Archief van
Categorie: Uit de praktijk

Autismeweek 2018

Autismeweek 2018

Onbekend maakt onbemind

Het is de week van autisme. Inmiddels een bekende en ingeburgerde term in onze samenleving. Toch? En toch is er elk jaar een Autismeweek, waarin allerlei activiteiten worden georganiseerd rondom dit thema. Niet per sé omdat het onbekend is, maar nog meer omdat er blijvend aandacht nodig blijft voor iedereen die deze classificatie heeft gekregen.

Verschillen en nuances

Zoals wij verschillen van elkaar, zo verschilt ook iedereen met een autisme spectrum stoornis (ASS) diagnose. In de Autismeweek worden door het hele land activiteiten georganiseerd, speciaal voor deze doelgroep. Zo kan iedereen deze verschillende mensen leren kennen, en ontstaat er meer begrip en acceptatie. Onbekend maakt onbemind. Als mensen meer begrijpen van autisme, is de kans groot dat dit bijdraagt aan meer verbinding met deze mensen.

Vermoeden van autisme

In mijn praktijk zien we ook op regelmatige mensen met (een vermoeden van) autisme. Ze worden soms aangemeld zonder dat ouders of kind denken in de richting van autisme. Andere ouders zijn er bijna al van overtuigd dat er autisme speelt. Sommige kinderen komen er pas op hun 18e achter dat zij ASS hebben, andere ouders komen al met hun peuter langs omdat zij vermoedens in die richting hebben. In de intake is het daarom altijd belangrijk dat we veel uitvragen en duidelijk krijgen, zowel over de huidige ontwikkeling als de jaren daarvoor.

Vaststellen van ASS

Het woord autisme is inmiddels bij de meeste mensen wel bekend. Veel mensen weten dat deze kinderen (en volwassenen) ´anders´ zijn en dat er soms rekening mee moet worden gehouden. Toch blijkt steeds maar weer in de praktijk dat er ook heel veel misvattingen zijn, of wordt gegeneraliseerd. Als ik onderzoek doe, vind ik een classificatie eigenlijk niet belangrijk. Of er wel of geen autisme wordt vastgesteld is eigenlijk niet zo relevant.

Klachtgedrag

Waar ik naar op zoek ga, is het begrijpen van het klachtgedrag, en snappen waar de oorzaak ligt. De diagnose die ik stel, moet daarom altijd verklarend zijn. Het moet duidelijk zijn waar het ´mis´ gaat in de informatieverwerking. Er zijn grofweg drie gebieden waarop klachten kunnen voorkomen als we het hebben over ASS: de sociale omgang, de communicatie en de stereotiepe gedragingen. De belangrijkste reden waarom er klachten zijn op deze gebieden, is omdat de informatieverwerking bij deze kinderen anders verloopt. De stoornis ligt dus in de hersenen.

Verschillende visies

Er zijn veel dingen die van daaruit anders lopen, waar verschillende visies op zijn om dit goed te verklaren. Elke visie richt zich op nét een ander aspect van bijvoorbeeld het sociaal inzicht of de sociale communicatie. Daardoor kan het ene kind goed functioneren op het ene gebied, maar zwak scoren op het andere. Daardoor ontstaat een unieke blauwdruk voor elk kind, wat het tegelijkertijd moeilijk maakt voor de omgeving. Het vraagt van ons namelijk om te kijken naar de specifieke behoeftes van het kind. Een kind kan bijvoorbeeld veel sturing van de omgeving nodig hebben, terwijl anderen meer vrijgelaten kunnen worden. Precies zoals het bij kinderen zonder autisme ook is, eigenlijk.

Specifieke behoeften

In de 9 jaar dat ik nu in de praktijk werk, heb ik talloze cliënten gehad waarbij ik wel of geen ASS heb vastgesteld, maar waarbij ik in ieder geval heb geprobeerd duidelijk te krijgen waar de specifieke ontwikkelingsbehoeftes van dit kind liggen. Wat dit kind nodig heeft van zijn ouders, de school en de omgeving om zo goed mogelijk binnen zijn eigen mogelijkheden te kunnen groeien en ontwikkelen. Het vaststellen van ASS is daarmee eigenlijk pas de eerste stap. Het komt voor dat het onderzoek en verslag al zoveel inzicht verschaft, dat ouders zelf verder kunnen, maar het mooiste is wanneer er een aanvullend traject volgt, met psycho-educatie.

Psycho-educatie

Psycho-educatie is een stukje voorlichting en uitleg, over autisme, de stoornis, de beperkingen die dat geeft en de mogelijkheden. Wat het betekent voor dit kind, dit gezin, deze situatie. Het leren dat het kind niet zijn stoornis is, maar dat een stoornis slechts een deel uitmaakt van het totaalbeeld. Dat een kind bovendien ook niet veranderd door het krijgen van een classificatie. Het kind blijft dezelfde, het gedrag krijgt alleen een naam.

Behandeling

Psycho-educatie is voor mijn gevoel een noodzakelijke stap om als ouder je eigen kind beter te snappen. Voor het kind geeft het rust, herkenning en acceptatie. Heel regelmatig is dit voldoende om de ergste klachten van de aanmelding te doen afnemen. En als dat niet zo is, dan is er gelukkig nog voldoende mogelijk aan behandeling voor deze kinderen.

Meer over autisme…

Er is nog altijd veel onderzoek naar autisme, en langzaam wordt er steeds meer duidelijk over deze complexe stoornis, die je voor het leven hebt. Dat is heel waardevol, omdat hiermee steeds vroeger gesignaleerd wordt en ook vroeger kan worden ingespeeld op de situatie, waardoor kinderen zich beter ontwikkelen. In de toekomst zal ik hier ook meer over delen. Bijvoorbeeld over autisme bij meisjes, de verschillende oorzaken, de rol van spiegelneuronen, de verschillen in het brein en de behandeling van autisme.

Verwachtingen van de intelligentie

Verwachtingen van de intelligentie

Als de werkelijkheid tegenvalt

Een paar jaar terug had ik eens een gezin dat hun zoontje aanmeldde bij ons, omdat het gedragsproblemen had op school en thuis. Het gezin had een Arabische cultuur en deze verschilt ook in de opvoeding van de Westerse cultuur. Dit kind was hun oudste kind, en een zoon, wat het kind al een zekere status gaf. De ouders hadden daarmee eigenlijk al bepaalde verwachtingen van hem, en hoge ambities voor de toekomst.

Gedragsproblemen

Dat dit kind al met de eerste maanden school problemen gaf, was dan ook een behoorlijke tegenvaller voor het gezin. School was immers een milieu dat voor dit gezin heel belangrijk was. Sowieso is gehoorzaamheid aan je meerdere, een groot goed voor deze mensen. Dat de ouders voor hun gevoel al snel ‘op het matje werden geroepen’, namen ze dan ook uiterst serieus. Ze zetten zich met de leerkrachten in om hun zoontje te helpen met het leren van de kleuren, de vormen en van groot naar klein reeksen. Ze vroegen wat zij als ouders thuis konden doen, en namen hun taak heel ernstig.

Leerproblemen

Maar ondanks verwoede pogingen van het gezin en school, ondanks avonden lang thuis oefenen, het jongetje bleef problemen geven. Hij barstte in woede uit in de klas, waarna hij met dingen gooide en de andere kinderen uitschold of zelfs pijn deed. Thuis was hij volgens ouders niet te houden. Hij was brutaal en ongehoorzaam, hij weigerde te doen wat vader zei en elke poging om schoolwerk te oefenen, leidde steevast tot fikse escalaties tussen zoon en ouders. Vader zat met zijn handen in het haar en kwam ten einde raad bij ons.

“Hij vertikt het gewoon”

Na het horen van alle klachten, vroeg ik hen naar hun wens en hoop voor hun zoontje. “Dat hij zich weer gaat gedragen. Dat hij weer luistert naar ons, en niet steeds die woede-uitbarstingen. Dat hij begrijpt dat school belangrijk is en dat je je daarvoor moet inzetten, en niet zomaar je kont in de krib gooien. Want hij is slim zat, hij vertikt het gewoon te doen! Dat frustreert me”. Ik had heel erg met het gezin te doen. Ik vermoedde dat dit jongetje werd overvraagd en niet kon waarmaken wat zijn ouders van hem verwachtten en hoopten. Maar dat leek bijna een taboe-onderwerp. Ouders lieten op elke manier doorschemeren dat die verklaring geen verklaring was.

Twijfels over de intelligentie

Met toestemming van ouders nam ik contact op met school, waar ik sprak met de leerkracht en de schoolresultaten bekeek. Mijn vermoeden werd bevestigd: ondanks forse ondersteuning en één op één begeleiding merkten de leerkrachten te weinig groei. Hij deed erg zijn best, maar had intensieve ondersteuning nodig en raakte ondanks dat toch steeds verder achterop met de lesstof. De leerkrachten twijfelden aan zijn cognitieve capaciteiten.

Inzicht in het leren

Ik sprak opnieuw met ouders en probeerde het onderwerp in de week te leggen. “We zullen moeten kijken hoe hij leert, hoe hij de dingen aanpakt, wat zijn sterke en minder sterke kanten zijn en hoe we daar gebruik van kunnen maken of op in kunnen spelen”. Na het uitgebreid bespreken van het belang van het in kaart brengen van zijn intelligentie, en eventueel bijstellen van de verwachtingen hierover, werd het intelligentieonderzoek gepland.

Overvraagd worden

Het was direct duidelijk: dit kindje wordt met een zwakke intelligentie sterk overvraagd door zijn omgeving. Nu kwam echter het lastigste onderdeel, want ik moest het de ouders vertellen. Nu is dat op zich nog te doen, maar wanneer je als ouder zulke sterke verwachtingen of overtuigingen hebt voor je kind, is het heel lastig als een ander daar ineens vraagtekens bij gaat stellen. Want dat maakt kwetsbaar: dan heb je het als ouder dus al die jaren niet goed gedaan of gezien? En waarom zou iemand van buitenaf het nou beter weten?

Lastige gesprekken

Het zijn lastige, maar wel noodzakelijke kanten van mijn beroep. En soms lukt het ook niet helemaal. Ik nam de tijd voor het uitslaggesprek, waarin ik de resultaten toelichtte van wat ik had onderzocht en hoe hun zoontje scoorde. Ik probeerde duidelijk te maken hoe belangrijk het is dat elk kind op zijn eigen niveau moet kunnen werken, om ervoor te zorgen dat het kan leren en tegelijkertijd gelukkig kan blijven en succeservaringen kan opdoen.

Hardnekkige verwachtingen

Omdat bij dit gezin de verwachtingen zo sterk op de voorgrond stonden, heb ik hier veel aandacht aan besteedt, door direct duidelijk te zijn: dit kind zal niet naar de universiteit gaan, dit kind zal veel ondersteuning nodig blijven hebben en een eigen leerlijn moeten volgen. Het zou oneerlijk zijn om iets anders te verwachten. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij het gezin bleven de overtuigingen actief: “wanneer is deze achterstand bijgewerkt? Wat is er voor nodig om hem op dit niveau te krijgen? Hoeveel moeten we daar voor oefenen, want dan doen we dat gewoon. Het is tenslotte maar een momentopname, hij heeft waarschijnlijk gewoon geen zin gehad, zo doet hij dus thuis ook steeds, hij vertikt het gewoon, hij kan het gewoon”.

De waarheid accepteren

Voor dit gezin was één gesprek onvoldoende. Soms is er meer tijd voor nodig om de waarheid te accepteren en om dit een plek te kunnen geven, waar je als omgeving goed op kunt reageren. Ik heb dit gezin nog een tijd gevolgd om gesprekken mee te voeren. Het valt immers niet mee om je verwachtingen bij te stellen. Sterker nog, dit is één van de meest onderschatte en moeilijkste opgaves binnen de opvoeding, op welk terrein dan ook. Geduld is in die gevallen een schone zaak.

Vergeet het vergeten kind niet

Vergeet het vergeten kind niet

Week van het vergeten kind

Het is deze week de week van het vergeten kind. Ik had er eerlijk gezegd tot vorig jaar nog nooit van gehoord, maar toen ik me erin verdiepte kon ik niet anders dan achter dit initiatief staan. Het vergeten kind is het kind dat opgroeit in problematische omstandigheden in Nederland, bijvoorbeeld vanwege psychische problemen in het gezin, armoede, verstandelijke beperking of multi-problem situaties. De organisatie wil deze kinderen bereiken en hen helpen zich zo gezond mogelijk verder te ontwikkelen, ondanks de moeilijkheden waarmee zij te maken hebben.

Schone schijn

Als ik lees over deze doelgroep, merk ik dat dit op zoveel gebieden raakvlakken heeft met de kinderen die ik zie in mijn werk. Kinderen uit alle soorten situaties komen bij mij, met de meest uiteenlopende problemen. Geen enkele situatie is vergelijkbaar, maar toch zijn er wel overeenkomsten. Er zijn situaties waarin kinderen het ogenschijnlijk heel goed doen voor de buitenwereld, maar die een enorme rugzak met ‘shit’ met zich meezeulen.

Veerkracht

Ik ben vaak zo onder de indruk van de enorme veerkracht van kinderen. Hoe zij ondanks ellendige omstandigheden toch nog geluk ervaren, plezier kunnen maken, het goed doen op school of de weg naar de hulpverlening weten te vinden. Eerlijk gezegd vind ik dit ook vergeten kinderen: de kinderen waarvan niemand vermoed dat er iets aan de hand is. Die gewoon maar door blijven gaan, niet klagen maar dragen. Hoe graag je die last ook van hun schoudertjes zou willen halen.

Geheimhoudingsplicht

Niet zelden maken deze kinderen dankbaar gebruik van de geheimhoudingsplicht. Ze willen ab-so-luut niet dat hun vriendjes, de school of zelfs de ouders afweten van waar zij tegenaan lopen. Vaak een dilemma voor mij als hulpverlener. Zeker wanneer het over zaken gaat die in een schemergebied komen van waar de geheimhoudingsplicht ophoud en de meldplicht begint (bijvoorbeeld in het geval van mishandeling). Deze kinderen lopen dus vaak al jaren rond met ‘geheimen’ en zijn vaak zo gespannen als een snaar, omdat de omstandigheden zo stressvol zijn of waren.

Geen stereotiep beeld

Het zijn doodnormale kinderen. Leuke, vrolijke snoetjes, goed gekleed, leuke ouders, etc. Er bestaan geen stereotypen als het om deze problemen gaan. Het komt bij alle lagen van de bevolking voor, bij alle denkbare situaties. Het is absoluut een fabeltje dat je het aan de buitenkant zou kunnen zien. Deze kinderen zijn bovendien vaak een ster als het gaat om maskers opzetten. Ze zijn vaak heel invoelend en empathisch, en weten daarom precies hoe zij hun eigen gevoelens kunnen verbergen voor hun omgeving. Dat maakt de problemen ongrijpbaar en onzichtbaar.

Steun het vergeten kind

In deze week van het vergeten kind wil ik daarom al deze onbewust vergeten kinderen een hart onder de riem steken. Bovendien wil ik iedereen die met kinderen te maken heeft, of je nu ouder, buurvrouw, leerkracht, coach op een sportclub of wat dan ook bent, alert maken op dit fenomeen. Probeer niet direct te oordelen, maar sta open voor andere mogelijke verklaringen. In de week worden bovendien allerlei initiatieven gestart om deze kwetsbare kinderen te helpen.

De eerste week als ondernemer

De eerste week als ondernemer

De overname van Praktijk Inzicht is een feit!

Op 1 januari 2018 was het zover: de datum waar ik al jaren daarvoor naartoe heb gewerkt. Ik ben ondernemer! En heb nu een heuse eigen praktijk voor kind&jeugd GGZ. Hoe cool is dat. Maar hoezeer het tromgeroffel ook aanzwol tot deze heuglijke dag, zo groot was ook de deceptie op diezelfde dag. Want ja, 1 januari is natuurlijk gewoon een vrije dag. En laat ik nou nog in mijn herstelperiode zitten en gewoon ook nog kerstvakantie hebben… Dus geen cliënten, roodgloeiende telefoon of avonden lang verslagen schrijven. Neejoh.

Regeldingen

In plaats daarvan was ik wel keihard bezig met het in orde maken van de laatste zaken. Ik had zo gehoopt dat alles echt rond was voor 2018, maar helaas kun je niet blind vertrouwen op stiptheid en vooral niet op snel werken als het om ambtenarenwerk gaat. Dus was ik die week nog bezig met het uitzoeken van verzekeringen, het eindeloos wachten op alle benodigdheden voor het (dacht ik) simpel openen van een zakelijke rekening en het definitief maken van de overnamecontracten. Oh en ik vergeet natuurlijk het doorvoeren van alle wijzigingen bij de gemeente. De grootste hobbel, waar ik nu 2 weken later, nog steeds geen zicht op heb. Frustrerend, zeker als er een keiharde 0 op je banksaldo staat en de kosten zich in de tussentijd geduldig steeds verder opstapelen.

Het leven van een starter

Ja, het leven van een starter gaat niet over rozen. Ik besloot me er bij neer te leggen. Ik kon hemel en aarde niet bewegen om andere mensen hun taken te laten uitvoeren. Dan ga ik maar leuke dingen doen en genieten van de laatste vrije dagen met de kinderen. Een leuk feestje met sportmaatjes het weekend voor ik écht begon voelde voor mij als een feestje om dit nieuwe tijdperk te vieren. En dat is goed gelukt. Blijkbaar stroomt er deze laatste weken nogal wat adrenaline door mijn aderen, want het nachtelijk wakker liggen (gelukkig zonder lekkages nu) is inmiddels eerder regel dan uitzondering. Ik keek er gewoon ook onwijs naar uit om eindelijk weer lekker te werken. Ja, echt!

Eindelijk, het begint nu echt!

En 8 januari was het dan zover. Het was een dag waarin ik gelukkig veel tijd had voor (nog meer) regelzaken. De voicemail had zich aardig gevuld met nieuwe aanmeldingen en andere vragen en ook de lopende cliënten werden wakker uit de sluimerstand van de vakantie. De dagen ervoor had ik me al zitten verheugen op de dag dat ik mijn collega’s weer zou zien, nu in de rol van werkgever. Nieuw en spannend. Ik kreeg van tevoren echter al zoveel steun en vertrouwen uitgesproken, dat ik ook wat leuks wilde terug doen. Dus shopte ik de afgelopen dagen allerlei cadeautjes bij elkaar tot een ‘hoe overleef ik mijn nieuwe werkgever’ pakket. Leuk om te doen, en nog leuker om te zien hoe enthousiast iedereen dit nieuwe avontuur met me wilde aangaan!

Frustraties

Helaas was ook in de tweede week van de vakantie lang niet alles rond. Ik wachtte nog altijd tot mijn bankzaken geregeld waren, en zat me te frustreren dat de gemeente maar niet opschoot met het wijzigen van de overname gegevens in hun systemen. Plus dat er nog zeer weinig duidelijk is over de betalingswijze van de gegeven zorg. In de praktijk leef ik nu op de pof en werk ik gratis. Een situatie die niet héél lang houdbaar is, dus inmiddels word ik lichtelijk nerveus.

De vrijheid van werktijden

Woensdags is nu mijn vrije dag. Ik heb mezelf de luxe gegeven om dan wél onze oppas aan huis te hebben ’s ochtends, zodat ik dan kan sporten (eindelijk!) en wat andere regelzaken kan doen. ’s Middags blijft vrij voor de kinderen. De donderdagmiddag had ik geen afspraken, en kon ik ineens de kinderen zelf uit school halen. Ik genoot met volle teugen van deze rijkdom van de vrijheid in het bepalen van je eigen werktijden. Al stond Steef een beetje te brommen dat ik niet moest vergeten te werken. Grappenmaker.

Het contract tekenen

Donderdag was sowieso een bijzondere dag, want op deze dag hebben we de overeenkomst officieel getekend. Het had wat voeten in de aarde, maar het is eindelijk zover, mijn lot is bezegeld! Dat voelt heel vrij! Van mijn nu ex-werkgever kreeg ik een bijzonder cadeau. Een beeld met de titel ‘een goed gevoel’. Wat onze wederzijdse gevoelens mooi symboliseert. Dit mooie kunstwerkje krijgt straks een goed plekje in mijn eigen praktijk.

Uitwerken in joggingbroek

Vrijdag ging ik alweer vroeg aan de bak, met weer een volle dag voor de boeg. In de avonden plande ik wat uitwerkwerkzaamheden. Heerlijk, ongestoord achter elkaar door kunnen werken aan een verslag of stapel behandelplannen. Gewoon in joggingbroek met Spotify op de achtergrond. Tot ik geen zin meer heb, want ik hoef aan niemand verantwoording af te leggen over mijn uren. Heerlijk, kan ik wel aan wennen!

Goede voornemens

Er zijn deze week al flink wat nieuwe voornemens ingeslopen, die ik ten uitvoer heb gebracht. De belangrijkste en fijnste is toch wel een wandelingetje maken. Ja, geen wereldschokkend revolutionair idee, maar daarom niet minder effectief of gewaardeerd. Mijn werk blijft immers toch vooral zittend werk, waarbij wat beweging tussendoor sowieso een goed idee is. Maar het werkt ook om je hoofd helder te krijgen, dingen te overdenken of op nieuwe ideeën te komen. Of om gewoon eens je collega te kunnen spreken over het weekend en letterlijk pauze van je werk te nemen.

Niet inhoudelijk werk

In dezelfde week zijn er ook een heleboel andere zaken om de hoek komen kijken, die niet direct met de GGZ te maken hebben. Telefoontjes met de gemeente, met de accountant en uitzoeken welk boekhoudkundig programma gebruikt moet worden. Aanleveren van bergen papierwerk, om bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomsten van mijn personeel te kunnen opstellen. De gemeenteambtenaar achter haar broek aan zitten zodat ik eindelijk eens geld krijg om dat fijne personeel ook te kunnen betalen straks. Een mobieltje van de zaak regelen. Een account regelen voor het declaratiesysteem voor de zorg. Privacywet uitzoeken. Agenda’s laten synchroniseren. Dat soort dingen.

Terugblik op de eerste week

Terugkijkend op mijn eerste week (nou vooruit, eerste twee weken), kan ik alleen maar heel trots, blij en enthousiast zijn. En wel een beetje moe. De spanningen tot aan het moment van tekenen lijken er nu ineens een beetje uit te komen. Maar het is ontzettend gaaf om dit te kunnen en mogen doen, om met zulke fijne collega’s samen te werken en om zo’n lieve teamgenoot naast je te hebben staan. Het voelt echt als samen doen. Ik kijk er naar uit om al mijn ideeën straks echt in de praktijk te kunnen brengen!

 

 

Dromen over de toekomstige praktijk

Dromen over de toekomstige praktijk

Hoe ziet de ideale praktijk eruit?

Inmiddels heb ik nu ruim 8 jaar bij mijn werkgever gewerkt. Best een tijd al. Als ik wel eens om mij heen hoor hoe vaak er soms van baan wordt gewisseld… Toch is het niet dat ik zo honkvast ben. Ik ben van nature wat onrustig van aard: altijd op zoek naar iets nieuws, nieuwe uitdagingen en prikkels om mijn grenzen te verleggen en meer te ontdekken of te leren. En toch ben ik nooit van baan veranderd en is dat eigenlijk nooit in mij opgekomen.

Een praktijk aan huis

In mijn werk is zóveel te leren. Je kunt je in zoveel richtingen specialiseren, dat het eigenlijk een constante uitdaging blijft. En mijn werksetting: een particuliere praktijk, voelt voor mij als het meest natuurlijke, de fijnste werkomgeving die je kunt verzinnen. Nouja, bijna dan. Want niet voor niets ben ik nu voor mijzelf begonnen en werk ik toe om een praktijk aan huis te starten. Want dát voelt als de ultieme droom. Dat is hoe ik het liefste wil, en het is heel bijzonder dat dit daadwerkelijk gaat gebeuren, als de verbouwing eindelijk rond is.

Wat wil de cliënt?

Sinds ik werk waar ik nu zit, merk ik dingen op die lekker lopen, maar natuurlijk ook die anders of beter kunnen. Ik spreek er regelmatig over met anderen, want natuurlijk ben ik nieuwsgierig hoe zij over zaken denken. Natuurlijk is er heel veel ‘opgelegd’ vanuit de overheid, waardoor sommige vrijheden sterk worden ingeperkt. Maar daaromheen is er nog genoeg om zelf in te vullen. En wie kan het beste aangeven wat zij zouden willen? Juist, de cliënten. De mensen die, vroeg of laat, gebruik willen maken van de ggz zorg. In feite kan iedereen van jullie dat zijn.

Sfeer, inrichting, ruimtes…

Daarom in deze blog een uitnodiging om hierover mee te denken. Want stel je voor, om wat voor reden dan ook heb jij of je kind straks hulp nodig, en dan wil je toch op een plek komen waar je je fijn voelt, gehoord en begrepen. En los van de hulpverlener: wat vind je fijn in zo’n praktijk? Wat voor ruimtes stel jij je voor? Wat vind je belangrijk? Hoe wil je ontvangen worden? Wat voor soort sfeer of inrichting is fijn? Wat voor service of faciliteiten verwacht je bij de praktijk? Genoeg om over na te denken. En voor mij de tijd om de meningen te peilen.

Praktische zaken

Allereerst maar eens de praktische zaken. Als je een afspraak maakt, doe je dat dan liever telefonisch of online? Wil je zelf een afspraak kunnen inplannen, bijvoorbeeld via een online agenda? Of wil je liever iemand aan de telefoon spreken? Vul je liever veel in van tevoren of juist zo min mogelijk? Verwacht je dat er een spelkamer is of andere faciliteiten voor je baby, kind of jezelf? In wat voor soort behandelkamer voel je je het best op je gemak? Aan een tafel, in een zitje, of desnoods op een sofa?

Diensten en hulpaanbod

Dan de vorm van de behandeling. Lijkt het je fijn om in contact te komen met andere (ouders van) cliënten met soortgelijke hulpvragen, of bijvoorbeeld cursussen of lezingen over bepaalde thema’s bij te wonen? Wat is, naast therapie, voor jou een meerwaarde als hulpaanbod? Bijvoorbeeld een training, een stukje onderzoek naar bijvoorbeeld persoonlijkheid of executieve functies tegen een meerprijs?

Psychische kant van voeding

Daarnaast heb ik me afgelopen jaren meer en meer verdiept in voeding, omdat ik de wens heb deze kennis (en passie) te kunnen combineren met mijn werk. Steeds meer worden eetproblemen, overgewicht en obesitas gezien vanuit de psychologische kant. En terecht, naar mijn mening. Het lijkt me mooi om een totaalpakket aan te kunnen bieden van een stukje psychische begeleiding en bijvoorbeeld voedingsadvies. Ik ben benieuwd wat hierin wensen of verwachtingen zijn.

Waar is meer aandacht voor nodig?

Dan nog een inhoudelijke vraag: voor welke problematiek of thematiek is er volgens jou op dit moment te weinig aandacht of aanbod? Wat mis je in de regio, aan kennis of aanbod? Of waar ben je misschien tegenaan gelopen in het verleden in de jeugdzorg of het zoeken naar hulp? Ik ben heel nieuwsgierig wat er op dit moment bij jullie speelt en leeft en wissel hierin graag van gedachten. Daarom een uitnodiging voor iedereen: geef je reactie hieronder over wat er bij jou opkomt!

 

 

Supervisie traject binnen de OG opleiding

Supervisie traject binnen de OG opleiding

Zelf in therapie als therapeut

Al eerder beschreef ik hoe ik voorgaande jaren mijn registratietraject doorliep om Orthopedagoog-Generalist (OG) te worden. In deel 1 ging het over de algemene zaken, terwijl ik in deel 2 dieper op bepaalde opleidingen inging. In dit derde deel besteedt ik aandacht aan een belangrijk onderdeel van het traject: de supervisie. Om een goede therapeut te worden, moet je in feite zelf in therapie. Verplicht. 90 uur lang.

Groeien

In de jaren dat ik al die nascholing volgde, ben ik erg gegroeid. In letterlijke zin, want ik raakte maar liefst drie keer zwanger en met elke zwangerschap groeide ik met gemak zo’n 20 kilo (daarna ben ik gestopt met wegen). Maar vooral ook in figuurlijke zin. Vers van de universiteit weet je eigenlijk nog meer heel weinig. Het voelde voor mij daarom heel prettig om door te leren. Maar hoe meer ik leerde, hoe meer ik beseft hoe weinig ik nog wist. Ik krijg in mijn leven nooit alles bij elkaar geleerd wat ik zou willen weten.

Toepassen van kennis

Keuzes maken is daarom een noodzaak. Het mooie van een sprokkeltraject is dat je, zeker in het begin, vrij bent in de onderdelen die je kiest. Ik liet me leiden door mijn interesses en was daarom meestal zeer gemotiveerd voor de cursussen. Maar na een cursus komt de grootste uitdaging: het toepassen in de praktijk. Hoewel daar vaak al wel opdrachten binnen de cursus voor zijn, waarin je bijvoorbeeld opnames van jezelf moet maken of een casus moet uitschrijven, is er nooit voldoende ruimte om écht diep op je functioneren in te gaan.

Aan de slag met jezelf

Het beroep van therapeut is een heel mooi maar zwaar vak. Je hebt te maken met andermans problemen, die je moet dragen, verwerken en vervolgens als het even kan ook oplossen. Het vraagt veel van je eigen veerkracht om al die moeilijkheden aan te horen en een plekje te geven. Niet voor niets dat er van je wordt verwacht dat je supervisie volgt. In dat (zware) traject, volg je maar liefst 90 uur supervisie, waarin je leert een goede therapeut te zijn. Hoe? Door aan de slag te gaan met jezelf.

Jezelf als therapeut ontwikkelen

In veel cursussen komt het al een beetje aan de orde: je oefent rollenspellen met anderen, je brengt een eigen probleempje in om EMDR op te proberen of je krijgt feedback over je gespreksvaardigheden na een oefening. Supervisie gaat verder dan dat. Eén op één ga je in sessies van 1,5 uur per keer diep in op jouw handelen als therapeut. Wat zijn je doelen, waar liggen je valkuilen, wat doe je goed, waar gaat het mis?

Klik met cliënten

Hoe jij als therapeut bent is heel persoonlijk, zoals je als mens persoonlijk bent. Terwijl ik vaak wordt omschreven als rustig en begripvol, kan een ander weer spontaan en grappig als eigenschappen toegedicht krijgen. Zo heeft iedere therapeut zijn eigen stijl en kwaliteiten. Dat betekent ook dat er sprake kan zijn van een match of mismatch tussen een therapeut en cliënt. Je kan jezelf bijvoorbeeld erg herkennen in iemands verhaal. Fijn, want je voelt diegene goed aan. Maar ook een valkuil, want misschien loop je ongemerkt een stapje te hard voor diegene.

Leren van jezelf

Andersom kan het ook zijn dat je een cliënt hebt waar je tegenop ziet. Dat is interessant. In supervisie heb ik geleerd dit altijd als een leermoment te ervaren. Hoe komt het dat ik er tegenop zie? Wat roept die cliënt of dat probleem bij mij op? In supervisie leer je dat al die gevoelens van jezelf als therapeut ergens op gebaseerd zijn. En ja, net zoals bij onze eigen cliënten, grijp je heel vaak terug naar ervaringen vanuit het verleden. Want we kunnen er vaak niet omheen: het verleden vormt je, en maakt dat je handelt zoals je handelt. Het is ontzettend waardevol om dat van jezelf te begrijpen en te herkennen, zodat je erop kan anticiperen in therapie als het nodig is.

Zwaar werk

Het is dus onzin dat je als therapeut alles maar naast je neer kunt leggen, of dat je geen gevoelens hebt of mag tonen. Casussen grijpen ons wel degelijk aan, en het vergt heel wat om dat allemaal te verwerken. Als ik net een heftig gesprek heb gevoerd met een onwillige, opstandige puber met woede-uitbarstingen en alle zeilen moest bijzetten om het niet te laten escaleren, heb ik soms slechts een minuutje schakeltijd om door te gaan naar het gesprek met een adolescent die zo bang is dat ze het leven niet meer ziet zitten en ik moet oppassen dat ik niet in de valkuil van ‘redder’ stap, om dit kind eruit te willen halen. En als ik dan de deur achter haar sluit, zit mijn volgende cliënt al spanningsvol te wachten. Zij gaat EMDR volgen omdat zij zich voelt falen als moeder, en ik moet nog een afspraak met de ander maken.

Emotionele belasting

Zoals Dick Bouman ook schrijft in zijn boek, de ondernemende psychotherapeut:

“Psychotherapie is ook zwaar werk (…). Het is werk dat de emotionele reserves aantast, het zuigt leeg. Een dag die gevuld is met afspraken met mensen die met zichzelf in de knoop zitten, die soms moeizaam contact leggen of die moeilijk en ‘lastig’ zijn in de omgang, vergt heel veel. (…) De therapeut krijgt met kracht een rol opgelegd: hij wordt hulpeloos, onmachtig of woedend gemaakt. Hij krijgt te voelen wat het is om misbruikt, onbegrepen, verleid of onmachtig te zijn, haat en razernij te voelen, altijd te moeten falen, angst te voelen om gek te worden. Dat leidt gemakkelijk tot emotionele uitputting die je mee naar huis kunt nemen.”

Grenzen aanvoelen en bewaken

Door middel van supervisie leer je deze grenzen aanvoelen en bewaken, leer je hoe je met deze complexe gevoelens kunt omgaan. Zowel bij je cliënt, als bij jezelf. Het heeft me iets heel moois geleerd: dat elk moment van onzekerheid, boosheid, frustratie of wat voor naar gevoel dan ook, een les voor je kan zijn. Op het moment dat je nagaat waar deze gevoelens van jezelf mee te maken hebben, kan je er achter komen hoe je er het beste op kunt reageren. Of desnoods wat je nodig hebt.

Verrijking

Het is iets rijks: je kan het niet fout doen, in die zin, dat elke tegenvaller een kans biedt voor iets nieuws. Ik heb de supervisie dan ook met beide handen aangegrepen. Sterker nog, het staat al op mijn verlanglijstje om uiteindelijk ook de supervisorenopleiding te gaan doen.

Ouderschap is soms geen feestje!

Ouderschap is soms geen feestje!

Moeder zijn is keihard werken

“Jij bent de enige, echt de enige, die durft toe te geven dat het ouderschap niet alleen maar rozengeur en maneschijn is. De enige! In mijn hele omgeving is er niemand die dat ook maar een beetje laat blijken. Al die tijd heb ik in de veronderstelling geleefd dat ik het fout deed, dat het aan mij lag. Dat het alleen maar bij mij mis ging. Dat ik dat echt niet kon, moeder zijn.”

Dit zei een moeder een tijdje terug tegen me. Ze had mijn blogs gelezen en het was volgens haar een verademing. Ik, aan de andere kant, wist niet wat ik hóórde! Wat zeg je nou, hebben jullie het er dan niet onderling over? Is er geen openheid tussen ouders onderling of tussen vrienden? Nee, deze moeder gaf aan dat er een taboe heerst over ouderschap. Blijkbaar mag er niet over moeilijkheden of onzekerheden gepraat worden. Ik was geschokt!

 

Taboe over opvoeden

Maar het motiveerde me enorm om met mijn schrijven door te gaan. Al heel lang merk ik dat er online een schroom bestaat om te reageren, maar offline krijg ik des te meer reacties. Via via hoor ik dat er over wordt gesproken en soms spreken vreemden mij er ineens op aan. Dat is fijn, want mijn doel is júist om het taboe te doorbreken. Ik doe vrijwel niet anders: op mijn werk praat ik dagelijks over het ouderschap, hoe pittig dit is, en hoe moeilijk het soms lijkt om het goed te doen. En tegelijkertijd hoe belangrijk het ook is om vooral dicht bij jezelf te blijven en je eigen intuïtie te volgen.

 

Wanneer doe je het goed?

Blijkbaar is er in onze maatschappij zóveel aan informatie beschikbaar, dat er door de bomen het bos niet meer wordt gezien. Tegenstrijdige berichten van Jan en Alleman die er een mening over hebben, mensen die zich ‘expert’ noemen of ‘ervaringsdeskundige’ met twijfelachtige achtergronden, maar wel zeer invloedrijk zijn op bijvoorbeeld social media. Ik snap de onzekerheid van ouders, want wanneer weet je nou wat je moet geloven?

 

Vertrouwen op je intuïtie

Dezelfde moeder gaf aan dat zij zo in de war was gebracht, dat zij zelfs een tijd heeft gehad dat zij niet meer naar haar intuïtie luisterde. In dit geval hechtte zij teveel waarde aan haar omgeving, die had geroepen dat ouders te snel aan de bel trokken, te snel bij de huisarts zaten en wilde zij vooral niet als ‘aansteller’ gezien worden. Hierdoor wachtte zij langer dan gebruikelijk met naar de huisarts gaan, waar later bleek dat haar kindje wel degelijk erg ziek was.

 

Natuurlijk ouderschap

Meer dan eens voer ik met ouders het gesprek hierover, want gelukkig is ouderschap in de basis iets heel natuurlijks. Het is niet zo dat je vanzelfsprekend alles goed doet als ouder, maar dat is gelukkig ook niet nodig. Sterker nog, wanneer wij over ‘goed’ ouderschap praten (voor zover je zoïets complex in een hokje kunt duwen), is maar zo’n 30% van ons handelen afgestemd op onze kinderen. En dat is voldoende. In de praktijk betekent het, dat je als ouder vaak intuïtief aanvoelt dat er iets met je kindje is, of wat er met je kind is.

 

Jij bent de expert!

Niet ik ben de expert als het om opvoeden gaat, maar jij. Jij, want jij bent de ouder. Jij kent je kind al vanaf de geboorte, of misschien zelfs al eerder, tijdens de zwangerschap. Jij staat het dichtst bij de ontwikkeling, hebt het meeste meegemaakt, gezien en ervaren met je kind. Je groeit met je kind mee, en je kind is een deel van jou, en om die reden zou ik het nooit beter kunnen doen dan jij. Wanneer ouders bij me komen, soms ten einde raad, en iets zeggen in de trant van “ja, zeg jij het maar, jij hebt ervoor geleerd”, is het daarom altijd nodig dit idee bij te stellen.

 

Samen kijken wat nodig is

Wat ik doe, is enkel van een afstand (die je als ouder logischerwijs niet hebt) helpen met het teruggeven van wat ik zie, het helpen reflecteren, het stellen van vragen waarop de ouder zélf een antwoord mag geven, die leidt tot meer inzicht. Jij als ouder mag de betekenis geven aan dit alles. Natuurlijk geef ik wel adviezen, of leg ik dingen uit, maar is niet de essentie. Mijn doel van deze gesprekken is leren om ouders te laten vertrouwen op hun intuïtie. Op hun oerinstinct. En samen, als team, kunnen we vervolgens kijken wat jij of kind nodig hebben om goed verder te ontwikkelen.

 

Open over opvoeden

Blijkbaar mag ik mij gelukkig prijzen dat ik vrienden om me heen heb, waarin er veel openheid is. We plakken onze kinderen wekelijks onder denkbeeldig behang of zetten ze op marktplaats in de categorie gratis af te halen. Wekelijks praten we over hoe pittig het is, dat moeder zijn. En we snakken meerdere keren per jaar naar een escape, even een weekendje vrij van al dat ‘gemoeder’. Helaas is de praktijk dat dat weekendje vrij hooguit 1x per jaar is. Want ook dat is het leven: het zorgen gaat maar door en door.

 

Schone schijn ophouden

Laatst sprak ik weer af met vrienden, en één van hen vertelde dat mijn artikel was gelezen door een vriendin van een vriendin (etc.) die het zo fijn vond om te lezen dat er eens ‘gewoon’ werd geschreven over kinderen. Dat ze soms het bloed onder je nagels vandaan halen en je tot wanhoop drijven. Het was in haar omgeving, tussen vrienden, op het schoolplein, langs het sportveld, totaal geen gespreksonderwerp. Sterker nog, het werd keihard ontkent! Alle ouders die zij sprak, deden voorkomen alsof hun kinderen nooit onderling ruzie maakten of op een andere manier niet voorbeeldig waren.

 

Opvoeden is keihard werken!

Waarom maken wij het elkaar als ouders zo moeilijk? Waarom zijn we zo hard voor elkaar en houden we die schone schijn op? Want natuurlijk is dat complete lariekoek. Opvoeden kan ontzettend leuk zijn en ja, ‘je krijgt er zoveel voor terug’, maar bovenal is het gewoon keihard werken. Je leven draait zeker de eerste jaren compleet om de kleintjes en al je eigen dingen moet je daar maar omheen passen. Niet zo gek dat veel ouders heel blij zijn als hun kroost op bed ligt en zij uitgeblust op de bank neer kunnen ploffen.

 

Je bent niet de enige

Bij deze wil ik daarom een oproep doen aan alle ouders: wees eens gewoon eerlijk naar jezelf en anderen. Het scheelt zoveel onzekerheid, zoveel verdriet en faalgevoelens, wat in stand wordt gehouden door voor mij onbekende redenen. Laten we voortaan gewoon zeggen hoe het is en een beetje lief voor elkaar zijn. Want uit ervaring weet ik hoe fijn dat is. De herkenning bij anderen: ‘gelukkig, ik ben niet de enige’. Want je bent echt niet de enige.

 

Noodkreet vanuit de jeugdzorg

Noodkreet vanuit de jeugdzorg

Wachten tot het misgaat

Er is iets heel ergs gaande in de jeugdzorg. Al sinds de invoering van de nieuwe jeugdwet in 2015 maak ik mij zorgen over de gevolgen voor de kinderen en gezinnen in de praktijk. Misschien denk je: ‘dat zegt me allemaal niks, het is een ver van mijn bedshow’. Think again. Want de werkelijkheid is dat we er in toenemende mate problemen in ervaren. En heel eerlijk: ik houd mijn hart vast hoe dit zich verder gaat ontwikkelen.

 

Tikkende tijdbom

Vorige week was er een nieuwsbericht op de NOS. Er ze komen de laatste maanden steeds meer: noodkreten van ouders, hulpverleners die aan de bel trekken, de media die hun afgrijzen over de huidige praktijken binnen jeugdhulpland laten klinken. In het bericht van gisteren sturen ouders van een suïcidale dochter een wanhoopskreet de wereld in via Facebook: ze kan, ondanks meerdere suïcidepogingen, nergens terecht. Het voelt als een tikkende tijdbom.

 

Kinderen kunnen nergens terecht

Hoewel dit een extreem voorbeeld is van een zeer complexe casus, is er in de rest van Nederland dezelfde beweging aan de gang. Wij, in regio Zuid Holland Zuid, beslaan één van de grootste regio’s in Nederland en zijn verantwoordelijk voor jeugdhulp aan miljoenen mensen. Dit zegt helaas niks over goed geregelde hulp. In alle 17 gemeentes die binnen deze regio vallen, is er sprake van oplopende wachtlijsten, geen plek voor cliënten, budgetten die op zijn, cliëntenstops en overwerkte mensen.

 

Problemen sinds de nieuwe jeugdwet

Hoe kan dat? In 2015 is er een wetswijziging gekomen. Waar vroeger jeugdhulp werd vergoed door je eigen zorgverzekeraar, zijn nu gemeentes verantwoordelijk gemaakt voor het inkopen van de jeugdhulp. Het is een complexe zaak, en als leek lastig te begrijpen. Het is daarom ook onvoorstelbaar dat zoiets belangrijks en grootschaligs in 2 jaar tijd totaal op zijn kop is gezet om het bij de gemeentes te plaatsen. Voor veel mensen in het werkveld klonken alle plannen te mooi om waar te zijn. En helaas blijkt dat ook zo te zijn.

 

Politiek probleem

Doordat werkelijk álles is veranderd in het regelen en vergoeden van zorg voor de jeugd, werd aan alle kanten opnieuw het wiel uitgevonden. En zoals past bij iets nieuws proberen, gaat dit gepaard met veel probeersels en nog meer mislukkingen. Helaas lijkt de Nederlandse politiek zo ingericht, dat de plannen koste wat kost moeten worden doorgeduwd. Het is hun eer te na om halverwege te constateren dat het toch niet zo goed uitpakt als ze hadden voorzien, dus steken ze hun kop in het zand en roepen nog wat harder: ‘wij staan voor één gezin, één plan!’ en meer van die lege uitspraken.

 

Geen geld meer

Het is tenenkrommend en om gek van te worden. Toen ik na de kerstvakantie weer ging werken was het 9 januari. We hadden niet lang daarvoor te horen gekregen wat ons budget voor 2017 zou zijn. Wéér 11,5% eraf. In totaal is er in 3 jaar tijd maar liefst ruim 30% bezuinigd. Dat dat natuurlijk krankzinnig is, is nog een andere discussie. Maar toen ik mijn administratie deed en bekeek hoeveel cliënten er mee verhuisden van 2016 naar 2017, kwam ik tot de schokkende ontdekking dat we al aan het budgetplafond zaten. Als ik alle nieuwe aanmeldingen uit de kerstvakantie meetelde bij de lopende cliënten, zou ik ons volledige budget van 2017 al hebben verbruikt!

 

Noodsituatie

Ik trok aan de bel: dit is een noodsituatie! Dit kan niet! Hoe kan het in vredesnaam zo zijn dat ik in januari al tegen mensen moet zeggen dat ze niet meer bij ons terecht kunnen? Hoe moet dat als de behandelingen van de lopende cliënten straks afgerond zijn? Ga ik dan duimen zitten draaien? Terwijl we merken dat de aanmeldingen maar binnen blijven stromen, terwijl de hulpvragen steeds meer toenemen en de behoefte aan goede zorg alleen maar groter wordt?

 

Bureaucratie en administratieve last

Het is nu juni 2017. We hebben met héél veel passen en meten, eindeloos onderbouwen en in feite op onze blote knietjes smeken bij de gemeente (die het geld uitdeelt) of wij asjeblieft in aanmerking mochten komen voor ophoging van het budget. Nou dat mocht hoor, zo verkondigde de gemeente. Wanneer wij in aanmerking wilden komen voor een extra 10% (ha! 10%! Een schijntje dus. En dan te bedenken dat we die in eerste instantie moesten inleveren, dus niks extra, maar gewoon ons eigen geld), moesten we een dubbel A4’tje met voorwaarden aanleveren aan papierwerk en klinkklare bureaucratische onzin.

 

Wat gebeurt er straks?

Puntje bij paaltje kregen wij bij Gods gratie die 10%, dus konden we de executie oprekken. Tot nu. Want nu zijn wij bij het punt beland dat er geen beweging meer mogelijk is. Wat betekent dat, vraag je je af? Ik zal het je vertellen:

  • we kunnen geen cliënten meer aannemen
  • onze cliënten die voor ons kiezen, hebben geen keuzevrijheid meer, wat zo mooi wordt gepromoot door de gemeente (weer zo’n lege huls)
  • cliënten die hun behandeling bij ons willen afmaken, maar dat niet kunnen doen omdat het geld op is, zijn verplicht om de behandeling af te breken en ergens anders verder te gaan: weer opnieuw een relatie aangaan, vertrouwen winnen, alles vertellen… Een aanslag op de motivatie, het vertrouwen en de effectiviteit van de zorg
  • we kunnen geen cliënten meer verwijzen naar collega’s, want hun geld is ook op
  • de problemen van cliënten nemen toe
  • ik moet tegen cliënten zeggen dat zij pas weer in het nieuwe jaar terecht kunnen, wat ik al zeg sinds februari!
  • als cliënten zelf willen betalen kunnen zij wel terecht. Ik vind dit moreel onaanvaardbaar. Zorg moet voor iedereen beschikbaar zijn die het nodig heeft, geen luxeproduct voor de rijkeren!
  • de wachtlijsten worden langer bij de hulpverleners die nog wél budget hebben
  • problemen worden ernstiger, complexer en hardnekkiger
  • problemen die bij ons hadden kunnen worden behandeld, veranderen door lang wachten in problematiek waar veel duurdere en langdurige zorg nodig is
  • mensen kunnen nergens meer terecht met hun problemen. Jawel zegt de gemeente: want 25km verderop zit nog een praktijk die nog budget heeft. Of jawel, zegt de gemeente: bij deze hulpaanbieder kun je nog terecht. Hoe komt het dat die mensen nog budget hebben? Ze staan blijkbaar niet goed bekend?
  • de hulpaanbieders die nog wél budget hebben, maar waar mensen liever niet naartoe willen, omdat ze daar bijvoorbeeld geen goede verhalen over horen of omdat ze er een andere reden voor hebben om de kwaliteit in twijfel te trekken, krijgen alsnog de cliënten in hun schoot geworpen. Een soort beloning voor hun matige werk?De problemen nemen toe Ik kan er nog eindeloos over doorgaan, maar zal ander relaas voor een andere keer bewaren. Voor nu wil ik alleen maar de iedereen wakker schudden: jongens let op! Ik houd mijn hart vast voor mijn cliënten en alle hulpbehoevende kinderen en gezinnen in Nederland. Het mag toch niet zo zijn dat cliënten nergens terecht kunnen?

 

Wordt wakker!

Het is afwachten wanneer het misgaat. De nieuwsberichten die nu steeds meer verschijnen, bevestigen onze zorgen. Wat des te schrijnender is, is dat de gemeente aangeeft dat er sinds de invoering van de nieuwe jeugdwet alleen maar een toename is in de problemen. Zowel in de basis GGZ (de lichtere zorg) als de specialistische GGZ (de zwaardere zorg). Ohja, en uiteindelijk moesten gemeentes aan het eind van het jaar alsnog een paar miljoen ophoesten, want er bleek iedere keer toch meer geld nodig dan voorzien. Nouja, dan zíj hadden voorzien, want voor ons was het geen verrassing. Er gaat dus duidelijk wat mis, maar het is de vraag wanneer er wat aan gedaan wordt.

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

De belangrijkste opleidingen

In mijn registratietraject, die grofweg vijf jaar besloeg, heb ik meerdere ontwikkelingen doorgemaakt. Ik heb ontdekt waar mijn interesses lagen, waar mijn sterktes en zwaktes lagen en misschien wel het belangrijkste: ik heb mijn visie ontwikkeld. Mijn visie op de hulpverlening, op de hulpverlener die ik wil zijn. Dat had, logischerwijs, wel even tijd nodig.

De eerste opleiding

Ik startte mijn traject door een van de vele nascholingsgidsen open te slaan en langs alle titels van de verschillende cursussen te scannen. Het criterium was in eerste instantie: wat lijkt me leuk? Ik had net de universiteit afgerond, en was in mijn naïviteit in de veronderstelling dat ik dus al behoorlijk wat wist. Dat ik dat mis had, werd me (gelukkig) al heel snel duidelijk. Sterker nog, hoe meer ik heb geleerd, hoe meer vragen het heeft opgeroepen en hoe meer het mij nieuwsgierig maakt naar andere dingen.

Oplossingsgerichte therapie

Mijn eerste cursus was de cursus oplossingsgerichte therapie. Dat was een goede start. Het is een therapievorm die uitgaat van de kracht en mogelijkheden van de cliënt, een hele positieve therapievorm die vooral geschikt is voor het gebruik bij milde problematiek. Het kan prima gebruikt worden als gesprekstechniek naast andere interventies. Nog steeds is de oplossingsgerichte manier van werken iets wat we veel gebruiken, wat mij ook een houvast geeft op de momenten dat ik bijvoorbeeld even geen goeie vraag weet te bedenken. Het geeft richting voor de therapeut en hoop voor de cliënt.

ADHD

Onder de indruk van het hele volgen van nascholing begon ik enthousiast aan de tweede cursus, over ADHD. Dit bleek helaas een misser. Het gaf me niet wat ik hoopte, en ik baalde dat ik de ruim 700 euro’s van die cursus voor mijn ogen zag verdampen in teleurstelling. Nouja, fouten maak je om ervan te leren, dus trok ik hier lering uit: beter letten op de docent, op recensies van anderen, het opleidingsinstituut en kritischer zijn in het kiezen van onderwerpen. Weten we dat ook weer.

Cognitieve gedragstherapie

Toen ik na mijn bevalling van Meia echt serieus aan de bak wilde, besloot ik het grootser aan te pakken en te kiezen voor een grote opleiding: die van de cognitieve gedragstherapie (CGT). Ik dacht namelijk, door wat er op de universiteit geleerd werd en in de boeken te lezen is, dat deze therapievorm een Heilig Goed was. Als je dat kon, dan was je wat waard.

Literatuur

Afijn, dus ging ik met kriebels in mijn buik naar de opleiding. Ik moest geloof ik wel een paar keer slikken en flink op m’n hoofd krabben toen ik de docent met een grote bagagewagen de cursusmappen naar binnen zag rijden. Godzijdank was ik met de auto, want hoe had ik in vredesnaam die 4 Gigantische mappen mee kunnen krijgen!?

Gedragsmodificatie

Vanaf dat moment begon het ‘echte werk’. Ik zat avonden te ploeteren op kilometers tekst en maakte me druk om de toets die elke cursusdag zou worden afgenomen. Ik moest mezelf onder de loep nemen met een gedragsmodificatie opdracht. In gewone taal: ik ging mezelf afleren mijn kleren op de stoel te gooien als ik naar bed ging en aanleren om ze, in plaats daarvan, netjes in de kast op te hangen.

Zelfvertrouwen

Het lukte. Ik kreeg, tot mijn eigen verbazing, de stof onder de knie, mijn leeswerk op tijd af en opdrachten ingeleverd. Elke week leerde ik weer nieuwe interventies die ik in mijn werk kon toepassen. Ik maakte mijn cliënten tot gewillige slachtoffers van mijn nieuwe kennis, en met hun vooruitgang groeide mijn zelfvertrouwen. Toen ik merkte dat mijn eigen gedrag ook daadwerkelijk veranderde (er lagen inmiddels meer kleren in de kast, dan er buiten), was dit een extra motivatie om ermee door te gaan.

Symbooldrama

Ik deed daarna nog twee vervolgcursussen van de cognitieve gedragstherapie, ook omdat ik met de gedachte speelde om hierbinnen eventueel ooit een registratie te halen. Maar tegelijkertijd maakte ik een totaal andere keuze. Ik had in mijn werk vaak bij cliënten van mijn collega gezeten, met wie ze symbooldrama deed. Ik was altijd verwonderd wat hier nu precies gebeurde en begreep er geen zak van hoe die kinderen zich zo snel beter gingen voelen. Dat was mijn simpele motivatie om die opleiding te gaan doen.

Twee kanten van de medaille

Dus startte ik, parallel aan de cognitieve gedragstherapie, ook met de opleiding symbooldrama. Later bleek dit een ontzettend slechte timing, omdat ik daardoor twee zware trajecten naast elkaar liet lopen. De impact daarvan had ik volledig onderschat, maar het heeft uiteindelijk wel geholpen in mijn vorming en het maken van keuzes. In deze opleiding werd voor mijn gevoel de andere kant van de medaille belicht. Waar de cognitieve gedragstherapie een meer verbale, rationele therapie is, gaat symbooldrama veel meer over het voelen en ervaren, het non-verbale.

Je eigen leerproces

In deze opleiding moet je zelf aan de slag. Je leert de therapie, door het zelf te ondergaan. En dat is niet altijd gemakkelijk, maar wel de enige manier om te begrijpen hoe het werkt en om je cliënten goed te snappen. Door dit leerproces werd me ineens heel veel duidelijk: hoe mooi en effectief de CGT ook is, het is niet volledig of zaligmakend, zoals ik in het begin dacht. Een andere keer zal ik dieper ingaan op het opleidingstraject van de symbooldrama.

Willen begrijpen

Door deze verschillende ervaringen, stelde ik mijn eigen opleidingstraject bij. Ik wijzigde mijn koers van het rationele, naar het meer leren begrijpen van gedrag en emoties. Omdat ik zelf net moeder was geworden van inmiddels 2 kinderen, was ik tegelijkertijd ontzettend geïnteresseerd in de ontwikkeling van jonge kinderen. Dus besloot ik een andere, grote cursus te volgen in de psychopathologie en diagnostiek van jongere kinderen.

Jonge kinderen

In deze cursus, waar ik nog nooit zoveel literatuur in korte tijd heb gelezen als toen, heb ik zó waanzinnig veel geleerd, dat ik voor mijn gevoel eindelijk de basis als therapeut kreeg waar ik naar op zoek was geweest. Zonder het zelf te weten. In deze opleiding werd mij geleerd hoe de ontwikkeling van jonge kinderen loopt, die niet los is te zien van de relatie met zijn omgeving. Dus hoe het gaat tussen ouders en kinderen.

Nog lang niet klaar

Wat ik vooral heel waardevol vond, waren de parallellen die werden gelegd tussen de vroege ontwikkeling en het gedrag op latere leeftijd. Gedrag wat wij als volwassene laten zien, heeft uiteindelijk de oorsprong in de eerste jaren. In deze opleidingen heb ik me o.a. verdiept in de visie van de Infant Mental Health en de methode van Floorplay. Ik ben nog altijd niet uitgeleerd op dit gebied, en heb nog stapels boeken in de kast die ik moet (wil) lezen.

Een volgende keer vertel ik meer over dit registratietraject.

 

 

Het verhaal van een vluchteling

Het verhaal van een vluchteling

Gevlucht uit Syrië

Soms wil ik me er weleens voor afsluiten. Voor al die verhalen in de media. Voor alle nieuwsberichten waarin de ene waarheid nog gruwelijker is dan de vorige. Maar dat is struisvogelpolitiek. Want helaas zijn al die verschrikkelijke berichten de keiharde waarheid voor duizenden mensen. En af en toe vindt één van die duizenden de weg naar onze praktijk. Ondanks alle taalbarrières, vervoersproblemen en financiële zorgen.

Last van angsten

Vandaag het verhaal van één van hen. Laten we haar Samira noemen, 9 jaar. Ze stapte samen met haar vader binnen bij onze praktijk, om te vragen of ze geholpen kan worden bij haar angsten. Pas 1,5 jaar wonen ze in Nederland, en Samira weet zich al knap verstaanbaar te maken. Hand in hand met haar vader kijkt ze verwachtingsvol met donkerbruine ogen naar mij, als we een afspraak maken.

Niet durven slapen

Wanneer Samira op intakegesprek komt, legt ze vol gevoel uit waar ze last van heeft. Ze wonen in een klein flatje. Haar ouders, Samira en haar twee broers. Het is klein en krap, maar ze hebben een huis en zijn veilig, benadrukt vader. De vorige bewoner was een oude man, die uiteindelijk is overleden. Sinds Samira en haar gezin in dit huis wonen, kan Samira niet slapen. Ze ziet namelijk de overleden man en is bang dat hij haar wilt doden. Zoals we vaker zien, is het goed mogelijk dat deze angst voortkomt uit een ander, groter, trauma. Want dat er sprake van trauma is wordt duidelijk als Samira verder vertelt.

Haar leven in Syrië

Samira komt uit Syrië. Net als zoveel andere vluchtelingen. Ze woonde daar in een dorpje, met haar vrienden en familie. Haar vader had twee winkels en was succesvol. Ze hadden een mooi huis, zoals Samira vertelt. “Je kwam binnen in het gastenverblijf, dat was een mooie kamer, waar we met visite waren. Daarnaast was de woonkamer. Ik weet nog dat we daar met zijn allen tv keken. Als papa dan thuis kwam van zijn werk, kwam hij er gezellig bij zitten, maar hij wilde altijd wat anders zien. Dan probeerde hij de afstandsbediening te pakken van ons”.

Heimwee

“Naast deze kamers was de keuken, de salon, dat was een hele grote keuken waar we met heel veel mensen tegelijk konden koken. Het was de fijnste kamer van het huis, waar mijn moeder de lekkerste dingen maakte. Nu hebben we een hele kleine keuken. Mama is verdrietig. Ze krijgt hoofdpijn van de stoom in de kleine keuken en mist ons huis. Ik vind het zielig voor mama, ik wou dat we een normaal huis hadden, ik mis ons huis”.

Niet geaccepteerd worden

“We kunnen thuis niet goed spelen. Soms kijken we filmpjes op de iPad, maar als we teveel geluid maken dan klaagt de buurman. Hij wil ons niet hebben. Als ik door het huis ren, dan heeft hij er last van, en bonkt op de muren. Ik schrik dan heel erg. Het gebonk lijkt op het geluid van de bommen, in Syrië. Steeds als de buurman bonkt, word ik bang. Ik durf niet te slapen, ik zie steeds enge dingen. Ik ben bang dat andere mensen in mijn kamer zijn, dat ze me dood zullen maken”.

Tastbaar verdriet

Als Samira op de afspraken komt, vertelt ze veel uit zichzelf, ook al kost het haar moeite om te zoeken naar woorden. Soms probeer ik, om de verwerking op gang te brengen, direct te laten tekenen wat Samira vertelt. Dit wil ze liever niet: “Mag ik het ook zeggen met woorden? Ik kan het niet tekenen”. Het lijkt wel alsof het tekenen de angsten en de akelige gebeurtenissen nog echter maken, nog concreter. Dan wordt het letterlijk tastbaar. Ik help haar dit beetje bij beetje letterlijk onder ogen te zien en structuur te brengen in haar verhaal.

Bommen

“Wat weet je nog van de oorlog?”, vraag ik als ze weer bij me is. “Mijn broer en ik waren alleen thuis. Papa was werken, mijn broer was ook ergens anders en mijn moeder deed net boodschappen voor het avondeten. Het was helemaal stil in huis. Mijn zus keek tv en ik speelde in mijn kamer. Toen hoorde we ineens BOEMBOEMBOEM, heel hard! Er vielen bommen in de buurt. Ik rende mijn kamer uit, en mijn zus ook, waardoor we tegen elkaar botsten. We waren heel bang, en alleen thuis!”.

Vluchten

“Op een middag waren er ineens mensen in het dorp. Ze zeiden dat we nu weg moesten. Dat er soldaten kwamen die ons wilden doodmaken. Mijn vader heeft mij opgetild en we zijn allemaal uit huis gerend. Er was iemand die ook in het dorp woonde, die keek in de straat en zei of ze er aan kwamen. We renden met alle mensen door de straat heen. Ik zag niks, want papa had mijn hoofd tegen zich aangedrukt, dus ik kon niks zien. Hij wilde niet dat ik pijn zou hebben als zij zouden schieten, daarom hield hij mij zo vast. Ik was bang, want iedereen wist dat er aan de andere kant van de straat de soldaten waren”.

Alles achterlaten

“Toen we heel lang hadden gerend, zijn we met een auto verder gegaan. Daar weet ik niet meer zoveel van. We zijn gevlucht naar een ander land, maar daar was het ook niet leuk. Het was geen oorlog, maar niet erg veilig. We woonden ook in een stom huis en papa moest toen heel veel werken om het huis te betalen. We hadden niks. Omdat we ineens moesten vluchten konden we niks meenemen. Ik heb geen spullen meer, geen knuffels, geen foto’s, niks. Papa had alleen zijn mobiel in zijn zak, en daar staan nog wat foto’s op”.

“Ik mis Syrië”

“Na een jaar zijn we naar Nederland verhuisd. Hier is het veilig, ik vind het leuk op school en ben blij om hier te zijn. Maar ik mis Syrië. Ik mis mijn oma en andere familie. Soms spreken we elkaar heel lang niet, want het is daar nog steeds oorlog. Er is ook veel familie doodgemaakt door de bommen in Syrië, ook mijn favoriete oom. Hij was altijd lief voor ons en nam het voor mij op als we per ongeluk iets kapot maakten. Die oom was zo fijn, hij nam altijd een cadeautje voor me mee als we elkaar weer zagen. Ik mis hem”.