Hoe Fosse niet zindelijk wilde worden

Hoe Fosse niet zindelijk wilde worden

Te koppig om naar de wc te gaan

Zindelijkheid. Dat is wel een dingetje geweest hier. Met de oudste was het aanvankelijk geen probleem. Met 2,5 jaar oud vroeg ze uit zichzelf of ze op het potje mocht en binnen een week (!) was ze overdag volledig zindelijk. Het ging volgens het boekje: ze was geïnteresseerd, keek hoe wij plasten, ging met ons mee en was bereid om te oefenen. En sinds die tijd zijn de keren dat het mis ging op één hand te tellen.

Geen zin

Maar bij Fosse was het een heel ander verhaal. Fosse, met zijn gemoedelijke karaktertje, kon het niet zoveel schelen. En dat was zachtjes uitgedrukt. Want Fosse heeft, met bepaalde onderwerpen, een flinke kop erop zitten. En dus had hij blijkbaar besloten dat hij niet zindelijk hoefde te worden. Als je denkt dat ik een grapje maak: helaas! Toen hij al een tijdje 3 was, zei hij doodleuk dingen als: ‘ik ga niet op de wc plassen, want ik word toch niet groot’ of: ‘ik doe het gewoon in mijn luier’. Nou en geloof me, als Fosse dat eenmaal heeft besloten, moet je toch van verdomd goeie huize komen wil je daar verandering in de zaak brengen.

Interesse in plassen op de wc

Natuurlijk waren wij met Meia’s 2,5 jaar verwend, en verwachtten we ook niet dat Fosse dan al zindelijk zou zijn. Dat hoefde ook niet. Jongens zijn immers ook later dan meisjes met zindelijk worden, dus we gaven het nog even de tijd. Maar het viel al wel op dat er 0,0 interesse was vanuit hem. Op het consultatiebureau werd het bezoek na bezoek ook gecheckt: ‘is er al interesse?’, ‘kijkt hij naar anderen?’, ‘neem je hem mee, probeer je het al eens samen?’. En met elk bezoekje besefte ik: hmm, het is nog steeds niet aan de orde.

Verschonen

Maar het waren niet de vragen vanuit het consultatiebureau die mijn motivatie om aan de zindelijkheid te werken versterkten. Heb je wel eens geprobeerd een flinke 3-jarige op een verschoningsmatje te vouwen? Die dingen zijn ontworpen voor BABY’S, met bijbehorende afmetingen. En mijn zoon voldeed absoluut niet aan die omschrijvingen. En dat was nog niet het ergste: de productie bij een baby is nog te overzien. Die van een 3-jarige is echter van een heel ander kaliber! Het was gewoon geen feestje meer, deze momenten. En ‘helaas’ wordt er door ons kroost nog al wat naar binnen gewerkt, en alles wat er in gaat… Juist.

Motiveren om zindelijk te worden

Dus langzaam maar zeker begonnen Steef en ik ons offensief uit te voeren. We begonnen met vriendelijk vragen: “zullen we eens proberen op de wc te plassen Fosse?” “Nee! Ik wil niet op de wc, ik blijf gewoon klein!”. Ik begon met benoemen van de voordelen: “als je straks op de wc plast, kun je alles gewoon zelf doen, dan blijven je billen ook gewoon schoon en stinkt het niet meer zo erg door die vieze luiers” “Maar ik ga toch niet op de wc plassen”. We haalden boekjes uit de bieb over zindelijk worden, op het potje gaan, op de wc plassen, etc. Hij vond er niks aan. In mijn wanhoop heb ik zelfs geprobeerd hem op te kopen: “als je het probeert dan krijg je een ijsje!” “Nee, ik hoef niet”. Ik begon, gevoed door eigen irritaties, met het benoemen van de nadelen (geen idee of dat pedagogisch verantwoord is, maar het gebeurde): “jemig Fosse, je past helemaal niet meer op het kussen, je bent veel te groot! Grote jongens gaan gewoon naar de wc. Straks op school kun je niet meer in een luier hoor! En het is zo vies… heel je billen onder de poep! Dat zit toch ook helemaal niet lekker!”, waarop veelal werd gereageerd met een pruillip en dito gezicht, waardoor ik me per direct weer een rot moeder voelde.

Reacties van anderen

Ondertussen kwam het onderwerp natuurlijk ook bij anderen ter sprake, die vaak verbaasd reageerden als ik uitlegde dat Fosse nog luiers droeg. En ik was er van overtuigd dat hij gewoon zindelijk kón zijn, als hij het maar probeerde, want ik kon de klok erop gelijk zetten wanneer hij naar de wc moest. Maar koppig als hij was, deed hij dit gewoon niet. Punt. Dus wanneer meneer ging spelen bij zijn vriendinnetje, ging er steevast een setje luiers en doekjes mee. Het zou hem een worst wezen volgens mij. Zo ook op de peuterspeelzaal. Vaak merk je bij kinderen onderling dat er iets van statusgevoel ontstaat wanneer er een paar zelfstandig naar de wc kunnen, wat vervolgens de motivatie bij andere kinderen vergroot om dat óók te kunnen. Bij Fosse dus niet. Die had er was anders op bedacht: hij ging gewoon niet.

Peuterspeelzaal

En niet zelden werd ik dan weer aangesproken door de leidsters die met een ernstig gezicht uitlegden dat het nu toch wel tijd werd om hem voor te bereiden op de basisschool, dat we nu toch echt moesten beginnen met zindelijkheidstraining. Fosse stond dan te zuchten en te dralen terwijl deze gesprekjes plaatsvonden, want het was alles behalve relevant voor hem, had hij bedacht. Want, zo hield Fosse de laatste weken voor de zomervakantie vol: “het duurt nog héél lang voor de school begint”. Alle tegenargumenten ten spijt.

Het omslagpunt

Ik zag het inmiddels somber in. Hoe moest dat nou straks, de leerkracht gaat echt zijn luier niet verschonen. Ik had al een doemscenario dat hij helemaal niet naar school zou kunnen. Totdat Fosse op een dag, ergens in juni, ineens besloten had op de wc te plassen. Het was kort nadat er wederom een gesprekje plaatsvond op de peuterspeelzaal tussen de leidster en mij. En ik vervolgens mijn moedeloosheid uitte naar onze nanny. Wat er precies is gebeurd, ik weet het niet, maar een wonder voltrok zich voor onze ogen: Fosse wilde naar de wc!? We begrepen er niks van. Het plassen was (wat ik al vermoedde) zó onder de knie, hij voelde natuurlijk allang aan wanneer hij moest.

Poepen op de wc

De grote boodschap vond hij spannender. Het letterlijk loslaten hiervan vond hij eng, wat veel kinderen in het begin hebben. Ik opende resoluut mijn grote trukendoos weer en begon met alle liefde met chanteren: “Fosse als het lukt dan gaan we meteen een autootje kopen!” riep ik half hysterisch terwijl hij vechtend tegen de aandrang zijn drol probeerde rechtsomkeert te laten maken. En dit keer won ik. De drol plonsde in de wc en ik zette een polonaise in, in mijn eentje, klappend en joelend van geluk, want ik wist: nu het één keer gelukt was, ging de rest ook lukken. Zoals beloofd trakteerde ik mijn zoontje van net geen 4 jaar op de mooiste hot wheels die hij kon vinden en stuurde ik, volledig opgaand in mijn manie, een foto van de inhoud van de wc door aan onze nanny. Het is ons gelukt! En wat was Fosse trots, nu hij merkte dat het hem lukte én zoveel voordeel opleverde. Sindsdien gaat het eigenlijk altijd goed. Wat een opluchting.

De nachten zijn een heel ander verhaal, waarover ik een andere keer zal schrijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *