Archief van
Categorie: Ontwikkeling

Een week vol aandacht voor jonge kinderen

Een week vol aandacht voor jonge kinderen

Spiegels van onszelf

Wat leuk, een week vol extra aandacht voor jonge kinderen! De week van het jonge kind wordt dit jaar gehouden van 16 tot 20 april. Ik heb al sinds ik ben begonnen met mijn opleiding een zwak voor jonge kinderen. Niet alleen vind ik ze om op te vreten, ik vind ze ook bere interessant. In de eerste jaren wordt er een blauwdruk gelegd voor de toekomst, en er is zo ontzettend veel te leren van en te ontdekken in deze jaren. Ze zeggen wel eens: ´kinderen zijn spiegels van onszelf´. Dat gaat eigenlijk voor over de jongste kinderen, omdat zij nog zo ontzettend puur en ongeremd zijn.

Puur en nieuwsgierig

Nog niet zo beïnvloed door alle prikkels van buitenaf, maar nog compleet nieuw, naïef en nieuwsgierig naar het leven. Nog zo vervlochten met hun omgeving, hun verzorgers, wat een prachtige dynamiek geeft. Jonge kinderen, of het nu baby´s, dreumessen, peuters of kleuters zijn, ze hebben allemaal hun eigen charmes binnen hun eigen ontwikkelingsfases. Als kinderen in de basisschoolleeftijd komen, is hun gedrag al veel meer gestabiliseerd, hun persoonlijkheid meer gevormd en hun zelfstandigheid veel groter.

Niet los zien van de ouders

In behandeling kunnen en mogen we jonge kinderen daarom ook niet los zien van hun ouders. Als je kinderen onder de 4 jaar behandelt, behandel je niet het kind, maar het kind in relatie tot de ander. Dat vraagt speciale behandeltechnieken en veel kennis van deze specifieke doelgroep. Je behandelt immers meerdere mensen tegelijk. Het is goed dat er zulke themaweken gehouden worden, omdat hierin maar weer wordt onderstreept hoe belangrijk die eerste jaren zijn.

Babyfase

Als je zwanger bent, dan ben je eigenlijk al moeder. Als de baby er dan eindelijk is, valt je met je neus in de boter. Want de babytijd is wel één van de meest intensieve periodes, waarin het vooral keihard werken is voor ouders. Een baby zet letterlijk je hele leven op z´n kop. Alles wat eerst zo vanzelfsprekend was, is voorbij. Een gigantisch verantwoordelijkheidsgevoel wordt geboren, tegelijk met je kind.

Dreumes

De babyfase gaat vloeiend over in die van de fase van een dreumes. In het eerste jaar komt het contact wel op gang, maar je baby is nog niet in staat uitgebreide interacties en uitwisselingen met je aan te gaan. Zodra je kindje 1 jaar is geworden, wordt mijlpaal na mijlpaal geslagen. De eerste stapjes, de eerste woordjes… er gaat een wereld voor hem open. Voor jullie beiden. Je leert nu je kind veel beter kennen als een eigen persoontje en veel ouders genieten van deze wederkerigheid in het contact. Tegelijk breekt ook de tijd van opvoeden aan. Want zodra de wereld van je kind groter wordt, heeft het grenzen nodig.

Peuters

Over de peuterfase is relatief veel geschreven. Niet voor niets, want met de peuterpuberteit, driftbuien, koppigheidsfase en vele andere perikelen in deze jaren, is er genoeg om je druk over te maken. In deze periode leert je kind dat het invloed kan uitoefenen en het gevoel van macht is dan een fantastische ontdekking voor ze. Iets minder voor ons als ouder, waardoor veel ouders deze periode als ´zwaar´ betitelen. Tussen het 3e en 4e jaar hoor ik menig ouder de dagen aftellen tot hun kind naar school mag, want: ´ze zijn er zo aan toe!´.

Kleuters

Eenmaal daar, breekt de kleuterfase aan. Een bijzondere fase, waar gek genoeg maar weinig onderzoek naar gedaan is en veel minder over bekend is. Het wordt wel de ´vergeten fase´ genoemd. Dat is balen, want het is zeker geen periode om te vergeten voor je kind! Het is de fase waarin dochters met hun vader willen trouwen, vriendjes hun broek laten zakken om elkaars geslacht te inspecteren en er in rap tempo sociale vaardigheden worden ontwikkeld, zoals het inlevingsvermogen en empathie.

Zo verschillend en zo gelijk…

Elke maand leert je kind nieuwe dingen. Ik blijf me continu verbazen en verwonderen over de enorme ontwikkeldrift van elk kind. Hoe enerzijds elk kind toch weer op een zelfde manier ontwikkelt, en anderszijds zoveel eigenheid en karakter doorkomt in de manier waarop een kind zich ontwikkelt. Als moeder van 3 kinderen zie ik tegelijk veel overeenkomsten als veel verschillen. Als behandelaar in mijn praktijk heb ik tientallen kinderen gezien van 4 jaar, waarin ook weer zoveel overeenkomsten als verschillen te herkennen zijn. Ik vind dit zoiets moois, en dat boeit me ook zo ontzettend aan deze doelgroep.

Blauwdruk van de toekomst

Ik heb me tijdens mijn registratietraject verdiept in de jonge kinderen. Wat ik daar heb geleerd, is dat de eerste jaren, pakweg tot 7 jaar, een blauwdruk vormen van ons bestaan. Hoe wij ons ontwikkelen, legt de basis voor wie wij zijn als volwassene. Veel klachten die we nu hebben, of onze slechte eigenschappen, zwakke plekken, trauma´s… bijna alles is terug te herleiden naar onze jeugd, onze eerste en vroege ervaringen. Bizar toch? Het geeft maar weer eens aan hoe belangrijk het is om in deze periode te investeren, en dat het echt geen tijdsverspilling is om samen met je kind te spelen, op pad te gaan, boekjes te lezen of cake te bakken.

Extra aandacht voor het jonge kind

In de toekomst hoop ik me verder te specialiseren als Infant Mental Health Specialist. Niet alleen omdat ik zelf nog kinderen in deze leeftijd heb (hoewel dat wel extra leuk is), maar vooral omdat ik vind dat deze jongste doelgroep veel aandacht verdient. Meer dan het nu krijgt. En omdat ik hoop dat hiermee een wezenlijk verschil kan worden gemaakt voor de ontwikkeling van onze toekomst.

Hoe Fosse voor korfbal ging

Hoe Fosse voor korfbal ging

Sport als onderdeel van de opvoeding

Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen op een sport gaan. Naar mijn idee zitten hier zoveel voordelen aan, dat ik niet terugdeins dit te stimuleren bij mijn kinderen. Gelukkig hebben we ook drie energieke aapjes, die zelf ook lieten blijken graag lekker te sporten. Toen Meia nog maar 2 jaar was, ben ik met haar al begonnen met peutergym. Fosse groeide daar in eerste instantie min of meer in mee. Toen hij de leeftijd had, ging hij dus samen met zijn grote zus klimmen en klauteren in de gymzaal.

Turnen met zijn grote zus

Maar toen kwam het moment dat Meia naar een oudere leeftijdsgroep doorverhuisde, en Fosse dus ‘alleen’ overbleef. Hoe leuk hij het ook vond, hij weigerde pertinent nog een voet in de gymzaal te zetten zonder zijn zus. Ja, hij was een behóórlijk koppige peuter op die leeftijd. Maarja, ik wilde eigenlijk wel graag dat hij ook lekker in beweging bleef en een sport zou vinden waar hij zich fijn in zou voelen, iets van hemzelf, iets anders dan zijn grote zus. Zeker omdat de valkuil om zich te gaan vergelijken ook op de loer lag.

Handbal

Fosse was goed in gooien en vangen en hield ervan om met de bal te spelen. Voetballen deed hij toen nog niet zo fanatiek, hij was meer van het zwemmen, fietsen en met de bal spelen. We besloten eens bij handbal te gaan kijken, en kort daarna ging hij wekelijks naar het groepje op de handbal. Helaas was de club echter zo klein, dat er geen volledig team voor zijn leeftijd bestond en ook niet op de korte termijn leek te komen. Dat was jammer, want hij vond het wel heel stoer om hier mee bezig te zijn.

Beweegkriebels

De handbalmiddagen bloedden helaas dood, waarmee opnieuw de zoektocht naar een sport ontstond. Er werd toen om de zoveel weken ook ‘beweegkriebels’ georganiseerd, vanuit DordtSport, juist om de kinderen onder de 4 jaar kennis te laten maken met allerlei soorten sporten, klimmen en klauteren. Omdat Fosse nog nét mee kon doen, besloot ik dit samen met hem te doen. Voor een gezellig één op één moment, en om eens te ontdekken wat er nog meer aan sportmogelijkheden waren voor hem, en wat hem aansprak hierbinnen.

Van judo tot ballet

Mijn stoere surfdude moest niet zoveel hebben van de judo proefles: elkaar opzettelijk omver duwen, dat kon hij niet zo goed begrijpen. Ballet daarentegen, daar kon hij geen genoeg van krijgen. Met grote sprongen huppelde hij door de zaal op de muziek, wat tot menig verbaasd en vertederd gezicht leidde. Toen ik echter de prijzen in handen gedrukt kreeg van deze balletschool, was mijn enthousiasme helaas direct een stuk minder. Maar even wachten wat nog meer volgde.

Korfbal

Halverwege de beweegkriebel serie was er een proefles korfbal. Omdat de gymzaal aan het korfbalcomplex grensde, konden de kinderen direct op het echte veld trainen. Tot grote lol van mijn wildebras. Dit was direct een succes! De pittenzakjes door de gaten gooien konden zijn aandacht niet vasthouden, dus richtte hij zich direct op de korven. En het lukte! Hij kreeg high fives van de trainster en Fosse glunderde van oor tot oor. Na de beweegkriebels besloot ik daarom om verder te gaan met korfbal.

Kangaroes

Op zaterdagochtend trainde Fosse sindsdien bij de Kangaroes, waar de allerkleinsten in spelvorm allerlei basistechnieken van de korfbal trainden. De trainers waren enthousiast en tussen de kinderen was het gezellig, dus ging Fosse met veel plezier hier naartoe. Fosse is echter nogal groot voor zijn leeftijd en groeide in die periode ook doodleuk door, waardoor hij na een paar maanden een volledige kop groter was dan de andere kindjes. Wanneer hij ballen gooide, had de kleinste telg van het team de kans om zomaar omver gekegeld te worden. Met tikspelletjes, rende Fosse altijd de rest eruit met zijn lange benen. En zoals het Fosse betaamt: hij stopt dan gewoon zijn handen in zijn zakken en zit zijn tijd uit tot de rest bij is. Kortom, hij sloot niet helemaal aan bij de rest van zijn cluppie, vanwege zijn postuur.

De F-jes

Op advies van de trainster is Fosse toen alvast aangemeld bij de F-jes, zodat hij daar kon proefdraaien en kijken hoe dat beviel. Na de kerstvakantie zou hij dan ‘eindelijk’ mee mogen trainen daar. Fosse kon niet wachten! Vooral niet omdat een ander vriendje uit zijn team ook naar de F-jes ging. En een paar weken terug was het dan eenmaal zover. Op woensdagmiddag mocht hij voor het eerst in zijn gloednieuwe team meetrainen. Met nieuwe zaalschoenen, die hij op de valreep nog even met papa had gescoord, en kriebels in zijn buik ging hij van start.

Genieten van sporten

Hij vindt het heerlijk. Hij rent lange afstanden en wordt aan het werk gezet. Voor lanterfanten heeft hij weinig kans meer en qua lengte komt hij veel beter overeen met zijn ploeggenootjes. Het feit dat hij weet dat hij traint om uiteindelijk echte wedstrijdjes te gaan spelen, motiveert hem meer dan ooit. Met een fanatieke blik in zijn ogen zigzagt hij door de zaal en in de auto terug vertelt hij enthousiast wat hij heeft gedaan. Het is heerlijk als je kind het zo naar zijn zin heeft met een hobby of sport, en ik geniet daar dubbel van mee. Voorlopig houden we dit er in!

 

De eerste turnwedstrijd

De eerste turnwedstrijd

Zenuwachtig aan de start

Wekenlang was ze al zenuwachtig. En dit weekend was het dan zover: haar allereerste echte turnwedstrijd. Ze heeft de afgelopen weken heel hard geoefend om alle onderdelen goed te onthouden en uit te voeren voor dat ene moment. Omdat de kinderen zonder aanwezigheid van ouders trainen, heb ik werkelijk geen idee wat je kan verwachten van zo’n moment. Het is daarom sowieso al heel erg leuk om te zien wat ze de afgelopen tijd allemaal heeft geleerd en hoe ze dat uitvoeren.

IJdeltuit

Van tevoren waren er al dagen kriebels. En op de dag zelf wilde ze natuurlijk goed voor de dag komen. We gingen op zoek naar glitterspray voor in haar haren, maar helaas was die na de feestdagen blijkbaar weer opgeruimd in alle winkels. Meia moest dus ‘maar’ genoegen nemen met wat make-up. Wat wordt ze dan ineens al groot. Als een echte dame gaat ze zitten, tuit haar lippen, en bewondert zichzelf vervolgens minutenlang in de spiegel. Ja, aan zelfvertrouwen over haar uiterlijk geen gebrek gelukkig. Een echte ijdeltuit.

Op de fiets

De tas werd ingepakt en ik propte nog wat brood en eierkoeken in Meia, voordat we op de fiets klommen richting gymzaal. Dat viel nog even tegen voor Meia. Met wind tegen en een tijdlang niet meer fietsen, was ze blijkbaar niet meer gewend aan deze inspanning. Hijgend en puffend ploeterde ze naar haar bestemming, waar ze met rode wangen aankwam. Haar spieren waren in ieder geval alvast warm.

Liever geen publiek

Dat kon geen kwaad ook trouwens, want in de gymzaal was het behoorlijk fris. Met enkel een turnpakje aan koel je dan al snel af. In haar enthousiasme trok Meia haar turnpakje eerst achterstevoren aan. Na een subtiele hint van mijn kant besloot ze dit toch maar aan te passen, voordat ze zich bij haar groepje voegde die al lag te rekken en strekken in de zaal. Op haar verzoek hadden we geen opa’s en oma’s meegenomen: ‘dat vind ik wel heel gezellig hoor, maar dan raak ik ook een beetje afgeleid’, was haar argument.

Opperste concentratie

Dus zat ik met Signe te kijken hoe al die kleine lijfjes zich voorbereidden op de wedstrijd. Na een kwartier verhuisden we naar de andere zaal, waarna alle deelnemers opmarcheerden. Op die manier werd de wedstrijd geopend. Vervolgens werden de deelnemers over 2 gymzalen verdeeld, en halverwege de wedstrijd was er een wissel, zodat alle 4 de onderdelen aan bod kwamen. Meia’s groep begon met de vloeroefeningen. Het is leuk om te zien hoe ze zoveel onderdelen achter elkaar kunnen uitvoeren en ook onthouden. Ik ken Meia als een dromer en flierefluiter, maar bij dit soort momenten heeft ze een opperste concentratie en bijt ze zich er echt in vast. Ze was dan ook vooral heel trots dat het allemaal lukte zoals ze had geleerd. En daarmee ik natuurlijk ook.

Presteren

Het is een spannende setting, en ook best een lastige setting om in te presteren. Er zijn twee onderdelen naast elkaar bezig, en soms is er muziek voor het ene onderdeel, wat voor mijn gevoel al snel afleidend kan werken voor het andere onderdeel. Maar de meiden weten wat ze moeten doen en dat vind ik knap. Wat het ook spannend maakt is de jury, die driftig zit te schrijven tijdens en na de uitvoeringen. De kinderen wachten vol spanning af tot zo’n jurylid het hoofd optilt naar hen, en eindelijk haar hand opsteekt, ten teken dat een kind mag starten. Deze minuten, kan ik me voorstellen, voelen misschien wel als uren voor ze.

Je eigen sterke kanten

Meia zat in een groep van 10 deelnemers. Dat betekent 10x inturnen, 10x een echte wedstrijdoefening en tussendoor steeds wachten op het teken van de jury. Al met al kost dat heel veel tijd, waarin de meiden even niks doen of spanning aan het opbouwen zijn. We waren om 15.30u aanwezig, en gingen tegen 19.15u pas weer richting huis. Een lange zit voor die guppen! Het tweede onderdeel was sprong. Turnen heeft veel soorten elementen, wat ook fijn is, want zo heeft iedereen zijn sterke punten in het turnen. Meia had een tijdje terug haar enkel verzwikt met springen, en is sindsdien wat angstig geworden. Dat was terug te zien, want ze durfde niet goed te springen en daardoor lukte deze oefening haar niet. Ze heeft de tweede keer een koprol gedaan, die haar wel prima afging.

Spierballen

Over het derde onderdeel was Meia het meest zelfverzekerd: de brug. Het is echt haar sterke kant om haar armen te gebruiken (wat een spierballen!) en lekker te zwaaien en zwieren. Toch grappig, want ook ik klim en slinger nog steeds graag in bomen, dus dat is een gedeelde passie. Het laatste onderdeel was de balk: zo’n smal, hoog ding waar oefeningen op worden gedaan, zoals zweefstand, hupsjes en benen optillen (ik heb echt geen idee van de vaktermen merk je al). Een mooie oefening die ze prima deed.

De einduitslag

En als dan alle onderdelen zijn uitgevoerd, begint het grote wachten. De zalen moeten leeggemaakt worden, alle scores moeten worden opgeteld en uitgerekend en alle prijzen moeten bepaald en uitgereikt worden. Ik zal dat Meia toch wel zenuwachtig werd op het moment van de prijsuitreikingen (al wist ik vrijwel zeker dat zij niks had gewonnen), en enigszins teleurgesteld keek toen alle prijzen waren vergeven en zij daar niet tussen zat. Maar toen de presentator omriep dat alle deelnemers vervolgens een zakje chips en een pakje limonade mochten pakken, was dat minstens zo’n grote prijs als die gouden medaille. Met een verrukt gezicht en een ‘ooooh!’ als uitroep liep ze op me af. Toen ze toen ook nog eens van ons een fles met chocolaatjes kreeg (‘is die helemaal voor mij!?’) kon haar avond helemaal niet meer stuk. Ach ja, de kleine momenten moet je soms vieren. Haar eerste wedstrijd vond ik wel zo’n moment.

Naar logopedie

Naar logopedie

Verstaanbaar leren praten

Fosse gaat sinds kort naar logopedie. Voor de zomervakantie spraken we met de juf, die aangaf dat Fosse soms wat onduidelijk spreekt. Ik begreep wat ze bedoelde, want ik merkte het soms ook. Toch konden we beiden niet goed aangeven wát we nu precies merkten en wat er mis ging. Het leek ons goed om alvast te starten met het traject en niet te wachten op de screening van groep 2.

Jong geleerd…

Voor jonge kinderen geldt in veel gevallen van behandeling: hoe jonger, hoe korter er nodig is. Kinderen zijn nog volop in ontwikkeling op allerlei gebied, en hun hersenen plastisch. Wat ze nu leren, wordt heel gemakkelijk verankerd in hun ‘hardware’. Naarmate mensen ouder worden, is dat lastiger, en is er meer tijd en oefening voor nodig om dezelfde resultaten te behalen.

Logistieke uitdaging

Zo vond ik het dan ook geen probleem dat Fosse naar logopedie moest. Maar het is wel een aanslag op de toch al drukke invulling van de dagen. Ik weet niet hoe dat bij jullie zit, maar ik heb soms het idee dat ik een logistiek bedrijf run, zoveel ben ik op pad voor de kinderen. Zo ook deze afspraak, die onder schooltijd valt. Bij het maken van de afspraak met de logopedist kwam ik tot de conclusie dat er gewoon geen handig moment is. Ik zit altijd met de jongste, waarvoor ik dan oppas moet regelen, of je zit na schooltijd met alle kinderen. Het is het lot van ouder zijn, denk ik.

Zenuwachtig

Fosse was erg zenuwachtig voor de eerste afspraak. Ik probeerde uit te leggen wat logopedie is. Een mevrouw die je helpt om mooier te praten, waarbij je oefeningen en spelletjes doet. Zodat anderen je ook beter kunnen verstaan. Nouja, zoiets was mijn uitleg. Maar Fosse vond het nog steeds spannend. Met zijn ruim 5 jaar kreeg ik het gevoel dat hij zich bovendien al bewust was van zijn uitzonderingspositie: ‘blijkbaar moet ik dit, terwijl anderen dit niet moeten… doe ik dan iets niet goed?’. Gelukkig zijn er in onze omgeving nog andere kindjes die ook logopedie hebben gevolgd, wat de spanning een beetje verzachte voor Fosse.

Observatie

En toen was het zover, de eerste afspraak. Fosse keek zoals verwacht de kat uit de boom, maar was vrij snel op zijn gemak. Hij heeft de neiging om bij verlegenheid juist zijn vingers in zijn mond te stoppen of met zijn tong te ‘spelen’, wat op dat moment de noodzaak van afspreken alleen maar bevestigde. Fosse mocht woordjes benoemen, terwijl de logopedist observeerde wat hij nu precies deed met zijn mond.

Verkeerde gewoontes

Het was al vrij snel duidelijk: Fosse heeft een verkeerde gewoonte, door zijn tong achter zijn ondertanden te houden in rust, terwijl deze achter zijn boventanden zou moeten rusten. Daardoor duwt hij ongemerkt zijn tanden naar voren en uit elkaar en maakt hij verkeerde klankbewegingen. De volgende keer begon hij met articulatie oefeningen met de letter ‘l’, waarna hij woordjes met de ‘l’ mocht zeggen met zijn tong op de goeie plek. Uiteindelijk worden alle klanken die lastig zijn aangepakt, van makkelijk naar moeilijk.

Gezellig

Naar logopedie gaan is een extra belasting voor het gezin, merk ik. Het is een heel geregel om er wekelijks naartoe te gaan. De jongste naar de oppas, vervolgens Fosse uit school halen, naar de logopedie, Fosse weer op school brengen en de jongste weer ophalen van de oppas. En daarvoor en daarna zijn, helaas, ook nog 1001 dingen te doen. Toch is het wel gezellig. Sinds Fosse heeft gemerkt dat het best leuk is bij logopedie, vindt hij het niet erg meer om te gaan. Samen op de fiets, als enige terwijl de rest op school zit. We genieten stiekem even van de tijd die we samen hebben.

Oefenen, oefenen, oefenen…

Maar het blijft niet bij wekelijkse afspraken. De meeste tijd gaat zitten in het oefenen. Omdat het een gewoonte betreft, is oefenen heel belangrijk om die gewoonte te doorbreken. Dagelijks, soms driemaal daags. Dat betekent zoeken naar een manier om deze oefeningen te verweven in het toch al drukke gezinsleven. Veel woordjes zeggen, wanneer doe je dat? Onderweg naar school en teruglopend naar huis. Tijdens het avondeten. Oefeningen om de lippen sterker te maken met een knoop, 3x per dag? Dat wordt al lastiger. Tot nu toe lukt het tijdens de maaltijden, omdat die ook 3x per dag zijn. ’s Middags schiet er vaak bij in, want dan is Fosse meestal op school. Elke dag een tijdlang met een bitje in zitten, waarmee je dus niet kunt praten? Lijkt me ideaal tijdens het tv kijken als ik kook.

Vroege screening

Het is fijn dat er al vroeg wordt gescreend op problemen, en dat er hulp bestaat die vaak laagdrempelig is en bovendien ook niet perse langdurig. Maar wanneer het dan eenmaal zover is, doet het wel een beroep op het gezin. Gelukkig ervaart Fosse het oefenen als leuk en gezellig, wat het goed te doen maakt. Ik ben benieuwd naar de ontwikkelingen en het uiteindelijke resultaat. Ik houd jullie op de hoogte.

 

 

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

De Vraag van Vrijdag!

Ja, je hebt hem inmiddels misschien wel voorbij zien komen: de vraag van vrijdag. Ontstaan door verschillende ideeën. Zo wilde ik wat meer interactie op de Facebookpagina én ook graag van jullie horen wat bij jullie speelt. Zo heb ik ook meteen meer input voor toekomstige blogs, want ik vind het belangrijk en leuk om bij jullie aan te sluiten. Ook was ik geïnspireerd door één van mijn dagboekjes: elke dag een vraag voor moeders van Pauline Oud.

Invulboeken

Nu ben ik sowieso fan van haar hele serie invulboeken, en sinds een paar jaar bestaat er ook een 5 jaren dagboek variant van. Met elke dag een vraag, gerelateerd aan ouderschap of opvoeden. Erg leuk, en het prikkelt om over de verschillende onderwerpen na te denken. Met die combinatie bedacht ik de Vraag van Vrijdag. Elke week een spontane vraag om een onderwerp even op de kaart te zetten. Of laagdrempelig te filosoferen over verschillende zaken.

Waar speelt je kind vooral mee?

De eerste vraag ging over speelgoed. De Vraag van Vrijdag ontstond ook op die vrijdag, toen ik met vriendinnen een gesprekje voerde over dit onderwerp. Dat werd dus de eerste vraag van vrijdag. En wat leuk, al die verschillende antwoorden. Met direct hier en daar wat twijfelachtige opmerkingen: ‘is dat wel speelgoed?’. Leuk. Dit vraagt dus om wat meer uitwerking.

Universele spelontwikkeling

Ik vind de spelontwikkeling van kinderen een fascinerende ontwikkeling. Overal ter wereld spelen kinderen. Als er geen speelgoed tot hun beschikking is, wordt er gebruikt wat er maar voorhanden is: takjes, zand, water, steentjes, afval… Het is bijzonder om te zien hoe alle kinderen ter wereld een soortgelijke ontwikkeling doormaken op dit gebied, los van de hele cultuur. Natuurlijk zijn er culturele invloeden, maar er is wel een zekere basis, een soort oerinstinct die ons drijft om die essentiële vaardigheden op te doen via spel.

Voorbereiding op de toekomst

Want dat is het. Spelen van kinderen is broodnodig om zich te ontwikkelen. In spel worden vrijwel álle vaardigheden die nodig zijn om goed te functioneren geoefend en aangescherpt. Daarin zijn vormen van spel die meer of minder de voorkeur hebben, al naargelang de unieke ontwikkelingsbehoeften van je kind.

Spelcomputers

Zo is er de hele discussie over beeldschermen. Over computerspelletjes. Is dat speelgoed? Ja, het is speelgoed, in die zin dat het bedoeld is om ermee te spelen, je mee te vermaken, toegespitst op de interesses van kinderen. Is het ook goed voor je? Dat is een andere discussie. Met sommige computerspellen train je je werkgeheugen of oefen je rekenvaardigheden. Tegelijkertijd zit je kind heel stil en dat is ongezond, om niet te zeggen onnatuurlijk bij de beweegbehoefte van kinderen.

Buitenspeelgoed

Is buitenspeelgoed ook speelgoed? Natuurlijk. Het stimuleert het bewegen, de fijne en grove motoriek en wellicht ook samenspel. Maar het doet minder een beroep op de creatieve kant. Daar leent knutselspeelgoed zich weer voor. Of tekenmateriaal. Of klei. En met die laatste val je weer in de categorie van het sensopatisch spel. Daar hoort bijvoorbeeld ook vingerverf, spelen met zand, water, brooddeeg of scheerschuim bij. Hiermee geeft je belangrijke zintuiglijke ervaringen die nodig zijn voor een goed zelfgevoel, voor het leren gebruiken van je lijf en aanvoelen van lichamelijke sensaties.

Wat is speelgoed?

In feite kan al het materiaal als speelgoed gezien worden. Toen wij moesten verhuizen, moest ik kiezen wat we meenamen en wat er in de opslag moest. Er was simpelweg niet genoeg plek voor al het materiaal. Ik koos voor klein materiaal (vanwege de ruimte), voor fantasiemateriaal (playmobil, poppen) en constructief speelgoed (lego, kapla). En wat teken- en knutselmateriaal. Feit is, mijn kinderen spelen hier maar weinig mee. Waar spelen ze mee? Wat doen ze de hele dag? Zodra ze wakker zijn hoor ik eigenlijk: ‘en toen was jij de vader, en ik was het kindje, en we gingen op vakantie, en…’.

Rollenspellen

Rollenspellen. Een hele belangrijke ontwikkeling binnen de fantasieontwikkeling, die bijvoorbeeld heel erg hard nodig is voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden, sociaal inzicht en empathie. Hierin oefenen ze hun ‘rollen’, wat ze straks, in het latere leven willen doen en kunnen. En tegelijkertijd biedt het een uitlaatklep voor de verwerking van alledag. Niet zelden hoor je jezelf terug in wat je kind zegt als het de rol van vader of moeder heeft aangenomen.

Doen alsof spel

Signe is nog niet zover. Zij zit al wel met haar eerste stapjes in de fantasieontwikkeling, die begint met doen alsof spel. Dus gaat ze ‘schoonmaken’, ‘vegen’, haren kammen en alles wat ze anderen maar ziet doen. Ze doet werkelijk alles na, tot soms grote schrik of ergernis van ons. Zo moest ik vanmorgen ook de nagellak uit haar handen trekken, want ze was op de stoel geklommen die ze naar de kast had geschoven om zelf haar nagels te gaan lakken.

Buiten spelen

Wat doen ze nog meer? Buiten spelen, gelukkig! Een vorm van spel die zeker vandaag de dag veel te weinig wordt gedaan. Met buiten spelen vang je heel veel vliegen in één klap: er wordt samengespeeld, bewogen, ideeën verzonnen, motoriek geoefend, rollenspellen gedaan, grenzen opgezocht en verlegd en daarmee zelfvertrouwen opgedaan. Niet voor niets is het verplichte kost op school, en meer naarmate kinderen jonger zijn. Door hun beweegbehoefte is het gewoon noodzakelijk dat zij lekker naar buiten gaan.

Wat herken jij?

Ik ben benieuwd wat jullie herkennen in de spelontwikkeling van je kind. Soms denk ik wel eens: we hadden al dat speelgoed niet nodig gehad. Er valt nog een heleboel meer over te schrijven. Dat houden jullie nog van mij tegoed. Nu lonkt de zon, dus gaan we naar buiten!

Trainen in de turnselectie

Trainen in de turnselectie

Starten in de RTT turnselectie

Na ruim 2 jaar bij de Kweekvijver kregen we voor de zomervakantie in een eindgesprekje een advies voor Meia. Al eerder schreef ik over het turnen van Meia, waarmee ze al jong is begonnen. Ik had beloofd hier een vervolg aan te geven. Al sinds Meia 3 jaar is gaat zij met veel plezier naar gym. Was het in eerste instantie nog peutergym, inmiddels sluit zij straks aan bij het ‘echte’ turnen: ze mag meedoen met de RTT.

Einde van de kweekvijver

‘Huh!?’ Hoor ik je denken. Ja, ik heb ook maar vriendelijk geglimlacht toen dat werd uitgesproken, want ik heb geen kaas gegeten van die hele turnwereld, laat staan dat ik wist waar ze het over had. Gelukkig legt de trainster het nog eens geduldig uit: het Rayon Turn Toernooi (zei me nog niks, trouwens). In simpele taal: dit is de selectie binnen een vereniging, waarin ze een paar wedstrijdjes per jaar doen, op regionaal niveau.

Gelukkig geen topsport

Ah, dat was een opluchting. Natuurlijk had ik ook wel ingeschat dat Meia niet de nieuwe Sanne Wevers was, maar het is toch wel prettig als wordt bevestigd dat het geen toptalent is. Ja, je leest het goed, ik ben opgelucht dat ze dat niet is. Want dan kwamen we toch wel voor hele ingewikkelde keuzes te staan met ver reikende gevolgen. Hele dagen trainen, op jonge leeftijd al prestatiegericht opgevoed worden, de keuze maken voor sport in plaats van afspreken met vriendjes en vriendinnetjes… ik ben blij dat wij niet voor die keuzes staan, omdat ik niet zou weten of ik er goed aan zou doen. Of Meia me er later dankbaar voor zou zijn, of dat ze het gevoel zou hebben dingen te hebben gemist.

Sporten binnen de vereniging

Afijn, ik dwaal af. Gelukkig doet onze dochter straks ‘gewoon’ de selectie. Gezellig, met een cluppie andere meiden en bij haar oude vereniging. Daar is ze inmiddels ruim 2 jaar weg, dus ze zal wel weer even haar plekje moeten vinden. Gelukkig verhuizen er een paar andere meisjes mee naar de vereniging.

Andere weekplanning

Onze week zal er ook anders uit gaan zien. Ik ben best wel blij dat Meia nu wat minder gaat trainen. Hoewel het nog steeds 2 keer per week is, is er nu 2,5u per week, in plaats van 4 uur. Ik hoop dat daarmee wat meer tijd komt voor andere bezigheden. Gewoon, lekker afspreken of wat meer thuis aanrommelen. Wat relaxter.

Samenwerken

Het is ook leuk dat ze straks echt gaan leren hoe ze bepaalde oefeningen gaan uitvoeren. En hoewel turnen vrij individueel is (je voert de oefeningen tenslotte in je eentje uit), is het tegelijkertijd heel sociaal: je probeert als team gezamenlijk de meeste punten te halen op een wedstrijd. Dat waardeer ik aan deze sport. Het haalt de druk van het individuele presteren er een beetje af, en legt het accent op samen presteren. Kan voor Meia zeker geen kwaad.

Ouder-kind gym

Ik grapte een tijd terug al tegen de trainster van de Kweekvijver dat onze jongste telg binnenkort wel zou volgen. Om de daad bij het woord te voegen: binnenkort zal ik inderdaad starten met ouder-kind gym nu ze 2 jaar is. Ik kan niet wachten. Het lijkt me heerlijk om haar lekker te laten bewegen en energie kwijt te raken, en om dat samen te delen.

 

 

Fietsenrekje

Fietsenrekje

Melktandjes wisselen

Met 5 jaar was het zover: Meia had haar eerste wiebeltand. In eerste instantie dacht ik nog: ‘neejoh, dat heb je vast gezien bij anderen, en nu wil je het ook’. Maar na even voelen bleek het toch écht zo te zijn. Vol spanning volgden we met het gezin het proces van de steeds losser zittende tand.

Nieuwe fase

Toen het eenmaal zover was: de dag dat de tand er uit zou gaan, had ik gewoon kriebels in mijn buik! Het is toch iets fascinerends. Eerst wacht je vol spanning af tot je baby’s eerste tandje doorkomt, en een paar jaar later sta je samen te juichen als dezelfde tand er dan uiteindelijk uitgaat. Het is een hele concrete markering van een nieuwe fase, en een duidelijk afscheid van een vorige fase.

Dag baby en peutertijd!

De baby en peutertijd zijn voorgoed voorbij. Het babyspek is er inmiddels afgerend, je kind kan zich volledig verstaanbaar maken en ineens moet je nieuwe kleren aanschaffen omdat ze zijn versleten, in plaats van eruit gegroeid. Mijn kind is een schoolkind geworden en zal nooit meer zo klein zijn.

Grote mensen tand

Het was een grappig gezicht, het jonge bekkie met een gat in haar mond. Het werd nog veel gekker toen haar grote mensentand doorkwam. Een soort groteske, veels te grote tand die zich onvermurwbaar een weg zocht tussen de kleine kaboutertandjes.

Kleine meisjes worden groot

Vervolgens bleef het lange tijd stil. Deze ene tand leek een vroege aankondiging van wat komen zou, waarna de storm weer was gaan liggen. Een soort waarschuwing: ‘bereid je maar vast voor. Kleine meisjes worden groot, en het gebeurt nu’. Het duurde ongeveer een jaar, voor eindelijk de tweede tand begon te wiebelen en ook deze het veld moest ruimen voor zijn tweelingbroer, die zijn weg omhoog baande vanuit zijn verstopplek.

Fietsenrek

Inmiddels is het hek van de dam. Alsof met de tweede tand het definitieve startsein is gegeven, is Meia in een maand tijd inmiddels 4 tanden kwijt. Het is een absurd gezicht. De maaltijden vormen soms een uitdaging: dan weer met links eten, dan weer rechts kauwen. Maar iedere keer is het toch een klein feestje en worden er grote ogen opgezet als er een kleine tand uit is. Het fietsenrek en wisseltijdperk is in volle gang actief.

Wiebeltand

Ook Fosse sluit zich aan bij deze manie: zijn eerste wiebeltand is ook een feit. Met wisselend ontzag en afschuw  volgt hij de tandenwiebel-, draai- en trekpraktijken van zijn grote zus, als een voorbode van wat hem te wachten staat. We volgen de ontwikkelingen vol spanning en blijdschap met ze mee.

Melktandjes

Maar ook een beetje met weemoed. Zodra de melktandjes plaats hebben gemaakt voor de echte tanden, hebben zij ineens een heel ander gezicht. Wijs, groot. Het melkgebit gaf ze toch een zeker onschuld, een aaibaarheidsfactor, die we zullen missen. Ik ga nog maar flink wat foto’s maken van de jongste twee, zolang zij hun melktandjes nog hebben denk ik.

Aan de slag met de plaswekker

Aan de slag met de plaswekker

Zindelijk worden in de nachten

Nog steeds is er sinds het schrijven van mijn eerdere artikel geen verschil te merken in de zindelijkheid ’s nachts bij onze kinderen. Nouja, Fosse heeft trouwens wel een paar keer achter elkaar een droge luier gehad. Maar bij Meia gaf het weinig hoop. Omdat ons intussen wel duidelijk was geworden dat er vanzelf niet direct iets zou veranderen, begonnen we serieus na te denken over een plaswekker.

Geen goed startmoment

In eerste instantie wilde ik hier nog mee wachten. We hebben een hele onrustige periode achter de rug, met de verhuizing naar de flat, onze nanny met zwangerschapsverlof, de poes die dood ging, de auto die de deur uit moest en onrust op het werk bij zowel Steef als bij mij. Het leek ons geen ideaal moment om met de plaswekker aan de slag te gaan. Maar intussen zitten we al een tijdje in de tijdelijke huurwoning en duurt het (helaas) nog een poos voor we de overstap maken naar ons uiteindelijke doel.

Tijd om te oefenen

We hebben ons droomhuis inmiddels gekocht, maar het verkeert – zachtjes uitgedrukt – nog niet in de staat zoals we die wensen (of überhaupt bewoonbaar is). Reden te meer om toch maar van de gelegenheid gebruik te maken om te zien of we stappen kunnen maken in het zindelijk maken van de kinderen in de nacht. Dus bestelde ik een plaswekker.

Plaswekker vaak vergoed

Toen we, vanwege iets anders kleins, toch al bij de huisarts waren, informeerden we daarom direct naar de werkwijze hierin. Via de zorgverzekering kun je informatie opvragen of een plaswekker gedeeltelijk of geheel wordt vergoed. Wij hadden geluk: een groot bedrag van de prijzige plaswekker met toebehoren werd vergoed. We kozen voor Rodger. Een modern systeem met een draadloze wekker en meerdere geluiden voor de wekker.

Plaswekker bij late zindelijkheid

Een plaswekker is een methode die ik veel aanraad voor mijn eigen cliënten bij wie de zindelijkheid maar niet vanzelf lukt. Ik raad het aan als een kind nog nooit eerder zindelijk is geweest. Als een kind een terugval heeft en ineens weer begint met bedplassen, is er vaak een andere oorzaak en is een plaswekker niet de juiste keuze om het probleem aan te pakken.

Wakker worden

Met een plaswekker leert je kind om wakker te worden bij de eerste plasdruppels. Zodra je kind begint te plassen, gaat er een weinig subtiel alarm af. In ons geval variërend van sirene geluiden tot een heus luchtalarm. En, voor de vaste slapers zoals de onze: je kunt hem súperhard zetten. Omdat ik meteen in één klap het probleem wilde aanpakken, heb ik direct grof geschut in huis gehaald. De plaswekker heb ik daarom gepimpt met een ware ‘pillow shaker’, een soort vibrator voor onder je kussen dus.

Luisteren naar je lichaam

Het werkt zo: je kind slaapt vast en merkt niet dat het aan het plassen is, om vervolgens weer door te slapen. Of misschien wordt het pas een uur later wakker in zijn inmiddels koude plas. met een plaswekker draagt je kind een speciale onderbroek met een zender en sensoren die direct merken wanneer er urine in het broekje komt. Bij de eerste druppels gaat het alarm af, waardoor je kind in een reflex stopt met plassen. Je kind legt na een aantal dagen, weken of maanden uiteindelijk de associatie dat het wakker moet worden bij de aandrang om te plassen. De plaswekker leert dus om zelfs in je onbewuste alert te blijven op lichamelijke signalen en je sluitspier te trainen.

Zelf oefenen van gewenst gedrag

Zodra de wekker af gaat, moet je kind de wekker zelf uitzetten. Het oefent daarmee direct dat het goed wakker is om te gaan plassen. Vervolgens gaat je kind naar de wc om daar te plassen. Hierdoor traint je kind ook het gewenste gedrag: op de wc plassen bij aandrang in de nacht. Daarna wordt de wekker weer aangezet en slaapt je kind verder. In ons geval zit er nog een stap tussen, merken we in de praktijk na een paar dagen: een schone onderbroek aantrekken en een droge handdoek (of matrasbeschermer) neerleggen, omdat het toch vooralsnog net iets meer dan een paar druppels zijn.

Gemotiveerd

Meia vond het erg spannend om met de plaswekker te beginnen. Ze zet echt haar tanden erin om het voor elkaar te krijgen en is heel gemotiveerd. Het was voor haar een opluchting dat ze eindelijk geen luier meer om hoefde. Dus begonnen we vol goede moed met de eerste nacht. Na meerdere demonstraties en checks of ze wist wat ze moest doen ging ze slapen. Ik was erg benieuwd hoe laat de wekker zou gaan. Rond 23.00u was het dan zover: en zoals het onze taaie doorzetter betaamt, zat ze al rechtop en had het alarm al uitgeschakeld voor wij binnen waren.

De eerste veranderingen

Intussen zijn we bijna drie weken verder en is er veel verandert. In de eerste week was er nog geen droge nacht , maar ging Meia al wel vaker uit zichzelf naar de wc om te plassen, en was zij 1x van 21u tot ’s ochtends 7u droog. Ze merkte die eerste week al dat ze ’s ochtends meer moest plassen dan voorheen. In de tweede week al was daar de eerste droge nacht, en inmiddels zijn dat er al ruim 6 achter elkaar. Het lijkt er op dat de plaswekker het laatste zetje heeft gegeven en dat we nu eindelijk richting de nachtzindelijkheid gaan. Geduld is een schone zaak, en dat gezegde gaat zeker op voor een zindelijkheidstraining. Maar het geeft hoop en energie om er mee bezig te zijn, dus gaan we gemotiveerd door.

 

Ruzies tussen kinderen

Ruzies tussen kinderen

Waarom kinderen ruzie maken

Door jullie gekozen als volgende blogonderwerp: ruzies tussen kinderen. En dan heb ik het even niet over broertjes en zusjes, want die ruzies zijn onvermijdelijk en bovendien noodzakelijk. Maar leeftijdsgenootjes onderling maken ook héél wat ruzie met elkaar. Heel normaal. Even een robbetje vechten of lik op stuk geven. Maar in onze huidige maatschappij is ruzie tussen kinderen iets wat soms niet lijkt te mogen bestaan. Iets wat zo snel mogelijk moet worden opgelost of weggemaakt.

Wat doe je er aan?

Toen wij nog in het hof woonden, had ik er, tot mijn eigen irritatie, helaas regelmatig mee te maken. Ik zag kinderen uit de buurt en mijn eigen kinderen elkaar achterna zitten, uitschelden of elkaars spullen afpakken. Het is een lastige kwestie voor ons als ouders: je wilt niet dat je kind een ander slaat, pijn doet, uitscheldt, buiten sluit of op een andere manier kwetst. Toch lijkt het aan de andere kant soms onvermijdelijk.

Boos en overstuur

Als een meute kinderen mijn kind belaagden, de fiets afpakte of het stoepkrijt in de put propte, dan is het niet meer dan logisch dat mijn kinderen boos werden. Woedend zelfs. En dat zij overgingen in hetzelfde gedrag: vergelding. Maar in de meeste gevallen raakten zij overstuur en kwamen huilend thuis, zich geen raad wetend met de situatie.

Levenslessen

Hoe vervelend sommig gedrag tussen kinderen ook is, en hoe moeilijk het is om aan te zien: het zijn belangrijke lessen. Als mijn kinderen nu van school thuis komen met verhalen van scheld- of schoppartijen door andere kinderen, dan vreet ik me soms op. Maarja, ik ben er niet bij en kan er nu niks meer aan doen. Het enige dat je als ouders nog kunt doen is lering trekken uit deze situaties, en je kind wapenen tegen volgende situaties. Want die komen er, hoe oud ze ook zullen zijn.

Op je handen zitten

Dus zit ik soms op mijn handen terwijl ik uit het raam kijk hoe er tussen buurtkinderen een duel wordt gestreden. Om te zien of mijn kinderen in staat zijn tot redelijke oplossingen, zoals aangeven dat ze het vervelend vinden (‘stop daarmee’, ‘ik heb er last van!’), negeren (stoïcijns blijven door krijten) of uit de situatie gaan (‘kom we gaan ergens anders spelen’). In de hoop dat onze gesprekjes over de voorvallen hebben geholpen.

Waarom kinderen ruzie maken

Kinderen maken ruzie met elkaar. Dat is altijd al zo geweest en zal altijd zo blijven. Het is vaak nog steeds de wet van de sterkste die geldt. In het ruzie maken of ruzie zoeken zitten veel verschillende drijfveren. Mensen zijn sociale wezens en willen contact. Maar dit leggen van contact moet wel geleerd worden, door voorbeelden. Kinderen leren snel van ons en van elkaar. Ze zien waarmee andere kinderen succes hebben.

Macht

Voorbeeld: als een dominant kind een step wil hebben van een ander, kan hij die ander eraf duwen en de step opeisen. Dat geeft een gevoel van macht. Andere kinderen zullen uit angst sneller gehoorzamen aan dit kind. Als dit gedrag niet wordt doorbroken en niet ter discussie wordt gesteld, is het niet meer dan logisch dat het kind zo blijft doen. Hij krijgt immers zijn zin en niemand zegt er iets van, toch?

Sociale vaardigheden

Ander voorbeeld: een kind wil eigenlijk heel graag meespelen met andere kinderen, maar heeft nooit goed geleerd hoe hij dit moet aanpakken. Thuis is het een losgeslagen zootje tussen de broertjes en zusjes en helaas voelen ouders zich niet sterk genoeg om hier op in te spelen. De enige manier waarop ze nog overwicht hebben is door te straffen en af en toe wat tikken uit te delen. Dit kind rent op een middag de straat op als hij andere kinderen verstoppertje ziet spelen en gilt vervolgens waar iedereen zit naar de zoeker. De andere kinderen balen en worden boos, waarna het jongetje begint te schelden en spugen.

Stapjes in de goede richting

Het maken van ruzie kan dus verschillende oorzaken hebben, maar gebeurt meestal omdat kinderen onderling hun positie ten opzichte van elkaar willen ontdekken en veilig stellen. Kinderen zijn daarin puur, ze hebben nog weinig rem, en geven daarmee een indruk wat er tussen ons als volwassenen zou gebeuren als wij ons niet aan de sociale regels zouden houden. Uiteindelijk is het wel zo prettig als onze kinderen, op termijn, op redelijke wijze met elkaar kunnen omgaan. Ruzie maken met anderen zijn de trainingen op weg naar de einddoel. Zie het niet als tegenslagen, maar als weer een stapje richting de groei, als weer een lesje voor je kind.

Nabespreken van de situatie

Een les dus. Dan wil je ze wel wat leren. Maar je kind leert pas, als het voor hém relevant is. Dus preken heeft weinig zin. Wat ik bespreek na zo’n voorval? Wat ik vooral belangrijk vindt is dat ze mogen vertellen wat er gebeurde, zodat ze het volgens hun eigen interpretatie kunnen vertellen. Zonder te moraliseren of beoordelen (dus niet: ‘ja maar als jij zo doet, dan is het logisch dat…’). Ik benoem hun gevoel, beaam dat ze bijvoorbeeld van streek of boos zijn (‘ja dat is ook heel naar schat, ik snap dat je daar verdrietig van word’). Samen verwonder ik me over het gedrag van de verschillende kinderen (‘hoe zou het komen dat hij zo doet’) en probeer ook perspectief te bieden, in de hoop dat er begrip voor de ander kan worden opgebracht, hoe lastig dat ook is.

Begrijpen

Zoals ik eerder beschreef in de voorbeelden: dat kinderen ruzie maken, heeft altijd een oorzaak. Sterker nog: ál het gedrag heeft een oorzaak. Het kunnen begrijpen van de onderliggende oorzaak, geeft vaak meer begrip en acceptatie. Het neemt de boosheid of het verdriet weg bij je kind, omdat het de gebeurtenis menselijker maakt. Een voorbeeld zou kunnen zijn: ‘misschien wilde hij heel graag meespelen. Het lijkt wel alsof hij niet goed weet hoe hij het moet vragen. Misschien heeft hij het nooit zo geleerd, zoals jij het hebt geleerd’. Het biedt een opening voor een gesprek, en het stilstaan bij de behoefte en gevoelens van de ander: ‘hoe zou het voor hem zijn denk je, als hij merkt dat iedereen hem stom vindt en weg rent met wie hij graag zou willen spelen?’.

De volgende keer

Een laatste, moeilijke stap is het bespreken van volgende keren. Elke les kun je nabespreken in termen als ‘wat ging er goed?’, ‘wat ging er niet goed?’. Maar belangrijker nog is dat je kind er iets aan heeft voor een volgende keer. Zodat het kan oefenen met de nieuwe kennis. Dán pas kun je spreken van verandering van gedrag, tenslotte. Een afsluitende vraag is dan ook: ‘hoe zou het de volgende keer beter kunnen gaan?’, of: ‘wat zou je volgende keer anders kunnen doen?’, of: ‘hou zouden wij hem kunnen leren/laten zien hoe je leuk met elkaar speelt?’.

Beginnende geletterdheid

Beginnende geletterdheid

Leren lezen

Ineens kon hij het. Mijn kleine ventje die voorheen alleen maar geïnteresseerd was in spiderman en race-auto’s: letters herkennen. Ik zag hem in een boekje bladeren, wat hij al sinds baby af aan leuk vindt om te doen. Tegelijkertijd leek het alsof hij zijn mond bewoog terwijl ik intens naar de bladzijden keek. Direct zei ik tegen Steef: ‘volgens mij probeert hij te lezen?’.

Geen interesse

Ik kon het me bijna niet voorstellen, omdat er tot voor kort nul interesse deze kant op ging. Hij was (en is) altijd aan het spelen, bezig met afspreken, raketten aan het bouwen of ‘oorlog aan het voeren’ met denkbeeldige draken of dino’s. Waar zijn oudere zus nog wel eens dappere pogingen ondernam om hem te betrekken bij haar spel, liep dit steevast op een afwijzing van zijn kant uit. ‘Kom we gaan schooltje spelen en ik was de juf’ werd beantwoord met ‘Nee, saaaaaai!!’, waarmee de kous af was.

Ik kan mijn naam schrijven

Ook op school kreeg ik te horen dat we een echt speelkind hebben. Vooral bezig met buurten en socializen. Mijn hemel, wat heeft ie al een drukke agenda in groep 1. Brullen en dikke tranen wanneer hij een middagje niet kan afspreken. Op school zal hij dan ook niet uit zichzelf voor een ‘werkje’ kiezen. Dat hij ineens vertelde dat hij zijn naam kon schrijven, kwam voor ons dan ook totaal uit de lucht vallen! Waar hebben we een afslag gemist?

Grillige ontwikkeling

En inderdaad, toen we een blaadje aanboden, schreef Fosse ijverig met tong uit zijn mond en een ingespannen bekkie in hanenpootjes zijn letters op papier. En nu, niet veel later, worden we opnieuw verrast door deze ontwikkeling in beginnende geletterdheid, die een enorme vlucht lijkt te nemen. Dat de ontwikkeling grillig verloopt bij kinderen is mij al langer bekend. Maar om het dan bij je eigen kind te zien, blijft een bijzondere ontdekking.

Letters herkennen

Zo zaten we, net als elke avond, met een boekje in bed voor te lezen. Al langere tijd merkte ik dat Fosse tijdens het lezen zijn vingers bij de paginanummers hield: hij herkende steeds beter de cijfers en getallen en maakte er een spelletje van om te raden welke bladzijde we waren. Maar dat hij hetzelfde met de letters kon, was voor mij een complete verrassing. Ineens wees Fosse een woordje aan en zei: ‘ik weet wat hier staat, hier staat t…a…k… tak!’ Het was een boek met veel plaatjes bij de woordjes, dus ik vermoedde dat dit een gokje was, maar toen hij ook woordjes uit de tekst zónder plaatjes noemde, wist ik het zeker: hij begint te lezen.

Beginnende geletterdheid

De beginnende geletterdheid vind ik zoiets wonderlijks: grip krijgen op de taal om je heen. Er gaat een wereld voor je open als je kunt lezen. Toen Meia hiermee begon, merkte ik dit ook, en het is sindsdien alleen maar toegenomen. Dat Fosse hier nu ook ineens een vlucht in maakt, maakt me enthousiast: het is zo’n leuke fase! Ik ben blij dat wij hier getuige van mogen zijn en verheug me op alle ontwikkelingen die hierop zullen volgen.

Woordjes lezen en schrijven

Het herkennen van letters en woordjes gaat trouwens hand in hand met het schrijven van letters en proberen te vormen van woordjes. Helaas voor ons is Fosse niet kieskeurig op welk medium deze letters oefent. Blijkbaar geeft hij nu vooral prioriteit aan het schrijven, en minder aan de omstandigheden. Hoewel je zou kunnen denken, ‘ach, je gaat toch verhuizen’, is het toch best lullig om een half alfabet op de muren achter te laten voor de volgende bewoners.

Indruk achter laten

Blijkbaar heeft het schrijven ook iets van ‘een indruk kunnen achterlaten’, zoiets als je handtekening ergens onder zetten. Zoals je nu nog ziet op de wc deuren van kroegen of concertzalen: ‘Lisa was here’. Ik vermoed dat dit over dezelfde behoefte gaat. Hopelijk kunnen we die behoefte nog een beetje binnen de perken houden en het vooral op papier laten zetten. We gaan het zien.