Archief van
Categorie: schoolkind

Kalverliefde: verliefd zijn op kleuterleeftijd

Kalverliefde: verliefd zijn op kleuterleeftijd

Verliefd zijn als jong meisje

Al een tijd lang speelt er iets bijzonders bij onze oudste dochter. Iets wat ik totaal niet herken uit mijn eigen jeugd, althans niet op deze leeftijd. Noem het kalverliefde, maar onze oudste dochter is al jarenlang verliefd op dezelfde persoon. En niets komt tussen hen in te staan. Geen andere persoon kan daar tegenop.

 

Ontwikkelen van vroege vriendschappen

Toen Meia net naar school ging, met 4 jaar, viel het me al snel op hoe vaak er wordt afgesproken. In de kleuterklassen, groep 1 en 2, is afspreken aan de orde van de dag. Vriendschappen werden daardoor voor mijn gevoel al vroeg gelegd. Zo ook de vriendschap tussen Meia en haar grote vriend. Wat uiteraard ook begon met afspreken, maar al snel werd duidelijk dat dit méér dan een gewone vriendschap was.

Een roos met Valentijn

Zoals de betreffende vriend eens noemde: ‘ik vond haar zo mooi toen ik haar voor het eerst zag’, leek het bijna om liefde op het eerste gezicht te gaan. Nu, in groep 4, is de liefde nog net zo actueel. Met haar verjaardag kreeg Meia eens een prinsessenjurk, want ‘ik vind haar zo’n mooi meisje, en ik denk dat ze er in een jurk heel mooi uitziet’. Met Valentijn had de grote vriend zich aangekleed met overhemd en stropdas, en stond hij met een roos en cadeautje in zijn handen voor de deur. Meia deed giechelend en blozend open en ineens voelde mijn aanwezigheid teveel in hun gezelschap. Ze waren toen nog geen zes jaar.

Kusjes op het schoolplein

Op school worden ze wel eens geplaagd. Meia zegt dat ze jaloers zijn. Er is wel eens een ander jongetje verliefd op haar en die lijkt haar aandacht te willen trekken door haar te plagen, maar Meia is vastberaden: ze is verliefd op háár grote vriend en daar komt niemand tussen. Ook haar grote vriend is resoluut. Toen er eens een ander meisje met hem mee op vakantie ging, legde hij van tevoren uit: ‘luister, ik ben verliefd op Meia’, om maar vast de boel duidelijk te hebben. Uiteindelijk druipen de andere aanbidders schouderophalend weer af, waarna Meia en haar liefde zich terugtrekken in een tunnelbuis op het schoolplein en heimelijk kusjes uitdelen aan elkaar.

Giechelen op de achterbank

Omdat we naar dezelfde zwemschool gingen, was het logistiek handiger om de kinderen gezamenlijk mee te nemen voor de zwemlessen. Inmiddels hebben ze beiden hun diploma’s, maar in die periode waren het soms bijna puberale taferelen die zich afspeelden op de achterbank tussen die twee. De liefde zat diep, dat is wel duidelijk. Toch hielden ze dat op school liever uit de aandacht, want ze merkten donders goed dat dit niet de gebruikelijke manier van omgaan was met elkaar.

“Ik mis hem, mama”

Zomervakanties van afgelopen jaren duurden té lang zonder elkaar. Sterker nog, soms konden ze nog geen weekend zonder elkaar. De boodschap ‘je ziet elkaar maandag weer’ was blijkbaar onverdraaglijk om het weekend te overbruggen. Dus zijn er nog met regelmaat speelafspraakjes (want gelukkig spelen ze hoofdzakelijk gewoon samen) in de weekenden. En in vakanties verzucht Meia regelmatig ‘ik mis hem zo… hoe lang duurt het nog voor we elkaar weer zien?’. Ik kan me dat verliefde gevoel nog wel herinneren, maar toen was ik 16, geen 6.

Verbondenheid

In beslagen ramen en spiegels zie ik regelmatig de sporen van hartjes en hun namen. Bij het uitzoeken van oude tekeningen en vol gekladderde notitieboekjes kom ik ontelbare liefdesverklaringen tegen. Ik vind het magisch. Met de ouders van het betreffende vriendje liggen we soms in een deuk om de uitspraken of het gedrag van deze koters, maar tegelijkertijd ben ik vol verwondering. Het is toch bijzonder dat er op zo’n jonge leeftijd al zo’n hechte, blijvende vriendschap ontwikkeld. Ongeacht of dit nu werkelijk verliefdheid is, deze twee voelen wel degelijk een verbondenheid met elkaar die hen heel hecht en onafscheidelijk maakt. Ik gun ze deze mooie vriendschap en volg de ontwikkeling op de voet. Want je kan als kind nooit teveel liefde ervaren, toch?

 

 

Pakjesavond 2.0

Pakjesavond 2.0

Minder cadeaus, meer lol

Het lijkt wel een thema van me. Al eerder verwonderde ik me over de vermenigvuldigende eigenschappen van al dat felgekleurde plastic ruimte opslokkende materiaal en trachtte ik met de verhuizing naar een flatje korte metten te maken met deze verzameldrift. Ik merkte dat het krijgen van zakgeld een groot verschil maakte in de dankbaarheid die de kinderen voelden voor hun spullen en ook recent trok ik weer de conclusie: less is more.

We leven in overvloed

December, de maand van sinterklaas, pakjesavond, schoencadeautjes, en bergen cadeaus onder de kerstboom. En misschien als je een beetje pech hebt, is je kind ook nog eens jarig rond deze periode. Wat moet je in hemelsnaam geven!? Het is de huidige tijdsgeest, dat we in de luxe en welvaart leven wat een probleem met zich meebrengt waar we in onze eigen kindertijd zelfs maar geen voorstelling van konden maken: die van overvloed, die van tevéél. Onze kinderen worden gek gemaakt met al die spullen, en ik als ouder eerlijk gezegd ook. Maar recent, door de samenloop van omstandigheden, ontdekte ik iets moois wat ik met jullie wil delen. Iets om bij stil te staan.

Noodgedwongen aanpassingen

Zoals de meesten van jullie weten ben ik recent geopereerd. Ik wist ongeveer 3 weken van tevoren de datum, en had dus 3 weken om de reeds geplande en toekomstige afspraken en plannen om te gooien. Aangezien mijn operatie eind november was, betekende dat geen traditionele pakjesavond voor ons. In overleg hebben we toen besloten pakjesavond dit jaar anders aan te pakken en te vieren met de intocht van Sinterklaas. Er bleef namelijk weinig keus over in dat korte tijdsbestek en bovendien was er krap tijd om de nodige inkopen te doen. De jaarlijkse lootjes zijn dit keer dan ook niet getrokken.

Geef een doe-cadeau

Dit bracht ons in een positie dat we in korte tijd overlegden hoe we het deden. Nog vóór ik wist dat ik dan geopereerd zou worden, had ik de wens om geen speelgoedcadeaus te geven (want wát moet je in vredesnaam geven), maar bijvoorbeeld gezamenlijk een dagje uit te geven. Gelukkig vond de rest van de familie dit ook een goed idee, en hebben we de cadeaus verder zeer bescheiden gehouden: praktische cadeaus, zoals kleding en een nieuwe schooltas en één speelgoedcadeau van opa en oma.

Tevreden met minder

Dit jaar dus geen stapels cadeaus, geen verzadiging halverwege de avond, geen achteloze gebaren met het wegwerpen van pakjes, geen ontevreden gezichten omdat ‘die meer heeft dan die’, geen tellen van de hoeveelheden waar ik spontaan eczeem van krijg. Nee. De kinderen waren blij met wat ze kregen. Sterker nog! De rest van die middag en avond hebben zij gespeeld met het speelgoedcadeau dat ze kregen. En de dag erna ook. En de week erna nog steeds. Ze waren blij met hun cadeau, en werden niet lamgeslagen door de hoeveelheid, maar het was overzichtelijk.

Dankbaarheid stimuleren

Ik was aangenaam verrast. Er werd niet gevraagd om meer, ze waren tevreden en het was goed zo. Het maakte maar weer eens duidelijk dat minder vaak meer is. Dat kinderen gewoon prima tevreden zijn met minder, wanneer er geen vergelijk is. Het deed me denken aan mijn eigen jeugd, toen ik naast de nieuwe sloffen, chocoladeletter en warme sokken, mijn cadeau kreeg, dubbel ingepakt omdat ik hem zo verlangde: mijn potlodendoos. Nog steeds heb ik deze potloden, waar ik al die jaren zuinig op ben geweest. Laten we met z’n allen proberen deze dankbaarheid weer een beetje terug te geven aan onze kinderen. Ik weet zeker dat zij er ons dankbaar voor zullen zijn.

Het geheim van 5 december

Het geheim van 5 december

Het geloof in Sinterklaas

Dinsdag 14 november 2017 tijdens het Sinterklaasjournaal. De situatie: met opgetrokken knietjes half verscholen achter een dekentje op de bank, met grote hertenogen gericht op de tv. Met afgrijzen wordt met begeleidende uitroepen gevolgd hoe stapels sinterklaascadeautjes in zee storten tijdens een storm op zee. Sinterklaas staat fier aan het roer van zijn pakjesboot, maar zijn joviale begroetingen stellen mijn kinderen geenszins gerust. De oudste, nu ruim 7 jaar, moet bijkomen van de schrik.

Zorgen en spanning

“Ik voelde mijn hart helemaal hier kloppen mama, en ik kon even niet meer ademen. Ik schrok echt toen ik dat zag, al die cadeautjes in het water…” licht mijn dochter toe. Er volgt een wat ongemakkelijke stilte. Als ik haar gadesla zie ik nog steeds de spanning in haar lijfje. Ze zoekt naar woorden: “…maar… is het nou écht mama? Want als het echt waar is, dan vind ik het echt heel erg wat er gebeurt. Maar als het niet echt is, dan hoef ik me geen zorgen te maken…”. Mijn hart breekt. Opnieuw.

Toch willen geloven

Dit is al de derde sinterklaasperiode waarin kritische vragen worden gesteld. Steeds opnieuw slaat de twijfel toe, maar vervolgens lijkt Meia eieren voor haar geld te kiezen en het toch prettiger te vinden om te geloven. Ik snap het wel: ik geloof zelf ook weer elke jaar eventjes. Sinterklaas is voor mij by far het allerleukste kinderfeest wat er is. En wát vond ik het verschrikkelijk om te horen te krijgen dat deze beste man niet bestond. Maar dat Meia zich zo bezorgd maakt om alles wat er omheen wordt gefantaseerd, dat zat me toch wel dwars.

Twijfels of Sinterklaas bestaat

“Hoe kom je bij de vraag of Sinterklaas wel of niet echt is?” vraag ik haar oprecht benieuwd. Ik vind het toch fascinerend hoe dat in die kinderkoppies gaat en wil haar goed begrijpen. “Sommige kinderen op school zeggen dat hij niet bestaat” is haar reactie. “En wat geloof jij het liefste?” vraag ik een tijdje later, als ik haar naar bed breng. “Dat hij wel bestaat”, zegt ze vastberaden. Ik ben opgelucht. Mijn kleine meisje gelooft nog steeds. Maar het duurt niet lang voordat bij mij vervolgens de twijfel toeslaat.

Kritische vragen stellen

Het is namelijk niet de eerste opmerking die er valt. “Mam, we hebben helemaal geen schoorsteen, hoe komt Zwarte Piet dan naar binnen?”, “Ligt Dokkum dan vlakbij Dordrecht, nee toch? Hoe kan hij dan zo snel hier zijn”. Of, vorig jaar: “hè mam, dat is raar, we zagen Sinterklaas toch net in de stad, hoe kan hij dan hier zijn?”. of, 2 jaar terug, toen de ring van Sinterklaas kwijt was in het Sinterklaasjournaal: “Mam, hoe kan dat nou, Sinterklaas had zijn ring gewoon om, hij was toch kwijt?”, “hè, dat inpakpapier hadden wij ook!” (oeps).

Opmerkingen van anderen

Tot nu toe haalde Meia steeds haar schouders op, nam het dubieuze en onuitlegbare als een gegeven en genoot vervolgens verder van het sprookje. Dit jaar is het anders. Al vanaf het allereerste begin is er spanning en ook teleurstelling merkbaar in de opmerkingen. In een gemengde klas met groep 5 erbij is het niet gek dat er opmerkingen worden gemaakt die je aan het denken zetten. Meia had er last van en raakte in verwarring.

Sinterklaasviering

Daar kwam nog bij dat dit jaar de decembermaand voor ons anders dan anders verloopt. Omdat ik binnenkort een ingrijpende operatie onderga, ben ik de weken daarna uitgeschakeld. Hierdoor is Sinterklaas vieren rond 5 december niet haalbaar. Noodgedwongen hebben we de Sinterklaasviering naar voren gehaald, naar het moment van de intocht, zodat ik er nog bij kan zijn. Dan is het natuurlijk wel handig als er enig begrip is voor de reden. Want ja, waarom zou Sinterklaas anders al zo vroeg pakjesavond vieren?

Teleurstelling voorkomen

Niet lang geleden heeft mijn schoonzusje haar oudste dochter vertelt over het mysterie. Zij is ruim 8 jaar en ook al langere tijd aan het twijfelen. Mijn schoonzusje wilde haar ook teleurstellingen vanuit de omgeving besparen en heeft haar op heel slimme wijze deelgenoot gemaakt van de waarheid. De magische woorden “nu weet jij ook van het grote geheim” waren gelukkig de sleutel om deze boodschap te verzachten.

Een gesprekje

Donderdagavond, koopavond. Ik ben van plan wat inkopen te doen voor de genoemde dag en ineens neem ik een besluit: ik neem Meia mee. Na overleg met de andere partij ga ik met Meia op pad. Een rustige avond, één op één aandacht. We zoeken een bankje op en ik neem even diep adem. Ga ik dit echt doen? Ik vind het spannender dan zij. Ik vraag haar naar Sinterklaas, hoe zij denkt dat hij zowel in Dokkum als Dordrecht aankomt. “Dat weet ik ook niet. Misschien vaart hij eerst naar Dokkum en dan heel snel terug naar Dordrecht?”.

Het grote geheim

“Meia, ik moet je iets belangrijks vertellen. Er is namelijk een heel Groot Geheim.” Meia spitst haar oren en kijkt langs mij heen om zich heen. Ze speurt de straat af of iemand ons kan horen, want ik sta op het punt een geheim te vertellen. “Een geheim die alle grote mensen en ook de grote kinderen weten. Misschien weet je al een beetje wat ik je ga vertellen…?”. Stiekem hoop ik dat ze het al kan zeggen, maar ze heeft geen idee. Shit. Ben ik dan toch te vroeg geweest? Er is geen weg terug, wie A zegt, moet ook B zeggen. “Sommige kinderen hebben al gezegd dat Sinterklaas niet bestaat, toch? Dat klopt, Sinterklaas bestaat niet.”

Uitleg geven

Zo. Het hoge woord is eruit. Na elke openbaring check ik de uitdrukking van Meia. Mijn hart breekt. Ik zie schrik, verdriet en heel veel verwarring. We zitten rustig op een bankje en ik leg haar uit hoe het zit. Dat Sinterklaas wel heeft bestaan, dat het een fijne herinnering is aan de goede dingen die hij deed voor kinderen. Maar dat hij al lang geleden is overleden. Dat het een kinderfeest is, en dat het fijn is om erin te geloven, dat we met zijn allen in het complot zitten, en zij nu bij de Groten hoort. Gelukkig was een geruststelling voor haar. Het was ook heel spannend en stoer om nu bij deze ingewijden te horen, blijkbaar.

Erkenning voor gevoelens

Ik vertelde verder. Dat ik me goed kon voorstellen dat ze misschien schrok, boos of verdrietig was. Dat ik zelf ontzettend boos was toen ik het vroeger hoorde. “Ik schrok wel toen je het vertelde, maar ik ben nu niet verdrietig meer. Ik voel me wel een beetje gek. Het is gek dat jij de cadeautjes koopt. Ik ben niet boos, het is toch niemands schuld? Aan ieders leven zit een eind. Niemand kan er toch iets aan doen dat Sinterklaas gewoon overleden is”. Wat is het toch een heerlijk kind, wat een prachtige logica en relativeringsvermogen heeft ze toch.

Cadeautjes kopen

Glimlachend en opgelucht pakte ik haar bij de hand. “Je hebt helemaal gelijk. En wat denk je dat we nu gaan doen?”. “Cadeautjes kopen…?” was de aarzelende reactie. “Precies”. En zo liepen we verder, met een vers ingewijde in de club van grote mensen. Deelgenoot van het grote geheim. Na het afleggen van de eed om het geheim te bewaren voor alle andere kinderen. Mijn grote dochter.

5 straffen die wel werken

5 straffen die wel werken

11 Tips bij het geven van straf

Eerder gaf ik al een overzicht van de soorten straf die er zijn en van de nadelen die straffen hebben. Ik kan het niet genoeg noemen: kies liever voor een andere manier dan je kind te straffen. Maar omdat het zo’n bekend en ingeburgerd fenomeen is, leg ik liever uit hoe je het dan in de uitzonderingen het beste kunt toepassen. Er zijn enkele uitzonderingen op de regel die, mits goed uitgevoerd, wél effectief kunnen zijn. Straf mag nooit het enige opvoedmiddel zijn dat wordt gebruikt: veel belangrijker zijn positieve, stimulerende opvoedmiddelen. Daarvoor komt gelukkig meer en meer aandacht, en ik hoop dat er ook voldoende van in mijn artikelen terug te lezen is.

 

Negatieve gevoelens

De relatie die je met je kind hebt, heeft veel invloed op het effect van een straf. Als je een goede relatie hebt, hoef je minder te straffen. Je kind kan dan meer begrip opbrengen voor de straf en zal zich graag weer goed willen gedragen omwille van de relatie. Bij een slechte relatie zullen negatieve gevoelens zoals woede of machteloosheid gaan overheersen. Je kind zal zich onbegrepen voelen en als ouder kan je geneigd zijn steeds strenger te straffen, wat leidt tot onverschilligheid bij je kind. Zo zie je dat straf een behoorlijke keerzijde heeft en daarom beter vermeden kan worden.

 

Goede relatie met je kind

Het grootste resultaat om ongewenst gedrag van je kind te stoppen bereik je dus door een goede relatie met je kind te hebben. Het is dus vooral belangrijk dáár aandacht aan te besteden. Heel belangrijk hierbij is om vooral te letten op wat je kind al wél goed doet. In onze maatschappij is het helaas niet de gewoonte om vooral te benoemen wat je goed vindt gaan. Mensen zijn nog steeds sneller geneigd om kritiek te leveren en aan te stippen wat er niet goed gaat.

 

Negatieve spiraal

Wat al wél goed lukt wordt eerder als een vanzelfsprekendheid gezien en onze verwachtingen als ouders zijn daarmee soms te hoog. Het kan daarom lastig en zelfs onnatuurlijk voelen om hierin een omslag te maken en vooral te letten op wat er goed gaat. Goede begeleiding hierbij is soms noodzakelijk om je doelen te bereiken. Niet zelden komen gezinnen bij mij, die diep in een negatieve spiraal zitten en geen uitweg uit de negativiteit meer zien. En niet zelden lukt het – gelukkig – met relatief eenvoudige aanpassingen om de sfeer te verbeteren. Zónder straffen.

 

Effectieve straffen

“Maar wat kunnen we dan nog wél doen als ouders” vragen vaders en moeders mij soms. “Ons kind is niet gevoelig voor straf, we hebben hem nergens mee” hoor ik ook vaak. Straf is dus zeker niet altijd succesvol. In enkele gevallen kan het toepassen van onderstaande middelen wel effectief zijn. Maar onthoud: zorg voor de verhouding 1:4. Laat 4x zoveel positieve interacties plaatsvinden ten opzichte van 1 negatieve. Pas dan is de balans neutraal om je gezond te ontwikkelen. Voorbeelden van straffen die effectief kunnen zijn, zijn de volgende:

  1. Verbaal berispen, een standje geven: iets zeggen van het gedrag is voor veel kinderen vaak al voldoende. Je gezichtsuitdrukking en stem moeten dan passen bij wat je zegt.
  2. Negeren van gedrag kan heel effectief zijn bij verschillende soorten gedrag. Het gedrag moet voor de ouder dan wel te negeren zijn en goed vol te houden zijn. Ook moet het gedrag van het kind niet schadelijk zijn. Hierbij geldt: de aanhouder wint. De ouder kan ook even weglopen uit de situatie. Je mag ook heel duidelijk aankondigen dat je nu het gedrag gaat negeren en pas weer reageert wanneer er positief gedrag plaatsvindt.
  3. Corrigeren: bijvoorbeeld de schade laten herstellen of de rommel laten opruimen die een kind heeft gemaakt. Zo maak je je kind verantwoordelijk voor wat het heeft gedaan.
  4. Het onthouden van iets leuks of het wegnemen van iets leuks zijn zeer effectief, als het goed wordt uitgevoerd. Wees wel realistisch en wees ook consequent: als je iets zegt, doe het dan ook. Geef je kind eerst de tijd om zijn gedrag te veranderen. Onthoud je kind niet van liefde! Zeg dus niet ‘jij krijgt nu geen knuffel, want je deed net zo stout’: dat is simpelweg emotionele chantage. Neem liever iets weg wat het anders wel had gekregen, bijvoorbeeld geen tv kijken of vandaag niet naar de speeltuin.
  5. Ondervinden van de gevolgen: dit is een effectieve vorm van straf omdat je kind wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gedrag. Voor ouders is dit vaak lastig om uit te voeren of om het zover te laten komen. Laat nooit de veiligheid van je kind in gevaar komen! Dit is één van de weinige strategieën die ik regelmatig toepas en die weinig schade geeft aan de relatie. Bespreek situaties altijd goed na en leg uit waarom je ervoor hebt gekozen zo te handelen.

 

Tips om straf effectief te maken

Als ouder is het je bedoeling dat je kind iets leert van de straf. Hoewel veel andere opvoedmiddelen te verkiezen zijn boven straf, zijn hier toch wat tips om onvermijdelijke straf effectiever te maken:

  1. Laat straf nooit schadelijk zijn: straf mag geen negatief effect hebben of het kind beschadigen. Gebruik straf nooit als vergeldingsmaatregel. Te strenge straffen hebben gevolgen voor de persoonlijkheidsontwikkeling van je kind en de relatie tussen ouder en kind.
  2. Leg het uit: vertel je kind waarom je straft, dit stimuleert ook de morele ontwikkeling van je kind.
  3. Biedt een alternatief: vertel je kind wat het wél mag doen.
  4. Stel het niet uit: reageer snel op het gedrag van je kind.
  5. Wees consequent: dreigen met straf die niet wordt uitgevoerd heeft geen zin. Zorg dat er duidelijke regels zijn.
  6. Geef een passende straf: kies een straf die past bij de overtreding, liever te licht dan te zwaar.
  7. Wijs nooit het kind af: als je straf geeft wijs je het gedrag af en niet je kind zelf.
  8. Laat straf geen beloning zijn: zorg ervoor dat straf niet uitpakt als beloning, bijvoorbeeld als je je kind van tafel stuurt en hij vervolgens lekker kan gaan spelen. Stuur je kind sowieso liever niet weg, dit werkt een gevoel van afwijzing in de hand.
  9. Straf heeft altijd een eind: straf is voor iedereen vervelend, laat er dus ook weer een duidelijk eind aan komen door het goed te maken. Zeg vooral bij jonge kinderen duidelijk dat het nu weer goed is, dat je niet meer boos bent, etc.
  10. Wees zuinig met straf: straf is alleen effectief als je er matig mee omgaat en altijd in combinatie met andere, meer stimulerende en positieve opvoedmiddelen. Bij teveel straf kan je kind immuun en onverschillig worden.
  11. Betuig spijt: soms zijn we onterecht boos. Als ouder ben je immers ook maar een mens. Maar het getuigt van kracht als je als ouder dan excuses durft te maken. Zo leer je je kind dat iedereen wel eens fouten maakt en die ook weer recht kunt zetten.

 

Bronnen

  • Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  • Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  • Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  • Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  • Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  • Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  • Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

11 nadelen van straffen

11 nadelen van straffen

Straffen, weet wat je doet!

Ik straf liever niet. Maar omdat er veel misverstanden bestaan rondom straffen en belonen leg ik de dingen het liefst goed uit, zodat we beter begrijpen van elkaar waar we het over hebben. Eerder gaf ik een overzicht van soorten straf. Niet alle maatregelen uit dit lijstje beschouw ik als straf. Toch blijf ik erbij dat je beter op een andere manier kunt proberen om het gedrag van je kind te sturen.

 

Zoek alternatieven!

Straf is in eerste instantie niet aan te raden als opvoedmiddel. Er zijn veel andere middelen die beter werken en minder nadelen hebben dan straf. In het volgende deel geef ik daarom alternatieven voor straf waar je alvast je voordeel mee kunt doen. Vandaag zoom ik in op de nadelen die er aan straffen kleven. Ik noem er 11.

 

11 Nadelen van straf

  1. “Als je zo door gaat dan mag je niet mee naar oma en blijf je maar alleen thuis!”. Dreigen met zware gevolgen heeft weinig effect omdat ze toch niet worden uitgevoerd. Je gaat immers toch wel naar oma en je kind gaat gewoon mee, want je kan hem nu eenmaal niet alleen laten. Een ander nadeel kan zijn dat het onnodig angst oproept bij je kind: ‘alleen thuis blijven? Help! Dat durf ik niet!’. Ook leert je kind na verloop van tijd dat dreigementen toch niet worden uitgevoerd: ‘dat zei mama vorige keer ook, en toen mocht ik ook gewoon mee, dus het zal wel weer zo zijn’.
  2. “Als je dat nog één keer doet dan vind ik jou niet meer lief hoor!”, “jij krijgt dus geen knuffel, want jij deed net zo lelijk!”. Liefdesonthouding is niet verstandig omdat je kind zich daardoor als persoon voelt afgewezen. Het is in feite emotionele chantage en legt je kind een ‘voor wat, hoort wat’ principe op. Terwijl we toch onvoorwaardelijke liefde willen geven? Dan moeten we deze maatregel zo snel mogelijk in de prullenbak kieperen!
  3. Als ouders hun kind uitlachen of belachelijk maken, kan het kind onzeker worden: hun eigenwaarde wordt dan aangetast. Een inkoppertje, zul je misschien denken. Maar denk even goed na: soms lachen we omdat iets er komisch uitziet en bedoelen we het niet verkeerd. Maar kinderen begrijpen het verschil tussen uitlachen en toelachen nog onvoldoende. Als je kind de boel op stelten zet en je schiet in de lach, zeg dan dat je het er grappig uit vindt zien en dat je hem niet uitlacht.
  4. Straffen bij milde problemen leidt tot meer gedragsproblemen. Leg niet op alle slakken zout. Choose your battles. Lieve papa’s en mama’s: dit is een vrijbrief om af en toe gewoon te doen alsof je het niet ziet. Want wees eerlijk: ondeugend doen hoort bij een kind. Op die manier ontdekt het de wereld, het zoekt grenzen op, leert van ervaringen. Probeer de politiepet en scheidsrechtersfluit aan de kant te leggen.
  5. Met straf leer je je kind wat het niet mag doen, maar niet wat het wél mag doen. Als we ergens aandacht aan besteden, wordt het beter onthouden. Elk moment dat je straft, zet je dat gedrag in de spotlights. Het werkt zo: “denk niet aan die roze olifant!” en natuurlijk denk je aan die roze olifant. Straf vergroot dus vaak de kans op herhaling van het gedrag waar je voor straft.
  6. Jonge kinderen leggen geen automatisch verband tussen hun gedrag en de straf die ze krijgen. Hooguit wordt er angst opgeroepen omdat ze schrikken van je reactie. Ze zullen stoppen met wat ze aan het doen waren, maar alleen omdat ze bang zijn dat jij weer zo boos reageert. Of kinderen vinden het maar wat interessant als je iedere keer zo’n show weggeeft en herhalen het gedrag. Linksom of rechtsom: je kind leert niet dat jouw reactie komt door zijn gedrag en waaróm het dan niet zou mogen.
  7. Lichamelijke straffen leiden bij alle kinderen tot meer gedragsproblemen en bovendien tot psychische schade. Ook hebben deze kinderen meer problemen in de puberteit en volwassenheid, zoals bijvoorbeeld depressie of alcoholmisbruik. Zo, de risico’s in een notendop. Er is geen enkel geldend argument om deze maatregel te gebruiken. Het is niet voor niets bij de wet verboden.
  8. Straf kan maken dat het kind zich als persoon voelt afgewezen. Het voedt impliciete ideeën als ‘ik ben niet goed’, ‘ik faal’, ‘ik ben niet de moeite waard’, ‘ik doe het nooit goed’, ‘wat ik ook doe, het is toch verkeerd’, etc. Het geeft negatieve kerncognities of een negatief zelfbeeld, wat op termijn kan leiden tot depressie, angsten of andere psychische klachten.
  9. Straf kan leiden tot boosheid bij het kind en bovendien garandeert straf niet dat het kind vervolgens gewenst gedrag laat zien. Monkey see, is monkey do. Sta je te schreeuwen tegen je kind als je hem straft? Je kind leert dat je moet schreeuwen om iets duidelijk te maken. Om de boodschap over te brengen. Pak jij je kind eens stevig beet? Je kan het hem niet kwalijk nemen dat hij hetzelfde bij zijn vriendje doet. Hij heeft het immers geleerd van zijn voorbeelden.
  10. Met straf stimuleer je geen gedrag, daarvoor moet je andere middelen gebruiken. Het maakt hooguit een einde aan het gedrag (voor even), maar het geeft geen alternatief wat je kind kan doen.
  11. Veel straf kan leiden tot een kille opvoeding en machtsmisbruik. Misschien wel de meest voorkomende: straffen geeft een rotsfeer. Moeder boos, vader sacherijnig, dochter stampvoetend de trap op en zoonlief in ijzige spanning zijn bord verder leegetend. Wie herinnert zich niet deze spanningsvolle of negatieve interacties uit de kindertijd? Als we niet oppassen verzanden we snel in een negatieve spiraal. Tijd voor een andere aanpak dus!

 

Voer het goed uit

Toch blijft het voor veel gezinnen, zo niet de meeste, een vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsfunctioneren. Het vraagt soms een hele omschakeling als je van veel straffen naar niet straffen gaat. Het is vooral van belang dat de dingen die je doet, goed worden uitgevoerd. Daarom alvast wat tips  waar je aan moet denken als je ‘straf’ geeft.

  • de allerbelangrijkste: verdiep je in alternatieven voor straf en straf zo min mogelijk!
  • geef altijd eerst een waarschuwing zodat je kind tijd heeft om zijn gedrag te veranderen;
  • negeer alleen gedrag wat daarvoor geschikt is: als je kind dingen stukmaakt of iemand pijn doet, is negeren geen goed idee;
  • negeren is niet hetzelfde als je kind doodzwijgen. Je kunt best zeggen: ‘ik ga dit gedrag nu even negeren’ voordat je begint en maak ook een duidelijk einde aan deze periode: ‘zo hèhè ik ben blij dat je ermee bent gestopt, nu kan ik weer rustig met je praten’;
  • bij onthouding van iets leuks moet de straf wel uit te voeren zijn. Als je je kind tóch wel meeneemt, zeg dan niet dat hij niet mee mag. Als je hebt gezegd dat je kind geen tv mag kijken, maar de andere kinderen kijken wél tv (en dus je kind ook), dan heeft het weinig effect;
  • houdt altijd de veiligheid van je kind in het oog.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Opnieuw verhuisd!

Opnieuw verhuisd!

Definitief verhuisd

Nog geen halfjaar geleden schreef ik dit artikel, waarin ik vertelde over de verhuizing en hoe dit voor ons gezin was. Nu, een halfjaar later, maken we voor de tweede keer een grote verandering mee. Als kinderen bij ons op intake komen, vragen we altijd uit of er ingrijpende gebeurtenissen zijn geweest, zoals een verhuizing. Want een verhuizing is ingrijpend. En ik voel me er rot over dat we noodgedwongen 2x in korte tijd zo’n heftige verandering moesten ondergaan.

Wat doet het met je kind?

Wat betekent een verhuizing voor een kind? Je thuis is alles wat vertrouwd en bekend is. Met de personen die van je houden en met wie je graag samen bent, met al jouw spulletjes die bij jou als persoon horen en jou representeren. Want het speelgoed van een kind zegt ook iets over zijn interesses, zijn vrijetijdsbesteding, zijn karakter en passies. Het is voor een kind een verlengstuk van zichzelf.

Vertrouwde plek

Een kamertje, een favoriet hoekje of plekje in huis. De bekende plekken die verbonden zijn met de rituelen en gebruiken in een gezin: een stoel waar je altijd je kind in slaap wiegt voor het gaat slapen, de eettafel waar je samen aan ontbijt, de kachel waar je schoentjes neerzet met Sinterklaas, of dat fijne plekje op het aanrecht waar je op mocht zitten als mama aan het koken was.

Herinneringen

Een huis is meer dan een berg stenen, ramen en een deur. Voor je kind is het de plek waar het zich ontwikkelt, zijn eerste en meest belangrijke herinneringen maakt. Het huis maakt bovendien onderdeel uit van nog meer. Denk maar aan de vaste wandelingetjes naar de speeltuintjes om de hoek, de buurtsuper verderop of tripjes naar de bieb. Bovendien maakt je kind er vaak ook vriendjes, heeft het misschien wel de school in de wijk zitten en speelt het er graag buiten.

Voorspelbaar

Een verhuizing trekt als het ware bijna letterlijk de grond onder de voeten van je kind weg. Al deze vertrouwdheden, die de veiligheid en voorspelbaarheid garandeerden in zijn leventje, vallen in één klap weg. Zeker als je kind wordt ‘weggetrokken’ uit de wijk, en ook nog afscheid moet nemen van vriendjes, school, sport en andere vastigheden, kan dit een grote schok zijn voor je kind.

Ingrijpende gebeurtenis

Natuurlijk is een verhuizing echt niet altijd rampspoed en raakt je kind heus niet per definitie getraumatiseerd als je verhuisd, maar het is naïef om te denken dat je kind er niks van meekrijgt of de impact onderschat. Het is altijd ingrijpend namelijk. Als volwassenen hebben we gelukkig het vermogen alles in perspectief te zetten, het grotere plaatje in gedachten te houden en ons te richten op die abstracte, lange termijn. Je kind niet. Die is bij wijze van spreken maar overgeleverd aan de grillen van zijn ouders. Weten zij veel waar zij terecht gaan komen, hoe ze dat zullen vinden en hoe dat later zal gaan.

Vertrouwen

Ze hebben het maar van ons aan te nemen, en vertrouwen daarin bijna blind op ons. Ze moeten wel, want ze beschikken nog niet over het vermogen om net als wij verder te kijken dan morgen. Dat is iets prachtigs en wonderlijks, maar we moeten ons als ouders ook goed realiseren dat het iets kwetsbaars is. Ga dus niet onverschillig of nonchalant om met de zorgen of reacties van je kind op de verhuizing, maar neem ze serieus.

Spannend

Terugkomend op onze verhuizing. Ons grut logeerde die nacht bij opa en oma, waarvan we al te horen kregen dat met name de oudste stikzenuwachtig was voor de verhuizing. De laatste nacht in de flat waren ze niet te houden. Als een stel ongeleide projectielen schoten ze die avond door de flat heen en was het een kakofonie aan uitgelaten kreten in huis. Slapen lukte pas toen ze zich uiteindelijk uitgeput overgaven aan de slaap. Aan alle kanten was merkbaar dat het onderwerp leefde, ook al uitten ze dat niet direct naar ons toe.

Vastigheden

Toen we de kinderen uiteindelijk naar hun nieuwe huis brachten, schoten ze nerveus het huis door, op zoek naar hun bekende spullen, naar de ijkpunten uit hun leven.  Zodra deze belangrijkste zaken waren gevonden, keerde heel snel de rust terug. De eerste nacht ging verbazingwekkend soepel, en eigenlijk alle nachten daarna sliepen ze goed. Van derden (school, de sport) kregen we ineens de vraag terug hoe het nu beviel: blijkbaar hadden onze kinderen het er ook met anderen over gehad, en dat is een goed teken. Ze delen dit met anderen en, gelukkig, laten ze zich er positief over uit.

Zeggenschap

Waar we nu zitten: de benedenverdieping, is tijdelijk. Uiteindelijk wordt het meerendeel van waar we wonen ingericht voor de praktijk en een deel gesloopt (aanbouw). We proberen de kinderen zoveel mogelijk te betrekken bij alle processen van de verbouwing en ze hierin ook zeggenschap te geven. Wij maken bijvoorbeeld de indeling van de kinderkamers, maar we laten de vrije keuze wie welke kamer kiest. En hetzelfde geldt voor de kleuren die ze willen: we laten ze de keuze voor de kleuren op de muur, maar wij kiezen de uiteindelijke kleurstaaltjes waar ze uit mogen kiezen.

Meer betrokken

Op deze manier hoop ik dat ze ook meer concreet beleven wat er gebeurd, dat het minder abstract wordt. Dat ze mee kunnen groeien met de vorderingen van de verbouwing. En dat het daarmee een gedeelde belevenis wordt. Voor nu ben ik in ieder geval trots op ze, op hoe goed ze zich er doorheen slaan, hoe veerkrachtig ze zich tonen. Ik ben ook blij voor ze, dat het nu klaar is, dat verhuizen. Dat ze zich nu weer voorzichtig kunnen wortelen in deze nieuwe locatie. Want wat is het fijn hier, wat een toplocatie. We genieten nu al van alle luxe om ons heen en waarderen elke kleine vooruitgang.

Straf, wat is het?

Straf, wat is het?

Overzicht van soorten straf

Iedere ouder doet het wel eens. De ene ouder misschien wat vaker dan de andere: je kind straffen. Heel lang (en eigenlijk nog steeds wel) heerste het idee dat opvoeden een kwestie is van straffen en belonen van het juiste gedrag. Door negatief gedrag te straffen, zal het uitdoven. Door positief gedrag te belonen, zal het toenemen. Het is een visie waar ik om meerdere redenen niet achtersta. Maar omdat het nog juist een wijdverspreid geloof is en de meeste ouders het principe van straffen met de paplepel krijgen ingegoten, wil ik hier wat meer aandacht aan geven om te snappen waar we over spreken.

 

Liever niet

Straf heeft veel nadelen. Ik ben van mening dat er beter zo min mogelijk gestraft kan worden. Er zijn gelukkig veel goede alternatieven om gedrag te veranderen. Ik kan met eerlijkheid zeggen dat ik vrijwel niet straf. En dat mijn kinderen heus niet ontspoord zijn of geen grenzen accepteren. Je kunt je kind dus prima opvoeden zonder te straffen. Dit zal ik in komende blogs verder toelichten. Om precies te weten wat er met straf wordt bedoeld, geef ik hieronder een overzicht.

 

Wat is straf?

Dit is niet voor iedere ouder hetzelfde. Ook in de literatuur wordt er niet overal hetzelfde over gedacht. Een voorbeeld van een omschrijving is de volgende: “straf is een voor het kind vervelende maatregel die een ouder toepast om het gedrag van het kind te veranderen. Een ouder die straft, doet het kind bewust pijn (lichamelijk of geestelijk) om te proberen het gedrag te laten stoppen”.

Ouders gebruiken straf dus als opvoedmiddel, om het kind iets te leren. Het is vaak aantrekkelijk om te straffen, omdat het vaak direct een eind kan maken aan ongewenst gedrag. De manier waarop je als ouder straft, hangt ook af van je opvoedingsstijl.

 

Soorten straf

Ouders kunnen op verschillende manieren straffen. Een standje of correctie is bijvoorbeeld een lichte straf. Een time-out haalt je kind even uit de situatie. Slaan of knijpen is een lichamelijke straf. Er zijn dus gradaties in de zwaarte van een straf. Ook bepaalt de situatie vaak welke straf er wordt gegeven en moet er natuurlijk rekening gehouden worden met de leeftijd van het kind. Hieronder staan een aantal soorten straffen:

  • Verbaal berispen, een standje geven: iets zeggen van het gedrag is voor veel kinderen vaak al voldoende. Dit kan gepaard gaan met het verheffen van je stem en boos kijken. Ook een (korte) uitleg wordt vaak gegeven.
  • Dreigen: hiermee wordt het kind onder druk gezet, in de hoop dat het zijn gedrag verandert. Ouders kunnen bijvoorbeeld dreigen met:
    • Een negatief gevolg (‘als je zo doorgaat ga je naar je kamer’)
    • Liefdesverlies (‘dan vindt mama jou niet meer lief’)
    • Oproepen van schaamtegevoelens (‘dan gaan mensen je uitlachen hoor’)

Dreigen is vaak een weinig effectieve en negatieve manier van straffen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het effect hebben, maar dan alleen milde vormen en onder bepaalde voorwaarden.

  • Lachen: meestal vatten kinderen dit niet als straf op maar juist als beloning, waardoor ze alleen maar meer ongewenst gedrag laten zien. Het is daarom heel lastig gedrag te veranderen als anderen in de omgeving om het gedrag lachen.
  • Negeren: bij deze vorm van straf besteed je geen enkele aandacht aan het gedrag van het kind waardoor het vanzelf ophoudt met zijn gedrag.
  • Corrigeren: bijvoorbeeld de schade laten herstellen of de rommel laten opruimen die een kind heeft gemaakt. Zo maak je je kind verantwoordelijk voor wat het heeft gedaan.
  • Time-out: hierbij zet je je kind apart door het uit de situatie te halen. Je zet je kind dan bijvoorbeeld even op de gang of op de trap en haalt hem er later weer bij.
  • Lichamelijke straf: slaan, knijpen, door elkaar schudden, etc. maken heel snel duidelijk dat je kind moet stoppen met het gedrag. De nadelen zijn echter zeer groot, deze vorm van straf is daarom verboden en sterk af te raden.
  • Onthouden van iets leuks: voor straf geen tv mogen kijken, voor straf geen toetje krijgen… zo ervaart je kind dat iets leuks wordt ingehouden, wat heel effectief kan zijn, als het maar op de juiste wijze wordt uitgevoerd.
  • Ondervinden van de gevolgen: soms lijken waarschuwingen of aanwijzingen niet te helpen en kun je als ouder besluiten dat je kind de gevolgen van zijn gedrag maar zelf moet ondervinden. Bijvoorbeeld als het steeds vergeet de was in de wasmand te gooien en uiteindelijk geen schone was meer heeft. Dit is ook een effectieve vorm van straf omdat je kind wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gedrag.

 

Wat dan wel?

In bovenstaand overzicht zitten er een aantal maatregelen die in het schemergebied van straf liggen. Zo is het geven van uitleg, negeren, corrigeren, onthouden van iets leuks en ondervinden van de gevolgen van het gedrag in veel situaties prima toepasbaar. Het juist hanteren van deze maatregels is wel belangrijk, om een goede relatie met je kind te houden en om ervoor te zorgen dat je kind er iets van leert.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

De Vraag van Vrijdag!

Ja, je hebt hem inmiddels misschien wel voorbij zien komen: de vraag van vrijdag. Ontstaan door verschillende ideeën. Zo wilde ik wat meer interactie op de Facebookpagina én ook graag van jullie horen wat bij jullie speelt. Zo heb ik ook meteen meer input voor toekomstige blogs, want ik vind het belangrijk en leuk om bij jullie aan te sluiten. Ook was ik geïnspireerd door één van mijn dagboekjes: elke dag een vraag voor moeders van Pauline Oud.

Invulboeken

Nu ben ik sowieso fan van haar hele serie invulboeken, en sinds een paar jaar bestaat er ook een 5 jaren dagboek variant van. Met elke dag een vraag, gerelateerd aan ouderschap of opvoeden. Erg leuk, en het prikkelt om over de verschillende onderwerpen na te denken. Met die combinatie bedacht ik de Vraag van Vrijdag. Elke week een spontane vraag om een onderwerp even op de kaart te zetten. Of laagdrempelig te filosoferen over verschillende zaken.

Waar speelt je kind vooral mee?

De eerste vraag ging over speelgoed. De Vraag van Vrijdag ontstond ook op die vrijdag, toen ik met vriendinnen een gesprekje voerde over dit onderwerp. Dat werd dus de eerste vraag van vrijdag. En wat leuk, al die verschillende antwoorden. Met direct hier en daar wat twijfelachtige opmerkingen: ‘is dat wel speelgoed?’. Leuk. Dit vraagt dus om wat meer uitwerking.

Universele spelontwikkeling

Ik vind de spelontwikkeling van kinderen een fascinerende ontwikkeling. Overal ter wereld spelen kinderen. Als er geen speelgoed tot hun beschikking is, wordt er gebruikt wat er maar voorhanden is: takjes, zand, water, steentjes, afval… Het is bijzonder om te zien hoe alle kinderen ter wereld een soortgelijke ontwikkeling doormaken op dit gebied, los van de hele cultuur. Natuurlijk zijn er culturele invloeden, maar er is wel een zekere basis, een soort oerinstinct die ons drijft om die essentiële vaardigheden op te doen via spel.

Voorbereiding op de toekomst

Want dat is het. Spelen van kinderen is broodnodig om zich te ontwikkelen. In spel worden vrijwel álle vaardigheden die nodig zijn om goed te functioneren geoefend en aangescherpt. Daarin zijn vormen van spel die meer of minder de voorkeur hebben, al naargelang de unieke ontwikkelingsbehoeften van je kind.

Spelcomputers

Zo is er de hele discussie over beeldschermen. Over computerspelletjes. Is dat speelgoed? Ja, het is speelgoed, in die zin dat het bedoeld is om ermee te spelen, je mee te vermaken, toegespitst op de interesses van kinderen. Is het ook goed voor je? Dat is een andere discussie. Met sommige computerspellen train je je werkgeheugen of oefen je rekenvaardigheden. Tegelijkertijd zit je kind heel stil en dat is ongezond, om niet te zeggen onnatuurlijk bij de beweegbehoefte van kinderen.

Buitenspeelgoed

Is buitenspeelgoed ook speelgoed? Natuurlijk. Het stimuleert het bewegen, de fijne en grove motoriek en wellicht ook samenspel. Maar het doet minder een beroep op de creatieve kant. Daar leent knutselspeelgoed zich weer voor. Of tekenmateriaal. Of klei. En met die laatste val je weer in de categorie van het sensopatisch spel. Daar hoort bijvoorbeeld ook vingerverf, spelen met zand, water, brooddeeg of scheerschuim bij. Hiermee geeft je belangrijke zintuiglijke ervaringen die nodig zijn voor een goed zelfgevoel, voor het leren gebruiken van je lijf en aanvoelen van lichamelijke sensaties.

Wat is speelgoed?

In feite kan al het materiaal als speelgoed gezien worden. Toen wij moesten verhuizen, moest ik kiezen wat we meenamen en wat er in de opslag moest. Er was simpelweg niet genoeg plek voor al het materiaal. Ik koos voor klein materiaal (vanwege de ruimte), voor fantasiemateriaal (playmobil, poppen) en constructief speelgoed (lego, kapla). En wat teken- en knutselmateriaal. Feit is, mijn kinderen spelen hier maar weinig mee. Waar spelen ze mee? Wat doen ze de hele dag? Zodra ze wakker zijn hoor ik eigenlijk: ‘en toen was jij de vader, en ik was het kindje, en we gingen op vakantie, en…’.

Rollenspellen

Rollenspellen. Een hele belangrijke ontwikkeling binnen de fantasieontwikkeling, die bijvoorbeeld heel erg hard nodig is voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden, sociaal inzicht en empathie. Hierin oefenen ze hun ‘rollen’, wat ze straks, in het latere leven willen doen en kunnen. En tegelijkertijd biedt het een uitlaatklep voor de verwerking van alledag. Niet zelden hoor je jezelf terug in wat je kind zegt als het de rol van vader of moeder heeft aangenomen.

Doen alsof spel

Signe is nog niet zover. Zij zit al wel met haar eerste stapjes in de fantasieontwikkeling, die begint met doen alsof spel. Dus gaat ze ‘schoonmaken’, ‘vegen’, haren kammen en alles wat ze anderen maar ziet doen. Ze doet werkelijk alles na, tot soms grote schrik of ergernis van ons. Zo moest ik vanmorgen ook de nagellak uit haar handen trekken, want ze was op de stoel geklommen die ze naar de kast had geschoven om zelf haar nagels te gaan lakken.

Buiten spelen

Wat doen ze nog meer? Buiten spelen, gelukkig! Een vorm van spel die zeker vandaag de dag veel te weinig wordt gedaan. Met buiten spelen vang je heel veel vliegen in één klap: er wordt samengespeeld, bewogen, ideeën verzonnen, motoriek geoefend, rollenspellen gedaan, grenzen opgezocht en verlegd en daarmee zelfvertrouwen opgedaan. Niet voor niets is het verplichte kost op school, en meer naarmate kinderen jonger zijn. Door hun beweegbehoefte is het gewoon noodzakelijk dat zij lekker naar buiten gaan.

Wat herken jij?

Ik ben benieuwd wat jullie herkennen in de spelontwikkeling van je kind. Soms denk ik wel eens: we hadden al dat speelgoed niet nodig gehad. Er valt nog een heleboel meer over te schrijven. Dat houden jullie nog van mij tegoed. Nu lonkt de zon, dus gaan we naar buiten!

Trainen in de turnselectie

Trainen in de turnselectie

Starten in de RTT turnselectie

Na ruim 2 jaar bij de Kweekvijver kregen we voor de zomervakantie in een eindgesprekje een advies voor Meia. Al eerder schreef ik over het turnen van Meia, waarmee ze al jong is begonnen. Ik had beloofd hier een vervolg aan te geven. Al sinds Meia 3 jaar is gaat zij met veel plezier naar gym. Was het in eerste instantie nog peutergym, inmiddels sluit zij straks aan bij het ‘echte’ turnen: ze mag meedoen met de RTT.

Einde van de kweekvijver

‘Huh!?’ Hoor ik je denken. Ja, ik heb ook maar vriendelijk geglimlacht toen dat werd uitgesproken, want ik heb geen kaas gegeten van die hele turnwereld, laat staan dat ik wist waar ze het over had. Gelukkig legt de trainster het nog eens geduldig uit: het Rayon Turn Toernooi (zei me nog niks, trouwens). In simpele taal: dit is de selectie binnen een vereniging, waarin ze een paar wedstrijdjes per jaar doen, op regionaal niveau.

Gelukkig geen topsport

Ah, dat was een opluchting. Natuurlijk had ik ook wel ingeschat dat Meia niet de nieuwe Sanne Wevers was, maar het is toch wel prettig als wordt bevestigd dat het geen toptalent is. Ja, je leest het goed, ik ben opgelucht dat ze dat niet is. Want dan kwamen we toch wel voor hele ingewikkelde keuzes te staan met ver reikende gevolgen. Hele dagen trainen, op jonge leeftijd al prestatiegericht opgevoed worden, de keuze maken voor sport in plaats van afspreken met vriendjes en vriendinnetjes… ik ben blij dat wij niet voor die keuzes staan, omdat ik niet zou weten of ik er goed aan zou doen. Of Meia me er later dankbaar voor zou zijn, of dat ze het gevoel zou hebben dingen te hebben gemist.

Sporten binnen de vereniging

Afijn, ik dwaal af. Gelukkig doet onze dochter straks ‘gewoon’ de selectie. Gezellig, met een cluppie andere meiden en bij haar oude vereniging. Daar is ze inmiddels ruim 2 jaar weg, dus ze zal wel weer even haar plekje moeten vinden. Gelukkig verhuizen er een paar andere meisjes mee naar de vereniging.

Andere weekplanning

Onze week zal er ook anders uit gaan zien. Ik ben best wel blij dat Meia nu wat minder gaat trainen. Hoewel het nog steeds 2 keer per week is, is er nu 2,5u per week, in plaats van 4 uur. Ik hoop dat daarmee wat meer tijd komt voor andere bezigheden. Gewoon, lekker afspreken of wat meer thuis aanrommelen. Wat relaxter.

Samenwerken

Het is ook leuk dat ze straks echt gaan leren hoe ze bepaalde oefeningen gaan uitvoeren. En hoewel turnen vrij individueel is (je voert de oefeningen tenslotte in je eentje uit), is het tegelijkertijd heel sociaal: je probeert als team gezamenlijk de meeste punten te halen op een wedstrijd. Dat waardeer ik aan deze sport. Het haalt de druk van het individuele presteren er een beetje af, en legt het accent op samen presteren. Kan voor Meia zeker geen kwaad.

Ouder-kind gym

Ik grapte een tijd terug al tegen de trainster van de Kweekvijver dat onze jongste telg binnenkort wel zou volgen. Om de daad bij het woord te voegen: binnenkort zal ik inderdaad starten met ouder-kind gym nu ze 2 jaar is. Ik kan niet wachten. Het lijkt me heerlijk om haar lekker te laten bewegen en energie kwijt te raken, en om dat samen te delen.

 

 

Waterpokken

Waterpokken

Wat een pokkenziekte!

Jaren gingen er voorbij en elke paar maanden was het weer zover: een golf van waterpokken in de omgeving. Je weet dat je een keer aan de beurt bent. En de wetenschap dat je ze maar beter zo snel mogelijk gehad kan hebben, omdat het op latere leeftijd alleen maar vervelender is, neem je mee in je achterhoofd. Niet voor niets worden er heuse waterpokkenparty’s georganiseerd. Echt waar! Waarin groepen kinderen bij de besmette hoofdpersoon worden gezet om de rest ook te laten besmetten. Ik snap het wel.

Geen waterpokken

Toen Meia nog enig kind was, maakten we al kennis met zo’n beetje alle varianten van vlekkenziekten. Vijfde ziekte, zesde ziekte, allerlei varianten van uitslag en eczeem… en toen Fosse en Signe zich inmiddels aan de roedel hadden toegevoegd hadden we toch al een behoorlijk pak ervaring in huis qua kinderziekten. Maar op de één of andere manier lukte het maar niet om de waterpokken te krijgen.

Besmettelijk

Briefjes gingen rond, waarschuwingen van school, andere ouders en signalen uit de vriendenkring: er heerst waterpokken. Elke keer dacht ik (hóópte ik): nu zullen ze dan wel besmet raken. “Ga maar vooral naast Gijsje zitten”, “Geef Madelief maar een extra dikke zoen” suggereerde ik mijn kinderen dan. Alle inzet ten spijt, dit superbesmettelijke virus sloeg ons keer op keer over.

Bultjes

Ik werd er een beetje nerveus van. Straks zitten ze in hun tienertijd, dan ben je helemaal mooi klaar als je de waterpokken krijgt. Ik had eens een collega van in de 20, die was weken ziek van de waterpokken. Dat wilde ik toch echt voorkomen als het lukte. Toen we een keer een dag op stap waren, met lekker weer en héél veel andere kinderen en ziekteverwekkers in lauw water, zag ik aan het einde van de dag ineens bultjes verschijnen bij Fosse. We maken een klein vreugdedansje: gelukkig! Toch nog vóór je het huis uit bent! Onze (kinderloze) vrienden keken ons met opgetrokken wenkbrauwen aan: ‘jullie zijn gek!’, zeiden ze nog.

Vlekkenziekte

Maar het bleek, wederom, een van de ontelbare en ondefinieerbare vlekkenziekten of ander raar uitslag, en ook dit moment liep met een sisser af. Wat een anti-climax weer. En nu, in vakantietijd, waarin er maar weinig andere kinderen in de buurt zijn geweest (want: geen school, sport of vriendendates), zag ik ineens vlekjes bij Signe. Hè? Het lijken wel blaasjes? En inderdaad, ze namen toe, in de loop van de dag. Al bleef ik twijfelen: het waren er zo weinig, en ze leek verder niet ziek.

Pokken

Maar toen Fosse een week later uit de douche kwam, zag ik bij hem de kenmerkende vlekjes op zijn romp. Ja, het was zover, onze kinderen hebben de waterpokken gekregen. Ook Meia kreeg de dag erna vlekjes, en zo was de cirkel rond. Maar wat heb ik mezelf voor mijn kop geslagen om te hopen op de waterpokken. Signe en Meia kwamen er goed vanaf: allebei hadden ze maar een paar pokjes, en waren verder niet ziek, hooguit wat hangeriger.

Koorts

Fosse was een heel ander verhaal. Wij waren die dag toevallig beiden werken (zul je net zien: ben ik 5 dagen vrij geweest, en precies als ik weer moet werken is mijn kind ziek), dus opa en oma vingen ons grut op. En in de loop van de dag nam het aantal pokken razendsnel toe. Waren het er eerst nog maar een paar, binnen een paar uur zat zijn hele romp, kruis, billen, hals en gezicht onder. En helaas ging dit gepaard met hoge koorts. Wat voelde ik me rot dat ik er niet voor hem was. Gelukkig was ik de komende dagen weer vrij om hem op te vangen.

Overal

En dat was nodig ook. De hoge koorts (boven de 40 graden) piekte een paar dagen door, en ik dacht meerdere keren dat het nu toch echt niet erger kon, maar ik had het keer op keer mis. Werkelijk elk plekje huid was bedekt: in de oren, tussen de vingers en tenen, in de billen, op de oogleden… zijn hele huid deed pijn en doordat het op zijn voetzolen zat, kon hij niet lopen van de pijn. Een bezoekje aan de HAP maakte duidelijk dat hij het inderdaad niet erg getroffen had: hij had een extreme variant van de pokken, maar gelukkig geen complicaties. Uitzieken dus.

Littekens

Ohja, ze had nog de mededeling dat op deze leeftijd (5 jaar) de kans op littekens wel groot is. Fijn is dat. Waarom heb ik in vredesnaam gehoopt dat mijn kinderen het snel zouden krijgen? Of zou het nóg erger zijn geweest als hij op latere leeftijd ziek was geworden? Ik baalde met hem mee. Douchen gaf verlichting, maar afdrogen was afzien. Dragen of tillen kon niet, maar zelf lopen deed zeer.

Beter

Ik was dan ook enorm blij dat hij eindelijk, op dag 7, koortsvrij wakker werd en glimlachend zijn kamertje uit kwam lopen. Eindelijk! Verbetering! Ik zette hem in de wandelwagen en scheurde de zon in. Want we konden beiden wel wat vitamine D en zonlicht gebruiken. Sindsdien gaat het beter. Ik hoop heel erg dat de schade meevalt en er geen (weinig) littekens overblijven. We zullen zien.