Archief van
Categorie: Schoolkind (6-12)

Time-in is het nieuwe time-out

Time-in is het nieuwe time-out

De ongewenste effecten van time-out

Time-out is een veelgebruikt opvoedingsmiddel door veel ouders en andere opvoeders. Door nanny Jo Frost en andere ´opvoedgoeroes´ is dit middel wijd en zijd gepredikt en waren jarenlang de ´naughty chairs´ en strafmatjes niet aan te slepen. Als je het maar consequent genoeg toepaste, dan hield al dat ongewenste gedrag vanzelf wel op. Zo was het idee. En heel vaak werkte het ook zo: het kind gaf op en driftbuien bedaarden, waarna de draad weer kon worden opgepakt. Toch ben ik geen fan van dit middel, en leg ik hieronder uit waarom niet.

Stoppen van ongewenst gedrag

Het idee van een time-out is dat je kind leert het ongewenste gedrag te stoppen. Daar is niks mis mee, dat is natuurlijk wat elke ouder wil. Op het moment dat je een kind uit de situatie haalt, kan daarmee het gedrag al worden doorbroken. Het is dan ook een prima oplossing om toe te passen, bijvoorbeeld wanneer je kind ruzie maakt met zijn zusje en het niet lukt om hiermee te stoppen. Of blijft gillen omdat het iets wilt. Je neemt je kind dan op een rustige manier mee naar een andere, neutrale ruimte. De gang, de trap, of waar dan ook. Ook hier is niks mis mee, maar er zijn wel wat aandachtspunten.

Uit de situatie halen

Je haalt je je kind weg uit een situatie als het volle bak stress ervaart. Omdat het ruzie heeft, ontzettend boos is of zich gekwetst of afgewezen voelt, bijvoorbeeld. Vervolgens zet je je kind, met al zijn stress en onlustgevoelens, in een aparte ruimte, in zijn eentje. Op zulke momenten is het emotiesysteem van je kind ontregelt. Niet voor niets grijp je in: je kind doet raar, doet zichzelf of anderen pijn, scheldt of is brutaal. Dat is een uiting van de stress, je kind weet zich op dat moment geen raad met de heftigheid van de emoties die hij ervaart, en gaat daardoor ongewenst gedrag vertonen.

Wat het nodig heeft, is jou!

Eigenlijk is dat het moment dat je kind jou het hardste nodig heeft: je kind is nog volop in ontwikkeling om zichzelf en zijn emoties te leren reguleren. Om te leren hoe het zichzelf kan kalmeren en weer tot rust brengen in situaties die spanning geven. Om te weten wat het dan kan doen, zoals weglopen, er iets van zeggen, of hulp zoeken. Dat kan je kind nog niet, dat leert het van jou. In interactie met jou. Als een kind stress heeft en daardoor in de ´actiestand´ staat, is dat juist het moment om je kind te helpen weer tot rust te komen.

Reptielenbrein

Zoals ik al eerder schreef, kan je met stress niet meer helder nadenken en reageren we allemaal heel primair. Met vechten, vluchten of bevriezen. Kinderen hebben daar nog veel in te leren, en we kunnen er niet vanuit gaan dat ze dit uit zichzelf doen. Wat er gebeurt op het moment dat je je kind in een time-out plaatst, is dat je de boodschap afgeeft ´je moet het zelf doen´, ´als jij stress hebt, sta je er alleen voor´. Klinkt hard he? Is het ook. Het is dan ook zeer onwenselijk voor een kind als dit keer op keer zo wordt ervaren, want dan bestaat de kans dat het dit ook werkelijk zo gaat geloven.

Een negatieve boodschap

Gevolg? Je kind wordt uiterlijk rustig, want het leert: ´hoe boos ik ook word, er komt toch niemand om me te helpen weer te kalmeren, ik moet het alleen doen´. Van binnen blijft de stress echter, want het kán immers niet optimaal reguleren zonder hulp. De stress wordt daardoor intern opgeslagen in het lijf. Het zou zomaar kunnen dat het omslaat in lichamelijke klachten. Natuurlijk is het niet zo rechtlijnig, het gebruik van time-out leidt natuurlijk niet meteen naar problemen, maar het is wel iets om over na te denken.

Niet isoleren, maar dichtbij blijven

Beter is daarom niet je kind te isoleren, maar juist dichtbij te blijven. Geen time-out maar een time-in dus. Je geeft de boodschap dat je je kind niet alleen laat als hij het zo moeilijk heeft. Door je nabijheid en je empathie (´wat ben jij boos zeg!´) voelt het zich begrepen en lukt het sneller om te kalmeren. Hoe sneller het brein rustig is, hoe sneller je ook je grenzen kunt stellen en kunt bespreken wat je eigenlijk wilde doen: ´je was zo boos, dat je met spullen ging gooien. We gooien niet met spullen, want dat is gevaarlijk en het gaat kapot. Als je je zo boos bent, kun je zeggen waar je last van hebt tegen Madelief, of kom je naar mij toe als het niet lukt´.

Omdenken

Het is een omschakeling in het denken. We gaan er nu vanuit dat ons kind eerst moet kalmeren. Maar kalmeren lukt alleen met hulp van ons. Even omdenken dus. Het is geen kwestie van je kind ´z´n zin geven´, want het doet niets af aan de grenzen die jij stelt. Je wacht alleen tot de ergste stress voorbij is, zodat je kind weer helder kan denken, en jij alsnog je punt kunt maken. Dit is een hele effectieve strategie zelfs, want op ´t moment dat je kind in de stress blijft, komt je boodschap niet aan. De kans op herhaling van zelfde soort incidenten is daarmee heel groot.

Je punt maken

Beter is het dus om eieren voor je geld te kiezen en je kind te helpen met het reguleren van zijn emoties. Een kind in een time-out zetten die daar eerst heel de boel bij elkaar schreeuwt en uiteindelijk stil wordt, heeft niet geleerd om zelf rustig te worden. Het heeft geleerd dat het er in tijden van stress alleen voor staat, en dat hij niet op de steun kan rekenen wanneer hij die het hardst nodig heeft. Hij is niet rustig, maar heeft het opgegeven. Op het moment dat je dan je punt maakt als ouder, zal je boodschap niet landen: je kind is niet gekalmeerd, maar slechts verslagen en heeft nog geen kalm brein.

Wees nabij, zoek verbinding

Gelukkig is er een kentering in de wetenschap die dit fenomeen onderkent en terugkomt van het isoleren van je kind. Net zoals we terug zijn gekomen van het laten huilen van onze baby´s en het koste wat kost in eigen bed laten slapen van baby´s. Feit is nu eenmaal dat kinderen onze nabijheid door de jaren heen nodig blijven houden om te leren het uiteindelijk alleen te kunnen. Probeer daarom volgende keer eens om bij je kind te blijven, en je zal zien dat het sneller kalmeert en escalaties waarschijnlijk voorkomen kunnen worden.

Mini moestuin project

Mini moestuin project

Makkelijke Moestuin starten

Groene vingers heb ik niet. Planten vergeet ik en gaan dood waar ik bij sta. Onze eerste tuin was formaat postzegel en dat was misschien maar goed ook. We legden hem pas na 5 jaar aan en bestond (echt waar) uit gestort beton, een vlonder en kunstgras. Ja, zo groen zijn mijn vingers dus. Toch bijzonder, met een vader die jaren in de tuinarchitectuur zat en landschapsinrichting studeerde, en een moeder die niets liever doet dan tuinieren.

Gebrek aan groene vingers

Maar een tuin was voor mij altijd wel belangrijk om te hebben, voor het gezin. We kunnen enorm genieten van buiten zijn, bbq-en met vrienden of gewoon een badje opzetten met warm weer. In ons vorige huis had ik een dappere poging ondernomen tot het aanleggen van een verticale kruidentuin: zakken met kruidenplantjes aan de schutting. Helaas ging dit kapot en haalden buurtkinderen alles overhoop. Ook dat idee was geen lang leven beschoren.

Grijze tuin

In ons huidige huis krijgen we een herkansing. We hebben een grote tuin, maar eigenlijk is een betegelde parkeerplaats een betere benaming. Compleet met garagedeur, gestalde motor en fietsen en een karretje. De golfplaten overkapping met de kwaliteit van Lik me vestje maakt de depressieve sfeer helemaal af. In ons enthousiasme hebben we ons eigenlijk enkel op de verbouwingsplannen van het huis gericht, en de tuin min of meer buiten beschouwing gelaten. Voordat die aan de beurt is, zijn we dus wel een paar jaar verder.

Leven in de brouwerij

Maar sinds we er wonen, gebruiken we de tuin wel degelijk. Gelukkig kan het tegen een stootje, is het afgesloten en kunnen de kinderen zich heerlijk uitleven hier. Omdat we er toch een tijd mee moesten doen, dacht ik na over manieren om de tuin alvast wat op te pimpen. Toen ik vorig voorjaar de Makkelijke Moestuin tegenkwam op internet, werd ik direct enthousiast. Dit was een superidee voor onze (tijdelijke) tuin. Wat groen, wat levends, en iets fleurigs in de grijze, ongezellige toestand.

makkelijke moestuin zaaien planten oogsten gezin tuin project kinderen

Een project met de kinderen

Een project dat ik samen met de kinderen kon aangaan. Zo konden wij de vorderingen in het groen zien, die parallel zouden lopen aan de vorderingen aan de binnenkant van het huis. Ik moest nog wel even geduld hebben, want toen ik mijn plan smeedde, woonden we met 2 weken op een flat, waar geen ruimte was voor een moestuin bak. Toen we uiteindelijk verhuisden in september, was het moestuin seizoen aan zijn einde, dus besloot ik te wachten tot maart, wanneer het nieuwe seizoen zou beginnen.

Dit lukt iedereen…

In februari mocht ik dan eindelijk van mezelf bestellen: een bak van 120x120cm die je kunt verdelen in 4×4 vakjes. In elk vakje kun je vervolgens een andere groente (of kruid, of bloem) planten. Veel opbrengst op weinig oppervlak dus. Ideaal. Volgens de Makkelijke Moestuin moest het zélfs mij lukken, met een gebrek aan groene vingers. Of zeg maar gerust een gebrek aan vingers als het aankomt op tuinieren. Maar hé, we houden van biologisch eten en bewust omgaan met voeding. We hebben al een groentepakket van de lokale boer, en dit zou een mooie aanvulling vormen.

Het begin

Op een middag in februari was het zover: de bak moest in elkaar gezet worden zodat we konden beginnen. Met hulp van een enthousiaste Meia en sceptische Stefan werd de bak in elkaar geschroefd. Ik werd al blij van de bak zonder iets erin! Vol enthousiasme begonnen we de volgende dag met zaaien. “Kan niet misgaan”, verzekerde de website en de bijbehorende app mij, die me vertelde wat ik wanneer in welk vakje kon zaaien.

Geen vliegende start 🙂

Vol optimisme zaaiden we veldsla in een vakje en kwamen we er vervolgens achter dat de februari groente eerst moesten kiemen. Braaf volgde ik de stappen van de app, en legde ik de zaden van sugarsnaps, peultjes en wintererwt in plastic bakjes. En de volgende dag werd het -7. En de rest van de week ook. Oeps. Kan het dus toch nog misgaan, want ik had even geen rekening gehouden met het weer de komende tijd. Van die veldsla verwacht ik dus weinig meer. Maar we hadden de kiemen nog.

Poging 2

Toen ik ze vandaag, na ruim een week strenge vorst, tevoorschijn haalden, was door mijn onzorgvuldigheid de helft uitgedroogd en wist ik bij God niet meer wat nou wat was. Weer wat geleerd: opschrijven wat waarin zit. Ik haalde m´n schouders op en liet me niet kennen, en maakte volgens instructies van de app gaatjes in de aarde en gokte wat peultjes waren die het klimrek nodig hadden. De start was dus niet zonder tegenslagen. Maar, enthousiast geworden door de zon en de toenemende temperaturen, hebben Signe en ik ons ook gestort op het planten van o.a. postelein en radijsjes.

makkelijke moestuin compostbak composteren tuin

Compostbak

Het wroeten in de aarde geeft nu al voldoening. Het is mooi om te bedenken dat de soms miniscule zaadjes zullen uitgroeien tot iets eetbaars. Het werken aan de hand van de app is motiverend: je krijgt vanzelf weer een melding wanneer je iets moet doen. Steef beweert dat het weer een impulsieve bevlieging is, maar ik weet wel beter: dit is een gezinsproject. We trekken het nog een beetje verder door: bij gebrek aan een groene container hebben we een compostbak in de tuin gezet. Zo slaan we 2 vliegen in 1 klap: voeding voor de bodem, en minder restafval.

Natuurlijk houden we jullie op de hoogte van de vorderingen, en van de successen en mislukkingen!

 

Verwachtingen van de intelligentie

Verwachtingen van de intelligentie

Als de werkelijkheid tegenvalt

Een paar jaar terug had ik eens een gezin dat hun zoontje aanmeldde bij ons, omdat het gedragsproblemen had op school en thuis. Het gezin had een Arabische cultuur en deze verschilt ook in de opvoeding van de Westerse cultuur. Dit kind was hun oudste kind, en een zoon, wat het kind al een zekere status gaf. De ouders hadden daarmee eigenlijk al bepaalde verwachtingen van hem, en hoge ambities voor de toekomst.

Gedragsproblemen

Dat dit kind al met de eerste maanden school problemen gaf, was dan ook een behoorlijke tegenvaller voor het gezin. School was immers een milieu dat voor dit gezin heel belangrijk was. Sowieso is gehoorzaamheid aan je meerdere, een groot goed voor deze mensen. Dat de ouders voor hun gevoel al snel ‘op het matje werden geroepen’, namen ze dan ook uiterst serieus. Ze zetten zich met de leerkrachten in om hun zoontje te helpen met het leren van de kleuren, de vormen en van groot naar klein reeksen. Ze vroegen wat zij als ouders thuis konden doen, en namen hun taak heel ernstig.

Leerproblemen

Maar ondanks verwoede pogingen van het gezin en school, ondanks avonden lang thuis oefenen, het jongetje bleef problemen geven. Hij barstte in woede uit in de klas, waarna hij met dingen gooide en de andere kinderen uitschold of zelfs pijn deed. Thuis was hij volgens ouders niet te houden. Hij was brutaal en ongehoorzaam, hij weigerde te doen wat vader zei en elke poging om schoolwerk te oefenen, leidde steevast tot fikse escalaties tussen zoon en ouders. Vader zat met zijn handen in het haar en kwam ten einde raad bij ons.

“Hij vertikt het gewoon”

Na het horen van alle klachten, vroeg ik hen naar hun wens en hoop voor hun zoontje. “Dat hij zich weer gaat gedragen. Dat hij weer luistert naar ons, en niet steeds die woede-uitbarstingen. Dat hij begrijpt dat school belangrijk is en dat je je daarvoor moet inzetten, en niet zomaar je kont in de krib gooien. Want hij is slim zat, hij vertikt het gewoon te doen! Dat frustreert me”. Ik had heel erg met het gezin te doen. Ik vermoedde dat dit jongetje werd overvraagd en niet kon waarmaken wat zijn ouders van hem verwachtten en hoopten. Maar dat leek bijna een taboe-onderwerp. Ouders lieten op elke manier doorschemeren dat die verklaring geen verklaring was.

Twijfels over de intelligentie

Met toestemming van ouders nam ik contact op met school, waar ik sprak met de leerkracht en de schoolresultaten bekeek. Mijn vermoeden werd bevestigd: ondanks forse ondersteuning en één op één begeleiding merkten de leerkrachten te weinig groei. Hij deed erg zijn best, maar had intensieve ondersteuning nodig en raakte ondanks dat toch steeds verder achterop met de lesstof. De leerkrachten twijfelden aan zijn cognitieve capaciteiten.

Inzicht in het leren

Ik sprak opnieuw met ouders en probeerde het onderwerp in de week te leggen. “We zullen moeten kijken hoe hij leert, hoe hij de dingen aanpakt, wat zijn sterke en minder sterke kanten zijn en hoe we daar gebruik van kunnen maken of op in kunnen spelen”. Na het uitgebreid bespreken van het belang van het in kaart brengen van zijn intelligentie, en eventueel bijstellen van de verwachtingen hierover, werd het intelligentieonderzoek gepland.

Overvraagd worden

Het was direct duidelijk: dit kindje wordt met een zwakke intelligentie sterk overvraagd door zijn omgeving. Nu kwam echter het lastigste onderdeel, want ik moest het de ouders vertellen. Nu is dat op zich nog te doen, maar wanneer je als ouder zulke sterke verwachtingen of overtuigingen hebt voor je kind, is het heel lastig als een ander daar ineens vraagtekens bij gaat stellen. Want dat maakt kwetsbaar: dan heb je het als ouder dus al die jaren niet goed gedaan of gezien? En waarom zou iemand van buitenaf het nou beter weten?

Lastige gesprekken

Het zijn lastige, maar wel noodzakelijke kanten van mijn beroep. En soms lukt het ook niet helemaal. Ik nam de tijd voor het uitslaggesprek, waarin ik de resultaten toelichtte van wat ik had onderzocht en hoe hun zoontje scoorde. Ik probeerde duidelijk te maken hoe belangrijk het is dat elk kind op zijn eigen niveau moet kunnen werken, om ervoor te zorgen dat het kan leren en tegelijkertijd gelukkig kan blijven en succeservaringen kan opdoen.

Hardnekkige verwachtingen

Omdat bij dit gezin de verwachtingen zo sterk op de voorgrond stonden, heb ik hier veel aandacht aan besteedt, door direct duidelijk te zijn: dit kind zal niet naar de universiteit gaan, dit kind zal veel ondersteuning nodig blijven hebben en een eigen leerlijn moeten volgen. Het zou oneerlijk zijn om iets anders te verwachten. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij het gezin bleven de overtuigingen actief: “wanneer is deze achterstand bijgewerkt? Wat is er voor nodig om hem op dit niveau te krijgen? Hoeveel moeten we daar voor oefenen, want dan doen we dat gewoon. Het is tenslotte maar een momentopname, hij heeft waarschijnlijk gewoon geen zin gehad, zo doet hij dus thuis ook steeds, hij vertikt het gewoon, hij kan het gewoon”.

De waarheid accepteren

Voor dit gezin was één gesprek onvoldoende. Soms is er meer tijd voor nodig om de waarheid te accepteren en om dit een plek te kunnen geven, waar je als omgeving goed op kunt reageren. Ik heb dit gezin nog een tijd gevolgd om gesprekken mee te voeren. Het valt immers niet mee om je verwachtingen bij te stellen. Sterker nog, dit is één van de meest onderschatte en moeilijkste opgaves binnen de opvoeding, op welk terrein dan ook. Geduld is in die gevallen een schone zaak.

Hoe Fosse voor korfbal ging

Hoe Fosse voor korfbal ging

Sport als onderdeel van de opvoeding

Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen op een sport gaan. Naar mijn idee zitten hier zoveel voordelen aan, dat ik niet terugdeins dit te stimuleren bij mijn kinderen. Gelukkig hebben we ook drie energieke aapjes, die zelf ook lieten blijken graag lekker te sporten. Toen Meia nog maar 2 jaar was, ben ik met haar al begonnen met peutergym. Fosse groeide daar in eerste instantie min of meer in mee. Toen hij de leeftijd had, ging hij dus samen met zijn grote zus klimmen en klauteren in de gymzaal.

Turnen met zijn grote zus

Maar toen kwam het moment dat Meia naar een oudere leeftijdsgroep doorverhuisde, en Fosse dus ‘alleen’ overbleef. Hoe leuk hij het ook vond, hij weigerde pertinent nog een voet in de gymzaal te zetten zonder zijn zus. Ja, hij was een behóórlijk koppige peuter op die leeftijd. Maarja, ik wilde eigenlijk wel graag dat hij ook lekker in beweging bleef en een sport zou vinden waar hij zich fijn in zou voelen, iets van hemzelf, iets anders dan zijn grote zus. Zeker omdat de valkuil om zich te gaan vergelijken ook op de loer lag.

Handbal

Fosse was goed in gooien en vangen en hield ervan om met de bal te spelen. Voetballen deed hij toen nog niet zo fanatiek, hij was meer van het zwemmen, fietsen en met de bal spelen. We besloten eens bij handbal te gaan kijken, en kort daarna ging hij wekelijks naar het groepje op de handbal. Helaas was de club echter zo klein, dat er geen volledig team voor zijn leeftijd bestond en ook niet op de korte termijn leek te komen. Dat was jammer, want hij vond het wel heel stoer om hier mee bezig te zijn.

Beweegkriebels

De handbalmiddagen bloedden helaas dood, waarmee opnieuw de zoektocht naar een sport ontstond. Er werd toen om de zoveel weken ook ‘beweegkriebels’ georganiseerd, vanuit DordtSport, juist om de kinderen onder de 4 jaar kennis te laten maken met allerlei soorten sporten, klimmen en klauteren. Omdat Fosse nog nét mee kon doen, besloot ik dit samen met hem te doen. Voor een gezellig één op één moment, en om eens te ontdekken wat er nog meer aan sportmogelijkheden waren voor hem, en wat hem aansprak hierbinnen.

Van judo tot ballet

Mijn stoere surfdude moest niet zoveel hebben van de judo proefles: elkaar opzettelijk omver duwen, dat kon hij niet zo goed begrijpen. Ballet daarentegen, daar kon hij geen genoeg van krijgen. Met grote sprongen huppelde hij door de zaal op de muziek, wat tot menig verbaasd en vertederd gezicht leidde. Toen ik echter de prijzen in handen gedrukt kreeg van deze balletschool, was mijn enthousiasme helaas direct een stuk minder. Maar even wachten wat nog meer volgde.

Korfbal

Halverwege de beweegkriebel serie was er een proefles korfbal. Omdat de gymzaal aan het korfbalcomplex grensde, konden de kinderen direct op het echte veld trainen. Tot grote lol van mijn wildebras. Dit was direct een succes! De pittenzakjes door de gaten gooien konden zijn aandacht niet vasthouden, dus richtte hij zich direct op de korven. En het lukte! Hij kreeg high fives van de trainster en Fosse glunderde van oor tot oor. Na de beweegkriebels besloot ik daarom om verder te gaan met korfbal.

Kangaroes

Op zaterdagochtend trainde Fosse sindsdien bij de Kangaroes, waar de allerkleinsten in spelvorm allerlei basistechnieken van de korfbal trainden. De trainers waren enthousiast en tussen de kinderen was het gezellig, dus ging Fosse met veel plezier hier naartoe. Fosse is echter nogal groot voor zijn leeftijd en groeide in die periode ook doodleuk door, waardoor hij na een paar maanden een volledige kop groter was dan de andere kindjes. Wanneer hij ballen gooide, had de kleinste telg van het team de kans om zomaar omver gekegeld te worden. Met tikspelletjes, rende Fosse altijd de rest eruit met zijn lange benen. En zoals het Fosse betaamt: hij stopt dan gewoon zijn handen in zijn zakken en zit zijn tijd uit tot de rest bij is. Kortom, hij sloot niet helemaal aan bij de rest van zijn cluppie, vanwege zijn postuur.

De F-jes

Op advies van de trainster is Fosse toen alvast aangemeld bij de F-jes, zodat hij daar kon proefdraaien en kijken hoe dat beviel. Na de kerstvakantie zou hij dan ‘eindelijk’ mee mogen trainen daar. Fosse kon niet wachten! Vooral niet omdat een ander vriendje uit zijn team ook naar de F-jes ging. En een paar weken terug was het dan eenmaal zover. Op woensdagmiddag mocht hij voor het eerst in zijn gloednieuwe team meetrainen. Met nieuwe zaalschoenen, die hij op de valreep nog even met papa had gescoord, en kriebels in zijn buik ging hij van start.

Genieten van sporten

Hij vindt het heerlijk. Hij rent lange afstanden en wordt aan het werk gezet. Voor lanterfanten heeft hij weinig kans meer en qua lengte komt hij veel beter overeen met zijn ploeggenootjes. Het feit dat hij weet dat hij traint om uiteindelijk echte wedstrijdjes te gaan spelen, motiveert hem meer dan ooit. Met een fanatieke blik in zijn ogen zigzagt hij door de zaal en in de auto terug vertelt hij enthousiast wat hij heeft gedaan. Het is heerlijk als je kind het zo naar zijn zin heeft met een hobby of sport, en ik geniet daar dubbel van mee. Voorlopig houden we dit er in!

 

Regels en grenzen onder de loep

Regels en grenzen onder de loep

Opvoeden met een korreltje zout

Met de paplepel wordt ons aangeleerd dat we regels en grenzen moeten stellen aan onze kinderen. Een opvoeding zonder regels, is een mislukte opvoeding. Je moet vooral consequent zijn, want anders nemen ze een loopje met je en is het eind zoek. Als ouders moet je bovendien ook vooral één lijn trekken, anders raakt je kind in verwarring of erger nog, speelt het jullie tegen elkaar uit.

“Kinderen hebben regels nodig”

Ja, dat zijn zomaar wat kreten die ik tijdens mijn opleidingsjaren ook te horen kreeg. Ik ben ook opgeleid met de wetenschap en visie dat regels en grenzen een onmisbaar ingrediënt zijn van een succesvolle opvoeding. Nu heb ik, door schade en schande, in de praktijk ervaren dat hier nogal wat nuances in mogen worden aangebracht. Zowel in de ‘opvoeding’ van mijn cliënten (en diens ouders), als met mijn eigen kinderen.

Op zoek naar genoeg

Nee, ik ben geen vrijgevochten alternatieve ouder. Waar trouwens niks mis mee is, want menig persoon kan nog wat leren van de bewuste opvoeders met antroposofische of vrije-school inslag. Maar ik bedoel maar te zeggen dat ik ook een doodgewone huis-tuin-en-keuken ouder ben. Nouja, dat denk ik dan maar. En vanwege het feit dat ik zoveel herken van alle ouders die bij mij komen (die het heus niet allemaal verknallen hoor, integendeel), ga ik daar voor het gemak maar even van uit.

Meestal doe je het gewoon goed

Regels zijn belangrijk, net als grenzen aangeven en vasthouden en zorgen voor structuur in de opvoeding. Maar de wijze waarop dat wordt doorgevoerd is nogal op wat verschillende manieren mogelijk. Gelukkig maar, want dat maakt het ook zo mooi: elk gezin doet het op zijn manier, en 9 van de 10 keer is dat ook prima. We moeten tenslotte niet vergeten dat het in de meeste gevallen gewoon goed gaat, en dat daar geen hulp voor nodig is. Er is dus geen Gulden Route. Nee, je bent als ouder gelukkig vrij in hoe je je kinderen grootbrengt en om te kijken hoe je het beste bij de behoeften van jouw kroost kan aansluiten.

Rekening houden met elkaar

Waarom dan het gehamer op die regels? Dat zal ik uitleggen. Eigenlijk is een opvoeding een mix van verschillende ingrediënten. De belangrijkste, en dat zal niemand mogen verbazen, is die van liefde, warmte, acceptatie. Van begrip, erkenning en er mogen zijn. Maar we leven in een maatschappij die ook wat van ons verwacht: op tijd komen, je aan de afspraken houden, de deur voor elkaar open houden, opstaan voor oudere mensen in de bus of belasting betalen. Er zijn dus regels. En om te snappen en te beseffen dat je daar aan moet voldoen, en jezelf dus ondergeschikt maken aan een algemeen belang, vergt van ons dat onze kinderen worden opgevoed met regels en grenzen.

Zonder grenzen: grenzenloos

Wanneer kinderen volledig vrij worden gelaten, kunnen ze wellicht hun volledige creatieve talenten ontdekken en inzetten, maar zit de kans erin dat je lippenstift op de muren aantreft, of graffiti op het huis van je buren. Want zonder begrenzing, kun je niet van je kind verwachten dat het rekening houdt met andermans belangen. Grenzen zijn dus nodig. Om het leefbaar en acceptabel te houden. Maar hoe voer je dat uit in de opvoeding, zonder politie-agent te hoeven spelen? Want niet zelden krijg ik verhalen van ouders te horen waarvan ik spontaan de hoofdpijn voel opkomen.

Grenzen zijn persoonlijk

Laat ik voorop stellen: ik kan heel streng zijn, en dan vinden mijn kinderen mij echt geen leuke moeder. Ik word waarschijnlijk eerder gezien als een hysterische Cruella De Vill als ik weer eens gefrustreerd Ach en Wee roep bij het aantreffen van de kinderkamer. Ik bescherm op dat moment ook mijn grenzen en herhaal de regels: spullen opruimen en direct op de goede plek leggen. ‘Raap die pen eens op, die hier in de hal ligt’, en na 5 minuten: ‘Jongens, die pen ligt nu op de bank, ik heb gezegd dat dingen op de juiste plek moeten worden opgeruimd’. Ik ben vervolgens een hele ochtend kwijt met ze, 10.000 stappen rijker en een half pak hagelslag verder (die Signe in een onbewaakt ogenblik op de grond had uitgestrooid), maar de doppen zitten weer op de stiften, het oud papier is aangevuld en de boeken zitten weer op hun plek in de kist.

Laat het van de situatie afhangen

Maar regels hanteren en grenzen stellen betekent niet dat dit boven alles gaat. Als wij om half 9 terugkomen van iets, en de kinderen staan te zwalken op hun benen van vermoeidheid, negeer ik de rommel op de grond en help ik ze met hun pyjama’s aantrekken, al kunnen ze dat zelf. Als je een leuk uitje hebt gepland en er moet eigenlijk nog iets worden opgeruimd waardoor je in tijdnood komt, doe dan alsof je het niet hebt gezien. Of licht toe waarom het nu niet hoeft. In andere woorden: wees flexibel en empathisch. Wees menselijk, stem het af op de situatie.

Choose your battles

Maak gebruik van de mogelijkheid wanneer je die hebt, en probeer tolerant te zijn op momenten dat je minder in de gelegenheid bent om de regels na te komen. Zo heb ik op vrije dagen, vanzelfsprekend, veel meer tijd om op de regels te letten en kan ik ze daarin veel meer begeleiden. Dat doe ik dan ook. Mijn kinderen kunnen als ze willen ook vrijwillig klusjes doen voor ‘punten’, waarmee ze bijvoorbeeld sparen voor een keertje uit eten gaan. Tegelijkertijd haal ik heel regelmatig mijn schouders op of kijk ik een andere kant op. Het heeft geen meerwaarde om op alle slakken zout te leggen of om overal een ‘les’van te maken.

Er moet geleefd worden

Er moet ook gewoon geleefd kunnen worden. Kinderen moeten spontaan kunnen zijn, kunnen spelen, plannen maken, uitstapjes maken, kunnen afspreken, sporten, what ever. Ik heb simpelweg gewoon niet altijd tijd en zin om te zeggen ‘hé, gooi dat eens in de was’, ‘draai de dop eens op de tandpasta’ of ‘je moet dit nog opruimen’. Soms geniet ik er ook even van dat ze zo heerlijk spelen, ook al is de hele kamer een zooi, want dan kan ik gewoon even in mijn boek kijken of genieten van hun spel.

Consequent zijn…?

Het idee dat je als ouders altijd maar consequent moet zijn en één lijn moet trekken binnen de opvoeding, trek ik dan ook zeer in twijfel. Niet dat mijn kinderen nou het schoolvoorbeeld zouden zijn van een fantastische opvoeding, toch hoor ik tot mijn genoegen uit mijn omgeving vaak positieve geluiden terug, wat mij het vertrouwen geeft dat we wat flexibeler mogen omgaan met de opvoeding. Het consequent zijn betekent naar mijn idee veel meer dat je kinderen kunnen verwachten van je hoe je reageert. Dat betekent dus ook dat je je kinderen kunt leren dat er uitzonderingen op de regel zijn, en dat je in die gevallen anders reageert dan gebruikelijk. Je bent dan voor mijn gevoel nog steeds consequent, met empathie voor de situatie, en niet iemand die star vasthoudt aan de letterlijke zin van het woord.

Voor welke waardes sta je?

Dat je je speelgoed moet opruimen kan een regel zijn, maar niet vlak voor vertrek om op tijd te komen op de korfbal: in dat geval weegt de waarde ‘op tijd komen’ zwaarder dan de waarde ‘opruimen’, wat je je kind kunt uitleggen. Dit kan natuurlijk bij een ander gezin precies omgekeerd zijn, wat niks uitmaakt: zolang je kind maar snapt wat er verlangt wordt, en waarom het eventueel nu anders is dan normaal gesproken.

Eén lijn trekken als ouders…?

Idem dito voor het idee dat ouders altijd dezelfde regels zouden moeten hanteren en ‘een lijn moeten trekken’. Natuurlijk is het heel fijn en handig als je het samen eens bent over een bepaalde aanpak, of dat je min of meer op dezelfde wijze reageert. Maar dit is eerder een uitzondering dan dat we dat moeten verwachten van elkaar. Man en vrouw verschillen tenslotte, op zoveel verschillende manieren. Je bent allebei een verschillend persoon, je hebt een andere relatie met je kind, je hebt een andere opvoeding gehad dan je partner. Het is daarom niet meer dan logisch om ervan uit te gaan dat je allebei anders reageert binnen de opvoeding.

Wees jezelf

Het zou heel bijzonder, of misschien zelfs vreemd zijn, wanneer je als ouders exact hetzelfde omgaat met je kinderen en exact gelijk reageert in bijvoorbeeld het oplossen van conflicten. Dat is daarom dan ook niet iets om direct na te streven, als je het mij vraagt. Als ouders, en dus twee unieke individuen, heb je allebei je eigen manier van omgaan met je kinderen. Die, zoals eerder gezegd, 9 van de 10 keer prima is. Wanneer je kind weet wat het van je kan verwachten, is het dus goed. Ook al is dat anders dan wat het van je partner kan verwachten. Je kind wéét tenslotte niet beter dan dat jij jij bent, met al jouw unieke eigenschappen en eigenaardigheden.

Verschillende verwachtingen

Het zal dan ook verschillende verwachtingen hebben van jou, in vergelijking met je partner. En daar is niks mis mee. Sterker nog, dit staat dichter bij ons, dan wanneer wij ons in bochten zouden wringen omdat wij ons gedragen ‘zoals het hoort’, of zoals het ‘wordt verwacht’. Je kind is niet gek. Het kent jou als geen ander, en wéét wat het van jou kan verwachten. Wees daarom maar liever jezelf en authentiek. Dat je kind dan vaker naar papa stapt om te vragen of ze tv mogen kijken, omdat hij sneller zal toegeven, is dan iets dat we voor lief moeten nemen.

Opvoeding is niet zwart-wit

Structuur, regels, grenzen… ik hanteer ze, en ik kan niet zonder ze, maar wel binnen de mogelijkheden van de situatie. Voor alle lieve, hardwerkende ouders wil ik daarom het advies geven: ga eens bij jezelf na wat het belangrijkste is: het geluk van dat moment, het in stand houden van een waarde, het leren van een les, of het op één lijn komen met elkaar? Of mogelijk nog iets heel anders? Wees niet bang om de regels af en toe te laten vieren. Zolang jij dicht bij jezelf blijft en kunt uitleggen waaróm je daar nu voor kiest, is het voor een kind veel makkelijker te accepteren en te begrijpen. Het leven is nu eenmaal niet zwart-wit. Zoek de kleuren op.

Vergeet het vergeten kind niet

Vergeet het vergeten kind niet

Week van het vergeten kind

Het is deze week de week van het vergeten kind. Ik had er eerlijk gezegd tot vorig jaar nog nooit van gehoord, maar toen ik me erin verdiepte kon ik niet anders dan achter dit initiatief staan. Het vergeten kind is het kind dat opgroeit in problematische omstandigheden in Nederland, bijvoorbeeld vanwege psychische problemen in het gezin, armoede, verstandelijke beperking of multi-problem situaties. De organisatie wil deze kinderen bereiken en hen helpen zich zo gezond mogelijk verder te ontwikkelen, ondanks de moeilijkheden waarmee zij te maken hebben.

Schone schijn

Als ik lees over deze doelgroep, merk ik dat dit op zoveel gebieden raakvlakken heeft met de kinderen die ik zie in mijn werk. Kinderen uit alle soorten situaties komen bij mij, met de meest uiteenlopende problemen. Geen enkele situatie is vergelijkbaar, maar toch zijn er wel overeenkomsten. Er zijn situaties waarin kinderen het ogenschijnlijk heel goed doen voor de buitenwereld, maar die een enorme rugzak met ‘shit’ met zich meezeulen.

Veerkracht

Ik ben vaak zo onder de indruk van de enorme veerkracht van kinderen. Hoe zij ondanks ellendige omstandigheden toch nog geluk ervaren, plezier kunnen maken, het goed doen op school of de weg naar de hulpverlening weten te vinden. Eerlijk gezegd vind ik dit ook vergeten kinderen: de kinderen waarvan niemand vermoed dat er iets aan de hand is. Die gewoon maar door blijven gaan, niet klagen maar dragen. Hoe graag je die last ook van hun schoudertjes zou willen halen.

Geheimhoudingsplicht

Niet zelden maken deze kinderen dankbaar gebruik van de geheimhoudingsplicht. Ze willen ab-so-luut niet dat hun vriendjes, de school of zelfs de ouders afweten van waar zij tegenaan lopen. Vaak een dilemma voor mij als hulpverlener. Zeker wanneer het over zaken gaat die in een schemergebied komen van waar de geheimhoudingsplicht ophoud en de meldplicht begint (bijvoorbeeld in het geval van mishandeling). Deze kinderen lopen dus vaak al jaren rond met ‘geheimen’ en zijn vaak zo gespannen als een snaar, omdat de omstandigheden zo stressvol zijn of waren.

Geen stereotiep beeld

Het zijn doodnormale kinderen. Leuke, vrolijke snoetjes, goed gekleed, leuke ouders, etc. Er bestaan geen stereotypen als het om deze problemen gaan. Het komt bij alle lagen van de bevolking voor, bij alle denkbare situaties. Het is absoluut een fabeltje dat je het aan de buitenkant zou kunnen zien. Deze kinderen zijn bovendien vaak een ster als het gaat om maskers opzetten. Ze zijn vaak heel invoelend en empathisch, en weten daarom precies hoe zij hun eigen gevoelens kunnen verbergen voor hun omgeving. Dat maakt de problemen ongrijpbaar en onzichtbaar.

Steun het vergeten kind

In deze week van het vergeten kind wil ik daarom al deze onbewust vergeten kinderen een hart onder de riem steken. Bovendien wil ik iedereen die met kinderen te maken heeft, of je nu ouder, buurvrouw, leerkracht, coach op een sportclub of wat dan ook bent, alert maken op dit fenomeen. Probeer niet direct te oordelen, maar sta open voor andere mogelijke verklaringen. In de week worden bovendien allerlei initiatieven gestart om deze kwetsbare kinderen te helpen.

Ga naar buiten!!

Ga naar buiten!!

Want daar ben je gelukkig

Het licht stroomt door onze glas in lood ramen naar binnen en maakt veelkleurige vormpjes op de vloer. De zon lonkt, en ik kan niet wachten tot we naar buiten gaan. Ik geef mijn kinderen een kwartier om de kilometers kapla en tonnen playmobil weer in de dozen te scheppen, zodat we naar buiten kunnen gaan. Het komt helaas vaak voor dat ik een kans mis, omdat ik gefrustreerd op en neer sta te springen om dingen gedaan te krijgen door de kinderen (lees: hun vuile onderbroeken in de was, dekbed óp het bed, of mandarijnenschillen van de vloer halen), terwijl zij stoïcijns doorgaan met… nouja, ondefinieerbare activiteiten die voor hen blijkbaar veel hogere prioriteit hebben op dat moment.

Speelgoed opruimen

Vandaag liet ik dat niet meer gebeuren. Het was de afgelopen tijd somber weer en als je zelf 6 weken verplicht weinig tot niets hebt mogen doen, kriebelt het aan alle kanten om weer aan de gang te gaan. Ik riep naar ze dat ze 15 minuten hadden, de timer werd gezet en ik wachtte af. Gelukkig beschik ik over een escape in de weekenden, want Steef is toch gewoon thuis aan het klussen. Na 15 minuten trok ik m’n schoenen aan, en werd er nog een laatste sprintje getrokken door de kinderen om toch maar de spullen opgeruimd te krijgen. Blijkbaar viel toen pas het kwartje dat ik écht zou gaan. Ik streek over mijn hart (nouja, eigenlijk was het vooral mijn eigen wens natuurlijk) en gaf ze nog een laatste kans om mee te gaan.

Kinderboerderij

Daar was ik blij om. We hebben heerlijk uren buiten vertoefd. Eerst op kraambezoek bij de pasgeboren biggetjes in de kinderboerderij (echt té schattige, broekzakformaat biggen), even lunchen thuis en daarna weer naar buiten de zon in. Met de zon in ons gezicht hebben we een park bezocht waar we vrijwel nooit eerder geweest waren. Ik genoot van het weer en de oude bomen om me heen. Het geschater van mijn kinderen en hoe zij eindeloos in bomen kunnen klimmen. Er is zo weinig nodig om gelukkig te zijn, en iedere keer als ik buiten met ze ben besef ik me dat weer.

buiten spelen park bos bomen klimmen kinderen ontspannen ouders gezin speeltuin

Preventie van depressie

Het is al langer bekend dat simpelweg buiten zijn al een enorme boost geeft aan ons humeur en preventief kan werken tegen depressie. Als je dat nog eens combineert met een wandelingetje of een andere lichamelijke activiteit, ben je helemaal goed bezig. Niet voor niets wordt nu bijvoorbeeld hardlopen ook ingezet als therapievorm voor o.a. depressie. Maar je hoeft geen geestelijke problemen te hebben om te voelen wat een wezenlijk verschil naar buiten gaan kan maken op je welzijn.

Snel tevreden

De kinderen rennen vooruit, verzamelen takken en zetten de route uit. De bruggetjes zijn spannend, ze komen klimbomen tegen en verstopplekjes in de bosjes. Fosse maakt een nieuw vriendje en Signe verwerft haar plekje tussen andere peuters in het speeltuintje. De kinderen zijn ontspannen en hebben niks nodig om zich te vermaken. Enkel elkaars gezelschap en de natuur om hen heen. Nouja, dat speeltuintje is natuurlijk wel heel fijn voor de jongste. En als ouder ben je ineens ‘vrij’.

buiten spelen actief wandelen hutten bouwen slootje springen kinderen ontdekken tevreden samen spelen peuters kleuters schoolkinderen ouders gezinnen

Even vrij van thuis

Vrij van mopperen dat ze op moeten schieten, lief moeten zijn voor elkaar, of het opdweilen van omgevallen bekers melk. Je bent verplicht vrij van de taken die altijd op de loer liggen om je aandacht thuis af te leiden van de meest essentiële zaken: genieten van al dat moois dat er al is, je kinderen, de rijkdom, hun gezondheid, of wat het ook maar is dat je gelukkig en tevreden maakt. Terwijl ik pakkertje speel met Signe in het klimrek, vraagt een collega-vader me om de tijd: ‘ik heb mijn telefoon bewust thuis gelaten, dus ik weet de tijd niet’. Wat knap. Zou ik een voorbeeld aan kunnen nemen. Het kan voor ons geen kwaad om wat meer in het hier en nu te genieten van wat er is, in plaats van steeds maar bezig zijn met wat hierna komt.

Na inspanning volgt ontspanning

Eenmaal thuis zitten ze met gloeiende handen en rode wangen aan tafel, gebroederlijk te kleuren. Het actieve buiten spelen zorgt ervoor dat ontspanning ook weer mogelijk wordt, en de concentratie verhoogd. Ik geniet van dit gezicht en prijs mezelf gelukkig dat onze kinderen het zo goed vinden met elkaar (over het algemeen dan). En natuurlijk neem ik me voor dat ik vaker naar buiten moet. Want ik ben ervan overtuigd dat iedereen er baat bij heeft.

De eerste turnwedstrijd

De eerste turnwedstrijd

Zenuwachtig aan de start

Wekenlang was ze al zenuwachtig. En dit weekend was het dan zover: haar allereerste echte turnwedstrijd. Ze heeft de afgelopen weken heel hard geoefend om alle onderdelen goed te onthouden en uit te voeren voor dat ene moment. Omdat de kinderen zonder aanwezigheid van ouders trainen, heb ik werkelijk geen idee wat je kan verwachten van zo’n moment. Het is daarom sowieso al heel erg leuk om te zien wat ze de afgelopen tijd allemaal heeft geleerd en hoe ze dat uitvoeren.

IJdeltuit

Van tevoren waren er al dagen kriebels. En op de dag zelf wilde ze natuurlijk goed voor de dag komen. We gingen op zoek naar glitterspray voor in haar haren, maar helaas was die na de feestdagen blijkbaar weer opgeruimd in alle winkels. Meia moest dus ‘maar’ genoegen nemen met wat make-up. Wat wordt ze dan ineens al groot. Als een echte dame gaat ze zitten, tuit haar lippen, en bewondert zichzelf vervolgens minutenlang in de spiegel. Ja, aan zelfvertrouwen over haar uiterlijk geen gebrek gelukkig. Een echte ijdeltuit.

Op de fiets

De tas werd ingepakt en ik propte nog wat brood en eierkoeken in Meia, voordat we op de fiets klommen richting gymzaal. Dat viel nog even tegen voor Meia. Met wind tegen en een tijdlang niet meer fietsen, was ze blijkbaar niet meer gewend aan deze inspanning. Hijgend en puffend ploeterde ze naar haar bestemming, waar ze met rode wangen aankwam. Haar spieren waren in ieder geval alvast warm.

Liever geen publiek

Dat kon geen kwaad ook trouwens, want in de gymzaal was het behoorlijk fris. Met enkel een turnpakje aan koel je dan al snel af. In haar enthousiasme trok Meia haar turnpakje eerst achterstevoren aan. Na een subtiele hint van mijn kant besloot ze dit toch maar aan te passen, voordat ze zich bij haar groepje voegde die al lag te rekken en strekken in de zaal. Op haar verzoek hadden we geen opa’s en oma’s meegenomen: ‘dat vind ik wel heel gezellig hoor, maar dan raak ik ook een beetje afgeleid’, was haar argument.

Opperste concentratie

Dus zat ik met Signe te kijken hoe al die kleine lijfjes zich voorbereidden op de wedstrijd. Na een kwartier verhuisden we naar de andere zaal, waarna alle deelnemers opmarcheerden. Op die manier werd de wedstrijd geopend. Vervolgens werden de deelnemers over 2 gymzalen verdeeld, en halverwege de wedstrijd was er een wissel, zodat alle 4 de onderdelen aan bod kwamen. Meia’s groep begon met de vloeroefeningen. Het is leuk om te zien hoe ze zoveel onderdelen achter elkaar kunnen uitvoeren en ook onthouden. Ik ken Meia als een dromer en flierefluiter, maar bij dit soort momenten heeft ze een opperste concentratie en bijt ze zich er echt in vast. Ze was dan ook vooral heel trots dat het allemaal lukte zoals ze had geleerd. En daarmee ik natuurlijk ook.

Presteren

Het is een spannende setting, en ook best een lastige setting om in te presteren. Er zijn twee onderdelen naast elkaar bezig, en soms is er muziek voor het ene onderdeel, wat voor mijn gevoel al snel afleidend kan werken voor het andere onderdeel. Maar de meiden weten wat ze moeten doen en dat vind ik knap. Wat het ook spannend maakt is de jury, die driftig zit te schrijven tijdens en na de uitvoeringen. De kinderen wachten vol spanning af tot zo’n jurylid het hoofd optilt naar hen, en eindelijk haar hand opsteekt, ten teken dat een kind mag starten. Deze minuten, kan ik me voorstellen, voelen misschien wel als uren voor ze.

Je eigen sterke kanten

Meia zat in een groep van 10 deelnemers. Dat betekent 10x inturnen, 10x een echte wedstrijdoefening en tussendoor steeds wachten op het teken van de jury. Al met al kost dat heel veel tijd, waarin de meiden even niks doen of spanning aan het opbouwen zijn. We waren om 15.30u aanwezig, en gingen tegen 19.15u pas weer richting huis. Een lange zit voor die guppen! Het tweede onderdeel was sprong. Turnen heeft veel soorten elementen, wat ook fijn is, want zo heeft iedereen zijn sterke punten in het turnen. Meia had een tijdje terug haar enkel verzwikt met springen, en is sindsdien wat angstig geworden. Dat was terug te zien, want ze durfde niet goed te springen en daardoor lukte deze oefening haar niet. Ze heeft de tweede keer een koprol gedaan, die haar wel prima afging.

Spierballen

Over het derde onderdeel was Meia het meest zelfverzekerd: de brug. Het is echt haar sterke kant om haar armen te gebruiken (wat een spierballen!) en lekker te zwaaien en zwieren. Toch grappig, want ook ik klim en slinger nog steeds graag in bomen, dus dat is een gedeelde passie. Het laatste onderdeel was de balk: zo’n smal, hoog ding waar oefeningen op worden gedaan, zoals zweefstand, hupsjes en benen optillen (ik heb echt geen idee van de vaktermen merk je al). Een mooie oefening die ze prima deed.

De einduitslag

En als dan alle onderdelen zijn uitgevoerd, begint het grote wachten. De zalen moeten leeggemaakt worden, alle scores moeten worden opgeteld en uitgerekend en alle prijzen moeten bepaald en uitgereikt worden. Ik zal dat Meia toch wel zenuwachtig werd op het moment van de prijsuitreikingen (al wist ik vrijwel zeker dat zij niks had gewonnen), en enigszins teleurgesteld keek toen alle prijzen waren vergeven en zij daar niet tussen zat. Maar toen de presentator omriep dat alle deelnemers vervolgens een zakje chips en een pakje limonade mochten pakken, was dat minstens zo’n grote prijs als die gouden medaille. Met een verrukt gezicht en een ‘ooooh!’ als uitroep liep ze op me af. Toen ze toen ook nog eens van ons een fles met chocolaatjes kreeg (‘is die helemaal voor mij!?’) kon haar avond helemaal niet meer stuk. Ach ja, de kleine momenten moet je soms vieren. Haar eerste wedstrijd vond ik wel zo’n moment.

Naar logopedie

Naar logopedie

Verstaanbaar leren praten

Fosse gaat sinds kort naar logopedie. Voor de zomervakantie spraken we met de juf, die aangaf dat Fosse soms wat onduidelijk spreekt. Ik begreep wat ze bedoelde, want ik merkte het soms ook. Toch konden we beiden niet goed aangeven wát we nu precies merkten en wat er mis ging. Het leek ons goed om alvast te starten met het traject en niet te wachten op de screening van groep 2.

Jong geleerd…

Voor jonge kinderen geldt in veel gevallen van behandeling: hoe jonger, hoe korter er nodig is. Kinderen zijn nog volop in ontwikkeling op allerlei gebied, en hun hersenen plastisch. Wat ze nu leren, wordt heel gemakkelijk verankerd in hun ‘hardware’. Naarmate mensen ouder worden, is dat lastiger, en is er meer tijd en oefening voor nodig om dezelfde resultaten te behalen.

Logistieke uitdaging

Zo vond ik het dan ook geen probleem dat Fosse naar logopedie moest. Maar het is wel een aanslag op de toch al drukke invulling van de dagen. Ik weet niet hoe dat bij jullie zit, maar ik heb soms het idee dat ik een logistiek bedrijf run, zoveel ben ik op pad voor de kinderen. Zo ook deze afspraak, die onder schooltijd valt. Bij het maken van de afspraak met de logopedist kwam ik tot de conclusie dat er gewoon geen handig moment is. Ik zit altijd met de jongste, waarvoor ik dan oppas moet regelen, of je zit na schooltijd met alle kinderen. Het is het lot van ouder zijn, denk ik.

Zenuwachtig

Fosse was erg zenuwachtig voor de eerste afspraak. Ik probeerde uit te leggen wat logopedie is. Een mevrouw die je helpt om mooier te praten, waarbij je oefeningen en spelletjes doet. Zodat anderen je ook beter kunnen verstaan. Nouja, zoiets was mijn uitleg. Maar Fosse vond het nog steeds spannend. Met zijn ruim 5 jaar kreeg ik het gevoel dat hij zich bovendien al bewust was van zijn uitzonderingspositie: ‘blijkbaar moet ik dit, terwijl anderen dit niet moeten… doe ik dan iets niet goed?’. Gelukkig zijn er in onze omgeving nog andere kindjes die ook logopedie hebben gevolgd, wat de spanning een beetje verzachte voor Fosse.

Observatie

En toen was het zover, de eerste afspraak. Fosse keek zoals verwacht de kat uit de boom, maar was vrij snel op zijn gemak. Hij heeft de neiging om bij verlegenheid juist zijn vingers in zijn mond te stoppen of met zijn tong te ‘spelen’, wat op dat moment de noodzaak van afspreken alleen maar bevestigde. Fosse mocht woordjes benoemen, terwijl de logopedist observeerde wat hij nu precies deed met zijn mond.

Verkeerde gewoontes

Het was al vrij snel duidelijk: Fosse heeft een verkeerde gewoonte, door zijn tong achter zijn ondertanden te houden in rust, terwijl deze achter zijn boventanden zou moeten rusten. Daardoor duwt hij ongemerkt zijn tanden naar voren en uit elkaar en maakt hij verkeerde klankbewegingen. De volgende keer begon hij met articulatie oefeningen met de letter ‘l’, waarna hij woordjes met de ‘l’ mocht zeggen met zijn tong op de goeie plek. Uiteindelijk worden alle klanken die lastig zijn aangepakt, van makkelijk naar moeilijk.

Gezellig

Naar logopedie gaan is een extra belasting voor het gezin, merk ik. Het is een heel geregel om er wekelijks naartoe te gaan. De jongste naar de oppas, vervolgens Fosse uit school halen, naar de logopedie, Fosse weer op school brengen en de jongste weer ophalen van de oppas. En daarvoor en daarna zijn, helaas, ook nog 1001 dingen te doen. Toch is het wel gezellig. Sinds Fosse heeft gemerkt dat het best leuk is bij logopedie, vindt hij het niet erg meer om te gaan. Samen op de fiets, als enige terwijl de rest op school zit. We genieten stiekem even van de tijd die we samen hebben.

Oefenen, oefenen, oefenen…

Maar het blijft niet bij wekelijkse afspraken. De meeste tijd gaat zitten in het oefenen. Omdat het een gewoonte betreft, is oefenen heel belangrijk om die gewoonte te doorbreken. Dagelijks, soms driemaal daags. Dat betekent zoeken naar een manier om deze oefeningen te verweven in het toch al drukke gezinsleven. Veel woordjes zeggen, wanneer doe je dat? Onderweg naar school en teruglopend naar huis. Tijdens het avondeten. Oefeningen om de lippen sterker te maken met een knoop, 3x per dag? Dat wordt al lastiger. Tot nu toe lukt het tijdens de maaltijden, omdat die ook 3x per dag zijn. ’s Middags schiet er vaak bij in, want dan is Fosse meestal op school. Elke dag een tijdlang met een bitje in zitten, waarmee je dus niet kunt praten? Lijkt me ideaal tijdens het tv kijken als ik kook.

Vroege screening

Het is fijn dat er al vroeg wordt gescreend op problemen, en dat er hulp bestaat die vaak laagdrempelig is en bovendien ook niet perse langdurig. Maar wanneer het dan eenmaal zover is, doet het wel een beroep op het gezin. Gelukkig ervaart Fosse het oefenen als leuk en gezellig, wat het goed te doen maakt. Ik ben benieuwd naar de ontwikkelingen en het uiteindelijke resultaat. Ik houd jullie op de hoogte.

 

 

Loedermoeder!? Of gewoon een ouder?

Loedermoeder!? Of gewoon een ouder?

Omdat je als opvoeder altijd wel ergens tekort schiet

Ik moet iets bekennen. Al sinds ik moeder ben, en vooral sinds de kinderen naar school gaan gaat er iets mis. Ik heb me er inmiddels maar bij neergelegd, want ik krijg het gewoon niet voor elkaar om alles te bolwerken. Met één kind was het nog redelijk overzichtelijk. Als er dan een vraag van de peuterspeelzaal kwam, dan kon ik het nog betrekkelijk rustig in mijn agenda noteren, en had ik die activiteit als enige focuspunt. Inmiddels zijn er twee kinderen en tig activiteiten bijgekomen, en is het eind zoek.

Mosterd na de maaltijd

Ja, ik ben zo’n moeder die altijd veel te laat de gymschoenen heeft gekocht voor het nieuwe schooljaar. Die als mosterd na de maaltijd inschrijfformulieren voor voorleesfeestjes na de betreffende datum uit de schooltas vist en die slechts op het nippertje de cadeautjes voor kinderfeestjes heeft gekocht. Ik krijg het gewoon niet voor elkaar.

De ‘naschoolse activiteiten’

Het is niet alleen school, het is alles wat daarbij komt kijken: koffieochtenden, knutselactiviteiten, kijkochtenden, helpen met de versiering, lege potjes inleveren, maaltijden bereiden voor de eindejaarsmaaltijd, gesprekjes over de voortgang, speelafspraakjes met kinderen, geleende sokken teruggeven, zoekgeraakte bekers weer boven water krijgen, na een half jaar te horen krijgen dat je dochter al die tijd in d’r ondergoed gymt omdat ze haar gymspullen (alweer) zo lang kwijt is, schrijven van Sinterklaasgedichten en maken van surprises, het regelen van een kerstmuts voor een kooroptreden, het aantrekken van een foute kersttrui voor de middelste op foute kersttruiendag…

Hoe doen jullie dat!?

Ik kijk altijd met grote ogen naar andere ouders die voor mijn gevoel altijd zo georganiseerd zijn. Die netjes met volle tassen – uitgespoelde! – lege potjes naar school komen voor een of andere kerstactiviteit, hun kinderen met twee dezelfde sokken (waar blijven alle sokken in vredesnaam!) aan en nette vlechten in hun haar. Ik sta al om 6u op, maar helaas kan ik toch lang niet alles afvinken van deze lijst.

De clubjes, sport, afspraakjes…

Maar het is niet alleen school. Het gaat nog veel verder. Na school zijn er de sportclubs: turnen, zwemles, korfbal… Er gaan ik weet niet hoeveel nieuwsbrieven en andere meldingen de deur uit per week. Of er geholpen kan worden met…, wie er beschikbaar is op…, welke tijd gaat de voorkeur naar uit, het is de laatste week om het wedstrijd pakje te betalen, welke maat heeft uw zoon, deze week krijgt uw kind een boekje mee voor de grote clubactie, en de week erop krijgt mijn andere kind een formulier om zoveel mogelijk speculaaspoppen te verkopen.

De dooddoener: het is druk

Komt erop neer dat dat spaarboekje bij het oud papier is beland, het geld voor het pakje pas een week later kwam, we dit jaar geen speculaaspoppen hadden en mijn dochter stelselmatig vergat om haar koorboekje mee te nemen als ze moest oefenen. We hadden het immers nogal druk met het begeleiden van het maken van de surprise, en in navolging daarvan, met het weghalen van alle bruine verf op zo mogelijk alle objecten in diezelfde ruimte. Alsof ze de verf in een centrifuge hadden gestopt.

Kiezen

Misschien is het een gebrek aan organisatorisch vermogen. Vast wel, het kan vast beter. Maar het lukt me niet. Het is gewoon niet mijn talent, en met zoveel andere zaken die ook de aandacht vragen heb ik het gevoel dat je keuzes moet maken. Je kunt immers niet overál aan denken, als er zoveel van je verwacht en gevraagd wordt. Wil niet zeggen dat ik het onbelangrijk of stom vindt, wat er allemaal wordt gedaan voor en met de kinderen. Maar het betekent voor mij simpelweg dat ik niet overal aan mee kan doen. Kiezen betekent dat je de dingen waar je niet voor kiest, tekort doet.

Niet perfect

Dat is een lastig gevoel in onze prestatiegerichte maatschappij, waarin alles maar beter, sneller en meer moet. Toch is precies dát het gevoel dat steeds in het ouderschap ook naar voren komt, en waar veel ouders moeite mee hebben. Probeer alle ‘verwachtingen’ die aan ons als ouders of als gezin worden gesteld daarom te zien als mogelijkheden, in plaats van verplichtingen. Wat vind jij belangrijk als ouder en waar denk je dat je kind zich het fijnst bij voelt? Zet dáár op in, en dan kristalliseren de andere zaken zich vanzelf meer uit.