Archief van
Maand: februari 2018

Review: “Eenzaamheid bij jeugdigen”

Review: “Eenzaamheid bij jeugdigen”

Een lang genegeerd probleem

Ik heb dit boek in één week uitgelezen. Sowieso sprak het thema me erg aan, en, zoals de auteur ook aangeeft: het is gek genoeg een onbelicht thema. Eenzaamheid is heel veel in de media, maar dan gaat het over ouderen, over de vergrijzing en verpleeghuizen. Dat kinderen en jongeren ook veel kampen met eenzaamheid wordt weinig benoemd. Dit boek doorbreekt deze tendens en schudt ons wakker. Want dat dat nodig is, blijkt wel uit de cijfers.

Het boek gaat diep in op het thema eenzaamheid bij jongeren, in al zijn facetten en met alle aspecten die ermee samenhangen. Dat het geen makkelijke taak is om eenzaamheid vast te stellen of te onderscheiden van bijvoorbeeld angst of depressie, wordt daarmee steeds meer duidelijk. Maar eenzaamheid is niet slechts iets dat erbij hoort, of iets dat vanzelf weer overgaat. Eenzaamheid is een knagend gevoel dat een kind beetje bij beetje afbreekt. Tijd dus dat we als professionals meer aandacht krijgen voor dit rotgevoel, waar zoveel jongeren mee te maken krijgen.

De feiten

  • Titel: Eenzaamheid bij kinderen
  • Auters: Jan van der Ploeg
  • Uitgever: Bohn Stafleu van Loghum
  • Publicatiedatum: 2017
  • Aantal pagina’s: 162
  • Prijs: €28,99

De auteur

De auteur Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek van de Universiteit van Utrecht. Hij heeft al veel boeken geschreven en een reële kijk op de jeugd. Dit boek heeft hij geschreven voor professionals, maar door de laagdrempeligheid en de prettige schrijfwijze, kan een geïnteresseerde ouder ook prima in dit boek duiken. Zijn andere boeken, zoals stress bij kinderen en agressie bij kinderen ga ik daarom binnenkort ook eens lezen.

Eerste indruk

Ik heb dit boek als e-boek gelezen, en dus geen papieren versie waarover ik kan vertellen. Het is geen dik boek, met zijn 162 bladzijden. Doordat het 18 hoofdstukken heeft, zijn de hoofdstukjes makkelijk weg te lezen. Het boek bevat geen afbeeldingen, maar heeft wel een aantal bijlagen, waarin dieper wordt ingegaan over bijvoorbeeld definities of waarin vragenlijsten staan opgenomen om eenzaamheid te bepalen bij jongeren. Het boek oogt fris en van deze tijd. Het maakt bijvoorbeeld koppelingen naar social media gebruik, gamen en gezinskenmerken. Het voelt daarmee als compleet.

Pluspunten

  • Het brengt een thema onder de aandacht die nog teveel onderbelicht is, omdat de focus meer op eenzaamheid bij ouderen ligt. Dat eenzaamheid bij jongeren ook een groot probleem kan geven, is minder bekend, maar niet minder belangrijk! Het maakt professionals heel goed bewust van het belang dit goed in de gaten te houden en er iets mee te doen.
  • Het boek is zeer compleet, met een goede opbouw die prima is te volgen, en logische en relevante koppelingen naar o.a. bijkomende problemen, gevolgen, oorzaken en de aanpak van eenzaamheid. Doordat de hoofdstukjes kort en bondig zijn, is het makkelijk terugzoeken naar informatie.
  • De auteur is een bekende naam op het vakgebied en heeft al heel wat titels op zijn naam staan. Hij heeft veel kennis en schrijft bovendien erg prettig. Het is daarmee een boek dat je serieus kunt (moet) nemen.

Minpunten

  • Het had fijn geweest als er nog wat dieper in was gegaan op verschillende behandelinterventies, hoewel er al e.e.a. aan het licht wordt gebracht. Aan de andere kant is dat in dit boek misschien ook niet helemaal de plek. Wat verwijzingen naar verdiepende literatuur hierover had wellicht fijn geweest.
  • In de bijlagen zitten vragenlijsten opgenomen om eenzaamheid bij jongeren te meten. Er zijn hier echter geen normen bij gegeven. Ik weet ook niet of deze bestaan.
  • Het boek is in eerste instantie geschreven voor professionals. Ouders kunnen dit ook wel lezen, maar dan sluit de inhoud wellicht minder aan op de opvoedingssituatie.

Opbouw

Het boek bestaat uit 18 hoofdstukken, die zich elk op een ander aspect van eenzaamheid richten. De eerste hoofdstukken gaan vooral over de definities, hoe vaak het voorkomt, hoe het ontstaan en de ernst van de zaak. Daarna richt het zich op de samenhang met o.a. gezinskenmerken, aanleg, sociaal netwerk, sociale vaardigheden en afwijzing. Ook actuele thema´s als internetgebruik, gamen, social media, telefoongebruik en bijvoorbeeld pesten en suïcide komen aan bod. De laatste twee hoofdstukken gaan over hulp bij eenzaamheid door professionals en door ouders. In de bijlagen vindt je verdieping van de eerder besproken theorie.

Vertaalslag naar de praktijk

Dit is een boek, dat ik direct in de praktijk kan gebruiken. Het gaat vooral om een bewustwording en besef dat dit aanwezig is. De concrete gedragsbeschrijvingen en gedragskenmerken door de auteur maken het gemakkelijker om eenzaamheid te gaan herkennen. De brede kijk op het onderwerp, maken je bewust van de complexiteit en de zaken waarmee je rekening kunt houden in bijvoorbeeld het uitvragen of juist het behandelen van de klachten. Doordat het kort en bondig is geschreven, opgedeeld in heldere hoofdstukken, is het gemakkelijk terugzoeken als ik even snel wat wil nalezen.

Conclusie

Een fijn boekje, dat makkelijk weg leest en naar mijn idee erg relevant is voor professionals. De auteur zet mooi neer hoe complex de psychologie en pedagogiek is, en hoezeer de zaken met elkaar samenhangen. Maar hij legt het helder en begrijpelijk uit, wat het ook behapbaar maakt om ermee aan de slag te gaan.

Verwachtingen van de intelligentie

Verwachtingen van de intelligentie

Als de werkelijkheid tegenvalt

Een paar jaar terug had ik eens een gezin dat hun zoontje aanmeldde bij ons, omdat het gedragsproblemen had op school en thuis. Het gezin had een Arabische cultuur en deze verschilt ook in de opvoeding van de Westerse cultuur. Dit kind was hun oudste kind, en een zoon, wat het kind al een zekere status gaf. De ouders hadden daarmee eigenlijk al bepaalde verwachtingen van hem, en hoge ambities voor de toekomst.

Gedragsproblemen

Dat dit kind al met de eerste maanden school problemen gaf, was dan ook een behoorlijke tegenvaller voor het gezin. School was immers een milieu dat voor dit gezin heel belangrijk was. Sowieso is gehoorzaamheid aan je meerdere, een groot goed voor deze mensen. Dat de ouders voor hun gevoel al snel ‘op het matje werden geroepen’, namen ze dan ook uiterst serieus. Ze zetten zich met de leerkrachten in om hun zoontje te helpen met het leren van de kleuren, de vormen en van groot naar klein reeksen. Ze vroegen wat zij als ouders thuis konden doen, en namen hun taak heel ernstig.

Leerproblemen

Maar ondanks verwoede pogingen van het gezin en school, ondanks avonden lang thuis oefenen, het jongetje bleef problemen geven. Hij barstte in woede uit in de klas, waarna hij met dingen gooide en de andere kinderen uitschold of zelfs pijn deed. Thuis was hij volgens ouders niet te houden. Hij was brutaal en ongehoorzaam, hij weigerde te doen wat vader zei en elke poging om schoolwerk te oefenen, leidde steevast tot fikse escalaties tussen zoon en ouders. Vader zat met zijn handen in het haar en kwam ten einde raad bij ons.

“Hij vertikt het gewoon”

Na het horen van alle klachten, vroeg ik hen naar hun wens en hoop voor hun zoontje. “Dat hij zich weer gaat gedragen. Dat hij weer luistert naar ons, en niet steeds die woede-uitbarstingen. Dat hij begrijpt dat school belangrijk is en dat je je daarvoor moet inzetten, en niet zomaar je kont in de krib gooien. Want hij is slim zat, hij vertikt het gewoon te doen! Dat frustreert me”. Ik had heel erg met het gezin te doen. Ik vermoedde dat dit jongetje werd overvraagd en niet kon waarmaken wat zijn ouders van hem verwachtten en hoopten. Maar dat leek bijna een taboe-onderwerp. Ouders lieten op elke manier doorschemeren dat die verklaring geen verklaring was.

Twijfels over de intelligentie

Met toestemming van ouders nam ik contact op met school, waar ik sprak met de leerkracht en de schoolresultaten bekeek. Mijn vermoeden werd bevestigd: ondanks forse ondersteuning en één op één begeleiding merkten de leerkrachten te weinig groei. Hij deed erg zijn best, maar had intensieve ondersteuning nodig en raakte ondanks dat toch steeds verder achterop met de lesstof. De leerkrachten twijfelden aan zijn cognitieve capaciteiten.

Inzicht in het leren

Ik sprak opnieuw met ouders en probeerde het onderwerp in de week te leggen. “We zullen moeten kijken hoe hij leert, hoe hij de dingen aanpakt, wat zijn sterke en minder sterke kanten zijn en hoe we daar gebruik van kunnen maken of op in kunnen spelen”. Na het uitgebreid bespreken van het belang van het in kaart brengen van zijn intelligentie, en eventueel bijstellen van de verwachtingen hierover, werd het intelligentieonderzoek gepland.

Overvraagd worden

Het was direct duidelijk: dit kindje wordt met een zwakke intelligentie sterk overvraagd door zijn omgeving. Nu kwam echter het lastigste onderdeel, want ik moest het de ouders vertellen. Nu is dat op zich nog te doen, maar wanneer je als ouder zulke sterke verwachtingen of overtuigingen hebt voor je kind, is het heel lastig als een ander daar ineens vraagtekens bij gaat stellen. Want dat maakt kwetsbaar: dan heb je het als ouder dus al die jaren niet goed gedaan of gezien? En waarom zou iemand van buitenaf het nou beter weten?

Lastige gesprekken

Het zijn lastige, maar wel noodzakelijke kanten van mijn beroep. En soms lukt het ook niet helemaal. Ik nam de tijd voor het uitslaggesprek, waarin ik de resultaten toelichtte van wat ik had onderzocht en hoe hun zoontje scoorde. Ik probeerde duidelijk te maken hoe belangrijk het is dat elk kind op zijn eigen niveau moet kunnen werken, om ervoor te zorgen dat het kan leren en tegelijkertijd gelukkig kan blijven en succeservaringen kan opdoen.

Hardnekkige verwachtingen

Omdat bij dit gezin de verwachtingen zo sterk op de voorgrond stonden, heb ik hier veel aandacht aan besteedt, door direct duidelijk te zijn: dit kind zal niet naar de universiteit gaan, dit kind zal veel ondersteuning nodig blijven hebben en een eigen leerlijn moeten volgen. Het zou oneerlijk zijn om iets anders te verwachten. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij het gezin bleven de overtuigingen actief: “wanneer is deze achterstand bijgewerkt? Wat is er voor nodig om hem op dit niveau te krijgen? Hoeveel moeten we daar voor oefenen, want dan doen we dat gewoon. Het is tenslotte maar een momentopname, hij heeft waarschijnlijk gewoon geen zin gehad, zo doet hij dus thuis ook steeds, hij vertikt het gewoon, hij kan het gewoon”.

De waarheid accepteren

Voor dit gezin was één gesprek onvoldoende. Soms is er meer tijd voor nodig om de waarheid te accepteren en om dit een plek te kunnen geven, waar je als omgeving goed op kunt reageren. Ik heb dit gezin nog een tijd gevolgd om gesprekken mee te voeren. Het valt immers niet mee om je verwachtingen bij te stellen. Sterker nog, dit is één van de meest onderschatte en moeilijkste opgaves binnen de opvoeding, op welk terrein dan ook. Geduld is in die gevallen een schone zaak.

Hoe Fosse voor korfbal ging

Hoe Fosse voor korfbal ging

Sport als onderdeel van de opvoeding

Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen op een sport gaan. Naar mijn idee zitten hier zoveel voordelen aan, dat ik niet terugdeins dit te stimuleren bij mijn kinderen. Gelukkig hebben we ook drie energieke aapjes, die zelf ook lieten blijken graag lekker te sporten. Toen Meia nog maar 2 jaar was, ben ik met haar al begonnen met peutergym. Fosse groeide daar in eerste instantie min of meer in mee. Toen hij de leeftijd had, ging hij dus samen met zijn grote zus klimmen en klauteren in de gymzaal.

Turnen met zijn grote zus

Maar toen kwam het moment dat Meia naar een oudere leeftijdsgroep doorverhuisde, en Fosse dus ‘alleen’ overbleef. Hoe leuk hij het ook vond, hij weigerde pertinent nog een voet in de gymzaal te zetten zonder zijn zus. Ja, hij was een behóórlijk koppige peuter op die leeftijd. Maarja, ik wilde eigenlijk wel graag dat hij ook lekker in beweging bleef en een sport zou vinden waar hij zich fijn in zou voelen, iets van hemzelf, iets anders dan zijn grote zus. Zeker omdat de valkuil om zich te gaan vergelijken ook op de loer lag.

Handbal

Fosse was goed in gooien en vangen en hield ervan om met de bal te spelen. Voetballen deed hij toen nog niet zo fanatiek, hij was meer van het zwemmen, fietsen en met de bal spelen. We besloten eens bij handbal te gaan kijken, en kort daarna ging hij wekelijks naar het groepje op de handbal. Helaas was de club echter zo klein, dat er geen volledig team voor zijn leeftijd bestond en ook niet op de korte termijn leek te komen. Dat was jammer, want hij vond het wel heel stoer om hier mee bezig te zijn.

Beweegkriebels

De handbalmiddagen bloedden helaas dood, waarmee opnieuw de zoektocht naar een sport ontstond. Er werd toen om de zoveel weken ook ‘beweegkriebels’ georganiseerd, vanuit DordtSport, juist om de kinderen onder de 4 jaar kennis te laten maken met allerlei soorten sporten, klimmen en klauteren. Omdat Fosse nog nét mee kon doen, besloot ik dit samen met hem te doen. Voor een gezellig één op één moment, en om eens te ontdekken wat er nog meer aan sportmogelijkheden waren voor hem, en wat hem aansprak hierbinnen.

Van judo tot ballet

Mijn stoere surfdude moest niet zoveel hebben van de judo proefles: elkaar opzettelijk omver duwen, dat kon hij niet zo goed begrijpen. Ballet daarentegen, daar kon hij geen genoeg van krijgen. Met grote sprongen huppelde hij door de zaal op de muziek, wat tot menig verbaasd en vertederd gezicht leidde. Toen ik echter de prijzen in handen gedrukt kreeg van deze balletschool, was mijn enthousiasme helaas direct een stuk minder. Maar even wachten wat nog meer volgde.

Korfbal

Halverwege de beweegkriebel serie was er een proefles korfbal. Omdat de gymzaal aan het korfbalcomplex grensde, konden de kinderen direct op het echte veld trainen. Tot grote lol van mijn wildebras. Dit was direct een succes! De pittenzakjes door de gaten gooien konden zijn aandacht niet vasthouden, dus richtte hij zich direct op de korven. En het lukte! Hij kreeg high fives van de trainster en Fosse glunderde van oor tot oor. Na de beweegkriebels besloot ik daarom om verder te gaan met korfbal.

Kangaroes

Op zaterdagochtend trainde Fosse sindsdien bij de Kangaroes, waar de allerkleinsten in spelvorm allerlei basistechnieken van de korfbal trainden. De trainers waren enthousiast en tussen de kinderen was het gezellig, dus ging Fosse met veel plezier hier naartoe. Fosse is echter nogal groot voor zijn leeftijd en groeide in die periode ook doodleuk door, waardoor hij na een paar maanden een volledige kop groter was dan de andere kindjes. Wanneer hij ballen gooide, had de kleinste telg van het team de kans om zomaar omver gekegeld te worden. Met tikspelletjes, rende Fosse altijd de rest eruit met zijn lange benen. En zoals het Fosse betaamt: hij stopt dan gewoon zijn handen in zijn zakken en zit zijn tijd uit tot de rest bij is. Kortom, hij sloot niet helemaal aan bij de rest van zijn cluppie, vanwege zijn postuur.

De F-jes

Op advies van de trainster is Fosse toen alvast aangemeld bij de F-jes, zodat hij daar kon proefdraaien en kijken hoe dat beviel. Na de kerstvakantie zou hij dan ‘eindelijk’ mee mogen trainen daar. Fosse kon niet wachten! Vooral niet omdat een ander vriendje uit zijn team ook naar de F-jes ging. En een paar weken terug was het dan eenmaal zover. Op woensdagmiddag mocht hij voor het eerst in zijn gloednieuwe team meetrainen. Met nieuwe zaalschoenen, die hij op de valreep nog even met papa had gescoord, en kriebels in zijn buik ging hij van start.

Genieten van sporten

Hij vindt het heerlijk. Hij rent lange afstanden en wordt aan het werk gezet. Voor lanterfanten heeft hij weinig kans meer en qua lengte komt hij veel beter overeen met zijn ploeggenootjes. Het feit dat hij weet dat hij traint om uiteindelijk echte wedstrijdjes te gaan spelen, motiveert hem meer dan ooit. Met een fanatieke blik in zijn ogen zigzagt hij door de zaal en in de auto terug vertelt hij enthousiast wat hij heeft gedaan. Het is heerlijk als je kind het zo naar zijn zin heeft met een hobby of sport, en ik geniet daar dubbel van mee. Voorlopig houden we dit er in!

 

Regels en grenzen onder de loep

Regels en grenzen onder de loep

Opvoeden met een korreltje zout

Met de paplepel wordt ons aangeleerd dat we regels en grenzen moeten stellen aan onze kinderen. Een opvoeding zonder regels, is een mislukte opvoeding. Je moet vooral consequent zijn, want anders nemen ze een loopje met je en is het eind zoek. Als ouders moet je bovendien ook vooral één lijn trekken, anders raakt je kind in verwarring of erger nog, speelt het jullie tegen elkaar uit.

“Kinderen hebben regels nodig”

Ja, dat zijn zomaar wat kreten die ik tijdens mijn opleidingsjaren ook te horen kreeg. Ik ben ook opgeleid met de wetenschap en visie dat regels en grenzen een onmisbaar ingrediënt zijn van een succesvolle opvoeding. Nu heb ik, door schade en schande, in de praktijk ervaren dat hier nogal wat nuances in mogen worden aangebracht. Zowel in de ‘opvoeding’ van mijn cliënten (en diens ouders), als met mijn eigen kinderen.

Op zoek naar genoeg

Nee, ik ben geen vrijgevochten alternatieve ouder. Waar trouwens niks mis mee is, want menig persoon kan nog wat leren van de bewuste opvoeders met antroposofische of vrije-school inslag. Maar ik bedoel maar te zeggen dat ik ook een doodgewone huis-tuin-en-keuken ouder ben. Nouja, dat denk ik dan maar. En vanwege het feit dat ik zoveel herken van alle ouders die bij mij komen (die het heus niet allemaal verknallen hoor, integendeel), ga ik daar voor het gemak maar even van uit.

Meestal doe je het gewoon goed

Regels zijn belangrijk, net als grenzen aangeven en vasthouden en zorgen voor structuur in de opvoeding. Maar de wijze waarop dat wordt doorgevoerd is nogal op wat verschillende manieren mogelijk. Gelukkig maar, want dat maakt het ook zo mooi: elk gezin doet het op zijn manier, en 9 van de 10 keer is dat ook prima. We moeten tenslotte niet vergeten dat het in de meeste gevallen gewoon goed gaat, en dat daar geen hulp voor nodig is. Er is dus geen Gulden Route. Nee, je bent als ouder gelukkig vrij in hoe je je kinderen grootbrengt en om te kijken hoe je het beste bij de behoeften van jouw kroost kan aansluiten.

Rekening houden met elkaar

Waarom dan het gehamer op die regels? Dat zal ik uitleggen. Eigenlijk is een opvoeding een mix van verschillende ingrediënten. De belangrijkste, en dat zal niemand mogen verbazen, is die van liefde, warmte, acceptatie. Van begrip, erkenning en er mogen zijn. Maar we leven in een maatschappij die ook wat van ons verwacht: op tijd komen, je aan de afspraken houden, de deur voor elkaar open houden, opstaan voor oudere mensen in de bus of belasting betalen. Er zijn dus regels. En om te snappen en te beseffen dat je daar aan moet voldoen, en jezelf dus ondergeschikt maken aan een algemeen belang, vergt van ons dat onze kinderen worden opgevoed met regels en grenzen.

Zonder grenzen: grenzenloos

Wanneer kinderen volledig vrij worden gelaten, kunnen ze wellicht hun volledige creatieve talenten ontdekken en inzetten, maar zit de kans erin dat je lippenstift op de muren aantreft, of graffiti op het huis van je buren. Want zonder begrenzing, kun je niet van je kind verwachten dat het rekening houdt met andermans belangen. Grenzen zijn dus nodig. Om het leefbaar en acceptabel te houden. Maar hoe voer je dat uit in de opvoeding, zonder politie-agent te hoeven spelen? Want niet zelden krijg ik verhalen van ouders te horen waarvan ik spontaan de hoofdpijn voel opkomen.

Grenzen zijn persoonlijk

Laat ik voorop stellen: ik kan heel streng zijn, en dan vinden mijn kinderen mij echt geen leuke moeder. Ik word waarschijnlijk eerder gezien als een hysterische Cruella De Vill als ik weer eens gefrustreerd Ach en Wee roep bij het aantreffen van de kinderkamer. Ik bescherm op dat moment ook mijn grenzen en herhaal de regels: spullen opruimen en direct op de goede plek leggen. ‘Raap die pen eens op, die hier in de hal ligt’, en na 5 minuten: ‘Jongens, die pen ligt nu op de bank, ik heb gezegd dat dingen op de juiste plek moeten worden opgeruimd’. Ik ben vervolgens een hele ochtend kwijt met ze, 10.000 stappen rijker en een half pak hagelslag verder (die Signe in een onbewaakt ogenblik op de grond had uitgestrooid), maar de doppen zitten weer op de stiften, het oud papier is aangevuld en de boeken zitten weer op hun plek in de kist.

Laat het van de situatie afhangen

Maar regels hanteren en grenzen stellen betekent niet dat dit boven alles gaat. Als wij om half 9 terugkomen van iets, en de kinderen staan te zwalken op hun benen van vermoeidheid, negeer ik de rommel op de grond en help ik ze met hun pyjama’s aantrekken, al kunnen ze dat zelf. Als je een leuk uitje hebt gepland en er moet eigenlijk nog iets worden opgeruimd waardoor je in tijdnood komt, doe dan alsof je het niet hebt gezien. Of licht toe waarom het nu niet hoeft. In andere woorden: wees flexibel en empathisch. Wees menselijk, stem het af op de situatie.

Choose your battles

Maak gebruik van de mogelijkheid wanneer je die hebt, en probeer tolerant te zijn op momenten dat je minder in de gelegenheid bent om de regels na te komen. Zo heb ik op vrije dagen, vanzelfsprekend, veel meer tijd om op de regels te letten en kan ik ze daarin veel meer begeleiden. Dat doe ik dan ook. Mijn kinderen kunnen als ze willen ook vrijwillig klusjes doen voor ‘punten’, waarmee ze bijvoorbeeld sparen voor een keertje uit eten gaan. Tegelijkertijd haal ik heel regelmatig mijn schouders op of kijk ik een andere kant op. Het heeft geen meerwaarde om op alle slakken zout te leggen of om overal een ‘les’van te maken.

Er moet geleefd worden

Er moet ook gewoon geleefd kunnen worden. Kinderen moeten spontaan kunnen zijn, kunnen spelen, plannen maken, uitstapjes maken, kunnen afspreken, sporten, what ever. Ik heb simpelweg gewoon niet altijd tijd en zin om te zeggen ‘hé, gooi dat eens in de was’, ‘draai de dop eens op de tandpasta’ of ‘je moet dit nog opruimen’. Soms geniet ik er ook even van dat ze zo heerlijk spelen, ook al is de hele kamer een zooi, want dan kan ik gewoon even in mijn boek kijken of genieten van hun spel.

Consequent zijn…?

Het idee dat je als ouders altijd maar consequent moet zijn en één lijn moet trekken binnen de opvoeding, trek ik dan ook zeer in twijfel. Niet dat mijn kinderen nou het schoolvoorbeeld zouden zijn van een fantastische opvoeding, toch hoor ik tot mijn genoegen uit mijn omgeving vaak positieve geluiden terug, wat mij het vertrouwen geeft dat we wat flexibeler mogen omgaan met de opvoeding. Het consequent zijn betekent naar mijn idee veel meer dat je kinderen kunnen verwachten van je hoe je reageert. Dat betekent dus ook dat je je kinderen kunt leren dat er uitzonderingen op de regel zijn, en dat je in die gevallen anders reageert dan gebruikelijk. Je bent dan voor mijn gevoel nog steeds consequent, met empathie voor de situatie, en niet iemand die star vasthoudt aan de letterlijke zin van het woord.

Voor welke waardes sta je?

Dat je je speelgoed moet opruimen kan een regel zijn, maar niet vlak voor vertrek om op tijd te komen op de korfbal: in dat geval weegt de waarde ‘op tijd komen’ zwaarder dan de waarde ‘opruimen’, wat je je kind kunt uitleggen. Dit kan natuurlijk bij een ander gezin precies omgekeerd zijn, wat niks uitmaakt: zolang je kind maar snapt wat er verlangt wordt, en waarom het eventueel nu anders is dan normaal gesproken.

Eén lijn trekken als ouders…?

Idem dito voor het idee dat ouders altijd dezelfde regels zouden moeten hanteren en ‘een lijn moeten trekken’. Natuurlijk is het heel fijn en handig als je het samen eens bent over een bepaalde aanpak, of dat je min of meer op dezelfde wijze reageert. Maar dit is eerder een uitzondering dan dat we dat moeten verwachten van elkaar. Man en vrouw verschillen tenslotte, op zoveel verschillende manieren. Je bent allebei een verschillend persoon, je hebt een andere relatie met je kind, je hebt een andere opvoeding gehad dan je partner. Het is daarom niet meer dan logisch om ervan uit te gaan dat je allebei anders reageert binnen de opvoeding.

Wees jezelf

Het zou heel bijzonder, of misschien zelfs vreemd zijn, wanneer je als ouders exact hetzelfde omgaat met je kinderen en exact gelijk reageert in bijvoorbeeld het oplossen van conflicten. Dat is daarom dan ook niet iets om direct na te streven, als je het mij vraagt. Als ouders, en dus twee unieke individuen, heb je allebei je eigen manier van omgaan met je kinderen. Die, zoals eerder gezegd, 9 van de 10 keer prima is. Wanneer je kind weet wat het van je kan verwachten, is het dus goed. Ook al is dat anders dan wat het van je partner kan verwachten. Je kind wéét tenslotte niet beter dan dat jij jij bent, met al jouw unieke eigenschappen en eigenaardigheden.

Verschillende verwachtingen

Het zal dan ook verschillende verwachtingen hebben van jou, in vergelijking met je partner. En daar is niks mis mee. Sterker nog, dit staat dichter bij ons, dan wanneer wij ons in bochten zouden wringen omdat wij ons gedragen ‘zoals het hoort’, of zoals het ‘wordt verwacht’. Je kind is niet gek. Het kent jou als geen ander, en wéét wat het van jou kan verwachten. Wees daarom maar liever jezelf en authentiek. Dat je kind dan vaker naar papa stapt om te vragen of ze tv mogen kijken, omdat hij sneller zal toegeven, is dan iets dat we voor lief moeten nemen.

Opvoeding is niet zwart-wit

Structuur, regels, grenzen… ik hanteer ze, en ik kan niet zonder ze, maar wel binnen de mogelijkheden van de situatie. Voor alle lieve, hardwerkende ouders wil ik daarom het advies geven: ga eens bij jezelf na wat het belangrijkste is: het geluk van dat moment, het in stand houden van een waarde, het leren van een les, of het op één lijn komen met elkaar? Of mogelijk nog iets heel anders? Wees niet bang om de regels af en toe te laten vieren. Zolang jij dicht bij jezelf blijft en kunt uitleggen waaróm je daar nu voor kiest, is het voor een kind veel makkelijker te accepteren en te begrijpen. Het leven is nu eenmaal niet zwart-wit. Zoek de kleuren op.