Archief van
Categorie: ouders

Ouderschap is soms geen feestje!

Ouderschap is soms geen feestje!

Moeder zijn is keihard werken

“Jij bent de enige, echt de enige, die durft toe te geven dat het ouderschap niet alleen maar rozengeur en maneschijn is. De enige! In mijn hele omgeving is er niemand die dat ook maar een beetje laat blijken. Al die tijd heb ik in de veronderstelling geleefd dat ik het fout deed, dat het aan mij lag. Dat het alleen maar bij mij mis ging. Dat ik dat echt niet kon, moeder zijn.”

Dit zei een moeder een tijdje terug tegen me. Ze had mijn blogs gelezen en het was volgens haar een verademing. Ik, aan de andere kant, wist niet wat ik hóórde! Wat zeg je nou, hebben jullie het er dan niet onderling over? Is er geen openheid tussen ouders onderling of tussen vrienden? Nee, deze moeder gaf aan dat er een taboe heerst over ouderschap. Blijkbaar mag er niet over moeilijkheden of onzekerheden gepraat worden. Ik was geschokt!

 

Taboe over opvoeden

Maar het motiveerde me enorm om met mijn schrijven door te gaan. Al heel lang merk ik dat er online een schroom bestaat om te reageren, maar offline krijg ik des te meer reacties. Via via hoor ik dat er over wordt gesproken en soms spreken vreemden mij er ineens op aan. Dat is fijn, want mijn doel is júist om het taboe te doorbreken. Ik doe vrijwel niet anders: op mijn werk praat ik dagelijks over het ouderschap, hoe pittig dit is, en hoe moeilijk het soms lijkt om het goed te doen. En tegelijkertijd hoe belangrijk het ook is om vooral dicht bij jezelf te blijven en je eigen intuïtie te volgen.

 

Wanneer doe je het goed?

Blijkbaar is er in onze maatschappij zóveel aan informatie beschikbaar, dat er door de bomen het bos niet meer wordt gezien. Tegenstrijdige berichten van Jan en Alleman die er een mening over hebben, mensen die zich ‘expert’ noemen of ‘ervaringsdeskundige’ met twijfelachtige achtergronden, maar wel zeer invloedrijk zijn op bijvoorbeeld social media. Ik snap de onzekerheid van ouders, want wanneer weet je nou wat je moet geloven?

 

Vertrouwen op je intuïtie

Dezelfde moeder gaf aan dat zij zo in de war was gebracht, dat zij zelfs een tijd heeft gehad dat zij niet meer naar haar intuïtie luisterde. In dit geval hechtte zij teveel waarde aan haar omgeving, die had geroepen dat ouders te snel aan de bel trokken, te snel bij de huisarts zaten en wilde zij vooral niet als ‘aansteller’ gezien worden. Hierdoor wachtte zij langer dan gebruikelijk met naar de huisarts gaan, waar later bleek dat haar kindje wel degelijk erg ziek was.

 

Natuurlijk ouderschap

Meer dan eens voer ik met ouders het gesprek hierover, want gelukkig is ouderschap in de basis iets heel natuurlijks. Het is niet zo dat je vanzelfsprekend alles goed doet als ouder, maar dat is gelukkig ook niet nodig. Sterker nog, wanneer wij over ‘goed’ ouderschap praten (voor zover je zoïets complex in een hokje kunt duwen), is maar zo’n 30% van ons handelen afgestemd op onze kinderen. En dat is voldoende. In de praktijk betekent het, dat je als ouder vaak intuïtief aanvoelt dat er iets met je kindje is, of wat er met je kind is.

 

Jij bent de expert!

Niet ik ben de expert als het om opvoeden gaat, maar jij. Jij, want jij bent de ouder. Jij kent je kind al vanaf de geboorte, of misschien zelfs al eerder, tijdens de zwangerschap. Jij staat het dichtst bij de ontwikkeling, hebt het meeste meegemaakt, gezien en ervaren met je kind. Je groeit met je kind mee, en je kind is een deel van jou, en om die reden zou ik het nooit beter kunnen doen dan jij. Wanneer ouders bij me komen, soms ten einde raad, en iets zeggen in de trant van “ja, zeg jij het maar, jij hebt ervoor geleerd”, is het daarom altijd nodig dit idee bij te stellen.

 

Samen kijken wat nodig is

Wat ik doe, is enkel van een afstand (die je als ouder logischerwijs niet hebt) helpen met het teruggeven van wat ik zie, het helpen reflecteren, het stellen van vragen waarop de ouder zélf een antwoord mag geven, die leidt tot meer inzicht. Jij als ouder mag de betekenis geven aan dit alles. Natuurlijk geef ik wel adviezen, of leg ik dingen uit, maar is niet de essentie. Mijn doel van deze gesprekken is leren om ouders te laten vertrouwen op hun intuïtie. Op hun oerinstinct. En samen, als team, kunnen we vervolgens kijken wat jij of kind nodig hebben om goed verder te ontwikkelen.

 

Open over opvoeden

Blijkbaar mag ik mij gelukkig prijzen dat ik vrienden om me heen heb, waarin er veel openheid is. We plakken onze kinderen wekelijks onder denkbeeldig behang of zetten ze op marktplaats in de categorie gratis af te halen. Wekelijks praten we over hoe pittig het is, dat moeder zijn. En we snakken meerdere keren per jaar naar een escape, even een weekendje vrij van al dat ‘gemoeder’. Helaas is de praktijk dat dat weekendje vrij hooguit 1x per jaar is. Want ook dat is het leven: het zorgen gaat maar door en door.

 

Schone schijn ophouden

Laatst sprak ik weer af met vrienden, en één van hen vertelde dat mijn artikel was gelezen door een vriendin van een vriendin (etc.) die het zo fijn vond om te lezen dat er eens ‘gewoon’ werd geschreven over kinderen. Dat ze soms het bloed onder je nagels vandaan halen en je tot wanhoop drijven. Het was in haar omgeving, tussen vrienden, op het schoolplein, langs het sportveld, totaal geen gespreksonderwerp. Sterker nog, het werd keihard ontkent! Alle ouders die zij sprak, deden voorkomen alsof hun kinderen nooit onderling ruzie maakten of op een andere manier niet voorbeeldig waren.

 

Opvoeden is keihard werken!

Waarom maken wij het elkaar als ouders zo moeilijk? Waarom zijn we zo hard voor elkaar en houden we die schone schijn op? Want natuurlijk is dat complete lariekoek. Opvoeden kan ontzettend leuk zijn en ja, ‘je krijgt er zoveel voor terug’, maar bovenal is het gewoon keihard werken. Je leven draait zeker de eerste jaren compleet om de kleintjes en al je eigen dingen moet je daar maar omheen passen. Niet zo gek dat veel ouders heel blij zijn als hun kroost op bed ligt en zij uitgeblust op de bank neer kunnen ploffen.

 

Je bent niet de enige

Bij deze wil ik daarom een oproep doen aan alle ouders: wees eens gewoon eerlijk naar jezelf en anderen. Het scheelt zoveel onzekerheid, zoveel verdriet en faalgevoelens, wat in stand wordt gehouden door voor mij onbekende redenen. Laten we voortaan gewoon zeggen hoe het is en een beetje lief voor elkaar zijn. Want uit ervaring weet ik hoe fijn dat is. De herkenning bij anderen: ‘gelukkig, ik ben niet de enige’. Want je bent echt niet de enige.

 

11 nadelen van straffen

11 nadelen van straffen

Straffen, weet wat je doet!

Ik straf liever niet. Maar omdat er veel misverstanden bestaan rondom straffen en belonen leg ik de dingen het liefst goed uit, zodat we beter begrijpen van elkaar waar we het over hebben. Eerder gaf ik een overzicht van soorten straf. Niet alle maatregelen uit dit lijstje beschouw ik als straf. Toch blijf ik erbij dat je beter op een andere manier kunt proberen om het gedrag van je kind te sturen.

 

Zoek alternatieven!

Straf is in eerste instantie niet aan te raden als opvoedmiddel. Er zijn veel andere middelen die beter werken en minder nadelen hebben dan straf. In het volgende deel geef ik daarom alternatieven voor straf waar je alvast je voordeel mee kunt doen. Vandaag zoom ik in op de nadelen die er aan straffen kleven. Ik noem er 11.

 

11 Nadelen van straf

  1. “Als je zo door gaat dan mag je niet mee naar oma en blijf je maar alleen thuis!”. Dreigen met zware gevolgen heeft weinig effect omdat ze toch niet worden uitgevoerd. Je gaat immers toch wel naar oma en je kind gaat gewoon mee, want je kan hem nu eenmaal niet alleen laten. Een ander nadeel kan zijn dat het onnodig angst oproept bij je kind: ‘alleen thuis blijven? Help! Dat durf ik niet!’. Ook leert je kind na verloop van tijd dat dreigementen toch niet worden uitgevoerd: ‘dat zei mama vorige keer ook, en toen mocht ik ook gewoon mee, dus het zal wel weer zo zijn’.
  2. “Als je dat nog één keer doet dan vind ik jou niet meer lief hoor!”, “jij krijgt dus geen knuffel, want jij deed net zo lelijk!”. Liefdesonthouding is niet verstandig omdat je kind zich daardoor als persoon voelt afgewezen. Het is in feite emotionele chantage en legt je kind een ‘voor wat, hoort wat’ principe op. Terwijl we toch onvoorwaardelijke liefde willen geven? Dan moeten we deze maatregel zo snel mogelijk in de prullenbak kieperen!
  3. Als ouders hun kind uitlachen of belachelijk maken, kan het kind onzeker worden: hun eigenwaarde wordt dan aangetast. Een inkoppertje, zul je misschien denken. Maar denk even goed na: soms lachen we omdat iets er komisch uitziet en bedoelen we het niet verkeerd. Maar kinderen begrijpen het verschil tussen uitlachen en toelachen nog onvoldoende. Als je kind de boel op stelten zet en je schiet in de lach, zeg dan dat je het er grappig uit vindt zien en dat je hem niet uitlacht.
  4. Straffen bij milde problemen leidt tot meer gedragsproblemen. Leg niet op alle slakken zout. Choose your battles. Lieve papa’s en mama’s: dit is een vrijbrief om af en toe gewoon te doen alsof je het niet ziet. Want wees eerlijk: ondeugend doen hoort bij een kind. Op die manier ontdekt het de wereld, het zoekt grenzen op, leert van ervaringen. Probeer de politiepet en scheidsrechtersfluit aan de kant te leggen.
  5. Met straf leer je je kind wat het niet mag doen, maar niet wat het wél mag doen. Als we ergens aandacht aan besteden, wordt het beter onthouden. Elk moment dat je straft, zet je dat gedrag in de spotlights. Het werkt zo: “denk niet aan die roze olifant!” en natuurlijk denk je aan die roze olifant. Straf vergroot dus vaak de kans op herhaling van het gedrag waar je voor straft.
  6. Jonge kinderen leggen geen automatisch verband tussen hun gedrag en de straf die ze krijgen. Hooguit wordt er angst opgeroepen omdat ze schrikken van je reactie. Ze zullen stoppen met wat ze aan het doen waren, maar alleen omdat ze bang zijn dat jij weer zo boos reageert. Of kinderen vinden het maar wat interessant als je iedere keer zo’n show weggeeft en herhalen het gedrag. Linksom of rechtsom: je kind leert niet dat jouw reactie komt door zijn gedrag en waaróm het dan niet zou mogen.
  7. Lichamelijke straffen leiden bij alle kinderen tot meer gedragsproblemen en bovendien tot psychische schade. Ook hebben deze kinderen meer problemen in de puberteit en volwassenheid, zoals bijvoorbeeld depressie of alcoholmisbruik. Zo, de risico’s in een notendop. Er is geen enkel geldend argument om deze maatregel te gebruiken. Het is niet voor niets bij de wet verboden.
  8. Straf kan maken dat het kind zich als persoon voelt afgewezen. Het voedt impliciete ideeën als ‘ik ben niet goed’, ‘ik faal’, ‘ik ben niet de moeite waard’, ‘ik doe het nooit goed’, ‘wat ik ook doe, het is toch verkeerd’, etc. Het geeft negatieve kerncognities of een negatief zelfbeeld, wat op termijn kan leiden tot depressie, angsten of andere psychische klachten.
  9. Straf kan leiden tot boosheid bij het kind en bovendien garandeert straf niet dat het kind vervolgens gewenst gedrag laat zien. Monkey see, is monkey do. Sta je te schreeuwen tegen je kind als je hem straft? Je kind leert dat je moet schreeuwen om iets duidelijk te maken. Om de boodschap over te brengen. Pak jij je kind eens stevig beet? Je kan het hem niet kwalijk nemen dat hij hetzelfde bij zijn vriendje doet. Hij heeft het immers geleerd van zijn voorbeelden.
  10. Met straf stimuleer je geen gedrag, daarvoor moet je andere middelen gebruiken. Het maakt hooguit een einde aan het gedrag (voor even), maar het geeft geen alternatief wat je kind kan doen.
  11. Veel straf kan leiden tot een kille opvoeding en machtsmisbruik. Misschien wel de meest voorkomende: straffen geeft een rotsfeer. Moeder boos, vader sacherijnig, dochter stampvoetend de trap op en zoonlief in ijzige spanning zijn bord verder leegetend. Wie herinnert zich niet deze spanningsvolle of negatieve interacties uit de kindertijd? Als we niet oppassen verzanden we snel in een negatieve spiraal. Tijd voor een andere aanpak dus!

 

Voer het goed uit

Toch blijft het voor veel gezinnen, zo niet de meeste, een vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsfunctioneren. Het vraagt soms een hele omschakeling als je van veel straffen naar niet straffen gaat. Het is vooral van belang dat de dingen die je doet, goed worden uitgevoerd. Daarom alvast wat tips  waar je aan moet denken als je ‘straf’ geeft.

  • de allerbelangrijkste: verdiep je in alternatieven voor straf en straf zo min mogelijk!
  • geef altijd eerst een waarschuwing zodat je kind tijd heeft om zijn gedrag te veranderen;
  • negeer alleen gedrag wat daarvoor geschikt is: als je kind dingen stukmaakt of iemand pijn doet, is negeren geen goed idee;
  • negeren is niet hetzelfde als je kind doodzwijgen. Je kunt best zeggen: ‘ik ga dit gedrag nu even negeren’ voordat je begint en maak ook een duidelijk einde aan deze periode: ‘zo hèhè ik ben blij dat je ermee bent gestopt, nu kan ik weer rustig met je praten’;
  • bij onthouding van iets leuks moet de straf wel uit te voeren zijn. Als je je kind tóch wel meeneemt, zeg dan niet dat hij niet mee mag. Als je hebt gezegd dat je kind geen tv mag kijken, maar de andere kinderen kijken wél tv (en dus je kind ook), dan heeft het weinig effect;
  • houdt altijd de veiligheid van je kind in het oog.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Waarom ik niet stofzuig door de weeks

Waarom ik niet stofzuig door de weeks

Huishouden versus gezin

“Nee, ik ben ermee gestopt. Of misschien was ik er wel nooit aan begonnen. Hoe dan ook, ik stofzuig niet door de weeks. Betekent dat dan dat ik in een smerig huishouden woon? Nee. Misschien wel die van Jan Steen, maar smerig is het dan weer niet.”

Goede huisvrouw dus goede moeder?

Dit blogonderwerp was één van de eersten op mijn lijstje. En toch duurde het meer dan een jaar voordat het nu op papier staat. Er zit namelijk wat schroom in het schrijven van dit stuk. Toen ik het er laatst wéér over had met andere moeders, was voor mij opnieuw de bevestiging: een goede moeder wordt je niet per se door een goed huishouden te draaien. En waarschijnlijk schop ik nu heel wat mensen tegen de schenen, maar dat moet ik dan maar voor lief nemen. Ik ben immers ook niet perfect. Misschien wel orthopedagoog-generalist, maar beslist geen perfecte moeder. Gelukkig maar.

Bewondering

Nog steeds kom ik bij mensen thuis, bij wie het huis er altijd tiptop uitziet. Van schoongeboende meubels, tot de hipste decoraties overal. Waarbij je geen stof ziet opdwarrelen als je je vinger over een lijstje haalt of op een kussen slaat. Ik snap nog steeds niet hoe die mensen het voor elkaar krijgen, en ik heb dan ook diepe bewondering voor hun ijver. Het lukt mij namelijk niet.

De hele dag opruimen

Het is ongelogen: ik kan echt bekaf zijn als Steef aan het einde van zijn werkdag binnen komt. Op zijn gezicht lees ik een frons af die maar één ding kan betekenen: “het is nog steeds net zo’n rommel als vanmorgen toen ik wegging.” Het is maar moeilijk te geloven dat ik 14.000 stappen heb gemaakt (bedankt fitbit), 40 paar schoenen terug de kast in heb geholpen, 6 bekers drinken heb opgedweild, 15x de veger en blik of bezem erbij heb moeten pakken, 30 trappen heb gelopen (nogmaals bedankt fitbit)  en 9km heb afgelegd op een oppervlak van 70m2, met als eindresultaat dezelfde klerenbede als die ochtend.

Dweilen met de kraan open

To-do lijstjes en voornemens lachen mij keihard uit als ik thuis ben. Het is dweilen met de kraan open. Behalve dat ik niet écht dweil (dat doet Steef). Dus heb ik me er maar bij neergelegd. Het is bij ons nou eenmaal een rommel, en ik krijg het nooit zo schoon en opgeruimd als ik zou willen. Toen we ons huis te koop hadden staan en er foto’s genomen moesten worden, was het voor het eerst in de 8 jaar die we er woonden écht schoon. Het koste ons heel wat vrije uurtjes en hulp van derden. Daaruit trok ik opnieuw mijn conclusie: blijkbaar is dit iets wat ons niet lukt. Het zij zo.

Bewust niet stofzuigen

Ik kan me ervoor schamen, ik kan het ook accepteren. Hoe jaloers ik ook ben op mensen die spik en span wonen, ik zou het toch niet zo willen hebben. Ik vind het namelijk té belangrijk om tijd door te brengen met onze kinderen en mijn spaarzame vrije tijd te gebruiken op een manier die me gelukkig maakt, dat ik bewust het huishouden laat zitten. Ja, je leest het goed: ik stofzuig bewust niet, ook al voel ik de kruimels onder m’n sokken kraken, als ik ook samen met mijn kinderen kan gaan fietsen, cakejes kan bakken of gewoon een speeldate kan regelen.

Prioriteiten stellen

Dus veeg ik de kruimels van mijn voeten voor ik mij met mijn kroost op de bank nestel, of schop ik de stapel schoenen aan de kant om de deur achter me dicht te kunnen trekken, omdat ik ga sporten. Ik geniet van het gekeutel om mij heen, hun stemmen, hun spel. Ik geef ze te drinken, kom bij ze zitten, vraag ze naar hun dag, neem ze mee naar buiten en ga samen met ze schommelen en voetballen in de speeltuin. Ik schuif de was aan de kant, laat het stof zich verzamelen op de kasten, want: dat heeft nu geen prioriteit.

Ondankbaar

Los van het feit dat ik er een hekel aan heb, aan al dat opruimen en schoonmaken, is het ook nog eens de meest ondankbare taak die er bestaat. Heb je net het hele huis schoongemaakt, wordt er een glas melk over de grond gekieperd of zit Signe tot haar polsen in de appelstroop te graven.

Deze tijd komt nooit meer terug

Deze dag komt nooit meer terug. De kindertijd komt nooit meer terug. Geniet ervan, wees erbij, wees nabij. Wees onderdeel van het leven en de belevingswereld van je kind. Want ze zullen nooit meer klein zijn. En helaas maar al te vaak zal de afstand toenemen naarmate kinderen groter groeien. Het huishouden daarentegen: dat blijft altijd, komt altijd terug en zal nooit minder worden.

De druk eraf

Om deze redenen wil ik bij jou, en ook bij mijzelf, de druk eraf halen om maar perfect te zijn, een perfect huishouden te runnen. Als het ons is gegund zullen wij straks, in ons nieuwe huis, een hulp in de huishouding aannemen. Decadent? Zeker. Maar onze tijd met de kinderen is te waardevol om te verspillen aan onnodige huishoudelijke taken.

 

 

Een weekendje weg

Een weekendje weg

Even zonder kinderen

Ken je dat? Je verlangt er al maanden naar: even tijd samen doorbrengen met je man, vrouw of vrienden. Even zonder kinderen. Al bijna een jaar staat een weekendje rood omcirkeld: dan is zover. Meidenweekend. Een paar dagen weg met je liefde. Of een dagje voor jezelf, zo je wilt.

Verantwoordelijkheidsgevoel

En dan is het zo ver. Je huppelt nog net niet de deur uit van enthousiasme. Héérlijk, even niet moederen, even die druk eraf. Niet die constante druk van dat verantwoordelijkheidsgevoel: waar zijn de kinderen, wat doen ze, gaat het nog goed? In plaats daarvan slenter je door de stad, ga je als vanouds drankjes doen op een terras, bezoek je eindelijk eens op je gemak een tentoonstelling zonder steeds ‘shhhht’ te moeten sissen of achter je kroost aan te moeten rennen. Je kijkt eindelijk eens een film waar je langer dan 5 minuten achtereen je aandacht op kan vestigen. Of je gaat ein-de-lijk uit eten bij die leuke tent waar iedereen het al 3 jaar over heeft. Heaven.

Slapen en uitslapen

Ja, en dan heb ik het nog niet over de nachten. Ongegeneerd wijn drinken met vriendinnen zonder je zorgen te maken over de volgende ochtend. Want… *tromgeroffel* …je kan eindelijk uitslapen! Niet dat je dat nog kan trouwens. Je wordt gewoon om 6.00u wakker omdat je door de jaren heen zo gedrild bent om in dit medogenloze ritme van je kind mee te gaan. Maar toch! Je draait je gewoon om en er is niemand die daar tegen protesteert. Geen sneaky trippelende voetjes naar de keuken die vervolgens op zoek gaan naar de strooppot om zichzelf van een vervroegd ontbijt te voorzien. Geen gezeur aan je hoofd (“maaaaaahaaaam, mogen we tv kijken? Pleeeeeeaaaaase?”) op goddeloze tijdstippen, maar enkel je eigen gesnurk en een bed voor jezelf.

Geniet er maar van, nu het nog kan

Ik weet nog goed dat jan en alleman tegen me riep: “geniet er nog maar van, nu het nog kan!” toen ik zwanger was van de eerste. Geen idee waar ze het over hadden. Hoe kun je in vredesnaam méér van iets genieten als je niet beter weet? Nou lieve mensen (nog) zonder kinderen: dat kan ook niet. Je snapt pas waar het over gaat als het eenmaal zover is. Cliché, maar niet minder waar.

Denken aan thuis

Even terug naar het begin. Je huppelt dus uit huis en denkt: ‘ik ga hier zó van genieten!’ En dat doe je ook. Je denkt misschien zélfs: ‘echt niet dat ik thuis ga missen, het kan mij niet lang genoeg duren’. Of ben ik nu een ontaarde moeder met deze voorzichtige bekentenis? Nou goed. Eenmaal 6 uur onderweg voel je je al koning te rijk. De slappe lach met vriendinnen, lunchen tot je erbij neervalt en de eerste wijntjes kunnen al van de bucketlist worden weggestreept. En dan komt het: je denkt aan thuis. ‘Hoe zou het met de kinderen gaan? Zijn ze lief gaan slapen? Lukt het allemaal wel?’ En het eerste appje naar het thuisfront is een feit.

Ik mis de kinderen

Dan lig je ’s avonds in bed, een vreemd bed en ineens is het gevoel daar weer: je mist ze. Omdat je toch niet goed in slaap komt open je je foto’s op je telefoon en scrolt melancholisch en met een dromerige glimlach door de foto’s. Pas 12 uur van huis en het gemis is voelbaar. De volgende ochtend maakt je hart een sprongetje als de ‘goedemorgen mama’ foto’s bij het ontbijt binnenkomen. De rest van de dag maak je ontzettend veel lol, doe je alles wat je met de kinderen niet zou doen en geniet je van elk moment.

Thuiskomen

En tóch sluipt er een steeds sterker wordend gevoel in: het gemis. Het weekend gaat veel te snel voorbij, en zonder het aan je vrienden te willen toegeven, kijk je toch reikhalzend uit naar thuiskomen. Naar de knuffels en nabijheid van je kinderen. En misschien verwacht je nu dat ik ga zeggen dat de hereniging prachtig is. Dat er in slow-motion met harpmuziek en big smiles naar elkaar wordt toegerend. Maar de werkelijkheid is bij mij anders.

De werkelijkheid

Natuurlijk geniet ik van het weerzien van het thuisfront, krijg ik extra veel knuffels en kusjes, en als ik mazzel heb nog wat verhalen over belevenissen. De werkelijkheid is echter dat deze romantische bubbel ongeveer 3,5 minuut duurt. Dan begint het namelijk weer van voor af aan: er wordt aan haren getrokken, bekers limonade gaan omver, er wordt geschreeuw, de stapt op een stukje lego of kan elkaar niet verstaan door het lawaai dat de kinderen maken. Welkom thuis mama.

Bedankt voor jullie steun

Bedankt voor jullie steun

Deze is voor jou

Het is niet voor niets een bekend spreekwoord in Afrika: ‘it takes a village to raise a child’. Ik werd er weer aan herinnerd toen laatst een moeder tegen mij zei: ‘we doen het toch allemaal een beetje samen’. Het zette me aan het denken. En hoe meer ik er over nadacht, hoe meer ik besefte dat het klopte. Een kind groot brengen kun je niet alleen. De steun van anderen is daarbij onmisbaar.

Een ode aan jullie

Daarom vandaag een ode aan jou. Mijn steun, mijn redder in nood en rots in de branding. Een bedankje voor jullie, moeders uit mijn netwerk. Want zonder jullie, had ik nooit de stappen kunnen zetten die ik heb gemaakt. En misschien heb ik dit nog niet genoeg gezegd, dus daarom vandaag een keertje extra, in willekeurige volgorde.

Onverwachte tegenslagen

Bedankt lieve mama, dat we op je konden rekenen met onverwachte tegenslagen. Dat je kwam helpen als ik omhoog zat, om een handje toe te steken, de kinderen onder je hoede te nemen of ons simpelweg een zeldzaam avondje uit gaf. Bedankt, dat je ook nu weer je best doet om tussen al je onregelmatige diensten een mouw te passen aan onze nood. Zodat we onze vrije dagen kunnen sparen voor het klussen straks.

Bijslapen

Bedankt lieve papa, voor de fantastische uitjes die jullie iedere keer weer uit de hoge hoed lijken te toveren. Voor de onuitputtelijke liefde, voor alle logeerpartijtjes waardoor wij even konden bijslapen. Maar ook voor het meeleven op de momenten dat we elkaar even niet zagen. Voor de warmte en betrokkenheid die als een onzichtbaar lijntje voelbaar blijft.

Oppassen

Bedankt lieve schoonouders, voor al die talloze oppasmomenten. Voor wanneer ik op cursus moest op de zaterdagen en de kinderen soms voor dag en dauw al kwam brengen. Bedankt, dat zij bij jullie terecht konden toen ik mijn werkrooster moest omgooien. Dat zij iedere keer met enthousiasme naar jullie toegingen en met enthousiasme weer thuiskwamen. Bedankt voor al jullie hulp.

Druk gezin

Bedankt lieve schoonzus, dat ook jij er voor ons was, als onze gastouder ziek was of dingen ineens anders liepen dan gepland. Bedankt dat jij met je drukke gezin onze kinderen er schijnbaar moeiteloos aan toevoegt, met een vanzelfsprekendheid waar menig ouder jaloers op zal zijn. Bedankt, voor jouw kalmte als wij in de stress zaten, voor je relativering en creatieve oplossingen.

Herkenning

Bedankt lieve vriendinnen, voor al die momenten dat ik even stoom af moest blazen. Dat ik huilend aan de telefoon zat, of alleen maar kon klagen over alles in mijn leven. Bedankt voor al jullie medeleven, jullie steun, de herkenning, humor, relativeringsvermogen en ook de knuffels. Bedankt dat jullie me accepteerden, ook als ik er even minder voor jullie was. Bedankt dat er altijd weer een fijn samenzijn is, dat onze kinderen elkaar hebben, en we eerlijke gesprekken kunnen hebben over ons als ouders, over het opvoeden.

Vriendinnen

Bedankt lieve vriendin, dat jij daar ineens voor mijn deur stond met chocolaatjes, toen ik het even zwaar had. Bedankt lieve vriendin, voor wie je bent. Dat je daar was voor mij, langskwam, zomaar, altijd met wat lekkers, een flesje wijn of gewoon een praatje. Zelf hoogzwanger, maar dat vormde voor jou geen belemmering. Bedankt voor jouw persoonlijke cadeautjes, met zoveel zorg en liefde gemaakt.

Hoop en steun

Bedankt lieve buurvrouw, dat jij er voor mij was, toen ik ten einde raad was. Dat jij mijn kinderen onder je hoede nam, zodat ik mijn cursusopdrachten kon afronden. Zodat ik het onmogelijke toch nog mogelijk kon maken. Bedankt dat jij mij die ademruimte gaf, en hoop. Bedankt dat jij er ook was toen wij in het ziekenhuis lagen. Dat Stefan en de kinderen met je mee konden eten, dat je ook hier zorgde voor een rustpunt.

Moeders van school

Bedankt lieve moeder van school, dat jij mijn kinderen van school haalde toen ik hoogzwanger was. Dat jij ze meenam op het moment dat ik zelf niks meer waard was. Dat je mijn oudste twee langer liet spelen toen mijn jongste naar bed moest. Dat je ze alvast een hapje mee liet eten omdat dat qua tijd beter uitkwam. Bedankt, voor al die kleine grote gebaren.

Verhuizing

Bedankt lieve andere moeder van school, dat je mijn zoontje meenam toen ik geen oppas kon vinden toen ik moest werken. Bedankt voor de foto’s die je me stuurde, om te laten weten dat het goed ging met ze. Bedankt lieve derde moeder van school, dat je voorstelde om mijn zoontje met jouw zoontje te laten spelen, zodat wij de laatste dingen voor de verhuizing konden inpakken. Bedankt, dat je meedacht en dat je hem zelfs thuis bracht, wat een service!

Flexibiliteit

Bedankt lieve nanny, voor al jouw liefde, tijd en aandacht voor onze kinderen. Wat jij niet uit werkverplichting doet, maar als mens hebt te geven. Bedankt voor jouw flexibiliteit, dat je helpt op school en wat langer wilt blijven als dit soms nodig is. Bedankt voor jouw rust, kalmte en liefde.

Bedankt voor jullie steun

Bedankt alle lieve mensen, die dit voor mij deden en iedereen die ik niet genoemd heb. Hoe klein sommige gebaren ook mogen lijken, het betekent veel voor mij en ons als gezin. Het maakt me bewust van de rijkdom om ons heen en ik koester die. Bedankt dat jullie er allemaal voor ons zijn. En natuurlijk zijn wij er ook voor jullie!

 

Goed genoeg ouder

Goed genoeg ouder

Deze is voor alle mama’s (en papa’s) bij wie het af en toe boven hun hoofd groeit. Voor iedereen die deze frustraties, irritaties en aaneenschakeling van stressmomentjes en brandjes blussen herkent. I feel you. Je bent niet alleen. Het is een fase. Hou vol, het wordt weer leuk. Echt. 

De dagelijkse praktijk

Je hoopt, als je ze de avond ervoor om 22.00u nog uit bed hebt gehaald om naar het vuurwerk te kijken van Koningsdag, dat ze misschien net even wat langer doorslapen. Helaas blijkt hun hardware toch echt anders geprogrammeerd. Hoewel Steef op muizenvoeten door het huis liep, hoorde ik al snel het bekende ‘mamaaa!’ uit de kamer van de jongste komen.

7.00u

Een vluchtige blik op mijn klok laat me weten dat ze het maar liefst tot 7u hebben gerekt. En zodra de guppen hier wakker zijn, is het het full focus en in de hoogste versnelling de dag in racen. “Mam, ik ben doorgelekt”, is één van de eerste boodschappen die ochtend. Nog voor we aan de ontbijttafel zitten, draait de eerste was dus al. Vervolgens zie ik mijn jongste het eten uit het bakje van Steef kijken. Ik besluit pap te maken voor ze.

Maar dat voornemen betekent wel dat ik in de keuken verschillende bananen moet prakken, appels moet schillen, melk moet warmen, etc. En dus even geen zicht heb op wat er in de woonkamer gebeurt. Terwijl ik mijn aandacht verdeel over 4 grote kommen, hoor ik ongeduldige kreten uit de andere kamer opstijgen. Het kan ze niet snel genoeg gaan.

7.20u

Als ik tenslotte als laatste aan tafel schuif, wordt er om drinken gevraagd. Nu Meia en Fosse al klaar zijn met hun pap, vraag ik of ze dat zelf even willen pakken. Als ze terugkomen, is er ruzie ontstaan over welke beker voor wie is, en gaat er in het doorgeven van de bekers pal voor mijn neus een volle beker melk omver. Zuchtend help ik de kinderen mee met opruimen en gooi ik de natte placemats in de was, om mijn ontbijt daarna te vervolgen.

Intussen is de rest al van tafel en wordt er uit allerhande kasten materiaal gehaald voor hun speelplannen. Fosse komt terug en vraagt om fruit. Na een grote kom pap met een banaan erin vind ik dat eigenlijk overbodig, maar de peren moeten op, dus ik geef aan dat hij een peer mag pakken. Blijkbaar had hij zijn zinnen op iets anders gezet, want hij begint boos te huilen dat hij geen peer wil.

7.45u

Ik haal de ontbijtspullen van tafel, waarbij ik zo goed mogelijk nadenk welke spullen in als eerste naar de keuken breng. Waarom? Omdat Signe de vervelende gewoonte heeft om bovenop de eettafel te klimmen en zich een weg te banen tussen de zoete beleg en half leeggedronken melkbekers. Daarom ruim ik in volgorde van prioriteit de volgende zaken op:

  • halfvolle bekers, pakken drinken
  • pakken hagelslag/vlokken/ander los materiaal
  • andere zaken die open zijn waar eetbare spullen uit gehaald kunnen worden zoals vleeswaren

8.00u

Terwijl ik nog steeds in mijn pyjama rondloop, probeer ik de kinderen te laten aankleden, tanden poetsen, haren kammen, wassen, etc. Net als in elk ander gezin (tenminste, dat hoop ik althans een beetje), gaat dit gepaard met de nodige aansporingen. Vooral Meia ergert zich behoorlijk aan mijn gezeur waarmee haar spel wordt onderbroken. Ze is nogal van het multitasken. Zo besloot ze vanmorgen dat ze met haar tandenborstel in haar mond prima de kaplablokjes kon aangeven aan Fosse.

8.20u

Toen de grootste klappers waren gemaakt in de start van de ochtend, en de meest voor de hand liggende risico’s waren ingedekt wat betreft Signes mogelijke streken, besloot ik dat ik het erop kon wagen: douchen. Het is altijd een moment van ‘fingers crossed’ en zo snel mogelijk zijn. Terwijl ik me in sneltreinvaart had uitgekleed, kwam Fosse naar me toe om zich te beklagen dat hij geen onderbroek en hemd had. Deze had ik hem een kwartier geleden al aangegeven, maar blijkbaar was hij kwijt dat hij deze in een soort Chinese dans door de kamer had geslingerd tijdens het ‘aankleden’. Snel dook ik in mijn badjas en ging op jacht naar zijn ondergoed, waarna ik mijn poging tot douchen weer oppakte.

Het duurde welgeteld 2 volle minuten voor ik alweer een boze schreeuw hoorde. “Gaat alles goed!?” riep ik met een mengeling van hoop en vrees met de deur op een kier. Er klonk inmiddels alweer gepraat op rustige toon. Vals alarm gelukkig. Na een hele minuut in volledige ontspanning te hebben gedoucht, werd de deur geopend door de nieuwsgierige jongste telg. Een koude luchtstroom walmt direct naar binnen, en ik besluit dat langer douchen vrijwel kansloos is. Signe verdwijnt, de deur wagenwijd open latend, om na 2 tellen weer terug te komen met een handdoek. Superschattig! Maar direct slaat ook de twijfel toe: hoe komt ze aan een handdoek?

8.35u

Gedoucht en aangekleed, neem ik direct poolshoogte bij de kinderen. Ik tref een stapel door elkaar gegooide handdoeken aan op de tafel. Tot zover onze inspanningen om alles netjes opgevouwen in de kast te houden. Als ik de hal in loop, breek ik bijna mijn nek over mini-boodschappen. Eenmaal in de kamer van Meia en Fosse blijken ze gezellig winkeltje aan het spelen, waarbij ze het nodig vonden schoon servies uit de kast te halen. Prima, zolang jullie het straks maar terugzetten, druk ik ze op het hart.

8.45u

De vaat heeft zich inmiddels opgestapeld, en ik moet echt even gaan afwassen. De wasmachine is klaar en moet leeggehaald worden en ik moet nog mijn haren een beetje fatsoeneren. Oh, en nu schakelt het koffiezetapparaat uit: dit doet hij na een uur automatisch. Ik heb nog niet eens koffie op. Terwijl ik hem weer aanzet en alvast melk opwarm in de magnetron, begin ik met de afwas. Ineens zie ik na een tijdje dat Signe de bingomolen uit een kast heeft gehaald en de kleine balletjes en fishes door de kamer laat rollen. Met het sop tot aan mijn ellebogen ren ik de kamer binnen en roep bezorgd dat de bingomolen direct moet worden opgeruimd: die balletjes zijn super gevaarlijk voor Signe!

9.15u

De afwas is klaar, de melk overgekookt en vervolgens afgekoeld. Ik stop een nieuwe was in de machine en zie dat Meia nog steeds haar haren nog niet heeft gekamd. Ze reageert mokkig, draait haar rug naar me toe en zegt boos dat ze niet wil. Terwijl ik zo goed en zo kwaad als het gaat probeer deze bui te pareren, besluit Fosse buiten te gaan spelen en heeft Signe een poepbroek.

9.30u

Ik ben nog net op tijd voor het koffiezetapparaat voor de tweede keer uitschakelt. Meia heeft intussen eieren voor haar geld gekozen en haar haren gekamd, Signe is gewassen en aangekleed en ik ga, eindelijk, met mijn koffie aan tafel zitten. Ik heb de stille hoop dat de kinderen, die intussen lief samen spelen op hun kamer, even blijven spelen zodat ik in stilte kan genieten van mijn koffie. Het duurt niet lang. Het is alsof ze voelen dat je overweegt een moment voor jezelf te hebben. Binnen no-time staan Fosse en Signe naast me, met grote blauwe ogen, en vragen om ‘koffie’ (opgeschuimde melk met cacao).

Conclusie?

Gister nog las ik dat ouderschap een groot beroep doet op jezelf als mens. Het betekent een constante mindset van je eigen behoeften opzij schuiven en constante focus op de kinderen. Het is pittig en vermoeiend, en soms wil je er even aan ontsnappen. Ik verschil daarin niet van andere ouders. Het is een kunst om hierin de balans te vinden tussen het leuk hebben met elkaar en doen wat er moet gebeuren. En die balans is soms zoek. Dat is niet erg, dat is het leven. Als ouder hoef je het niet altijd goed te doen. Als het maar goed genoeg is.

Eetproblemen van peuters

Eetproblemen van peuters

12 tips bij eetproblemen van je peuter

Ze bestaan in alle soorten en maten: eetproblemen. En een groep kinderen waar het veel voorkomt zijn peuters. Hoe komt dat? En vooral: wat doe je er aan? Vandaag neem ik je mee in deze veelvoorkomende problemen. Want echt: je bent niet de enige! En echt: het gaat weer over!

Overleven in het eerste jaar

Hoe komt het dat dit een van de meest besproken problemen is? En waarom komt het zoveel voor? Dat heeft eigenlijk een hele logische reden. Als je kindje net geboren is, is het nog totaal afhankelijk van de omgeving. Je kindje vertrouwt volledig op jou, en is daarin ontzettend kwetsbaar. Zonder de zorg van zijn ouders of verzorgers, zal een baby niet overleven. De eerste taak van een ouder is dan ook om je kindje in leven te houden. Het hele eerste jaar bestaat er een basale onzekerheid: zal het me lukken?

Steeds meer zelf

Zodra je dreumes 1 jaar is geworden, neemt deze onzekerheid geleidelijk af, omdat je ziet en ervaart dat je kind steeds meer zelf kan. Het begint te kruipen, lopen, kan zelf bij spullen komen. Het begint uiteindelijk te brabbelen en woordjes te zeggen, waardoor er steeds meer interactie komt. Je zal al gauw merken dat je kindje een heel eigen persoonlijkheid ontwikkeld. Maar nog steeds ben jij als ouder de belangrijkste persoon in zijn leventje. De verzorging van je kindje maakt nog steeds een groot deel uit van je dagelijkse taken. Zo ook het verzorgen van eten.

Onzekerheid en bezorgdheid

Als je kindje dan ineens niet eet, alle groentes op de grond gooit of zit te spelen met z’n eten, dan geeft dat direct zorgen. De bekende onzekerheid van het eerste jaar steekt dan weer de kop op: ‘als mijn kind niet eet, dan gaat het niet goed’, met als ergste sluimerende nachtmerrie: ‘als mijn kindje niet eet, dan wordt het ziek of zal het sterven’. Dit maakt het eetprobleem dus zo’n beladen thema voor ouders. Het triggert direct de bezorgdheid over je kind.

Machtsgevoel

Veel ouders durven er niet op te vertrouwen dat het goed komt, ze zijn tot dan toe altijd gewend geweest dat hun kind at wat zij het gaven. En nu beslist je kind daarin ineens zélf over. En ook dát is de normale ontwikkeling. Opvoeden is niet voor niets ‘het tot zelfstandigheid brengen van je kind’. Uiteindelijk moet je kind zichzelf kunnen redden. En dat proces begint al vanaf de geboorte. Zodra je kind merkt dat het meer en meer zelf kan, geeft dat zelfvertrouwen en een machtsgevoel.

Machtsstrijd

En dat betekent dus een conflict tussen ouder en kind: want de ouder is bezorgd, en wil controle uitoefenen door zijn kind te laten eten. En het kind wil tegelijkertijd zélf bepalen wat hij eet. Er zijn namelijk drie gebieden waar je kind in feite de totale macht over heeft:

  1. eten
  2. slapen
  3. zindelijkheid

Want als het er op aankomt: je kind bepaalt uiteindelijk zélf wat het in zijn mond stopt en wat niet, wat hij kauwt, uitspuugt of doorslikt. Het heeft daarom per definitie geen enkele zin om er een strijd van te maken: een machtsstrijd rondom deze thema’s verlies je sowieso en levert enkel frustratie en negativiteit op. Wat kun je wel doen?

Aan tafel eten

In een eerder artikel schreef ik al over het belang van gezamenlijk aan tafel eten. En in veel gevallen is dat géén vanzelfsprekendheid. Soms wordt er wel aan tafel gegeten, maar los van elkaar. Er wordt bijvoorbeeld eerst eten gegeven aan de kinderen, om vervolgens zelf op een ander moment te eten. Het samen, gelijktijdig aan tafel eten is daarom een eerste voorwaarde om een goeie eter te krijgen.

Ligt het aan mij?

Het is niet alleen een kwestie van opvoeden. Als je kind een eetprobleem heeft, kan dat behoorlijk onzeker maken en bovendien bezorgd. Het voelt misschien als falen, dat het je ‘niet eens’ lukt om je kind behoorlijk te laten eten. Geloof me, het is zo’n veel voorkomend probleem, dat het onmogelijk alleen aan ouders kan liggen. Het is tenslotte ook de fase waar je kind in zit. Het spelen met het uitoefenen van zijn macht is nodig voor een gezonde ontwikkeling. Probeer daarom mild te zijn voor jezelf, je helpt je kind zich als zelfstandig persoontje te ontwikkelen. En daar zijn veel oefenmomenten voor nodig.

Verschillen tussen kinderen

Het is bovendien ook niet zo dat alle kinderen uit eenzelfde gezin dezelfde eetgewoontes hebben. Zo hebben we met Meia en Fosse nooit zorgen gehad om het eten: ze aten en eten als bootwerkers, en lusten alles wat ze krijgen voorgeschoteld. Het is eerder de andere kant op: ze hebben altijd maar trek. Toen Signe kwam, waren we daarom heel verbaasd te merken dat ze geen korstjes at, dat ze de schillen van de appel weggooide en al haar groente van haar stukjes vlees peuterde met het avondeten. Dit gedrag kenden we totáál niet. Zo zie je maar: elk kind heeft ook zijn eigen voorkeuren en persoonlijkheid die weer effect hebben op de relatie tussen ouders en kind.

12 Tips om je kind beter te laten eten

Wat kun je nou doen om je kind te helpen beter te eten? Hier volgen 12 tips.

  1. Realiseer je dat je kind de macht heeft over wat er naar binnen gaat. Kinderen eten als ze jong zijn heel intuïtief: als er gezond eten wordt aangeboden, zal je kind zeker niet snel teveel eten. Je kind luistert (in tegenstelling tot de meeste volwassenen) goed naar de hongersignalen en ‘vol’signalen van zijn lijf. Daardoor zal je kind eten als het trek heeft, en stoppen als het genoeg heeft. Dat je kind dus bewust niet eet ’s avonds, geeft dus aan dat het niet barst van de honger.
  2. Een jong kind heeft in feite maar heel weinig eten nodig om op te functioneren. Het zal dus niet snel een tekort oplopen.
  3. Eet gezamenlijk aan tafel, eet gelijktijdig.
  4. Maak van het eten een fijn moment. Richt je op elkaar, praat over de dag, toon interesse in elkaar. Haal negatieve aandacht af van het eten.
  5. Noem tijdens het eten tegen elkaar hoe het smaakt, dat je het lekker vindt, dat het gezellig is om samen te eten, geef complimenten aan de kok, etc. Kortom, uit je positief (maar wel gemeend) over het eten.
  6. Biedt je kind gezond eten aan, gewoon wat de pot schaft. Ook al weet je dat je kind het niet lust of niets zal eten. Blijf het aanbieden.
  7. Haal het eten weer weg als de maaltijd voorbij is. Als je kind speelt met het eten, haal het dan eerder weg. Als mijn dochter haar beker melk in haar bord giet of de stamppot op de grond kwakt, zeg ik: ‘jij bent klaar met eten, dan haal ik je bord weg’.
  8. Biedt, als je dat gewend bent, wel gewoon een toetje aan na het eten. Zeg niet: ‘jij hebt slecht gegeten, dus je hebt geen toetje verdient’. Daarmee suggereer je namelijk dat het avondeten blijkbaar iets vervelends is waar een beloning voor nodig is. Geef gewoon een toetje, want dat is wat jullie altijd doen. Niet iets dat afhankelijk is van de ‘eetprestatie’.
  9. Als je kind al wat ouder is, kan het een idee zijn om twee soorten groentes te maken en je kind te laten kiezen: ‘wil je sperziebonen of bloemkool?’. Hiermee toon je respect voor het autonomiegevoel van je kind (‘ik heb macht, want ik mag kiezen’), terwijl je zelf de kaders uitzet.
  10. Als aanvulling hierop kan het heel goed werken om je kind te betrekken bij het eten maken. Laat het kiezen in de supermarkt wat ze willen eten, laat ze helpen met groente wassen of in de pan doen, etc. Hiermee vergroot je hun betrokkenheid en zijn ze meer gemotiveerd om te proberen van het eten.
  11. Als je kind besluit om niet/slecht te eten ’s avonds, biedt dan later die avond geen ‘compensatie-eten’ aan, omdat je denkt ‘dan heeft het toch nog wat binnen’. Dit creëert een patroon dat je kind weet dat het later die avond toch nog kans heeft wat te eten en neemt de motivatie weg om met het avondeten goed te eten. Je kind zal met het ontbijt weer inhalen wat het de vorige avond eventueel heeft gemist.
  12. Zorg aan de andere kant dat je kind overdag op regelmatige tijden eet en niet teveel eet kort voor het avondeten. Zo klom Signe al maanden overal op en at ze soms, ongevraagd, wel 4 appels achter elkaar. We hebben toen noodgedwongen de fruitschaal maar bovenop een hoge kast geplaatst, zodat ze er niet meer bij kon. Sindsdien eet ze aanzienlijk beter met het avondeten.

Heb je nog andere tips? Ik ben benieuwd!

Gaat dit over hetzelfde kind!?

Gaat dit over hetzelfde kind!?

“Dat doet ze anders nooit!”

Elke week voer ik deze gesprekken. Dagelijks soms. Ouders die vol ongeloof aanhoren hoe voorbeeldig hun kind zich op school gedraagt terwijl het thuis de boel bij elkaar schreeuwt, kleine broertjes in elkaar timmert, constant een weerwoord heeft of knetterbrutaal is. Met bosjes komen ze bij ons: ouders van kinderen waarvan hun kind soms wel een andere persoonlijkheid lijkt aan te nemen in andere situaties. Om gék van te worden af en toe. Soms smeken deze ouders in het geniep of hun kind nu eens as-je-blieft óók rete-irritant willen zijn bij de juf. Want dan snapt ze eindelijk eens waar zij het de godganse dag mee te stellen hebben. Om het maar even met krachttermen duidelijk te stellen. En weet je, lieve ouders: I feel you!

voorbeeldig bij anderen ondeugend thuis

Voorbeeldig?

Ik heb er namelijk ook zo eentje thuis. Ze heeft nog nét geen halo boven haar hoofd als ze een dagje doorbrengt met onze nanny of bij opa en oma wordt afgeleverd. Voorbééldig is ze. De hele dag krijgen we berichtjes: ‘wat een lieverd, ze luistert zo goed!’, en: ‘ze is zo zoet, ze huilt nooit!’, of: ‘je hoeft maar je stem te verheffen, of ze luistert al!’. Jaja. Nou, niet bij ons dus. Want oma of de nanny is nog niet eens uit het zicht of de halo wordt ingeruild voor 2 duivelshoorntjes, zo lijkt het.

Wolf in schaapskleren

Madam praat nog steeds amper, maar dat neemt niet weg dat ze exact duidelijk kan maken wat ze wil. En hoe! Ze laat het kaas niet bepaald van haar brood eten. Als er een schaaltje druifjes op tafel staat waar broer- of zuslief van eten, krijgen ze het te horen: “nee! MIJ!” wordt er herhaaldelijk geschreeuwd. En als dat niet voldoende is, grijpt ze gewoon iets vast waar ze haar zinnen op heeft gezet. Serieus, het lijken wel zuignappen! Met man en macht lukt het om de vingers los te pellen. Maar alleen thuis hè? Is ze ergens bij onbekenden, dan steelt ze alle harten. Met haar blonde piekhaartjes, grote blauwe ogen en haar vingers in haar mond, waar ze verlegen op sabbelt. Wat een doetje. En wat een wolf in schaapskleren.

ondeugend kast leeghalen gooien klimmen dreumes

Je krijgt er zoveel voor terug!

We hebben een keuken zonder bovenkasten. Spijt van tot aan m’n tenen inmiddels. Want met een gemiddelde van 6x per dag leeggeschudde pakken hagelslag, havermout, suiker of rozijnen van de vloer vegen, ben ik er wel een beetje klaar mee. Mijn nanny vroeg zich blijkbaar laatst af waarom nou steeds de halve inhoud van de carousselkast op het aanrecht stond, en borg alles weer netjes terug op in de kast. En zo kon ik de dag erna weer 40x havermout tussen de plinten zuigen en vastgestampte cranberry’s van de grond pulken. Heerlijk die kinderen, je krijgt er zoveel voor terug!

Als de kat van huis is…

Zoals een kinderstoel die al ongeveer een halfjaar dwars op de grond ligt. ‘Waarom?’ Vroegen de oma’s en andere mensen zich fronsend af. Nou mensen, omdat Signe deze handige triptrapstoel gebruikt als keukentrap, om via de kinderstoel o.a. op de eettafel, in haar eigen (ikea) kinderstoel of de buffetkast te klimmen. Dáárom. Vervolgens wordt ik met grote ogen aangekeken, waarop de reactie der reacties volgt: “dat doet ze bij mij echt nooit!”. Nee bij jullie niet nee, maar zoals het spreekwoord luidt: “als de kat van huis is, dansen de muizen”. Nouja, ongeveer dan. Signe danst in ieder geval wel letterlijk op de eettafel.

ondeugend gedrag dreumes streken uithalen stout

Kinderslot

Ten einde raad struinde we internet en prenatals af op zoek naar een geschikte sluiting voor de carousselkast. Een magneetslot werkte helaas niet op deze draaiende variant. Uiteindelijk heeft Steef een andere constructie bedacht en lukt het Signe niet meer om deze kast open te krijgen. Dat maakte haar even flink boos, maar algauw koos ze eieren voor haar geld. Sindsdien heeft ze geleerd hoe ze de normale kindersloten open krijgt. Haar nieuwe hobby is nu de servieskast leeghalen.

kliederen met eten spelen met eten kinderstoel dreumes

Spelen

Maar ze heeft nog meer hobby’s hoor, ze verveelt zich zelden. Op dagen dat wij er niet zijn, kan ze heel lief spelen, heb ik begrepen. Op dagen dat wij er wél zijn, gooit ze het liefst bekers met vloeistof ondersteboven. Ze is gelukkig niet kieskeurig: melk, water, limonade, soep… het is haar om het even. Als ze er vervolgens maar hard met haar handen in kan slaan. Yoghurt werkt trouwens ook goed, wat dat aangaat.

bekers melk omgooien dweilen schoonmaken omgegooid drinken

Klimmen

Oh, en heb ik al verteld van haar klimtalenten? Zit vast in de familie. Het liefst gebruikt ze stoelen, zoals de eerder genoemde triptrapstoel, maar ook de kleine kinderstoeltjes zijn favoriet. Ik breek dagelijks mijn nek over deze ondingen, omdat Signe als een soort wedstrijdschaatster door de woonkamer zoeft achter een stoeltje aan. Om bijvoorbeeld het glaswerk uit de hoge vitrinekast te halen, het gasfornuis aan te steken, pannen van het aanrecht te trekken of via het stoeltje op de verwarming te klimmen. Ik heb al meermaals mijn hart vastgehouden toen ze een poging deed over het traphekje heen te klimmen (naar beneden dus).

Gooien

Daarover gesproken, het naar beneden gooien van zaken is ook interessant. Het zal vast iets natuurkundigs zijn: het ontdekken van zwaartekracht, luisteren naar de effecten als de spullen neerkomen en tenslotte getrakteerd worden op een geërgerd gemopper van moederlief, inclusief getergde uitdrukking. Schoenen, lege flessen, speelgoed, wasgoed, you name it, Signe gooit het naar beneden. Maar uiteraard pas als ik bijna klaar ben met het opruimen van het afval dat ze uit de vuilnisbak op de grond heeft gegooid, of de tijdschriften weer aan het opstapelen ben.

rotzooi maken dreumes peuter

Dat doet ze anders nooit!

Ik was dan ook verrast en verbaasd te merken dat het onze nanny en andere betrokkenen op de één of andere manier wél lukte om nog iets anders te doen dan op Signe te letten. Want, zo krijg ik keer op keer weer te horen, bij hun doet ze dat allemaal nóóit! De stoeltjes blijven op hun plek, kasten dicht, ze stopt direct als je iets zegt. Eigenlijk doet ze gewoon niks van al die streken. Hoe kan dat toch?

Vreemde ogen dwingen?

Vreemde ogen dwingen? Bij ons voelt ze zich het meest vrij dus laat ze zich het meeste gaan? Of krijgt ze bij anderen andere (meer) aandacht dan bij ons, zoekt ze misschien op deze manier de aandacht? Ik kan het me bijna niet voorstellen, omdat mijn vrije dagen bijna volledig worden beslagen door ‘met Signe bezig zijn’. In ieder geval weet ik nu hoe het is voor al die ouders, die zich bij elk ouderavondgesprek afvragen of de leerkracht wel over het goeie kind vertelt. Aan de andere kant ben ik blij dat ze zich bij anderen blijkbaar wel gedraagt. Want, zoals ik ook andere ouders geruststel: als je kind het daar wel kan, beschikt het in ieder geval over die vaardigheden. Is er toch nog hoop, gelukkig!

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Ouders onder de loep

Een tijdje terug stond er in een tijdschrift een top 10 van opvoedingsvaardigheden. Deze waren in volgorde van belangrijkheid gerangschikt naar aanleiding van een online vragenlijst die is ingevuld door ouders. Hoewel de vaardigheden vrij algemeen zijn, geven ze wel een indruk van waar ouders op kunnen letten in de omgang met hun kinderen. Er is bovendien ook gekeken naar de beste toekomstvoorspellers: hoe meer van onderstaande vaardigheden, hoe beter het over het algemeen gaat met een kind. Bijvoorbeeld qua gezondheid, qua opleiding of welzijn.

Emotioneel betrokken

Een kanttekening bij dit soort onderzoeken vind ik dat het wordt ingevuld door ouders zelf. Er wordt vanuit gegaan dat ouders hun eigen opvoedingsvaardigheden goed kunnen inschatten, terwijl dit naar mijn idee per definitie niet kan, omdat je als ouder te emotioneel betrokken bent bij je kind. Reflecteren op jezelf is dan lastig, want je wilt als ouder niet falen. De ouders van tegenwoordig hebben de lat erg hoog liggen, en zich kwetsbaar opstellen in de opvoeding is zeker geen vanzelfsprekendheid.

Daarom is onderstaand lijstje zeker geen vastliggend regime. Het lijstje is bovendien zó algemeen, dat nog niet duidelijk is wát je dan precies beter wel of niet kunt doen als ouder om een betere band met je kind te krijgen. Om die reden probeer ik hier en daar een toelichting te geven. Soms vragen onderwerpen om een vervolgartikeltje. Ik hoor graag welke informatie jij nog mist.

1. Liefde

Een inkoppertje natuurlijk. Maar daarom niet minder waar. Maar wat is liefde en genegenheid nou precies? Hoe weet je wat goed is voor je kind? Het gaat hier bijvoorbeeld om (veel) lichamelijk contact, knuffelen, samen tijd doorbrengen, genegenheid… Maar er zijn nog veel meer genuanceerde en meer ingewikkelde aspecten van ‘liefde’ waar het hier om gaat. Interessant om een ander keertje op door te borduren.

2. Minder stress

Ja, één van mijn goede voornemens voor 2017. Want ik heb aan den lijven ondervonden hoe vervelend het is om stress in je lijf te hebben en deze mee naar huis te nemen. Mijn gezin is dan ongevraagd de dupe van mijn drukte in mijn hoofd. Het beter leren omgaan met stress is daarom voor mij, en voor alle ouders in het algemeen, een belangrijke vaardigheid als ouder. Dit kan bijvoorbeeld door jezelf ontspanningsoefeningen aan te leren, anders te leren denken of te oefenen met mindfulness, zo zegt het onderzoek. Kalm blijven, is het credo. Maar voordat dát lukt, is het naar mijn idee vooral heel erg belangrijk om de bron van de stress aan te pakken: wat ligt er binnen je mogelijkheden, dat je kunt veranderen? Wat zou er anders gaan op het moment dat je minder stress had? Door een stukje zelfonderzoek, kom je ook bij de oplossing om beter met de stress om te gaan. Het gevoel dat je zélf iets kunt doen aan je situatie, geeft een gevoel van controle, macht, invloed. Dit is het tegengif voor stress, als je het mij vraagt.

3. Goede relatie

Eentje die je misschien niet direct in het lijstje van sterke opvoedingsvaardigheden zou verwachten: een goede relatie hebben met je man/vrouw/partner. Het komt echter uit heel veel onderzoeken naar voren: kinderen zijn loyaal aan beide ouders en houden van hun ouders het allermeest van iedereen ter wereld. Ze willen daarom dat deze belangrijke mensen ook lief voor elkaar zijn. Ruzie tussen ouders, is voor kinderen daarom zeer ingrijpend en beangstigend. Niet voor niets is het stijgende aantal (echt)scheidingen tussen ouders en de echtelijke ruzies in het bijzijn van kinderen zo’n grote zorg. Niet voor niets spreken wij van echtscheidingstrauma’s en vechtscheidingen, waarin kinderen voor hun leven getekend worden door de slechte relatie tussen de ouders. Kinderen willen een sterk ouderpaar, het geeft veiligheid, een veilige haven om naar terug te keren in momenten dat ze steun nodig hebben. Deze mag, in de ogen van kinderen, niet wankelen. Wanneer er woorden zijn, is het daarom goed dit zoveel mogelijk buiten de kinderen te houden. Wanneer dit niet lukt, is het belangrijk de voorbeeldfunctie in acht te nemen die ouders hebben. Wij leren onze kinderen te delen, rekening te houden met elkaar, compromissen te sluiten, op vriendelijke manier te overleggen, het goed te maken als het even mis ging, woorden te gebruiken in plaats van agressie. Houd je daar dan als ouders vooral ook aan.

4. Zelfstandigheid stimuleren

Een waarde die in de opvoeding van onze kinderen ook hoog in het vaandel staat. En wat leuk om terug te lezen dat dit ook een veel gedeelde waarde is bij de meeste ouders, die bovendien ook goed blijkt te zijn voor je kind. Als je aan ouders vraagt “wat is opvoeden”, antwoorden veel mensen ook met iets in de trant van “het tot zelfstandigheid brengen van je kind”. Bijvoorbeeld op school wordt dit ook gestimuleerd, in sommige ‘stromingen’ is het zelfs één van de pijlers van het onderwijs (Dalton, Montessori). Als ouder is er dus niks mis mee om je kind aan te moedigen dingen zelf te proberen en met respect te benaderen in zijn pogingen. Ook al duurt dit vaak (veel) langer of is het één grote troep in je keuken na zo’n poging. In het opgroeien van kinderen kom je in bepaalde fases waarin ook des te meer duidelijk wordt dat je kind een natuurlijke neiging heeft om zelfstandig en autonoom te worden. De peuterpuberteit bijvoorbeeld, waarin ‘zelluf doen’ en ‘ik ben 2 en ik zeg nee’ hoogtij vieren. Ook in de tienertijd oefent je kind steeds meer en vaker met het nemen van verantwoordelijkheid. Aansluiten op deze natuurlijke ontwikkelingsbehoeften, daar doe je dus goed aan als ouder.

5. Opleiding

Dit is een punt, die misschien een wat wrange bijsmaak kan geven. De tigermoms, pushende moeders of ouders die hun eigen wensen op hun kinderen projecteren ten koste van hun kroost… dat zijn bepaald geen charmante voorbeelden van het aanmoedigen in het leren en studeren. Uit dit onderzoek blijkt echter dat het scheppen van alle mogelijkheden om te leren en te studeren en je kind hierin stimuleren, wél een positief effect heeft op zijn welzijn. Waar dit nu precies mee te maken heeft, is mij nog niet geheel duidelijk. Het is wel bekend dat hoger opgeleide ouders over het algemeen minder problemen ervaren binnen de opvoeding. Misschien doordat zij zich meer verdiepen in de opvoedingsvaardigheden. Het is in ieder geval een beschermende factor binnen de opvoeding. Waar ik zelf wél voorstander van ben, is dat je kind, waar mogelijk, de ruimte krijgt voor zelfontplooiing. Om te blijven leren en ontwikkelen, niet om tot prestaties te komen, maar om zélf een gelukkiger mens te worden. Voor mijn gevoel is het dan vooral heel belangrijk dat je als ouder de interesses van je kind serieus neemt en je kind in zijn ontwikkeling volgt. Dat betekent dus ook dat je je kind de kans en gelegenheid geeft om op zijn bek te gaan, om het oneerbiedig uit te drukken. Want alleen op die manier leert het wat het werkelijk wil, leuk vindt, kan, of juist niet. Het betekent ook, dat je als ouder op je handen moet zitten, op je tong moet bijten en jezelf moet inhouden in je impulsen om je kind te beschermen voor tegenslagen, mislukkingen of andere teleurstellingen.

6. Vooruit plannen

Ook eentje die je niet direct in de top 10 zou verwachten. Maar het werken naar je toekomstplaatje, je ideaal, je dromen en de lange termijn blijkt een belangrijke vaardigheid te zijn binnen de opvoeding. Als ouder draag je je steentje bij door in het onderhoud van je kind te voorzien, te sparen voor bijvoorbeeld studie, te zorgen voor stabiliteit in bijvoorbeeld huisvesting en een vast inkomen. En het samen met je kind nadenken over keuzes die je maakt. Dat begint al vroeg, met bijvoorbeeld zakgeld; iedere week opgeven aan snoepjes, of sparen voor een nieuwe radio? Een interessant thema waar soms te weinig bij wordt stil gestaan in onze snelle maatschappij, waarin iedereen gericht is op snel en direct geluk. Uitstel van behoeftebevrediging is voor veel kinderen daarom lastig.

7. Gedrag sturen

Nog een thema die bij mij een wat dubbel gevoel oproept. In de ‘standaard’ opvoedprogramma’s of cursussen staat gedragsverandering bij kinderen altijd op de onderwerpenlijst. Het is gebaseerd op de gedragstherapie, waarin wordt gewerkt met belonen van goed gedrag en negeren of bestraffen van slecht gedrag. Hiermee zou je gedrag kunnen sturen. Bij honden werkt dit inderdaad zo. Maar mensen zijn, sociaal en intelligent als ze zijn, véél complexer dan een simpel ABC schema, waarin er veel meer komt kijken dan alleen maar gedrag sturen. Steeds meer pedagogen komen dan ook terug van deze klassieke conditionering. Ook neuropsychologen, die zich verdiepen in de werking van de hersenen, zien dat er voor gedragsverandering veel meer nodig is. Wat er nodig is, gaat niet zozeer om het gedrag, maar speelt zich bijna altijd af in de relatie tussen ouder en kind, en gaat dus vooral om de communicatie. Ook een onderwerp die vraagt om een extra artikeltje.

8. Gezonde levensstijl

Een leuke, die past binnen de huidige maatschappij met veel aandacht voor gezondheid, voeding en beweging. Dat je zelf als ouder ook een voorbeeldfunctie hebt voor je kinderen, geldt bij dit punt ook weer extra. Als het voor je kind gewoon is dat er groente wordt gegeten, dat er samen aan tafel wordt gegeten, dat er op school aan gruiten wordt gedaan of dat ouders net als zij wekelijks sporten, is de kans dat je kind dit gedrag overneemt heel groot. De omgeving heeft een belangrijke invloed. Ouders die roken, hebben veel grotere kans dat hun kinderen ook gaan roken. Monkey see, monkey do. Tegenwoordig is het goed opletten op wat goed is voor de gezondheid van je kind een hele zoektocht geworden. Als je alleen al naar eten kijkt, zie je als consument soms door de bomen het bos niet meer. Het ‘ik kies bewust’ logo blijkt een wassen neus, rijstwafels blijken schadelijk te zijn voor kinderen en diksap heeft net zoveel suikers als gewone limonade. De vraag waar je goed aan doet, is niet zo eenvoudig te beantwoorden, zo blijkt. Een thema waar ik zeker nog op terug ga komen.

9. Religie

Ja, religie. Ik heb het wel vaker gezien in onderzoeken. Een religieuze of spirituele opvoeding kan zeker bijdragen aan het welzijn van je kind. Waar dat mee heeft te maken? Religie geeft vaak een stukje houvast, het biedt een terugkerende structuur en regelmaat in het leven, en kan zorgen voor zingeving en acceptatie van situaties waarover je bijvoorbeeld geen controle hebt. Ook als je niet religieus bent, kan spiritualiteit dezelfde effecten op het welzijn van je kind geven. Hoe je dat kunt toepassen in de opvoeding? Dat antwoord moet ik je schuldig blijven, maar misschien een leuk idee voor een gastblog van iemand die hier wél ervaring mee heeft?

10. Veiligheid

Safety first. Vooral in Amerika een (doorgeslagen) waarde, met een grote keerzijde. Teveel bezorgdheid kan benauwend en verstikkend werken. Het ontneemt je kind de kans fouten te maken en zelfstandigheid te ontwikkelen (zie punt 4). De overbezorgdheid zorgt doorgaans juist voor een slechtere relatie tussen ouder en kind, waarbij kinderen hun ouders zelfs als hypocriet ervaren en zich niet houden aan de aangeleerde veiligheidsmaatregelen. Maar niet voor niks staat veiligheid toch in de top 10 van opvoedingsvaardigheden. Want het nastreven van voldoende veiligheid voor je kind leidt namelijk tot goede gezondheid en het veilige gevoel bij je kind dat het de moeite waard is om naar om te kijken. Je kind merkt dat je als ouder een oogje in het zeil houdt, dat het je raakt als er iets aan de hand is met je kind. En door op te letten in de ontwikkeling van je kind, kun je (grote) problemen voorkomen, wanneer je kind bijvoorbeeld gevaren over het hoofd ziet of onvoldoende zelf in kan schatten.

Opvoeden kun je leren

Nu noemde ik al dat er wordt veronderstelt dat hoger opgeleide ouders zich meer verdiepen in opvoedingsvaardigheden. Het goede nieuws is echter dat eigenlijk elke ouder beter kan worden in verschillende opvoedingsvaardigheden. Sommige ouders zijn een natuurtalent, die hebben al zo’n goede basis van huis uit meegekregen, dat zij deze met gemak kunnen doorgeven aan hun eigen kinderen. En dan gaat het niet over opleidingsniveau, maar vooral over de emotionele ontwikkeling, over elementaire zaken als hechting en een goede ouder-kind relatie. Niet voor alle ouders is dat een gegeven. Dan is het fijn om te weten dat je wél kunt werken aan liefde, een goede communicatie of vergroten van zelfstandigheid. Want zo blijkt dat ouders die bijvoorbeeld een cursus hebben gevolgd of zich via therapie in de opvoeding hebben verdiept, betere resultaten hebben in de opvoeding van hun kleintjes.

 

9 redenen om te kiezen voor de speel-o-theek

9 redenen om te kiezen voor de speel-o-theek

Blij door de speel-o-theek

Hoewel de bibliotheek toch algemeen bekend is, blijft de speel-o-theek een beetje achter in populariteit. Onterecht! Oké, het klinkt een beetje duf… ‘speel-o-theek’, maar elke keer als ik er weer ben en ik de kasten snuffel, heb ik moeite mezelf te beperken tot drie stuks speelgoed. Want telkens als ik daar ben, word ik zelf weer een beetje kind.

Stempels

Struinend tussen de rekken verkleedkleren of de stapels gezelschapsspellen (van peuterleeftijd tot de volwassen leeftijd) baan ik me een weg naar een geschikte keuze voor onze dreumes. Ik heb net de glijbaan, boodschappen kar met mini-boodschappen en een V-tech trein met dieren ingeleverd. Dat kostte me 3 stempels voor 3 weken. Een stempel is ongeveer €0,25.

Speel-o-theken in de buurt

Wij zijn al sinds dat Meia klein was, lid van Speel-o-theek de Knuffelbeer in Sliedrecht. We kozen voor deze speel-o-theek vanwege het grote aanbod speelgoed en de openingstijden, die vooral ’s avonds zijn, wat ons goed uitkomt. Maar ook dichter bij Dordrecht heb je speel-o-theken. Zo is er sinds kort speel-o-theek Pip&Zo geopend, in Stadspolders. Ook in Krispijn zit er een speel-o-theek in het buurtcentrum Koloriet. Speel-o-theken zijn vaak begonnen vanuit een stichting en draaien volledig op vrijwilligers en subsidies. Zo heeft MEE ook een speel-o-theek in Zwijndrecht, die zowel geschikt is voor mensen met een verstandelijke beperking als mensen zonder beperking. Om speel-o-theken te laten blijven bestaan, is het daarom nodig dat er voldoende leden en vrijwilligers zijn: overweeg daarom vooral eens een lidmaatschap!

Duur speelgoed

Als vrienden en familie over de vloer komen, zijn ze vaak al snel in de ban van het speelgoed dat er staat: ‘wat gaaf die houten hijskraan!’, of: ‘dat V-tech speelgoed is toch hartstikke duur?’. Als we dan uitleggen dat het van de speel-o-theek komt, reageren ze verbaasd. Ik lees hun blikken: ‘daar hebben ze toch alleen maar ouwe suffe rommel?’. Niet dus.

Nieuwe materialen

De speel-o-theek is juist zo geweldig omdat ze stikken van het nieuwste en hipste speelgoed. Speelgoed dat je met sinterklaas en kerst hard voorbij loopt omdat het gewoonweg onbetaalbaar is. Of vaak niet eens te koop in de gewone speelgoedwinkels. Dát speelgoed hebben ze. Plus nog veel meer! Bovendien kun je je wensen voor nieuw speelgoed in de ideeënbus gooien en wordt er elke zoveel maanden weer nieuw materiaal gekocht.

Categorieën en leeftijden

De kasten in de speel-o-theek zijn gerangschikt op categorie of leeftijd. Zo is er constructiemateriaal (bouwmateriaal, lego, knex), fantasiespeelgoed (bijvoorbeeld poppen, verkleedkleren of playmobil), creatieve spullen (muziekinstrumenten, stempels, knutselsets), buitenspeelgoed (van skelters tot watertafels en glijbanen), educatief speelgoed (mozaïek, kralen, alles met letters en tellen), puzzels en spellen.

9 redenen om voor de speel-o-theek te kiezen

Het is ergens vreemd dat speel-o-theken niet zo populair zijn, want er zijn zoveel voordelen te noemen! We sommen er alvast 9 voor je op:

  1. Je mag elke 3 weken nieuw speelgoed uitzoeken, zo heb je altijd gevarieerd speelgoed thuis;
  2. Je hebt de mogelijkheid om duur speelgoed heel goedkoop uit te proberen voordat je het eventueel zelf koopt, zo heb je nooit meer een miskoop;
  3. Je hebt altijd wat nieuws voor je kind, passend bij de leeftijd en de interesses, zo blijft het speelgoed leuk;
  4. Er is speelgoed voor iedereen: van baby tot puber kun je er terecht. Er zijn activity centers maar ook technisch lego en spellen van het populaire smartgames. Bovendien zijn er heel veel gezelschapsspellen die je met het hele gezin kunt doen;
  5. Je bespaart een heleboel geld, een pluspunt in de huidige economische crisis. Lidmaatschap ligt rond de €20 per jaar, per stuk speelgoed betaal je ongeveer €0,25 voor minimaal 3 weken (soms langer als er vakanties in vallen);
  6. Je hebt de kans verschillende materialen uit te proberen, ook materialen die je niet zomaar kunt kopen zoals montessorimaterialen, veel houten speelgoed of educatieve materialen;
  7. Het scheelt een heleboel ruimte in je huis: een grote glijbaan, een keuken of winkeltje breng je na een paar weken gewoon weer terug. Doordat je het speelgoed na 3 weken weer inlevert voorkom je de eerder beschreven speelgoedtroep waardoor je omkomt in de hoeveelheid speelgoed.
  8. Je leert je kind verantwoordelijkheid dragen voor de spullen, want ze moeten in goede staat en compleet weer worden teruggebracht;
  9. Doordat je zorgt voor afwisseling in speelgoed geef je je kind nieuwe prikkels en uitdagingen wat goed is voor de ontwikkeling.

Geïnteresseerd geworden? Klik op de links in het artikel om meer te lezen over de genoemde speel-o-theken.