Archief van
Categorie: kleuters

Kalverliefde: verliefd zijn op kleuterleeftijd

Kalverliefde: verliefd zijn op kleuterleeftijd

Verliefd zijn als jong meisje

Al een tijd lang speelt er iets bijzonders bij onze oudste dochter. Iets wat ik totaal niet herken uit mijn eigen jeugd, althans niet op deze leeftijd. Noem het kalverliefde, maar onze oudste dochter is al jarenlang verliefd op dezelfde persoon. En niets komt tussen hen in te staan. Geen andere persoon kan daar tegenop.

 

Ontwikkelen van vroege vriendschappen

Toen Meia net naar school ging, met 4 jaar, viel het me al snel op hoe vaak er wordt afgesproken. In de kleuterklassen, groep 1 en 2, is afspreken aan de orde van de dag. Vriendschappen werden daardoor voor mijn gevoel al vroeg gelegd. Zo ook de vriendschap tussen Meia en haar grote vriend. Wat uiteraard ook begon met afspreken, maar al snel werd duidelijk dat dit méér dan een gewone vriendschap was.

Een roos met Valentijn

Zoals de betreffende vriend eens noemde: ‘ik vond haar zo mooi toen ik haar voor het eerst zag’, leek het bijna om liefde op het eerste gezicht te gaan. Nu, in groep 4, is de liefde nog net zo actueel. Met haar verjaardag kreeg Meia eens een prinsessenjurk, want ‘ik vind haar zo’n mooi meisje, en ik denk dat ze er in een jurk heel mooi uitziet’. Met Valentijn had de grote vriend zich aangekleed met overhemd en stropdas, en stond hij met een roos en cadeautje in zijn handen voor de deur. Meia deed giechelend en blozend open en ineens voelde mijn aanwezigheid teveel in hun gezelschap. Ze waren toen nog geen zes jaar.

Kusjes op het schoolplein

Op school worden ze wel eens geplaagd. Meia zegt dat ze jaloers zijn. Er is wel eens een ander jongetje verliefd op haar en die lijkt haar aandacht te willen trekken door haar te plagen, maar Meia is vastberaden: ze is verliefd op háár grote vriend en daar komt niemand tussen. Ook haar grote vriend is resoluut. Toen er eens een ander meisje met hem mee op vakantie ging, legde hij van tevoren uit: ‘luister, ik ben verliefd op Meia’, om maar vast de boel duidelijk te hebben. Uiteindelijk druipen de andere aanbidders schouderophalend weer af, waarna Meia en haar liefde zich terugtrekken in een tunnelbuis op het schoolplein en heimelijk kusjes uitdelen aan elkaar.

Giechelen op de achterbank

Omdat we naar dezelfde zwemschool gingen, was het logistiek handiger om de kinderen gezamenlijk mee te nemen voor de zwemlessen. Inmiddels hebben ze beiden hun diploma’s, maar in die periode waren het soms bijna puberale taferelen die zich afspeelden op de achterbank tussen die twee. De liefde zat diep, dat is wel duidelijk. Toch hielden ze dat op school liever uit de aandacht, want ze merkten donders goed dat dit niet de gebruikelijke manier van omgaan was met elkaar.

“Ik mis hem, mama”

Zomervakanties van afgelopen jaren duurden té lang zonder elkaar. Sterker nog, soms konden ze nog geen weekend zonder elkaar. De boodschap ‘je ziet elkaar maandag weer’ was blijkbaar onverdraaglijk om het weekend te overbruggen. Dus zijn er nog met regelmaat speelafspraakjes (want gelukkig spelen ze hoofdzakelijk gewoon samen) in de weekenden. En in vakanties verzucht Meia regelmatig ‘ik mis hem zo… hoe lang duurt het nog voor we elkaar weer zien?’. Ik kan me dat verliefde gevoel nog wel herinneren, maar toen was ik 16, geen 6.

Verbondenheid

In beslagen ramen en spiegels zie ik regelmatig de sporen van hartjes en hun namen. Bij het uitzoeken van oude tekeningen en vol gekladderde notitieboekjes kom ik ontelbare liefdesverklaringen tegen. Ik vind het magisch. Met de ouders van het betreffende vriendje liggen we soms in een deuk om de uitspraken of het gedrag van deze koters, maar tegelijkertijd ben ik vol verwondering. Het is toch bijzonder dat er op zo’n jonge leeftijd al zo’n hechte, blijvende vriendschap ontwikkeld. Ongeacht of dit nu werkelijk verliefdheid is, deze twee voelen wel degelijk een verbondenheid met elkaar die hen heel hecht en onafscheidelijk maakt. Ik gun ze deze mooie vriendschap en volg de ontwikkeling op de voet. Want je kan als kind nooit teveel liefde ervaren, toch?

 

 

Pakjesavond 2.0

Pakjesavond 2.0

Minder cadeaus, meer lol

Het lijkt wel een thema van me. Al eerder verwonderde ik me over de vermenigvuldigende eigenschappen van al dat felgekleurde plastic ruimte opslokkende materiaal en trachtte ik met de verhuizing naar een flatje korte metten te maken met deze verzameldrift. Ik merkte dat het krijgen van zakgeld een groot verschil maakte in de dankbaarheid die de kinderen voelden voor hun spullen en ook recent trok ik weer de conclusie: less is more.

We leven in overvloed

December, de maand van sinterklaas, pakjesavond, schoencadeautjes, en bergen cadeaus onder de kerstboom. En misschien als je een beetje pech hebt, is je kind ook nog eens jarig rond deze periode. Wat moet je in hemelsnaam geven!? Het is de huidige tijdsgeest, dat we in de luxe en welvaart leven wat een probleem met zich meebrengt waar we in onze eigen kindertijd zelfs maar geen voorstelling van konden maken: die van overvloed, die van tevéél. Onze kinderen worden gek gemaakt met al die spullen, en ik als ouder eerlijk gezegd ook. Maar recent, door de samenloop van omstandigheden, ontdekte ik iets moois wat ik met jullie wil delen. Iets om bij stil te staan.

Noodgedwongen aanpassingen

Zoals de meesten van jullie weten ben ik recent geopereerd. Ik wist ongeveer 3 weken van tevoren de datum, en had dus 3 weken om de reeds geplande en toekomstige afspraken en plannen om te gooien. Aangezien mijn operatie eind november was, betekende dat geen traditionele pakjesavond voor ons. In overleg hebben we toen besloten pakjesavond dit jaar anders aan te pakken en te vieren met de intocht van Sinterklaas. Er bleef namelijk weinig keus over in dat korte tijdsbestek en bovendien was er krap tijd om de nodige inkopen te doen. De jaarlijkse lootjes zijn dit keer dan ook niet getrokken.

Geef een doe-cadeau

Dit bracht ons in een positie dat we in korte tijd overlegden hoe we het deden. Nog vóór ik wist dat ik dan geopereerd zou worden, had ik de wens om geen speelgoedcadeaus te geven (want wát moet je in vredesnaam geven), maar bijvoorbeeld gezamenlijk een dagje uit te geven. Gelukkig vond de rest van de familie dit ook een goed idee, en hebben we de cadeaus verder zeer bescheiden gehouden: praktische cadeaus, zoals kleding en een nieuwe schooltas en één speelgoedcadeau van opa en oma.

Tevreden met minder

Dit jaar dus geen stapels cadeaus, geen verzadiging halverwege de avond, geen achteloze gebaren met het wegwerpen van pakjes, geen ontevreden gezichten omdat ‘die meer heeft dan die’, geen tellen van de hoeveelheden waar ik spontaan eczeem van krijg. Nee. De kinderen waren blij met wat ze kregen. Sterker nog! De rest van die middag en avond hebben zij gespeeld met het speelgoedcadeau dat ze kregen. En de dag erna ook. En de week erna nog steeds. Ze waren blij met hun cadeau, en werden niet lamgeslagen door de hoeveelheid, maar het was overzichtelijk.

Dankbaarheid stimuleren

Ik was aangenaam verrast. Er werd niet gevraagd om meer, ze waren tevreden en het was goed zo. Het maakte maar weer eens duidelijk dat minder vaak meer is. Dat kinderen gewoon prima tevreden zijn met minder, wanneer er geen vergelijk is. Het deed me denken aan mijn eigen jeugd, toen ik naast de nieuwe sloffen, chocoladeletter en warme sokken, mijn cadeau kreeg, dubbel ingepakt omdat ik hem zo verlangde: mijn potlodendoos. Nog steeds heb ik deze potloden, waar ik al die jaren zuinig op ben geweest. Laten we met z’n allen proberen deze dankbaarheid weer een beetje terug te geven aan onze kinderen. Ik weet zeker dat zij er ons dankbaar voor zullen zijn.

11 nadelen van straffen

11 nadelen van straffen

Straffen, weet wat je doet!

Ik straf liever niet. Maar omdat er veel misverstanden bestaan rondom straffen en belonen leg ik de dingen het liefst goed uit, zodat we beter begrijpen van elkaar waar we het over hebben. Eerder gaf ik een overzicht van soorten straf. Niet alle maatregelen uit dit lijstje beschouw ik als straf. Toch blijf ik erbij dat je beter op een andere manier kunt proberen om het gedrag van je kind te sturen.

 

Zoek alternatieven!

Straf is in eerste instantie niet aan te raden als opvoedmiddel. Er zijn veel andere middelen die beter werken en minder nadelen hebben dan straf. In het volgende deel geef ik daarom alternatieven voor straf waar je alvast je voordeel mee kunt doen. Vandaag zoom ik in op de nadelen die er aan straffen kleven. Ik noem er 11.

 

11 Nadelen van straf

  1. “Als je zo door gaat dan mag je niet mee naar oma en blijf je maar alleen thuis!”. Dreigen met zware gevolgen heeft weinig effect omdat ze toch niet worden uitgevoerd. Je gaat immers toch wel naar oma en je kind gaat gewoon mee, want je kan hem nu eenmaal niet alleen laten. Een ander nadeel kan zijn dat het onnodig angst oproept bij je kind: ‘alleen thuis blijven? Help! Dat durf ik niet!’. Ook leert je kind na verloop van tijd dat dreigementen toch niet worden uitgevoerd: ‘dat zei mama vorige keer ook, en toen mocht ik ook gewoon mee, dus het zal wel weer zo zijn’.
  2. “Als je dat nog één keer doet dan vind ik jou niet meer lief hoor!”, “jij krijgt dus geen knuffel, want jij deed net zo lelijk!”. Liefdesonthouding is niet verstandig omdat je kind zich daardoor als persoon voelt afgewezen. Het is in feite emotionele chantage en legt je kind een ‘voor wat, hoort wat’ principe op. Terwijl we toch onvoorwaardelijke liefde willen geven? Dan moeten we deze maatregel zo snel mogelijk in de prullenbak kieperen!
  3. Als ouders hun kind uitlachen of belachelijk maken, kan het kind onzeker worden: hun eigenwaarde wordt dan aangetast. Een inkoppertje, zul je misschien denken. Maar denk even goed na: soms lachen we omdat iets er komisch uitziet en bedoelen we het niet verkeerd. Maar kinderen begrijpen het verschil tussen uitlachen en toelachen nog onvoldoende. Als je kind de boel op stelten zet en je schiet in de lach, zeg dan dat je het er grappig uit vindt zien en dat je hem niet uitlacht.
  4. Straffen bij milde problemen leidt tot meer gedragsproblemen. Leg niet op alle slakken zout. Choose your battles. Lieve papa’s en mama’s: dit is een vrijbrief om af en toe gewoon te doen alsof je het niet ziet. Want wees eerlijk: ondeugend doen hoort bij een kind. Op die manier ontdekt het de wereld, het zoekt grenzen op, leert van ervaringen. Probeer de politiepet en scheidsrechtersfluit aan de kant te leggen.
  5. Met straf leer je je kind wat het niet mag doen, maar niet wat het wél mag doen. Als we ergens aandacht aan besteden, wordt het beter onthouden. Elk moment dat je straft, zet je dat gedrag in de spotlights. Het werkt zo: “denk niet aan die roze olifant!” en natuurlijk denk je aan die roze olifant. Straf vergroot dus vaak de kans op herhaling van het gedrag waar je voor straft.
  6. Jonge kinderen leggen geen automatisch verband tussen hun gedrag en de straf die ze krijgen. Hooguit wordt er angst opgeroepen omdat ze schrikken van je reactie. Ze zullen stoppen met wat ze aan het doen waren, maar alleen omdat ze bang zijn dat jij weer zo boos reageert. Of kinderen vinden het maar wat interessant als je iedere keer zo’n show weggeeft en herhalen het gedrag. Linksom of rechtsom: je kind leert niet dat jouw reactie komt door zijn gedrag en waaróm het dan niet zou mogen.
  7. Lichamelijke straffen leiden bij alle kinderen tot meer gedragsproblemen en bovendien tot psychische schade. Ook hebben deze kinderen meer problemen in de puberteit en volwassenheid, zoals bijvoorbeeld depressie of alcoholmisbruik. Zo, de risico’s in een notendop. Er is geen enkel geldend argument om deze maatregel te gebruiken. Het is niet voor niets bij de wet verboden.
  8. Straf kan maken dat het kind zich als persoon voelt afgewezen. Het voedt impliciete ideeën als ‘ik ben niet goed’, ‘ik faal’, ‘ik ben niet de moeite waard’, ‘ik doe het nooit goed’, ‘wat ik ook doe, het is toch verkeerd’, etc. Het geeft negatieve kerncognities of een negatief zelfbeeld, wat op termijn kan leiden tot depressie, angsten of andere psychische klachten.
  9. Straf kan leiden tot boosheid bij het kind en bovendien garandeert straf niet dat het kind vervolgens gewenst gedrag laat zien. Monkey see, is monkey do. Sta je te schreeuwen tegen je kind als je hem straft? Je kind leert dat je moet schreeuwen om iets duidelijk te maken. Om de boodschap over te brengen. Pak jij je kind eens stevig beet? Je kan het hem niet kwalijk nemen dat hij hetzelfde bij zijn vriendje doet. Hij heeft het immers geleerd van zijn voorbeelden.
  10. Met straf stimuleer je geen gedrag, daarvoor moet je andere middelen gebruiken. Het maakt hooguit een einde aan het gedrag (voor even), maar het geeft geen alternatief wat je kind kan doen.
  11. Veel straf kan leiden tot een kille opvoeding en machtsmisbruik. Misschien wel de meest voorkomende: straffen geeft een rotsfeer. Moeder boos, vader sacherijnig, dochter stampvoetend de trap op en zoonlief in ijzige spanning zijn bord verder leegetend. Wie herinnert zich niet deze spanningsvolle of negatieve interacties uit de kindertijd? Als we niet oppassen verzanden we snel in een negatieve spiraal. Tijd voor een andere aanpak dus!

 

Voer het goed uit

Toch blijft het voor veel gezinnen, zo niet de meeste, een vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsfunctioneren. Het vraagt soms een hele omschakeling als je van veel straffen naar niet straffen gaat. Het is vooral van belang dat de dingen die je doet, goed worden uitgevoerd. Daarom alvast wat tips  waar je aan moet denken als je ‘straf’ geeft.

  • de allerbelangrijkste: verdiep je in alternatieven voor straf en straf zo min mogelijk!
  • geef altijd eerst een waarschuwing zodat je kind tijd heeft om zijn gedrag te veranderen;
  • negeer alleen gedrag wat daarvoor geschikt is: als je kind dingen stukmaakt of iemand pijn doet, is negeren geen goed idee;
  • negeren is niet hetzelfde als je kind doodzwijgen. Je kunt best zeggen: ‘ik ga dit gedrag nu even negeren’ voordat je begint en maak ook een duidelijk einde aan deze periode: ‘zo hèhè ik ben blij dat je ermee bent gestopt, nu kan ik weer rustig met je praten’;
  • bij onthouding van iets leuks moet de straf wel uit te voeren zijn. Als je je kind tóch wel meeneemt, zeg dan niet dat hij niet mee mag. Als je hebt gezegd dat je kind geen tv mag kijken, maar de andere kinderen kijken wél tv (en dus je kind ook), dan heeft het weinig effect;
  • houdt altijd de veiligheid van je kind in het oog.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Straf, wat is het?

Straf, wat is het?

Overzicht van soorten straf

Iedere ouder doet het wel eens. De ene ouder misschien wat vaker dan de andere: je kind straffen. Heel lang (en eigenlijk nog steeds wel) heerste het idee dat opvoeden een kwestie is van straffen en belonen van het juiste gedrag. Door negatief gedrag te straffen, zal het uitdoven. Door positief gedrag te belonen, zal het toenemen. Het is een visie waar ik om meerdere redenen niet achtersta. Maar omdat het nog juist een wijdverspreid geloof is en de meeste ouders het principe van straffen met de paplepel krijgen ingegoten, wil ik hier wat meer aandacht aan geven om te snappen waar we over spreken.

 

Liever niet

Straf heeft veel nadelen. Ik ben van mening dat er beter zo min mogelijk gestraft kan worden. Er zijn gelukkig veel goede alternatieven om gedrag te veranderen. Ik kan met eerlijkheid zeggen dat ik vrijwel niet straf. En dat mijn kinderen heus niet ontspoord zijn of geen grenzen accepteren. Je kunt je kind dus prima opvoeden zonder te straffen. Dit zal ik in komende blogs verder toelichten. Om precies te weten wat er met straf wordt bedoeld, geef ik hieronder een overzicht.

 

Wat is straf?

Dit is niet voor iedere ouder hetzelfde. Ook in de literatuur wordt er niet overal hetzelfde over gedacht. Een voorbeeld van een omschrijving is de volgende: “straf is een voor het kind vervelende maatregel die een ouder toepast om het gedrag van het kind te veranderen. Een ouder die straft, doet het kind bewust pijn (lichamelijk of geestelijk) om te proberen het gedrag te laten stoppen”.

Ouders gebruiken straf dus als opvoedmiddel, om het kind iets te leren. Het is vaak aantrekkelijk om te straffen, omdat het vaak direct een eind kan maken aan ongewenst gedrag. De manier waarop je als ouder straft, hangt ook af van je opvoedingsstijl.

 

Soorten straf

Ouders kunnen op verschillende manieren straffen. Een standje of correctie is bijvoorbeeld een lichte straf. Een time-out haalt je kind even uit de situatie. Slaan of knijpen is een lichamelijke straf. Er zijn dus gradaties in de zwaarte van een straf. Ook bepaalt de situatie vaak welke straf er wordt gegeven en moet er natuurlijk rekening gehouden worden met de leeftijd van het kind. Hieronder staan een aantal soorten straffen:

  • Verbaal berispen, een standje geven: iets zeggen van het gedrag is voor veel kinderen vaak al voldoende. Dit kan gepaard gaan met het verheffen van je stem en boos kijken. Ook een (korte) uitleg wordt vaak gegeven.
  • Dreigen: hiermee wordt het kind onder druk gezet, in de hoop dat het zijn gedrag verandert. Ouders kunnen bijvoorbeeld dreigen met:
    • Een negatief gevolg (‘als je zo doorgaat ga je naar je kamer’)
    • Liefdesverlies (‘dan vindt mama jou niet meer lief’)
    • Oproepen van schaamtegevoelens (‘dan gaan mensen je uitlachen hoor’)

Dreigen is vaak een weinig effectieve en negatieve manier van straffen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het effect hebben, maar dan alleen milde vormen en onder bepaalde voorwaarden.

  • Lachen: meestal vatten kinderen dit niet als straf op maar juist als beloning, waardoor ze alleen maar meer ongewenst gedrag laten zien. Het is daarom heel lastig gedrag te veranderen als anderen in de omgeving om het gedrag lachen.
  • Negeren: bij deze vorm van straf besteed je geen enkele aandacht aan het gedrag van het kind waardoor het vanzelf ophoudt met zijn gedrag.
  • Corrigeren: bijvoorbeeld de schade laten herstellen of de rommel laten opruimen die een kind heeft gemaakt. Zo maak je je kind verantwoordelijk voor wat het heeft gedaan.
  • Time-out: hierbij zet je je kind apart door het uit de situatie te halen. Je zet je kind dan bijvoorbeeld even op de gang of op de trap en haalt hem er later weer bij.
  • Lichamelijke straf: slaan, knijpen, door elkaar schudden, etc. maken heel snel duidelijk dat je kind moet stoppen met het gedrag. De nadelen zijn echter zeer groot, deze vorm van straf is daarom verboden en sterk af te raden.
  • Onthouden van iets leuks: voor straf geen tv mogen kijken, voor straf geen toetje krijgen… zo ervaart je kind dat iets leuks wordt ingehouden, wat heel effectief kan zijn, als het maar op de juiste wijze wordt uitgevoerd.
  • Ondervinden van de gevolgen: soms lijken waarschuwingen of aanwijzingen niet te helpen en kun je als ouder besluiten dat je kind de gevolgen van zijn gedrag maar zelf moet ondervinden. Bijvoorbeeld als het steeds vergeet de was in de wasmand te gooien en uiteindelijk geen schone was meer heeft. Dit is ook een effectieve vorm van straf omdat je kind wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gedrag.

 

Wat dan wel?

In bovenstaand overzicht zitten er een aantal maatregelen die in het schemergebied van straf liggen. Zo is het geven van uitleg, negeren, corrigeren, onthouden van iets leuks en ondervinden van de gevolgen van het gedrag in veel situaties prima toepasbaar. Het juist hanteren van deze maatregels is wel belangrijk, om een goede relatie met je kind te houden en om ervoor te zorgen dat je kind er iets van leert.

 

Bronnen

  1. Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  2. Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  3. Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  4. Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  5. Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  6. Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  7. Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

 

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

De Vraag van Vrijdag!

Ja, je hebt hem inmiddels misschien wel voorbij zien komen: de vraag van vrijdag. Ontstaan door verschillende ideeën. Zo wilde ik wat meer interactie op de Facebookpagina én ook graag van jullie horen wat bij jullie speelt. Zo heb ik ook meteen meer input voor toekomstige blogs, want ik vind het belangrijk en leuk om bij jullie aan te sluiten. Ook was ik geïnspireerd door één van mijn dagboekjes: elke dag een vraag voor moeders van Pauline Oud.

Invulboeken

Nu ben ik sowieso fan van haar hele serie invulboeken, en sinds een paar jaar bestaat er ook een 5 jaren dagboek variant van. Met elke dag een vraag, gerelateerd aan ouderschap of opvoeden. Erg leuk, en het prikkelt om over de verschillende onderwerpen na te denken. Met die combinatie bedacht ik de Vraag van Vrijdag. Elke week een spontane vraag om een onderwerp even op de kaart te zetten. Of laagdrempelig te filosoferen over verschillende zaken.

Waar speelt je kind vooral mee?

De eerste vraag ging over speelgoed. De Vraag van Vrijdag ontstond ook op die vrijdag, toen ik met vriendinnen een gesprekje voerde over dit onderwerp. Dat werd dus de eerste vraag van vrijdag. En wat leuk, al die verschillende antwoorden. Met direct hier en daar wat twijfelachtige opmerkingen: ‘is dat wel speelgoed?’. Leuk. Dit vraagt dus om wat meer uitwerking.

Universele spelontwikkeling

Ik vind de spelontwikkeling van kinderen een fascinerende ontwikkeling. Overal ter wereld spelen kinderen. Als er geen speelgoed tot hun beschikking is, wordt er gebruikt wat er maar voorhanden is: takjes, zand, water, steentjes, afval… Het is bijzonder om te zien hoe alle kinderen ter wereld een soortgelijke ontwikkeling doormaken op dit gebied, los van de hele cultuur. Natuurlijk zijn er culturele invloeden, maar er is wel een zekere basis, een soort oerinstinct die ons drijft om die essentiële vaardigheden op te doen via spel.

Voorbereiding op de toekomst

Want dat is het. Spelen van kinderen is broodnodig om zich te ontwikkelen. In spel worden vrijwel álle vaardigheden die nodig zijn om goed te functioneren geoefend en aangescherpt. Daarin zijn vormen van spel die meer of minder de voorkeur hebben, al naargelang de unieke ontwikkelingsbehoeften van je kind.

Spelcomputers

Zo is er de hele discussie over beeldschermen. Over computerspelletjes. Is dat speelgoed? Ja, het is speelgoed, in die zin dat het bedoeld is om ermee te spelen, je mee te vermaken, toegespitst op de interesses van kinderen. Is het ook goed voor je? Dat is een andere discussie. Met sommige computerspellen train je je werkgeheugen of oefen je rekenvaardigheden. Tegelijkertijd zit je kind heel stil en dat is ongezond, om niet te zeggen onnatuurlijk bij de beweegbehoefte van kinderen.

Buitenspeelgoed

Is buitenspeelgoed ook speelgoed? Natuurlijk. Het stimuleert het bewegen, de fijne en grove motoriek en wellicht ook samenspel. Maar het doet minder een beroep op de creatieve kant. Daar leent knutselspeelgoed zich weer voor. Of tekenmateriaal. Of klei. En met die laatste val je weer in de categorie van het sensopatisch spel. Daar hoort bijvoorbeeld ook vingerverf, spelen met zand, water, brooddeeg of scheerschuim bij. Hiermee geeft je belangrijke zintuiglijke ervaringen die nodig zijn voor een goed zelfgevoel, voor het leren gebruiken van je lijf en aanvoelen van lichamelijke sensaties.

Wat is speelgoed?

In feite kan al het materiaal als speelgoed gezien worden. Toen wij moesten verhuizen, moest ik kiezen wat we meenamen en wat er in de opslag moest. Er was simpelweg niet genoeg plek voor al het materiaal. Ik koos voor klein materiaal (vanwege de ruimte), voor fantasiemateriaal (playmobil, poppen) en constructief speelgoed (lego, kapla). En wat teken- en knutselmateriaal. Feit is, mijn kinderen spelen hier maar weinig mee. Waar spelen ze mee? Wat doen ze de hele dag? Zodra ze wakker zijn hoor ik eigenlijk: ‘en toen was jij de vader, en ik was het kindje, en we gingen op vakantie, en…’.

Rollenspellen

Rollenspellen. Een hele belangrijke ontwikkeling binnen de fantasieontwikkeling, die bijvoorbeeld heel erg hard nodig is voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden, sociaal inzicht en empathie. Hierin oefenen ze hun ‘rollen’, wat ze straks, in het latere leven willen doen en kunnen. En tegelijkertijd biedt het een uitlaatklep voor de verwerking van alledag. Niet zelden hoor je jezelf terug in wat je kind zegt als het de rol van vader of moeder heeft aangenomen.

Doen alsof spel

Signe is nog niet zover. Zij zit al wel met haar eerste stapjes in de fantasieontwikkeling, die begint met doen alsof spel. Dus gaat ze ‘schoonmaken’, ‘vegen’, haren kammen en alles wat ze anderen maar ziet doen. Ze doet werkelijk alles na, tot soms grote schrik of ergernis van ons. Zo moest ik vanmorgen ook de nagellak uit haar handen trekken, want ze was op de stoel geklommen die ze naar de kast had geschoven om zelf haar nagels te gaan lakken.

Buiten spelen

Wat doen ze nog meer? Buiten spelen, gelukkig! Een vorm van spel die zeker vandaag de dag veel te weinig wordt gedaan. Met buiten spelen vang je heel veel vliegen in één klap: er wordt samengespeeld, bewogen, ideeën verzonnen, motoriek geoefend, rollenspellen gedaan, grenzen opgezocht en verlegd en daarmee zelfvertrouwen opgedaan. Niet voor niets is het verplichte kost op school, en meer naarmate kinderen jonger zijn. Door hun beweegbehoefte is het gewoon noodzakelijk dat zij lekker naar buiten gaan.

Wat herken jij?

Ik ben benieuwd wat jullie herkennen in de spelontwikkeling van je kind. Soms denk ik wel eens: we hadden al dat speelgoed niet nodig gehad. Er valt nog een heleboel meer over te schrijven. Dat houden jullie nog van mij tegoed. Nu lonkt de zon, dus gaan we naar buiten!

Waterpokken

Waterpokken

Wat een pokkenziekte!

Jaren gingen er voorbij en elke paar maanden was het weer zover: een golf van waterpokken in de omgeving. Je weet dat je een keer aan de beurt bent. En de wetenschap dat je ze maar beter zo snel mogelijk gehad kan hebben, omdat het op latere leeftijd alleen maar vervelender is, neem je mee in je achterhoofd. Niet voor niets worden er heuse waterpokkenparty’s georganiseerd. Echt waar! Waarin groepen kinderen bij de besmette hoofdpersoon worden gezet om de rest ook te laten besmetten. Ik snap het wel.

Geen waterpokken

Toen Meia nog enig kind was, maakten we al kennis met zo’n beetje alle varianten van vlekkenziekten. Vijfde ziekte, zesde ziekte, allerlei varianten van uitslag en eczeem… en toen Fosse en Signe zich inmiddels aan de roedel hadden toegevoegd hadden we toch al een behoorlijk pak ervaring in huis qua kinderziekten. Maar op de één of andere manier lukte het maar niet om de waterpokken te krijgen.

Besmettelijk

Briefjes gingen rond, waarschuwingen van school, andere ouders en signalen uit de vriendenkring: er heerst waterpokken. Elke keer dacht ik (hóópte ik): nu zullen ze dan wel besmet raken. “Ga maar vooral naast Gijsje zitten”, “Geef Madelief maar een extra dikke zoen” suggereerde ik mijn kinderen dan. Alle inzet ten spijt, dit superbesmettelijke virus sloeg ons keer op keer over.

Bultjes

Ik werd er een beetje nerveus van. Straks zitten ze in hun tienertijd, dan ben je helemaal mooi klaar als je de waterpokken krijgt. Ik had eens een collega van in de 20, die was weken ziek van de waterpokken. Dat wilde ik toch echt voorkomen als het lukte. Toen we een keer een dag op stap waren, met lekker weer en héél veel andere kinderen en ziekteverwekkers in lauw water, zag ik aan het einde van de dag ineens bultjes verschijnen bij Fosse. We maken een klein vreugdedansje: gelukkig! Toch nog vóór je het huis uit bent! Onze (kinderloze) vrienden keken ons met opgetrokken wenkbrauwen aan: ‘jullie zijn gek!’, zeiden ze nog.

Vlekkenziekte

Maar het bleek, wederom, een van de ontelbare en ondefinieerbare vlekkenziekten of ander raar uitslag, en ook dit moment liep met een sisser af. Wat een anti-climax weer. En nu, in vakantietijd, waarin er maar weinig andere kinderen in de buurt zijn geweest (want: geen school, sport of vriendendates), zag ik ineens vlekjes bij Signe. Hè? Het lijken wel blaasjes? En inderdaad, ze namen toe, in de loop van de dag. Al bleef ik twijfelen: het waren er zo weinig, en ze leek verder niet ziek.

Pokken

Maar toen Fosse een week later uit de douche kwam, zag ik bij hem de kenmerkende vlekjes op zijn romp. Ja, het was zover, onze kinderen hebben de waterpokken gekregen. Ook Meia kreeg de dag erna vlekjes, en zo was de cirkel rond. Maar wat heb ik mezelf voor mijn kop geslagen om te hopen op de waterpokken. Signe en Meia kwamen er goed vanaf: allebei hadden ze maar een paar pokjes, en waren verder niet ziek, hooguit wat hangeriger.

Koorts

Fosse was een heel ander verhaal. Wij waren die dag toevallig beiden werken (zul je net zien: ben ik 5 dagen vrij geweest, en precies als ik weer moet werken is mijn kind ziek), dus opa en oma vingen ons grut op. En in de loop van de dag nam het aantal pokken razendsnel toe. Waren het er eerst nog maar een paar, binnen een paar uur zat zijn hele romp, kruis, billen, hals en gezicht onder. En helaas ging dit gepaard met hoge koorts. Wat voelde ik me rot dat ik er niet voor hem was. Gelukkig was ik de komende dagen weer vrij om hem op te vangen.

Overal

En dat was nodig ook. De hoge koorts (boven de 40 graden) piekte een paar dagen door, en ik dacht meerdere keren dat het nu toch echt niet erger kon, maar ik had het keer op keer mis. Werkelijk elk plekje huid was bedekt: in de oren, tussen de vingers en tenen, in de billen, op de oogleden… zijn hele huid deed pijn en doordat het op zijn voetzolen zat, kon hij niet lopen van de pijn. Een bezoekje aan de HAP maakte duidelijk dat hij het inderdaad niet erg getroffen had: hij had een extreme variant van de pokken, maar gelukkig geen complicaties. Uitzieken dus.

Littekens

Ohja, ze had nog de mededeling dat op deze leeftijd (5 jaar) de kans op littekens wel groot is. Fijn is dat. Waarom heb ik in vredesnaam gehoopt dat mijn kinderen het snel zouden krijgen? Of zou het nóg erger zijn geweest als hij op latere leeftijd ziek was geworden? Ik baalde met hem mee. Douchen gaf verlichting, maar afdrogen was afzien. Dragen of tillen kon niet, maar zelf lopen deed zeer.

Beter

Ik was dan ook enorm blij dat hij eindelijk, op dag 7, koortsvrij wakker werd en glimlachend zijn kamertje uit kwam lopen. Eindelijk! Verbetering! Ik zette hem in de wandelwagen en scheurde de zon in. Want we konden beiden wel wat vitamine D en zonlicht gebruiken. Sindsdien gaat het beter. Ik hoop heel erg dat de schade meevalt en er geen (weinig) littekens overblijven. We zullen zien.

Fietsenrekje

Fietsenrekje

Melktandjes wisselen

Met 5 jaar was het zover: Meia had haar eerste wiebeltand. In eerste instantie dacht ik nog: ‘neejoh, dat heb je vast gezien bij anderen, en nu wil je het ook’. Maar na even voelen bleek het toch écht zo te zijn. Vol spanning volgden we met het gezin het proces van de steeds losser zittende tand.

Nieuwe fase

Toen het eenmaal zover was: de dag dat de tand er uit zou gaan, had ik gewoon kriebels in mijn buik! Het is toch iets fascinerends. Eerst wacht je vol spanning af tot je baby’s eerste tandje doorkomt, en een paar jaar later sta je samen te juichen als dezelfde tand er dan uiteindelijk uitgaat. Het is een hele concrete markering van een nieuwe fase, en een duidelijk afscheid van een vorige fase.

Dag baby en peutertijd!

De baby en peutertijd zijn voorgoed voorbij. Het babyspek is er inmiddels afgerend, je kind kan zich volledig verstaanbaar maken en ineens moet je nieuwe kleren aanschaffen omdat ze zijn versleten, in plaats van eruit gegroeid. Mijn kind is een schoolkind geworden en zal nooit meer zo klein zijn.

Grote mensen tand

Het was een grappig gezicht, het jonge bekkie met een gat in haar mond. Het werd nog veel gekker toen haar grote mensentand doorkwam. Een soort groteske, veels te grote tand die zich onvermurwbaar een weg zocht tussen de kleine kaboutertandjes.

Kleine meisjes worden groot

Vervolgens bleef het lange tijd stil. Deze ene tand leek een vroege aankondiging van wat komen zou, waarna de storm weer was gaan liggen. Een soort waarschuwing: ‘bereid je maar vast voor. Kleine meisjes worden groot, en het gebeurt nu’. Het duurde ongeveer een jaar, voor eindelijk de tweede tand begon te wiebelen en ook deze het veld moest ruimen voor zijn tweelingbroer, die zijn weg omhoog baande vanuit zijn verstopplek.

Fietsenrek

Inmiddels is het hek van de dam. Alsof met de tweede tand het definitieve startsein is gegeven, is Meia in een maand tijd inmiddels 4 tanden kwijt. Het is een absurd gezicht. De maaltijden vormen soms een uitdaging: dan weer met links eten, dan weer rechts kauwen. Maar iedere keer is het toch een klein feestje en worden er grote ogen opgezet als er een kleine tand uit is. Het fietsenrek en wisseltijdperk is in volle gang actief.

Wiebeltand

Ook Fosse sluit zich aan bij deze manie: zijn eerste wiebeltand is ook een feit. Met wisselend ontzag en afschuw  volgt hij de tandenwiebel-, draai- en trekpraktijken van zijn grote zus, als een voorbode van wat hem te wachten staat. We volgen de ontwikkelingen vol spanning en blijdschap met ze mee.

Melktandjes

Maar ook een beetje met weemoed. Zodra de melktandjes plaats hebben gemaakt voor de echte tanden, hebben zij ineens een heel ander gezicht. Wijs, groot. Het melkgebit gaf ze toch een zeker onschuld, een aaibaarheidsfactor, die we zullen missen. Ik ga nog maar flink wat foto’s maken van de jongste twee, zolang zij hun melktandjes nog hebben denk ik.

Zomeractiviteiten voor kinderen in Dordrecht

Zomeractiviteiten voor kinderen in Dordrecht

Niet op vakantie? Genoeg te doen!

We gaan deze zomer niet op vakantie. Balen? Nee eigenlijk niet. Natuurlijk ben ik stikjaloers op alle mooie plannen die mensen om ons heen gaan maken over de hele wereld, maar toch heb ik heel veel zin in deze zomer. Want met zo’n mooi klusproject waar we ons op storten, voelt elke dag dat we daarmee bezig zijn, als een stapje dichter bij ons doel. Bovendien gaan we ontzettend veel leuke dingen doen. Ik neem jullie mee in de leuke, vaak gratis, activiteiten in onze mooie stad Dordrecht. We komen dagen tekort!

Naar buiten en op pad!

Op vakantie gaan we niet, maar ik heb wel veel meer vrij deze maanden. Onze nanny is met zwangerschapsverlof, en om de rust waar het kon te bewaren, hebben we gekozen om haar verlof met onze eigen vrije dagen op te vangen. Stiekem voelt dat ook als een part-time vakantie: het is bepaald geen straf om vaker thuis en buiten te zijn met dat heerlijke weer! Genoeg tijd om er lekker op uit te trekken. Om het overzichtelijk te maken, heb ik alvast alles op een rijtje gezet voor jullie.

Zomerzwerfkaart

Ook dit jaar is er weer de zomerzwerfkaart. Een leuk initiatief voor de Dordtse kinderen, waarbij je stempels kunt verzamelen door activiteiten te doen door heel Dordrecht. Met een volle stempelkaart haal je gratis een ijsje. Wij zijn al in het bezit van een museumkaart, waarmee je toegang hebt tot nóg meer extra leuke activiteiten. Komen ze aan:

Juli

Maandag 10 juli:

Dinsdag 11 juli:

  • workshop kunst&design, theater of muziek (6+) bij ToBe

Woensdag 12 juli:

Donderdag 13 juli:

  • workshop kunst&design, theater of muziek (6+) bij ToBe
  • natuurverzameltocht (4+) van 10.30u tot 12.00u in de tuin van den Witten Haen

Vrijdag 14 juli:

Woensdag 19 juli:

Donderdag 20 juli:

Vrijdag 21 juli:

Dinsdag 25 juli:

Woensdag 26 juli:

Donderdag 27 juli:

Vrijdag 28 juli:

Zaterdag 29 juli:

 

Augustus

Dinsdag 1 augustus:

Woensdag 2 augustus:

Donderdag 3 augustus:

Vrijdag 4 augustus:

  • workshop dromen vangen in het onderwijsmuseum  van 12.00-13.00u

Dinsdag 8 augustus:

Woensdag 9 augustus:

Donderdag 10 augustus:

Vrijdag 11 augustus:

Dinsdag 15 augustus:

Woensdag 16 augustus:

Vrijdag 18 augustus:

Doen in Dordt

Heb je nog leuke aanvullingen voor op het overzicht? Laat het me weten, en ik voeg ze toe aan de lijst!

 

Zakgeld voor de kinderen

Zakgeld voor de kinderen

Sparen en uitgeven

Ineens zijn ze groot. Ik weet nog dat ik dat voor het eerst besefte toen ik, jaren geleden, Meia ophaalde bij de gastouder. Ze hadden samen cakejes versierd en ineens bedacht ik: ‘natuurlijk! Ze is al 2, ik kan dingen gaan doen met haar!’. Klinkt misschien raar, of wie weet wel herkenbaar? Je groeit zo mee met je kind, dat je af en toe vergeet dat het ‘tijd’ is voor bepaalde dingen.

Waarde van geld

Zo ook zakgeld. De kleine gup die ik toen nog naar de gastouder bracht zit inmiddels in de middenbouw en is intussen ruim 6 jaar. Op de een of andere manier kwam ineens het onderwerp ‘zakgeld’ ter sprake. Waarschijnlijk naar aanleiding van één van de rekenwerkjes die ze op school maakte, waar ze driftig bezig is de waarde van geld te gaan begrijpen. Of misschien toen een oom of tante een keer nonchalant vroeg waar ze voor aan het sparen was. In ieder geval, om het in stijl te zeggen, viel ineens het kwartje bij mij.

Zelfstandigheid

Ik zag ineens mijzelf zitten, 8, 9 of 10 jaar oud, als een soort Dagobert Duck mijn stuivers en dubbeltjes tellend om ze trots bij de bank te gaan storten. Ik zag mezelf weer staan, met kloppend hart van de spanning, vol het rek vol knuffels en playmobil bij de speelgoedwinkel, waar ik wikte en woog wat ik van mijn zelfgespaarde zakgeld zou kopen. De trots die het gaf om dan eindelijk, na maanden of zelfs jaren sparen, die felbegeerde radio te kunnen kopen, herinner ik me nog goed. Ik voelde me daardoor ook heel GROOT.

Geld uit de muur

Dat stukje financiële opvoeding heb ik als heel waardevol ervaren. Ik had al heel vroeg mijn Penny rekening (weet je nog, met die blauwe leeuw) met bijbehorende pinpas. Vóór ik die kreeg, was geld en de waarde ervan nog abstract, zoals dat voor alle kinderen is. Ik brak er mijn hoofd over waarom mijn moeder zo kriegel reageerde als ik om iets vroeg wat ik wilde hebben. Ik zag toch zelf dat ze geld uit de muur kreeg, en als dat op was haalde ze toch gewoon wat meer? Waar deed ze dan moeilijk over?

Betekenis van zakgeld

Ook bij Meia en Fosse merk ik die verwondering, en daarom probeer ik dat zoveel mogelijk toe te lichten. Ik vind het belangrijk dat ze zorg dragen voor hun spullen, zuinig zijn en snappen dat je dankbaar mag zijn voor wat je hebt. Toen we besloten om te beginnen met zakgeld geven, kreeg dat eindelijk meer betekenis. In eerste instantie spraken we af dat we wekelijks het zakgeld zouden geven, maar omdat we bijna nooit contanten in huis hadden, werkte dit niet. We hebben toen gekozen voor automatisch sparen. Minder cool misschien, maar wel effectief.

Wat kan ik kopen?

Op het Nibud vind je handige informatie over de hoogte van zakgeld en afspraken die je hieromtrent kunt maken met je kind. Ik heb dat ook als leidraad genomen. We hebben ervoor gekozen om nu enkel zakgeld te geven dat helemaal voor henzelf is. Cadeautjes voor bijvoorbeeld kinderfeestjes betalen we voorlopig nog voor hen. Het leuke is dat ze nu regelmatig vragen hoeveel ze al hebben gespaard. Rond sinterklaastijd was dit extra interessant, toen het grote speelgoedboek door de bus kwam. Zo konden ze op zoek naar wat hun geld nu waard was.

Geduld is een schone zaak

En eerlijk gezegd viel dat best even tegen voor ze. Dat was een mooi leermoment: snappen dat je geduld moet hebben om te krijgen wat je wilt. Daarmee was het eerste besef van waarde van geld geboren. Daarbij hadden Fosse en Meia totaal verschillende ideeën over het gebruik van hun zakgeld: Fosse wilde het direct uitgeven, maar Meia wist niet goed wat ze wilde hebben en besloot te gaan sparen. Terwijl Fosse trots met zijn eerste aankoop de speelgoedwinkel uitliep, peinsde Meia wat ze wilde. Weken gingen voorbij, toen ze ineens iets had gevonden: ik wil sparen voor een horloge!

Uitstel van behoeftebevrediging

Het horloge in kwestie kost een goeie €70 dus ze heeft nog even te gaan. Maar ze is vastbesloten. Toen de kinderen van de opa’s en oma’s een aardigheidje mochten voor hun rapport, gaf Meia aan dat ze liever geld wilde om te sparen voor haar horloge. Dat vond ik mooi: in plaats van te kiezen voor de directe bevrediging, kan ze dit uitstellen. Hiermee wordt direct uitstel van behoeftebevrediging getraind. Een belangrijke vaardigheid om het ‘verwende kind syndroom’ ook mee te bestrijden. Ik ben benieuwd hoe dit zich verder zal ontwikkelen.

Beginnende geletterdheid

Beginnende geletterdheid

Leren lezen

Ineens kon hij het. Mijn kleine ventje die voorheen alleen maar geïnteresseerd was in spiderman en race-auto’s: letters herkennen. Ik zag hem in een boekje bladeren, wat hij al sinds baby af aan leuk vindt om te doen. Tegelijkertijd leek het alsof hij zijn mond bewoog terwijl ik intens naar de bladzijden keek. Direct zei ik tegen Steef: ‘volgens mij probeert hij te lezen?’.

Geen interesse

Ik kon het me bijna niet voorstellen, omdat er tot voor kort nul interesse deze kant op ging. Hij was (en is) altijd aan het spelen, bezig met afspreken, raketten aan het bouwen of ‘oorlog aan het voeren’ met denkbeeldige draken of dino’s. Waar zijn oudere zus nog wel eens dappere pogingen ondernam om hem te betrekken bij haar spel, liep dit steevast op een afwijzing van zijn kant uit. ‘Kom we gaan schooltje spelen en ik was de juf’ werd beantwoord met ‘Nee, saaaaaai!!’, waarmee de kous af was.

Ik kan mijn naam schrijven

Ook op school kreeg ik te horen dat we een echt speelkind hebben. Vooral bezig met buurten en socializen. Mijn hemel, wat heeft ie al een drukke agenda in groep 1. Brullen en dikke tranen wanneer hij een middagje niet kan afspreken. Op school zal hij dan ook niet uit zichzelf voor een ‘werkje’ kiezen. Dat hij ineens vertelde dat hij zijn naam kon schrijven, kwam voor ons dan ook totaal uit de lucht vallen! Waar hebben we een afslag gemist?

Grillige ontwikkeling

En inderdaad, toen we een blaadje aanboden, schreef Fosse ijverig met tong uit zijn mond en een ingespannen bekkie in hanenpootjes zijn letters op papier. En nu, niet veel later, worden we opnieuw verrast door deze ontwikkeling in beginnende geletterdheid, die een enorme vlucht lijkt te nemen. Dat de ontwikkeling grillig verloopt bij kinderen is mij al langer bekend. Maar om het dan bij je eigen kind te zien, blijft een bijzondere ontdekking.

Letters herkennen

Zo zaten we, net als elke avond, met een boekje in bed voor te lezen. Al langere tijd merkte ik dat Fosse tijdens het lezen zijn vingers bij de paginanummers hield: hij herkende steeds beter de cijfers en getallen en maakte er een spelletje van om te raden welke bladzijde we waren. Maar dat hij hetzelfde met de letters kon, was voor mij een complete verrassing. Ineens wees Fosse een woordje aan en zei: ‘ik weet wat hier staat, hier staat t…a…k… tak!’ Het was een boek met veel plaatjes bij de woordjes, dus ik vermoedde dat dit een gokje was, maar toen hij ook woordjes uit de tekst zónder plaatjes noemde, wist ik het zeker: hij begint te lezen.

Beginnende geletterdheid

De beginnende geletterdheid vind ik zoiets wonderlijks: grip krijgen op de taal om je heen. Er gaat een wereld voor je open als je kunt lezen. Toen Meia hiermee begon, merkte ik dit ook, en het is sindsdien alleen maar toegenomen. Dat Fosse hier nu ook ineens een vlucht in maakt, maakt me enthousiast: het is zo’n leuke fase! Ik ben blij dat wij hier getuige van mogen zijn en verheug me op alle ontwikkelingen die hierop zullen volgen.

Woordjes lezen en schrijven

Het herkennen van letters en woordjes gaat trouwens hand in hand met het schrijven van letters en proberen te vormen van woordjes. Helaas voor ons is Fosse niet kieskeurig op welk medium deze letters oefent. Blijkbaar geeft hij nu vooral prioriteit aan het schrijven, en minder aan de omstandigheden. Hoewel je zou kunnen denken, ‘ach, je gaat toch verhuizen’, is het toch best lullig om een half alfabet op de muren achter te laten voor de volgende bewoners.

Indruk achter laten

Blijkbaar heeft het schrijven ook iets van ‘een indruk kunnen achterlaten’, zoiets als je handtekening ergens onder zetten. Zoals je nu nog ziet op de wc deuren van kroegen of concertzalen: ‘Lisa was here’. Ik vermoed dat dit over dezelfde behoefte gaat. Hopelijk kunnen we die behoefte nog een beetje binnen de perken houden en het vooral op papier laten zetten. We gaan het zien.