Archief van
Categorie: zelfstandig ondernemer

Waarom ondernemen?

Waarom ondernemen?

Zelfstandig ondernemer worden

Waarom zou je gaan ondernemen? Heel soms stel ik die vraag nog wel eens aan mezelf. Ik heb de afgelopen jaren ontzettend veel moeten investeren. Qua tijd en geld vooral. Ik zat niet in de luxe positie dat er een opleidingstraject voor me werd betaald, zoals bij menig collega uit grotere instellingen. Sterker nog, ik zat er in mijn eigen tijd, wat dus betekende dat ik geen werkweken van 3 dagen, maar soms van 4 of 5 dagen maakte, waarvan vaak een zaterdag. En helaas kwamen daar nog de eeuwige studie- en reistijden bovenop.

 

Wat doe je jezelf aan?

Niet zelden werd in die jaren door vrienden en familie gevraagd waarom ik er mee doorging. Waarom mezelf zoveel druk op leggen, als ik ook kon solliciteren bij de concurrent? Toegegeven, dat klonk soms verleidelijk. Een goed CAO, een beter salaris en betere voorwaarden rondom nascholing. Toch heb ik het nooit gedaan. Het kón ook niet, trouwens. Als ik stopte, was alles voor niets, want je moet binnen 5 jaar alle criteria behalen. Voor wie mij kennen, weten waarom ik doorging. Als ik iets in mijn kop heb, dan gebeurt het. En al sinds ik bij Praktijk Inzicht begon, wist ik: dit is wat ik wil. Een praktijk aan huis.

 

De voordelen van loondienst

Het was het daarom waard. In de wetenschap dat je ooit zult krijgen wat je verdiend. Iets met karma misschien. Dat ik, vroeg of laat, de vruchten zou plukken van mijn route, die soms behoorlijke omzwervingen maakte. Maar ik was niet helemaal direct overtuigd hoor. Ik begon naïef. Dacht: ‘superrelaxt, beetje vanuit huis werken, zelf je dag indelen’. Tot ik er zelf ging werken en besefte wat een werk het gaf, en hoeveel tijd mijn collega, de praktijkhouder, er daadwerkelijk mee kwijt was. ‘Nee dank je’, dacht ik toen een tijd. ‘Laat mij maar gewoon lekker in loondienst. Kan ik me voorlopig ook even richten op het moederschap en genieten van de zekerheden van een betaalde baan’.

 

Ondernemersbloed

Maar ondernemersbloed kruipt waar het niet gaan kan, en hoe langer ik er werkte, hoe meer ik besefte dat ik dit werk toch wilde doen. Maar vooral zoveel mogelijk op mijn eigen manier. Ik barstte van de ideeën en liep er meermaals tegenaan dat ik die niet (voldoende) tot uiting kon brengen in de praktijk binnen de bestaande situatie. Ik heb heel veel geleerd van praktijkvoering, maar zette ook mijn kanttekeningen bij sommige processen. Frustrerend genoeg wordt er vanuit de gemeente ook veel van je verwacht aan bureaucratische en administratieve handelingen, die helaas verplicht zijn gesteld.

 

Steeds meer ondernemers

Ik fantaseerde in de jaren dat ik er werkte over mijn ideale werkplek. Waar ik nu tegenaan liep, wilde ik anders doen, besloot ik. Ik praatte met collega’s, vrienden en verzamelde ideeën op lijstjes of bijvoorbeeld via pinterest. Ik praatte met collega ondernemers over hun werkwijze en wat dingen zijn om rekening mee te houden. Het is leuk om te merken hoeveel enthousiasme er is onder ondernemers. Blijkbaar is er veel herkenning wat een gevoel van saamhorigheid geeft.

 

Klaar voor de start

Het overnemen van de praktijk voelt voor mij als een unieke kans. Ik zag mijzelf altijd wel ‘ooit’ een eigen praktijk runnen, als ik een jaar of 40 was misschien. Maar hoe het zo is gelopen, voelt voor mij alsof het altijd al zo had moeten zijn. En als je dan eenmaal dat doel voor ogen hebt, leef je er ook naartoe. In 2016 voelde ik me dan ook helemaal ‘klaar voor de start’. Door het onverwachte tweede aanbod (wat uiteindelijk niet doorging), had ik me in sneltreinvaart voorbereid om in principe 2017 te starten. Uiteindelijk ging dat van de baan en werd 2018 het startjaar.

 

Veranderingen voor het gezin

In 2018 zal er voor mij en voor ons gezin een heleboel veranderen. Hoewel ik dat jaar nog  -voorlopig- op dezelfde locatie blijf werken, zal alles er omheen toch min of meer anders worden vormgegeven. Het wordt een transitiejaar, waarin ik kan wennen aan het ondernemerschap en tegelijkertijd kan werken aan een mooie overgang voor mijn cliënten en verwijzers, door ze op de hoogte te brengen van het feit dat ik uiteindelijk in Dordrecht zal vestigen. Ik zal dan ook extra moeten investeren in naamsbekendheid en het houden van goede lijntjes met de vaste en nieuwe verwijzers.

 

Ondernemen geeft vrijheid

Het ondernemen brengt ook veel vrijheid met zich mee. Ik kijk er erg naar uit om wat vaker ’s middags bij de kinderen te zijn, omdat ik zelf mijn werktijden indeel. Ik loop ‘straks’ gemakkelijker tussendoor naar boven, om aan te schuiven bij een hapje eten of mijn kinderen een knuffel te geven. Door vanuit huis te werken, win ik reistijd, waardoor ik mijn tijd efficiënter kan gebruiken. En een van de grootste eye-openers was voor mij dat ik mezelf niet hoef te beperken in wat ik nu doe. Als ondernemer kun je in principe álles doen wat je zou willen. Ik besefte ineens dat ik mijn behandelaanbod op die manier ook kan uitbreiden, dat ik méér kan bieden dan alleen consulten.

In een volgend artikel zal ik verder dromen en mijmeren over de toekomstige plannen…

Stappen richting overname

Stappen richting overname

Op weg naar zelfstandig ondernemen

Eind 2015 was het dan eindelijk zover: mijn registratie was binnen!  Ik was ein-de-lijk klaar met dat jarenlange opleidingstraject. Hallelujah! Eindelijk weer tijd voor mijn gezin, sociale leven en mezelf. Wat een rijkdom. Maar ook eindelijk tijd om de plannen voor het ondernemerschap verder vorm te geven. Al vóór de start van het registratietraject had ik gesprekken met mijn collega, de praktijkhouder. Zij was op leeftijd en wilde op termijn gaan stoppen. Ik was jong en ambitieus en wilde op termijn mijn eigen praktijk. Het was daarom al in een heel vroeg stadium duidelijk wat we wilden: we gingen er naartoe werken dat ik de praktijk zou overnemen. Kind en jeugd in ieder geval, want daar ligt mijn hart.

Filosoferen over de toekomst

Met mijn papiertje op zak werd het tijd om eens serieus na te denken over het hoe en wat. Er volgde een spannend en langdurig traject, waarin heel veel nadenkwerk kwam kijken. Als eerste moest ik voor mijzelf bepalen wat ik graag wilde. Met vrienden en familie filosofeerde en brainstormde ik er op los. Hoe wilde ik het liefste mijn toekomst vormgeven, binnen de mogelijkheden die er zijn? Het werd me al snel duidelijk: mijn droom is een praktijk aan huis.

Verhuizen

Maar een praktijk aan huis, dat betekende verhuizen. En eigenlijk wilden we dat niet. Zoals je misschien al eerder hebt gelezen, hebben we uiteindelijk toch de stap genomen. De gok gewaagd. Een plons in het diepe, verlaten wat je kent en wat zo veilig en vertrouwd is, om in te ruilen voor het onbekende. Voor we uiteindelijk deze beslissing namen, zijn er heel wat maanden wikken en wegen aan vooraf gegaan. Toen we ons huis uiteindelijk te koop zette, hadden we ook geen haast. We woonden er immers nog prima.

 

Veel denk- en regelwerk

Maar vóór we überhaupt de stap maakten om volle bak te gaan voor mijn ultieme droom van een praktijk aan huis, hebben we nog heel veel andere zaken onder de loep genomen. Wanneer wilde ik zelfstandig ondernemen? Wat ging ik dan doen? Hoe ging ik mijn werkdagen vullen? Hoe moesten we dit regelen met het personeel dat op dat moment in dienst was? Met stagiaires? Hoe zorgde ik ervoor dat ik de verwijzers kon vasthouden, mijn doelgroep kon blijven bereiken, als ik me uiteindelijk ergens anders vestigde? Hoe ging ik het financieel redden? Waar moest ik in vredesnaam allemaal rekening mee houden op juridisch, financieel en ander gebied?

 

Goed voorbereiden

Ik kan mijn werk best goed, maar ik ben niet opgeleid tot accountant, boekhouder, pr-man, of manager. En toch worden al deze facetten wel ineens van me verwacht als ik straks onderneem. Omdat ik een bestaand bedrijf dat al ruim 25 jaar loopt overneem, is er geen sprake van “rustig opstarten”. Nee, het bedrijf gaat in dezelfde versnelling door, en ik moet me daaraan aanpassen. Een goede voorbereiding was dus essentieel.

 

Advies en informatie inwinnen

Gelukkig is er veel informatie beschikbaar, bij de KVK en verschillende bedrijven en websites die zich richten op het ondernemerschap, de vrijgevestigden in de zorg of specifiek op overnames van bedrijven. Maar als je niet bent ingewijd in deze wereld, blijft veel toch hocuspocus en abracadabra. Toen we zeer onverwachts ineens een tweede aanbod voor een overname van een praktijk kregen, werd het toch een beetje teveel van het goed voor ons. We besloten om hulp in te schakelen van een extern adviesbureau, om met ons mee te denken en ervoor te zorgen dat we niks over het hoofd zagen.

 

Ondernemingsplan

Dat was een nieuwe stap. Ineens voelde alles wel heel officieel, en kreeg het voor mijn gevoel meer handen en voeten. Intussen was ik ook al gestart met het schrijven van een ondernemingsplan. Dit is voor een bank vaak nodig om een financiering rond te krijgen. Maar ik begon ermee, om mezelf een zo gedegen mogelijke voorbereiding op later te geven.

 

Alles onder de loep

In een ondernemingsplan schrijf je je doelen, op de korte en lange termijn. Je maakt een analyse van je sterktes en zwaktes, je ontwikkelingsmogelijkheden. Je schat in of wat je wilt ook rendabel genoeg is. Ik maakte een inschatting van de concurrentie en waarin je jezelf eventueel kunt onderscheiden. Het zet je aan het denken over hoe je je doelgroep bereikt en wat je nodig hebt om je werk uit te kunnen voeren. Het dwingt je min of meer van je roze wolk te stappen en kritisch naar de haalbaarheid van je plannen te kijken. Als je je ondernemingsplan gebruikt om een financiering van een bank los te krijgen, moet je daarnaast ook een goed uitgedacht financieel plan kunnen neerleggen.

 

Niks vergeten

Ik heb veel gehad aan het schrijven van het plan en de kritische bevraging vanuit het adviesbureau. Het zet de zaken in een ander perspectief en biedt mogelijkheden waaraan je zelf nog niet hebt gedacht, omdat je daar de kennis van zaken niet van hebt. Bovendien geeft het een veilig gevoel dat mensen met je meedenken die de juiste kennis in huis hebben en ervoor zorgen dat je niks over het hoofd ziet.

 

Bijna zover…

Inmiddels zijn er behoorlijk wat gesprekken gevoerd. Ook wel lastige gesprekken, omdat je met een dubbelrol zit: je praat als vrienden of collega’s, maar tegelijkertijd maak je zakelijke afspraken en wil je alles wel ‘waterdicht’ hebben zodat je straks niet voor vervelende verrassingen komt te staan als het zover is. Dat kost energie en vraagt flexibiliteit en dwingt je soms tot compromissen. Intussen zijn we zo ver, dat er een handtekening van beiden kanten staat onder een concept overeenkomst. De volgende afspraak wordt er eentje om te proosten, op de officiële overname!

Supervisie traject binnen de OG opleiding

Supervisie traject binnen de OG opleiding

Zelf in therapie als therapeut

Al eerder beschreef ik hoe ik voorgaande jaren mijn registratietraject doorliep om Orthopedagoog-Generalist (OG) te worden. In deel 1 ging het over de algemene zaken, terwijl ik in deel 2 dieper op bepaalde opleidingen inging. In dit derde deel besteedt ik aandacht aan een belangrijk onderdeel van het traject: de supervisie. Om een goede therapeut te worden, moet je in feite zelf in therapie. Verplicht. 90 uur lang.

Groeien

In de jaren dat ik al die nascholing volgde, ben ik erg gegroeid. In letterlijke zin, want ik raakte maar liefst drie keer zwanger en met elke zwangerschap groeide ik met gemak zo’n 20 kilo (daarna ben ik gestopt met wegen). Maar vooral ook in figuurlijke zin. Vers van de universiteit weet je eigenlijk nog meer heel weinig. Het voelde voor mij daarom heel prettig om door te leren. Maar hoe meer ik leerde, hoe meer ik beseft hoe weinig ik nog wist. Ik krijg in mijn leven nooit alles bij elkaar geleerd wat ik zou willen weten.

Toepassen van kennis

Keuzes maken is daarom een noodzaak. Het mooie van een sprokkeltraject is dat je, zeker in het begin, vrij bent in de onderdelen die je kiest. Ik liet me leiden door mijn interesses en was daarom meestal zeer gemotiveerd voor de cursussen. Maar na een cursus komt de grootste uitdaging: het toepassen in de praktijk. Hoewel daar vaak al wel opdrachten binnen de cursus voor zijn, waarin je bijvoorbeeld opnames van jezelf moet maken of een casus moet uitschrijven, is er nooit voldoende ruimte om écht diep op je functioneren in te gaan.

Aan de slag met jezelf

Het beroep van therapeut is een heel mooi maar zwaar vak. Je hebt te maken met andermans problemen, die je moet dragen, verwerken en vervolgens als het even kan ook oplossen. Het vraagt veel van je eigen veerkracht om al die moeilijkheden aan te horen en een plekje te geven. Niet voor niets dat er van je wordt verwacht dat je supervisie volgt. In dat (zware) traject, volg je maar liefst 90 uur supervisie, waarin je leert een goede therapeut te zijn. Hoe? Door aan de slag te gaan met jezelf.

Jezelf als therapeut ontwikkelen

In veel cursussen komt het al een beetje aan de orde: je oefent rollenspellen met anderen, je brengt een eigen probleempje in om EMDR op te proberen of je krijgt feedback over je gespreksvaardigheden na een oefening. Supervisie gaat verder dan dat. Eén op één ga je in sessies van 1,5 uur per keer diep in op jouw handelen als therapeut. Wat zijn je doelen, waar liggen je valkuilen, wat doe je goed, waar gaat het mis?

Klik met cliënten

Hoe jij als therapeut bent is heel persoonlijk, zoals je als mens persoonlijk bent. Terwijl ik vaak wordt omschreven als rustig en begripvol, kan een ander weer spontaan en grappig als eigenschappen toegedicht krijgen. Zo heeft iedere therapeut zijn eigen stijl en kwaliteiten. Dat betekent ook dat er sprake kan zijn van een match of mismatch tussen een therapeut en cliënt. Je kan jezelf bijvoorbeeld erg herkennen in iemands verhaal. Fijn, want je voelt diegene goed aan. Maar ook een valkuil, want misschien loop je ongemerkt een stapje te hard voor diegene.

Leren van jezelf

Andersom kan het ook zijn dat je een cliënt hebt waar je tegenop ziet. Dat is interessant. In supervisie heb ik geleerd dit altijd als een leermoment te ervaren. Hoe komt het dat ik er tegenop zie? Wat roept die cliënt of dat probleem bij mij op? In supervisie leer je dat al die gevoelens van jezelf als therapeut ergens op gebaseerd zijn. En ja, net zoals bij onze eigen cliënten, grijp je heel vaak terug naar ervaringen vanuit het verleden. Want we kunnen er vaak niet omheen: het verleden vormt je, en maakt dat je handelt zoals je handelt. Het is ontzettend waardevol om dat van jezelf te begrijpen en te herkennen, zodat je erop kan anticiperen in therapie als het nodig is.

Zwaar werk

Het is dus onzin dat je als therapeut alles maar naast je neer kunt leggen, of dat je geen gevoelens hebt of mag tonen. Casussen grijpen ons wel degelijk aan, en het vergt heel wat om dat allemaal te verwerken. Als ik net een heftig gesprek heb gevoerd met een onwillige, opstandige puber met woede-uitbarstingen en alle zeilen moest bijzetten om het niet te laten escaleren, heb ik soms slechts een minuutje schakeltijd om door te gaan naar het gesprek met een adolescent die zo bang is dat ze het leven niet meer ziet zitten en ik moet oppassen dat ik niet in de valkuil van ‘redder’ stap, om dit kind eruit te willen halen. En als ik dan de deur achter haar sluit, zit mijn volgende cliënt al spanningsvol te wachten. Zij gaat EMDR volgen omdat zij zich voelt falen als moeder, en ik moet nog een afspraak met de ander maken.

Emotionele belasting

Zoals Dick Bouman ook schrijft in zijn boek, de ondernemende psychotherapeut:

“Psychotherapie is ook zwaar werk (…). Het is werk dat de emotionele reserves aantast, het zuigt leeg. Een dag die gevuld is met afspraken met mensen die met zichzelf in de knoop zitten, die soms moeizaam contact leggen of die moeilijk en ‘lastig’ zijn in de omgang, vergt heel veel. (…) De therapeut krijgt met kracht een rol opgelegd: hij wordt hulpeloos, onmachtig of woedend gemaakt. Hij krijgt te voelen wat het is om misbruikt, onbegrepen, verleid of onmachtig te zijn, haat en razernij te voelen, altijd te moeten falen, angst te voelen om gek te worden. Dat leidt gemakkelijk tot emotionele uitputting die je mee naar huis kunt nemen.”

Grenzen aanvoelen en bewaken

Door middel van supervisie leer je deze grenzen aanvoelen en bewaken, leer je hoe je met deze complexe gevoelens kunt omgaan. Zowel bij je cliënt, als bij jezelf. Het heeft me iets heel moois geleerd: dat elk moment van onzekerheid, boosheid, frustratie of wat voor naar gevoel dan ook, een les voor je kan zijn. Op het moment dat je nagaat waar deze gevoelens van jezelf mee te maken hebben, kan je er achter komen hoe je er het beste op kunt reageren. Of desnoods wat je nodig hebt.

Verrijking

Het is iets rijks: je kan het niet fout doen, in die zin, dat elke tegenvaller een kans biedt voor iets nieuws. Ik heb de supervisie dan ook met beide handen aangegrepen. Sterker nog, het staat al op mijn verlanglijstje om uiteindelijk ook de supervisorenopleiding te gaan doen.

Huis gekocht!

Huis gekocht!

Droomhuis gevonden

Na zo lang zoeken, na 1,5 jaar mijn ochtend ritueel beginnen met het openen van de Funda app, na steeds achter het net te vissen en na meerdere teleurstellingen in de afgelopen maanden, is het dan uiteindelijk tóch gelukt: we hebben een huis gevonden!

Weinig aanbod

Het was behoorlijk spannend, want sinds een paar maanden is ook de huizenmarkt in Dordrecht behoorlijk onder spanning komen te staan. Omdat wij zo’n specifieke zoekopdracht hadden, was het aanbod schaars. Zodra we een potentieel pand tegenkwamen, doken we er vol op: zorgen dat we als eersten belden, zo snel mogelijk een bezichtiging plannen en met onze makelaar overleggen.

Inrichten en begroten

Om te weten of een pand geschikt was, maakte ik overal plattegronden van, die ik vervolgens ging ‘inrichten’ volgens mijn plannen. Dan liet Stefan er vervolgens een globale begroting op los en trokken we onze conclusies. Helaas concludeerden we vaker dat panden ongeschikt waren dan we hoopten.

Nieuw pand op de markt

Tot er, niet lang nadat we op ons flatje zaten, ineens een pand op Funda verscheen. Ik weet niet waar het aan ligt, maar we kampen hier met ontzettend slechte internetverbinding. Dus zag ik slechts in grove pixels de vage afbeelding die hoorde bij het nieuw te koop gekomen stulpje. Terwijl ik wachtte op scherper beeld en tot alle gegevens eindelijk waren geladen, voelde ik de adrenaline al toenemen. Was dit waar ik dacht dat het was…?

Halsoverkop wierp ik mezelf in een soort ninja-beweging het bed uit, terwijl de deken ongemerkt achter m’n tenen bleef haken, op weg naar Steef. “Steef, kijk!” riep ik, terwijl ik de half geladen foto’s op mijn telefoon onder zijn neus schoof, terwijl hij met zijn slaaphoofd nog op de wc zat. Dit is een gaaf pand!

Zucht! Open huis

Helaas dachten meerdere mensen daar zo over, en werd er, zoals tegenwoordig de mode lijkt te zijn, een open huis georganiseerd. Dat beloofde al niet veel goeds. Na anderhalve week verplicht geduld, liepen wij eindelijk het pand binnen, gewapend met onze aankoopmakelaar. Het was zoals we vreesden: veel bezoekers, druk binnen, weinig mogelijkheden om zaken goed te bekijken omdat je elkaar in de weg staat en geen makelaar tot je beschikking om je vragen over het pand aan te stellen.

Eén kans…

Het is een vreemde gang van zaken: geen rustig moment om je belangrijke beslissing voor te bereiden, geen mogelijkheid tot een 2e bezichtiging. In plaats daarvan heb je één kans om een bod uit te brengen. In de wetenschap dat je géén idee hebt of er andere geïnteresseerden zijn, hoeveel dan, en wat zij zullen bieden. En als je er net €500 onder zit, gaat het aan je neus voorbij. Een lastige situatie, waar wij absoluut ons hoofd over hebben gebroken.

Het verlossende telefoontje

Maar de locatie was perfect, het huis kon een droomhuis worden en er was veel mogelijk. Dus besloten we ervoor te gaan. Er gingen dagen overheen, voordat eindelijk het verlossende telefoontje kwam: jullie hebben gewonnen, het huis is aan jullie gegund. Ik heb alleen maar gejuicht en gejoeld, gesprongen van blijdschap. Het was ons eindelijk gelukt! We hadden een huis! En wát voor een. Mijn droom komt uit, het wordt echt!

Een monsterverbouwing

Hoewel de keuring tegenviel, blijven we optimistisch. We gaan een mega-project tegemoet. Compleet met vloeren uitvlakken (want: het huis is nu zo scheef dat de jus uit je pan zou stromen tijdens het koken), CV installeren (want: dat is er niet), keuken en badkamer maken (want: die zijn er ook niet), aanbouw en dakkapel realiseren, draagmuur doorbreken, trap maken, etc.

Dromen van de toekomst

Maar elke klus die straks wordt geklaard, is een stap dichter bij ons einddoel. Ik droom al van het eindresultaat: dat ik dan eindelijk vanuit huis kan werken, ’s avonds lezingen of cursussen kan geven, mijn eigen ritme kan bepalen. Dat we weer met z’n tweeën tegelijk in de keuken passen. Dat afwassen overbodig wordt. Maar tot het zover is, genieten we van alle kleine geluksmomenten hier. Op onze 70m2.

 

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

De belangrijkste opleidingen

In mijn registratietraject, die grofweg vijf jaar besloeg, heb ik meerdere ontwikkelingen doorgemaakt. Ik heb ontdekt waar mijn interesses lagen, waar mijn sterktes en zwaktes lagen en misschien wel het belangrijkste: ik heb mijn visie ontwikkeld. Mijn visie op de hulpverlening, op de hulpverlener die ik wil zijn. Dat had, logischerwijs, wel even tijd nodig.

De eerste opleiding

Ik startte mijn traject door een van de vele nascholingsgidsen open te slaan en langs alle titels van de verschillende cursussen te scannen. Het criterium was in eerste instantie: wat lijkt me leuk? Ik had net de universiteit afgerond, en was in mijn naïviteit in de veronderstelling dat ik dus al behoorlijk wat wist. Dat ik dat mis had, werd me (gelukkig) al heel snel duidelijk. Sterker nog, hoe meer ik heb geleerd, hoe meer vragen het heeft opgeroepen en hoe meer het mij nieuwsgierig maakt naar andere dingen.

Oplossingsgerichte therapie

Mijn eerste cursus was de cursus oplossingsgerichte therapie. Dat was een goede start. Het is een therapievorm die uitgaat van de kracht en mogelijkheden van de cliënt, een hele positieve therapievorm die vooral geschikt is voor het gebruik bij milde problematiek. Het kan prima gebruikt worden als gesprekstechniek naast andere interventies. Nog steeds is de oplossingsgerichte manier van werken iets wat we veel gebruiken, wat mij ook een houvast geeft op de momenten dat ik bijvoorbeeld even geen goeie vraag weet te bedenken. Het geeft richting voor de therapeut en hoop voor de cliënt.

ADHD

Onder de indruk van het hele volgen van nascholing begon ik enthousiast aan de tweede cursus, over ADHD. Dit bleek helaas een misser. Het gaf me niet wat ik hoopte, en ik baalde dat ik de ruim 700 euro’s van die cursus voor mijn ogen zag verdampen in teleurstelling. Nouja, fouten maak je om ervan te leren, dus trok ik hier lering uit: beter letten op de docent, op recensies van anderen, het opleidingsinstituut en kritischer zijn in het kiezen van onderwerpen. Weten we dat ook weer.

Cognitieve gedragstherapie

Toen ik na mijn bevalling van Meia echt serieus aan de bak wilde, besloot ik het grootser aan te pakken en te kiezen voor een grote opleiding: die van de cognitieve gedragstherapie (CGT). Ik dacht namelijk, door wat er op de universiteit geleerd werd en in de boeken te lezen is, dat deze therapievorm een Heilig Goed was. Als je dat kon, dan was je wat waard.

Literatuur

Afijn, dus ging ik met kriebels in mijn buik naar de opleiding. Ik moest geloof ik wel een paar keer slikken en flink op m’n hoofd krabben toen ik de docent met een grote bagagewagen de cursusmappen naar binnen zag rijden. Godzijdank was ik met de auto, want hoe had ik in vredesnaam die 4 Gigantische mappen mee kunnen krijgen!?

Gedragsmodificatie

Vanaf dat moment begon het ‘echte werk’. Ik zat avonden te ploeteren op kilometers tekst en maakte me druk om de toets die elke cursusdag zou worden afgenomen. Ik moest mezelf onder de loep nemen met een gedragsmodificatie opdracht. In gewone taal: ik ging mezelf afleren mijn kleren op de stoel te gooien als ik naar bed ging en aanleren om ze, in plaats daarvan, netjes in de kast op te hangen.

Zelfvertrouwen

Het lukte. Ik kreeg, tot mijn eigen verbazing, de stof onder de knie, mijn leeswerk op tijd af en opdrachten ingeleverd. Elke week leerde ik weer nieuwe interventies die ik in mijn werk kon toepassen. Ik maakte mijn cliënten tot gewillige slachtoffers van mijn nieuwe kennis, en met hun vooruitgang groeide mijn zelfvertrouwen. Toen ik merkte dat mijn eigen gedrag ook daadwerkelijk veranderde (er lagen inmiddels meer kleren in de kast, dan er buiten), was dit een extra motivatie om ermee door te gaan.

Symbooldrama

Ik deed daarna nog twee vervolgcursussen van de cognitieve gedragstherapie, ook omdat ik met de gedachte speelde om hierbinnen eventueel ooit een registratie te halen. Maar tegelijkertijd maakte ik een totaal andere keuze. Ik had in mijn werk vaak bij cliënten van mijn collega gezeten, met wie ze symbooldrama deed. Ik was altijd verwonderd wat hier nu precies gebeurde en begreep er geen zak van hoe die kinderen zich zo snel beter gingen voelen. Dat was mijn simpele motivatie om die opleiding te gaan doen.

Twee kanten van de medaille

Dus startte ik, parallel aan de cognitieve gedragstherapie, ook met de opleiding symbooldrama. Later bleek dit een ontzettend slechte timing, omdat ik daardoor twee zware trajecten naast elkaar liet lopen. De impact daarvan had ik volledig onderschat, maar het heeft uiteindelijk wel geholpen in mijn vorming en het maken van keuzes. In deze opleiding werd voor mijn gevoel de andere kant van de medaille belicht. Waar de cognitieve gedragstherapie een meer verbale, rationele therapie is, gaat symbooldrama veel meer over het voelen en ervaren, het non-verbale.

Je eigen leerproces

In deze opleiding moet je zelf aan de slag. Je leert de therapie, door het zelf te ondergaan. En dat is niet altijd gemakkelijk, maar wel de enige manier om te begrijpen hoe het werkt en om je cliënten goed te snappen. Door dit leerproces werd me ineens heel veel duidelijk: hoe mooi en effectief de CGT ook is, het is niet volledig of zaligmakend, zoals ik in het begin dacht. Een andere keer zal ik dieper ingaan op het opleidingstraject van de symbooldrama.

Willen begrijpen

Door deze verschillende ervaringen, stelde ik mijn eigen opleidingstraject bij. Ik wijzigde mijn koers van het rationele, naar het meer leren begrijpen van gedrag en emoties. Omdat ik zelf net moeder was geworden van inmiddels 2 kinderen, was ik tegelijkertijd ontzettend geïnteresseerd in de ontwikkeling van jonge kinderen. Dus besloot ik een andere, grote cursus te volgen in de psychopathologie en diagnostiek van jongere kinderen.

Jonge kinderen

In deze cursus, waar ik nog nooit zoveel literatuur in korte tijd heb gelezen als toen, heb ik zó waanzinnig veel geleerd, dat ik voor mijn gevoel eindelijk de basis als therapeut kreeg waar ik naar op zoek was geweest. Zonder het zelf te weten. In deze opleiding werd mij geleerd hoe de ontwikkeling van jonge kinderen loopt, die niet los is te zien van de relatie met zijn omgeving. Dus hoe het gaat tussen ouders en kinderen.

Nog lang niet klaar

Wat ik vooral heel waardevol vond, waren de parallellen die werden gelegd tussen de vroege ontwikkeling en het gedrag op latere leeftijd. Gedrag wat wij als volwassene laten zien, heeft uiteindelijk de oorsprong in de eerste jaren. In deze opleidingen heb ik me o.a. verdiept in de visie van de Infant Mental Health en de methode van Floorplay. Ik ben nog altijd niet uitgeleerd op dit gebied, en heb nog stapels boeken in de kast die ik moet (wil) lezen.

Een volgende keer vertel ik meer over dit registratietraject.

 

 

Hoe bevalt het tijdelijk huren?

Hoe bevalt het tijdelijk huren?

De eerste ervaringen in ons tussenhuis

We wonen nu een maandje in ons ‘tussenhuis’. Een tussenstap op pad naar ons eindstation: een huis met praktijkruimte, om mijn droom te verwezenlijken. Het tijdelijk huren en met 5 man op 70m2 was daarom helaas een noodzakelijk kwaad. Nouja, dacht ik: dan maken we er gewoon het beste van. Een avontuur. Dus daarom vandaag een verslagje over de ervaringen tot nu toe.

Tijdelijk huren

Het was een stap die ik liever niet had gezet: tijdelijk huren. Omdat ik de onrust wel wat veel gevraagd vind voor het gezin. Maarja, sommige dingen heb je niet in de hand en ik besloot het over een andere boeg te gooien. Eens zien welke lessen we hier met zijn allen uit kunnen trekken. En welke positieve ervaringen we overhouden van ons tussenhuis. Want die zijn er! En sommige zaken had ik echt niet verwacht.

Kinderrijk en speeltuintjes

We zijn verhuisd met heerlijk weer, in het weekend van 8 april. Dat was al meteen genieten: balkondeuren open en in het zonnetje onze lunch eten. We kijken aan de voor- en achterzijde uit over groen. Het is, anders dan ik had gedacht, behoorlijk kinderrijk en overal zijn speeltuintjes. De kinderen kunnen een heel stuk de hort op zonder auto’s tegen te komen, ideaal!

Minder spullen, minder rommel

Toen alles in de flat stond en min of meer een plekje had gevonden, was de eerste hobbel al genomen: door de beperkte ruimte waren we gedwongen selectief te zijn in wat we meenamen. Er is daarom heel veel weggedaan. En eigenlijk voelde dat wel goed. Alles is verrassend overzichtelijk! Wat ik al jaren poogde, is hier eindelijk gelukt: alles heeft een vaste plek, want er is geen ruimte voor iets anders. Minder vloeroppervlak, betekent dus ook minder om schoon te maken. Ik kan nu in één ochtend het hele huis door. Dat lukte me eerder nooit!

Alles binnen handbereik

Door de beperkte ruimte is ook nog eens alles binnen handbereik. Een tijdje terug keek ik een documentaire over minimalisme. Hoewel wij nog teveel spullen hebben om over minimalisme te spreken, wordt wel iets anders duidelijk: je hebt in feite maar weinig ruimte nodig om effectief te zijn. Dat ik meer ruimte om me heen wil omdat ik me anders onrustig voel, is weer iets anders.

We doen het samen

Wat even slikken was, was dat we geen vaatwasser meer hebben. Maar ook dit biedt een les: de kinderen helpen ons mee met afdrogen en het wegzetten van de vaat. Ze gaan zuiniger om met het vies maken van het servies. Ze worden zich bewust dat dat directe consequenties heeft. Doordat alles zo dicht bij elkaar is, vinden ze het minder vervelend om even te helpen met het afruimen van de tafel bijvoorbeeld. Kortom, er wordt meer samengewerkt.

Midden in de natuur

Nog een ander voordeel is dat we vlakbij de natuur zitten. We zitten aan het water, en hebben al regelmatig gefietst en gewandeld in de groene omgeving hier. Iets waar we nu in dit seizoen extra van genieten. Bovendien zit mijn sportclub op struikelafstand en hoop ik, als mijn blessure weer wat hersteld is, hier in de natuur mijn eerste hardloopkilometers weer te gaan maken.

Fietsen naar het werk

Ook ons werk zit op steenworp afstand, waardoor we nu op de fiets naar het werk kunnen en bovendien wat later van huis kunnen omdat het zo dichtbij zit. Zeker met de zomermaanden voor de deur is het geen straf om lekker je kop in de wind te steken om je hoofd te legen na het werk.

Alleen naar de winkel

Nog een voordeel: de lokale supermarkt zit op loopafstand, zonder gevaarlijke straten over te hoeven. Meia vond het maar wat leuk dat ze voor het eerst helemaal zelf een boodschap mocht gaan doen. Wordt er direct gewerkt aan een stukje autonomiegevoel. En scheelt natuurlijk weer een extra handeling voor ons, ideaal!

Het avontuur

Zo beschreven zou je bijna denken dat we niet meer weg willen. Dat ligt natuurlijk iets genuanceerder. Maar het wonen in ons vorige huis en nu in dit huis, leert je wel wat je waardeert en wat je mist. Het maakt ons ideaalplaatje voor ons ‘echte’ huis straks nog scherper. En wakkert de kriebels en het enthousiasme voor de toekomst alleen maar verder aan. Wat een leuke avontuur, en wat voel ik me gezegend dat wij dit als gezin samen aan mogen gaan!

 

Registratietraject orthopedagoog generalist deel 1

Registratietraject orthopedagoog generalist deel 1

De start van de nascholingen

Vers van de universiteit, met een halve pabo, HBO pedagogiek, pre-master en master Orthopedagogiek achter de rug. Ik dacht dat ik wel even klaar was met studeren. Wat een mazzel had ik, dat ik kon werken op mijn stageplek, en ik was in mijn nopjes met het part-time werken nu ik net moeder was geworden. Maar ik kwam er al snel achter dat die rust niet voor lang was. Als ik nu op die periode terugkijk, denk ik wel eens: waar begon ik aan? Ik had niet kunnen voorzien hoe pittig dat traject was.

Verplicht verder studeren

Als je studeert, krijg je vakken als diagnostiek en behandeling. Je wordt voor je gevoel opgeleid om straks mensen te behandelen. Niets is minder waar, en dat was een behoorlijke tegenvaller toen ik dat ontdekte. Wil je zelfstandig mensen behandelen, dan moet je namelijk geregistreerd zijn als hoofdbehandelaar. Daarvoor heb je een BIG-registratie nodig (GZ-psycholoog), of een OG (Orthopedagoog Generalist) registratie. En dat bleek een heel ingewikkelde klus om die te krijgen.

De sprokkelroute

Eerlijk is eerlijk, ik had geen idee waar ik aan begon toen ik begon. Maar er was weinig keus: wilde ik werken, dan moest ik een registratie hebben, anders kon ik de behandelingen niet vergoeden. En al helemaal niet nooit de praktijk overnemen. Al snel kwam ik er achter dat de GZ-opleiding in mijn geval uitgesloten was. Dat was op de werkplek waar ik zat niet mogelijk. De OG-route wel: zij hebben een zogenaamde ‘sprokkelroute’, waar je zelf punten voor nascholing bij elkaar mag verzamelen. Klinkt simpel, maar dat viel behoorlijk tegen.

Plannen

In de praktijk kwam het er op neer dat ik avonden lang bezig was met plannen, plannen en nog eens plannen. Eerst bedenken welke cursussen ik wilde volgen, dan bekijken op welke dagen dat was, zoveel mogelijk buiten werkdagen plannen, oppas regelen voor die dagen, inschrijven en hopen dat het niet al vol zat (wat helaas vaak voorkwam). Vervolgens moest ik rekening houden met de puntenverdeling: er moesten punten voor diagnostiek, behandeling, overig en literatuur gehaald worden. Als ik meerdere cursussen tegelijk volgde, moesten die elkaar ook niet overlappen. Het was ontzettend frustrerend en tijdrovend.

De plussen en minnen

De cursussen zelf waren vaak héél leerzaam en interessant. Ik ben in die jaren enorm gegroeid in mijn professionaliteit en expertise. Zonder die nascholing zou ik me nooit zo zeker in mijn werk hebben gevoeld. Maar na ongeveer 4 jaar begon de hoeveelheid me op te breken. Ik moest tegen die tijd cursussen gaan uitzoeken op de punten: had ik nog 12 punten voor diagnostiek nodig, dan koos ik maar een cursus met veel van die punten. En dat stond me tegen: ik wilde gewoon kiezen wat ik nodig had voor mijn werk, en dat ging op een gegeven moment niet meer.

Kop vol kennis

Bovendien had ik aan het einde van het traject het gevoel dat er niet meer kennis bij kon: alles wat ik aan nieuwe kennis opdeed, ging voor mijn gevoel ten koste van kennis die ik eerder had opgedaan. Het was alsof er iets op een overvolle tafel werd geschoven, waardoor er aan de andere kant spullen van af vielen. Gelukkig kreeg ik bij elke cursus mappen vol met naslagwerk, maar puntje bij paaltje maak ik daar in de praktijk te weinig gebruik van.

Eindeloos reizen

Helaas was er toen ik begon nog geen nascholing in de buurt. Dat betekende dat ik voor bijna alle cursussen naar Amsterdam, Amersfoort of Utrecht moest afreizen. Ik heb heel wat uurtjes in de trein gemaakt, en nog nooit zoveel afschrijvingen in korte tijd gezien voor het automatisch opladen van mijn OV-chipkaart.

Druk op het gezin

Het klinkt, als ik het zo opschrijf als een grote misère, maar dat was het natuurlijk niet. Ik ben ontzettend blij en trots dat ik dit traject heb doorlopen en voltooid, en het heeft me gebracht waar ik nu sta. Maar tijdens het traject heb ik alle drie mijn kinderen gekregen, hebben we thuis de gehele bovenverdieping uitgebouwd én moest ik dus elk vrij moment besteden aan het lezen van literatuur, maken van opdrachten of naar cursus gaan. Ik vond het vooral frustrerend dat ik het gevoel had dat ik geen keus had en niet meer terug kon: je moet het binnen een bepaalde termijn afronden, anders vervallen je punten. Dat legde enorme druk op me.

Huis verkocht!

Huis verkocht!

Roerige tijden

Het was een roerige tijd. En eigenlijk is het dat nog steeds. Ik heb nog nooit zoveel opgeruimd en schoongemaakt als in afgelopen jaren. Want er kon zomaar ineens een bezichtiging komen. En dat gebeurde, regelmatig. Alle activiteiten werden teruggeschroefd, want een bezichtiging betekende potentiële kopers. En ons huis verkopen is de eerste stap naar mijn toekomstdroom: een praktijk aan huis.

Verhuisdatum

Helaas is er nog steeds geen pand op ons pad gekomen wat voor ons geschikt was. Dit leverde zowel bij ons als de kinderen de nodige onrust op. Ik kon ze niet uitleggen waar we gingen wonen, of op welke termijn. Nu kan ik eindelijk antwoord geven op één vraag: ‘wanneer verhuizen we?’. In april. Ja, zo snel. Helaas dus niet naar ons droomhuis, maar naar een knus galerijflatje met gedeelde slaapkamers. Want veel keus is er niet in huurwoningland.

Onzekerheid bij de kinderen

Dat de kinderen er veel mee bezig waren, was onvermijdelijk. Door de bezichtigingen moest er noodgedwongen veel worden opgeruimd en de woensdagmiddag afspreken was daarom soms niet mogelijk. Als ze op de achterbank zaten, zei Fosse ineens: ‘ik wil eigenlijk niet verhuizen’. En als ik Meia zorgelijk zag kijken, legde ze uit: ‘ik kan niet kiezen hoe ik mijn bed straks wil in het nieuwe huis’ of: ‘ik ga mijn bedstee zo missen, ik heb hem nog helemaal niet lang’.

Wanneer nou écht?

Het breekt mijn hart als ik zie dat ze last hebben van deze situatie, vooral omdat ik ze geen antwoorden kan geven. Toen dan eindelijk de kogel door de kerk was, en ons huis werd verkocht, was ik daarom heel blij dat er een stip aan de horizon verscheen. Zoals ik al had verwacht, gaf dit wat perspectief voor de kinderen. De volgende dag was het dan ook op school en de sportverenigingen verteld door de oudste twee. Fosse heeft nog weinig tijdsbesef, dus voor hem kan het verhuizen ieder moment beginnen. Omdat we er heel snel uit moeten, beginnen we daarom al met ruimen en inpakken. Voor Fosse wordt het daarmee meer concreet: pas als alles is ingepakt, gaan we verhuizen.

Tussenhuis

De roerige tijden zijn echter nog lang niet over. Komende weken staat in het teken van inpakken en wegdoen. We verhuizen naar ongeveer de helft van het woonoppervlak waar we nu wonen, in een huurflatje. Ik ben heel benieuwd hoe we dat als gezin gaan beleven. Vanmorgen vroeg Fosse: ‘is er wel speelgoed in het tussenhuis?’. We hebben de huurwoning maar het tussenhuis genoemd, omdat we er maar eventjes zullen wonen (hoop ik). Zijn vraag deed me weer beseffen hoe ongrijpbaar deze situatie voor hem moet zijn.

Huren, een avontuur?

Een huurhuis. En volgens mij zelfs zonder vloeren, met niks op de muren en zonder gordijnen. Een dilemma, want we willen niet investeren in het ‘tussenhuis’ omdat diezelfde kosten straks in ons ‘echte’ huis gemaakt zullen worden. We hebben daarom besloten het huren als één avontuur te beschouwen: tekenen op de muren, restjes vloerbedekking van marktplaats scoren en hetzelfde voor de gordijnen. Nog zoiets: in ons huidige huis zijn de bedden van de kinderen op maat gemaakt. Een bedstee en een volkswagen busje. Supertof, maar helaas niet mee te nemen. Komen we dus ineens twee bedden tekort! Gelukkig hebben we lieve mensen om ons heen die graag meedenken en meehelpen.

Ruimen en inpakken

Omdat we straks veel minder ruimte hebben, zijn we drastisch begonnen met ruimen. Afgelopen maanden zijn er al naar schatting 30 zakken richting kringloop en gevudo gegaan. Ik was perplex wat ik tegenkwam: kerstkaarten uit 2004, bankafschriften uit de puberteit, handleidingen van apparaten die we allang niet meer hebben, bonnetjes van jaren heen, een zak vól snoeren, stekkers en adapters die we niet konden thuisbrengen… En als we de ene laag op een plank in de berging hadden doorgespit, bleek er nog een volledige laag achter te bestaan.

Voorbereiden op verhuizen

Enerzijds zijn we gedwongen tot ruimen, want we hebben straks geen ruimte meer. Anderzijds is ook mijn wens (en één van de voornemens van dit jaar) om minder spullen te hebben, kopen, verzamelen en bewaren. Alleen de spullen die we gebruiken, écht nodig hebben en die gelukkig maken. In het kader van speelgoed heb ik hier al eens over geschreven. Maar ik trek het breder. Tijdens het ruimen merkte ik ook hoeveel rust dit gaf, ik werd er echt gelukkig van. Een ander punt waar we nu actief mee bezig zijn is het opmaken van de voorraad. In de berging staan namelijk planken vol met houdbare etenswaren. Tijd dus om ruimte te ‘eten’.

Nieuwe start

Voor iedereen in ons gezin voelt dit als een nieuwe start. Meia wil komende tijd veel foto’s maken om vast te leggen hoe haar kamertje en spullen er uitzien. Samen halen we herinneringen op van gebeurtenissen die hier hebben plaats gevonden. Dingen die ze niet erg vinden om achter te laten en zaken die ze zullen missen. Maar ook plannen: wat wil je straks in het nieuwe huis? Waar hoop je op? Op deze manier bespreken we de situatie nu en straks. Ik merk dat ik daar zelf behoefte aan heb, en merk ook dat de kinderen het prettig vinden om dit hoofdstuk op hun gemak af te sluiten.

Mijn ideaalplaatje op de universiteit

Mijn ideaalplaatje op de universiteit

Dromen van de toekomst

Toen ik op de universiteit zat, had ik een ideaalplaatje geschetst van mijn toekomst. Ik was inmiddels al een poosje aan het studeren na de pabo en hbo pedagogiek en ik keek er naar uit om aan de slag te gaan. De stage in het laatste jaar was dan ook het leukste onderdeel van de opleiding. En, kenmerkend voor wie ik ben, als ik iets in mijn hoofd heb, dan wil ik het ook zo. Ik kan me daarin vastbijten en blijven volhouden.

Eigen baas

Zo was het toen ook. Ik zag het al helemaal voor me: zelfstandig ondernemer, een eigen praktijk, mijn eigen uren indelen en helemaal eigen baas zijn. Een rooskleurig plaatje inderdaad. Omdat ik dat zo graag wilde, solliciteerde ik alleen maar bij kleine praktijken, want een instelling trok me totaal niet. Dat is trouwens onveranderd gebleven. Maar mijn beeld van het ondernemerschap daarentegen… dat heb ik toch flink moeten bijstellen.

Wat erbij komt kijken

Ik had de mazzel dat ik inderdaad werd aangenomen in een kleine praktijk, en ook nog dicht bij huis. Wat een geluk! En het was een top plek. Ik leerde ontzettend veel in korte tijd en kreeg een gedegen beeld van het hebben van een eigen praktijk. Het was alsof het zo had moeten zijn, want de andere werknemer was bezig met het zoeken van een huis en een baan in de omgeving van Amsterdam, waardoor er na mijn stagetijd een plek zou vrijkomen om te werken in de praktijk.

Jong moeder

Ook toen was ik een bezige bij, want ik had niet alleen ambities voor mijn carrière, ik wilde ook dolgraag jong moeder worden. Nog liever zelfs, want carrière maken kon daarna altijd nog, zo redeneerde ik. En na een klein jaar proberen, raakte ik inderdaad zwanger. Tijdens mijn stagejaar inderdaad. Dat masterjaar heb ik met 36 weken mijn eindpresentatie gehouden en met een 4 weken oude baby mijn diploma opgehaald. Er bestaat natuurlijk geen timing van het krijgen van een kind, maar toch was dat bij ons perfect.

Lekker in loondienst

Nog even terug naar mijn stageperiode. Ik had al snel in de gaten dat mijn droomplaatje van het runnen van je eigen praktijk een behoorlijke utopie was. Het was gewoon keihard werken. Mijn werkgever was voor mijn gevoel dag en nacht bezig en al die indirecte werkzaamheden werden nu pas zichtbaar. Toen de andere werknemer aangaf dat zij weg zou gaan, deed ik daarom van binnen een vreugdedansje, want misschien maakte ik kans op haar baantje. In loondienst, want dat klonk ineens een stuk aantrekkelijker.

Afgestudeerd, maar niet klaar

Toch heb ik de wens voor een eigen praktijk nooit verworpen. Maar zwanger en binnenkort moeder, schoof ik dat idee wel even op de lange baan. Dat moest ook wel, zo bleek, want ik kwam er ook achter dat mijn master diploma in de praktijk nauwelijks iets waard was. Dat was een smack in the face. Na een universitaire studie mocht ik volgens de wetgeving geen behandelingen doen! Ik was behoorlijk gedesillusioneerd, want daarover wordt tijdens de opleiding nauwelijks gerept. Met het volgen van vakken als ‘behandeling’ wordt bovendien gesuggereerd dat dit ook is waarvoor je wordt opgeleid. Helaas, niets bleek minder waar.

Praten over de toekomst

Toen duidelijk was dat ik inderdaad in loondienst mocht blijven, hebben we direct ook over de toekomst gesproken. Want voor mijn werkgever was het tenslotte ook waardevol als ik kon behandelen. Leergierig als ik was, wilde ik alles aanpakken en alle cursussen en opleidingen klonken interessant. Maar ik was naïef. Ik had me van tevoren onvoldoende verdiept in dit traject en was, achteraf, onvoldoende voorgelicht door de universiteit over deze onderwerpen. Ik kon onvoldoende overzien wat voor me lag en wat dit voor consequenties had. Ik ben toen, nog in mijn zwangerschap, begonnen met mijn eerste nascholing. Het was de start van een jarenlang traject, waarover ik een andere keer vertel.

Huis te koop!

Huis te koop!

Verhuizen: een emotioneel proces

Ons huis staat te koop. We zijn al tijden bezig met de overname van de praktijk en daar komt veel bij kijken. Ik werk nu in loondienst in de praktijk van mijn werkgever. Dat heeft absoluut voordelen, want ik trek om 17.00u (nou vooruit, 17.20u) de deur achter me dicht en dat is ook direct de afsluiting van mijn werkdag.

Maar mijn werkgever is op leeftijd en wil op termijn stoppen. En dan zit ze natuurlijk niet te wachten op Jan en alleman die haar huis binnenwandelt om er te werken. Dan wil ze gewoon haar huis terug en genieten van haar welverdiende pensioen. En andersom wil ik ook graag een plek voor mijzelf. Als ik start als ondernemer, wil ik ook het gevoel hebben dat ik start, dat ik iets opbouw, dat het werkelijk van mijzelf is.

Knopen doorhakken

Door de afgelopen jaren en maanden hebben we een proces doorgemaakt en heb ik mijn plannen meerdere malen bijgesteld. Soms noodgedwongen, soms door veranderde inzichten. Inmiddels zijn we in de fase dat we knopen doorhakken. Ons huis te koop zetten was één van die knopen. Want, we hebben namelijk nog niks op het oog. Nouja, tenzij Gaston binnenkort aanbelt om een cheque te overhandigen, maar daar reken ik maar niet teveel op 🙂

Praktijk aan huis

“Waarom zet je dan je huis in vredesnaam te koop?” zul je je afvragen. Vooral omdat we fijn wonen, het is een superleuke buurt, een mooi huis. We hebben in 2015 net een grote uitbouw op de bovenste verdieping laten doen zodat we alle kinderen een eigen slaapkamer konden geven. Het is door de jaren heen helemaal naar onze zin gemaakt en wonen er al ruim 8 jaar met heel veel plezier. Waarom dan weg? Uiteindelijk wil ik toch mijn droom verwezenlijken: een praktijk aan huis. En dat is simpelweg niet mogelijk in ons huis.

Geschikt pand

Sterker nog, het is niet mogelijk in bijna alle huizen die op funda verschijnen. Slechts een enkel pand komt in aanmerking. En dan hebben we nog een wensenlijstje om de zoektocht ingewikkelder te maken: niet te duur, in een straal rondom de school van de kinderen, niet in de directe buurt van de concurrenten en met voldoende oppervlakte voor zowel ons eigen huis als de praktijk. Ohja, en een tuin. Het is lastig zoeken, met twee petten op: we willen een huis die past bij ons als gezin én we moeten denken vanuit de cliënt wat handig is qua locatie. We zijn tenslotte niet van plan over 3 jaar weer te verhuizen.

Impact op het gezin

Om die reden hebben we de gok gewaagd ons eigen huis te koop te zetten. Want als er een zich een mogelijkheid voordoet, willen we die niet missen. Dat brengt wel de kans met zich mee dat we tijdelijk moeten huren. En dát idee heeft wel zijn weerslag op ons gezin.

Wat betekent het in de praktijk?

Tot zover dus het stuk rationele benadering over kopen en verkopen, want ik merk dat Meia en Fosse behoorlijk onder de indruk zijn van het hele proces. Want, een huis kopen of verkopen is ook heel veel emotie. En hoezeer we ook proberen sommige dingen niet te bespreken in hun bijzijn of luchtig te reageren op bepaalde onderwerpen, ze merken toch meer op dan wij soms beseffen. Zo moesten er natuurlijk foto’s van het huis genomen worden, wat direct betekent dat we het huis van onder tot boven hebben moeten uitmesten, opruimen en schoonmaken.

Bezichtigingen

In een gezin met 3 kinderen is dit vechten tegen de bierkaai. Maar het moest, en alle troepen werden ingezet. In de praktijk komt het erop neer dat de kinderen meer dan anders moeten opruimen, dat er een zondag niet op uit wordt gegaan, maar een berging wordt uitgeruimd. En na de foto’s begonnen de bezichtigingen, die hetzelfde effect hadden. Ik baal dan onwijs van zo’n situatie: het liefst zou ik lekker met z’n allen het bos in gaan, maar nood breekt wet.

Zorgen, onzekerheid, vragen…

Toen de foto’s eenmaal gemaakt waren, kwamen de vragen: “wanneer komt er een bord op het raam? Wanneer gaan we dan verhuizen? Gaan deze mensen ons huis kopen? Nemen we dit, dit en dit wel mee? Dit gaat toch ook mee, he? Heeft het nieuwe huis wel …?”. We proberen zo goed mogelijk antwoord te geven op de vragen. We leggen uit dat we voorlopig nog niet gaan verhuizen, omdat we eerst een heel leuk huis moeten vinden waar we in willen wonen. En dat we alle spullen mee zullen nemen die los zitten, los gemaakt kunnen worden of opgetild kunnen worden. Maar na die uitleg begon Meia ineens te huilen: “maar dan kan ik mijn bedstee niet meenemen!”. En toen had ik even geen antwoord, want ze had gelijk. De bedstee, die we met liefde voor haar hebben gemaakt, blijft inderdaad achter. Maar ik beloofde haar wel dat ze haar nieuwe kamer minstens net zo fijn zou vinden als haar kamer van nu.

Piekeren

Van de week fietsten we naar huis van school en zei Meia ineens dat ze de laatste tijd ’s avonds niet goed kon slapen. Na wat doorvragen, bleek dat ze toch lag te piekeren over verhuizen, want dan zou ze haar vriendinnetje uit de straat missen en ze was verdrietig om haar kamer, die ze nog niet zo lang had. Op die momenten heb ik met haar te doen, en slaan twijfels toe of we wel het juiste doen. Ook Fosse is er veel mee bezig. Hij vraagt doorlopend om bevestiging of zijn spullen wel meegaan.

Gevoel van veiligheid

Alle drie de kinderen zijn hier geboren en opgegroeid, en ze waarderen de vertrouwde en veilige omgeving. Het voelt kwetsbaar om aan die vertrouwde omgeving te tornen. Het is alsof de stoelpoten langzaam onder hen vandaan worden gezaagd. Vooral, omdat we nog niks anders op het oog hebben: ze kunnen nog nergens naartoe leven of aan een idee wennen. Ze hebben bovendien ook geen tijdsindicatie: we hebben geen idee hoe lang het allemaal zal duren. Ik merk dat ik dat heel moeilijk vindt voor ze, want ik gun ze zo graag dat veilige gevoel. Wij als volwassene zijn daarin flexibeler, wij kunnen alles in perspectief plaatsen en bovendien is het onze beslissing, dus is het gemakkelijker je hier naar te voegen. Dat hebben de guppen niet.

Quality time

Het is dus voor iedereen bij ons op zijn eigen manier spannend. Signe is misschien wel de enige die zich er allemaal niet zoveel van aantrekt. Tot het moment zover is, wellicht. Intussen ga ik maar eens proberen wat extra gezinsuitjes en quality time in te plannen, tussen alle regeldingen door. Want die behoefte is er aan beide kanten merk ik. Ik houd jullie op de hoogte.