Archief van
Categorie: Kleuters (4-6)

Een week vol aandacht voor jonge kinderen

Een week vol aandacht voor jonge kinderen

Spiegels van onszelf

Wat leuk, een week vol extra aandacht voor jonge kinderen! De week van het jonge kind wordt dit jaar gehouden van 16 tot 20 april. Ik heb al sinds ik ben begonnen met mijn opleiding een zwak voor jonge kinderen. Niet alleen vind ik ze om op te vreten, ik vind ze ook bere interessant. In de eerste jaren wordt er een blauwdruk gelegd voor de toekomst, en er is zo ontzettend veel te leren van en te ontdekken in deze jaren. Ze zeggen wel eens: ´kinderen zijn spiegels van onszelf´. Dat gaat eigenlijk voor over de jongste kinderen, omdat zij nog zo ontzettend puur en ongeremd zijn.

Puur en nieuwsgierig

Nog niet zo beïnvloed door alle prikkels van buitenaf, maar nog compleet nieuw, naïef en nieuwsgierig naar het leven. Nog zo vervlochten met hun omgeving, hun verzorgers, wat een prachtige dynamiek geeft. Jonge kinderen, of het nu baby´s, dreumessen, peuters of kleuters zijn, ze hebben allemaal hun eigen charmes binnen hun eigen ontwikkelingsfases. Als kinderen in de basisschoolleeftijd komen, is hun gedrag al veel meer gestabiliseerd, hun persoonlijkheid meer gevormd en hun zelfstandigheid veel groter.

Niet los zien van de ouders

In behandeling kunnen en mogen we jonge kinderen daarom ook niet los zien van hun ouders. Als je kinderen onder de 4 jaar behandelt, behandel je niet het kind, maar het kind in relatie tot de ander. Dat vraagt speciale behandeltechnieken en veel kennis van deze specifieke doelgroep. Je behandelt immers meerdere mensen tegelijk. Het is goed dat er zulke themaweken gehouden worden, omdat hierin maar weer wordt onderstreept hoe belangrijk die eerste jaren zijn.

Babyfase

Als je zwanger bent, dan ben je eigenlijk al moeder. Als de baby er dan eindelijk is, valt je met je neus in de boter. Want de babytijd is wel één van de meest intensieve periodes, waarin het vooral keihard werken is voor ouders. Een baby zet letterlijk je hele leven op z´n kop. Alles wat eerst zo vanzelfsprekend was, is voorbij. Een gigantisch verantwoordelijkheidsgevoel wordt geboren, tegelijk met je kind.

Dreumes

De babyfase gaat vloeiend over in die van de fase van een dreumes. In het eerste jaar komt het contact wel op gang, maar je baby is nog niet in staat uitgebreide interacties en uitwisselingen met je aan te gaan. Zodra je kindje 1 jaar is geworden, wordt mijlpaal na mijlpaal geslagen. De eerste stapjes, de eerste woordjes… er gaat een wereld voor hem open. Voor jullie beiden. Je leert nu je kind veel beter kennen als een eigen persoontje en veel ouders genieten van deze wederkerigheid in het contact. Tegelijk breekt ook de tijd van opvoeden aan. Want zodra de wereld van je kind groter wordt, heeft het grenzen nodig.

Peuters

Over de peuterfase is relatief veel geschreven. Niet voor niets, want met de peuterpuberteit, driftbuien, koppigheidsfase en vele andere perikelen in deze jaren, is er genoeg om je druk over te maken. In deze periode leert je kind dat het invloed kan uitoefenen en het gevoel van macht is dan een fantastische ontdekking voor ze. Iets minder voor ons als ouder, waardoor veel ouders deze periode als ´zwaar´ betitelen. Tussen het 3e en 4e jaar hoor ik menig ouder de dagen aftellen tot hun kind naar school mag, want: ´ze zijn er zo aan toe!´.

Kleuters

Eenmaal daar, breekt de kleuterfase aan. Een bijzondere fase, waar gek genoeg maar weinig onderzoek naar gedaan is en veel minder over bekend is. Het wordt wel de ´vergeten fase´ genoemd. Dat is balen, want het is zeker geen periode om te vergeten voor je kind! Het is de fase waarin dochters met hun vader willen trouwen, vriendjes hun broek laten zakken om elkaars geslacht te inspecteren en er in rap tempo sociale vaardigheden worden ontwikkeld, zoals het inlevingsvermogen en empathie.

Zo verschillend en zo gelijk…

Elke maand leert je kind nieuwe dingen. Ik blijf me continu verbazen en verwonderen over de enorme ontwikkeldrift van elk kind. Hoe enerzijds elk kind toch weer op een zelfde manier ontwikkelt, en anderszijds zoveel eigenheid en karakter doorkomt in de manier waarop een kind zich ontwikkelt. Als moeder van 3 kinderen zie ik tegelijk veel overeenkomsten als veel verschillen. Als behandelaar in mijn praktijk heb ik tientallen kinderen gezien van 4 jaar, waarin ook weer zoveel overeenkomsten als verschillen te herkennen zijn. Ik vind dit zoiets moois, en dat boeit me ook zo ontzettend aan deze doelgroep.

Blauwdruk van de toekomst

Ik heb me tijdens mijn registratietraject verdiept in de jonge kinderen. Wat ik daar heb geleerd, is dat de eerste jaren, pakweg tot 7 jaar, een blauwdruk vormen van ons bestaan. Hoe wij ons ontwikkelen, legt de basis voor wie wij zijn als volwassene. Veel klachten die we nu hebben, of onze slechte eigenschappen, zwakke plekken, trauma´s… bijna alles is terug te herleiden naar onze jeugd, onze eerste en vroege ervaringen. Bizar toch? Het geeft maar weer eens aan hoe belangrijk het is om in deze periode te investeren, en dat het echt geen tijdsverspilling is om samen met je kind te spelen, op pad te gaan, boekjes te lezen of cake te bakken.

Extra aandacht voor het jonge kind

In de toekomst hoop ik me verder te specialiseren als Infant Mental Health Specialist. Niet alleen omdat ik zelf nog kinderen in deze leeftijd heb (hoewel dat wel extra leuk is), maar vooral omdat ik vind dat deze jongste doelgroep veel aandacht verdient. Meer dan het nu krijgt. En omdat ik hoop dat hiermee een wezenlijk verschil kan worden gemaakt voor de ontwikkeling van onze toekomst.

Time-in is het nieuwe time-out

Time-in is het nieuwe time-out

De ongewenste effecten van time-out

Time-out is een veelgebruikt opvoedingsmiddel door veel ouders en andere opvoeders. Door nanny Jo Frost en andere ´opvoedgoeroes´ is dit middel wijd en zijd gepredikt en waren jarenlang de ´naughty chairs´ en strafmatjes niet aan te slepen. Als je het maar consequent genoeg toepaste, dan hield al dat ongewenste gedrag vanzelf wel op. Zo was het idee. En heel vaak werkte het ook zo: het kind gaf op en driftbuien bedaarden, waarna de draad weer kon worden opgepakt. Toch ben ik geen fan van dit middel, en leg ik hieronder uit waarom niet.

Stoppen van ongewenst gedrag

Het idee van een time-out is dat je kind leert het ongewenste gedrag te stoppen. Daar is niks mis mee, dat is natuurlijk wat elke ouder wil. Op het moment dat je een kind uit de situatie haalt, kan daarmee het gedrag al worden doorbroken. Het is dan ook een prima oplossing om toe te passen, bijvoorbeeld wanneer je kind ruzie maakt met zijn zusje en het niet lukt om hiermee te stoppen. Of blijft gillen omdat het iets wilt. Je neemt je kind dan op een rustige manier mee naar een andere, neutrale ruimte. De gang, de trap, of waar dan ook. Ook hier is niks mis mee, maar er zijn wel wat aandachtspunten.

Uit de situatie halen

Je haalt je je kind weg uit een situatie als het volle bak stress ervaart. Omdat het ruzie heeft, ontzettend boos is of zich gekwetst of afgewezen voelt, bijvoorbeeld. Vervolgens zet je je kind, met al zijn stress en onlustgevoelens, in een aparte ruimte, in zijn eentje. Op zulke momenten is het emotiesysteem van je kind ontregelt. Niet voor niets grijp je in: je kind doet raar, doet zichzelf of anderen pijn, scheldt of is brutaal. Dat is een uiting van de stress, je kind weet zich op dat moment geen raad met de heftigheid van de emoties die hij ervaart, en gaat daardoor ongewenst gedrag vertonen.

Wat het nodig heeft, is jou!

Eigenlijk is dat het moment dat je kind jou het hardste nodig heeft: je kind is nog volop in ontwikkeling om zichzelf en zijn emoties te leren reguleren. Om te leren hoe het zichzelf kan kalmeren en weer tot rust brengen in situaties die spanning geven. Om te weten wat het dan kan doen, zoals weglopen, er iets van zeggen, of hulp zoeken. Dat kan je kind nog niet, dat leert het van jou. In interactie met jou. Als een kind stress heeft en daardoor in de ´actiestand´ staat, is dat juist het moment om je kind te helpen weer tot rust te komen.

Reptielenbrein

Zoals ik al eerder schreef, kan je met stress niet meer helder nadenken en reageren we allemaal heel primair. Met vechten, vluchten of bevriezen. Kinderen hebben daar nog veel in te leren, en we kunnen er niet vanuit gaan dat ze dit uit zichzelf doen. Wat er gebeurt op het moment dat je je kind in een time-out plaatst, is dat je de boodschap afgeeft ´je moet het zelf doen´, ´als jij stress hebt, sta je er alleen voor´. Klinkt hard he? Is het ook. Het is dan ook zeer onwenselijk voor een kind als dit keer op keer zo wordt ervaren, want dan bestaat de kans dat het dit ook werkelijk zo gaat geloven.

Een negatieve boodschap

Gevolg? Je kind wordt uiterlijk rustig, want het leert: ´hoe boos ik ook word, er komt toch niemand om me te helpen weer te kalmeren, ik moet het alleen doen´. Van binnen blijft de stress echter, want het kán immers niet optimaal reguleren zonder hulp. De stress wordt daardoor intern opgeslagen in het lijf. Het zou zomaar kunnen dat het omslaat in lichamelijke klachten. Natuurlijk is het niet zo rechtlijnig, het gebruik van time-out leidt natuurlijk niet meteen naar problemen, maar het is wel iets om over na te denken.

Niet isoleren, maar dichtbij blijven

Beter is daarom niet je kind te isoleren, maar juist dichtbij te blijven. Geen time-out maar een time-in dus. Je geeft de boodschap dat je je kind niet alleen laat als hij het zo moeilijk heeft. Door je nabijheid en je empathie (´wat ben jij boos zeg!´) voelt het zich begrepen en lukt het sneller om te kalmeren. Hoe sneller het brein rustig is, hoe sneller je ook je grenzen kunt stellen en kunt bespreken wat je eigenlijk wilde doen: ´je was zo boos, dat je met spullen ging gooien. We gooien niet met spullen, want dat is gevaarlijk en het gaat kapot. Als je je zo boos bent, kun je zeggen waar je last van hebt tegen Madelief, of kom je naar mij toe als het niet lukt´.

Omdenken

Het is een omschakeling in het denken. We gaan er nu vanuit dat ons kind eerst moet kalmeren. Maar kalmeren lukt alleen met hulp van ons. Even omdenken dus. Het is geen kwestie van je kind ´z´n zin geven´, want het doet niets af aan de grenzen die jij stelt. Je wacht alleen tot de ergste stress voorbij is, zodat je kind weer helder kan denken, en jij alsnog je punt kunt maken. Dit is een hele effectieve strategie zelfs, want op ´t moment dat je kind in de stress blijft, komt je boodschap niet aan. De kans op herhaling van zelfde soort incidenten is daarmee heel groot.

Je punt maken

Beter is het dus om eieren voor je geld te kiezen en je kind te helpen met het reguleren van zijn emoties. Een kind in een time-out zetten die daar eerst heel de boel bij elkaar schreeuwt en uiteindelijk stil wordt, heeft niet geleerd om zelf rustig te worden. Het heeft geleerd dat het er in tijden van stress alleen voor staat, en dat hij niet op de steun kan rekenen wanneer hij die het hardst nodig heeft. Hij is niet rustig, maar heeft het opgegeven. Op het moment dat je dan je punt maakt als ouder, zal je boodschap niet landen: je kind is niet gekalmeerd, maar slechts verslagen en heeft nog geen kalm brein.

Wees nabij, zoek verbinding

Gelukkig is er een kentering in de wetenschap die dit fenomeen onderkent en terugkomt van het isoleren van je kind. Net zoals we terug zijn gekomen van het laten huilen van onze baby´s en het koste wat kost in eigen bed laten slapen van baby´s. Feit is nu eenmaal dat kinderen onze nabijheid door de jaren heen nodig blijven houden om te leren het uiteindelijk alleen te kunnen. Probeer daarom volgende keer eens om bij je kind te blijven, en je zal zien dat het sneller kalmeert en escalaties waarschijnlijk voorkomen kunnen worden.

Mini moestuin project

Mini moestuin project

Makkelijke Moestuin starten

Groene vingers heb ik niet. Planten vergeet ik en gaan dood waar ik bij sta. Onze eerste tuin was formaat postzegel en dat was misschien maar goed ook. We legden hem pas na 5 jaar aan en bestond (echt waar) uit gestort beton, een vlonder en kunstgras. Ja, zo groen zijn mijn vingers dus. Toch bijzonder, met een vader die jaren in de tuinarchitectuur zat en landschapsinrichting studeerde, en een moeder die niets liever doet dan tuinieren.

Gebrek aan groene vingers

Maar een tuin was voor mij altijd wel belangrijk om te hebben, voor het gezin. We kunnen enorm genieten van buiten zijn, bbq-en met vrienden of gewoon een badje opzetten met warm weer. In ons vorige huis had ik een dappere poging ondernomen tot het aanleggen van een verticale kruidentuin: zakken met kruidenplantjes aan de schutting. Helaas ging dit kapot en haalden buurtkinderen alles overhoop. Ook dat idee was geen lang leven beschoren.

Grijze tuin

In ons huidige huis krijgen we een herkansing. We hebben een grote tuin, maar eigenlijk is een betegelde parkeerplaats een betere benaming. Compleet met garagedeur, gestalde motor en fietsen en een karretje. De golfplaten overkapping met de kwaliteit van Lik me vestje maakt de depressieve sfeer helemaal af. In ons enthousiasme hebben we ons eigenlijk enkel op de verbouwingsplannen van het huis gericht, en de tuin min of meer buiten beschouwing gelaten. Voordat die aan de beurt is, zijn we dus wel een paar jaar verder.

Leven in de brouwerij

Maar sinds we er wonen, gebruiken we de tuin wel degelijk. Gelukkig kan het tegen een stootje, is het afgesloten en kunnen de kinderen zich heerlijk uitleven hier. Omdat we er toch een tijd mee moesten doen, dacht ik na over manieren om de tuin alvast wat op te pimpen. Toen ik vorig voorjaar de Makkelijke Moestuin tegenkwam op internet, werd ik direct enthousiast. Dit was een superidee voor onze (tijdelijke) tuin. Wat groen, wat levends, en iets fleurigs in de grijze, ongezellige toestand.

makkelijke moestuin zaaien planten oogsten gezin tuin project kinderen

Een project met de kinderen

Een project dat ik samen met de kinderen kon aangaan. Zo konden wij de vorderingen in het groen zien, die parallel zouden lopen aan de vorderingen aan de binnenkant van het huis. Ik moest nog wel even geduld hebben, want toen ik mijn plan smeedde, woonden we met 2 weken op een flat, waar geen ruimte was voor een moestuin bak. Toen we uiteindelijk verhuisden in september, was het moestuin seizoen aan zijn einde, dus besloot ik te wachten tot maart, wanneer het nieuwe seizoen zou beginnen.

Dit lukt iedereen…

In februari mocht ik dan eindelijk van mezelf bestellen: een bak van 120x120cm die je kunt verdelen in 4×4 vakjes. In elk vakje kun je vervolgens een andere groente (of kruid, of bloem) planten. Veel opbrengst op weinig oppervlak dus. Ideaal. Volgens de Makkelijke Moestuin moest het zélfs mij lukken, met een gebrek aan groene vingers. Of zeg maar gerust een gebrek aan vingers als het aankomt op tuinieren. Maar hé, we houden van biologisch eten en bewust omgaan met voeding. We hebben al een groentepakket van de lokale boer, en dit zou een mooie aanvulling vormen.

Het begin

Op een middag in februari was het zover: de bak moest in elkaar gezet worden zodat we konden beginnen. Met hulp van een enthousiaste Meia en sceptische Stefan werd de bak in elkaar geschroefd. Ik werd al blij van de bak zonder iets erin! Vol enthousiasme begonnen we de volgende dag met zaaien. “Kan niet misgaan”, verzekerde de website en de bijbehorende app mij, die me vertelde wat ik wanneer in welk vakje kon zaaien.

Geen vliegende start 🙂

Vol optimisme zaaiden we veldsla in een vakje en kwamen we er vervolgens achter dat de februari groente eerst moesten kiemen. Braaf volgde ik de stappen van de app, en legde ik de zaden van sugarsnaps, peultjes en wintererwt in plastic bakjes. En de volgende dag werd het -7. En de rest van de week ook. Oeps. Kan het dus toch nog misgaan, want ik had even geen rekening gehouden met het weer de komende tijd. Van die veldsla verwacht ik dus weinig meer. Maar we hadden de kiemen nog.

Poging 2

Toen ik ze vandaag, na ruim een week strenge vorst, tevoorschijn haalden, was door mijn onzorgvuldigheid de helft uitgedroogd en wist ik bij God niet meer wat nou wat was. Weer wat geleerd: opschrijven wat waarin zit. Ik haalde m´n schouders op en liet me niet kennen, en maakte volgens instructies van de app gaatjes in de aarde en gokte wat peultjes waren die het klimrek nodig hadden. De start was dus niet zonder tegenslagen. Maar, enthousiast geworden door de zon en de toenemende temperaturen, hebben Signe en ik ons ook gestort op het planten van o.a. postelein en radijsjes.

makkelijke moestuin compostbak composteren tuin

Compostbak

Het wroeten in de aarde geeft nu al voldoening. Het is mooi om te bedenken dat de soms miniscule zaadjes zullen uitgroeien tot iets eetbaars. Het werken aan de hand van de app is motiverend: je krijgt vanzelf weer een melding wanneer je iets moet doen. Steef beweert dat het weer een impulsieve bevlieging is, maar ik weet wel beter: dit is een gezinsproject. We trekken het nog een beetje verder door: bij gebrek aan een groene container hebben we een compostbak in de tuin gezet. Zo slaan we 2 vliegen in 1 klap: voeding voor de bodem, en minder restafval.

Natuurlijk houden we jullie op de hoogte van de vorderingen, en van de successen en mislukkingen!

 

Verwachtingen van de intelligentie

Verwachtingen van de intelligentie

Als de werkelijkheid tegenvalt

Een paar jaar terug had ik eens een gezin dat hun zoontje aanmeldde bij ons, omdat het gedragsproblemen had op school en thuis. Het gezin had een Arabische cultuur en deze verschilt ook in de opvoeding van de Westerse cultuur. Dit kind was hun oudste kind, en een zoon, wat het kind al een zekere status gaf. De ouders hadden daarmee eigenlijk al bepaalde verwachtingen van hem, en hoge ambities voor de toekomst.

Gedragsproblemen

Dat dit kind al met de eerste maanden school problemen gaf, was dan ook een behoorlijke tegenvaller voor het gezin. School was immers een milieu dat voor dit gezin heel belangrijk was. Sowieso is gehoorzaamheid aan je meerdere, een groot goed voor deze mensen. Dat de ouders voor hun gevoel al snel ‘op het matje werden geroepen’, namen ze dan ook uiterst serieus. Ze zetten zich met de leerkrachten in om hun zoontje te helpen met het leren van de kleuren, de vormen en van groot naar klein reeksen. Ze vroegen wat zij als ouders thuis konden doen, en namen hun taak heel ernstig.

Leerproblemen

Maar ondanks verwoede pogingen van het gezin en school, ondanks avonden lang thuis oefenen, het jongetje bleef problemen geven. Hij barstte in woede uit in de klas, waarna hij met dingen gooide en de andere kinderen uitschold of zelfs pijn deed. Thuis was hij volgens ouders niet te houden. Hij was brutaal en ongehoorzaam, hij weigerde te doen wat vader zei en elke poging om schoolwerk te oefenen, leidde steevast tot fikse escalaties tussen zoon en ouders. Vader zat met zijn handen in het haar en kwam ten einde raad bij ons.

“Hij vertikt het gewoon”

Na het horen van alle klachten, vroeg ik hen naar hun wens en hoop voor hun zoontje. “Dat hij zich weer gaat gedragen. Dat hij weer luistert naar ons, en niet steeds die woede-uitbarstingen. Dat hij begrijpt dat school belangrijk is en dat je je daarvoor moet inzetten, en niet zomaar je kont in de krib gooien. Want hij is slim zat, hij vertikt het gewoon te doen! Dat frustreert me”. Ik had heel erg met het gezin te doen. Ik vermoedde dat dit jongetje werd overvraagd en niet kon waarmaken wat zijn ouders van hem verwachtten en hoopten. Maar dat leek bijna een taboe-onderwerp. Ouders lieten op elke manier doorschemeren dat die verklaring geen verklaring was.

Twijfels over de intelligentie

Met toestemming van ouders nam ik contact op met school, waar ik sprak met de leerkracht en de schoolresultaten bekeek. Mijn vermoeden werd bevestigd: ondanks forse ondersteuning en één op één begeleiding merkten de leerkrachten te weinig groei. Hij deed erg zijn best, maar had intensieve ondersteuning nodig en raakte ondanks dat toch steeds verder achterop met de lesstof. De leerkrachten twijfelden aan zijn cognitieve capaciteiten.

Inzicht in het leren

Ik sprak opnieuw met ouders en probeerde het onderwerp in de week te leggen. “We zullen moeten kijken hoe hij leert, hoe hij de dingen aanpakt, wat zijn sterke en minder sterke kanten zijn en hoe we daar gebruik van kunnen maken of op in kunnen spelen”. Na het uitgebreid bespreken van het belang van het in kaart brengen van zijn intelligentie, en eventueel bijstellen van de verwachtingen hierover, werd het intelligentieonderzoek gepland.

Overvraagd worden

Het was direct duidelijk: dit kindje wordt met een zwakke intelligentie sterk overvraagd door zijn omgeving. Nu kwam echter het lastigste onderdeel, want ik moest het de ouders vertellen. Nu is dat op zich nog te doen, maar wanneer je als ouder zulke sterke verwachtingen of overtuigingen hebt voor je kind, is het heel lastig als een ander daar ineens vraagtekens bij gaat stellen. Want dat maakt kwetsbaar: dan heb je het als ouder dus al die jaren niet goed gedaan of gezien? En waarom zou iemand van buitenaf het nou beter weten?

Lastige gesprekken

Het zijn lastige, maar wel noodzakelijke kanten van mijn beroep. En soms lukt het ook niet helemaal. Ik nam de tijd voor het uitslaggesprek, waarin ik de resultaten toelichtte van wat ik had onderzocht en hoe hun zoontje scoorde. Ik probeerde duidelijk te maken hoe belangrijk het is dat elk kind op zijn eigen niveau moet kunnen werken, om ervoor te zorgen dat het kan leren en tegelijkertijd gelukkig kan blijven en succeservaringen kan opdoen.

Hardnekkige verwachtingen

Omdat bij dit gezin de verwachtingen zo sterk op de voorgrond stonden, heb ik hier veel aandacht aan besteedt, door direct duidelijk te zijn: dit kind zal niet naar de universiteit gaan, dit kind zal veel ondersteuning nodig blijven hebben en een eigen leerlijn moeten volgen. Het zou oneerlijk zijn om iets anders te verwachten. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij het gezin bleven de overtuigingen actief: “wanneer is deze achterstand bijgewerkt? Wat is er voor nodig om hem op dit niveau te krijgen? Hoeveel moeten we daar voor oefenen, want dan doen we dat gewoon. Het is tenslotte maar een momentopname, hij heeft waarschijnlijk gewoon geen zin gehad, zo doet hij dus thuis ook steeds, hij vertikt het gewoon, hij kan het gewoon”.

De waarheid accepteren

Voor dit gezin was één gesprek onvoldoende. Soms is er meer tijd voor nodig om de waarheid te accepteren en om dit een plek te kunnen geven, waar je als omgeving goed op kunt reageren. Ik heb dit gezin nog een tijd gevolgd om gesprekken mee te voeren. Het valt immers niet mee om je verwachtingen bij te stellen. Sterker nog, dit is één van de meest onderschatte en moeilijkste opgaves binnen de opvoeding, op welk terrein dan ook. Geduld is in die gevallen een schone zaak.

Hoe Fosse voor korfbal ging

Hoe Fosse voor korfbal ging

Sport als onderdeel van de opvoeding

Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen op een sport gaan. Naar mijn idee zitten hier zoveel voordelen aan, dat ik niet terugdeins dit te stimuleren bij mijn kinderen. Gelukkig hebben we ook drie energieke aapjes, die zelf ook lieten blijken graag lekker te sporten. Toen Meia nog maar 2 jaar was, ben ik met haar al begonnen met peutergym. Fosse groeide daar in eerste instantie min of meer in mee. Toen hij de leeftijd had, ging hij dus samen met zijn grote zus klimmen en klauteren in de gymzaal.

Turnen met zijn grote zus

Maar toen kwam het moment dat Meia naar een oudere leeftijdsgroep doorverhuisde, en Fosse dus ‘alleen’ overbleef. Hoe leuk hij het ook vond, hij weigerde pertinent nog een voet in de gymzaal te zetten zonder zijn zus. Ja, hij was een behóórlijk koppige peuter op die leeftijd. Maarja, ik wilde eigenlijk wel graag dat hij ook lekker in beweging bleef en een sport zou vinden waar hij zich fijn in zou voelen, iets van hemzelf, iets anders dan zijn grote zus. Zeker omdat de valkuil om zich te gaan vergelijken ook op de loer lag.

Handbal

Fosse was goed in gooien en vangen en hield ervan om met de bal te spelen. Voetballen deed hij toen nog niet zo fanatiek, hij was meer van het zwemmen, fietsen en met de bal spelen. We besloten eens bij handbal te gaan kijken, en kort daarna ging hij wekelijks naar het groepje op de handbal. Helaas was de club echter zo klein, dat er geen volledig team voor zijn leeftijd bestond en ook niet op de korte termijn leek te komen. Dat was jammer, want hij vond het wel heel stoer om hier mee bezig te zijn.

Beweegkriebels

De handbalmiddagen bloedden helaas dood, waarmee opnieuw de zoektocht naar een sport ontstond. Er werd toen om de zoveel weken ook ‘beweegkriebels’ georganiseerd, vanuit DordtSport, juist om de kinderen onder de 4 jaar kennis te laten maken met allerlei soorten sporten, klimmen en klauteren. Omdat Fosse nog nét mee kon doen, besloot ik dit samen met hem te doen. Voor een gezellig één op één moment, en om eens te ontdekken wat er nog meer aan sportmogelijkheden waren voor hem, en wat hem aansprak hierbinnen.

Van judo tot ballet

Mijn stoere surfdude moest niet zoveel hebben van de judo proefles: elkaar opzettelijk omver duwen, dat kon hij niet zo goed begrijpen. Ballet daarentegen, daar kon hij geen genoeg van krijgen. Met grote sprongen huppelde hij door de zaal op de muziek, wat tot menig verbaasd en vertederd gezicht leidde. Toen ik echter de prijzen in handen gedrukt kreeg van deze balletschool, was mijn enthousiasme helaas direct een stuk minder. Maar even wachten wat nog meer volgde.

Korfbal

Halverwege de beweegkriebel serie was er een proefles korfbal. Omdat de gymzaal aan het korfbalcomplex grensde, konden de kinderen direct op het echte veld trainen. Tot grote lol van mijn wildebras. Dit was direct een succes! De pittenzakjes door de gaten gooien konden zijn aandacht niet vasthouden, dus richtte hij zich direct op de korven. En het lukte! Hij kreeg high fives van de trainster en Fosse glunderde van oor tot oor. Na de beweegkriebels besloot ik daarom om verder te gaan met korfbal.

Kangaroes

Op zaterdagochtend trainde Fosse sindsdien bij de Kangaroes, waar de allerkleinsten in spelvorm allerlei basistechnieken van de korfbal trainden. De trainers waren enthousiast en tussen de kinderen was het gezellig, dus ging Fosse met veel plezier hier naartoe. Fosse is echter nogal groot voor zijn leeftijd en groeide in die periode ook doodleuk door, waardoor hij na een paar maanden een volledige kop groter was dan de andere kindjes. Wanneer hij ballen gooide, had de kleinste telg van het team de kans om zomaar omver gekegeld te worden. Met tikspelletjes, rende Fosse altijd de rest eruit met zijn lange benen. En zoals het Fosse betaamt: hij stopt dan gewoon zijn handen in zijn zakken en zit zijn tijd uit tot de rest bij is. Kortom, hij sloot niet helemaal aan bij de rest van zijn cluppie, vanwege zijn postuur.

De F-jes

Op advies van de trainster is Fosse toen alvast aangemeld bij de F-jes, zodat hij daar kon proefdraaien en kijken hoe dat beviel. Na de kerstvakantie zou hij dan ‘eindelijk’ mee mogen trainen daar. Fosse kon niet wachten! Vooral niet omdat een ander vriendje uit zijn team ook naar de F-jes ging. En een paar weken terug was het dan eenmaal zover. Op woensdagmiddag mocht hij voor het eerst in zijn gloednieuwe team meetrainen. Met nieuwe zaalschoenen, die hij op de valreep nog even met papa had gescoord, en kriebels in zijn buik ging hij van start.

Genieten van sporten

Hij vindt het heerlijk. Hij rent lange afstanden en wordt aan het werk gezet. Voor lanterfanten heeft hij weinig kans meer en qua lengte komt hij veel beter overeen met zijn ploeggenootjes. Het feit dat hij weet dat hij traint om uiteindelijk echte wedstrijdjes te gaan spelen, motiveert hem meer dan ooit. Met een fanatieke blik in zijn ogen zigzagt hij door de zaal en in de auto terug vertelt hij enthousiast wat hij heeft gedaan. Het is heerlijk als je kind het zo naar zijn zin heeft met een hobby of sport, en ik geniet daar dubbel van mee. Voorlopig houden we dit er in!

 

Regels en grenzen onder de loep

Regels en grenzen onder de loep

Opvoeden met een korreltje zout

Met de paplepel wordt ons aangeleerd dat we regels en grenzen moeten stellen aan onze kinderen. Een opvoeding zonder regels, is een mislukte opvoeding. Je moet vooral consequent zijn, want anders nemen ze een loopje met je en is het eind zoek. Als ouders moet je bovendien ook vooral één lijn trekken, anders raakt je kind in verwarring of erger nog, speelt het jullie tegen elkaar uit.

“Kinderen hebben regels nodig”

Ja, dat zijn zomaar wat kreten die ik tijdens mijn opleidingsjaren ook te horen kreeg. Ik ben ook opgeleid met de wetenschap en visie dat regels en grenzen een onmisbaar ingrediënt zijn van een succesvolle opvoeding. Nu heb ik, door schade en schande, in de praktijk ervaren dat hier nogal wat nuances in mogen worden aangebracht. Zowel in de ‘opvoeding’ van mijn cliënten (en diens ouders), als met mijn eigen kinderen.

Op zoek naar genoeg

Nee, ik ben geen vrijgevochten alternatieve ouder. Waar trouwens niks mis mee is, want menig persoon kan nog wat leren van de bewuste opvoeders met antroposofische of vrije-school inslag. Maar ik bedoel maar te zeggen dat ik ook een doodgewone huis-tuin-en-keuken ouder ben. Nouja, dat denk ik dan maar. En vanwege het feit dat ik zoveel herken van alle ouders die bij mij komen (die het heus niet allemaal verknallen hoor, integendeel), ga ik daar voor het gemak maar even van uit.

Meestal doe je het gewoon goed

Regels zijn belangrijk, net als grenzen aangeven en vasthouden en zorgen voor structuur in de opvoeding. Maar de wijze waarop dat wordt doorgevoerd is nogal op wat verschillende manieren mogelijk. Gelukkig maar, want dat maakt het ook zo mooi: elk gezin doet het op zijn manier, en 9 van de 10 keer is dat ook prima. We moeten tenslotte niet vergeten dat het in de meeste gevallen gewoon goed gaat, en dat daar geen hulp voor nodig is. Er is dus geen Gulden Route. Nee, je bent als ouder gelukkig vrij in hoe je je kinderen grootbrengt en om te kijken hoe je het beste bij de behoeften van jouw kroost kan aansluiten.

Rekening houden met elkaar

Waarom dan het gehamer op die regels? Dat zal ik uitleggen. Eigenlijk is een opvoeding een mix van verschillende ingrediënten. De belangrijkste, en dat zal niemand mogen verbazen, is die van liefde, warmte, acceptatie. Van begrip, erkenning en er mogen zijn. Maar we leven in een maatschappij die ook wat van ons verwacht: op tijd komen, je aan de afspraken houden, de deur voor elkaar open houden, opstaan voor oudere mensen in de bus of belasting betalen. Er zijn dus regels. En om te snappen en te beseffen dat je daar aan moet voldoen, en jezelf dus ondergeschikt maken aan een algemeen belang, vergt van ons dat onze kinderen worden opgevoed met regels en grenzen.

Zonder grenzen: grenzenloos

Wanneer kinderen volledig vrij worden gelaten, kunnen ze wellicht hun volledige creatieve talenten ontdekken en inzetten, maar zit de kans erin dat je lippenstift op de muren aantreft, of graffiti op het huis van je buren. Want zonder begrenzing, kun je niet van je kind verwachten dat het rekening houdt met andermans belangen. Grenzen zijn dus nodig. Om het leefbaar en acceptabel te houden. Maar hoe voer je dat uit in de opvoeding, zonder politie-agent te hoeven spelen? Want niet zelden krijg ik verhalen van ouders te horen waarvan ik spontaan de hoofdpijn voel opkomen.

Grenzen zijn persoonlijk

Laat ik voorop stellen: ik kan heel streng zijn, en dan vinden mijn kinderen mij echt geen leuke moeder. Ik word waarschijnlijk eerder gezien als een hysterische Cruella De Vill als ik weer eens gefrustreerd Ach en Wee roep bij het aantreffen van de kinderkamer. Ik bescherm op dat moment ook mijn grenzen en herhaal de regels: spullen opruimen en direct op de goede plek leggen. ‘Raap die pen eens op, die hier in de hal ligt’, en na 5 minuten: ‘Jongens, die pen ligt nu op de bank, ik heb gezegd dat dingen op de juiste plek moeten worden opgeruimd’. Ik ben vervolgens een hele ochtend kwijt met ze, 10.000 stappen rijker en een half pak hagelslag verder (die Signe in een onbewaakt ogenblik op de grond had uitgestrooid), maar de doppen zitten weer op de stiften, het oud papier is aangevuld en de boeken zitten weer op hun plek in de kist.

Laat het van de situatie afhangen

Maar regels hanteren en grenzen stellen betekent niet dat dit boven alles gaat. Als wij om half 9 terugkomen van iets, en de kinderen staan te zwalken op hun benen van vermoeidheid, negeer ik de rommel op de grond en help ik ze met hun pyjama’s aantrekken, al kunnen ze dat zelf. Als je een leuk uitje hebt gepland en er moet eigenlijk nog iets worden opgeruimd waardoor je in tijdnood komt, doe dan alsof je het niet hebt gezien. Of licht toe waarom het nu niet hoeft. In andere woorden: wees flexibel en empathisch. Wees menselijk, stem het af op de situatie.

Choose your battles

Maak gebruik van de mogelijkheid wanneer je die hebt, en probeer tolerant te zijn op momenten dat je minder in de gelegenheid bent om de regels na te komen. Zo heb ik op vrije dagen, vanzelfsprekend, veel meer tijd om op de regels te letten en kan ik ze daarin veel meer begeleiden. Dat doe ik dan ook. Mijn kinderen kunnen als ze willen ook vrijwillig klusjes doen voor ‘punten’, waarmee ze bijvoorbeeld sparen voor een keertje uit eten gaan. Tegelijkertijd haal ik heel regelmatig mijn schouders op of kijk ik een andere kant op. Het heeft geen meerwaarde om op alle slakken zout te leggen of om overal een ‘les’van te maken.

Er moet geleefd worden

Er moet ook gewoon geleefd kunnen worden. Kinderen moeten spontaan kunnen zijn, kunnen spelen, plannen maken, uitstapjes maken, kunnen afspreken, sporten, what ever. Ik heb simpelweg gewoon niet altijd tijd en zin om te zeggen ‘hé, gooi dat eens in de was’, ‘draai de dop eens op de tandpasta’ of ‘je moet dit nog opruimen’. Soms geniet ik er ook even van dat ze zo heerlijk spelen, ook al is de hele kamer een zooi, want dan kan ik gewoon even in mijn boek kijken of genieten van hun spel.

Consequent zijn…?

Het idee dat je als ouders altijd maar consequent moet zijn en één lijn moet trekken binnen de opvoeding, trek ik dan ook zeer in twijfel. Niet dat mijn kinderen nou het schoolvoorbeeld zouden zijn van een fantastische opvoeding, toch hoor ik tot mijn genoegen uit mijn omgeving vaak positieve geluiden terug, wat mij het vertrouwen geeft dat we wat flexibeler mogen omgaan met de opvoeding. Het consequent zijn betekent naar mijn idee veel meer dat je kinderen kunnen verwachten van je hoe je reageert. Dat betekent dus ook dat je je kinderen kunt leren dat er uitzonderingen op de regel zijn, en dat je in die gevallen anders reageert dan gebruikelijk. Je bent dan voor mijn gevoel nog steeds consequent, met empathie voor de situatie, en niet iemand die star vasthoudt aan de letterlijke zin van het woord.

Voor welke waardes sta je?

Dat je je speelgoed moet opruimen kan een regel zijn, maar niet vlak voor vertrek om op tijd te komen op de korfbal: in dat geval weegt de waarde ‘op tijd komen’ zwaarder dan de waarde ‘opruimen’, wat je je kind kunt uitleggen. Dit kan natuurlijk bij een ander gezin precies omgekeerd zijn, wat niks uitmaakt: zolang je kind maar snapt wat er verlangt wordt, en waarom het eventueel nu anders is dan normaal gesproken.

Eén lijn trekken als ouders…?

Idem dito voor het idee dat ouders altijd dezelfde regels zouden moeten hanteren en ‘een lijn moeten trekken’. Natuurlijk is het heel fijn en handig als je het samen eens bent over een bepaalde aanpak, of dat je min of meer op dezelfde wijze reageert. Maar dit is eerder een uitzondering dan dat we dat moeten verwachten van elkaar. Man en vrouw verschillen tenslotte, op zoveel verschillende manieren. Je bent allebei een verschillend persoon, je hebt een andere relatie met je kind, je hebt een andere opvoeding gehad dan je partner. Het is daarom niet meer dan logisch om ervan uit te gaan dat je allebei anders reageert binnen de opvoeding.

Wees jezelf

Het zou heel bijzonder, of misschien zelfs vreemd zijn, wanneer je als ouders exact hetzelfde omgaat met je kinderen en exact gelijk reageert in bijvoorbeeld het oplossen van conflicten. Dat is daarom dan ook niet iets om direct na te streven, als je het mij vraagt. Als ouders, en dus twee unieke individuen, heb je allebei je eigen manier van omgaan met je kinderen. Die, zoals eerder gezegd, 9 van de 10 keer prima is. Wanneer je kind weet wat het van je kan verwachten, is het dus goed. Ook al is dat anders dan wat het van je partner kan verwachten. Je kind wéét tenslotte niet beter dan dat jij jij bent, met al jouw unieke eigenschappen en eigenaardigheden.

Verschillende verwachtingen

Het zal dan ook verschillende verwachtingen hebben van jou, in vergelijking met je partner. En daar is niks mis mee. Sterker nog, dit staat dichter bij ons, dan wanneer wij ons in bochten zouden wringen omdat wij ons gedragen ‘zoals het hoort’, of zoals het ‘wordt verwacht’. Je kind is niet gek. Het kent jou als geen ander, en wéét wat het van jou kan verwachten. Wees daarom maar liever jezelf en authentiek. Dat je kind dan vaker naar papa stapt om te vragen of ze tv mogen kijken, omdat hij sneller zal toegeven, is dan iets dat we voor lief moeten nemen.

Opvoeding is niet zwart-wit

Structuur, regels, grenzen… ik hanteer ze, en ik kan niet zonder ze, maar wel binnen de mogelijkheden van de situatie. Voor alle lieve, hardwerkende ouders wil ik daarom het advies geven: ga eens bij jezelf na wat het belangrijkste is: het geluk van dat moment, het in stand houden van een waarde, het leren van een les, of het op één lijn komen met elkaar? Of mogelijk nog iets heel anders? Wees niet bang om de regels af en toe te laten vieren. Zolang jij dicht bij jezelf blijft en kunt uitleggen waaróm je daar nu voor kiest, is het voor een kind veel makkelijker te accepteren en te begrijpen. Het leven is nu eenmaal niet zwart-wit. Zoek de kleuren op.

Ga naar buiten!!

Ga naar buiten!!

Want daar ben je gelukkig

Het licht stroomt door onze glas in lood ramen naar binnen en maakt veelkleurige vormpjes op de vloer. De zon lonkt, en ik kan niet wachten tot we naar buiten gaan. Ik geef mijn kinderen een kwartier om de kilometers kapla en tonnen playmobil weer in de dozen te scheppen, zodat we naar buiten kunnen gaan. Het komt helaas vaak voor dat ik een kans mis, omdat ik gefrustreerd op en neer sta te springen om dingen gedaan te krijgen door de kinderen (lees: hun vuile onderbroeken in de was, dekbed óp het bed, of mandarijnenschillen van de vloer halen), terwijl zij stoïcijns doorgaan met… nouja, ondefinieerbare activiteiten die voor hen blijkbaar veel hogere prioriteit hebben op dat moment.

Speelgoed opruimen

Vandaag liet ik dat niet meer gebeuren. Het was de afgelopen tijd somber weer en als je zelf 6 weken verplicht weinig tot niets hebt mogen doen, kriebelt het aan alle kanten om weer aan de gang te gaan. Ik riep naar ze dat ze 15 minuten hadden, de timer werd gezet en ik wachtte af. Gelukkig beschik ik over een escape in de weekenden, want Steef is toch gewoon thuis aan het klussen. Na 15 minuten trok ik m’n schoenen aan, en werd er nog een laatste sprintje getrokken door de kinderen om toch maar de spullen opgeruimd te krijgen. Blijkbaar viel toen pas het kwartje dat ik écht zou gaan. Ik streek over mijn hart (nouja, eigenlijk was het vooral mijn eigen wens natuurlijk) en gaf ze nog een laatste kans om mee te gaan.

Kinderboerderij

Daar was ik blij om. We hebben heerlijk uren buiten vertoefd. Eerst op kraambezoek bij de pasgeboren biggetjes in de kinderboerderij (echt té schattige, broekzakformaat biggen), even lunchen thuis en daarna weer naar buiten de zon in. Met de zon in ons gezicht hebben we een park bezocht waar we vrijwel nooit eerder geweest waren. Ik genoot van het weer en de oude bomen om me heen. Het geschater van mijn kinderen en hoe zij eindeloos in bomen kunnen klimmen. Er is zo weinig nodig om gelukkig te zijn, en iedere keer als ik buiten met ze ben besef ik me dat weer.

buiten spelen park bos bomen klimmen kinderen ontspannen ouders gezin speeltuin

Preventie van depressie

Het is al langer bekend dat simpelweg buiten zijn al een enorme boost geeft aan ons humeur en preventief kan werken tegen depressie. Als je dat nog eens combineert met een wandelingetje of een andere lichamelijke activiteit, ben je helemaal goed bezig. Niet voor niets wordt nu bijvoorbeeld hardlopen ook ingezet als therapievorm voor o.a. depressie. Maar je hoeft geen geestelijke problemen te hebben om te voelen wat een wezenlijk verschil naar buiten gaan kan maken op je welzijn.

Snel tevreden

De kinderen rennen vooruit, verzamelen takken en zetten de route uit. De bruggetjes zijn spannend, ze komen klimbomen tegen en verstopplekjes in de bosjes. Fosse maakt een nieuw vriendje en Signe verwerft haar plekje tussen andere peuters in het speeltuintje. De kinderen zijn ontspannen en hebben niks nodig om zich te vermaken. Enkel elkaars gezelschap en de natuur om hen heen. Nouja, dat speeltuintje is natuurlijk wel heel fijn voor de jongste. En als ouder ben je ineens ‘vrij’.

buiten spelen actief wandelen hutten bouwen slootje springen kinderen ontdekken tevreden samen spelen peuters kleuters schoolkinderen ouders gezinnen

Even vrij van thuis

Vrij van mopperen dat ze op moeten schieten, lief moeten zijn voor elkaar, of het opdweilen van omgevallen bekers melk. Je bent verplicht vrij van de taken die altijd op de loer liggen om je aandacht thuis af te leiden van de meest essentiële zaken: genieten van al dat moois dat er al is, je kinderen, de rijkdom, hun gezondheid, of wat het ook maar is dat je gelukkig en tevreden maakt. Terwijl ik pakkertje speel met Signe in het klimrek, vraagt een collega-vader me om de tijd: ‘ik heb mijn telefoon bewust thuis gelaten, dus ik weet de tijd niet’. Wat knap. Zou ik een voorbeeld aan kunnen nemen. Het kan voor ons geen kwaad om wat meer in het hier en nu te genieten van wat er is, in plaats van steeds maar bezig zijn met wat hierna komt.

Na inspanning volgt ontspanning

Eenmaal thuis zitten ze met gloeiende handen en rode wangen aan tafel, gebroederlijk te kleuren. Het actieve buiten spelen zorgt ervoor dat ontspanning ook weer mogelijk wordt, en de concentratie verhoogd. Ik geniet van dit gezicht en prijs mezelf gelukkig dat onze kinderen het zo goed vinden met elkaar (over het algemeen dan). En natuurlijk neem ik me voor dat ik vaker naar buiten moet. Want ik ben ervan overtuigd dat iedereen er baat bij heeft.

Naar logopedie

Naar logopedie

Verstaanbaar leren praten

Fosse gaat sinds kort naar logopedie. Voor de zomervakantie spraken we met de juf, die aangaf dat Fosse soms wat onduidelijk spreekt. Ik begreep wat ze bedoelde, want ik merkte het soms ook. Toch konden we beiden niet goed aangeven wát we nu precies merkten en wat er mis ging. Het leek ons goed om alvast te starten met het traject en niet te wachten op de screening van groep 2.

Jong geleerd…

Voor jonge kinderen geldt in veel gevallen van behandeling: hoe jonger, hoe korter er nodig is. Kinderen zijn nog volop in ontwikkeling op allerlei gebied, en hun hersenen plastisch. Wat ze nu leren, wordt heel gemakkelijk verankerd in hun ‘hardware’. Naarmate mensen ouder worden, is dat lastiger, en is er meer tijd en oefening voor nodig om dezelfde resultaten te behalen.

Logistieke uitdaging

Zo vond ik het dan ook geen probleem dat Fosse naar logopedie moest. Maar het is wel een aanslag op de toch al drukke invulling van de dagen. Ik weet niet hoe dat bij jullie zit, maar ik heb soms het idee dat ik een logistiek bedrijf run, zoveel ben ik op pad voor de kinderen. Zo ook deze afspraak, die onder schooltijd valt. Bij het maken van de afspraak met de logopedist kwam ik tot de conclusie dat er gewoon geen handig moment is. Ik zit altijd met de jongste, waarvoor ik dan oppas moet regelen, of je zit na schooltijd met alle kinderen. Het is het lot van ouder zijn, denk ik.

Zenuwachtig

Fosse was erg zenuwachtig voor de eerste afspraak. Ik probeerde uit te leggen wat logopedie is. Een mevrouw die je helpt om mooier te praten, waarbij je oefeningen en spelletjes doet. Zodat anderen je ook beter kunnen verstaan. Nouja, zoiets was mijn uitleg. Maar Fosse vond het nog steeds spannend. Met zijn ruim 5 jaar kreeg ik het gevoel dat hij zich bovendien al bewust was van zijn uitzonderingspositie: ‘blijkbaar moet ik dit, terwijl anderen dit niet moeten… doe ik dan iets niet goed?’. Gelukkig zijn er in onze omgeving nog andere kindjes die ook logopedie hebben gevolgd, wat de spanning een beetje verzachte voor Fosse.

Observatie

En toen was het zover, de eerste afspraak. Fosse keek zoals verwacht de kat uit de boom, maar was vrij snel op zijn gemak. Hij heeft de neiging om bij verlegenheid juist zijn vingers in zijn mond te stoppen of met zijn tong te ‘spelen’, wat op dat moment de noodzaak van afspreken alleen maar bevestigde. Fosse mocht woordjes benoemen, terwijl de logopedist observeerde wat hij nu precies deed met zijn mond.

Verkeerde gewoontes

Het was al vrij snel duidelijk: Fosse heeft een verkeerde gewoonte, door zijn tong achter zijn ondertanden te houden in rust, terwijl deze achter zijn boventanden zou moeten rusten. Daardoor duwt hij ongemerkt zijn tanden naar voren en uit elkaar en maakt hij verkeerde klankbewegingen. De volgende keer begon hij met articulatie oefeningen met de letter ‘l’, waarna hij woordjes met de ‘l’ mocht zeggen met zijn tong op de goeie plek. Uiteindelijk worden alle klanken die lastig zijn aangepakt, van makkelijk naar moeilijk.

Gezellig

Naar logopedie gaan is een extra belasting voor het gezin, merk ik. Het is een heel geregel om er wekelijks naartoe te gaan. De jongste naar de oppas, vervolgens Fosse uit school halen, naar de logopedie, Fosse weer op school brengen en de jongste weer ophalen van de oppas. En daarvoor en daarna zijn, helaas, ook nog 1001 dingen te doen. Toch is het wel gezellig. Sinds Fosse heeft gemerkt dat het best leuk is bij logopedie, vindt hij het niet erg meer om te gaan. Samen op de fiets, als enige terwijl de rest op school zit. We genieten stiekem even van de tijd die we samen hebben.

Oefenen, oefenen, oefenen…

Maar het blijft niet bij wekelijkse afspraken. De meeste tijd gaat zitten in het oefenen. Omdat het een gewoonte betreft, is oefenen heel belangrijk om die gewoonte te doorbreken. Dagelijks, soms driemaal daags. Dat betekent zoeken naar een manier om deze oefeningen te verweven in het toch al drukke gezinsleven. Veel woordjes zeggen, wanneer doe je dat? Onderweg naar school en teruglopend naar huis. Tijdens het avondeten. Oefeningen om de lippen sterker te maken met een knoop, 3x per dag? Dat wordt al lastiger. Tot nu toe lukt het tijdens de maaltijden, omdat die ook 3x per dag zijn. ’s Middags schiet er vaak bij in, want dan is Fosse meestal op school. Elke dag een tijdlang met een bitje in zitten, waarmee je dus niet kunt praten? Lijkt me ideaal tijdens het tv kijken als ik kook.

Vroege screening

Het is fijn dat er al vroeg wordt gescreend op problemen, en dat er hulp bestaat die vaak laagdrempelig is en bovendien ook niet perse langdurig. Maar wanneer het dan eenmaal zover is, doet het wel een beroep op het gezin. Gelukkig ervaart Fosse het oefenen als leuk en gezellig, wat het goed te doen maakt. Ik ben benieuwd naar de ontwikkelingen en het uiteindelijke resultaat. Ik houd jullie op de hoogte.

 

 

Hoera! Fosse heeft ook zijn A diploma!

Hoera! Fosse heeft ook zijn A diploma!

Geslaagd voor A diploma

Ja, er is weer een mijlpaal bereikt in ons huishouden, want ons middelste kind is inmiddels ook trotse bezitter van zwemdiploma A! Al eerder haalde Meia haar A-diploma, en daarna binnen 4 weken haar B en een poos later ook haar C. Meia begon op wat latere leeftijd, terwijl Fosse met 4 jaar al het water in dook. Leuk om die verschillen ook te zien in ontwikkeling.

Hard werken loont

Fosse is apetrots op zijn diploma, en terecht! Hij heeft hem dubbel en dwars verdiend, door er keihard voor te werken. In tegenstelling tot zijn oudere zus ging het hem namelijk niet zo eenvoudig af. En laten we eerlijk zijn, tegenwoordig is afzwemmen voor je A-diploma al heel wat! Voor mijn gevoel moeten de kinderen meer kunnen dan je vroeger met A en B samen moest doen. Niet zo gek dat er met gemak een jaar tot 1,5 jaar over wordt gedaan.

Verschillen in ontwikkeling

Omdat Meia toch al daar zwom, was het logistiek wel zo makkelijk om Fosse meteen te laten beginnen met zwemles, aangezien we ook voor hem een pakketprijs hadden. Het maakte dus niet zoveel uit hoe lang hij erover zou doen. Dat betekende in de praktijk wel dat hij al met 4 jaar begon, ruim een jaar vroeger dan Meia. Kinderen hebben vaak pas met 5 jaar voldoende kracht om goed mee te komen. Maar Fosse is een waterrat en had zin in de zwemles, dus er was voor ons geen reden om ermee te wachten.

Waterrat

We hadden dan ook wel voorzien dat Fosse wat langer de tijd nodig zou hebben, omdat hij aan kracht nog wat tekortschoot. In de eerste maanden bouwde hij die trouwens best goed op met al dat zwemmen, zeker toen hij ook begon met korfballen op de zaterdag. Alle beetjes beweging helpen, en uiteindelijk werpt het zijn vruchten af. Dus vorderde Fosse gestaag. Fosse was echter een ongeleid projectiel met vrij zwemmen, in tegenstelling tot de lessen.

Bang en onzeker

Wat was er aan de hand? Fosse had in het begin een vrij strenge juf. Eentje die soms bijna onredelijk fel reageerde op de kinderen, waarbij zij bijvoorbeeld kinderen in het gezicht spetterden als ze niet opletten. Gevoelig als Fosse is, schrok hij hier heel erg van. Ook al was hij zelf niet het doelwit, hij was als de dood dat hij dat wél zou zijn. Voor Fosse werd de druk om het goed te doen ineens torenhoog. De vrije waterrat die ik kende, was niet meer terug te zien.

Met tegenzin naar zwemles

Er volgden een aantal maanden waarin Fosse met tegenzin naar zwemles ging. Stilletjes zat hij dan in de auto, tot hij op een gegeven moment zei: ‘eigenlijk vind ik zwemles helemaal geen leuke sport’. Dat vond ik aandoenlijk en sneu tegelijkertijd. Blijkbaar leefde Fosse al die tijd in de veronderstelling dat hij dit deed omdat wij dachten dat hij het leuk vond, dat het een vrijwillige keuze was. Gelukkig konden we daarna goed duidelijk maken dat dit niet een kwestie van ‘leuk vinden’ was, maar noodzakelijk voor de veiligheid. Maar leuk vond hij het inderdaad niet meer.

Positieve aansporing

Toen de auto bij ons kapot gingen, hadden we een tijdlang geen vervoer, waardoor Fosse niet naar zwemles kon en weer wat terugzakte in niveau. Na deze intermezzo was er gelukkig een andere zwemjuf bijgekomen, waarmee Fosse een betere klik leek te hebben en waardoor hij ineens de smaak weer te pakken kreeg. Er was tijdens de vakantie ook een inval badmeester die instak met humor en positieve aansporing bij de kinderen, waardoor Fosses motivatie en tijdelijke en broodnodige boost kreeg. Hij ging ineens met sprongen vooruit.

Belemmerende onzekerheid

Waar Meia met een zelfdiscipline en plichtsgevoel zichzelf de lessen door sleepte, wordt Fosse helaas vaker geremd door zijn eigen onzekerheid. Onbewust vergelijkt hij zichzelf met anderen, die soms al veel ouder of verder zijn, of inderdaad sneller dan hij. Dat gooit onzichtbare barricades op de weg. ‘Ik kan het niet’ is nooit ver weg, en ‘het lukt me niet’ ligt altijd op de loer.

Bevestiging

Toen we, met enig aandringen, het halve diploma hadden geregeld, kreeg Fosse de bevestiging die hij nodig had: hij kan het wél. Voor de helft in ieder geval. Het afbouwen van de kurkjes was voor hem dan ook spannend. Alleen al het idee dat hij het zonder moest, was voor hem een reden om het niet te proberen. Toen ze eenmaal afgingen, zwom hij als een speer. Het duurde niet lang voor de felbegeerde woorden klonken: ‘Fosse, je mag afzwemmen’.

Zelfvertrouwen

En na die boodschap was hij terug. Ons ongeleide projectiel, ons waterratje. Met salto’s en bommetjes wierp hij zich in het water. Geen angst meer te bekennen. Hij had namelijk van buitenaf gehoord dat hij het kon, dus kon hij het. Er was nog één hobbeltje: het afzwemmen. Maar hij ging er ontspannen heen. Hij kon het immers, was hem verteld. Eenmaal daar, met al dat publiek, was het toch een beetje spannend. Maar dat mag natuurlijk.

Trots!

Bij de boodschap ‘nu mogen jullie drie rondjes op je buik zwemmen’ zag ik Fosse een diepe zucht slaken. Bij voorbaat al moe. Maar hij deed het. Het koste moeite. De stilte doorbroken door ingespannen geluidjes en kreungeluidjes van het vele zwemmen. Uiteindelijk heeft hij alles gedaan en kreeg hij dan eindelijk zijn diploma. Zo verdiend! Ik ben zo blij dat hij die in ieder geval binnen heeft. Nu verder voor B, en volgen hoe dat gaat.

Kalverliefde: verliefd zijn op kleuterleeftijd

Kalverliefde: verliefd zijn op kleuterleeftijd

Verliefd zijn als jong meisje

Al een tijd lang speelt er iets bijzonders bij onze oudste dochter. Iets wat ik totaal niet herken uit mijn eigen jeugd, althans niet op deze leeftijd. Noem het kalverliefde, maar onze oudste dochter is al jarenlang verliefd op dezelfde persoon. En niets komt tussen hen in te staan. Geen andere persoon kan daar tegenop.

 

Ontwikkelen van vroege vriendschappen

Toen Meia net naar school ging, met 4 jaar, viel het me al snel op hoe vaak er wordt afgesproken. In de kleuterklassen, groep 1 en 2, is afspreken aan de orde van de dag. Vriendschappen werden daardoor voor mijn gevoel al vroeg gelegd. Zo ook de vriendschap tussen Meia en haar grote vriend. Wat uiteraard ook begon met afspreken, maar al snel werd duidelijk dat dit méér dan een gewone vriendschap was.

Een roos met Valentijn

Zoals de betreffende vriend eens noemde: ‘ik vond haar zo mooi toen ik haar voor het eerst zag’, leek het bijna om liefde op het eerste gezicht te gaan. Nu, in groep 4, is de liefde nog net zo actueel. Met haar verjaardag kreeg Meia eens een prinsessenjurk, want ‘ik vind haar zo’n mooi meisje, en ik denk dat ze er in een jurk heel mooi uitziet’. Met Valentijn had de grote vriend zich aangekleed met overhemd en stropdas, en stond hij met een roos en cadeautje in zijn handen voor de deur. Meia deed giechelend en blozend open en ineens voelde mijn aanwezigheid teveel in hun gezelschap. Ze waren toen nog geen zes jaar.

Kusjes op het schoolplein

Op school worden ze wel eens geplaagd. Meia zegt dat ze jaloers zijn. Er is wel eens een ander jongetje verliefd op haar en die lijkt haar aandacht te willen trekken door haar te plagen, maar Meia is vastberaden: ze is verliefd op háár grote vriend en daar komt niemand tussen. Ook haar grote vriend is resoluut. Toen er eens een ander meisje met hem mee op vakantie ging, legde hij van tevoren uit: ‘luister, ik ben verliefd op Meia’, om maar vast de boel duidelijk te hebben. Uiteindelijk druipen de andere aanbidders schouderophalend weer af, waarna Meia en haar liefde zich terugtrekken in een tunnelbuis op het schoolplein en heimelijk kusjes uitdelen aan elkaar.

Giechelen op de achterbank

Omdat we naar dezelfde zwemschool gingen, was het logistiek handiger om de kinderen gezamenlijk mee te nemen voor de zwemlessen. Inmiddels hebben ze beiden hun diploma’s, maar in die periode waren het soms bijna puberale taferelen die zich afspeelden op de achterbank tussen die twee. De liefde zat diep, dat is wel duidelijk. Toch hielden ze dat op school liever uit de aandacht, want ze merkten donders goed dat dit niet de gebruikelijke manier van omgaan was met elkaar.

“Ik mis hem, mama”

Zomervakanties van afgelopen jaren duurden té lang zonder elkaar. Sterker nog, soms konden ze nog geen weekend zonder elkaar. De boodschap ‘je ziet elkaar maandag weer’ was blijkbaar onverdraaglijk om het weekend te overbruggen. Dus zijn er nog met regelmaat speelafspraakjes (want gelukkig spelen ze hoofdzakelijk gewoon samen) in de weekenden. En in vakanties verzucht Meia regelmatig ‘ik mis hem zo… hoe lang duurt het nog voor we elkaar weer zien?’. Ik kan me dat verliefde gevoel nog wel herinneren, maar toen was ik 16, geen 6.

Verbondenheid

In beslagen ramen en spiegels zie ik regelmatig de sporen van hartjes en hun namen. Bij het uitzoeken van oude tekeningen en vol gekladderde notitieboekjes kom ik ontelbare liefdesverklaringen tegen. Ik vind het magisch. Met de ouders van het betreffende vriendje liggen we soms in een deuk om de uitspraken of het gedrag van deze koters, maar tegelijkertijd ben ik vol verwondering. Het is toch bijzonder dat er op zo’n jonge leeftijd al zo’n hechte, blijvende vriendschap ontwikkeld. Ongeacht of dit nu werkelijk verliefdheid is, deze twee voelen wel degelijk een verbondenheid met elkaar die hen heel hecht en onafscheidelijk maakt. Ik gun ze deze mooie vriendschap en volg de ontwikkeling op de voet. Want je kan als kind nooit teveel liefde ervaren, toch?