Archief van
Categorie: Peuters (2-4)

Een week vol aandacht voor jonge kinderen

Een week vol aandacht voor jonge kinderen

Spiegels van onszelf

Wat leuk, een week vol extra aandacht voor jonge kinderen! De week van het jonge kind wordt dit jaar gehouden van 16 tot 20 april. Ik heb al sinds ik ben begonnen met mijn opleiding een zwak voor jonge kinderen. Niet alleen vind ik ze om op te vreten, ik vind ze ook bere interessant. In de eerste jaren wordt er een blauwdruk gelegd voor de toekomst, en er is zo ontzettend veel te leren van en te ontdekken in deze jaren. Ze zeggen wel eens: ´kinderen zijn spiegels van onszelf´. Dat gaat eigenlijk voor over de jongste kinderen, omdat zij nog zo ontzettend puur en ongeremd zijn.

Puur en nieuwsgierig

Nog niet zo beïnvloed door alle prikkels van buitenaf, maar nog compleet nieuw, naïef en nieuwsgierig naar het leven. Nog zo vervlochten met hun omgeving, hun verzorgers, wat een prachtige dynamiek geeft. Jonge kinderen, of het nu baby´s, dreumessen, peuters of kleuters zijn, ze hebben allemaal hun eigen charmes binnen hun eigen ontwikkelingsfases. Als kinderen in de basisschoolleeftijd komen, is hun gedrag al veel meer gestabiliseerd, hun persoonlijkheid meer gevormd en hun zelfstandigheid veel groter.

Niet los zien van de ouders

In behandeling kunnen en mogen we jonge kinderen daarom ook niet los zien van hun ouders. Als je kinderen onder de 4 jaar behandelt, behandel je niet het kind, maar het kind in relatie tot de ander. Dat vraagt speciale behandeltechnieken en veel kennis van deze specifieke doelgroep. Je behandelt immers meerdere mensen tegelijk. Het is goed dat er zulke themaweken gehouden worden, omdat hierin maar weer wordt onderstreept hoe belangrijk die eerste jaren zijn.

Babyfase

Als je zwanger bent, dan ben je eigenlijk al moeder. Als de baby er dan eindelijk is, valt je met je neus in de boter. Want de babytijd is wel één van de meest intensieve periodes, waarin het vooral keihard werken is voor ouders. Een baby zet letterlijk je hele leven op z´n kop. Alles wat eerst zo vanzelfsprekend was, is voorbij. Een gigantisch verantwoordelijkheidsgevoel wordt geboren, tegelijk met je kind.

Dreumes

De babyfase gaat vloeiend over in die van de fase van een dreumes. In het eerste jaar komt het contact wel op gang, maar je baby is nog niet in staat uitgebreide interacties en uitwisselingen met je aan te gaan. Zodra je kindje 1 jaar is geworden, wordt mijlpaal na mijlpaal geslagen. De eerste stapjes, de eerste woordjes… er gaat een wereld voor hem open. Voor jullie beiden. Je leert nu je kind veel beter kennen als een eigen persoontje en veel ouders genieten van deze wederkerigheid in het contact. Tegelijk breekt ook de tijd van opvoeden aan. Want zodra de wereld van je kind groter wordt, heeft het grenzen nodig.

Peuters

Over de peuterfase is relatief veel geschreven. Niet voor niets, want met de peuterpuberteit, driftbuien, koppigheidsfase en vele andere perikelen in deze jaren, is er genoeg om je druk over te maken. In deze periode leert je kind dat het invloed kan uitoefenen en het gevoel van macht is dan een fantastische ontdekking voor ze. Iets minder voor ons als ouder, waardoor veel ouders deze periode als ´zwaar´ betitelen. Tussen het 3e en 4e jaar hoor ik menig ouder de dagen aftellen tot hun kind naar school mag, want: ´ze zijn er zo aan toe!´.

Kleuters

Eenmaal daar, breekt de kleuterfase aan. Een bijzondere fase, waar gek genoeg maar weinig onderzoek naar gedaan is en veel minder over bekend is. Het wordt wel de ´vergeten fase´ genoemd. Dat is balen, want het is zeker geen periode om te vergeten voor je kind! Het is de fase waarin dochters met hun vader willen trouwen, vriendjes hun broek laten zakken om elkaars geslacht te inspecteren en er in rap tempo sociale vaardigheden worden ontwikkeld, zoals het inlevingsvermogen en empathie.

Zo verschillend en zo gelijk…

Elke maand leert je kind nieuwe dingen. Ik blijf me continu verbazen en verwonderen over de enorme ontwikkeldrift van elk kind. Hoe enerzijds elk kind toch weer op een zelfde manier ontwikkelt, en anderszijds zoveel eigenheid en karakter doorkomt in de manier waarop een kind zich ontwikkelt. Als moeder van 3 kinderen zie ik tegelijk veel overeenkomsten als veel verschillen. Als behandelaar in mijn praktijk heb ik tientallen kinderen gezien van 4 jaar, waarin ook weer zoveel overeenkomsten als verschillen te herkennen zijn. Ik vind dit zoiets moois, en dat boeit me ook zo ontzettend aan deze doelgroep.

Blauwdruk van de toekomst

Ik heb me tijdens mijn registratietraject verdiept in de jonge kinderen. Wat ik daar heb geleerd, is dat de eerste jaren, pakweg tot 7 jaar, een blauwdruk vormen van ons bestaan. Hoe wij ons ontwikkelen, legt de basis voor wie wij zijn als volwassene. Veel klachten die we nu hebben, of onze slechte eigenschappen, zwakke plekken, trauma´s… bijna alles is terug te herleiden naar onze jeugd, onze eerste en vroege ervaringen. Bizar toch? Het geeft maar weer eens aan hoe belangrijk het is om in deze periode te investeren, en dat het echt geen tijdsverspilling is om samen met je kind te spelen, op pad te gaan, boekjes te lezen of cake te bakken.

Extra aandacht voor het jonge kind

In de toekomst hoop ik me verder te specialiseren als Infant Mental Health Specialist. Niet alleen omdat ik zelf nog kinderen in deze leeftijd heb (hoewel dat wel extra leuk is), maar vooral omdat ik vind dat deze jongste doelgroep veel aandacht verdient. Meer dan het nu krijgt. En omdat ik hoop dat hiermee een wezenlijk verschil kan worden gemaakt voor de ontwikkeling van onze toekomst.

Time-in is het nieuwe time-out

Time-in is het nieuwe time-out

De ongewenste effecten van time-out

Time-out is een veelgebruikt opvoedingsmiddel door veel ouders en andere opvoeders. Door nanny Jo Frost en andere ´opvoedgoeroes´ is dit middel wijd en zijd gepredikt en waren jarenlang de ´naughty chairs´ en strafmatjes niet aan te slepen. Als je het maar consequent genoeg toepaste, dan hield al dat ongewenste gedrag vanzelf wel op. Zo was het idee. En heel vaak werkte het ook zo: het kind gaf op en driftbuien bedaarden, waarna de draad weer kon worden opgepakt. Toch ben ik geen fan van dit middel, en leg ik hieronder uit waarom niet.

Stoppen van ongewenst gedrag

Het idee van een time-out is dat je kind leert het ongewenste gedrag te stoppen. Daar is niks mis mee, dat is natuurlijk wat elke ouder wil. Op het moment dat je een kind uit de situatie haalt, kan daarmee het gedrag al worden doorbroken. Het is dan ook een prima oplossing om toe te passen, bijvoorbeeld wanneer je kind ruzie maakt met zijn zusje en het niet lukt om hiermee te stoppen. Of blijft gillen omdat het iets wilt. Je neemt je kind dan op een rustige manier mee naar een andere, neutrale ruimte. De gang, de trap, of waar dan ook. Ook hier is niks mis mee, maar er zijn wel wat aandachtspunten.

Uit de situatie halen

Je haalt je je kind weg uit een situatie als het volle bak stress ervaart. Omdat het ruzie heeft, ontzettend boos is of zich gekwetst of afgewezen voelt, bijvoorbeeld. Vervolgens zet je je kind, met al zijn stress en onlustgevoelens, in een aparte ruimte, in zijn eentje. Op zulke momenten is het emotiesysteem van je kind ontregelt. Niet voor niets grijp je in: je kind doet raar, doet zichzelf of anderen pijn, scheldt of is brutaal. Dat is een uiting van de stress, je kind weet zich op dat moment geen raad met de heftigheid van de emoties die hij ervaart, en gaat daardoor ongewenst gedrag vertonen.

Wat het nodig heeft, is jou!

Eigenlijk is dat het moment dat je kind jou het hardste nodig heeft: je kind is nog volop in ontwikkeling om zichzelf en zijn emoties te leren reguleren. Om te leren hoe het zichzelf kan kalmeren en weer tot rust brengen in situaties die spanning geven. Om te weten wat het dan kan doen, zoals weglopen, er iets van zeggen, of hulp zoeken. Dat kan je kind nog niet, dat leert het van jou. In interactie met jou. Als een kind stress heeft en daardoor in de ´actiestand´ staat, is dat juist het moment om je kind te helpen weer tot rust te komen.

Reptielenbrein

Zoals ik al eerder schreef, kan je met stress niet meer helder nadenken en reageren we allemaal heel primair. Met vechten, vluchten of bevriezen. Kinderen hebben daar nog veel in te leren, en we kunnen er niet vanuit gaan dat ze dit uit zichzelf doen. Wat er gebeurt op het moment dat je je kind in een time-out plaatst, is dat je de boodschap afgeeft ´je moet het zelf doen´, ´als jij stress hebt, sta je er alleen voor´. Klinkt hard he? Is het ook. Het is dan ook zeer onwenselijk voor een kind als dit keer op keer zo wordt ervaren, want dan bestaat de kans dat het dit ook werkelijk zo gaat geloven.

Een negatieve boodschap

Gevolg? Je kind wordt uiterlijk rustig, want het leert: ´hoe boos ik ook word, er komt toch niemand om me te helpen weer te kalmeren, ik moet het alleen doen´. Van binnen blijft de stress echter, want het kán immers niet optimaal reguleren zonder hulp. De stress wordt daardoor intern opgeslagen in het lijf. Het zou zomaar kunnen dat het omslaat in lichamelijke klachten. Natuurlijk is het niet zo rechtlijnig, het gebruik van time-out leidt natuurlijk niet meteen naar problemen, maar het is wel iets om over na te denken.

Niet isoleren, maar dichtbij blijven

Beter is daarom niet je kind te isoleren, maar juist dichtbij te blijven. Geen time-out maar een time-in dus. Je geeft de boodschap dat je je kind niet alleen laat als hij het zo moeilijk heeft. Door je nabijheid en je empathie (´wat ben jij boos zeg!´) voelt het zich begrepen en lukt het sneller om te kalmeren. Hoe sneller het brein rustig is, hoe sneller je ook je grenzen kunt stellen en kunt bespreken wat je eigenlijk wilde doen: ´je was zo boos, dat je met spullen ging gooien. We gooien niet met spullen, want dat is gevaarlijk en het gaat kapot. Als je je zo boos bent, kun je zeggen waar je last van hebt tegen Madelief, of kom je naar mij toe als het niet lukt´.

Omdenken

Het is een omschakeling in het denken. We gaan er nu vanuit dat ons kind eerst moet kalmeren. Maar kalmeren lukt alleen met hulp van ons. Even omdenken dus. Het is geen kwestie van je kind ´z´n zin geven´, want het doet niets af aan de grenzen die jij stelt. Je wacht alleen tot de ergste stress voorbij is, zodat je kind weer helder kan denken, en jij alsnog je punt kunt maken. Dit is een hele effectieve strategie zelfs, want op ´t moment dat je kind in de stress blijft, komt je boodschap niet aan. De kans op herhaling van zelfde soort incidenten is daarmee heel groot.

Je punt maken

Beter is het dus om eieren voor je geld te kiezen en je kind te helpen met het reguleren van zijn emoties. Een kind in een time-out zetten die daar eerst heel de boel bij elkaar schreeuwt en uiteindelijk stil wordt, heeft niet geleerd om zelf rustig te worden. Het heeft geleerd dat het er in tijden van stress alleen voor staat, en dat hij niet op de steun kan rekenen wanneer hij die het hardst nodig heeft. Hij is niet rustig, maar heeft het opgegeven. Op het moment dat je dan je punt maakt als ouder, zal je boodschap niet landen: je kind is niet gekalmeerd, maar slechts verslagen en heeft nog geen kalm brein.

Wees nabij, zoek verbinding

Gelukkig is er een kentering in de wetenschap die dit fenomeen onderkent en terugkomt van het isoleren van je kind. Net zoals we terug zijn gekomen van het laten huilen van onze baby´s en het koste wat kost in eigen bed laten slapen van baby´s. Feit is nu eenmaal dat kinderen onze nabijheid door de jaren heen nodig blijven houden om te leren het uiteindelijk alleen te kunnen. Probeer daarom volgende keer eens om bij je kind te blijven, en je zal zien dat het sneller kalmeert en escalaties waarschijnlijk voorkomen kunnen worden.

Mini moestuin project

Mini moestuin project

Makkelijke Moestuin starten

Groene vingers heb ik niet. Planten vergeet ik en gaan dood waar ik bij sta. Onze eerste tuin was formaat postzegel en dat was misschien maar goed ook. We legden hem pas na 5 jaar aan en bestond (echt waar) uit gestort beton, een vlonder en kunstgras. Ja, zo groen zijn mijn vingers dus. Toch bijzonder, met een vader die jaren in de tuinarchitectuur zat en landschapsinrichting studeerde, en een moeder die niets liever doet dan tuinieren.

Gebrek aan groene vingers

Maar een tuin was voor mij altijd wel belangrijk om te hebben, voor het gezin. We kunnen enorm genieten van buiten zijn, bbq-en met vrienden of gewoon een badje opzetten met warm weer. In ons vorige huis had ik een dappere poging ondernomen tot het aanleggen van een verticale kruidentuin: zakken met kruidenplantjes aan de schutting. Helaas ging dit kapot en haalden buurtkinderen alles overhoop. Ook dat idee was geen lang leven beschoren.

Grijze tuin

In ons huidige huis krijgen we een herkansing. We hebben een grote tuin, maar eigenlijk is een betegelde parkeerplaats een betere benaming. Compleet met garagedeur, gestalde motor en fietsen en een karretje. De golfplaten overkapping met de kwaliteit van Lik me vestje maakt de depressieve sfeer helemaal af. In ons enthousiasme hebben we ons eigenlijk enkel op de verbouwingsplannen van het huis gericht, en de tuin min of meer buiten beschouwing gelaten. Voordat die aan de beurt is, zijn we dus wel een paar jaar verder.

Leven in de brouwerij

Maar sinds we er wonen, gebruiken we de tuin wel degelijk. Gelukkig kan het tegen een stootje, is het afgesloten en kunnen de kinderen zich heerlijk uitleven hier. Omdat we er toch een tijd mee moesten doen, dacht ik na over manieren om de tuin alvast wat op te pimpen. Toen ik vorig voorjaar de Makkelijke Moestuin tegenkwam op internet, werd ik direct enthousiast. Dit was een superidee voor onze (tijdelijke) tuin. Wat groen, wat levends, en iets fleurigs in de grijze, ongezellige toestand.

makkelijke moestuin zaaien planten oogsten gezin tuin project kinderen

Een project met de kinderen

Een project dat ik samen met de kinderen kon aangaan. Zo konden wij de vorderingen in het groen zien, die parallel zouden lopen aan de vorderingen aan de binnenkant van het huis. Ik moest nog wel even geduld hebben, want toen ik mijn plan smeedde, woonden we met 2 weken op een flat, waar geen ruimte was voor een moestuin bak. Toen we uiteindelijk verhuisden in september, was het moestuin seizoen aan zijn einde, dus besloot ik te wachten tot maart, wanneer het nieuwe seizoen zou beginnen.

Dit lukt iedereen…

In februari mocht ik dan eindelijk van mezelf bestellen: een bak van 120x120cm die je kunt verdelen in 4×4 vakjes. In elk vakje kun je vervolgens een andere groente (of kruid, of bloem) planten. Veel opbrengst op weinig oppervlak dus. Ideaal. Volgens de Makkelijke Moestuin moest het zélfs mij lukken, met een gebrek aan groene vingers. Of zeg maar gerust een gebrek aan vingers als het aankomt op tuinieren. Maar hé, we houden van biologisch eten en bewust omgaan met voeding. We hebben al een groentepakket van de lokale boer, en dit zou een mooie aanvulling vormen.

Het begin

Op een middag in februari was het zover: de bak moest in elkaar gezet worden zodat we konden beginnen. Met hulp van een enthousiaste Meia en sceptische Stefan werd de bak in elkaar geschroefd. Ik werd al blij van de bak zonder iets erin! Vol enthousiasme begonnen we de volgende dag met zaaien. “Kan niet misgaan”, verzekerde de website en de bijbehorende app mij, die me vertelde wat ik wanneer in welk vakje kon zaaien.

Geen vliegende start 🙂

Vol optimisme zaaiden we veldsla in een vakje en kwamen we er vervolgens achter dat de februari groente eerst moesten kiemen. Braaf volgde ik de stappen van de app, en legde ik de zaden van sugarsnaps, peultjes en wintererwt in plastic bakjes. En de volgende dag werd het -7. En de rest van de week ook. Oeps. Kan het dus toch nog misgaan, want ik had even geen rekening gehouden met het weer de komende tijd. Van die veldsla verwacht ik dus weinig meer. Maar we hadden de kiemen nog.

Poging 2

Toen ik ze vandaag, na ruim een week strenge vorst, tevoorschijn haalden, was door mijn onzorgvuldigheid de helft uitgedroogd en wist ik bij God niet meer wat nou wat was. Weer wat geleerd: opschrijven wat waarin zit. Ik haalde m´n schouders op en liet me niet kennen, en maakte volgens instructies van de app gaatjes in de aarde en gokte wat peultjes waren die het klimrek nodig hadden. De start was dus niet zonder tegenslagen. Maar, enthousiast geworden door de zon en de toenemende temperaturen, hebben Signe en ik ons ook gestort op het planten van o.a. postelein en radijsjes.

makkelijke moestuin compostbak composteren tuin

Compostbak

Het wroeten in de aarde geeft nu al voldoening. Het is mooi om te bedenken dat de soms miniscule zaadjes zullen uitgroeien tot iets eetbaars. Het werken aan de hand van de app is motiverend: je krijgt vanzelf weer een melding wanneer je iets moet doen. Steef beweert dat het weer een impulsieve bevlieging is, maar ik weet wel beter: dit is een gezinsproject. We trekken het nog een beetje verder door: bij gebrek aan een groene container hebben we een compostbak in de tuin gezet. Zo slaan we 2 vliegen in 1 klap: voeding voor de bodem, en minder restafval.

Natuurlijk houden we jullie op de hoogte van de vorderingen, en van de successen en mislukkingen!

 

Regels en grenzen onder de loep

Regels en grenzen onder de loep

Opvoeden met een korreltje zout

Met de paplepel wordt ons aangeleerd dat we regels en grenzen moeten stellen aan onze kinderen. Een opvoeding zonder regels, is een mislukte opvoeding. Je moet vooral consequent zijn, want anders nemen ze een loopje met je en is het eind zoek. Als ouders moet je bovendien ook vooral één lijn trekken, anders raakt je kind in verwarring of erger nog, speelt het jullie tegen elkaar uit.

“Kinderen hebben regels nodig”

Ja, dat zijn zomaar wat kreten die ik tijdens mijn opleidingsjaren ook te horen kreeg. Ik ben ook opgeleid met de wetenschap en visie dat regels en grenzen een onmisbaar ingrediënt zijn van een succesvolle opvoeding. Nu heb ik, door schade en schande, in de praktijk ervaren dat hier nogal wat nuances in mogen worden aangebracht. Zowel in de ‘opvoeding’ van mijn cliënten (en diens ouders), als met mijn eigen kinderen.

Op zoek naar genoeg

Nee, ik ben geen vrijgevochten alternatieve ouder. Waar trouwens niks mis mee is, want menig persoon kan nog wat leren van de bewuste opvoeders met antroposofische of vrije-school inslag. Maar ik bedoel maar te zeggen dat ik ook een doodgewone huis-tuin-en-keuken ouder ben. Nouja, dat denk ik dan maar. En vanwege het feit dat ik zoveel herken van alle ouders die bij mij komen (die het heus niet allemaal verknallen hoor, integendeel), ga ik daar voor het gemak maar even van uit.

Meestal doe je het gewoon goed

Regels zijn belangrijk, net als grenzen aangeven en vasthouden en zorgen voor structuur in de opvoeding. Maar de wijze waarop dat wordt doorgevoerd is nogal op wat verschillende manieren mogelijk. Gelukkig maar, want dat maakt het ook zo mooi: elk gezin doet het op zijn manier, en 9 van de 10 keer is dat ook prima. We moeten tenslotte niet vergeten dat het in de meeste gevallen gewoon goed gaat, en dat daar geen hulp voor nodig is. Er is dus geen Gulden Route. Nee, je bent als ouder gelukkig vrij in hoe je je kinderen grootbrengt en om te kijken hoe je het beste bij de behoeften van jouw kroost kan aansluiten.

Rekening houden met elkaar

Waarom dan het gehamer op die regels? Dat zal ik uitleggen. Eigenlijk is een opvoeding een mix van verschillende ingrediënten. De belangrijkste, en dat zal niemand mogen verbazen, is die van liefde, warmte, acceptatie. Van begrip, erkenning en er mogen zijn. Maar we leven in een maatschappij die ook wat van ons verwacht: op tijd komen, je aan de afspraken houden, de deur voor elkaar open houden, opstaan voor oudere mensen in de bus of belasting betalen. Er zijn dus regels. En om te snappen en te beseffen dat je daar aan moet voldoen, en jezelf dus ondergeschikt maken aan een algemeen belang, vergt van ons dat onze kinderen worden opgevoed met regels en grenzen.

Zonder grenzen: grenzenloos

Wanneer kinderen volledig vrij worden gelaten, kunnen ze wellicht hun volledige creatieve talenten ontdekken en inzetten, maar zit de kans erin dat je lippenstift op de muren aantreft, of graffiti op het huis van je buren. Want zonder begrenzing, kun je niet van je kind verwachten dat het rekening houdt met andermans belangen. Grenzen zijn dus nodig. Om het leefbaar en acceptabel te houden. Maar hoe voer je dat uit in de opvoeding, zonder politie-agent te hoeven spelen? Want niet zelden krijg ik verhalen van ouders te horen waarvan ik spontaan de hoofdpijn voel opkomen.

Grenzen zijn persoonlijk

Laat ik voorop stellen: ik kan heel streng zijn, en dan vinden mijn kinderen mij echt geen leuke moeder. Ik word waarschijnlijk eerder gezien als een hysterische Cruella De Vill als ik weer eens gefrustreerd Ach en Wee roep bij het aantreffen van de kinderkamer. Ik bescherm op dat moment ook mijn grenzen en herhaal de regels: spullen opruimen en direct op de goede plek leggen. ‘Raap die pen eens op, die hier in de hal ligt’, en na 5 minuten: ‘Jongens, die pen ligt nu op de bank, ik heb gezegd dat dingen op de juiste plek moeten worden opgeruimd’. Ik ben vervolgens een hele ochtend kwijt met ze, 10.000 stappen rijker en een half pak hagelslag verder (die Signe in een onbewaakt ogenblik op de grond had uitgestrooid), maar de doppen zitten weer op de stiften, het oud papier is aangevuld en de boeken zitten weer op hun plek in de kist.

Laat het van de situatie afhangen

Maar regels hanteren en grenzen stellen betekent niet dat dit boven alles gaat. Als wij om half 9 terugkomen van iets, en de kinderen staan te zwalken op hun benen van vermoeidheid, negeer ik de rommel op de grond en help ik ze met hun pyjama’s aantrekken, al kunnen ze dat zelf. Als je een leuk uitje hebt gepland en er moet eigenlijk nog iets worden opgeruimd waardoor je in tijdnood komt, doe dan alsof je het niet hebt gezien. Of licht toe waarom het nu niet hoeft. In andere woorden: wees flexibel en empathisch. Wees menselijk, stem het af op de situatie.

Choose your battles

Maak gebruik van de mogelijkheid wanneer je die hebt, en probeer tolerant te zijn op momenten dat je minder in de gelegenheid bent om de regels na te komen. Zo heb ik op vrije dagen, vanzelfsprekend, veel meer tijd om op de regels te letten en kan ik ze daarin veel meer begeleiden. Dat doe ik dan ook. Mijn kinderen kunnen als ze willen ook vrijwillig klusjes doen voor ‘punten’, waarmee ze bijvoorbeeld sparen voor een keertje uit eten gaan. Tegelijkertijd haal ik heel regelmatig mijn schouders op of kijk ik een andere kant op. Het heeft geen meerwaarde om op alle slakken zout te leggen of om overal een ‘les’van te maken.

Er moet geleefd worden

Er moet ook gewoon geleefd kunnen worden. Kinderen moeten spontaan kunnen zijn, kunnen spelen, plannen maken, uitstapjes maken, kunnen afspreken, sporten, what ever. Ik heb simpelweg gewoon niet altijd tijd en zin om te zeggen ‘hé, gooi dat eens in de was’, ‘draai de dop eens op de tandpasta’ of ‘je moet dit nog opruimen’. Soms geniet ik er ook even van dat ze zo heerlijk spelen, ook al is de hele kamer een zooi, want dan kan ik gewoon even in mijn boek kijken of genieten van hun spel.

Consequent zijn…?

Het idee dat je als ouders altijd maar consequent moet zijn en één lijn moet trekken binnen de opvoeding, trek ik dan ook zeer in twijfel. Niet dat mijn kinderen nou het schoolvoorbeeld zouden zijn van een fantastische opvoeding, toch hoor ik tot mijn genoegen uit mijn omgeving vaak positieve geluiden terug, wat mij het vertrouwen geeft dat we wat flexibeler mogen omgaan met de opvoeding. Het consequent zijn betekent naar mijn idee veel meer dat je kinderen kunnen verwachten van je hoe je reageert. Dat betekent dus ook dat je je kinderen kunt leren dat er uitzonderingen op de regel zijn, en dat je in die gevallen anders reageert dan gebruikelijk. Je bent dan voor mijn gevoel nog steeds consequent, met empathie voor de situatie, en niet iemand die star vasthoudt aan de letterlijke zin van het woord.

Voor welke waardes sta je?

Dat je je speelgoed moet opruimen kan een regel zijn, maar niet vlak voor vertrek om op tijd te komen op de korfbal: in dat geval weegt de waarde ‘op tijd komen’ zwaarder dan de waarde ‘opruimen’, wat je je kind kunt uitleggen. Dit kan natuurlijk bij een ander gezin precies omgekeerd zijn, wat niks uitmaakt: zolang je kind maar snapt wat er verlangt wordt, en waarom het eventueel nu anders is dan normaal gesproken.

Eén lijn trekken als ouders…?

Idem dito voor het idee dat ouders altijd dezelfde regels zouden moeten hanteren en ‘een lijn moeten trekken’. Natuurlijk is het heel fijn en handig als je het samen eens bent over een bepaalde aanpak, of dat je min of meer op dezelfde wijze reageert. Maar dit is eerder een uitzondering dan dat we dat moeten verwachten van elkaar. Man en vrouw verschillen tenslotte, op zoveel verschillende manieren. Je bent allebei een verschillend persoon, je hebt een andere relatie met je kind, je hebt een andere opvoeding gehad dan je partner. Het is daarom niet meer dan logisch om ervan uit te gaan dat je allebei anders reageert binnen de opvoeding.

Wees jezelf

Het zou heel bijzonder, of misschien zelfs vreemd zijn, wanneer je als ouders exact hetzelfde omgaat met je kinderen en exact gelijk reageert in bijvoorbeeld het oplossen van conflicten. Dat is daarom dan ook niet iets om direct na te streven, als je het mij vraagt. Als ouders, en dus twee unieke individuen, heb je allebei je eigen manier van omgaan met je kinderen. Die, zoals eerder gezegd, 9 van de 10 keer prima is. Wanneer je kind weet wat het van je kan verwachten, is het dus goed. Ook al is dat anders dan wat het van je partner kan verwachten. Je kind wéét tenslotte niet beter dan dat jij jij bent, met al jouw unieke eigenschappen en eigenaardigheden.

Verschillende verwachtingen

Het zal dan ook verschillende verwachtingen hebben van jou, in vergelijking met je partner. En daar is niks mis mee. Sterker nog, dit staat dichter bij ons, dan wanneer wij ons in bochten zouden wringen omdat wij ons gedragen ‘zoals het hoort’, of zoals het ‘wordt verwacht’. Je kind is niet gek. Het kent jou als geen ander, en wéét wat het van jou kan verwachten. Wees daarom maar liever jezelf en authentiek. Dat je kind dan vaker naar papa stapt om te vragen of ze tv mogen kijken, omdat hij sneller zal toegeven, is dan iets dat we voor lief moeten nemen.

Opvoeding is niet zwart-wit

Structuur, regels, grenzen… ik hanteer ze, en ik kan niet zonder ze, maar wel binnen de mogelijkheden van de situatie. Voor alle lieve, hardwerkende ouders wil ik daarom het advies geven: ga eens bij jezelf na wat het belangrijkste is: het geluk van dat moment, het in stand houden van een waarde, het leren van een les, of het op één lijn komen met elkaar? Of mogelijk nog iets heel anders? Wees niet bang om de regels af en toe te laten vieren. Zolang jij dicht bij jezelf blijft en kunt uitleggen waaróm je daar nu voor kiest, is het voor een kind veel makkelijker te accepteren en te begrijpen. Het leven is nu eenmaal niet zwart-wit. Zoek de kleuren op.

Ga naar buiten!!

Ga naar buiten!!

Want daar ben je gelukkig

Het licht stroomt door onze glas in lood ramen naar binnen en maakt veelkleurige vormpjes op de vloer. De zon lonkt, en ik kan niet wachten tot we naar buiten gaan. Ik geef mijn kinderen een kwartier om de kilometers kapla en tonnen playmobil weer in de dozen te scheppen, zodat we naar buiten kunnen gaan. Het komt helaas vaak voor dat ik een kans mis, omdat ik gefrustreerd op en neer sta te springen om dingen gedaan te krijgen door de kinderen (lees: hun vuile onderbroeken in de was, dekbed óp het bed, of mandarijnenschillen van de vloer halen), terwijl zij stoïcijns doorgaan met… nouja, ondefinieerbare activiteiten die voor hen blijkbaar veel hogere prioriteit hebben op dat moment.

Speelgoed opruimen

Vandaag liet ik dat niet meer gebeuren. Het was de afgelopen tijd somber weer en als je zelf 6 weken verplicht weinig tot niets hebt mogen doen, kriebelt het aan alle kanten om weer aan de gang te gaan. Ik riep naar ze dat ze 15 minuten hadden, de timer werd gezet en ik wachtte af. Gelukkig beschik ik over een escape in de weekenden, want Steef is toch gewoon thuis aan het klussen. Na 15 minuten trok ik m’n schoenen aan, en werd er nog een laatste sprintje getrokken door de kinderen om toch maar de spullen opgeruimd te krijgen. Blijkbaar viel toen pas het kwartje dat ik écht zou gaan. Ik streek over mijn hart (nouja, eigenlijk was het vooral mijn eigen wens natuurlijk) en gaf ze nog een laatste kans om mee te gaan.

Kinderboerderij

Daar was ik blij om. We hebben heerlijk uren buiten vertoefd. Eerst op kraambezoek bij de pasgeboren biggetjes in de kinderboerderij (echt té schattige, broekzakformaat biggen), even lunchen thuis en daarna weer naar buiten de zon in. Met de zon in ons gezicht hebben we een park bezocht waar we vrijwel nooit eerder geweest waren. Ik genoot van het weer en de oude bomen om me heen. Het geschater van mijn kinderen en hoe zij eindeloos in bomen kunnen klimmen. Er is zo weinig nodig om gelukkig te zijn, en iedere keer als ik buiten met ze ben besef ik me dat weer.

buiten spelen park bos bomen klimmen kinderen ontspannen ouders gezin speeltuin

Preventie van depressie

Het is al langer bekend dat simpelweg buiten zijn al een enorme boost geeft aan ons humeur en preventief kan werken tegen depressie. Als je dat nog eens combineert met een wandelingetje of een andere lichamelijke activiteit, ben je helemaal goed bezig. Niet voor niets wordt nu bijvoorbeeld hardlopen ook ingezet als therapievorm voor o.a. depressie. Maar je hoeft geen geestelijke problemen te hebben om te voelen wat een wezenlijk verschil naar buiten gaan kan maken op je welzijn.

Snel tevreden

De kinderen rennen vooruit, verzamelen takken en zetten de route uit. De bruggetjes zijn spannend, ze komen klimbomen tegen en verstopplekjes in de bosjes. Fosse maakt een nieuw vriendje en Signe verwerft haar plekje tussen andere peuters in het speeltuintje. De kinderen zijn ontspannen en hebben niks nodig om zich te vermaken. Enkel elkaars gezelschap en de natuur om hen heen. Nouja, dat speeltuintje is natuurlijk wel heel fijn voor de jongste. En als ouder ben je ineens ‘vrij’.

buiten spelen actief wandelen hutten bouwen slootje springen kinderen ontdekken tevreden samen spelen peuters kleuters schoolkinderen ouders gezinnen

Even vrij van thuis

Vrij van mopperen dat ze op moeten schieten, lief moeten zijn voor elkaar, of het opdweilen van omgevallen bekers melk. Je bent verplicht vrij van de taken die altijd op de loer liggen om je aandacht thuis af te leiden van de meest essentiële zaken: genieten van al dat moois dat er al is, je kinderen, de rijkdom, hun gezondheid, of wat het ook maar is dat je gelukkig en tevreden maakt. Terwijl ik pakkertje speel met Signe in het klimrek, vraagt een collega-vader me om de tijd: ‘ik heb mijn telefoon bewust thuis gelaten, dus ik weet de tijd niet’. Wat knap. Zou ik een voorbeeld aan kunnen nemen. Het kan voor ons geen kwaad om wat meer in het hier en nu te genieten van wat er is, in plaats van steeds maar bezig zijn met wat hierna komt.

Na inspanning volgt ontspanning

Eenmaal thuis zitten ze met gloeiende handen en rode wangen aan tafel, gebroederlijk te kleuren. Het actieve buiten spelen zorgt ervoor dat ontspanning ook weer mogelijk wordt, en de concentratie verhoogd. Ik geniet van dit gezicht en prijs mezelf gelukkig dat onze kinderen het zo goed vinden met elkaar (over het algemeen dan). En natuurlijk neem ik me voor dat ik vaker naar buiten moet. Want ik ben ervan overtuigd dat iedereen er baat bij heeft.

Pakjesavond 2.0

Pakjesavond 2.0

Minder cadeaus, meer lol

Het lijkt wel een thema van me. Al eerder verwonderde ik me over de vermenigvuldigende eigenschappen van al dat felgekleurde plastic ruimte opslokkende materiaal en trachtte ik met de verhuizing naar een flatje korte metten te maken met deze verzameldrift. Ik merkte dat het krijgen van zakgeld een groot verschil maakte in de dankbaarheid die de kinderen voelden voor hun spullen en ook recent trok ik weer de conclusie: less is more.

We leven in overvloed

December, de maand van sinterklaas, pakjesavond, schoencadeautjes, en bergen cadeaus onder de kerstboom. En misschien als je een beetje pech hebt, is je kind ook nog eens jarig rond deze periode. Wat moet je in hemelsnaam geven!? Het is de huidige tijdsgeest, dat we in de luxe en welvaart leven wat een probleem met zich meebrengt waar we in onze eigen kindertijd zelfs maar geen voorstelling van konden maken: die van overvloed, die van tevéél. Onze kinderen worden gek gemaakt met al die spullen, en ik als ouder eerlijk gezegd ook. Maar recent, door de samenloop van omstandigheden, ontdekte ik iets moois wat ik met jullie wil delen. Iets om bij stil te staan.

Noodgedwongen aanpassingen

Zoals de meesten van jullie weten ben ik recent geopereerd. Ik wist ongeveer 3 weken van tevoren de datum, en had dus 3 weken om de reeds geplande en toekomstige afspraken en plannen om te gooien. Aangezien mijn operatie eind november was, betekende dat geen traditionele pakjesavond voor ons. In overleg hebben we toen besloten pakjesavond dit jaar anders aan te pakken en te vieren met de intocht van Sinterklaas. Er bleef namelijk weinig keus over in dat korte tijdsbestek en bovendien was er krap tijd om de nodige inkopen te doen. De jaarlijkse lootjes zijn dit keer dan ook niet getrokken.

Geef een doe-cadeau

Dit bracht ons in een positie dat we in korte tijd overlegden hoe we het deden. Nog vóór ik wist dat ik dan geopereerd zou worden, had ik de wens om geen speelgoedcadeaus te geven (want wát moet je in vredesnaam geven), maar bijvoorbeeld gezamenlijk een dagje uit te geven. Gelukkig vond de rest van de familie dit ook een goed idee, en hebben we de cadeaus verder zeer bescheiden gehouden: praktische cadeaus, zoals kleding en een nieuwe schooltas en één speelgoedcadeau van opa en oma.

Tevreden met minder

Dit jaar dus geen stapels cadeaus, geen verzadiging halverwege de avond, geen achteloze gebaren met het wegwerpen van pakjes, geen ontevreden gezichten omdat ‘die meer heeft dan die’, geen tellen van de hoeveelheden waar ik spontaan eczeem van krijg. Nee. De kinderen waren blij met wat ze kregen. Sterker nog! De rest van die middag en avond hebben zij gespeeld met het speelgoedcadeau dat ze kregen. En de dag erna ook. En de week erna nog steeds. Ze waren blij met hun cadeau, en werden niet lamgeslagen door de hoeveelheid, maar het was overzichtelijk.

Dankbaarheid stimuleren

Ik was aangenaam verrast. Er werd niet gevraagd om meer, ze waren tevreden en het was goed zo. Het maakte maar weer eens duidelijk dat minder vaak meer is. Dat kinderen gewoon prima tevreden zijn met minder, wanneer er geen vergelijk is. Het deed me denken aan mijn eigen jeugd, toen ik naast de nieuwe sloffen, chocoladeletter en warme sokken, mijn cadeau kreeg, dubbel ingepakt omdat ik hem zo verlangde: mijn potlodendoos. Nog steeds heb ik deze potloden, waar ik al die jaren zuinig op ben geweest. Laten we met z’n allen proberen deze dankbaarheid weer een beetje terug te geven aan onze kinderen. Ik weet zeker dat zij er ons dankbaar voor zullen zijn.

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

De Vraag van Vrijdag!

Ja, je hebt hem inmiddels misschien wel voorbij zien komen: de vraag van vrijdag. Ontstaan door verschillende ideeën. Zo wilde ik wat meer interactie op de Facebookpagina én ook graag van jullie horen wat bij jullie speelt. Zo heb ik ook meteen meer input voor toekomstige blogs, want ik vind het belangrijk en leuk om bij jullie aan te sluiten. Ook was ik geïnspireerd door één van mijn dagboekjes: elke dag een vraag voor moeders van Pauline Oud.

Invulboeken

Nu ben ik sowieso fan van haar hele serie invulboeken, en sinds een paar jaar bestaat er ook een 5 jaren dagboek variant van. Met elke dag een vraag, gerelateerd aan ouderschap of opvoeden. Erg leuk, en het prikkelt om over de verschillende onderwerpen na te denken. Met die combinatie bedacht ik de Vraag van Vrijdag. Elke week een spontane vraag om een onderwerp even op de kaart te zetten. Of laagdrempelig te filosoferen over verschillende zaken.

Waar speelt je kind vooral mee?

De eerste vraag ging over speelgoed. De Vraag van Vrijdag ontstond ook op die vrijdag, toen ik met vriendinnen een gesprekje voerde over dit onderwerp. Dat werd dus de eerste vraag van vrijdag. En wat leuk, al die verschillende antwoorden. Met direct hier en daar wat twijfelachtige opmerkingen: ‘is dat wel speelgoed?’. Leuk. Dit vraagt dus om wat meer uitwerking.

Universele spelontwikkeling

Ik vind de spelontwikkeling van kinderen een fascinerende ontwikkeling. Overal ter wereld spelen kinderen. Als er geen speelgoed tot hun beschikking is, wordt er gebruikt wat er maar voorhanden is: takjes, zand, water, steentjes, afval… Het is bijzonder om te zien hoe alle kinderen ter wereld een soortgelijke ontwikkeling doormaken op dit gebied, los van de hele cultuur. Natuurlijk zijn er culturele invloeden, maar er is wel een zekere basis, een soort oerinstinct die ons drijft om die essentiële vaardigheden op te doen via spel.

Voorbereiding op de toekomst

Want dat is het. Spelen van kinderen is broodnodig om zich te ontwikkelen. In spel worden vrijwel álle vaardigheden die nodig zijn om goed te functioneren geoefend en aangescherpt. Daarin zijn vormen van spel die meer of minder de voorkeur hebben, al naargelang de unieke ontwikkelingsbehoeften van je kind.

Spelcomputers

Zo is er de hele discussie over beeldschermen. Over computerspelletjes. Is dat speelgoed? Ja, het is speelgoed, in die zin dat het bedoeld is om ermee te spelen, je mee te vermaken, toegespitst op de interesses van kinderen. Is het ook goed voor je? Dat is een andere discussie. Met sommige computerspellen train je je werkgeheugen of oefen je rekenvaardigheden. Tegelijkertijd zit je kind heel stil en dat is ongezond, om niet te zeggen onnatuurlijk bij de beweegbehoefte van kinderen.

Buitenspeelgoed

Is buitenspeelgoed ook speelgoed? Natuurlijk. Het stimuleert het bewegen, de fijne en grove motoriek en wellicht ook samenspel. Maar het doet minder een beroep op de creatieve kant. Daar leent knutselspeelgoed zich weer voor. Of tekenmateriaal. Of klei. En met die laatste val je weer in de categorie van het sensopatisch spel. Daar hoort bijvoorbeeld ook vingerverf, spelen met zand, water, brooddeeg of scheerschuim bij. Hiermee geeft je belangrijke zintuiglijke ervaringen die nodig zijn voor een goed zelfgevoel, voor het leren gebruiken van je lijf en aanvoelen van lichamelijke sensaties.

Wat is speelgoed?

In feite kan al het materiaal als speelgoed gezien worden. Toen wij moesten verhuizen, moest ik kiezen wat we meenamen en wat er in de opslag moest. Er was simpelweg niet genoeg plek voor al het materiaal. Ik koos voor klein materiaal (vanwege de ruimte), voor fantasiemateriaal (playmobil, poppen) en constructief speelgoed (lego, kapla). En wat teken- en knutselmateriaal. Feit is, mijn kinderen spelen hier maar weinig mee. Waar spelen ze mee? Wat doen ze de hele dag? Zodra ze wakker zijn hoor ik eigenlijk: ‘en toen was jij de vader, en ik was het kindje, en we gingen op vakantie, en…’.

Rollenspellen

Rollenspellen. Een hele belangrijke ontwikkeling binnen de fantasieontwikkeling, die bijvoorbeeld heel erg hard nodig is voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden, sociaal inzicht en empathie. Hierin oefenen ze hun ‘rollen’, wat ze straks, in het latere leven willen doen en kunnen. En tegelijkertijd biedt het een uitlaatklep voor de verwerking van alledag. Niet zelden hoor je jezelf terug in wat je kind zegt als het de rol van vader of moeder heeft aangenomen.

Doen alsof spel

Signe is nog niet zover. Zij zit al wel met haar eerste stapjes in de fantasieontwikkeling, die begint met doen alsof spel. Dus gaat ze ‘schoonmaken’, ‘vegen’, haren kammen en alles wat ze anderen maar ziet doen. Ze doet werkelijk alles na, tot soms grote schrik of ergernis van ons. Zo moest ik vanmorgen ook de nagellak uit haar handen trekken, want ze was op de stoel geklommen die ze naar de kast had geschoven om zelf haar nagels te gaan lakken.

Buiten spelen

Wat doen ze nog meer? Buiten spelen, gelukkig! Een vorm van spel die zeker vandaag de dag veel te weinig wordt gedaan. Met buiten spelen vang je heel veel vliegen in één klap: er wordt samengespeeld, bewogen, ideeën verzonnen, motoriek geoefend, rollenspellen gedaan, grenzen opgezocht en verlegd en daarmee zelfvertrouwen opgedaan. Niet voor niets is het verplichte kost op school, en meer naarmate kinderen jonger zijn. Door hun beweegbehoefte is het gewoon noodzakelijk dat zij lekker naar buiten gaan.

Wat herken jij?

Ik ben benieuwd wat jullie herkennen in de spelontwikkeling van je kind. Soms denk ik wel eens: we hadden al dat speelgoed niet nodig gehad. Er valt nog een heleboel meer over te schrijven. Dat houden jullie nog van mij tegoed. Nu lonkt de zon, dus gaan we naar buiten!

Eetproblemen van peuters

Eetproblemen van peuters

12 tips bij eetproblemen van je peuter

Ze bestaan in alle soorten en maten: eetproblemen. En een groep kinderen waar het veel voorkomt zijn peuters. Hoe komt dat? En vooral: wat doe je er aan? Vandaag neem ik je mee in deze veelvoorkomende problemen. Want echt: je bent niet de enige! En echt: het gaat weer over!

Overleven in het eerste jaar

Hoe komt het dat dit een van de meest besproken problemen is? En waarom komt het zoveel voor? Dat heeft eigenlijk een hele logische reden. Als je kindje net geboren is, is het nog totaal afhankelijk van de omgeving. Je kindje vertrouwt volledig op jou, en is daarin ontzettend kwetsbaar. Zonder de zorg van zijn ouders of verzorgers, zal een baby niet overleven. De eerste taak van een ouder is dan ook om je kindje in leven te houden. Het hele eerste jaar bestaat er een basale onzekerheid: zal het me lukken?

Steeds meer zelf

Zodra je dreumes 1 jaar is geworden, neemt deze onzekerheid geleidelijk af, omdat je ziet en ervaart dat je kind steeds meer zelf kan. Het begint te kruipen, lopen, kan zelf bij spullen komen. Het begint uiteindelijk te brabbelen en woordjes te zeggen, waardoor er steeds meer interactie komt. Je zal al gauw merken dat je kindje een heel eigen persoonlijkheid ontwikkeld. Maar nog steeds ben jij als ouder de belangrijkste persoon in zijn leventje. De verzorging van je kindje maakt nog steeds een groot deel uit van je dagelijkse taken. Zo ook het verzorgen van eten.

Onzekerheid en bezorgdheid

Als je kindje dan ineens niet eet, alle groentes op de grond gooit of zit te spelen met z’n eten, dan geeft dat direct zorgen. De bekende onzekerheid van het eerste jaar steekt dan weer de kop op: ‘als mijn kind niet eet, dan gaat het niet goed’, met als ergste sluimerende nachtmerrie: ‘als mijn kindje niet eet, dan wordt het ziek of zal het sterven’. Dit maakt het eetprobleem dus zo’n beladen thema voor ouders. Het triggert direct de bezorgdheid over je kind.

Machtsgevoel

Veel ouders durven er niet op te vertrouwen dat het goed komt, ze zijn tot dan toe altijd gewend geweest dat hun kind at wat zij het gaven. En nu beslist je kind daarin ineens zélf over. En ook dát is de normale ontwikkeling. Opvoeden is niet voor niets ‘het tot zelfstandigheid brengen van je kind’. Uiteindelijk moet je kind zichzelf kunnen redden. En dat proces begint al vanaf de geboorte. Zodra je kind merkt dat het meer en meer zelf kan, geeft dat zelfvertrouwen en een machtsgevoel.

Machtsstrijd

En dat betekent dus een conflict tussen ouder en kind: want de ouder is bezorgd, en wil controle uitoefenen door zijn kind te laten eten. En het kind wil tegelijkertijd zélf bepalen wat hij eet. Er zijn namelijk drie gebieden waar je kind in feite de totale macht over heeft:

  1. eten
  2. slapen
  3. zindelijkheid

Want als het er op aankomt: je kind bepaalt uiteindelijk zélf wat het in zijn mond stopt en wat niet, wat hij kauwt, uitspuugt of doorslikt. Het heeft daarom per definitie geen enkele zin om er een strijd van te maken: een machtsstrijd rondom deze thema’s verlies je sowieso en levert enkel frustratie en negativiteit op. Wat kun je wel doen?

Aan tafel eten

In een eerder artikel schreef ik al over het belang van gezamenlijk aan tafel eten. En in veel gevallen is dat géén vanzelfsprekendheid. Soms wordt er wel aan tafel gegeten, maar los van elkaar. Er wordt bijvoorbeeld eerst eten gegeven aan de kinderen, om vervolgens zelf op een ander moment te eten. Het samen, gelijktijdig aan tafel eten is daarom een eerste voorwaarde om een goeie eter te krijgen.

Ligt het aan mij?

Het is niet alleen een kwestie van opvoeden. Als je kind een eetprobleem heeft, kan dat behoorlijk onzeker maken en bovendien bezorgd. Het voelt misschien als falen, dat het je ‘niet eens’ lukt om je kind behoorlijk te laten eten. Geloof me, het is zo’n veel voorkomend probleem, dat het onmogelijk alleen aan ouders kan liggen. Het is tenslotte ook de fase waar je kind in zit. Het spelen met het uitoefenen van zijn macht is nodig voor een gezonde ontwikkeling. Probeer daarom mild te zijn voor jezelf, je helpt je kind zich als zelfstandig persoontje te ontwikkelen. En daar zijn veel oefenmomenten voor nodig.

Verschillen tussen kinderen

Het is bovendien ook niet zo dat alle kinderen uit eenzelfde gezin dezelfde eetgewoontes hebben. Zo hebben we met Meia en Fosse nooit zorgen gehad om het eten: ze aten en eten als bootwerkers, en lusten alles wat ze krijgen voorgeschoteld. Het is eerder de andere kant op: ze hebben altijd maar trek. Toen Signe kwam, waren we daarom heel verbaasd te merken dat ze geen korstjes at, dat ze de schillen van de appel weggooide en al haar groente van haar stukjes vlees peuterde met het avondeten. Dit gedrag kenden we totáál niet. Zo zie je maar: elk kind heeft ook zijn eigen voorkeuren en persoonlijkheid die weer effect hebben op de relatie tussen ouders en kind.

12 Tips om je kind beter te laten eten

Wat kun je nou doen om je kind te helpen beter te eten? Hier volgen 12 tips.

  1. Realiseer je dat je kind de macht heeft over wat er naar binnen gaat. Kinderen eten als ze jong zijn heel intuïtief: als er gezond eten wordt aangeboden, zal je kind zeker niet snel teveel eten. Je kind luistert (in tegenstelling tot de meeste volwassenen) goed naar de hongersignalen en ‘vol’signalen van zijn lijf. Daardoor zal je kind eten als het trek heeft, en stoppen als het genoeg heeft. Dat je kind dus bewust niet eet ’s avonds, geeft dus aan dat het niet barst van de honger.
  2. Een jong kind heeft in feite maar heel weinig eten nodig om op te functioneren. Het zal dus niet snel een tekort oplopen.
  3. Eet gezamenlijk aan tafel, eet gelijktijdig.
  4. Maak van het eten een fijn moment. Richt je op elkaar, praat over de dag, toon interesse in elkaar. Haal negatieve aandacht af van het eten.
  5. Noem tijdens het eten tegen elkaar hoe het smaakt, dat je het lekker vindt, dat het gezellig is om samen te eten, geef complimenten aan de kok, etc. Kortom, uit je positief (maar wel gemeend) over het eten.
  6. Biedt je kind gezond eten aan, gewoon wat de pot schaft. Ook al weet je dat je kind het niet lust of niets zal eten. Blijf het aanbieden.
  7. Haal het eten weer weg als de maaltijd voorbij is. Als je kind speelt met het eten, haal het dan eerder weg. Als mijn dochter haar beker melk in haar bord giet of de stamppot op de grond kwakt, zeg ik: ‘jij bent klaar met eten, dan haal ik je bord weg’.
  8. Biedt, als je dat gewend bent, wel gewoon een toetje aan na het eten. Zeg niet: ‘jij hebt slecht gegeten, dus je hebt geen toetje verdient’. Daarmee suggereer je namelijk dat het avondeten blijkbaar iets vervelends is waar een beloning voor nodig is. Geef gewoon een toetje, want dat is wat jullie altijd doen. Niet iets dat afhankelijk is van de ‘eetprestatie’.
  9. Als je kind al wat ouder is, kan het een idee zijn om twee soorten groentes te maken en je kind te laten kiezen: ‘wil je sperziebonen of bloemkool?’. Hiermee toon je respect voor het autonomiegevoel van je kind (‘ik heb macht, want ik mag kiezen’), terwijl je zelf de kaders uitzet.
  10. Als aanvulling hierop kan het heel goed werken om je kind te betrekken bij het eten maken. Laat het kiezen in de supermarkt wat ze willen eten, laat ze helpen met groente wassen of in de pan doen, etc. Hiermee vergroot je hun betrokkenheid en zijn ze meer gemotiveerd om te proberen van het eten.
  11. Als je kind besluit om niet/slecht te eten ’s avonds, biedt dan later die avond geen ‘compensatie-eten’ aan, omdat je denkt ‘dan heeft het toch nog wat binnen’. Dit creëert een patroon dat je kind weet dat het later die avond toch nog kans heeft wat te eten en neemt de motivatie weg om met het avondeten goed te eten. Je kind zal met het ontbijt weer inhalen wat het de vorige avond eventueel heeft gemist.
  12. Zorg aan de andere kant dat je kind overdag op regelmatige tijden eet en niet teveel eet kort voor het avondeten. Zo klom Signe al maanden overal op en at ze soms, ongevraagd, wel 4 appels achter elkaar. We hebben toen noodgedwongen de fruitschaal maar bovenop een hoge kast geplaatst, zodat ze er niet meer bij kon. Sindsdien eet ze aanzienlijk beter met het avondeten.

Heb je nog andere tips? Ik ben benieuwd!

Het belang van fantasie voor kinderen

Het belang van fantasie voor kinderen

Fantasie als bouwsteen voor ontwikkeling

Fantasie heeft voor mijn gevoel een beetje een ambivalente betekenis. Aan de ene kant wordt het als iets positiefs gezien. Bijvoorbeeld als we het over spelende kinderen hebben, dan klinkt er iets in door dat iets weg heeft van naïviteit of onschuld. Alsof een kind nog niet beter weet en het gebruiken van fantasie daarom door de vingers wordt gezien. Het is tegelijkertijd een fenomeen dat iets veroordelends met zich meebrengt: ‘wat een grote fantasie heb jij zeg!’ kan dan eerder als een verwijt klinken dan als een compliment.

Fantasie heeft een functie

Er is iets geks aan de hand. Want fantasie is, net zoals dromen en het onderbewustzijn, een natuurlijk deel van ons mens zijn. Het dient ook ergens voor, het heeft een functie, al is die soms op het eerste oog niet duidelijk. Wat mij betreft is de fantasieontwikkeling van kinderen daarom één van de meest onderbelichte en ondergewaardeerde stukken in de ontwikkeling bij kinderen. Ik zal uitleggen waarom.

Doen alsof spel

Fantasiespel is niet doelloos. Sterker nog, het is superbelangrijk! Jonge kinderen maken allemaal dezelfde fases door in de ontwikkeling van hun fantasie. Dat begint met doen alsof, zo rond het eerste jaar. Ineens zie je je dreumes met een doekje achter je aan lopen om ‘mee te helpen’ afstoffen, of pakt het de borstel om haar eigen haartjes te kammen. Het is de eerste stap naar fantasie, maar richt zich nog op het nadoen van de werkelijkheid. Rond de 18 maanden wordt de eerste fantasie gebruikt. En dit is een grote mijlpaal in het leven van een kind: want naast de concrete werkelijkheid, wordt nu ineens een heel andere dimensie mogelijk. De verzonnen werkelijkheid, de fantasiewereld, waarin alles mogelijk wordt. Ook hierbinnen heb je verschillende ontwikkelingsfases, die uitleggen hoe deze fantasieontwikkeling steeds genuanceerder wordt. Greenspan heeft daar heel veel over geschreven. Bijvoorbeeld in deze boeken. Een andere keer ga ik dieper in op deze ontwikkelingsfases.

Fantasie geeft sociaal inzicht

Wat werken voor volwassenen is, is spelen voor een kind. Het is de belangrijkste dagbesteding, en essentieel om alle vaardigheden in te ontwikkelen voor het goed kunnen functioneren als mens. In fantasie en spel worden bijvoorbeeld de belangrijkste sociale vaardigheden, het sociaal inzicht en de empathie ontwikkeld. Want in fantasiespel stel je je iets voor, je bedenkt hoe iets kan zijn, voor jou en de ander. Je anticipeert hierop, oefent met reacties, oefent met gedrag zoals je die later ook in echte situaties gebruikt. In fantasiespel leren kinderen dus alle voorwaarden voor goed sociaal contact. Niet voor niets is ‘speltherapie’ een zeer waardevolle en effectieve behandelmethode, met name bij jonge kinderen. Hetzelfde geldt voor symbooldrama, een door mij veel gebruikte behandelmethode die in Duitsland één van de meest gebruikte methodes is, maar hier nog relatief onbekend.

Verstoorde fantasieontwikkeling

Ook bij symbooldrama speelt fantasie een grote rol, en wordt het gebruikt als krachtbron voor herstel. Zowel bij kinderen als bij volwassenen. Om van deze innerlijke krachtbronnen gebruik te kunnen maken, is de voorwaarde dat je kunt fantaseren: dat je je iets voor kunt stellen. En steeds vaker merk ik dat dit lastig is voor veel kinderen. Het is bekend dat bij autistische kinderen de fantasieontwikkeling verstoord is: deze kinderen blijven heel concreet, spelen dingen na die ze hebben gezien maar voegen daar geen eigen fantasie aan toe. Het blijft als het ware een in scene gezet geheel, zonder eigenheid van het kind. Hierin zie je ook terug dat gebrek aan fantasiespel hand in hand gaat met problemen in sociaal contact: hoe meer een kind oefent in fantasiespel, hoe meer het kan leren zich in te leven in de ander.

Realistisch speelgoed: de valkuil

Maar ook kinderen zonder autisme hebben steeds vaker een gebrek aan fantasie. En ergens is dat ook begrijpelijk: we zitten in een digitaal tijdperk, met veel games, die ook nog eens steeds realistischer worden. Het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid wordt daardoor steeds vager. En er wordt daardoor minder gespeeld met fantasiemateriaal. Denk aan playmobil, poppenhuizen, winkeltjes, etc. Het materiaal waarin zelf een verhaal kan worden toegevoegd. Waarin een banaan een banaan kan zijn, maar net zo goed een telefoon, race-auto of pistool. Dat zelf toevoegen van fantasie aan het materiaal wordt nog eens extra lastig gemaakt omdat speelgoed, goedbedoeld, steeds realistischer wordt gemaakt. Had je vroeger een paar blokken, tegenwoordig is een LEGO pakket zo gedetailleerd, dat een politie-agent nog onmogelijk kan doorgaan voor een cowboy of wat dan ook.

Voeg fantasie toe in het spel!

Met andere woorden, het wordt juist dáárom steeds belangrijker om toch speciale aandacht te besteden aan het gebruiken van fantasie in het spel. Om hierin je kind uit te dagen out of the box te denken, om de mogelijkheden op te rekken. Want door te spelen met fantasie, ontdekt een kind mogelijkheden, bedenkt het oplossingen, kan het omgaan met angsten en andere heftige gevoelens, kan het oefenen met sociale situaties, verwerken van gebeurtenissen, kortom, leert en ontwikkelt het zich.

Fantasie helpt bij verwerken

Fantasie iets onnozels? Niet dus. Fantasie maakt slim en creatief. Fantasie is een hele belangrijke vaardigheid voor kinderen om (heftige) gebeurtenissen te verwerken. Door deze na te spelen, krijgt een kind meer grip op wat er gebeurd is en kan het leren omgaan met de gevoelens die daarbij vrijkomen. Het kan gebruikt worden in de voorbereiding van gebeurtenissen die hen te wachten staan, zoals een operatie. Uit onderzoek blijkt dat in dit geval een kind inderdaad minder angstig is voor de operatie. In fantasiespel leren kinderen hoe de wereld in elkaar zit en wat hun rol hierbinnen is. Fantasiespel maakt een kind creatiever, gelukkiger en socialer.

Fantasie in de klas

In de klas kan fantasie een rol spelen binnen het lesmateriaal. Het blijkt dat de aandacht van kinderen beter wordt gevangen als er iets afwijkends is: als er een verrassend element of een onrealistische situatie wordt toegevoegd in bijvoorbeeld een opdracht of les, trekt dit de aandacht van kinderen en verhoogt het de motivatie. Als er bijvoorbeeld aan de woordenschat en begrijpend lezen wordt gewerkt, blijkt dat kinderen dit beter doen met fantasieverhalen dan met realistische verhalen. Ook de oplossingen uit fantasieverhalen kunnen de kinderen gemakkelijker toepassen, dan bij realistische verhalen.

Willen begrijpen

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en leergierig. Het blijkt dat een kind ook sneller op onderzoek uit gaat als er iets is, wat niet aan hun verwachting voldoet: als er iets afwijkt, willen ze weten hoe dat komt. Fantasie prikkelt dit, waardoor kinderen als vanzelf gemotiveerd zijn om er achter te komen hoe de vork in de steel zit. Ze willen het begrijpen, verklaren, snappen. Door na te denken over bijvoorbeeld onrealistische oplossingen uit fantasiespel leert een kind de contrasten tussen wat er wel en niet mogelijk is. Dit stimuleert dus het ‘echte leren’ van kinderen.

Fantasie maakt creatief

Je ziet dit bijvoorbeeld ook een beetje terug in de natuurwetenschappen, waarin ook wordt gezocht naar verklaringen van wonderlijke verschijnselen en de grenzen van mogelijkheden worden afgetast. Niet voor niets spreken de experimentjes uit deze vakgebieden tot de verbeelding van kinderen. Denk aan Nemo, met eindeloze proefjes voor jong en oud. Hierin worden kinderen ook uitgedaagd om out of the box te denken, om niet de voor de hand liggende verklaringen te kiezen, maar echt te begrijpen hoe iets werkt.

Fantasie maakt slim

Misschien dient de fantasie in die zin ook wel de behoefte van de mens om alles maar te willen verklaren. Omdat er zoveel verschijnselen zijn, zoals de snelheid van het licht, atomen die je niet met het blote oog kunt zien, etc., die uitlokken om onderzocht te worden. Omdat de mens uiteindelijk wil weten hoe het universum in elkaar zit. Het gebruiken van fantasie en verbeelding is dus een rijkdom en broodnodig, ook voor de toekomst. Het biedt de bouwstenen voor sociaal, emotioneel en cognitief gezond functioneren!

Slaaptekort bij kinderen

Slaaptekort bij kinderen

Slaapgebrek

Misschien heb jij er ook wel een: een kind met slaaptekort. Mijn hemel wat is dat een verschrikking zo nu en dan! Alle drie mijn kinderen zijn anders in hun slaapbehoefte en slaappatronen. Alle drie reageren ze ook anders op een slaaptekort. Want ieder kind heeft nou eenmaal andere behoeftes en manieren, en zo ook in ons gezin. Met name de oudste reageert sterk op te weinig slaap.

Weinig slaapbehoefte

Het begon eigenlijk al als baby. Ik las braaf alle boekjes en kwam er al gauw achter dat een baby het grootste gedeelte van de dag slaapt. Tot zover de theorie. De praktijk was toch beduidend anders. Hoe vaak ik niet gefrustreerd en radeloos met een huilend kind naar beneden ben gelopen, na de zoveelste poging haar in slaap te krijgen! Ik zat er soms twee uur bij, haar sussend, over haar hoofd of buikje aaiend, in de veronderstelling dat ik er goed aan deed, dat ze uiteindelijk zou slapen. Ja, dat deed ze uiteindelijk ook. Maar liefst 20 minuten. En dan begon het hele feest weer van voren af aan.

Geen zin

Meia had als baby bijna geen slaapbehoefte. Hetzelfde zie ik nu terug bij Signe. Blijkbaar een meidending in ons gezin. Alhoewel, ik reken slapen toch echt wel onder mijn favoriete hobby’s, dus voor mij gaat die vlieger niet op. Zowel Meia als Signe lijken als baby wel wat beters te doen te hebben dan slapen. Slapen doe je maar als je niks anders te doen hebt. Ze hebben het gewoon veel te druk met andere dingen, dat ze zich niet goed kunnen of willen overgeven aan de slaap.

Niet moe

Ik schrijf dit trouwens om 20.30u en Signe zit klaarwakker naast mij de inhoud van een kast op de grond te trekken, om het geheel nog even te illustreren. Ik heb net 3 vruchteloze pogingen gedaan haar te laten slapen. Anders dan bij Meia, leg ik me nu gemakkelijker neer bij de situatie. Blijkbaar is ze nog niet moe. Ik kan hemel en aarde bewegen om haar in slaap te krijgen, maar ze zit nu lief te spelen, dus ik kan het ook gewoon over een uurtje nog eens proberen. Doorgaans slaapt ze dan wel snel in. Wie weet moet ze ook wat knuffeltijd inhalen, omdat we elkaar weinig gezien hebben vandaag.

Gedrag

In tegenstelling tot Signe, die gewoon weer over gaat tot de orde van de dag of een extra knuffel komt halen als ze stiekem toch een beetje moe is, laat Meia op een heel andere wijze merken dat ze te weinig slaap heeft gehad. Hoewel ze slapen waarschijnlijk onder de noemer ‘verspilde tijd’ schaart, wijst de praktijk toch anders uit. Dan verandert ze af en toe in een soort ‘terror’ variant van zichzelf, eentje die je niet terug zou herkennen, waar je stiekem een beetje bang van wordt.

Alarmbel

Ineens leiden de kleinste tegenvallers tot heftige explosies van haar kant, waar ze zich hysterisch en verongelijkt van de stoel laat glijden of stoïcijns tegen een willekeurig meubelstuk (of toevallige voorbijganger) aan blijft schoppen. Dit alles vergezeld van een geluidenbrei zonder herkenbare woorden, alsof er geen energie meer over is om zich verstaanbaar te maken. Soms is het een komisch gezicht, maar meestal is het een alarmbel voor een lastige periode die aanbreekt. Want eenmaal in deze modus belandt, is het zéér lastig om haar eruit te krijgen. Want, je raadt het al, het enige dat helpt is slapen.

Ik ben niet moe!

En dat is nu precies wat ze niet wil. Slapen! Ik ben toch niet ziek? Ik heb al uitgeslapen vanmorgen tot half 7 (ja echt waar, normaal wordt ze namelijk 6 uur wakker) en nog belangrijker: ik bén he-le-maal niet moe!! Ja, ga er maar eens aan staan. Kom je met al je goeie argumenten dat het belangrijk is, dat het dan allemaal makkelijker gaat, en gezelliger wordt. Op zo’n moment lijkt dit rationeel overdenken allemaal niet toegankelijk. En het is nu eenmaal zo dat je zaken als slapen, eten en zindelijkheid niet kunt afdwingen. Bummer!

Afspraken maken

Soms helpt het als ik afspraken maak. Dat ik aangeef dat ze nu niet hoeft te slapen, maar dat we het morgen doen, tussen de middag. Of dat ze het nog even mag proberen om lief te spelen, maar dat we alsnog gaan slapen als het toch niet lukt. Niet als straf, maar omdat het daardoor gezelliger gaat. Soms helpt het om iets fijns in het vooruitzicht te stellen: na het slapen gaan we gezellig even de stad in. Ik zal je wakker maken na een uurtje, dan weet je zeker dat je niet teveel mist. Soms hebben we mazzel, als we bijvoorbeeld ergens naar toe rijden en ze in slaap valt in de auto. Scheelt aanzienlijk in het humeur!

Zoektocht

Opvoeden blijft een zoektocht. Wat voor de één geldt, is voor de ander onzin. Meia is te eigengereid om naar mijn argumenten te luisteren, ze leest liever 10 boeken voor ze er doodmoe bovenop in slaap valt. Om haar dag vervolgens om 6 uur te starten. Ik heb me er bij neergelegd: we zoeken naar wegen om het voor iedereen draaglijk te houden. En nu met Signe zie ik dat het ook anders kan: Signe heeft net zo weinig slaap nodig (ze is intussen een stuk karton aan snippers aan het scheuren naast me), maar wordt er niet vervelend van. Hooguit wat stilletjes. En dan is het tijd om poolshoogte te nemen, zoals nu.