Archief van
Maand: juni 2017

Hoera! Mijn blog is 1 jaar!

Hoera! Mijn blog is 1 jaar!

De hoogtepunten van afgelopen jaar 🙂

Mijn blog bestaat deze maand alweer een jaar! Een mijlpaal die vraagt om even terug te blikken en vooruit te kijken. In juni 2016 begon ik mijn blog, als een soort logisch uitvloeisel aan mijn eeuwige behoefte te schrijven en te verwerken. Sindsdien heb ik ruim 85 artikelen geschreven en ben ik nog lang niet uitgeschreven. Er zijn een paar cijfers die ik met jullie wil delen vanuit de statistieken.

 

Mijn eerste blog:

Deze ging over mijn uitje naar de Action en hoe dat misliep door mijn ondernemende dreumes. Een jaar geleden waren we druk met de planning voor ons grote feest.

 

De mooiste reacties:

Op dit artikel kwamen vanuit heel verschillende hoeken mooie reacties. Van mensen die nieuwsgierig werden naar mijn werk en die geroerd waren door het proces. Maar ook van mensen die totaal geen kaas van psychologie hebben gegeten, die het een mooi artikel vonden. Daar was ik erg trots op.

De grootste herkenning:

In dit artikel, en deze trouwens ook, herkenden veel andere moeders zich in de dagelijkse stress en beslommeringen van het leven als moeder. Het leidt vaak tot hilarische taferelen: maar pas als je met een glas wijn op de bank zit met de kinderen op bed.

 

De grootste lol:

Van vooral vriendinnen en bekenden kreeg ik terug dat ze erg om dit artikel moesten lachen, omdat ze mijn kleinste dondersteen ook kennen en herkenden in het verhaal. En het kan natuurlijk stiekem best fijn zijn om te lezen dat een ander het ook wel eens zwaar heeft. Het leven van mij gaat immers ook niet alleen over rozen.

 

Top 10 meest gelezen artikelen:

  1. Toename in psychische problemen. In dit artikel uit ik mijn zorgen over de gestage toename van psychische problemen wereldwijd. Ook in Nederland is die trend zichtbaar en helaas ook in toenemende mate sinds de nieuwe jeugdwet in 2015.
  2. In dit artikel schreef ik over gevoelige periodes bij kinderen, waarin ze meer en gerichter bepaalde vaardigheden kunnen leren.
  3. Fantasie ontwikkeling is naar mijn mening één van de belangrijkste ontwikkelingen van een kind, omdat het de basis legt voor heel veel andere vaardigheden. Ik ben daarom blij dat dit artikel op nummer 3 staat van meest gelezen artikelen.
  4. Te weinig schrijf ik een review. Dit was een review van ons bezoek aan het toen net geopende Familieparadijs in Zwijndrecht. En hij wordt blijkbaar goed gelezen!
  5. Een persoonlijk artikel over de verschillen die mijn kind laat zien als ze bij ons is of bij anderen en de streken die zij bij ons uithaalt, die anderen totaal niet zien.
  6. De bekendmaking van mijn droom in het openbaar. Best spannend! Maar ook heel fijn om zoveel lieve en leuke reacties te krijgen van anderen.
  7. Even een andere, mildere, blik op de ontwikkeling van een hechtingsrelatie. Er wordt helaas ook een hoop onzin geschreven en het is soms lastig filteren van wat waar is. Over hechting zal ik komende tijd (jaren?) nog veel meer gaan schrijven.
  8. Een lijstje dat altijd handig is om even na te slaan: budget suggesties voor kinderfeestjes. Benieuwd of anderen deze lijst nog kunnen aanvullen?
  9. Inmiddels ben ik aardig thuis in de wereld van ‘Elsa’vlechten, opvlechten en invlechten. Was die cursus om de haren van mijn dochter te doen niet voor niks!
  10. Last but not least: een artikel over wat er gebeurde vlak na de verjaardag van mijn zoontje met zijn nieuwe raceauto.

 

De toekomst

Met ruim 85 artikelen in een jaar tijd, verschijnen er gemiddeld meer dan wekelijks nieuwe artikelen op de blog. Ik probeer in ieder geval wekelijks voor een artikeltje te zorgen. Nu we straks de sleutel van ons nieuwe huis krijgen, zal de focus tijdelijk op andere dingen komen te liggen, maar tegelijkertijd wil ik me juist meer gaan richten op de volgende thema’s in mijn blogs:

    • zelfstandig ondernemen
    • voeding en beweging bij kinderen
    • hechting en ouderschap
    • reviews van gelezen boeken

Nog steeds vind ik het heel erg leuk als mensen hun ideeën voor artikelen blijven aandragen. Ik verzamel ze allemaal en kies er zo nu en dan eentje uit om me verder op te richten. Wil je ook graag een onderwerp of thema inbrengen? Ik sta open voor suggesties en laat het me hieronder weten!

Noodkreet vanuit de jeugdzorg

Noodkreet vanuit de jeugdzorg

Wachten tot het misgaat

Er is iets heel ergs gaande in de jeugdzorg. Al sinds de invoering van de nieuwe jeugdwet in 2015 maak ik mij zorgen over de gevolgen voor de kinderen en gezinnen in de praktijk. Misschien denk je: ‘dat zegt me allemaal niks, het is een ver van mijn bedshow’. Think again. Want de werkelijkheid is dat we er in toenemende mate problemen in ervaren. En heel eerlijk: ik houd mijn hart vast hoe dit zich verder gaat ontwikkelen.

 

Tikkende tijdbom

Vorige week was er een nieuwsbericht op de NOS. Er ze komen de laatste maanden steeds meer: noodkreten van ouders, hulpverleners die aan de bel trekken, de media die hun afgrijzen over de huidige praktijken binnen jeugdhulpland laten klinken. In het bericht van gisteren sturen ouders van een suïcidale dochter een wanhoopskreet de wereld in via Facebook: ze kan, ondanks meerdere suïcidepogingen, nergens terecht. Het voelt als een tikkende tijdbom.

 

Kinderen kunnen nergens terecht

Hoewel dit een extreem voorbeeld is van een zeer complexe casus, is er in de rest van Nederland dezelfde beweging aan de gang. Wij, in regio Zuid Holland Zuid, beslaan één van de grootste regio’s in Nederland en zijn verantwoordelijk voor jeugdhulp aan miljoenen mensen. Dit zegt helaas niks over goed geregelde hulp. In alle 17 gemeentes die binnen deze regio vallen, is er sprake van oplopende wachtlijsten, geen plek voor cliënten, budgetten die op zijn, cliëntenstops en overwerkte mensen.

 

Problemen sinds de nieuwe jeugdwet

Hoe kan dat? In 2015 is er een wetswijziging gekomen. Waar vroeger jeugdhulp werd vergoed door je eigen zorgverzekeraar, zijn nu gemeentes verantwoordelijk gemaakt voor het inkopen van de jeugdhulp. Het is een complexe zaak, en als leek lastig te begrijpen. Het is daarom ook onvoorstelbaar dat zoiets belangrijks en grootschaligs in 2 jaar tijd totaal op zijn kop is gezet om het bij de gemeentes te plaatsen. Voor veel mensen in het werkveld klonken alle plannen te mooi om waar te zijn. En helaas blijkt dat ook zo te zijn.

 

Politiek probleem

Doordat werkelijk álles is veranderd in het regelen en vergoeden van zorg voor de jeugd, werd aan alle kanten opnieuw het wiel uitgevonden. En zoals past bij iets nieuws proberen, gaat dit gepaard met veel probeersels en nog meer mislukkingen. Helaas lijkt de Nederlandse politiek zo ingericht, dat de plannen koste wat kost moeten worden doorgeduwd. Het is hun eer te na om halverwege te constateren dat het toch niet zo goed uitpakt als ze hadden voorzien, dus steken ze hun kop in het zand en roepen nog wat harder: ‘wij staan voor één gezin, één plan!’ en meer van die lege uitspraken.

 

Geen geld meer

Het is tenenkrommend en om gek van te worden. Toen ik na de kerstvakantie weer ging werken was het 9 januari. We hadden niet lang daarvoor te horen gekregen wat ons budget voor 2017 zou zijn. Wéér 11,5% eraf. In totaal is er in 3 jaar tijd maar liefst ruim 30% bezuinigd. Dat dat natuurlijk krankzinnig is, is nog een andere discussie. Maar toen ik mijn administratie deed en bekeek hoeveel cliënten er mee verhuisden van 2016 naar 2017, kwam ik tot de schokkende ontdekking dat we al aan het budgetplafond zaten. Als ik alle nieuwe aanmeldingen uit de kerstvakantie meetelde bij de lopende cliënten, zou ik ons volledige budget van 2017 al hebben verbruikt!

 

Noodsituatie

Ik trok aan de bel: dit is een noodsituatie! Dit kan niet! Hoe kan het in vredesnaam zo zijn dat ik in januari al tegen mensen moet zeggen dat ze niet meer bij ons terecht kunnen? Hoe moet dat als de behandelingen van de lopende cliënten straks afgerond zijn? Ga ik dan duimen zitten draaien? Terwijl we merken dat de aanmeldingen maar binnen blijven stromen, terwijl de hulpvragen steeds meer toenemen en de behoefte aan goede zorg alleen maar groter wordt?

 

Bureaucratie en administratieve last

Het is nu juni 2017. We hebben met héél veel passen en meten, eindeloos onderbouwen en in feite op onze blote knietjes smeken bij de gemeente (die het geld uitdeelt) of wij asjeblieft in aanmerking mochten komen voor ophoging van het budget. Nou dat mocht hoor, zo verkondigde de gemeente. Wanneer wij in aanmerking wilden komen voor een extra 10% (ha! 10%! Een schijntje dus. En dan te bedenken dat we die in eerste instantie moesten inleveren, dus niks extra, maar gewoon ons eigen geld), moesten we een dubbel A4’tje met voorwaarden aanleveren aan papierwerk en klinkklare bureaucratische onzin.

 

Wat gebeurt er straks?

Puntje bij paaltje kregen wij bij Gods gratie die 10%, dus konden we de executie oprekken. Tot nu. Want nu zijn wij bij het punt beland dat er geen beweging meer mogelijk is. Wat betekent dat, vraag je je af? Ik zal het je vertellen:

  • we kunnen geen cliënten meer aannemen
  • onze cliënten die voor ons kiezen, hebben geen keuzevrijheid meer, wat zo mooi wordt gepromoot door de gemeente (weer zo’n lege huls)
  • cliënten die hun behandeling bij ons willen afmaken, maar dat niet kunnen doen omdat het geld op is, zijn verplicht om de behandeling af te breken en ergens anders verder te gaan: weer opnieuw een relatie aangaan, vertrouwen winnen, alles vertellen… Een aanslag op de motivatie, het vertrouwen en de effectiviteit van de zorg
  • we kunnen geen cliënten meer verwijzen naar collega’s, want hun geld is ook op
  • de problemen van cliënten nemen toe
  • ik moet tegen cliënten zeggen dat zij pas weer in het nieuwe jaar terecht kunnen, wat ik al zeg sinds februari!
  • als cliënten zelf willen betalen kunnen zij wel terecht. Ik vind dit moreel onaanvaardbaar. Zorg moet voor iedereen beschikbaar zijn die het nodig heeft, geen luxeproduct voor de rijkeren!
  • de wachtlijsten worden langer bij de hulpverleners die nog wél budget hebben
  • problemen worden ernstiger, complexer en hardnekkiger
  • problemen die bij ons hadden kunnen worden behandeld, veranderen door lang wachten in problematiek waar veel duurdere en langdurige zorg nodig is
  • mensen kunnen nergens meer terecht met hun problemen. Jawel zegt de gemeente: want 25km verderop zit nog een praktijk die nog budget heeft. Of jawel, zegt de gemeente: bij deze hulpaanbieder kun je nog terecht. Hoe komt het dat die mensen nog budget hebben? Ze staan blijkbaar niet goed bekend?
  • de hulpaanbieders die nog wél budget hebben, maar waar mensen liever niet naartoe willen, omdat ze daar bijvoorbeeld geen goede verhalen over horen of omdat ze er een andere reden voor hebben om de kwaliteit in twijfel te trekken, krijgen alsnog de cliënten in hun schoot geworpen. Een soort beloning voor hun matige werk?De problemen nemen toe Ik kan er nog eindeloos over doorgaan, maar zal ander relaas voor een andere keer bewaren. Voor nu wil ik alleen maar de iedereen wakker schudden: jongens let op! Ik houd mijn hart vast voor mijn cliënten en alle hulpbehoevende kinderen en gezinnen in Nederland. Het mag toch niet zo zijn dat cliënten nergens terecht kunnen?

 

Wordt wakker!

Het is afwachten wanneer het misgaat. De nieuwsberichten die nu steeds meer verschijnen, bevestigen onze zorgen. Wat des te schrijnender is, is dat de gemeente aangeeft dat er sinds de invoering van de nieuwe jeugdwet alleen maar een toename is in de problemen. Zowel in de basis GGZ (de lichtere zorg) als de specialistische GGZ (de zwaardere zorg). Ohja, en uiteindelijk moesten gemeentes aan het eind van het jaar alsnog een paar miljoen ophoesten, want er bleek iedere keer toch meer geld nodig dan voorzien. Nouja, dan zíj hadden voorzien, want voor ons was het geen verrassing. Er gaat dus duidelijk wat mis, maar het is de vraag wanneer er wat aan gedaan wordt.

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

Registratietraject Orthopedagoog Generalist Deel 2

De belangrijkste opleidingen

In mijn registratietraject, die grofweg vijf jaar besloeg, heb ik meerdere ontwikkelingen doorgemaakt. Ik heb ontdekt waar mijn interesses lagen, waar mijn sterktes en zwaktes lagen en misschien wel het belangrijkste: ik heb mijn visie ontwikkeld. Mijn visie op de hulpverlening, op de hulpverlener die ik wil zijn. Dat had, logischerwijs, wel even tijd nodig.

De eerste opleiding

Ik startte mijn traject door een van de vele nascholingsgidsen open te slaan en langs alle titels van de verschillende cursussen te scannen. Het criterium was in eerste instantie: wat lijkt me leuk? Ik had net de universiteit afgerond, en was in mijn naïviteit in de veronderstelling dat ik dus al behoorlijk wat wist. Dat ik dat mis had, werd me (gelukkig) al heel snel duidelijk. Sterker nog, hoe meer ik heb geleerd, hoe meer vragen het heeft opgeroepen en hoe meer het mij nieuwsgierig maakt naar andere dingen.

Oplossingsgerichte therapie

Mijn eerste cursus was de cursus oplossingsgerichte therapie. Dat was een goede start. Het is een therapievorm die uitgaat van de kracht en mogelijkheden van de cliënt, een hele positieve therapievorm die vooral geschikt is voor het gebruik bij milde problematiek. Het kan prima gebruikt worden als gesprekstechniek naast andere interventies. Nog steeds is de oplossingsgerichte manier van werken iets wat we veel gebruiken, wat mij ook een houvast geeft op de momenten dat ik bijvoorbeeld even geen goeie vraag weet te bedenken. Het geeft richting voor de therapeut en hoop voor de cliënt.

ADHD

Onder de indruk van het hele volgen van nascholing begon ik enthousiast aan de tweede cursus, over ADHD. Dit bleek helaas een misser. Het gaf me niet wat ik hoopte, en ik baalde dat ik de ruim 700 euro’s van die cursus voor mijn ogen zag verdampen in teleurstelling. Nouja, fouten maak je om ervan te leren, dus trok ik hier lering uit: beter letten op de docent, op recensies van anderen, het opleidingsinstituut en kritischer zijn in het kiezen van onderwerpen. Weten we dat ook weer.

Cognitieve gedragstherapie

Toen ik na mijn bevalling van Meia echt serieus aan de bak wilde, besloot ik het grootser aan te pakken en te kiezen voor een grote opleiding: die van de cognitieve gedragstherapie (CGT). Ik dacht namelijk, door wat er op de universiteit geleerd werd en in de boeken te lezen is, dat deze therapievorm een Heilig Goed was. Als je dat kon, dan was je wat waard.

Literatuur

Afijn, dus ging ik met kriebels in mijn buik naar de opleiding. Ik moest geloof ik wel een paar keer slikken en flink op m’n hoofd krabben toen ik de docent met een grote bagagewagen de cursusmappen naar binnen zag rijden. Godzijdank was ik met de auto, want hoe had ik in vredesnaam die 4 Gigantische mappen mee kunnen krijgen!?

Gedragsmodificatie

Vanaf dat moment begon het ‘echte werk’. Ik zat avonden te ploeteren op kilometers tekst en maakte me druk om de toets die elke cursusdag zou worden afgenomen. Ik moest mezelf onder de loep nemen met een gedragsmodificatie opdracht. In gewone taal: ik ging mezelf afleren mijn kleren op de stoel te gooien als ik naar bed ging en aanleren om ze, in plaats daarvan, netjes in de kast op te hangen.

Zelfvertrouwen

Het lukte. Ik kreeg, tot mijn eigen verbazing, de stof onder de knie, mijn leeswerk op tijd af en opdrachten ingeleverd. Elke week leerde ik weer nieuwe interventies die ik in mijn werk kon toepassen. Ik maakte mijn cliënten tot gewillige slachtoffers van mijn nieuwe kennis, en met hun vooruitgang groeide mijn zelfvertrouwen. Toen ik merkte dat mijn eigen gedrag ook daadwerkelijk veranderde (er lagen inmiddels meer kleren in de kast, dan er buiten), was dit een extra motivatie om ermee door te gaan.

Symbooldrama

Ik deed daarna nog twee vervolgcursussen van de cognitieve gedragstherapie, ook omdat ik met de gedachte speelde om hierbinnen eventueel ooit een registratie te halen. Maar tegelijkertijd maakte ik een totaal andere keuze. Ik had in mijn werk vaak bij cliënten van mijn collega gezeten, met wie ze symbooldrama deed. Ik was altijd verwonderd wat hier nu precies gebeurde en begreep er geen zak van hoe die kinderen zich zo snel beter gingen voelen. Dat was mijn simpele motivatie om die opleiding te gaan doen.

Twee kanten van de medaille

Dus startte ik, parallel aan de cognitieve gedragstherapie, ook met de opleiding symbooldrama. Later bleek dit een ontzettend slechte timing, omdat ik daardoor twee zware trajecten naast elkaar liet lopen. De impact daarvan had ik volledig onderschat, maar het heeft uiteindelijk wel geholpen in mijn vorming en het maken van keuzes. In deze opleiding werd voor mijn gevoel de andere kant van de medaille belicht. Waar de cognitieve gedragstherapie een meer verbale, rationele therapie is, gaat symbooldrama veel meer over het voelen en ervaren, het non-verbale.

Je eigen leerproces

In deze opleiding moet je zelf aan de slag. Je leert de therapie, door het zelf te ondergaan. En dat is niet altijd gemakkelijk, maar wel de enige manier om te begrijpen hoe het werkt en om je cliënten goed te snappen. Door dit leerproces werd me ineens heel veel duidelijk: hoe mooi en effectief de CGT ook is, het is niet volledig of zaligmakend, zoals ik in het begin dacht. Een andere keer zal ik dieper ingaan op het opleidingstraject van de symbooldrama.

Willen begrijpen

Door deze verschillende ervaringen, stelde ik mijn eigen opleidingstraject bij. Ik wijzigde mijn koers van het rationele, naar het meer leren begrijpen van gedrag en emoties. Omdat ik zelf net moeder was geworden van inmiddels 2 kinderen, was ik tegelijkertijd ontzettend geïnteresseerd in de ontwikkeling van jonge kinderen. Dus besloot ik een andere, grote cursus te volgen in de psychopathologie en diagnostiek van jongere kinderen.

Jonge kinderen

In deze cursus, waar ik nog nooit zoveel literatuur in korte tijd heb gelezen als toen, heb ik zó waanzinnig veel geleerd, dat ik voor mijn gevoel eindelijk de basis als therapeut kreeg waar ik naar op zoek was geweest. Zonder het zelf te weten. In deze opleiding werd mij geleerd hoe de ontwikkeling van jonge kinderen loopt, die niet los is te zien van de relatie met zijn omgeving. Dus hoe het gaat tussen ouders en kinderen.

Nog lang niet klaar

Wat ik vooral heel waardevol vond, waren de parallellen die werden gelegd tussen de vroege ontwikkeling en het gedrag op latere leeftijd. Gedrag wat wij als volwassene laten zien, heeft uiteindelijk de oorsprong in de eerste jaren. In deze opleidingen heb ik me o.a. verdiept in de visie van de Infant Mental Health en de methode van Floorplay. Ik ben nog altijd niet uitgeleerd op dit gebied, en heb nog stapels boeken in de kast die ik moet (wil) lezen.

Een volgende keer vertel ik meer over dit registratietraject.

 

 

Het verhaal van een vluchteling

Het verhaal van een vluchteling

Gevlucht uit Syrië

Soms wil ik me er weleens voor afsluiten. Voor al die verhalen in de media. Voor alle nieuwsberichten waarin de ene waarheid nog gruwelijker is dan de vorige. Maar dat is struisvogelpolitiek. Want helaas zijn al die verschrikkelijke berichten de keiharde waarheid voor duizenden mensen. En af en toe vindt één van die duizenden de weg naar onze praktijk. Ondanks alle taalbarrières, vervoersproblemen en financiële zorgen.

Last van angsten

Vandaag het verhaal van één van hen. Laten we haar Samira noemen, 9 jaar. Ze stapte samen met haar vader binnen bij onze praktijk, om te vragen of ze geholpen kan worden bij haar angsten. Pas 1,5 jaar wonen ze in Nederland, en Samira weet zich al knap verstaanbaar te maken. Hand in hand met haar vader kijkt ze verwachtingsvol met donkerbruine ogen naar mij, als we een afspraak maken.

Niet durven slapen

Wanneer Samira op intakegesprek komt, legt ze vol gevoel uit waar ze last van heeft. Ze wonen in een klein flatje. Haar ouders, Samira en haar twee broers. Het is klein en krap, maar ze hebben een huis en zijn veilig, benadrukt vader. De vorige bewoner was een oude man, die uiteindelijk is overleden. Sinds Samira en haar gezin in dit huis wonen, kan Samira niet slapen. Ze ziet namelijk de overleden man en is bang dat hij haar wilt doden. Zoals we vaker zien, is het goed mogelijk dat deze angst voortkomt uit een ander, groter, trauma. Want dat er sprake van trauma is wordt duidelijk als Samira verder vertelt.

Haar leven in Syrië

Samira komt uit Syrië. Net als zoveel andere vluchtelingen. Ze woonde daar in een dorpje, met haar vrienden en familie. Haar vader had twee winkels en was succesvol. Ze hadden een mooi huis, zoals Samira vertelt. “Je kwam binnen in het gastenverblijf, dat was een mooie kamer, waar we met visite waren. Daarnaast was de woonkamer. Ik weet nog dat we daar met zijn allen tv keken. Als papa dan thuis kwam van zijn werk, kwam hij er gezellig bij zitten, maar hij wilde altijd wat anders zien. Dan probeerde hij de afstandsbediening te pakken van ons”.

Heimwee

“Naast deze kamers was de keuken, de salon, dat was een hele grote keuken waar we met heel veel mensen tegelijk konden koken. Het was de fijnste kamer van het huis, waar mijn moeder de lekkerste dingen maakte. Nu hebben we een hele kleine keuken. Mama is verdrietig. Ze krijgt hoofdpijn van de stoom in de kleine keuken en mist ons huis. Ik vind het zielig voor mama, ik wou dat we een normaal huis hadden, ik mis ons huis”.

Niet geaccepteerd worden

“We kunnen thuis niet goed spelen. Soms kijken we filmpjes op de iPad, maar als we teveel geluid maken dan klaagt de buurman. Hij wil ons niet hebben. Als ik door het huis ren, dan heeft hij er last van, en bonkt op de muren. Ik schrik dan heel erg. Het gebonk lijkt op het geluid van de bommen, in Syrië. Steeds als de buurman bonkt, word ik bang. Ik durf niet te slapen, ik zie steeds enge dingen. Ik ben bang dat andere mensen in mijn kamer zijn, dat ze me dood zullen maken”.

Tastbaar verdriet

Als Samira op de afspraken komt, vertelt ze veel uit zichzelf, ook al kost het haar moeite om te zoeken naar woorden. Soms probeer ik, om de verwerking op gang te brengen, direct te laten tekenen wat Samira vertelt. Dit wil ze liever niet: “Mag ik het ook zeggen met woorden? Ik kan het niet tekenen”. Het lijkt wel alsof het tekenen de angsten en de akelige gebeurtenissen nog echter maken, nog concreter. Dan wordt het letterlijk tastbaar. Ik help haar dit beetje bij beetje letterlijk onder ogen te zien en structuur te brengen in haar verhaal.

Bommen

“Wat weet je nog van de oorlog?”, vraag ik als ze weer bij me is. “Mijn broer en ik waren alleen thuis. Papa was werken, mijn broer was ook ergens anders en mijn moeder deed net boodschappen voor het avondeten. Het was helemaal stil in huis. Mijn zus keek tv en ik speelde in mijn kamer. Toen hoorde we ineens BOEMBOEMBOEM, heel hard! Er vielen bommen in de buurt. Ik rende mijn kamer uit, en mijn zus ook, waardoor we tegen elkaar botsten. We waren heel bang, en alleen thuis!”.

Vluchten

“Op een middag waren er ineens mensen in het dorp. Ze zeiden dat we nu weg moesten. Dat er soldaten kwamen die ons wilden doodmaken. Mijn vader heeft mij opgetild en we zijn allemaal uit huis gerend. Er was iemand die ook in het dorp woonde, die keek in de straat en zei of ze er aan kwamen. We renden met alle mensen door de straat heen. Ik zag niks, want papa had mijn hoofd tegen zich aangedrukt, dus ik kon niks zien. Hij wilde niet dat ik pijn zou hebben als zij zouden schieten, daarom hield hij mij zo vast. Ik was bang, want iedereen wist dat er aan de andere kant van de straat de soldaten waren”.

Alles achterlaten

“Toen we heel lang hadden gerend, zijn we met een auto verder gegaan. Daar weet ik niet meer zoveel van. We zijn gevlucht naar een ander land, maar daar was het ook niet leuk. Het was geen oorlog, maar niet erg veilig. We woonden ook in een stom huis en papa moest toen heel veel werken om het huis te betalen. We hadden niks. Omdat we ineens moesten vluchten konden we niks meenemen. Ik heb geen spullen meer, geen knuffels, geen foto’s, niks. Papa had alleen zijn mobiel in zijn zak, en daar staan nog wat foto’s op”.

“Ik mis Syrië”

“Na een jaar zijn we naar Nederland verhuisd. Hier is het veilig, ik vind het leuk op school en ben blij om hier te zijn. Maar ik mis Syrië. Ik mis mijn oma en andere familie. Soms spreken we elkaar heel lang niet, want het is daar nog steeds oorlog. Er is ook veel familie doodgemaakt door de bommen in Syrië, ook mijn favoriete oom. Hij was altijd lief voor ons en nam het voor mij op als we per ongeluk iets kapot maakten. Die oom was zo fijn, hij nam altijd een cadeautje voor me mee als we elkaar weer zagen. Ik mis hem”.