Archief van
Maand: mei 2017

Goed genoeg ouder

Goed genoeg ouder

Deze is voor alle mama’s (en papa’s) bij wie het af en toe boven hun hoofd groeit. Voor iedereen die deze frustraties, irritaties en aaneenschakeling van stressmomentjes en brandjes blussen herkent. I feel you. Je bent niet alleen. Het is een fase. Hou vol, het wordt weer leuk. Echt. 

De dagelijkse praktijk

Je hoopt, als je ze de avond ervoor om 22.00u nog uit bed hebt gehaald om naar het vuurwerk te kijken van Koningsdag, dat ze misschien net even wat langer doorslapen. Helaas blijkt hun hardware toch echt anders geprogrammeerd. Hoewel Steef op muizenvoeten door het huis liep, hoorde ik al snel het bekende ‘mamaaa!’ uit de kamer van de jongste komen.

7.00u

Een vluchtige blik op mijn klok laat me weten dat ze het maar liefst tot 7u hebben gerekt. En zodra de guppen hier wakker zijn, is het het full focus en in de hoogste versnelling de dag in racen. “Mam, ik ben doorgelekt”, is één van de eerste boodschappen die ochtend. Nog voor we aan de ontbijttafel zitten, draait de eerste was dus al. Vervolgens zie ik mijn jongste het eten uit het bakje van Steef kijken. Ik besluit pap te maken voor ze.

Maar dat voornemen betekent wel dat ik in de keuken verschillende bananen moet prakken, appels moet schillen, melk moet warmen, etc. En dus even geen zicht heb op wat er in de woonkamer gebeurt. Terwijl ik mijn aandacht verdeel over 4 grote kommen, hoor ik ongeduldige kreten uit de andere kamer opstijgen. Het kan ze niet snel genoeg gaan.

7.20u

Als ik tenslotte als laatste aan tafel schuif, wordt er om drinken gevraagd. Nu Meia en Fosse al klaar zijn met hun pap, vraag ik of ze dat zelf even willen pakken. Als ze terugkomen, is er ruzie ontstaan over welke beker voor wie is, en gaat er in het doorgeven van de bekers pal voor mijn neus een volle beker melk omver. Zuchtend help ik de kinderen mee met opruimen en gooi ik de natte placemats in de was, om mijn ontbijt daarna te vervolgen.

Intussen is de rest al van tafel en wordt er uit allerhande kasten materiaal gehaald voor hun speelplannen. Fosse komt terug en vraagt om fruit. Na een grote kom pap met een banaan erin vind ik dat eigenlijk overbodig, maar de peren moeten op, dus ik geef aan dat hij een peer mag pakken. Blijkbaar had hij zijn zinnen op iets anders gezet, want hij begint boos te huilen dat hij geen peer wil.

7.45u

Ik haal de ontbijtspullen van tafel, waarbij ik zo goed mogelijk nadenk welke spullen in als eerste naar de keuken breng. Waarom? Omdat Signe de vervelende gewoonte heeft om bovenop de eettafel te klimmen en zich een weg te banen tussen de zoete beleg en half leeggedronken melkbekers. Daarom ruim ik in volgorde van prioriteit de volgende zaken op:

  • halfvolle bekers, pakken drinken
  • pakken hagelslag/vlokken/ander los materiaal
  • andere zaken die open zijn waar eetbare spullen uit gehaald kunnen worden zoals vleeswaren

8.00u

Terwijl ik nog steeds in mijn pyjama rondloop, probeer ik de kinderen te laten aankleden, tanden poetsen, haren kammen, wassen, etc. Net als in elk ander gezin (tenminste, dat hoop ik althans een beetje), gaat dit gepaard met de nodige aansporingen. Vooral Meia ergert zich behoorlijk aan mijn gezeur waarmee haar spel wordt onderbroken. Ze is nogal van het multitasken. Zo besloot ze vanmorgen dat ze met haar tandenborstel in haar mond prima de kaplablokjes kon aangeven aan Fosse.

8.20u

Toen de grootste klappers waren gemaakt in de start van de ochtend, en de meest voor de hand liggende risico’s waren ingedekt wat betreft Signes mogelijke streken, besloot ik dat ik het erop kon wagen: douchen. Het is altijd een moment van ‘fingers crossed’ en zo snel mogelijk zijn. Terwijl ik me in sneltreinvaart had uitgekleed, kwam Fosse naar me toe om zich te beklagen dat hij geen onderbroek en hemd had. Deze had ik hem een kwartier geleden al aangegeven, maar blijkbaar was hij kwijt dat hij deze in een soort Chinese dans door de kamer had geslingerd tijdens het ‘aankleden’. Snel dook ik in mijn badjas en ging op jacht naar zijn ondergoed, waarna ik mijn poging tot douchen weer oppakte.

Het duurde welgeteld 2 volle minuten voor ik alweer een boze schreeuw hoorde. “Gaat alles goed!?” riep ik met een mengeling van hoop en vrees met de deur op een kier. Er klonk inmiddels alweer gepraat op rustige toon. Vals alarm gelukkig. Na een hele minuut in volledige ontspanning te hebben gedoucht, werd de deur geopend door de nieuwsgierige jongste telg. Een koude luchtstroom walmt direct naar binnen, en ik besluit dat langer douchen vrijwel kansloos is. Signe verdwijnt, de deur wagenwijd open latend, om na 2 tellen weer terug te komen met een handdoek. Superschattig! Maar direct slaat ook de twijfel toe: hoe komt ze aan een handdoek?

8.35u

Gedoucht en aangekleed, neem ik direct poolshoogte bij de kinderen. Ik tref een stapel door elkaar gegooide handdoeken aan op de tafel. Tot zover onze inspanningen om alles netjes opgevouwen in de kast te houden. Als ik de hal in loop, breek ik bijna mijn nek over mini-boodschappen. Eenmaal in de kamer van Meia en Fosse blijken ze gezellig winkeltje aan het spelen, waarbij ze het nodig vonden schoon servies uit de kast te halen. Prima, zolang jullie het straks maar terugzetten, druk ik ze op het hart.

8.45u

De vaat heeft zich inmiddels opgestapeld, en ik moet echt even gaan afwassen. De wasmachine is klaar en moet leeggehaald worden en ik moet nog mijn haren een beetje fatsoeneren. Oh, en nu schakelt het koffiezetapparaat uit: dit doet hij na een uur automatisch. Ik heb nog niet eens koffie op. Terwijl ik hem weer aanzet en alvast melk opwarm in de magnetron, begin ik met de afwas. Ineens zie ik na een tijdje dat Signe de bingomolen uit een kast heeft gehaald en de kleine balletjes en fishes door de kamer laat rollen. Met het sop tot aan mijn ellebogen ren ik de kamer binnen en roep bezorgd dat de bingomolen direct moet worden opgeruimd: die balletjes zijn super gevaarlijk voor Signe!

9.15u

De afwas is klaar, de melk overgekookt en vervolgens afgekoeld. Ik stop een nieuwe was in de machine en zie dat Meia nog steeds haar haren nog niet heeft gekamd. Ze reageert mokkig, draait haar rug naar me toe en zegt boos dat ze niet wil. Terwijl ik zo goed en zo kwaad als het gaat probeer deze bui te pareren, besluit Fosse buiten te gaan spelen en heeft Signe een poepbroek.

9.30u

Ik ben nog net op tijd voor het koffiezetapparaat voor de tweede keer uitschakelt. Meia heeft intussen eieren voor haar geld gekozen en haar haren gekamd, Signe is gewassen en aangekleed en ik ga, eindelijk, met mijn koffie aan tafel zitten. Ik heb de stille hoop dat de kinderen, die intussen lief samen spelen op hun kamer, even blijven spelen zodat ik in stilte kan genieten van mijn koffie. Het duurt niet lang. Het is alsof ze voelen dat je overweegt een moment voor jezelf te hebben. Binnen no-time staan Fosse en Signe naast me, met grote blauwe ogen, en vragen om ‘koffie’ (opgeschuimde melk met cacao).

Conclusie?

Gister nog las ik dat ouderschap een groot beroep doet op jezelf als mens. Het betekent een constante mindset van je eigen behoeften opzij schuiven en constante focus op de kinderen. Het is pittig en vermoeiend, en soms wil je er even aan ontsnappen. Ik verschil daarin niet van andere ouders. Het is een kunst om hierin de balans te vinden tussen het leuk hebben met elkaar en doen wat er moet gebeuren. En die balans is soms zoek. Dat is niet erg, dat is het leven. Als ouder hoef je het niet altijd goed te doen. Als het maar goed genoeg is.

Hoe bevalt het tijdelijk huren?

Hoe bevalt het tijdelijk huren?

De eerste ervaringen in ons tussenhuis

We wonen nu een maandje in ons ‘tussenhuis’. Een tussenstap op pad naar ons eindstation: een huis met praktijkruimte, om mijn droom te verwezenlijken. Het tijdelijk huren en met 5 man op 70m2 was daarom helaas een noodzakelijk kwaad. Nouja, dacht ik: dan maken we er gewoon het beste van. Een avontuur. Dus daarom vandaag een verslagje over de ervaringen tot nu toe.

Tijdelijk huren

Het was een stap die ik liever niet had gezet: tijdelijk huren. Omdat ik de onrust wel wat veel gevraagd vind voor het gezin. Maarja, sommige dingen heb je niet in de hand en ik besloot het over een andere boeg te gooien. Eens zien welke lessen we hier met zijn allen uit kunnen trekken. En welke positieve ervaringen we overhouden van ons tussenhuis. Want die zijn er! En sommige zaken had ik echt niet verwacht.

Kinderrijk en speeltuintjes

We zijn verhuisd met heerlijk weer, in het weekend van 8 april. Dat was al meteen genieten: balkondeuren open en in het zonnetje onze lunch eten. We kijken aan de voor- en achterzijde uit over groen. Het is, anders dan ik had gedacht, behoorlijk kinderrijk en overal zijn speeltuintjes. De kinderen kunnen een heel stuk de hort op zonder auto’s tegen te komen, ideaal!

Minder spullen, minder rommel

Toen alles in de flat stond en min of meer een plekje had gevonden, was de eerste hobbel al genomen: door de beperkte ruimte waren we gedwongen selectief te zijn in wat we meenamen. Er is daarom heel veel weggedaan. En eigenlijk voelde dat wel goed. Alles is verrassend overzichtelijk! Wat ik al jaren poogde, is hier eindelijk gelukt: alles heeft een vaste plek, want er is geen ruimte voor iets anders. Minder vloeroppervlak, betekent dus ook minder om schoon te maken. Ik kan nu in één ochtend het hele huis door. Dat lukte me eerder nooit!

Alles binnen handbereik

Door de beperkte ruimte is ook nog eens alles binnen handbereik. Een tijdje terug keek ik een documentaire over minimalisme. Hoewel wij nog teveel spullen hebben om over minimalisme te spreken, wordt wel iets anders duidelijk: je hebt in feite maar weinig ruimte nodig om effectief te zijn. Dat ik meer ruimte om me heen wil omdat ik me anders onrustig voel, is weer iets anders.

We doen het samen

Wat even slikken was, was dat we geen vaatwasser meer hebben. Maar ook dit biedt een les: de kinderen helpen ons mee met afdrogen en het wegzetten van de vaat. Ze gaan zuiniger om met het vies maken van het servies. Ze worden zich bewust dat dat directe consequenties heeft. Doordat alles zo dicht bij elkaar is, vinden ze het minder vervelend om even te helpen met het afruimen van de tafel bijvoorbeeld. Kortom, er wordt meer samengewerkt.

Midden in de natuur

Nog een ander voordeel is dat we vlakbij de natuur zitten. We zitten aan het water, en hebben al regelmatig gefietst en gewandeld in de groene omgeving hier. Iets waar we nu in dit seizoen extra van genieten. Bovendien zit mijn sportclub op struikelafstand en hoop ik, als mijn blessure weer wat hersteld is, hier in de natuur mijn eerste hardloopkilometers weer te gaan maken.

Fietsen naar het werk

Ook ons werk zit op steenworp afstand, waardoor we nu op de fiets naar het werk kunnen en bovendien wat later van huis kunnen omdat het zo dichtbij zit. Zeker met de zomermaanden voor de deur is het geen straf om lekker je kop in de wind te steken om je hoofd te legen na het werk.

Alleen naar de winkel

Nog een voordeel: de lokale supermarkt zit op loopafstand, zonder gevaarlijke straten over te hoeven. Meia vond het maar wat leuk dat ze voor het eerst helemaal zelf een boodschap mocht gaan doen. Wordt er direct gewerkt aan een stukje autonomiegevoel. En scheelt natuurlijk weer een extra handeling voor ons, ideaal!

Het avontuur

Zo beschreven zou je bijna denken dat we niet meer weg willen. Dat ligt natuurlijk iets genuanceerder. Maar het wonen in ons vorige huis en nu in dit huis, leert je wel wat je waardeert en wat je mist. Het maakt ons ideaalplaatje voor ons ‘echte’ huis straks nog scherper. En wakkert de kriebels en het enthousiasme voor de toekomst alleen maar verder aan. Wat een leuke avontuur, en wat voel ik me gezegend dat wij dit als gezin samen aan mogen gaan!

 

Ruzies tussen kinderen

Ruzies tussen kinderen

Waarom kinderen ruzie maken

Door jullie gekozen als volgende blogonderwerp: ruzies tussen kinderen. En dan heb ik het even niet over broertjes en zusjes, want die ruzies zijn onvermijdelijk en bovendien noodzakelijk. Maar leeftijdsgenootjes onderling maken ook héél wat ruzie met elkaar. Heel normaal. Even een robbetje vechten of lik op stuk geven. Maar in onze huidige maatschappij is ruzie tussen kinderen iets wat soms niet lijkt te mogen bestaan. Iets wat zo snel mogelijk moet worden opgelost of weggemaakt.

Wat doe je er aan?

Toen wij nog in het hof woonden, had ik er, tot mijn eigen irritatie, helaas regelmatig mee te maken. Ik zag kinderen uit de buurt en mijn eigen kinderen elkaar achterna zitten, uitschelden of elkaars spullen afpakken. Het is een lastige kwestie voor ons als ouders: je wilt niet dat je kind een ander slaat, pijn doet, uitscheldt, buiten sluit of op een andere manier kwetst. Toch lijkt het aan de andere kant soms onvermijdelijk.

Boos en overstuur

Als een meute kinderen mijn kind belaagden, de fiets afpakte of het stoepkrijt in de put propte, dan is het niet meer dan logisch dat mijn kinderen boos werden. Woedend zelfs. En dat zij overgingen in hetzelfde gedrag: vergelding. Maar in de meeste gevallen raakten zij overstuur en kwamen huilend thuis, zich geen raad wetend met de situatie.

Levenslessen

Hoe vervelend sommig gedrag tussen kinderen ook is, en hoe moeilijk het is om aan te zien: het zijn belangrijke lessen. Als mijn kinderen nu van school thuis komen met verhalen van scheld- of schoppartijen door andere kinderen, dan vreet ik me soms op. Maarja, ik ben er niet bij en kan er nu niks meer aan doen. Het enige dat je als ouders nog kunt doen is lering trekken uit deze situaties, en je kind wapenen tegen volgende situaties. Want die komen er, hoe oud ze ook zullen zijn.

Op je handen zitten

Dus zit ik soms op mijn handen terwijl ik uit het raam kijk hoe er tussen buurtkinderen een duel wordt gestreden. Om te zien of mijn kinderen in staat zijn tot redelijke oplossingen, zoals aangeven dat ze het vervelend vinden (‘stop daarmee’, ‘ik heb er last van!’), negeren (stoïcijns blijven door krijten) of uit de situatie gaan (‘kom we gaan ergens anders spelen’). In de hoop dat onze gesprekjes over de voorvallen hebben geholpen.

Waarom kinderen ruzie maken

Kinderen maken ruzie met elkaar. Dat is altijd al zo geweest en zal altijd zo blijven. Het is vaak nog steeds de wet van de sterkste die geldt. In het ruzie maken of ruzie zoeken zitten veel verschillende drijfveren. Mensen zijn sociale wezens en willen contact. Maar dit leggen van contact moet wel geleerd worden, door voorbeelden. Kinderen leren snel van ons en van elkaar. Ze zien waarmee andere kinderen succes hebben.

Macht

Voorbeeld: als een dominant kind een step wil hebben van een ander, kan hij die ander eraf duwen en de step opeisen. Dat geeft een gevoel van macht. Andere kinderen zullen uit angst sneller gehoorzamen aan dit kind. Als dit gedrag niet wordt doorbroken en niet ter discussie wordt gesteld, is het niet meer dan logisch dat het kind zo blijft doen. Hij krijgt immers zijn zin en niemand zegt er iets van, toch?

Sociale vaardigheden

Ander voorbeeld: een kind wil eigenlijk heel graag meespelen met andere kinderen, maar heeft nooit goed geleerd hoe hij dit moet aanpakken. Thuis is het een losgeslagen zootje tussen de broertjes en zusjes en helaas voelen ouders zich niet sterk genoeg om hier op in te spelen. De enige manier waarop ze nog overwicht hebben is door te straffen en af en toe wat tikken uit te delen. Dit kind rent op een middag de straat op als hij andere kinderen verstoppertje ziet spelen en gilt vervolgens waar iedereen zit naar de zoeker. De andere kinderen balen en worden boos, waarna het jongetje begint te schelden en spugen.

Stapjes in de goede richting

Het maken van ruzie kan dus verschillende oorzaken hebben, maar gebeurt meestal omdat kinderen onderling hun positie ten opzichte van elkaar willen ontdekken en veilig stellen. Kinderen zijn daarin puur, ze hebben nog weinig rem, en geven daarmee een indruk wat er tussen ons als volwassenen zou gebeuren als wij ons niet aan de sociale regels zouden houden. Uiteindelijk is het wel zo prettig als onze kinderen, op termijn, op redelijke wijze met elkaar kunnen omgaan. Ruzie maken met anderen zijn de trainingen op weg naar de einddoel. Zie het niet als tegenslagen, maar als weer een stapje richting de groei, als weer een lesje voor je kind.

Nabespreken van de situatie

Een les dus. Dan wil je ze wel wat leren. Maar je kind leert pas, als het voor hém relevant is. Dus preken heeft weinig zin. Wat ik bespreek na zo’n voorval? Wat ik vooral belangrijk vindt is dat ze mogen vertellen wat er gebeurde, zodat ze het volgens hun eigen interpretatie kunnen vertellen. Zonder te moraliseren of beoordelen (dus niet: ‘ja maar als jij zo doet, dan is het logisch dat…’). Ik benoem hun gevoel, beaam dat ze bijvoorbeeld van streek of boos zijn (‘ja dat is ook heel naar schat, ik snap dat je daar verdrietig van word’). Samen verwonder ik me over het gedrag van de verschillende kinderen (‘hoe zou het komen dat hij zo doet’) en probeer ook perspectief te bieden, in de hoop dat er begrip voor de ander kan worden opgebracht, hoe lastig dat ook is.

Begrijpen

Zoals ik eerder beschreef in de voorbeelden: dat kinderen ruzie maken, heeft altijd een oorzaak. Sterker nog: ál het gedrag heeft een oorzaak. Het kunnen begrijpen van de onderliggende oorzaak, geeft vaak meer begrip en acceptatie. Het neemt de boosheid of het verdriet weg bij je kind, omdat het de gebeurtenis menselijker maakt. Een voorbeeld zou kunnen zijn: ‘misschien wilde hij heel graag meespelen. Het lijkt wel alsof hij niet goed weet hoe hij het moet vragen. Misschien heeft hij het nooit zo geleerd, zoals jij het hebt geleerd’. Het biedt een opening voor een gesprek, en het stilstaan bij de behoefte en gevoelens van de ander: ‘hoe zou het voor hem zijn denk je, als hij merkt dat iedereen hem stom vindt en weg rent met wie hij graag zou willen spelen?’.

De volgende keer

Een laatste, moeilijke stap is het bespreken van volgende keren. Elke les kun je nabespreken in termen als ‘wat ging er goed?’, ‘wat ging er niet goed?’. Maar belangrijker nog is dat je kind er iets aan heeft voor een volgende keer. Zodat het kan oefenen met de nieuwe kennis. Dán pas kun je spreken van verandering van gedrag, tenslotte. Een afsluitende vraag is dan ook: ‘hoe zou het de volgende keer beter kunnen gaan?’, of: ‘wat zou je volgende keer anders kunnen doen?’, of: ‘hou zouden wij hem kunnen leren/laten zien hoe je leuk met elkaar speelt?’.

Zakgeld voor de kinderen

Zakgeld voor de kinderen

Sparen en uitgeven

Ineens zijn ze groot. Ik weet nog dat ik dat voor het eerst besefte toen ik, jaren geleden, Meia ophaalde bij de gastouder. Ze hadden samen cakejes versierd en ineens bedacht ik: ‘natuurlijk! Ze is al 2, ik kan dingen gaan doen met haar!’. Klinkt misschien raar, of wie weet wel herkenbaar? Je groeit zo mee met je kind, dat je af en toe vergeet dat het ‘tijd’ is voor bepaalde dingen.

Waarde van geld

Zo ook zakgeld. De kleine gup die ik toen nog naar de gastouder bracht zit inmiddels in de middenbouw en is intussen ruim 6 jaar. Op de een of andere manier kwam ineens het onderwerp ‘zakgeld’ ter sprake. Waarschijnlijk naar aanleiding van één van de rekenwerkjes die ze op school maakte, waar ze driftig bezig is de waarde van geld te gaan begrijpen. Of misschien toen een oom of tante een keer nonchalant vroeg waar ze voor aan het sparen was. In ieder geval, om het in stijl te zeggen, viel ineens het kwartje bij mij.

Zelfstandigheid

Ik zag ineens mijzelf zitten, 8, 9 of 10 jaar oud, als een soort Dagobert Duck mijn stuivers en dubbeltjes tellend om ze trots bij de bank te gaan storten. Ik zag mezelf weer staan, met kloppend hart van de spanning, vol het rek vol knuffels en playmobil bij de speelgoedwinkel, waar ik wikte en woog wat ik van mijn zelfgespaarde zakgeld zou kopen. De trots die het gaf om dan eindelijk, na maanden of zelfs jaren sparen, die felbegeerde radio te kunnen kopen, herinner ik me nog goed. Ik voelde me daardoor ook heel GROOT.

Geld uit de muur

Dat stukje financiële opvoeding heb ik als heel waardevol ervaren. Ik had al heel vroeg mijn Penny rekening (weet je nog, met die blauwe leeuw) met bijbehorende pinpas. Vóór ik die kreeg, was geld en de waarde ervan nog abstract, zoals dat voor alle kinderen is. Ik brak er mijn hoofd over waarom mijn moeder zo kriegel reageerde als ik om iets vroeg wat ik wilde hebben. Ik zag toch zelf dat ze geld uit de muur kreeg, en als dat op was haalde ze toch gewoon wat meer? Waar deed ze dan moeilijk over?

Betekenis van zakgeld

Ook bij Meia en Fosse merk ik die verwondering, en daarom probeer ik dat zoveel mogelijk toe te lichten. Ik vind het belangrijk dat ze zorg dragen voor hun spullen, zuinig zijn en snappen dat je dankbaar mag zijn voor wat je hebt. Toen we besloten om te beginnen met zakgeld geven, kreeg dat eindelijk meer betekenis. In eerste instantie spraken we af dat we wekelijks het zakgeld zouden geven, maar omdat we bijna nooit contanten in huis hadden, werkte dit niet. We hebben toen gekozen voor automatisch sparen. Minder cool misschien, maar wel effectief.

Wat kan ik kopen?

Op het Nibud vind je handige informatie over de hoogte van zakgeld en afspraken die je hieromtrent kunt maken met je kind. Ik heb dat ook als leidraad genomen. We hebben ervoor gekozen om nu enkel zakgeld te geven dat helemaal voor henzelf is. Cadeautjes voor bijvoorbeeld kinderfeestjes betalen we voorlopig nog voor hen. Het leuke is dat ze nu regelmatig vragen hoeveel ze al hebben gespaard. Rond sinterklaastijd was dit extra interessant, toen het grote speelgoedboek door de bus kwam. Zo konden ze op zoek naar wat hun geld nu waard was.

Geduld is een schone zaak

En eerlijk gezegd viel dat best even tegen voor ze. Dat was een mooi leermoment: snappen dat je geduld moet hebben om te krijgen wat je wilt. Daarmee was het eerste besef van waarde van geld geboren. Daarbij hadden Fosse en Meia totaal verschillende ideeën over het gebruik van hun zakgeld: Fosse wilde het direct uitgeven, maar Meia wist niet goed wat ze wilde hebben en besloot te gaan sparen. Terwijl Fosse trots met zijn eerste aankoop de speelgoedwinkel uitliep, peinsde Meia wat ze wilde. Weken gingen voorbij, toen ze ineens iets had gevonden: ik wil sparen voor een horloge!

Uitstel van behoeftebevrediging

Het horloge in kwestie kost een goeie €70 dus ze heeft nog even te gaan. Maar ze is vastbesloten. Toen de kinderen van de opa’s en oma’s een aardigheidje mochten voor hun rapport, gaf Meia aan dat ze liever geld wilde om te sparen voor haar horloge. Dat vond ik mooi: in plaats van te kiezen voor de directe bevrediging, kan ze dit uitstellen. Hiermee wordt direct uitstel van behoeftebevrediging getraind. Een belangrijke vaardigheid om het ‘verwende kind syndroom’ ook mee te bestrijden. Ik ben benieuwd hoe dit zich verder zal ontwikkelen.

Wat is symbooldrama? Deel 3

Wat is symbooldrama? Deel 3

Van beelden naar woorden

Dit is deel 3 in de reeks over de werking van symbooldrama. In deel 1 ging ik in op de start van het dagdromen en het reguleren van emoties. Deel 2 legt meer uit over hoe het voorstellen van beelden betekenis kan hebben. In dit deel wordt dieper ingegaan over de woorden die je kunt geven aan de dagdromen. En welke effecten dagdromen kunnen hebben.

Nog meer regulatie

Bij alles geldt: je mag het doen op jouw manier. Er is geen oordeel, het gaat om jouw gevoel en jouw betekenis. Na het tekenen doe ik soms nog een extra verwerking. Dit kan op allerlei manieren. Ik maak veel gebruik van woordkaarten, gevoelskaarten en beeldkaarten. Ik vraag een kind kaartjes te zoeken die voor zijn gevoel belangrijk zijn bij de dagdroom. Ook hier vindt weer extra regulatie plaats, omdat een kind moet kiezen en zijn gedachtes en gevoelens moet kaderen. Samen bespreken we de keuzes die het kind maakt, zodat hij geholpen wordt om betekenis te geven aan zijn ervaringen.

Nieuwe verbanden

Vaak is het tijdens het tekenen en de verdere verwerking dat kinderen ineens beginnen te vertellen. Over wat ze voor heftigs meemaakten van de week. Of ervaringen van langer geleden. Soms lijkt dit een lukrake associatie, maar heel vaak zit er een verband tussen wat het kind doormaakte in de dagdroom en wat het kind nu vertelt. Zonder dat zij het zelf hoeven te snappen, is dit verband gelegd. Ik vind dat nog altijd iets fascinerends.

Titel voor de dagdroom

De laatste stap om het geheel af te ronden is om te proberen een titel te geven aan de dagdroom. Een titel kan opnieuw weer symbool staan voor wat een kind in de dagdroom heeft doorgemaakt. Een soort kernachtige samenvatting van het geheel. En vaak is dat daarom ook erg lastig: er gebeurt teveel of de indrukken moeten nog even ‘landen’. Het niet (direct) weten van een titel is dan ook niet erg. Soms komt het later, soms komt het niet, het is beiden goed.

Verandering

Het effect van de dagdroom stopt hier niet: het is pas het begin van de verandering. Als cliënten een paar keer hebben gedagdroomd, merken kinderen en ouders vaak uiteenlopende effecten. Niet zelden hebben kinderen bijvoorbeeld minder nachtmerries, kunnen ze hun emoties beter reguleren, gaat het beter in sociale contacten en zijn ze in het algemeen gelukkiger. Ze zijn, kort gezegd, emotioneel veel stabieler. Er is een gezonde basis gelegd van waaruit ze zich beter kunnen gaan ontwikkelen.

Symbooldrama is effectief

Symbooldrama. Het klinkt een beetje in de categorie van familieopstellingen of IPT. Niet dat ik per se iets tegen deze interventies heb: ze kunnen zeker effect hebben. Maar deze interventies bevinden zich in een grijs gebied. Het feit dat iedereen zich coach mag noemen en zonder gedegen opleiding of registratie aan de slag mag met niet goed onderzochte interventies brengt een gevaar met zich mee. Namelijk dat je als cliënt wordt blootgesteld aan een slecht uitgevoerde ‘behandeling’, waar je niets mee op schiet of zelfs een negatieve ervaring overhoudt.

Gedegen opleiding

Als Orthopedagoog Generalist en Symbooldramatherapeut wil ik daar een duidelijk onderscheid in maken. Symbooldrama is geen interventie die niet lichtzinnig mag worden ingezet: er gaat een opleiding van drie jaar aan vooraf, met constante supervisie. Ook na het afronden van de opleiding wordt verwacht dat je intervisie doet, om de kwaliteit van je behandelingen te waarborgen. Hoe je de interventie toepast, kijkt namelijk zeer nauw. De manier van behandelen heeft effect op o.a. veilig gehechtheidsgedrag, verwerking van trauma’s en het versterken van de identiteit van mensen.