gebruikten. Daarmee konden ouders de jongen terug verwijzen: “kijk eens op de kaart, wat moet je nu doen?”.

Oplossingsvaardigheden

We besteedden veel tijd aan het versterken van oplossingsvaardigheden van de jongen, door het balletje steeds bij hem te leggen. Niet oplossen, wat wel veel sneller en efficiënter is en bovendien een hoop gedoe en irritaties scheelt, maar coachen. En dat is moeilijk, want ouders zijn geboren oplossers: “kom maar, ik doe het wel even”, “laat mij dat maar doen, dat is sneller”, vast herkenbaar voor veel ouders. En nu werd deze ouders juist gevraagd om op hun handen te zitten, op hun tong te bijten en slechts af en toe een open vraag te stellen: “wat moet je doen? Wat doe je daarna? Hoe gaat je dat lukken? Waar moet je mee beginnen? Hoe weet je of je klaar bent?” Etc.

Resultaten

Tegelijkertijd kwam de jongen voor behandeling en individuele psycho-educatie. Om te leren over zichzelf, over ADD en hoe dit slechts een onderdeel is van wie hij is. Er werd met school een plan opgesteld om hem daar ook aan zijn behoeften tegemoet te komen. Op drie fronten (individueel, ouders en school) werd gewerkt aan het ‘omgaan met’. En een tijdje terug zag ik de ouders voor de evaluatie.

Wat bleek? De jongen had het ochtendritueel volledig geautomatiseerd. Ouders hoefden niet meer te mopperen,  wat een stuk meer gezelligheid opleverde in de ochtenden. Sterker nog, de jongen had vaak nog wat tijd over om iets voor zichzelf te doen. Het teruggaan in stapjes en verwachtingen vanwege het zwakke werkgeheugen was een goede zet geweest. De verschillende stappen waren ingesleten en een gewoonte geworden, waardoor de pictogrammen allang niet meer nodig waren en zelfs het coachen veelal overbodig bleek. Ouders hadden gemerkt hoeveel het scheelde als ze vooraf situaties bespraken: ze vertelden hun zoon vooraf wat ze van hem verwachtten, en dat bleek voldoende voor hem om het daadwerkelijk te laten zien. De ouders waren perplex! Hij was zelfstandiger, had meer zelfvertrouwen en was bovendien ook socialer geworden. Met kleine aanpassingen, veel herhaling en veel geduld hadden ze veel bereikt.

Oorzaken van ADHD-gedrag

Oorzaken van ADHD-gedrag

Het lijkt wel een plaag. Tegenwoordig kent iedereen de term ADHD en zitten er wel minstens 3 kinderen met ADD of ADHD in de klas. Er wordt op de middelbare school gehandeld in Ritalin en het hebben van concentratieproblemen lijkt soms eerder de norm dan de uitzondering.

Oké oké ik chargeer een beetje, maar toch heb ik het gevoel dat er tegenwoordig wel heel gemakkelijk over wordt gepraat: “mijn buurmeisje heeft ook ADHD en die moeder zei dat onze zoon toch zó op haar dochtertje lijkt”, “ik deed een test op internet en daar kwam uit dat ik ADD had”, ‘ik praatte er met een klasgenootje over, die heeft ook ADHD en ik heb precies hetzelfde als hij kwam ik toen achter”.

Belangrijkste kenmerken

Ja. Het is een feit dat dit “ADHD-achtige gedrag” inderdaad vaak voorkomt. En dat is ook niet gek. De meest voorkomende kenmerken zijn namelijk de volgende:

  • aandachtsproblemen
  • impulsiviteit
  • hyperactiviteit

Met name die eerste zorgt voor herkenbaarheid alom. Denk in de trant van je niet kunnen concentreren, dingen vergeten, spullen kwijtraken, snel afgeleid worden, etc. Maar ook de motorische onrust is bij veel mensen aanwezig: friemelen, wiebelen, niet goed stil kunnen zitten, etc.

Geen ADHD, maar…

Is er echt een toename van ADHD? Ik betwijfel het. Het ADHD-achtige typ ik met opzet: het gedrag doet denken aan ADHD, maar is het dat ook? In de praktijk hebben bijna alle kinderen die bij ons komen wel één of meer van bovenstaande ‘klachten’. En als duidelijker wordt wat er speelt, is dit ook vaak goed verklaarbaar. Het zoeken naar de oorzaak van de klachten is daarom een absolute must. Waar kun je zoal aan denken?

  • Trauma: door onverwerkte trauma’s na bijvoorbeeld ingrijpende gebeurtenissen of een moeilijke jeugd, zijn mensen som hyperalert en daardoor snel afgeleid.
  • Angst: als je angstig bent en je omgeving goed in de gaten houdt, kun je je niet goed concentreren op andere dingen. Deze kinderen moeten zich immers schrap zetten tegen ‘gevaar’.
  • Depressie: wanneer je echt somber bent en in de put zit, verlies je je interesse en kan je het niet opbrengen je ergens voor te concentreren. Je hebt je kop er niet bij en bent verstrooid, vergeet dingen, bent dromerig, etc.
  • Hechtingsproblemen: kinderen die een problematische hechtingsstijl hebben, kunnen zich nooit helemaal veilig en vertrouwd voelen en hebben constant een hoger stressniveau. En in stress is het logisch dat je onrustiger bent en je niet goed kunt concentreren.
  • Stress of burn-out: zoals hierboven al genoemd, kun je tijdens stress dezelfde klachten krijgen.
  • Onvoldoende uitdaging: sommige kinderen worden druk en raffelen hun werk af, zijn er niet bij omdat ze verveeld zijn of dingen te makkelijk vinden, wat overkomt als concentratieproblemen.
  • Overvraging: andersom kunnen sommige kinderen afhaken als er teveel van hen wordt verwacht dat ze niet kunnen waarmaken. Ze gaan dan andere dingen doen tijdens de les, gaan clownesk gedrag vertonen, etc.
  • Echtscheiding: ja, helaas kan echtscheiding ook leiden tot ‘adhd-achtig gedrag’, omdat een kind stress ondervindt van bijvoorbeeld spanningen tussen de ouders, op de breng-/haalmomenten of omdat het nog stoeit met loyaliteitsconflicten of de ingrijpende veranderingen als gevolg van de scheiding.
  • Slaapproblemen: een veelvoorkomend probleem en vaak vergeten. Slaap is een basale levensbehoefte. Gebrek aan (goede) slaap heeft effect op het totale functioneren. Kinderen met slaaptekort worden vaak druk en ‘hyper’.
  • Andere oorzaken binnen het gezin: de oorzaken zijn legio. Denk aan mishandeling, huislijk geweld, financiële zorgen, te kleine huisvesting, werkloosheid, problematiek van de ouders, misbruik, de geboorte van een broertje of zusje, verhuizing, etc.
  • Andere oorzaken binnen het kind zelf: ook hier zijn de invloeden eindeloos. Denk aan temperament, karaktereigenschappen, veerkracht, gevoeligheid, slaapbehoefte, etc.

En de lijst is nog lang niet compleet. Waarschijnlijk vergeet ik nog 100 belangrijke oorzaken, schroom niet me aan te vullen. Wat ik hoop is dat er wat nuance ontstaat: houdt de blik breed, wat kan er nog meer meespelen?

Nieuwe rubriek: boeken review

Nieuwe rubriek: boeken review

Over opvoeden, kinderen, gezinnen en de psychologische, pedagogische ontwikkeling hierbij raak ik niet uitgepraat. En gesproken. En gelezen. Ik lees veel boeken voor mijn plezier en heb de afgelopen jaren in een redelijk gedwongen kader van mijn registratietraject talloze kilometers literatuur weg gelezen. Ook om up to date te blijven in mijn werk en soms voor verdieping bij bepaalde casussen lees ik veel vakboeken.

Wat zijn goede boeken voor ouders?

Intussen heb ik redelijk wat kubieke meters in huis gevuld met deze uit de hand gelopen semi-hobby. Daarom start ik een nieuwe rubriek die meteen twee vliegen in één klap vangt: boeken reviews! Ik lees eerst de boeken (of doe dat desnoods nog een keertje) en schrijf daarna een review over dit boek.

Regelmatig krijg ik vragen wat nou een goed boek is. Zo vroeg een vrouw mij eens: welke boeken raad je me aan te lezen ter voorbereiding op het ouderschap? Ze was op dat moment nog niet eens zwanger. Ik vond het een complexe vraag! Ook een tijdje terug vroeg een vriendin me: welk boek is nou echt goed om te lezen over de eerste momenten met je baby? Daar moest ik wel even over nadenken. Soms is het voor mij ook lastig in te schatten wat ‘goed’ voelt voor iemand. Dat is heel persoonlijk. Er is immers niet één goede manier van opvoeden (gelukkig niet zeg!), en iedereen heeft zo zijn voorkeuren. Wat voor jou goed voelt, kan mij totaal niet aanspreken. Of je staat niet achter de theorie. Of vindt het teveel werk. Of wat dan ook.

Favorieten voor dagelijks gebruik in het gezin

Toch heb ik wel veel boeken die ik er weer vaak bij pak. Of in de praktijk aan ouders laat zien. Over deze boeken zal ik de komende tijd gaan vertellen, zodat je zelf een inschatting kunt maken of het iets voor je is. Momenteel is voor mijzelf een boek favoriet:

Ontspannen ouders, blije kinderen. Door Laura Markham.

Ik zag dat zij recent ook een vervolg hierop heeft geschreven, over het contact tussen de brusjes onderling (denk aan die hoofdpijnverwekkende, eeuwigdurende “ik had hem eerst!”-ruzies tussen broer en zus):

Ontspannen ouders, blije broers en zussen. Door Laura Markham.

Deze komt op mijn verlanglijstje. Over deze boeken vertel ik in een latere blog meer, plus mijn ervaringen ermee in de praktijk. Stay tuned dus!

‘Te lezen’-lijstje

Daarnaast heb ik de afgelopen tijd behoorlijk ingeslagen via Pica (het was uitverkoop), dus staan nu de volgende boeken op mijn ‘te lezen’-lijstje:

  • Meisjes en vrouwen met Asperger. Door Tony Attwood e.a.
  • Autisme wegwijzer. Door Dion Betts & Nancy patrick.
  • Autisme en seksualiteit. Door Jerry & Mary Newport.
  • Uit de greep van OCD. Door Dr. Jo Derisley e.a.
  • Piep zoekt zichzelf. Door Eva Louise Bakker.
  • Zeg nee! Door Ellen Luteijn.
  • Samen sterk op eigen kracht. Door Lotte van Kouwen.
  • Hallo, ik ben een gewone leerling met ADHD. Door Belinda van Steijn.
  • Mam, hoe gaat dat dan? Door Tischa Neve en Ellie Norden-Schreiber.

Suggesties of voorkeuren? Laat het weten!

Daarnaast heb ik nog een heleboel boeken op de plank staan om gelezen te worden. Binnenkort verschijnt de eerste review. Heb je voorkeur voor een review over een bepaald boek (van de lijst of daarbuiten) of wil je weten welke boeken ik aanraad in sommige gevallen/situaties? Ik denk graag met je mee, laat het weten in een reactie.


Misschien ook interessant:

  1. Is onveilige hechting een probleem?
  2. Toen ik ging zitten voelde het al beter
  3. Op de grens van gewoon opgroeien