Archief van
Categorie: Ouders

Time-in is het nieuwe time-out

Time-in is het nieuwe time-out

De ongewenste effecten van time-out

Time-out is een veelgebruikt opvoedingsmiddel door veel ouders en andere opvoeders. Door nanny Jo Frost en andere ´opvoedgoeroes´ is dit middel wijd en zijd gepredikt en waren jarenlang de ´naughty chairs´ en strafmatjes niet aan te slepen. Als je het maar consequent genoeg toepaste, dan hield al dat ongewenste gedrag vanzelf wel op. Zo was het idee. En heel vaak werkte het ook zo: het kind gaf op en driftbuien bedaarden, waarna de draad weer kon worden opgepakt. Toch ben ik geen fan van dit middel, en leg ik hieronder uit waarom niet.

Stoppen van ongewenst gedrag

Het idee van een time-out is dat je kind leert het ongewenste gedrag te stoppen. Daar is niks mis mee, dat is natuurlijk wat elke ouder wil. Op het moment dat je een kind uit de situatie haalt, kan daarmee het gedrag al worden doorbroken. Het is dan ook een prima oplossing om toe te passen, bijvoorbeeld wanneer je kind ruzie maakt met zijn zusje en het niet lukt om hiermee te stoppen. Of blijft gillen omdat het iets wilt. Je neemt je kind dan op een rustige manier mee naar een andere, neutrale ruimte. De gang, de trap, of waar dan ook. Ook hier is niks mis mee, maar er zijn wel wat aandachtspunten.

Uit de situatie halen

Je haalt je je kind weg uit een situatie als het volle bak stress ervaart. Omdat het ruzie heeft, ontzettend boos is of zich gekwetst of afgewezen voelt, bijvoorbeeld. Vervolgens zet je je kind, met al zijn stress en onlustgevoelens, in een aparte ruimte, in zijn eentje. Op zulke momenten is het emotiesysteem van je kind ontregelt. Niet voor niets grijp je in: je kind doet raar, doet zichzelf of anderen pijn, scheldt of is brutaal. Dat is een uiting van de stress, je kind weet zich op dat moment geen raad met de heftigheid van de emoties die hij ervaart, en gaat daardoor ongewenst gedrag vertonen.

Wat het nodig heeft, is jou!

Eigenlijk is dat het moment dat je kind jou het hardste nodig heeft: je kind is nog volop in ontwikkeling om zichzelf en zijn emoties te leren reguleren. Om te leren hoe het zichzelf kan kalmeren en weer tot rust brengen in situaties die spanning geven. Om te weten wat het dan kan doen, zoals weglopen, er iets van zeggen, of hulp zoeken. Dat kan je kind nog niet, dat leert het van jou. In interactie met jou. Als een kind stress heeft en daardoor in de ´actiestand´ staat, is dat juist het moment om je kind te helpen weer tot rust te komen.

Reptielenbrein

Zoals ik al eerder schreef, kan je met stress niet meer helder nadenken en reageren we allemaal heel primair. Met vechten, vluchten of bevriezen. Kinderen hebben daar nog veel in te leren, en we kunnen er niet vanuit gaan dat ze dit uit zichzelf doen. Wat er gebeurt op het moment dat je je kind in een time-out plaatst, is dat je de boodschap afgeeft ´je moet het zelf doen´, ´als jij stress hebt, sta je er alleen voor´. Klinkt hard he? Is het ook. Het is dan ook zeer onwenselijk voor een kind als dit keer op keer zo wordt ervaren, want dan bestaat de kans dat het dit ook werkelijk zo gaat geloven.

Een negatieve boodschap

Gevolg? Je kind wordt uiterlijk rustig, want het leert: ´hoe boos ik ook word, er komt toch niemand om me te helpen weer te kalmeren, ik moet het alleen doen´. Van binnen blijft de stress echter, want het kán immers niet optimaal reguleren zonder hulp. De stress wordt daardoor intern opgeslagen in het lijf. Het zou zomaar kunnen dat het omslaat in lichamelijke klachten. Natuurlijk is het niet zo rechtlijnig, het gebruik van time-out leidt natuurlijk niet meteen naar problemen, maar het is wel iets om over na te denken.

Niet isoleren, maar dichtbij blijven

Beter is daarom niet je kind te isoleren, maar juist dichtbij te blijven. Geen time-out maar een time-in dus. Je geeft de boodschap dat je je kind niet alleen laat als hij het zo moeilijk heeft. Door je nabijheid en je empathie (´wat ben jij boos zeg!´) voelt het zich begrepen en lukt het sneller om te kalmeren. Hoe sneller het brein rustig is, hoe sneller je ook je grenzen kunt stellen en kunt bespreken wat je eigenlijk wilde doen: ´je was zo boos, dat je met spullen ging gooien. We gooien niet met spullen, want dat is gevaarlijk en het gaat kapot. Als je je zo boos bent, kun je zeggen waar je last van hebt tegen Madelief, of kom je naar mij toe als het niet lukt´.

Omdenken

Het is een omschakeling in het denken. We gaan er nu vanuit dat ons kind eerst moet kalmeren. Maar kalmeren lukt alleen met hulp van ons. Even omdenken dus. Het is geen kwestie van je kind ´z´n zin geven´, want het doet niets af aan de grenzen die jij stelt. Je wacht alleen tot de ergste stress voorbij is, zodat je kind weer helder kan denken, en jij alsnog je punt kunt maken. Dit is een hele effectieve strategie zelfs, want op ´t moment dat je kind in de stress blijft, komt je boodschap niet aan. De kans op herhaling van zelfde soort incidenten is daarmee heel groot.

Je punt maken

Beter is het dus om eieren voor je geld te kiezen en je kind te helpen met het reguleren van zijn emoties. Een kind in een time-out zetten die daar eerst heel de boel bij elkaar schreeuwt en uiteindelijk stil wordt, heeft niet geleerd om zelf rustig te worden. Het heeft geleerd dat het er in tijden van stress alleen voor staat, en dat hij niet op de steun kan rekenen wanneer hij die het hardst nodig heeft. Hij is niet rustig, maar heeft het opgegeven. Op het moment dat je dan je punt maakt als ouder, zal je boodschap niet landen: je kind is niet gekalmeerd, maar slechts verslagen en heeft nog geen kalm brein.

Wees nabij, zoek verbinding

Gelukkig is er een kentering in de wetenschap die dit fenomeen onderkent en terugkomt van het isoleren van je kind. Net zoals we terug zijn gekomen van het laten huilen van onze baby´s en het koste wat kost in eigen bed laten slapen van baby´s. Feit is nu eenmaal dat kinderen onze nabijheid door de jaren heen nodig blijven houden om te leren het uiteindelijk alleen te kunnen. Probeer daarom volgende keer eens om bij je kind te blijven, en je zal zien dat het sneller kalmeert en escalaties waarschijnlijk voorkomen kunnen worden.

Kinderen halen het beste naar boven…

Kinderen halen het beste naar boven…

…En het slechtste

Kinderen halen het beste in je naar boven. En het slechtste. Je kan het ontkennen, maar elke ouder weet dat het waar is. Als je zwanger bent, of misschien al eerder, heb je de beste voornemens: ´ik zal nóóit tegen mijn kind schreeuwen´, ´dat sommige ouders zo boos worden, dat gaat mij dus niet gebeuren´, ´het is gewoon een kwestie van goed opvoeden, dan heb je ook geen conflicten´. Tot zover de voornemens. Want toen werd je een ouder.

´Heb je zelf kinderen?´

Toen ik nog geen kinderen had, maar wel werkte als behandelaar, kreeg ik wel eens de vraag: ´ben je zelf moeder?´. Ik voelde dan altijd een mengeling van gevoelens. Ik vond het irrelevant: waarom zou je een betere behandelaar zijn als je een moeder bent (dat is trouwens ook niet zo hoor)? Ik voelde ergens belediging: bedoelt ze nou dat ik het niet zou weten omdat ik geen moeder ben? En ergens ook een ontzag en respect: als moeder voel je tenslotte het beste wat je als ouder voelt, als buitenstaander kun je alleen een poging doen je daarin te verplaatsen.

Wat er veranderd als ouder

Uiteindelijk wérd ik moeder. En zat ik sindsdien ook regelmatig aan de andere kant van de tafel. Mijn onzekerheid uitend bij de huisarts, enigszins met schroom mijn vragen stellend bij een consultatiebureau of met hoop en vrees bezoekjes brengend aan een osteopaat in de hoop op een betere nachtrust. Ik snapte direct wat ze bedoelde. Sommige sensaties of gevoelens komen pas als je zelf moeder (of vader) bent.

Nieuwe kanten van jezelf

Het lijkt alsof er een heel nieuw arsenaal aan gewaarwordingen wordt toegevoegd aan je leven. Het geeft diepte en verrijking, maar tegelijkertijd wordt er soms een beerput aan rottigheid opengetrokken waarvan je het bestaan niet afwist. Je leert hele nieuwe kanten van jezelf kennen. Het is een cliché, maar echt: als je ouder bent geworden en een kindje hebt gekregen begrijp je het. Je kunt het proberen uit te leggen, maar voelen en ervaren is iets totaal anders.

Compensatie

Soms voelt het of mijn hart overstroomt van trots en liefde. Als ik mijn kinderen dan zo lief samen zie, dan knal ik soms bijna letterlijk uit elkaar en kan ik tranen in mijn ogen krijgen omdat ik zo ontzettend veel van ze hou. Dat gevoel is zoiets ´oers´, dat het ook de boel staande houdt, heb ik het idee. Die ontzettend sterke, fijne gevoelens zijn een bron van bescherming en compensatie voor de dagelijkse strijden die gestreden worden. Want dat het lang niet altijd rozengeur en maneschijn is met kinderen, dat mag inmiddels wel duidelijk zijn.

Schrikken van jezelf

Het kan als een schok komen, dat eerste moment dat je merkt dat je kind gevoelens in je los maakt, die zó intens negatief zijn, dat je er erg van schrikt. Als je baby maar aan één stuk door blijft huilen en je niet meer weet hoe je aan dat gekrijs moet ontkomen. Getergd door gebroken nachten en opgestapeld slaaptekort, aangevuld met de sociale isolatie die de eerste maanden soms met zich meebrengt. Je zal niet de eerste zijn die naar zijn baby schreeuwt, zelf keihard meebrult in misère of de baby in de handen van de partner achterlaat en de situatie even ontvlucht.

Uitgelachen worden

Of wanneer je peuter streken uithaalt en je uit je slof schiet, omdat je het nu eens zat bent dat je wéér alles moet opruimen. Waarna je peuter begint te lachen, wat jou het gevoel geeft uitgelachen te worden en werkelijk het bloed onder je nagels vandaan haalt. Of je kleuter, die expres zijn voet uitsteekt en zijn kleine zusje laat vallen, waardoor zij een tand door de lip heeft. Of je tiener die ongeïnteresseerd en onbewogen reageert op jouw argumenten met opmerkingen als: ´dan denk je dat toch lekker. Ik luister toch niet naar je´. Je zal niet de eerste zijn die aangeeft dat zulke momenten je bloed laat koken en een rode waas voor je ogen brengt.

´Wat zullen anderen denken´

Je zal ook zeker niet de eerste zijn die daardoor, ondanks alle voornemens en goede bedoelingen, de grenzen van zijn kind en die van zichzelf is overgegaan en zijn kind hardhandig heeft vastgepakt, op bed gesmeten of heeft geschreeuwd en gevloekt in wanhoop naar zijn kind. En weet je, je zal ook zeker niet de laatste zijn. Je kind brengt het beste in je naar boven, maar ook het slechtste. We weten allemaal dat het niet mag, dat het anders kan, dat we rustig hadden moeten blijven. We vrezen allemaal ´de Ander´, die ons met opgetrokken wenkbrauwen aanhoort, die veroordelende blikken werpt en vol ongeloof en afschuw de situatie beoordeelt. Maar ´de Ander´, dat zijn wij net zo goed.

Wat raakt ons zo?

Het is interessant om te bedenken wat die situaties met ons doen. Het heeft natuurlijk vooral met onszelf te maken. Kinderen zijn nu eenmaal gewoon zichzelf, en volgen hun ontwikkeling volgens de regels van de biologie, in de door ons geschepte voorwaarden en mogelijkheden. Dat wij zo geraakt worden, is dus iets van onszelf. Vaak iets dat we allang weer vergeten waren, iets van vroeger, waar we niet bij stilstaan of wat we liever willen verdringen. Je kind is een stuk van jezelf. Het is je vlees en bloed, het zijn jouw genen, het is het stukje voortbestaan van jou in de volgende generatie.

´Dit ga ik later anders doen´

Je wilt voor je kind het allerbeste. Je wilt meegeven wat je zelf als fijn en waardevol hebt ervaren, en je wilt vooral anders doen wat je zelf als onprettig hebt ervaren. Dat hoeven geen grote dingen te zijn. Misschien at je vroeger wel elke vrijdag bloemkool, en wil je dat veranderen: geen vaste maaltijden, maar gewoon eten waar je zin in hebt. Het gaat daarnaast echter wel om veel essentiële zaken. Misschien was je vader vroeger nooit thuis, en altijd maar aan het werk. Misschien neem je jezelf nu voor het als vader anders te doen. Er te zijn, meer betrokken te zijn. Maar dan komt de lastigheid in de uitvoering.

Wat je niet kent, kun je niet geven

Want wat je zelf niet hebt gekregen, kun je ook niet geven. Hoe kun je lesgeven in Portugees, als je zelf de taal niet beheerst? Hoe kun je een betrokken vader zijn, als je zelf nooit hebt ervaren wat een betrokken vader is? Je hebt immers hele andere waardes meegekregen. Die van hard werken, het belang van meedraaien in de maatschappij, iets bijdragen, niet lanterfanten. Geld in het laatje brengen en zorgen voor financiële zekerheid. Waarschijnlijk gaat dat je goed af. En merk je in de praktijk dat het toch veel lastiger is dan je dacht, die betrokken vader zijn. Je merkt dat je meer werkt dan je zou willen en dat oude patronen zich opnieuw herhalen. Je vóelt het en het doet pijn, want je wilde het zo graag anders. Je schrikt, want je herkent je vader in jezelf, precies het stuk dat je anders wilde, en nu lukt het je toch niet.

Wat je kind bij je oproept

Hetzelfde geldt voor alle andere elementen in de opvoeding en ouderschap. Je kind roept bepaalde herinneringen bij je op, van toen je zelf kind was, die heel confronterend en pijnlijk kunnen zijn. Bijvoorbeeld uitgelachen worden. Wat roept dat bij je op? Het kunnen gedachtes zijn als ´ik word niet serieus genomen, ik heb geen grip op de situatie, mijn kind neemt een loopje met me, ik voel me machteloos en niks waard´. Dit raakt vaak aan oude gevoelens en ervaringen, van toen jij je zo voelde. Dat is zo naar geweest, dat je dit waarschijnlijk ergens ver weg hebt opgeruimd in je brein. Maar nu je zelf ouder bent, worden deze kastjes ongevraagd en in rap tempo opengetrokken, en worden alle oude gevoelens ineens weer actueel.

Begrijpen van de oorsprong

Dat je zó intens boos, gefrustreerd, radeloos en wanhopig wordt, is daarmee dus heel goed te begrijpen, als je er even de tijd voor neemt. Het heeft altijd een oorzaak, en het gevoel waarop jij handelt, moet ook serieus genomen worden. Wanneer je deze beter begrijpt en kan accepteren als iets van jezelf, in plaats van van je kind, krijg je meer grip op de situatie. Dat is niet zo simpel als het klinkt. Er wordt immers maar verwacht dat elke ouder alles even goed kan in de opvoeding, terwijl elke ouder een andere ´opleiding´ heeft meegekregen. Het ´rustig blijven en weglopen´ is dan ook simpelweg niet direct haalbaar voor elke ouder. Gelukkig is het wél haalbaar met hulp. Net zo goed als je bijles zou volgen voor wiskunde op de middelbare school als je daar een voldoende in wil halen op je examen. Maak er dan ook gebruik van.

Schaamte en schuld

Voorkomen van escalaties in de opvoeding kun je niet. Dat is een utopie. Laat je niet misleiden door de zoete Amerikaanse Hollywood settings, waarin er geen vuiltje aan de lucht lijkt en alles op rolletjes lijkt te lopen. In elk gezin zijn wel eens botsingen. Dat brengt schaamte en schuldgevoelens mee, gevoelens waar moeilijk mee om is te gaan. Het knaagt en schaadt de relatie. De reden waarom we ons zo voelen, heeft natuurlijk wel een functie: het maakt ons bewust van het feit dat deze manier van omgaan met elkaar niet wenselijk is, en dat verandering noodzakelijk is.

Herstel van de relatie

Een goede relatie is niet een relatie zonder conflicten. Het is een relatie waarin er sprake is van een aaneenschakeling van match en mismatch. Wanneer het misloopt met je kind, is er een mismatch. Blijkbaar sluiten jij en je kind op dat moment niet goed aan. Kan gebeuren. Je koelt af, loopt weg, probeert op je tong te bijten en geeft het stokje tijdelijk door aan een ander. Als de rust voldoende terug is, is het tijd voor herstel. En dit is het sleutelwoord: herstel. Je komt terug bij je kind, en als je een beetje ballen hebt als ouder, maak je je excuses. Je benoemt jouw gedrag, wat jou zo boos maakte en dat het onnodig was. Dat het niet aan je kind als persoon lag. Maar dat het gedrag van je kind een bepaalde reactie bij je opriep. Dit is een essentieel verschil.

Op zoek naar verbinding

Vervolgens geef je aan: laten we opnieuw beginnen. Kunnen we samen een oplossing bedenken, wil je er nog iets over kwijt, of zullen we kijken hoe we het anders kunnen doen volgende keer? Afhankelijk van de leeftijd van je kind maak je het langer of korter. De essentie zit hem in het duidelijk afsluiten van een voorval en het opnieuw beginnen. Dat is de match. Het punt waarop het weer klikt met je kind en elkaar een knuffel kan geven en de positieve gevoelens langzaam beginnen terug te stromen. Natuurlijk is het fijn als dit zo snel mogelijk na het voorval kan, maar het is nog veel belangrijker dát het gebeurt. Nogmaals: herstel is het sleutelwoord. Daarmee leg je verbinding en kun je verder bouwen op de relatie.

Hand in eigen boezem

Natuurlijk is voorkomen beter dan genezen. Het is altijd fijn als je strategieën kent waarmee je zoveel mogelijk mijnen uit de weg ruimt. Maar het is ook wel eens fijn om te horen dat het niet altijd een ramp of een falen is, als het tóch misloopt. We zijn tegenwoordig zo streng voor elkaar. Er ligt zo´n hoge verwachting en anderen bekritiseren is zo makkelijk. Maar laten we ook eens eerlijk zijn, hand in eigen boezem steken, en toegeven dat het niet altijd goed loopt, dat je fout zat, en dat je ook maar mens bent. Dat je durft toe te geven, en toont dat je het belangrijk vindt om te werken aan verandering, dat is voor een kind 1000x waardevoller dan de schijn ophouden voor de buitenwereld. Daar leert het niks van.

 

 

Over taboes doorbreken en openheid

Over taboes doorbreken en openheid

Taboe: een miskraam

Sinds ik blog gebeurt er iets wonderlijks. Zaken waar ik over schrijf, worden ineens onderwerp van gesprek. Onderwerpen die soms in de schaduw staan of waar men liever niet over spreekt. Of misschien is het wel omdat mensen niet weten hoe ze erover moeten praten. We leven in een vrij land, met vrijheid van meningsuiting, en mensen maken daar soms zo gretig gebruik van, dat het wankelt op de grenzen van sociale omgangsvormen. Of de democratie zelfs.

Bespreekbaar maken

Maar ik heb het nu niet over grootse onderwerpen, maar juist over de kleine en persoonlijke ervaringen.  Het stille verdriet, wat er altijd wel is en zal blijven. Blijkbaar heb ik, onbedoeld maar zeker niet ongewenst, soms de mogelijkheid om deze zaken wél bespreekbaar te maken. En daar maak ik dan maar wat graag gebruik van.

Schone schijn?

Want zoals keer op keer blijkt: ik ben niet de enige die met wat dan ook te maken heeft. Of het nou het huishouden is of een operatie omdat ineens blijkt dat ik een cyste heb. Zodra ik erover schrijf, en het daarmee bespreekbaar maak, schieten mensen mij aan dat zij zich herkennen, of dat zij óók in een soortgelijke situatie hebben gezeten. Het is hartverwarmend en tegelijkertijd verbazingwekkend: waarom spreken we er niet wat meer over? Over deze menselijke zaken? Waarom verbloemen we, en maken we onbedoeld de zaken mooier dan ze zijn? Ze horen bij het leven, en door ze samen te delen maken we het draaglijker en aangenamer. Zo is het bijvoorbeeld ook met een miskraam.

Het verhaal van een miskraam

Ik was 24 en Meia was een halfjaar oud. We wilden dolgraag nog een kindje en het liefst met een klein leeftijdsverschil. Ik was de eerste van mijn vriendengroep die überhaupt zwanger raakte en daar hebben we ook bijna een jaar over gedaan. We wilden daarom niet te lang wachten tot een tweede, omdat het misschien weer wat langer kon duren. Gelukkig lukte het deze keer vrij snel. Toen Meia 9 maanden oud was, was ik weer zwanger. Ik was in de wolken!

Vlekjesziekte

Net als bij de zwangerschap van Meia merkte ik direct de bekende symptomen die mij toen ook duidelijk maakte dat ik zwanger was. Ik was, in tegenstelling tot de eerste zwangerschap, bovendien een hormonaal wrak en vaak niet te pruimen voor mijn omgeving. Vrijwel direct nadat we ontdekten dat de tweede op komst was, stond onze zomervakantie voor de deur. Dat was op de dag van vertrek nog even spannend, want Meia werd die ochtend ineens wakker onder de uitslag. Waarschijnlijk de vijfde of zesde ziekte, beaamde de huisarts. Eén van die twee was echter gevaarlijk voor zwangere vrouwen in hun eerste trimester, maar zoals meestal bij die vlekjesziektes kon de huisarts niet met zekerheid zeggen welke van de twee kinderziektes het was.

Zwangerschapskwaaltjes

Ik maakte me er verder niet al te veel zorgen om, want de zwangerschapskwaaltjes waren nog volop aanwezig. Ik had net als bij de eerste zwangerschap weer een dagboek gekocht om alles in bij te houden, en die ging ook mee op zomervakantie. In de vakantie moest ik helaas al die lekkere wijntjes, kazen en andere onduidelijke gerechten afslaan, waar ik wel een beetje van baalde. Maarja, alles voor het goede doel natuurlijk. In die 3 weken vakantie voelde ik me goed, maar heel anders zwanger dan de eerste keer, hoewel ik ook nu weer erg moe was.

Eerste echo

Het was een bijzondere vakantie, in de wetenschap dat we hem het jaar daarop met z´n vieren zouden vieren. Zoals in elke vakantie, mijmerden en fantaseerden we over de toekomst en in dit geval ook over de groeiende baby in mijn buik. Eenmaal weer terug in Nederland, duurde het niet lang meer voor we onze eerste echo kregen, met 9 weken. Het was een spannend moment, het moment waarop je dan eindelijk een beeld krijgt bij het abstracte idee van een zwangerschap.

De harde werkelijkheid

Helaas kwam er aan al die verwachtingen en fantasieën een abrupt einde, toen het echo apparaat heel duidelijk en resoluut een vruchtzakje liet zien zonder kloppend hart. Het was heel onwerkelijk. Nog geen 10 seconden hiervoor zag mijn wereld er compleet anders uit. Maar het beeld was glashelder en onverbiddelijk: mijn baby leefde niet meer. Ik zag een compleet kindje in wording. Een lijfje en de beginnende armen en benen, een hoofdje. Verstild, zonder de kenmerkende knipper van het hartje en de fladderende bewegingen. Het was een gruwelijke gewaarwording. Ik was toch zwanger?

Verborgen verdriet

De echoscopist leefde mee en gaf aan dat het heel vaak voorkwam, bij 1 op de 5 vrouwen! Ik had het wel eens gelezen geloof ik, maar nooit echt bij stil gestaan. Maar 1 op de 5! En ik had het nog nooit gehoord van iemand uit mijn omgeving? Was ik dan de enige bij wie dit was? Ik kon het me niet voorstellen. Blijkbaar is er dus veel leed en verdriet dat mensen niet delen, en waar wij van elkaar niet van op de hoogte zijn. En onze maatschappij is daar ook op ingericht.

Niemandsland

Terug naar de werkelijkheid: de tranen kwamen op en ik voelde me verloren in deze toestand. We werden door een achterdeur de kamer uitgelaten, zodat we niet door de wachtenden zwangere vrouwen heen hoefden. Hiermee wordt het beeld natuurlijk ook in stand gehouden: verdriet bestaat niet, er zijn geen miskramen, want deze vrouwen krijgen we simpelweg niet te zien. We houden de situatie zelf in stand. Maar op dat moment kon het me niet schelen. Het voelde alsof ik droomde. Ik was zwanger de kamer in gegaan en kwam er… ja, hoe… weer uit. Hoe noemde je iemand die een dood kindje in zich droeg? Niet zwanger maar ook niet vruchtbaar. Ik verkeerde in een soort niemandsland.

Miskraam afwachten

Ik werd naar huis gestuurd met de mededeling dat ik mijn miskraam moest afwachten. Waarschijnlijk zou het één dezer dagen op gang komen. Zo niet, dan moest er een curettage worden ingepland. Van dat woord alleen al gingen mijn haren overeind staan. Ik hoopte maar dat het vanzelf kwam. Om de natuur een handje te helpen werd ik doorgestuurd naar de gynaecoloog. Van dit hele traject had ik geen idee gehad. Een afdeling en artsen erop gericht leven af te breken en onvolledig leven weg te halen uit het lijf. Het had iets barbaars en onpersoonlijks.

Ontnuchterend

Los van het feit dat er toendertijd een zeer onsympathieke gynaecoloog werkzaam was, is de hele ervaring ontnuchterend. Ik kreeg één of ander paardenmiddel om alle hormonen die in de war waren geschopt weer tot bedaren te brengen en De Pil om de zwangerschap af te breken. Ik moest ze direct ter plekke innemen. Vervolgens werd ik naar huis gestuurd en werd er een echo gepland voor over een paar dagen, om te checken of dan alles weg was. Ik ging naar huis in een roes. Ik voelde me lichamelijk nog precies hetzelfde, nog net zo zwanger als daarvoor. Ik zag aan alles aan mijn lijf dat ik zwanger was, maar ik kreeg te horen dat ik het niet meer was.

Het einde van een zwangerschap

Het was afwachten tot de bloeding begon. Die kwam vrij snel en ik heb zelfs het vruchtzakje, het beginnende leven dat al veel te vroeg weer was gestopt, opgevangen. Call me crazy, maar ik kon het toch niet over mijn hart verkrijgen om het gewoon maar door de wc te spoelen. Het was niet ongewenst tenslotte, integendeel. Ik wilde het in ieder geval een respectvol plekje geven, een plekje met een fijne associatie.

Mens erger je niet

Het hebben van een miskraam voelt als een oneerlijke straf. Ik voelde me ontzettend verdrietig, het overviel me, omdat ik het nooit zo had in kunnen schatten. Ik had niet gedacht dat zo´n ervaring je zo van je stuk kon brengen. Het voelde voor mij in die periode als een spelletje mens erger je niet. Je bent, na een tijd lang 6 proberen te gooien, eindelijk goed op dreef met je pion, net als je medespelers. Tot één van je medespelers je er ineens keihard vanaf kegelt en je weer terug bij af bent. Terwijl alle andere pionnetjes vrolijk verder gaan, sta jij af te wachten wanneer je weer mee mag doen, wanneer je dan eindelijk weer 6 hebt gegooid…

Confronterend

Niet dat zwanger worden een wedstrijd is, maar het is heel confronterend om alle buiken om je heen groter te zien groeien, terwijl de jouwe nog herstelt van een miskraam. Het maakt verdrietig en gefrustreerd. Ik had nog wekenlang last van alle hormonen die van slag waren, met zweetaanvallen, puistjes en noem maar op. Ook zoiets waar je totaal niet bij stilstaat als je er zelf nooit mee te maken hebt gehad.

Gedeelde smart…

Pas toen ik het deelde met mijn naasten, bleek ik verre van de enige te zijn. Van verschillende familieleden hoorde ik dat zij ook deze rot ervaring hadden meegemaakt. Sommigen zelfs wel tot 4 keer toe. Ik schrok ervan en het maakte me verdrietig. We wisten niet van elkaars verdriet en hebben er niet in gedeeld, waarom niet? Gedeelde smart is tenslotte halve smart. En zo heb ik het echt ervaren: het begrip en de herkenning van anderen maakte het draaglijker.

Neem die drempel

Natuurlijk hoef je niet al je sores aan Jan en Alleman te verkondigen. Het schrijven van dit soort blogs voelt voor mij dan ook als een drempel. Toch hoop ik dat hiermee wel de boodschap wordt duidelijk gemaakt dat het delen aan de juiste personen vaak veel verdriet voorkomt, en kan helpen door moeilijke momenten heen te komen. Want er is veel dat we niet weten van elkaar, en er is veel dat elkaar kan helpen. Als we maar durven spreken.

 

Regels en grenzen onder de loep

Regels en grenzen onder de loep

Opvoeden met een korreltje zout

Met de paplepel wordt ons aangeleerd dat we regels en grenzen moeten stellen aan onze kinderen. Een opvoeding zonder regels, is een mislukte opvoeding. Je moet vooral consequent zijn, want anders nemen ze een loopje met je en is het eind zoek. Als ouders moet je bovendien ook vooral één lijn trekken, anders raakt je kind in verwarring of erger nog, speelt het jullie tegen elkaar uit.

“Kinderen hebben regels nodig”

Ja, dat zijn zomaar wat kreten die ik tijdens mijn opleidingsjaren ook te horen kreeg. Ik ben ook opgeleid met de wetenschap en visie dat regels en grenzen een onmisbaar ingrediënt zijn van een succesvolle opvoeding. Nu heb ik, door schade en schande, in de praktijk ervaren dat hier nogal wat nuances in mogen worden aangebracht. Zowel in de ‘opvoeding’ van mijn cliënten (en diens ouders), als met mijn eigen kinderen.

Op zoek naar genoeg

Nee, ik ben geen vrijgevochten alternatieve ouder. Waar trouwens niks mis mee is, want menig persoon kan nog wat leren van de bewuste opvoeders met antroposofische of vrije-school inslag. Maar ik bedoel maar te zeggen dat ik ook een doodgewone huis-tuin-en-keuken ouder ben. Nouja, dat denk ik dan maar. En vanwege het feit dat ik zoveel herken van alle ouders die bij mij komen (die het heus niet allemaal verknallen hoor, integendeel), ga ik daar voor het gemak maar even van uit.

Meestal doe je het gewoon goed

Regels zijn belangrijk, net als grenzen aangeven en vasthouden en zorgen voor structuur in de opvoeding. Maar de wijze waarop dat wordt doorgevoerd is nogal op wat verschillende manieren mogelijk. Gelukkig maar, want dat maakt het ook zo mooi: elk gezin doet het op zijn manier, en 9 van de 10 keer is dat ook prima. We moeten tenslotte niet vergeten dat het in de meeste gevallen gewoon goed gaat, en dat daar geen hulp voor nodig is. Er is dus geen Gulden Route. Nee, je bent als ouder gelukkig vrij in hoe je je kinderen grootbrengt en om te kijken hoe je het beste bij de behoeften van jouw kroost kan aansluiten.

Rekening houden met elkaar

Waarom dan het gehamer op die regels? Dat zal ik uitleggen. Eigenlijk is een opvoeding een mix van verschillende ingrediënten. De belangrijkste, en dat zal niemand mogen verbazen, is die van liefde, warmte, acceptatie. Van begrip, erkenning en er mogen zijn. Maar we leven in een maatschappij die ook wat van ons verwacht: op tijd komen, je aan de afspraken houden, de deur voor elkaar open houden, opstaan voor oudere mensen in de bus of belasting betalen. Er zijn dus regels. En om te snappen en te beseffen dat je daar aan moet voldoen, en jezelf dus ondergeschikt maken aan een algemeen belang, vergt van ons dat onze kinderen worden opgevoed met regels en grenzen.

Zonder grenzen: grenzenloos

Wanneer kinderen volledig vrij worden gelaten, kunnen ze wellicht hun volledige creatieve talenten ontdekken en inzetten, maar zit de kans erin dat je lippenstift op de muren aantreft, of graffiti op het huis van je buren. Want zonder begrenzing, kun je niet van je kind verwachten dat het rekening houdt met andermans belangen. Grenzen zijn dus nodig. Om het leefbaar en acceptabel te houden. Maar hoe voer je dat uit in de opvoeding, zonder politie-agent te hoeven spelen? Want niet zelden krijg ik verhalen van ouders te horen waarvan ik spontaan de hoofdpijn voel opkomen.

Grenzen zijn persoonlijk

Laat ik voorop stellen: ik kan heel streng zijn, en dan vinden mijn kinderen mij echt geen leuke moeder. Ik word waarschijnlijk eerder gezien als een hysterische Cruella De Vill als ik weer eens gefrustreerd Ach en Wee roep bij het aantreffen van de kinderkamer. Ik bescherm op dat moment ook mijn grenzen en herhaal de regels: spullen opruimen en direct op de goede plek leggen. ‘Raap die pen eens op, die hier in de hal ligt’, en na 5 minuten: ‘Jongens, die pen ligt nu op de bank, ik heb gezegd dat dingen op de juiste plek moeten worden opgeruimd’. Ik ben vervolgens een hele ochtend kwijt met ze, 10.000 stappen rijker en een half pak hagelslag verder (die Signe in een onbewaakt ogenblik op de grond had uitgestrooid), maar de doppen zitten weer op de stiften, het oud papier is aangevuld en de boeken zitten weer op hun plek in de kist.

Laat het van de situatie afhangen

Maar regels hanteren en grenzen stellen betekent niet dat dit boven alles gaat. Als wij om half 9 terugkomen van iets, en de kinderen staan te zwalken op hun benen van vermoeidheid, negeer ik de rommel op de grond en help ik ze met hun pyjama’s aantrekken, al kunnen ze dat zelf. Als je een leuk uitje hebt gepland en er moet eigenlijk nog iets worden opgeruimd waardoor je in tijdnood komt, doe dan alsof je het niet hebt gezien. Of licht toe waarom het nu niet hoeft. In andere woorden: wees flexibel en empathisch. Wees menselijk, stem het af op de situatie.

Choose your battles

Maak gebruik van de mogelijkheid wanneer je die hebt, en probeer tolerant te zijn op momenten dat je minder in de gelegenheid bent om de regels na te komen. Zo heb ik op vrije dagen, vanzelfsprekend, veel meer tijd om op de regels te letten en kan ik ze daarin veel meer begeleiden. Dat doe ik dan ook. Mijn kinderen kunnen als ze willen ook vrijwillig klusjes doen voor ‘punten’, waarmee ze bijvoorbeeld sparen voor een keertje uit eten gaan. Tegelijkertijd haal ik heel regelmatig mijn schouders op of kijk ik een andere kant op. Het heeft geen meerwaarde om op alle slakken zout te leggen of om overal een ‘les’van te maken.

Er moet geleefd worden

Er moet ook gewoon geleefd kunnen worden. Kinderen moeten spontaan kunnen zijn, kunnen spelen, plannen maken, uitstapjes maken, kunnen afspreken, sporten, what ever. Ik heb simpelweg gewoon niet altijd tijd en zin om te zeggen ‘hé, gooi dat eens in de was’, ‘draai de dop eens op de tandpasta’ of ‘je moet dit nog opruimen’. Soms geniet ik er ook even van dat ze zo heerlijk spelen, ook al is de hele kamer een zooi, want dan kan ik gewoon even in mijn boek kijken of genieten van hun spel.

Consequent zijn…?

Het idee dat je als ouders altijd maar consequent moet zijn en één lijn moet trekken binnen de opvoeding, trek ik dan ook zeer in twijfel. Niet dat mijn kinderen nou het schoolvoorbeeld zouden zijn van een fantastische opvoeding, toch hoor ik tot mijn genoegen uit mijn omgeving vaak positieve geluiden terug, wat mij het vertrouwen geeft dat we wat flexibeler mogen omgaan met de opvoeding. Het consequent zijn betekent naar mijn idee veel meer dat je kinderen kunnen verwachten van je hoe je reageert. Dat betekent dus ook dat je je kinderen kunt leren dat er uitzonderingen op de regel zijn, en dat je in die gevallen anders reageert dan gebruikelijk. Je bent dan voor mijn gevoel nog steeds consequent, met empathie voor de situatie, en niet iemand die star vasthoudt aan de letterlijke zin van het woord.

Voor welke waardes sta je?

Dat je je speelgoed moet opruimen kan een regel zijn, maar niet vlak voor vertrek om op tijd te komen op de korfbal: in dat geval weegt de waarde ‘op tijd komen’ zwaarder dan de waarde ‘opruimen’, wat je je kind kunt uitleggen. Dit kan natuurlijk bij een ander gezin precies omgekeerd zijn, wat niks uitmaakt: zolang je kind maar snapt wat er verlangt wordt, en waarom het eventueel nu anders is dan normaal gesproken.

Eén lijn trekken als ouders…?

Idem dito voor het idee dat ouders altijd dezelfde regels zouden moeten hanteren en ‘een lijn moeten trekken’. Natuurlijk is het heel fijn en handig als je het samen eens bent over een bepaalde aanpak, of dat je min of meer op dezelfde wijze reageert. Maar dit is eerder een uitzondering dan dat we dat moeten verwachten van elkaar. Man en vrouw verschillen tenslotte, op zoveel verschillende manieren. Je bent allebei een verschillend persoon, je hebt een andere relatie met je kind, je hebt een andere opvoeding gehad dan je partner. Het is daarom niet meer dan logisch om ervan uit te gaan dat je allebei anders reageert binnen de opvoeding.

Wees jezelf

Het zou heel bijzonder, of misschien zelfs vreemd zijn, wanneer je als ouders exact hetzelfde omgaat met je kinderen en exact gelijk reageert in bijvoorbeeld het oplossen van conflicten. Dat is daarom dan ook niet iets om direct na te streven, als je het mij vraagt. Als ouders, en dus twee unieke individuen, heb je allebei je eigen manier van omgaan met je kinderen. Die, zoals eerder gezegd, 9 van de 10 keer prima is. Wanneer je kind weet wat het van je kan verwachten, is het dus goed. Ook al is dat anders dan wat het van je partner kan verwachten. Je kind wéét tenslotte niet beter dan dat jij jij bent, met al jouw unieke eigenschappen en eigenaardigheden.

Verschillende verwachtingen

Het zal dan ook verschillende verwachtingen hebben van jou, in vergelijking met je partner. En daar is niks mis mee. Sterker nog, dit staat dichter bij ons, dan wanneer wij ons in bochten zouden wringen omdat wij ons gedragen ‘zoals het hoort’, of zoals het ‘wordt verwacht’. Je kind is niet gek. Het kent jou als geen ander, en wéét wat het van jou kan verwachten. Wees daarom maar liever jezelf en authentiek. Dat je kind dan vaker naar papa stapt om te vragen of ze tv mogen kijken, omdat hij sneller zal toegeven, is dan iets dat we voor lief moeten nemen.

Opvoeding is niet zwart-wit

Structuur, regels, grenzen… ik hanteer ze, en ik kan niet zonder ze, maar wel binnen de mogelijkheden van de situatie. Voor alle lieve, hardwerkende ouders wil ik daarom het advies geven: ga eens bij jezelf na wat het belangrijkste is: het geluk van dat moment, het in stand houden van een waarde, het leren van een les, of het op één lijn komen met elkaar? Of mogelijk nog iets heel anders? Wees niet bang om de regels af en toe te laten vieren. Zolang jij dicht bij jezelf blijft en kunt uitleggen waaróm je daar nu voor kiest, is het voor een kind veel makkelijker te accepteren en te begrijpen. Het leven is nu eenmaal niet zwart-wit. Zoek de kleuren op.

Ga naar buiten!!

Ga naar buiten!!

Want daar ben je gelukkig

Het licht stroomt door onze glas in lood ramen naar binnen en maakt veelkleurige vormpjes op de vloer. De zon lonkt, en ik kan niet wachten tot we naar buiten gaan. Ik geef mijn kinderen een kwartier om de kilometers kapla en tonnen playmobil weer in de dozen te scheppen, zodat we naar buiten kunnen gaan. Het komt helaas vaak voor dat ik een kans mis, omdat ik gefrustreerd op en neer sta te springen om dingen gedaan te krijgen door de kinderen (lees: hun vuile onderbroeken in de was, dekbed óp het bed, of mandarijnenschillen van de vloer halen), terwijl zij stoïcijns doorgaan met… nouja, ondefinieerbare activiteiten die voor hen blijkbaar veel hogere prioriteit hebben op dat moment.

Speelgoed opruimen

Vandaag liet ik dat niet meer gebeuren. Het was de afgelopen tijd somber weer en als je zelf 6 weken verplicht weinig tot niets hebt mogen doen, kriebelt het aan alle kanten om weer aan de gang te gaan. Ik riep naar ze dat ze 15 minuten hadden, de timer werd gezet en ik wachtte af. Gelukkig beschik ik over een escape in de weekenden, want Steef is toch gewoon thuis aan het klussen. Na 15 minuten trok ik m’n schoenen aan, en werd er nog een laatste sprintje getrokken door de kinderen om toch maar de spullen opgeruimd te krijgen. Blijkbaar viel toen pas het kwartje dat ik écht zou gaan. Ik streek over mijn hart (nouja, eigenlijk was het vooral mijn eigen wens natuurlijk) en gaf ze nog een laatste kans om mee te gaan.

Kinderboerderij

Daar was ik blij om. We hebben heerlijk uren buiten vertoefd. Eerst op kraambezoek bij de pasgeboren biggetjes in de kinderboerderij (echt té schattige, broekzakformaat biggen), even lunchen thuis en daarna weer naar buiten de zon in. Met de zon in ons gezicht hebben we een park bezocht waar we vrijwel nooit eerder geweest waren. Ik genoot van het weer en de oude bomen om me heen. Het geschater van mijn kinderen en hoe zij eindeloos in bomen kunnen klimmen. Er is zo weinig nodig om gelukkig te zijn, en iedere keer als ik buiten met ze ben besef ik me dat weer.

buiten spelen park bos bomen klimmen kinderen ontspannen ouders gezin speeltuin

Preventie van depressie

Het is al langer bekend dat simpelweg buiten zijn al een enorme boost geeft aan ons humeur en preventief kan werken tegen depressie. Als je dat nog eens combineert met een wandelingetje of een andere lichamelijke activiteit, ben je helemaal goed bezig. Niet voor niets wordt nu bijvoorbeeld hardlopen ook ingezet als therapievorm voor o.a. depressie. Maar je hoeft geen geestelijke problemen te hebben om te voelen wat een wezenlijk verschil naar buiten gaan kan maken op je welzijn.

Snel tevreden

De kinderen rennen vooruit, verzamelen takken en zetten de route uit. De bruggetjes zijn spannend, ze komen klimbomen tegen en verstopplekjes in de bosjes. Fosse maakt een nieuw vriendje en Signe verwerft haar plekje tussen andere peuters in het speeltuintje. De kinderen zijn ontspannen en hebben niks nodig om zich te vermaken. Enkel elkaars gezelschap en de natuur om hen heen. Nouja, dat speeltuintje is natuurlijk wel heel fijn voor de jongste. En als ouder ben je ineens ‘vrij’.

buiten spelen actief wandelen hutten bouwen slootje springen kinderen ontdekken tevreden samen spelen peuters kleuters schoolkinderen ouders gezinnen

Even vrij van thuis

Vrij van mopperen dat ze op moeten schieten, lief moeten zijn voor elkaar, of het opdweilen van omgevallen bekers melk. Je bent verplicht vrij van de taken die altijd op de loer liggen om je aandacht thuis af te leiden van de meest essentiële zaken: genieten van al dat moois dat er al is, je kinderen, de rijkdom, hun gezondheid, of wat het ook maar is dat je gelukkig en tevreden maakt. Terwijl ik pakkertje speel met Signe in het klimrek, vraagt een collega-vader me om de tijd: ‘ik heb mijn telefoon bewust thuis gelaten, dus ik weet de tijd niet’. Wat knap. Zou ik een voorbeeld aan kunnen nemen. Het kan voor ons geen kwaad om wat meer in het hier en nu te genieten van wat er is, in plaats van steeds maar bezig zijn met wat hierna komt.

Na inspanning volgt ontspanning

Eenmaal thuis zitten ze met gloeiende handen en rode wangen aan tafel, gebroederlijk te kleuren. Het actieve buiten spelen zorgt ervoor dat ontspanning ook weer mogelijk wordt, en de concentratie verhoogd. Ik geniet van dit gezicht en prijs mezelf gelukkig dat onze kinderen het zo goed vinden met elkaar (over het algemeen dan). En natuurlijk neem ik me voor dat ik vaker naar buiten moet. Want ik ben ervan overtuigd dat iedereen er baat bij heeft.

Loedermoeder!? Of gewoon een ouder?

Loedermoeder!? Of gewoon een ouder?

Omdat je als opvoeder altijd wel ergens tekort schiet

Ik moet iets bekennen. Al sinds ik moeder ben, en vooral sinds de kinderen naar school gaan gaat er iets mis. Ik heb me er inmiddels maar bij neergelegd, want ik krijg het gewoon niet voor elkaar om alles te bolwerken. Met één kind was het nog redelijk overzichtelijk. Als er dan een vraag van de peuterspeelzaal kwam, dan kon ik het nog betrekkelijk rustig in mijn agenda noteren, en had ik die activiteit als enige focuspunt. Inmiddels zijn er twee kinderen en tig activiteiten bijgekomen, en is het eind zoek.

Mosterd na de maaltijd

Ja, ik ben zo’n moeder die altijd veel te laat de gymschoenen heeft gekocht voor het nieuwe schooljaar. Die als mosterd na de maaltijd inschrijfformulieren voor voorleesfeestjes na de betreffende datum uit de schooltas vist en die slechts op het nippertje de cadeautjes voor kinderfeestjes heeft gekocht. Ik krijg het gewoon niet voor elkaar.

De ‘naschoolse activiteiten’

Het is niet alleen school, het is alles wat daarbij komt kijken: koffieochtenden, knutselactiviteiten, kijkochtenden, helpen met de versiering, lege potjes inleveren, maaltijden bereiden voor de eindejaarsmaaltijd, gesprekjes over de voortgang, speelafspraakjes met kinderen, geleende sokken teruggeven, zoekgeraakte bekers weer boven water krijgen, na een half jaar te horen krijgen dat je dochter al die tijd in d’r ondergoed gymt omdat ze haar gymspullen (alweer) zo lang kwijt is, schrijven van Sinterklaasgedichten en maken van surprises, het regelen van een kerstmuts voor een kooroptreden, het aantrekken van een foute kersttrui voor de middelste op foute kersttruiendag…

Hoe doen jullie dat!?

Ik kijk altijd met grote ogen naar andere ouders die voor mijn gevoel altijd zo georganiseerd zijn. Die netjes met volle tassen – uitgespoelde! – lege potjes naar school komen voor een of andere kerstactiviteit, hun kinderen met twee dezelfde sokken (waar blijven alle sokken in vredesnaam!) aan en nette vlechten in hun haar. Ik sta al om 6u op, maar helaas kan ik toch lang niet alles afvinken van deze lijst.

De clubjes, sport, afspraakjes…

Maar het is niet alleen school. Het gaat nog veel verder. Na school zijn er de sportclubs: turnen, zwemles, korfbal… Er gaan ik weet niet hoeveel nieuwsbrieven en andere meldingen de deur uit per week. Of er geholpen kan worden met…, wie er beschikbaar is op…, welke tijd gaat de voorkeur naar uit, het is de laatste week om het wedstrijd pakje te betalen, welke maat heeft uw zoon, deze week krijgt uw kind een boekje mee voor de grote clubactie, en de week erop krijgt mijn andere kind een formulier om zoveel mogelijk speculaaspoppen te verkopen.

De dooddoener: het is druk

Komt erop neer dat dat spaarboekje bij het oud papier is beland, het geld voor het pakje pas een week later kwam, we dit jaar geen speculaaspoppen hadden en mijn dochter stelselmatig vergat om haar koorboekje mee te nemen als ze moest oefenen. We hadden het immers nogal druk met het begeleiden van het maken van de surprise, en in navolging daarvan, met het weghalen van alle bruine verf op zo mogelijk alle objecten in diezelfde ruimte. Alsof ze de verf in een centrifuge hadden gestopt.

Kiezen

Misschien is het een gebrek aan organisatorisch vermogen. Vast wel, het kan vast beter. Maar het lukt me niet. Het is gewoon niet mijn talent, en met zoveel andere zaken die ook de aandacht vragen heb ik het gevoel dat je keuzes moet maken. Je kunt immers niet overál aan denken, als er zoveel van je verwacht en gevraagd wordt. Wil niet zeggen dat ik het onbelangrijk of stom vindt, wat er allemaal wordt gedaan voor en met de kinderen. Maar het betekent voor mij simpelweg dat ik niet overal aan mee kan doen. Kiezen betekent dat je de dingen waar je niet voor kiest, tekort doet.

Niet perfect

Dat is een lastig gevoel in onze prestatiegerichte maatschappij, waarin alles maar beter, sneller en meer moet. Toch is precies dát het gevoel dat steeds in het ouderschap ook naar voren komt, en waar veel ouders moeite mee hebben. Probeer alle ‘verwachtingen’ die aan ons als ouders of als gezin worden gesteld daarom te zien als mogelijkheden, in plaats van verplichtingen. Wat vind jij belangrijk als ouder en waar denk je dat je kind zich het fijnst bij voelt? Zet dáár op in, en dan kristalliseren de andere zaken zich vanzelf meer uit.

Ouderschap is soms geen feestje!

Ouderschap is soms geen feestje!

Moeder zijn is keihard werken

“Jij bent de enige, echt de enige, die durft toe te geven dat het ouderschap niet alleen maar rozengeur en maneschijn is. De enige! In mijn hele omgeving is er niemand die dat ook maar een beetje laat blijken. Al die tijd heb ik in de veronderstelling geleefd dat ik het fout deed, dat het aan mij lag. Dat het alleen maar bij mij mis ging. Dat ik dat echt niet kon, moeder zijn.”

Dit zei een moeder een tijdje terug tegen me. Ze had mijn blogs gelezen en het was volgens haar een verademing. Ik, aan de andere kant, wist niet wat ik hóórde! Wat zeg je nou, hebben jullie het er dan niet onderling over? Is er geen openheid tussen ouders onderling of tussen vrienden? Nee, deze moeder gaf aan dat er een taboe heerst over ouderschap. Blijkbaar mag er niet over moeilijkheden of onzekerheden gepraat worden. Ik was geschokt!

 

Taboe over opvoeden

Maar het motiveerde me enorm om met mijn schrijven door te gaan. Al heel lang merk ik dat er online een schroom bestaat om te reageren, maar offline krijg ik des te meer reacties. Via via hoor ik dat er over wordt gesproken en soms spreken vreemden mij er ineens op aan. Dat is fijn, want mijn doel is júist om het taboe te doorbreken. Ik doe vrijwel niet anders: op mijn werk praat ik dagelijks over het ouderschap, hoe pittig dit is, en hoe moeilijk het soms lijkt om het goed te doen. En tegelijkertijd hoe belangrijk het ook is om vooral dicht bij jezelf te blijven en je eigen intuïtie te volgen.

 

Wanneer doe je het goed?

Blijkbaar is er in onze maatschappij zóveel aan informatie beschikbaar, dat er door de bomen het bos niet meer wordt gezien. Tegenstrijdige berichten van Jan en Alleman die er een mening over hebben, mensen die zich ‘expert’ noemen of ‘ervaringsdeskundige’ met twijfelachtige achtergronden, maar wel zeer invloedrijk zijn op bijvoorbeeld social media. Ik snap de onzekerheid van ouders, want wanneer weet je nou wat je moet geloven?

 

Vertrouwen op je intuïtie

Dezelfde moeder gaf aan dat zij zo in de war was gebracht, dat zij zelfs een tijd heeft gehad dat zij niet meer naar haar intuïtie luisterde. In dit geval hechtte zij teveel waarde aan haar omgeving, die had geroepen dat ouders te snel aan de bel trokken, te snel bij de huisarts zaten en wilde zij vooral niet als ‘aansteller’ gezien worden. Hierdoor wachtte zij langer dan gebruikelijk met naar de huisarts gaan, waar later bleek dat haar kindje wel degelijk erg ziek was.

 

Natuurlijk ouderschap

Meer dan eens voer ik met ouders het gesprek hierover, want gelukkig is ouderschap in de basis iets heel natuurlijks. Het is niet zo dat je vanzelfsprekend alles goed doet als ouder, maar dat is gelukkig ook niet nodig. Sterker nog, wanneer wij over ‘goed’ ouderschap praten (voor zover je zoïets complex in een hokje kunt duwen), is maar zo’n 30% van ons handelen afgestemd op onze kinderen. En dat is voldoende. In de praktijk betekent het, dat je als ouder vaak intuïtief aanvoelt dat er iets met je kindje is, of wat er met je kind is.

 

Jij bent de expert!

Niet ik ben de expert als het om opvoeden gaat, maar jij. Jij, want jij bent de ouder. Jij kent je kind al vanaf de geboorte, of misschien zelfs al eerder, tijdens de zwangerschap. Jij staat het dichtst bij de ontwikkeling, hebt het meeste meegemaakt, gezien en ervaren met je kind. Je groeit met je kind mee, en je kind is een deel van jou, en om die reden zou ik het nooit beter kunnen doen dan jij. Wanneer ouders bij me komen, soms ten einde raad, en iets zeggen in de trant van “ja, zeg jij het maar, jij hebt ervoor geleerd”, is het daarom altijd nodig dit idee bij te stellen.

 

Samen kijken wat nodig is

Wat ik doe, is enkel van een afstand (die je als ouder logischerwijs niet hebt) helpen met het teruggeven van wat ik zie, het helpen reflecteren, het stellen van vragen waarop de ouder zélf een antwoord mag geven, die leidt tot meer inzicht. Jij als ouder mag de betekenis geven aan dit alles. Natuurlijk geef ik wel adviezen, of leg ik dingen uit, maar is niet de essentie. Mijn doel van deze gesprekken is leren om ouders te laten vertrouwen op hun intuïtie. Op hun oerinstinct. En samen, als team, kunnen we vervolgens kijken wat jij of kind nodig hebben om goed verder te ontwikkelen.

 

Open over opvoeden

Blijkbaar mag ik mij gelukkig prijzen dat ik vrienden om me heen heb, waarin er veel openheid is. We plakken onze kinderen wekelijks onder denkbeeldig behang of zetten ze op marktplaats in de categorie gratis af te halen. Wekelijks praten we over hoe pittig het is, dat moeder zijn. En we snakken meerdere keren per jaar naar een escape, even een weekendje vrij van al dat ‘gemoeder’. Helaas is de praktijk dat dat weekendje vrij hooguit 1x per jaar is. Want ook dat is het leven: het zorgen gaat maar door en door.

 

Schone schijn ophouden

Laatst sprak ik weer af met vrienden, en één van hen vertelde dat mijn artikel was gelezen door een vriendin van een vriendin (etc.) die het zo fijn vond om te lezen dat er eens ‘gewoon’ werd geschreven over kinderen. Dat ze soms het bloed onder je nagels vandaan halen en je tot wanhoop drijven. Het was in haar omgeving, tussen vrienden, op het schoolplein, langs het sportveld, totaal geen gespreksonderwerp. Sterker nog, het werd keihard ontkent! Alle ouders die zij sprak, deden voorkomen alsof hun kinderen nooit onderling ruzie maakten of op een andere manier niet voorbeeldig waren.

 

Opvoeden is keihard werken!

Waarom maken wij het elkaar als ouders zo moeilijk? Waarom zijn we zo hard voor elkaar en houden we die schone schijn op? Want natuurlijk is dat complete lariekoek. Opvoeden kan ontzettend leuk zijn en ja, ‘je krijgt er zoveel voor terug’, maar bovenal is het gewoon keihard werken. Je leven draait zeker de eerste jaren compleet om de kleintjes en al je eigen dingen moet je daar maar omheen passen. Niet zo gek dat veel ouders heel blij zijn als hun kroost op bed ligt en zij uitgeblust op de bank neer kunnen ploffen.

 

Je bent niet de enige

Bij deze wil ik daarom een oproep doen aan alle ouders: wees eens gewoon eerlijk naar jezelf en anderen. Het scheelt zoveel onzekerheid, zoveel verdriet en faalgevoelens, wat in stand wordt gehouden door voor mij onbekende redenen. Laten we voortaan gewoon zeggen hoe het is en een beetje lief voor elkaar zijn. Want uit ervaring weet ik hoe fijn dat is. De herkenning bij anderen: ‘gelukkig, ik ben niet de enige’. Want je bent echt niet de enige.

 

11 nadelen van straffen

11 nadelen van straffen

Straffen, weet wat je doet!

Ik straf liever niet. Maar omdat er veel misverstanden bestaan rondom straffen en belonen leg ik de dingen het liefst goed uit, zodat we beter begrijpen van elkaar waar we het over hebben. Eerder gaf ik een overzicht van soorten straf. Niet alle maatregelen uit dit lijstje beschouw ik als straf. Toch blijf ik erbij dat je beter op een andere manier kunt proberen om het gedrag van je kind te sturen.

 

Zoek alternatieven!

Straf is in eerste instantie niet aan te raden als opvoedmiddel. Er zijn veel andere middelen die beter werken en minder nadelen hebben dan straf. In het volgende deel geef ik daarom alternatieven voor straf waar je alvast je voordeel mee kunt doen. Vandaag zoom ik in op de nadelen die er aan straffen kleven. Ik noem er 11.

 

11 Nadelen van straf

  1. “Als je zo door gaat dan mag je niet mee naar oma en blijf je maar alleen thuis!”. Dreigen met zware gevolgen heeft weinig effect omdat ze toch niet worden uitgevoerd. Je gaat immers toch wel naar oma en je kind gaat gewoon mee, want je kan hem nu eenmaal niet alleen laten. Een ander nadeel kan zijn dat het onnodig angst oproept bij je kind: ‘alleen thuis blijven? Help! Dat durf ik niet!’. Ook leert je kind na verloop van tijd dat dreigementen toch niet worden uitgevoerd: ‘dat zei mama vorige keer ook, en toen mocht ik ook gewoon mee, dus het zal wel weer zo zijn’.
  2. “Als je dat nog één keer doet dan vind ik jou niet meer lief hoor!”, “jij krijgt dus geen knuffel, want jij deed net zo lelijk!”. Liefdesonthouding is niet verstandig omdat je kind zich daardoor als persoon voelt afgewezen. Het is in feite emotionele chantage en legt je kind een ‘voor wat, hoort wat’ principe op. Terwijl we toch onvoorwaardelijke liefde willen geven? Dan moeten we deze maatregel zo snel mogelijk in de prullenbak kieperen!
  3. Als ouders hun kind uitlachen of belachelijk maken, kan het kind onzeker worden: hun eigenwaarde wordt dan aangetast. Een inkoppertje, zul je misschien denken. Maar denk even goed na: soms lachen we omdat iets er komisch uitziet en bedoelen we het niet verkeerd. Maar kinderen begrijpen het verschil tussen uitlachen en toelachen nog onvoldoende. Als je kind de boel op stelten zet en je schiet in de lach, zeg dan dat je het er grappig uit vindt zien en dat je hem niet uitlacht.
  4. Straffen bij milde problemen leidt tot meer gedragsproblemen. Leg niet op alle slakken zout. Choose your battles. Lieve papa’s en mama’s: dit is een vrijbrief om af en toe gewoon te doen alsof je het niet ziet. Want wees eerlijk: ondeugend doen hoort bij een kind. Op die manier ontdekt het de wereld, het zoekt grenzen op, leert van ervaringen. Probeer de politiepet en scheidsrechtersfluit aan de kant te leggen.
  5. Met straf leer je je kind wat het niet mag doen, maar niet wat het wél mag doen. Als we ergens aandacht aan besteden, wordt het beter onthouden. Elk moment dat je straft, zet je dat gedrag in de spotlights. Het werkt zo: “denk niet aan die roze olifant!” en natuurlijk denk je aan die roze olifant. Straf vergroot dus vaak de kans op herhaling van het gedrag waar je voor straft.
  6. Jonge kinderen leggen geen automatisch verband tussen hun gedrag en de straf die ze krijgen. Hooguit wordt er angst opgeroepen omdat ze schrikken van je reactie. Ze zullen stoppen met wat ze aan het doen waren, maar alleen omdat ze bang zijn dat jij weer zo boos reageert. Of kinderen vinden het maar wat interessant als je iedere keer zo’n show weggeeft en herhalen het gedrag. Linksom of rechtsom: je kind leert niet dat jouw reactie komt door zijn gedrag en waaróm het dan niet zou mogen.
  7. Lichamelijke straffen leiden bij alle kinderen tot meer gedragsproblemen en bovendien tot psychische schade. Ook hebben deze kinderen meer problemen in de puberteit en volwassenheid, zoals bijvoorbeeld depressie of alcoholmisbruik. Zo, de risico’s in een notendop. Er is geen enkel geldend argument om deze maatregel te gebruiken. Het is niet voor niets bij de wet verboden.
  8. Straf kan maken dat het kind zich als persoon voelt afgewezen. Het voedt impliciete ideeën als ‘ik ben niet goed’, ‘ik faal’, ‘ik ben niet de moeite waard’, ‘ik doe het nooit goed’, ‘wat ik ook doe, het is toch verkeerd’, etc. Het geeft negatieve kerncognities of een negatief zelfbeeld, wat op termijn kan leiden tot depressie, angsten of andere psychische klachten.
  9. Straf kan leiden tot boosheid bij het kind en bovendien garandeert straf niet dat het kind vervolgens gewenst gedrag laat zien. Monkey see, is monkey do. Sta je te schreeuwen tegen je kind als je hem straft? Je kind leert dat je moet schreeuwen om iets duidelijk te maken. Om de boodschap over te brengen. Pak jij je kind eens stevig beet? Je kan het hem niet kwalijk nemen dat hij hetzelfde bij zijn vriendje doet. Hij heeft het immers geleerd van zijn voorbeelden.
  10. Met straf stimuleer je geen gedrag, daarvoor moet je andere middelen gebruiken. Het maakt hooguit een einde aan het gedrag (voor even), maar het geeft geen alternatief wat je kind kan doen.
  11. Veel straf kan leiden tot een kille opvoeding en machtsmisbruik. Misschien wel de meest voorkomende: straffen geeft een rotsfeer. Moeder boos, vader sacherijnig, dochter stampvoetend de trap op en zoonlief in ijzige spanning zijn bord verder leegetend. Wie herinnert zich niet deze spanningsvolle of negatieve interacties uit de kindertijd? Als we niet oppassen verzanden we snel in een negatieve spiraal. Tijd voor een andere aanpak dus!

 

Voer het goed uit

Toch blijft het voor veel gezinnen, zo niet de meeste, een vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsfunctioneren. Het vraagt soms een hele omschakeling als je van veel straffen naar niet straffen gaat. Het is vooral van belang dat de dingen die je doet, goed worden uitgevoerd. Daarom alvast wat tips  waar je aan moet denken als je ‘straf’ geeft.

  • de allerbelangrijkste: verdiep je in alternatieven voor straf en straf zo min mogelijk!
  • geef altijd eerst een waarschuwing zodat je kind tijd heeft om zijn gedrag te veranderen;
  • negeer alleen gedrag wat daarvoor geschikt is: als je kind dingen stukmaakt of iemand pijn doet, is negeren geen goed idee;
  • negeren is niet hetzelfde als je kind doodzwijgen. Je kunt best zeggen: ‘ik ga dit gedrag nu even negeren’ voordat je begint en maak ook een duidelijk einde aan deze periode: ‘zo hèhè ik ben blij dat je ermee bent gestopt, nu kan ik weer rustig met je praten’;
  • bij onthouding van iets leuks moet de straf wel uit te voeren zijn. Als je je kind tóch wel meeneemt, zeg dan niet dat hij niet mee mag. Als je hebt gezegd dat je kind geen tv mag kijken, maar de andere kinderen kijken wél tv (en dus je kind ook), dan heeft het weinig effect;
  • houdt altijd de veiligheid van je kind in het oog.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Waarom ik niet stofzuig door de weeks

Waarom ik niet stofzuig door de weeks

Huishouden versus gezin

“Nee, ik ben ermee gestopt. Of misschien was ik er wel nooit aan begonnen. Hoe dan ook, ik stofzuig niet door de weeks. Betekent dat dan dat ik in een smerig huishouden woon? Nee. Misschien wel die van Jan Steen, maar smerig is het dan weer niet.”

Goede huisvrouw dus goede moeder?

Dit blogonderwerp was één van de eersten op mijn lijstje. En toch duurde het meer dan een jaar voordat het nu op papier staat. Er zit namelijk wat schroom in het schrijven van dit stuk. Toen ik het er laatst wéér over had met andere moeders, was voor mij opnieuw de bevestiging: een goede moeder wordt je niet per se door een goed huishouden te draaien. En waarschijnlijk schop ik nu heel wat mensen tegen de schenen, maar dat moet ik dan maar voor lief nemen. Ik ben immers ook niet perfect. Misschien wel orthopedagoog-generalist, maar beslist geen perfecte moeder. Gelukkig maar.

Bewondering

Nog steeds kom ik bij mensen thuis, bij wie het huis er altijd tiptop uitziet. Van schoongeboende meubels, tot de hipste decoraties overal. Waarbij je geen stof ziet opdwarrelen als je je vinger over een lijstje haalt of op een kussen slaat. Ik snap nog steeds niet hoe die mensen het voor elkaar krijgen, en ik heb dan ook diepe bewondering voor hun ijver. Het lukt mij namelijk niet.

De hele dag opruimen

Het is ongelogen: ik kan echt bekaf zijn als Steef aan het einde van zijn werkdag binnen komt. Op zijn gezicht lees ik een frons af die maar één ding kan betekenen: “het is nog steeds net zo’n rommel als vanmorgen toen ik wegging.” Het is maar moeilijk te geloven dat ik 14.000 stappen heb gemaakt (bedankt fitbit), 40 paar schoenen terug de kast in heb geholpen, 6 bekers drinken heb opgedweild, 15x de veger en blik of bezem erbij heb moeten pakken, 30 trappen heb gelopen (nogmaals bedankt fitbit)  en 9km heb afgelegd op een oppervlak van 70m2, met als eindresultaat dezelfde klerenbede als die ochtend.

Dweilen met de kraan open

To-do lijstjes en voornemens lachen mij keihard uit als ik thuis ben. Het is dweilen met de kraan open. Behalve dat ik niet écht dweil (dat doet Steef). Dus heb ik me er maar bij neergelegd. Het is bij ons nou eenmaal een rommel, en ik krijg het nooit zo schoon en opgeruimd als ik zou willen. Toen we ons huis te koop hadden staan en er foto’s genomen moesten worden, was het voor het eerst in de 8 jaar die we er woonden écht schoon. Het koste ons heel wat vrije uurtjes en hulp van derden. Daaruit trok ik opnieuw mijn conclusie: blijkbaar is dit iets wat ons niet lukt. Het zij zo.

Bewust niet stofzuigen

Ik kan me ervoor schamen, ik kan het ook accepteren. Hoe jaloers ik ook ben op mensen die spik en span wonen, ik zou het toch niet zo willen hebben. Ik vind het namelijk té belangrijk om tijd door te brengen met onze kinderen en mijn spaarzame vrije tijd te gebruiken op een manier die me gelukkig maakt, dat ik bewust het huishouden laat zitten. Ja, je leest het goed: ik stofzuig bewust niet, ook al voel ik de kruimels onder m’n sokken kraken, als ik ook samen met mijn kinderen kan gaan fietsen, cakejes kan bakken of gewoon een speeldate kan regelen.

Prioriteiten stellen

Dus veeg ik de kruimels van mijn voeten voor ik mij met mijn kroost op de bank nestel, of schop ik de stapel schoenen aan de kant om de deur achter me dicht te kunnen trekken, omdat ik ga sporten. Ik geniet van het gekeutel om mij heen, hun stemmen, hun spel. Ik geef ze te drinken, kom bij ze zitten, vraag ze naar hun dag, neem ze mee naar buiten en ga samen met ze schommelen en voetballen in de speeltuin. Ik schuif de was aan de kant, laat het stof zich verzamelen op de kasten, want: dat heeft nu geen prioriteit.

Ondankbaar

Los van het feit dat ik er een hekel aan heb, aan al dat opruimen en schoonmaken, is het ook nog eens de meest ondankbare taak die er bestaat. Heb je net het hele huis schoongemaakt, wordt er een glas melk over de grond gekieperd of zit Signe tot haar polsen in de appelstroop te graven.

Deze tijd komt nooit meer terug

Deze dag komt nooit meer terug. De kindertijd komt nooit meer terug. Geniet ervan, wees erbij, wees nabij. Wees onderdeel van het leven en de belevingswereld van je kind. Want ze zullen nooit meer klein zijn. En helaas maar al te vaak zal de afstand toenemen naarmate kinderen groter groeien. Het huishouden daarentegen: dat blijft altijd, komt altijd terug en zal nooit minder worden.

De druk eraf

Om deze redenen wil ik bij jou, en ook bij mijzelf, de druk eraf halen om maar perfect te zijn, een perfect huishouden te runnen. Als het ons is gegund zullen wij straks, in ons nieuwe huis, een hulp in de huishouding aannemen. Decadent? Zeker. Maar onze tijd met de kinderen is te waardevol om te verspillen aan onnodige huishoudelijke taken.

 

 

Een weekendje weg

Een weekendje weg

Even zonder kinderen

Ken je dat? Je verlangt er al maanden naar: even tijd samen doorbrengen met je man, vrouw of vrienden. Even zonder kinderen. Al bijna een jaar staat een weekendje rood omcirkeld: dan is zover. Meidenweekend. Een paar dagen weg met je liefde. Of een dagje voor jezelf, zo je wilt.

Verantwoordelijkheidsgevoel

En dan is het zo ver. Je huppelt nog net niet de deur uit van enthousiasme. Héérlijk, even niet moederen, even die druk eraf. Niet die constante druk van dat verantwoordelijkheidsgevoel: waar zijn de kinderen, wat doen ze, gaat het nog goed? In plaats daarvan slenter je door de stad, ga je als vanouds drankjes doen op een terras, bezoek je eindelijk eens op je gemak een tentoonstelling zonder steeds ‘shhhht’ te moeten sissen of achter je kroost aan te moeten rennen. Je kijkt eindelijk eens een film waar je langer dan 5 minuten achtereen je aandacht op kan vestigen. Of je gaat ein-de-lijk uit eten bij die leuke tent waar iedereen het al 3 jaar over heeft. Heaven.

Slapen en uitslapen

Ja, en dan heb ik het nog niet over de nachten. Ongegeneerd wijn drinken met vriendinnen zonder je zorgen te maken over de volgende ochtend. Want… *tromgeroffel* …je kan eindelijk uitslapen! Niet dat je dat nog kan trouwens. Je wordt gewoon om 6.00u wakker omdat je door de jaren heen zo gedrild bent om in dit medogenloze ritme van je kind mee te gaan. Maar toch! Je draait je gewoon om en er is niemand die daar tegen protesteert. Geen sneaky trippelende voetjes naar de keuken die vervolgens op zoek gaan naar de strooppot om zichzelf van een vervroegd ontbijt te voorzien. Geen gezeur aan je hoofd (“maaaaaahaaaam, mogen we tv kijken? Pleeeeeeaaaaase?”) op goddeloze tijdstippen, maar enkel je eigen gesnurk en een bed voor jezelf.

Geniet er maar van, nu het nog kan

Ik weet nog goed dat jan en alleman tegen me riep: “geniet er nog maar van, nu het nog kan!” toen ik zwanger was van de eerste. Geen idee waar ze het over hadden. Hoe kun je in vredesnaam méér van iets genieten als je niet beter weet? Nou lieve mensen (nog) zonder kinderen: dat kan ook niet. Je snapt pas waar het over gaat als het eenmaal zover is. Cliché, maar niet minder waar.

Denken aan thuis

Even terug naar het begin. Je huppelt dus uit huis en denkt: ‘ik ga hier zó van genieten!’ En dat doe je ook. Je denkt misschien zélfs: ‘echt niet dat ik thuis ga missen, het kan mij niet lang genoeg duren’. Of ben ik nu een ontaarde moeder met deze voorzichtige bekentenis? Nou goed. Eenmaal 6 uur onderweg voel je je al koning te rijk. De slappe lach met vriendinnen, lunchen tot je erbij neervalt en de eerste wijntjes kunnen al van de bucketlist worden weggestreept. En dan komt het: je denkt aan thuis. ‘Hoe zou het met de kinderen gaan? Zijn ze lief gaan slapen? Lukt het allemaal wel?’ En het eerste appje naar het thuisfront is een feit.

Ik mis de kinderen

Dan lig je ’s avonds in bed, een vreemd bed en ineens is het gevoel daar weer: je mist ze. Omdat je toch niet goed in slaap komt open je je foto’s op je telefoon en scrolt melancholisch en met een dromerige glimlach door de foto’s. Pas 12 uur van huis en het gemis is voelbaar. De volgende ochtend maakt je hart een sprongetje als de ‘goedemorgen mama’ foto’s bij het ontbijt binnenkomen. De rest van de dag maak je ontzettend veel lol, doe je alles wat je met de kinderen niet zou doen en geniet je van elk moment.

Thuiskomen

En tóch sluipt er een steeds sterker wordend gevoel in: het gemis. Het weekend gaat veel te snel voorbij, en zonder het aan je vrienden te willen toegeven, kijk je toch reikhalzend uit naar thuiskomen. Naar de knuffels en nabijheid van je kinderen. En misschien verwacht je nu dat ik ga zeggen dat de hereniging prachtig is. Dat er in slow-motion met harpmuziek en big smiles naar elkaar wordt toegerend. Maar de werkelijkheid is bij mij anders.

De werkelijkheid

Natuurlijk geniet ik van het weerzien van het thuisfront, krijg ik extra veel knuffels en kusjes, en als ik mazzel heb nog wat verhalen over belevenissen. De werkelijkheid is echter dat deze romantische bubbel ongeveer 3,5 minuut duurt. Dan begint het namelijk weer van voor af aan: er wordt aan haren getrokken, bekers limonade gaan omver, er wordt geschreeuw, de stapt op een stukje lego of kan elkaar niet verstaan door het lawaai dat de kinderen maken. Welkom thuis mama.