Zintuiglijke prikkelverwerking

Zintuiglijke prikkelverwerking

Hoogsensitief, een trend?

Van sommige trends krijg ik een beetje jeuk. Eén daarvan is het idee dat heel veel kinderen ineens hooggevoelig of hoogsensitief zijn. Het is een nieuwe term voor een scala aan gedragskenmerken waarin vrijwel iedereen wel iets herkent. Begrijp me niet verkeerd, ik geloof best dat kinderen (of mensen in het algemeen) last kunnen hebben van bijvoorbeeld geluiden die hard binnen komen, teveel bezig zijn met hoe een ander zich voelt of zelfs  van het gevoel van spinazie in hun mond. Maar dat deze kinderen nou zoveel anders zijn dan andere kinderen, dat betwijfel ik.

Hooggevoeligheid is geen diagnose

Hoogsensitiviteit of hooggevoeligheid is dan ook geen diagnose of stoornis. Waar het naar mijn idee teveel mee wordt verward is de zintuiglijke prikkelverwerking. Dit is, in gewone woorden, de manier waarop informatie via je zintuigen binnenkomt. Dus alles wat je hoort, voelt, ruikt, proeft en ziet. En laat die nu bij iedereen een unieke afstelling zijn. Zo vindt Coen het heerlijk om hard muziek te luisteren, maar stopt Sara bij een feestje al haar vingers in haar oren. Iedereen heeft een eigen comfort zone waarin de prikkels die binnenkomen prettig zijn. Zit het daar onder, dan heeft je kind meer prikkels nodig om lekker te functioneren. Zit het erboven, dan is het teveel en heeft het behoefte aan minder prikkels.

Hoe ervaar je de wereld om je heen

Voordat je nu in je achterste benen staat en denkt ‘maar mijn kind is wél hoogsensitief!’, wil ik dit toelichten aan de hand van mijn eigen zoontje. Want ik denk dat veel mensen hetzelfde bedoelen, maar door verkeerd woordgebruik kan er verwarring ontstaan over waar het om gaat. Fosse is mijn enige zoontje, en hij is duidelijk anders dan de meiden in de manier waarop hij dingen ervaart. Al sinds jongs af aan liet hij duidelijk merken dat hij bepaalde kleding niet aan wilde hebben. Als het een ‘kriebelende’, stugge of gewoon andere stof was tegen zijn huid, vertikte hij het om het aan te trekken. Nog steeds kan hij er gerust 5 minuten voor uit trekken om zijn sokken goed te doen. Dat wil zeggen: het naadje precies zó hebben dat hij het niet voelt. Zodra hij de kans krijgt loopt hij trouwens op blote voeten. En in zijn minionpak, wat dat aangaat.

Het gevoel in je mond

In het leren eten met de pot mee, als kleine dreumes, was heel duidelijk dat hij duidelijke voorkeuren had in eten. Zo is hij een keer echt over zijn nek gegaan van prei, omdat hij die smaak te heftig vond. Van spinazie ging hij kokhalzen, omdat hij de structuur (glibberig) niet kon waarderen. Ik weet nog dat ik in het begin dacht: kom op zeg, wat een drama om niks. Maar daar ben ik van teruggekomen. Hij heeft gewoon een heel fijn afgestelde sensorische prikkelverwerking. Eigenlijk met alles.

Fijne neus en scherp gehoor

Van de geur van poepluiers van zijn kleine zusje rende hij letterlijk kokhalzend weg (nou snap ik dat ook wel hoor). Hij is ook de eerste die bijvoorbeeld ruikt wanneer er iets aanbrandt. Fosse kan, door zijn fijne neus, ook echt weigeren ergens bij in de buurt te komen als hij het vindt stinken. Of iets te proeven bijvoorbeeld. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor zijn gehoor. Hij heeft liever niet teveel herrie om zich heen, hoewel er uitzonderingen zijn waarbij hij zelf het hoogste woord voert.

Opzoeken van prikkels

Ook motorisch zie je een specifieke voorkeur in prikkelverwerking. Vroeger dachten we dat Fosse gewoon wat onhandig en lomp was. Hij struikelde overal over, liep tegen dingen aan, viel van zijn stoel af en maakte de meest gekke capriolen in zijn bewegingen. Omdat hij op de peuterspeelzaal toen als onbehouwen werd omschreven, ben ik naar de fysiotherapeut gegaan om het na te laten kijken. Op de speelzaal twijfelden ze aan zijn zicht, maar dit herkende ik dan weer niet. Dit bleek inderdaad ook in orde.

Prikkels en proprioceptie

Na wat motorische onderzoekjes, bleek Fosse juist aan de bovenkant te zitten qua motorische ontwikkeling. Het blijkt juist dat hij prikkels hierin opzoekt. Zo vindt hij tegendruk lekker, of het wiegende gevoel van schommelen. Hij wordt alleen gehinderd door zijn proprioceptie. Dat is het gevoel dat je weet wat de grenzen van je eigen lijf in de ruimte zijn. Dat je weet hoe kort je bocht kunt nemen om de tafel heen zonder je te stoten bijvoorbeeld. Dit was iets wat hij minder goed kon inschatten, wat de vele ongelukjes verklaarde.

Sensorische informatieverwerking

Als kinderen, zoals Fosse, gevoeliger zijn in het verwerken van sensorische informatie, zijn ze dikwijls ook gevoeliger voor de verwerking van andere informatie. Bijvoorbeeld hoe opmerkingen door anderen binnenkomen, hoe blij of verdrietig ze kunnen zijn in een situatie. Dit is eigenlijk logisch, omdat ze wat meer openstaan voor verwerking van informatie in het algemeen. Het is wat meer ongefilterd als het ware. Dit kan ook nog per zintuig verschillen. Zo is Fosse juist wat ongevoeliger in de motorische prikkelverwerking (hij zoekt ze daarom juist op), maar gevoeliger in mondmotoriek, smaak, geur en tast. Zo is het bij de meeste kinderen, wat elk kind dus een uniek profiel geeft en vraagt om een andere benadering.

ADHD, ASS en hoogbegaafdheid

Niet voor niets is ‘hoogsensitiviteit’ iets dat vaker voorkomt bij bijvoorbeeld kinderen met een hoge intelligentie, maar ook bij ADHD en ASS (autisme). Het is vaak niet óf óf, maar het is min of meer een verklaring voor bepaald gedrag bij deze kinderen. Bij zowel ADHD en ASS is er sprake van een informatieverwerkingsstoornis, wat al begint bij de zintuiglijke informatieverwerking. Dit kan ervoor zorgen dat deze kinderen wat ongefilterd reageren of juist ongevoelig lijken te zijn voor bepaalde prikkels (afhankelijk van iemands unieke profiel). Bij hoge intelligentie of hoogbegaafdheid zie je vaak ook meer gevoelige kinderen, omdat zij door hun scherpe opmerkzaamheid sneller informatie bij hen laten binnenkomen. Niet alleen cognitieve informatie dus, maar ook op andere (zintuiglijke) gebieden.

Als je wat meer onderbouwde literatuur wilt lezen over dit onderwerp, raad ik je het boek ‘Leven met sensaties’ van Winnie Dunn aan. Een andere keer zal ik dieper ingaan op de ontwikkeling bij jonge kinderen op dit gebied.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *