Archief van
Maand: november 2017

Stappen richting overname

Stappen richting overname

Op weg naar zelfstandig ondernemen

Eind 2015 was het dan eindelijk zover: mijn registratie was binnen!  Ik was ein-de-lijk klaar met dat jarenlange opleidingstraject. Hallelujah! Eindelijk weer tijd voor mijn gezin, sociale leven en mezelf. Wat een rijkdom. Maar ook eindelijk tijd om de plannen voor het ondernemerschap verder vorm te geven. Al vóór de start van het registratietraject had ik gesprekken met mijn collega, de praktijkhouder. Zij was op leeftijd en wilde op termijn gaan stoppen. Ik was jong en ambitieus en wilde op termijn mijn eigen praktijk. Het was daarom al in een heel vroeg stadium duidelijk wat we wilden: we gingen er naartoe werken dat ik de praktijk zou overnemen. Kind en jeugd in ieder geval, want daar ligt mijn hart.

Filosoferen over de toekomst

Met mijn papiertje op zak werd het tijd om eens serieus na te denken over het hoe en wat. Er volgde een spannend en langdurig traject, waarin heel veel nadenkwerk kwam kijken. Als eerste moest ik voor mijzelf bepalen wat ik graag wilde. Met vrienden en familie filosofeerde en brainstormde ik er op los. Hoe wilde ik het liefste mijn toekomst vormgeven, binnen de mogelijkheden die er zijn? Het werd me al snel duidelijk: mijn droom is een praktijk aan huis.

Verhuizen

Maar een praktijk aan huis, dat betekende verhuizen. En eigenlijk wilden we dat niet. Zoals je misschien al eerder hebt gelezen, hebben we uiteindelijk toch de stap genomen. De gok gewaagd. Een plons in het diepe, verlaten wat je kent en wat zo veilig en vertrouwd is, om in te ruilen voor het onbekende. Voor we uiteindelijk deze beslissing namen, zijn er heel wat maanden wikken en wegen aan vooraf gegaan. Toen we ons huis uiteindelijk te koop zette, hadden we ook geen haast. We woonden er immers nog prima.

 

Veel denk- en regelwerk

Maar vóór we überhaupt de stap maakten om volle bak te gaan voor mijn ultieme droom van een praktijk aan huis, hebben we nog heel veel andere zaken onder de loep genomen. Wanneer wilde ik zelfstandig ondernemen? Wat ging ik dan doen? Hoe ging ik mijn werkdagen vullen? Hoe moesten we dit regelen met het personeel dat op dat moment in dienst was? Met stagiaires? Hoe zorgde ik ervoor dat ik de verwijzers kon vasthouden, mijn doelgroep kon blijven bereiken, als ik me uiteindelijk ergens anders vestigde? Hoe ging ik het financieel redden? Waar moest ik in vredesnaam allemaal rekening mee houden op juridisch, financieel en ander gebied?

 

Goed voorbereiden

Ik kan mijn werk best goed, maar ik ben niet opgeleid tot accountant, boekhouder, pr-man, of manager. En toch worden al deze facetten wel ineens van me verwacht als ik straks onderneem. Omdat ik een bestaand bedrijf dat al ruim 25 jaar loopt overneem, is er geen sprake van “rustig opstarten”. Nee, het bedrijf gaat in dezelfde versnelling door, en ik moet me daaraan aanpassen. Een goede voorbereiding was dus essentieel.

 

Advies en informatie inwinnen

Gelukkig is er veel informatie beschikbaar, bij de KVK en verschillende bedrijven en websites die zich richten op het ondernemerschap, de vrijgevestigden in de zorg of specifiek op overnames van bedrijven. Maar als je niet bent ingewijd in deze wereld, blijft veel toch hocuspocus en abracadabra. Toen we zeer onverwachts ineens een tweede aanbod voor een overname van een praktijk kregen, werd het toch een beetje teveel van het goed voor ons. We besloten om hulp in te schakelen van een extern adviesbureau, om met ons mee te denken en ervoor te zorgen dat we niks over het hoofd zagen.

 

Ondernemingsplan

Dat was een nieuwe stap. Ineens voelde alles wel heel officieel, en kreeg het voor mijn gevoel meer handen en voeten. Intussen was ik ook al gestart met het schrijven van een ondernemingsplan. Dit is voor een bank vaak nodig om een financiering rond te krijgen. Maar ik begon ermee, om mezelf een zo gedegen mogelijke voorbereiding op later te geven.

 

Alles onder de loep

In een ondernemingsplan schrijf je je doelen, op de korte en lange termijn. Je maakt een analyse van je sterktes en zwaktes, je ontwikkelingsmogelijkheden. Je schat in of wat je wilt ook rendabel genoeg is. Ik maakte een inschatting van de concurrentie en waarin je jezelf eventueel kunt onderscheiden. Het zet je aan het denken over hoe je je doelgroep bereikt en wat je nodig hebt om je werk uit te kunnen voeren. Het dwingt je min of meer van je roze wolk te stappen en kritisch naar de haalbaarheid van je plannen te kijken. Als je je ondernemingsplan gebruikt om een financiering van een bank los te krijgen, moet je daarnaast ook een goed uitgedacht financieel plan kunnen neerleggen.

 

Niks vergeten

Ik heb veel gehad aan het schrijven van het plan en de kritische bevraging vanuit het adviesbureau. Het zet de zaken in een ander perspectief en biedt mogelijkheden waaraan je zelf nog niet hebt gedacht, omdat je daar de kennis van zaken niet van hebt. Bovendien geeft het een veilig gevoel dat mensen met je meedenken die de juiste kennis in huis hebben en ervoor zorgen dat je niks over het hoofd ziet.

 

Bijna zover…

Inmiddels zijn er behoorlijk wat gesprekken gevoerd. Ook wel lastige gesprekken, omdat je met een dubbelrol zit: je praat als vrienden of collega’s, maar tegelijkertijd maak je zakelijke afspraken en wil je alles wel ‘waterdicht’ hebben zodat je straks niet voor vervelende verrassingen komt te staan als het zover is. Dat kost energie en vraagt flexibiliteit en dwingt je soms tot compromissen. Intussen zijn we zo ver, dat er een handtekening van beiden kanten staat onder een concept overeenkomst. De volgende afspraak wordt er eentje om te proosten, op de officiële overname!

De verbouwing deel 9

De verbouwing deel 9

Isolatie en gipsplaten

Er zijn alweer heel wat weken verstreken. Zo af en toe komen mensen voor een tweede, of derde keer kijken en gelúkkig reageren ze allemaal dat ze veel verschil zien, en dat er veel is gebeurd in de tussentijd. Dat is altijd fijn, want als je zo middenin de verbouwing zit, is het moeilijk om zelf de voortgang te blijven zien. Het is nu medio november, en we zijn nu 4 maanden aan het klussen. Het gaat voor mijn gevoel traag, hoewel soms ineens weer de vaart erin zit.

Er zijn daarnaast ook veel dingen gebeurd op privé gebied, waardoor de focus tijdelijk wat meer op mijn gezondheid kwam te liggen en daardoor de versnelling even uit de verbouwing ging. Ik had in die periode weinig puf om dan ’s avonds te klussen. En helaas zit het er door mijn operatie ook niet in dat dit snel weer gebeurd. We proberen daarom zoveel mogelijk te regelen aan hulp en oppas, om de gang in de verbouwing te houden. Want uiteindelijk moet ik er wel kunnen werken. En dat is nu nog een lange weg te gaan.

We nemen je mee naar de vorderingen van afgelopen weken. Ik heb iets minder foto’s dit keer, hopelijk kan ik volgende keer weer meer laten zien.

 

De Hornbach heeft meerdere keren hun magazijn moeten aanvullen nadat wij wat metal studs kwamen halen. Ik heb ze niet geteld, maar er zijn behoorlijk wat ladingen tegen alle muren en plafonds gemonteerd. Omdat we zoveel schuin dak hebben, hebben we er veel van nodig.

Het laatste muurtje aan deze kant van de zolder wordt gemonteerd. Op de lijn waar Steef z’n voeten staan. Dit is de grens van de overloop en de kinderkamer. En tevens het eerste muurtje waar al gipsplaten tegenaan zijn gemonteerd.

We boffen echt enorm met de hulp van Fons, mijn middelste broertje. Elke week komt hij trouw een hele dag helpen met klussen. Gelukkig met veel plezier en goeie input. Hij mag echt trots zijn op wat hij neerzet.

Voor de stevigheid wordt er achter elke gipsplaat een houten plaat gemonteerd. Zodat je er ook nog een plankje aan kan ophangen of de kinderen niet bij de kleinste ruzie dwars door de gipswand heen schoppen. Hier kijk je trouwens de badkamer in.

Elektra is getrokken met flexibele leidingen (zoals op de grond liggen) en daarna was het plaatsen van isolatie aan de beurt.

Ook van het isolatiemateriaal hebben we behoorlijk wat meters nodig. Met de winter voor de deur geen overbodige luxe. Beneden hebben we nog geen CV en de straalkacheltjes geven geen vergelijkbare warmte af. Nu maar hopen op een milde winter.

De kinderkamer vanaf de andere zijde.

Als al het isolatiemateriaal is aangebracht, moet er vervolgens klimaatfolie op, om ervoor te zorgen dat er geen vocht achterblijft waardoor het hout gaat rotten.

Het folie laat snel los na het plakken. Daarom wordt er nu steeds zo snel mogelijk een gipsplaat tegenaan gezet, zodat alles goed blijft zitten.

Hier zie je in de badkamer het eerste resultaat van gipsplaten tegen het klimaatfolie gemonteerd. Nog even en we kunnen de vloer eindelijk aanpakken (recht maken).

Boven het trapgat zijn de gipsplaten bevestigd en is alleen nog de afwerking nodig. Maar dat doen we maar nádat de volledige trap hier is vervangen.

De laatste foto van deze reeks: een stukje van de kinderkamer, deels met gips, deels met isolatie.

Een operatie en de gevolgen

Een operatie en de gevolgen

Impact van een operatie

Morgen is het zover: D-day voor mij. Ik word geopereerd. Een ingrijpende buikoperatie, waarbij ze een dermoidcyste gaan verwijderen met de afmeting van een kleine volleybal (woorden van de gyneacoloog). Bij nader inzien heeft het meer de vorm van een rugbybal, want het is ongeveer 15x11x10cm. Het is zo groot dat het klem is gegroeid in mijn hele bekken. Mijn blaas is in de verdrukking gekomen wat de afgelopen maanden veel problemen heeft gegeven. En heel eerlijk, ik heb het idee dat het nog steeds door groeit.

 

Lange hersteltijd

Morgen word ik hopelijk verlost van de bron van ellende, maar daarmee is de ellende zeker nog niet afgelopen. Helaas. Waarschijnlijk wordt het een verticale snee, mogelijk tot boven mijn navel, afhankelijk van hoeveel ruimte ze nodig hebben en of ze de cyste los kunnen krijgen. Ik weet pas met wakker worden wat het is geworden. Godzijdank is er wel recent vastgesteld dat er geen verhoogde tumorwaardes in mijn bloed zitten en dat de cyste hoogstwaarschijnlijk goedaardig is.

 

Somber, verdrietig en gefrustreerd

Ik zie als een berg op tegen de operatie. Ik kan gewoon misselijk worden als ik er aan denk. De narcose vind ik doodeng, het idee dat er in me gesneden wordt en dat ik geen idee heb van de pijn en het herstel in de weken er na. Vandaag wordt er thuis een ziekenhuisbed afgeleverd. Af en aan loop ik met een verblijfskatheter. Momenteel ook weer sinds afgelopen maandag. Ik ben er helemaal klaar mee, met alle ellende en het gedonder. Het maakt me somber en verdrietig en gefrustreerd dat niet alleen ik hier de dupe van ben, maar ook mijn gezin en mijn volledige omgeving.

 

Dankbaar voor alle steun

Dit berichtje schrijf ik voor jullie, lieve vrienden, familie, collega’s en iedereen die zo meeleeft met me deze maanden. Jullie geven me de kracht en de moed, en het optimisme om niet bij de pakken neer te gaan zitten. Ik vind het ongelooflijk bijzonder en waardevol hoe jullie massaal hulp aanboden, om onze kinderen waar mogelijk op te vangen of op een andere manier praktische steun te geven. In korte tijd kon ik zowel voor doordeweeks als in de weekenden opvang regelen, zodat Steef deze weekenden door kan met verbouwen. Des te meer besef ik me weer, hoe belangrijk zo’n sociaal vangnet is, en hoeveel verschil de kleine dingen kunnen maken.

 

Voorbereiden op de operatie

Ik besef me heel goed dat dit niet alleen een grote impact heeft op mij, maar ook of misschien vooral op de kinderen. Ik heb geprobeerd Meia en Fosse zo goed mogelijk uit te leggen hoe de komende tijd eruit zal zien, wat er zal gebeuren en hoe ik er uit zal zien na de operatie. Het beeld van een familielid in het ziekenhuis is namelijk per definitie heftig voor een kind, met al die slangetjes apparatuur en waarschijnlijk het familielid dat voor lello op dat bed lig. Toen ik dat beeld probeerde te beschrijven barstte Fosse in huilen uit en sindsdien is hij ontzettend aanhankelijk.

 

Verlatingsangst?

Elk moment grijpt hij aan om me te knuffelen, op mijn schoot te kruipen en wel 1000x per dag krijg ik te horen hoe lief hij me vindt. Lief natuurlijk, maar het geeft me zorgen. Mijn gevoelige ventje, nu al zo van slag. Nu al de dagen aan het aftellen tot de operatie. Het lijkt alsof hij bang is me te verliezen, en dat vind ik een rotidee. Al zit ik zelf ik het vak, ik weet gewoon niet wat de juiste manier is om dit in goede banen te leiden. En de dingen die ik wel weet, zijn niet altijd haalbaar.

 

Stabiliteit

Je hebt tenslotte ook te maken met je eigen mogelijkheden. Stabiliteit is een belangrijke factor om eventuele problemen te voorkomen, maar met wisselende opvang door verschillende mensen komende weken is de stabiliteit ver te zoeken. En die wetenschap doet me verdriet. Soms heb je gewoon geen grip op de zaak en wil je het zo goed mogelijk doen, maar gaat dat niet. Dat is ontzettend frustrerend. Het is zoeken naar wat er wél binnen de mogelijkheden ligt. In ons geval kan Steef gelukkig wat zorgverlof opnemen, zodat hij wat vaker thuis is, wat meer bij de kinderen in de buurt.

 

Veel onrust

Het zal voor iedereen wennen zijn, want afgelopen maanden was ik juist min of meer de full-time ouder. Dat ik nu per direct ‘uitgeschakeld’ ben zal zowel voor de kinderen, als voor mij en Steef weer wennen zijn. Ik maak me nu al druk hoe de kinderen ermee omgaan. Ik vond het al zo vervelend dat ze zoveel onrust met de verhuizingen en verbouwing voor hun kiezen kregen, en had gehoopt dat we nu in een rustiger vaarwater zouden komen. Toen ik in september die ochtend wakker werd en ineens niet kon plassen, had ik nooit kunnen bedenken dat dit het uiteindelijke gevolg zou zijn.

 

Het is wat het is

Maar het is wat het is. Ik prijs me gelukkig met alle steun en lieve berichtjes, en kijk uit naar de gezelligheid van jullie bezoekjes. Ik ga er het beste van maken, en de tijd nuttig besteden om me zo goed mogelijk voor te bereiden op het ondernemerschap van 2018. Misschien een geluk bij een ongeluk. Al had ik me mijn laatste werkdag in loondienst van 2017 toch wel echt anders voorgesteld dan halsoverkop de tent verlatend, met katheter. Ik ga de dagen in het ziekenhuis ongegeneerd genieten van Netflix kijken, schrijven en slapen. Ik heb mijn portie wel gehad.

Supervisie traject binnen de OG opleiding

Supervisie traject binnen de OG opleiding

Zelf in therapie als therapeut

Al eerder beschreef ik hoe ik voorgaande jaren mijn registratietraject doorliep om Orthopedagoog-Generalist (OG) te worden. In deel 1 ging het over de algemene zaken, terwijl ik in deel 2 dieper op bepaalde opleidingen inging. In dit derde deel besteedt ik aandacht aan een belangrijk onderdeel van het traject: de supervisie. Om een goede therapeut te worden, moet je in feite zelf in therapie. Verplicht. 90 uur lang.

Groeien

In de jaren dat ik al die nascholing volgde, ben ik erg gegroeid. In letterlijke zin, want ik raakte maar liefst drie keer zwanger en met elke zwangerschap groeide ik met gemak zo’n 20 kilo (daarna ben ik gestopt met wegen). Maar vooral ook in figuurlijke zin. Vers van de universiteit weet je eigenlijk nog meer heel weinig. Het voelde voor mij daarom heel prettig om door te leren. Maar hoe meer ik leerde, hoe meer ik beseft hoe weinig ik nog wist. Ik krijg in mijn leven nooit alles bij elkaar geleerd wat ik zou willen weten.

Toepassen van kennis

Keuzes maken is daarom een noodzaak. Het mooie van een sprokkeltraject is dat je, zeker in het begin, vrij bent in de onderdelen die je kiest. Ik liet me leiden door mijn interesses en was daarom meestal zeer gemotiveerd voor de cursussen. Maar na een cursus komt de grootste uitdaging: het toepassen in de praktijk. Hoewel daar vaak al wel opdrachten binnen de cursus voor zijn, waarin je bijvoorbeeld opnames van jezelf moet maken of een casus moet uitschrijven, is er nooit voldoende ruimte om écht diep op je functioneren in te gaan.

Aan de slag met jezelf

Het beroep van therapeut is een heel mooi maar zwaar vak. Je hebt te maken met andermans problemen, die je moet dragen, verwerken en vervolgens als het even kan ook oplossen. Het vraagt veel van je eigen veerkracht om al die moeilijkheden aan te horen en een plekje te geven. Niet voor niets dat er van je wordt verwacht dat je supervisie volgt. In dat (zware) traject, volg je maar liefst 90 uur supervisie, waarin je leert een goede therapeut te zijn. Hoe? Door aan de slag te gaan met jezelf.

Jezelf als therapeut ontwikkelen

In veel cursussen komt het al een beetje aan de orde: je oefent rollenspellen met anderen, je brengt een eigen probleempje in om EMDR op te proberen of je krijgt feedback over je gespreksvaardigheden na een oefening. Supervisie gaat verder dan dat. Eén op één ga je in sessies van 1,5 uur per keer diep in op jouw handelen als therapeut. Wat zijn je doelen, waar liggen je valkuilen, wat doe je goed, waar gaat het mis?

Klik met cliënten

Hoe jij als therapeut bent is heel persoonlijk, zoals je als mens persoonlijk bent. Terwijl ik vaak wordt omschreven als rustig en begripvol, kan een ander weer spontaan en grappig als eigenschappen toegedicht krijgen. Zo heeft iedere therapeut zijn eigen stijl en kwaliteiten. Dat betekent ook dat er sprake kan zijn van een match of mismatch tussen een therapeut en cliënt. Je kan jezelf bijvoorbeeld erg herkennen in iemands verhaal. Fijn, want je voelt diegene goed aan. Maar ook een valkuil, want misschien loop je ongemerkt een stapje te hard voor diegene.

Leren van jezelf

Andersom kan het ook zijn dat je een cliënt hebt waar je tegenop ziet. Dat is interessant. In supervisie heb ik geleerd dit altijd als een leermoment te ervaren. Hoe komt het dat ik er tegenop zie? Wat roept die cliënt of dat probleem bij mij op? In supervisie leer je dat al die gevoelens van jezelf als therapeut ergens op gebaseerd zijn. En ja, net zoals bij onze eigen cliënten, grijp je heel vaak terug naar ervaringen vanuit het verleden. Want we kunnen er vaak niet omheen: het verleden vormt je, en maakt dat je handelt zoals je handelt. Het is ontzettend waardevol om dat van jezelf te begrijpen en te herkennen, zodat je erop kan anticiperen in therapie als het nodig is.

Zwaar werk

Het is dus onzin dat je als therapeut alles maar naast je neer kunt leggen, of dat je geen gevoelens hebt of mag tonen. Casussen grijpen ons wel degelijk aan, en het vergt heel wat om dat allemaal te verwerken. Als ik net een heftig gesprek heb gevoerd met een onwillige, opstandige puber met woede-uitbarstingen en alle zeilen moest bijzetten om het niet te laten escaleren, heb ik soms slechts een minuutje schakeltijd om door te gaan naar het gesprek met een adolescent die zo bang is dat ze het leven niet meer ziet zitten en ik moet oppassen dat ik niet in de valkuil van ‘redder’ stap, om dit kind eruit te willen halen. En als ik dan de deur achter haar sluit, zit mijn volgende cliënt al spanningsvol te wachten. Zij gaat EMDR volgen omdat zij zich voelt falen als moeder, en ik moet nog een afspraak met de ander maken.

Emotionele belasting

Zoals Dick Bouman ook schrijft in zijn boek, de ondernemende psychotherapeut:

“Psychotherapie is ook zwaar werk (…). Het is werk dat de emotionele reserves aantast, het zuigt leeg. Een dag die gevuld is met afspraken met mensen die met zichzelf in de knoop zitten, die soms moeizaam contact leggen of die moeilijk en ‘lastig’ zijn in de omgang, vergt heel veel. (…) De therapeut krijgt met kracht een rol opgelegd: hij wordt hulpeloos, onmachtig of woedend gemaakt. Hij krijgt te voelen wat het is om misbruikt, onbegrepen, verleid of onmachtig te zijn, haat en razernij te voelen, altijd te moeten falen, angst te voelen om gek te worden. Dat leidt gemakkelijk tot emotionele uitputting die je mee naar huis kunt nemen.”

Grenzen aanvoelen en bewaken

Door middel van supervisie leer je deze grenzen aanvoelen en bewaken, leer je hoe je met deze complexe gevoelens kunt omgaan. Zowel bij je cliënt, als bij jezelf. Het heeft me iets heel moois geleerd: dat elk moment van onzekerheid, boosheid, frustratie of wat voor naar gevoel dan ook, een les voor je kan zijn. Op het moment dat je nagaat waar deze gevoelens van jezelf mee te maken hebben, kan je er achter komen hoe je er het beste op kunt reageren. Of desnoods wat je nodig hebt.

Verrijking

Het is iets rijks: je kan het niet fout doen, in die zin, dat elke tegenvaller een kans biedt voor iets nieuws. Ik heb de supervisie dan ook met beide handen aangegrepen. Sterker nog, het staat al op mijn verlanglijstje om uiteindelijk ook de supervisorenopleiding te gaan doen.

Het geheim van 5 december

Het geheim van 5 december

Het geloof in Sinterklaas

Dinsdag 14 november 2017 tijdens het Sinterklaasjournaal. De situatie: met opgetrokken knietjes half verscholen achter een dekentje op de bank, met grote hertenogen gericht op de tv. Met afgrijzen wordt met begeleidende uitroepen gevolgd hoe stapels sinterklaascadeautjes in zee storten tijdens een storm op zee. Sinterklaas staat fier aan het roer van zijn pakjesboot, maar zijn joviale begroetingen stellen mijn kinderen geenszins gerust. De oudste, nu ruim 7 jaar, moet bijkomen van de schrik.

Zorgen en spanning

“Ik voelde mijn hart helemaal hier kloppen mama, en ik kon even niet meer ademen. Ik schrok echt toen ik dat zag, al die cadeautjes in het water…” licht mijn dochter toe. Er volgt een wat ongemakkelijke stilte. Als ik haar gadesla zie ik nog steeds de spanning in haar lijfje. Ze zoekt naar woorden: “…maar… is het nou écht mama? Want als het echt waar is, dan vind ik het echt heel erg wat er gebeurt. Maar als het niet echt is, dan hoef ik me geen zorgen te maken…”. Mijn hart breekt. Opnieuw.

Toch willen geloven

Dit is al de derde sinterklaasperiode waarin kritische vragen worden gesteld. Steeds opnieuw slaat de twijfel toe, maar vervolgens lijkt Meia eieren voor haar geld te kiezen en het toch prettiger te vinden om te geloven. Ik snap het wel: ik geloof zelf ook weer elke jaar eventjes. Sinterklaas is voor mij by far het allerleukste kinderfeest wat er is. En wát vond ik het verschrikkelijk om te horen te krijgen dat deze beste man niet bestond. Maar dat Meia zich zo bezorgd maakt om alles wat er omheen wordt gefantaseerd, dat zat me toch wel dwars.

Twijfels of Sinterklaas bestaat

“Hoe kom je bij de vraag of Sinterklaas wel of niet echt is?” vraag ik haar oprecht benieuwd. Ik vind het toch fascinerend hoe dat in die kinderkoppies gaat en wil haar goed begrijpen. “Sommige kinderen op school zeggen dat hij niet bestaat” is haar reactie. “En wat geloof jij het liefste?” vraag ik een tijdje later, als ik haar naar bed breng. “Dat hij wel bestaat”, zegt ze vastberaden. Ik ben opgelucht. Mijn kleine meisje gelooft nog steeds. Maar het duurt niet lang voordat bij mij vervolgens de twijfel toeslaat.

Kritische vragen stellen

Het is namelijk niet de eerste opmerking die er valt. “Mam, we hebben helemaal geen schoorsteen, hoe komt Zwarte Piet dan naar binnen?”, “Ligt Dokkum dan vlakbij Dordrecht, nee toch? Hoe kan hij dan zo snel hier zijn”. Of, vorig jaar: “hè mam, dat is raar, we zagen Sinterklaas toch net in de stad, hoe kan hij dan hier zijn?”. of, 2 jaar terug, toen de ring van Sinterklaas kwijt was in het Sinterklaasjournaal: “Mam, hoe kan dat nou, Sinterklaas had zijn ring gewoon om, hij was toch kwijt?”, “hè, dat inpakpapier hadden wij ook!” (oeps).

Opmerkingen van anderen

Tot nu toe haalde Meia steeds haar schouders op, nam het dubieuze en onuitlegbare als een gegeven en genoot vervolgens verder van het sprookje. Dit jaar is het anders. Al vanaf het allereerste begin is er spanning en ook teleurstelling merkbaar in de opmerkingen. In een gemengde klas met groep 5 erbij is het niet gek dat er opmerkingen worden gemaakt die je aan het denken zetten. Meia had er last van en raakte in verwarring.

Sinterklaasviering

Daar kwam nog bij dat dit jaar de decembermaand voor ons anders dan anders verloopt. Omdat ik binnenkort een ingrijpende operatie onderga, ben ik de weken daarna uitgeschakeld. Hierdoor is Sinterklaas vieren rond 5 december niet haalbaar. Noodgedwongen hebben we de Sinterklaasviering naar voren gehaald, naar het moment van de intocht, zodat ik er nog bij kan zijn. Dan is het natuurlijk wel handig als er enig begrip is voor de reden. Want ja, waarom zou Sinterklaas anders al zo vroeg pakjesavond vieren?

Teleurstelling voorkomen

Niet lang geleden heeft mijn schoonzusje haar oudste dochter vertelt over het mysterie. Zij is ruim 8 jaar en ook al langere tijd aan het twijfelen. Mijn schoonzusje wilde haar ook teleurstellingen vanuit de omgeving besparen en heeft haar op heel slimme wijze deelgenoot gemaakt van de waarheid. De magische woorden “nu weet jij ook van het grote geheim” waren gelukkig de sleutel om deze boodschap te verzachten.

Een gesprekje

Donderdagavond, koopavond. Ik ben van plan wat inkopen te doen voor de genoemde dag en ineens neem ik een besluit: ik neem Meia mee. Na overleg met de andere partij ga ik met Meia op pad. Een rustige avond, één op één aandacht. We zoeken een bankje op en ik neem even diep adem. Ga ik dit echt doen? Ik vind het spannender dan zij. Ik vraag haar naar Sinterklaas, hoe zij denkt dat hij zowel in Dokkum als Dordrecht aankomt. “Dat weet ik ook niet. Misschien vaart hij eerst naar Dokkum en dan heel snel terug naar Dordrecht?”.

Het grote geheim

“Meia, ik moet je iets belangrijks vertellen. Er is namelijk een heel Groot Geheim.” Meia spitst haar oren en kijkt langs mij heen om zich heen. Ze speurt de straat af of iemand ons kan horen, want ik sta op het punt een geheim te vertellen. “Een geheim die alle grote mensen en ook de grote kinderen weten. Misschien weet je al een beetje wat ik je ga vertellen…?”. Stiekem hoop ik dat ze het al kan zeggen, maar ze heeft geen idee. Shit. Ben ik dan toch te vroeg geweest? Er is geen weg terug, wie A zegt, moet ook B zeggen. “Sommige kinderen hebben al gezegd dat Sinterklaas niet bestaat, toch? Dat klopt, Sinterklaas bestaat niet.”

Uitleg geven

Zo. Het hoge woord is eruit. Na elke openbaring check ik de uitdrukking van Meia. Mijn hart breekt. Ik zie schrik, verdriet en heel veel verwarring. We zitten rustig op een bankje en ik leg haar uit hoe het zit. Dat Sinterklaas wel heeft bestaan, dat het een fijne herinnering is aan de goede dingen die hij deed voor kinderen. Maar dat hij al lang geleden is overleden. Dat het een kinderfeest is, en dat het fijn is om erin te geloven, dat we met zijn allen in het complot zitten, en zij nu bij de Groten hoort. Gelukkig was een geruststelling voor haar. Het was ook heel spannend en stoer om nu bij deze ingewijden te horen, blijkbaar.

Erkenning voor gevoelens

Ik vertelde verder. Dat ik me goed kon voorstellen dat ze misschien schrok, boos of verdrietig was. Dat ik zelf ontzettend boos was toen ik het vroeger hoorde. “Ik schrok wel toen je het vertelde, maar ik ben nu niet verdrietig meer. Ik voel me wel een beetje gek. Het is gek dat jij de cadeautjes koopt. Ik ben niet boos, het is toch niemands schuld? Aan ieders leven zit een eind. Niemand kan er toch iets aan doen dat Sinterklaas gewoon overleden is”. Wat is het toch een heerlijk kind, wat een prachtige logica en relativeringsvermogen heeft ze toch.

Cadeautjes kopen

Glimlachend en opgelucht pakte ik haar bij de hand. “Je hebt helemaal gelijk. En wat denk je dat we nu gaan doen?”. “Cadeautjes kopen…?” was de aarzelende reactie. “Precies”. En zo liepen we verder, met een vers ingewijde in de club van grote mensen. Deelgenoot van het grote geheim. Na het afleggen van de eed om het geheim te bewaren voor alle andere kinderen. Mijn grote dochter.

Ouderschap is soms geen feestje!

Ouderschap is soms geen feestje!

Moeder zijn is keihard werken

“Jij bent de enige, echt de enige, die durft toe te geven dat het ouderschap niet alleen maar rozengeur en maneschijn is. De enige! In mijn hele omgeving is er niemand die dat ook maar een beetje laat blijken. Al die tijd heb ik in de veronderstelling geleefd dat ik het fout deed, dat het aan mij lag. Dat het alleen maar bij mij mis ging. Dat ik dat echt niet kon, moeder zijn.”

Dit zei een moeder een tijdje terug tegen me. Ze had mijn blogs gelezen en het was volgens haar een verademing. Ik, aan de andere kant, wist niet wat ik hóórde! Wat zeg je nou, hebben jullie het er dan niet onderling over? Is er geen openheid tussen ouders onderling of tussen vrienden? Nee, deze moeder gaf aan dat er een taboe heerst over ouderschap. Blijkbaar mag er niet over moeilijkheden of onzekerheden gepraat worden. Ik was geschokt!

 

Taboe over opvoeden

Maar het motiveerde me enorm om met mijn schrijven door te gaan. Al heel lang merk ik dat er online een schroom bestaat om te reageren, maar offline krijg ik des te meer reacties. Via via hoor ik dat er over wordt gesproken en soms spreken vreemden mij er ineens op aan. Dat is fijn, want mijn doel is júist om het taboe te doorbreken. Ik doe vrijwel niet anders: op mijn werk praat ik dagelijks over het ouderschap, hoe pittig dit is, en hoe moeilijk het soms lijkt om het goed te doen. En tegelijkertijd hoe belangrijk het ook is om vooral dicht bij jezelf te blijven en je eigen intuïtie te volgen.

 

Wanneer doe je het goed?

Blijkbaar is er in onze maatschappij zóveel aan informatie beschikbaar, dat er door de bomen het bos niet meer wordt gezien. Tegenstrijdige berichten van Jan en Alleman die er een mening over hebben, mensen die zich ‘expert’ noemen of ‘ervaringsdeskundige’ met twijfelachtige achtergronden, maar wel zeer invloedrijk zijn op bijvoorbeeld social media. Ik snap de onzekerheid van ouders, want wanneer weet je nou wat je moet geloven?

 

Vertrouwen op je intuïtie

Dezelfde moeder gaf aan dat zij zo in de war was gebracht, dat zij zelfs een tijd heeft gehad dat zij niet meer naar haar intuïtie luisterde. In dit geval hechtte zij teveel waarde aan haar omgeving, die had geroepen dat ouders te snel aan de bel trokken, te snel bij de huisarts zaten en wilde zij vooral niet als ‘aansteller’ gezien worden. Hierdoor wachtte zij langer dan gebruikelijk met naar de huisarts gaan, waar later bleek dat haar kindje wel degelijk erg ziek was.

 

Natuurlijk ouderschap

Meer dan eens voer ik met ouders het gesprek hierover, want gelukkig is ouderschap in de basis iets heel natuurlijks. Het is niet zo dat je vanzelfsprekend alles goed doet als ouder, maar dat is gelukkig ook niet nodig. Sterker nog, wanneer wij over ‘goed’ ouderschap praten (voor zover je zoïets complex in een hokje kunt duwen), is maar zo’n 30% van ons handelen afgestemd op onze kinderen. En dat is voldoende. In de praktijk betekent het, dat je als ouder vaak intuïtief aanvoelt dat er iets met je kindje is, of wat er met je kind is.

 

Jij bent de expert!

Niet ik ben de expert als het om opvoeden gaat, maar jij. Jij, want jij bent de ouder. Jij kent je kind al vanaf de geboorte, of misschien zelfs al eerder, tijdens de zwangerschap. Jij staat het dichtst bij de ontwikkeling, hebt het meeste meegemaakt, gezien en ervaren met je kind. Je groeit met je kind mee, en je kind is een deel van jou, en om die reden zou ik het nooit beter kunnen doen dan jij. Wanneer ouders bij me komen, soms ten einde raad, en iets zeggen in de trant van “ja, zeg jij het maar, jij hebt ervoor geleerd”, is het daarom altijd nodig dit idee bij te stellen.

 

Samen kijken wat nodig is

Wat ik doe, is enkel van een afstand (die je als ouder logischerwijs niet hebt) helpen met het teruggeven van wat ik zie, het helpen reflecteren, het stellen van vragen waarop de ouder zélf een antwoord mag geven, die leidt tot meer inzicht. Jij als ouder mag de betekenis geven aan dit alles. Natuurlijk geef ik wel adviezen, of leg ik dingen uit, maar is niet de essentie. Mijn doel van deze gesprekken is leren om ouders te laten vertrouwen op hun intuïtie. Op hun oerinstinct. En samen, als team, kunnen we vervolgens kijken wat jij of kind nodig hebben om goed verder te ontwikkelen.

 

Open over opvoeden

Blijkbaar mag ik mij gelukkig prijzen dat ik vrienden om me heen heb, waarin er veel openheid is. We plakken onze kinderen wekelijks onder denkbeeldig behang of zetten ze op marktplaats in de categorie gratis af te halen. Wekelijks praten we over hoe pittig het is, dat moeder zijn. En we snakken meerdere keren per jaar naar een escape, even een weekendje vrij van al dat ‘gemoeder’. Helaas is de praktijk dat dat weekendje vrij hooguit 1x per jaar is. Want ook dat is het leven: het zorgen gaat maar door en door.

 

Schone schijn ophouden

Laatst sprak ik weer af met vrienden, en één van hen vertelde dat mijn artikel was gelezen door een vriendin van een vriendin (etc.) die het zo fijn vond om te lezen dat er eens ‘gewoon’ werd geschreven over kinderen. Dat ze soms het bloed onder je nagels vandaan halen en je tot wanhoop drijven. Het was in haar omgeving, tussen vrienden, op het schoolplein, langs het sportveld, totaal geen gespreksonderwerp. Sterker nog, het werd keihard ontkent! Alle ouders die zij sprak, deden voorkomen alsof hun kinderen nooit onderling ruzie maakten of op een andere manier niet voorbeeldig waren.

 

Opvoeden is keihard werken!

Waarom maken wij het elkaar als ouders zo moeilijk? Waarom zijn we zo hard voor elkaar en houden we die schone schijn op? Want natuurlijk is dat complete lariekoek. Opvoeden kan ontzettend leuk zijn en ja, ‘je krijgt er zoveel voor terug’, maar bovenal is het gewoon keihard werken. Je leven draait zeker de eerste jaren compleet om de kleintjes en al je eigen dingen moet je daar maar omheen passen. Niet zo gek dat veel ouders heel blij zijn als hun kroost op bed ligt en zij uitgeblust op de bank neer kunnen ploffen.

 

Je bent niet de enige

Bij deze wil ik daarom een oproep doen aan alle ouders: wees eens gewoon eerlijk naar jezelf en anderen. Het scheelt zoveel onzekerheid, zoveel verdriet en faalgevoelens, wat in stand wordt gehouden door voor mij onbekende redenen. Laten we voortaan gewoon zeggen hoe het is en een beetje lief voor elkaar zijn. Want uit ervaring weet ik hoe fijn dat is. De herkenning bij anderen: ‘gelukkig, ik ben niet de enige’. Want je bent echt niet de enige.

 

5 straffen die wel werken

5 straffen die wel werken

11 Tips bij het geven van straf

Eerder gaf ik al een overzicht van de soorten straf die er zijn en van de nadelen die straffen hebben. Ik kan het niet genoeg noemen: kies liever voor een andere manier dan je kind te straffen. Maar omdat het zo’n bekend en ingeburgerd fenomeen is, leg ik liever uit hoe je het dan in de uitzonderingen het beste kunt toepassen. Er zijn enkele uitzonderingen op de regel die, mits goed uitgevoerd, wél effectief kunnen zijn. Straf mag nooit het enige opvoedmiddel zijn dat wordt gebruikt: veel belangrijker zijn positieve, stimulerende opvoedmiddelen. Daarvoor komt gelukkig meer en meer aandacht, en ik hoop dat er ook voldoende van in mijn artikelen terug te lezen is.

 

Negatieve gevoelens

De relatie die je met je kind hebt, heeft veel invloed op het effect van een straf. Als je een goede relatie hebt, hoef je minder te straffen. Je kind kan dan meer begrip opbrengen voor de straf en zal zich graag weer goed willen gedragen omwille van de relatie. Bij een slechte relatie zullen negatieve gevoelens zoals woede of machteloosheid gaan overheersen. Je kind zal zich onbegrepen voelen en als ouder kan je geneigd zijn steeds strenger te straffen, wat leidt tot onverschilligheid bij je kind. Zo zie je dat straf een behoorlijke keerzijde heeft en daarom beter vermeden kan worden.

 

Goede relatie met je kind

Het grootste resultaat om ongewenst gedrag van je kind te stoppen bereik je dus door een goede relatie met je kind te hebben. Het is dus vooral belangrijk dáár aandacht aan te besteden. Heel belangrijk hierbij is om vooral te letten op wat je kind al wél goed doet. In onze maatschappij is het helaas niet de gewoonte om vooral te benoemen wat je goed vindt gaan. Mensen zijn nog steeds sneller geneigd om kritiek te leveren en aan te stippen wat er niet goed gaat.

 

Negatieve spiraal

Wat al wél goed lukt wordt eerder als een vanzelfsprekendheid gezien en onze verwachtingen als ouders zijn daarmee soms te hoog. Het kan daarom lastig en zelfs onnatuurlijk voelen om hierin een omslag te maken en vooral te letten op wat er goed gaat. Goede begeleiding hierbij is soms noodzakelijk om je doelen te bereiken. Niet zelden komen gezinnen bij mij, die diep in een negatieve spiraal zitten en geen uitweg uit de negativiteit meer zien. En niet zelden lukt het – gelukkig – met relatief eenvoudige aanpassingen om de sfeer te verbeteren. Zónder straffen.

 

Effectieve straffen

“Maar wat kunnen we dan nog wél doen als ouders” vragen vaders en moeders mij soms. “Ons kind is niet gevoelig voor straf, we hebben hem nergens mee” hoor ik ook vaak. Straf is dus zeker niet altijd succesvol. In enkele gevallen kan het toepassen van onderstaande middelen wel effectief zijn. Maar onthoud: zorg voor de verhouding 1:4. Laat 4x zoveel positieve interacties plaatsvinden ten opzichte van 1 negatieve. Pas dan is de balans neutraal om je gezond te ontwikkelen. Voorbeelden van straffen die effectief kunnen zijn, zijn de volgende:

  1. Verbaal berispen, een standje geven: iets zeggen van het gedrag is voor veel kinderen vaak al voldoende. Je gezichtsuitdrukking en stem moeten dan passen bij wat je zegt.
  2. Negeren van gedrag kan heel effectief zijn bij verschillende soorten gedrag. Het gedrag moet voor de ouder dan wel te negeren zijn en goed vol te houden zijn. Ook moet het gedrag van het kind niet schadelijk zijn. Hierbij geldt: de aanhouder wint. De ouder kan ook even weglopen uit de situatie. Je mag ook heel duidelijk aankondigen dat je nu het gedrag gaat negeren en pas weer reageert wanneer er positief gedrag plaatsvindt.
  3. Corrigeren: bijvoorbeeld de schade laten herstellen of de rommel laten opruimen die een kind heeft gemaakt. Zo maak je je kind verantwoordelijk voor wat het heeft gedaan.
  4. Het onthouden van iets leuks of het wegnemen van iets leuks zijn zeer effectief, als het goed wordt uitgevoerd. Wees wel realistisch en wees ook consequent: als je iets zegt, doe het dan ook. Geef je kind eerst de tijd om zijn gedrag te veranderen. Onthoud je kind niet van liefde! Zeg dus niet ‘jij krijgt nu geen knuffel, want je deed net zo stout’: dat is simpelweg emotionele chantage. Neem liever iets weg wat het anders wel had gekregen, bijvoorbeeld geen tv kijken of vandaag niet naar de speeltuin.
  5. Ondervinden van de gevolgen: dit is een effectieve vorm van straf omdat je kind wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gedrag. Voor ouders is dit vaak lastig om uit te voeren of om het zover te laten komen. Laat nooit de veiligheid van je kind in gevaar komen! Dit is één van de weinige strategieën die ik regelmatig toepas en die weinig schade geeft aan de relatie. Bespreek situaties altijd goed na en leg uit waarom je ervoor hebt gekozen zo te handelen.

 

Tips om straf effectief te maken

Als ouder is het je bedoeling dat je kind iets leert van de straf. Hoewel veel andere opvoedmiddelen te verkiezen zijn boven straf, zijn hier toch wat tips om onvermijdelijke straf effectiever te maken:

  1. Laat straf nooit schadelijk zijn: straf mag geen negatief effect hebben of het kind beschadigen. Gebruik straf nooit als vergeldingsmaatregel. Te strenge straffen hebben gevolgen voor de persoonlijkheidsontwikkeling van je kind en de relatie tussen ouder en kind.
  2. Leg het uit: vertel je kind waarom je straft, dit stimuleert ook de morele ontwikkeling van je kind.
  3. Biedt een alternatief: vertel je kind wat het wél mag doen.
  4. Stel het niet uit: reageer snel op het gedrag van je kind.
  5. Wees consequent: dreigen met straf die niet wordt uitgevoerd heeft geen zin. Zorg dat er duidelijke regels zijn.
  6. Geef een passende straf: kies een straf die past bij de overtreding, liever te licht dan te zwaar.
  7. Wijs nooit het kind af: als je straf geeft wijs je het gedrag af en niet je kind zelf.
  8. Laat straf geen beloning zijn: zorg ervoor dat straf niet uitpakt als beloning, bijvoorbeeld als je je kind van tafel stuurt en hij vervolgens lekker kan gaan spelen. Stuur je kind sowieso liever niet weg, dit werkt een gevoel van afwijzing in de hand.
  9. Straf heeft altijd een eind: straf is voor iedereen vervelend, laat er dus ook weer een duidelijk eind aan komen door het goed te maken. Zeg vooral bij jonge kinderen duidelijk dat het nu weer goed is, dat je niet meer boos bent, etc.
  10. Wees zuinig met straf: straf is alleen effectief als je er matig mee omgaat en altijd in combinatie met andere, meer stimulerende en positieve opvoedmiddelen. Bij teveel straf kan je kind immuun en onverschillig worden.
  11. Betuig spijt: soms zijn we onterecht boos. Als ouder ben je immers ook maar een mens. Maar het getuigt van kracht als je als ouder dan excuses durft te maken. Zo leer je je kind dat iedereen wel eens fouten maakt en die ook weer recht kunt zetten.

 

Bronnen

  • Aussems, A.; Zwaan, E.J. (2000). Straffen in de opvoeding. Amersfoort: Acco.
  • Bakker, W.; Husmann, M. (2008). Positief omgaan met kinderen. Assen: Van Gorcum.
  • Diekstra, R.; Hintum, van, M. (2010). Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt. Uitgeverij Bert Bakker.
  • Driesen, L. (2007). Hoe minder straffen? Een boek over eisen, straffen en belonen voor ouders, leraren en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  • Janssen, H. (2000). Als kinderen niet luisteren. Meppel: Uitgeverij Boom.
  • Janssen, H. (2006). Kinderen vragen om duidelijkheid. Meppel: Uitgeverij Boom.
  • Webster-Stratton, C. (2007). Pittige jaren: praktische gids bij het opvoeden van jonge kinderen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.