Archief van
Categorie: Dreumes (1-2)

Een week vol aandacht voor jonge kinderen

Een week vol aandacht voor jonge kinderen

Spiegels van onszelf

Wat leuk, een week vol extra aandacht voor jonge kinderen! De week van het jonge kind wordt dit jaar gehouden van 16 tot 20 april. Ik heb al sinds ik ben begonnen met mijn opleiding een zwak voor jonge kinderen. Niet alleen vind ik ze om op te vreten, ik vind ze ook bere interessant. In de eerste jaren wordt er een blauwdruk gelegd voor de toekomst, en er is zo ontzettend veel te leren van en te ontdekken in deze jaren. Ze zeggen wel eens: ´kinderen zijn spiegels van onszelf´. Dat gaat eigenlijk voor over de jongste kinderen, omdat zij nog zo ontzettend puur en ongeremd zijn.

Puur en nieuwsgierig

Nog niet zo beïnvloed door alle prikkels van buitenaf, maar nog compleet nieuw, naïef en nieuwsgierig naar het leven. Nog zo vervlochten met hun omgeving, hun verzorgers, wat een prachtige dynamiek geeft. Jonge kinderen, of het nu baby´s, dreumessen, peuters of kleuters zijn, ze hebben allemaal hun eigen charmes binnen hun eigen ontwikkelingsfases. Als kinderen in de basisschoolleeftijd komen, is hun gedrag al veel meer gestabiliseerd, hun persoonlijkheid meer gevormd en hun zelfstandigheid veel groter.

Niet los zien van de ouders

In behandeling kunnen en mogen we jonge kinderen daarom ook niet los zien van hun ouders. Als je kinderen onder de 4 jaar behandelt, behandel je niet het kind, maar het kind in relatie tot de ander. Dat vraagt speciale behandeltechnieken en veel kennis van deze specifieke doelgroep. Je behandelt immers meerdere mensen tegelijk. Het is goed dat er zulke themaweken gehouden worden, omdat hierin maar weer wordt onderstreept hoe belangrijk die eerste jaren zijn.

Babyfase

Als je zwanger bent, dan ben je eigenlijk al moeder. Als de baby er dan eindelijk is, valt je met je neus in de boter. Want de babytijd is wel één van de meest intensieve periodes, waarin het vooral keihard werken is voor ouders. Een baby zet letterlijk je hele leven op z´n kop. Alles wat eerst zo vanzelfsprekend was, is voorbij. Een gigantisch verantwoordelijkheidsgevoel wordt geboren, tegelijk met je kind.

Dreumes

De babyfase gaat vloeiend over in die van de fase van een dreumes. In het eerste jaar komt het contact wel op gang, maar je baby is nog niet in staat uitgebreide interacties en uitwisselingen met je aan te gaan. Zodra je kindje 1 jaar is geworden, wordt mijlpaal na mijlpaal geslagen. De eerste stapjes, de eerste woordjes… er gaat een wereld voor hem open. Voor jullie beiden. Je leert nu je kind veel beter kennen als een eigen persoontje en veel ouders genieten van deze wederkerigheid in het contact. Tegelijk breekt ook de tijd van opvoeden aan. Want zodra de wereld van je kind groter wordt, heeft het grenzen nodig.

Peuters

Over de peuterfase is relatief veel geschreven. Niet voor niets, want met de peuterpuberteit, driftbuien, koppigheidsfase en vele andere perikelen in deze jaren, is er genoeg om je druk over te maken. In deze periode leert je kind dat het invloed kan uitoefenen en het gevoel van macht is dan een fantastische ontdekking voor ze. Iets minder voor ons als ouder, waardoor veel ouders deze periode als ´zwaar´ betitelen. Tussen het 3e en 4e jaar hoor ik menig ouder de dagen aftellen tot hun kind naar school mag, want: ´ze zijn er zo aan toe!´.

Kleuters

Eenmaal daar, breekt de kleuterfase aan. Een bijzondere fase, waar gek genoeg maar weinig onderzoek naar gedaan is en veel minder over bekend is. Het wordt wel de ´vergeten fase´ genoemd. Dat is balen, want het is zeker geen periode om te vergeten voor je kind! Het is de fase waarin dochters met hun vader willen trouwen, vriendjes hun broek laten zakken om elkaars geslacht te inspecteren en er in rap tempo sociale vaardigheden worden ontwikkeld, zoals het inlevingsvermogen en empathie.

Zo verschillend en zo gelijk…

Elke maand leert je kind nieuwe dingen. Ik blijf me continu verbazen en verwonderen over de enorme ontwikkeldrift van elk kind. Hoe enerzijds elk kind toch weer op een zelfde manier ontwikkelt, en anderszijds zoveel eigenheid en karakter doorkomt in de manier waarop een kind zich ontwikkelt. Als moeder van 3 kinderen zie ik tegelijk veel overeenkomsten als veel verschillen. Als behandelaar in mijn praktijk heb ik tientallen kinderen gezien van 4 jaar, waarin ook weer zoveel overeenkomsten als verschillen te herkennen zijn. Ik vind dit zoiets moois, en dat boeit me ook zo ontzettend aan deze doelgroep.

Blauwdruk van de toekomst

Ik heb me tijdens mijn registratietraject verdiept in de jonge kinderen. Wat ik daar heb geleerd, is dat de eerste jaren, pakweg tot 7 jaar, een blauwdruk vormen van ons bestaan. Hoe wij ons ontwikkelen, legt de basis voor wie wij zijn als volwassene. Veel klachten die we nu hebben, of onze slechte eigenschappen, zwakke plekken, trauma´s… bijna alles is terug te herleiden naar onze jeugd, onze eerste en vroege ervaringen. Bizar toch? Het geeft maar weer eens aan hoe belangrijk het is om in deze periode te investeren, en dat het echt geen tijdsverspilling is om samen met je kind te spelen, op pad te gaan, boekjes te lezen of cake te bakken.

Extra aandacht voor het jonge kind

In de toekomst hoop ik me verder te specialiseren als Infant Mental Health Specialist. Niet alleen omdat ik zelf nog kinderen in deze leeftijd heb (hoewel dat wel extra leuk is), maar vooral omdat ik vind dat deze jongste doelgroep veel aandacht verdient. Meer dan het nu krijgt. En omdat ik hoop dat hiermee een wezenlijk verschil kan worden gemaakt voor de ontwikkeling van onze toekomst.

Time-in is het nieuwe time-out

Time-in is het nieuwe time-out

De ongewenste effecten van time-out

Time-out is een veelgebruikt opvoedingsmiddel door veel ouders en andere opvoeders. Door nanny Jo Frost en andere ´opvoedgoeroes´ is dit middel wijd en zijd gepredikt en waren jarenlang de ´naughty chairs´ en strafmatjes niet aan te slepen. Als je het maar consequent genoeg toepaste, dan hield al dat ongewenste gedrag vanzelf wel op. Zo was het idee. En heel vaak werkte het ook zo: het kind gaf op en driftbuien bedaarden, waarna de draad weer kon worden opgepakt. Toch ben ik geen fan van dit middel, en leg ik hieronder uit waarom niet.

Stoppen van ongewenst gedrag

Het idee van een time-out is dat je kind leert het ongewenste gedrag te stoppen. Daar is niks mis mee, dat is natuurlijk wat elke ouder wil. Op het moment dat je een kind uit de situatie haalt, kan daarmee het gedrag al worden doorbroken. Het is dan ook een prima oplossing om toe te passen, bijvoorbeeld wanneer je kind ruzie maakt met zijn zusje en het niet lukt om hiermee te stoppen. Of blijft gillen omdat het iets wilt. Je neemt je kind dan op een rustige manier mee naar een andere, neutrale ruimte. De gang, de trap, of waar dan ook. Ook hier is niks mis mee, maar er zijn wel wat aandachtspunten.

Uit de situatie halen

Je haalt je je kind weg uit een situatie als het volle bak stress ervaart. Omdat het ruzie heeft, ontzettend boos is of zich gekwetst of afgewezen voelt, bijvoorbeeld. Vervolgens zet je je kind, met al zijn stress en onlustgevoelens, in een aparte ruimte, in zijn eentje. Op zulke momenten is het emotiesysteem van je kind ontregelt. Niet voor niets grijp je in: je kind doet raar, doet zichzelf of anderen pijn, scheldt of is brutaal. Dat is een uiting van de stress, je kind weet zich op dat moment geen raad met de heftigheid van de emoties die hij ervaart, en gaat daardoor ongewenst gedrag vertonen.

Wat het nodig heeft, is jou!

Eigenlijk is dat het moment dat je kind jou het hardste nodig heeft: je kind is nog volop in ontwikkeling om zichzelf en zijn emoties te leren reguleren. Om te leren hoe het zichzelf kan kalmeren en weer tot rust brengen in situaties die spanning geven. Om te weten wat het dan kan doen, zoals weglopen, er iets van zeggen, of hulp zoeken. Dat kan je kind nog niet, dat leert het van jou. In interactie met jou. Als een kind stress heeft en daardoor in de ´actiestand´ staat, is dat juist het moment om je kind te helpen weer tot rust te komen.

Reptielenbrein

Zoals ik al eerder schreef, kan je met stress niet meer helder nadenken en reageren we allemaal heel primair. Met vechten, vluchten of bevriezen. Kinderen hebben daar nog veel in te leren, en we kunnen er niet vanuit gaan dat ze dit uit zichzelf doen. Wat er gebeurt op het moment dat je je kind in een time-out plaatst, is dat je de boodschap afgeeft ´je moet het zelf doen´, ´als jij stress hebt, sta je er alleen voor´. Klinkt hard he? Is het ook. Het is dan ook zeer onwenselijk voor een kind als dit keer op keer zo wordt ervaren, want dan bestaat de kans dat het dit ook werkelijk zo gaat geloven.

Een negatieve boodschap

Gevolg? Je kind wordt uiterlijk rustig, want het leert: ´hoe boos ik ook word, er komt toch niemand om me te helpen weer te kalmeren, ik moet het alleen doen´. Van binnen blijft de stress echter, want het kán immers niet optimaal reguleren zonder hulp. De stress wordt daardoor intern opgeslagen in het lijf. Het zou zomaar kunnen dat het omslaat in lichamelijke klachten. Natuurlijk is het niet zo rechtlijnig, het gebruik van time-out leidt natuurlijk niet meteen naar problemen, maar het is wel iets om over na te denken.

Niet isoleren, maar dichtbij blijven

Beter is daarom niet je kind te isoleren, maar juist dichtbij te blijven. Geen time-out maar een time-in dus. Je geeft de boodschap dat je je kind niet alleen laat als hij het zo moeilijk heeft. Door je nabijheid en je empathie (´wat ben jij boos zeg!´) voelt het zich begrepen en lukt het sneller om te kalmeren. Hoe sneller het brein rustig is, hoe sneller je ook je grenzen kunt stellen en kunt bespreken wat je eigenlijk wilde doen: ´je was zo boos, dat je met spullen ging gooien. We gooien niet met spullen, want dat is gevaarlijk en het gaat kapot. Als je je zo boos bent, kun je zeggen waar je last van hebt tegen Madelief, of kom je naar mij toe als het niet lukt´.

Omdenken

Het is een omschakeling in het denken. We gaan er nu vanuit dat ons kind eerst moet kalmeren. Maar kalmeren lukt alleen met hulp van ons. Even omdenken dus. Het is geen kwestie van je kind ´z´n zin geven´, want het doet niets af aan de grenzen die jij stelt. Je wacht alleen tot de ergste stress voorbij is, zodat je kind weer helder kan denken, en jij alsnog je punt kunt maken. Dit is een hele effectieve strategie zelfs, want op ´t moment dat je kind in de stress blijft, komt je boodschap niet aan. De kans op herhaling van zelfde soort incidenten is daarmee heel groot.

Je punt maken

Beter is het dus om eieren voor je geld te kiezen en je kind te helpen met het reguleren van zijn emoties. Een kind in een time-out zetten die daar eerst heel de boel bij elkaar schreeuwt en uiteindelijk stil wordt, heeft niet geleerd om zelf rustig te worden. Het heeft geleerd dat het er in tijden van stress alleen voor staat, en dat hij niet op de steun kan rekenen wanneer hij die het hardst nodig heeft. Hij is niet rustig, maar heeft het opgegeven. Op het moment dat je dan je punt maakt als ouder, zal je boodschap niet landen: je kind is niet gekalmeerd, maar slechts verslagen en heeft nog geen kalm brein.

Wees nabij, zoek verbinding

Gelukkig is er een kentering in de wetenschap die dit fenomeen onderkent en terugkomt van het isoleren van je kind. Net zoals we terug zijn gekomen van het laten huilen van onze baby´s en het koste wat kost in eigen bed laten slapen van baby´s. Feit is nu eenmaal dat kinderen onze nabijheid door de jaren heen nodig blijven houden om te leren het uiteindelijk alleen te kunnen. Probeer daarom volgende keer eens om bij je kind te blijven, en je zal zien dat het sneller kalmeert en escalaties waarschijnlijk voorkomen kunnen worden.

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

Met welk speelgoed speelt je kind nu vooral?

De Vraag van Vrijdag!

Ja, je hebt hem inmiddels misschien wel voorbij zien komen: de vraag van vrijdag. Ontstaan door verschillende ideeën. Zo wilde ik wat meer interactie op de Facebookpagina én ook graag van jullie horen wat bij jullie speelt. Zo heb ik ook meteen meer input voor toekomstige blogs, want ik vind het belangrijk en leuk om bij jullie aan te sluiten. Ook was ik geïnspireerd door één van mijn dagboekjes: elke dag een vraag voor moeders van Pauline Oud.

Invulboeken

Nu ben ik sowieso fan van haar hele serie invulboeken, en sinds een paar jaar bestaat er ook een 5 jaren dagboek variant van. Met elke dag een vraag, gerelateerd aan ouderschap of opvoeden. Erg leuk, en het prikkelt om over de verschillende onderwerpen na te denken. Met die combinatie bedacht ik de Vraag van Vrijdag. Elke week een spontane vraag om een onderwerp even op de kaart te zetten. Of laagdrempelig te filosoferen over verschillende zaken.

Waar speelt je kind vooral mee?

De eerste vraag ging over speelgoed. De Vraag van Vrijdag ontstond ook op die vrijdag, toen ik met vriendinnen een gesprekje voerde over dit onderwerp. Dat werd dus de eerste vraag van vrijdag. En wat leuk, al die verschillende antwoorden. Met direct hier en daar wat twijfelachtige opmerkingen: ‘is dat wel speelgoed?’. Leuk. Dit vraagt dus om wat meer uitwerking.

Universele spelontwikkeling

Ik vind de spelontwikkeling van kinderen een fascinerende ontwikkeling. Overal ter wereld spelen kinderen. Als er geen speelgoed tot hun beschikking is, wordt er gebruikt wat er maar voorhanden is: takjes, zand, water, steentjes, afval… Het is bijzonder om te zien hoe alle kinderen ter wereld een soortgelijke ontwikkeling doormaken op dit gebied, los van de hele cultuur. Natuurlijk zijn er culturele invloeden, maar er is wel een zekere basis, een soort oerinstinct die ons drijft om die essentiële vaardigheden op te doen via spel.

Voorbereiding op de toekomst

Want dat is het. Spelen van kinderen is broodnodig om zich te ontwikkelen. In spel worden vrijwel álle vaardigheden die nodig zijn om goed te functioneren geoefend en aangescherpt. Daarin zijn vormen van spel die meer of minder de voorkeur hebben, al naargelang de unieke ontwikkelingsbehoeften van je kind.

Spelcomputers

Zo is er de hele discussie over beeldschermen. Over computerspelletjes. Is dat speelgoed? Ja, het is speelgoed, in die zin dat het bedoeld is om ermee te spelen, je mee te vermaken, toegespitst op de interesses van kinderen. Is het ook goed voor je? Dat is een andere discussie. Met sommige computerspellen train je je werkgeheugen of oefen je rekenvaardigheden. Tegelijkertijd zit je kind heel stil en dat is ongezond, om niet te zeggen onnatuurlijk bij de beweegbehoefte van kinderen.

Buitenspeelgoed

Is buitenspeelgoed ook speelgoed? Natuurlijk. Het stimuleert het bewegen, de fijne en grove motoriek en wellicht ook samenspel. Maar het doet minder een beroep op de creatieve kant. Daar leent knutselspeelgoed zich weer voor. Of tekenmateriaal. Of klei. En met die laatste val je weer in de categorie van het sensopatisch spel. Daar hoort bijvoorbeeld ook vingerverf, spelen met zand, water, brooddeeg of scheerschuim bij. Hiermee geeft je belangrijke zintuiglijke ervaringen die nodig zijn voor een goed zelfgevoel, voor het leren gebruiken van je lijf en aanvoelen van lichamelijke sensaties.

Wat is speelgoed?

In feite kan al het materiaal als speelgoed gezien worden. Toen wij moesten verhuizen, moest ik kiezen wat we meenamen en wat er in de opslag moest. Er was simpelweg niet genoeg plek voor al het materiaal. Ik koos voor klein materiaal (vanwege de ruimte), voor fantasiemateriaal (playmobil, poppen) en constructief speelgoed (lego, kapla). En wat teken- en knutselmateriaal. Feit is, mijn kinderen spelen hier maar weinig mee. Waar spelen ze mee? Wat doen ze de hele dag? Zodra ze wakker zijn hoor ik eigenlijk: ‘en toen was jij de vader, en ik was het kindje, en we gingen op vakantie, en…’.

Rollenspellen

Rollenspellen. Een hele belangrijke ontwikkeling binnen de fantasieontwikkeling, die bijvoorbeeld heel erg hard nodig is voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden, sociaal inzicht en empathie. Hierin oefenen ze hun ‘rollen’, wat ze straks, in het latere leven willen doen en kunnen. En tegelijkertijd biedt het een uitlaatklep voor de verwerking van alledag. Niet zelden hoor je jezelf terug in wat je kind zegt als het de rol van vader of moeder heeft aangenomen.

Doen alsof spel

Signe is nog niet zover. Zij zit al wel met haar eerste stapjes in de fantasieontwikkeling, die begint met doen alsof spel. Dus gaat ze ‘schoonmaken’, ‘vegen’, haren kammen en alles wat ze anderen maar ziet doen. Ze doet werkelijk alles na, tot soms grote schrik of ergernis van ons. Zo moest ik vanmorgen ook de nagellak uit haar handen trekken, want ze was op de stoel geklommen die ze naar de kast had geschoven om zelf haar nagels te gaan lakken.

Buiten spelen

Wat doen ze nog meer? Buiten spelen, gelukkig! Een vorm van spel die zeker vandaag de dag veel te weinig wordt gedaan. Met buiten spelen vang je heel veel vliegen in één klap: er wordt samengespeeld, bewogen, ideeën verzonnen, motoriek geoefend, rollenspellen gedaan, grenzen opgezocht en verlegd en daarmee zelfvertrouwen opgedaan. Niet voor niets is het verplichte kost op school, en meer naarmate kinderen jonger zijn. Door hun beweegbehoefte is het gewoon noodzakelijk dat zij lekker naar buiten gaan.

Wat herken jij?

Ik ben benieuwd wat jullie herkennen in de spelontwikkeling van je kind. Soms denk ik wel eens: we hadden al dat speelgoed niet nodig gehad. Er valt nog een heleboel meer over te schrijven. Dat houden jullie nog van mij tegoed. Nu lonkt de zon, dus gaan we naar buiten!

Eetproblemen van peuters

Eetproblemen van peuters

12 tips bij eetproblemen van je peuter

Ze bestaan in alle soorten en maten: eetproblemen. En een groep kinderen waar het veel voorkomt zijn peuters. Hoe komt dat? En vooral: wat doe je er aan? Vandaag neem ik je mee in deze veelvoorkomende problemen. Want echt: je bent niet de enige! En echt: het gaat weer over!

Overleven in het eerste jaar

Hoe komt het dat dit een van de meest besproken problemen is? En waarom komt het zoveel voor? Dat heeft eigenlijk een hele logische reden. Als je kindje net geboren is, is het nog totaal afhankelijk van de omgeving. Je kindje vertrouwt volledig op jou, en is daarin ontzettend kwetsbaar. Zonder de zorg van zijn ouders of verzorgers, zal een baby niet overleven. De eerste taak van een ouder is dan ook om je kindje in leven te houden. Het hele eerste jaar bestaat er een basale onzekerheid: zal het me lukken?

Steeds meer zelf

Zodra je dreumes 1 jaar is geworden, neemt deze onzekerheid geleidelijk af, omdat je ziet en ervaart dat je kind steeds meer zelf kan. Het begint te kruipen, lopen, kan zelf bij spullen komen. Het begint uiteindelijk te brabbelen en woordjes te zeggen, waardoor er steeds meer interactie komt. Je zal al gauw merken dat je kindje een heel eigen persoonlijkheid ontwikkeld. Maar nog steeds ben jij als ouder de belangrijkste persoon in zijn leventje. De verzorging van je kindje maakt nog steeds een groot deel uit van je dagelijkse taken. Zo ook het verzorgen van eten.

Onzekerheid en bezorgdheid

Als je kindje dan ineens niet eet, alle groentes op de grond gooit of zit te spelen met z’n eten, dan geeft dat direct zorgen. De bekende onzekerheid van het eerste jaar steekt dan weer de kop op: ‘als mijn kind niet eet, dan gaat het niet goed’, met als ergste sluimerende nachtmerrie: ‘als mijn kindje niet eet, dan wordt het ziek of zal het sterven’. Dit maakt het eetprobleem dus zo’n beladen thema voor ouders. Het triggert direct de bezorgdheid over je kind.

Machtsgevoel

Veel ouders durven er niet op te vertrouwen dat het goed komt, ze zijn tot dan toe altijd gewend geweest dat hun kind at wat zij het gaven. En nu beslist je kind daarin ineens zélf over. En ook dát is de normale ontwikkeling. Opvoeden is niet voor niets ‘het tot zelfstandigheid brengen van je kind’. Uiteindelijk moet je kind zichzelf kunnen redden. En dat proces begint al vanaf de geboorte. Zodra je kind merkt dat het meer en meer zelf kan, geeft dat zelfvertrouwen en een machtsgevoel.

Machtsstrijd

En dat betekent dus een conflict tussen ouder en kind: want de ouder is bezorgd, en wil controle uitoefenen door zijn kind te laten eten. En het kind wil tegelijkertijd zélf bepalen wat hij eet. Er zijn namelijk drie gebieden waar je kind in feite de totale macht over heeft:

  1. eten
  2. slapen
  3. zindelijkheid

Want als het er op aankomt: je kind bepaalt uiteindelijk zélf wat het in zijn mond stopt en wat niet, wat hij kauwt, uitspuugt of doorslikt. Het heeft daarom per definitie geen enkele zin om er een strijd van te maken: een machtsstrijd rondom deze thema’s verlies je sowieso en levert enkel frustratie en negativiteit op. Wat kun je wel doen?

Aan tafel eten

In een eerder artikel schreef ik al over het belang van gezamenlijk aan tafel eten. En in veel gevallen is dat géén vanzelfsprekendheid. Soms wordt er wel aan tafel gegeten, maar los van elkaar. Er wordt bijvoorbeeld eerst eten gegeven aan de kinderen, om vervolgens zelf op een ander moment te eten. Het samen, gelijktijdig aan tafel eten is daarom een eerste voorwaarde om een goeie eter te krijgen.

Ligt het aan mij?

Het is niet alleen een kwestie van opvoeden. Als je kind een eetprobleem heeft, kan dat behoorlijk onzeker maken en bovendien bezorgd. Het voelt misschien als falen, dat het je ‘niet eens’ lukt om je kind behoorlijk te laten eten. Geloof me, het is zo’n veel voorkomend probleem, dat het onmogelijk alleen aan ouders kan liggen. Het is tenslotte ook de fase waar je kind in zit. Het spelen met het uitoefenen van zijn macht is nodig voor een gezonde ontwikkeling. Probeer daarom mild te zijn voor jezelf, je helpt je kind zich als zelfstandig persoontje te ontwikkelen. En daar zijn veel oefenmomenten voor nodig.

Verschillen tussen kinderen

Het is bovendien ook niet zo dat alle kinderen uit eenzelfde gezin dezelfde eetgewoontes hebben. Zo hebben we met Meia en Fosse nooit zorgen gehad om het eten: ze aten en eten als bootwerkers, en lusten alles wat ze krijgen voorgeschoteld. Het is eerder de andere kant op: ze hebben altijd maar trek. Toen Signe kwam, waren we daarom heel verbaasd te merken dat ze geen korstjes at, dat ze de schillen van de appel weggooide en al haar groente van haar stukjes vlees peuterde met het avondeten. Dit gedrag kenden we totáál niet. Zo zie je maar: elk kind heeft ook zijn eigen voorkeuren en persoonlijkheid die weer effect hebben op de relatie tussen ouders en kind.

12 Tips om je kind beter te laten eten

Wat kun je nou doen om je kind te helpen beter te eten? Hier volgen 12 tips.

  1. Realiseer je dat je kind de macht heeft over wat er naar binnen gaat. Kinderen eten als ze jong zijn heel intuïtief: als er gezond eten wordt aangeboden, zal je kind zeker niet snel teveel eten. Je kind luistert (in tegenstelling tot de meeste volwassenen) goed naar de hongersignalen en ‘vol’signalen van zijn lijf. Daardoor zal je kind eten als het trek heeft, en stoppen als het genoeg heeft. Dat je kind dus bewust niet eet ’s avonds, geeft dus aan dat het niet barst van de honger.
  2. Een jong kind heeft in feite maar heel weinig eten nodig om op te functioneren. Het zal dus niet snel een tekort oplopen.
  3. Eet gezamenlijk aan tafel, eet gelijktijdig.
  4. Maak van het eten een fijn moment. Richt je op elkaar, praat over de dag, toon interesse in elkaar. Haal negatieve aandacht af van het eten.
  5. Noem tijdens het eten tegen elkaar hoe het smaakt, dat je het lekker vindt, dat het gezellig is om samen te eten, geef complimenten aan de kok, etc. Kortom, uit je positief (maar wel gemeend) over het eten.
  6. Biedt je kind gezond eten aan, gewoon wat de pot schaft. Ook al weet je dat je kind het niet lust of niets zal eten. Blijf het aanbieden.
  7. Haal het eten weer weg als de maaltijd voorbij is. Als je kind speelt met het eten, haal het dan eerder weg. Als mijn dochter haar beker melk in haar bord giet of de stamppot op de grond kwakt, zeg ik: ‘jij bent klaar met eten, dan haal ik je bord weg’.
  8. Biedt, als je dat gewend bent, wel gewoon een toetje aan na het eten. Zeg niet: ‘jij hebt slecht gegeten, dus je hebt geen toetje verdient’. Daarmee suggereer je namelijk dat het avondeten blijkbaar iets vervelends is waar een beloning voor nodig is. Geef gewoon een toetje, want dat is wat jullie altijd doen. Niet iets dat afhankelijk is van de ‘eetprestatie’.
  9. Als je kind al wat ouder is, kan het een idee zijn om twee soorten groentes te maken en je kind te laten kiezen: ‘wil je sperziebonen of bloemkool?’. Hiermee toon je respect voor het autonomiegevoel van je kind (‘ik heb macht, want ik mag kiezen’), terwijl je zelf de kaders uitzet.
  10. Als aanvulling hierop kan het heel goed werken om je kind te betrekken bij het eten maken. Laat het kiezen in de supermarkt wat ze willen eten, laat ze helpen met groente wassen of in de pan doen, etc. Hiermee vergroot je hun betrokkenheid en zijn ze meer gemotiveerd om te proberen van het eten.
  11. Als je kind besluit om niet/slecht te eten ’s avonds, biedt dan later die avond geen ‘compensatie-eten’ aan, omdat je denkt ‘dan heeft het toch nog wat binnen’. Dit creëert een patroon dat je kind weet dat het later die avond toch nog kans heeft wat te eten en neemt de motivatie weg om met het avondeten goed te eten. Je kind zal met het ontbijt weer inhalen wat het de vorige avond eventueel heeft gemist.
  12. Zorg aan de andere kant dat je kind overdag op regelmatige tijden eet en niet teveel eet kort voor het avondeten. Zo klom Signe al maanden overal op en at ze soms, ongevraagd, wel 4 appels achter elkaar. We hebben toen noodgedwongen de fruitschaal maar bovenop een hoge kast geplaatst, zodat ze er niet meer bij kon. Sindsdien eet ze aanzienlijk beter met het avondeten.

Heb je nog andere tips? Ik ben benieuwd!

Gaat dit over hetzelfde kind!?

Gaat dit over hetzelfde kind!?

“Dat doet ze anders nooit!”

Elke week voer ik deze gesprekken. Dagelijks soms. Ouders die vol ongeloof aanhoren hoe voorbeeldig hun kind zich op school gedraagt terwijl het thuis de boel bij elkaar schreeuwt, kleine broertjes in elkaar timmert, constant een weerwoord heeft of knetterbrutaal is. Met bosjes komen ze bij ons: ouders van kinderen waarvan hun kind soms wel een andere persoonlijkheid lijkt aan te nemen in andere situaties. Om gék van te worden af en toe. Soms smeken deze ouders in het geniep of hun kind nu eens as-je-blieft óók rete-irritant willen zijn bij de juf. Want dan snapt ze eindelijk eens waar zij het de godganse dag mee te stellen hebben. Om het maar even met krachttermen duidelijk te stellen. En weet je, lieve ouders: I feel you!

voorbeeldig bij anderen ondeugend thuis

Voorbeeldig?

Ik heb er namelijk ook zo eentje thuis. Ze heeft nog nét geen halo boven haar hoofd als ze een dagje doorbrengt met onze nanny of bij opa en oma wordt afgeleverd. Voorbééldig is ze. De hele dag krijgen we berichtjes: ‘wat een lieverd, ze luistert zo goed!’, en: ‘ze is zo zoet, ze huilt nooit!’, of: ‘je hoeft maar je stem te verheffen, of ze luistert al!’. Jaja. Nou, niet bij ons dus. Want oma of de nanny is nog niet eens uit het zicht of de halo wordt ingeruild voor 2 duivelshoorntjes, zo lijkt het.

Wolf in schaapskleren

Madam praat nog steeds amper, maar dat neemt niet weg dat ze exact duidelijk kan maken wat ze wil. En hoe! Ze laat het kaas niet bepaald van haar brood eten. Als er een schaaltje druifjes op tafel staat waar broer- of zuslief van eten, krijgen ze het te horen: “nee! MIJ!” wordt er herhaaldelijk geschreeuwd. En als dat niet voldoende is, grijpt ze gewoon iets vast waar ze haar zinnen op heeft gezet. Serieus, het lijken wel zuignappen! Met man en macht lukt het om de vingers los te pellen. Maar alleen thuis hè? Is ze ergens bij onbekenden, dan steelt ze alle harten. Met haar blonde piekhaartjes, grote blauwe ogen en haar vingers in haar mond, waar ze verlegen op sabbelt. Wat een doetje. En wat een wolf in schaapskleren.

ondeugend kast leeghalen gooien klimmen dreumes

Je krijgt er zoveel voor terug!

We hebben een keuken zonder bovenkasten. Spijt van tot aan m’n tenen inmiddels. Want met een gemiddelde van 6x per dag leeggeschudde pakken hagelslag, havermout, suiker of rozijnen van de vloer vegen, ben ik er wel een beetje klaar mee. Mijn nanny vroeg zich blijkbaar laatst af waarom nou steeds de halve inhoud van de carousselkast op het aanrecht stond, en borg alles weer netjes terug op in de kast. En zo kon ik de dag erna weer 40x havermout tussen de plinten zuigen en vastgestampte cranberry’s van de grond pulken. Heerlijk die kinderen, je krijgt er zoveel voor terug!

Als de kat van huis is…

Zoals een kinderstoel die al ongeveer een halfjaar dwars op de grond ligt. ‘Waarom?’ Vroegen de oma’s en andere mensen zich fronsend af. Nou mensen, omdat Signe deze handige triptrapstoel gebruikt als keukentrap, om via de kinderstoel o.a. op de eettafel, in haar eigen (ikea) kinderstoel of de buffetkast te klimmen. Dáárom. Vervolgens wordt ik met grote ogen aangekeken, waarop de reactie der reacties volgt: “dat doet ze bij mij echt nooit!”. Nee bij jullie niet nee, maar zoals het spreekwoord luidt: “als de kat van huis is, dansen de muizen”. Nouja, ongeveer dan. Signe danst in ieder geval wel letterlijk op de eettafel.

ondeugend gedrag dreumes streken uithalen stout

Kinderslot

Ten einde raad struinde we internet en prenatals af op zoek naar een geschikte sluiting voor de carousselkast. Een magneetslot werkte helaas niet op deze draaiende variant. Uiteindelijk heeft Steef een andere constructie bedacht en lukt het Signe niet meer om deze kast open te krijgen. Dat maakte haar even flink boos, maar algauw koos ze eieren voor haar geld. Sindsdien heeft ze geleerd hoe ze de normale kindersloten open krijgt. Haar nieuwe hobby is nu de servieskast leeghalen.

kliederen met eten spelen met eten kinderstoel dreumes

Spelen

Maar ze heeft nog meer hobby’s hoor, ze verveelt zich zelden. Op dagen dat wij er niet zijn, kan ze heel lief spelen, heb ik begrepen. Op dagen dat wij er wél zijn, gooit ze het liefst bekers met vloeistof ondersteboven. Ze is gelukkig niet kieskeurig: melk, water, limonade, soep… het is haar om het even. Als ze er vervolgens maar hard met haar handen in kan slaan. Yoghurt werkt trouwens ook goed, wat dat aangaat.

bekers melk omgooien dweilen schoonmaken omgegooid drinken

Klimmen

Oh, en heb ik al verteld van haar klimtalenten? Zit vast in de familie. Het liefst gebruikt ze stoelen, zoals de eerder genoemde triptrapstoel, maar ook de kleine kinderstoeltjes zijn favoriet. Ik breek dagelijks mijn nek over deze ondingen, omdat Signe als een soort wedstrijdschaatster door de woonkamer zoeft achter een stoeltje aan. Om bijvoorbeeld het glaswerk uit de hoge vitrinekast te halen, het gasfornuis aan te steken, pannen van het aanrecht te trekken of via het stoeltje op de verwarming te klimmen. Ik heb al meermaals mijn hart vastgehouden toen ze een poging deed over het traphekje heen te klimmen (naar beneden dus).

Gooien

Daarover gesproken, het naar beneden gooien van zaken is ook interessant. Het zal vast iets natuurkundigs zijn: het ontdekken van zwaartekracht, luisteren naar de effecten als de spullen neerkomen en tenslotte getrakteerd worden op een geërgerd gemopper van moederlief, inclusief getergde uitdrukking. Schoenen, lege flessen, speelgoed, wasgoed, you name it, Signe gooit het naar beneden. Maar uiteraard pas als ik bijna klaar ben met het opruimen van het afval dat ze uit de vuilnisbak op de grond heeft gegooid, of de tijdschriften weer aan het opstapelen ben.

rotzooi maken dreumes peuter

Dat doet ze anders nooit!

Ik was dan ook verrast en verbaasd te merken dat het onze nanny en andere betrokkenen op de één of andere manier wél lukte om nog iets anders te doen dan op Signe te letten. Want, zo krijg ik keer op keer weer te horen, bij hun doet ze dat allemaal nóóit! De stoeltjes blijven op hun plek, kasten dicht, ze stopt direct als je iets zegt. Eigenlijk doet ze gewoon niks van al die streken. Hoe kan dat toch?

Vreemde ogen dwingen?

Vreemde ogen dwingen? Bij ons voelt ze zich het meest vrij dus laat ze zich het meeste gaan? Of krijgt ze bij anderen andere (meer) aandacht dan bij ons, zoekt ze misschien op deze manier de aandacht? Ik kan het me bijna niet voorstellen, omdat mijn vrije dagen bijna volledig worden beslagen door ‘met Signe bezig zijn’. In ieder geval weet ik nu hoe het is voor al die ouders, die zich bij elk ouderavondgesprek afvragen of de leerkracht wel over het goeie kind vertelt. Aan de andere kant ben ik blij dat ze zich bij anderen blijkbaar wel gedraagt. Want, zoals ik ook andere ouders geruststel: als je kind het daar wel kan, beschikt het in ieder geval over die vaardigheden. Is er toch nog hoop, gelukkig!

Elk jaar een kerstbal

Elk jaar een kerstbal

Traditie: Kind kiest kerstbal

Tradities, wat zijn ze belangrijk en fijn. Het zijn vaak clichés, maar daarom niet minder leuk. Misschien denk je nu: ‘wij hebben helemaal geen tradities’, ‘dat is niks voor ons, we zijn niet zo zweverig’. Dat dacht ik eigenlijk ook over mezelf, maar stiekem ben ik er achter gekomen dat ook wij onze tradities hebben. Het zijn vaak de gewoontes, die uitgegroeid zijn tot een prettig moment, iets waar met plezier naar kan worden toegeleefd. Iets wat soms dagelijks, soms maar eens per jaar voorkomt.

Koffie drinken

Een van die tradities die ik had, toen ik nog geen tradities had, was koffie drinken met de kinderen. Koffie? Ja, zo noemden zij de opgeschuimde melk die ik voor hen maakte, als ik mijn koffie met melk dronk. Mét wat cacao of kaneel erop. Het was een standaard momentje, ’s ochtends op mijn vrije dagen. En voor ik er erg in had, zat ik de jaren daarna, tot aan de dag van vandaag met mijn kinderen naast me “koffie te drinken”: alle drie een beker warme melk met wat kaneel. Gezellig.

Goed idee

Nu ik bovenstaand stukje teruglees, druipt het natuurlijk van cliché, maarja, ik kan er ook niks anders van maken. Blijkbaar ben ik ook gewoon burgerlijk en saai. En ik jat trouwens ook graag goeie ideeën van anderen. Jaren terug hadden wij een stagiaire, een moeder van volwassen kinderen, die een leuke traditie vertelde: elk jaar liet zij haar kinderen een kerstbal uitzoeken voor de boom. Hierdoor werd de boom door de jaren heen een bonte verzameling van versieringen. Ik was direct verkocht toen ik dit hoorde: dit ga ik ook met mijn kinderen doen!

kerstboom kopen met gezin kinderen slapen auto traditie

Kerstboom uitzoeken

Eigenlijk is het hele kerstboom uitzoeken en optuigen al een traditie op zich, eentje waar de kinderen momenteel ontzettend enthousiast over zijn. Nouja, Signe uitgezonderd, die is vooral ontzettend lyrisch over het met grof geweld leegtrekken van de boom, waardoor al verschillende ballen zijn gesneuveld. Dus zaten we half december met het hele gezin in de auto, om een boom uit te zoeken. Maar na 10 minuten rijden, bleek er drie man achterin te liggen pitten! Tot zover het romantische beeld van het samen uitzoeken van de boom: manlief ging een boom halen, terwijl ik met het snurkend grut in de auto bleef wachten.

Kerstballen uitzoeken

Na dit spannende avontuur was het tijd voor kerstballen jacht. Door de leegstand van tegenwoordig schieten er rond november ineens 10 kerstwinkels als paddenstoelen uit de grond, waardoor we dus voldoende keuze hadden. Meia en Fosse liepen vol bewondering in de winkels en keken hun ogen uit. Het was nog niet gemakkelijk uit al die glitters, kleuren en glimmers een keuze te maken. En zoals het mijn onbehouwen ventje betaamd , presteerde Fosse het om maar liefst twee ballen kapot te laten vallen in zijn zoektocht. Gênant! Gelukkig heb je altijd nog baas boven baas: wachtend in de rij, liet iemand een complete vaas op de grond kletteren.

kerstballen uit de boom trekken dreumes peuter kind kerstboom kerstmis

Boom versieren

Het kostte wat tijd, maar uiteindelijk kozen mijn guppen trots hun eigenste kerst’bal’. Hoewel Signe er nog geen bal van begreep (om even de beeldspraak erin te houden), namen we voor haar ook een versierstuk mee. Eenmaal thuis was er amper een houden aan, zo enthousiast waren de kinderen om de kerstboom te versieren. Met wat overredingskracht hebben we afgesproken dat wij de lampjes en glazen ballen er in zouden hangen, en dat zij daarna hun nieuwe ballen en de plastic versiering erin mochten hangen. Misschien herkenbaar: de rechterkant (waar de doos met kerstballen stond) is tot op de vierkante centimeter volgehangen met ballen, op links is het enigszins kaal.

Kleurrijke kerst

Maar wat kan ik er van genieten: de dozen openmaken, om de kerstballen van voorgaande jaren tegen te komen die de kleintjes hebben gekozen: een kleine groene vis, een stoffen rode ster, een ijsje en een cupcake, en dit jaar een auto, doorzichtig hert en papegaai. Ooit, toen we nog samen waren en geen kinderen hadden, had ik twee kleuren voor in de boom. Nooit heb ik daarna iets anders gekocht, behalve de ballen van de kinderen dan. Gestaag groeit de verzameling uit tot een kleurrijk geheel. Steef moest er om lachen: het is tenslotte geen gezicht. Maar toch vind ik dít hoe een kerstboom hoort te zijn: een boom versieren, het is op deze manier een kerstboom van ons allemaal, en stiekem vind ik hem gewoon mooi van lelijkheid.

Het belang van fantasie voor kinderen

Het belang van fantasie voor kinderen

Fantasie als bouwsteen voor ontwikkeling

Fantasie heeft voor mijn gevoel een beetje een ambivalente betekenis. Aan de ene kant wordt het als iets positiefs gezien. Bijvoorbeeld als we het over spelende kinderen hebben, dan klinkt er iets in door dat iets weg heeft van naïviteit of onschuld. Alsof een kind nog niet beter weet en het gebruiken van fantasie daarom door de vingers wordt gezien. Het is tegelijkertijd een fenomeen dat iets veroordelends met zich meebrengt: ‘wat een grote fantasie heb jij zeg!’ kan dan eerder als een verwijt klinken dan als een compliment.

Fantasie heeft een functie

Er is iets geks aan de hand. Want fantasie is, net zoals dromen en het onderbewustzijn, een natuurlijk deel van ons mens zijn. Het dient ook ergens voor, het heeft een functie, al is die soms op het eerste oog niet duidelijk. Wat mij betreft is de fantasieontwikkeling van kinderen daarom één van de meest onderbelichte en ondergewaardeerde stukken in de ontwikkeling bij kinderen. Ik zal uitleggen waarom.

Doen alsof spel

Fantasiespel is niet doelloos. Sterker nog, het is superbelangrijk! Jonge kinderen maken allemaal dezelfde fases door in de ontwikkeling van hun fantasie. Dat begint met doen alsof, zo rond het eerste jaar. Ineens zie je je dreumes met een doekje achter je aan lopen om ‘mee te helpen’ afstoffen, of pakt het de borstel om haar eigen haartjes te kammen. Het is de eerste stap naar fantasie, maar richt zich nog op het nadoen van de werkelijkheid. Rond de 18 maanden wordt de eerste fantasie gebruikt. En dit is een grote mijlpaal in het leven van een kind: want naast de concrete werkelijkheid, wordt nu ineens een heel andere dimensie mogelijk. De verzonnen werkelijkheid, de fantasiewereld, waarin alles mogelijk wordt. Ook hierbinnen heb je verschillende ontwikkelingsfases, die uitleggen hoe deze fantasieontwikkeling steeds genuanceerder wordt. Greenspan heeft daar heel veel over geschreven. Bijvoorbeeld in deze boeken. Een andere keer ga ik dieper in op deze ontwikkelingsfases.

Fantasie geeft sociaal inzicht

Wat werken voor volwassenen is, is spelen voor een kind. Het is de belangrijkste dagbesteding, en essentieel om alle vaardigheden in te ontwikkelen voor het goed kunnen functioneren als mens. In fantasie en spel worden bijvoorbeeld de belangrijkste sociale vaardigheden, het sociaal inzicht en de empathie ontwikkeld. Want in fantasiespel stel je je iets voor, je bedenkt hoe iets kan zijn, voor jou en de ander. Je anticipeert hierop, oefent met reacties, oefent met gedrag zoals je die later ook in echte situaties gebruikt. In fantasiespel leren kinderen dus alle voorwaarden voor goed sociaal contact. Niet voor niets is ‘speltherapie’ een zeer waardevolle en effectieve behandelmethode, met name bij jonge kinderen. Hetzelfde geldt voor symbooldrama, een door mij veel gebruikte behandelmethode die in Duitsland één van de meest gebruikte methodes is, maar hier nog relatief onbekend.

Verstoorde fantasieontwikkeling

Ook bij symbooldrama speelt fantasie een grote rol, en wordt het gebruikt als krachtbron voor herstel. Zowel bij kinderen als bij volwassenen. Om van deze innerlijke krachtbronnen gebruik te kunnen maken, is de voorwaarde dat je kunt fantaseren: dat je je iets voor kunt stellen. En steeds vaker merk ik dat dit lastig is voor veel kinderen. Het is bekend dat bij autistische kinderen de fantasieontwikkeling verstoord is: deze kinderen blijven heel concreet, spelen dingen na die ze hebben gezien maar voegen daar geen eigen fantasie aan toe. Het blijft als het ware een in scene gezet geheel, zonder eigenheid van het kind. Hierin zie je ook terug dat gebrek aan fantasiespel hand in hand gaat met problemen in sociaal contact: hoe meer een kind oefent in fantasiespel, hoe meer het kan leren zich in te leven in de ander.

Realistisch speelgoed: de valkuil

Maar ook kinderen zonder autisme hebben steeds vaker een gebrek aan fantasie. En ergens is dat ook begrijpelijk: we zitten in een digitaal tijdperk, met veel games, die ook nog eens steeds realistischer worden. Het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid wordt daardoor steeds vager. En er wordt daardoor minder gespeeld met fantasiemateriaal. Denk aan playmobil, poppenhuizen, winkeltjes, etc. Het materiaal waarin zelf een verhaal kan worden toegevoegd. Waarin een banaan een banaan kan zijn, maar net zo goed een telefoon, race-auto of pistool. Dat zelf toevoegen van fantasie aan het materiaal wordt nog eens extra lastig gemaakt omdat speelgoed, goedbedoeld, steeds realistischer wordt gemaakt. Had je vroeger een paar blokken, tegenwoordig is een LEGO pakket zo gedetailleerd, dat een politie-agent nog onmogelijk kan doorgaan voor een cowboy of wat dan ook.

Voeg fantasie toe in het spel!

Met andere woorden, het wordt juist dáárom steeds belangrijker om toch speciale aandacht te besteden aan het gebruiken van fantasie in het spel. Om hierin je kind uit te dagen out of the box te denken, om de mogelijkheden op te rekken. Want door te spelen met fantasie, ontdekt een kind mogelijkheden, bedenkt het oplossingen, kan het omgaan met angsten en andere heftige gevoelens, kan het oefenen met sociale situaties, verwerken van gebeurtenissen, kortom, leert en ontwikkelt het zich.

Fantasie helpt bij verwerken

Fantasie iets onnozels? Niet dus. Fantasie maakt slim en creatief. Fantasie is een hele belangrijke vaardigheid voor kinderen om (heftige) gebeurtenissen te verwerken. Door deze na te spelen, krijgt een kind meer grip op wat er gebeurd is en kan het leren omgaan met de gevoelens die daarbij vrijkomen. Het kan gebruikt worden in de voorbereiding van gebeurtenissen die hen te wachten staan, zoals een operatie. Uit onderzoek blijkt dat in dit geval een kind inderdaad minder angstig is voor de operatie. In fantasiespel leren kinderen hoe de wereld in elkaar zit en wat hun rol hierbinnen is. Fantasiespel maakt een kind creatiever, gelukkiger en socialer.

Fantasie in de klas

In de klas kan fantasie een rol spelen binnen het lesmateriaal. Het blijkt dat de aandacht van kinderen beter wordt gevangen als er iets afwijkends is: als er een verrassend element of een onrealistische situatie wordt toegevoegd in bijvoorbeeld een opdracht of les, trekt dit de aandacht van kinderen en verhoogt het de motivatie. Als er bijvoorbeeld aan de woordenschat en begrijpend lezen wordt gewerkt, blijkt dat kinderen dit beter doen met fantasieverhalen dan met realistische verhalen. Ook de oplossingen uit fantasieverhalen kunnen de kinderen gemakkelijker toepassen, dan bij realistische verhalen.

Willen begrijpen

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en leergierig. Het blijkt dat een kind ook sneller op onderzoek uit gaat als er iets is, wat niet aan hun verwachting voldoet: als er iets afwijkt, willen ze weten hoe dat komt. Fantasie prikkelt dit, waardoor kinderen als vanzelf gemotiveerd zijn om er achter te komen hoe de vork in de steel zit. Ze willen het begrijpen, verklaren, snappen. Door na te denken over bijvoorbeeld onrealistische oplossingen uit fantasiespel leert een kind de contrasten tussen wat er wel en niet mogelijk is. Dit stimuleert dus het ‘echte leren’ van kinderen.

Fantasie maakt creatief

Je ziet dit bijvoorbeeld ook een beetje terug in de natuurwetenschappen, waarin ook wordt gezocht naar verklaringen van wonderlijke verschijnselen en de grenzen van mogelijkheden worden afgetast. Niet voor niets spreken de experimentjes uit deze vakgebieden tot de verbeelding van kinderen. Denk aan Nemo, met eindeloze proefjes voor jong en oud. Hierin worden kinderen ook uitgedaagd om out of the box te denken, om niet de voor de hand liggende verklaringen te kiezen, maar echt te begrijpen hoe iets werkt.

Fantasie maakt slim

Misschien dient de fantasie in die zin ook wel de behoefte van de mens om alles maar te willen verklaren. Omdat er zoveel verschijnselen zijn, zoals de snelheid van het licht, atomen die je niet met het blote oog kunt zien, etc., die uitlokken om onderzocht te worden. Omdat de mens uiteindelijk wil weten hoe het universum in elkaar zit. Het gebruiken van fantasie en verbeelding is dus een rijkdom en broodnodig, ook voor de toekomst. Het biedt de bouwstenen voor sociaal, emotioneel en cognitief gezond functioneren!

Slaaptekort bij kinderen

Slaaptekort bij kinderen

Slaapgebrek

Misschien heb jij er ook wel een: een kind met slaaptekort. Mijn hemel wat is dat een verschrikking zo nu en dan! Alle drie mijn kinderen zijn anders in hun slaapbehoefte en slaappatronen. Alle drie reageren ze ook anders op een slaaptekort. Want ieder kind heeft nou eenmaal andere behoeftes en manieren, en zo ook in ons gezin. Met name de oudste reageert sterk op te weinig slaap.

Weinig slaapbehoefte

Het begon eigenlijk al als baby. Ik las braaf alle boekjes en kwam er al gauw achter dat een baby het grootste gedeelte van de dag slaapt. Tot zover de theorie. De praktijk was toch beduidend anders. Hoe vaak ik niet gefrustreerd en radeloos met een huilend kind naar beneden ben gelopen, na de zoveelste poging haar in slaap te krijgen! Ik zat er soms twee uur bij, haar sussend, over haar hoofd of buikje aaiend, in de veronderstelling dat ik er goed aan deed, dat ze uiteindelijk zou slapen. Ja, dat deed ze uiteindelijk ook. Maar liefst 20 minuten. En dan begon het hele feest weer van voren af aan.

Geen zin

Meia had als baby bijna geen slaapbehoefte. Hetzelfde zie ik nu terug bij Signe. Blijkbaar een meidending in ons gezin. Alhoewel, ik reken slapen toch echt wel onder mijn favoriete hobby’s, dus voor mij gaat die vlieger niet op. Zowel Meia als Signe lijken als baby wel wat beters te doen te hebben dan slapen. Slapen doe je maar als je niks anders te doen hebt. Ze hebben het gewoon veel te druk met andere dingen, dat ze zich niet goed kunnen of willen overgeven aan de slaap.

Niet moe

Ik schrijf dit trouwens om 20.30u en Signe zit klaarwakker naast mij de inhoud van een kast op de grond te trekken, om het geheel nog even te illustreren. Ik heb net 3 vruchteloze pogingen gedaan haar te laten slapen. Anders dan bij Meia, leg ik me nu gemakkelijker neer bij de situatie. Blijkbaar is ze nog niet moe. Ik kan hemel en aarde bewegen om haar in slaap te krijgen, maar ze zit nu lief te spelen, dus ik kan het ook gewoon over een uurtje nog eens proberen. Doorgaans slaapt ze dan wel snel in. Wie weet moet ze ook wat knuffeltijd inhalen, omdat we elkaar weinig gezien hebben vandaag.

Gedrag

In tegenstelling tot Signe, die gewoon weer over gaat tot de orde van de dag of een extra knuffel komt halen als ze stiekem toch een beetje moe is, laat Meia op een heel andere wijze merken dat ze te weinig slaap heeft gehad. Hoewel ze slapen waarschijnlijk onder de noemer ‘verspilde tijd’ schaart, wijst de praktijk toch anders uit. Dan verandert ze af en toe in een soort ‘terror’ variant van zichzelf, eentje die je niet terug zou herkennen, waar je stiekem een beetje bang van wordt.

Alarmbel

Ineens leiden de kleinste tegenvallers tot heftige explosies van haar kant, waar ze zich hysterisch en verongelijkt van de stoel laat glijden of stoïcijns tegen een willekeurig meubelstuk (of toevallige voorbijganger) aan blijft schoppen. Dit alles vergezeld van een geluidenbrei zonder herkenbare woorden, alsof er geen energie meer over is om zich verstaanbaar te maken. Soms is het een komisch gezicht, maar meestal is het een alarmbel voor een lastige periode die aanbreekt. Want eenmaal in deze modus belandt, is het zéér lastig om haar eruit te krijgen. Want, je raadt het al, het enige dat helpt is slapen.

Ik ben niet moe!

En dat is nu precies wat ze niet wil. Slapen! Ik ben toch niet ziek? Ik heb al uitgeslapen vanmorgen tot half 7 (ja echt waar, normaal wordt ze namelijk 6 uur wakker) en nog belangrijker: ik bén he-le-maal niet moe!! Ja, ga er maar eens aan staan. Kom je met al je goeie argumenten dat het belangrijk is, dat het dan allemaal makkelijker gaat, en gezelliger wordt. Op zo’n moment lijkt dit rationeel overdenken allemaal niet toegankelijk. En het is nu eenmaal zo dat je zaken als slapen, eten en zindelijkheid niet kunt afdwingen. Bummer!

Afspraken maken

Soms helpt het als ik afspraken maak. Dat ik aangeef dat ze nu niet hoeft te slapen, maar dat we het morgen doen, tussen de middag. Of dat ze het nog even mag proberen om lief te spelen, maar dat we alsnog gaan slapen als het toch niet lukt. Niet als straf, maar omdat het daardoor gezelliger gaat. Soms helpt het om iets fijns in het vooruitzicht te stellen: na het slapen gaan we gezellig even de stad in. Ik zal je wakker maken na een uurtje, dan weet je zeker dat je niet teveel mist. Soms hebben we mazzel, als we bijvoorbeeld ergens naar toe rijden en ze in slaap valt in de auto. Scheelt aanzienlijk in het humeur!

Zoektocht

Opvoeden blijft een zoektocht. Wat voor de één geldt, is voor de ander onzin. Meia is te eigengereid om naar mijn argumenten te luisteren, ze leest liever 10 boeken voor ze er doodmoe bovenop in slaap valt. Om haar dag vervolgens om 6 uur te starten. Ik heb me er bij neergelegd: we zoeken naar wegen om het voor iedereen draaglijk te houden. En nu met Signe zie ik dat het ook anders kan: Signe heeft net zo weinig slaap nodig (ze is intussen een stuk karton aan snippers aan het scheuren naast me), maar wordt er niet vervelend van. Hooguit wat stilletjes. En dan is het tijd om poolshoogte te nemen, zoals nu.

Frustratie door niet kunnen praten

Frustratie door niet kunnen praten

Gefrustreerde dreumes

Mijn jongste zit in de frustratiemodus. Sinds een paar weken vertoont onze 16 maanden oude dreumes heuse driftbuien, schreeuwpartijen en andere frustratieperikelen. En ik moet zeggen dat het redelijk nieuw voor me is, zelfs bij de derde. Onze oudste dochter en onze zoon hebben natuurlijk ook wel momenten van frustratie gekend, maar deze hadden over het algemeen een andere oorzaak.

Taalontwikkeling

Meia begon woordjes te zeggen toen ze amper 9 maanden oud was, en toen ze haar eerste verjaardag passeerde, sprak ze inmiddels in korte zinnetjes. Lange tijd heb ik gedacht dat onze zoon, die na haar kwam, laat was met praten. Maar later besefte ik dat het andersom was: Meia was gewoon zeer snel en Fosse heel gemiddeld. Er is een dalende trend zichtbaar, want Signe is voor mijn gevoel laat met praten. Ze leek er tot voor kort gewoon geen zin in te hebben. Sterker nog, het was ook helemaal niet nodig!

Zelf regelen

Als Signe iets wilde, dan ging ze het gewoon zelf halen. Desnoods schoof ze de triptrapstoel van Fosse naar de tafel, om vervolgens via die stoel op de eettafel te klimmen om de beker limonade te pakken waar ze haar zinnen op had gezet. Of ze sloop naar de keuken, om de carrouselkast open te draaien en zichzelf te voorzien van rozijnen of zoute stengels. Ja, Signe die regelde het wel. Als we naar buiten gingen, kwam ze zelf met haar jasje aan lopen of ging ze op de trap zitten zodat we haar schoenen konden aan doen. Ze begreep gewoon alles en liet dit duidelijk merken in haar handelen. En was het een keertje niet duidelijk genoeg voor ons, of ging het gewoon niet snel genoeg, dan zette ze simpelweg een keel op. Van vier kanten kwamen dan aangeboden spullen, handen die haar iets voorhielden of gewoon maar wat aandacht gaven waardoor onze klapperende trommelvliezen even rust kregen.

Niet begrijpen

Helaas merkt Signe nu steeds vaker dat haar acties ontoereikend zijn voor haar plannen die zich meer en meer uitbreiden en steeds specifieker worden. Het lukt haar nog onvoldoende om duidelijk te maken dat ze wil eten, maar dan niet in haar kinderstoel wil zitten. Dat ze met een vork wil eten, maar alleen die van papa. Dat ze geen wortels wil, maar alleen het vlees en óók dat van haar broer en zus. Dat we haar dan niet begrijpen en doodleuk haar eigen vork voorhouden of als Meia en Fosse gewetenloos hun eigen bord leeg eten, is voor deze dreumes blijkbaar een constante kwelling. En een gegronde reden om het op een schreeuwen te zetten, op een toonhoogte waarop alle honden in een straal van 5km rond ons huis aanslaan.

Frustratie

Ja, en als deze harteloze gezinsleden dan ook nog beginnen te lachen om het vaak komische tafereel, dan is er helemaal geen houden aan. Compléét over de pies is ze dan. Want hoe dúrven we maar één cupcake aan haar te geven, terwijl de bakplaat nog vol staat met andere cupcakes. Wijzend, stampvoetend en gillend heeft ze het drie kwartier volgehouden om er nog eentje te krijgen. Wat een uithoudingsvermogen. Frustratie alom. En ik had toch wel met haar te doen. Soms verzandt ze zo diep in een driftbui, dat we haar niet mee goed bereiken. Ze slaat wild om zich heen, schudt haar hoofd alle kanten op en verzet zich als je haar wil knuffelen. Dat alles begeleidt door een vocale ondersteuning op standje gehoorgestoord. Iedere keer hoop ik maar dat ze begint te praten, zodat ze zichzelf beter kan uitdrukken en wij beter op haar behoeften kunnen afstemmen. Het blijft voor alle kanten zoeken en een proces van trial and error.

Zich kunnen uitdrukken

Ik heb heel erg het idee dat Signe op een andere manier leert dan onze andere twee kinderen. Meia begon gewoon met praten en is sindsdien niet meer gestopt, het ontwikkelde zich in sneltreinvaart. En nog steeds trouwens. Fosse kabbelde rustig voort, maar toen hij de smaak te pakken had, kon hij zich ook steeds gemakkelijker genuanceerd uitdrukken. Signe begrijpt alles, slaat alles in zich op en laat met handelen zien dat zij niet onderdoet als persoontje voor de rest van het gezin. Ik heb het vermoeden dat Signe observeert en ondertussen haar passieve taal steeds meer opbouwt. En áls ze dan gaat praten, dat dan direct het hek van de dam is. Maar misschien zit ik wel mis, misschien duurt het nog een eeuwigheid en blijft ze krijsen en wijzen om haar zin te krijgen.

Baby- en kindergebaren

Laatst was er een moeder van een vriendje van Fosse bij mij. Ze vertelde over baby- en kindergebaren die ze bij haar zoon had gebruikt. Het had geholpen om dingen duidelijk te maken voordat hij de woorden kon uitspreken. Dat leek me wel wat! Wie weet neemt het de frustratie van nu weg en kan het een brug vormen tussen de huidige situatie en het praten. Dus kreeg ik twee dvd’s te leen en heb ik de app ‘kwebl’ gedownload, om me te verdiepen in de gebaren. Ik ben heel benieuwd welke uitwerking dit zal hebben op de jongste. Misschien vergroot het de motivatie om toch maar te gaan praten, we zullen het zien. Ik houd jullie op de hoogte!

Het reptielenbrein van je kind

Het reptielenbrein van je kind

Over hersenen en driftbuien

Wel eens gehoord van het reptielenbrein? Dat is het deel van ons brein dat ervoor zorgt dat je kind zo nu en dan op een exploderend stukje vuurwerk lijkt, zich gillend en stampend op de vloer laat vallen of je voor van alles en nog wat uitmaakt als het allemaal tegenzit. Natuurlijk is dit (gelukkig) niet dagelijkse kost voor de meeste mensen, maar iedereen kan zich er wel een beeld bij vormen.

Hersenfuncties

Hersenfuncties zijn behoorlijk ingewikkeld, maar soms helpt het je als ouder te begrijpen waarom je kind zo doet, als je iets meer snapt over hoe de hersenen werken. Dit geldt trouwens niet alleen voor kinderen: ook wij volwassenen kunnen soms last hebben van een dominerend reptielenbrein. Ik zal uitleggen hoe het werkt.

Lastige gevoelens

Eigenlijk gaat het nog verder dan er niet zoveel van weten. Ik sprak al eerder over emotionele inflatie. Ik denk nog steeds dat dát vooral aan de oorzaak ligt van het meeste klachtgedrag. Nederlanders, ikzelf inclusief, zijn nog altijd die nuchtere mensen. De mensen met het motto ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’. Stilstaan bij je gevoelens of er zelfs over praten, dat is vaak ‘eng’, ‘gek’ of ‘lastig’.

Prefrontale cortex

Dat laatste klopt trouwens. Want gevoelens zijn behoorlijk ingewikkeld. Zonder zweverig te zijn: gevoelens zijn ook gewoon een product van onze hersenen en hebben belangrijke functies in de omgang met anderen. Door de jaren heen zijn onze hersenen steeds beter gaan werken en hebben verschillende vaardigheden zich beter ontwikkeld. We hebben als mensen, in tegenstelling tot de meeste dieren, bijvoorbeeld als enige een gedeelte in het brein dat ingewikkelde functies heeft zoals plannen, prioriteiten stellen, overzicht houden, beslissingen nemen, etc. Dit zijn de executieve functies waar ik al eerder over schreef. Deze zitten in de prefrontale cortex, aan de voorkant van je hersenen, zo’n beetje achter je voorhoofd. Deze functies zorgen ervoor dat wel weloverwogen en bedachtzaam dingen kunnen doen, dat we rekening houden met anderen en met de omgeving. Met andere woorden, dat we menselijk reageren op verschillende situaties.

Stress en gevaar

Wanneer je kind zich echter gillend en krijsend uit je armen werkt, de beker uit je handen slaat, keihard “stomme mama!” gilt of hysterisch huilend over de grond dweilt, lijken deze vaardigheden toch ver te zoeken. En dat is ook precies wat er aan de hand is. Want op het moment van stress, is de prefrontale cortex (die van de handige vaardigheden) als het ware even niet beschikbaar.

Overlevingsreacties

Je zou het zo kunnen uitleggen: als je kind stress of spanning ervaart (even los van het feit of dit nou ‘terecht’ is of niet), klapt het voorste gedeelte van het brein even weg, waardoor het brein regelrecht gebruik maakt van het stuk daarachter: het reptielenbrein. Dit is het stuk brein wat als eerste is ontwikkeld bij zoogdieren, en direct ook het belangrijkste stuk brein om te overleven. Het wordt geactiveerd bij stress. Want stress wordt nog altijd gelabeld als ‘gevaar’ door je brein. En je reptielenbrein kan dan drie dingen doen om daarop te reageren:

  • vechten (‘fight’)
  • verlammen (‘feeze’)
  • vluchten (‘flight’)

Woedeaanvallen

En dat is wat je ziet bij je kind: vechten. Maarja, tegenwoordig zijn er nou niet bepaald loerende sabeltandtijgers om je tegen te verweren. In ons land is er gelukkig maar weinig concreet gevaar om op te reageren. Je lijf maakt daar echter geen onderscheid tussen en reageert hetzelfde op alle vormen van stress: het schakelt over naar je reptielenbrein en je prefrontale cortex is dan niet meer beschikbaar. Dus vertoont je kind eigenlijk heel normaal gedrag: het verdedigt zich, wat zich bijvoorbeeld uit in driftbuien, woedeaanvallen of ander licht ontvlambaar gedrag.

Kalm brein

Dat is leuk en aardig, maar vervolgens zit je natuurlijk wel met een hysterisch kind waar je niks mee kunt. Wat is de oplossing? Eigenlijk is er maar één oplossing. Het klinkt simpel, maar dat is het helemaal niet. Als je kind in stress zit, kan het niet meer goed nadenken. Hetzelfde geldt voor ons als volwassenen: als je opgefokt en boos bent, trap je het liefst tegen de prullenbak of flap je er ineens wat uit. Dan kun je niet rationeel bedenken ‘misschien moet ik zus of zo doen’. Dat lukt pas wanneer je gekalmeerd bent. En dat is precies wat je kind nodig heeft: kalm worden.

Executieve functies

Je prefrontale cortex, en daarmee je executieve functies van je kind zijn pas weer beschikbaar bij een kalm brein. De eerste taak van de omgeving is dan ook: zorg dat je kind kalmeert! Maar dat is lastig, als je kind jou met zijn boosheid kwetst, irriteert of tot wanhoop drijft! Dan wordt namelijk je eigen reptielenbrein geactiveerd, waardoor rustig reageren ook geen optie lijkt te zijn.

Reguleren

Soms is daarom de eerste stap om eerst zelf te kalmeren. Als volwassenen heb je namelijk al meer vaardigheden geleerd door de jaren heen om jezelf te helpen weer kalm en rustig te worden. Je hebt geleerd je gevoel te reguleren. Dat is nou juist de vaardigheid die bij je kind nog ontbreekt, en waar je als ouder zo hard voor nodig bent. Zodra je zelf weer rustig bent, is het daarom voor je kind hard nodig om nabij te blijven: want als het voelt en merkt dat het gezien en gehoord wordt, weet het: ik ben niet alleen, mijn moeder/vader ziet me, ze weten ervan. Dat helpt om sneller rustig te worden.

Waardevol

In het reguleren kun je als ouders een heleboel doen om je kind te leren hoe het met deze heftige gevoelens om kan gaan. Hier komen termen bij kijken zoals emotieregulatie, mentaliseren, spiegelen… Vaardigheden die jammer genoeg geen gemeengoed zijn voor veel mensen vandaag de dag. In therapie merk ik dan ook dat op dit terrein in de behandeling van kinderen en gezinnen veel winst te behalen is. Als ik ouders of gezinnen in therapie heb, gaat er soms een wereld voor hen open wanneer  we ingaan op dit stuk van gevoelens. Ik ben benieuwd of dit bij anderen ook herkend wordt?