Het geheim van 5 december

Het geheim van 5 december

Het geloof in Sinterklaas

Dinsdag 14 november 2017 tijdens het Sinterklaasjournaal. De situatie: met opgetrokken knietjes half verscholen achter een dekentje op de bank, met grote hertenogen gericht op de tv. Met afgrijzen wordt met begeleidende uitroepen gevolgd hoe stapels sinterklaascadeautjes in zee storten tijdens een storm op zee. Sinterklaas staat fier aan het roer van zijn pakjesboot, maar zijn joviale begroetingen stellen mijn kinderen geenszins gerust. De oudste, nu ruim 7 jaar, moet bijkomen van de schrik.

Zorgen en spanning

“Ik voelde mijn hart helemaal hier kloppen mama, en ik kon even niet meer ademen. Ik schrok echt toen ik dat zag, al die cadeautjes in het water…” licht mijn dochter toe. Er volgt een wat ongemakkelijke stilte. Als ik haar gadesla zie ik nog steeds de spanning in haar lijfje. Ze zoekt naar woorden: “…maar… is het nou écht mama? Want als het echt waar is, dan vind ik het echt heel erg wat er gebeurt. Maar als het niet echt is, dan hoef ik me geen zorgen te maken…”. Mijn hart breekt. Opnieuw.

Toch willen geloven

Dit is al de derde sinterklaasperiode waarin kritische vragen worden gesteld. Steeds opnieuw slaat de twijfel toe, maar vervolgens lijkt Meia eieren voor haar geld te kiezen en het toch prettiger te vinden om te geloven. Ik snap het wel: ik geloof zelf ook weer elke jaar eventjes. Sinterklaas is voor mij by far het allerleukste kinderfeest wat er is. En wát vond ik het verschrikkelijk om te horen te krijgen dat deze beste man niet bestond. Maar dat Meia zich zo bezorgd maakt om alles wat er omheen wordt gefantaseerd, dat zat me toch wel dwars.

Twijfels of Sinterklaas bestaat

“Hoe kom je bij de vraag of Sinterklaas wel of niet echt is?” vraag ik haar oprecht benieuwd. Ik vind het toch fascinerend hoe dat in die kinderkoppies gaat en wil haar goed begrijpen. “Sommige kinderen op school zeggen dat hij niet bestaat” is haar reactie. “En wat geloof jij het liefste?” vraag ik een tijdje later, als ik haar naar bed breng. “Dat hij wel bestaat”, zegt ze vastberaden. Ik ben opgelucht. Mijn kleine meisje gelooft nog steeds. Maar het duurt niet lang voordat bij mij vervolgens de twijfel toeslaat.

Kritische vragen stellen

Het is namelijk niet de eerste opmerking die er valt. “Mam, we hebben helemaal geen schoorsteen, hoe komt Zwarte Piet dan naar binnen?”, “Ligt Dokkum dan vlakbij Dordrecht, nee toch? Hoe kan hij dan zo snel hier zijn”. Of, vorig jaar: “hè mam, dat is raar, we zagen Sinterklaas toch net in de stad, hoe kan hij dan hier zijn?”. of, 2 jaar terug, toen de ring van Sinterklaas kwijt was in het Sinterklaasjournaal: “Mam, hoe kan dat nou, Sinterklaas had zijn ring gewoon om, hij was toch kwijt?”, “hè, dat inpakpapier hadden wij ook!” (oeps).

Opmerkingen van anderen

Tot nu toe haalde Meia steeds haar schouders op, nam het dubieuze en onuitlegbare als een gegeven en genoot vervolgens verder van het sprookje. Dit jaar is het anders. Al vanaf het allereerste begin is er spanning en ook teleurstelling merkbaar in de opmerkingen. In een gemengde klas met groep 5 erbij is het niet gek dat er opmerkingen worden gemaakt die je aan het denken zetten. Meia had er last van en raakte in verwarring.

Sinterklaasviering

Daar kwam nog bij dat dit jaar de decembermaand voor ons anders dan anders verloopt. Omdat ik binnenkort een ingrijpende operatie onderga, ben ik de weken daarna uitgeschakeld. Hierdoor is Sinterklaas vieren rond 5 december niet haalbaar. Noodgedwongen hebben we de Sinterklaasviering naar voren gehaald, naar het moment van de intocht, zodat ik er nog bij kan zijn. Dan is het natuurlijk wel handig als er enig begrip is voor de reden. Want ja, waarom zou Sinterklaas anders al zo vroeg pakjesavond vieren?

Teleurstelling voorkomen

Niet lang geleden heeft mijn schoonzusje haar oudste dochter vertelt over het mysterie. Zij is ruim 8 jaar en ook al langere tijd aan het twijfelen. Mijn schoonzusje wilde haar ook teleurstellingen vanuit de omgeving besparen en heeft haar op heel slimme wijze deelgenoot gemaakt van de waarheid. De magische woorden “nu weet jij ook van het grote geheim” waren gelukkig de sleutel om deze boodschap te verzachten.

Een gesprekje

Donderdagavond, koopavond. Ik ben van plan wat inkopen te doen voor de genoemde dag en ineens neem ik een besluit: ik neem Meia mee. Na overleg met de andere partij ga ik met Meia op pad. Een rustige avond, één op één aandacht. We zoeken een bankje op en ik neem even diep adem. Ga ik dit echt doen? Ik vind het spannender dan zij. Ik vraag haar naar Sinterklaas, hoe zij denkt dat hij zowel in Dokkum als Dordrecht aankomt. “Dat weet ik ook niet. Misschien vaart hij eerst naar Dokkum en dan heel snel terug naar Dordrecht?”.

Het grote geheim

“Meia, ik moet je iets belangrijks vertellen. Er is namelijk een heel Groot Geheim.” Meia spitst haar oren en kijkt langs mij heen om zich heen. Ze speurt de straat af of iemand ons kan horen, want ik sta op het punt een geheim te vertellen. “Een geheim die alle grote mensen en ook de grote kinderen weten. Misschien weet je al een beetje wat ik je ga vertellen…?”. Stiekem hoop ik dat ze het al kan zeggen, maar ze heeft geen idee. Shit. Ben ik dan toch te vroeg geweest? Er is geen weg terug, wie A zegt, moet ook B zeggen. “Sommige kinderen hebben al gezegd dat Sinterklaas niet bestaat, toch? Dat klopt, Sinterklaas bestaat niet.”

Uitleg geven

Zo. Het hoge woord is eruit. Na elke openbaring check ik de uitdrukking van Meia. Mijn hart breekt. Ik zie schrik, verdriet en heel veel verwarring. We zitten rustig op een bankje en ik leg haar uit hoe het zit. Dat Sinterklaas wel heeft bestaan, dat het een fijne herinnering is aan de goede dingen die hij deed voor kinderen. Maar dat hij al lang geleden is overleden. Dat het een kinderfeest is, en dat het fijn is om erin te geloven, dat we met zijn allen in het complot zitten, en zij nu bij de Groten hoort. Gelukkig was een geruststelling voor haar. Het was ook heel spannend en stoer om nu bij deze ingewijden te horen, blijkbaar.

Erkenning voor gevoelens

Ik vertelde verder. Dat ik me goed kon voorstellen dat ze misschien schrok, boos of verdrietig was. Dat ik zelf ontzettend boos was toen ik het vroeger hoorde. “Ik schrok wel toen je het vertelde, maar ik ben nu niet verdrietig meer. Ik voel me wel een beetje gek. Het is gek dat jij de cadeautjes koopt. Ik ben niet boos, het is toch niemands schuld? Aan ieders leven zit een eind. Niemand kan er toch iets aan doen dat Sinterklaas gewoon overleden is”. Wat is het toch een heerlijk kind, wat een prachtige logica en relativeringsvermogen heeft ze toch.

Cadeautjes kopen

Glimlachend en opgelucht pakte ik haar bij de hand. “Je hebt helemaal gelijk. En wat denk je dat we nu gaan doen?”. “Cadeautjes kopen…?” was de aarzelende reactie. “Precies”. En zo liepen we verder, met een vers ingewijde in de club van grote mensen. Deelgenoot van het grote geheim. Na het afleggen van de eed om het geheim te bewaren voor alle andere kinderen. Mijn grote dochter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *