Archief van
Categorie: Schoolkind (6-12)

Kind van de rekening?

Kind van de rekening?

Over de emotionele gevolgen van de coronacrisis

In Wuhan waren in de quarantaine periode de cijfers van huiselijk geweld en misbruik verdubbeld. Verdubbeld! In Groenland hebben ze de alcoholverkoop tijdelijk verboden, omdat het land al bekend is met een misbruik- en mishandelingpercentage van 1 op de 3 inwoners. Met deze maatregel willen ze de kinderen in de quarantaine tijd zoveel mogelijk beschermen. De kindertelefoon is de afgelopen week al 1,5x vaker gebeld dan gemiddeld. Unicef maakt zich zorgen over de wereldwijd thuiszittende kinderen met onomkeerbare schade die dit geeft in hun leerontwikkeling.

Immateriële schade

Met andere woorden, de emotionele schade die deze situatie op de lange termijn geeft is (nog) niet te overzien. Mondjesmaat wordt er nu de impopulaire vraag gesteld of schade die deze ingrijpende maatregelen om het virus te beteugelen het waard is. Een ethische kwestie, maar wel een goede discussie om over te filosoferen. Ik verwacht dat na deze situatie de vraag wél wordt gesteld of er bij herhaling op dezelfde manier moet worden ingegrepen.

Het blijft linksom of rechtsom een verschrikkelijke situatie. De reactie van alle landen is in mijn ogen niet meer dan begrijpelijk, en ook noodzakelijk: we zitten niet in een luxepositie dat verschillende scenario’s en de gevolgen daarvan tegen elkaar kunnen worden afgewogen. Er moet direct gehandeld worden. Maar of dit op de lange termijn ook het meest voordelig is, moet nog maar blijken.

Respect en waardering

Ik maak me nu al zorgen. Een economische crisis lijkt onvermijdelijk, en dat zal (wederom) een kaalslag voor verschillende branches gaan betekenen. Niet zelden is de jeugdzorg en de GGZ dan ondergeschoven kindje. Ik vrees dat onze kinderen nu letterlijk kind van de rekening zullen worden. Maar aan de andere kant ben ik hoopvol. Nooit is er zoveel aandacht en lof geweest voor de zorg, en ook voor het onderwijs. Wat altijd als vanzelfsprekend werd beschouwd, krijgt nu eindelijk het respect en de waardering die ze verdient. Ik heb een stille hoop dat dit ook door zal sijpelen in de jeugdzorg, en dat het belang van déze zorg ook steeds duidelijker wordt.

Jeugd is de toekomst

Het zou ook eens tijd worden dat er in de politiek aandacht komt voor de voordelen van de lange termijn investering die psychische zorg is, en jeugdzorg al helemaal. Het psychisch sterk maken van een persoon, zodat die weer mee kan draaien in de maatschappij, het sociaal-emotioneel stabiel maken van een kind of het optimaliseren van de ontwikkelingskansen levert enkel voordelen op voor de economie. Meer werknemers, minder uitval en meer veerkracht. De jeugd is immers de toekomst.

Daarom lieve ouders, kinderen en gezinnen, wil ik jullie op het hart drukken: wees een beetje mild. Voor jezelf, voor je kinderen. Je doet wat je kunt, en dat is genoeg nu. Vraag om steun als het nodig is, en gun elkaar wat meer ruimte. Heb af en toe plezier samen, en accepteer het ook als het even niet gaat. Het psychisch en emotioneel welbevinden is uiteindelijk belangrijker dan de rapportcijfers of een schoon huis.

 

Terugval in behoeften

Terugval in behoeften

Maslow in Coronatijden

Ik ging net even brood halen bij de Albert Heijn. En terwijl ik mijn neus in een schap stak, begon er een bandje over de speakers, die minutenlang waarschuwingen en maatregelen opsomde. Variërend van afstand houden, tot handen wassen, lief zijn voor elkaar en contactloos betalen. Ineens voelde ik een lichte spanning opkomen. Het wordt steeds serieuzer. Slalommend om de mensen heen, soms paniekerig een ander pad kiezend, vond ik mijn weg naar de, uiteraard, zelfscankassa’s. Eenmaal buiten in de zon ontsnapte een zucht van opluchting.

Andere prioriteiten

Mensen kennen mij als rustig, en niet zo snel van slag of gestrest. Maar ik kan niet ontkennen dat de hele situatie natuurlijk óók invloed heeft op hoe ik mij voel. Ik pieker soms over de komende weken en maanden, en de gevolgen die dit geeft op grotere schaal. Voor ons gezin, onze kinderen, mijn werk en praktijk, de financiën. Ineens vallen we massaal terug op andere, meer basale prioriteiten.

Onzekerheid en angst

Iedereen voelt zich nu onzeker, sommigen zelfs angstig, en voor niemand is er duidelijkheid. Niet iets om nu grootschalige plannen te maken, want wie kan garanderen of dat nu een goed idee is? Zoals ik in mijn vorige blog ook schreef, staan er ineens veel meer primaire behoeftes voorop. Dat deed me denken aan de piramide van Maslow. En de situatie van de coronacrisis tekent deze behoeftenhiërarchie heel mooi uit.

Billen afvegen

Zo zie je direct dat het hamstergedrag goed verklaarbaar is: mensen hebben angst dat ze tekort komen, en willen garanderen dat ze voldoende te eten en te drinken hebben. Ook andere primaire fysieke levensbehoeften gaan spelen: je billen kunnen afvegen en medicijnen scoren staan momenteel hoog op de behoefteladder.

Veiligheid

De situatie rondom corona tast ons gevoel van veiligheid aan. We zijn niet meer gegarandeerd veilig, en wantrouwen misschien zelfs anderen: buitenstaanders worden vermeden en als potentiële besmettingsbron gezien. De maatregelen die steeds ingrijpender worden, het feit dat dit een wereldwijd gebeuren is én dat er geen medicijn of vaccin is die hiertegen opgewassen is, voedt de onzekerheid en de angst bij mensen. Iedere dag checken we de nieuwsupdates, en massaal bekijken we de persconferenties. We vallen terug in ons gedrag: ineens is die opleiding die je aan het doen bent niet meer zo belangrijk. Er moet eerst genoeg rijst in huis zijn.

“Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd”

Die afspraken met vrienden kunnen wel even wachten, want eerst moet er paracetamol op voorraad zijn. Kampte je een paar weken terug nog flink met een laag zelfbeeld, mogelijk lijkt dat nu ineens minder relevant, omdat je ‘wel even andere dingen aan je hoofd hebt’. Want Maslow gaat ervan uit dat deze behoeftenpiramide hiërarchisch is opgebouwd. Dat betekent dat je pas voldoende aan een niveautje hoger kunt werken, als de niveaus eronder voldoende stevig zijn.

Reptielenbrein

Zoals een jenga-toren: de fundering moet stevig zijn om de toren hoger te laten komen, anders dondert de boel in elkaar. We schakelen daarmee ook terug op meer primaire breinfuncties: we handelen in stress situaties (wat de coronacrisis is) niet meer weloverwogen en evenwichtig, maar zijn korter voor de kar, meer gericht op eigen behoeftes en eigen belangen. In andere situaties gebruiken we vooral onze prefrontale cortex, die ons gedrag aanstuurt. Nu vallen we terug op ons oudere reptielenbrein en hebben we de basale reacties van vechten, vluchten en bevriezen (zie ook mijn eerdere blog over het reptielenbrein).

Zorg goed voor jezelf

Wat het nu voor jou betekent? Misschien heb jij nu, net als de meeste mensen, ook wel extra behoefte aan veiligheid. Dan kan het helpen als je inventariseert wat jouw gevoel van veiligheid vergroot: misschien minder vaak die nieuwsupdates checken, wat vaker met je familie bellen, en vooral afleiding zoeken met leuke activiteiten. Probeer dat gevoel te versterken. Zo help je jezelf, en ook je omgeving.

 

 

 

Ontdek je talent

Ontdek je talent

15 juli 2019: Wereld Jonge Talentendag

Vandaag is het Wereld Jonge Talentendag. In het leven geroepen omdat het idee leeft dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van de talenten die mensen hebben, wat uiteindelijk ook een oorzaak kan zijn voor bijvoorbeeld werkloosheid. Vergezocht, of prestatiegericht? Ik denk het niet.

Prestatiegerichte maatschappij

Ik merk aan de cliënten die bij ons komen, dat het ontwikkelen van een realistisch zelfbeeld in de kinderjaren bepaald geen vanzelfsprekendheid is. Misschien juist omdát de maatschappij steeds meer prestatiegericht is ingesteld. Er is te weinig oog voor de eigenheid van een kind. Er wordt teveel gefocust op verwachtingen, waardoor mensen voorbij gaan aan wie een kind nu eigenlijk is.

Wat zijn jouw talenten?

In de praktijk doen we daarom veel interventies die erop zijn gericht dicht bij jezelf te blijven, te leren hoe jij als kind uniek en bijzonder bent, met al jouw eigenschappen en kwaliteiten. Hoe jij verschilt van anderen. Niet om te vergelijken wie er beter is, of wat je anders zou moeten. Maar juist om jezelf te leren kennen, met al je goede en minder goede kanten. Zodat je bijvoorbeeld uiteindelijk kunt zeggen: “ik ben Iris, ik ben goed in organiseren, ik word er blij van als mijn spulletjes netjes zijn opgeruimd en raak daardoor nooit wat kwijt”. Of: “Ik ben Bart, ik ben gek op skaten, en heb mezelf alle trucs aangeleerd. Ik ben er trots op dat ik door volhouden uiteindelijk de moeilijkste dingen kan, en dat ik het nu zelfs aan anderen kan leren”.

Realistisch zelfbeeld

Het gaat erom dat je als kind een realistisch beeld van jezelf krijgt: geen onrealistische hoge verwachtingen zoals “als je wilt, kun je alles”, waardoor je jezelf over de kop werkt op de havo terwijl je eigenlijk beter af bent op het vmbo. Maar juist dat je trots en tevreden kunt zijn met jouw talenten, omdat die jou als persoon omschrijven. Dat klinkt simpel, maar is het niet.

Faalangst en negatief denken

Veel meiden en jongens hebben een negatief zelfbeeld, faalangst, last van negatieve gedachtes en zelfkritiek. Ze vergelijken zichzelf steeds met anderen, o.a. door de invloed van social media. Ze meten met 2 maten: ze moeten goed presteren op school en ook de beste zijn in hun hockeyteam. Ohja, en als vriendin en dochter mogen ze natuurlijk ook anderen niet teleurstellen. Plus moet je er goed uitzien, zoals al die anderen op instagram. Deze jongeren raken kwijt wie zij in de basis zijn. Stel hen de vraag: “wanneer ben jij eigenlijk tevreden met wie jij bent?” en er volgt een oorverdovende stilte.

Jij bent bijzonder, want jij bent jij

Juist daarom zetten we in hierop. In het ontwikkelen, herkennen en erkennen van je eigen talenten. Niet omdat je moet uitblinken, maar vooral omdat we het belangrijk vinden dat je als kind leert dat je vooral jezelf bent, en mag zijn. Dat jij, met al je eigenaardigheden, nukken en rare eigenschappen iets toevoegt aan deze maatschappij. Want het zou maar een saaie boel worden als we allemaal hetzelfde waren, allemaal even goed in alles, met dezelfde talenten, toch?

Interventies in therapie

In de sessies gebruiken we daarom het kwaliteitenspel, kernkwadranten, faalangsttrainingen zoals ‘ik ben een kei’ en ‘eerste hulp bij faalangst’. Ook programma’s gericht op een realistisch zelfbeeld zoals de COMET training helpen hierbij. We geven, om het effect te verhogen, daarbij ook regelmatig ‘huiswerk’ mee in de vorm van werkbladen die ook bijdragen aan je eigen talent ontwikkelen, je zelfvertrouwen vergroten of je zelfbeeld verbeteren.

Wil je meer weten over de mogelijkheden, neem dan een kijkje op de website.

Een piano en een klasje

Een piano en een klasje

Piano in huis

Mijn opa is verhuisd uit Amsterdam. Hij is naar een kleiner flatje gegaan en had geen mogelijkheid om zijn geliefde piano mee te nemen. In het verleden was hij fervent pianospeler, maar door artrose kon hij uiteindelijk zijn vingers niet meer goed strekken om te kunnen spelen. De vraag rees dus wat er met de piano moest gebeuren, want voor mijn opa heeft deze een grote emotionele waarde. Wegdoen was geen optie.

Verhuizen van een piano…

Maarja, niet iedereen heeft zomaar plek voor een piano in zijn huis. En misschien nog wel essentiëler: hoe krijg je zo´n bakbeest überhaupt in je huis!? Misschien was het naïef, misschien een tikje impulsief, maar een piano in ons huis uit de 19e eeuw, dat klonk mij als muziek in de oren. Steef was iets minder blij met deze actie, aangezien hij deze verhuistruc uit zijn hoge hoed mocht gaan toveren. Maar hé, we hebben een (geleende) aanhanger, hoe moeilijk kan het zijn?

Gelukkig waren familieleden beschikbaar om een eindje te helpen met sjouwen en zonder al te veel omhaal lukte het om de piano in te laden. Met hulp van een toevallig passerende buurman is deze loodzware unit zelfs zonder noemenswaardige schade tot in de woonkamer gekomen. En daar stond hij vervolgens te glanzen en te stralen.

Aantrekkingskracht

De piano had, zoals ik een beetje hoopte, een magische aantrekkingskracht op de kinderen. Vrijwel dagelijks werd er even gepingeld en al gauw besloot ik te kijken naar iets van pianolessen. Want als er dan eenmaal een piano in de huis staat, dan moeten we toch de kans grijpen om eens te onderzoeken of dat iets is wat (een van) de kinderen leuk vinden. Van Meia wist ik dat ze jaren terug al vaak had gezegd dat ze piano wilde spelen. Of viool. Van Fosse wist ik het niet.

Pianoklasje

Na enig navraag bleken ze beiden wel zin te hebben om mee te doen met een pianoklasje. Met 4 kindjes een half uurtje per week spelenderwijs kennismaken met piano spelen. Dat klonk in ieder geval lekker laagdrempelig en vrijblijvend. Afgelopen week was het dan zover: de eerste keer pianoles. Enthousiast stapten ze naar binnen en nog enthousiaster weer naar buiten. Gewapend met een werkblad, volgeschreven met cijfertjes.

Gezellig geluid

Het is ongelooflijk wat een kind in 30 minuten kan leren, want thuis werd enthousiast voorgedaan wat ze geoefend hadden. Het ging deze keer, als ik het goed begreep, vooral om de positie van de vingers op de toetsen. Maar ook mochten ze meteen hun eigen liedje maken voor de volgende keer. Het is een gezellig geluid, het getingel op de piano door het huis, op willekeurige tijdsstippen.

Familie traditie

Inmiddels zijn we aan het einde van het jaar. Het leven kan soms hard en confronterend zijn, zoals ook in ons geval, waarbij mijn opa toch vrij plotseling recent is overleden. Het maakt zijn instrument des te meer tot een geliefd relikwie, waar met name Meia met veel plezier gebruik van maakt. Het stokje lijkt daarmee doorgegeven. Laatst gaven Meia en Fosse een kleine demonstratie tijdens het Pepernotenconcert, en Meia kijkt er naar uit om met pianolessen door te gaan. Vooral ter ere van mijn opa, en daarmee de muzikale familietraditie, ben ik blij en dankbaar dat Meia het piano spelen zo leuk vindt.

Time-in is het nieuwe time-out

Time-in is het nieuwe time-out

De ongewenste effecten van time-out

Time-out is een veelgebruikt opvoedingsmiddel door veel ouders en andere opvoeders. Door nanny Jo Frost en andere ´opvoedgoeroes´ is dit middel wijd en zijd gepredikt en waren jarenlang de ´naughty chairs´ en strafmatjes niet aan te slepen. Als je het maar consequent genoeg toepaste, dan hield al dat ongewenste gedrag vanzelf wel op. Zo was het idee. En heel vaak werkte het ook zo: het kind gaf op en driftbuien bedaarden, waarna de draad weer kon worden opgepakt. Toch ben ik geen fan van dit middel, en leg ik hieronder uit waarom niet.

Stoppen van ongewenst gedrag

Het idee van een time-out is dat je kind leert het ongewenste gedrag te stoppen. Daar is niks mis mee, dat is natuurlijk wat elke ouder wil. Op het moment dat je een kind uit de situatie haalt, kan daarmee het gedrag al worden doorbroken. Het is dan ook een prima oplossing om toe te passen, bijvoorbeeld wanneer je kind ruzie maakt met zijn zusje en het niet lukt om hiermee te stoppen. Of blijft gillen omdat het iets wilt. Je neemt je kind dan op een rustige manier mee naar een andere, neutrale ruimte. De gang, de trap, of waar dan ook. Ook hier is niks mis mee, maar er zijn wel wat aandachtspunten.

Uit de situatie halen

Je haalt je je kind weg uit een situatie als het volle bak stress ervaart. Omdat het ruzie heeft, ontzettend boos is of zich gekwetst of afgewezen voelt, bijvoorbeeld. Vervolgens zet je je kind, met al zijn stress en onlustgevoelens, in een aparte ruimte, in zijn eentje. Op zulke momenten is het emotiesysteem van je kind ontregelt. Niet voor niets grijp je in: je kind doet raar, doet zichzelf of anderen pijn, scheldt of is brutaal. Dat is een uiting van de stress, je kind weet zich op dat moment geen raad met de heftigheid van de emoties die hij ervaart, en gaat daardoor ongewenst gedrag vertonen.

Wat het nodig heeft, is jou!

Eigenlijk is dat het moment dat je kind jou het hardste nodig heeft: je kind is nog volop in ontwikkeling om zichzelf en zijn emoties te leren reguleren. Om te leren hoe het zichzelf kan kalmeren en weer tot rust brengen in situaties die spanning geven. Om te weten wat het dan kan doen, zoals weglopen, er iets van zeggen, of hulp zoeken. Dat kan je kind nog niet, dat leert het van jou. In interactie met jou. Als een kind stress heeft en daardoor in de ´actiestand´ staat, is dat juist het moment om je kind te helpen weer tot rust te komen.

Reptielenbrein

Zoals ik al eerder schreef, kan je met stress niet meer helder nadenken en reageren we allemaal heel primair. Met vechten, vluchten of bevriezen. Kinderen hebben daar nog veel in te leren, en we kunnen er niet vanuit gaan dat ze dit uit zichzelf doen. Wat er gebeurt op het moment dat je je kind in een time-out plaatst, is dat je de boodschap afgeeft ´je moet het zelf doen´, ´als jij stress hebt, sta je er alleen voor´. Klinkt hard he? Is het ook. Het is dan ook zeer onwenselijk voor een kind als dit keer op keer zo wordt ervaren, want dan bestaat de kans dat het dit ook werkelijk zo gaat geloven.

Een negatieve boodschap

Gevolg? Je kind wordt uiterlijk rustig, want het leert: ´hoe boos ik ook word, er komt toch niemand om me te helpen weer te kalmeren, ik moet het alleen doen´. Van binnen blijft de stress echter, want het kán immers niet optimaal reguleren zonder hulp. De stress wordt daardoor intern opgeslagen in het lijf. Het zou zomaar kunnen dat het omslaat in lichamelijke klachten. Natuurlijk is het niet zo rechtlijnig, het gebruik van time-out leidt natuurlijk niet meteen naar problemen, maar het is wel iets om over na te denken.

Niet isoleren, maar dichtbij blijven

Beter is daarom niet je kind te isoleren, maar juist dichtbij te blijven. Geen time-out maar een time-in dus. Je geeft de boodschap dat je je kind niet alleen laat als hij het zo moeilijk heeft. Door je nabijheid en je empathie (´wat ben jij boos zeg!´) voelt het zich begrepen en lukt het sneller om te kalmeren. Hoe sneller het brein rustig is, hoe sneller je ook je grenzen kunt stellen en kunt bespreken wat je eigenlijk wilde doen: ´je was zo boos, dat je met spullen ging gooien. We gooien niet met spullen, want dat is gevaarlijk en het gaat kapot. Als je je zo boos bent, kun je zeggen waar je last van hebt tegen Madelief, of kom je naar mij toe als het niet lukt´.

Omdenken

Het is een omschakeling in het denken. We gaan er nu vanuit dat ons kind eerst moet kalmeren. Maar kalmeren lukt alleen met hulp van ons. Even omdenken dus. Het is geen kwestie van je kind ´z´n zin geven´, want het doet niets af aan de grenzen die jij stelt. Je wacht alleen tot de ergste stress voorbij is, zodat je kind weer helder kan denken, en jij alsnog je punt kunt maken. Dit is een hele effectieve strategie zelfs, want op ´t moment dat je kind in de stress blijft, komt je boodschap niet aan. De kans op herhaling van zelfde soort incidenten is daarmee heel groot.

Je punt maken

Beter is het dus om eieren voor je geld te kiezen en je kind te helpen met het reguleren van zijn emoties. Een kind in een time-out zetten die daar eerst heel de boel bij elkaar schreeuwt en uiteindelijk stil wordt, heeft niet geleerd om zelf rustig te worden. Het heeft geleerd dat het er in tijden van stress alleen voor staat, en dat hij niet op de steun kan rekenen wanneer hij die het hardst nodig heeft. Hij is niet rustig, maar heeft het opgegeven. Op het moment dat je dan je punt maakt als ouder, zal je boodschap niet landen: je kind is niet gekalmeerd, maar slechts verslagen en heeft nog geen kalm brein.

Wees nabij, zoek verbinding

Gelukkig is er een kentering in de wetenschap die dit fenomeen onderkent en terugkomt van het isoleren van je kind. Net zoals we terug zijn gekomen van het laten huilen van onze baby´s en het koste wat kost in eigen bed laten slapen van baby´s. Feit is nu eenmaal dat kinderen onze nabijheid door de jaren heen nodig blijven houden om te leren het uiteindelijk alleen te kunnen. Probeer daarom volgende keer eens om bij je kind te blijven, en je zal zien dat het sneller kalmeert en escalaties waarschijnlijk voorkomen kunnen worden.

Mini moestuin project

Mini moestuin project

Makkelijke Moestuin starten

Groene vingers heb ik niet. Planten vergeet ik en gaan dood waar ik bij sta. Onze eerste tuin was formaat postzegel en dat was misschien maar goed ook. We legden hem pas na 5 jaar aan en bestond (echt waar) uit gestort beton, een vlonder en kunstgras. Ja, zo groen zijn mijn vingers dus. Toch bijzonder, met een vader die jaren in de tuinarchitectuur zat en landschapsinrichting studeerde, en een moeder die niets liever doet dan tuinieren.

Gebrek aan groene vingers

Maar een tuin was voor mij altijd wel belangrijk om te hebben, voor het gezin. We kunnen enorm genieten van buiten zijn, bbq-en met vrienden of gewoon een badje opzetten met warm weer. In ons vorige huis had ik een dappere poging ondernomen tot het aanleggen van een verticale kruidentuin: zakken met kruidenplantjes aan de schutting. Helaas ging dit kapot en haalden buurtkinderen alles overhoop. Ook dat idee was geen lang leven beschoren.

Grijze tuin

In ons huidige huis krijgen we een herkansing. We hebben een grote tuin, maar eigenlijk is een betegelde parkeerplaats een betere benaming. Compleet met garagedeur, gestalde motor en fietsen en een karretje. De golfplaten overkapping met de kwaliteit van Lik me vestje maakt de depressieve sfeer helemaal af. In ons enthousiasme hebben we ons eigenlijk enkel op de verbouwingsplannen van het huis gericht, en de tuin min of meer buiten beschouwing gelaten. Voordat die aan de beurt is, zijn we dus wel een paar jaar verder.

Leven in de brouwerij

Maar sinds we er wonen, gebruiken we de tuin wel degelijk. Gelukkig kan het tegen een stootje, is het afgesloten en kunnen de kinderen zich heerlijk uitleven hier. Omdat we er toch een tijd mee moesten doen, dacht ik na over manieren om de tuin alvast wat op te pimpen. Toen ik vorig voorjaar de Makkelijke Moestuin tegenkwam op internet, werd ik direct enthousiast. Dit was een superidee voor onze (tijdelijke) tuin. Wat groen, wat levends, en iets fleurigs in de grijze, ongezellige toestand.

makkelijke moestuin zaaien planten oogsten gezin tuin project kinderen

Een project met de kinderen

Een project dat ik samen met de kinderen kon aangaan. Zo konden wij de vorderingen in het groen zien, die parallel zouden lopen aan de vorderingen aan de binnenkant van het huis. Ik moest nog wel even geduld hebben, want toen ik mijn plan smeedde, woonden we met 2 weken op een flat, waar geen ruimte was voor een moestuin bak. Toen we uiteindelijk verhuisden in september, was het moestuin seizoen aan zijn einde, dus besloot ik te wachten tot maart, wanneer het nieuwe seizoen zou beginnen.

Dit lukt iedereen…

In februari mocht ik dan eindelijk van mezelf bestellen: een bak van 120x120cm die je kunt verdelen in 4×4 vakjes. In elk vakje kun je vervolgens een andere groente (of kruid, of bloem) planten. Veel opbrengst op weinig oppervlak dus. Ideaal. Volgens de Makkelijke Moestuin moest het zélfs mij lukken, met een gebrek aan groene vingers. Of zeg maar gerust een gebrek aan vingers als het aankomt op tuinieren. Maar hé, we houden van biologisch eten en bewust omgaan met voeding. We hebben al een groentepakket van de lokale boer, en dit zou een mooie aanvulling vormen.

Het begin

Op een middag in februari was het zover: de bak moest in elkaar gezet worden zodat we konden beginnen. Met hulp van een enthousiaste Meia en sceptische Stefan werd de bak in elkaar geschroefd. Ik werd al blij van de bak zonder iets erin! Vol enthousiasme begonnen we de volgende dag met zaaien. “Kan niet misgaan”, verzekerde de website en de bijbehorende app mij, die me vertelde wat ik wanneer in welk vakje kon zaaien.

Geen vliegende start 🙂

Vol optimisme zaaiden we veldsla in een vakje en kwamen we er vervolgens achter dat de februari groente eerst moesten kiemen. Braaf volgde ik de stappen van de app, en legde ik de zaden van sugarsnaps, peultjes en wintererwt in plastic bakjes. En de volgende dag werd het -7. En de rest van de week ook. Oeps. Kan het dus toch nog misgaan, want ik had even geen rekening gehouden met het weer de komende tijd. Van die veldsla verwacht ik dus weinig meer. Maar we hadden de kiemen nog.

Poging 2

Toen ik ze vandaag, na ruim een week strenge vorst, tevoorschijn haalden, was door mijn onzorgvuldigheid de helft uitgedroogd en wist ik bij God niet meer wat nou wat was. Weer wat geleerd: opschrijven wat waarin zit. Ik haalde m´n schouders op en liet me niet kennen, en maakte volgens instructies van de app gaatjes in de aarde en gokte wat peultjes waren die het klimrek nodig hadden. De start was dus niet zonder tegenslagen. Maar, enthousiast geworden door de zon en de toenemende temperaturen, hebben Signe en ik ons ook gestort op het planten van o.a. postelein en radijsjes.

makkelijke moestuin compostbak composteren tuin

Compostbak

Het wroeten in de aarde geeft nu al voldoening. Het is mooi om te bedenken dat de soms miniscule zaadjes zullen uitgroeien tot iets eetbaars. Het werken aan de hand van de app is motiverend: je krijgt vanzelf weer een melding wanneer je iets moet doen. Steef beweert dat het weer een impulsieve bevlieging is, maar ik weet wel beter: dit is een gezinsproject. We trekken het nog een beetje verder door: bij gebrek aan een groene container hebben we een compostbak in de tuin gezet. Zo slaan we 2 vliegen in 1 klap: voeding voor de bodem, en minder restafval.

Natuurlijk houden we jullie op de hoogte van de vorderingen, en van de successen en mislukkingen!

 

Verwachtingen van de intelligentie

Verwachtingen van de intelligentie

Als de werkelijkheid tegenvalt

Een paar jaar terug had ik eens een gezin dat hun zoontje aanmeldde bij ons, omdat het gedragsproblemen had op school en thuis. Het gezin had een Arabische cultuur en deze verschilt ook in de opvoeding van de Westerse cultuur. Dit kind was hun oudste kind, en een zoon, wat het kind al een zekere status gaf. De ouders hadden daarmee eigenlijk al bepaalde verwachtingen van hem, en hoge ambities voor de toekomst.

Gedragsproblemen

Dat dit kind al met de eerste maanden school problemen gaf, was dan ook een behoorlijke tegenvaller voor het gezin. School was immers een milieu dat voor dit gezin heel belangrijk was. Sowieso is gehoorzaamheid aan je meerdere, een groot goed voor deze mensen. Dat de ouders voor hun gevoel al snel ‘op het matje werden geroepen’, namen ze dan ook uiterst serieus. Ze zetten zich met de leerkrachten in om hun zoontje te helpen met het leren van de kleuren, de vormen en van groot naar klein reeksen. Ze vroegen wat zij als ouders thuis konden doen, en namen hun taak heel ernstig.

Leerproblemen

Maar ondanks verwoede pogingen van het gezin en school, ondanks avonden lang thuis oefenen, het jongetje bleef problemen geven. Hij barstte in woede uit in de klas, waarna hij met dingen gooide en de andere kinderen uitschold of zelfs pijn deed. Thuis was hij volgens ouders niet te houden. Hij was brutaal en ongehoorzaam, hij weigerde te doen wat vader zei en elke poging om schoolwerk te oefenen, leidde steevast tot fikse escalaties tussen zoon en ouders. Vader zat met zijn handen in het haar en kwam ten einde raad bij ons.

“Hij vertikt het gewoon”

Na het horen van alle klachten, vroeg ik hen naar hun wens en hoop voor hun zoontje. “Dat hij zich weer gaat gedragen. Dat hij weer luistert naar ons, en niet steeds die woede-uitbarstingen. Dat hij begrijpt dat school belangrijk is en dat je je daarvoor moet inzetten, en niet zomaar je kont in de krib gooien. Want hij is slim zat, hij vertikt het gewoon te doen! Dat frustreert me”. Ik had heel erg met het gezin te doen. Ik vermoedde dat dit jongetje werd overvraagd en niet kon waarmaken wat zijn ouders van hem verwachtten en hoopten. Maar dat leek bijna een taboe-onderwerp. Ouders lieten op elke manier doorschemeren dat die verklaring geen verklaring was.

Twijfels over de intelligentie

Met toestemming van ouders nam ik contact op met school, waar ik sprak met de leerkracht en de schoolresultaten bekeek. Mijn vermoeden werd bevestigd: ondanks forse ondersteuning en één op één begeleiding merkten de leerkrachten te weinig groei. Hij deed erg zijn best, maar had intensieve ondersteuning nodig en raakte ondanks dat toch steeds verder achterop met de lesstof. De leerkrachten twijfelden aan zijn cognitieve capaciteiten.

Inzicht in het leren

Ik sprak opnieuw met ouders en probeerde het onderwerp in de week te leggen. “We zullen moeten kijken hoe hij leert, hoe hij de dingen aanpakt, wat zijn sterke en minder sterke kanten zijn en hoe we daar gebruik van kunnen maken of op in kunnen spelen”. Na het uitgebreid bespreken van het belang van het in kaart brengen van zijn intelligentie, en eventueel bijstellen van de verwachtingen hierover, werd het intelligentieonderzoek gepland.

Overvraagd worden

Het was direct duidelijk: dit kindje wordt met een zwakke intelligentie sterk overvraagd door zijn omgeving. Nu kwam echter het lastigste onderdeel, want ik moest het de ouders vertellen. Nu is dat op zich nog te doen, maar wanneer je als ouder zulke sterke verwachtingen of overtuigingen hebt voor je kind, is het heel lastig als een ander daar ineens vraagtekens bij gaat stellen. Want dat maakt kwetsbaar: dan heb je het als ouder dus al die jaren niet goed gedaan of gezien? En waarom zou iemand van buitenaf het nou beter weten?

Lastige gesprekken

Het zijn lastige, maar wel noodzakelijke kanten van mijn beroep. En soms lukt het ook niet helemaal. Ik nam de tijd voor het uitslaggesprek, waarin ik de resultaten toelichtte van wat ik had onderzocht en hoe hun zoontje scoorde. Ik probeerde duidelijk te maken hoe belangrijk het is dat elk kind op zijn eigen niveau moet kunnen werken, om ervoor te zorgen dat het kan leren en tegelijkertijd gelukkig kan blijven en succeservaringen kan opdoen.

Hardnekkige verwachtingen

Omdat bij dit gezin de verwachtingen zo sterk op de voorgrond stonden, heb ik hier veel aandacht aan besteedt, door direct duidelijk te zijn: dit kind zal niet naar de universiteit gaan, dit kind zal veel ondersteuning nodig blijven hebben en een eigen leerlijn moeten volgen. Het zou oneerlijk zijn om iets anders te verwachten. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij het gezin bleven de overtuigingen actief: “wanneer is deze achterstand bijgewerkt? Wat is er voor nodig om hem op dit niveau te krijgen? Hoeveel moeten we daar voor oefenen, want dan doen we dat gewoon. Het is tenslotte maar een momentopname, hij heeft waarschijnlijk gewoon geen zin gehad, zo doet hij dus thuis ook steeds, hij vertikt het gewoon, hij kan het gewoon”.

De waarheid accepteren

Voor dit gezin was één gesprek onvoldoende. Soms is er meer tijd voor nodig om de waarheid te accepteren en om dit een plek te kunnen geven, waar je als omgeving goed op kunt reageren. Ik heb dit gezin nog een tijd gevolgd om gesprekken mee te voeren. Het valt immers niet mee om je verwachtingen bij te stellen. Sterker nog, dit is één van de meest onderschatte en moeilijkste opgaves binnen de opvoeding, op welk terrein dan ook. Geduld is in die gevallen een schone zaak.

Hoe Fosse voor korfbal ging

Hoe Fosse voor korfbal ging

Sport als onderdeel van de opvoeding

Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen op een sport gaan. Naar mijn idee zitten hier zoveel voordelen aan, dat ik niet terugdeins dit te stimuleren bij mijn kinderen. Gelukkig hebben we ook drie energieke aapjes, die zelf ook lieten blijken graag lekker te sporten. Toen Meia nog maar 2 jaar was, ben ik met haar al begonnen met peutergym. Fosse groeide daar in eerste instantie min of meer in mee. Toen hij de leeftijd had, ging hij dus samen met zijn grote zus klimmen en klauteren in de gymzaal.

Turnen met zijn grote zus

Maar toen kwam het moment dat Meia naar een oudere leeftijdsgroep doorverhuisde, en Fosse dus ‘alleen’ overbleef. Hoe leuk hij het ook vond, hij weigerde pertinent nog een voet in de gymzaal te zetten zonder zijn zus. Ja, hij was een behóórlijk koppige peuter op die leeftijd. Maarja, ik wilde eigenlijk wel graag dat hij ook lekker in beweging bleef en een sport zou vinden waar hij zich fijn in zou voelen, iets van hemzelf, iets anders dan zijn grote zus. Zeker omdat de valkuil om zich te gaan vergelijken ook op de loer lag.

Handbal

Fosse was goed in gooien en vangen en hield ervan om met de bal te spelen. Voetballen deed hij toen nog niet zo fanatiek, hij was meer van het zwemmen, fietsen en met de bal spelen. We besloten eens bij handbal te gaan kijken, en kort daarna ging hij wekelijks naar het groepje op de handbal. Helaas was de club echter zo klein, dat er geen volledig team voor zijn leeftijd bestond en ook niet op de korte termijn leek te komen. Dat was jammer, want hij vond het wel heel stoer om hier mee bezig te zijn.

Beweegkriebels

De handbalmiddagen bloedden helaas dood, waarmee opnieuw de zoektocht naar een sport ontstond. Er werd toen om de zoveel weken ook ‘beweegkriebels’ georganiseerd, vanuit DordtSport, juist om de kinderen onder de 4 jaar kennis te laten maken met allerlei soorten sporten, klimmen en klauteren. Omdat Fosse nog nét mee kon doen, besloot ik dit samen met hem te doen. Voor een gezellig één op één moment, en om eens te ontdekken wat er nog meer aan sportmogelijkheden waren voor hem, en wat hem aansprak hierbinnen.

Van judo tot ballet

Mijn stoere surfdude moest niet zoveel hebben van de judo proefles: elkaar opzettelijk omver duwen, dat kon hij niet zo goed begrijpen. Ballet daarentegen, daar kon hij geen genoeg van krijgen. Met grote sprongen huppelde hij door de zaal op de muziek, wat tot menig verbaasd en vertederd gezicht leidde. Toen ik echter de prijzen in handen gedrukt kreeg van deze balletschool, was mijn enthousiasme helaas direct een stuk minder. Maar even wachten wat nog meer volgde.

Korfbal

Halverwege de beweegkriebel serie was er een proefles korfbal. Omdat de gymzaal aan het korfbalcomplex grensde, konden de kinderen direct op het echte veld trainen. Tot grote lol van mijn wildebras. Dit was direct een succes! De pittenzakjes door de gaten gooien konden zijn aandacht niet vasthouden, dus richtte hij zich direct op de korven. En het lukte! Hij kreeg high fives van de trainster en Fosse glunderde van oor tot oor. Na de beweegkriebels besloot ik daarom om verder te gaan met korfbal.

Kangaroes

Op zaterdagochtend trainde Fosse sindsdien bij de Kangaroes, waar de allerkleinsten in spelvorm allerlei basistechnieken van de korfbal trainden. De trainers waren enthousiast en tussen de kinderen was het gezellig, dus ging Fosse met veel plezier hier naartoe. Fosse is echter nogal groot voor zijn leeftijd en groeide in die periode ook doodleuk door, waardoor hij na een paar maanden een volledige kop groter was dan de andere kindjes. Wanneer hij ballen gooide, had de kleinste telg van het team de kans om zomaar omver gekegeld te worden. Met tikspelletjes, rende Fosse altijd de rest eruit met zijn lange benen. En zoals het Fosse betaamt: hij stopt dan gewoon zijn handen in zijn zakken en zit zijn tijd uit tot de rest bij is. Kortom, hij sloot niet helemaal aan bij de rest van zijn cluppie, vanwege zijn postuur.

De F-jes

Op advies van de trainster is Fosse toen alvast aangemeld bij de F-jes, zodat hij daar kon proefdraaien en kijken hoe dat beviel. Na de kerstvakantie zou hij dan ‘eindelijk’ mee mogen trainen daar. Fosse kon niet wachten! Vooral niet omdat een ander vriendje uit zijn team ook naar de F-jes ging. En een paar weken terug was het dan eenmaal zover. Op woensdagmiddag mocht hij voor het eerst in zijn gloednieuwe team meetrainen. Met nieuwe zaalschoenen, die hij op de valreep nog even met papa had gescoord, en kriebels in zijn buik ging hij van start.

Genieten van sporten

Hij vindt het heerlijk. Hij rent lange afstanden en wordt aan het werk gezet. Voor lanterfanten heeft hij weinig kans meer en qua lengte komt hij veel beter overeen met zijn ploeggenootjes. Het feit dat hij weet dat hij traint om uiteindelijk echte wedstrijdjes te gaan spelen, motiveert hem meer dan ooit. Met een fanatieke blik in zijn ogen zigzagt hij door de zaal en in de auto terug vertelt hij enthousiast wat hij heeft gedaan. Het is heerlijk als je kind het zo naar zijn zin heeft met een hobby of sport, en ik geniet daar dubbel van mee. Voorlopig houden we dit er in!

 

Regels en grenzen onder de loep

Regels en grenzen onder de loep

Opvoeden met een korreltje zout

Met de paplepel wordt ons aangeleerd dat we regels en grenzen moeten stellen aan onze kinderen. Een opvoeding zonder regels, is een mislukte opvoeding. Je moet vooral consequent zijn, want anders nemen ze een loopje met je en is het eind zoek. Als ouders moet je bovendien ook vooral één lijn trekken, anders raakt je kind in verwarring of erger nog, speelt het jullie tegen elkaar uit.

“Kinderen hebben regels nodig”

Ja, dat zijn zomaar wat kreten die ik tijdens mijn opleidingsjaren ook te horen kreeg. Ik ben ook opgeleid met de wetenschap en visie dat regels en grenzen een onmisbaar ingrediënt zijn van een succesvolle opvoeding. Nu heb ik, door schade en schande, in de praktijk ervaren dat hier nogal wat nuances in mogen worden aangebracht. Zowel in de ‘opvoeding’ van mijn cliënten (en diens ouders), als met mijn eigen kinderen.

Op zoek naar genoeg

Nee, ik ben geen vrijgevochten alternatieve ouder. Waar trouwens niks mis mee is, want menig persoon kan nog wat leren van de bewuste opvoeders met antroposofische of vrije-school inslag. Maar ik bedoel maar te zeggen dat ik ook een doodgewone huis-tuin-en-keuken ouder ben. Nouja, dat denk ik dan maar. En vanwege het feit dat ik zoveel herken van alle ouders die bij mij komen (die het heus niet allemaal verknallen hoor, integendeel), ga ik daar voor het gemak maar even van uit.

Meestal doe je het gewoon goed

Regels zijn belangrijk, net als grenzen aangeven en vasthouden en zorgen voor structuur in de opvoeding. Maar de wijze waarop dat wordt doorgevoerd is nogal op wat verschillende manieren mogelijk. Gelukkig maar, want dat maakt het ook zo mooi: elk gezin doet het op zijn manier, en 9 van de 10 keer is dat ook prima. We moeten tenslotte niet vergeten dat het in de meeste gevallen gewoon goed gaat, en dat daar geen hulp voor nodig is. Er is dus geen Gulden Route. Nee, je bent als ouder gelukkig vrij in hoe je je kinderen grootbrengt en om te kijken hoe je het beste bij de behoeften van jouw kroost kan aansluiten.

Rekening houden met elkaar

Waarom dan het gehamer op die regels? Dat zal ik uitleggen. Eigenlijk is een opvoeding een mix van verschillende ingrediënten. De belangrijkste, en dat zal niemand mogen verbazen, is die van liefde, warmte, acceptatie. Van begrip, erkenning en er mogen zijn. Maar we leven in een maatschappij die ook wat van ons verwacht: op tijd komen, je aan de afspraken houden, de deur voor elkaar open houden, opstaan voor oudere mensen in de bus of belasting betalen. Er zijn dus regels. En om te snappen en te beseffen dat je daar aan moet voldoen, en jezelf dus ondergeschikt maken aan een algemeen belang, vergt van ons dat onze kinderen worden opgevoed met regels en grenzen.

Zonder grenzen: grenzenloos

Wanneer kinderen volledig vrij worden gelaten, kunnen ze wellicht hun volledige creatieve talenten ontdekken en inzetten, maar zit de kans erin dat je lippenstift op de muren aantreft, of graffiti op het huis van je buren. Want zonder begrenzing, kun je niet van je kind verwachten dat het rekening houdt met andermans belangen. Grenzen zijn dus nodig. Om het leefbaar en acceptabel te houden. Maar hoe voer je dat uit in de opvoeding, zonder politie-agent te hoeven spelen? Want niet zelden krijg ik verhalen van ouders te horen waarvan ik spontaan de hoofdpijn voel opkomen.

Grenzen zijn persoonlijk

Laat ik voorop stellen: ik kan heel streng zijn, en dan vinden mijn kinderen mij echt geen leuke moeder. Ik word waarschijnlijk eerder gezien als een hysterische Cruella De Vill als ik weer eens gefrustreerd Ach en Wee roep bij het aantreffen van de kinderkamer. Ik bescherm op dat moment ook mijn grenzen en herhaal de regels: spullen opruimen en direct op de goede plek leggen. ‘Raap die pen eens op, die hier in de hal ligt’, en na 5 minuten: ‘Jongens, die pen ligt nu op de bank, ik heb gezegd dat dingen op de juiste plek moeten worden opgeruimd’. Ik ben vervolgens een hele ochtend kwijt met ze, 10.000 stappen rijker en een half pak hagelslag verder (die Signe in een onbewaakt ogenblik op de grond had uitgestrooid), maar de doppen zitten weer op de stiften, het oud papier is aangevuld en de boeken zitten weer op hun plek in de kist.

Laat het van de situatie afhangen

Maar regels hanteren en grenzen stellen betekent niet dat dit boven alles gaat. Als wij om half 9 terugkomen van iets, en de kinderen staan te zwalken op hun benen van vermoeidheid, negeer ik de rommel op de grond en help ik ze met hun pyjama’s aantrekken, al kunnen ze dat zelf. Als je een leuk uitje hebt gepland en er moet eigenlijk nog iets worden opgeruimd waardoor je in tijdnood komt, doe dan alsof je het niet hebt gezien. Of licht toe waarom het nu niet hoeft. In andere woorden: wees flexibel en empathisch. Wees menselijk, stem het af op de situatie.

Choose your battles

Maak gebruik van de mogelijkheid wanneer je die hebt, en probeer tolerant te zijn op momenten dat je minder in de gelegenheid bent om de regels na te komen. Zo heb ik op vrije dagen, vanzelfsprekend, veel meer tijd om op de regels te letten en kan ik ze daarin veel meer begeleiden. Dat doe ik dan ook. Mijn kinderen kunnen als ze willen ook vrijwillig klusjes doen voor ‘punten’, waarmee ze bijvoorbeeld sparen voor een keertje uit eten gaan. Tegelijkertijd haal ik heel regelmatig mijn schouders op of kijk ik een andere kant op. Het heeft geen meerwaarde om op alle slakken zout te leggen of om overal een ‘les’van te maken.

Er moet geleefd worden

Er moet ook gewoon geleefd kunnen worden. Kinderen moeten spontaan kunnen zijn, kunnen spelen, plannen maken, uitstapjes maken, kunnen afspreken, sporten, what ever. Ik heb simpelweg gewoon niet altijd tijd en zin om te zeggen ‘hé, gooi dat eens in de was’, ‘draai de dop eens op de tandpasta’ of ‘je moet dit nog opruimen’. Soms geniet ik er ook even van dat ze zo heerlijk spelen, ook al is de hele kamer een zooi, want dan kan ik gewoon even in mijn boek kijken of genieten van hun spel.

Consequent zijn…?

Het idee dat je als ouders altijd maar consequent moet zijn en één lijn moet trekken binnen de opvoeding, trek ik dan ook zeer in twijfel. Niet dat mijn kinderen nou het schoolvoorbeeld zouden zijn van een fantastische opvoeding, toch hoor ik tot mijn genoegen uit mijn omgeving vaak positieve geluiden terug, wat mij het vertrouwen geeft dat we wat flexibeler mogen omgaan met de opvoeding. Het consequent zijn betekent naar mijn idee veel meer dat je kinderen kunnen verwachten van je hoe je reageert. Dat betekent dus ook dat je je kinderen kunt leren dat er uitzonderingen op de regel zijn, en dat je in die gevallen anders reageert dan gebruikelijk. Je bent dan voor mijn gevoel nog steeds consequent, met empathie voor de situatie, en niet iemand die star vasthoudt aan de letterlijke zin van het woord.

Voor welke waardes sta je?

Dat je je speelgoed moet opruimen kan een regel zijn, maar niet vlak voor vertrek om op tijd te komen op de korfbal: in dat geval weegt de waarde ‘op tijd komen’ zwaarder dan de waarde ‘opruimen’, wat je je kind kunt uitleggen. Dit kan natuurlijk bij een ander gezin precies omgekeerd zijn, wat niks uitmaakt: zolang je kind maar snapt wat er verlangt wordt, en waarom het eventueel nu anders is dan normaal gesproken.

Eén lijn trekken als ouders…?

Idem dito voor het idee dat ouders altijd dezelfde regels zouden moeten hanteren en ‘een lijn moeten trekken’. Natuurlijk is het heel fijn en handig als je het samen eens bent over een bepaalde aanpak, of dat je min of meer op dezelfde wijze reageert. Maar dit is eerder een uitzondering dan dat we dat moeten verwachten van elkaar. Man en vrouw verschillen tenslotte, op zoveel verschillende manieren. Je bent allebei een verschillend persoon, je hebt een andere relatie met je kind, je hebt een andere opvoeding gehad dan je partner. Het is daarom niet meer dan logisch om ervan uit te gaan dat je allebei anders reageert binnen de opvoeding.

Wees jezelf

Het zou heel bijzonder, of misschien zelfs vreemd zijn, wanneer je als ouders exact hetzelfde omgaat met je kinderen en exact gelijk reageert in bijvoorbeeld het oplossen van conflicten. Dat is daarom dan ook niet iets om direct na te streven, als je het mij vraagt. Als ouders, en dus twee unieke individuen, heb je allebei je eigen manier van omgaan met je kinderen. Die, zoals eerder gezegd, 9 van de 10 keer prima is. Wanneer je kind weet wat het van je kan verwachten, is het dus goed. Ook al is dat anders dan wat het van je partner kan verwachten. Je kind wéét tenslotte niet beter dan dat jij jij bent, met al jouw unieke eigenschappen en eigenaardigheden.

Verschillende verwachtingen

Het zal dan ook verschillende verwachtingen hebben van jou, in vergelijking met je partner. En daar is niks mis mee. Sterker nog, dit staat dichter bij ons, dan wanneer wij ons in bochten zouden wringen omdat wij ons gedragen ‘zoals het hoort’, of zoals het ‘wordt verwacht’. Je kind is niet gek. Het kent jou als geen ander, en wéét wat het van jou kan verwachten. Wees daarom maar liever jezelf en authentiek. Dat je kind dan vaker naar papa stapt om te vragen of ze tv mogen kijken, omdat hij sneller zal toegeven, is dan iets dat we voor lief moeten nemen.

Opvoeding is niet zwart-wit

Structuur, regels, grenzen… ik hanteer ze, en ik kan niet zonder ze, maar wel binnen de mogelijkheden van de situatie. Voor alle lieve, hardwerkende ouders wil ik daarom het advies geven: ga eens bij jezelf na wat het belangrijkste is: het geluk van dat moment, het in stand houden van een waarde, het leren van een les, of het op één lijn komen met elkaar? Of mogelijk nog iets heel anders? Wees niet bang om de regels af en toe te laten vieren. Zolang jij dicht bij jezelf blijft en kunt uitleggen waaróm je daar nu voor kiest, is het voor een kind veel makkelijker te accepteren en te begrijpen. Het leven is nu eenmaal niet zwart-wit. Zoek de kleuren op.

Vergeet het vergeten kind niet

Vergeet het vergeten kind niet

Week van het vergeten kind

Het is deze week de week van het vergeten kind. Ik had er eerlijk gezegd tot vorig jaar nog nooit van gehoord, maar toen ik me erin verdiepte kon ik niet anders dan achter dit initiatief staan. Het vergeten kind is het kind dat opgroeit in problematische omstandigheden in Nederland, bijvoorbeeld vanwege psychische problemen in het gezin, armoede, verstandelijke beperking of multi-problem situaties. De organisatie wil deze kinderen bereiken en hen helpen zich zo gezond mogelijk verder te ontwikkelen, ondanks de moeilijkheden waarmee zij te maken hebben.

Schone schijn

Als ik lees over deze doelgroep, merk ik dat dit op zoveel gebieden raakvlakken heeft met de kinderen die ik zie in mijn werk. Kinderen uit alle soorten situaties komen bij mij, met de meest uiteenlopende problemen. Geen enkele situatie is vergelijkbaar, maar toch zijn er wel overeenkomsten. Er zijn situaties waarin kinderen het ogenschijnlijk heel goed doen voor de buitenwereld, maar die een enorme rugzak met ‘shit’ met zich meezeulen.

Veerkracht

Ik ben vaak zo onder de indruk van de enorme veerkracht van kinderen. Hoe zij ondanks ellendige omstandigheden toch nog geluk ervaren, plezier kunnen maken, het goed doen op school of de weg naar de hulpverlening weten te vinden. Eerlijk gezegd vind ik dit ook vergeten kinderen: de kinderen waarvan niemand vermoed dat er iets aan de hand is. Die gewoon maar door blijven gaan, niet klagen maar dragen. Hoe graag je die last ook van hun schoudertjes zou willen halen.

Geheimhoudingsplicht

Niet zelden maken deze kinderen dankbaar gebruik van de geheimhoudingsplicht. Ze willen ab-so-luut niet dat hun vriendjes, de school of zelfs de ouders afweten van waar zij tegenaan lopen. Vaak een dilemma voor mij als hulpverlener. Zeker wanneer het over zaken gaat die in een schemergebied komen van waar de geheimhoudingsplicht ophoud en de meldplicht begint (bijvoorbeeld in het geval van mishandeling). Deze kinderen lopen dus vaak al jaren rond met ‘geheimen’ en zijn vaak zo gespannen als een snaar, omdat de omstandigheden zo stressvol zijn of waren.

Geen stereotiep beeld

Het zijn doodnormale kinderen. Leuke, vrolijke snoetjes, goed gekleed, leuke ouders, etc. Er bestaan geen stereotypen als het om deze problemen gaan. Het komt bij alle lagen van de bevolking voor, bij alle denkbare situaties. Het is absoluut een fabeltje dat je het aan de buitenkant zou kunnen zien. Deze kinderen zijn bovendien vaak een ster als het gaat om maskers opzetten. Ze zijn vaak heel invoelend en empathisch, en weten daarom precies hoe zij hun eigen gevoelens kunnen verbergen voor hun omgeving. Dat maakt de problemen ongrijpbaar en onzichtbaar.

Steun het vergeten kind

In deze week van het vergeten kind wil ik daarom al deze onbewust vergeten kinderen een hart onder de riem steken. Bovendien wil ik iedereen die met kinderen te maken heeft, of je nu ouder, buurvrouw, leerkracht, coach op een sportclub of wat dan ook bent, alert maken op dit fenomeen. Probeer niet direct te oordelen, maar sta open voor andere mogelijke verklaringen. In de week worden bovendien allerlei initiatieven gestart om deze kwetsbare kinderen te helpen.